CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad Waadhoeke 30 maart 2023, gemeente waadhoekeBij agendapunt: VVGB Dorpsmolen Hitzum26.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bij moderne windturbines kan door middel van ijsdetectiesystemen de windturbine automatisch stilgezet worden. Voor externe veiligheid is per 1 januari 2011 het Besluit wijziging milieuregels windturbines19 in werking getreden. Daarin wordt onder meer geregeld dat met betrekking tot veiligheidsafstanden in grote lijnen wordt aangesloten op het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)20 en dat zich geen kwetsbare objecten mogen bevinden binnen de PR 10-6contour en geen beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-5-contour. PR staat voor het Plaatsgebonden Risico. Dit is de kans per jaar dat iemand overlijdt als gevolg van een ongeval van een falende windturbine, als deze persoon permanent en onbeschermd op een bepaalde afstand tot de turbine aanwezig zou zijn. Een PR-norm van 10-5 betekent een maximale kans van maximaal 1 op 100.000 en PR 10-6 een kans van 1 op 1.000.000. Voor de bepaling van deze contouren wordt verwezen naar de 'Handreiking Risicozonering Windturbines' (v1.1, 20 mei 2020) en 'Handleiding Risicoberekeningen Windturbines' (versie oktober 2019) (hierna: Handboek risicozonering), als vervanger van het 'Handboek Risicozonering Windturbines' (2014). Ook wordt voor de bepaling van de effecten op infrastructuren en objecten aansluiting gezocht bij het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)21.

Daarnaast hebben beheerders van infrastructurele werken randvoorwaarden voor situaties van uitval van belangrijke

19

Besluit van 14 oktober 2010 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en het Besluit omgevingsrecht (wijziging milieuregels windturbines). 20 Besluit externe veiligheid Inrichtingen, Geldend op 21-05-2018. 21 Besluit van 24 juli 2010, houdende milieukwaliteitseisen externe veiligheid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen (Besluit externe veiligheid buisleidingen) en aanvulling tot d.d. 01-05-2016.

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

30

infrastructurele werken zoals grote gasleidingen en elektriciteitsvoorzieningen. Om hier rekening mee te houden is gekeken naar de invloed van plaatsing van windturbines op de leveringszekerheid en betrouwbaarheid van de nabije infrastructurele werken. In het Handboek wordt ook verwezen naar de beleidsregel van Rijkswaterstaat (2002)22 voor de beoordeling van effecten op (vaar)wegen. Deze beleidsregel geldt enkel voor rijks(vaar)wegen, voor provinciale en lokale wegen gelden geen (beleids)regels. In juli 2020 is ‘Richtlijnen Vaarwegen 2020’ uitgekomen voor de beoordeling voor vaarwegen. De richtlijn is van toepassing verklaard op provinciale en lokale vaarwegen, eerder was er enkel een toetsafstand voor rijksvaarwegen. Nu is dezelfde toetsafstand van toepassing voor alle vaarwegen (dus ook recreatievaart etcetera)23. In de beleidsregel “Windturbines langs auto-, spoor-, en vaarwegen: beoordeling van veiligheidsrisico’s”24 staan de richtlijnen gegeven ten aanzien van de beoordeling van het individueel passentenrisico (IPR) en het maatschappelijk risico (MR) om het effect op overige wegen te beoordelen. In onderstaande tabel staat het beoordelingskader voor veiligheid samengevat.

22 “Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken”, 15 mei 2002/Nr. HKW/R 2002/3641 23 De toetsafstand zelf blijft: een halve rotordiameter afstand vanaf de rand van de vaarweg met een minimum van 50 meter. Naar verwachting wordt half 2021 deze toetsafstand aangepast naar: een halve rotordiameter + 30 meter vanaf de rand van de vaarweg. 24 P.H. de Joode, S. Onnink, B.A. van den Horn, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Bouwdienst (RWS, BD), NS Railinfrabeheer, 1999

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

31

Tabel 5.3 Beoordelingskader veiligheid Beoordelingscriterium

Effectbeoordeling

Toetswaarde van risico

Vergunningsafstand

Afkomstig uit

Kwetsbare en Bebouwing – Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten

Verkeer – (Water)wegen

beperkt kwetsbare objecten binnen de maximale ligging van

max. PR 10-6 en max. PR 10-5

Activiteitenbesluit

de plaatsgebonden risicocontour

Rijkswegen binnen toetsafstanden

max IPR = 10-6 & max MR = 2x10-3 en invloed op gevaarlijke stoffen

Bij plaatsing op of boven gronden van Rijkswaterstaat

Beleidsregels van Rijkswaterstaat

max. IPR = 10-6 Verkeer – Spoorwegen

Spoorwegen binnen toetsafstanden

& max MR = 2x10-3 en invloed op gevaarlijke

11 meter vanaf het hart van het spoor

Beleidsregels beheerder (ProRail)

stoffen

Industrie en risicovolle inrichtingen

Risico-inrichtingen en installaties binnen toetsafstanden en 10% toets voor significantie van effect

Onder- en bovengrondse transportleidingen

10%verwaarloosbaar toets en kwalitatieve

n.v.t

effectbeoordeling

Toetsing aan effect op buisleiding en

Risicotoevoeging voor omgeving

bijbehorend risico voor omgeving

en trefkans van buisleiding

Adviesafstand uit de handleiding en handreiking risicozonering windturbines 2020) Adviesafstand uit

Hoogspanningslijnen

Dijklichamen en waterkeringen

Toetsing aan effect op hoogspanning

Toetsing aan effect op waterkering

de handleiding en handreiking risicozonering

Trefkans van hoogspanningsnetwerk

Trefkans van waterkeringen

windturbines 2020) Bij plaatsing op of boven gronden van Rijkswaterstaat of Waterschap

Waterschap/ Rijkswaterstaat

* RD = Rotordiameter

Onderzoek Het Handboek risicozonering (HRW) adviseert een identificatieafstand waarbinnen het veiligheidsrisico voor objecten en infrastructuren onderzocht dient te worden. Deze afstand is gebaseerd op de maximale generieke werpafstand die plaatsvindt als windturbines tweemaal het nominale toerental draaien (ook wel 'overtoeren'). Objecten buiten deze afstand

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

32

ondervinden geen risico en worden verder buiten beschouwing gelaten. Om de maximale effecten goed weer te geven wordt de werpafstand gehanteerd van een windturbine met een maximale werpafstand van 100 meter bij nominaal toerental (15,7 omwentelingen per minuut) en 276 meter bij overtoeren (gebaseerd op de eigenschappen van de Vestas V80 2MW). Er wordt voor het te werpen blad uitgegaan van de maximale bladlengte (dus 40 meter). Hiermee wordt zoveel mogelijk een worst-case situatie inzichtelijk gemaakt voor momenteel beschikbare windturbinetypes. Identificatie objecten De identificatieafstand is bepaald op 276 meter. Binnen deze afstand zijn, geen objecten en infrastructuren geïdentificeerd, buiten de Hitzumerweg die overgaat in de Achlumerweg. Binnen de identificatieafstand van 276 meter zijn er geen dus waterkeringen, rijkswegen of snelwegen aanwezig. Ook zijn er geen gebouwen of bouwwerken, buisleidingen, hoogspanningsleidingen, vaarwegen of bedrijven binnen deze afstand.

Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten De plaatsgebonden risicocontouren liggen volgens de vuistregels uit het HRW nooit verder dan de volgende afstanden: 

de PR10-5 contour ligt maximaal op een afstand van een halve rotordiameter (hier: 40 meter) en;

de PR10-6 contour ligt maximaal op de grootste afstand van of de tiphoogte of de werpafstand bij nominaal toerental (hier: 100 meter).

Specifieke PR10-5 en PR10-6 contouren zijn in de praktijk tot enkele tientallen meters kleiner als de maximale vuistregel die hierboven is gehanteerd. Voor de bepaling wat (beperkt) kwetsbare objecten zijn is aangesloten bij de definities uit artikel 1 lid 1 uit het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi). Zo worden woningen met een plaatsingsdichtheid van meer dan 2 woningen per hectare gezien als kwetsbare objecten. Ook ziekenhuizen, scholen en andere gebouwen voor minder zelfredzame personen of gebouwen bestemd voor grote groepen langdurig aanwezige personen met een hoge persoonsdichtheid zijn te definiëren als kwetsbare objecten25. Andere objecten waar personen in aanwezig kunnen zijn beperkt kwetsbare objecten. Nabij de beoogde locatie voor de nieuwe windturbine zijn er geen kwetsbare objecten gelegen binnen de maximale ligging van de PR10-06 contour (maximaal 100 meter afstand tot de as van de turbine). Tevens zijn er geen beperkt kwetsbare objecten gelegen binnen de PR10-05 (maximaal 40 meter afstand tot de as van de turbine) contour. De windturbine kan voldoen aan de gestelde eisen tot beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten zoals gesteld in het activiteitenbesluit.

25

Kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlakte van meer dan 1.500 m2 zijn kwetsbare objecten. Dit is daarmee een beperkt kwetsbaar object.

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

33

IJsworp, ijsval en kleine incidenten In het Besluit algemene regels inrichtingen Milieubeheer (Barim)26, ook wel Activiteitenbesluit genoemd, is onder andere geregeld dat een windturbine niet in werking mag worden gesteld indien een zodanige ijslaag is afgezet op de rotorbladen dat dit een risico vormt voor de veiligheid van de directe omgeving. Een zone van een halve rotordiameter plus 11 meter (maximaal 51 meter) vormt het grootste risicogebied voor vallend ijs en/of kleine onderdelen zoals moeren en bouten. Bij moderne windturbines kan door middel van ijsdetectiesystemen de windturbine automatisch stilgezet worden om zo de risico’s van ijsworp te beperken tot een klein gebied. Er zijn geen objecten van derden of doorgaande wegen binnen een afstand van 51 meter aanwezig die gevoelig kunnen zijn voor ijsworp. Er zijn daarmee geen nadere eisen of regels benodigd om de omgeving te beschermen tegen ijsworp buiten de huidige regels in het geldende activiteitenbesluit.

Wegen Plaatsing van windturbines nabij transportroutes (waterwegen, rijkswegen of spoorwegen) van nationaal formaat is alleen mogelijk wanneer uit nader onderzoek blijkt dat geen onaanvaardbaar verhoogd risico voor de verkeersveiligheid bestaat. Hierbij kan getoetst worden aan de normen voor het IPR en MR die Rijkswaterstaat hanteert. IPR staat voor Individueel Passanten Risico en geeft de overlijdenskans per passant per jaar aan. Het MR staat voor Maatschappelijk Risico en is een maat voor het verwachte aantal doden per jaar, als het product van het verwachte aantal slachtoffers per passage en het aantal passages per jaar. Voor niet-Rijkswaterstaatroutes zijn er geen algemene beleidsregels van toepassing. Lokale overheden of bevoegde gezagen over deze wegen kunnen een eigen afweging maken maar hiervoor gelden voor windturbines geen vastgelegde regels. Binnen de identificatieafstand van 276 meter (maximale werpafstand bij overtoeren) zijn geen wegen van Rijkswaterstaat of wegen van nationaal belang aanwezig. De Hitzumerweg/Achlumerweg ligt in de nieuwe situatie over een lengte van circa 250 meter binnen de PR10-6 contour op een afstand van 100 meter van as van de turbine. Buiten deze afstand tot aan de identificatieafstand kan de weg alleen een risico ondervinden bij het faalscenario bladworp bij overtoeren.

De kans op optreden van dit uitzonderlijke faalscenario zijn zodanig klein dat de risico’s bij voorbaat verwaarloosbaar klein zullen zijn voor passanten en eventuele gevaarlijke transporten op de lokale weg. Ook binnen de PR 10-6 contour is de kans op het raken van een deel van de weg in geval van het falen van de turbine erg klein. Die kans ligt tussen eens in de 100.0000 jaar en eens in de 10.000 jaar. De kans dat er op dat moment tegelijkertijd ook nog een weggebruiker passeert is nog eens vele keren kleiner. In de huidige situatie met de huidige molen bestaat overigens ditzelfde risico, maar dan over een weglengte van ongeveer 60 meter in plaats van 250 meter.

26

Activiteitenbesluit milieubeheer, van 19 oktober 2007, met wijzigingen, geldend tot 30-11-2015, te raadplegen via: http://wetten.overheid.nl/BWBR0022762/geldigheidsdatum_30-11-2015.

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

34

Conclusie De identificatieafstand is bepaald op 276 meter. Binnen deze afstand zijn, geen objecten en infrastructuren geïdentificeerd, buiten de Hitzumerweg die overgaat in de Achlumerweg. Nabij de beoogde locatie voor de twee windturbines zijn dus geen kwetsbare objecten gelegen binnen de maximale ligging van de PR10-06 contour. Tevens zijn er geen beperkt kwetsbare objecten gelegen binnen de PR10-05 contour. De windturbine kan voldoen aan de gestelde eisen tot beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten zoals gesteld in het activiteitenbesluit. Het risico voor passanten op de Hitzumerweg/Achlumerweg neemt iets toe in de nieuwe situatie, maar blijft zeer klein. De plaatsing van de windturbine op de beoogde locatie veroorzaakt geen significante veiligheidsrisico’s voor de omgeving.

Natuur Toetsingskader Voor het beschermen van ecologische waarden kan onderscheid worden gemaakt tussen gebieds- en soortenbescherming. Ruimtelijke ingrepen kunnen (negatieve) effecten hebben op beschermde flora en fauna en natuurgebieden. De Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) bundelt de gebiedsbescherming van nationaal begrensde natuurgebieden en de bescherming van flora en faunasoorten. In de wet zijn ook de bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt.

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Wanneer de realisatie en exploitatie van windturbines negatieve effecten hebben op de omvang van de populaties van de soorten en of habitattypen (instandhoudingsdoelen) waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen, is een vergunning nodig op grond van de Wnb (Artikel 2.7 lid 2). De bescherming van Natura 2000-gebieden kent externe werking wat betekent dat ook projecten buiten Natura 2000-gebieden negatieve effecten op het behalen van de instandhoudingsdoelen (IHD) kunnen hebben. Het meest dichtbijgelegen Natura 2000 gebied betreft de Waddenzee en ligt op meer dan 6 kilometer ten westen van het plangebied (zie Figuur 3.1). Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: 

Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 nationale parken;

Gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd;

Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;

Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee.

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

35

Alle Natura 2000-gebieden.

Voor gebieden die zijn begrensd binnen het Natuurnetwerk Nederland, ecologische verbindingszones en gebieden met agrarisch natuurbeheer, geldt een planologisch beschermingsregime. Ingrepen in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op deze gebieden, of als negatieve effecten kunnen worden tegengegaan door het nemen van mitigerende maatregelen. Heeft een ingreep wel een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied dat behoort tot het Natuurnetwerk Nederland, dan geldt het ‘nee, tenzij-regime’. Een project kan dan alleen doorgaan als er geen reële alternatieven zijn en als sprake is van een groot openbaar belang. Als een ingreep wordt toegestaan moet de schade zoveel mogelijk worden beperkt door mitigerende maatregelen en moet de resterende schade door de initiatiefnemen worden gecompenseerd. Er kan sprake zijn van aantasting van de natuurwaarden in NNN-gebieden door activiteiten binnen de grenzen van deze gebieden. Daarnaast kan ook sprake zijn van aantasting van natuurwaarden door verstoring door activiteiten buiten de grenzen. Voor de gebieden die behoren tot het NNN geldt een provinciaal beschermingsregime. In de provincie Friesland geldt de “Verordening Romte Fryslân 2014” (geconsolideerd in 2021).

In deze verordening staat in hoofdstuk 7 hoe er omgegaan dient te worden met ruimtelijke plannen op gronden die binnen of buiten de ecologische hoofdstructuur liggen. Een ruimtelijk plan voor gronden die deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur maakt, in theorie, geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gronden of tot significante aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur. Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op gronden nabij de ecologische hoofdstructuur kan niet-agrarische activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, mits die niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur. Van bovenstaande kan worden afgeweken indien er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieve voor de beoogde ontwikkeling zijn, schade door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt en indien resterende schade wordt gecompenseerd door het treffen van zodanige maatregelen, dat geen netto verlies optreedt van wezenlijke kenmerken en waarden. De windturbine bevindt zich niet binnen of nabij gebieden behorende tot de ecologische hoofdstructuur.

Er is dus geen aanvullend onderzoek nodig op de effecten van de windturbine op de NNNgebieden. Analyse gebiedsbescherming Vanwege de afstand van ruim 6 kilometer naar het dichtstbijgelegen Natura 2000-gebied en de beperkte omvang van het project gezien het feit dat het slechts één turbine betreft van beperkte afmetingen welke ook nog eens een bestaande turbine vervangt, is niet te verwachten dat de windturbine negatieve effecten al hebben op de omvang van de populaties van de soorten en of habitattypen (instandhoudingsdoelen) van dit Natura 2000-gebied.

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

36

Soortbescherming Naast gebiedsbescherming waarmee de leefomgeving van flora en fauna wordt beschermd is er een wettelijk kader voor het beschermen van individuele soorten. Zo zijn op grond van de Wnb alle vogelsoorten beschermd. De Wnb kent een aantal verbodsbepalingen die aanleiding kunnen zijn om een ontheffing aan te vragen. De relevante verbodsbepalingen zijn het doden of vangen van soorten, het opzettelijk verontrusten van soorten of het verstoren, vernietigen, beschadigen van nesten of vaste rust- & verblijfsplaatsen. De Wnb onderscheidt bij de bescherming van soorten drie beschermingsregimes: 

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Wnb § 3.1),

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Wnb § 3.2) en

Beschermingsregime andere soorten (Wnb § 3.3). In het kader van de soortenbescherming is in deze analyse onderscheid gemaakt tussen effecten op beschermde soorten in de aanlegfase en in de gebruiksfase.

Analyse soortenbescherming Op basis van de beperkte omvang van het project gezien het feit dat het slechts één turbine betreft van beperkte afmetingen welke ook nog eens een bestaande turbine vervangt, is niet te verwachten dat de bouw en gebruik van de windturbine negatieve effecten heeft op de omvang van de populaties van de soorten in dit gebied. De bouwlocatie betreft cultuurlandschap waar regelmatig het gras wordt gemaaid. Er is geen oppervlaktewater ter plaatse. De kans op te verstoren soorten tijdens de bouwfase is daarom klein. Desondanks zal er voorafgaand aan de start van de bouw een natuurscan plaatsvinden om zeker te zijn dat er geen beschermde soorten aanwezig zijn. Zie ook bijlage 3, waarin met twee artikelen de relatief kleine impact van windturbines wordt beschreven. Daarbij gaat bijlage 3 over grote turbines, terwijl het hier een relatief kleine turbine betreft die ook nog eens een bestaande turbine vervangt.

Cultuurhistorie Toetsingskader Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag voor de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. De Erfgoedwet27, die de Monumentenwet 1988 heeft vervangen, vormt in Nederland het wettelijk kader voor de bescherming van al het cultureel erfgoed, waaronder ook de afspraken uit het Verdrag van Malta. Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988. Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Archeologie houdt zich bezig met de niet zichtbare delen van onze cultuurgeschiedenis. Zij zijn verborgen in de bodem. 27

Wet van 9 december 2015, houdende bundeling en aanpassing van regels op het terrein van cultureel erfgoed (Erfgoedwet)

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

37

Onderzoek Archeologie Volgens de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW)28 wordt het plangebied als een gebied met een zeer lage trefkans op archeologische waarden. Daarnaast is in het bestemmingsplan op de planlocatie geen dubbelbestemming opgenomen met een archeologische waarde. Op basis van de “Friese Archeologische Monumentenkaart Extra” van de provincie Friesland (FAMKE29) is er bij ingrepen van meer dan 2500 m2 karterend onderzoek noodzakelijk vanwege een kans op sporen uit de middeleeuwen. Het plan blijft ver onder dit oppervlakte. Er is daarom ook geen archeologisch onderzoek noodzakelijk voor het realiseren van de windturbine. Overige cultuurhistorische waarden Voor overige cultuurhistorische waarden is de kaart van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CHK2) van de provincie Friesland geraadpleegd30. Hieruit blijkt dat er in het plangebied geen sprake is van cultuurhistorische waarden, zoals (rijks)monumenten en dorps- en stadsgezichten.

Conclusie De windturbine doet geen afbreuk aan cultuurhistorische en archeologische waarden in het plangebied en de omgeving ervan. Voor het aspect cultuurhistorie is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Waterhuishouding Toetsingskader Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de ordenende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beide is derhalve noodzakelijk om problemen zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc. te voorkomen. De verplichte watertoets is geregeld in de artikelen 3.1.1 en 3.16 van het Besluit ruimtelijke ordening. Vanaf het begin van de planvorming dient overleg gevoerd te worden tussen gemeente, waterbeheerders en andere betrokkenen. Doel van dit overleg is gezamenlijk de uitgangspunten en wensen vanuit duurzame watersystemen en veiligheid te vertalen naar concrete gebiedsspecifieke uitgangspunten. Hierbij geldt dat afwenteling moet worden voorkomen en dat de drietrapsstrategie ‘vasthouden, bergen en afvoeren’ moet worden gehanteerd.

28

Bron: https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/indicatieve-kaart-archeologische-waarden Bron: https://www.fryslan.frl/archeologische-kaart-famke 30 Bron: https://www.fryslan.frl/chk 29

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

38

Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit nieuwe instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Kort samengevat regelt de Waterwet het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de wet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet vervangt een groot aantal wetten op het gebied van water. De Waterwet biedt instrumenten om het waterbeheer op een doeltreffende en doelmatige manier op te pakken. Op rijksniveau wordt een nationaal waterplan gemaakt. Dit plan bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijk beleid.

De ruimtelijke aspecten van die plannen van Rijk en provincies worden aangemerkt als structuurvisies in de zin van de Wro. De bedoeling is dat op basis van deze structuurvisies plannen van de Waterwet doorwerken in de ruimtelijke ordening en ervoor zorgen dat de waterbelangen op een goede manier worden geborgd. De op 1 januari 2008 ingevoerde Wet gemeentelijke watertaken is ook opgenomen in de Waterwet. Door deze wetgeving hebben de gemeenten een aantal nieuwe zorgplichten: afvloeiend hemelwater, grondwaterstand en een verbrede zorgplicht inzamelen afvalwater buitengebied. Waterkering Onderhavig plan heeft geen betrekking op gronden met een waterkerende functie.

Onderzoek Oppervlaktewatersysteem Voor de windturbines worden mogelijk enkele verhardingen aangebracht . Er is geen sprake van doorsnijding van oppervlaktewater zoals waterlopen. Mochten er toch kleine aanpassingen in het oppervlaktewatersysteem gerealiseerd moeten worden, geldt er voor deze ingrepen mogelijk vergunningplicht. Een voorbeeld van een ingreep is de verlegging van een watergang om een goede afwatering in stand te houden. Om een goede waterhuishouding in stand te houden dient eventuele aanpassing van het watersysteem na de vergunningverlening in nauw overleg met het waterschap te gebeuren.

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

39

Grondwatersysteem Het grondwatersysteem wordt beïnvloed wanneer aanleg van een windturbine zorgt voor obstructie van de grondwaterstroming (fundering van de windturbine), ontwatering door bermsloten, een tijdelijke verlaging van het grondwater tijdens aanleg van de fundatie van de windturbine of kwelvorming langs de funderingspalen van de windturbine. Afhankelijk van de technische uitwerking van de benodigde fundering dient bekeken te worden of er sprake is van tijdelijke grondwateronttrekking tijdens de bouw. Voor eventuele grondwateronttrekking bij aanleg is een watervergunning nodig op basis van de Keur van waterschap Fryslân. Hemelwaterafvoer Door het plaatsen van windturbines wordt extra verhard oppervlak (de windturbine plus mogelijk een verharde (kraan)opstelplaats en mogelijk een verharding van de toegangsweg) gecreëerd. Het gevolg van een toenemend verhard oppervlak kan zijn dat hemelwater sneller tot afstroming zal komen. Toegenomen verhard oppervlak kan worden gecompenseerd door het toevoegen van extra waterbergend vermogen, bijvoorbeeld door het creëren van extra sloten. Watertoets Over deze wijze van omgaan met de waterhuishouding is nadere afstemming met het waterschap Wetterskip Fryslân nodig. Op een voorlopig verzoek om wateradvies, ingediend via www.dewatertoets.nl blijkt dat het plan slechts een geringe invloed heeft op de belangen van het waterschap.

De conclusies zijn: 

Indien het verharde opppervlakte (fundatie molen en eventuele andere verhardingen zoals de toegangsweg en een opstelplaats) meer dan 1500 m2 toenemen dan geldt een vergunningsplicht.

Bij de bouw is mogelijk tijdelijk onttrekking van grondwater nodig. Voor veel onttrekkingen van grondwater kan worden volstaan door dit bij het Wetterskip Fryslân te melden. In andere gevallen geldt een vergunningsplicht.

Indien werkzaamheden plaats gaan vinden nabij een watergang, kan daar een watervergunning voor nodig zijn. Dit zal worden afgestemd met het Waterschap. Het betreft hier geen hoofdwatergang of waterkering.

Conclusie De windturbines hebben geen negatief effect op de waterhuishouding. Een Watervergunning is mogelijk nodig voor grondwateronttrekking en aanbrengen van verhardingen. Rekening houdend met de (eventueel) benodigde vergunningen is er voor het aspect water sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Vliegverkeer en radar Toetsingskader De bouw van windturbines kan van invloed zijn op het vliegverkeer in Nederland, met name de hoogte van windturbines is daarbij relevant. Voor het vliegverkeer is het van belang is dat de vliegveiligheid en de werking van radar- en communicatieapparatuur te allen tijde kan worden gegarandeerd. Laagvlieggebieden en helikopteroefengebieden kennen harde bouwhoogtebeperkingen. Hierbij is van belang dat de rotorbladen van een windturbine de route niet 'doorsnijden'. Er moet dus

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

40

een afstand van minimaal een halve rotordiameter tot de rand van de laagvlieggebieden worden gehouden. Voor het veilig gebruik van luchthavens voor de militaire en civiele luchtvaart zijn obstakelbeheersvlakken ingesteld waarbinnen hoogtebeperkingen gelden. Plaatsing van windturbines kan ook mogelijk leiden tot verstoring van de radar. Dat geldt voor zowel radar ten behoeve van de lucht- als de scheepvaart. Afhankelijk van de locatie kan een windpark een verstorende werking hebben op Communicatie-, Navigatie- en Surveillance (CNS)-apparatuur van de luchtverkeersleiding voor burgerluchtvaart. Voor de militaire radarposten in Nederland moet binnen een straal van 75 kilometer van een radarpost worden gekeken of windturbines de radar niet teveel verstoren en moet een plan ter goedkeuring aan Defensie worden voorgelegd. Het beleid over verstoringsgebieden rond militaire radars van het Ministerie van Defensie is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)31 en zijn nader uitgewerkt in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro)32. Er dient een minimale dekkingsgraad van 90% op 1.000 voet in stand te blijven om een goede werking van de radar te garanderen.

Onderzoek Vliegverkeer Wegens een tiphoogte van minder dan 150 meter is de toepassing van de correcte obstakelmarkeringen en –lichten op de te plaatsen windturbine ten behoeve van de internationale burgerluchtvaartregelgeving niet verplicht. De planlocatie bevindt zich niet in een laagvlieggebied/route of een helikopteroefengebied/route. Defensieradar Door TNO is een radartoets uitgevoerd (zie bijlage 2). Op de locatie van de windturbine eist het Ministerie van Defensie voor het verkeersleidingsradarnetwerk een minimale detectiekans van 90% voor een doel met een radaroppervlak van 2 m2. Twee mogelijke optredende effecten zijn door TNO onderzocht waaruit de volgende conclusies zijn getrokken: 1. De detectiekans na realisatie van het bouwplan op de toetsingshoogte van 500 voet voldoet aam de thans gehanteerde 2021 norm. 2. De MASS radars te Leeuwarden en De Kooy ondersteunen elkaar volledig in de gebieden waar door de schaduwwerking van het bouwplan een verlies aan bereik kan ontstaan. Na realisatie van het bouwplan is er op de toetsingshoogte van 1000 voet geen verlies aan bereik geconstateerd. Het bouwplan voldoet dus aan de gehanteerde 2021 norm.

31

Besluit van 31 augustus 2012, nr. IENM/BSK-2012/30229, tot wijziging van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening: aanwijzing radarverstoringsgebieden 32 Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 9 december 2011, nr. IENM/BSK-2011/161600, houdende vaststelling van algemene regels ter bescherming van nationale ruimtelijke belangen (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening)

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

41

Op de locatie van de windturbine eist het Ministerie van Defensie voor de gevechtsleidingsradars een minimale detectiekans van 90%. TNO concludeert op basis van de analyse dat 1. De detectiekans na realisatie van het bouwplan op de toetsingshoogte van 1000 voet binnen de thans gehanteerde 2021 norm gebleven voor Wier blijft. 2. Het verlies aan maximum bereik op de hoogte van 1000 voet in de sector waarin schaduwwerking optreedt, na realisatie van het bouwplan binnen de thans gehanteerde 2021 norm blijft.

Conclusie Er zijn geen belemmeringen en effecten voor de defensieradar waardoor er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Bodemkwaliteit Toetsingskader De Wet bodembescherming (Wbb) is erop gericht bodemkwaliteit te waarborgen of te verbeteren indien nodig. De wet schrijft voor dat een ieder die de bodem verontreinigd verplicht is maatregelen te nemen om deze verontreiniging tegen te gaan. Daarnaast staat ook beschreven op welke manier te handelen indien het een historische bodemverontreiniging betreft. Als instrument omvat de Wbb bodemkwaliteitseisen voor verschillende type bodems en gebruiksfuncties. Wanneer sprake is van een te hoge concentratie van een bepaalde stof (bodemverontreiniging) en de kans op directe verspreiding aanwezig is, dient bodemsanering uitgevoerd te worden. Verspreiding van een verontreiniging kan bijvoorbeeld plaatsvinden via stroming van grond- en oppervlaktewater. Wanneer sprake is van een te hoge concentratie van een bepaalde stof, maar niet aangetoond kan worden dat het risico van verspreiding aanwezig is, dient sanering uitgevoerd te worden ten tijden van nieuwe ontwikkelingen in het gebied. De bouw van een windturbine is een voorbeeld van zo’n nieuwe ontwikkeling, ook wel een natuurlijk moment genoemd. Onderzoek Tijdens de bouw van een windturbine vindt op verschillende momenten bodemverstoring plaats. Zo wordt bijvoorbeeld grond afgegraven voor de aanleg van fundering, bekabeling en toegangsweg.

Daarnaast wordt ook vaak grond van elders toegepast als versteviging of verhoging van het bestaande oppervlakte. Regelgeving voor toepassing van grond en bouwstoffen alsmede de vereiste kwaliteit hiervan staan beschreven in het Besluit Bodemkwaliteit. De kaart van het Bodemloket geeft informatie over de gesteldheid van de Nederlandse bodemkwaliteit door middel van inzicht in het uitgevoerde bodemonderzoek. Op de plek waar de windturbine wordt gepositioneerd is volgens de kaart geen historie bekend en dus zal er nog onderzoek nodig zijn voor de aanvang van de bouw. Eventuele resultaten zullen echter geen effect hebben op de ruimtelijke uitvoerbaarheid van het plan. Windturbines worden verder niet beschouwd als objecten die van nature een negatieve invloed hebben op de bodemkwaliteit, mits gebruik wordt gemaakt van niet uitlogende (bouw)materialen. Ook de aanleg en aanwezigheid van kabels en wegen hebben naar

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

42

verwachting geen effect op de bodemkwaliteit in het plangebied. Bovendien zal door de omvang van grondwerkzaamheden op voorhand geen sprake zijn van het niet haalbaar zijn van het project. Het toekomstige gebruik van de gronden zijn vanuit bodemkwaliteit niet te beschouwen als kwetsbare functies. Conclusie De bodemkwaliteit staat niet in de weg aan realisatie van het plan. Voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening.

Straalverbindingen Toetsingskader Windturbines kunnen van invloed zijn op de zogenaamde straalpaden voor het transport van spraak-, data-, radio- en tv-signalen. Door de aanwezigheid van verschillende windturbines kan de signaaloverdracht van straalpaden worden verstoord of verzwakt. Deze straalverbindingen (ook wel straalpaden genaamd) verzenden informatie (radiocommunicatie) langs een rechtstreekse cilindervormige lijn door de lucht. Verstoring kan optreden doordat deze cilindervormige lijn wordt onderbroken (doorkruising van de tweede fresnelzone). De uitvoering van de functies van een straalverbinding kunnen mogelijk worden beperkt door de aanwezigheid van de windturbine. Onderzoek Er zijn geen planologisch beschermde straalverbindingen in het plangebied die beïnvloed kunnen worden door de windturbines. Er zijn mogelijk wel straalverbindingen die het plangebied doorkruisen. Deze straalverbindingen zijn niet planologische beschermd in het geldende bestemmingsplan. Derhalve bestaat er geen verplichting om bij ruimtelijke projecten rekening te houden met de straalverbindingen, zeker omdat deze verbindingen (zoals bijvoorbeeld verbindingen van mobiele telefonie aanbieders) ook nog wel eens wijzigen. Er zal wel contact gezocht worden met Agentschap Telecom33 om af te stemmen of er straalverbindingen in (de omgeving van) het plangebied aanwezig zijn.

Conclusie Er is geen sprake van beschermde straalverbindingen, er is daarom sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Niet-gesprongen explosieven Toetsingskader In de bodem kunnen niet gesprongen explosieven (NGE's) aanwezig zijn die een risico vormen voor de veiligheid van het personeel dat werkzaamheden voor realisatie van het windturbinepark uitvoert. Daarnaast kan de openbare veiligheid in het geding komen. De aanwezigheid van explosieven is geen ruimtelijk relevant criterium voor de ruimtelijke procedure, maar het is voor de uitvoering wel van belang om hier inzicht in te hebben teneinde de veiligheid voor personeel en omgeving tijdens de realisatiefase te garanderen.

33

Het agentschap Telecom is een onderdeel van het ministerie van Economische Zaken en fungeert als uitvoerder en toezichthouder op het vlak van telecommunicatie in Nederland.

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

43

Onderzoek Het benodigde onderzoek wordt (indien noodzakelijk) voor aanvang van de realisatie uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek wordt bepaald hoe hiermee tijdens werkvoorbereiding omgegaan dient te worden, teneinde de werkzaamheden veilig uit te kunnen voeren. De eventuele aanwezigheid van NGE's zorgen in praktijk niet voor een onuitvoerbaar plan. Conclusie De aanwezigheid van explosieven is geen ruimtelijk relevant criterium voor de ruimtelijke procedure en aanwezigheid zorgt ook niet voor een onuitvoerbaar plan. Er is daarom voor dit aspect sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader Op basis van de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) kan worden beoordeeld of de in het plangebied te realiseren activiteiten een belemmering betekenen of van invloed zijn op gevoelige functies, zoals wonen, in of in de omgeving van het plangebied. Onderzoek Volgens de VNG-richtlijn is de richtafstand voor ‘windturbines’ met een ‘wiekdiameter’ van 50 meter tot aan een rustige woonwijk 300 meter, voor een gemengd gebied is deze afstand 200 meter. De richtafstand wordt bepaald door het aspect ‘geluid’. Het aspect ‘slagschaduw’ kent de VNG-richtlijn niet. Voor windturbines met een grotere rotordiameter geeft de VNG-richtlijn geen afstanden waardoor nader onderzoek in ieder geval noodzakelijk is ter voldoening aan een goede ruimtelijke ordening. Aangezien de VNG-richtlijn niet toepasbaar is op de voorliggende situatie is op basis van specifiek onderzoek gekeken naar de effecten van de windturbines op gevoelige objecten. Door middel van akoestisch onderzoek (zie paragraaf 5.1 Geluid) is aangetoond dat de windturbine inpasbaar is in de omgeving, zo ook door middel van slagschaduwonderzoek (zie paragraaf 5.2 Slagschaduw). Op basis van onderzoek voor geluid en slagschaduw is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Ook ten aanzien van de overige milieueffecten is geconcludeerd dat de windturbine voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Conclusie De VNG-publicatie is in de voorliggende situatie niet toepasbaar. Op basis van specifiek onderzoek wordt geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Luchtkwaliteit Toetsingskader Op 15 november 2007 is een wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen van kracht geworden. De hoofdlijnen van deze regelgeving zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet Milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien deze voldoet aan één van deze voorwaarden: 

er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde;

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

44

een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;

een project 'in niet betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging;

een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking treedt nadat de EU derogatie (toestemming) heeft verleend.

Van een verslechtering van de luchtkwaliteit ‘in betekenende mate’ is sprake indien zich één van de volgende ontwikkelingen voordoet: 

woningbouw: minimaal 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg of 3.000 woningen bij 2 ontsluitende wegen;

infrastructuur: minimaal 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie);

kantoorlocaties: minimaal 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen.

Onderzoek Onderhavig plan maakt een ontwikkeling mogelijk dat niet onder één van bovenstaande categorieën onder te brengen is en het is ook geen project dat beschreven staat in het NSL. Geconcludeerd kan worden dat de luchtkwaliteit niet ‘in betekenende mate’ zal verslechteren. Daarom hoeft niet nader op het aspect luchtkwaliteit te worden ingegaan. Conclusie Voor het aspect luchtkwaliteit is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Gezondheid Toetsingskader Er bestaat een relatie tussen milieu en gezondheid. Ook andere factoren dan milieufactoren zijn van invloed op de gezondheid van mensen, denk aan roken, beweging en het binnenklimaat van woningen. Uit ervaring bij projecten voor windenergie blijkt dat er bij omwonenden zorgen kunnen bestaan over de mogelijke gevolgen van windenergie op de kwaliteit van de leefomgeving. In deze paragraaf wordt daarom het onderwerp windenergie in relatie tot gezondheid nader belicht. Windturbines worden regelmatig in verband gebracht met een verscheidenheid aan gezondheidsproblemen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat er een onderscheid is tussen hinder en effecten op gezondheid, hoewel er wel een verband tussen beide bestaat. Hinder kan worden ondervonden, terwijl er geen sprake hoeft te zijn van gezondheidseffecten. (Ernstige) hinder zou kunnen leiden tot gevoelens van irritatie, boosheid en onbehagen en als gevolg daarvan tot gezondheidseffecten (zoals bijvoorbeeld hoge bloeddruk). Het aspect gezondheid maakt impliciet deel uit van eerdere paragrafen in dit hoofdstuk, aangezien de normen die zijn opgesteld voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid het doel hebben mensen te beschermen tegen onaanvaardbare hinder. Bij het vaststellen van die normen speelden gezondheidsaspecten een rol. Voor het aspect gezondheid op zich bestaat er geen wettelijk toetsingskader.

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

45

Onderzoek In paragraaf 5.2, 5.4 en 5.5 is al ingegaan op (hinder)aspecten die mede van belang kunnen zijn voor het effect op de gezondheid en bijbehorende wettelijke normen. Dit betreft de aspecten geluid, slagschaduw en veiligheid. In paragraaf 5.2 wordt ook al specifiek in gegaan op laagfrequent geluid, wat regelmatig wordt aangehaald als gezondheids- en hinder aspect in relatie tot windturbines. Voor deze aspecten is aangetoond dat de windturbine voldoet aan de geldende normen en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening op de individuele aspecten. Wetenschappelijke studies Er zijn talrijke studies naar gezondheidseffecten34 van windturbines uitgevoerd. Juist omdat het om gezondheid gaat, wordt er in het MER alleen verwezen naar die studies waaraan in belangrijke mate door onafhankelijke medici of gezondheidsinstituten is meegewerkt. Deze paragraaf bevat een uiteenzetting van de belangrijkste studies. Daarnaast worden er frequent aangehaalde berichtgevingen in de maatschappelijke discussie rond windturbines en gezondheid geëvalueerd, te weten een onderzoek van N. Pierpont, van M. Alves-Pereira, en een artikel van S. van Manen, deze worden kort besproken in een kader.

WHO Environmental Noise Guidelines for the European Region De World Health Organization (WHO) heeft richtlijnen voor milieugeluid ontwikkeld op basis van wetenschappelijk onderzoek, waaronder windturbinegeluid35. De WHO geeft in het rapport een geconditioneerd advies om de blootstelling van geluidniveaus van windturbines te reduceren tot 45 dB Lden.36 Dit geconditioneerd advies volgt uit de constatering dat er op basis van vier studies wordt gesteld dat 10 procent van de populatie sterk gehinderd is door blootstelling aan een geluidniveau van 45 dB Lden. Omdat het beschikbare bewijs voor de relatie tussen windturbinegeluid en hinder en gezondheid volgens de WHO van lage kwaliteit is, wordt het advies voor een normstelling van 45 dB Lden als conditioneel beschouwd. Verder komt uit het rapport van de WHO naar voren dat er geen statistisch significante relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, cognitieve stoornissen, gehoorproblemen, ongunstige zwangerschap uitkomsten en slaapstoornissen. De WHO vat het bewijs voor de relatie tussen windturbinegeluid en gezondheid als volgt samen: “as the foregoing overview has shown, very little evidence is available about the adverse health effects of continuous exposure to wind turbine noise.” (p. 84).

Tot slot geeft het rapport aan dat contextuele factoren (zoals de opvatting ten opzichte van windturbines, direct zicht, economisch profijt) een belangrijke rol spelen in de effecten en de ervaring van windturbinegeluid. Het RIVM heeft aangegeven de richtlijnen te bestuderen.

34

O.a. “Wind Turbine Health Impact Study:Report of Independent Expert Panel”, Massachusetts Department of Environmental Protection and Massachusetts Department of Public Health (January 2012), “Wind Turbine Sound and Health Effects, An Expert Panel Review”, American Wind Energy Association and Canadian Wind Energy Association (December 2009), “Windturbines: invloed op de believing en gezondheid van omwonenden”, RIVM - GGD Informatieblad medische milieukunde (Update 2013). 35 http://www.euro.who.int/en/media-centre/sections/press-releases/2018/press-information-note-on-thelaunch-of-the-who-environmental-noise-guidelines-for-the-european-region 36 Lden is een maat om de geluidbelasting van omgevingslawaai uit te drukken, De Lden is de gemiddelde van de dag-, avond- en nachtwaarde, waarbij bij de avond en nachtwaarde een straffactor van respectievelijk 5 en 10 dB(A) wordt opgeteld. dB (A) wordt doorgaans gebruikt bij geluidsmetingen en berekeningen waarbij de gevoeligheid van het oor wordt meegenomen door middel van een bepaalde weging bij verschillende frequenties.

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

46

Onderzoek RIVM & GGD 201337, 201738en 202039 Het informatieblad GGD is in 2013 opgesteld door het RIVM. De GGD’40 heeft behoefte aan concrete, objectieve en evenwichtige informatie om er hun advies op te baseren. Het informatieblad dient als ondersteuning bij het beantwoorden van gezondheidsvragen van omwonenden van (geplande) windturbines. In 2017 heeft de GGD Amsterdam in samenwerking met het RIVM nog een literatuurstudie uitgevoerd naar de relatie tussen blootstelling aan windturbinegeluid en gezondheid. 32 (peer reviewed41) wetenschappelijke onderzoeken tussen 2009 en 2017 zijn onderzocht in de literatuurstudie. In 2020 heeft de GGD Amsterdam in samenwerking met het RIVM een update van het 2017 onderzoek gepubliceerd. Alle literatuurstudies concluderen dat een windturbine geen directe effecten heeft op de gezondheid van omwonenden. Wel kunnen er indirecte effecten optreden. Mensen die in de nabijheid bij windturbines wonen, kunnen hinder door geluid ondervinden. Slagschaduw, zichtbaarheid en knipperende lichten kunnen bijdragen aan de mate van hinder die wordt ondervonden. Het geluidniveau van windturbines is minder hoog dan van andere bronnen (verkeer en dergelijke), maar het karakter zorgt ervoor dat het windturbinegeluid bij lagere niveaus als hinderlijk wordt ervaren. Hinder kan zich uiten in irritatie, boosheid en onbehagen.

Weinig data is beschikbaar om de invloed van windturbines op slaapoverlast te kunnen evalueren. In de onderzoeken is gevonden dat slaapoverlast en andere gezondheidseffecten van omwonenden van windparken gerelateerd kan zijn aan hinder, in plaats van directe blootstelling. Eveneens kunnen economische aspecten van invloed zijn op het ervaren van hinder van windturbines. In een Zweeds onderzoek42 is geconcludeerd dat mensen met een economisch belang bij windturbines geen hinder ondervonden van het windturbinegeluid, ondanks dat zij hetzelfde geluidniveau ondervinden als andere respondenten en dezelfde termen gebruikten om het geluid te karakteriseren. Tevens kunnen persoonlijke omstandigheden zoals gevoeligheid, privacy zaken en het planningsproces van een windturbine van invloed zijn op de ervaren hinder. Het informatieblad van 2013 adviseert om omwonenden zoveel mogelijk te betrekken bij de ontwikkeling van windenergie en waar mogelijk in de exploitatiefase, bijvoorbeeld in de vorm van (financiële) participatie. Hierdoor kan hinder mogelijk worden verminderd. A nationwide cohort study, Denmark (2018)43 Tussen 1982 en 2013 zijn alle Deense huishoudens die worden blootgesteld aan windturbinegeluid geïdentificeerd. Deze huishoudens zijn onderzocht op het gebruik van

37

Informatieblad GGD. Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden, update 2013 Health effects related to wind turbine sound, including low-frequency sound and infrasound, 2018 39 Health effects related to wind turbine sound: an update, 2020. Geraadpleegd via: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2020-0150.pdf 40 GGD staat voor Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst. De GGD’en vormen een landelijk dekkend netwerk. 41 Peer reviewed betekent een evaluatie van wetenschappelijk of professioneel onderzoek door medewerkers binnen het desbetreffende werkveld. 42 Wind turbine noise, annoyance and self-reported health and well-being in different living environments, Pedersen et al., 2007) 43 Long term exposure to wind turbine noise and redemption of antihypertensive medication: a nationwide cohort study (2018) & Pregnancy exposure to wind turbine noise and adverse birth outcomes: a nationwide cohort study (2018). 38

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

47

antihypertensiva en ongunstige zwangerschapsuitkomsten. Structurele gebruikers van antihypertensiva binnen deze populatie zijn geïdentificeerd. Antihypertensiva is een soort medicijn dat wordt gebruikt voor de behandeling van hoge bloeddruk. In deze studie is er geen relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en het gebruik van antihypertensiva. Verder zijn alle geboren baby’s van moeders in deze populatie geïdentificeerd. In deze studie is geen relatie gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en ongunstige zwangerschap uitkomsten. Wind Turbine Health Impact Study: Report of Independent Expert Panel, Massachusetts (2012) Om meer overzicht te creëren in de wetenschappelijke literatuur over de gezondheidseffecten door windturbines, heeft een panel van zeven onafhankelijke deskundigen een studie van wetenschappelijke literatuur ondernomen om de zorgen en onzekerheden over gezondheidseffecten van windturbines te duiden. Het panel gebruikte onder andere peer reviewed literatuur van vier studies om de gedocumenteerde of potentiële gezondheidseffecten en -risico’s van windturbines te identificeren. Uit dit onderzoek komt naar voren dat een deel van de omwonenden het geluid door windturbines als hinderlijk ervaart. Ook het veranderde uitzicht en het waarnemen van de beweging van de rotorbladen wordt als hinderlijke factor benoemd.

Onderzoek laat ook zien dat mensen die de windturbines vanuit hun woning kunnen zien, bij vergelijkbare geluidniveaus, eerder hinder rapporteren dan mensen die geen windturbines vanuit huis zien. Wanneer omwonenden economisch voordeel hebben van een windturbine rapporteren ze vrijwel geen hinder. De mate van ervaren hinder is een combinatie van de feitelijke geluidbelasting, zichtbaarheid van windturbine(s) vanuit de woning en of er sprake is van economisch gewin. Wanneer iemand hinder ondervindt, dan betekent dit nog niet dat er een effect is op de gezondheid van die persoon. In de studie worden de volgende conclusies ten aanzien van gezondheidseffecten getrokken: 

Er is onvoldoende bewijs dat windturbinegeluid directe gezondheidsproblemen of ziektes veroorzaakt (dat wil zeggen, onafhankelijk van een effect op hinder of slaap);

Of ergernis over windturbines leidt tot slaapproblemen of stress is niet voldoende gekwantificeerd. Er is wel bewijs dat verstoring van de slaap een negatief effect kan hebben op stemming, cognitief functioneren en het algeheel gevoel van gezondheid en welzijn. Dit is niet gebaseerd op bewijs dat zich op windturbines richt;

Er is geen bewijs voor gezondheidseffecten door blootstelling aan windturbines dat gekarakteriseerd kan worden als het ‘windturbinesyndroom’ (dit wordt verder uitgelegd in Kader 5.6).

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

48

Kader 5.3 Onderzoek N. Pierpont44 Regelmatig wordt het onderzoek van de Amerikaanse arts N. Pierpont geciteerd over het windturbinesyndroom. Deze ziekte zou veroorzaakt worden door laagfrequent geluid. De conclusies worden niet gedeeld door andere studies die de invloed van windturbines op gezondheid bestudeerden. De studie is breed bekritiseerd als wetenschappelijk zwak op basis van de volgende punten: 

De steekproef is te klein voor om een statistisch effect te vinden (38 personen uit 10 families op verschillende afstanden van windturbines, te weten 300 tot 1.500 meter);

De studie bevatte geen controlegroep, waardoor geen validatie van de relatie plaatsvond;

De studie is niet gebaseerd op metingen maar op telefonische interviews. Ze interviewde 23 mensen en van hen verzamelde ze ook de symptomen van de overige 15 personen. De symptomen waren door de proefpersonen zelf gerapporteerd zonder tussenkomst van een medisch specialist;

Er is geen onderzoek gedaan naar de gezondheidshistorie van de proefpersonen. Een aantal proefpersonen zou al gezondheidsproblemen hebben voor de bouw van de windturbines;

Het artikel is enkel peer reviewed door kennissen van Pierpont. Geen van de peer reviewers heeft een achtergrond in akoestiek, epidemiologie of geneeskunde.

Exposure to wind turbine noise: Perceptual responses and reported health effects, Health Canada (2016) Uit de studie van Health Canada, de federale gezondheidsinstantie van Canada, blijkt dat geluid van windturbines geen directe negatieve effecten heeft op de gezondheid van omwonenden. Er zijn geen meetbare effecten op (chronische) ziekten, stress en slaap, zo luidt de conclusie. Vanaf 2012 zijn 1.238 volwassenen, woonachtig op verschillende woonafstanden van windturbines gevolgd. Voor het onderzoek zijn deze mensen meerdere keren lichamelijk onderzocht op bloeddruk, hartritme, slaap en stresshormonen. Ook moesten zij enquêtes invullen bestaande uit vragen over sociaal-demografische situaties, geluid en hinder, gezondheidseffecten, levensstijl en bestaande chronische ziektes. Tevens is tijdens het onderzoek 4.000 uur aan windenergiegeluid opgenomen om te kijken of er bij een hoger geluidniveau ook meer klachten zijn. Er zijn geen directe verbanden gevonden tussen blootstelling aan windturbinegeluid en klachten als migraine, diabetes, hoge bloeddruk en slapeloosheid. "While some people reported some of the health conditions above, their existence was not found to change in relation to exposure to wind turbine noise," aldus Health Canada. Wel ervaren omwonenden meer hinder van de luchtvaartlichten op de gondels en slagschaduw wanneer het geluidniveau hoger is.

44

Bronnen: Pierpont, N. (2009), Wind Turbine Syndrome – A Report on a Natural Experiment. Santa Fe. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3179699/, https://www.theaustralian.com.au/business/business-spectator/the-junk-science-of-wind-turbinesyndrome/news-story/bc83f0bd362b8e36c82e99fd60de9152; https://abcnews.go.com/Health/wind-turbine-syndrome-blamed-mysterious-symptoms-capecod/story?id=20591168; http://www.nwea.nl/over-windenergie/factsheets-land/factsheet-windturbines-en-gezondheid.

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

49

Kader 5.4 Artikel S. van Manen, Medisch Contact (2018)45 In 2018 heeft huisarts S. van Manen een artikel gepubliceerd in het opinieblad Medisch Contact. Er wordt, op basis van een van haar bronnen, genoemd dat een substantieel deel van omwonenden van windturbines wereldwijd identieke gezondheidsklachten rapporteert. Haar aangehaalde bron van Health Canada uit 2016 (zie kop hierboven) concludeert echter dat er op basis van een steekproef van 1.238 omwonenden van windparken geen relatie is tussen blootstelling aan windturbine geluid tot 46 dB(A) en de gerapporteerde gezondheidsklachten. Daarnaast concludeert van Manen even wel dat er geen bewijs is dat windturbines directe gezondheidsproblemen of ziektes veroorzaken en stelt dat er meer onderzoek nodig is.

NHMRC Statement: Evidence on Wind Farms and Human Health (2015) Deze verklaring is op basis van een literatuurstudie opgesteld door de ‘National Heath and Medical Research Council’ (NHMRC) van de Australische nationale overheid. In deze verklaring wordt gesteld dat er geen direct bewijs is dat windturbines nadelige gezondheidseffecten kunnen veroorzaken. De volgende conclusies worden gemaakt: 1) Blootstelling aan geluid kan gezondheidseffecten veroorzaken, maar deze gezondheidseffecten kunnen alleen voorkomen bij geluidsniveaus die veel hoger liggen dan het geluidniveau dat wordt ervaren door omwonenden van windparken. 2) Alhoewel individuen windturbinegeluid op grotere afstand kunnen waarnemen, is het onwaarschijnlijk dat windturbinegeluid als hinderlijk wordt ervaren op afstanden groter dan 1.500 meter. 3) Er is geen direct bewijs voor een verband tussen laagfrequent geluid van windturbines en gezondheidseffecten. Kader 5.5 Onderzoek van M. Alves-Pereira46 Bij de zorg die omwonenden kunnen hebben over mogelijke gezondheidseffecten van windturbines, wordt geregeld het onderzoek van Alves-Pereira aangehaald. Zij stelt dat er een relatie is tussen het geluid van windturbines, en met name het laagfrequente geluid, en de aanwezigheid van hart- en vaatziekten. Uit Australisch onderzoek* blijkt dat de stellingen van Alves-Pereira niet door andere onderzoekers worden onderschreven.

Voort blijkt uit hetzelfde Australische onderzoek dat het onderzoek van Alves-Pereira niet voldoet aan de eisen die aan wetenschappelijke onderzoek kunnen worden gesteld. * University of Wollongong, How the factoid of wind turbines causing “vibroacoustic disease” came to be “irrefutably demonstrated’, 2013

Economische aspecten Economische aspecten kunnen van invloed zijn op de ervaring van hinder door windturbines. Omwonenden met een economisch voordeel van de windturbines ervaren over het algemeen minder hinder47. Lichtschitteringen Wanneer de zon op de turbine schijnt, kan het zonlicht reflecteren op de rotorbladen in de richting van de beschouwer. Tegenwoordig worden windturbines uitgevoerd met een anti45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=c9eab909-b4d1-4c6c-9e8c-c9d63841eef1