Bijlage 1 Toelichting
Tekst van het document
Bodem Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Doorwerking plangebied Het plangebied was tot de jaren 50 van de vorige eeuw een binnenpolder met een intensief slotenstelsel voor afvoer van water. Noordelijk staan deze sloten in verbinding met de “Loint” wetering/rivier. Deze “Loint” bevindt zich net ten zuiden van de Grotestraat waaraan zich vanaf eind 19e eeuw leerlooierijen vestigden. Chroom houdend afvalwater werd veelal geloosd op deze Loint. Vermoedelijk is bij het periodieke onderhoud van de sloten met chroom verontreinigd baggerslib op de belendende percelen aangebracht. In de jaren zestig is het terrein bouwrijp gemaakt en ontwikkeld. In 1968 (BAG Viewer) is het ziekenhuispand gebouwd.
Hierbij zijn vermoedelijk de sloten gedempt en is het terrein geëgaliseerd. In de jaren ’90 is aan de
Waalwijk, ETZ-terrein
58
oostkant van het pand uitgebouwd en is een overloop richting het hoofdgebouw gerealiseerd. In 2003 is door Inpijn Blokpoel een verkennend bodemonderzoek verricht op de locatie (kenmerk MB-5057). In 2021 is door Geofoxx een verkennend bodemonderzoek verricht op de locatie. Bij dit onderzoek is een heterogene verontreiniging met chroom aangetroffen in zowel de bovenals de ondergrond. Het grondwater was bij 1 peilbuis sterk verontreinigd met chroom (projectnummer 20201545/WHOF, februari 2021). In figuur 5.8 is de verontreinigingssituatie van chroom in de bovengrond aangegeven. Tevens zijn de voormalige sloten ingetekend.
Figuur 5.8 Locatie met verontreinigingssituatie en gedempte sloten
Op het oostelijk aangrenzend terrein is in 1995 een onderzoek uitgevoerd, waarbij een sterke chroomverontreiniging is aangetroffen. Deze verontreiniging is in 1996 grotendeels gesaneerd. In het kader van de voorgenomen ontwikkelingsplannen is aanvullend onderzoek in het voorkomen van de chroomverontreiniging gewenst om hier eventuele saneringsmaatregelen op af te stemmen. In 2023 is door Wematech Bodem Adviseurs B.V een nader bodemonderzoek (fase 1) verricht op de locatie. Doel van fase 1 van het nader onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de mate van heterogeniteit van de chroomverontreiniging in de bodem en op basis hiervan de contouren van de verontreiniging te kunnen bepalen. Centraal deel rondom boring B04 (verkennend onderzoek) Geconcludeerd wordt dat de chroomverontreiniging rond voormalige boring B04 uitpandig in voldoende mate in beeld is gebracht. De verontreiniging blijkt zich te concentreren rondom boring B04. In de omliggende boringen is de grond maximaal licht verontreinigd met chroom. Het grondwater nabij boring B04 is licht verontreinigd met chroom. De sterke chroomverontreiniging bij boring B04 is aanwezig in de bodemlaag 100-150 cm-mv. Gezien de resultaten van de inkaderende boringen is
Waalwijk, ETZ-terrein
59
hier naar verwachting sprake van een beperkte spot met chroom met een sterk verontreinigd volume van circa 15-20 m3. Oostelijk terreindeel De verontreiniging aan de oostkant van het terrein is verder in kaart gebracht door middel van uitpandige boringen. Geconcludeerd wordt dat de chroomverontreiniging op nagenoeg het gehele oostelijke terrein (uitpandig) is aangetroffen. De sterke chroomverontreiniging is relatief heterogeen in de verschillende bodemlagen aanwezig tot plaatselijk 200 cm-mv. Gesteld wordt dat hier sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarbij de volledige omvang tot aan de achtergrondwaarde zowel uitpandig als inpandig nog niet in beeld is gebracht. Onder het pand is een kruipruimte aanwezig van circa 1,5 m hoogte. De onderkant van de vloer ligt dan op circa 2 mmv, waardoor de verwachting is dat onder het pand geen of nauwelijks verontreiniging met chroom aanwezig is. De totale uitpandige oppervlakte met sterke chroomverontreinigingen bedraagt circa 2.900 m2 met een laagdikte variërend van 0,5 m tot 2 m. Het grondwater in de inkaderende peilbuizen (rondom B07 uit onderzoek Geofoxx) is licht verontreinigd met chroom. Naar verwacht is hier geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging voor wat betreft grondwater.
Op basis van de uitgevoerde risicobepaling van het geval van bodemverontreiniging wordt geconcludeerd dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, welke niet met spoed hoeft te worden gesaneerd. Gedempte sloten Bij de uitgevoerde grondboringen zijn geen aanwijzingen verkregen dat de voormalige sloten zijn gedempt met andere grond dan gebiedseigen grond. Algemeen Op basis van het historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling van de grond en de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek wordt gesteld dat binnen de contouren van het geval van verontreiniging beperkingen gelden. Er mogen namelijk geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden binnen het geval van ernstige bodemverontreiniging zonder melding aan en instemming van het bevoegd gezag. De aangetroffen bijmengingen met beton dienen in principe aangemerkt te worden als zijnde asbestverdacht. Bij het verkennend onderzoek in 2021 is ook op en nabij vergelijkbare plaatsen bijmengingen met puin aangetroffen. De grond met bijmengingen zijn onderzocht op asbest en er is geen asbest aangetoond. De bijmengingen kunnen gezien worden als niet zijnde asbestverdacht. Geadviseerd wordt om ter plaatse van de spot nabij de voormalige boring B04 en de verontreiniging op het oostelijk terreindeel (sanerings)maatregelen te nemen in combinatie met de voorgenomen bouwplannen.
Voorafgaand aan de saneringswerkzaamheden dient een saneringsplan ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Na ontvangst van de instemming van het bevoegd gezag kunnen de (sanerings)maatregelen worden genomen. Conclusie Het aspect ‘Bodem’ vormt geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling.
Waalwijk, ETZ-terrein
60
Externe veiligheid Toetsingskader Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportleidingen (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico's dienen te worden beoordeeld op basis van twee criteria, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels en restaurants. Risicovolle activiteiten In het kader van het plan moet bekeken worden of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan.
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico dienen andere kwalitatieve aspecten te worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.
Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. De gemeente Waalwijk heeft een eigen beleidsvisie externe veiligheid. Daar waar van toepassing wordt naar deze beleidsvisie verwezen. Doorwerking plangebied Er is door Kragten een quickscan Externe Veiligheid uitgevoerd. De belangrijkste conclusies worden samengevat in de bijlagen van onderhavige toelichting. De volledige rapportage is opgenomen in de bijlagen van onderhavige toelichting.
Waalwijk, ETZ-terrein
61
Transport over waterwegen Het maximale invloedsgebied van gevaarlijke stoffen die over water vervoerd worden bedraagt 1.070 meter (GT3-stoffen). Binnen een afstand van 1.070 meter van het plangebied bevindt zich geen waterweg waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over waterwegen vormen geen belemmeringen voor de planvorming. Transport over wegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg zijn uitsluitend de transportassen van belang waar structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In beginsel zijn dit A- en N-wegen. De voor het plan relevante wegen, binnen 4 km rondom het plangebied, zijn A59 en N261. De ligging van deze wegen is weergegeven in de figuur 5.9.
Figuur 5.9 Omliggende wegen (bron: PDOK)
Rijksweg A59 Het plangebied ligt op ruim 500 meter afstand van de rijksweg A59 (wegvak B17). Deze weg is opgenomen in het Basisnet. Deze weg kent geen plaatsgebonden risico PR 10-6 en ook geen PAG2 waardoor deze aspecten geen belemmeringen vormen voor het plan. Aangezien het plangebied op meer dan 200 meter van de weg is gelegen, hoeft de invloed van de planvorming op de hoogte van het groepsrisico niet kwantitatief inzichtelijk gemaakt te worden. Op grond van de “zone indeling standaard verantwoording groepsrisico” uit de standaard verantwoording van de gemeente Waalwijk, ligt het plan binnen de grijze zone.
Waalwijk, ETZ-terrein
62
De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over deze weg dienen meegenomen te worden in de standaard verantwoording van het groepsrisico, waarbij gebruik gemaakt mag worden van het standaardadvies van de Veiligheidsregio. Provinciale weg N261 Het plangebied ligt op circa 600 meter afstand van de provinciale weg N261 (wegvak B46). Deze weg is niet opgenomen in het Basisnet. Ook deze weg kent geen plaatsgebonden risico PR 10 -6 en geen PAG waardoor deze aspecten geen belemmeringen vormen voor het plan. Aangezien het plangebied op meer dan 200 meter van de weg is gelegen, hoeft de invloed van de planvorming op de hoogte van het groepsrisico niet kwantitatief inzichtelijk gemaakt te worden. Op grond van de “zone indeling standaard verantwoording groepsrisico” uit de standaard verantwoording van de gemeente Waalwijk, ligt het plan binnen de grijze zone als gevolg van een transportroute. Conform de matrix van het ‘Toepassingsgebied standaard verantwoording Waalwijk’ dienen de risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over deze weg meegenomen te worden in de standaard verantwoording van het groepsrisico, waarbij gebruik gemaakt mag worden van het standaardadvies van de Veiligheidsregio.
Transport over het spoor Binnen een straal van 4 kilometer rondom het plangebied zijn geen spoorlijnen aanwezig waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor vormt geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Buisleidingen Eventuele risico’s van buisleidingen zijn pas relevant indien de effecten van een ongeval het plangebied kan overschrijden. Om inzicht te krijgen in de bandbreedte van het invloedsgebied van buisleidingen is het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen-Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen (geac-tualiseerde versie 2016) geraadpleegd, waarin uit tabel 5.1 1%-letaliteitsgrens bij hogedruk aardgastransportleidingen blijkt dat de grootst mogelijke 1%-letaliteitsafstand van een buisleiding 580 meter bedraagt. Voor plannen op méér dan 580 meter afstand van een buisleiding kan dan ook worden geconcludeerd dat geen beperkingen gelden voor het plan; de berekening van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico is dan niet aan de orde.
Waalwijk, ETZ-terrein
63
Figuur 5.10 Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van buisleidingen (bron: Atlas Leefomgeving)
Op basis van de Atlas Leefomgeving is geconstateerd dat binnen 580 meter rondom het plangebied enkele buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Onderstaand wordt de ligging van het plangebied ten opzichte van deze leidingen weergegeven. In de tabel 5.3 zijn de relevante gegevens van de buisleidingen samengevat. Tabel 5.3:
Buileidingen
Buisleiding
Druk
Diameter
100% diameter
1% letaliteit
Afstand tot plan
Z-517-12
40 bar
6 inch
50 meter
70 meter
Ca. 300 meter
VE-5801WWS-10-S
0,43 bar
10 inch
60 meter
120 meter
Ca. 570 meter
Uit de bovenstaande tabel blijkt dat de invloedsgebieden van de buisleidingen niet reiken tot over het plangebied. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleiding vormt geen aandachtspunt voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.
Waalwijk, ETZ-terrein
64
Inrichtingen Met behulp van de signaleringskaart is bepaald of het plangebied binnen de plaatsgebonden risicocontouren, dan wel invloedsgebieden van omliggende risicovolle inrichtingen is gelegen. In de uitsnede in figuur 5.11 is de ligging van relevante inrichtingen in de omgeving van het plangebied weergegeven. Hieruit blijkt dat het plangebied in de nabijheid van diverse risicovolle bedrijven is gelegen.
Figuur 5.11 Ligging inrichtingen ten opzichte van het plan (rode cirkel) (bron: Atlas Leefomgeving)
Stahl Europe BV Op circa 725 meter van het plangebied is, aan de Sluisweg 10, de inrichting Stahl Europe BV gelegen. Binnen deze inrichting worden chemische producten vervaardigd. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van deze inrichting.
Waalwijk, ETZ-terrein
65
Conform de informatie van de Omgevingsdienst is uit berekeningen (d.d. 15-02-2015) gebleken dat de oriëntatiewaarde van de hoogte van het groepsrisico niet wordt overschreden. Door de Omgevingsdienst is voor inrichtingen een invloedsgebied van 750 meter vanaf de Brzo inrichting vastgesteld (blauwe zone). Uit figuur 5.12 blijkt dat het plan voor een zeer klein gedeelte binnen dit invloedsgebied ligt.
Figuur 5.12 Ligging plangebied t.o.v. blauwe zone (bron: Van Aken)
Op grond van de beperkte omvang die binnen het invloedsgebied ligt, is het niet aannemelijk dat de planvorming een significante invloed heeft op de hoogte van het groepsrisico. Aangezien het plan binnen de blauwe zone ligt, is conform de matrix van het ‘Toepassingsgebied standaard verantwoording Waalwijk’ een maatwerkverantwoording noodzakelijk. Hiervoor wordt advies gevraagd aan de Veiligheidsregio tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. DSM NeoResins BV Op circa 1.000 meter van het plangebied is, aan de Sluisweg 12, de inrichting DSM NeoResins BV gelegen. Binnen deze inrichting worden eveneens chemische producten vervaardigd. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van deze inrichting. Aangezien deze inrichting op meer dan 750 meter van het plangebied is gelegen, ligt het plangebied buiten het invloedsgebied van deze inrichting. Op grond van de “zone indeling standaard verantwoording groepsrisico” uit de standaard verantwoording, ligt het plan wel binnen de grijze zone. Conform de matrix van het ‘Toepassingsgebied standaard verantwoording Waalwijk’ kan in de grijze zone volstaan worden met een standaard verantwoording van het groepsrisico, waarbij gebruik gemaakt mag worden van het standaardadvies van de Veiligheidsregio. Verantwoording groepsrisico In deze paragraaf is de beknopte verantwoording van het groepsrisico weergeven.
De volledige rapportage is opgenomen in de bijlagen van onderhavige toelichting. Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen zijn getroffen om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag.
Waalwijk, ETZ-terrein
66
Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten verplicht het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) geeft de regionale brandweer/Veiligheidsregio een wettelijke adviestaak bij het invullen van de verantwoordingsplicht. Het advies van de regionale brandweer/Veiligheidsregio gaat vooral over het groepsrisico en mogelijkheden om een ramp of zwaar ongeval te voorkomen of de omvang ervan te beperken en de zelfredzaamheid van personen te vergroten. Bevi – Stahl Europe BV Het plan omvat de realisatie van woningen en een regionaal gezondheidscentrum, die voor een klein gedeelte gelegen zijn binnen het invloedsgebied van Stahl Europe BV (hierna: Stahl). Het invloedsgebied van inrichtingen is door de Omgevingsdienst vastgesteld op 750 meter vanaf de Brzo inrichting. Aangezien slechts een klein gedeelte binnen dit invloedsgebied ligt, is het niet aannemelijk dat het plan een significante invloed heeft op de personendichtheid binnen het invloedsgebied. Voor de inrichting Stahl zijn 2015 berekeningen uitgevoerd waaruit blijkt dat de oriëntatiewaarde van de hoogte van het groepsrisico niet wordt overschreden.
Gezien de afstand en het feit dat slechts een zeer klein gedeelte binnen het invloedsgebied is gelegen, is het niet aannemelijk dat de planontwikkeling een significante invloed heeft op de hoogte van het groepsrisico. Voor de inrichting Stahl betekent de planvorming geen wijziging van de bereikbaarheid of de benodigde bluswatercapaciteit tot gevolg nabij de inrichting. Bij een calamiteit bij Stahl kunnen toxische stoffen vrijkomen. De gebouwen binnen het plangebied dienen derhalve voldoende luchtdicht te zijn. Gezien het feit dat het nieuwbouw betreft, is hier op grond van de vigerende bouwregelgeving voldoende aandacht voor. Bovengenoemde punten ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid dienen voor advies te worden voorgelegd aan de regionale Brandweer dan wel de Veiligheidsregio. De aanvullende adviezen van de brandweer of veiligheidsregio dient de gemeente Waalwijk mee te wegen in haar besluitvorming. Standaard verantwoording gemeente Waalwijk 2018 Groepsrisico Het groepsrisico als gevolg van het bedrijf Stahl Europe BV is gedaald tot net onder de oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft bij verlening van een revisievergunning hieraan de nodige aandacht geschonken en door aanscherping van de uitgangspunten voor het stikstofpercentage en herstel van een fout in de modellering van de bevolking is het groepsrisico gedaald tot onder de oriëntatiewaarde.
Daarnaast blijkt het invloedsgebied aanmerkelijk kleiner dan oorspronkelijk. Het groepsrisico als gevolg van overige risicobronnen ligt in alle gevallen (ruim) onder de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico van de A59 en de N261 zijn gelegen onder de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico. Het hoogste groepsrisico van de A59 ligt ter hoogte van de kern Waalwijk en bedraagt maximaal 0.48 x de oriën-
Waalwijk, ETZ-terrein
67
tatiewaarde. Het groepsrisico ten aanzien van de N261 bedraagt op basis van het toekomstig vervoer maximaal 0,11 x OW bedraagt. In de overige gevallen ligt het groepsrisico als gevolg van wegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt ruim onder de oriëntatiewaarde. Het plangebied waarop deze standaard verantwoording van toepassing is, ligt op een dusdanige afstand van een risicobron, dat de ruimtelijke ontwikkeling, ook indien sprake is van toename van het aantal aanwezigen, niet leidt tot een relevante toename van het groepsrisico. Voor de hogedruk aardgas buisleidingen is door de Omgevingsdienst Midden- en West Brabant in 2017 een geactualiseerde kwantitatieve risicoanalyse (QRA) uitgevoerd. Hieruit blijkt dat voor alle aardgasleidingen het groepsrisico is gelegen (ruim) onder de oriëntatiewaarde. Tegelijkertijd is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd voor de gehele gemeente. Bij deze berekeningen is binnen het invloedsgebied van deze buisleidingen gevarieerd met personendichtheden. Uit deze gevoeligheidsanalyse blijkt dat bij een ruimtelijke ontwikkeling op en rond een buisleiding uitgaande van een personendichtheid van 150 p/ha en een oppervlak van 4 ha het groepsrisico niet boven de 0.1 maal de orientatiewaarde komt te liggen. Voor één aardgasleiding gelegen op Haven 1 t/m 6 leidt beschreven ontwikkeling tot het bereiken van de oriëntatiewaarde.
Hieruit kan worden geconcludeerd dat ruimtelijke ontwikkelingen in vrijwel alle gevallen niet tot een relevante toename van het groepsrisico (door hogedrukaardgasleidingen) zal leiden met uitzondering van substantiële grote ontwikkelingen op het Industrieterrein Haven 1 t/m 6. Mogelijk te treffen maatregelen ter verbetering van de zelfredzaamheid Afsluitbare mechanische ventilatie bij toxisch scenario De Veiligheidsregio adviseert in nieuwe bouwwerken een afsluitbare mechanische ventilatie toe te passen. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor de detaillering van gevels, ramen en kozijnen, zodat deze goed luchtdicht zijn uitgevoerd. De detaillering van gevels, ramen en kozijnen volgt uit het Bouwbesluit 2012. Belangrijk is het controleren van een juiste uitvoering hiervan tijdens de bouw. Het toepassen van een afsluitbare mechanische ventilatie kan niet middels het Bouwbesluit worden afgedwongen. Om de toepassing hiervan te bevorderen wordt hierover actief gecommuniceerd met initiatiefnemers van bouwprojecten. Risicocommunicatie De Veiligheidsregio adviseert om actief te communiceren met gebruikers/bewoners van het invloedsgebied over de risico’s en mogelijk te nemen maatregelen. Dit vraagt om een actief beleid op het gebied van risicocommunicatie. Bij de gemeente is een centraal aanspreekpunt voor vragen die burgers en bedrijven hebben over risico’s.
Op het gebied van risicobeheersing stelt de Veiligheidsregio in haar beleidsplan zich ten doel extra inspanningen te verrichten op het gebied van risicocommunicatie. Samen met de andere Brabantse Veiligheidsregio’s wordt hiervoor een plan ontwikkelt, waarbij gemeenten nadrukkelijk worden betrokken. De gemeente Waalwijk organiseert jaarlijks in samenwerking met de VGR een brandpreventieweek, waarbij met name particulieren en instellingen en scholen met beperkt zelfredzame personen de doelgroepen zijn. Daarnaast is via de website van Waalwijk alle noodzakelijke informatie voor zelfredzaamheid op een eenvoudige manier te vinden. Omdat de brandweer de laatste jaren van een repressieve aanpak (brandbestrijding) naar een preventieve aanpak (brand voorkomen) gaat, is het belangrijk dat de burgers zelf bewust worden van het gevaar van brand en waar nodig ook de kennis hebben om in te grijpen. De laatste stap in dit proces is het bevorderen van de samenwerking tussen de burgers in geval van allerlei soorten nood, maar in dit project met name gericht op de samenwerking met senioren en minder zelfredzame mensen met betrekking tot brandveiligheid.
Waalwijk, ETZ-terrein
68
Ontruimingsplan Het stimuleren van inrichtingshouders om aandacht te besteden aan hun ontruimingsplannen bij externe incidenten draagt bij aan een verhoging van de veiligheid. Instellingen en bedrijven zijn op grond van de Arbowet verplicht een risico-inventarisatie uit te voeren. Uit deze inventarisatie volgt of een BHV-organisatie ingesteld moet worden. Door de handhavers wordt hieraan structureel aandacht aan gegeven bij het uitvoeren van hun toezichtstaken. De Veiligheidsregio heeft in samenwerking met de gemeente Moerdijk een alarmeringssysteem voor calamiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven ontwikkeld. De Veiligheidsregio past dit systeem (CBIS) inmiddels toe voor de gehele Veiligheidsregio. Toepassing van dit systeem zal bewustzijn van gevaren en communicatie bevorderen. Alle bedrijven binnen de gemeente kunnen zich inmiddels aanmelden voor dit systeem via de website: www.cbisbrabant.nl. De gemeente ondersteunt dit initiatief. Mogelijkheden voor de rampenbestrijding Toxisch scenario Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten.
Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. Plasbrand De brandweer kan eerste hulp verlenen bij redden van slachtoffers. De brandweer beheerst de brand door nathouden/koelen van de omgeving en ontstane branden in de omgeving worden geblust. Tweezijdige bereikbaarheid is belangrijk evenals aanwezigheid van bluswatervoorzieningen. Incident met brandbare gassen Noodzakelijk voor het voorkomen van een explosie is tijdige aankomst brandweer en bereikbaarheid van tankwagens of ketelwagons. Belangrijk is dat voldoende bluswatervoorzieningen aanwezig zijn en dat het gebied tweezijdig toegankelijk is. Fakkelbrand Mocht zich een voorval voordoen, dan is het van belang dat de hulpdiensten snel ter plaatse zijn met de juiste hulpmiddelen en blusmiddelen. De werkzaamheden van de brandweer zullen met name gericht zijn op het voorkomen van uitbreiding van de brand. De leidingbeheerder dient de toevoer van het gas af te sluiten bij een incident, er zijn dus geen mogelijkheden tot effectieve bronbestrijding.
Aanrijtijden In het geval van een incident in het plangebied is de brandweer binnen de bestuurlijke vastgestelde tijden aanwezig (na te gaan via www.brandweermwb.nl/brandveiligheid/ brandweerbereikbaarheid). Indien voor het plangebied of een deel ervan niet kan worden voldaan aan de vastgestelde tijden kunnen, aan de hand van de door de Veiligheidsregio ontwikkelde toolbox, maatregelen worden getroffen om de veiligheid te verhogen. Belangrijk hierbij is de informatievoorziening richting de gebruikers/bewoners van een gebied waar de aanrijtijden niet worden gehaald. Toepassing van de toolbox kan een middel zijn om de veiligheid, door zelfredzaamheid en bewustzijn van de gevaren, te verhogen.
Waalwijk, ETZ-terrein
69
Het doel van het project ‘’Brandveilig Leven’’ is om middels een tal van acties en activiteiten een basis te leggen voor een duurzame brandveilige woonomgeving van de burgers van de betrokken gemeenten. Het algemene nut van de toolbox is het bieden van tools om brandgevaarlijke situaties te voorkomen en in geval van een brand, ook tijdig gealarmeerd te worden en te kunnen vluchten. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen maatregelen op korte termijn en maatregelen op lange termijn. Het is ten eerste belangrijk dat de burgers zich meer bewust worden van de oorzaken en gevaren van brand. Bewustwording in de eerste stap in het proces om de brandveiligheid te verbeteren. Hierna is het van belang dat burgers de zelfredzaamheid bevorderen mocht er toch een brand ontstaan. WAS (Waarschuwings- en alarmeringsinstallatie) Binnen de bebouwde kom van de gemeente is de WAS-dekking voldoende. Daarnaast is NL-alert voor het gehele grondgebied operationeel via mobiele telefonienetwerk. Bluswatervoorziening Binnen de gemeente is een overzicht beschikbaar van de bluswatervoorziening. De Veiligheidsregio heeft deze (grote) bronnen geïnventariseerd. Op grond van het Bouwbesluit worden eisen gesteld aan benodigde bluswatervoorziening.
Op verzoek van de Veiligheidsregio wordt, indien het plangebied een nieuw uitbreidingsplan, industrieterrein met BRZO-inrichtingen of een grootschalige ontwikkeling betreft, in dit kader advies gevraagd met betrekking tot bluswatervoorziening. Bereikbaarheid De gemeente heeft een hoofdwegenstructuur voor de brandweer vastgesteld. Deze hoofdwegenstructuur voldoet aan de eisen die de brandweer hieraan stelt. Tabel 5.4 Factoren zelfredzaamheid (Kragten)
Mate van zelfredzaamheid van de aanwezigen De zelfredzaamheid van aanwezigen in het plangebied hangt van diverse factoren af. In tabel 5.4 is de zelfredzaamheid voor een aantal standaard functies beoordeeld. Over het algemeen wordt geconcludeerd dat de zelfredzaamheid redelijk tot goed is. Voor bijzonder kwetsbare objecten waar verminderd zelfredzame personen aanwezig zijn (zoals kinderdagverblijf en zorginstelling) is de zelfredzaamheid beperkt.
Waalwijk, ETZ-terrein
70
Eerder genoemde maatregelen en voorzieningen verbeteren de vlucht- en schuilmogelijkheden en daarmee ook de zelfredzaamheid van personen in het plangebied. Conclusie Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er personen in het plangebied worden blootgesteld aan externe veiligheidsrisico’s, ook na het treffen van maatregelen. De besproken maatregelen dragen wel bij aan het verminderen van de gevolgen die zich voordoen bij één van de beschreven scenario’s. De Veiligheidsregio is voldoende ingericht om tijdig de noodzakelijke hulpverleningscapaciteit van de beschreven scenario’s te leveren. Op basis van de beschouwde scenario’s en het gelijkblijvende groepsrisico acht de gemeente het Wro- of Wabo-besluit verantwoord. Het aspect ‘Externe veiligheid’ zorgt niet voor belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling.
Explosieven In de Beleidsnotitie Omgaan met niet-gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog is opgenomen hoe bij ruimtelijke ontwikkelingen getoetst moet worden op de aanwezigheid van uit de Tweede Wereldoorlog achtergebleven conventionele explosieven (CE). Uit de beleidsnotitie blijkt dat het gehele plangebied is verdacht op de aanwezigheid van geschutmunitie. Uit de inventarisatiekaart blijkt echter dat het plangebied geroerd is door kelders. In bodemlagen die aantoonbaar intensief zijn geroerd, is de kans op het aantreffen van NGE in de geroerde laag ten opzichte van de situatie ten tijde van mei 1945 verlaagd (maar niet uitgesloten). Dit is een in Nederland algemeen gehanteerd en geaccepteerd uitgangspunt. Nader onderzoek wordt niet nodig geacht.
Waalwijk, ETZ-terrein
71
Figuur 5.13 Inventarisatiekaart met legenda (bron: Beleidsnotitie Omgaan met niet-gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog)
Milieueffectrapportage Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een milieueffectrapportage nodig. Met dit planvoornemen wordt een RGC en (zorg)woningen gemaakt. Dit kan leiden tot een m.e.r.-(beoordelings)-plicht. Of een m.e.r.-procedure of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is, dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst C en D van het Besluit m.e.r. overschrijdt. De voorgenomen activiteit is niet opgenomen in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet aan te merken als een activiteit waarvoor een directe m.e.r.-plicht bestaat. De activiteit is wel opgenomen in onderdeel D (categorie D.11.2) van bijlage II van het Besluit m.e.r.. De activiteit betreft een stedelijk ontwikkelingsproject, maar het valt onder de drempelwaarden die hier genoemd worden.
Derhalve is uitsluitend een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde. Onderzocht is of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Hiertoe is een aanmeldingsnotitie opgesteld. De aanmeldingsnotitie met vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen als separate bijlage. De gemeente dient, voorafgaand aan de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan, een besluit te nemen omtrent het al dan niet doorlopen van een m.e.r.-procedure.
Waalwijk, ETZ-terrein
72
Tabel 5.5:
D.11.2
onderdeel D (categorie D.11.2) van bijlage II van het Besluit m.e.r.
Activiteiten
Gevallen
Besluit
De aanleg, wijziging of
In gevallen waarin de activiteit betrekking
De vaststelling van het
uitbreiding van een ste-
heeft op:
plan, bedoeld in artikel
delijk ontwikkelingspro-
1: een oppervlakte van 100 hectare of
3.6, eerste lid, onderdelen
ject, met inbegrip van de
meer,
a en b, van de Wet ruim-
bouw van winkelcentra
2. een aaneengesloten gebied en 2.000
telijke ordening
of parkeerterreinen.
of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Gezien de bevindingen als beschreven in de aanmeldingsnotitie, en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r., kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een relatief klein schaalniveau met bijbehorende minimale effecten. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat deze geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg hebben die het doorlopen van een m.e.r.procedure noodzakelijk maken. In de aanmeldingsnotitie wordt daarom aanbevolen om een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming geen milieueffectrapportage wordt vereist.
Waalwijk, ETZ-terrein
73
6
Juridische planopzet Inleiding
De in deze toelichting beschreven planuitgangspunten zijn juridisch-planologisch vertaald in het bestemmingsplan, dat bindend is voor overheid en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is, wat betreft de opbouw en inhoud van de regels, aansluiting gezocht bij een aantal andere (recente) bestemmingsplannen binnen de gemeente Waalwijk. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan tevens aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012).
Algemene toelichting op de regels Overeenkomstig de SVBP 2012 zijn de regels van dit bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten respectievelijk de algemene regels en de overgangs- en slotregels. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bestaat uit twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing en uitleg van het plan. Tevens is hierin een aantal gestandaardiseerde begrippen uit de SVBP 2012 opgenomen. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In hoofdstuk 2 zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. In de bestemmingsomschrijving zijn de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan. Daarnaast bevat de bestemming specifieke gebruiksregels. In paragraaf 6.3 wordt nader ingegaan op de opgenomen bestemmingen. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat een aantal algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied.
Anti-dubbeltelregel: dit artikel regelt dat grond die is meegerekend bij het toestaan van een bouwplan, niet nogmaals kan worden meegerekend bij de beoordeling van een later bouwplan.
Algemene bouwregels: in dit artikel is het maximum aantal (zorg)woningen binnen het plangebied geregeld.
Algemene afwijkingsregels: dit artikel geeft een algemene regeling voor het afwijken van de bouwregels.
Waalwijk, ETZ-terrein
74
Overige regels: in dit artikel is een parkeerregeling opgenomen, die bepaalt dat bij een gebruiksverandering of het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen moet worden voorzien in voldoende parkeerruimte.
Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.
Toelichting bestemmingen In het bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen opgenomen. Gemengd De bestemming ‘Gemengd’ is opgenomen in het oosten van het plangebied, waar Fase I van de voorgenomen ontwikkeling wordt gerealiseerd. Ter plaatse wordt een nieuw gebouw met gestapelde woningen, zorgwoningen en het RGC met bijbehorende voorzieningen gerealiseerd. Vanwege de beoogde combinatie van functies en de gedeelde voorzieningen voor deze functies, is ervoor gekozen om de bestemming ‘Gemengd’ op te nemen voor dit plandeel. Binnen de bestemmingen ‘Gemengd’ en ‘Wonen’ zijn gezamenlijk maximaal 221 woningen en 39 zorgwoningen toegestaan (eventueel in combinatie met beroepsmatige activiteiten in de woning onder nadere voorwaarden). Ter plaatse van de zone met de aanduiding ‘maatschappelijk’ zijn tevens maatschappelijke voorzieningen tot maximaal 5.000 m² bruto vloeroppervlakte toegestaan. Middels een afwijkingsbevoegdheid kunnen deze oppervlakte en/of zone worden verruimd, mits wordt aangetoond dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en de belangen van derden (woon- en leefklimaat, gebruiksmogelijkheden) niet onevenredig worden aangetast. Hiermee wordt het RGC mogelijk gemaakt binnen de daarvoor beoogde zone.
Binnen de bestemming zijn tevens bijbehorende functies en voorzieningen toegestaan, waaronder tuinen en erven, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en water met waterhuishoudkundige voorzieningen. Het maximum aantal woningen/zorgwoningen is niet begrensd binnen deze bestemming, maar binnen het totale plangebied (bestemmingen ‘Gemengd’ en ‘Wonen’ gezamenlijk). Ter plaatse van de aanduiding ‘gemengd’ is op de begane grond tevens een commerciële functie toegestaan (lichte horeca en/of dienstverlening). Indien deze mogelijkheid wordt benut, wordt het maximum aantal woningen/zorgwoningen met 5 gereduceerd. De maximale oppervlakte voor deze functie(s) bedraagt 400 m² bvo. Deze maximum oppervlakte geldt voor deze bestemming en de bestemming ‘Wonen’ gezamenlijk. Het is toegestaan om binnen de bestemming te bouwen. Voor de hoofdmassa is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen tevens de maximaal toegestane bouwhoogte is aangegeven op de verbeelding. De bouwmogelijkheden zijn afgestemd op het stedenbouwkundig plan, waarbij ten behoeve van de nadere uitwerking een beperkte mate van flexibiliteit in positionering en hoogte mogelijk is. Specifieke regels zijn gesteld voor het bouwen van balkons buiten de bouwgrenzen, alsmede voor ondergronds bouwen. Tot slot zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan binnen de gehele bestemming.
Waalwijk, ETZ-terrein
75
Groen De bestemming ‘Groen’ is opgenomen ter plaatse van de zones in het plangebied die overwegend onbebouwd zullen blijven en met groenvoorzieningen worden ingericht, zoals de corridor centraal in het plangebied tussen de twee nieuwe bouwmassa’s. De gronden met de bestemming ‘Groen’ zijn bestemd voor groenvoorzieningen, paden, kleinschalige recreatieve voorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, e.d. Binnen de bestemming is tevens de aanduiding ‘ontsluiting’ opgenomen. Dit betreft de zone rondom de ontsluiting van de grondgebonden woningen in het zuiden van het plangebied. Uitsluitend binnen deze aanduiding zijn tevens verkeersvoorzieningen en een calamiteitenroute toegestaan. Een doorgaande verbinding voor gemotoriseerd verkeer is hier niet toegestaan. Binnen de bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Water Aan de zuidkant van het plangebied is de bestemming ‘Water’ opgenomen. De huidige bestemming ter plaatse is eveneens ‘Water’. Deze gronden zijn opgenomen in het plangebied, zodat ter plaatse vlonders behorende bij de aangrenzende bouwpercelen van de grondgebonden woningen kunnen worden gerealiseerd. Hieraan zijn nadere regels gesteld (maximaal 3 meter diep, breedte maximaal 50% van de breedte van het aangrenzende bouwperceel). De aanduiding ‘specifieke vorm van water – vlonder’ is hier opgenomen.
De gronden zijn verder bestemd voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen, extensieve dagrecreatie, groen en behoud/ontwikkeling van landschappelijke waarden en natuurwaarden. Naast vlonders mogen ook overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Gebouwen mogen niet worden gebouwd. Wonen De bestemming ‘Wonen’ is opgenomen in het westen en zuiden van het plangebied, waar Fase II van de voorgenomen ontwikkeling wordt gerealiseerd in de vorm van een gestapeld woongebouw en een zone met grondgebonden woningen. Binnen de bestemmingen ‘Gemengd’ en ‘Wonen’ zijn gezamenlijk maximaal 230 woningen toegestaan. In de zone met grondgebonden woningen is per bouwvlak tevens het maximum aantal woningen opgenomen. Binnen deze bestemming zijn woningen toegestaan (eventueel in combinatie met beroepsmatige activiteiten in de woning onder nadere voorwaarden), waarbij de toegestane typologie (gestapeld of twee-aaneengebouwd) is aangegeven. Binnen de bestemming zijn tevens bijbehorende functies en voorzieningen toegestaan, waaronder tuinen en erven, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en water met waterhuishoudkundige voorzieningen. Het maximum aantal woningen is niet begrensd binnen deze bestemming, maar binnen het totale plangebied (aantal (zorg)woningen in de bestemmingen ‘Gemengd’ en ‘Wonen’ gezamenlijk).
Tevens zijn op de hoek met de aanduiding ‘gemengd’ kleinschalige commerciële functies in de vorm van lichte horeca en/of dienstverlening op de begane grond toegestaan. De maximale oppervlakte voor deze functie(s) bedraagt 400 m² bvo. Deze maximum oppervlakte geldt voor deze bestemming en de bestemming ‘Gemengd’ gezamenlijk. Het is toegestaan om binnen de bestemming te bouwen. De bouwregels maken daarbij onderscheid tussen de beoogde gestapelde hoofdmassa en de zone met grondgebonden woningen (twee-aaneengebouwd of vrijstaand). Voor de gestapelde hoofdmassa van is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen tevens de maximaal toegestane bouwhoogte is aangegeven op de verbeelding. De bouwmogelijkheden zijn afgestemd op
Waalwijk, ETZ-terrein
76
het stedenbouwkundig plan, waarbij ten behoeve van de nadere uitwerking een beperkte mate van flexibiliteit in positionering en hoogte mogelijk is. Specifieke regels zijn gesteld voor het bouwen van balkons buiten de bouwgrenzen, alsmede voor ondergronds bouwen. Tot slot zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan binnen de gehele bestemming. Voor de bouwpercelen met twee-aaneengebouwde/vrijstaande woningen is door middel van een bouwvlak aangegeven binnen welke zone de hoofdgebouwen mogen worden opgericht. Voor bijbehorende bouwwerken bij de twee-aaneengebouwde/vrijstaande woningen is een erfbebouwingsregeling opgenomen. Waarde – Archeologie Op basis van het archeologisch onderzoek is in het westelijk deel van het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk. Voor deze zone is daarom de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ opgenomen. De dubbelbestemming waarborgt dat nader archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd, voordat bouw- of andere grondwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd.
Waalwijk, ETZ-terrein
77
7
Economische uitvoerbaarheid
Kostenverhaal Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkelingen is dat deze voor de gemeente budgetneutraal worden ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met artikel 6.12 lid 4 Wro is de gemeenteraad van Waalwijk verplicht om de kosten te verhalen en een exploitatieplan vast te stellen gelijktijdig met het besluit (het bestemmingsplan) waarop het exploitatieplan betrekking heeft. Niet in alle gevallen is de gemeenteraad verplicht een exploitatieplan vast te stellen. Op grond van artikel 6.12 lid 2 kan de gemeenteraad van de gemeente Waalwijk besluiten geen exploitatieplan vast te stellen als aan de cumulatieve bepalingen van artikel 6.12, lid 2 sub a, b en c is voldaan. Met onderhavig bestemmingsplan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. Echter is met de ontwikkelende eigenaar van de gronden die binnen het plangebied gelegen zijn, een anterieure overeenkomst gesloten zoals is bepaald in artikel 6.24 Wro, voordat het bestemmingsplan is vastgesteld. Ook zijn er geen redenen om nadere eisen te stellen dan wel het plan te faseren, zodat de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan niet geldt. In de anterieure overeenkomst is het verhaal van kosten op afdoende wijze vastgelegd.
Financiële haalbaarheid Gebleken is dat de ontwikkelaar over voldoende middelen beschikt om het plan te kunnen realiseren. Wanneer de kosten en opbrengsten naast elkaar worden gelegd is er sprake van een positief saldo. Verder is gebleken dat er geen onvoorziene hoge kosten zijn te verwachten. Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
Waalwijk, ETZ-terrein
78
8
Overleg en inspraak
De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpbestemmingsplanplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro).
Omgevingsdialoog De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. De direct omwonenden (en andere belangstellenden) zijn doormiddel van een informatiebijeenkomst (d.d. 22 mei 2023) geïnformeerd. Een verslag van de informatiebijeenkomst is opgenomen in de bijlagen. Er zijn geen reacties binnengekomen die direct aanleiding gaven het plan aan te passen. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen, waarop een ieder gedurende 6 weken een inspraak reactie heeft kunnen indienen. Er zijn geen inspraakreactie binnengekomen. Daarnaast hebben de leden van de gemeenteraad een toelichting gehad over de ontwikkeling en hebben een rondleiding gehad op de locatie.
Overleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd. Het Waterschap Brabantse Delta heeft een positief wateradvies afgegeven. He bestemmingsplan is aangemeld bij de provincie Noord-Brabant, maar omdat er sprake is van een binnenstedelijk ontwikkeling is er geen provinciaal belang en is er voor de provincie geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. De vooroverlegreacties zijn als bijlage opgenomen bij dit bestemmingsplan. De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens de artikelen 3.7 t/m 3.9 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode kan een ieder zijn zienswijzen tegen het plan kenbaar maken. Het plan zal daarna, al dan niet gewijzigd, ter vaststelling worden aangeboden aan de gemeenteraad.
Waalwijk, ETZ-terrein
79
Beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
Waalwijk, ETZ-terrein
80
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Bijlage 2: Quickscan flora en fauna Bijlage 3: Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 4: Bodemonderzoek Bijlage 5: Quickscan externe veiligheid Bijlage 6: Verantwoording hoogte groepsrisico Bijlage 7: Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 8: Akoestisch onderzoek wegverkeer Bijlage 9: Luchtkwaliteitonderzoek Bijlage 10: Quickscan bedrijven en milieuzonering Bijlage 11: Stikstofonderzoek Bijlage 12: Verkeersonderzoek Bijlage 13: Aanmeldnotitie Bijlage 14: Bomeneffectanalyse Bijlage 15: Verslag omgevingsdialoog Bijlage 16: Notitie Geluid verkeersgeneratie Bijlage 17: Vooroverleg Bijlage 18: Nader Bodemonderzoek Bijlage 19: Nota van beantwoording zienswijzen
Waalwijk, ETZ-terrein
81
Waalwijk, ETZ-terrein
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 13
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
15
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Gemengd Groen Water Wonen Waarde - Archeologie
15 19 20 21 26
Hoofdstuk 3
Algemene regels
28
Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
28 29 30 31
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
32
Artikel 12 Artikel 13
Overgangsrecht Slotregel
32 33
2
Bestemmingsplan "Waalwijk, ETZ-terrein" (vastgesteld)
Regels
Waalwijk, ETZ-terrein
83
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan 'Waalwijk, ETZ-terrein' met identificatienummer NL.IMRO.0867.bpWWETZterrein-VA01 van de gemeente Waalwijk; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
aangebouwd bijbehorend bouwwerk
bijbehorend bouwwerk dat met de hoofdmassa verbonden is; 1.6
achtererfgebied
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.7
achterkant
gevel aan de achterzijde van een gebouw, tegenover de voorkant; 1.8
bebouwing
a. één of meer gebouwen en/of; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.9
bebouwingsgebied
achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw, waarbij onderscheid wordt gemaakt in de volgende typen: a. bebouwingsgebied hoofdmassa: gedeelte van het bebouwingsgebied waar de hoofdmassa mag komen; b. overig bebouwingsgebied: gedeelte van het bebouwingsgebied waar geen hoofdmassa mag komen;
4
Bestemmingsplan "Waalwijk, ETZ-terrein" (vastgesteld)
1.10
bebouwingspercentage
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwperceel, bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.11
bed & breakfast
een aan de woonfunctie ondergeschikte vorm van extensieve verblijfsrecreatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt. Onder een bed & breakfastvoorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichtten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of permanente kamerverhuur. Degene die de bed & breakfast voorziening biedt, is tevens de gebruiker van de woning; 1.12
bedrijf
het bedrijfsmatig verrichten van werkzaamheden en/of diensten, waaronder begrepen internetbedrijven en internet afhaalpunten. 1.13
bedrijfsmatige activiteiten (bij wonen)
uitoefening van een bedrijf en/of dienstverlening in of bij een woning waarbij de omvang in de activiteiten zodanig is, dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend. Degene die de bedrijfsmatige activiteiten uitvoert, is tevens de gebruiker van de (bedrijfs)woning; 1.14
beroepsmatige activiteiten (bij wonen)
het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. Degene die de beroepsmatige activiteiten uitvoert, is tevens de gebruiker van de (bedrijfs)woning; 1.15
bestaand
bestaand zoals op moment van de inwerkingtreding van dit plan legaal bestaat, in uitvoering is of in gebruik mag worden genomen krachtens een geldige omgevingsvergunning; 1.16
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.17
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.18
Bevi-bedrijven
bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, zoals dit geldt op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan;
Bestemmingsplan "Waalwijk, ETZ-terrein" (vastgesteld)
5
1.19
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.20
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.21
bouwgrens
een op de verbeelding aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouwvlak; 1.22
bouwlaag
een horizontaal doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren en plafonds is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van ruimtes onder peil en zolder; 1.23
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.24
bouwvlak
een op de verbeelding aangegeven vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid waarop gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde, zijn toegelaten; 1.25
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.26
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.27
dakkapel
opbouw op een schuin dak en/of op een deel van de gevel met een verticaal raamkozijn en voorzien van zijwanden en een dak; 1.28
daknok
hoogste punt van een schuin dak;
6
Bestemmingsplan "Waalwijk, ETZ-terrein" (vastgesteld)
1.29
dakopbouw
een toevoeging aan het hoofdgebouw door het verhogen van de nok of bovenste dakrand van het dak die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert; 1.30
dakvoet
laagste punt van een schuin dak; 1.31
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending (anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit). Daaronder mede begrepen internetwinkels en mede begrepen bedrijvigheid, voor zover dat in verband staat met en essentieel onderdeel is van de verkoop van de goederen, zoals bijvoorbeeld onderhoud, reparatie en installatie, alsmede opslag van de te verkopen goederen; 1.32
dienstverlening
a. het verlenen van economisch - maatschappelijke diensten aan derden, onder dienstverlenende bedrijven of dienstverlenende instellingen zijn in ieder geval begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van internethandel, een garagebedrijf en een seksinrichting; b. de bedrijfsmatige uitoefening van administratieve werkzaamheden zoals (internet)kantoren en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen, het bankwezen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen; 1.33
eerste bouwlaag
de bouwlaag op de begane grond; 1.34
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover dit plan deze inrichting niet verbiedt; 1.35
erotisch getinte vermaaksfunctie
een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van (porno)-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.36
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
Bestemmingsplan "Waalwijk, ETZ-terrein" (vastgesteld)
7
1.37
geluidzoneringsplichtige inrichting
een inrichting waarbij als gevolg van de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld; 1.38
geschakelde hoofdmassa
hoofdmassa's die door middel van bijbehorende bouwwerken met elkaar zijn verbonden; 1.39
gestapelde hoofdmassa
hoofdmassa waarbij sprake is van twee of meer zelfstandig functionerende eenheden geheel of gedeeltelijk boven elkaar; 1.40