CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

107 Bijlage 3p RO-180268 - 73193 DR HVO-NGE Deelgebied 3 Geertruidenberg - Tilburg versie 3.0

Raadsvergadering (A) 15 april 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Ingekomen stukken33.156 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 20 van 140

vermiste mijnen ontbreekt. Hierbij is echter nog geen rekening gehouden met de cartografische onnauwkeurigheid. De mijnenvelden zijn namelijk met de hand ingetekend op de geallieerde stafkaart, die vervolgens is ingepast in GIS. De onnauwkeurigheid bij de mijnenvelden is vastgesteld op 20 meter. 3.3.12 Naar aanleiding van de inzet van vernielingsmiddelen Het is bekend dat gedurende de oorlog vernielingsmiddelen zijn ingezet. Volgens het WSCS-OCE is de locatie, waar de vernielingslading in werking is gesteld, verdacht en dient de afbakening verder situationeel te worden bepaald. In het geval van de vernieling van de bruggen kunnen mogelijk vernielingsmiddelen zijn achtergebleven in het water ter hoogte van de bruggen. In de praktijk is de kans op het aantreffen van NGE van niet gedetoneerde vernielingsmiddelen echter zeer klein. Het kan voorkomen dat niet alle aangebrachte vernielingsmiddelen hebben gewerkt. In deze gevallen zullen de vernielingsmiddelen bij het springen van de bruggen zijn weggeslingerd en mogelijk op de land- en/of waterbodem zijn achtergebleven. Omdat niet bekend is of bij het laten springen van de bruggen (restanten van) vernielingsmiddelen zijn achtergebleven, is het niet mogelijk een NGE-Risicogebied af te bakenen.

3.3.13 Naar aanleiding van munitiedump Een dumplocatie van munitie en/of toebehoren kan voorkomen in de land- en op de waterbodem en is volgens het WSCS-OCE verdacht. Als uitgangspunt voor afbakening van het NGE-Risicogebied dient de locatie van de dump te worden genomen. Verder is de afbakening situationeel te bepalen. Het dumpen van munitie is slechts zelden gedocumenteerd. Wanneer in het geraadpleegde bronnenmateriaal melding wordt gemaakt van munitiedump en de dump kan worden herleid naar een exacte locatie, wordt een NGERisicogebied afgebakend. In enkele gevallen is echter gebleken dat locaties van munitiedump pas tijdens naoorlogse werkzaamheden werden ontdekt.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 21 van 140

4

OVERZICHT OORLOGSHANDELINGEN

Uit het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn diverse oorlogshandelingen in en in de omgeving van het analysegebied naar voren gekomen. In dit hoofdstuk worden deze oorlogshandelingen gevat in een chronologische oorlogshandelingenlijst. Per oorlogshandeling staat beschreven welke bronnen beschikbaar zijn voor elke oorlogshandeling. Daarnaast wordt de datum van de eerstvolgende, beschikbare luchtfoto vermeld die na de desbetreffende oorlogshandeling is genomen. Ten slotte wordt per oorlogshandeling in de lijst vermeld of deze al dan niet relevant is voor het analysegebied (zie ook paragraaf 1.4). Aan de hand van de oorlogshandelingenlijst wordt bepaald welke oorlogshandelingen in hoofdstuk 5 en 6 worden geanalyseerd. De locaties waar de oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden zijn ingetekend in GIS en zijn weergegeven in Tekening 03: Oorlogshandelingenkaart. Bronnenmateriaal Datum Omschrijving 10 mei 1940 Bombardement bij Lijnsheike en Heikant.

11-12 mei 1940 13 mei 1940

2 oktober 1940 3 oktober 1940 7 oktober 1940

Vanaf de Dongecentrale beschieten Nederlandse militairen met een mitrailleur een Junkers. Duitse opmars door Noord-Brabant. Een Brits toestel maakte een noodlanding nabij de Rijsdijk te Oosteind. Er kwamen bommen neer in de gemeente Raamsdonk. Bombardement op een schip in de Donge in de gemeente Raamsdonk. In een weiland in SprangCapelle kwamen bommen neer. In een weiland in Oosterhout kwamen bommen neer.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

Bronnenmateriaal Nederlandse archieven RCA, 484., Inv. 2999

Internationale archieven -

Luchtfoto -

-

-

-

Niet relevant, geen specifieke locatie bekend en geen aanvullende bron beschikbaar.

-

BRO 254 ZIJ1 23

NIMH, 492., Deel 1

-

-

-

JOL 30-31 SGLO T0602

-

-

-

Niet relevant, geen oorlogshandelingen binnen analysegebied. Niet relevant, betreft noodlanding.

-

NIOD, 077. Inv. 1328

-

-

-

-

NIOD, 077. Inv. 1328

-

-

-

NIOD, 077. Inv. 1328

-

-

-

NIOD, 077. Inv. 1328

-

-

Niet relevant, geen specifieke locatie bekend en geen aanvullende bron beschikbaar. Niet relevant, geen specifieke locatie bekend en geen aanvullende bron beschikbaar. Niet relevant, geen specifieke locatie bekend en geen aanvullende bron beschikbaar. Niet relevant, geen specifieke locatie bekend en geen aanvullende bron beschikbaar.

Literatuur BEE1 19 JAN 17 LOO 79 MOO 17 ZIJ1 125

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Analyse Relevant? Niet relevant, geen specifieke locatie bekend en geen luchtfotoanalyse mogelijk.

Paragraaf -

-

-

-

-

Pagina 22 van 140

Bronnenmateriaal Datum Omschrijving 7 november In ‘het vrije veld’ bij 1940 Oosterhout vielen bommen. 10 december Op een tuinierbedrijf in 1940 Sprang-Capelle vielen bommen. 19 december In een weiland in de 1940 gemeente Dongen viel één bom. 31 december Een Brits vliegtuig stortte 1940 neer bij De Moer, tussen Loon op Zand – St. Joachimsmoer nabij GilzeRijen 29 januari In ‘het vrije veld’ in 1941 Sprang-Capelle vielen bommen. 10 februari In een weiland in de 1941 gemeente Raamsdonk kwamen bommen neer. 14/15 februari Er kwamen bommen neer 1941 bij Kraanven. 27 februari 1941 24/25 juli 1941

1942-1944

31 juli / 1 augustus 1942

Een Duits vliegtuig kwam neer in de gemeente Oosterhout. Er kwamen bommen neer bij “De Delle”, Sint Joachimsmoer. Duitse eenheden veroorzaakten schade aan de Loonse Heide door ‘ingebruikneming’. Een Wellington bommenwerper stortte neer nabij de weg Loon op Zand-Tilburg.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

Literatuur -

Bronnenmateriaal Nederlandse archieven NIOD, 077. Inv. 1328

Internationale archieven -

Luchtfoto -

-

NIOD, 077. Inv. 1328

-

-

-

NIOD, 077. Inv. 1328

-

-

SGLO T0934

RCA, 1110., Inv. 1190 NA, 2.04.53.15., Inv. 78

-

-

-

NIOD, 077. Inv. 1328

-

-

-

NIOD, 077. Inv. 1328

-

-

-

RCA, 1110., Inv. 1190 NA, 2.04.53.15., Inv. 78 NIOD, 077., Inv. 1328 NIOD, 077. Inv. 1328

-

-

-

-

-

RCA, 1110., Inv. 1190 NA, 2.04.53.15., Inv. 78

-

-

-

RCA, 484., Inv. 2994

-

-

SGLO T1742

RCA, 1110., Inv. 1190

-

-

-

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Analyse Relevant? Niet relevant, geen specifieke locatie bekend en geen aanvullende bron beschikbaar. Niet relevant, geen specifieke locatie bekend en geen aanvullende bron beschikbaar. Niet relevant, geen specifieke locatie bekend en geen aanvullende bron beschikbaar. Niet relevant, geen specifieke locatie bekend, zie paragraaf 3.3.8.

Paragraaf -

-

-

-

Niet relevant, geen specifieke locatie bekend en geen aanvullende bron beschikbaar. Niet relevant, geen specifieke locatie bekend en geen aanvullende bron beschikbaar. Niet relevant, geen specifieke locatie bekend en geen luchtfotoanalyse mogelijk. Niet relevant, geen specifieke locatie bekend.

-

Niet relevant, geen specifieke locatie bekend en geen luchtfotoanalyse mogelijk. Niet relevant, niet bekend of de eenheden binnen het analysegebied aanwezig waren.

-

Niet relevant, geen specifieke locatie bekend, zie paragraaf 3.3.8.

-

-

-

-

-

Pagina 23 van 140

Bronnenmateriaal Datum Omschrijving 2 maart 1943 Een blindganger, vermoedelijk een luchtafweergranaat, kwam neer op 400 meter ten noorden van de weg Loon op Zand-Dongen. 12 juni 1943 Noodlanding van een Duits jachtvliegtuig op een akker nabij de Bolkensteeg in Dongen. 23 augustus Een vliegtuig kwam 1943 brandend neer achter Het Klooster op Het Sandoel in de zogenaamde Carthuizerpolder 7 februari Duitse 1944 Munitieopslagplaats bij Loon op Zand. 24/25 mei Een geallieerd vliegtuig 1944 kwam neer bij Heikant in de omgeving van Tilburg. 21 juni 1944 Kaart met locaties van luchtafweergeschut bij Geertruidenberg. 20 juli 1944 Spitfires voeren een luchtaanval uit op een sleepboot bij Geertruidenberg. 5 september Bij Vijfhuizen 4 werd een 1944 niet-ontploft projectiel aangetroffen. 4 oktober Spitfires bombarderen een 1944 concentratie van sleepboten bij coördinaat E.0545. 6 oktober Geallieerde vliegtuigen 1944 beschieten boerderijen bij Heikant.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

Literatuur -

Bronnenmateriaal Nederlandse archieven RCA, 1110., Inv. 1190

Internationale archieven -

Luchtfoto -

-

RCA, 932., Inv. 51

-

-

Niet relevant, betreft noodlanding, zie paragraaf 3.3.8.

-

-

RCA, 2733., Inv. 1333

-

-

Niet relevant, geen specifieke locatie bekend en geen aanvullende bron beschikbaar.

-

-

NIMH, 575., Inv. 492

-

-

Niet relevant, buiten analysegebied.

-

BEE1 116 BEE2 19

-

-

-

-

-

NIMH, 575., Inv. 86

-

19-09-1944 29-12-1944

Niet relevant, geen specifieke locaties bekend en geen aanvullende bron beschikbaar. Relevant, luchtafweergeschut gemeld binnen projectgebied.

ZWA2 257

-

-

-

Niet relevant, geen specifieke locatie bekend en geen aanvullende bron beschikbaar.

-

-

RCA, 030., Inv. 236

-

-

-

-

-

TNA AIR 37/715, 26/192, 27/1662, 27/1678

28-12-1944

Niet relevant, onduidelijk waar en wat voor projectiel is aangetroffen. Relevant, bombardement binnen analysegebied.

BEE1 116-117

-

-

-

Niet relevant, naar aanleiding van beschietingen met boordwapens wordt geen NGE-

-

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Analyse Relevant? Niet relevant, geen specifieke locatie bekend en geen aanvullende bron beschikbaar.

Paragraaf -

6.4

6.1

Pagina 24 van 140

Bronnenmateriaal Datum Omschrijving

Literatuur

Bronnenmateriaal Nederlandse archieven

Internationale archieven

Luchtfoto

16 oktober 1944

Spitfires beschieten een Duits voertuig bij coördinaat E.1637.

-

-

TNA AIR 37/715, 26/192, 27/1709

-

20 oktober 1944

Geallieerde vliegtuigen beschieten voertuigen op de weg tussen Loon op Zand en Tilburg.

BEE1 117

-

TNA AIR 37/715, 26/192, 27/1109

-

21 oktober 1944

Typhoons beschieten sleepboten op het coördinaat E.1040 met raketten. Mitrailleurvuur op de weg van Tilburg naar loon op Zand. Oorlogshandelingen gedurende de bevrijding.

-

-

TNA AIR 37/715, 26/192, 27/1109

-

-

RCA, 030., Inv. 236

-

-

ALP1 3 ALP2 59-60 BOL 94-96 CMH 21 DID1 181-182, 223226, 234, 237 DID2 182-184 DID3 207 KLE 218-219, 221 LOO 83-98 HSC z.p. ZIJ1 137-139 ZIJ2 36-40

RCA, 484., Inv. 3348 RCA, 955., Inv. 324 RCA, 955., Inv. 760 RCA, 955., Inv. 916 RCA, 955., Inv. 917 RCA, 955., Inv. 1164 RCA, 955., Inv. 1287 RCA, 955., Inv. 1373 RCA, 955., Inv. 1374 RCA, 1097., Inv. 121 RCA, 1097., Inv. 975 RCA, 1097., Inv. 976 RCA, 1097., Inv. 1642 RCA, 1110., Inv. 1019 RCA, 1110., Inv. 1026 RCA, 1110., Inv. 1027 RCA, 1110., Inv. 1028 RCA, 1110., Inv. 1029 RCA, 1110., Inv. 1031 RCA, 1110., Inv. 1034

NARA, RG 242, Entry T314, LXXXVII-Maps, NARA, RG 242, Entry T314, RL 1667

28-12-1944 29-12-1944 01-03-1945

24 oktober 1944 25 oktober – 16 november 1944

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Analyse Relevant? Risicogebied afgebakend, zie paragraaf 3.3.7. Niet relevant, naar aanleiding van beschietingen met boordwapens wordt geen NGERisicogebied afgebakend, zie paragraaf 3.3.7. Niet relevant, naar aanleiding van beschietingen met boordwapens wordt geen NGERisicogebied afgebakend, zie paragraaf 3.3.7. Relevant, betreft raketbeschieting binnen analysegebied. Niet relevant, geen specifieke locaties bekend en geen aanvullende bron beschikbaar. Relevant, oorlogshandelingen binnen het analysegebied.

Paragraaf

-

-

0

-

5.1 - 5.11

Pagina 25 van 140

Bronnenmateriaal Datum Omschrijving

29/30 oktober 1944

Duitse eenheden vernielen de centrale van de P.N.E.M te Geertruidenberg.

-

Bronnenmateriaal Nederlandse archieven RCA, 1110., Inv. 1035 RCA, 1110., Inv. 1036 RCA, 1110., Inv. 1038 RCA, 1110., Inv. 1633 RCA, 1299., Inv. 2599 RCA, 2091., Inv. 661 RCA, 2348., Inv. 956 RCA, 2733., Inv. 3 RCA, 3109., Inv. 879 RCA, 3109., Inv. 880 RCA, 3109., Inv. 882 RCA, 3109., Inv. 883 RCA, 3109., Inv. 884 SALHA, 1009., Inv. 1117 SALHA, 1009., Inv. 1178 SALHA, 1009., Inv. 1598 SALHA, 1009., Inv. 2061 SALHA, 1009., Inv. 2073 SALHA, 1016., Inv. 683 SALHA, 1016., Inv. 905 SALHA, 1016., Inv. 968 SALHA, 1016., Inv. 1317 BHIC, 127., Inv. 443 NIMH, 575. Inv. 117

30 oktober 1944

Duitse eenheden bliezen de brug over de Donge op bij Lage Ham.

-

RCA, 955., Inv. 1301

-

-

4 november 1944

Duitse eenheden bliezen munitiedepots bij Loon op Zand op.

ALP3 125

-

-

-

6 december 1944

Bij Zandschel kwam een vliegtuigbom neer.

HSC z.p.

-

-

01-03-1945

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

Literatuur

Internationale archieven

Luchtfoto

-

-

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Analyse Relevant?

Paragraaf

Niet relevant, naar aanleiding van de inzet van vernielingsmiddelen wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend, zie paragraaf 3.3.12. Niet relevant, naar aanleiding van de inzet van vernielingsmiddelen wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend, zie paragraaf 3.3.12. Niet relevant, geen Duitse munitiedepots bekend binnen of in de nabijheid van het analysegebied. Relevant, betreft bombardement bij analysegebied.

-

-

-

6.3

Pagina 26 van 140

Bronnenmateriaal Datum Omschrijving 15 december Een V1 kwam neer bij Huis 1944 ter Heide bij SprangCapelle.

Literatuur VER V0113

Bronnenmateriaal Nederlandse archieven -

Internationale archieven -

Luchtfoto -

29 december 1944

Een V1 kwam neer bij Klein Dongen bij de Moerse Dreef nabij de Ruiterbaan.

VER 0258

-

-

-

Januari/ februari 1945

In Oosteind en Groenendijk kwamen V1’s neer.

BOL 131

RCA, 955., Inv. 96 RCA, 1097., Inv. 975 RCA, 2091., Inv. 661 RCA, 3109., Inv. 888

-

-

23 januari 1945 24 januari 1945 27 februari 1945

Duits granaatvuur op de Dongecentrale. Duits granaatvuur op de Dongecentrale. Opgave van locaties waar landmijnen en munitie zijn achtergebleven. Een V1 kwam neer op de gemeentegrens Dongen/Kaatsheuvel op de Korte Dreef.

ZIJ1 238

-

-

-

ZIJ1 238

-

-

-

-

RCA, 030., Inv. 237

-

-

VER V1511

RCA, 1110., Inv. 1019

-

-

Munitiemagazijncomplex nabij Loon op Zand.

-

RCA, 1600., Inv. 1159 RCA, 1600., Inv. 2720

-

-

26 maart 1945

Naoorlogs

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Analyse Relevant? Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. Naar aanleiding van neergekomen V-wapens worden tevens geen NGERisicogebieden afgebakend, zie paragraaf 3.3.9. Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. Naar aanleiding van neergekomen V-wapens worden tevens geen NGERisicogebieden afgebakend, zie paragraaf 3.3.9. Niet relevant, geen van de V1’s kwam binnen het projectgebied neer. Naar aanleiding van neergekomen V-wapens worden tevens geen NGERisicogebieden afgebakend, zie paragraaf 3.3.9. Relevant, artilleriebeschieting binnen analysegebied. Relevant, artilleriebeschieting binnen analysegebied. Niet relevant, genoemde locaties lagen niet binnen projectgebied. Niet relevant, de V1 kwam niet binnen het projectgebied neer. Naar aanleiding van neergekomen V-wapens worden tevens geen NGERisicogebieden afgebakend, zie paragraaf 3.3.9. Niet relevant, betreft naoorlogse munitiemagazijncomplex. In het overige bronnenmateriaal zijn geen aanwijzingen aangetroffen dat munitie is achtergebleven als

Paragraaf -

-

-

6.4 6.4 -

-

-

Pagina 27 van 140

Bronnenmateriaal Datum Omschrijving

Literatuur

Bronnenmateriaal Nederlandse archieven

Internationale archieven

Luchtfoto

Analyse Relevant? gevolg van de aanwezigheid van de munitiemagazijncomplexen.

Paragraaf

Tabel 3: Chronologische oorlogshandelingenlijst.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 28 van 140

5

ANALYSE OORLOGSHANDELINGEN BEVRIJDING OKTOBER -NOVEMBER 1944

In september 1944 wisten de geallieerde eenheden een groot deel van België te veroveren. Ook Antwerpen werd op 4 september 1944 door de geallieerde soldaten bevrijd, maar in het Scheldegebied bleven Duitse eenheden hardnekkig weerstand bieden, waardoor de haven van Antwerpen niet als aanvoerhaven kon worden gebruikt. In oktober 1944 werd een geallieerd offensief georganiseerd om de Scheldemonding te veroveren. Ter ondersteuning van de strijd om de Schelde, gaat op 20 oktober 1944 operatie Pheasant van start. Deze operatie voorziet in de verovering van Midden- en West-Brabant. Tegelijk wil het geallieerde opperbevel trachten de bruggen over de Maas bij Keizersveer en Moerdijk te veroveren en het Duitse 15 de leger, dat in Brabant zit, in te sluiten. In onderstaande paragrafen per bron geanalyseerd waar oorlogshandelingen plaatsvonden binnen het analysegebied gedurende de uitvoering van operatie Pheasant. Hierbij is onderscheid gemaakt in de noord- en zuidzijde van het analysegebied. In paragraaf 5.4.11 is geanalyseerd waar binnen het analysegebied NGE-Risicogebieden zijn naar aanleiding van de oorlogshandelingen. 5.1

LITERATUUR, 27 OKTOBER 1944

De geallieerde opmars verliep in de eerste dagen van operatie Pheasant voorspoedig en op 26 oktober 1944 waren Vught, Oisterwijk en een deel van ’s-Hertogenbosch bevrijd door Britse eenheden. De Duitse soldaten waren genoodzaakt zich terug te trekken en vormden een nieuwe verdedigingslinie die onder meer liep van Dongen naar Loon op Zand. Op 27 oktober 1944 werd Tilburg vanuit het zuiden en oosten bevrijd, waarna de opmars richting Loon op Zand werd ingezet, zie Figuur 6. Loon op Zand en omgeving werden op 27 oktober 1944 eerst beschoten met artillerie, waarna Britse infanteristen het dorp bestormden. Hevige Duitse weerstand deed de Britse soldaten echter terugkeren naar hun oude stellingen.

Figuur 6: Geallieerde opmars op 27 oktober 1944. (Bron: DID1, 223-226).

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 29 van 140

5.2

LITERATUUR, 28 OKTOBER 1944

In de nacht van 27 op 28 oktober 1944 beschoot de geallieerde artillerie Loon op Zand en omgeving acht uur lang. Op 28 oktober 1944 werd in de ochtend de aanval op Loon op Zand hervat. Tegelijkertijd trokken Britse eenheden voorzichtig verder in westelijke richting. Patrouilles waren op 27 oktober 1944 al op verschillende ingegraven Duitse soldaten gestuit ten westen van de Loonse Heide. Drie verkenningsvoertuigen reden tot aan het kruispunt bij Heidebloem, waar zij werden verrast door Duitse soldaten, uitgerust met Panzerfausten en Sturmgeschütz. Verschillende Britse soldaten kwamen om en slechts een klein deel keerde terug. Ook richting De Moer, op de weg tussen De Moer en Loon op Zand, kwamen de Britse soldaten niet verder, aangezien Duitse soldaten zich hadden ingegraven bij Huis ter Heide. In Figuur 7 zijn de locaties, waar opmarsroutes plaatsvonden, weergegeven op de geallieerde stafkaart.

Figuur 7: Situatie 28 oktober 1944. Met rode pijlen zijn de Britse opmarsroutes weergegeven en de Duitse verdedigingslinies met zwart. (Bron ondergrond: Kadaster).

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 30 van 140

5.3

LITERATUUR, 29 OKTOBER 1944

Op 29 oktober 1944 wisten de tanks van de Britse 7th Armoured Division om 15.00 uur op te rukken tot het kruispunt bij de Loonsche Dreef voorbij De Moer. Zij vervolgden hun opmars in noordwestelijke richting vanaf het Oude Veepad tot de noordrand van Klein Dongen en Dongensche Vaart. Omdat de voorste tank door Duitse eenheden in brand werd geschoten, en zodoende de weg blokkeerde, werd de opmars vertraagd. Om 20.00 uur sloten de Britse infanteristen zich hierbij aan. Een verkenningseenheid van de 7th British Armoured Division, het 11th Hussars, ging in noordelijke richting lang de ‘s Gravenmoersevaart de situatie bekijken. Deze eenheid raakte aan de Hoge Brug, zo’n anderhalve kilometer ten westen van Waspik-Boven, slaags met de Duitse eenheden. Vooral een stuk Pak 40 (7,5 cm Panzerabwehrkanone 40), dat tussen de huizen bij de splitsing Achterstedijk-Kerkpad (thans Schoolstraat) is opgesteld, bezorgde veel overlast. Met vlammenwerpers en geschut werd het weerstandsnest opgeruimd, waarna de brug, die door verzetsmensen van vernietiging was gered, onbeschadigd in handen van de Britten viel. Bij Hoge Brug kwamen rond 21.00 uur ook de Britse infanteristen aan die via Loon op Zand naar Zandschel en Hoge Zandschel waren opgetrokken. Bij Zandschel en Hoge Zandschel waren de eenheden gestuit op door een paar Sturmgeschütze.

Figuur 8: Situatie noordzijde 29 oktober 1944. Met rode en gele pijlen zijn de Britse opmarsroutes weergegeven en met zwart de Duitse verdedigingslinies. (Bron ondergrond: Kadaster).

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 31 van 140

Aan de zuidzijde doorbraken rond 15.00 uur de tanks van de 7th British Armoured Division de Duitse linies bij Heidebloem. Deze gevechten werden voorafgegaan aan verschillende artilleriebeschietingen, waarbij de gehele omgeving in puin werd geschoten. Na de artilleriebeschietingen lukte het de infanteristen en tanks om de Duitse eenheden, die beschikten over een Pak 40, te verslaan. Hierna kon korte tijd later de weg worden vervolgd richting Dongen, dat dezelfde avond nog werd bevrijd.

Figuur 9: Situatie zuidzijde 29 oktober 1944. Met rode pijlen zijn de Britse opmarsroutes weergegeven en met zwart de Duitse verdedigingslinie bij Heidebloem. (Bron ondergrond: Kadaster).

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 32 van 140

5.4

LITERATUUR, 30 OKTOBER 1944

Op 30 oktober 1944 begon de Duitse legerleiding met de terugtrekking van Duitse eenheden achter het Wilhelminakanaal bij Geertruidenberg. Vooral de Moerdijkbruggen dienden tot het uiterste verdedigd te worden. De Britse eenheden aan de noordzijde rukten op via Waspik en Raamsdonk, waar zij stuitten op achtergebleven Duitse eenheden. De strijd verplaatste zich op ruime afstand van het analysegebied, zie Figuur 10.

Figuur 10: Situatie noordzijde 30 oktober 1944. Met rode pijlen zijn de Britse opmarsroutes richting Raamsdonk en Waspik weergegeven. (Bron ondergrond: Kadaster).

Nadat Dongen was bevrijd op 29 oktober 1944 trokken de Britse eenheden verder richting het noordwesten. Bij Groenendijk hadden Duitse eenheden de brug opgeblazen. Britse genisten legden een noodbrug en de eenheden vervolgden hun opmars richting Oosteind. Oosteind werd zonder tegenstand ingenomen, maar enkele Duitse soldaten boden nog weerstand op de Rijsdijk. De Duitse eenheden werden na een kort vuurgevecht door de Britse eenheden gedood. De eerste twee uur lag Oosteind nog onder artillerievuur van terugtrekkende Duitse soldaten. Bij het zogenaamde Geelhuis in de Leijssensestraat stond nog antitankgeschut opgesteld, dat werd gebruikt om de Britse opmars te vertragen. Toen de Britse soldaten echter dichterbij kwamen, trokken de Duitse eenheden weg uit Oosterhout en werd het zonder verdere gevechten bevrijd.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 33 van 140

Figuur 11: Situatie zuidzijde 30 oktober 1944. Met rode pijlen zijn de Britse opmarsroutes richting Oosterhout weergegeven. De gele pijl duidt de beweging over de Rijsdijk richting het noorden aan. (Bron ondergrond: Kadaster).

5.5

LITERATUUR, 31 OKTOBER – 5 NOVEMBER 1944

De Britse eenheden trekken door in de richting van Geertruidenberg, dat op 31 oktober 1944 voor het eerst onder geallieerd artillerievuur kwam te liggen. De Duitse eenheden hebben zich in Geertruidenberg teruggetrokken achter het Wilhelminakanaal. De geallieerden stellen artillerie op in Raamsdonksveer en nemen Geertruidenberg dagenlang onder vuur. Op 3 november 1944 besluit de Duitse legerleiding om de laatste eenheden terug te laten trekken uit Geertruidenberg, aangezien vanuit het zuidwesten Poolse eenheden oprukten. Nadat de Poolse soldaten eerst Made hebben bevrijd, werd Geertruidenberg op 5 november 1944 uiteindelijk door de Poolse eenheden bevrijd.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 34 van 140

Figuur 12: Situatie 31 oktober – 5 november 1944. De Britse opmars tot en met Raamsdonksveer is met een rode pijl weergegeven. De gele pijl duidt de Poolse opmars aan richting Geertruidenberg. (Bron ondergrond: Kadaster).

5.6

LITERATUUR, DUITSE ARTILLERIEBESCHIETINGEN NOVEMBER 1944 – JANUARI 1945

Na de bevrijding van Midden-Brabant hadden de Duitse eenheden zich in november 1944 teruggetrokken achter de Maas en de verschillende toegangsbruggen opgeblazen. Ook Geertruidenberg werd meerdere malen beschoten, zo blijkt uit de literatuur. Zo kwamen in januari 1945 granaten neer in de omgeving van de Dongecentrale.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 35 van 140

5.7

NEDERLANDSE ARCHIEVEN

Tijdens het archiefonderzoek in verschillende Nederlandse archieven zijn verschillende meldingen aangetroffen van ontstane schade in oktober en november 1944. In vele gevallen wordt niet aangegeven waardoor de schade exact is ontstaan, maar gezien de gemelde data wordt geconcludeerd dat de schade moet zijn ontstaan door oorlogshandelingen die hebben plaatsgevonden gedurende de bevrijding eind oktober/begin november 1944. Tevens zijn verschillende dossiers geraadpleegd met betrekking tot aangetroffen munitie. In Figuur 13 zijn de locaties binnen het analysegebied waar schade is ontstaan of munitie is aangetroffen in één figuur gevat. Aangezien in sommige gevallen meerdere schademeldingen zijn gedaan binnen dezelfde straat zijn in deze gevallen enkel de straat weergegeven. Verder is van sommige locaties slechts indicatief een locatie bekend.

Figuur 13: Locaties waar schade is gemeld of munitie is aangetroffen, weergegeven op de geallieerd stafkaart. (Bron ondergrond: Kadaster).

In het archiefmateriaal uit Nederlandse archiefinstellingen is tevens een kort verslag aangetroffen waarin melding werd gemaakt van artilleriebeschietingen op ’s Gravenmoer. ’s Gravenmoer werd op 29 oktober 1944 door geallieerde artillerie beschoten, aangezien er vermoedens bestonden dat er zich nog Duitse eenheden schuilhielden. Door de arts van het dorp werden de geallieerde eenheden uiteindelijk ingelicht dat de Duitse soldaten reeds uit het dorp waren weggetrokken.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 36 van 140

5.8 BUITGEMAAKTE DUITSE DOSSIERS UIT DE NATIO NAL ARCHIVES AND RECORDS ADMINISTRATION In de National Archives and Records Administration (zie bijlage 4) zijn verschillende buitgemaakte Duitse verslagen aangetroffen van de oorlogshandelingen van 27 oktober tot en met 30 oktober 1944. In de documentatie wordt melding gemaakt van de geallieerde opmars ten noorden van Tilburg richting Loon op Zand en Waalwijk. De Duitse verslagen bieden geen aanvullende informatie met betrekking tot de oorlogshandelingen die reeds beschreven zijn in de literatuur, zie paragraaf 5.4.1 t/m 5.4.5. 5.9

MUNITIERUIMINGEN EOD

Door de EOD zijn verschillende munitieruimingen verricht in of in de nabijheid van het analysegebied. Daarbij is meerdere malen munitie geruimd die gebruikt kon worden door infanteristen (KKM, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en mortiergranaten) en granaten die gebruikt konden worden door artillerie. In Figuur 14 is een overzicht weergegeven van de munitieruimingen door de EOD binnen en nabij het analysegebied.

Figuur 14: Locaties waar de EOD munitie heeft geruimd dat gerelateerd kan worden aan de grondgevechten en artilleriebeschietingen in oktober en november 1944. (Bron ondergrond: ESRI).

De toestand van een geruimd projectiel kan door de EOD in verschillende termen zijn uitgedrukt, namelijk: compleet, incompleet, leeg, verschoten of niet verschoten. Vooral de toestanden ‘verschoten’ en ‘niet verschoten’ zijn voor het afbakenen van een NGE-Risicogebied naar aanleiding van artilleriebeschietingen van belang. ‘Verschoten’ betekent dat een granaat is verschoten door geschut en vervolgens zonder te detoneren in de grond is beland, een zogenaamde blindganger. Een ‘niet verschoten’ granaat betreft een granaat die niet is verschoten door een geschutopstelling en is achtergelaten/gedumpt door soldaten.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 37 van 140

Binnen en in de directe nabijheid van het analysegebied zijn verschillende granaten aangetroffen in ‘verschoten’ toestand, zie Figuur 15.

Figuur 15: Locaties waar de EOD granaten heeft geruimd in ‘verschoten’ toestand. (Bron ondergrond: ESRI).

5.10

LUCHTFOTOANALYSE

Aan de hand van luchtfoto’s die na de oorlogshandelingen in oktober en november 1944 zijn genomen, is getracht te analyseren waar precies granaten zijn gedetoneerd en waar schade is ontstaan binnen het analysegebied. Verschillende luchtfoto-instanties zijn geraadpleegd voor het verkrijgen van geschikte luchtfoto’s van na de bevrijding. Hieruit is gebleken dat van een groot deel van het analysegebied geen luchtfoto’s zijn genomen die na november 1944 zijn genomen. Een deel van het analysegebied is waarneembaar op luchtfotoreeksen van 28 december 1944, 29 december 1944 en 1 maart 1945. Enkel binnen het projectgebied bij Geertruidenberg zijn verschillende kraters te zien, die veroorzaakt zijn door het detoneren van granaten, zie Figuur 16. Op de andere luchtfotoreeksen zijn echter geen verstoringen meer waarneembaar die kunnen worden gerelateerd aan de oorlogshandelingen in oktober en november 1944.. In Figuur 17 is een overzicht weergegeven van de geraadpleegde luchtfoto’s van na de bevrijding in oktober en november 1944.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 38 van 140

Figuur 16: Kraters, veroorzaakt door granaatinslagen, op een luchtfoto d.d. 29 december 1944. (Bron luchtfoto: Wageningen UR).

Figuur 17: Overzicht geraadpleegde luchtfoto’s naar aanleiding van de oorlogshandelingen tijdens de bevrijding in oktober en november 1944. (Bronnen luchtfoto’s: Kadaster en Wageningen UR. Bron ondergrond: Kadaster).

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 39 van 140

5.11

AFBAKENING NGE-RISICOGEBIEDEN

Zoals blijkt uit de literatuur en het (internationale) archiefmateriaal hebben binnen en in de directe nabijheid van het analysegebied in oktober en november 1944 grondgevechten en artilleriebeschietingen plaatsgevonden. In de geraadpleegde Nederlandse archieven zijn uitgebreide rapporten aangetroffen, waarin schade wordt vermeld aan woningen en gebouwen naar aanleiding van de gevechtshandelingen in oktober en november 1944. Tevens blijkt uit de munitieruimrapporten van de EOD dat na de oorlog op verschillende plaatsen binnen en in de nabijheid van het analysegebied nog munitie is aangetroffen die duidt op grondgevechten en artilleriebeschietingen. De oorlogshandelingen in oktober en november 1944 vormen aanleiding voor het afbakenen van NGERisicogebieden. Het WSCS-OCE biedt geen richtlijnen voor het afbakenen van een NGE-Risicogebied naar aanleiding van artilleriebeschietingen en grondgevechten, zie paragraaf 3.3.1 en 3.3.2. Om deze reden zijn situationeel NGE-Risicogebieden afgebakend ter plaatse van het projectgebied. Uit de schaderapporten, locaties waar munitie is aangetroffen/geruimd en de beschrijvingen in de literatuur en het (internationale) archiefmateriaal blijkt dat verschillende delen van het projectgebied zijn getroffen door artilleriebeschietingen. Vanwege deze hevige beschietingen dient rekening gehouden te worden met achtergebleven geschutmunitie.

Bij het afbakenen van een NGE-Risicogebied naar aanleiding van artilleriebeschietingen dient tevens rekening gehouden te worden met de grote spreiding van de inslagen van artilleriegranaten. Deze onnauwkeurigheid wordt onder meer veroorzaakt door factoren als de afstand tussen het geschut en het doel, het gebrek aan waarnemers die het artillerievuur op de grond kunnen begeleiden en de ervaring van de artilleristen die het geschut bedienden. Daarnaast bestond een groot deel van het analysegebied uit weilanden, waardoor mogelijke inslagen van granaten niet zijn gezien of vermeld. Verder blijkt uit de munitieruimrapporten van de EOD dat vooral in en in de omgeving van bebouwd gebied munitieruimingen hebben plaatsgevonden. Aangezien verschillende weilanden en kreken sinds de oorlog niet geroerd zijn, is het aannemelijk dat in deze gebieden eventuele achtergebleven NGE niet is gevonden. Alleen bij het projectgebied bij Geertruidenberg zijn kraters waarneembaar die het gevolg zijn van detoneren van artilleriegranaten. De kraters lagen verspreid in het weiland ten zuiden van de spoorlijn. Situationeel is het gebied tussen de spoorlijn en het watergebied afgebakend als NGE-Risicogebied.

Het overige NGE-Risicogebied is situationeel bepaald door een gebied te projecteren rondom de dorpen die getroffen zijn door de artilleriebeschietingen en de opmarsroutes waar de Britse eenheden op tegenstand stuitten volgens de literatuur, het archiefmateriaal en de munitieruimrapporten van de EOD. Binnen de NGE-Risicogebieden kan NGE worden aangetroffen van geschutmunitie (Duits en geallieerd) van de kalibers van 5 cm t/m 155 mm. Deze kalibers zijn vastgesteld op basis van munitieruimingen door de EOD (bovengrens: 155 mm) en kennis over het kleinste kaliber mortiergranaat gebruikt door Duitse zijde (ondergrens: 5 cm). Naar aanleiding van de schermutselingen die plaatsvonden gedurende de opmars tussen Duitse en Brits infanteristen wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend. De precieze locaties van deze schermutselingen zijn veelal lastig te bepalen en de Duitse infanteristen trokken zich meestal snel terug, als gevolg van de geallieerde artilleriebeschietingen.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 40 van 140

Figuur 18: NGE-Risicogebieden naar aanleiding van de artilleriebeschietingen gedurende de bevrijding in oktober en november 1944 (Bron ondergrond: ESRI).

Conclusie Naar aanleiding van de artilleriebeschietingen die plaatsvonden in oktober en november 1944 binnen het analysegebied zijn twee NGE-Risicogebieden afgebakend. Binnen de NGE-Risicogebieden kan NGE worden aangetroffen van geschutmunitie van de kalibers 5 cm t/m 155 mm.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 41 van 140

6

ANALYSE OORLOGSHANDELINGEN

Uit de inventarisatie van het bronnenmateriaal is gebleken dat verschillende oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden binnen het analysegebied. De oorlogshandelingen die in hoofdstuk 4 als relevant zijn aangemerkt, worden in dit hoofdstuk nader geanalyseerd. Op basis van deze analyse is vastgesteld of sprake is van een NGE-Risicogebied. 6.1

ANALYSE BOMBARDEMENT 4 OKTOBER 1944

Volgens de ORB’s van de Britse luchtmacht (zie bijlage 4) voerden Spitfire jachtbommenwerpers van 302 en 308 Squadron een bombardement uit op sleepboten, die zich bevonden binnen kaartvierkanten E.0545 en E.2452. Kaartvierkant E.0545 lag binnen het analysegebied, zie Figuur 19. Het bombardement vond plaats tussen 14.30 uur en 18.00 uur en volgens de waarnemingen van de piloten werden drie voltreffers waargenomen op de sleepboten. Ieder vliegtuig beschikte over een bommenlast van 2 x 250 lbs brisantbommen en alle bommen werden volgens de ORB’s door de vliegtuigen afgeworpen.

Figuur 19: Kaartvierkant E.0545 (rood omkaderd), weergegeven op de geallieerde stafkaart. (Bron: Kadaster).

In het overige geraadpleegde bronnenmateriaal wordt geen melding gemaakt van dit bombardement. Bij verschillende luchtfoto-instanties (zie bijlage 7) is gezocht naar luchtfoto’s die kort na dit bombardement zijn genomen van kaartvierkant E.0545. De eerstvolgende beschikbare luchtfoto dateert van 28 december 1944. Op deze luchtfoto zijn geen verstoringen waarneembaar die kunnen worden gerelateerd aan het bombardement van 28 december 1944.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 42 van 140

Figuur 20: Luchtfoto d.d. 28 december 1944, weergegeven op de geallieerde stafkaart. (Bron luchtfoto: Wageningen UR. Bron geallieerde stafkaart: Kadaster).

Aan de hand van het geraadpleegde bronnenmateriaal kan niet worden bepaald waar de sleepboten zich bevonden die op 4 oktober 1944 zijn gebombardeerd binnen het kaartvierkant E.0545. Daarnaast zijn op de eerstvolgend beschikbare luchtfoto van kaartvierkant E.0545 geen verstoringen waarneembaar. Derhalve kan niet precies worden bepaald waar binnen kaartvierkant E.0545 het bombardement werd uitgevoerd en of het projectgebied is getroffen. Vandaar dat geen NGE-Risicogebied kan worden afgebakend naar aanleiding van het bombardement op 4 oktober 1944. Conclusie Naar aanleiding van het bombardement op 4 oktober 1944 op sleepboten binnen kaartvierkant E.0545 kan ter plaatse van het projectgebied geen NGE-Risicogebied worden afgebakend.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 43 van 140

6.2

ANALYSE RAKETBESCHIETINGEN 21 OKTOBER 1944

Op 21 oktober 1944 voerden zes Typhoon jachtbommenwerpers raketbeschietingen uit op sleepboten binnen de kaartvierkanten E.0842 en E.1040, zo blijkt uit de ORB’s (zie bijlage 4). De toestellen waren uitgestuurd voor een gewapende verkenning boven het gebied ’s-Hertogenbosch-Breda-Dordrecht. In totaal vuurden de toestellen 44 raketten af tussen 15.30 uur en 16.25 uur. Vanwege de bewolking hadden de piloten moeite om doelwitten waar te nemen, maar de piloten rapporteerden dat ze toch vier sleepboten wisten te beschadigen. In het overige bronnenmateriaal is geen aanvullende informatie omtrent deze raketbeschietingen aangetroffen. Daarnaast is geen luchtfoto beschikbaar gebleken, die kort na de raketbeschietingen is genomen. In Figuur 21 zijn de kaartvierkanten E.0842 en E.1040 afgebeeld.

Figuur 21: Kaartvierkanten E.0842 en E.1040 (rood omkaderd), weergegeven op de geallieerde stafkaart. (Bron: Kadaster).

Zoals blijkt uit Figuur 21 vonden de raketbeschietingen plaats binnen en in de nabijheid van het onderzoeksgebied. Aan de hand van het beschikbare bronnenmateriaal kan echter niet exact worden bepaald waar de raketten neer zijn gekomen die op 21 oktober 1944 zijn afgevuurd op sleepboten. Aangezien de piloten rapporteerden dat ze vanwege de slechte weersomstandigheden problemen hadden om doelwitten te lokaliseren, kan niet met zekerheid worden gesteld dat de raketbeschietingen binnen de genoemde kaartvierkanten zijn uitgevoerd. Vandaar dat naar aanleiding van de raketbeschietingen op 21 oktober 1944 geen NGE-Risicogebied kan worden afgebakend ter plaatse van het projectgebied. Conclusie Naar aanleiding van de raketbeschietingen op 21 oktober 1944 binnen kaartvierkanten E.0842 en E.1040 kan geen NGE-Risicogebied worden afgebakend ter plaatse van het projectgebied.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 44 van 140

6.3

ANALYSE BOMBARDEMENT BIJ ZANDSCHEL OP 6 DECEMBER 1944

In de literatuur (zie bijlage 3) staat beschreven dat op 6 december 1944 bij Zandschel een bom neerkwam. In het overige geraadpleegde bronnenmateriaal is geen aanvullende informatie aangetroffen met betrekking tot deze melding. De eerstvolgende luchtfoto’s dateren van 1 maart 1945. Op deze luchtfoto’s zijn twee bomkraters waarneembaar bij Zandschel, zie Figuur 22. Het is niet bekend of de kraters bij elkaar horen en hoeveel bommen in totaal zijn neergekomen. Daarnaast is niets bekend over het kaliber. Vanwege al deze onbekende factoren valt het niet uit te sluiten dat nog NGE zijn achtergebleven in de nabijheid van de bomkraters. Om die reden wordt situationeel een NGE-Risicogebied afgebakend van 100 meter om beide bomkraters. Hierbij is rekening gehouden met horizontale verplaatsing en cartografische onnauwkeurigheid. Eén van de NGE-Risicogebieden valt binnen het huidige projectgebied en is weergegeven in Figuur 23. Het gebied is verdacht op afwerpmunitie van 250 t/m 1.000 lbs brisantbommen. Dit zijn de meest aannemelijke kalibers die tijdens de oorlog zijn ingezet door geallieerde bommenwerpers.

Figuur 22: Bomkraters binnen en nabij het analysegebied op een luchtfoto d.d. 1 maart 1945. (Bron luchtfoto: Kadaster).

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 45 van 140

Figuur 23: NGE-Risicogebied binnen het projectgebied naar aanleiding van waargenomen bomkraters op luchtfoto’s van 1 maart 1945. (Bron ondergrond: ESRI).

Conclusie Naar aanleiding van de waargenomen bomkraters op luchtfoto’s van 1 maart 1945 bij Zandschel is ter plaatse van het projectgebied een NGE-Risicogebied afgebakend. Binnen dit NGE-Risicogebied kunnen NGE van afwerpmunitie van de kalibers 250 lbs t/m 1.000 lbs brisantbommen zijn achtergebleven. 6.4

ANALYSE LUCHTAFWEERGESCHUT EN BOMKRATERS

In het NIMH (zie bijlage 3) is een kaart aangetroffen van 21 juni 1944, waarop verschillende locaties zijn ingetekend waar luchtafweergeschut stond opgesteld. In Figuur 24 is de desbetreffende kaart weergegeven. Aan de hand van luchtfoto’s van 19 september 1944 en 29 december 1944 is getracht de exacte locaties van de stellingen met luchtafweergeschut te plaatsen. Uit de luchtfotoanalyse is gebleken dat op de westelijk gelegen locatie die op de kaart uit het NIMH is ingetekend een verdedigingswerk stond opgesteld, zie Figuur 25. Dit verdedigingswerk is zichtbaar op de luchtfoto’s van 12 oktober 1944 en 29 december 1944. Het luchtafweergeschut aan de oostelijke oever is niet waarneembaar op luchtfoto’s. Aangezien de exacte locatie van deze stellingen niet kunnen worden bepaald, kan geen specifiek NGERisicogebied afgebakend worden binnen het projectgebied.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 46 van 140

Figuur 24: Kaart met locaties van luchtafweergeschut, opgetekend op 21 juni 1944. Ter verduidelijking van de locaties zijn de stellingen rood omkaderd. (Bron: NIMH, 575., Inv. 86).

Figuur 25: Verdedigingswerk binnen het projectgebied op een luchtfoto d.d. 12 oktober 1944. (Bron luchtfoto: Kadaster).

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 47 van 140

Conform de richtlijnen van het WSCS-OCE (zie paragraaf 3.3.10) wordt het verdedigingswerk afgebakend als NGE-Risicogebied, aangezien binnen het verdedigingswerk munitie kan zijn gedumpt of achtergebleven. In Figuur 26 is het NGE-Risicogebied weergegeven. Binnen dit NGE-Risicogebied kan NGE van KKM, handen geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en geschutmunitie van 2 cm tot en met 10,5 cm (het betreft hier de meest voorkomende Duitse luchtdoelkalibers) in achtergelaten en/of gedumpte toestand worden aangetroffen.

Figuur 26: NGE-Risicogebied naar aanleiding van het op luchtfoto’s waargenomen verdedigingswerk op luchtfoto’s van 19 september 1944 en 29 december 1944. (Bron ondergrond: ESRI).

Op de luchtfoto van 29 december 1944 zijn in en in de nabijheid van het verdedigingswerk tevens vier bomkraters waarneembaar, met ieder een doorsnede van ongeveer 10 meter. In het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn geen aanwijzingen aangetroffen van een bombardement op dit verdedigingswerk. Derhalve is niet bekend hoeveel en welk kaliber bommen zijn afgeworpen. Aangezien niet kan worden bepaald hoeveel bommen zijn afgeworpen, dient rekening gehouden te worden met achtergebleven blindgangers van vliegtuigbommen. Verdedigingswerken waren doelwitten van geallieerde jachtbommenwerpers, die gericht bombardementen vanaf lage hoogte in duikvlucht konden uitvoeren op deze Duitse stellingen. Vandaar dat wordt geconcludeerd dat het bombardement moet zijn uitgevoerd door jachtbommenwerpers. Aan de hand van analyse van de kraters kan niet exact worden bepaald welke kraters opeenvolgend zijn. Volgens de richtlijnen van het WSCS-OCE wordt derhalve de richtlijn ‘Duikbombardement op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend’ (zie paragraaf 3.3.5) te worden toegepast. Vanuit het hart van het verdedigingswerk is een NGE-Risicogebied geprojecteerd van 181 meter. Daarnaast is rekening gehouden met een cartografische onnauwkeurigheid van 10 meter en horizontale verplaatsing van de NGE in de bodem van 8 meter. Het NGE-Risicogebied is weergegeven in Figuur 27.

Aangezien de kraters relatief fors

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 48 van 140

zijn (minimaal 10 meter doorsnede) wordt verwacht dat ze zijn veroorzaakt door het detoneren van 500 lbs of 1.000 lbs brisantbommen. Deze type kalibers kunnen worden aangetroffen binnen het NGERisicogebied.

Figuur 27: NGE-Risicogebied naar aanleiding van de waargenomen bomkraters binnen en in de nabijheid van het verdedigingswerk op een luchtfoto van 29 december 1944. (Bron ondergrond: ESRI).

Conclusie Naar aanleiding van een verdedigingswerk en waargenomen bomkraters zijn twee NGE-Risicogebieden afgebakend. Binnen het NGE-Risicogebied naar aanleiding van het verdedigingswerk kan NGE worden aangetroffen van KKM, hand- en geweergranaten, munitie van granaatwerpers en geschutmunitie van 2 cm tot 10,5 cm. Binnen het NGE-Risicogebied naar aanleiding van de bomkraters kan NGE worden aangetroffen van afwerpmunitie van de kalibers 500 lbs of 1.000 lbs brisantbommen.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 49 van 140

7

LEEMTEN IN KENNIS EN NGE-RISICOGEBIEDEN

De leemten in kennis die in dit HVO-NGE naar voren zijn gekomen, worden in dit hoofdstuk nader toegelicht. Daarnaast worden de afgebakende NGE-Risicogebieden samengevat. 7.1

LEEMTEN IN KENNIS

Uit dit HVO-NGE is gebleken dat er een aantal leemten in kennis is, namelijk: • Omdat de Duitse archieven grotendeels zijn vernietigd, zijn slechts weinig primaire gegevens beschikbaar over de Duitse zijde van de Tweede Wereldoorlog. • Het is onvoldoende bekend of er gedurende de periode mei 1945 tot en met 1970 NGE zijn aangetroffen, dan wel verwijderd binnen het analysegebied. • Bij de munitieruimrapporten van de EOD is de locatie van de vindplaats vaak niet nauwkeurig weergegeven. Daarnaast is gebleken dat de kalibers niet altijd correct zijn aangegeven. • Een groot deel van het analysegebied was ten tijde van de Tweede Wereldoorlog onbebouwd gebied of weiland. Eventuele oorlogshandelingen die binnen deze delen van het analysegebied hebben plaatsgevonden zijn niet of nauwelijks gedocumenteerd. • In het archiefmateriaal uit Nederlandse archieven zijn verschillende schaderapporten aangetroffen. Bij deze schaderapporten ontbreekt veelal de exacte datum van de ontstane schade en de oorlogshandeling die deze schade heeft veroorzaakt. • Er zijn van grote delen van het analysegebied geen luchtfoto’s beschikbaar die (kort) na de oorlogshandelingen in oktober en november 1944 gedurende de bevrijding zijn genomen. Het is derhalve niet mogelijk gebleken om de bevrijding van het analysegebied aan de hand van luchtfoto’s geheel te analyseren.

Derhalve is grotere nadruk op het overige bronmateriaal gelegd. • Het is niet bekend op welke exacte locaties de luchtaanvallen van 4 oktober 1944 en 21 oktober 1944 zijn uitgevoerd. • Uit het geraadpleegde bronnenmateriaal kan niet worden opgemaakt welke toestellen het bombardement hebben uitgevoerd op het verdedigingswerk bij Geertruidenberg. 7.2

AFBAKENING NGE-RISICOGEBIEDEN

Op basis van de analyse van de oorlogshandelingen is vastgesteld dat mogelijk NGE kunnen zijn achtergebleven in het projectgebied. Het gehele projectgebied is afgebakend als NGE-Risicogebied. De NGE-Risicogebieden zijn weergegeven in onderstaande tabel, met per NGE-Risicogebied het nummer en de verwijzing binnen dit rapport. De in onderstaande tabel weergegeven maximale penetratiediepte is vastgesteld op basis van algemeen beschikbare gegevens uit het Dinoloket of specifieke kennis van bepaalde oorlogshandelingen (aanleg van militaire infrastructuur en mijnenvelden). De gegevens van het Dinoloket kunnen niet gebruikt worden voor een exacte vaststelling van de maximale penetratiediepte, maar dienen enkel ter indicatie. Voorafgaand aan werkzaamheden of opsporing in NGE-Risicogebieden naar aanleiding van verschoten of afgeworpen munitie dient ten alle tijden op basis van specifieke sonderingsgegevens uit het gebied de maximale penetratiediepte te worden vastgesteld.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 50 van 140

Nr.

Paragraaf:

Verdacht op

Hoeveelheid

Verschijningsvorm

Geschutmunitie 5 cm t/m 155 mm 2 5.3 Afwerpmunitie 250 lbs t/m 1.000 lbs brisantbommen 3 5.4 KKM, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers, geschutmunitie 2 cm t/m 10,5 cm 4 5.4 Afwerpmunitie 500 lbs t/m 1.000 lbs brisantbommen Tabel 4: Overzicht NGE-Risicogebieden.

0 tot tientallen

Verschoten

Max. penetratiediepte 2,0 m-mv

1

5.1-5.11

0 tot enkelen

Afgeworpen

5,0 m-mv

0 tot enkelen

Achtergelaten/ gedumpt

1,5 m-mv

0 tot enkelen

Afgeworpen

7,5 m-mv

De NGE-Risicogebieden zijn weergegeven in Tekening 04.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 51 van 140

8

CONCLUSIE EN ADVIES

In deze paragraaf zijn de conclusie en het advies opgenomen die uit dit HVO-NGE voortkomen. 8.1

CONCLUSIE HVO -NGE

In dit HVO-NGE is antwoord gegeven op de volgende vragen: • Is er sprake van een NGE-Risicogebied in (gedeelten van) het projectgebied naar de situatie van 1945 (het einde van de oorlog)? o Ja, er is sprake van diverse NGE-Risicogebieden binnen het projectgebied. Deze NGERisicogebieden zijn afgebakend naar aanleiding van diverse oorlogshandelingen binnen het projectgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. •

Welke soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede NGE kunnen worden verwacht? o De soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede NGE lopen uiteen en verschillen per NGE-Risicogebied. Deze gegevens zijn opgenomen in paragraaf 7.2 en in de digitale GISbestanden.

•

Wat is het advies met betrekking tot de omgang met de NGE-Risicogebieden binnen het projectgebied? o Het advies is opgenomen in paragraaf 8.2.

8.2

ADVIES

Uit het HVO-NGE is gebleken dat ter plaatse van het projectgebied verschillende NGE-Risicogebied liggen. Opsporing van NGE binnen het NGE-Risicogebied kan, indien gewenst, worden beperkt tot de locaties waar door de geplande civieltechnische werkzaamheden een verhoogd risico ontstaat voor de Arbo- en/of openbare veiligheid. In dit geval betreft dit vooral de locaties waar grondroerende werkzaamheden zoals graafwerkzaamheden, het plaatsen van damwanden en funderingspalen, aanbrengen van verticale drainage, etc., gaan plaatsvinden. Daar waar het huidig grondgebruik wordt gecontinueerd, is, zo mogelijk, geen sprake van een verhoogd risico en is opsporing niet noodzakelijk. Om te bepalen waar een verhoogd risico ontstaat, adviseert REASeuro een Projectgebonden RisicoanalyseNiet Gesprongen Explosieven (PRA-NGE) te laten uitvoeren. Om een PRA-NGE te kunnen uitvoeren, is een uitgewerkt (concept) ontwerp van de in het gebied geplande projecten noodzakelijk. Daarnaast is het van belang te kunnen beschikken over gegevens met betrekking tot de bodemopbouw, grondmechanische eigenschappen, grondwaterstanden, milieuhygiënische kwaliteit, etc. De PRA-NGE heeft tot doel antwoord te geven op de volgende vragen: - Wat is de horizontale en verticale afbakening van het NGE-Risicogebied binnen het onderzoeksgebied? Het NGE-Risicogebied is in het HVO-NGE horizontaal afgebakend.

Aan de hand van diverse parameters (zoals grondsoort en naoorlogse werkzaamheden) wordt het NGE-Risicogebied horizontaal en verticaal afgebakend. Hierbij wordt ook gekeken of de cartografische onnauwkeurigheid en de horizontale verplaatsing van een NGE in de bodem aangepast dienen te worden. - Welke werkzaamheden kunnen veilig worden uitgevoerd in een NGE-Risicogebied? In een PRA-NGE worden de werkzaamheden die effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige NGE geïdentificeerd op basis van de plan- en/of ontwerptekeningen. Op basis hiervan kunnen de risico’s worden beschreven. De volgende onderwerpen worden in een PRA-NGE uitgewerkt: a. De risicovolle handelingen. b. Het mogelijke effect van deze handelingen op eventueel aanwezige NGE.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 52 van 140

-

c. De kans op een ongewenst effect. d. De mogelijkheid tot opsporing van eventueel aanwezige NGE voor start van de reguliere werkzaamheden. Indien van toepassing, worden in een PRA-NGE de verschillende toepasbare opsporingsmethoden beschreven. Hierbij worden de voor- en nadelen van de verschillende technieken beschreven. Op basis hiervan wordt in een PRA-NGE een advies gegeven over de best toepasbare opsporingsmethode. e. Beheersmaatregelen indien opsporing vooraf niet mogelijk is (andere uitvoeringswijze, inzet aangepast materieel, afscherming omgeving, etc.). Wat is het benodigde budget voor het benodigde vervolgonderzoek? Wat is de doorlooptijd van het benodigde vervolgonderzoek?

Indien het OCE-kennisniveau bij de opdrachtgever geoptimaliseerd dient te worden, is het de opdrachtgever aan te bevelen om enkele werknemers op te leiden en zich zo beter voor te bereiden op haar/zijn taken bij toekomstige NGE-gerelateerde werkzaamheden. Niet het gehele projectgebied bevindt zich binnen NGE-Risicogebieden. Voor de delen van het projectgebied die niet als NGE-Risicogebied zijn aangemerkt, geldt dat grondroerende werkzaamheden hier regulier doorgang kunnen vinden. Wordt tijdens werkzaamheden in niet-verdachte gebieden toch spontaan NGE aangetroffen, dan dienen de volgende acties te worden ondernomen: • Het werk ter plaatse van de vindplaats dient te worden stilgelegd. • De werklocatie, in ieder geval rondom het NGE, dient te worden afgezet. Het aanwezige personeel dient op de hoogte te worden gebracht van de vondst en geïnstrueerd te worden uit de buurt te blijven. • Er dient contact te worden opgenomen met de politie (0900-8844). De vondst dient gemeld te worden aan de politie. De politie neemt vervolgens contact op met de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD). • Als de EOD op locatie is, wordt een afspraak gemaakt voor de ruiming. De EOD maakt deze afspraak met de gemeente, of de politie namens de gemeente. • De EOD geeft aan de gemeente, of de politie namens de gemeente, advies over de in acht te nemen veiligheidsmaatregelen.

• Indien de te nemen veiligheidsmaatregelen dit toelaten, kan de gemeente aan de EOD advies vragen over de mogelijkheden tot doorwerken op de betreffende locatie, dan wel elders in de nabijheid van het werk en de daarbij in acht te nemen veiligheidsmaatregelen totdat het NGE wordt geruimd. • Het NGE wordt geruimd. Indien NGE worden aangetroffen buiten de afgebakende NGE-Risicogebieden, dan is dit nieuwe feitelijke informatie. Als deze situatie zich voordoet, moet in overleg met een ter zake deskundige worden vastgesteld of sprake is van een incident of dat er aanleiding is de werkwijze aan te passen.

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 53 van 140

9

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11

BEGRIPPENLIJST (2 BLADEN) .......................................................................................................................................... 55 GERAADPLEEGDE LITERATUUR ....................................................................................................................................... 57 ARCHIEFONDERZOEK NEDERLANDSE ARCHIEVEN ....................................................................................................... 77 ARCHIEFONDERZOEK INTERNATIONALE ARCHIEVEN ................................................................................................ 118 EOD EN MMOD: MUNITIERUIMINGEN.................................................................................................................... 127 CARTOGRAFISCH MATERIAAL...................................................................................................................................... 128 OVERZICHT LUCHTFOTO’S........................................................................................................................................... 132 IN HET VERLEDEN UITGEVOERDE ONDERZOEKEN ...................................................................................................... 134 CHECKLIST WSCS-OCE EN VERZENDLIJST ..............................................................................................................

136 TEKENINGEN ................................................................................................................................................................. 137 CERTIFICERING REASEURO......................................................................................................................................... 138

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

DR HVO-NGE Hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 Oost, Deelgebied 3

Pagina 54 van 140

BIJLAGE 1

BEGRIPPENLIJST (2 BLADEN)

Begrip Analysegebied

Bodembelastingkaart Bijdragebesluit / Gemeentefonds Conventionele Explosieven (CE)

Historisch Vooronderzoek -Niet Gesprongen Explosieven (HVONGE)

Negatief advies

Niet Gesprongen Explosieven (NGE)

Niet Gesprongen Explosieven – Bodemonderzoek (NGEBodemonderzoek)

Niet Gesprongen Explosieven –

002.678.00 0645889 73193/RO-180268 versie 3.0

Definitie Gebied waarop het HVO-NGE zich richt. Het analysegebied is ruimer dan het projectgebied om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de situatie in oorlogstijd. Cartografische weergave van het (de) NGE-Risicogebied(en). REASeuro hanteert doorgaans het begrip NGE-Risicokaart. Regeling voor Rijksfinanciering van (een deel van) de kosten voor het NGEbodemonderzoek. Elk explosief dat niet als geïmproviseerd, nucleair, biologisch of chemisch kan worden aangemerkt. Bij het opsporingsproces wordt aan CE gelijkgesteld en als zodanig behandeld: CE die geen explosieve stoffen (meer) bevatten; Restanten van CE die door leken als zodanig herkenbaar zijn; Voorwerpen die door leken kunnen worden aangemerkt als CE; Wapens of onderdelen daarvan. Bureaustudie waarin de oorlogshandelingen van de periode 1940-1945 (incl. naoorlogse munitieruimingen en opsporingsactiviteiten) worden geanalyseerd. Doel is om vast te stellen of in het onderzoeksgebied sprake is van een NGE-Risicogebied in relatie tot het projectgebied. Het HVO-NGE bestaat uit: Rapportage. Positief of negatief advies. In het geval van een positief advies: Horizontale afbakening NGE-Risicogebied(en). Bodembelastingkaart. Op basis van de analyse van het bronnenmateriaal wordt niet verwacht NGE aan te treffen in het analysegebied. Een vervolgstap van het NGE-bodemonderzoek wordt niet geadviseerd.

De geplande werkzaamheden kunnen regulier worden uitgevoerd. Door REASeuro gehanteerd begrip waaronder wordt verstaan: alle explosieven of onderdelen/restanten van explosieven die niet of gedeeltelijk hebben gefunctioneerd. Onder NGE vallen: Conventionele Explosieven (CE); Geïmproviseerde explosieven; Explosieven voor civiel gebruik; Chemische explosieven; Biologische explosieven; Nucleaire explosieven. Werkwijze van REASeuro waaronder wordt verstaan: de integrale totaalaanpak voor de NGE-problematiek bestaande uit vijf afzonderlijke fasen. Hierdoor kan de opdrachtgever per fase een weloverwogen besluit nemen en zijn vervolgacties plannen met als doel dat de opdrachtgever de regie over het project in handen houdt. De vijf fasen zijn: 1. HVO-NGE (Historisch Vooronderzoek NGE). 2. PRA-NGE (Projectgeboden Risicoanalyse NGE). 3. Projectplan-NGE. 4. Uitvoering-NGE. 5. PvvO-NGE (Proces-verbaal van Oplevering). Gebied waar op basis van historisch bronnenmateriaal een risico op het aantreffen van NGE bestaat naar de situatie van 1940-1945 (inclusief naoorlogse munitieruimingen en opsporingsactiviteiten).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10038617/1