CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting BP Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle 2022-06-29

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle22.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Cultuurhistorische Waardenkaart (plangebied zwart omcirkeld)

Toetsing Cultuurhistorische Waardenkaart Cultuurhistorische landschappen Op de CHW is af te lezen dat het plangebied grotendeels ligt in de regio ‘Langstraat’. De Langstraat ligt op de overgang van zand, veen en klei. Vroeger bestond vrijwel het hele gebied uit veen. De oorspronkelijke relatie tussen de dorpen, het afwisselend open en besloten landschap en het water is in de Langstraat nog goed beleefbaar. Hierdoor is het hele gebied cultuurhistorisch waardevol. Ten noorden van de Winterdijk is de Langstraat opener en grootschaliger dan ten zuiden daarvan. De natte omstandigheden als gevolg van de lage ligging en de sterke kwel leidt tot waardevolle flora en fauna van waterlopen en natte graslanden. Het westelijke deel heeft een landelijk karakter. Hier liggen langgerekte lintdorpen met dorpse uitbreidingen rond de centra in een open landschap. Enkele kernen in de Langstraat hebben een sterke groei doorgemaakt: het oostelijke deel is verstedelijkt met de groei van Waalwijk, Sprang-Capelle en Kaatsheuvel. De structuur van de dorpen en de relatie tussen de dorpen en het landelijke gebied is hier minder goed herkenbaar. Daarnaast heerst er in het gebied een spanning tussen cultuurhistorie, natuurontwikkeling en landbouw. In het kader van de natuurdoelstellingen zijn bossen gerealiseerd terwijl de openheid een belangrijk historisch kenmerk is.

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|32

De ontwikkelstrategie voor dit gebied is: 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio. Cultuurhistorische vlakken Ter plaatse van de agrarische gronden grenzend aan de woning Eerste Wittedijk 6 (perceelnummer 672) is het plangebied aangewezen als Cultuurhistorisch vlak ‘Dijkbaanse Steeg en omgeving’. Het gebied bij de Dijkbaanse Steeg is een veenontginning waarvan de strookvormige percelering, loodrecht op de Loonsche Dijk, redelijk goed bewaard is gebleven. Veel percelen hebben een randbegroeiing van elzen en wilgen. Tussen Nieuwe-Vaart en Kaatsheuvel gelegen gebied met restanten van het voor de Langstraat typerende slagenlandschap, smalle percelen, gescheiden door sloten met perceelrandbegroeiing van houtsingels. In het noorden wordt het gebied begrensd door de middeleeuwse Loonsche Dijk (nu Zuidhollandse Dijk), in het zuiden door een zandrug waarop de buurtschap Hoge Zandschel ligt. In het centrale deel is de structuur nog redelijk gaaf; aan de randen is door ruilverkaveling de oorspronkelijke verdeling in smalle percelen gewijzigd. In het hele gebied is nog een aanzienlijk deel van de oorspronkelijke perceelrandbegroeiing in de vorm van houtsingels met els en wilg aanwezig. In het gebied ligt het tracé van een oude turfvaart, de Rechtvaart, die uitkwam in de Nieuwe Vaart.

Net ten westen van het gebied ligt de ijsbaan Het Eendenest (circa 1930), voorzien van glooiende zijkanten, met aangrenzend moerassige gronden. Historische geografie – lijnen De Eerste Wittedijk is op de cultuurhistorische waardenkaart aangewezen als historische geografische lijn ‘Klinkerweg Witte Dijk – Lagen Zandschei’ en de Nieuwevaart als ‘Lijn van redelijk hoge waarden’. Historische stedenbouw Het plangebied is gelegen binnen de historische Stedenbouw ‘Lintbebouwing Nieuwe Vaart’. Dit betreft een langgerekte noord-zuid georiënteerde bebouwingsas, gesitueerd rond de Nieuwe Vaart, een voormalige turfvaart, thans de middenberm tussen verkeersweg en ventweg. Het dorp ontstond tussen 1400 en 1500, bij de herontginningen na de Sint Elisabethsvloed, het overwegend eenlaags bebouwingsbeeld dateert voornamelijk uit de periode 1850-1940. Het dorp sluit aan op Capelle en de uitloper van de bebouwingsas Sprang-Vrijhoeve. De structuur van het dorp is deels intact, maar bebouwingsbeeld en infrastructuur zijn sterk gewijzigd, de relatie met omringende landbouwgronden is aan de westzijde van het dorp door uitbreidingen uit de periode 1970-1990 onduidelijk geworden. Historisch Groen De laanbeplanting langs de Eendennestweg is aangewezen als ‘Historisch groen’.

Dit historisch groen bestaat uit een laanbeplanting van zomereik, populier, es, schietwilg, meidoorn, beuk, hazelaar, zwarte els en ruwe berk van omstreeks 1900.

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|33

Beoordeling Het cultuurhistorische slagenlandschap met houtwallen en Elzensingels is nog steeds zichtbaar in (de omgeving van) het plangebied. Het slagenlandschap vormt de drager voor de aanleg van de nieuw natuur in het gebied. De ontwikkeling wordt met oog op het historisch groen aangevuld (zie ook paragraaf 4.1). Daarnaast wordt door sanering van het rundveebedrijf en de realisatie van vier woonkavels, de bebouwingsconcentratie langs het lint verder versterkt. Voor de nieuwe woningen zal stedenbouwkundig aansluiting worden gezocht bij de omliggende bestaande woningen. De beoogde woningen sluiten qua locatie en omvang aan op de bestaande woningen in de bebouwingconcentratie. Het planvoornemen is daarmee passend in het omringende ‘landschap’ en de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de historische geografische lijnen. Gesteld kan worden dat met het planvoornemen geen ontwikkelingen plaatsvinden welke in strijd zijn met de ontwikkelstrategieën behorende bij de Cultuurhistorische waardenkaart. Archeologie Verdrag van Malta Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend.

De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van de Wamz zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit, op dezelfde wijze als via de Wamz, verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat, gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek. Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Provinciaal beleid De IKAW (indicatieve kaart archeologische waarden) bevat een vlakdekkende en landsdekkende classificatie van de trefkans op archeologische resten.

Deze trefkans is gebaseerd op een kwantitatieve analyse en op archeologische inhoudelijke kennis van het bodemarchief. De kaart is bedoeld als instrument voor de ruimtelijke ordening en voor het beheer en de bescherming van archeologische informatie die in de bodem bewaard is gebleven.

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|34

Met behulp van deze kaart kan bij diverse planologische beslissingen – zoals ontgrondingen, bodemsaneringen, aanleg van woonwijken, etc. – rekening worden gehouden met de aanwezige archeologische waarden. Op de IKAW van Brabant heeft het plangebied de classificatie ‘lage trefkans’. Gemeentelijk archeologiebeleid Op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) is het verplicht om in nieuwe ruimtelijke plannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. De gemeente Waalwijk heeft ten behoeve van het archeologiebeleid een kaart opgesteld.

Archeologische beleidskaart gemeente Waalwijk (plangebied zwart omcirkeld)

Het plangebied ligt volgens de Archeologische verwachtingskaart van de gemeente Waalwijk gedeeltelijk in een gebied van archeologische waarde (categorie 2), gedeeltelijk in een gebied met een hoge archeologische verwachting (categorie 3), gedeeltelijk in een gebied met een gematigde archeologische verwachting (categorie 4) en voor een klein deel in een gebied met een lage archeologische verwachting (categorie 5). In het vigerend bestemmingsplan “Buitengebied” geldt voor het gedeelte in categorie 2, 3 en 4 de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 0,70 meter is archeologische onderzoek noodzakelijk. Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek Door Aeres Milieu is een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen1 uitgevoerd. Dit archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4002 en 4003), KNA 4.1 en opgenomen als bijlage bij de toelichting.

1 Aeres Milieu B.V., Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Nieuwevaart 89, 93 te

Sprang-Capelle, projectnr. AM21122, 27 mei 2021

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|35

Het archeologische onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie. Aanvullend hierop is een verkennend veldonderzoek door middel van boringen op het perceel uitgevoerd.

Boorpuntenkaart

Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat het plangebied zich bevindt op een dekzandwelving die bedekt is geraakt met een veenpakket. Het veenpakket is niet meer aanwezig. Er zijn geen sporen van een podzolbodem aangetroffen in de top van het dekzand. Dit is vermoedelijk het gevolg van afgraving van het veen in het plangebied. Een andere mogelijkheid is dat het plangebied te nat is geweest voor bewoning voor de ontwikkeling van het veen. Op basis hiervan is de verwachting op het aantreffen van archeologische vindplaatsen uit de periode laat-paleolithicum tot en met vroege middeleeuwen laag. In het plangebied is de bodem geroerd tot minimaal in de top van de C-horizont. De oorspronkelijke bodemopbouw is verdwenen, mogelijk als gevolg van de afgraving en/of egalisatie van het plangebied, in het gebied langs de Nieuwevaart voorafgaand aan de bouw van de huidige bebouwing. Als gevolg hiervan wordt kans klein geacht dat er intacte archeologische vindplaatsen aanwezig zijn in het plangebied. Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. De resultaten van dit onderzoek dient getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Waalwijk), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen.

Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn.

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|36

Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing. Conclusie Ter plaatse van de gronden waar archeologisch booronderzoek heeft plaatsgevonden, is de vigerende archeologische dubbelbestemming verwijderd. Het aspect cultuurhistorie en archeologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|37

5.

MILIEUPLANOLOGISCHE ASPECTEN

5.1

Water

Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) is opgesteld op basis van de Waterwet. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 20162021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte, het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.

Hierbij streeft het Rijk naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. Bestuursakkoord Water Het Bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder andere water.

De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op: • Heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte; • Beheersbaar programma voor de waterkeringen; • Doelmatig beheer van de waterketen; • Werkzaamheden slim combineren; • Het waterschapsbestuur. De doelstellingen van het ‘oude’ Nationaal Bestuursakkoord blijven van kracht.

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|38

Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 Op 18 december 2015 is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 (PMWP) vastgesteld. Het PMWP staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Doelen van het PMWP: • Voldoende water voor mens, plant en dier; • Schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); • Bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; • Verduurzaming van onze grondstoffen, energie- en voedselvoorzieningen. Waterbeheerplan 2016-2021 (Waterschap Brabantse Delta) Het Waterbeheerplan 'Grenzeloos verbindend' beschrijft de hoofdlijnen van het beheer van wateren zuiveringssysteem voor de periode 2016-2021. Het is een inhoudelijk vernieuwend plan, wat in dialoog met partners is opgesteld. In de uitvoering wordt rekening gehouden met de toekomst: klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging.

Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot nieuwe accenten: • Het nationale Deltaprogramma voor waterveiligheid en de versterking van de dijken langs de Rijkswateren en de regionale rivieren; • Het optimaliseren van de zoetwatervoorziening met het oog op de toenemende droogte; • Inzet op bewustwording van watergebruikers zodat hun inzicht groeit over wat ze zelf aan waterbeheer kunnen bijdragen; • Helderheid over zowel beperkingen als mogelijkheden voor de gebruiksfuncties van het watersysteem; • Het verbeteren van de waterkwaliteit in een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie (combineren van verbeteren van de waterstanden, onderhouden van sloten en treffen van inrichtingsmaatregelen); • Afvalstoffen steeds meer inzetten als waardevolle grondstoffen zoals terugwinning van fosfaat en productie van bioplastic uit afvalwater; • Een duurzame energiewinning. Brabant Keur Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en de Dommel geldt dezelfde keur: Brabant Keur. De Keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verhard oppervlakte.

Hieromtrent is bij de Algemene regels van de Keur het volgende opgenomen: • Bij een toename van het verhard oppervlak van minder dan 500 m2 stelt het waterschap geen andere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijke beleid; • Bij een toename van het verharde oppervlakte van meer dan 500 m2 maar minder dan 10.000 m2 moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m 2) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m2); • Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m 2 is een watervergunning nodig.

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|39

Integraal Waterplan Waalwijk 2021-2024 Het Integraal Waterplan Waalwijk (IWW) 2021-2024 is de opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2016-2020 en omvat de beleidsvoornemens en maatregelen voor het Waalwijkse rioolstelsel. Omdat de interactie met het oppervlaktewater sterk is toegenomen, is het oppervlaktewater toegevoegd aan de scope van dit beleidsplan. In het Waterplan worden de volgende doelen gesteld: 1. Zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater; 2. Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater; 3. Zorgen voor inzameling van hemelwater (waar private partijen dat niet kunnen); 4. Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater; 5. Zorgen dat het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert. Voor het hemelwater geldt, dat er wordt getoetst volgens de trits vasthouden-bergen-afvoeren. Daar is ruimte voor nodig. Voor het hemelwater wordt een apart systeem aangelegd, afhankelijk van de lokale situatie. Bij nieuwbouw en aanbouw vraagt de gemeente om 60 mm (6 liter/m 2) berging te maken over de extra verharding. De voorkeur gaat er naar uit dat het water vervolgens infiltreert in de bodem. Als dat niet mogelijk is (bijvoorbeeld in klei of door een hele hoge grondwaterstand), mag de berging langzaam leeglopen naar de openbare waterlopen.

Watertoets Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit ruimtelijke ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Door Aeres Milieus is een onderbouwing van het wateraspect 2 opgesteld (als bijlage bij de toelichting opgenomen). Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven van de manier waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van de voorgenomen nieuwbouw op de percelen voor de waterhuishouding. Hiervoor zijn de bestaande waterhuishouding, gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarden tot het bekomen van een duurzame ontwikkeling kort beschreven. Huidige situatie Het plangebied bestaat uit het huidige rundveebedrijf aan de Nieuwevaart 89 en 93 en de bijbehorende agrarische gronden, de agrarische gronden grenzend aan de woning Eerste Wittedijk 6 en de agrarische gronden op de hoek Eendennestweg-Nieuwevaart. Het totale plangebied beslaat een oppervlakte van 66.616 m2.

2 Aeres Milieu B.V., Onderbouwing wateraspect Nieuwevaart 89, 93 te Sprang-Capelle, projectnr. AM21122, 6 juli 2021

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|40

Oppervlaktewater Het plangebied grenst aan diverse waterlopen (zie uitsnede legger): • A-waterloop langs de Eendennestweg; • B-waterloop haaks op de Eendennestweg; • B-waterloop langs de Eerste Wittedijk; • B-waterloop haaks op de Eerste Wittedijk.

Uitsnede legger waterschap

Hemelwater In de huidige situatie wordt de neerslag via inzijging, afroming naar lagere terreindelen en verdamping afgevoerd. De afvoer van neerslag, afkomstig van de huidige daken, verloopt door lozing op het rioolstelsel. Afvalwater De bestaande bebouwing is zover bekend aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel van de gemeente Waalwijk dat ter plaatse aanwezig is. Toekomstige situatie Het planvoornemen betreft het saneren van het rundveebedrijf aan de Nieuwevaart 89 en 93 te Sprang-Capelle, waarna ter compensatie vier woonkavels worden gerealiseerd (2 voormalige bedrijfswoningen en 2 compensatiewoningen) en nieuwe natuur wordt aangelegd. Waterkwantiteit In de toekomstige situatie zullen de agrarische opstallen verwijderd worden en neemt het verhard oppervlak dus aanzienlijk af tot enkele woonpercelen. Momenteel is circa 6.500 m2 verhard. Hydrologisch gezien is derhalve sprake van een positieve ontwikkeling waarbij er meer groen gerealiseerd wordt.

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|41

Conform het gemeentelijk beleid dient het hemelwater op eigen perceel verwerkt te worden. De benodigde voorziening bij nieuwbouw dient 60 mm te kunnen verwerken. Dit kan middels infiltratie in de bodem of middels berging of compensatie in het oppervlaktewater. Bij de ontwikkeling is sprake van de sloop/nieuwbouw van de (bedrijfs)woning Nieuwevaart nr. 93 en de realisatie van twee nieuwe compensatiewoningen (naast nr. 93 en aan de Eerste Wittedijk). Uitgangspunt is dat 60 mm op eigen perceel verwerkt wordt. Iedere woning heeft een bouwvlak van 120 m2, welke volledig bebouwd mogen worden. Bij de Nieuwvaart 93 mag maximaal 200 m2 aan bijgebouwen buiten het bouwvlak worden gerealiseerd en bij de twee compensatiewoningen is buiten het bouwvlak 70 m2 aan bijgebouwen per bouwperceel toegestaan. In totaal is sprake van circa 1.000 m2 aan nieuwbouw ((120 m2 + 100 m2 overig verhard x 3 bouwvlakken) + (200 m2 bijgebouw bedrijfswoningen) + (70 m2 x 2 compensatiewoningen)). Op basis van de gemeentelijke bergingseis dient derhalve een berging van in totaal circa 60 m3 (17,4 + 17,4 + 25,2 m3) gerealiseerd te worden. Op basis van de verwachte bodemsamenstelling is oppervlakkige infiltratie mogelijk en kan het water hierdoor natuurlijk afvloeien naar de aanwezige watergangen voor de verdere verwerking.

Ter verdere verduurzaming is het ook mogelijk om het hemelwater te hergebruiken in de woning of de tuin. Voor de verwerking kan gedacht worden aan een grindkoffer, sloot of een andere vorm zoals een paddenpoel in de achtertuin. De uiteindelijke voorziening dient ten tijde aangepast te worden aan de uiteindelijke verharding. Oppervlaktewater Het lokale oppervlaktewater wordt beheerd door het waterschap of de aanliggende eigenaar. Voor de realisatie van de compensatiewoning langs de Eerste Wittedijk zal een inrit over de B-waterloop aangelegd moeten worden. Via het Omgevingsloket zal een vergunning aangevraagd worden van de aanleg van de inrit over de waterloop. Verder vinden er geen wijzigingen plaats in of nabij het bestaande oppervlaktewaterstelsel. Afvalwater Bij de realisatie van de twee compensatiewoningen wordt extra afvalwater geproduceerd. Bij de bouw van de nieuwe woningen en de herbouw van de huidige bedrijfswoning op nummer 93 zal een gescheiden rioolstelsel worden aangelegd. Voor de nieuwe of wijziging aan de aansluiting op het gemeentelijk stelsel dient te zijner tijd bij de gemeente Waalwijk een aanvraag ingediend te worden. Door de realisatie van de (2 nieuwe) woningen zal de afvalwaterstroom niet significant toenemen. Dit kan dit verwerkt worden in het huidige stelsel van de gemeente.

Milieuhygiënische randvoorwaarden Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om in de bodem te infiltreren. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve van het reinigen en het onderhoud. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden.

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|42

Ondergrondse voorzieningen dienen altijd voorzien te zijn van een goed bereikbare blad- en zandvanger en/of ontluchtingspunt/overloop. Toe te passen duurzame materialen: • Hellende daken: dakpannen van natuurlijk, beton of keramisch materiaal; • Platte daken: beton of bekleed met EPDM rubber; APP en/of SBS gemodificeerd bitumen; • Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium of zink, alle gecoat; • Ontsluitingspaden/wegen/terrassen; voorzien van natuurlijk of niet-uitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten. Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het moet te allen tijde worden voorkomen dat wateroverlast bij bebouwing en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van de hemelwatervoorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/of indirect, die eventueel ontstaat, is en blijft voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken.

Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat, bijvoorbeeld het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzineafscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd. Het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder wenselijk geacht. Bij toepassing kunnen deze stoffen met het hemelwater afstromen naar de bodem of het oppervlaktewater en deze nadelig beïnvloeden. Indien toepassing noodzakelijk blijkt, wordt geadviseerd dit zo effectief mogelijk te doen.

Conclusie Door de aanleg van een gescheiden stelsel, de afname in verhard oppervlak (van 6500 naar circa 1.000 – 1.500 m2), de beschikbare ruimte op de kavels voor een hemelwatervoorziening (bij voorkeur oppervlakkig afstromen naar het oppervlaktewater) en rekening te houden met de genoemde aandachtspunten wordt hydrologisch gezien positief ontwikkeld en is geen wateroverlast te verwachten door de voorgenomen planontwikkeling.

5.2

Natuur

Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn opgegaan in deze wet. De nieuwe wet bestaat uit minder regels en is overzichtelijker dan de drie voorgaande wetten. De uitvoering van de Wet natuurbescherming komt grotendeels in handen van de provincies.

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|43

De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming is de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten uit de Natuurbeschermingswet vervallen. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Nederland en worden dus indirect beschermd. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de minister worden toegevoegd aan de Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden.

Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving die met ingang van de Wnb niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken; • Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • Ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • Alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aaneengesloten Pan Europees Ecologische Netwerk (PEEN) vormen. Beschermde planten en dieren Met de Wet natuurbescherming is de lijst van beschermde soorten gewijzigd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en met de komst van de Wnb niet meer en andersom. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes: 1. Soorten vogelrichtlijn: dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn); 2.

Soorten Habitatrichtlijn: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd;

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|44

3.

Andere soorten: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage A van de Wnb. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.

De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wn worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te beperken. Quickscan natuurwetgeving Door Aeres Milieu is een quickscan3 uitgevoerd. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. De quickscan is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000gebieden en overige beschermde natuurgebied. Natura 2000 De plannen zullen naar mening van het onderzoeksbureau geen effect op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden hebben. Om elk risico uit te sluiten, is de te verwachten stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden bepaald. In de navolgende paragraaf wordt hier verder op in gegaan. Natuurnetwerk Brabant (NNB) De voorgenomen plannen hebben waarschijnlijk een positief effect op het NNB.

Er zijn op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid. Beschermde planten en dieren Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.

3 Aeres Milieu B.V., Quickscan Natuurwetgeving Nieuwevaart 89, 93 e.o. te Sprang-Capelle, projectnr. AM21122, 31 maart 2021

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|45

Vleermuizen In het plangebied komen laanbomen en houtsingels voor die mogelijk fungeren als vaste vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen. Omdat er geen bomen worden gekapt, is er geen aantasting van een vaste vliegroute of foerageergebied. Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van deze bomen alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting, met een scherpe bundel, zoals ledlampen. Hierbij kan worden gekozen voor amberkleurige UV-vrije led armaturen (Zoogdiervereniging, 2011) of rood licht (Spoelstra et al, 2017). Daarnaast is het voor vleermuizen aan te bevelen inlandse loofboomsoorten waar mogelijk te behouden en aan te planten (zij vormen een geschikte voedselbron voor insecten, die op hun beurt weer als voedsel voor vleermuizen kunnen dienen). Vogels In het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de sloopwerkzaamheden en het verwijderen van vegetaties buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren.

Daarnaast dient er voor de sloop van de grote koeienstal te worden nagegaan of er geen nest van de holenduif of Turkse tortel is met jongen en/of eieren. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Stikstof Voor het planvoornemen omtrent de sloop van de stallen van het rundveebedrijf en het realiseren van vier woonkavels (2 voormalige bedrijfswoningen en 2 nieuwe compensatiewoningen) aan de Nieuwevaart te Sprang-Capelle (gemeente Waalwijk) is een berekening gemaakt met behulp van de Aerius calculator 20204.. Deze berekening maakt inzichtelijk wat de stikstofdepositie is gedurende de aanleg- en gebruiksfase. De stikstofberekening is als bijlage bij de toelichting opgenomen. De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn ‘Langstraat’ en ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’. Het Natura 2000-gebied ‘Langstraat’ is het dichtstbijzijnd gelegen op circa 0,99 km. Het Natura 2000-gebied ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’ is gelegen op circa 5,3 km van het plangebied. Uit de berekeningen blijkt dat – met de uitgangspunten die in dit onderzoek gedaan zijn – gedurende de aanleg- en gebruiksfase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op de omliggende Natura 2000-gebieden zijn berekend. Een vergunning inzake de Wet Natuurbescherming (Wnb) is dus niet vereist.

4 Ordito B.V., Stikstofdepositieonderzoek compensatiewoningen, juni 2021

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|46

Conclusie Mits de bovengenoemde mitigerende maatregelen ten aanzien van vleermuizen en vogels worden nageleefd, vormt het aspect natuur geen belemmering voor het planvoornemen.

5.3

Bedrijfshinder

De Wet milieubeheer (Wm) zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (2009) van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De lijst geeft richtlijnen voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De benodigde afstand tussen bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. In de VNG-publicatie is een omschrijving van de gebiedstypes gemengd gebied en rustige woonwijk/rustig buitengebied gegeven. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen.

Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Alle bedrijven die in de buurt van het plangebied liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale hinderafstand ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen.

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|47

De minimale afstand per categorie is als volgt: Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Onderzoek De twee bedrijfswoningen aan de Nieuwevaart 89 en 93 worden omgezet van bedrijfswoning naar reguliere burgerwoning en er worden twee compensatiewoningen mogelijk gemaakt. Ten aanzien van de twee voormalige bedrijfswoningen (Nieuwevaart 89 en 93) hoeft niet getoetst te worden aan het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’, aangezien dit reeds bestaande woningen betreffen. Er is geen sprake van de toevoeging van nieuwe milieugevoelige objecten. Het wijzigen van de bestemming naar burgerwoning maakt dit niet anders. De (bedrijfs)woning Nieuwevaart 93 wordt gesloopt en herbouwd binnen het nieuwe bouwvlak dat iets zuidelijker is komen te liggen, waardoor de afstand tussen de woning die herbouwd kan worden op deze plek en omliggende bedrijven juist wordt vergroot. Niettemin moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening gemotiveerd worden dat ter plaatse van de twee genoemde voormalige bedrijfswoningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Twee compensatiewoningen Ten aanzien van de twee compensatiewoningen dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening de bedrijvigheid in de nabije omgeving wel in beeld gebracht te worden, aangezien het hier om de toevoeging van twee milieugevoelige objecten gaat. De afstand tussen de woningen en omliggende bedrijven dient te voldoen aan de vereiste richtafstanden.

Het plangebied is onderdeel van de lintbebouwing langs de Nieuwevaart en de Eerste Wittedijk. Langs dit lint komen verschillende agrarische bedrijven en andere vormen van bedrijvigheid voor. Voor het gebied wordt daarom aangesloten op de richtafstanden ten opzichte van een gemengd gebied. Gemeten is vanaf de grens van de bedrijfsbestemming (of andere milieubelastende functies) tot op de rand van het bouwvlak van de dichtstbijzijnde beoogde compensatiewoning. Deze afstand is opgenomen in de kolom ‘minimale afstand tot nieuw bouwvlak woonbestemming (Wonen – AG) binnen plangebied’.

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|48

Locatie

Soort bedrijf

Cat.

Richtafstand

Tweede Wittedijk 8 Nieuwevaart 49 Nieuwevaart 54 Nieuwevaart 56 Nieuwevaart 62 Nieuwevaart 68 Nieuwevaart 81a Nieuwevaart 83-85

Schapenhouderij Paardenhouderij Goederenwegvervoerbedrijf Meubelstoffeerbedrijf Boomkwekerij Loonbedrijf Melkveehouderij Niet-agrarische, productiegerichte paardenhouderij

3.1 3.1 3.1 2 2 3.1 3.2 3.2

30 meter 30 meter 30 meter 10 meter 10 meter 30 meter 50 meter 50 meter

Minimale afstand tot nieuw bouwvlak woonbestemming (Wonen – AG) binnen plangebied 35 meter 340 meter 350 meter 320 meter 230 meter 168 meter 44 meter 60 meter

Gelet op de richtafstanden behorende bij de bedrijven in de omgeving van het plangebied, kan geconcludeerd worden dat de compensatiewoningen op voldoende afstand van deze bedrijven zijn gelegen. De (melk)veehouderij aan de Nieuwevaart 81a ligt op 30 meter van de woonbestemming (Wonen-AG). Dit is binnen de richtafstand van de woning aan de Nieuwevaart 89 die met dit planvoornemen wordt omgezet van bedrijfswoning naar burgerwoning, Het gaat hier echter om een bestaande woning waardoor de (bedrijfshinder)situatie niet wijzigt. De desbetreffende melkveehouderij voldoet wel aan de richtafstand tot de twee compensatiewoningen (Nieuwevaart 93 en Eerste Wittedijk ongenummerd) en dat is maatgevend. In onderhavige situatie is sprake van een bestaande woonomgeving waar al diverse woningen op kortere afstand van de (agrarische) bedrijven aanwezig zijn dan de beoogde compensatiewoningen. De dichterbij gelegen woningen zijn daardoor bepalend voor de mogelijkheden van de bedrijven. De beoogde compensatiewoningen komen op een grotere afstand te liggen en vormen derhalve geen belemmering voor de mogelijkheden van de omliggende bedrijven. Gesteld kan worden dat ter plaatse van de compensatiewoningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van bedrijven en milieuzonering.

Andersom vormt het planvoornemen geen belemmering voor de bedrijfsactiviteiten van de omliggende bedrijven. Twee voormalige bedrijfswoningen (Nieuwevaart 89 en 93) In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet gemotiveerd worden dat ter plaatse van de twee voormalige bedrijfswoningen aan de Nieuwevaart 89 en 93 sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Hierbij is het naastgelegen bedrijf aan de Nieuwevaart 83-85 relevant. Dit bedrijf heeft een enkelbestemming ‘Gemengd’ en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – 1’ in het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (vastgesteld op 9 december 2010). In de regels van dit bestemmingsplan is de functieaanduiding verder toegelicht. De functie/het soort bedrijf aan de Nieuwevaart 83/85 is op basis van de regels een “Niet-agrarische productgerichte paardenhouderij”. In de begripsbepaling van de regels is dit gedefinieerd als: “Een paardenhouderij waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan en/of met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het africhten en trainen en verhandelen van paarden. Waaronder in ieder geval trainings- en sportstallen, handelsstallen, stalhouderijen, spermawinstations.” Het bedrijf heeft zich

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|49

gespecialiseerd op het aspect ‘handelsstallen’. Een dergelijk bedrijf wordt in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (2009) geschaard onder de categorie ‘Groothandel in levende dieren’ (SBI-2008-4623) met maximale milieucategorie 3.2. De bijbehorende richtafstand die bij deze categorie aangehouden moet worden is 30 meter voor geur en 50 meter voor geluid in gebiedstype ‘gemengd gebied’. Aan deze richtafstand wordt met betrekking tot de twee bestaande bedrijfswoningen (Nieuwevaart 89 en 93) niet voldaan. Het nieuwe bouwvlak van de woonbestemming aan de Nieuwevaart 89 komt op 6 meter van de bestemming ‘Gemengd’ van dit bedrijf te liggen. Het nieuwe bouwvlak van Nieuwevaart 93 komt op 27 meter te liggen van de bestemming ‘Gemengd’, terwijl de huidige bedrijfswoning aan de Nieuwevaart 93 op 24 meter van de bestemming ‘Gemengd’ ligt. Deze richtafstanden van 30 meter voor geur en 50 meter voor geluid is gebaseerd op een gemiddeld bedrijf. Nader onderzoek moet uitwijzen of er van een kleinere afstand uitgegaan kan worden. Het bepalen of ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat qua geur vindt in paragraaf 5.5 plaats (kopje: “Aanvaardbaar woonen leefklimaat”). Voor het onderdeel geluid (industrielawaai) is de vergunningssituatie van het bedrijf aan de Nieuwevaart 83/85 onderzocht.

Op 11 augustus 1998 is door de eigenaren aan de Nieuwevaart 83-85 een aanvraag ingediend voor een nieuwe, de gehele inrichting omvattende vergunning (revisievergunning) voor een veehouderij, kalverhandel en caravanstalling. De vergunning is verleend op 5 januari 1999. In de inrichting mogen ten hoogste de volgende aantallen dieren gehouden worden volgens de revisievergunning (onderdeel A van de voorschriften, het houden en verhandelen van vee): 6 stuks melk/kalf/zoogkoeien 42 stuks vrouwelijk jongvee (tot 2 jaar) 12 stuks vleesstieren (tot 2 jaar) Daarnaast mogen gedurende 1 dag in de week tussen 9:00 uur en 23:00 uur maximaal 500 kalveren (leeftijd tussen 0 en 3 weken) worden gehouden ten behoeve van de kalverenhandel. Onder punt 13 van de aanvraag van de vergunning zijn het aantal af- en aanvoerbewegingen van de vrachtwagens en/of tractoren aangegeven.

De volgende aantallen zijn hier vermeld: 1 vrachtwagen tussen 7:00 uur en 19:00 uur per week 2 vrachtwagens tussen 19:00 uur en 23:00 uur per week 1 dag per week (dinsdag) laden van de kalveren tussen 12:00 uur en 21:00 uur 1 tractor tussen 7:00 uur en 19:00 uur per week (ongeveer 10 uur per week) In desbetreffende vergunning zijn in onderdeel F van de voorschriften (geluid en trillingen) voor de inrichting geluidsnormen in de buitenlucht opgenomen, zodat er voor omliggende woningen een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd wordt. Het gaat om de volgende geluidnormen in de buitenlucht: 1. Het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties en door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en/of activiteiten, mag bij woningen van derden of andere geluidgevoelige bestemmingen, of indien zich binnen een afstand van 50 m van de inrichting geen woningen van derden of andere geluidsgevoelige bestemmingen bevinden – op 50 m van de inrichting – niet meer bedragen dan: o 45 db(A) in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur; o 40 db(A) in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur; o 35 db(A) in de uren gelegen tussen 23.00 en 07.00 uur.

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|50

2 Het maximale geluidsniveau (Lmax) mag, ten gevolge van binnen de inrichting uitgevoerde werkzaamheden, ter plaatse van woningen van derden of andere geluidgevoelige bestemmingen niet meer bedragen dan: o 70 db(A) in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur; o 65 db(A) in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur; o 60 db(A) in de uren gelegen tussen 23.00 en 07.00 uur. Hier moet het bedrijf zich aan houden. Dit samen met bovenstaande minimale verkeersbewegingen betekent dat ter plaatse van de twee genoemde voormalige bedrijfswoningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor het aspect industrielawaai. Agrarische geur Het onderdeel agrarische geur, ten aanzien van de nabijgelegen veehouderijen en de eventuele bijbehorende geurhinder, is nader beoordeeld in paragraaf 5.5. Conclusie Op het gebied van bedrijven en milieuzonering zijn geen belemmeringen voor het plan.

5.4

Wegverkeerslawaai

Ter bepaling van de geluidsbelasting ten aanzien van wegverkeerslawaai dient op grond van de wet geluidhinder iedere weg in beschouwing te worden genomen, met uitzondering van woonerven en 30 km/uur wegen. Spoorweglawaai is hier niet aan de orde en industrielawaai is in paragraaf 5.3 (bedrijfshinder) behandeld. De te beschouwen wegen hebben een onderzoekszone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden. De grootte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (binnenstedelijk of buitenstedelijk). Op grond van de Wet geluidhinder bedraagt de voorkeursgrenswaarde 48 dB op de gevels van geluidsgevoelige bestemmingen. In artikel 1 van de Wet geluidhinder wordt een beperkt aantal type objecten aangemerkt als geluidsgevoelig object. Dit zijn: woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidsgevoelige gebouwen.

Onderzoek In opdracht van Aeres Milieu is door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek5 verricht naar de te verwachten optredende geluidbelasting van het wegverkeerslawaai ter plaatse. Het akoestisch rapport is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van

5 K+ Adviesgroep, Nieuwevaart 89 en 93 Sprang-Capelle Optredende geluidbelasting, rapportnr.Rm210249aaA0_04, 3 augustus

2021

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|51

de Eerste Wittedijk en Eendenestweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de Nieuwevaart opgenomen in het akoestisch onderzoek. Algemeen De Wet geluidhinder geeft uitsluitend grenswaarden ten aanzien van de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De definitie van een gevel luidt: “de bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, met uitzondering van een constructie zonder te openen delen en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die tenminste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33dB (bij verkeerslawaai)”. Eendennestweg De geluidbelasting ten gevolge van deze Eendennestweg is maximaal 36 dB, incl. aftrek artikel 110g. De waarde ligt onder de voorkeursgrenswaarde waardoor geen hogere waarde ten aanzien van deze weg hoeft te worden aangevraagd. De Wet geluidhinder legt ten gevolge van deze weg geen restricties op aan het plan. Eerste Wittedijk De voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden ter plaatse van de compensatiewoning langs de Eerste Wittedijk. De geluidbelasting ten gevolge van de Eerste Wittedijk is maximaal 54 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh).

Indien de maximale ontheffingswaarde buitenstedelijk gebied wordt overschreden is nieuwbouw alleen mogelijk door het toepassen van een of meer dove gevels of door middel van het treffen van bouwkundige voorzieningen waarmee gezorgd wordt dat optredende gevelbelasting onder de maximale ontheffingswaarde komt. Bij bouwkundige voorzieningen kan gedacht worden aan bijvoorbeeld het toepassen van geluidschermen, voorhangschermen en loggia’s. Door de nieuwe woningen akoestisch slim te ontwerpen kan het aantal gevels/bouwkundige maatregelen wellicht beperkt blijven. De maximale ontheffingswaarde wordt overschreden ter plaatse van de voorgevel van de compensatiewoning langs de Eerste Wittedijk. Deze compensatiewoning dient derhalve uitgevoerd te worden met een dove (voor)gevel. Een dove gevel is een gevel waarin, voor zover zich daarachter een verblijfsruimte bevindt, geen te openen delen zijn opgenomen. De voorkeursgrenswaarde wordt overschreden ter plaatse van de zijgevels van de compensatiewoning langs de Eerste Wittedijk. Bij de gemeente Waalwijk kan een verzoek worden ingediend voor het verlenen van een hogere waarde voor de zijgevels van de compensatiewoning. In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium, daar waar een hogere waarde benodigd is, worden aangedragen dat ter plaatse sprake is van ‘vervangende nieuwbouw c.q.

vervangende bebouwing’, aangezien de realisatie van de compensatiewoning de sanering van de bestaande veehouderij aan de Nieuwevaart mogelijk maakt. Het treffen van maatregelen aan de bron in de vorm van een andere wegverharding zou kunnen worden overwogen. Hiermee is een geluidreductie van maximaal 5 dB te realiseren. De geluidbelasting kan daarmee niet worden teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde of lager. De kosten voor dergelijke maatregelen worden geraamd op €50.000,- (200 m * 5m * €50,-) en stuiten daarmee op bezwaren van financiële aard. De andere wegverharding bestaat uit twee

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|52

stukken, bestaan gezien de betreffende woningen verder uiteen gesitueerd liggen. Uit het oogpunt van financiële aard, praktische uitvoerbaarheid, esthetica, beheer en onderhoud is het treffen van maatregelen aan de bron niet wenselijk. Indien een hogere waarde wordt vastgesteld, kan de gemeente aan deze ontheffing aanvullende voorwaarden stellen. Dit kan betekenen dat het bouwplan dient te beschikken over ten minste één geluidluwe gevel. Hieronder wordt veelal verstaan dat de gevelbelasting niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor elk van de te onderscheiden geluidbronnen. Iedere onderzochte woning beschikt over tenminste één geluidluwe gevel en hiermee ook over één geluidluwe buitenruimte, de achterzijde van de woning. Hiermee wordt voldaan aan het hogere waarde beleid van de gemeente Waalwijk. Conform Bouwbesluit worden in deze situatie eisen gesteld aan de minimale gevelgeluidwering. Wanneer een hogere waarde wordt verleend, moet voor de nieuwe woning worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit. De minimaal vereiste geluidwering is het verschil in geluidbelasting (zonder aftrek artikel 110g Wgh) en 33 dB. Nieuwevaart Ter plaatse van de Nieuwevaart is sprake van een 30 km/zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de weg echter wel beschouwd. Om een afweging te kunnen maken is wel aansluiting gezocht bij de Wet geluidhinder en is dat toetsingskader dus ook gehanteerd voor deze wegen. In een tweetal waarneempunten zijn gevelbelastingen vastgesteld hoger dan de voorkeursgrenswaarde. De geluidbelasting ten gevolge van deze weg is maximaal 55 dB, zonder aftrek artikel 110g. Zou die aftrek wel worden gehanteerd, dan is de geluidbelasting 50 dB waarmee deze boven de voorkeursgrenswaarde zou liggen wanneer getoetst zou worden aan de Wet geluidhinder. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Omdat geen sprake is van een gezoneerde weg, hoeft ook geen hogere waarden ten aanzien van deze weg te worden aangevraagd. Formeel hoeven ten gevolge van deze weg geen maatregelen te worden getroffen aan de gevel. Uit het oogpunt van wooncomfort en gezondheid wordt echter geadviseerd wel maatregelen te treffen om een binnenniveau van 33 dB te garanderen. Cumulatie en bouwbesluit Om te bezien of sprake is van een goede ruimtelijke ordening zijn de geluidbelastingen van alle wegen gecumuleerd. Het Bouwbesluit stelt alleen eisen aan de gevelgeluidwering voor situaties waar een hogere haarde is verleend. Dit betekent dat geen eisen gelden bij 30 km/uur wegen die een verhoogde geluidbelasting veroorzaken.

Op basis van de Midema methode kan een classificering worden gegeven op de kwaliteit van de akoestische omgeving. De twee woningen aan de Nieuwevaart kunnen geclassificeerd worden als ‘redelijk’. De woning aan de Eerste Wittedijk valt binnen de classificatie ‘matig’. Gesteld wordt dat, gezien de locatie waar de woningen worden gerealiseerd en dat er al andere woonbebouwing aanwezig is, de geluidbelasting aanvaardbaar wordt geacht. Iedere woning beschikt over ten minste een geluidluwe buitenruimte. In combinatie met de benodigde voorzieningen uit het Bouwbesluit kan gesteld worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

|53

Conclusie Met de geluidbelasting ten gevolge van de Eerste Wittedijk wordt de voorkeurswaarde en de maximale ontheffingswaarde overschreden ter plaatse van de compensatiewoning langs de Eerste Wittedijk. Ter plaatse is nieuwbouw alleen mogelijk door het toepassen van een dove gevel. De realisatie van een dove gevel is middels de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – dove gevel’ juridisch-planologisch gewaarborgd. Voor de zijgevels van de compensatiewoning, daar waar een hogere waarde benodigd is, zal bij de gemeente Waalwijk een verzoek worden ingediend voor het verlenen van een hogere waarde. De overige getoetste wegen liggen onder de voorkeurswaarde en vormen zodoende geen belemmering voor het planvoornemen. Het besluit hogere waarden wordt tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.

5.5

Geur

In het kader van de ruimtelijke procedure dient enerzijds nagegaan te worden of er ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd (milieu hygiënische toets) en anderzijds of het planvoornemen leidt tot een belemmering van vergunde rechten van bedrijven in de omgeving. Voor veehouderijen is het geurbeleid vastgesteld in de op 1 januari 2007 inwerking getreden Wet geurhinder en veehouderijen (Wgv). De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag maken op een geurgevoelig object (zoals een woning). Daarbij wordt onderscheidt gemaakt tussen de ligging binnen en buiten de bebouwde kom.

Locatie geurgevoelig object Niet-concentratiegebied, binnen bebouwde kom Niet-concentratiegebied, buiten bebouwde kom

Ten hoogste toegestane geurbelasting 2,0 OUe/m3 8,0 OUe/m3

De Wgv bevat afstandsnormen die in acht moeten worden genomen. In artikel 3 van de wet zijn de ten hoogste toegestane geurbelastingen bepaald. Op basis van artikel 3.2 Wgv geldt dat de minimum afstand van een veehouderij tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom tenminste 100 meter dient te zijn. Wanneer het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom is gelegen, dient deze afstand minimaal 50 meter te zijn. Onderzoek Belemmering omliggende bedrijven De twee bedrijfswoningen Nieuwevaart 89 en 93 worden omgezet van bedrijfswoning naar reguliere burgerwoning en er worden twee compensatiewoningen mogelijk gemaakt.

NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01

Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11737589/1