Bijlage 1 Integraal Waterplan Waalwijk 2025-2027
Tekst van het document
4.4
Grondwater
We hebben een grondwatermeetnet. Dit meetnet beslaat de hele gemeente Waalwijk en bestaat uit peilbuizen waar de grondwaterstanden worden gemeten. Met de aanleg van nieuwbouwlocaties breiden we dit meetnet uit om voldoende inzicht te houden in de fluctuaties van het freatisch grondwater. Op de meeste plekken in onze gemeente ligt het grondwater op beperkte diepte onder het maaiveld. Er komen verschillende grondsoorten voor (veen, zand, klei, leem), waarvan sommige weinig waterdoorlatend zijn. Grondwateroverlast kan in veel vormen optreden. Vaak is er een verband met een periode van langdurige neerslag. Oplossingen voor deze overlast zijn meestal sterk afhankelijk van de locatie, mate van overlast, verantwoordelijkheden en kosten. Vanwege deze complexiteit is
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
23
er vaak onderzoek nodig om de oorzaak vast te stellen. Vervolgens kan er een adequate beslissing worden genomen. Met betrekking tot grondwater verdient de Langstraat extra aandacht. Het betreft hier een Natura 2000 gebied, een zogenaamde natte natuurparel. De Langstraat is van oudsher een zeer nat gebied dat door voedselarm grondwater (kwelstroom) wordt gevoed. Hierdoor treffen we er een zeer bijzondere biotoop aan. Om deze biotoop te handhaven en te versterken wordt het niveau van het grondwater in dit natuurgebied verhoogd. Hierdoor is er een risico op overlast bij de omwonenden. De provincie Noord-Brabant is de voortouwnemer en zorgt ervoor dat middels berekeningen en passende maatregelen de kans op overlast niet toeneemt. De provincie bewaakt de situatie met een uitgebreid monitoringsplan en zorgt ervoor dat tijdig wordt ingegrepen als de grondwaterstand een bepaalde grenswaarde overschrijdt. Voor woningen is dat een minimale drooglegging van 0,7 m en voor tuinen en landbouwpercelen 0,5 m. In de kern Waalwijk vindt drinkwaterwinning plaats. De grondwateronttrekking heeft invloed op de grondwaterstand. Voor de drooglegging is het gunstig als in de natte winterperiode meer water wordt onttrokken. Anderzijds is het wenselijk dat in de zomer de grondwaterstanden niet te diep wegzakken, zodat de waterpartijen langer op het streefpeil blijven.
Met Brabant Water wordt overleg gevoerd om de vraag naar drinkwater en de gemeentelijke belangen zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen.
4.5
Vergunningen en handhaving
Vergunningverlening voor water gerelateerde maatregelen loopt via het landelijke loket DSO (digitaal loket omgevingswet). Zij betrekken indien nodig andere betrokken overheden. Milieutoezichthouders bezoeken bedrijven volgens een jaarlijks vastgesteld uitvoeringsprogramma. Het uitvoeren van toezicht op lozingen op het oppervlaktewater wordt door het waterschap uitgevoerd. Het uitvoeren van toezicht op aansluitingen en lozingen van bedrijven en woningen via de riolering door het cluster (bouw)handhaving heeft een lage prioriteit ten opzichte van andere toezicht- en handhavingstaken (zoals brandveiligheid en constructieve veiligheid). Met de komst van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is er meer verantwoordelijkheid bij de bedrijven en burgers zelf komen te liggen om aan wet- en regelgeving te voldoen.
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
24
OMGEVINGSPROGRAMMA
5 Wat gaan we doen Riolering en oppervlaktewater raken steeds meer verweven. De groenvoorzieningen spelen daarin een belangrijke rol. Op locaties waar de (openbare) ruimte opnieuw wordt ingericht, zorgen we voor een brede integrale afstemming om die inrichting optimaal te laten functioneren. Die brede afstemming wil niet zeggen dat alles mogelijk is, maar wel dat we overwogen keuzes maken. In dit hoofdstuk beschrijven we onze handelswijze, steeds uitgaande van de ambities die in hoofdstuk 3 staan beschreven.
5.1
Maatregelen op samenwerken
Overleggen en communiceren Water heeft vele functies en kent daardoor veel belanghebbenden. Er is veel communicatie nodig om alle belangen zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Dat doen we door overleggen, afstemming en publiekscampagnes. Onze gesprekspartners zijn inwoners, bedrijven, collega’s, de waterschappen en andere overheden. Met hen communiceren wij over de werking van ons watersysteem, over verantwoordelijkheden, verplichtingen en plannen. Uitleg over de werking en ieders rol daarin leidt tot waardevolle informatie. Denk hierbij aan een inwoner die een verstopping meldt, een bedrijf met een foutaansluiting en de afstemming tussen gemeente en waterschap over een nieuwbouwplan. Al deze momenten van communicatie brengen ons inzicht, kennis en ervaring, waarmee wij onze doelen voor de riolering en de wateren beter kunnen behalen. Afstemming uitvoeringprogramma Om onze ambities waar te maken, is afstemming met het uitvoeringsprogramma van Waterschap Brabantse Delta en Waterschap Aa en Maas zeer nuttig. Er zijn diverse onderwerpen waar wij gemeenschappelijke belangen hebben: droge voeten, bescherming van het milieu en verwerking van stedelijke afvalwater. Afstemming van onze wederzijdse programma’s zorgt voor een efficiënte aanpak
en
leidt
tot
verdere
optimalisatie
van
onze
rioleringszorg.
Ook
binnen
het
samenwerkingsverband Regio Hart van Brabant delen we elkaars plannen en stemmen we plannen af waar nodig. Vroegtijdig advies Bij de nieuwbouwplannen in onze eigen gemeente zien we dat er steeds meer belangen meespelen, die allemaal een eigen claim op ruimte leggen. De eisen uit dit IWW dienen strikt te worden gehanteerd. Een goede waterhuishouding is namelijk de basis voor een gezonde leefomgeving en voorkomt schades door hevige neerslag en droogte. De medewerker ‘water’ zit daarom vanaf het eerste initiatief aan tafel om te adviseren over de inrichting. Dit adviseren start vóór de bestemmingsfase bij het eerste contact met de ontwikkelaar. Daarbij betrekken we ook het waterschap. Vanuit ‘water’ is onze inbreng erop gericht dat bouwpeilen op een verantwoorde hoogte
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
25
boven de grondwaterstand en boven de wegverharding komt te liggen om schade door (grond)wateroverlast te voorkomen.
5.2
Maatregelen op drinkwater
In deze planperiode zijn er twee pijlers die het drinkwater raken. In paragraaf ‘5.4 Maatregelen op hemelwater’ staat beschreven hoe we zoveel mogelijk hemelwater willen vasthouden en infiltreren waar het valt. Dit water voedt het grondwater en daarmee de drinkwatervoorraad. In grondwaterbeschermingsgebied zoals het zuidelijk deel van de kern Waalwijk, borgen we met aanvullende maatregelen de kwaliteit van het infiltrerend hemelwater. Op regionaal niveau zijn we in de Regio Hart van Brabant partner van Brabant Water om de waterhuishouding te bewaken en waar nodig te verbeteren.
5.3
Maatregelen op stedelijk afvalwater
Verbetermaatregelen In het basisrioleringsplan (BRP) is berekend welke locaties gevoelig zijn voor extreme neerslag. Als een bui die gemiddeld eens per 2 jaar valt, niet goed kan worden verwerkt, is een verbetermaatregel nodig. Deze maatregel voeren we bij voorkeur uit binnen het IUP. Rioolvervanging Voor de planperiode van dit IWW 2025-2027 geldt dat er 4 km rioolvervanging per jaar wordt voorbereid en vervolgens wordt uitgevoerd. Dit volgt uit de reguliere rioolinspecties en uit een apart onderzoek naar de risicoriolen. Dat zijn riolen die van belang zijn voor de afvoer van een wijk. In alle gevallen betreft het riolering van het type gemengd stelsel. Gemalen en persriolering De gemeente Waalwijk heeft 74 hoofdgemalen, 8 IBA’s, 196 minigemalen en bijna 60 km pers- en drukriolering. Pompen inclusief de elektrische aansturing gaan gemiddeld 20 jaar mee. Dat betekent dat er jaarlijks gemiddeld 15 pompinstallaties worden vervangen. Bij die vervanging maken we de afweging of nieuwe technieken bijdragen aan verdere optimalisatie van het functioneren van ons stelsel. Die winst wordt gevonden in het type pomp en/of in de aansturing ervan. Nieuwbouw - stedelijk afvalwater Bij alle nieuwbouw wordt alleen het huishoudelijk afvalwater aangesloten op de gemeentelijke riolering en afgevoerd naar de RWZI.
Daarmee beperken we de belasting van de bestaande riolering en houden we de hoeveelheid te zuiveren afvalwater zo klein mogelijk. In het buitengebied wordt het huishoudelijk afvalwater veelal met gemaaltjes verpompt naar de stedelijke riolering. Op deze riolering mag alleen vuilwater zijn aangesloten omdat de capaciteit van de gemalen te klein is om ook hemelwater af te voeren.
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
26
5.4
Maatregelen op hemelwater
Rioolvervanging Bij rioolvervanging (zie vorige paragraaf) streven we naar de aanleg van een hemelwaterstructuur die 60mm (60 liter per vierkante meter) water kan opvangen en verwerken. In bestaande gebieden is dat een hele uitdaging omdat de ruimte vaak zeer beperkt is. We leggen daarom de ondergrens op 20 mm. In uitzonderlijke situaties kan het zelfs mogelijk zijn dat door ruimtegebrek, een hoge grondwaterstand of niet verlegbare (hoofdtracés van) kabels en leidingen niet op doelmatige wijze een hemelwaterstructuur realiseerbaar is. Vooruitlopend op de planvoorbereiding, stellen we voor de betreffende wijken afkoppelplannen op waarbij wordt onderzocht op welke wijze een hemelwaterstructuur kan worden ingepast in de bestaande openbare ruimte. In deze afkoppelplannen nemen we de ligging van kabels en leidingen mee, maar ook boomstructuren (en hun wortels) en eventuele bodemverontreinigingen. De hemelwaterstructuur kan bestaan uit bijvoorbeeld hemelwaterriolen, wadi’s, retentievijvers, ondergrondse infiltratiesystemen of waterbergende fundering. Per situatie wordt bekeken welk systeem het beste voldoet. Uitvoering van deze maatregelen loopt via het IUP. Bij ieder project is er een aantal fundamentele vragen die we doorlopen om de juiste keuze te maken voor de riolering.
Stap
Vraag
Toelichting
1)
Is rioolvervanging mogelijk?
Meestal is vervanging goed mogelijk. In sommige bijzondere situaties gaat dat niet. Bijvoorbeeld waar het riool heel diep ligt of vlakbij kwetsbare gevels. Dan kan relining uitkomst bieden. Er komt dan een kunststof ‘kous’ in het bestaande riool.
2)
Kan hemelwater worden gescheiden
Ook wel afkoppelen genoemd. Er komt dan een extra structuur
van vuilwater?
om het afstromend hemelwater via een eigen systeem te verwerken. Bijvoorbeeld met een wadi of oppervlaktewater.
3)
Is er ruimte voor een zichtbare
Denk aan groenstroken waar een wadi of zaksloot in kan
hemelwatervoorziening?
worden aangelegd. Voordeel van een zichtbare structuur is bewustwording en eenvoudige controle.
4)
Is infiltratie mogelijk?
Bij infiltratie zakt het hemelwater vanuit een voorziening weg in de bodem en voedt daarmee de grondwatervoorraad. De bodem dient voldoende waterdoorlatend te
zijn en de
grondwaterstand mag niet te hoog staan. Die hoogte is afhankelijk van de droogleggingseisen en de grondsoort. 5)
Is afvoer uit het plangebied nodig?
Soms is er in het plangebied zelf geen of onvoldoende ruimte om de waterberging en/of infiltratie onder te brengen. Dan kan een verbinding naar een locatie in de (nabije) omgeving uitkomst bieden. Ook als die verbinding pas in een volgend project wordt gerealiseerd.
6)
Welke klimaatadaptieve en
Denk hierbij aan vergroening van oppervlak en daken, aan
duurzame mogelijkheden zijn er?
hergebruik van materialen.
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
27
Klimaatbestendige maatregelen De gevolgen van de klimaatverandering worden steeds duidelijker: droogte, hitte en wateroverlast. De inrichting van onze leefomgeving, waartoe ook de openbare ruimte behoort, dient hierop te worden aangepast. Dat noemen we klimaatadaptie. Het Waterschap Brabantse Delta is ook voor klimaatadaptatie een goede partner. Zij hebben programma’s die zijn gericht op de vergroening van schoolpleinen en participeren bij verschillende gemeenten (ook Waalwijk) in de Green Deal, waarbij bedrijven worden uitgedaagd én ondersteund om hun perceel klimaatadaptief in te richten. Daarom stemmen wij onze plannen goed af met de plannen en programma’s van het waterschap. Klimaatbestendige inrichting openbare ruimte De gemeente Waalwijk geeft het goede voorbeeld bij haar projecten in de openbare ruimte.
Meer ruimte voor water.
Meer ruimte voor de groen-blauwe functie door afkoppelen en vergroenen. Dat doen we door het reduceren van verharding en aanleg van 10% meer groen bij reconstructies (conform Groenbeleidsvisie ‘Groen leeft’).
Water binnen het gebied houden, aanvullen plaatselijke (grond)watervoorraad.
Foutlozingen en vervuiling voorkomen door zoveel mogelijk zichtbare bovengrondse waterafvoer.
Klimaatbestendige inrichting particuliere ruimte 50% van de ruimte is particulier eigendom. Om het verschil te maken, voeren we samen maatregelen uit die de kwaliteit van onze eigen leefomgeving verbetert.
Nationale
wetgeving
gaat
uit
van
volledig
eigen
verantwoordelijkheid
van
iedere
perceeleigenaar.
Hemelwater verwerken op eigen perceel volgens de trits: vasthouden-bergen-afvoeren.
Bij nieuwbouw en uitbreiding van bestaande verharding zorgt de perceeleigenaar voor 60 mm waterberging.
Bij bestaande bouw stimuleert de gemeente Waalwijk afkoppelen met een subsidie. Er dient dan minimaal 20 mm waterberging te worden aangelegd.
Zie ook §3.4, tabel 1 voor de specificatie van de aan te leggen berging per situatie.
Indien een perceel vanuit de infiltratievoorziening een overloop heeft naar het gemeentelijk watersysteem, is dat een zichtbare overloop over maaiveld. Dat is het meest eenvoudig te beheren (door de eigenaar) en het beste te handhaven (door de gemeente Waalwijk).
De verordening die het afkoppelen van particuliere verharding stimuleert.
Wees creatief: groen dak, groene gevel, hergebruik water.
Nieuwbouw - Hemelwater We werken toe naar een situatie waarin hemelwater wordt opgevangen en verwerkt op het eigen perceel. Dat geldt voor de private perceeleigenaren (zoals bij woningen en bedrijven) en de eigenaar
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
28
van de openbare ruimte (gemeente Waalwijk). Dit is cruciaal om ervoor te zorgen dat we de waterhuishouding klimaatadaptief en duurzaam inrichten. De norm hiervoor is 60 mm waterretentie. Voor het hemelwater geldt, dat er wordt getoetst volgens de trits vasthouden-bergen-afvoeren (zie figuur 7). Daar is ruimte voor nodig. Voor het hemelwater wordt een apart systeem aangelegd, afhankelijk van de lokale situatie. Denk hierbij aan de doorlatendheid van de bodem en de grondwaterstand.
Figuur 7: Trits vasthouden-bergen-afvoeren Het hemelwatersysteem heeft volgens de richtlijnen van de Brabantse waterschappen 60 mm berging (dat is 60 liter per vierkante meter). De voorkeur gaat ernaar uit dat het water vervolgens infiltreert in de bodem. Als dat niet mogelijk is (bijvoorbeeld in klei of door een hele hoge grondwaterstand), mag de berging langzaam leeglopen naar de openbare waterlopen. 2 l/s/ha is de norm voor die leegloop. Deze richtlijnen gelden zowel voor de gemeente die de afwatering van het openbaar gebied inricht, als voor particulieren (inwoners en bedrijven) die eigen verantwoordelijkheid hebben voor het verwerken van hemelwater op hun eigen perceel. De eisen voor berging en leegloop gelden indien er minimaal 20 m2 verharding wordt verbouwd of toegevoegd. Dat kan dakoppervlak, terreinverharding of een combinatie van beiden zijn. Enkele voorbeeldberekeningen zijn opgenomen in bijlage 8. Op de pagina https://duurzaam.waalwijk.nl/ga-slim-om-met-water zijn ter inspiratie enkele voorbeelden te vinden.
5.5
Maatregelen op grondwater
Monitoren We monitoren de grondwaterstanden met behulp van het meetnet. Het waterschap en de provincie zijn daarbij belangrijke partners omdat zij peilbeheerder zijn. Met name de Westelijke Langstraat heeft onze aandacht. De provincie heeft hier een monitoringsprogramma lopen in verband met de
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
29
vernatting van dit gebied. De gemeente Waalwijk volgt de ontwikkeling nauwlettend vanuit haar zorgplicht en in het belang van de bewoners van dit gebied. Er zijn in de gemeente Waalwijk enkele locaties bekend die zettingsgevoelig zijn, zoals de veengronden oostelijk van Waspik. Wanneer hier een maatregel of aanpassing in de grondwaterstand aan de orde is, onderzoeken we eerst of de maatregel een risico vormt voor de aanwezige bebouwing. Dit sluit aan bij de landelijke aandacht voor funderingsproblematiek waarmee de Stichting Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) zich bezighoudt. Door het bewust zijn van de invloed van het grondwater in zettingsgevoelige gebieden, voorkomen we dat we door werkzaamheden in de openbare ruimte funderingsproblemen creëren. Meldingen Als er een melding over grondwater binnenkomt, raadplegen we onze metingen. We betrekken waar nodig het waterschap of provincie om te zorgen dat de melding adequaat kan worden opgepakt en afgehandeld. Nieuwbouw - Grondwater Bij de ontwikkeling van een bouwplan dient ervoor te worden gezorgd dat het grondgebruik voor bijvoorbeeld wonen en werken, niet structureel nadelig wordt beïnvloed door de grondwaterstand. Hierbij
moet
rekening
worden
gehouden
met
de
‘normale’
jaarlijkse
fluctuatie
van
de
grondwaterstand en tegenwoordig is ook een doorkijk nodig naar de extreme standen die door langdurige neerslag of droogte optreden. De gemeente zorgt waar nodig voor uitbreiding van het meetnet waarmee de grondwaterstanden worden gemonitord.
5.6
Maatregelen op oppervlaktewater
Waterlopen vormen een belangrijke schakel in de waterhuishouding van de gemeente Waalwijk. Het afstromend hemelwater stroomt via de waterlopen richting de Bergsche Maas. Daarnaast zijn er waterlopen die het overstortend rioolwater verwerken als de riolering tijdens zware neerslag niet al het water krijgt afgevoerd naar de RWZI. Om de functies van de waterlopen in stand te houden, is er onderhoud nodig.
Maaien voor doorstroming.
Duikers reinigen voor doorstroming.
Profiel periodiek herstellen voor voldoende berging.
Baggeren van vijvers en watergangen.
Handhaving op behoud van functionaliteit.
Van de duikers in de sloten en greppels weten we dat deze gemiddeld 50 jaar meegaan. Een aandachtspunt vormt het baggeren en reinigen van duikers. Dit is nodig om de capaciteit van vijvers, watergangen en duikers op niveau te houden. Ook hier hebben gemeente en waterschap elkaar nodig. Voor de wateren in beheer bij het waterschap, is het baggeren een taak van het waterschap
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
30
en heeft het aangrenzende perceel ontvangstplicht. Daarnaast heeft de gemeente ook zelf water in onderhoud. De afvoer van bagger is een kostbare zaak. De gemeente Waalwijk heeft daarom een eigen depot ingericht waar de bagger rijpt. Deze bagger moet voldoen aan een minimale basiskwaliteit. Na schoning wordt het materiaal ingebracht als grondstof. Daarmee worden de kosten per kuub teruggebracht van € 40 naar € 3. Dit voldoet prima aan de milieudoelstellingen van de gemeente Waalwijk:
Minimaliseren afvalstromen.
Hergebruik.
Minder transport.
Grote reducering van kosten.
5.7
Onderzoeken en onderhoudsmaatregelen
Onderzoeken Een goed beheer van het watersysteem zoals in de voorgaande paragrafen beschreven, behoeft goede onderzoeken. Die onderzoeken zorgen ervoor dat we informatie hebben waarmee we de juiste keuzes kunnen maken. Er zijn twee soorten onderzoeken:
Een onderzoek om één specifiek onderwerp te verkennen. Bijvoorbeeld de foutaansluitingen in een afgebakend rioleringsgebied.
Regelmatig terugkerende onderzoeken. Deze geven na verloop van tijd inzicht in de ontwikkeling van het stelsel, bijvoorbeeld de rioolinspecties. Op basis van herhaalde inspecties kan een uitspraak worden gedaan over de restlevensduur van een rioolbuis.
Voor de planperiode 2025-2027 hebben we de volgende onderzoeken opgenomen. Tabel 3: Onderzoeken 2025-2027 Nr.
Onderzoek
Toelichting
O1)
Databeheer continu bijwerken
Actueel inzicht in het areaal
O2)
Inspecteren gemalen en
Jaarlijkse inspectie is de basis voor het vervangingsprogramma.
drukriolering
Gemeente Waalwijk heeft 270 gemalen en 8 IBA’s. Gemiddeld
Inspecteren van riolering
Riolering worden eens per 20 jaar geïnspecteerd; vanaf 40 jaar eens
worden er jaarlijks 15 vervangen. O3)
per 10 jaar. De inspecties vormen de basis voor eventuele onderhoudsmaatregelen, reparaties of vervangingen. In bijlage 4 zijn de ingrijpmaatstaven opgenomen die wij hanteren. O4)
O5)
Inspecties
Inspecteren van duikers (constructief door gemeente, vervuiling
oppervlaktewateren*
door waterschap), waterkwaliteitsonderzoek vijvers.
Overige onderzoeken
Bijvoorbeeld: foutaansluitingen en een slecht functionerend gemaal.
*Dit onderzoek maakt geen onderdeel uit van de exploitatie van de riolering, maar is onderdeel van de exploitatie groen. Vanwege de integrale benadering van het watersysteem wordt dit onderzoek hier wel benoemd.
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
31
Onderhoudsmaatregelen De gemeente Waalwijk heeft veel onderhoud uitbesteed. Dat is een efficiënte manier om een groot deel van deze taak in te vullen. De onderhoudsmaatregelen zorgen ervoor dat het watersysteem naar behoren functioneert. Tabel 4: Overzicht onderhoudsmaatregelen Onderhoud voor
Wat gebeurt er
Frequentie
Wijziging in planperiode
Vrijverval riolering
Reiniging
1x per 10 jaar
Inspectie
1x per 20/10 jaar*
Verstopping verhelpen
Na melding
Straatkolken/lijngoten
1-2 x per jaar
Reparaties
Na inspectie of melding
Gemalen
Reiniging
2x per jaar
(pompputten)
Inspectie
1x per jaar
Storingen verhelpen
Na melding
Reparaties
Na inspectie of melding
Reiniging
Na melding
Inspectie
Na melding
Storingen verhelpen
Na melding
Reparaties
Na melding
Reinigen
2x per jaar
De minigemalen
Inspectie
1x per jaar
De minigemalen
Storingen verhelpen
Na melding
Reparaties
Na melding
Inspectie
1x per jaar
Reiniging
Variabel
Storingen
Na melding
Persleidingen
Drukriolering
IBA’s
Frequentie naar behoefte
Vuile putten 3x per jaar
Blijkt uit inspectie
Reparaties
Na melding
Oppervlaktewateren
Maaien
1x per jaar
Ontvangst- en afvoerplicht
A-watergangen
Reinigen duikers
1x per jaar
Constructief
(onderhoud door
Inspecteren duikers
Na melding
waterschap)
Baggeren
1x per 12 jaar
B-watergangen
Maaien
1x per jaar
(onderhoud door
Reinigen duikers
1x per 12 jaar
Ontvangst- en afvoerplicht
gemeente)
*Riolering tot een leeftijd van 40 jaar: 1x per 20 jaar, daarna 1x per 10 jaar Persleiding: achter hoofdgemaal Drukriolering: ‘riolering buitengebied’
5.8
Verordeningen
Verordeningen in de gemeente Waalwijk die relevant zijn voor dit IWW:
Verordening rioolheffing 2024 en jaarlijks opnieuw vast te stellen
Aansluitverordening riolering 2009.
Verordening afvoer hemelwater.
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
32
De Verordening rioolheffing wordt jaarlijks vastgesteld en bepaalt de tariefstelling voor de rioolheffing. Deze bestaat uit een vaste component voor de eigenaar van het betreffende perceel en een variabel deel voor de gebruiker van het perceel. Het drinkwaterverbruik bepaalt de hoogte van het variabel deel. De Aansluitverordening riolering wordt geactualiseerd.
5.9
Wat verwachten wij van onze burgers en bedrijven
Tot enige jaren geleden werden burgers en bedrijven volledig door de overheden ontzorgd als het gaat om de afvoer van afvalwater, schoon of vuil. De toename van verstedelijking (verhard oppervlak) in combinatie met extremer weer (klimaatverandering), heeft ertoe geleid dat de gemeenten het niet meer alleen voor elkaar krijgen om droge voeten te borgen. De gemeente Waalwijk geeft het goede voorbeeld in beheer, verwerken van hemelwater en transporteren van huishoudelijk afvalwater. Ook blijft de gemeente het huishoudelijk afvalwater inzamelen en transporteren. Dat is cruciaal voor de volksgezondheid en bescherming van het milieu. Van de burgers en bedrijven verwachten wij dat: 1) hun lozingsgedrag de werking van riolering en zuivering niet nadelig beïnvloedt en geen schade toebrengt aan het milieu; 2) zij het riool verstandig gebruiken; 3) zij het riool zorgvuldig (laten) aanleggen en foutaansluitingen* voorkomen; 4) zij bij grondwateroverlast eerst controleren of de eigen woning/bedrijfspand waterdicht is. * Er is sprake van een foutaansluiting als een vuilwaterafvoer is aangesloten op een hemelwaterstelsel of een hemelwaterafvoer op een vuilwaterstelsel. De gemeente Waalwijk verwacht meer van de burgers en bedrijven als het gaat om de verwerking van hemelwater.
Zoals eerder omschreven, is het ondertussen nodig dat iedereen een bijdrage levert om onze leefkwaliteit op peil te houden bij een toenemende verstedelijking en klimaatsverandering. Van bewoners en bedrijven verwachten wij daarom dat: 5) zij hemelwater op eigen perceel gaan verwerken (zie §3.4 tabel 1); 6) zij tijdelijke hinder door water-op-straat accepteren.; 7) zij bewust omgaan met drink- en hemelwater, met name in perioden van langdurige droogte. Praktisch In bijlage 6 is een overzicht opgenomen van de eisen aan het hemelwatersysteem bij nieuwbouw en bestaande bouw. Om dit als verplichting op te leggen aan de private grondeigenaren, zorgen we dat dit vastligt in de hemelwaterverordening.
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
33
OMGEVINGSPROGRAMMA
6
Wat voor gevolgen heeft dit voor de personele inzet en financiën
6.1
Personeel
Om de zorg voor het watersysteem naar behoren uit te voeren, zijn financiële en personele middelen nodig. De personele capaciteit is afhankelijk van de hoeveelheid werk die je als gemeente zelf wilt uitvoeren. Er zijn twee uitersten, met alle varianten daar tussenin:
zo veel mogelijk taken zelf uitvoeren;
zo veel mogelijk uitbesteden.
De gemeente Waalwijk werkt al jaren met het model waarbij operationele werkzaamheden, zoals reiniging en inspectie, voor een groot deel wordt uitbesteed aan gespecialiseerde bedrijven. Als het gaat om voorbereiding van vervangingen en nieuwbouw heeft de gemeente Waalwijk zelf een goede dienst in huis. 6.1.1 Berekening De Leidraad Riolering heeft een rekenmodel om de personele capaciteit te berekenen. In dit model moet een aantal gegevens worden ingevoerd om tot een indicatie te komen van het aantal fte’s. Deze gegevens bestaan uit omvang van de gemeente, areaalgegevens, investeringsprogramma en een specificatie van het aandeel uit te besteden werk per taak. Het model is gebaseerd op landelijke onderzoeken en ervaringen. De uitkomst mag als richtlijn worden gehanteerd. Het resultaat voor de gemeente Waalwijk is dat een personele inzet nodig is tussen 4,5 en 10 fte. Deze marge volgt uit de keuze tussen ‘alles zelf doen’ en ‘maximaal uitbesteden’. Zelfs wanneer er wordt gekozen voor zo veel mogelijk uitbesteden, is er een aantal taken die de gemeentelijk dienst zelf blijft doen:
Bedenken wat nodig is.
Opzetten van het plan.
Uitbesteden.
Controleren.
6.1.2 Beschikbaar Binnen de gemeente Waalwijk zijn de volgende fte’s werkzaam aan riolering en waterlopen: Afdeling
Functie
Capaciteit
Team ORV
Beheer riolering
1,8 fte
Beheer waterlopen
0,2 fte
Toezicht
0,5 fte
Beleidsmedewerker
1,0 fte
Team OOR Team Buitendienst
2,0 fte
Vergunningen en handhaving
0,15 fte
TOTAAL
*
5,65 fte
*Financiering van het beheer waterlopen komt ten laste van het budget groen.
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
34
In de gemeente Waalwijk voeren we veel taken zelf uit. Het onderhoud aan gemalen en drukriolering is uitbesteed. 6.1.3 Conclusie Wanneer we de beschikbare personele capaciteit (§6.1.2) vergelijken met de berekende benodigde capaciteit (§6.1.1), zien we dat onze bezetting boven de ondergrens van het rekenmodel van Stichting Rioned ligt en voldoende is om de huidige taken in te vullen. Voor de planvoorbereiding en uitvoering zien we dat de vervangingsopgave in deze planperiode groot is en daarmee ook de druk op de bestaande organisatie.
6.2
Financiële middelen
De rioolheffing dekt de kosten voor met name rioleringszorg. Ook een deel van de kosten voor het onderhoud aan oppervlaktewateren en wadi’s wordt hierin meegenomen. Dat onderhoud draagt namelijk bij aan het functioneren van het watersysteem van de gemeente Waalwijk. Het dient de zorgplichten die wij als gemeente invullen. Prijspeil 2024 – gerekend zonder indexatie De kosten bestaan uit het onderhoud aan de
In de financiële doorrekening (het
riolering en het vervangen ervan. Riolering
kostendekkingsplan) is geen rekening gehouden
gaat in de gemeente Waalwijk gemiddeld 70
met indexatie (inflatie) voor 2025-2027. Dat
jaar lang mee. Pompen slijten sneller en
betekent voor het riooltarief en de
moeten daarom om de 20 jaar worden
exploitatiekosten dat deze jaarlijks met het
vervangen. We bekijken de kosten over 70
indexatiecijfer dienen te worden verhoogd. Bij
jaar. In die periode is elk onderdeel dan
het riooltarief komt deze verhoging bovenop de
minstens éénmaal vervangen.
berekende stijging.
6.2.1 Vervangingswaarde Het watersysteem van de gemeente Waalwijk heeft een vervangingswaarde van € 390.000.000, exclusief de oppervlaktewateren en wadi’s. Wel inbegrepen zijn de riolering, de gemalen, de druken persleidingen, bergbezinkbassins en bijzondere constructies zoals overstortputten. De verhoging ten opzichte van het IWW 2021-2024 volgt uit toename van het areaal en indexering van het prijsniveau met 26% (bron CBS, prijsindex voor Grond- weg-, en waterbouw). 6.2.2 Exploitatie Jaarlijks is er een bedrag nodig van € 3.256.601 (prijspeil 2024) voor de bekostiging van de exploitatie. De kosten betreffen onder andere het onderhoud aan riolering, gemalen, de stimuleringsregeling afkoppelen en de inzet van personeel. Onderhoud aan het oppervlaktewater wordt betaald uit het budget voor groen. De exploitatie wordt jaarlijks geïndexeerd in de begroting die door de raad wordt vastgesteld.
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
35
Ten opzichte van het IWW 2021-2024 zijn er een aantal aanpassingen opgenomen onder de noemer ‘nieuw beleid’. Deze aanpassingen worden hier puntsgewijs toegelicht. Areaal De uitbreiding van het rioleringsstelsel over de periode 2021-2024 bedraagt 7,8%. Dit komt door de aanleg van riolering in nieuwbouwplannen en doordat bij rioolvervanging, naast het aanwezige gemengde stelsel, een hemelwaterstelsel wordt toegevoegd. Er is dan meer budget nodig voor maatregelen zoals reiniging van straatkolken en riolering en rioolinspecties. Rioolaansluitingen De tarieven voor het aanleggen van een rioolaansluiting zijn niet meer kostendekkend. Door aanpassing van de tarieven is deze post weer kostendekkend. Stimuleringsregeling afkoppelen Deze regeling zorgt ervoor dat er jaarlijks minstens 5.000 m2 (1 voetbalveld) aan particuliere verharding van de riolering met ondersteuning door de gemeente kan worden afgekoppeld. In het IWW 2021-2024 is het budget te ambitieus ingestoken met € 380.000 per jaar. In dit IWW 2025-2027 rekenen we met € 155.000 per jaar. Het nieuwe budget sluit goed aan bij de deelname van afgelopen jaren. Daardoor daalt het gemiddelde riooltarief met € 11. Tegelijkertijd verbreden we de regeling zodat woningen en bedrijven die zijn aangesloten op een hemelwaterstelsel ook kunnen deelnemen, mits in het betreffende rioleringsgebied minder dan 60 mm waterberging aanwezig is.
Onderwijsprogramma Op basisscholen wordt een onderwijsprogramma gegeven om de bewustwording bij kinderen vergroten ten aanzien van klimaatadaptatie en de omgang met water. Doordat kinderen hier thuis over praten, vergroot dit ook de bewustwording bij de ouders. De kans op deelname aan de Week van ons Water of de Stimuleringsregeling Afkoppelen neemt hierdoor toe. Hiertoe is een budget opgenomen van € 50.000 per jaar opgenomen. Dat is afgerond € 2 op het gemiddeld riooltarief. Afkoppelen bij rioolvervanging Deze verplichting zorgt ervoor dat er jaarlijks tot 10.000 m2 (2 voetbalvelden) particuliere verharding extra wordt afgekoppeld van de riolering. Dat zijn de voorkanten van de daken die eenvoudig zijn af te koppelen van de gemengde riolering. Vervolgens gaan deze oppervlakken afwateren naar het nieuwe, door de gemeente, aan te leggen hemelwaterstelsel. Meer dan 50% van alle verharding is particuliere verharding. Tijdens rioolvervangingsprojecten van de gemeente is er ondanks alle communicatie vrijwel geen bereidheid tot het leveren van een bijdrage aan een meer klimaat robuuste omgeving. Deze verplichting brengt daar verandering in. Een onkostenvergoeding van € 300 per woning zorgt ervoor dat de onkosten zijn gedekt. Voor deze verplichting is een budget nodig van € 100.000 per jaar. Dat is afgerond € 4 op het gemiddeld riooltarief.
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
36
6.2.3 Kapitaallasten Een andere kostenpost betreft de afbetaling van nieuwe kapitaallasten en de kapitaallasten van investeringen uit het verleden. De investeringen zijn in vier posten onder te verdelen. Rioolvervanging Deze planperiode worden vooral de oudere gemengde riolen vervangen. Het gaat om gemiddeld 4 km per jaar. Tijdens deze werkzaamheden leggen we ook een hemelwatervoorziening aan. In het bestaande stedelijk gebied blijkt dat vaak heel moeilijk inpasbaar. Dat is in de afgelopen planperiode 2021-2024 duidelijk gebleken. Het budget blijkt behoorlijk ontoereikend om de volgende redenen:
Het budget was gebaseerd op de aanleg van een groot hemelwaterriool onder de rijweg.
In de praktijk blijkt daar vaak onvoldoende ruimte waardoor er een hybride oplossing nodig is. Denk hierbij aan een combinatie van hemelwaterriolering met wadi’s en waterbergende wegfundering. De kosten nemen hierdoor fors toe.
In de periode 2022-2023 zijn de prijzen zeer fors toegenomen, met 20 tot 30 procent.
Nu is het budget gebaseerd op de specifieke situatie in de gemeente Waalwijk en is het prijsniveau aangepast naar de huidige markt. In dit IWW is gerekend met een investering van € 11,2 miljoen per jaar op basis van prijspeil 2024. Verbetermaatregelen Bij de doorrekening van het rioleringsstelsel (het BRP) zijn locaties aangetroffen waar voor de toekomstige situatie verbeteringen nodig zijn. Ook om onze omgeving meer klimaatadaptief in te richten zijn aanpassingen nodig. Vanuit dit budget worden die aanpassingen op efficiënte wijze mogelijk gemaakt door aan te haken bij lopende werken. In deze planperiode is jaarlijks een investering voorzien van € 250.000. Risicoriolen Afgelopen planperiode zijn in Waalwijk de risicoriolen geïnspecteerd. Uit deze inspectie blijkt dat maatregelen nodig zijn. De maatregelen worden in deze planperiode uitgevoerd. De totale investering bedraagt € 1,4 miljoen. Vervanging van gemalen Er zijn 270 rioolgemalen en 8 IBA’s met pompen. Gemiddeld worden er ieder jaar 15 gemalen vervangen. Uit de onderhoudsinspecties blijkt welke gemalen worden vervangen. Jaarlijks is een investering voorzien van € 100.000. Overzicht kapitaalsinvesteringen In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de kapitaalslasten die volgen uit bovenstaande investeringen. De bestaande kapitaalslasten volgen uit investeringen uit het verleden.
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
37
Bij investeringen geldt het volgende schema:
40% van de investering wordt gedaan in het geplande jaar.
40% van de investering wordt gedaan in het volgend jaar.
20% van de investering wordt gedaan in het daaropvolgend jaar.
Dit doet recht aan de praktijk. In het geplande jaar wordt de voorbereiding van de werkzaamheden gestart. Het ene project heeft echter meer voorbereidingstijd en soms ook uitvoeringstijd nodig dan het andere. Dit veroorzaakt spreiding in de uitvoering en oplevering van de projecten.
Jaar
Riool-
Verbeter-
vervanging
maatregelen
Risicoriolen
Vervanging
Bestaande
gemalen
kapitaalslasten
2025
€0
€ 3.343
€0
€ 2.398
€ 955.574
2026
€ 153.497
€ 10.028
€ 7.822
€ 7.794
€ 1.526.257
2027
€ 621.477
€ 18.385
€ 21.126
€ 14.989
€ 1.673.366
€ 1.100.688
€ 26.742
€ 35.934
€ 22.483
€ 1.686.755
2028 (doorkijk)
In 2025 staat bij twee posten € 0, omdat de afschrijving van deze maatregelen begint in het jaar nadat de werken zijn uitgevoerd. De doorkijk naar 2028 is toegevoegd wegens de relatie van het IWW met het IUP. 6.2.4 Rioolvoorziening Om sterke fluctuaties in de rioolheffing te voorkomen, is er een rioolvoorziening. In jaren dat er minder kosten zijn, wordt hier geld in ‘gespaard’ om de verwachte uitgaven in de nabije toekomst te kunnen dekken. Deze rioolvoorziening mag nooit negatief zijn volgens de regelgeving. Tegelijkertijd mag een gemeente volgens diezelfde regelgeving niet verdienen aan de rioolheffing. Daarom wordt de kostendekking over 70 jaar doorgerekend. Die berekening toont aan dat de rioolvoorziening wordt ingezet om fluctuaties in de rioolheffing te voorkomen. 6.2.5 BTW-compensatiefonds Bij de rioolheffing geldt dat de gemeente wettelijk gebonden is aan het beginsel van ten hoogste kostendekkendheid. Hierbij wordt de BTW, die conform de wettelijke regeling via het BTWcompensatiefonds wordt teruggevorderd, niet op de kosten in mindering gebracht. Daar staat immers voor de gemeente een korting op het gemeentefonds tegenover. Bij invoering van het BTWcompensatiefonds is in artikel 229b van de Gemeentewet uitdrukkelijk bepaald dat de rioolheffing wordt gebaseerd op het kostenniveau inclusief de BTW. De gemeente Waalwijk maakt gebruik van deze mogelijkheid.
De BTW is via een gewogen gemiddelde berekend over alle lasten (investerings, onderhouds- en exploitatielasten). De hoogte van de aldus berekende BTW is vastgesteld op een vast bedrag van € 400.000 per jaar.
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
38
6.2.6 Totaaloverzicht uitgaven Er is berekend welke financiële middelen nodig zijn om de doelen uit dit IWW te realiseren. Tabel 5: Overzicht uitgaven (bedragen x € 1.000) Plan-
Jaarlijkse uitgaven
Kapitaallasten
periode
Exploitatie
BTW-
Nieuw
compensatie
(vervangingen/
Totaal Bestaand
verbeteringen)
jaar 2025
3.257
400
6
955
4.618
2026
3.257
400
179
1.526
5.362
2027
3.257
400
676
1.673
6.006
2028
3.257
400
1.186
1.686
6.529
(doorkijk)
Uitgaven € 7.000.000 € 6.000.000 € 5.000.000
bestaande kapitaalslasten
€ 4.000.000
nieuwe kapitaalslasten
€ 3.000.000
BTW-compensatie
€ 2.000.000
exploïtatie
€ 1.000.000 €2025
2026
2027
Figuur 8: verdeling uitgaven 2025-2027 naar kostenposten 6.2.7 Kostentoerekening Op basis van rioolinspecties bepaalt de rioolbeheerder op welke locaties vervangingen nodig zijn. Hij stemt dat af met de collega’s van wegbeheer, groen en verkeer. Het resultaat van dat overleg is het IUP waarin de concrete projecten zijn benoemd. Vanuit dit IWW wordt een financiële bijdrage aan die projecten geleverd. Uitgangspunt is dat herstel van de verharding boven de rioolsleuf ten laste komt van het IWW. De rioolvervanging is immers aanleiding voor de reconstructie. In de praktijk blijkt dat bij het vervangen van de riolering vaak ook de huis- en kolkaansluitingen worden vervangen. Daarmee wordt de gehele verharding opgebroken en is het ook redelijk dat het herstel uit het IWW wordt gefinancierd. Bij zo’n rioolvervanging nemen we door de integrale aanpak kansen mee om ook ambities vanuit het groenbeleid, de duurzaamheidsvisie en klimaatadaptatie in te vullen. De exploitatie heeft ten doel om de riolering en oppervlaktewateren dagelijks in bedrijf te houden. Een aantal taken worden rechtstreeks uit de exploitatie van dit IWW betaald. Een aantal andere taken worden door een ander beleidsveld uitgevoerd en doorbelast naar de exploitatie van dit IWW. Hier volgt een overzicht van de taken die worden doorbelast.
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
39
Taak
Doorbelasting
straatreiniging
50%
stortkosten veegvuil
50%
onderhoud wegen
33%
onderhoud waterlopen
25%
stedelijke waterlopen
25%
baggerwerk
25%
uitvoering milieubeleid (salarissen en inhuur)
100%
overhead TOOR en TORV
25%
In bijlage 9 is een motivatie van de gehanteerde percentages gegeven.
6.3
Kostendekking
6.3.1 Voorgestelde ontwikkeling kostendekkende rioolheffing Het is niet wenselijk dat sterke fluctuaties in uitgaven leiden tot sterke fluctuaties in de rioolheffing. Daarom is er een rioolvoorziening die de fluctuaties van uitgaven opvangt. Door vooraf te sparen in de rioolvoorziening, is een grote uitgave over bijvoorbeeld 5 jaar betaalbaar zonder sterke verhoging van de rioolheffing. Uitgangspunt in de berekening is dat enerzijds de rioolvoorziening niet onnodig groot is en dat anderzijds de stijging van de rioolheffing zo geleidelijk en gematigd mogelijk verloopt. Een minimale omvang
van
de
rioolvoorziening
van
€
1
miljoen
wordt
aangehouden om
onvoorziene
omstandigheden te kunnen opvangen. 6.3.2 Heffingsberekening De prognose1 voor de gemeente Waalwijk is dat er zowel in de planperiode (korte termijn) als op de langere termijn een groei zal zijn van het aantal woonhuisaansluitingen. Ook voor het aantal bedrijfsaansluitingen verwachten we een lichte groei2. Omdat deze groei sterk afhangt van economische ontwikkeling, is hier een behoudend groeicijfer aangehouden. Zie figuur 9.
Prognose heffingseenheden 30.000 25.000 20.000 15.000
wooneenheden
10.000
bedrijven
5.000 2025
2026
2027
Figuur 9: Prognose ontwikkeling aansluitingen
1 2
Aangeleverd door Team MAO, Volgens verwachting van Team REW
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
40
De gemeente Waalwijk heeft een rioolheffing die onderscheid maakt tussen een eigenaarsdeel en een gebruikersdeel. Het gebruikersdeel is afhankelijk van het drinkwaterverbruik, waarbij een staffeling wordt toegepast. Het eigenaarsdeel bedraagt in 2024 € 142,10. In de volgende tabel is een overzicht gegeven van de berekening voor het gebruikersdeel in 2024. Tabel 6: berekening rioolheffing variabel deel (2024)
0.
Omschrijving
Tarief 2024
Percelen waarvoor geen leidingwater wordt betrokken van het
€0
waterbedrijf en waarnaar geen water wordt opgepompt (0 m3) A
1 tot 500 m3
€ 47,10
B
500 tot 1000 m3
€ 372,00
C
1.000 tot 2.000 m3
€ 788,85
D
2.000 tot 5.000 m3
€ 788,85
Voor iedere 1.000 m3 of een gedeelte daarvan boven de 2.000 m3
€ 464,90 / 1.000 m3
5.000 tot 10.000 m3
€ 2.183,55
Voor iedere 1.000 m3 of een gedeelte daarvan boven de 5.000 m3
€ 414,30 / 1.000 m3
10.000 tot 50.000 m3
€ 4.331,00
Voor iedere 1.000 m3 of een gedeelte daarvan boven de 10.000 m3
€ 323,00 / 1.000 m3
50.000 tot 100.000 m3
€ 17.176,00
Voor iedere 1.000 m3 of een gedeelte daarvan boven de 50.000 m3
€ 253,70 1.000 m3
100.000 m3
€ 29.861,55
Voor iedere 1.000 m3 of een gedeelte daarvan boven de 100.000 m3
€ 127,05 / 1.000 m3
E
F
G
H
De grondslag voor de rioolheffing is het drinkwaterverbruik. Alle percelen met een rioolaansluiting betalen rioolheffing, afhankelijk van hun drinkwaterverbruik. Onder de huidige wetgeving is het mogelijk om ook de percelen zonder rioolaansluiting te belasten met een rioolheffing. De achterliggende gedachte is tweeledig. Enerzijds is de gemeentelijke zorgplicht verbreed en omvat ook hemelwater en grondwater. Anderzijds heeft iedere perceeleigenaar in de gemeente Waalwijk er baat bij dat de waterhuishouding (stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater) in stand wordt gehouden. Gedurende de looptijd van het IWW 2025-2027 wordt er een onderzoek uitgevoerd of de grondslag nog steeds past in het huidige tijdsbeeld. 6.3.3 Benodigde inkomsten De ontwikkeling van het gemiddeld benodigde tarief in de planperiode 2025-2027 is in de volgende tabel uitgewerkt. In 2024 is dat gemiddelde tarief € 204. Dit is het tarief waarbij de benodigde werkzaamheden en activiteiten kostendekkend kunnen worden uitgevoerd. Door de forse toename in de kosten van rioolvervanging is een tariefstijging nodig. Die stijging kan geleidelijk worden doorgevoerd door inzet van de rioolvoorziening. Daarbij is een doorkijk gemaakt naar de volgende planperiode, om te voorkomen dat de gematigde stijging in deze planperiode wordt gevolgd door
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
41
een forse stijging in de planperiode 2028-2031. In tabel 7 is de stijging van het gemiddeld tarief gegeven. Tabel 7: ontwikkeling gemiddeld tarief 2025-2027 Jaar
tarief
stijging
2025
€ 210
3,0%
2026
€ 216
3,0%
2027
€ 223
3,0%
In bijlage 7 is het kostendekkingsplan opgenomen inclusief de gehanteerde uitgangspunten en brongegevens.
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
42
7
Voortgangsbewaking
7.1
Inleiding
Tijdens de doorlooptijd van dit plan kunnen omstandigheden wijzigen. Tijdens de vorige planperiode hebben Covid-19, de stikstofcrisis en de oorlog in Oekraïne een forse invloed gehad op het programma. Alleen al daarom is het nodig de voortgang van de realisatie van dit IWW te bewaken. Verantwoording
hierover
wordt
gegeven
naar
het
college
van
B&W
en
naar
ons
samenwerkingsverband Hart van Brabant. Over de bewaking wordt jaarlijks gerapporteerd, waarbij de realisatie en de resultaten van de uitgevoerde maatregelen en activiteiten wordt beschreven.
7.2
Operationele jaarprogramma’s
Om raad en college goed te informeren, worden de belangrijkste uitgevoerde en uit te voeren activiteiten beschreven in het voor- en najaarsbericht, de jaarrekening en de begroting. Zo nodig kan de uitvoering van het beleid en de kostendekking van de maatregelen op basis van deze informatie worden bijgestuurd. Jaarlijks wordt de raad geïnformeerd over de voortgang van rioolvervangingen en andere maatregelen die uit dit IWW volgen. De nadruk ligt op de rioolvervangingen, omdat hier de meeste kosten mee zijn gemoeid. Halverwege de looptijd van dit IWW volgt een evaluatie van het plan, die in een raadsinformatiebrief wordt teruggekoppeld.
7.3
Samenwerking waterpartners
7.3.1
Bestuurlijk
Waterschap en gemeenten hebben veel gezamenlijke belangen. Er is tweemaal per jaar een bestuurlijk overleg met Waterschap Brabantse Delta, waar relevante ontwikkelingen en kansen voor samenwerking worden besproken. Binnen het samenwerkingsverband Hart van Brabant is er een ‘drie-lagen-overleg’: wethoudermanagement-beleidsmedewerker water. 7.3.2
Ambtelijk
Met de contactpersoon van het Waterschap Brabantse Delta is er een maandelijks overleg. Door dit overleg hebben we over-en-weer een goed beeld van elkaars activiteiten en kunnen we snel schakelen om specifieke ontwikkelingen met de juiste persoon af te stemmen. Maandelijks is er een overleg van het Samenwerkingsverband Hart van Brabant. Hier vindt kennisuitwisseling plaats en coördineren we gezamenlijke studies en onderzoeken.
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
43
7.3.3
Afvalwaterakkoord
In 2021 is er een nieuw afvalwaterakkoord (AWA) tussen de gemeente Waalwijk en Waterschap Brabantse Delta vastgesteld. De voortgang van deze afgesproken maatregelen wordt tijdens de ambtelijke en bestuurlijke overleggen geëvalueerd.
Integraal waterplan Waalwijk 2025-2027
44
BIJLAGEN
Bijlage 1:
Begrippenlijst
Begrip/afkorting
Verklaring
Afkoppelen
De aansluiting van hemelwaterafvoer van daken en terreinen zit vaak aangesloten, samen met vuilwater, op een gemengd riool. Afkoppelen betekent dat het hemelwater niet meer afstroomt via het gemengd riool. Het wordt aangesloten op een hemelwaterriool of een andere voorziening
waarmee
het
hemelwater
wordt
verwerkt
in
oppervlaktewater of bodem. AWA
Afvalwaterakkoord. Overeenkomst tussen gemeente en waterschap over hoeveelheden van afvalwater die aangeboden worden bij een RWZI.
BRL
Beoordelingsrichtlijn, opgesteld door KIWA.
BRP
BasisRioleringsplan. Onderzoek naar het hydraulisch functioneren van het rioleringsstelsel. Hiervoor wordt een computermodel van de riolering gebruikt, waarbij per put het verhard oppervlak wordt bepaald. Vervolgens kan een fictieve bui worden doorgerekend om te onderzoeken of er knelpunten in het rioolstelsel aanwezig zijn.
Dinoloket
Website waar landelijke data over bodem- en grondwatergegevens beschikbaar is.
DWA
Droogweerafvoer: afvalwater van huishoudelijke aard.
Gemengd riool
Riool waarin zowel DWA (vuilwater) als HWA (regenwater) wordt ingezameld en afgevoerd.
HWA
Hemelwaterafvoer: regen, hagel, sneeuw.
IBA
Individuele Behandeling Afvalwater: een minizuivering voor het afvalwater van een enkele woning. Toegepast wanneer de aansluiting op het gemeentelijk stelsel te kostbaar is. Bijvoorbeeld bij afgelegen panden.
Ingrijpmaatstaf
Een schade aan de riolering die zo ernstig is dat reparatie of vervanging nodig is.
IUP
Integraal Uitvoeringsprogramma Overzicht van maatregelen die in 2 jaar tijd in de openbare ruimte worden uitgevoerd met een doorkijk voor de volgende 2 jaar. Deze maatregelen zijn afgestemd tussen beheerders van riolering, wegen en groen om tot een efficiënte aanpak te komen.
OAS
Optimalisatie Afvalwatersysteem. Een onderzoek door gemeente(n) en
waterschap
waarbij,
vanuit
het
perspectief
van
een
zuiveringsgebied (RWZI + afvoergebied), naar de meest optimale inrichting wordt gezocht om te voldoen aan de gestelde eisen en gezamenlijke ambities.
Oppervlakkig afvoeren
Hemelwater stroomt zichtbaar over het oppervlak. Dit in tegenstelling tot ondergrondse afvoer door bijvoorbeeld rioolbuizen.
PIP
Provinciaal inpassingsplan.
RWZI
Rioolwaterzuiveringsinstallatie. Voorziening van het waterschap die het gemeentelijk rioolwater reinigt.
Stedelijk afvalwater
DWA (vuil water), eventueel gemengd met HWA (regenwater).
vGRP
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan. Voorloper van het IWW, waarin het beleid wordt beschreven ten aanzien van de gemeentelijke zorgplichten op het gebied van riolering. Dit plan bevat een financiële paragraaf waaruit de benodigde rioolheffing volgt.
OMGEVINGSPLAN
Bijlage 2:
Relevante wet- en regelgeving
Wet/kader
Taakstellingen/ verplichtingen
Rol IWW
Europese kaderrichtlijn Water
Uitvoeren maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit
Omgevingswet
Omgevingsplan
Gemeente en waterschap dienen gezamenlijk afspraken te maken over de na te streven doelen en de wijze waarop deze bereikt worden. De maatregelen die de gemeente moet treffen worden in dit IWW opgenomen. Dit plan bevat regels voor de fysiek leefomgeving. De gemeente bepaalt voor ieder gebied welke activiteiten wel of niet zijn toegestaan. In de visie is beschreven welke maatschappelijke opgaven nodig zijn om de kernkwaliteiten van de gemeente te beschermen. Alle relevante belangen worden afgewogen en integraal benaderd. Het programma bevat een uitwerking van het te voeren beleid en maatregelen aan omgevingswaarden. Dit IWW geeft aan op welke wijze de afvalwaterzorgplicht wordt ingevuld. Met het opstellen en vaststellen van dit IWW wordt invulling gegeven aan deze planverplichting. Dit IWW vormt het platform voor het maken van afspraken en het eventueel opstellen van protocollen en/of verordeningen waarin is vastgelegd hoe particulieren het hemel- en grondwater op eigen terrein moeten verwerken en de wijze waarop dit water aangeleverd wordt aan de gemeente. Dit IWW geeft aan welke kosten toegerekend worden aan de rioolheffing en op welke wijze de rioolheffing wordt doorbelast aan de bewoners en ondernemers. In dit IWW worden de kaders vastgelegd voor de registratie van de kabels- en leidingen.
Omgevingsvisie
Programma
Omgevingswet, zorgtaken
Zorgplicht voor inzameling en transport van afvalwater Planverplichting opstellen GRP Lozingseisen hemel- en grondwater
Gemeentewet
Rioolheffing
Wet op de Informatieuitwisseling Ondergrondse Netten Bestuursakkoord Water 2011
Vastleggen gegevens kabels en leidingen
Besluit Begroting en Verantwoording
Kaders voor bekostiging en begroting
Doelmatiger waterbeheer
Dit IWW vormt het platform voor het maken van afspraken ten aanzien van meer samenwerking in de waterketen (tussen gemeente en waterschap of regio). In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten zijn de spelregels opgenomen voor de begroting en de jaarstukken van gemeenten. Het kostendekkingsplan rioolheffing is conform deze spelregels opgesteld.
Omgevingswet, enkele relevante artikelen. Artikel 2.16 (gemeentelijke taken voor de fysieke leefomgeving) 1. Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer: 1°. de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan, 2°. het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet op grond van artikel 2.17, 2.18 of 2.19 tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort,
3°. de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, 4°. het beheer van watersystemen, voor zover toegedeeld bij omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.18, tweede lid, of bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.20, derde lid, 5°. de zuivering van stedelijk afvalwater, in gevallen waarin toepassing is gegeven aan artikel 2.17, derde lid, b. het behoeden van de staat en werking van openbare wegen, voor zover niet in beheer bij een waterschap, een provincie of het Rijk, voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die wegen, c. de beheersing van geluid afkomstig van wegen in beheer bij de gemeente, lokale spoorwegen, voor zover deze niet zijn aangewezen op grond van artikel 2.13a, eerste lid, aanhef en onder b, en industrieterreinen, voor zover deze niet zijn aangewezen op grond van artikel 2.12a, eerste lid. 2. Op grond van het eerste lid, onder a, onder 3°, wordt stedelijk afvalwater ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringtechnisch werk als dat vrijkomt: a. op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten als bedoeld in de richtlijn stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool, b. op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaar vuilwaterriool. 3.
In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt.
Artikel 3.14 (gemeentelijk rioleringsprogramma) Het college van burgemeester en wethouders kan ter invulling van de taak, bedoeld in artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 1° tot en met 3°, een gemeentelijk rioleringsprogramma vaststellen.
OMGEVINGSVISIE
Bijlage 3:
Functionele eisen, Maatstaven en Meetmethoden
Doel 1 Zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater 1a
Functionele eis
Maatstaven
Meetmethoden
Alle percelen op het gemeentelijk
Alle percelen binnen en buiten de bouwde
Registratie van lozingssituatie
gebied waar afvalwater vrij komt
kom moeten zijn aangesloten op de
van de percelen binnen en
moet van een rioleringsaansluiting
riolering. Een lokale behandeling van
buiten de bebouwde kom.
zijn voorzien, uitgezonderd bij
afvalwater (IBA) is mogelijk als dit een
specifieke situaties waar lokale
zelfde graad van milieubescherming biedt.
behandeling een zelfde graad van
De IBA is pas mogelijk als aansluiting op de
milieubescherming biedt.
riolering niet doelmatig is. Deze afweging is maatwerk, waarin techniek en kosten worden afgewogen.
1b
Er dienen geen ongewenste
1b1: Geen overtredingen van de
Controle op ongewenste
lozingen op de riolering plaats te
lozingsvoorwaarden uit de lozingsbesluiten.
lozingen en registratie.
vinden.
1b2: Maatstaf in ontwikkeling: geen
Waarnemingen en meldingen.
zichtbare vervuiling in oppervlaktewater door foutaansluitingen. 1c
1d
Het scheiden van (afval)
Toepassen van gescheiden systemen in
Controle op scheiden van
waterstromen in huishoudens,
huishoudens, bedrijven en industrieën en
waterstromen in huishoudens
bedrijven en industrie dient te
nieuwbouw en stimulering bij herinrichting
en registratie in het kader van
worden bevorderd.
van wijken en gebouwen.
bouwvergunningen.
De aansluitingen waar de
Geen klachten over functioneren
Meldingen.
gemeente voor verantwoordelijk is
aansluitleidingen.
moeten in goede staat zijn. 1e
Riolen en andere objecten dienen
Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid en
in hoge mate waterdicht te zijn,
stabiliteit (conform NEN 3396) mogen niet
zodanig dat de hoeveelheid
voorkomen.
Visuele inspectie met classificatie volgens NEN 3399.
uitredend en intredend rioolwater beperkt blijft. 1f
Geen onaanvaardbare
Kans op blootstelling aan rioolwater mag
gezondheidsrisico's door
niet groter zijn dan bij rioleringssysteem
rioolwater
dat volgens de normen uit het BRP voldoet.
Hydraulische berekeningen.
Doel 2 Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater Functionele eisen 2a De afstroming dient gewaarborgd te zijn.
Maatstaven
Meetmethoden
2a1: Ingrijpmaatstaven voor afstroming worden voorkomen.
Visuele inspectie met classificatie volgens NEN 3399. Registratie reinigers.
2a2: Maatstaf in ontwikkeling: hoeveelheid vuil maximaal 10%. 2b Het afvalwater dient zonder overmatige aanrotting de RWZI te bereiden.
2c De afvoercapaciteit van de riolering voor afvalwater moet toereikend zijn om het aanbod bij hevige neerslag te kunnen verwerken, uitgezonderd bij bepaalde buitengewone omstandigheden. 2d De objecten moeten in goede staat zijn.
2b1: Verblijftijd van het afvalwater in het riool niet langer dan 15 uur.
Hydraulische berekeningen.
2b2: Maatstaf in ontwikkeling: stank mag niet voorkomen.
Meldingen.
2b3: Maatstaf in ontwikkeling: Zuurstofgehalte in afvalwater > 0, geen H2S in de rioolatmosfeer.
Metingen.
Uit de Leidraad Riolering van Stichting Rioned: Bui 08 wordt zonder hinder verwerkt. Eens per 10 jaar is tijdelijke hinder (water tussen de banden) acceptabel. Schade (water in gebouwen) mag niet vaker dan eens per 25 jaar voorkomen. 2d1: Maatstaf in ontwikkeling: Bij risicoriolen geen ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid en stabiliteit.
Hydraulische berekeningen conform leidraad riolering, resultaten worden getoetst aan de praktijkervaringen.
2d2: Maatstaf in ontwikkeling: Bij niet risicoriolen geen zettingen maaiveld door gebreken aan riolen.
Meldingen en waarnemingen maaiveld.
Visuele inspectie met classificatie volgens NEN 3399.
Doel 3 Zorgen voor inzameling van hemelwater (voor zover niet door particulieren) Functionele eisen
Maatstaven
Meetmethoden
3a
Rendabel afkoppelen van schoon hemelwater zonder wateroverlast en ongewenste milieuverontreiniging te veroorzaken.
Afkoppelen indien technisch uitvoerbaar. Bij herstructurering en werk met werk maken.
3b
Schoonhemelwater zal bij voorkeur worden hergebruikt en/of geïnfiltreerd in de bodem dan wel afgevoerd middels bufferbassins dan wel afwateringssloten.
3b1: Percelen bieden alleen hemelwater aan als zij het redelijkerwijs en aantoonbaar zelf niet kunnen bergen, infiltreren dan wel lozen op oppervlakte water.
Toetsen op beslisboom afkoppelen bij grondwaterbeschermingsgebieden. Waarnemingen en meldingen.
3c
De stroming via de kolken dient ongehinderd plaats te vinden.
3b2: Zo min mogelijk "schoon" water naar de RWZI. Aantal kolken waar regelmatig meldingen over komen minder dan 1%.
Toetsen aan afspraken in het AWA. Meldingen registratie.
3d
Beperkte hoeveelheid intredend grondwater.
Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid mogen niet voorkomen (conform NEN 3398).
Visuele inspectie met classificatie volgens NEN3399.
3e
Geen inzameling van drainagewater via het gemengde en/of dwa riolen.
Drains zijn niet op de riolering aangesloten.
Waarnemingen en meldingen.
3f
Geen ongewenste lozingen op het riool.
Geen zichtbare vervuiling on oppervlaktewater door foutaansluitingen.
Waarnemingen en meldingen.
Doel 4 Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater 4a
4b
Functionele eisen
Maatstaven
Meetmethoden
De afvoercapaciteit van de riolering (in brede zin) moet toereikend zijn om het aanbod van afvalwater bij hevige neerslag (meer dan 20 mm in één uur) te kunnen verwerken, uitgezonderd bij bepaalde buitengewone omstandigheden.
4a1: In nieuwbouwgebieden is de norm bui 09 uit de Leidraad Riolering.
Hydraulische berekeningen volgens leidraad riolering.
4a2: De afvoercapaciteit van de gemeentelijke oppervlaktewateren moet voldoende zijn om overtollige neerslag te kunnen verwerken, met uitzondering van extreme situaties.
De vuiluitworp door het overstorten 4b1: De vuiluitworp mag de doelstelling van de riolering op oppervlaktewater voor de kwaliteit van het oppervlaktewater dient beperkt te zijn. niet in gevaar brengen.
4c
De vervuilingstoestand van de riolering dient acceptabel te zijn.
4d
Riolen en andere objecten dienen in hoge mate waterdicht te zijn, zodanig dat de hoeveelheid uittredend rioolwater beperkt blijft.
4e
Objecten moeten in goede staat zijn.
Toetsing oppervlaktewaterkwaliteit.
4b2: Geen klachten over oppervlaktewater behalve in extreme situaties.
Meldingen.
4c1: Ingrijpmaatstaven voor afstroming (Conform NEN 3398) mogen niet voorkomen. 4c2: Maatstaf in ontwikkeling: Hoeveelheid uitkomend vuil maximaal 10 % van het buisprofiel. 4d1: Ingrijpmaatstaf voor waterdichtheid en stabiliteit ((conform NEN3398) mogen niet voorkomen. 4d2: Bij gerede twijfel moet bij afpersen de hoeveelheid uitredend rioolwater beperkt blijven.