CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad Waadhoeke 30 maart 2023, gemeente waadhoekeBij agendapunt: VVGB Dorpsmolen Hitzum26.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/windmolens-maken-wel-degelijk-ziek.htm Alves-Pereira M, Castelo Branco MS. Public health and noise exposure: the importance of low frequency noise. Istanbul: Inter-Noise 2007; 2007 [4 Sept 2012]. 46

47

"Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden", GGD Informatieblad medische milieukunde Update 2013; RIVM rapport 200000001/2013. Geraadpleegd van: http://www.rivm.nl/

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

50

reflecterende coating, zodat lichtschittering niet optreedt. RIVM (2013) bevestigt dit ook in haar informatieblad48. Elektromagnetische velden Elektrische, magnetische en elektromagnetische velden komen overal voor. Bekende natuurlijke vormen zijn Uv-straling (zon), infrarode straling (warme voorwerpen) en zichtbaar licht. De sterkte van elektromagnetische velden neemt sterk af wanneer de afstand tot de bron groter wordt. Rondom de gondel en de kabels die de windturbine koppelen aan het hoogspanningsnet kunnen magnetische velden voorkomen. Voor slagschaduw, geluid en externe veiligheid wordt echter op basis van wettelijke vereisten een zodanige afstand tussen windturbines en bebouwing aangehouden dat er geen sprake is van effecten voor omwonenden door eventuele elektromagnetische velden van de windturbine. Trillingen Op grond van ervaringen op land blijkt dat fundaties van windturbines, mits goed gedimensioneerd, geen hinderlijke trillingen doorgeven aan de ondergrond en de omgeving. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft in een brief het volgende laten weten (2013)49: "de bewering in enkele literatuurbronnen dat ook overdracht door de grond plaats vindt is ongegrond, hetgeen blijkt uit nauwkeurige metingen van trillingsniveaus in de bodem rondom windturbines". Fijnstof Windturbines stoten uiteraard zelf geen fijnstof uit.

Fijnstof is vooral afkomstig van wegverkeer en industrie. Windturbines hebben (mogelijk) een effect op de verspreiding van fijnstof doordat de wind in de zog achter de windmolen een hogere mate van turbulentie bevat, waardoor het verspreidingsgebied vergroot kan worden. Voor de beoogde windturbine is er gezien de afstand tot luchtverontreinigende bronnen zoals verkeer en industrie geen sprake van een significant effect door windturbines op de verspreiding van uitstoot van fijnstof. Neodymium In zienswijzen wordt regelmatig aandacht gevraagd voor het gebruik van neodymium in windturbines, ook in relatie tot gezondheid. Neodymium is een zeldzaam aardmetaal en wordt naast het gebruik in mobiele telefoons en elektrische fietsen ook gebruikt voor de permanent magneten in windturbines met een 'direct drive' mechanisme (zonder tandwielkast). In bepaalde gebieden waar neodymium wordt gewonnen wordt gerapporteerd over gezondheidseffecten ter plaatse als gevolg van de verwerking van de radioactieve materialen die bij de winning van neodymium vrijkomen. Er is echter geen bewijs voor een relatie tussen de aanwezigheid van neodymium in windturbines en gezondheidseffecten op omwonenden. Neodymium zelf is geen radioactief materiaal.

SF6 gas De Telegraaf concludeert in het artikel van 29 oktober 2019 (Windmolen lekt schadelijk gas) dat het toenemend gebruik van het gas zwavelhexafluoride - SF6 - een onbedoeld, maar direct gevolg is van de transitie naar duurzame energie. Het artikel baseert zich op een bericht van de BBC waarin een studie door de Cardiff University naar het Britse elektriciteitsnet wordt 48

"Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden", GGD Informatieblad medische milieukunde Update 2013; RIVM rapport 200000001/2013. Geraadpleegd van: http://www.rivm.nl/ Brief van Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu aan de Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, 33 612, nr. 22

49

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

51

aangehaald. Hierin wordt gesteld dat de toename in het gebruik van SF6 een direct gevolg is van de groei van duurzame energiesector. Het klopt dat SF6 wordt toegepast in uiteenlopende onderdelen van het energiesysteem om kortsluiting te voorkomen. Andere fluoride-gassen worden gebruikt in verhittings- en koelapparatuur, zoals koelkasten, warmtepompen en airconditioners. Het BBC artikel stelt dat SF6 voornamelijk door lekkages terechtkomt in de atmosfeer. Bij windturbines kunnen deze lekkages ontstaan door mechanisch falen, slijtage van machines of tijdens onderhoud of ontmanteling van een windturbine. Ter voorkoming van vrijkomen van SF6 in de atmosfeer wordt het bij reparatie en ontmanteling afgevangen. Vervolgens wordt het hergebruikt in nieuwe apparaten. Onderzoek van WindEurope50 wijst uit dat alle 100.000 windturbines in Europa jaarlijks naar schatting 150 kilo aan SF6 lekten in de afgelopen zes jaar. Dit staat gelijk aan een jaarlijkse uitstoot van 3.525 ton CO2. Om dit in perspectief te plaatsen: deze 100.000 windturbines bespaarden in dat jaar 255 miljoen ton aan CO2 door 336 TWh aan groene stroom op te wekken. De lekkage van SF6 vormt dan ook slechts fractie, namelijk 0,001%, van de vermeden uitstoot van CO2. Er is geen bewijs voor een relatie tussen de eventuele (zeer minimale) lekkage van SF6 uit windturbines en gezondheidseffecten op omwonenden.

Windturbines zorgen juist voor een groot aandeel in vermeden emissies van CO2 omdat de elektriciteit duurzaam wordt opgewekt. Desondanks is het de verantwoordelijkheid van de windsector om het gebruik van SF6 waar mogelijk te verminderen en waar dit om praktische redenen niet mogelijk is te zorgen dat het risico op lekkages zo klein mogelijk is. Diverse alternatieven voor SF6 worden momenteel onderzocht, zoals nieuwe combinaties van schone gassen. Conclusie Windturbines kunnen bij individuen wel tot het ervaren van hinder leiden, en daardoor indirect tot gezondheidseffecten leiden. Er is echter geen rechtstreeks verband tussen windturbines en gezondheidseffecten aangetoond. Economische aspecten kunnen van invloed zijn op de ervaring van hinder door windturbines. Gelet op de uitkomsten van de onderzoeken naar de effecten op de omgeving kan geconcludeerd worden dat de windturbine gerealiseerd kan worden binnen de geldende wet- en regelgeving als ook dat er voor de desbetreffende aspecten sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Er is daarnaast sprake van een zorgvuldig ruimtelijk ontwerp en het ontwerp voldoet aan het vigerend beleid. Er is voor het aspect gezondheid dan ook sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Eindconclusie In voorgaande hoofdstukken en paragrafen zijn de resultaten van onderzoek naar de verschillende relevante omgevingswaarden (milieuaspecten, maar ook bijvoorbeeld het aspect gezondheid) beschreven voor het plan en haar omgeving. Samengevat wordt het volgende geconcludeerd: 50

https://windeurope.org/newsroom/news/wind-energy-and-sf6-in-perspective/

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

52

De beoogede windturbine past binnen het gemeentelijke, regionale (RES), provinciale en ruimtelijke rijksbeleid en geeft mede invulling aan de duurzaamheidsdoelstellingen van zowel Rijk, provincie als gemeente.

Op basis van de inhoudelijke onderzoeken naar de omgevingswaarden wordt voor alle milieuaspecten geconcludeerd dat aan de geldende wet- en regelgeving wordt voldaan. De toetsing van milieuaspecten in het kader van een goede ruimtelijke ordening gaat verder dan alleen maar een toetsing aan geldende wet- en regelgeving, omdat er ook sprake kan zijn van cumulatie van effecten of bijvoorbeeld effecten waarvoor geen wettelijke normen bestaan. Aspecten zoals geluid, slagschaduw, (externe) veiligheid en landschap zijn voor de omgeving het meest relevant en zwaarwegend voor de realisatie van een windturbine. Met het aspect gezondheid is impliciet rekening gehouden bij het bepalen van de normen voor deze milieuthema's. Voor alle relevante thema’s geldt dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en daarmee en goede ruimtelijke ordening.

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

53

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Kostenverhaal Krachtens de Wet ruimtelijke ordening, waarin in afdeling 6.4 bepalingen zijn opgenomen betreffende de grondexploitatie, geldt de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Besluit ruimtelijke ordening. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is kostenverhaal verplicht in geval van: 

de bouw van één of meer woningen en hoofdgebouwen;

uitbreidingen van gebouwen met ten minste 1.000 m2 of met één of meer woningen;

de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd;

één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren bij ingebruikname voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte ten minste 1.000 m2 bedraagt;

de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2.

De voorliggende goede ruimtelijke onderbouwing voorziet in de realisatie van een enkele windturbine en de mogelijk daarbij behorende voorzieningen. Aangezien hiermee sprake is van de bouw van een hoofdgebouw zoals bedoeld in artikel 6.2.1. sub b van het Besluit ruimtelijke ordening, is kostenverhaal verplicht. In het kostenverhaal wordt voorzien middels een anterieure overeenkomst, waarin onder andere voorzien wordt in planschade. Vastgelegd is dat initiatiefnemers eventuele planschade aan de gemeente vergoeden wanneer planschade wordt vastgesteld. Planschade Bij ruimtelijke ontwikkelingen kan planschade ontstaan. De Wro voorziet in een regeling voor vergoeding van planschade. Op basis van artikel 6.1 Wro wordt aan degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van de afwijking van het bestemmingsplan, tegemoet gekomen, wanneer de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet anderszins is verzekerd. Een aanvraag voor een tegemoetkoming in schade ten gevolge van de afwijking van het bestemmingsplan, kan bij het bevoegd gezag van dat plan (de gemeente) worden ingediend binnen de periode van 5 jaar na het onherroepelijk worden van het besluit tot afwijking van het bestemmingsplan.

Financiële uitvoerbaarheid Het initiatief wordt gefinancierd door de initiatiefnemers. De investeringen voor de aanleg van de windturbines, toegangswegen, kabels en transformatorstations worden gedragen door de initiatiefnemers. De initiatiefnemers verdienen de investeringen terug door de verkoop van de opgewekte elektriciteit. Voor de totstandkoming van deze windturbine zal een subsidie op grond van de Subsidieregeling Duurzame Energie (SDE++) aangevraagd worden, waarmee de zogeheten onrendabele top van de elektriciteitsproductie van dit windpark via een bedrag per aan het elektriciteitsnet geleverde kilowattuur wordt gecompenseerd. Met de SDE++ vult het Rijk de elektriciteitsopbrengsten voor de initiatiefnemer aan tot het basisbedrag dat nodig is om de investering terug te kunnen verdienen binnen een redelijke termijn.

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

54

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Ter voldoening aan de maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt in dit hoofdstuk inzicht gegeven in de wijze waarop draagvlak is gecreëerd, inspraak is verleend of anderszins de omgeving is geïnformeerd en betrokken bij de planvorming, als ook welke partijen zijn betrokken. Wanneer omwonenden bijvoorbeeld ook (financieel) kunnen participeren in een windontwikkeling, kan het lokale draagvlak voor windenergie toe nemen. Het betreft de vervanging van de lokale dorpsmolen welke al meer dan 25 jaar op deze locatie heeft gestaan. De molen is in bezit van de lokale vereniging “Moleferiening “Ut’e lijte” in Hitzum. De financiële opbrengsten worden verdeeld onder de leden, en daarnaast worden in overleg met omwonenden lokale projecten en initiatieven gesteund. Voorbeelden van projecten in het verleden zijn het opknappen van It Boartersplak, het verbouwen van het dorpshuis, het uitdelen van ledlampen aan alle huishoudens, het delen van een elektrische dorpsauto of het meefinancieren van meer dan 170 zonnepanelen.

720144 | Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Pondera Consult

55

Bijlage 1

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw WT Hitzum

Moleferiening Ut ‘e Lijte 720144 | v0.2 21-2-2022

Pondera

Colofon

Hoofdvestiging Nederland

Soort document

Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 – pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com

Postadres

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw

Projectnaam WT Hitzum

Postbus 919 6800 AX Arnhem

Versienummer

Vestiging South East Asia

Datum

Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia

Vestiging North East Asia

Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea

v0.2

21-2-2022

Project nummer 720144

Opdrachtgever

Moleferiening Ut ‘e Lijte

Auteur

Stefan Flanderijn

Nagekeken door Dion Oude Lansink

Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera is niet aansprakelijk voor gederfde inkomsten of schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schriftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever.

De Rechtsverhouding opdrachtgevers – architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.Pondera werkt met een kwaliteitsmanagementsysteem dat door EIK gecertificeerd is volgens de ISO 9001:2015 norm.

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 1.2

2

Akoestisch onderzoek 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

3

3

Beoordeling ______________________________________________________________ 3 Invoer rekenmodel _________________________________________________________ 4 Windaanbod ______________________________________________________________ 5 Geluidbron Vestas V80-2.0MW _______________________________________________ 6 Rekenresultaten ___________________________________________________________ 7 Beoordeling ______________________________________________________________ 8

Onderzoek slagschaduw 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

1

Beschrijving van de locatie __________________________________________________ 1 Regelgeving ______________________________________________________________ 2

9

Normstelling ______________________________________________________________ 9 Slagschaduwgebied ________________________________________________________ 9 Potentiële slagschaduw _____________________________________________________ 9 Rekenresultaten __________________________________________________________ 11 Hinderduur bij woningen ___________________________________________________ 12 Maatregelen _____________________________________________________________ 12

4 Conclusie Bijlage 1 Verklarende begrippenlijst Bijlage 2 Objecten rekenmodel akoestiek Bijlage 3 Situering objecten rekenmodel akoestiek Bijlage 4 Rekenresultaten akoestiek Bijlage 5 Geluidcontour 47 dB Lden Bijlage 6 Geluidcontour 41 dB Lnight Bijlage 7 In- en uitvoergegevens slagschaduw Bijlage 8 Slagschaduwcontouren

14 15 17 20 22 23 26 29 31

1 Inleiding Moleferiening Ut ‘e Lijte (vereniging Dorpsmolen Hitzum) is voornemens om een windturbine te realiseren ter vervanging van een bestaande windturbine te Hitzum. Deze rapportage richt zich op de onderzoeken voor akoestiek en slagschaduw voor dit windpark. Deze onderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de vergunningaanvraag en de melding Activiteitenbesluit. De coördinaten van de locatie van de bestaande windturbine en de beoogde nieuwe locatie zijn hieronder weergegeven in Tabel 1.1. De bestaande windturbine betreft een Micon M700/225. De nieuwe windturbine heeft een maximale rotordiameter van 80 meter en een maximale tiphoogte van 100 meter. Tabel 1.1 Coördinaten huidige en beoogde locatie in RD Windturbine

X

Y

Huidige locatie

162892

575065

Beoogde locatie

162863

575085

In het kader van het akoestisch onderzoek is gerekend met een windturbine met een hoge geluidemissie voor zijn formaat. In het onderzoek naar slagschaduwhinder wordt gerekend met maximale afmetingen om de maximale effecten inzichtelijk te maken. Tevens wordt een vergelijking gemaakt met de geluid- en slagschaduweffecten die in de huidige situatie optreden.

1.1 Beschrijving van de locatie De windturbine is op circa 800 meter gesitueerd ten zuidwesten van Hitzum en op circa 1800 meter ten noordoosten van Achlum. Binnen een afstand van 2 kilometer vanaf de windturbinelocatie staan geen andere windturbines. De omgeving bestaat voornamelijk uit grasland. In Figuur 1.1 is de locatie van de beoogde windturbinelocatie en de huidige windturbine weergegeven.

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 1

Figuur 1.1 Ligging windturbinelocatie

1.2 Regelgeving Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de ABRvS) een uitspraak gedaan in de zaak Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (DZU) over -samengevat - de vraag of voor het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer een plan-MER-plicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn 1. De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling moet worden gemaakt van de gevolgen voor het milieu. Die beoordeling zal in eerste instantie door het Rijk worden opgesteld. Totdat die beoordeling is gemaakt mogen de algemene normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zonder meer worden gebruikt bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een nieuw bestemmingsplan of vergunning van een windpark. Omdat het initiatief de realisatie van één windturbine betreft, kan er nog wel worden getoetst aan de normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling.

1

ECLI:NL:RVS:2021:1395 Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 2

2 Akoestisch onderzoek 2.1 Beoordeling 2.1.1 Normstelling Volgens artikel 3.14a eerste lid van het Activiteitenbesluit wordt het geluidniveau vanwege een windturbine of een combinatie van windturbines dat optreedt op de gevels van gevoelige gebouwen en geluidgevoelige terreinen getoetst aan de waarden Lden=47 dB en Lnight=41 dB, tenzij deze zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein. Bij de toepassing van artikel 3.14a, tweede lid van het Activiteitenbesluit, wordt geen rekening gehouden met een windturbine of een combinatie van windturbines die behoort tot een andere inrichting waarvoor onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel een vergunning in werking en onherroepelijk was. Dit overgangsrecht (Activiteitenbesluit artikel 3.14a, vijfde lid) geldt voor windturbines met een vergunning van voor 1 januari 2011. Dit betekent dat windturbines van voor 1 januari 2011 niet mogen worden betrokken bij maatwerkvoorschriften op grond van cumulatie.

2.1.2 Overige beoordeling Cumulatie met andere windturbines

De geluidnormen in het Activiteitenbesluit gelden per inrichting. Het bevoegd gezag kan maatwerk voorschrijven wanneer de cumulatieve geluidbelasting van windturbines boven de waarden Lden=47 dB en Lnight=41 dB komt. Dit betreft slechts de cumulatieve geluidbelasting veroorzaakt door windturbines, dus niet de cumulatieve geluidbelasting als gevolg van andere geluidbronnen (bijv. industrielawaai, wegverkeer). Er mag voor wat betreft het opstellen van mogelijke maatwerkvoorschriften enkel rekening worden gehouden met de bestaande turbines met een vergunning van na 2011, zie paragraaf 2.1.1. Omdat er binnen een straal van 2 km geen andere windturbines aanwezig zijn, is cumulatie van windturbinegeluid niet beschouwd.

Laagfrequent geluid

Er is geen algemeen geaccepteerd normstelsel voorhanden waarmee laagfrequente geluidhinder kan worden geobjectiveerd. Laagfrequent geluid (LFG) is geluid in het voor mensen laagst hoorbare frequentiegebied, onder 200 Hz. Windturbines stralen, net als de meeste geluidbronnen, ook laagfrequent geluid uit. Het RIVM heeft op verzoek van de GGD-en de invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden door windturbines onderzocht 2. Uit dit onderzoek blijkt dat windturbines weliswaar laagfrequent geluid produceren maar dat er geen bewijs bestaat dat dit een factor van belang is. Er is geen aparte beoordeling nodig bovenop de bescherming die de A-gewogen normstelling op basis van dosis-effectrelatie reeds biedt. De mate van bescherming en de normering worden eveneens beschouwd in een literatuuronderzoek 3 naar laagfrequent geluid van windturbines van Agentschap NL. Ook hier zijn geen aanwijzingen dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt.

Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden, GGD Informatieblad medische milieukunde Update 2013; RIVM-rapport 200000001/2013. 3 Literatuuronderzoek laagfrequent geluid windturbines, LBP Sight in opdracht van Agentschap NL, projectnummer DENB 138006 september 2013. 2

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 3

Tenslotte is door de Staatsecretaris van Infrastructuur en Milieu, mede namens de minister van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu over het onderwerp laagfrequent geluid van windturbines een brief aan de Tweede kamer gestuurd 4. Deze brief baseert zich onder andere op bovengenoemd onderzoek van het RIVM waarin wordt gesteld dat: •

laagfrequent geluid bij windturbines in samenhang met hogere frequenties wordt gehoord en niet afzonderlijk hiervan;

•

dit impliceert tevens dat de effecten van laagfrequent geluid op mensen niet anders zullen zijn dan effecten van geluid met hogere frequenties zoals hinder, slaapverstoring, moeheid, concentratieproblemen en dergelijke;

•

voor beweringen dat laagfrequent geluid van windturbines allerlei klinische ziekten bij mensen kan veroorzaken is geen betrouwbare bewijsvoering aangetroffen, hetgeen in lijn is met de voorgaande inzichten;

•

het feitelijke aandeel laagfrequent geluid in het brongeluid van een windturbine gering is. Daarom is ook het aandeel in de geluidbelasting op een woninggevel gering;

•

bij het groter worden van turbines (tot 5 of 7,5 MW) zal dit aandeel met hooguit 1 à 2 dB toenemen. Het bij de Nederlandse norm voor windturbinegeluid voorgeschreven reken- en meetvoorschrift is goed in staat om hiermee rekening te houden zodat een correcte toetsing aan de norm mogelijk is;

•

de Deense norm voor laagfrequent windturbinegeluid in het binnenmilieu van een woning geen extra bescherming biedt ten opzichte van de Nederlandse norm voor de gevelbelasting in geval van een standaard geïsoleerde woning.

Op grond van de brief van de Staatssecretaris kan worden gesteld dat toetsing aan de standaard Nederlandse geluidnormen (zoals in dit rapport gebeurt) tevens voldoende bescherming biedt tegen laagfrequent geluid. Het is dan ook niet noodzakelijk onderzoek uit te voeren naar laagfrequent geluid voor het windpark.

2.2 Invoer rekenmodel Van de situatie is een akoestisch rekenmodel opgesteld met behulp van het programma Geomilieu® versie V2021.1. Hiermee zijn de jaargemiddelde geluidniveaus berekend. De modellering en de overdrachtsberekening zijn uitgevoerd conform het Reken- en meetvoorschrift windturbines. De geometrie van de omgeving is vastgesteld aan de hand van kaartmateriaal (BAG, TOP10NL), luchtfoto’s, aangeleverde documentatie en telefonisch verkregen informatie. In het gebied zijn bodemgebieden standaard aangeduid als akoestisch absorberend (B=0,9). Relevante wegen, wateroppervlakken en terreinen met een verhard oppervlak zijn aangeduid als akoestisch reflecterend (B=0). De windturbines zijn akoestisch gemodelleerd met drie rondom uitstralende puntbronnen (dag, avond en nachtemissie) ter hoogte van de rotoras. De geluidberekeningen ten behoeve van de geluidcontouren worden uitgevoerd op een raster van rekenpunten op een hoogte van 5 meter boven het maaiveld. Daarmee worden geluidcontouren bepaald, 4 Brief d.d. 31 maart 2014, betreft laagfrequent geluid van windturbines, kenmerk IenM/bsk-2014/44564, staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Wilma J. Mansveld.

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 4

ofwel lijnen waar de geluidbelasting overal dezelfde waarde heeft. Daarnaast wordt voor een set referentiewoningen de geluidbelasting bepaald. Wanneer bij deze woningen wordt voldaan aan de geluidnorm, zal ook ter plaatse van verder gelegen woningen worden voldaan. De referentiewoningen zijn representatief voor de situatie en zijn hieronder weergegeven in Tabel 2.1. Tabel 2.1 Referentiewoningen Toetspunt

Adres

Afstand tot nieuwe windturbine [m]

Afstand tot huidige windturbine [m]

1

Sopsum 2

350

380

2

Wester-Hitzum 1

610

620

3

Achlumerweg 4

480

470

4

Kerkbuurt 30

790

760

5

Hitzumerweg 1

460

450

De toetspunten hebben een beoordelingshoogte van +5 m boven het plaatselijke maaiveld 5.Op elk toetspunt is het jaargemiddelde geluidniveau berekend. Het rekenresultaat is conform de wettelijke norm het invallende geluidniveau (dat wil zeggen zonder reflectie van de achterliggende eigen gevel).

2.3 Windaanbod De jaargemiddelde bronsterkte LE van een windturbine is afhankelijk van de optredende windsnelheden op ashoogte. Door het KNMI zijn gegevens gepubliceerd over de distributie van voorkomende windsnelheden op 10 tot 260 m hoogte. Deze KNMI-gegevens zijn gebaseerd op langjarige windstatistiek. Deze distributies zijn gespecificeerd voor de dag-, de avond- en de nachtperiode. De data zijn gebaseerd op het meteo-model van het KNMI en beschikbaar op raster-punten over geheel Nederland 6. Voor de geluidberekeningen is uitgegaan van de windverdeling op maximale ashoogte (60 m). In Figuur 2.1 is de windverdeling weergegeven op 60 m ashoogte voor de dag-, avond- en nachtperiode. Windsnelheden boven 20 m/s zijn hier niet weergegeven omdat de kans dat deze voorkomen erg laag is, echter de berekening houdt er wel rekening mee.

https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/duurzame-energie-opwekken/windenergie-op-land/milieu-enomgeving/geluid/rekenen 6 Activiteitenregeling milieubeheer Bijlage 4, Reken- en meetvoorschrift windturbines, §3.4.3 bepaling windsnelheidsverdeling. 5

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 5

Figuur 2.1 Voorkomende windsnelheden op ashoogte +60 m

2.4 Geluidbron Vestas V80-2.0MW Vestas heeft geluidgegevens van de Vestas V80-2.0MW turbine beschikbaar gesteld 7. De bronsterkten zijn gerapporteerd bij windsnelheden op ashoogte van 6 tot en met 18 m/s. Het gebruikte octaafspectrum is gegeven 8 bij een windsnelheid van Vas=11 m/s. De maximale bronsterkte bedraagt 105,2 dB(A) en treedt op bij windsnelheden op ashoogte vanaf 11 m/s. De gerapporteerde bronsterkten van de Vestas V80-2.0MW turbine (grijze staven in Figuur 2.2) zijn omgerekend naar jaargemiddelde bronsterkten in relatie tot de windsnelheid op een ashoogte van 60 m.

7 8

General Specification V80-2.0 MW 50 Hz VCS, Document no.: 0004-7878 V09, 2012-08-10 V80-2.0 MW 105.1dB Noise emission acc. to IEC 61400-11, Item no.: 944484.R0, date 23-5-2001 Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 6

Figuur 2.2 Verdeling bronsterkten Vestas V80-2.0MW, ashoogte +60 m

Ter informatie: in de grafiek zijn ook de bedrijfsduurgecorrigeerde bronsterkten weergegeven per windsnelheidsklasse voor de dag, de avond en de nacht. De gele, blauwe en rode staven representeren de bronsterkten gecorrigeerd voor het percentage van de tijd dat de betreffende windsnelheidsklasse optreedt. Cumulatie van deze bronsterkten over alle windsnelheidsklassen levert de jaargemiddelde bronsterkten op. Deze waarden LW,j variëren en bedragen voor een ashoogte van 60 meter 101,3, 100,8 en 100,9 dB(A) voor respectievelijk de dag, de avond en de nacht.

2.5 Rekenresultaten Voor de referentiewoningen worden in de volgende paragrafen de jaargemiddelde geluidniveaus Lnight en Lden gegeven die optreden op +5 m hoogte. De Lden is het tijdgewogen gemiddelde van: •

Het jaargemiddelde geluidniveau in de dag Lday;

•

Het jaargemiddelde geluidniveau in de avond Leven vermeerderd met 5 dB;

•

Het jaargemiddelde geluidniveau in de nacht Lnight vermeerderd met 10 dB.

In Tabel 2.2 zijn voor de referentiewoningen de jaargemiddelde geluidniveaus Lnight en Lden gegeven in dB(A). De rekenresultaten zijn opgenomen in Bijlage 4 en geluidcontouren van Lnight en Lden zijn opgenomen in respectievelijk Bijlage 6 en Bijlage 5. Dit is voor zowel de bestaande als de nieuwe windturbine gedaan.

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 7

Tabel 2.2 Rekenresultaten [dB(A)] Micon M700/225

Vestas V80

Lnight

Lden

Lnight

Lden

Sopsum 2

31

38

38

44

2

Wester-Hitzum 1

26

32

33

39

3

Achlumerweg 4

29

36

35

41

4

Kerkbuurt 30

23

30

30

36

5

Hitzumerweg 1

28

35

36

42

Toetspunt

Adres

1

2.6 Beoordeling De resultaten in Tabel 2.2 laten zien dat de geluidnorm van Lden=47 dB en Lnight=41 dB niet wordt overschreden bij nabijgelegen geluidgevoelige objecten. Er kan ruimschoots worden voldaan aan de geluidnorm uit het Activiteitenbesluit. Ten opzichte van de geluidbelasting van de bestaande windturbine neemt de geluidbelasting toe met 5-7 dB Lden.

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 8

3 Onderzoek slagschaduw 3.1 Normstelling Schaduweffecten van een draaiende windturbine kunnen hinder veroorzaken bij mensen. De maximale flikkerfrequentie, het contrast en de tijdsduur van blootstelling zijn van invloed op de mate van hinder die ondervonden kan worden. Bekend is dat flikkerfrequenties onder 2,5 Hz niet schadelijk zijn (veroorzaken niet potentieel epileptische aanvallen bij daarvoor gevoelige personen). Flikkerfrequenties tussen 2,5 Hz en 14 Hz kunnen als erg storend worden ervaren. Deze frequenties worden in de praktijk door gangbare windturbines niet bereikt. Een groter verschil tussen licht en donker (meer contrast) wordt als hinderlijker ervaren. Verder speelt de blootstellingsduur een grote rol bij de beleving. In artikel 3.12 van de naar ministeriële regeling te stellen maatregelen moet een windturbine worden voorzien van een automatische stilstandsvoorziening die de windturbine afschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten voor zover de afstand tussen de turbine en de woning minder bedraagt dan twaalf maal de rotordiameter en gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten slagschaduw kan optreden. In het kader van dit onderzoek wordt dit artikel als volgt geïnterpreteerd: •

Bij de beoordeling worden alleen woningen van derden betrokken;

•

De eventuele schaduw van turbines op een grotere afstand dan twaalf maal de rotordiameter wordt verwaarloosd;

•

Schaduw bij een zonnestand lager dan vijf graden wordt als niet-hinderlijk beoordeeld. Bij zonsopkomst en zonsondergang is het licht vrij diffuus en wordt de turbine vaak aan het zicht onttrokken door gebouwen en begroeiing;

•

Bij een windpark worden de schaduwduren en schaduwdagen van afzonderlijke turbines opgeteld voor zover de schaduwen elkaar niet overlappen;

•

Er is geen stilstandsvoorziening op een turbine nodig als de gemiddelde duur van hinderlijke schaduw minder is dan 6 uur per jaar. Dit is een strengere beoordeling dan volgens het volgens het Activiteitenbesluit omdat volgens deze op 17 dagen per jaar de hinderduur van zonsopgang tot zonsondergang meer dan 20 minuten mag bedragen en op alle overige dagen in het jaar de hinderduur door slagschaduw minder dan 20 minuten mag bedragen. Opgeteld kan de norm uit het Activiteitenbesluit dus een langere slagschaduwduur opleveren dan 6 uur per jaar.

3.2 Slagschaduwgebied Bij de opkomst en de ondergang van de zon kan de schaduw van een turbine aan de westkant en aan de oostkant ver reiken. Op afstanden groter dan twaalf maal de rotordiameter wordt de slagschaduw echter niet meer als hinderlijk beoordeeld. Aan de noordzijde wordt het schaduwgebied begrensd omdat de zon in het zuiden altijd hoog staat. Aan de zuidzijde treedt nooit schaduw op omdat de zon nooit in het noorden staat.

3.3 Potentiële slagschaduw Op basis van de turbineafmetingen, de gang van de zon op deze locatie en een minimale zonshoogte van vijf graden, zijn de dagen en tijden berekend waarop slagschaduw kan optreden. De gang van de zon is voor alle dagen van het jaar bepaald met een astronomisch rekenmodel waarbij rekening is gehouden met de betreffende locatie (noorderbreedte en oosterlengte) op de aarde. De potentiële schaduwduur is een theoretisch maximum. Hieruit is de verwachte hinderduur berekend door het toepassen van correcties. Als Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 9

gevolg van deze correcties is de verwachte hinderduur aanmerkelijk korter dan de potentiële schaduwduur. De potentiële schaduwduur is nauwkeurig te berekenen, afhankelijk van de nauwkeurigheid van de invoer van de geometrie (positie en afmeting van de turbine en positie van de woningen) en van de nauwkeurigheid waarmee de zonnestand wordt bepaald. De correcties om te komen tot de verwachte hinderduur zijn echter een voorspelling op basis van de geschiedenis. De meteogegevens zijn bepaald op basis van gemiddelde gemeten data over twintig jaar. De verwachting is dat in de toekomst deze gemiddelden over langere perioden hier niet in grote mate van af zullen wijken.

3.3.1 Zonneschijn Schaduw is er alleen als de zon schijnt. Deze correctie is gebaseerd op het percentage van de daglengte dat de zon gemiddeld schijnt in dit gebied en in de betreffende maand. De percentages worden ontleend aan meerjarige data van het nabijgelegen meteostation Leeuwarden. Figuur 3.1 Percentage zonneschijn Leeuwarden

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 10

3.3.2 Oriëntatie Het rotorvlak staat niet altijd haaks op de schaduwrichting waardoor de hinderduur wordt beperkt. Als het rotorvlak evenwijdig staat aan de schaduwrichting treedt er geen of nauwelijks lichtflikkering op. Afhankelijk van de richting waar de windturbine staat ten opzichte van woning ligt de deze correctie tussen circa 55% en 75%. Deze correctie is gebaseerd op de distributie van de voorkomende windrichtingen. De percentages worden ontleend aan meerjarige data van meteostations waarbij alleen de windsnelheden boven 2 m/s (op 10 meter hoogte, overeenkomend met circa 3 m/s op ashoogte) zijn betrokken.

Figuur 3.2 Distributie windrichtingen bij windsnelheid > 2 m/s

3.4 Rekenresultaten Bij de beoordeling van slagschaduw is geen rekening gehouden met obstakels in de omgeving die zich kunnen bevinden tussen de windturbines en de toetsobjecten. In de praktijk kunnen er zich daarnaast nog locatie specifieke beplanting en gebouwen bevinden die de slagschaduw beperken. Een dergelijk detailniveau is hier niet meegenomen. De hoeveelheid slagschaduw is daarmee ‘worst case’ bepaald. Bij de beoordeling van slagschaduwhinder wordt uitgegaan van de worst-case aanname dat de gehele gevel van een woning boven een hoogte van 50 cm uit raam bestaat. Daarbij is aangenomen dat de gevelhoogte bij woningen 5 m bedraagt en voor de geprojecteerde breedte van het gevelvlak is 8 m aangehouden. Voor de weergave van contouren op kaart wordt door het rekenprogramma automatisch uitgegaan van een rekenraster waarop per rasterpunt de schaduwduur wordt berekend op een oppervlak van 1 m2. Daardoor kan het voorkomen dat een woning welke op of net buiten de 6 uurscontour is gelegen meer dan de 6 uur aan slagschaduw ondervindt. Immers, voor de berekeningen op de toetspunten wordt uitgegaan van een veel groter beschenen verticaal oppervlak van 8,0 x 4,5 meter. De ervaring leert dat de contouren van 5 uur per m2 een goede weergave zijn van 6 uur per gevel/woning.

Er wordt tevens gekeken naar de 15-uurscontour (wederom per m2, komt overeen met 16 uur per jaar per gevel) om informatie te geven over de optredende slagschaduwduren binnen de zes uurscontour voor zowel toetspunten als op locaties waar geen toetspunt aanwezig is. De kaart is dus nadrukkelijk niet geschikt voor het toetsen aan normen, maar voor de woningen die buiten de 5-uur (per m2) contour liggen kan met zekerheid gesteld dat aan de normen uit het Activiteitenbesluit wordt voldaan. Voor woningen die binnen deze contour liggen kan met een toetspuntberekening worden aangetoond of de hinder voldoet aan de norm. Voor de bestaande en de nieuwe windturbine zijn de schaduwduren in het omliggende gebied berekend per turbine en voor de nieuwe turbines tezamen. In Bijlage 8 is met een groene, rode en grijze isolijn aangegeven waar de totale jaarlijkse verwachte hinderduur respectievelijk 0, 6 of 16 uur bedraagt per gevel.

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 11

3.5 Hinderduur bij woningen Voor de referentiewoningen is de verwachte slagschaduw per jaar voor de bestaande windturbine en de te realiseren windturbine weergegeven in Tabel 3.1. De bijbehorende slagschaduwcontouren zijn te vinden in Bijlage 8. Tabel 3.1 Verwachte slagschaduwduur [uu:mm per jaar] Toetspunt

Adres

Micon M700/225 [uu:mm]

Vestas V80 [uu:mm]

1

Sopsum 2

--

10:36

2

Wester-Hitzum 1

--

--

3

Achlumerweg 4

--

5:30

4

Kerkbuurt 30

--

0:47

5

Hitzumerweg 1

--

--

--: geen slagschaduw

Er treedt na realisatie van de nieuwe windturbine ter plaatse van een enkel toetspunt meer slagschaduw op dan gemiddeld 6 uur per jaar. Omdat de woningen op een afstand van meer dan twaalf maal de rotordiameter van de huidige windturbine zijn gesitueerd, treedt er in de huidige situatie geen hinderlijke slagschaduw op. Voor woningen (zowel referentietoetspunten als andere woningen) waarbij meer dan de voorgestelde 6 uur slagschaduwhinder per jaar optreedt, kan de slagschaduwhinder worden beperkt middels een stilstandregeling tot het niveau waarop wordt voldaan aan de normstelling uit het Activiteitenbesluit (zie paragraaf 3.1). Zie ook de dikgedrukte waarden in Tabel 3.1. Bij de bepaling van de schaduwduren is geen rekening gehouden met eventuele beplanting, gebouwen en kunstwerken in de omgeving die het zicht kunnen belemmeren. Hierdoor kan de hinder in de praktijk nog verder worden beperkt. Binnen een afstand van circa 367 m van de windturbine kan de zon volledig bedekt worden door een rotorblad 9. De rotor moet dan haaks staan op de richting van de zon. De schaduw is dan maximaal en wordt als meer hinderlijk ervaren. Op grotere afstanden is de schaduw nooit volledig. De frequenties van de lichtflikkeringen liggen tussen 0,4 en 0,8 Hz en ligt hiermee onder de 2,5 Hz dat als erg storend wordt ervaren en schadelijk kan zijn.

3.6 Maatregelen De windturbine zal worden uitgerust met een stilstandsvoorziening om te voldoen aan de wettelijke norm, zowel op de referentiewoningen als op andere woningen waarop de norm wordt overschreden. In de turbinebesturing worden hiervoor blokken van dagen en tijden geprogrammeerd waarop de rotor wordt gestopt indien de zon schijnt en de turbine draait omdat er op die momenten slagschaduw valt op woningen waar de betreffende turbine bijdraagt aan een overschrijding van de norm. Een dergelijke voorziening leidt tot enig productieverlies. De totale stilstandsduur kan met een zonneschijnsensor beperkt worden door de turbine alleen te stoppen op geprogrammeerde tijden indien ook tegelijkertijd de zon 9

Uitgaande van een maximale breedte van het rotorblad van 3,52 m. Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 12

schijnt. Wanneer de zon niet schijnt zal er ook geen sprake zijn van slagschaduw en kan de turbine door blijven draaien. Wanneer de definitieve keuze van het turbinetype bekend is zal er een stilstandskalender worden bepaald waarmee de stilstandsvoorziening van de turbines kan worden geprogrammeerd.

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 13

4 Conclusie In opdracht van Sun & Wind Factory is een akoestisch onderzoek en een onderzoek naar slagschaduw uitgevoerd voor de te realiseren windturbine nabij Hitzum. Voor het akoestisch onderzoek is gerekend met windturbines met een hoge geluiduitstraling. Voor het onderzoek naar slagschaduwhinder is gerekend met turbines met maximale afmetingen.

Akoestisch onderzoek

De geluidsbelasting is bepaald in de omgeving. Er kan worden voldaan aan de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer van 47 dB Lden en 41 dB Lnight. De maximale geluidbelasting ter plaatse van geluidgevoelige objecten bedraagt 44 dB Lden. Ten opzichte van de bestaande windturbine neemt de geluidbelasting toe met circa 5-7 dB Lden.

Onderzoek naar slagschaduw

Bij een enkel toetspunt treedt gemiddeld meer dan 6 uur per jaar aan slagschaduw op. Daarmee is overschrijding van de norm (niet meer dan gemiddeld 17 dagen per jaar met meer dan 20 minuten slagschaduw) mogelijk. Door een automatische stilstandvoorziening in te regelen waarmee er gemiddeld niet meer dan 6u per jaar aan slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige gebouwen wordt normoverschrijding voorkomen. De slagschaduwduur ter plaatse van gevoelige gebouwen bedraagt met stilstandsvoorziening dan maximaal gemiddeld 6u per jaar en is daarmee minder dan gemiddeld 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag. In de huidige situatie is er geen sprake van hinderlijke slagschaduw vanwege de afstand van meer dan 360 meter (twaalf maal de rotordiameter van de huidige windturbine) tot woningen. De stilstandsregeling leidt enigszins tot een productieverlies van de windturbine.

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 14

Bijlage 1 Verklarende begrippenlijst Bronsterkte

Het geluid dat de windturbine op ashoogte produceert ter plaatse van de turbine.

Daglengte

De tijd tussen opkomst en ondergang van de zon.

Dosis-effectrelatie

De relatie/ verhouding tussen meer of minder blootstelling aan een bepaalde belasting en het effect hiervan op de hinder/ gezondheid bij een mens.

Flikkerfrequentie

Het aantal passages per seconde van een rotorblad. Flikkerfrequenties boven 2,5 Hz (2,5 passages per seconde) zijn zeer hinderlijk voor mensen maar komen bij grotere windturbines niet voor.

Gevoelige bestemming

Woningen zijn gevoelige bestemmingen, waarbij wettelijk geluidhinder onderzocht moet worden. Onderzoek naar slagschaduwhinder is niet wettelijk verplicht maar wordt geadviseerd indien gevoelige bestemmingen binnen een afstand van twaalf maal de rotordiameter aanwezig zijn. Kantoren en gebouwen op industrieterreinen (geen woningen) zijn geen gevoelige objecten.

Gevelvlak

De slagschaduw wordt niet getoetst op een enkel punt maar op een vlak dat alle ramen van een verblijfsruimte omvat. In dit onderzoek wordt een vlak beoordeeld met een geprojecteerde breedte van acht meter en een hoogte van vijf meter. Dit vlak wordt het gevelvlak genoemd.

Hz, Hertz

Frequentie. 1 Hz is één keer per seconde. 5 Hz is vijf keer per seconde.

Hinderduur

De hinderduur is de verwachte gemiddelde duur per jaar van hinderlijke slagschaduw op de gevel. Hierbij is de potentiële schaduwduur gecorrigeerd voor de maandelijkse kans op zon, de kans op het draaien van de rotor en de richting van het rotorvlak. Als een jaar zonniger is dan gemiddeld kan de hinderduur langer zijn dan de gemiddelde hinderduur.

Lden

Het jaargemiddelde geluidniveau.

LE

Emissieterm, jaargemiddelde bronsterkte.

Lday

Het jaargemiddelde geluidniveau in de dag.

Leven

Het jaargemiddelde geluidniveau in de avond.

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 15

Lnight

Het jaargemiddelde geluidniveau in de nacht.

V10

De windsnelheid op 10 meter hoogte boven maaiveld.

Vas

De windsnelheid op ashoogte boven maaiveld.

Lichtflikkeringen

Als de schaduw van een rotorblad over het gevelvlak gaat zal verschil in lichtintensiteit optreden. Het aantal lichtflikkeringen per periode bepaalt de flikkerfrequentie.

Meteogegevens

Statistische gegevens van meetstations in de omgeving van de windturbine. De meteogegevens bevatten de distributies van windsnelheden en windrichtingen en de maandelijkse kans op zonneschijn.

Passageduur

De maximale duur op een dag van de schaduw op (een deel van) het gevelvlak. Hierbij wordt uitgegaan van continu zonneschijn en de meest ongunstige richting van het rotorvlak.

Potentiële schaduwduur

De jaarlijkse duur van de schaduw over het gevelvlak indien de zon altijd schijnt, de turbine altijd in werking is en de richting van de rotor altijd dwars staat op de lijn van de turbine naar de woning.

Slagschaduw

Bewegende schaduw van de draaiende rotorbladen. Bij slagschaduw op een raam wordt het afwisselend licht en donker in de verblijfsruimte. Buiten is dit minder hinderlijk omdat het licht dan vanuit meerdere richtingen komt.

Stilstandsvoorziening

Instellingen voor de turbine waardoor deze stilgezet kan worden indien anders de norm voor slagschaduwhinder overschreden zou worden. Een stilstandsvoorziening kan als optie geïnstalleerd worden. De voorziening moet automatisch werken.

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 16

Bijlage 2 Objecten rekenmodel akoestiek Rekenraster Naam

Omschr.

X-1

Y-1

Hoogte

DeltaX

DeltaY

X-aantal

Y-aantal

g01

rekenraster

162327,64

575672,96

5

50

50

28

30

Toetspunten Naam

Omschr.

X

Y

Hoogte A

1

Sopsum 2

162536,52

575207,75

5

2

Wester-Hitzum 1

163059,07

575660,43

5

3

Achlumerweg 4

163228,51

575398,27

5

4

Kerkbuurt 30

163654

575075,45

5

5

Hitzumerweg 1

162701,54

574658,05

5

Windturbines Naam

Omschr.

X

Y

Hoogte

WT1

Vestas V80 2.0MW

162863

575085

60

WToud

Micon 700 / 225kW

162892

575067

30

Geluidbronnen windturbines - dagperiode Naam

LE 31

LE 63

LE 125

LE 250

LE 500

LE 1k

LE 2k

LE 4k

LE 8k

LE Totaal

WT1

72,34

79,34

87,24

93,94

96,24

94,84

93,54

88,44

71,54

101,25

WToud

56,87

67,87

82,27

89,07

91,87

89,07

85,87

82,87

78,37

96,00

Geluidbronnen windturbines - avondperiode Naam

LE 31

LE 63

LE 125

LE 250

LE 500

LE 1k

LE 2k

LE 4k

LE 8k

LE Totaal

WT1

71,93

78,93

86,83

93,53

95,83

94,43

93,13

88,03

71,13

100,84

WToud

56,16

67,16

81,56

88,36

91,16

88,36

85,16

82,16

77,66

95,29

Geluidbronnen windturbines - nachtperiode Naam

LE 31

LE 63

LE 125

LE 250

LE 500

LE 1k

LE 2k

LE 4k

LE 8k

LE Totaal

WT1

72,02

79,02

86,92

93,62

95,92

94,52

93,22

88,12

71,22

100,93

WToud

56,18

67,18

81,58

88,38

91,18

88,38

85,18

82,18

77,68

95,31

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 17

Bodemfactoren Soort

Bodemfactor B

Standaard bodemfactor

0,9

Wegdelen volgens TOP10NL

0,0

Waterdelen volgens TOP10NL

0,0

Terreindelen ‘overig’ volgens TOP10NL

0,0

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 18

Coördinaten RD 162863 575085 Coördinaten WGS 53,1624 5,5048 Ashoogte [m] 60 Hoogte windprofiel [m] 60 Windturbine Vestas V80-2.0MW Mode mode 0 v_as [m/s] 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25

dag [%] 1,27 3,27 5,85 9,16 11,44 12,45 12,38 10,21 8,54 7,06 5,64 4,09 2,82 1,87 1,31 0,98 0,64 0,43 0,25 0,13 0,07 0,04 0,04 0,03 0,03

avond [%] 1,58 3,44 6,02 9,08 12,24 14,77 13,47 10,01 7,63 6,22 4,53 2,99 2,27 1,95 1,37 0,86 0,68 0,36 0,22 0,15 0,11 0,02 0,01 0,01 0,01

Gecorrigeerd voor bedrijfsduur (Lw + Cb) LE LE Lw_as LE dag avond nacht [dB(A)] [dB(A)] [dB(A)] [dB(A)]

nacht [%] 1,79 2,92 4,55 7,02 11,56 15,93 16,67 10,68 7,31 5,88 4,38 3,11 2,40 1,99 1,18 0,96 0,66 0,46 0,30 0,13 0,07 0,03 0,02 0,01 0,00

Gehanteerde spectrale verdeling [dB(A)] 31 Hz 63 Hz 125 Hz 250 Hz -28,91 -21,91 -14,01 -7,31

84,2 87,9 91,7 95,5 99,3 101,9 103,6 104,6 105,1 105,2 105,2 105,2 105,2 105,2 105,2 105,2 105,2 105,2 105,2 105,2 105,2 105,2 105,2 Totaal

500 Hz -5,01

71,9 77,5 82,3 86,5 90,2 92,0 92,9 93,1 92,6 91,3 89,7 87,9 86,4 85,1 83,3 81,5 79,2 76,3 73,7 71,2 71,2 70,0 70,0 101,26

72,0 77,5 82,6 87,2 90,6 91,9 92,4 92,5 91,7 90,0 88,8 88,1 86,6 84,5 83,5 80,8 78,6 77,0 75,6 68,2 65,2 65,2 65,2 100,84

70,8 76,4 82,3 87,5 91,5 92,2 92,2 92,3 91,5 90,1 89,0 88,2 85,9 85,0 83,4 81,8 80,0 76,3 73,7 70,0 68,2 65,2 100,93

1000 Hz 2000 Hz 4000 Hz 8000 Hz -6,41 -7,71 -12,81 -29,71

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 19

Bijlage 3 Situering objecten rekenmodel akoestiek

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 20

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 21

Bijlage 4 Rekenresultaten akoestiek Nieuwe windturbine (worst-case, Vestas V80-2.0MW) Naam

Omschrijving

X

Y

Hoogte

Dag

Avond

Nacht

Lden

01_A

Sopsum 2

162536,52

575207,75

5

38,39

37,98

38,07

44,49

02_A

Wester-Hitzum 1

163059,07

575660,43

5

33,12

32,71

32,80

39,22

03_A

Achlumerweg 4

163228,51

575398,27

5

35,39

34,98

35,07

41,49

04_A

Kerkbuurt 30

163654

575075,45

5

29,94

29,53

29,62

36,04

05_A

Hitzumerweg 1

162701,54

574658,05

5

35,94

35,53

35,62

42,04

Huidige windturbine (Micon M700/225) Naam

Omschrijving

X

Y

Hoogte

Dag

Avond

Nacht

Lden

01_A

Sopsum 2

162536,52

575207,75

5

31,79

31,08

31,10

37,58

02_A

Wester-Hitzum 1

163059,07

575660,43

5

26,56

25,85

25,87

32,35

03_A

Achlumerweg 4

163228,51

575398,27

5

29,80

29,09

29,11

35,59

04_A

Kerkbuurt 30

163654

575075,45

5

23,99

23,28

23,30

29,78

05_A

Hitzumerweg 1

162701,54

574658,05

5

29,16

28,45

28,47

34,95

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 22

Bijlage 5 Geluidcontour 47 dB Lden

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 23

Geluidcontour nieuwe windturbine (Vestas V80)

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 24

Geluidcontour huidige windturbine (Micon M700/225)

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 25

Bijlage 6 Geluidcontour 41 dB Lnight

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 26

Geluidcontour nieuwe windturbine (Vestas V80)

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 27

Geluidcontour huidige windturbine (Micon M700/225)

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 28

Bijlage 7 In- en uitvoergegevens slagschaduw

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 29

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 30

Bijlage 8 Slagschaduwcontouren

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 31

Slagschaduwcontour Vestas V80

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 32

Slagschaduwcontour Micon M700/225

Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwWT HitzumAkoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw 720144 720144| WT Hitzum | v0.2 | 21-2-2022 Pagina 33

Pondera Consult

57

Bijlage 3

Goede ruimtelijke onderbouwing Repowering Windturbine Dorpsmolen Hitzum | 720144 16 juni 2022 | Definitief v1.0

Samenvatting van onderzoek aan effecten van grote windturbines op vogels, uitgevoerd door Bureau Waardenburg en Alterra in opdracht van Nuon Energy Sourcing in samenwerking met Vogelbescherming Nederland. 5 juli 2005 Inleiding Al sinds de eerste windturbines werden gebouwd is onderzocht wat de mogelijke invloed ervan is op vogels. In Nederland is met name door Joke Winkelman in de tweede helft van de tachtiger jaren van de vorige eeuw fundamenteel onderzoek verricht waarvan de resultaten nog steeds worden gebruikt. In de twintig jaar dat er met windturbines elektriciteit wordt opgewekt is een schat aan informatie over de relatie tussen windturbines en vogels verzameld. De mogelijke effecten op vogels zijn verstoring, waardoor vogels hun gedrag aanpassen, aanvaring, waardoor vogels worden gedood en verandering van het leefgebied door extra wegen en betonnen fundaties. Sinds de onderzoeken van Winkelman zijn de windturbines veel groter geworden, ze draaien langzamer en staan vanwege de grotere afmetingen ook verder uit elkaar. Door de toegenomen betrouwbaarheid en efficiency maken ze ook meer draaiuren. Door dit alles kunnen de effecten op vogels veranderd zijn. Het is niet op voorhand zeker wat de groei van de afmetingen van windturbines betekent voor de invloed op vogels.

Noodgedwongen worden bij schattingen van aantallen vogelslachtoffers extrapolaties van bestaande kentallen gebruikt, o.a. een correctie op basis van het “rekenmodel van Tucker”. Literatuur review (uitgevoerd door Bureau Waardenburg, rapport 03-046) Over effecten van windturbines op vogels is een veelheid aan onderzoeksliteratuur voorhanden, maar deze is vaak slecht toegankelijk en vertoont daarnaast een grote variatie in kwaliteit van onderzoeksopzet en analyse. De belangrijkste artikelen en rapporten zijn in de loop der tijd verkregen en gebruikt in rapportages voor projecten in Nederland. Toch is in de praktijk niet alles beschikbaar (zeker de meest recente informatie niet) en bekeken op de waarde voor de Nederlandse situatie. Daarom bestond er behoefte aan een samenvattend overzicht van deze literatuur. Totaal werden er 250 artikelen verzameld. Voor de review werden alleen die studies gebruikt die van wetenschappelijke kwaliteit waren en daadwerkelijk onderzoek in het veld beschreven. Na deze schifting bleven er zo´n 125 studies over. Daaruit werd geconcludeerd dat windturbines geen “gehaktmolens” zijn en in het algemeen tot lage aantallen slachtoffers leiden. Plaatsing in gebieden waar sprake is van geconcentreerde vogelbewegingen levert wel een substantieel aanvaringsrisico op. Verstoring van vogels treedt op bij lokaal verblijvende en bij vliegende vogels.

Tot op welke afstand de invloed van windturbines op rustende, foeragerende, of broedende vogels zich uitstrekt hangt sterk samen met de locatie en de vogelsoort. De verstoringsafstanden zijn over het algemeen beperkt tot maximaal driehonderd meter. In een enkel geval werd een afstand van 600 meter waargenomen. De grootte van de windturbine lijkt slechts een beperkte rol te spelen. Vliegende vogels worden op grotere afstanden verstoord, afstanden waarop de koers wordt verlegd kunnen oplopen tot enkele kilometers. Lokale vogels die bekend zijn met de situatie passen overdag hun koers aan of vliegen zelfs tussen de turbines door. Dit geldt voor soorten boven zowel land als zee. Door de opstelling aan te passen aan de vliegbewegingen van de vogels kan worden voorkomen dat voedsel- of rustgebieden onbereikbaar worden. Invloed van het windpark Rachel Carson (Zeewolde) op watervogels (uitgevoerd door Alterra, geen rapport nr.) Langs de Eemmeerdijk staan 19 windturbines met rotoren van 55 meter diameter en een ashoogte van 70 meter. Het Eemmeer wordt druk bevolkt door diverse soorten watervogels en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=c9eab909-b4d1-4c6c-9e8c-c9d63841eef1