Bijlage 1 Toelichting BP Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle 2022-06-29
Tekst van het document
|54
Om te bepalen of omliggende agrarisch bedrijven in hun bedrijfsvoering worden belemmerd hoeft enkel de agrarische bedrijvigheid in de nabije omgeving van de twee compensatiewoningen in beeld te worden gebracht. Enkel de compensatiewoningen worden gezien als nieuwe geurgevoelige objecten. De twee voormalige (bedrijfs)woningen Nieuwevaart 89 en 93 betreffen bestaande geurgevoelige objecten. Het wijzigen van de bestemming naar burgerwoning maakt dit niet anders. Met de sloop en herbouw van de (bedrijfs)woning Nieuwevaart 93 wordt de afstand tussen de (bedrijfs)woning en omliggende bedrijven zelfs vergroot. Niettemin wordt in de kader van een goede ruimtelijke ordening gemotiveerd waarom ter plaatse van de twee genoemde voormalige bedrijfswoningen een goed woon- en leefklimaat aanwezig is. Twee compensatiewoningen Voor de inventarisatie van de veehouderijen is gebruik gemaakt van de kaart ‘veehouderijbedrijf’ van de provincie Noord-Brabant.
Uitsnede kaart veehouderijbedrijf (compensatiewoningen ter plaatse van de rode sterren)
In de directe omgeving zijn veel agrarische gronden en nog enkele veehouderijen aanwezig. De bebouwing heeft een landelijk karakter en er is veel natuur c.q. groen aanwezig. Daarnaast zijn tussen de woningen langs het lint nog enkele open plekken aanwezig, waardoor er geen sprake is van aaneengesloten bebouwing. Gezien het voorstaande, kan het gesteld worden dat sprake is van een gebied ‘buiten de bebouwde kom’. De twee compensatiewoningen worden conform de wetgeving gezien als nieuwe woningen, waarvoor de reguliere normen gelden van een geuremissie van 8 oue/m3 (buiten een concentratiegebied en buiten de bebouwde kom) en/of een afstand van 50 meter voor geurhinder voor dieren zonder emissiefactoren (zie artikel 4 lid b Wgv).
NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01
Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle
|55
In de omgeving van het plangebied bevinden zich diverse agrarische bedrijven. In onderstaande tabel zijn de dichtstbijzijnde veehouderijen schematisch weergegeven. Gemeten is vanaf de grens van het bouwvlak van de agrarische/gemengde bestemming tot op de rand van het bouwvlak van de dichtstbijzijnde beoogde compensatiewoning. Deze afstand is opgenomen in de kolom ‘minimale afstand tot nieuw bouwvlak woonbestemming (wonen – AG) binnen plangebied’.
Adres:
Omschrijving
Aantal dieren
Geuremissie:
Tweede Wittedijk 8 Nieuwevaart 49
Schapen ouder dan 1 jaar, incl. lammeren tot 45 kg Volwassen paarden Paarden in opfok Zoogkoeien Vrouwelijk jongvee Overige huisvestingssystemen Vleesstieren en overig vleesvee Andere huisvestingssystemen Andere huisvestingssystemen Van 0 tot 6 maanden Van 6 tot 24 maanden Melk/kalf/zoogkoeien
27
210,60 Ou/s
8 15 45 30 30
0 OU/s 0 OU/s 0 OU/s 0 OU/s 1068,00 OU/s
78
2776,80 OU/s
57
0 OU/s
27
0 OU/s
14 12 6
0 OU/s 0 OU/s 0 OU/s
Vrouwelijk jongvee
42
0 OU/s
Nieuwevaart 68
Nieuwevaart 81a
Nieuwevaart 8385
NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01
Minimale afstand tot nieuw bouwvlak woonbestemming (Wonen-AG) binnen plangebied 30 meter 300 meter 108 meter
35 meter
50 meter
Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle
|56
Vleesstieren en overig vleesvee van 6 tot 24 maanden Daarnaast mogen gedurende 1 dag in de week tussen 9:00 uur en 23:00 uur kalveren (leeftijd tussen 0 en 3 weken) worden gehouden ten behoeve van de kalverenhandel.
12
427,20
maximaal 500
0 OU/s
Uitgaande van de maximale planologische mogelijkheden wordt niet voldaan aan de minimale geurafstand van 50 meter ten opzichten van de schapenhouderij op de locatie Tweede Wittedijk 8, de Niet-agrarische, productiegerichte paardenhouderij op de locatie Nieuwevaart 83-85 en de melkveehouderij op de locatie Nieuwevaart 81a. Echter kan met oog op de bestaande, dichterbij gelegen woningen geen nieuwe vergunning voor de veehouderijen worden verleend. Op grond van artikel 3.116 Activiteitenbesluit, bepaald lid 1 dat er namelijk geen uitbreiding of wijziging van het dierenverblijf met dieren met geuremissiefactor kan plaatsvinden. Voor de uitbreiding en wijziging zonder geuremissiefactor bepaalt artikel 3.117 Activiteitenbesluit dat er geen uitbreiding of wijziging mag plaatsvinden, voor zover de afstand minder bedraagt dan 50 meter en de afstand van het dierenverblijf gelijk blijft en de afstand niet afneemt en het aantal dieren niet toeneemt. Tweede Wittedijk 8 Voor de veehouderij Tweede Wittedijk 8 grenst de burgerwoning Nieuwevaart 115 direct aan het agrarische bouwvlak. De veehouderij Tweede Wittedijk 8 wordt derhalve niet belemmerd als gevolg van het toevoegen van de compensatiewoning langs de Eerste Wittedijk op een afstand van slechts 30 meter van de veehouderij. De bestaande woning Nieuwevaart 115 is namelijk bepalend voor de mogelijkheden van de veehouderij.
De beoogde compensatiewoning komt op een grotere afstand te liggen en vormt derhalve geen belemmering voor de mogelijkheden van de veehouderij. Nieuwevaart 83-85 Voor de productiegerichte paardenhouderij Nieuwevaart 83-85 grenzen zowel de woning Nieuwevaart 81a als de (bedrijfs)woning Nieuwevaart 89 direct aan het agrarische perceel/bestemmingsvlak. De afstand tussen de woningen en de dichtstbijzijnde stal bedraagt ten opzichte van de Nieuwevaart 81a, 14 meter en ten opzichte van de Nieuwevaart 89, 20 meter. Kortom, het bedrijf Nieuwevaart 83-85 wordt niet belemmerd als gevolg van de herbestemming omdat zowel woning 81a als ook de (bedrijfs)woning 89 als maatgevend hindergevoelig object ten opzichte van het naastgelegen bedrijf worden gezien. Het wijzigen van de bestemming naar burgerwoning maakt dit niet anders. Dit betekent dat het toevoegen van de compensatiewoningen binnen een straal van 50 meter, geen belemmering vormt voor de veehouderij Nieuwevaart 83-85, omdat zij niet door de beoogde ontwikkeling wordt belemmerd.
NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01
Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle
|57
Nieuwevaart 81a Voor de veehouderij Nieuwevaart 81a grenst de burgerwoning Nieuwevaart 81 direct aan het agrarische bouwvlak. De afstand tussen de veehouderij en de (bedrijfs)woning Nieuwevaart 89 bedraagt 35 meter. Kortom, het bedrijf Nieuwevaart 81a wordt niet belemmerd als gevolg van de herbestemming omdat zowel woning 81 als ook de (bedrijfs)woning 89 een hindergevoelig object is ten opzichte van het naastgelegen bedrijf. Het wijzigen van de bestemming naar burgerwoning maakt dit niet anders. Dit betekent dat het toevoegen van de compensatiewoningen binnen een straal van 50 meter, geen belemmering vormt voor de veehouderij Nieuwevaart 81a, omdat zij niet door de beoogde ontwikkeling wordt belemmerd. Bijgebouwen buiten het bouwvlak binnen de woonbestemming ‘Wonen-AG’ Voor de bijgebouwen buiten het bouwvlak binnen de woonbestemming ‘Wonen-AG’ is in de regels opgenomen dat deze bijgebouwen enkel mogen worden gebruikt voor opslag en stalling, zodat deze niet als geurgevoelig object zijn te beschouwen en derhalve geen belemmering zullen vormen. Aanvaardbaar woon- en leefklimaat Om te bepalen of ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat wordt gebruik gemaakt van de kaart ‘Achtergrondbelasting Geur’ van de Omgevingsdienst ZuidoostBrabant. Als bronbestand is een export van het bestand veehouderijen Brabant genomen (maart 2022).
Op deze kaart is de achtergrondbelasting, veroorzaakt door de aanwezigheid van intensieve veehouderijen, opgenomen in odour units per kubieke meter. De achtergrondbelasting is berekend als de sommatie van alle individuele bijdragen van de afzonderlijke veehouderijen op een punt. Deze punten zijn regelmatig verdeelt over de regio met een onderlinge afstand van 100 meter geplaatst. Het plangebied is gelegen in ‘Niet-concentratiegebied, buiten bebouwde kom’. Ter plaats geldt een maximum toegestane geurbelasting van 8,0 OUe/m3. De compensatiewoning langs de Nieuwevaart en de twee (bedrijfs)woningen Nieuwevaart 89 en 93 liggen in een gebied met een goede (3 – 7 OUe/m3) kwaliteit leefomgeving. De compensatiewoning langs de Eerste Wittedijk ligt in een gebied met een zeer goede kwaliteit leefomgeving (0 – 3 OUe/m3). De norm voor niet-concentratie, buiten bebouwde kom van 8 OUe/m3, wordt niet overschreden. Gesteld kan worden dat sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat ter plaatse van de vier woningen.
NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01
Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle
|58
Kaart Achtergrondbelasting geur (plangebied zwart omcirkeld, compensatiewoningen ter plaatse van rode ster, (bedrijfs)woningen ter plaatse van blauwe ster), bron: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, maart 2022
Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.6
Luchtkwaliteit
Door de uitstoot van uitlaatgassen door onder andere de industrie en het verkeer komen schadelijke stoffen in de lucht. Vooral langs drukke wegen kunnen de concentraties van verschillende stoffen zo hoog zijn dat deze de gezondheid kunnen aantasten. Om te voorkomen dat de gezondheid wordt aangetast door luchtverontreiniging dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden te worden met de luchtkwaliteit ter plaatse. De belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Titel 5.2 Wet milieubeheer handelt over luchtkwaliteit, daarom staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Met de 'Wet luchtkwaliteit' en bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen, wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De 'Wet luchtkwaliteit' voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het ‘Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)’. In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate’
NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01
Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle
|59
(NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Het begrip NIBM is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor stikstofdioxide en fijnstof. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. De vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof zijn in de navolgende tabel weergegeven. Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)
Toetsing van Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3
Onderzoek Huidige situatie Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) is de concentratie PM2,5 in 2020 tussen de 1012 μg/ m3, is de concentratie PM10 in 2020 tussen de 18-20 μg/ m3 en de concentratie NO2 in 2020 is gelegen tussen de 15-20 μg/ m3. Op basis van de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse hiermee ruimschoots voldoende. Toekomstige situatie De regeling NIBM geldt onder andere voor woningbouwlocaties die in het geval van één ontsluitingsweg niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvatten. Bij twee ontsluitingswegen mogen uitbreidingslocaties niet meer dan 3.000 woningen bevatten. De realisatie van twee extra woningen draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hetgeen betekend dat nader onderzoek naar de luchtkwaliteit niet noodzakelijk is. Daarbij worden de bedrijfsactiviteiten van het rundveebedrijf beëindigd. Hierdoor neemt het aantal verkeersbewegingen (met zwaar verkeer) naar het voormalig rundveebedrijf af, waardoor de luchtkwaliteit ter plaatse zal verbeteren. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01
Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle
|60
5.7
Bodemkwaliteit
Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting mogelijk is, moet ten minste een verkennend bodemonderzoek verricht worden. Onderzoek Door Aeres Milieu is een verkennend bodemonderzoek 6 uitgevoerd. Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740 en NEN 5707. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel. Het rapport is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de locatie Nieuwevaart 89 en 93 (deellocatie A) als “verdacht” beschouwd. Gelet op eerdere onderzoeksresultaten en de bedrijfsmatige activiteiten op de locatie worden verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK in de bovengrond verwacht. De grond en het grondwater ter plaatse van de bovengrondse dieselolietanks en olieopslag in de meest zuidelijke stal wordt als verdacht beschouwd op het voorkomen van minerale olie en/of vluchtige aromaten. In de onderzoeksopzet is hiermee rekening gehouden.
Op basis van de uitgevoerde veldinspectie dient de locatie Nieuwevaart 89 en 93 als verdacht beschouwd te worden op het voorkomen van asbest in de bodem (bovengrond). De dakbedekking van enkele stallen bestaat uit asbestverdachte golfplaten. Onder asbestdaken zonder goot of in de buurt van kapotte afvoerpunten kunnen asbesthoudende deeltjes en asbestvezels van verwerende dakplaten met afstromend regenwater op de bodem terecht komen. De locatie aan de Eerste Wittedijk (deellocatie B) is als “onverdacht” beschouwd. Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740. Conform de onderzoeksstrategie is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hieruit volgen de volgende conclusies: Deellocatie A, Nieuwevaart 89 en 93 Geconcludeerd kan worden dat de licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK in de bovengrond en licht verhoogde gehalten aan zware metalen in het freatisch grondwater in overeenstemming zijn met de hypothese dat de locatie als verdacht beschouwd dient te worden. Het uitvoeren van een nader bodemonderzoek is gelet op de aangetoonde concentraties echter niet noodzakelijk.
6 Aeres Milieu B.V., Verkennend bodemonderzoek Nieuwevaart 89, 93 e.o. te Sprang-Capelle, projectnr. AM21122, 22 juni 2021
NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01
Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle
|61
De hypothese verdacht voor de grond en het grondwater ter plaatse van bovengrondse dieselolietanks en olieopslag is onterecht. In de geanalyseerd grond- en grondwatermonsters zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. De resultaten van het onderzoek naar asbest in bodem zijn deels in overeenstemming met de hypothese verdacht. Op zowel het maaiveld als in de grove is geen asbest aangetroffen/ aangetoond. In twee mengmonsters (fijne fractie) is analytisch asbest aangetoond. In beide mengmonsters betreft het een concentratie beneden het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.). Deellocatie B, Eerste Wittedijk ong. Geconcludeerd kan worden dat de analyseresultaten van de grondmengmonsters in overeenstemming zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. Het licht verhoogde gehalte aan koper in het freatisch grondwater is in tegenspraak met de hypothese onverdacht. Het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek is gelet op de aangetroffen component en gemeten concentratie niet noodzakelijk. Conclusie De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de beoogde voorgenomen planontwikkeling (bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw).
Het uitgevoerde bodemonderzoek is bij deellocatie A niet voldoende voor de aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen, omdat het bodemonderzoek voor de sloop van de bestaande bebouwing is uitgevoerd. Na de sloop van de gebouwen zal een aanvullend onderzoek van de bovengrond uitgevoerd moeten worden om aan te tonen dat de bodem niet verontreinigd is door het slopen.
NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01
Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle
|62
5.8
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat hierbij om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en water en door buisleidingen. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico's Zware Ongevallen), LPG-tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is in het Bevi gedefinieerd als het "risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is".
Het groepsrisico is gedefinieerd als de "cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m 2 en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties (PR-contour). Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming. Besluit externe veiligheid transportroutes Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wgvs).
Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet milieubeheer (Wm). Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijke besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht.
NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01
Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle
|63
Besluit externe veiligheid buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingplannen zijn: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringenstroken met een aanlegvergunningenstelsel. Inventarisatie risicobronnen Voor de inventarisatie van de risicobronnen is gebruik gemaakt van de risicokaart van de provincie Noord-Brabant. Inrichtingen Binnen of direct grenzend aan het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Transport over wegen Uit onderzoek uit 2018, in het kader van het ‘project vervoer gevaarlijke stoffen’ door de OMWB, blijkt dat het initiatief binnen het invloedsgebied valt van de transportbewegingen met gevaarlijke stoffen die over de Nieuwevaart en de Eerste Wittedijk te verwachten zijn. Gezien de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van de Nieuwstraat en de Eerste Wittedijk dient getoetst te worden aan artikel 7 van het Bevt.
Op grond van artikel 7 van het Bevt moet in dergelijke gevallen worden ingegaan op de mogelijkheden voor: • De bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroute en; • De zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied. Aangezien het planvoornemen niet voorziet in en ontwikkeling waarbij sprake is van een toename van meer dan 10 personen en/of niet-zelfredzame personen in de zogenaamde blauwe zone (zone 30-200/750 m) kan volstaan worden met een standaard verantwoording en standaardbrief van de Veiligheidsregio Midden- en West Brabant. Het standaardadvies inclusief de standaardverantwoording van het groepsrisico7 is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Transport over water In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen vaarwegen aanwezig die een beperking vormen in het kader van externe veiligheid. Transport over het spoor In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen spoorwegen aanwezig die een beperking vormen in het kader van externe veiligheid. Transport per buisleiding Op circa 850 meter van het plangebied ligt een aardgasbuisleiding van de Gasunie (Z-517-01). Op grond van de circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen kunnen transportroutes op meer
7 Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant., Standaardadvies 2020, Referentie U.031771, 23 december 2020
NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01
Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle
|64
dan 200 meter van het plangebied buiten beschouwing blijven. Binnen een afstand van 200 meter van de planlocatie vindt geen transport van gevaarlijke stoffen per buis plaats.
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.9
Technische infrastructuur
Leidingen die planologisch van belang zijn dienen te worden opgenomen in het bestemmingsplan. In woongebieden liggen vaak meerdere transportleidingen die van groot belang zijn voor de drinkwatervoorzieningen van een gebied. Als gevolg van het steeds intensiever gebruik van de openbare ruimte vormt de ligging van het transportnet een aandachtspunt bij diverse planvormingen voor infrastructuur, woningbouw, kantoorlocaties, etc. Om te voorkomen dat in een vrij laat stadium de aanwezigheid van de leidingen wordt geconstateerd, wordt preventief informeren als geschikt middel gezien. Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante watertransportleidingen aanwezig. In verband met eventuele (grond)werkzaamheden is het tevens van belang de ligging van planologisch relevante gasleidingen in bestemmingsplannen aan te geven. Binnen het plangebied zijn echter geen relevante gasleidingen aanwezig. Conclusie Het aspect technische veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01
Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle
|65
6.
JURIDISCHE ASPECTEN
6.1
Inleiding
De juridische aspecten bestaan uit een verbeelding en planregels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van juridische vertaling in planregels van de voor het plangebied gewenste functionele en stedenbouwkundige ontwikkeling. Bij het opstellen van de verbeelding en de planregels is uitgegaan van de bepalingen uit het Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012).
6.2
Algemene toelichting verbeelding
Op de verbeelding is met behulp van de in de SVBP2012 bepaalde methode de bestemming van de gronden aangegeven. De bijbehorende bepalingen zijn vervolgens opgenomen in de planregels. De verbeelding visualiseert de planregels.
6.3
Algemene toelichting planregels
De planregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels, dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel ‘begrippen’ waarin wordt toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is ‘wijze van meten’ waarin wordt toegelicht hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten. 2.
Bestemmingsregels, in dit hoofdstuk worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen nader verklaard. Hierin wordt onder andere de maximale bebouwingshoogte bepaald.
3.
Algemene regels, in dit hoofdstuk worden regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming.
4.
Overgangs- en slotregels, binnen de overgangsbepalingen wordt geregeld dat met het bestemmingsplan strijdige bouwwerken en plannen welke bestaan ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan mogen worden uitgevoerd, mits er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel wordt de officiële naam van het bestemmingplan genoemd, welke moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.
6.4
Toelichting bestemmingen
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel wordt een aantal in het plan gebruikte begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van de begrippen beperkt en daarmee de duidelijkheid en rechtszekerheid van het plan vergroot.
NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01
Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle
|66
Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen, (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, extensief dagrecreatief medegebruik en het behoud, herstel en ontwikkeling van landschap-, natuur- en cultuurhistorische waarden in het algemeen en in het bijzonder voor beslotenheid. Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd. Artikel 4 Natuur De voor ‘Natuur’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van de landschap-, natuur- en cultuurhistorische waarden, (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en extensief dagrecreatief medegebruik. Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd. Ten behoeve van de vigerende woonbestemming Eerste Wittedijk 6 wordt op perceelnummer 671 (ged.) binnen de natuurbestemming het medegebruik voor de functie wonen toegestaan. Voor dit gedeelte van het plangebied (625 m2) wordt hiertoe de functieaanduiding ‘specifieke vorm van natuur – medegebruik wonen’ opgenomen.
Artikel 5 Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen woningen, water en waterhuishouding. Deze gronden mogen uitsluitend worden bebouwd met erf- of terreinafscheidingen, mits de bouwhoogte niet meer draagt dan 2 meter. Artikel 6 Wonen – AG De voor ‘Wonen – AG’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, compensatiewoningen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – compensatiewoning’, beroepsmatige activiteiten in het hoofdgebouw, één grondgebonden woning per bouwperceel, tuinen en erven, (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en groenvoorzieningen. Het gebruiken of laten gebruiken van de gronden met de bestemming 'Wonen - AG' ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – compensatiewoning’ is uitsluitend toegestaan indien de agrarische bedrijfsbebouwing aan de Nieuwevaart 89 en 93 is gesloopt. Voor het bouwen van woningen geldt dat per bouwvlak maximaal één vrijstaand hoofdgebouw is toegestaan. De inhoud van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 600 m 3. De goot- en bouwhoogte bedraagt maximaal zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte’ en ‘maximum bouwhoogte’. Daarnaast zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak bijgebouwen toegestaan.
Binnen het bouwvlak gelden de maximale contouren zoals aangegeven bij de bouwregels voor woningen. Buiten het bouwvlak mag de totale oppervlakte van bijgebouwen per bouwperceel maximaal 70 m2 bedragen met een maximale goot- en bouwhoogte van
NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01
Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle
|67
respectievelijk 3,1 en 5 meter. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' dient de voorgevel van het hoofdgebouw als dove gevel te worden uitgevoerd. Het voorstaande geldt niet voor de twee voormalige bedrijfswoningen Nieuwevaart 89 en 93. Voor deze percelen geldt dat maximaal 50% van het overtollige te slopen oppervlak aan bestaande (agrarische) gebouwen mag worden teruggebouwd en/of in stand worden gelaten tot een totaal aan bijgebouwen van maximaal 200 m2 buiten het bouwvlak met een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 7 meter. Dit wordt juridisch-planologisch gewaarborgd middels de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – maximaal 200 m2 bijgebouwen’. Artikel 7 Waarde – Archeologie De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbelteregel In dit artikel is een regel opgenomen die voorkomt dat een al verleende bouwvergunning meegenomen wordt bij de beoordeling van latere bouwplannen.
Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Op basis van dit artikel kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de bestemmingsregels en toestaan dat een bouwvlak, aanduidingsvlak en/of bestemmingsvlak wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft. Artikel 10 Parkeerregelgeving In dit artikel zijn de regels opgenomen die voorkomen dat een gebruiksverandering en/of verleende omgevingsvergunning leidt tot onvoldoende ruimte voor het parkeren en/of laden en lossen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit in werking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Artikel 12 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald.
NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01
Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle
|68
7.
UITVOERBAARHEID
7.1
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Besluit ruimtelijke ordening dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De ontwikkelingen betreffen een particulier initiatief. Voor de bouw en exploitatie van het beoogde initiatief wordt een overeenkomst opgesteld tussen de initiatiefnemer en de gemeente ten behoeve van de kosten. Hiermee wordt het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft geen exploitatieplan conform Wro te worden opgesteld.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het voorontwerpbestemmingsplan heeft in het kader van de inspraak met ingang van 7 oktober 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Een ieder is gedurende deze termijn in de gelegenheid gesteld een reactie op het voorontwerpbestemmingsplan in te dienen. Tevens is op 10 november 2021 namens de initiatiefnemer een informatiebijeenkomst georganiseerd in Zidewinde aan de Julianalaan in Sprang-Capelle. De Nota van inspraak, vooroverleg en ambtelijke wijzigingen is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Het ontwerpbestemmingsplan is vanaf 17 februari 2022 6 weken ter inzage gelegd. Er zijn zienswijzen ingediend. Deze zijn beantwoord in de Nota zienswijzen, die als bijlage bij de toelichting is opgenomen. Het bestemmingsplan is op 29 september vastgesteld. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan, samen met het besluit tot vaststelling hiervan, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
NL.IMRO.0867.BPNieuwevaart8993-VA01
Bestemmingsplan Nieuwevaart 89-93 e.o. Sprang-Capelle