CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad Waadhoeke 30 maart 2023, gemeente waadhoekeBij agendapunt: VVGB Dorpsmolen Hitzum26.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

720144 16 juni 2022

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum

Moleferiening Ut ‘e Lijte

Definitief v1.0

Duurzame oplossingen in energie, klimaat en milieu Postbus 919 6800 AX Arnhem Telefoon (088) PONDERA

Documenttitel

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum

Soort document

Definitief v1.0

Datum

16 juni 2022

Projectnummer

720144

Opdrachtgever

Moleferiening Ut ‘e Lijte

Auteur

Dion Oude Lansink

Vrijgave

Jorieke Letteboer

Pondera Consult

1

INHOUDSOPGAVE Inleiding

1

Aanleiding

1

Ligging plangebied

1

Geldend bestemmingsplan

2

Juridisch kader

3

Leeswijzer

4

Beleid

5

Mondiaal en Europees beleid

5

Rijksbeleid

6

Provinciaal beleid

9

Regionaal beleid

10

Gemeentelijk beleid

11

Conclusie beleid

11

Huidige situatie

12

Functionele structuur

12

Planbeschrijving

14

Beschrijving van het plan

14

Onderzoek

16

Uitgangspunten

16

Visualisaties

16

Geluid

20

Slagschaduw

25

Veiligheid

29

Natuur

34

Cultuurhistorie

36

Waterhuishouding

37

Vliegverkeer en radar

39

Bodemkwaliteit

41

Straalverbindingen

42

Niet-gesprongen explosieven

42

Bedrijven en milieuzonering

43

Luchtkwaliteit

43

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

2

Gezondheid

44

Eindconclusie

51

Economische uitvoerbaarheid

53

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

54

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Geluid- en slagchaduwonderzoek TNO radartoets Artikelen effect op soorten Vergunningcheck waterschap / Watertoets

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

1

INLEIDING Aanleiding Moleferiening Ut ‘e Lijte (vereniging Dorpsmolen Hitzum) is voornemens om een windturbine te realiseren ter vervanging van een bestaande windturbine te Hitzum. Afwijking bestemmingsplan Voor de realisatie van de vervangende windturbine is een omgevingsvergunning noodzakelijk voor het afwijken van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.12.1.a.3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De voorliggende rapportage dient als ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ (de wetgever gebruikt deze term) in de omgevingsvergunning voor de afwijking van het geldende bestemmingsplan.

Ligging plangebied Het plangebied ligt in de gemeente Waadhoeke, in het landelijke buitengebied op circa 700 meter ten zuidwesten van Hitzum waar de Achlumerweg overgaat in de Hitzumerweg. Figuur 1.1 Plangebied windturbine Dorpsmolen Hitzum

Bron: Pondera Consult

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

2

Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt bestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied 2013” (NL.IMRO.0070.BPBUITENGEBIED2013-VAS2), vastgesteld door de gemeente Franekeradeel op 25 juni 2015. Franekeradeel is op 1 januari 2018 met andere gemeenten gefuseerd in de nieuwgevormde gemeente Waadhoeke. Ter plaatse van de geplande windturbine gelden de bestemmingen: ‘Agrarisch’ en ‘Windturbine’. Figuur 1.2 Uitsnede verbeelding “Bestemmingsplan Buitengebied 2013”

Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl

In het bestemmingsvlak “windturbine” zijn de volgende regels relevant: 46.2.1 Aanduidingsomschrijving De voor ‘windturbine’ aangeduide gronden zijn mede bestemd voor solitaire windturbines. 46.2.2 Bouwregels - Voor het bouwen van solitaire windturbines gelden de volgende regels:

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

3

een windturbine zal uitsluitend worden gebouwd, ter plaatse van de aanduiding “windturbine”; het aantal te bouwen windturbines, ter plaatse van de aanduiding “windturbine”, zal ten hoogste één bedragen; - de tiphoogte van een windturbine zal ten hoogste de bestaande tiphoogte bedragen.

Afwijkingen van het geldende bestemmingsplan De realisatie van nieuwe windturbines van de beoogde maximale omvang past niet binnen het geldende bestemmingsplan waardoor een planologische procedure noodzakelijk is. De afwijkingen betreffen: 1.

De locatie van de nieuwe windturbine is circa 40 meter noordwestelijker dan de locatie van de bestaande windturbine. De coördinaat van de nieuwe turbine ligt nog net binnen de bestemming winturbine, maar de wieken en waarschijnlijk een deel van de mast inclusief fundatie ligt mogelijk net buiten het bestemmingsvlak “Windturbine” in de bestemming “Agrarisch”. Dit is in strijd met het bestemmingsplan. De wieken van de nieuwe turbine draaien ook deels buiten het bestemmingsvlak “Windturbine”, onduidelijk is of dit laatste is toegestaan volgens het bestemmingsplan.

2.

De bestaande windturbine betreft een Micon M700/225 met een rotordiameter van 29,8 meter, een ashoogte van 30 meter en een tiphoogte van 45 meter. De nieuwe windturbine is heeft een maximale rotordiameter van 80 meter en een maximale tiphoogte van 100 meter. Op grond van artikel 46.2.2 van het bestemmingsplan zijn enkel nieuwe turbines toegestaan met een tiphoogte van maximaal de bestaande tiphoogte. De nieuwe turbine is op dat punt, ook voor zover gelegen binnen het bestemmingsvlak “Windturbine”, in strijd met het bestemmingsplan.

Juridisch kader Hieronder wordt ingegaan op de procedurele context voor dit plan en samenhang met de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.). Planvorm afwijkingsbesluit Omdat het planvoornemen niet past in de geldende bestemmingsplan is een planologische procedure benodigd om het plan mogelijk te maken. De initiatiefnemer dient voor het bouwplan een aanvraag omgevingsvergunning met afwijking van de beheersverordening in om het plan te realiseren (Wabo, artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder a en c). Via deze procedure (ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo) is het mogelijk om af te wijken van het geldende planologisch regime. Voorwaarde voor verlening van de vergunning is dat de activiteit niet in strijd mag zijn met een goede ruimtelijke ordening. Deze ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ voorziet in de onderbouwing daarvan. De voorliggende rapportage zal daar in zijn definitieve vorm in voorzien. Relatie met de m.e.r. De bouw van een nieuw windturbinepark is aangewezen in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) als categorie D22.2. Voor windparken met drie of meer, en minder dan tien, windturbines en met een gezamenlijk vermogen van minder dan 15 MW dient door middel van

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

4

een vormvrije m.e.r.-beoordeling aangetoond te worden dat geen formele m.e.r.-(beoordeling) doorlopen behoeft te worden voor de omgevingsvergunning en het ruimtelijk plan. Voor dit project is er sprake van één solitaire windturbine, en dus formeel niet van een windpark zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is daarom niet noodzakelijk. Wet Natuurbeheer De turbine vervangt een bestaande turbine ter plaatse. De verschuiving is klein (enkele tientallen meters) en de toename in de afmetingen is relatief gering. Daarnaast betreft het een turbine met beperkte afmetingen. Er zijn geen natuurgebieden nabij gelegen. Daarom wordt een ontheffing (soortenbescherming) of vergunning (gebiedenbescherming) in het kader van de Wet Natuurbeheer niet benodigd geacht. Bevoegd gezag Het vermogen van de windturbine ligt pas vast wanneer een definitief turbinetype wordt gekozen, maar is niet meer dan 5 MW. Voor een windturbine met een opgesteld vermogen tot 5 MW is de gemeente op basis van artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998 (Ew 1998) bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning.

Leeswijzer Dit hoofdstuk geeft de inleiding tot het project. In hoofdstuk 2 wordt het beleidskader geschetst. In hoofdstuk 3 komt een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omgeving aan de orde, hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van het plan voor de windturbine. In hoofdstuk 5 worden de milieuaspecten beschreven. Hoofdstuk 6 geeft ten slotte de conclusies weer over uitvoerbaarheid van dit plan en het vervolg.

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

5

BELEID Mondiaal en Europees beleid Klimaatconferentie Parijs 2015 en Europese doelstelling In december 2015 zijn (onder auspiciën van de Verenigde Naties) op de eenentwintigste klimaatconferentie in Parijs (COP21) 195 landen akkoord gegaan met een nieuw klimaatverdrag dat de uitstoot van broeikasgassen moet terugdringen. De Europese Unie heeft dit verdrag ook medeondertekend. Voor nu is de Europese ambitie gebaseerd op een politieke overeenstemming1 waarin een bindende doelstelling ten aanzien van duurzame energieopwekking is vastgelegd. In 2030 moet tenminste 32% van het energieverbruik van de Europese Unie duurzaam zijn opgewekt. De uitstoot van broeikasgassen dient in 2030 met ten minste 55% te zijn gereduceerd ten opzichte van het niveau van 1990. Dat doel was eerder op 49% gesteld. Internationaal klimaatrapport IPCC (2021) Overal ter wereld vindt onderzoek plaats naar het klimaat en klimaatverandering. Om de beschikbare kennis op dit gebied in kaart te brengen en in rapporten samen te vatten, is in 1988 een wetenschappelijk klimaatpanel opgericht. Dit klimaatpanel heet het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Het IPCC brengt om de 6 à 8 jaar een klimaatrapport uit met daarin de laatste stand van zaken rondom het klimaat. In augustus 2021 is het eerste deel van het nieuwste – het zesde – rapport gepubliceerd.

Voor dit rapport hebben wetenschappers 14.000 internationale klimaatonderzoeken geanalyseerd. In het rapport worden de gevolgen van klimaatverandering in kaart gebracht. De belangrijkste conclusies van het rapport zijn: Het aandeel van de mens in de huidige verandering van het klimaat staat buiten kijf. Er zijn nu al grote veranderingen in de atmosfeer, in de oceanen, het gebied rond de noordpool en natuurgebieden. In alle vijf onderzochte scenario’s zal de temperatuur de komende dertig jaar toenemen. De beste schatting voor het opwarmende effect van de uitstoot van broeikasgassen door de mens is 3 graden, met minimaal 2 graden en maximaal 5 graden. Door meer broeikasgassen in de atmosfeer warmt de aarde meer op. Hoeveel de aarde nog gaat opwarmen is afhankelijk van de mens en de hoeveelheid broeikasgassen die nog uitgestoten gaan worden. Om klimaatverandering te beperken, is het op z'n minst nodig om netto nul CO2 uit te stoten. Om de opwarming nog onder 1,5 graden te houden, moet dit voor 2050 gebeuren.

1

Energy topics European Commission, Geraadpleegd van: https://ec.europa.eu/energy/en/topics/renewableenergyCommissie (14 april 2021). Geraadpleegd van: http://europa.eu/rapid/press-release_STATEMENT18-4155_en.htm

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

6

Rijksbeleid Energieakkoord voor duurzame groei en Energieagenda Het Energieakkoord voor duurzame groei (2013) biedt een langetermijnperspectief voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid. Ruim veertig organisaties, waaronder overheden, werkgevers, vakbewegingen en natuur- en milieuorganisaties hebben zich verbonden om afspraken te maken over duurzame groei. Het akkoord is erop gericht om de economische structuur te versterken en om de komende jaren miljarden aan investeringen los te maken in alle sectoren van de samenleving. Door de uitvoering van het Energieakkoord voor duurzame groei wordt er een sterke stijging beoogd in het aandeel duurzame energie van 4,5% in 2013 naar 14% in 2020 en 16% in 2023. Met de Energieagenda (2016) is het de bedoeling om invulling te geven aan de doelstellingen voor de lange termijn. Hiermee wordt een duidelijke koers aangegeven om perspectief en zekerheid te kunnen bieden aan bedrijven en inwoners. De Energieagenda beschrijft de te maken stappen om de transitie naar een CO2-arme energievoorziening in 2050 mogelijk te maken. Nationaal Klimaatakkoord (2019) Om de doelen te halen die in het Klimaatakkoord van Parijs zijn afgesproken heeft Nederland gewerkt aan een nationaal Klimaatakkoord.

In het Klimaatakkoord, onder regie van het kabinet, maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee de CO2-uitstoot in Nederland gehalveerd kan worden. Het centrale doel van het Klimaatakkoord is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met ten minste 49% in 2030 ten opzichte van 1990, de verschillende sectoren (zoals gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, elektriciteit, landbouw en landgebruik) hebben hier hun eigen taak en rol in om dit gezamenlijk te bereiken. Aan de sectortafel 'elektriciteit' zijn afspraken geformuleerd die ertoe moeten leiden dat in 2030 meer dan 70% van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen komt. Een belangrijk doel is derhalve het vergroten van de productie van hernieuwbare energie. De omschakeling heeft impact op onze leefomgeving. Gemeenten en provincies hebben hierin met de aanpak van de Regionale Energiestrategie (RES) een belangrijke rol. Daarbij steunt het kabinet de mogelijkheid voor bewoners om te kunnen participeren in lokale energieprojecten. De productie van hernieuwbare energie moet vervijfvoudigen. Concreet wordt hierbij gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh (terawattuur). De productie wind op zee moet worden uitgebreid, maar ook de productie zon en wind op land.

In de hoofdlijnen staat als doel beschreven dat in 2030 via windenergie en zonneenergie op land 35 TWh wordt gerealiseerd. Ook wordt benadrukt dat de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk benut moet worden door meervoudig ruimtegebruik. Vraag en aanbod dienen zoveel mogelijk bij elkaar gebracht te worden. Ten slotte is gesteld dat het belangrijk is om te zoeken naar functiecombinaties en aan te sluiten bij specifieke kwaliteiten van het gebied. Voor hernieuwbaar op land (35 TWh) wordt vooral gekeken naar wind op land en zonneenergie. Dit zijn namelijk bewezen technieken met technische en economische haalbaarheid. Om deze opwekcapaciteit te realiseren is in het Klimaatakkoord opgenomen dat in dertig regio’s door gemeenten wordt samengewerkt aan een Regionale Energiestrategie (RES). In deze RES

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

7

wordt opgenomen waar en op welke manier deze opwekcapaciteit moet worden gerealiseerd. Windenergie is hierbij een van de belangrijkste opties. Ook in Friesland is windenergie nodig om de opgave in te vullen. In Europees verband is een reductie van minimaal 55 procent in 2030 afgesproken. Op dit moment wordt er onderzoek gedaan naar de verhoging van de Nederlandse ambitie. Daar zal door het nieuwe kabinet een beslissing over gemaakt moeten worden. Dat zou leiden tot een opgave van 120 TWh hernieuwbare energie. Klimaatwet (2019) In de Klimaatwet zijn de Nederlandse klimaatdoelstellingen wettelijk vastgelegd. De Klimaatwet is op 1 september 2019 in werking getreden. In de Klimaatwet staan drie doelen: een vermindering van 49% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2030; een vermindering van 95% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2050; 100% broeikasgas-neutrale elektriciteit in 2050. Elke vijf jaar komt er een klimaatplan waarin het klimaatbeleid wordt vastgesteld. Dit klimaatplan past in de systematiek van de Integrale Nationale Energie-en Klimaatplannen die voor de EU moeten worden opgesteld en het klimaatakkoord van Parijs. Het eerste klimaatplan (Klimaatplan 2021-2030) is in april 2020 gepubliceerd2. Klimaatplan 2021-2030 De inhoud van het klimaatplan wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hoofdlijnen van het klimaatakkoord.

Dit bevat maatregelen om tot het reductiedoel van 49% in 2030 te komen. Daarnaast bevat het klimaatplan beleid dat volgt uit Europese verplichtingen en ander lopend beleid. De volgende beleidslijnen worden ingezet binnen de sector elektriciteit: het stimuleren van wind op zee (WOZ) tot 49 TWh in 2030; het stimuleren van hernieuwbare energie op land (HOL) tot 35 TWh in 2030; het stimuleren van kleinschalige hernieuwbare productie tot circa 10 TWh in 2030; het waarborgen van leveringszekerheid; investeren in voldoende elektriciteits-infrastructuur. Klimaat- en Energieverkenning 2021 Volgens de derde Klimaat en Energieverkenning3 (KEV) zijn er forse extra doelstellingen nodig om de nationale doelstelling van 49 procent op broeikasgasuitstoot voor 2030 te halen. Dat betekent een gemiddelde reductie van 6 megaton per jaar. Uit de KEV-raming blijkt dat in 2020 ongeveer de helft (3 megaton) per jaar wordt gereduceerd. Dat betekent dat er een behoorlijke opgave rest.

2

3

“Klimaatplan 2021-2010”, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, april 2020. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnotas/2020/04/24/klimaatplan-2021-2030 “Klimaat- en Energieverkenning 2021” Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), 2021. Geraadpleegd van: https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2021-klimaat-en-energieverkenning-2021-4681.pdf

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

8

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op nationaal niveau is het vigerend ruimtelijk beleid vastgelegd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het gaat daarbij om het uitzetten van een koers om opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, in goede banen te leiden. Het streven is daarbij de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en zoveel mogelijk te versterken. Prioriteiten binnen de NOVI zijn: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn 'nationale belangen'. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden.

De Nationale omgevingsvisie (NOVI) richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. De NOVI noemt duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit als een van de belangrijkste keuzes.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)4 voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Defensieradar Voor een aantal doelstellingen van het ruimtelijke beleid van het Rijk is een algemene regeling opgenomen in het Barro en de daarop gebaseerde Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). In het Barro is onder andere een regeling opgenomen om onaanvaardbare verstoring van de werking van radarposten voor Defensie-inrichtingen te voorkomen. In de Rarro is rondom de radars van Leeuwarden, de Kooy en Wier een toetsingsgebied aangewezen met een straal van 75 kilometer waarbinnen de mogelijke radarverstoring door windturbines moet worden onderzocht. De projectlocatie is gelegen binnen deze drie toetsingsgebieden. De beoogde tiphoogte van de windturbines bedraagt tevens meer de toetsingshoogten van elk van de drie radarinstallaties. Dat houdt in dat op grond van het Barro

4

Besluit van 22 augustus 2011, houdende algemene regels ter bescherming van nationale ruimtelijke belangen (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening)

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

9

en de Rarro een toetsing voor wat betreft het onderwerp radarhinder moet plaatsvinden. Dit onderzoek wordt behandeld in paragraaf 5.9.

Provinciaal beleid Omgevingsvisie Provincie Friesland In de provincie Friesland geldt vanaf 23 september 2020 “De romte diele omgevingsvisie Fryslân 2020”5. Hierbij hoort tevens de “Verordening Romte Fryslân 2014” met de bijbehorende regels. Provincie Friesland ambieert een duurzame energiehuishouding en wilt de energietransitie met kracht voortzetten. Het doel van de provincie is om fossielvrij te zijn in 2050. Daarnaast wil de provincie 49% CO2 reductie in 2030. De provincie wil dit onder andere bereiken door energie te besparen, de uitstoot van broeikasgassen te verlagen en af te stappen van fossiele brandstoffen. Daarnaast wil de provincie een goede balans bereiken tussen duurzaamheidsdoelstellingen en ruimtegebruik. Voor dit laatste is slim ruimtegebruik noodzakelijk. De provincie wil dit bereiken door creatief te combineren. Provinciale Omgevingsverordening 2014 (geconsolideerd) In de provincie Friesland geldt vanaf 23 maart 2021 de “Verordening Romte Fryslân 2014” (geconsolideerd)6. In hoofdstuk 9 van deze verordening staan de regels omtrent duurzame energie. Artikel 9.2.1, lid 1 van de verordening geeft aan dat een ruimtelijk plan geen regeling mag bevatten op grond waarvan bestaande windturbines kunnen worden vervangen, anders dan door turbines met dezelfde masthoogte en wiekdiameter, op dezelfde locatie.

Lid 2 van dit artikel geeft aan dat hier van kan worden afgeweken. In een ruimtelijk plan kan het vervangen van een bestaande dorpsmolen door een nieuwe solitaire dorpsmolen met een tiphoogte van maximaal 100 meter worden toegestaan. Hierbij is wel vereist dat de opbrengsten van de dorpsmolen volledig ten goede komen aan de lokale gemeenschap en de dorpsmolen moet op de bestaande locatie worden opgericht. De locatie van de windturbine mag beperkt verschuiven als dit vanuit milieu, veiligheid of landschappelijke- of stedenbouwkundige structuur gewenst is. Conclusie provinciaal beleid Om de ambitie van een duurzame energiehuishouding te kunnen realiseren en de beoogde doelen te bereiken in de provincie Friesland is het van belang om broeikasgassen te verlagen, energie te besparen en af te stappen van fossiele brandstoffen. Het opwekken van duurzame energie speelt hierin een rol. Onderhavig plan draagt bij aan het bereiken van provinciale ambities voor een duurzame energievoorziening. Er is sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik vanwege de beperkte verschuiving van de windturbine. De verschuiving is nodig geacht om wiekoverslag over de weg te voorkomen. De opbrengsten van de dorpsmolen zijn volledig voor de lokale gemeenschap.

5

“De romte diele omgevingsvisie Friesland 2020”, Provincie Friesland, september 2020. Geraadpleegd van: www.fryslan.frl.nl “Verordening Romte Fryslân 2014” (geconsolideerd), Provincie Friesland, 23 maart 2021. Geraadpleegd van www.ruimtelijkeplannen.nl

6

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

10

Regionaal beleid Regionale energiestrategieën (RES) Vanuit het klimaatakkoord is de Regionale Energie Strategie (RES) voortgekomen. De nationale doelen en afspraken vragen om regionaal maatwerk. Hoe passen hernieuwbare opwek, opslag en de infrastructuur voor warmte en elektriciteit in de leefomgeving van mensen en dieren? Zowel boven als onder de grond? Ruimte is schaars. De nationale doelen zijn alleen te halen door regionaal samen te werken. Afspraken over bijvoorbeeld grote zonprojecten in de ene gemeente, hebben invloed op een buurgemeente. Ook op regionaal niveau hebben overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders en maatschappelijke organisaties elkaars vakkennis, kunde of wettelijke bevoegdheden nodig. In het Interbestuurlijke Programma (februari 2018) spraken de overheden af een meerjarige programmatische nationale aanpak uit te werken met landsdekkende regionale energiestrategieën. Nederland is voor de uitwerking verdeeld in 30 ‘energieregio’s’. Afgesproken is dat de uit te werken strategieën uiteindelijk ruimtelijk geborgd worden via het omgevingsbeleid van gemeenten, provincies en Rijk en via het beleid van de waterschappen. Elke energieregio geeft invulling aan de afspraken uit het Klimaatakkoord, die zijn gemaakt aan de sectortafels voor Elektriciteit en Gebouwde omgeving.

Samen met maatschappelijke partners, bedrijfsleven, overheden en inwoners wordt per energieregio gekomen tot een regionaal gedragen RES. De RES geeft inzicht in: 

mogelijkheden voor regionale opwek en besparing;

die mogelijkheden vertaald naar keuzes in concrete plekken, projecten en planning;

een bod aan het rijk met de bijdrage aan de 35 TWh hernieuwbaar op land;

de afstemming omtrent warmtebronnen;

de gevolgen voor de energie-infrastructuur;

al gerealiseerde projecten en plannen.

De RES is een instrument om de ruimtelijke inpassing van de energietransitie met maatschappelijke betrokkenheid te organiseren. De RES is ook een manier om langjarige samenwerking tussen alle regionale partijen te organiseren, onder andere bij de voorbereiding en de realisatie van projecten. De samenwerking tussen provincie, waterschappen, gemeenten, de netbeheerders, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en burgerinitiatieven, kan gezamenlijk gedragen keuzes bevorderen. De samenwerking kan daarnaast ook helpen bij het formuleren en vaststellen van omgevingsbeleid van gemeenten, provincies en Rijk, waarvoor de RES een bouwsteen is. In het omgevingsbeleid van met name gemeenten vindt integrale besluitvorming over de fysieke leefomgeving plaats, op grond waarvan vergunningen kunnen worden verleend. Bedrijven en burgers krijgen meer zekerheid voor het doen van investeringen door de integrale besluitvorming. De RES is ten slotte een document waarin elke regio beschrijft welke energiedoelstellingen zij wil halen, op welke termijn en welke aanpak/strategie de regio hanteert om deze energiedoelstellingen te bepalen en te halen. De concept-RES-sen dienden landelijk voor 1 juni

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

11

2020 te zijn vastgesteld en definitieve vaststelling van de RES 1.0 door individuele gemeenteraden was gepland voor 1 maart 2021. De gemeente Waadhoeke valt in de energieregio Fryslân. Regionale energiestrategie Friesland De gehele provincie Friesland vormt één regio binnen de regionale energiestrategie (RES). Op 01 april 2021 publiceerde de RES-regio Fryslan als de RES 1.0.

Gemeentelijk beleid Gemeente Waadhoeke heeft de ambitie om in 2040 een energieneutrale gemeente te zijn. Deze ambitie is ook vastgesteld in de duurzaamheidsagenda van de gemeente. Gericht op 2030 zit de gemeente op dit moment in een proces met raad en inwoners om hier concrete invulling aan te geven. In juni 2021 wil de gemeente Waadhoeke een plan met concrete zoekgebieden en uitgangspunten voor de grootschalige opwek van duurzame energie vaststellen. De gemeente heeft de ambitie om een groot zonnepark te realiseren, maar deze plannen zijn nog niet concreet. Duidelijk is dat duurzame energie een belangrijke rol speelt in de gemeente Waadhoeke.

Conclusie beleid De ontwikkeling van de nieuwe windturbine past binnen en geven uitvoering aan het Rijksbeleid, het provinciale beleid van Friesland, het gemeentelijke beleid van de gemeente Waadhoeke en de RES Fryslân. Het project levert een bijdrage aan de gemeentelijke, provinciale en nationale doelstellingen voor duurzame energie.

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

12

HUIDIGE SITUATIE Functionele structuur Plangebied Het plangebied bestaat is gelegen in agrarisch gebied op circa 700 meter ten zuidwesten van de bebouwde kom van het dorp Hitzum. Bedrijven in de omgeving Er bevinden zich geen bedrijven in de directe omgeving van de windturbinelocatie, met uitzondering van enkele agrarische bedrijven. Wegen en andere infrastructuur OP een afstand van ca 75 meter ten zuidoosten van de turbine loopt een lokale weg, de Hitzumerweg die overgaat in de Achlumerweg. Er loopt een hoogspanningskabel circa 370 meter ten westen van het plangebied. Er zijn lokaal geen spoorwegen, hoofdwegen of hoofdvaarwegen aanwezig. Er zijn geen buisleidingen aanwezig in de omgeving van het plangebied.

Woningen Er zijn in de directe omgeving verspreid woningen aanwezig. De dichtstbijzijnde woning ligt op circa 350 meter afstand, adres Sopsum 2. Tabel 3.1 Afstanden tot nabijgelegen woningen Adres

Afstand tot nieuwe windturbine [m]

Afstand tot huidige windturbine [m]

Sopsum 2

350

380

Wester-Hitzum 1

610

620

Achlumerweg 4

480

470

Kerkbuurt 30

790

760

Hitzumerweg 1

460

450

Natuurgebieden In de directe omgeving van het plangebied zijn geen beschermde natuurgebieden aanwezig (zie Figuur 3.1). Het dichtst bijgelegen geen Natura 2000-gebied is de waddenzee op circa 6 kilometer afstand.

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

13

Figuur 3.1 Natuurgebieden

Planlocatie

Bron: https://fryslan.maps.arcgis.com/

Bestaande windturbines Binnen een straal van 2 km zijn geen andere windturbines aanwezig.

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

14

PLANBESCHRIJVING Beschrijving van het plan De windturbines Het plan bestaat uit de realisatie en exploitatie van een windturbine. Het te plaatsen turbinetype is nog niet gekozen, ook de exacte afmetingen zijn nog niet bekend waardoor een bandbreedte qua afmetingen wordt aangevraagd met de omgevingsvergunning. Er wordt uitgegaan van windturbines met een maximale tiphoogte van 100 meter en een maximale rotordiameter van 80 meter. De ashoogte kan maximaal 65 meter bedragen, mits de maximale tiphoogte niet wordt overschreden. Het vermogen van de windturbine ligt naar verwachting ergens rond de 2MW per windturbine. Het opgesteld vermogen is overigens verder niet ruimtelijk relevant. In Tabel 4.1 zijn de coördinaten weergegeven van de beoogde positie van de windturbine, ten opzichte van de positie van de huidige turbine. Tabel 4.1 Coördinaten huidige en beoogde locatie in Rijksdriehoekstel (RD)

Windturbine

X

Y

Huidige locatie

162892

575065

Beoogde locatie

162863

575085

Figuur 4.1 is ter illustratie van de maximale afmetingen. Elektriciteitslevering De elektriciteit zal zoveel mogelijk lokaal worden gebruikt. De elektriciteit die niet lokaal wordt gebruikt wordt via het elektriciteitsnetwerk terug geleverd. Voor de aansluiting op het openbaar net kan gebruik worden gemaakt van de bestaande voorzieningen voor de huidige turbine. Verhardingen Voor de windturbine wordt rekening gehouden met het grondgebruik van een cirkel met een diameter van maximaal 26 meter voor de windturbine inclusief fundering (circa 530 m2). Obstakelverlichting De tiphoogte van de windturbine bedraagt minder dan 150 meter ten opzichte van het maaiveld op deze locatie, Daarom geldt geen verplichting voor obstakelverlichting op basis van de opgave van de ‘Inspectie Leefomgeving en Transport’ (IL&T)7.

7

"Aanduiding van windturbines en windparken op het Nederlandse vasteland - in relatie tot luchtvaartveiligheid", Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Informatieblad, versie 1.0, 30 september 2016. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2016/11/15/aanduiding-vanwindturbines-en-windparken-op-het-nederlandse-vasteland

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

15

Figuur 4.1 Illustratie windturbine afmetingen en begrippen

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

16

ONDERZOEK Uitgangspunten Voorbeeldwindturbine Voor het bepalen van milieueffecten wordt gebruik gemaakt van een voorbeeldturbine, omdat de keuze voor een specifieke windturbine met bijbehorende specificaties pas in een later stadium plaats vindt. Voor alle omgevingsaspecten worden berekeningen of beschrijvingen uitgevoerd voor een worst-case windturbinetype. Voor het aspect geluid wordt uitgegaan van een relatief luide turbine. Voor de overige omgevingsaspecten geldt dat een windturbine met maximale afmetingen de worst-case situatie is, de onderzoekconclusies zijn dan ook geldig voor kleinere en lagere windturbinetypes dan de voorbeeldwindturbine, ongeacht hun afmetingen binnen de bandbreedte van afmetingen. Als voorbeeldturbine is in de onderzoeken uitgegaan van een windturbine met een tiphoogte van maximaal 100 meter en een maximale rotordiameter van 80 meter.

Visualisaties Het plangebied maakt deel uit van een open landbouw/akkergebied, waarbij reeds een turbine aanwezig is welke vervangen zal worden door de nu aangevraagde turbine. De nieuwe turbine is wat groter, maar daarnaast wijzigt het beeld relatief weinig door deze ontwikkeling. In de onderstaande visualisaties is de wijziging ten opzichte van de huidige situatie in beeld gebracht. Figuur 5.1: Overzicht van de drie fotopunten

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

17

Figuur 5.2: Visualisatie vanaf Hoofdweg te Hitzum – huidige situatie

Figuur 5.3: Visualisatie vanaf Hoofdweg te Hitzum – beoogde situatie

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

18

Figuur 5.4 Visualisatie vanaf Hitzumerweg 1 – huidige situatie

Figuur 5.5: Visualisatie vanaf Hitzumerweg 1 – beoogde situatie

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

19

Figuur 5.6 Visualisatie vanaf Hitzumerweg te Achlum – huidige situatie

Figuur 5.7: Visualisatie vanaf Hitzumerweg te Achlum – beoogde situatie

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

20

Geluid Toetsingskader Net als alle andere mechanische installaties produceren windturbines geluid. Dit geluid wordt deels veroorzaakt door de bewegende onderdelen in de gondel, maar is voornamelijk afkomstig van de bladen die door de wind ‘zoeven’. Het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (kortweg: het Activiteitenbesluit milieubeheer)8 is het kader voor de toetsing van geluid door windturbines. Specifiek voor windturbines geldt dus een afzonderlijke normstelling, die onafhankelijk van ander optredend geluid (industrielawaai, verkeer, etc.) wordt beoordeeld. In het Activiteitenbesluit wordt voor de normstelling van geluid van windturbines getoetst aan de waarden Lden= 47 dB en Lnight= 41 dB. Deze normen gelden voor geluidgevoelige objecten, waaronder woningen van derden9 en gevoelige locaties zoals scholen en ziekenhuizen. De Lden (Engels: Level day-evening-night) is een maat om de geluidbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. Hierbij wordt de geluidbelasting die optreedt gedurende de nacht en de avond zwaarder meegewogen dan geluid overdag. In Nederland wordt tevens getoetst aan Lnight om de verstoring van nachtrust te voorkomen. Voor onderhavig plan wordt getoetst aan Lden 47 dB en Lnight 41 dB als ruimtelijk aanvaardbare norm voor geluid (zie ook Kader 5.1).

Kader 5.1 Ruimtelijke aanvaardbaarheid Lden 47 dB en Lnight 41 dB De geluidsnorm van Lden 47 dB en Lnight 41 dB op de gevel van gevoelige gebouwen en bij gevoelige terreinen op de grens van dit terrein, is een op zichzelf staande, algemeen toepasselijke norm, die gericht is op herhaalde toepassing op niet van te voren te bepalen locaties en niet van te voren te bepalen inrichtingen. Het zijn normen die voor iedere windturbine tijd- en plaatsonafhankelijk gelden. De geluidnormering voor windturbines is door een transparante regelgevingsprocedure, met inspraak, tot stand gekomen op basis van een afweging tussen het te verwachten percentage hinder en de noodzaak om meer duurzame energie op te wekken. Uit het TNO rapport "Hinder door windturbines, nr. 2008-D-R1051/b" uit oktober 2008 blijkt dat bij de gekozen norm van 47 dB Lden en 41 Lnight circa 8% ernstige hinder mag worden verwacht. De omvang van dit aanvaardbare percentage ernstige hinder komt overeen met hetgeen bij de normering voor wegverkeer, railverkeer en industrielawaai als maximaal toelaatbaar wordt beschouwd. Het hanteren van een geluidsnorm van Lden 47 dB en Lnight 41 dB wordt daarmee ruimtelijk aanvaardbaar geacht, een beperkt percentage potentieel ernstig gehinderden is gezien het belang van de ontwikkeling acceptabel.

Vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt ook dat de geluidsnorm Lden 47 dB en Lnight 41 dB aanvaardbaar zijn voor de toetsing van windturbinegeluid.

Cumulatie met nabij gelegen windturbines Cumulatie van verschillende windturbines kan leiden tot een hogere geluidsbelasting op de gevel van gevoelige gebouwen of op de grens van gevoelige terreinen dan wenselijk wordt geacht. Als er sprake is van cumulatie van geluid als gevolg van een andere windturbine of een 8

Besluit van 19 oktober 2007, houdende algemene regels voor inrichtingen (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer). Geraadpleegd van: http://wetten.overheid.nl/zoeken/ Woningen van derden zijn niet bij het initiatief van het windpark betrokken. Op deze woningen dient voor geluid, slagschaduw en veiligheid voldaan te worden aan het Activiteitenbesluit. 9

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

21

combinatie van windturbines dan kan volgens artikel 3.14a lid 2 het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift normen met een lagere waarde vaststellen ten aanzien een van de windturbines of een combinatie van windturbines. De geluidsbelasting van bestaande windturbines waarvoor voor 1 januari 2011 een vergunning in werking en onherroepelijk was of een melding was gedaan, wordt hierbij niet meegerekend (artikel 3.14a lid 5 Activiteitenbesluit). Cumulatie met andere bronsoorten Cumulatie met andere bronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines (Activiteitenregeling milieubeheer10 Bijlage 4). De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Er zijn geen normen voor de cumulatie van geluid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient echter de cumulatie van geluid met andere bronnen wel te worden afgewogen. Laagfrequent geluid Daarnaast wordt ingegaan op laagfrequent geluid. Onder hoorbaar laagfrequent geluid worden geluiden met een frequentie tussen circa 20 en 100 Hertz (Hz) verstaan. In het besluit 'wijziging milieuregels windturbines' (2010)11 is voor windturbines de norm voor de geluidbelasting buiten aan de gevel gesteld op Lden= 47 dB.

Bij deze normen is uitgegaan van windturbinegeluid en de mate van hinderlijkheid die wordt ervaren op basis van empirisch onderzoek. Daarbij is ook rekening gehouden met het optreden van laagfrequent geluid, dat altijd een onderdeel van het geluidspectrum van windturbinegeluid is.

Onderzoek Ter bepaling van de maximale akoestische effecten is in het akoestisch onderzoek is gerekend met een representatieve luide (realistische worst-case) windturbine Vestas V80-2.0MW op een ashoogte van 60 meter. In het akoestische model zijn 5 referentietoetspunten met geluidgevoelige objecten (woningen) opgenomen. De toetspunten zijn weergegeven in onderstaande figuur.

10

Activiteitenregeling milieubeheer, 19 oktober 2007, nr.07.00113, Staatsblad 2007/415. Reken- en meetvoorschrift windturbines, Staatscourant nr 19592, 23 december 2010 (dit betreft tevens bijlage 4 bij de Activiteitenregeling milieubeheer).

11

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

22

Figuur 5.8: referentietoetspunten akoestisch onderzoek

Per toetspunt zijn de jaargemiddelde geluidniveaus Lden en Lnight berekend. De Lden is het tijdgewogen gemiddelde van: Het jaargemiddelde geluidniveau in de dag Lday; Het jaargemiddelde geluidniveau in de avond Leven vermeerderd met 5 dB; Het jaargemiddelde geluidniveau in de nacht Lnight vermeerderd met 10 dB. Voor de Vestas V80-2MW zijn in Tabel 5.1 de jaargemiddelde geluidniveaus gegeven. Tabel 5.1 Geluidbelasting bestaande turbine (Micon M700/225) en nieuwe turbine (V80-2MW) [dB(A)] Micon M700/225

Vestas V80

Nr

Adres

Lday

Leven

Lnight

Lden

1

Sopsum 2

31

38

38

44

2

Wester-Hitzum 1

26

32

33

39

3

Achlumerweg 4

29

36

35

41

4

Kerkbuurt 30

23

30

30

36

5

Hitzumerweg 1

28

35

36

42

De nieuwe windturbine geven een extra geluidbelasting in het gebied ten opzichte van de huidige turbine. Deze blijft echter op alle toetspunten ruim onder de geluidsnorm Lden 47 dB en Lnight 41 dB. Aangezien de windturbine altijd moet voldoen aan de normering uit het Activiteitenbesluit omdat deze normering rechtstreeks werkend is, is de norm in beginsel ook afdoende geborgd op basis

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

23

van het Activiteitenbesluit. Er kan in ieder geval altijd worden voldaan aan het Activiteitenbesluit. Er wordt hier echter (ook) getoetst aan de ruimtelijk aanvaardbare geluidnorm van Lden 47 dB en Lnight 41 dB. In het besluit omgevingsvergunning/de beschikking (vaststellingsbesluit) dient derhalve expliciet te worden bepaald dat er ook vanuit een goede ruimtelijke ordening wordt getoetst aan de geluidsnorm Lden 47 dB en Lnight 41 dB. Laagfrequent geluid Er is geen algemeen geaccepteerd normstelsel voorhanden waarmee laagfrequente geluidhinder kan worden geobjectiveerd. Laagfrequent geluid (LFG) is geluid in het voor mensen laagst hoorbare frequentiegebied, onder 200 Hz. Windturbines produceren, net als de meeste andere geluidbronnen, ook laagfrequent geluid. Het RIVM heeft op verzoek van de GGD-en de invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden door windturbines onderzocht (2013)12. Hierin wordt gesteld dat windturbines weliswaar laagfrequent geluid produceren maar dat er geen bewijs bestaat dat dit een factor van belang is voor de hinderbeleving. Er is geen aparte beoordeling nodig boven op de bescherming die de zogenoemde A-gewogen normstelling op basis van dosis-effectrelatie reeds biedt. De mate van bescherming en de normering worden eveneens beschouwd in een literatuuronderzoek naar laagfrequent geluid van windturbines van Agentschap NL (2013)13.

Ook hier zijn geen aanwijzingen dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt. Door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, mede namens de minister van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu over het onderwerp laagfrequent geluid van windturbines een brief aan de Tweede Kamer gestuurd (2014)14. Op grond van de brief van de staatssecretaris en het rapport van het RIVM kan worden gesteld dat toetsing aan de standaard Nederlandse geluidnormen tevens voldoende bescherming biedt tegen laagfrequent geluid. In 2017 heeft de GGD Amsterdam in samenwerking met het RIVM nog een literatuurstudie uitgevoerd naar de relatie tussen blootstelling aan windturbinegeluid, waaronder laagfrequent geluid, en gezondheid15. Tweeëndertig (peer reviewed16) wetenschappelijke onderzoeken tussen 2009 en 2017 zijn daarbij onderzocht in de literatuurstudie. Deze literatuurstudie bevestigt nogmaals dat een windturbine geen directe effecten heeft op de gezondheid van omwonenden heeft. Dit onderzoek heeft in oktober 2020 een update gekregen17 met een literatuuronderzoek waarbij onderzoeken tussen 2017 en medio 2020 op een rij zijn gezet over het effect van geluid van windturbines op de gezondheid van omwonenden.

Uit de update literatuurstudie blijkt dat hinder optreedt als gevolg van geluid: hoe sterker het geluid (in dB) van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Uit de literatuur bleek niet dat het zogeheten 12

"Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden", GGD Informatieblad medische milieukunde Update 2013; RIVM rapport 200000001/2013. Geraadpleegd van: http://www.rivm.nl/ "Literatuuronderzoek laagfrequent geluid windturbines", LBP Sight in opdracht van Agentschap NL (tegenwoordig Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; RVO), projectnummer DENB 138006 september 2013. Geraadpleegd van: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-311813.pdf 14 Kamerbrief over "Laagfrequent geluid van windturbines", Ministerie van Infrastructuur en Milieu, kenmerk IENM/BSK-2014/44564, 31 maart 2014. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2014/04/01/laagfrequent-geluid-van-windturbines 15 “Health effects related to wind turbine sound, including low-frequency sound and infrasound”, RIVM and GGD Amsterdam, 2018. 16 Peer reviewed betekent een evaluatie van wetenschappelijk of professioneel onderzoek door medewerkers binnen het desbetreffende werkveld. 17 “Health effects related to wind turbine sound: an update”, oktober 2020, RIVM rapport 2020-0150. Geraadpleegd van: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2020-0150.pdf 13

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

24

'laagfrequent geluid' (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt tot die gerelateerd aan "gewoon" geluid. Voor andere gezondheidseffecten zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder18. Vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt ook dat windinitiatieven zich basis van bovenstaande studies in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het plan niet zal leiden tot onaanvaardbare hinder door laagfrequent geluid (zie o.a. ABRvS 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1228 (Windpark Wieringermeer), 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616 (Windpark De Drentse Monden Oostermoer), 7 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2720 (Windpark De Rietvelden) en recentelijk 16 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2226 (Windplan Groen). Het is dan ook niet noodzakelijk verder onderzoek uit te voeren naar laagfrequent geluid voor de nieuwe windturbine. Met naleving van de geluidsnormering is ook ten aanzien van laagfrequent geluid sprake van een aanvaardbare situatie. Cumulatie met nabij gelegen windturbines Omdat er binnen een straal van 2 km geen andere windturbines aanwezig zijn, is cumulatie van windturbinegeluid niet beschouwd.

Cumulatie met andere geluidbronnen Cumulatie met andere geluidbronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines. Voor de cumulatieve geluidbelasting zijn geen wettelijke normen van kracht. Met de cumulatieve rekenmethode uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines is de gecumuleerde geluidbelasting berekend. Daarbij wordt rekening gehouden met de verschillende mate van hinderlijkheid van de diverse geluidbronnen. Er bevinden zich geen relevante geluidbronnen zoals spoorlijnen, geluidproducerende bedrijven of grote wegen in de omgeving van de windturbine.

Conclusie De geluidbelasting neemt toe maar er kan op woningen van derden ruim worden voldaan aan de (ruimtelijk aanvaardbare geachte) geluidnorm Lden 47 dB en Lnight 41 dB. Er is geen sprake van relevante cumulatie met andere windturbines of andersoortige geluidbronnen in de omgeving. De bestaande geluidnorm beschermt tevens tegen laagfrequent geluid. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gezien het belang van het realiseren van de windturbine in het licht van de doelstellingen voor duurzame energie. 18

RIVM heeft in augustus 2020 een factsheet uitgebracht over laagfrequent geluid in zijn algemeenheid, niet specifiek voor windturbines. Ook daarbij wordt geconcludeerd dat er nog veel onbekend is over de gezondheidseffecten die kunnen optreden bij blootstelling aan laagfrequent geluid. Anders dan bij geluid in het algemeen zijn alleen hinder en mogelijk slaapverstoring gevonden als effecten van blootstelling aan laagfrequent geluid.

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

25

Voor het aspect geluid is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Slagschaduw Toetsingskader De draaiende rotoren van windturbines kunnen een bewegende schaduw op hun omgeving werpen. Deze 'slagschaduw' kan als hinderlijk worden ervaren. De maximale flikkerfrequentie, het contrast en de tijdsduur van blootstelling zijn van invloed op de mate van hinder die ondervonden kan worden. Slagschaduw met flikkerfrequenties vanaf 2,5 Hz wordt als extra hinderlijk ervaren en kan schadelijk zijn (dit komt bij gangbare turbines echter vrijwel nooit voor). De frequenties van de lichtflikkeringen van de windturbine liggen, gezien de afmetingen, ruim onder de 2,5 Hz en worden daarmee niet als extra hinderlijk ervaren en zijn niet schadelijk. De afstand van de blootgestelde locatie tot de windturbine, de stand van de zon, de weersomstandigheden en het al dan niet draaien van de windturbine zijn bepalende aspecten voor het optreden en de duur van de periode waarin slagschaduw plaatsvindt (slagschaduwduur).

De Activiteitenregeling milieubeheer stelt dat windturbines voorzien moeten worden van een automatische stilstandvoorziening indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten, waaronder woningen van derden en kwetsbare locaties zoals scholen en ziekenhuizen worden verstaan, voor zover: de afstand tot woningen of andere gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt; en gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kan optreden.

Kader 5.2 Ruimtelijke aanvaardbaarheid toetsnorm maximaal 6 uur slagschaduw per jaar

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

26

De (ruimtelijke) aanvaardbaarheid van de slagschaduwnorm dat maximaal 17 dagen per jaar de hinderduur van slagschaduw meer dan 20 minuten mag bedragen is bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) aan de orde geweest in het kader van het inpassingsplan voor windpark De Drentse Monden-Oostermoer (ECLI:NL:RVS:2018:616, overweging 132): “Voorts volgt, zo staat in het verweerschrift, uit onderzoek dat in 1999 in Duitsland is verricht, dat omwonenden van windturbines die een netto slagschaduwduur van meer dan 15 uur per jaar ervaren een hogere mate van dagelijkse hinder ervaren in hun leefomgeving. Naar aanleiding van dat onderzoek is in 2000 laboratoriumonderzoek verricht. Volgens dat laboratoriumonderzoek kan in de eerste 20 minuten dat harde slagschaduw optreedt een fysieke reactie worden veroorzaakt, die bij langere blootstelling daarna door het lichaam wordt gecompenseerd. De onderzoekers hebben aanbevolen de slagschaduwduur te beperken om effecten op langere termijn te voorkomen vanwege de energie die deze compensatie kost, zo is in het verweerschrift toegelicht.

(…) Volgens de ministers worden, gelet op de conclusies uit deze onderzoeken, met de norm waarbij slagschaduw is beperkt tot maximaal 17 dagen gedurende maximaal 20 minuten per dag binnen een afstand van 12 maal de rotordiameter, gezondheidsklachten voorkomen en wordt de hinder in voldoende mate beperkt” . De conclusies uit de wetenschappelijke onderzoeken over de gevolgen van hinder door slagschaduw die door de ministers zijn genoemd, zijn niet gemotiveerd betwist. Aangenomen mag dat op basis van het aangehaalde onderzoek de norm uit het Activiteitenbesluit op zich ruimtelijk aanvaardbaar is. Maximaal 6 uur slagschaduw door een windpark op woningen van derden, binnen een afstand van 12 maal de rotordiameter, is een (beproefde) benadering van de norm door het beoordelen van een waarde van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. Dit is een strengere beoordeling dan volgens de Activiteitenregeling. Vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt ook dat het hanteren van een slagschaduwnorm van 6 uur per jaar ten gevolge van een windpark aanvaardbaar is. De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) geeft in haar deskundigenadvies in het kader van Windpark De Drentse Monden-Oostermoer (d.d.

17 februari 2017, kenmerk StAB -40218) aan dat “de streefwaarde van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar voorziet in (veel) geringere aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden dan de normering in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Ten eerste tellen nu ook de dagen mee waarop de slagschaduw minder is dan 20 minuten. Ten tweede worden alle minuten meer dan 20 minuten ook meegeteld.”

In het slagschaduwonderzoek is de norm uit de Activiteitenregeling milieubeheer vertaald naar een (beproefde) benadering van de norm door het beoordelen van een waarde van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. Dit is een strengere beoordeling dan volgens de Activiteitenregeling milieubeheer omdat volgens de norm op 17 dagen per jaar de hinderduur van zonsopgang tot zonsondergang meer dan 20 minuten mag bedragen en op alle overige dagen in het jaar de hinderduur door slagschaduw minder dan 20 minuten mag bedragen. Opgeteld kan de norm uit de Activiteitenregeling milieubeheer dus een langere slagschaduwduur opleveren dan 6 uur per jaar. Voor onderhavig plan wordt getoetst aan maximaal 6 uur slagschaduw per jaar als ruimtelijk aanvaardbare norm voor geluid (zie ook Kader 5.2). Slagschaduw op bedrijven Bedrijfspanden en kantoren zijn formeel niet hindergevoelig en voor slagschaduw is dan ook geen norm gesteld voor de hinderduur. In de praktijk kan bij kantoren en bedrijfspanden de slagschaduw wel als hinderlijk worden ervaren. Er is echter geen reden om voor kantoren en

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

27

bedrijfspanden, hetzelfde beschermingsniveau als voor woningen te hanteren gezien de beperktere aanwezigheidsduur van mensen in een kantoor vanwege bedrijfstijden, weekenden en vrije dagen. Wel moet vanuit het oogpunt van een 'goede ruimtelijke ordening' nader aandacht besteed worden aan potentiële slagschaduw op de aanwezige bedrijven en kantoren. Gesteld kan worden dat kantoren over het algemeen potentieel meer hinder kunnen ondervinden van slagschaduw van windturbines dan 'overige' bedrijven. Immers, personen die in een kantoorgebouw de hele dag bij een raam zitten te werken, met name achter een beeldscherm, kunnen enige hinder van slagschaduw ondervinden bij hun werk, waarbij de kanttekening moet worden geplaatst dat bij (in)directe zon in praktijk altijd zonwering wordt toegepast bij beeldschermwerk. Voor bedrijven met bedrijfshallen geldt dat deze - over het algemeen besloten bebouwing - een afschermende werking kan hebben voor een eventueel aanwezig kantoor bij het bedrijf.

Onderzoek Ten behoeve van de windturbines is een slagschaduwonderzoek uitgevoerd om enerzijds te toetsen aan de normen uit het Activiteitenbesluit en anderzijds de effecten op de omgeving in beeld te brengen. Ter bepaling van de maximale slagschaduweffecten is in het slagschaduwonderzoek voor het plan uitgegaan van turbines met een maximale rotordiameter (80 meter) en maximale tiphoogte (100 meter), en daarom met een ashoogte van 60 meter. Voor de slagschaduwberekeningen zijn enkel de eerste twee geometrische eigenschappen van belang. Figuur 5.9 Slagschaduwcontour, zonder mitigatie

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

28

De grens waarbinnen slagschaduwduur van 6 uur wordt overschreden kan met een contour op een kaart aangegeven worden. In Figuur 5.9 is met een groene, rode en grijze isolijn aangegeven waar de totale jaarlijkse verwachte hinderduur respectievelijk 0, 6 of 16 uur bedraagt. Overschrijding van de norm voor de jaarlijkse hinderduur kan optreden bij de woningen binnen de rode 6-uurscontour. Bij woningen buiten de rode 6-uurscontour wordt met zekerheid aan de norm voor de maximale hinderduur voldaan. Slagschaduw ter plaatse van woningen De rekenresultaten van de berekeningen op de referentietoetspunten zijn weergegeven in Tabel 5.2. Het betreft de gemiddeld jaarlijks te verwachten slagschaduwduur (tijden in uren en minuten, uu:mm). Tabel 5.2 Verwachte slagschaduwduur [uu:mm per jaar] Toetspunt

Adres

Micon M700/225 [uu:mm]

Vestas V80 [uu:mm]

1

Sopsum 2

--

10:36

2

Wester-Hitzum 1

--

--

3

Achlumerweg 4

--

5:30

4

Kerkbuurt 30

--

0:47

5

Hitzumerweg 1

--

--

--: Geen optredende slagschaduw

Bij de woningen van derden waarvan de verwachte hinderduur vetgedrukt is, treedt jaarlijks meer dan 6 uur slagschaduwhinder op. Normoverschrijding is daar mogelijk. Eventuele overschrijding van de norm zal worden weggenomen door een stilstandregeling tot het niveau waarop wordt voldaan aan de ruimtelijk aanvaardbare slagschaduwnorm van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. In het besluit omgevingsvergunning/de beschikking (vaststellingsbesluit) dient derhalve te worden bepaald dat er vanuit een goede ruimtelijke ordening wordt getoetst aan de slagschaduwnorm van 6 uur per jaar. Cumulatie met bestaande turbines Er bevinden zich geen windturbines in de directe omgeving van het plangebied. Slagschaduw ter plaatse van bedrijven Binnen de 6-uurcontour bevinden zich geen bedrijven of kantoren.

Conclusie Bij een enkel toetspunt treedt gemiddeld meer dan 6 uur per jaar aan slagschaduw op. Daarmee is overschrijding van de norm (niet meer dan gemiddeld 17 dagen per jaar met meer dan 20 minuten slagschaduw) mogelijk. Door een automatische stilstandvoorziening in te regelen waarmee er gemiddeld niet meer dan 6u per jaar aan slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige gebouwen wordt normoverschrijding voorkomen. De slagschaduwduur ter plaatse van gevoelige gebouwen bedraagt met stilstandsvoorziening dan maximaal gemiddeld 6u per jaar en is daarmee minder dan gemiddeld 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag.

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

29

Rekening ook houdend met deze voorschriften is er is sprake van een goede ruimtelijke ordening voor het aspect slagschaduw.

Veiligheid Toetsingskader Voor de ruimtelijke inpassing van een windturbine speelt veiligheid een belangrijke rol. Hoewel het risico laag is, kunnen windturbines omvallen of kunnen er onderdelen afbreken. Het effect van de windturbines op de omgeving is beoordeeld aan de hand van een aantal criteria, die zijn afgeleid uit wet- en regelgeving en adviezen voor toetsing van beheerders van infrastructurele werken. Deze toetsingscriteria hebben zowel betrekking op externe veiligheid als op leveringszekerheid. Daarnaast bestaat ook nog de interne veiligheid van windturbines. De interne veiligheid van windturbines is geregeld via de certificering van het ontwerp en de productie van windturbines. In Nederland mogen alleen windturbines worden geplaatst die gecertificeerd zijn volgens de veiligheidsnormen ten behoeve van het voorkomen van risico's voor de omgeving. Interne veiligheid is verder niet ruimtelijk relevant en derhalve niet meegenomen in deze ruimtelijke onderbouwing. In het Activiteitenbesluit milieubeheer is onder andere geregeld hoe vaak een windturbine moet worden gecontroleerd en wanneer een windturbine wel of niet in werking mag zijn. Zo mag bijvoorbeeld een windturbine niet in werking worden gesteld indien een zodanige ijslaag is afgezet op de rotorbladen dat dit een risico vormt voor de veiligheid van de directe omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=c9eab909-b4d1-4c6c-9e8c-c9d63841eef1