CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting

Raadsvergadering 30 mei 2024, gemeente WaalwijkBij agendapunt: (gewijzigde) vaststelling bestemmingsplan “Waalwijk, ETZ-terrein”29.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Toerisme en recreatie Het aspect toerisme en recreatie is vanwege de woon- en maatschappelijke (zorg)functie niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling.

Verkeer en mobiliteit Een toevoeging of wijziging van functies zorgt vaak voor een verandering van de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte van een gebied. Het is daarom in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang om te kijken welke veranderingen op treden en of dit een effect heeft op de verkeersveiligheid, verkeersgeneratie en parkeerbehoefte. Doorwerking plangebied Verkeer De verandering in verkeersgeneratie is onderzocht in een onderzoek. In deze paragraaf worden de belang-

Waalwijk, ETZ-terrein

32

rijkste conclusies samengevat. De volledige rapportage is opgenomen in de bijlagen van onderhavig bestemmingsplan. In dit onderzoek naar de verkeersgeneratie is uitgegaan van een verouderd en groter programma dan opgenomen in dit bestemmingsplan. Derhalve zal de uiteindelijke verkeersgeneratie lager uitkomen in de werkelijke situatie dan zoals opgenomen in deze toelichting. De verkeersgeneratie is bepaald aan de hand van kencijfers van de CROW-381 publicatie. Volgens de Nota Parkeernormen Waalwijk 2015 ligt het plangebied in de zone ‘rest bebouwde kom’ en is er sprake van ‘matig stedelijk gebied’. In lijn met de Nota Parkeernormen is het uitgangspunt van de verkeersgeneratie ‘iets hoger dan het gemiddelde van de bandbreedte’. Voor Waalwijk komt dit bij de huidige functies uit tot 7,5 mvt/etmaal per 100 m2 BVO. In de bestaande situatie (werkdag 2040) is de verkeersgeneratie 1.521 mvt/etmaal, zie tabel 4.2. Tabel 4.2:

Verkeersgeneratie bestaande situatie voor weekdag 2023 en werkdag 2023 en 2040

Functie

CROW functie

ETZ

Ziekenhuis

Kengetal*

Grootte (m2)

Min.

Max.

Waalwijk

7,0

7,8

7,5

Sanquin

Weekdag 2023

Werkdag 2023

Werkdag 2040

10.889

817

906

1.053

4.840

363

403

1.521

1.180

1.310

1.521

Personeel

555

616

715

Bezoekers

625

694

806

Totaal Waarvan

Verkeersgeneratie (mvt)

*Per 100 m2 BVO

In de toekomstige situatie is de verkeersgeneratie 2.512 mvt/etmaal, zie tabel 4.3. Door de ontwikkeling neemt de verkeersgeneratie toe met 991 mvt/etmaal. De intensiteiten blijven in de toekomstige situatie binnen de grenzen van Duurzaam Veilig, zie figuur 4.6 (volgende pagina). Voor erftoegangswegen wordt vanuit het CROW geen harde grens voor de maximale intensiteiten gegeven. In het verleden is in het startprogramma Duurzaam Veilig een maximale grens van 4.000 tot 6.000 mvt/etmaal aangegeven. Dit wordt door wegbeheerders nog altijd gebruikt. Voor gebiedsontsluitingswegen (in Waalwijk: Hoofdwegen) wordt een grens van 10.000 mvt/etmaal aangehouden. Tabel 4.3:

Verkeersgeneratie toekomstige situatie voor weekdag 2023 en werkdag 2023 en 2040

Toekomstige functie

CROW functie

Kengetal* Min

Max

Grootte/ aantal

Verkeersgeneratie (mvt)

Waal-

Weekdag

Werkdag

Werkdag

wijk

2023

2023

2040

Zorgappartementen

Aanleunwoning/serviceflat

7,0

7,8

7,5

40

300

333

387

Sociale huur appartementen

Huur- etage midden/goedkoop (incl. sociale huur)

3,2

4,0

3,7

50

185

205

238

Middenhuur appartementen (mogelijk deels koop)

Huur- etage midden/goedkoop Huur etage - duur

3,2 5,2

4,0 6,0

4,7

90

423

470

546

Koopappartementen

Huur etage - duur

6,7

7,5

7,2

78

562

623

724

Tweekappers

Koop – huis – twee-ondereen-kap

7,4

8,2

7,9

12

95

105

122

RGC

Ziekenhuis

7,0

7,8

7,5

5.123 m2

384

426

495

1.949

2.163

2.512

Totaal

Waalwijk, ETZ-terrein

33

Waarvan

Woningen

1.564

1.736

2.017

Personeel

181

201

233

Bezoekers

203

225

262

*Per woning of 100 m2 BVO

De wegen met de meeste toename zijn ingericht volgens de belangrijkste hoofdkenmerken van Duurzaam Veilig. Hiervoor genoemde grenzen voor intensiteiten zijn dan ook van toepassing op de omliggende wegen. In de toekomstige situatie kunnen de kruispunten het verkeer goed afwikkelen. Er ontstaan geen lange wachtrijen. Tot slot blijkt uit de geregistreerde ongevallen niet dat er onveilige situaties zijn. De toekomstige situatie leidt niet tot problemen met de verkeersveiligheid.

Figuur 4.6 Verkeersintensiteiten toekomstige situatie inclusief ETZ-terrein ontwikkeling (2040 in mvt/etmaal voor een werkdag)

Parkeren Voor de berekening van de parkeerdruk van de ontwikkeling is gebruik gemaakt van de Nota Parkeernormen Waalwijk 2015 (d.d. 13 maart 2018). De parkeernormen zijn gebaseerd op de landelijke parkeerkencijfers ontwikkeld door het CROW en zijn door de gemeente passend gemaakt voor de lokale situatie. De parkeernorm wordt bepaald aan de hand van het niveau van stedelijkheid en de functie van de ontwikkeling. Gemeente Waalwijk stelt dat het plangebied kan worden gecategoriseerd als ‘matig stedelijk’. Volgens de gemeentelijke richtlijnen kan het plangebied dan worden geclassificeerd als ‘rest bebouwde kom’.

Waalwijk, ETZ-terrein

34

De gemeente Waalwijk heeft op 15 juni 2023 het Mobiliteitsplan Waalwijk 2023 vastgesteld. Hierin wordt gesteld dat de gemeente meer plaats wil maken voor lopen en fietsen, waarvoor ruimte dient te worden gecreeerd in de openbare ruimte. Wanneer in het Mobiliteitsplan Waalwijk de parkeernormen veranderen, biedt dit mogelijkheden om de parkeerbalans aan te passen. De parkeerbalans is nu berekend met de normen uit de Nota Parkeernormen 2015. Tabel 4.4:Parkeerbalans

Naar aanleiding hiervan is de parkeerbehoefte opgesteld, zie hiervoor tabel 4.4. Geconcludeerd wordt dat de totale ontwikkeling (het RGC en de woningen) een parkeerbehoefte van (afgerond) 525 parkeerplaatsen is. Omdat er sprake is van functiemenging, kan er worden ingezet op dubbelgebruik. Door middel van aanwezigheidspercentages, zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Waalwijk 2015, is de piekbelasting van de gezamenlijke functies achterhaald. De piekmomenten zijn weergeven in tabel 4.5. Geconcludeerd wordt dat het maatgevende moment de werkdagavond is. Op dat moment is er een vraag naar 426 parkeerplaatsen. Deze parkeervraag dient in principe opgevangen te worden binnen het plangebied. Tabel 4.5:

Dubbelgebruik/Gelijktijdigheid Zaterdagmiddag

Zaterdag avond

Zondag middag

1,3

60%

15,3

60%

15,3

60%

15,3

25%

15,6

40%

25,0

40%

25,0

40%

25,0

100

358,8

60%

215,3

80%

287,0

70%

251,2

0,0

100%

46,8

100%

78,0

70%

54,6

Werkdag Ochtend

Werkdag middag

Werkdag avond

Koopavond

Werkdag nacht

Ziekenhuispatiënten incl. bezoekers

60%

15,3

100%

25,6

60%

15,3

60%

15,3

5%

Ziekenhuis medewerkers

75%

46,9

100%

62,6

40%

25,0

40%

25,0

Woningen bewoners

50%

179,4

50%

179,4

90%

322,9

80%

287,0

Woningen bezoekers

10%

Totaal parkeren

% 7,8

249,5

20%

15,6

283,1

80%

62,4

425,7

Waalwijk, ETZ-terrein

70%

54,6

382,0

0%

375,7

302,5

405,4

346,1

35

Tabel 4.6 weergeeft de hoeveelheid parkeerplaatsen weer zoals opgenomen in het stedenbouwkundig model (zie hiervoor de figuur 4.8). Bij elke grondgebonden woning komen parkeerplaatsen op eigen terrein. Of de parkeerplaatsen naast elkaar of achter elkaar worden gerealiseerd wordt nog verder uitgewerkt. Op het maaiveld worden 95 parkeerplaatsen gerealiseerd, die beschikbaar zijn voor de bezoekers van het RGC en bewoners/bezoekers. Onder de groene dekken komen 283 parkeerplaatsen voor bewoners. Er zijn 408 parkeerplaatsen beschikbaar. Tevens worden er 6 deelauto’s toegevoegd aan het plan. Een deelauto vervangt de parkeerbehoefte van 3 reguliere auto’s. Dit leidt tot een reductie van 18 parkeerplaatsen. Daarmee wordt geconcludeerd dat de parkeervraag voldoende is geborgd binnen het plangebied. Tabel 4.6:

Parkeerplaatsen in stedenbouwkundig ontwerp

Parkeerbehoefte

Fase I

Fase II

Totaal (Fase I en II)

Tweekappers

26

28

26

Parkeren op maaiveld

70

26

95

Parkeren onder dek

80

203

283

Totaal

152

257

408

Reductie door deelauto’s

Balans

18 (aan de hand van 6 deelauto’s) 0

Figuur 4.8 Aantal parkeerplaatsen op het maaiveld (bron: MTD)

De gemeente Waalwijk beschikt over een Visie oplaadinfrastructuur (19 oktober 2022). De gemeente Waalwijk gaat conform het beleid laadpalen plaatsen. Dit is mogelijk omdat het parkeren op maaiveld voor en

Waalwijk, ETZ-terrein

36

naast de gebouwen ingericht wordt als openbaar gebied. Ook in de gebouwde parkeervoorzieningen zullen laadpalen worden gerealiseerd. Fietsparkeren Het fietsparkeren voor de bewoners van Fase I en II en personeel van het RGC vindt plaats onder het parkeerdek in een gemeenschappelijke ruimte, zoals is weergeven op figuur 4.4. Bezoekers van het RGC en de horeca kunnen hun fiets op maaiveld stallen nabij de hoofdentree van het RGC. Hiervoor zullen voldoende stallingsmogelijkheden gerealiseerd worden. De uiteindelijke hoeveelheid fietsparkeerplaatsen zal in overeenstemming met de kentallen uit de Amsterdamse bouwbrief zijn. Openbaar vervoer Het plangebied is met de bus te bereiken via de halte ‘Waalwijk, ETZ Waalwijk’ aan de Burgermeester Moonenlaan, waar vandaan bussen richting het centrum van Waalwijk en richting Tilburg gaan. Deze halte ligt op circa 50 meter vanaf de oostelijk grens van het plangebied. Daarmee is de ontwikkeling goed te bereiken met het openbaar vervoer. Conclusie Vanuit het aspect ‘verkeer en parkeren’ bestaan er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

Cultuurhistorie en archeologie 4.6.1

Cultuurhistorie

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in het plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. Hiervoor wordt het initiatief getoetst aan den cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant.

Waalwijk, ETZ-terrein

37

Figuur 4.9 Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Provincie Noord Brabant met globale

aanduiding plangebied (groen omkaderd)

Doorwerking plangebied Figuur 4.9 weergeeft een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant. Ter plaatse van het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden gelegen. Het plangebied ligt buiten het gedeelte van Waalwijk dat is aangeduid als ‘historische stedenbouw’, ‘historische geografie’ en ‘historisch groen’. Er zijn geen rijksmonumenten of overige bouwkunsten van cultuurhistorische waarde gelegen in het plangebied. Er kan worden geconcludeerd dat er geen cultuurhistorische waarden worden geschaad met onderhavige ontwikkeling. Conclusie Vanuit het aspect ‘cultuurhistorie’ zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.6.2

Archeologie

Toetsingskader De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet die op 1 januari 2024 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet een overgangsregeling opgenomen. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ,

Waalwijk, ETZ-terrein

38

dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het geding raken. Doorwerking plangebied De gemeente heeft in 2011 een Erfgoedverordening vastgesteld, inclusief een archeologische beleidskaart. Hierop heeft het plangebied en omgeving de aanduiding “Categorie 2: Gebied van archeologische waarde”. Voor dergelijke gebieden is archeologisch onderzoek nodig bij geplande bodemingrepen groter dan 100 m 2 en dieper dan 50 cm. Naar verwachting zullen bij het realiseren van het plan deze grenswaarden overschreden worden. Er heeft een archeologisch bureauonderzoek plaatsgevonden. De belangrijkste conclusies worden in deze paragraaf samengevat. De volledige rapportage is opgenomen in de bijlage. Met uitzondering van het westelijk deel geldt voor het plangebied ETZ een lage verwachting voor de aanwezigheid van bewoningsresten vanaf de prehistorie tot de moderne tijd. Het gebied lag altijd te laag en was te nat om aantrekkelijk te zijn voor bewoning. In het westelijk terreindeel (zie figuur 4.10) daarentegen bevinden zich resten van het kasteel Besoijen, zoals in het recente verleden meermaals is aangetoond.

Dit kasteel dateert uit de 13e of 14e eeuw en was tot in de 16e eeuw in gebruik. Aan archeologische resten zijn van het kasteel houten en stenen funderingsresten, beschoeiingen, brugstaanders, waterputten en afvalkuilen te verwachten. De omvang en gaafheid van de resten zijn nog onbekend. Voor het westelijk deel wordt aanbevolen wanneer hier bodemingrepen voorzien zijn, voorafgaand een archeologisch proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Dit om te bepalen wat de precieze aard, omvang en gaafheid van de kasteelresten zijn. Op basis van de resultaten kan dan bepaald worden of de mogelijk behoudenswaardige resten ingepast kunnen worden, dan wel middels opgraving veilig gesteld dienen te worden. Voor dit plandeel is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ opgenomen ter waarborging. Voor het overige plangebied wordt geen verder archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd.

Waalwijk, ETZ-terrein

39

Figuur 4.10 Het plangebied met de contouren van het kasteelterrein van Besoijen

Conclusie Het aspect ‘archeologie’ vormt op voorhand geen belemmering voor de doorgang van voorliggend initiatief.

Totaalbeeld planologische aspecten Ten aanzien van de planologische aspecten is het effect van de ontwikkeling op de omgeving overwegend positief. Het bestaande ETZ is te groot en niet meer functioneel. De realisatie van een nieuw RGC zorgt ervoor dat de lokale en regionale zorgfunctie weer toekomstbestendig is. Daarnaast komt er ruimte vrij voor nieuwe woningen. De integratie van het RGC, de zorgwoningen en de reguliere woningen zorgen voor een inclusieve buurt, waar veel doelgroepen samen komen. In combinatie met het toevoegen van groen, ontstaat er een kwalitatieve impuls voor het plangebied en de omgeving. Er worden met de ontwikkeling geen archeologische en cultuurhistorische waarden geschaad. De (fiets)parkeervraag wordt binnen het plangebied opgelost, waardoor er geen sprake is van een vergroting van de parkeerdruk binnen de omgeving. De verkeersgeneratie is goed op te vangen binnen het bestaande verkeersnetwerk.

Waalwijk, ETZ-terrein

40

5

Omgevingsaspecten Water

Toetsingskader Sinds 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets te doorlopen. Hierin dient inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente wateradvies in te winnen bij de waterbeheerder. De gemeente en het waterschap kunnen praktische afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. Voor ieder ruimtelijk plan is een formele watertoets noodzakelijk. De watertoets is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Door samenwerking met de verschillende bevoegdheden (Gemeente, Provincie, Waterschap, Rijk) wordt gestreefd naar een duurzaam watersysteem. De gemeente Waalwijk heeft zijn beleid uitgewerkt in het Integraal Waterplan Waalwijk (2021-2024) dat eind 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het Waterplan is hiermee de opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2016-2020) van Waalwijk. Verder is het huidige beleid ook meer gericht op duurzaamheid en een klimaatbestendig- en groene omgeving. Slimme inzet van groen en water in de stad zorgt voor koelteplekken in warme tijden en draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van de inwoners. Door de grote van het plangebied is door de gemeente het volgende reeds aangegeven.

“Vanuit de bergingsvoorziening dient een overstort gerealiseerd te worden naar het openbaar gebied. Het water dient zichtbaar (over het maaiveld) over kunnen storten. In de toekomstige situatie is de mogelijkheid om op het terrein af te voeren naar het open water aan de zuidzijde. Doorwerking plangebied Er is door AERES Milieu een waterparagraaf opgesteld en een infiltratieonderzoek uitgevoerd. Deze is opgenomen in de bijlagen. In deze paragraaf worden de belangrijkste resultaten samengevat. Bij de realisatie van het planvoornemen het totaal verhard oppervlak 13.163 m2 (bebouwing en verharding) zal bedragen. Uit het infiltratieonderzoek wordt geconcludeerd dat infiltratie ter plaatse niet toepasbaar is. Derhalve dient ingestoken te worden op waterberging op eigen terrein. Vanuit de geldend beleid dient deze verharding gecompenseerd te worden voor een bui van 60 mm. Dit komt uit op een totale compensatie uit op circa 790 m3. Bij de nieuwe planinvulling zijn er meerdere mogelijkheden toepasbaar voor de toekomstige hemelwaterberging. Het voornemen is om het plan van veel groen te voorzien. Naast een groene corridor tussen de panden is het voornomen om op het parkeerdek (inpandig) een groen dek aan te brengen. Dit oppervlak is circa 3.575 m2 groot en afhankelijk van het type en de constructie opbouw kan hierin beperkt (25 mm) tot veel water (60-100 mm) water geborgen worden.

Rondom de bebouwing is circa 8.592 m2 groen op maaiveldniveau gepland. Het streven is voor de resterende hemelwaterretentie zo veel mogelijk gebruik te maken van waterdoorlatende verhardingen. Onderzocht wordt wat de mogelijkheden zijn voor klimaatadaptatie in het groene hart. Hierbij wordt gedacht aan water deels over openbaar gebied te laten afvloeien of te werken met infiltratiekratten. Gezien de beperkte infiltratiesnelheid dient vanuit de wateropvang een vertraagde leegloop naar het zuidelijk gelegen oppervlaktewater aangelegd te worden.

Waalwijk, ETZ-terrein

41

Aanvullende mogelijkheden welke ter plaatse toepasbaar zijn: 

vasthouden water voor hergebruik (besproeiing openbaar groen of toiletspoeling);

groendak op de panden (indien toepasbaar naast de benodigde installaties);

toepassing van een waterbergende funderingslaag onder de toekomstige bestrating;

aanleg bijkomend oppervlaktewater of een natuurvriendelijke oever.

De waterberging dient boven de verwachte GHG (1 m +NAP) ingepast te worden. Het omliggend terrein dient zo aangelegd te worden dat excessief water onder vrij verval kan afstromen van de bebouwing weg naar het voorziene groen, de HWA voorziening of openbaar gebied. Voor de ligging naar en aanleg van een leegloopvoorziening naar het gemeentelijk water dient overleg met de gemeente plaats te vinden (eigenaar/beheerder stedelijk water). Door de aanleg van een gescheiden stelsel, de verhardingsafname, de beschikbare groene ruimte op de kavel voor de vereiste waterberging van 60 mm ten aanzien van klimaatbestendig ontwikkelen, de aanleg van de vertraagde afvoer naar het nabijgelegen oppervlaktewater en rekening te houden met de genoemde aandachtspunten wordt klimaatbestendig ontwikkeld en is geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten door de voorgenomen planontwikkeling. Conclusie Het aspect ‘water’ vormt geen belemmering voor de doorgang van voorliggend initiatief.

Natuur en stikstof Toetsingskader De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en gebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ook in dit kader zijn de provincies het bevoegd gezag. Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden.

Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een bestemmingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Waalwijk, ETZ-terrein

42

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden. 2. Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard. 3. De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren.

De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten: 

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1);

soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5);

andere soorten (artikel 3.10).

Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Stikstofdepositie Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State bepaald dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet als basis voor toestemming mag worden gebruikt voor het onderdeel Natura 2000 (gebiedsbescherming) van de Wet natuurbescherming. Per plan dient aangetoond te worden dat er geen toename is van de stikstofdepositie.

Waalwijk, ETZ-terrein

43

Op 2 november 2022 heeft de Raad van State uitspraak gedaan over de stikstofdepositie in de bouwfase (uitspraak ECLI:NL:RVS:2022:3159). Met deze uitspraak is bepaald dat de zogenoemde partiële bouwvrijstelling, die is geregeld in artikel 2.9a van de Wet natuurbescherming en artikel 2.5 van het Besluit natuurbescherming niet juist is. Het is verplicht om voor een ruimtelijk initiatief de stikstofdepositie van zowel de bouwfase als de gebruiksfase te berekenen. Doorwerking plangebied Wettelijke gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 690 meter ten westen van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Langstraat”, bevindt zich op circa 690 meter afstand ten westen van het plangebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten.

Stikstofdepositie Voor zowel de realisatie(aanleg)-fase en de gebruiksfase van het nieuw te realiseren plan, zijn met behulp van de AERIUS Calculator berekeningen gemaakt om te kunnen bepalen of er sprake is van een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. In deze paragraaf worden de belangrijkste conclusies van het onderzoek samengevat. De volledige rapportage, inclusief AERIUS-berekeningen zijn opgenomen in de bijlagen. Het nieuw te bouwen plan wordt niet voorzien van een gasaansluiting, maar zal worden verwarmd d.m.v. een WKO-systeem en luchtwarmtepompen. Voor het berekenen van de stikstofdepositie in de gebruiksfase zijn dan ook alleen de voertuigbewegingen van belang. Hierbij is uitgegaan van totaal 2.512 ritten per etmaal. Naast de gebruiksfase is ook de realisatiefase berekend. Met behulp van de AERIUS Calculator zijn verschilberekeningen opgesteld voor de realisatie- en toekomstige gebruiksfase ten opzichte van de huidige gebruiksfase. Uit de berekeningen volgt voor beide fasen geen toename van stikstofdepositie. Er is gebruik gemaakt van de AERIUS-Calculator versie van 6 november 2023. Op basis van de resultaten uit de berekeningen kan worden geconcludeerd dat zowel voor de realisatie(aanleg)fase en de gebruiksfase geen vergunningsplicht geldt, t.a.v. stikstofdepositie, op grond van de Wet natuurbescherming.

Houtopstanden Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

Waalwijk, ETZ-terrein

44

Soortenbescherming Vogels De daken van de aanwezige bebouwing bestaat uitsluitend uit platte daken, waarbij de dakranden goed aansluiten op de gevels. Die kieren tussen de dakbetimmering en de gevels zijn te nauw om een soort als huismus of gierzwaluw toegang te geven tot achterliggende ruimten. Er zijn tevens geen geschikte invliegopeningen langs de dakrand, noch zijn deze aanwezig in de gevels. Hierdoor kunnen broedlocaties van soorten als kerkuil, huismus, huiszwaluw, boerenzwaluw en gierzwaluw worden uitgesloten. In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer, havik en ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen. Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen.

Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten. Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, meervleermuis en watervleermuis.

Figuur 5.1 Gevels met potentiele rust- of verblijfplaatsen van vleermuizen (blauw gearceerd)

In de noord- en zuidgevels van de bebouwing zijn meerdere open stootvoegen aanwezig. Ook zijn er licht kierende dakranden bij de 5-laagse bebouwing aanwezig. In figuur 5.1 zijn de gevels weergegeven waar open stootvoegen en/of kierende dakranden zijn aangetroffen. De aanwezigheid van een rust-of verblijf-

Waalwijk, ETZ-terrein

45

plaats van een gebouw bewonende vleermuissoort kan niet worden uitgesloten. Daarnaast kan het oppervlaktewater ten zuiden en westen van het plangebied en de lijnvormige landschapselementen zoals de bomenrij en struweel rond het plangebied mogelijk dienen als foerageergebied en/of vliegroutes. Bij de sloop van de bebouwing bestaat de kans dat er één of meerdere verblijfplaatsen van een vleermuissoort verloren gaan. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd. Met een vervolgonderzoek wordt onderzocht of zich in de te slopen bebouwing verblijfplaatsen van een vleermuissoort bevinden. Op basis van het vervolgonderzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van de toekomstplannen sprake is van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure aan de orde is alvorens er mag worden gesloopt. In de regels is een voorwaardelijke verplichting sloop opgenomen, zodat dat juridisch is geborgd. Daarnaast kan het oppervlaktewater ten zuiden en westen van het plangebied en de lijnvormige landschapselementen zoals de bomenrij en struweel rond het plangebied mogelijk dienen als foerageergebied en/of vliegroutes. Deze groene zone langs de Wittenhorstlaan wordt door de gemeente opnieuw ingericht, waardoor er een natuurlijke afscherming wordt gerealiseerd die als compenserende maatregel kan dienen.

Waardoor licht gericht of uitstralend op opgaand groen vermeden wordt, zowel tijdens de werkzaamheden als in de toekomstige situatie.

Figuur 5.2 Herinrichtingsplan Wittenhorstlaan (Bron: gemeente Waalwijk, definitief ontwerp 27-02-2023) Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van

Waalwijk, ETZ-terrein

46

individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten bunzing, wezel, steenmarter, boommarter, eekhoorn, das en bever voor. Gezien de binnenstedelijke ligging en het relatief stenige habitat, betreft het hier geen essentieel habitat voor de betreffende kleine marterachtigen. Er zijn geen holen of nesten in de grond of in de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor deze soorten. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten. Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren.

Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soort. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten. Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde poelkikker, heikikker, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing.

De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.

Waalwijk, ETZ-terrein

47

Wel dienen er zorgplichtmaatregelen genomen te worden voor de vissen die in het naastgelegen water aanwezig zijn. Te denken valt aan het zoveel mogelijk overdag uitvoeren van de werkzaamheden. Bij werkzaamheden met harde geluiden en/of trillingen moeten voorafgaand aan de werkzaamheden afgezwakte waarschuwingsgeluiden worden afgegeven om fauna in de gelegenheid te stellen tijdig weg te komen. Vlak voorafgaand aan de werkzaamheden dient roering in het water gecreëerd te worden zodat vissen vroegtijdig het werkgebied kunnen verlaten. Ongewervelden diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote parelmoervlinder, grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder en de gevlekte witsnuitlibel. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig.

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als drijvende waterweegbree, glad biggenkruid, knolspirea en wilde ridderspoor. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop en binnenstedelijke ligging van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten. Conclusie Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: 

Met betrekking tot de sloop zijn overtredingen ten aanzien van het verstoren/verwijderen verblijfplaatsen van een vleermuissoort op basis van de quickscan niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hieromtrent uitsluitsel te geven. Aanvullend onderzoek voor de soortgroep vleermuizen wordt nog uitgevoerd.

Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden;

Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;

In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

Voor algemeen voorkomende broedvogels (waarvan het nest gedurende broedperiode beschermd is) dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden: o

Voer de snoeiwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven.

Waalwijk, ETZ-terrein

48

o

Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden te worden totdat de werkzaamheden zijn afgerond.

o

Indien werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, dient door een deskundig ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn.

Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: o

Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels), om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten.

o

Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst.

o

Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen).

Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. o

Ook voor mogelijke aanwezigheid van egel en vestiging van de rugstreeppad dient de zorgplicht in acht te worden genomen. Voorkom opslag van materialen waaronder dieren kunnen gaan verblijven. Het ontstaan van poeltjes en plassen op het terrein dient gedurende het zomerhalfjaar (vanaf april) te worden voorkomen. Als deze soorten worden waargenomen, dienen zij zichzelf in veiligheid te kunnen brengen.

Indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden.

Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ 2. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige

2

‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.

Waalwijk, ETZ-terrein

49

functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. Doorwerking plangebied Er is door Kragten een Quickscan Bedrijven en milieuzonering uitgevoerd.

Deze is opgenomen in de bijlagen. In deze paragraaf worden de belangrijkste resultaten samengevat. Het plangebied is gelegen in een gebied met een afwisseling van bestemmingen (functies). Vanwege deze functiemenging wordt de omgeving gekenmerkt als een gemengd gebied. Milieubelasting vanuit de omgeving Figuur 5.3 geeft de vigerende bestemmingen weer. Hieruit blijkt dat direct aangrenzend aan de oostzijde van het plangebied een perceel met de bestemming “maatschappelijk” is gelegen. In het gebouw op dit perceel is momenteel een gezondheidscentrum gevestigd (huisarts, ergotherapie, apotheek). Deze bedrijvigheden vallen onder milieucategorie 1 (SBI-code 8621, 8622, 8623), waarvoor in gemengd gebied een richtafstand van 0 meter geldt. Andere bedrijvigheden in de omgeving liggen op grotere afstand, waarbij de richtafstand niet over het plangebied is gelegen.

Waalwijk, ETZ-terrein

50

Figuur 5.3 Planverbeelding binnen bestemmingsplan (bron: Kragten)

Bestaande bedrijvigheden in de omgeving van het plangebied worden niet nadelig beïnvloed door het plan en hebben ook geen relevante invloed op het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan. Milieubelasting naar de omgeving De mogelijk relevante bedrijvigheden naar de omgeving vormt de zorginstelling en de voorziene horeca. De horeca binnen het plan, zowel binnen de bestemming “wonen” als “gemengd” zal kleinschalige horeca betreffen, vergelijkbaar met restaurant, brasserie, cafetaria (SBI-code 561, milieucategorie 1). In gemengd gebied geldt hiervoor een richtafstand van 0 meter, wat daarmee geen planologische beperkingen oplevert. Het RGC (Fase I) valt onder milieucategorie 2 (SBI-codes 8610 en 871) met een richtafstand van 10 meter. Figuur 5.4 geeft een weergave van de 10 meter-contour van de bestemming ‘Gemengd’.

Figuur 5.4 Weergave richtstand bestemming ‘Gemengd’

Waalwijk, ETZ-terrein

51

Hieruit blijkt dat de richtafstand van de bestemming ‘Gemengd’ niet reikt tot over de woonbestemmingen binnen of buiten het plangebied. Hiermee is sprake van voldoende ruimtelijke scheiding. De voorziene bestemmingen binnen het plangebied hebben geen nadelige invloed op het woon- en leefklimaat ter plaatse van de omliggende woonbestemmingen. Conclusie Uit Quickscan Bedrijven en milieuzonering blijkt dat bestaande bedrijvigheden in de omgeving van het plangebied niet nadelig worden beïnvloed door het plan en ook geen relevante invloed op het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan hebben. Voorts is gebleken dat de voorziene bestemmingen binnen het plangebied geen nadelige invloed op het woon- en leefklimaat ter plaatse van de omliggende woonbestemmingen hebben. Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de woon- en zorgbestemmingen binnen het plangebied, als gevolg van de bedrijvigheid in de omgeving, sprake is van een goed woon- en leefklimaat, waarbij bestaande bedrijvigheden niet door de komst van het plan worden beperkt. Vanuit het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

Akoestiek wegverkeer Toetsingskader Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: 

De toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg;

De aanleg van een nieuwe weg;

De reconstructie van een bestaande weg.

Geluidbelastingen moeten worden getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder (Wgh): 

Voorkeursgrenswaarde: 48 dB (art. 82, lid 1 Wgh);

Maximale ontheffingswaarde stedelijke wegen: 63 dB (art. 83, lid 2 Wgh);

Maximale ontheffingswaarde autosnelweg: 53 dB (art. 83, lid 1Wgh).

Gemeente Waalwijk heeft op 6 april 2010 een hogere waarde beleid opgesteld. In dit beleidsstuk is vastgelegd onder welke voorwaarden kan worden meegewerkt aan het vaststellen van een hogere waarde. Doorwerking plangebied Er is door Kragten een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Deze is opgenomen in de bijlagen. In deze paragraaf worden de belangrijkste resultaten samengevat.

Waalwijk, ETZ-terrein

52

Het plangebied is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de Burgemeester Verwielstraat. Het plangebied is niet gelegen binnen de zone van andere wegen, industrieterreinen of spoorwegen. Verder is het plangebied gelegen binnen de invloedsfeer van de Kasteellaan – Tolstraat, de Maylaan en de Burgemeester Moonenlaan, allen 30 km/uur-wegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de relevante 30 km/uur-wegen in de directe nabijheid van het plan in het onderzoek betrokken.

Figuur 5.5 Geluidbelastingen inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh - Burgemeester Verwielstraat (bron: Kragten)

Burgemeester Verwielstraat In figuur 5.5 zijn de (relevante) geluidbelastingen vanwege verkeer op de Burgemeester Verwielstraat weergegeven. Ten gevolge van het verkeer op de Burgemeester Verwielstraat bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 48 dB ter plaatse van oostelijke grens van het bouwvlak binnen de bestemming Gemengd en minder dan 48 dB ter plaatse van de overige grenzen en bestemmingen. De voorkeurswaarde uit de Wgh wordt niet overschreden. Er hoeft geen hogere waarde aangevraagd te worden. Goede ruimtelijke ordening – 30 km/uur-wegen In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de geluidbelastingen vanwege de omliggende 30 km/uurwegen inzichtelijk gemaakt. In figuur 5.6 zijn de gecumuleerde geluidbelastingen ten gevolge van die wegen weergegeven.

Waalwijk, ETZ-terrein

53

Figuur 5.6 Gecumuleerde geluidbelastingen inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh - 30 km/uur-wegen (bron: Kragten)

De normen uit de Wgh zijn op deze wegen niet van toepassing. Ter vergelijking worden de geluidbelastingen wel beoordeeld aan de hand van het toetsingskader uit de Wgh voor gezoneerde wegen (voorkeurswaarde 48 dB en maximale ontheffingswaarde 63 dB). De geluidbelasting voldoet grotendeels aan de voorkeurswaarde. Enkel ter plaatse van noordelijke grens van de bouwvlakken binnen de bestemming Gemengd (maatschappelijk) en Wonen (gestapeld) bedraagt de geluidbelasting meer dan de voorkeurswaarde. Deze geluidbelastingen (tot maximaal 49 dB) zijn ruim minder dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB die de Wgh voor 50 km/uur-wegen stelt. Deze geluidbelastingen zijn ruimtelijk aanvaardbaar en zijn in het kader van de vereiste gevelwering conform het Bouwbesluit 2012 meegenomen in de cumulatieberekeningen. Voor een ander project in de gemeente Waalwijk is door de Omgevingsdienst aangegeven: “Op grond van de Wet geluidhinder en het Hogere waarde beleid van de gemeente Waalwijk zouden geluidluwe gevels niet noodzakelijk zijn bij 30 km/uur wegen. Er hoeft immers geen hogere waarde te worden aangevraagd. Maar in het kader van een goede ruimtelijke ordening moet wel gemotiveerd worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.” Aan de geluidbelaste noordgevels zijn woningen mogelijk. Er zal later deze paragraaf nader worden ingegaan op het woon- en leefklimaat aldaar.

Waalwijk, ETZ-terrein

54

Cumulatie Voor alle bestemmingen waarvoor vanwege minimaal één weg de geluidbelasting meer dan 48 dB bedraagt, is de gecumuleerde geluidbelasting (LCUM) exclusief aftrek ex artikel 110g Wgh vanwege het wegverkeer (inclusief 30 km/uur-wegen) en de kwaliteit van de akoestische omgeving in een MilieuKwaliteitsMaat (MKM) volgens de “methode Miedema‟ bepaald (zie figuur 5.7).

Figuur 5.7 Gecumuleerde geluidbelastingen exclusief aftrek ex artikel 110g Wgh - alle wegen (met beoogde bebouwing)

Hierbij is rekening gehouden van de afscherming door de beoogde bebouwing binnen het plangebied. Deze bedragen: 

Wonen (gestapeld): o

Noordgevels (LCUM 54 – 56 dB) - MKM ‘redelijk’ tot ‘matig’

o

Oost- en westgevels (LCUM <50 – 53 dB) - MKM ‘goed’ tot ‘redelijk’

o

Zuidgevels en gevels binnenterrein (LCUM <50 dB) - MKM ‘goed’

Gemengd (maatschappelijk): o

Noordgevels (LCUM 55 – 57 dB) - MKM ‘matig’

o

Oostgevels (LCUM 52 – 57 dB) - MKM ‘redelijk’ tot ‘matig’

o

Zuid- en westgevels en gevels binnenterrein (LCUM <50 dB) - MKM ‘goed’

De cumulatieve geluidbelastingen variëren van minder dan 50 dB tot maximaal 54 dB. Dit betekent dat de MilieuKwaliteitsMaat geclassificeerd is tussen ‘goed’ en ‘matig’. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor alle woningen, mede omdat deze kunnen beschikken over een geluidluwe gevel en een buitenruimte die gelegen is aan deze gevel danwel is het geluidniveau aldaar niet meer dan 5 dB hoger dan bij de geluidluwe gevel. Vanuit ruimtelijk oogpunt wordt dit als acceptabel geacht. In het kader van een goed woon- en leefklimaat wordt geadviseerd voor de berekening van de geluidwering van de gevel uit te gaan van deze gecumuleerde geluidbelastingen exclusief aftrek ex artikel 110g Wgh. 5.4.1 Geluid verkeersgeneratie in relatie tot bestaande woningen De ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking. Onderzoek is uitgevoerd naar het effect van de verkeersgeneratie op de geluidbelasting ter plaatse van bestaande woningen nabij het plan. Dit onderzoek is als notitie toegevoegd aan de bijlagen van onderhavige ruimtelijke onderbouwing.

Waalwijk, ETZ-terrein

55

Voor de toename van de geluidbelasting op bestaande woningen vanwege verkeersgeneratie door nieuwe bouwplannen is geen wettelijk toetsingskader voorhanden. Onderzoek naar het effect op het woon- en leefklimaat in de omgeving van nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is aangewezen in het kader van de goede ruimtelijke ordening. Om het effect op het woon- en leefklimaat te kunnen beoordelen wordt zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij bestaande wet- en regelgeving. Voor wat de toename van de geluidbelasting kan aangesloten worden bij het wettelijk toetsingskader in geval van een reconstructie (afdeling 4 "Reconstructies" van hoofdstuk VI "Zones langs wegen" Wet geluidhinder). Hierin wordt als een toename van (afgerond) 2 dB of meer als een significante toename aangemerkt. In dat geval kan het woon- en leefklimaat toch aanvaardbaar worden geacht, indien de betreffende woning(en) beschikt (beschikken) over een geluidluwe gevel en buitenruimte, alwaar de geluidbelasting niet meer bedraagt dan 48 dB. De toename van de geluidbelastingen vanwege de verkeersaantrekkende werking van de ontwikkeling in weergegeven in tabel 5.1. Hierin is tevens per weg de maximale intensiteit weergegeven waarbij de toename van de geluidbelasting minder dan (afgerond) 2 dB bedraagt. Tabel 5.1:

Toename intensiteiten en geluidbelastingen

Weg(vak)

Kasteellaan

Toename

Loondonk – Burg. Verwielstraat Van Duvenvoordestr. – Tolstraat

Tolstraat Burgemeester Verwielstraat

Grotestraat – Hertog Janpark Hertog Janpark – Kasteellaan Kasteellaan – Burg. Moonenlaan Burg. Moonenlaan – Maylaan Maylaan – Floris v-Laan

Maylaan

[mv]

[%]

[dB]*

1.330 253

104 19

3,10 0,76

124

9

0,39

291 291 693 517 462

8 8 20 17 15

0,35 0,35 0,78 0,68 0,62

Afname

Nvt.

Nvt.

Van Assendelftstraat

Kasteellaan – ETZ ETZ - Floris v-Laan

Afname 342

Nvt. Nvt.

Nvt. Ntb.

Besoyensestraat

Grotestraat – Tolstraat Tolstraat – Liefrinckstraat

113 11

5 3

0,23 0,13

*: =10*log(1+procentuele groei) 2: = intensiteit exclusief ontwikkeling + 41% Nvt: Niet van toepassing Ntb: Niet te bepalen (vanwege ontbreken verkeersgegevens situatie 2040 huidig)

De toename van de geluidbelasting bedraagt maximaal 3,10 dB (vanwege verkeer op het wegvak Kasteellaan tussen de Loondonk en de Burgemeester Verwielstraat). Er is sprake van een significante toename op basis van afdeling 4 "Reconstructies" van hoofdstuk VI "Zones langs wegen" Wet geluidhinder). Hierbij dient aangetekend te worden dat: 

De exacte ligging van de ontsluiting van het ETZ aan de Kasteellaan nog niet bekend is.

Aan het betreffende wegvak geen geluidgevoelige gebouwen zijn gelegen (status juni 2023).

Het bestemmingsplan ‘Waalwijk – Kasteellaan’ zoals vastgesteld 11-11-2021 biedt mogelijkheden om op de hoek Kasteellaan - Burgemeester Verwielstraat in Waalwijk twee appartementengebouwen te realiseren. In het akoestisch onderzoek behorende bij dit bestemmingsplan (‘Akoestisch Onderzoek V1.0 naar de geluidbelasting op de gevels van de nieuw te bouwen appartementen aan de Kasteellaan 5141 BM Waalwijk’, kenmerk: 5141 BM - XX WO 001 29-04-2020 V1.0 van het geluidBuro) is met een intensiteit

Waalwijk, ETZ-terrein

56

van 2.610 motorvoertuigen per etmaal op dit wegvak uitgegaan van een hogere intensiteit dan zoals opgenomen in tabel 1, en is aangegeven dat de geluidwering van de gevels van de woningen dient te worden bepaald met als uitgangspunt de gecumuleerde geluidbelasting op de gevel. Voor de Van Assendelftstraat tussen de ontsluiting van het ETZ en de Floris v-Laan zijn geen verkeersgegevens beschikbaar (in het BBMA). Bij een procentuele toename van de intensiteit van 41% bedraagt de toename van de geluidbelasting nog net minder dan (afgerond) 2 dB. De toename op het wegvak bedraagt 34 motorvoertuigen per etmaal. Uitgaande van het aantal woningen dat via deze weg wordt ontsloten (minimaal 40) bedraagt de intensiteit in de huidige situatie minimaal 100 motorvoertuigen per etmaal en zal de toename van de geluidbelasting minder dan 2 dB bedragen. Ter plaatse van de overige weg(vakk)en is geen sprake van een significante toename. Conclusie Vanuit het aspect ‘akoestiek wegverkeer’ zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

Luchtkwaliteit Toetsingskader Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; b. een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c.

een project draagt “niet in betekenende mate” (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging;

d. een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: 

het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM;

het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO 2 en PM10 (1,2μg/m3).

Doorwerking plangebied Er is door Kragten een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Deze is opgenomen in de bijlagen. In deze paragraaf worden de belangrijkste resultaten samengevat. Ten behoeve van de bepaling van de effecten op de luchtkwaliteit ten gevolge van de inrichting is een rekenmodel opgesteld. In tabel 5.2 (volgende pagina) zijn de hoogste berekende waarden weergegeven, zoals berekend op de toetspunten ter plaatse van gevoelige objecten in de omgeving van het plan. De rekenre-

Waalwijk, ETZ-terrein

57

sultaten zijn exclusief de zeezoutcorrectie en exclusief de snelweg dubbeltellingscorrectie. Hierin zijn de immissiebijdragen van alle significante bronnen bij elkaar opgeteld. Dit houdt in dat de emissies vanuit de het plan, de overige relevante wegen en alle overige bronnen die in de achtergrondconcentratie zijn meegenomen bij elkaar op zijn geteld. Het betreft dus de totale immissie. Bij de kolommen “aantal overschrijdingen” staat het aantal dagen/uren weergegeven waarop de grenswaarden overschreden worden. De grenswaarde voor het NO2-uurgemiddelde (200 μg/m3) mag maximaal 18 maal per jaar overschreden worden en het PM1024-uursgemiddelde (50 μg/m3) maximaal 35 dagen per jaar. Uit tabel 5.2 blijkt dat voor alle beschouwde stoffen ruimschoots wordt voldaan aan het gestelde wordt voldaan aan de normstelling overeenkomstig het gestelde in de Wet milieubeheer. Het aspect luchtkwaliteit vormt hiermee geen belemmering voor de realisatie van het plan. Tabel 5.2:

Rekenresultaten referentiejaar 2023

Situatie

NO2

PM10

PM2,5

Jaargemiddelde concentratie

Aantal overschrijdingen

Jaargemiddelde concentratie

Aantal overschrijdingen

Jaargemiddelde concentratie

Norm

40

18

40

35

25

Toetspunten

15,8

0

15,5

6

8,8

Bijdrage plan + omgeving

0,6

-

0,1

-

0,0

Conclusie Vanuit het aspect ‘luchtkwaliteit’ bestaan er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14002069/1