Bijlage 4. Vast te stellen aangepaste Welstandsnota Waadhoeke (tekst)(Corsanummer 21.120470).PDF
Tekst van het document
Differentiatie in detaillering.
Bij erfinrichting streven naar respecteren van de dorpse sfeer . Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.
31
4 . VEST INGW AL (b e s c h e rm d s ta d s g e z ic h t) Gebiedsbeschrij vin g
Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k eling
Het noordwestelijke deel van de binnenstad, langs de stadsgracht, vormt de voormalige vestingwal. Deze verdedigingswerken zijn eind 16 e eeuw aangelegd. De bebouwing op de vestingwal heeft twee karakters. Aan de westzijde kenmerkt de bebouwing zich door forse op zichzelf staande bebouwingseenheden, zoals het monumentale schoolgebouw (Kleyenburg, 1939), de voormalige gasfabriek en het stadsarmenhuis uit 1785. Het legendarische kaatsveld (Sjukelân) is eveneens aan deze westzijde gelegen. De noordelijke rand van het gebied toont zich daarentegen als een vroeg 20 e eeuwse bebouwingswand van woonhuizen. Deels zijn deze woningen projectmatig als rijen aaneengebouwd, deels zijn het individuele panden in een overwegend gesloten bebouwingswand. De detaillering van de bebouwing is zorgvuldig en soms fijn.
Het beleid is voornamelijk gericht op behoud en versterking van de historische kwaliteiten. Dit neemt echter niet weg dat vernieuwende projecten kunnen worden gerealiseerd. Mits goed in de bestaande structuur ingepast zijn nieuwe ontwikkelingen mogelijk.
Nadere informatie staat beschreven in de toelichting op de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht.
32
W elst andsambit ieniv ea u Het gebied krijgt de welstandsbenadering voor een beschermd stadsgezicht. De algemene beleidsintentie zal hier vooral gericht zijn op het handhaven en versterken van de bestaande kwaliteiten.
GEMEENTE WAADHOEKE – 4. VESTINGWAL (Beschermd stadsgezicht) Foto’s
Gebiedskenmerken en criteria
Algemene gebiedsintentie:
Hh Re
Plaatsing Hh Hoofdgebouwen staan langs de Kleijenburg en het Noorderbolwerk in de historisch gegroeide rooilijn en in een historisch gegroeide parce llering; hetzelfde geldt voor de bebouwing aan de Sjaardemastraat en Hocqouart, maar deze bebouwing staat losser in de omgeving.
Re
Iv Iv
Gesloten tot halfgesloten langs de Kleijenburg en het Noorder bolwerk, open tot half-open aan de Sjaardemastraat. Bijzondere functies (zoals de school en het voormalige armenhuis) nemen ee n opvallende en dominante plaats in. Aan- en uitbouwen alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt. Bijzondere functie.
Hoofdvorm Eén tot twee bouwlagen met duidelijke kap; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken . De massa-opbouw is overwegend enkelvoudig en kent (met uitzondering van de clusters rijenwoningen) individuele uitstr aling; bijzondere functies kunnen samengesteld zijn. De gebouwen zijn kantig opgezet en refereren aan of reageren op de ambachtelijke traditionele architectuur. Aan- en uitbouwen alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt of kennen een bijzondere vormgeving . Aanzichten Er is sprake van duidelijke gerichtheid op de publieke ruimte.
Traditionele hoofdopzet. Eén tot twee bouwlagen met Duidelijk evenwicht tussen verticaal gerichte gevelopeningen en horizontale accenten (zoals plint, gevelopbouw, daklijsten e. d.). kap. Differentiatie in detaillering per bouwwerk gerelateerd aan de historische ontwikkeling. Bijgebouwen hebben een ondergeschikte detaillering. Opmaak Gevels hebben een stenig karakter; daken zijn voorzien van (gebakken) pannen; bij verbouw dient een zorgvuldige afstemming op b estaande plaats te vinden. Traditionele kleurstellingen overheersen (afgestemd op bestaande). Zorgvuldige en soms fijne (ambachtelijk traditionele) details; nieuwe moderne invullingen zijn mogelijk, mits goed ingepast in het huidige bebouwingsbeeld. Ambachtelijk traditionele architectuur.
Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.
33
5 A. 1 9 e EEUW SE UIT BREIDING (Be s c h e rm d s ta d s g e z ic h t) Gebiedsbeschrij vin g
Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k eling
Aan de zuidwestzijde van Franeker is (deels buiten de stadsgracht) aan het eind van de 19e eeuw stadsuitleg gepleegd. Deels valt dit binnen het beschermde stadsgezicht. Het gaat daarbij om de bebouwing van de noordelijke helft van het Vliet, de bebouwing aan de Tuinen, de Molenpolle, het Oud Kaatsveld en de Zuiderkade. De bebouwing is een mix van vooral 19e en 20e eeuwse panden. Het ruimtelijke beeld van het Vliet en de Tuinen refereert nog volledig aan de ontstaansgeschiedenis: de vaart, de houten ophaalbrug, de loswallen en de bebouwing, waaronder een aantal monumentale pakhuizen. De bebouwingsdichtheid is vrij hoog en de bebouwing staat met de voorgevel over het algemeen dicht op de weg. Eén bouwlaag met kap overheerst in de gebieden buiten de stadsgracht, terwijl aan de Zuiderkade en de Molenpolle twee bouwlagen met kap het straatbeeld domineren. De detaillering is zorgvuldig (gootklossen, daklijsten en dergelijke), maar sober. Kleur- en materiaalgebruik is over het algemeen traditioneel, waarbij kleuren zoals ossebloed rood incidenteel het straatbeeld verfraaien.
Het beleid is voornamelijk gericht op behoud en versterking van de historische kwaliteiten. Dit neemt echter niet weg dat vernieuwende projecten kunnen worden gerealiseerd. Mits goed in de bestaande structuur ingepast zijn nieuwe ontwikkelingen (beperkt) mogelijk.
Nadere informatie staat omschreven in de toelichting op de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht.
34
W elst andsambit ieniv ea u Het gebied krijgt de welstandsbenadering voor een beschermd stadsgezicht. De algemene beleidsintentie zal hier vooral gericht zijn op het handhaven en versterken van de bestaande kwaliteiten.
GEMEENTE WAADHOEKE - 5A. 19E EEUWSE UITBREIDING (Beschermd stadsgezicht) Foto’s
Gebiedskenmerken en criteria
Algemene gebiedsintentie:
Plaatsing
Hh Re Hh
Re
Iv Iv
Hoofdgebouwen staan overwegend in de historisch gegroeide rooilijn en in een historisch gegroeide parcellering . Overwegend gesloten tot half-gesloten. Gebouwen staan overwegend haaks op of evenwijdig aan de weg; De bouwwerken zijn met de representatieve voorgevel georiënteerd op de openbare weg; Bijzondere functies nemen een opvallende en dominante plaats in . Aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen liggen in hoofdzaak achter het hoofdgebouw . Hoofdvorm Twee bouwlagen met kap.
Eén bouwlaag met kap buiten de stadsgracht en overwegend twee bouwlagen met duidelijke kap langs de Zuiderkade en de M olenpolle; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. De massa-opbouw is overwegend enkelvoudig, met een duidelijke verwantschap per straatzijde, maar onderscheidt zich door kleine onderlinge maatverschillen (zoals verschil in goot- en nokhoogte). De gebouwen zijn kantig opgezet en refereren aan of reageren op de (ambachtelijke) traditionele architectuur . Aan- en uitbouwen alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt en in een afgeleide architectuur of kennen een bijzondere vormgeving. Aanzichten Er is sprake van duidelijke gerichtheid op de publieke ruimte .
Zorgvuldige en fijne detaillering.
Duidelijk evenwicht tussen verticaal gerichte gevelopeningen en horizontale accenten (zoals plint, geve lopbouw, daklijsten e.d.). Traditionele hoofdopzet. Differentiatie in detaillering per bouwwerk gerelateerd aan de historische ontwikkeling. Bijgebouwen hebben een ondergeschikte detaillerin g. Opmaak Gevels hebben een stenig karakter; daken zijn voorzien van (gebakken) pannen; bij verbouw dient een zorgvuldige afstemming op bestaande plaats te vinden. Traditionele kleurstellingen overheersen (afgestemd op bestaande).
Nieuwe, moderne invulling.
Zorgvuldige en soms fijne (ambachtelijk traditionele) details; nieuwe moderne invullingen zijn mogelijk, mits goed ingepast in het huidige bebouwingsbeeld. Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.
35
5 B. 1 9 e EEUW SE UIT BREIDING Gebiedsbeschrij vin g
Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k eling
Buiten de stadsgracht van Franeker is eind 19e eeuw stadsuitleg gepleegd. Deels is deze bebouwing gelegen binnen het beschermd stadsgezicht. Deze gebieden zijn onder 5a besproken. De overige delen van deze stadsuitleg (zuidelijke deel van het Vliet, omgeving van de Anna Maria van Schuurmansingel, omgeving van de Van Ghemmenichstraat en het grootste deel van de Noorderbleek) vallen niet onder het beschermde regiem. De bebouwingsdichtheid is vrij hoog en de bebouwing staat met de voorgevel over het algemeen dicht op de weg. De bebouwing is een mix van vooral 19 e en 20e eeuwse panden. Eén bouwlaag met kap overheerst in deze gebieden. De detaillering is zorgvuldig (gootklossen, daklijsten en derg elijke), maar sober. Kleur- en materiaalgebruik is over het algemeen traditioneel.
Het beleid in deze gebieden is erop gericht het bestaande bebouwingsbeeld en de ruimtelijke kwaliteit te handhaven en waar mogelijk te versterken. Voor deze gebieden wordt extra aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit wenselijk geacht. Een deel van deze extra aandacht wordt verwerkt in het welstandstoezicht. Voor deze gebieden worden over het algemeen geen ingrijpende veranderingen verwacht.
W elst andsambit ieniv ea u De welstandsambitie voor deze gebieden is gericht op het behoud en waar mog elijk het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. De klemtoon ligt op het handhaven en respecteren. Aan deze gebieden is dan ook een bijzonder ambitieniveau toegekend. Voor een aantal gebieden die nog in ontwikkeling zijn, gelden specifieke door de raad vastgestelde welstands- of beeldkwaliteitskader geldt. Dat speelt voor: 1. BKP Zevenhuizen – Van Harinxmaweg te Franeker
36
GEMEENTE: WAADHOEKE - 5B. 19E EEUWSE UITBREIDING Foto’s
Gebiedskenmerken en criteria
Algemene gebiedsintentie:
Plaatsing
Hh Re Hh
Re
Iv Iv
Hoofdgebouwen staan overwegend in de historisch gegroeide rooilijn en in een historisch gegroeide parcellering . Overwegend gesloten tot half-gesloten. Gebouwen staan haaks op of evenwijdig aan de weg; de bouwwerken zijn met de voorgevel georiënteerd op de openbare weg. Bijzondere functies nemen een opvallende en dominante plaats in . Aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt. Hoofdvorm Overwegend één bouwlaag met duidelijke kap; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. De massa-opbouw is overwegend enkelvoudig en kent individuele uitstraling, maar kent een duidelijke ve rwantschap. De gebouwen zijn kantig opgezet en refereren aan of reageren op de ambachtelijke traditionele architectuur . Gebouwen evenwijdig aan of Aan- en uitbouwen alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt en in een afgeleide architectuur of kennen een bijzondere vormgeving. haaks op de weg. Aanzichten Er is sprake van duidelijke gerichtheid op de publieke ruimte . Traditionele hoofdopzet. Duidelijk evenwicht tussen verticaal gerichte gevelopeningen en horizontale accenten (zoals plint, gevelopbouw, daklijsten e.d.). Differentiatie in detaillering per bouwwerk gerelateerd aan de historische ontwikkeling. Bijgebouwen hebben een ondergeschikte detaillering.
Opmaak Gevels hebben een stenig karakter; daken zijn voorzien van (gebakken) pannen; bij verbouw dient een zorgvuldige afstemming op beDifferentiatie gerelateerd aan de staande plaats te vinden. historische ontwikkeling. Aandacht voor onderlinge verschillen in ambachtelijk traditionele details; de detaillering van gevelopeningen en/of daklijsten zijn zorgvu ldig vormgegeven. Traditionele kleurstellingen overheersen (afgestemd op bestaande). Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.
37
6 . VROEG 2 0 e EEUW SE BEBOUW ING (b ijz o n d e r) Gebiedsbeschrij vin g
Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k eling
Op twee locaties in Franeker is sprake van zeer gave vroeg 20 e eeuwse bebouwing. Het gaat hierbij om de woningen aan de Pier Wensemiusstraat en de Minne Hofstrastraat en de Spaarbankstraat en de Professor Camperstraat. In deze beide gebieden is sprake van een meer planmatige stadsuitbreiding, waardoor er een duidelijke samenhang tussen de woningen bestaat. De woningen worden gekenmerkt door rijenbouw in één bouwlaag met een kap. Met name aan de Pier Wensemiusstraat en de Minne Hofstrastraat wordt de parallel aan de weg gelegen nokrichting ritmisch onderbroken door een haaks op de weg staande kap. De detaillering is zorgvuldig, met name door accenten in het metselwerk van de gevels, maar ook door gootklossen en daklijsten en dergelijke.
Het beleid in deze gebieden is erop gericht het bestaande bebouwingsbeeld en de ruimtelijke kwaliteit te handhaven en waar mogelijk te versterken. Voor deze gebieden wordt extra aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit wenselijk geacht. Een deel van deze extra aandacht wordt verwerkt in het welstandstoezicht. Voor deze gebieden worden over het algemeen geen ingrijpende veranderingen verwacht.
38
W elst andsambit ieniv ea u De welstandsambitie voor deze gebieden is gericht op het behoud en waar mog elijk het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. De klemtoon ligt op het handhaven en respecteren. Aan deze gebieden is dan ook een bijzonder ambitieniveau toegekend.
GEMEENTE WAADHOEKE – 6. VROEG 20E EEUWSE BEBOUWING (BIJZONDER) Foto’s
Gebiedskenmerken en criteria
Algemene gebiedsintentie:
Hh Re
Plaatsing Hh Hoofdgebouwen staan overwegend in de historisch gegroeide rooilijn en in een historisch gegroeide parcellering. Bijzondere functies nemen een opvallende en dominante plaats in.
Re
Iv Iv
Gesloten bebouwingswand. Aan- en uitbouwen alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt. Hoofdvorm Gesloten bebouwingswand.
Eén bouwlaag met duidelijke kap; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. De massa-opbouw is enkelvoudig en kent een duidelijke samenhang per cluster . De gebouwen zijn kantig opgezet en refereren aan of reageren op de ambachtelijke traditionele architectuur . Aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt. Aanzichten Er is sprake van duidelijke gerichtheid op de publieke ruimte. Traditionele hoofdopzet.
Samenhang per cluster.
Duidelijk evenwicht tussen verticaal gerichte gevelopeningen en horizontale accenten (zoals plint, gevelopbouw, daklijsten e. d.). Bijgebouwen hebben een ondergeschikte detaillering. Opmaak Gevels hebben een stenig karakter; daken zijn voorzien van (gebakken) pannen; bij verbouw dient een zorgvuldige afstemming op bestaande plaats te vinden. Sobere, maar zorgvuldige (ambachtelijk traditionele) detaillering van gevels, gevelopeningen en /of daklijsten en dergelijke. Traditionele kleurstellingen overheersen (afgestemd op bestaande). Diversen
Zorgvuldige detaillering.
Bij erfinrichting streven naar respecteren van de kleinschalige sfeer door gebruik van lage hagen of hekwerken . Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.
39
7 . W OONGEBIEDEN '3 0 – ‘ 5 0 Gebiedsbeschrij vin g
Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k el ing
Het gebied ten westen van het Vliet is min of meer planmatig gerealiseerd. De bebouwing kenmerkt zich door rijenwoningen, met hier en daar vrijstaande woningen. De woningen vormen één familie, door met name de rode dakpannen, de vrij grote dakoverstekken en de erkers. De bebouwing bestaat uit één tot twee bouwlagen met een kap, waarbij de nokrichting parallel aan de straat is, incidenteel afgewisseld met een haakse kap. De bebouwing aan de Ypeijsingel en de Minne Hofstrastraat in Franeker en de Adelenstrjitte in Sexbierum kent een sterk vergelijkbare opzet, zoals blijkt uit de hoofdvorm en het materiaalgebruik. De woningen staan in een strakke rooilijn en staan op enkele meters van de weg. Typerend is ook hier het gebruik van de rode kleur van de dakpannen, erkers en royale dak overstekken. Er is een (beperkte) variatie in kapvorm en –richting, maar de massa-opbouw is overwegend twee bouwlagen met een duidelijke kap. De detaillering van de woningen is zorgvuldig.
Het beleid is gericht op het beheer van de bestaande situatie. Bijzondere ontwikkelingen worden niet verwacht voor deze gebieden.
Ook in de dorpen Berltsum (Molestrjitte), Oudebildtzijl, St.-Annaparochie en Winsum (omgeving Pier Winsemiusleane) zijn dergelijke samenhangende bebouwingsclusters te vinden.
40
W elst andsambit ieniv ea u De welstandsambitie voor deze gebieden is gericht op het behoud en waar mog elijk het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. De klemtoon ligt op het handhaven en respecteren. Aan deze gebieden is dan ook een bijzonder ambitieniveau toegekend.
GEMEENTE WAADHOEKE – 7. WOONGEBIEDEN ’30 – ‘50 Foto’s
Gebiedskenmerken en criteria
Algemene gebiedsintentie:
Plaatsing
Hh Re Hh
Re
Iv Iv
Hoofdgebouwen staan overwegend in een duidelijke rooilijn. Hoofdgebouwen zijn vrijstaand, dubbel of in rijen gebouwd. Gebouwen staan haaks op of evenwijdig aan de weg; de bouwwerken zijn met de voorgevel georiënteerd op de openbare weg. Bijzondere functies nemen een opvallende en dominante plaats in . Aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn overwegend achter het hoofdgebouw gesitueerd . Hoofdvorm Hoofdgebouwen in een duidelijke Eén bouwlaag tot twee bouwlagen met duidelijke kap; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. rooilijn. Hier twee lagen met kap De massa-opbouw is overwegend enkelvoudig met kleine onderlinge verschillen en kent een duidelijke samenhang per straatzijde. De gebouwen zijn kantig opgezet en refereren aan of reageren op de ambachtelijke traditionele architectuur . Aan- en uitbouwen alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt en in een afgeleide architectuur of kennen een bijzondere vormgeving . Aanzichten Er is sprake van duidelijke gerichtheid op de publieke ruimte . St.-Annaparochie – Delfts rood
Traditionele hoofdopzet. Duidelijk evenwicht tussen verticaal gerichte gevelopeningen en horizontale accenten (zoals plint, gevelopbouw, daklijsten e.d.). Gevelcomposities zijn evenwichtig maar hoeven niet altijd symmetrisch te word en uitgevoerd. Bijgebouwen hebben een ondergeschikte detaillering. Opmaak Gevels hebben een stenig karakter; daken zijn voorzien van (gebakken) pannen; bij verbouw dient een zorgvuldige afstemming op bestaande plaats te vinden. Sobere, maar zorgvuldige detaillering van gevelopeningen en/of daklijsten (bijvoorbeeld gootlijsten met een ruime overstek) en dergelijke.
Traditionele kleurstelling.
Traditionele kleurstellingen overheersen (afgestemd op bestaande). Overwegend midden- tot donkere toon. Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.
41
8 . NA-OORL OGSE UIT BREIDINGE N
In de na-oorlogse periode is een enorme bouwactiviteit op gang gebracht. Voor de woningbouw is daarbij zowel seriematig als individuele bebouwing ontstaan.
Beleid, waardebepaling en ontwikkeling Het beleid is voor zover bebouwing is gerealiseerd, gericht op het beheer van de bestaande situatie. Bijzondere ontwikkelingen worden niet verwacht voor deze gebieden.
Vooral in de stad als ook in de grotere dorpen zijn wijken, straten en straatwanden gerealiseerd met een repeterende bebouwing. Het bebouwingsbeeld wordt gedomineerd door rijenbouw in één of twee bouwlagen met een kap, waarbij de nokrichting evenwijdig aan de weg is. Op sommige plaatsen zijn ook dubbele woningen gerealiseerd; meestal in onderlinge samenhang per straatzijde of cluster. De detaillering is over het algemeen sober.
Voor een aantal gebieden die nog in ontwikkeling zijn, gelden specifieke door de raad vastgestelde welstands- of beeldkwaliteitskader geldt. Dat speelt voor: 2. Minnertsga – Groot Hermana 3. Deinum – Deinum Oost 4. Menaam – De Boech Zuid
Gebiedsbeschrij vin g
Naast duidelijk herkenbare straten en wijken met repeterende bouw zijn er ook op veel plekken straten en wijken ontstaan met een meer individuele uitstraling van de woningen. Op sommige plekken worden daarbij hoekkavels benut als stedenbouwkundig accent. Ook zitten in deze gebieden clusters van projectmatige bouw. In de meeste gevallen is daarbij gestreefd naar een sterke architectonische uitstraling. Het materiaal- en kleurgebruik varieert van traditioneel tot modern. In clusters en per straatzijde is overwegend sprake van samenhang in massa-opbouw en kleur- en materiaalgebruik. De detaillering van de woningen is zorgvuldig. Bijgebouwen en aan- en uitbouwen zijn veelal in een afgeleide architectuur. In de gebieden zijn in veel gevallen ook bijzondere functies gerealiseerd. Te denken valt aan scholen, supermarkten, garagebedrijven en appartementen voor ouderen.
42
Deze criteria zijn opgenomen in de separate bijlage.
W elst andsambit ieniv ea u Voor de gebieden is een regulier ambitieniveau van kracht. De nadruk ligt hierbij op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit. Incidentele veranderingen worden over het algemeen mogelijk geacht.
GEMEENTE WAADHOEKE – 8. NA-OORLOGSE UITBREIDINGEN Foto’s
Gebiedskenmerken en criteria Algemene gebiedsintentie: NB is het plangebied nog in ontwikkeling? Let dan ook op eventueel Beeldkwaliteitsplan (zie voorgaande bladzijde en hoofdstuk 7) Plaatsing
Hh
Re
Hh
Re
Iv Iv
Hoofdgebouwen staan in een duidelijke rooilijn of zijn per cluster meer vrij geplaatst. Seriematig: overwegend in rijen of 2 onder 1 kap gebouwd. Individueel: half-gesloten tot vrijstaand. Gebouwen staan haaks op of evenwijdig aan de weg. De gebouwen zijn met de voorgevel georiënteerd op de openbare ruimte. Bijzondere functies (zoals een school en appartementencomplex voor ouderen) kunnen hiervan afwijken. Aan- en uitbouwen alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt en liggen in hoofdzaak achter de voorgevel van het hoofdgebouw. Individueel: vrijstaand en hier Hoofdvorm met onderlinge verwantschap in Eén tot twee bouwlagen met duidelijke kap overheerst; incidenteel ook hogere bebouwing of plat afgedekte bebouwing in één bouwlaag. plaatsing en hoofdvorm. Bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. De massa-opbouw is overwegend enkelvoudig tot samengesteld; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. De gebouwen zijn kantig opgezet. Aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt en in een afgeleide architectu ur of kennen een bijzondere vormgeving, maar kennen wel samenhang per cluster/straatzijde; dakkapellen, erkers en dergelijke volgens het principe van een trendsetter. Aanzichten Er is sprake van duidelijke gerichtheid op de publieke ruimte. Seriematig: enkelvoudige repeterende bouwmassa’s.
Hoofdopzet per rij of cluster verwant. Bestaande hoofdopzet is uitgangspunt bij verbouw. en De geleding en compositie van gevels is sterk individueel of juist per cluster in onderlinge samenhang. Bijgebouwen hebben een ondergeschikte detaillering. Opmaak Gevels hebben een stenig karakter of (deels) van hout; daken zijn voorzien van (gebakken) pannen; platte of bijzondere kapvormen ook wel met afwijkende dakbedekking. Bij verbouw afstemming op hoofdkenmerken van het bestaande Kleurstelling is traditioneel tot modern, maar is in samenhang per cluster/straatzijde . Eenvoudige detaillering met sterke samenhang per cluster/straatzijde. Bij individuele bouw ook meer uitgesproken detaillering Bijgebouwen zijn ondergeschikt
Samenhang per cluster.
Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.
43
8 A. NA-OORL OGSE UIT BREIDINGE N Gebiedsbeschrij vin g In de voormalige gemeente Littenseradiel is bepaald om voor een aantal naoorlogse uitbreidingen (zie ook beschrijving onder gebied 8) een andere benadering te hanteren. De hier bedoelde gebieden laten veelal een mix zien van seriematige en individuele bebouwing. Beleid, waardebepaling en ontwikkeling In het gebied worden voor de bestaande woningen geen opvallende ontwikkelingen verwacht.
Welstandscriteria Voor ontwikkelingsgebieden zijn beeldkwaliteitsplannen vastgesteld. Deze beeldkwaliteitsplannen bevatten (door de Raad) vastgestelde welstandscriteria. Deze criteria blijven van kracht voor kavels die beschikbaar zijn én waarvoor nog geen vergunde hoofdbebouwing is gerealiseerd. Het gaat hierbij om de volgende criteria: 1. Welstandscriteria Beeldkwaliteitsplan Inbreiding Winsum.
Voor enkele deelgebieden geldt echter dat ze nog in ontwikkeling zijn. Indien voor deze ontwikkelingsgebieden een beeldkwaliteitsplan is vastgesteld, blijft deze van kracht als welstandskader voor kavels die beschikbaar zijn én waarvoor nog geen vergunde hoofdbebouwing is gerealiseerd. Welstandsambitie Het gebied is aangemerkt als welstandsvrij gebied. Voor een kavel in een ontwikkelingsgebied geldt, dat na realisatie van een vergund hoofdgebouw, de welstandscriteria uit het beeldkwaliteitsplan als toetsingskader vervallen en het welstandsvrije regime van toepassing wordt. Welstandsvrij betekent dat hier de excessenregeling (zie hoofdstuk 8) niet van toepassing is. Bij de initiatiefnemer ligt de verantwoordelijkheid voor een passende vormgeving.
45
47
9 . DE T RIJ E EN OMGEVING Gebiedsbeschrij vin g
Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k eling
Dit gebied behelst de sportterreinen en de overdekte sportvoorzieningen en een aantal scholen in het noordwesten van de stad, in het gebied tussen de Burg. J. Dijkstraweg, de Hertog van Saxenlaan en de Noorderbleek. De aanwezige bebouwing gedraagt zich als (complexmatige) paviljoenachtige bebouwing in de overwegend groene ruimte. De bebouwing is overwegend plat afgedekt en in één bouwlaag. Schoolgebouwen en sporthal zijn qua omvang en impact op de ruimte vrij fors en kennen een veel grotere bouwhoogte.
Het beleid is gericht op het beheer van de bestaande situatie.
48
W elst andsambit ieniv ea u Voor dit gebied is een regulier ambitieniveau van kracht. De nadruk ligt hierbij op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit.
GEMEENTE WAADHOEKE – 9. DE TRIJE EN OMGEVING Foto’s
Gebiedskenmerken en criteria
Algemene gebiedsintentie:
Plaatsing
Hh
Re
Hh
Re
Iv Iv
Hoofdgebouwen staan verspreid in de overwegend groene ruimte . Bijzondere functies nemen een opvallende en dominante plaats in . Vrijliggende bebouwing. Hoofdvorm Overwegend één bouwlaag, waarbij de bouwhoogte is vastgelegd in het bestemmingsplan ; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. De massa-opbouw is enkelvoudig tot samengesteld. De gebouwen zijn kantig opgezet. Hoofdgebouwen, verspreid in de Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn ondergeschikt. groene ruimte. Aanzichten Er is sprake van duidelijke gerichtheid op de publieke ruimte . De naar het openbare gebied (of de ontsluiting) gerichte gevels kennen een duidelijk geleding (bijvoorbeeld gevelopeningen en/of mat eriaaltoepassingen). Opmaak Duidelijke geleding, stenig en Gevels hebben een stenig en/of modern karakter. modern. Heldere detaillering. Detaillering is eenvoudig tot zeer uitgesproken. Traditionele tot moderne kleurstellingen. Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.
49
1 0 A. AGRARISCH GEBIED (Be s c h e rm d s ta d s g e z ic h t) Gebiedsbeschrij vin g
Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k eling
Direct ten noordoosten van het stadscentrum van Franeker is een restant van een onbebouwd agrarisch gebied gelegen. Dit gebied wordt als zeer waardevol structuurelement beschouwd en is ook binnen het beschermde stadsgezicht opgenomen. Het open gebied biedt samen met het nog aanwezige Noorderbolwerk (tussen het Leeuwarderend en de Botniasteeg) een goede indruk van het oorspronkelijke beeld van de stad met vestingwerken in het vlakke polderlandschap. Dit gegeven verdient ook in de toekomst een zorgvuldige behandeling. Het gebied dient een open karakter te behouden. De bebouwing in het gebied is zeer incidenteel en kenmerkt zich door één bouwlaag met een duidelijke kap. De detaillering is sober en het kleur- en materiaalgebruik traditioneel.
Het beleid is voornamelijk gericht op behoud en versterking van de historische kwaliteiten.
Nadere informatie staat omschreven in de toelichting op de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht.
50
W elst andsambit ieniv ea u Het gebied krijgt de welstandsbenadering voor een beschermd stadsgezicht. De algemene beleidsintentie zal hier vooral gericht zijn op het handhaven en versterken van de bestaande kwaliteiten.
GEMEENTE WAADHOEKE - 10A. AGRARISCH GEBIED (Beschermd Stadsgezicht) Foto’s
Gebiedskenmerken en criteria
Algemene gebiedsintentie:
Plaatsing
Hh Re Hh
Re
Iv Iv
Gebouwen staan verspreid langs de Dongjumervaart en de Stadsgracht. Bijzondere functies nemen een opvallende en dominante plaats in . Hoofdvorm Eén bouwlaag met duidelijke kap; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. Onbebouwd gebied.
De massa-opbouw is enkelvoudig en kent individuele uitstraling. De gebouwen zijn kantig opgezet en refereren aan of reageren op de ambachtelijke traditionele architectuur . Bijgebouwen zijn ondergeschikt. Aanzichten Traditionele hoofdopzet. Duidelijk evenwicht tussen verticaal gerichte gevelopeningen en horizontale accenten (zoals plint, gevelopbouw, daklijsten e. d.).
Bebouwing langs de Dongjumer- Opmaak vaart. Gevels hebben een stenig karakter; daken zijn voorzien van (gebakken) pannen; bij verbouw dient een zorgvuldige afstemming op bestaande plaats te vinden. Aandacht voor onderlinge verschillen in ambachtelijk traditionele details; de detaillering van gevelopeningen en/of daklijsten zijn zorgvuldig vormgegeven. Traditionele kleurstellingen overheersen (afgestemd op bestaande).
De welstandsnota geldt alleen voor zover het bestemmingsplan hier niet in voorziet Voor woonschepen en woonarken zie hoofdstuk 4 Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.
51
1 0 B. BIJ ZONDER (OPENBAAR) GROENGEBIED Gebiedsbeschrij vin g De grotere sport- en recreatievoorzieningen zijn als afzonderlijk welstandsgebied op de welstandsbeleidskaart aangegeven. Deze gebieden kenmerken zich door de zeer lage bebouwingsdichtheid. In de sportgebieden is veelal alleen een sportkantine aanwezig, die min of meer in een paviljoenachtige setting is gerealiseerd in de groene ruimte. De bebouwing is in één of twee bouwlagen, afhankelijk van de mogelijkheden in het bestemmingsplan. Het recreatie- en sportterrein Bloemketerp, ten noordoosten van het centrum van Franeker, wordt gekenmerkt door openlucht sportvoorzieningen en een stadscamping, alsmede door enkele overdekte voorzieningen, zoals het zwembad, een tennishal en bowlingbaan en door recreatiewoningen. De overdekte voorzieningen zijn vrij fors in bouwhoogte en bouwmassa en zijn in een lichte kleurstelling. Aan de zijde van de Burg. Dijkstraweg zijn weinig gevelopeningen, waardoor de bebouwing enigszins gesloten aandoet. Aan de zuidzijde van het recreatie- en sportgebied is een rijtje projectmatig gebouwde recreatiewoningen gerealiseerd. De woningen zijn geschakeld in één bouwlaag met een duidelijke kap en kennen een zeer duidelijke samenhang. De detaillering van de recreatiewoningen is sober en eenvoudig.
Het voormalige bedrijventerrein Frisia te Franeker is geherstructureerd tot een ruim opgezette woonbuurt met vele vrijstaande woningen, waar de van oudsher aanwezige jachthaven met schiphuizen is gehandhaafd als recreatieve voorziening. De jachthaven met schiphuizen is aangegeven als recreatiegebied; de bestaande situatie ter plaatse van de aanwezige schiphuizen en de overige gebouwen is vastgelegd. Tussen de jachthaven en het woongebied is sprake van een duidelijk onderscheid. De jachthaven is grotendeels van het woongebied afgeschermd met een haag van coniferen, met een ruime toegang ter plaatse van de ligplaatsen en het water.
52
De aanwezige schiphuizen kenmerken zich door de karakteristieke houten opbouw met golfplatenbedekking. Verspreid binnen het gebied is kleinschalige bebouwing aanwezig die functioneel gebonden is aan het recreatiegebied, g ekenmerkt door functionele en eenvoudige opbouw en detaillering. Het materiaalgebruik betreft zowel steen als hout en/of moderne materiaaltoepassingen. Het recreatiegebied Schatzenburg (tussen Menaam en Dronryp) is qua functie een bijzonder gebied in de gemeente. Het gebied is momenteel in ontwikkeling als gebied met recreatiewoningen.
Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k eling Het beleid is gericht op het beheer van de bestaande situatie.
W elst andsambit ieniv ea u Voor dit gebied is een regulier ambitieniveau van kracht. De nadruk ligt hierbij op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit.
GEMEENTE WAADHOEKE - GEBIED 10B. BIJZONDER (OPENBAAR) GROENGEBIED Foto’s
Gebiedskenmerken en criteria
Algemene gebiedsintentie:
Hh
Re
Plaatsing Hh Hoofdgebouwen staan verspreid en overwegend willekeurig in de open en overwegend groene ruimte. De bebouwing is overwegend vrijstaand, gerelateerd aan dorpse bebouwing en aan ligging sportterreinen. Recreatiewoningen en bebouwing aan het water staan in een duidelijke rooilijn.
Re
Iv Iv
Bijzondere functies nemen een opvallende en dominante plaats in . Recreatiewoningen zijn in een aaneengesloten rij gebouwd. Aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt. Recreatiewoningen. Hoofdvorm Overwegend één of twee bouwlagen, al dan niet met kap of hellend dak. De maximale bouwhoogte ligt vast in het bestemmingsplan. De recreatiewoningen zijn in één bouwlaag met een duidelijke kap. Bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. De massa-opbouw is enkelvoudig tot samengesteld en kent individuele uitstraling. De gebouwen zijn kantig opgezet. Gebouwen met een publieks- of verblijfsfunctie (kantines e.d.) tonen zich als paviljoen; gebouwen zoals kleedkamers, materiaalhokken e.d. hebben een eenvoudige hoofdvorm. Aan- en uitbouwen alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt of kennen een bijzondere vormgeving. Jachthaven Frisia.
Aanzichten Er is sprake van duidelijke gerichtheid op de openbare ruimte, recreatieve ruimte en/of water als centraal element. Duidelijk evenwicht tussen verticaal gerichte gevelopeningen en horizontale accenten (zoals plint, gevelopbouw, daklijsten e.d.). De naar het openbare gebied gekeerde gevels kennen een duidelijke geleding (bijvoorbeeld door gevelopeningen en/of materiaaltoepassin gen). Differentiatie in detaillering per bouwwerk. Aan –en uitbouwen en bijgebouwen zijn bij voorkeur in een afgeleide architectuur . Opmaak Gevels hebben een stenig karakter, al dan niet in combinatie met moderne materiaaltoepassingen. De gevels van de recreatiewoningen hebben overwegend een stenig karakter. Traditionele tot moderne kleurstellingen, gerelateerd aan de directe omgeving en afgestemd op bestaande. Detaillering is eenvoudig tot rijk. Bij recreatiewoningen zorgvuldig. M ateriaalgebruik bij schiphuizen is overwegend hout. Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.
53
10C. RECREATIE- EN SPORTGEBIED Gebiedsbeschrij vin g
Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k eling
De recreatie- en sportgebieden in de overige kernen worden gekenmerkt door de aanwezigheid van openlucht sport- en recreatievoorzieningen in de vorm van een ijsbaan, algemeen sportveld en tennisbaan. Deze gebieden bevinden zich aan de randen van de dorpen als overgang naar het buitengebied. Soms maken de velden deel uit van de dorpskern. Aanwezige bebouwing is doorgaans in de vorm van clubgebouwen opgericht ten behoeve van de functie. Deze bebouwing wordt voornamelijk gekenmerkt door een geringe bouwmassa en bouwhoogte, onderg eschikt en passend in de omgeving.
Het beleid is gericht op het beheer van de bestaande situatie. Bijzondere ontwikkelingen worden niet verwacht voor deze gebieden.
In enkele gevallen zijn overdekte voorzieningen gecreëerd, zoals de Harnehal in Tzummarum. Het recreatiegebied Barradeel sluit hierop aan. Het terrein wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van verspreide bebouwing ten behoeve van de functie, zoals een receptie. Een deel van het terrein is ingericht ten behoeve van stacaravans en/of chalets en stenen en houten recreatiebungalows.
54
W elst and sambit ieniv ea u Voor deze gebieden is een regulier ambitieniveau van kracht. De nadruk ligt op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit.
GEMEENTE WAADHOEKE - 10C. RECREATIE- EN SPORTGEBIEDEN Foto’s
Gebiedskenmerken en criteria
Algemene gebiedsintentie:
Plaatsing
Hh
Re
Hh
Re
Iv Iv
Hoofdgebouwen staan overwegend willekeurig in de ruimte open ruimte . Aan-, uit- en bijgebouwen zijn ondergeschikt. Bijzondere functies nemen een opvallende en dominante plaats in . Hoofdvorm Overwegend één bouwlaag; maximale bouwhoogtes zijn vastgelegd in het bestemmingsplan ; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. De massa-opbouw is overwegend enkelvoudig. De gebouwen zijn kantig opgezet. Recreatiewoningen overwegend één bouwlaag met kap. Aanzichten Er is sprake van duidelijke gerichtheid op de publieke ruimte . Differentiatie in detaillering per bouwwerk. Aan-, uit en bijgebouwen zijn bij voorkeur in een afgeleide architectuur .
Opmaak Gevels hebben overwegend een stenig karakter. Traditionele kleurstellingen overheersen (afgestemd op bestaande). Detaillering is eenvoudig. Gevels van chalets zijn van hout.
Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.
55
1 1 . PZ-T ERREIN Gebiedsbeschrij vin g
Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k eling
Het psychiatrisch ziekenhuis “Groot Lankum” is ontstaan als buitengesticht van het in de binnenstad van Franeker gevestigde psychiatrisch ziekenhuis. De buitenlocatie ontstond in 1901 door de aankoop van de boerderij “Nieuw-Lankum” en werd kort daarop uitgebreid met de woonhuizen “Parkzicht” en “Bloemhof”. In de tuin plaatste men een van elders afkomstige houten theekoepel in eclectische stijl. De boerderij “De Uithof” werd in 1919 toegevoegd. In 1928 kwam het hoofdgebouw (in zakelijk-expressionistische stijl) tot stand. Het gebouw bestaan uit een middendeel (hoofdingang) en twee gebogen zijvleugels, afgesloten door een dwarsblok. De westelijke vleugel is in 1978 uitgebreid. Voor de geneesheerdirecteur verrees in 1932 het blokvormige pand “Huize Griend”. In datzelfde jaar werden ook de ponyschuur en het portiersgebouw gerealiseerd. Later zijn verschillende modernere wooneenheden op het terrein gerealiseerd. Deze complexen hebben elk hun eigen uitstraling. De bebouwing kenmerkt zich door een paviljoenachtige setting in de overwegend groene ruimte.
Het beleid in dit gebied is erop gericht het bestaande bebouwings beeld en de ruimtelijke kwaliteit te handhaven en waar mogelijk te versterken. Voor dit g ebied wordt extra aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit wenselijk geacht. Een deel van deze extra aandacht wordt verwerkt in het welstandstoezicht.
56
W elst andsambit ie niv ea u De welstandsambitie voor dit gebied is gericht op het behoud en waar mogelijk het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. De klemtoon ligt op het respecteren. Aan dit gebied is dan ook een bijzonder ambitieniveau toeg ekend. Voor ontwikkelingsgebieden zijn beeldkwaliteitsplannen vastgesteld. Deze beeldkwaliteitsplannen bevatten (door de Raad) vastgestelde welstandscriteria. Deze criteria blijven van kracht voor kavels die beschikbaar zijn én waarvoor nog geen vergunde hoofdbebouwing is gerealiseerd. Het gaat hierbij om de volgende criteria: 1. Beeldkwaliteitsplan Groot Lankum (zie seperate bijlage).
GEMEENTE WAADHOEKE – 11. PZ-TERREIN Foto’s
Gebiedskenmerken en criteria
Algemene gebiedsintentie:
Plaatsing
Hh Re Hh
Re
Iv Iv
Hoofdgebouwen staan als vrijstaande bebouwing in de overwegend groene ruimte . Overwegend vrijstaande bebouwing. Bijzondere functies nemen een opvallende en dominante plaats in . Aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt.
Bijgebouwen in afgeleide archi- Hoofdvorm tectuur. Aantal bouwlagen varieert, maar kent per cluster samenhang; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. De massa-opbouw is overwegend samengesteld en kent per cluster een individuele uitstraling . De gebouwen zijn kantig opgezet en refereren aan of reageren op de ambachtelijke traditionele architectuur . Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn ondergeschikt en in een afgeleide architectuur of kennen een bijzondere vormg eving. Aanzichten Er is sprake van duidelijke gerichtheid op de publieke ruimte . Duidelijk evenwicht tussen verticaal gerichte gevelopeningen en horizontale accenten (zoals plint, gevelopbouw, daklijsten e. d.). Kantig opgezette bebouwing.
Differentiatie in detaillering per bouwwerk gerelateerd aan de historische ontwikkeling.
Opmaak Gevels hebben een stenig karakter; daken zijn voorzien van (gebakken) pannen en/of riet; bij verbouw dient een zorgvuld ige afstemming op bestaande plaats te vinden. Zorgvuldige en soms fijne (ambachtelijk traditionele) detaillering van gevelopeningen en/of daklijsten en dergelijke . Traditionele kleurstellingen overheersen (afgestemd op bestaande). Samengestelde massa-opbouw. Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.
57
1 2 . BEDRIJ VENT ERREIN PRINS HENDRIKKADE Gebiedsbeschrij vin g
Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k el ing
Langs het Van Harinxmakanaal is aan de Prins Hendrikkade al in een vroeg stadium bedrijvigheid gerealiseerd. De bebouwing kenmerkt zich door pakhuisachtige gebouwen. Eén van deze gebouwen is het in 1876 gebouwde pakhuis De Factory. Het werd gebouwd voor de opslag van het in Noord-Friesland verbouwde graan en diende later voor de handel in geïmporteerd graan, waartoe het in 1910 werd verbouwd. Daarnaast staat de voormalige vetsmelterij (1871). Het is een blokvormig vijflaags pand met een plat dak, opgetrokken in tweekleurig metselwerk. Het was de eerste oliefabriek in Friesland die met stoommachines werkte. De fabriek werd in 1911 na een brand herbouwd. De bebouwing geeft een sterke en stenige weerspiegeling van de van oudsher aanwezige bedrijvigheid. Het g ebied straalt nog de sfeer van destijds uit, die elders veelal niet meer aanwezig is en daarom als zeer waardevol dient te worden aangemerkt.
Het beleid in dit gebied is erop gericht het bestaande bebouwingsbeeld en de ruimtelijke kwaliteit te handhaven en waar mogelijk te versterken. Voor dit g ebied wordt extra aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit wenselijk geacht.
58
W elst andsambit ieniv ea u De welstandsambitie voor dit gebied is gericht op het behoud en waar mogelijk het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. De klemtoon ligt op het handhaven en respecteren. Aan dit gebied is dan ook een bijzonder ambitieniveau toegekend.
GEMEENTE WAADHOEKE – 12. PRINS HENDRIKKADE Foto’s
Gebiedskenmerken en criteria
Algemene gebiedsintentie:
Plaatsing
Hh Re Hh
Re
Iv Iv
Gebouwen staan in een duidelijke rooilijn langs het kanaal. Bijzondere functies nemen een opvallende en dominante plaats in . Vrijstaande gebouwen in een half-open bebouwingswand. Hoofdvorm Bouwvolumes, conform bestaande situatie; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. Half-open bebouwingswand.
De massa-opbouw is overwegend enkelvoudig en kent individuele uitstraling. De gebouwen zijn kantig opgezet en refereren aan of reageren op de ambachtelijke traditionele architectuur . Bijgebouwen zoveel mogelijk in hoofdbouwmassa opnemen . Aanzichten Er is sprake van duidelijke gerichtheid op de publieke ruimte . Traditionele hoofdopzet. Duidelijk evenwicht tussen verticaal gerichte gevelopeningen en horizontale accenten (zoals plint, gevelopbouw, daklijsten e.d.).
Individuele uitstraling.
Differentiatie in detaillering per bouwwerk gerelateerd aan de historische ontwikkeling. Opmaak Gevels hebben een stenig karakter; bij verbouw dient een zorgvuldige afstemming op bestaande plaats te vinden . Traditionele kleurstellingen overheersen (afgestemd op bestaande). Zorgvuldige en soms fijne (ambachtelijk traditionele) details; nieuwe moderne invullingen zijn mogelijk, mits goed ingepast in het huidige bebouwingsbeeld.
Individuele uitstraling.
Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.
59
1 3 . BEDRIJ VENPARK Gebiedsbeschrij vin g
Beleid, w aar debep aling en o nt w ik k eling
De meest recente bedrijventerreinen in de gemeente zijn qua stedenbouwkundige opzet anders dan de oudere terreinen. Dit komt ondermeer tot uitdrukking in de oriëntatie van bedrijfsgebouwen op de openbare weg. Op strategische (zicht)locaties wordt gestreefd naar accenten in architectuur. Dit geldt voor het bedrijventerrein West, voor Het Want en Kie te Franeker als ook voor een aantal gebieden in de dorpen.
Het beleid in dit gebied is erop gericht het bestaande bebouwingsbeeld en de ruimtelijke kwaliteit te handhaven en waar mogelijk te versterken. Voor dit g ebied wordt extra aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit wenselijk geacht.
De bebouwing staat grotendeels in een duidelijke rooilijn. De naar de weg g ekeerde gevels kennen over het algemeen een duidelijke geleding door middel van gevelopeningen en/of (kleur/materiaal) accenten in de gevel.
60
W elst andsambit ieniv ea u Voor dit gebied is een bijzonder ambitieniveau van kracht. De nadruk ligt hierbij op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit met extra aandacht voor zichtlocaties.
GEMEENTE: WAADHOEKE – 13. BEDRIJVENPARK Foto’s
Gebiedskenmerken en criteria
Algemene gebiedsintentie:
Plaatsing
Hh
Re
Iv
Hh
Re
Iv
Representatieve bedrijfsfuncties langs de belangrijkste ontsluitingswegen en op zichtlocaties. Bijzondere functies nemen een opvallende en dominante plaats in . Streven naar opslag van goederen en materieel aan de achterzijde of inpandig. Bedrijfswoningen liggen, indien op locatie mogelijk, voor de bedrijfsgebouwen aan de straatzijde, bedrijfsgebouwen op achtererf. Hoofdvorm Geleding van de gevel aan de Bij grote bouwvolumes zorgen voor geleding van de massaopbouw; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. Enkelvoudige tot samengestelde bouwmassa’s voor representatieve bedrijfsruimten , met aandacht voor een thematische vormbehandeling straatzijde. en een massaopbouw met verbijzondering van de bouwmassa gericht op d e hoofdweg. Bedrijfsloodsen relatief eenvoudig. De gebouwen zijn kantig opgezet.
Eenvoudige bedrijfsloods.
Aanzichten Er is sprake van duidelijke gerichtheid op de publieke ruimte, met een duidelijke representativiteit op zichtlocaties (met name aan de invalswegen). Duidelijke geleding naar de straatzijde (bijvoorbeeld d.m.v. gevelopeningen en/of materiaaltoepassingen).
Opmaak M oderne materialen zijn mogelijk, maar wel in onderlinge samenhang. Streven naar zorgvuldig materiaalgebruik in aansluiting op de omgeving. M oderne kleurstellingen zijn mogelijk; streven om opvallend kleurgebruik te voorkomen . Detaillering: eenvoudig en bij de representatieve onderdelen eenvoudig tot sterk. M oderne kleuren. Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh handhaven/herstel en restauratie. Re respecteren en interpreteren. Iv incidente el veranderbaar.
61
1 4 . BEDRIJ VENT ERREIN Gebiedsbeschrij vin g Aanvankelijk was de bedrijvigheid binnen de bebouwde kom opgenomen. Het betrof overwegend kleinschalige en traditionele bedrijven. Met name in de naoorlogse periode was sprake van schaalvergroting en groeide de behoefte aan ruimte. Bovendien speelden milieuaspecten een rol. Als gevolg van deze ontwikkelingen werd aan de randen van de stad en de dorpen bedrijfslocaties gerealiseerd.
Ook in veel andere plaatsen liggen bedrijventerreinen. Op enkele plaatsen komen ook bedrijfswoningen op de bedrijventerreinen voor.
Industrieterrein Oost, de bedrijvigheid tussen de Oude Trekvaart en het Van Harinxmakanaal, industrieterrein Zuid en de bedrijvigheid aan de Tuinen wordt gekenmerkt door hoofdzakelijk bedrijfsgebouwen met een sobere uitstraling. Zichtlocaties worden expliciet niet benut voor kwaliteit in architectuur. Het bedrijventerrein tussen Oosterbierum en Tzummarum is een complex gebouwen, behorende bij één bedrijf. De meest representatieve gebouwen op dit terrein zijn aan de wegzijde gelegen.
Voor een aantal gebieden die nog in ontwikkeling zijn, gelden specifieke door de raad vastgestelde welstands- of beeldkwaliteitskader geldt. Voor dit gebied gaat het om: 1. Bedrijventerrein Dronrijp West - Beeldkwaliteitsplan (behorend bij het bestemmingsplan Bedrijventerrein Dronrijp West vastgesteld 02-05-2019)
Het meer recent opgerichte bedrijventerrein de Jister in Achlum wordt gekenmerkt door bedrijfsgebouwen en bijbehorende bedrijfswoningen met een moderne en een verzorgde uitstraling. Zichtlocaties worden ook hier niet expliciet benut voor kwaliteit in architectuur.
W elst andsambit ieniv ea u
Berltsum heeft verhoudingsgewijs grote bedrijventerreinen. De bedrijventerreinen aan de rand van het dorp bestaan voor een groot deel uit kassenbouw. Het meest westelijke bedrijventerrein van het dorp beschikt over zichtlocaties langs de openbare weg. Dronryp heeft aan de noordkant een bedrijventerrein met representatieve bebouwing op zichtlocaties langs de openbare weg. Meest westelijke uitbreiding is in 2019 vastgesteld en voorzien van een beeldkwaliteitsplan. Aan de zuidkant heeft Dronryp twee bedrijventerreinen langs het van Harinxmakanaal. Het meest westelijke van deze twee bedrijventerreinen bestaat volledig uit een zuivelfabriek.
62
Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k eling Het beleid is gericht op het beheer van de bestaande situatie. Bijzondere ontwikkelingen worden niet verwacht voor deze gebieden.
Deze criteria zijn opgenomen in de separate bijlage.
Voor deze gebieden is een regulier ambitieniveau van kracht. De nadruk ligt hierbij op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit.
GEMEENTE: WAADHOEKE – 14. BEDRIJVENTERREIN Foto’s
Gebiedskenmerken en criteria
Algemene gebiedsintentie:
Hh
Re
Iv
Plaatsing Hh De gebouwen zijn met de voorgevel georiënteerd op de openbare weg. Streven naar representatieve bedrijfsfuncties aan de weg; langs belangrijke ontsluitingswegen en op zichtlocaties is dit een vereiste.
Re
Iv
Bijzondere functies nemen een opvallende en dominante plaats in . Bedrijfswoningen (voor zover aanwezig) liggen voor de bedrijfsgebouwen. Streven naar opslag van goederen en materieel aan de achterzijde van de bedrijfsbebouwing. Hoofdvorm Enkelvoudige tot samengestelde bouwmassa’s voor bedrijfswoningen en/of representatieve bedrijfsruimten met individuele uitstraling. De bedrijfsloods is relatief eenvoudig. Bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. De gebouwen zijn kantig opgezet. Enkelvoudige massa-opbouw.
Aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt. Bedrijfswoningen zijn overwegend één bouwlaag met een duidelijke kap. Aanzichten Streven naar duidelijke gerichtheid op de publieke ruimte , met een duidelijke representativiteit op zichtlocaties.
Traditionele kleurstelling.
Streven naar opslag van goederen aan de achterzijde. Er is sprake van een duidelijke geleding van de naar de openbare ruimte gerichte gevels (bijvoorbeeld door gevelopeningen en/ of materiaaltoepassingen. Herkenbare en zorgvuldige vormgeving. Traditionele hoofdopzet is uitgangspunt voor de bedrijfswoningen. Opmaak M oderne materialen zijn mogelijk. Streven naar zorgvuldig materiaalgebruik in aansluiting op de omgeving. Gevels van bedrijfswoningen hebben een stenig karakter en daken zijn voorzien van (gebakken) pannen. Traditionele (gedekte) kleurstellingen overheersen. Moderne kleurstellingen zijn mogelijk; opvallend kleurgebruik dient te worden voo rkomen. Detaillering is eenvoudig en bij representatieve onderdelen van de bedrijfsbebouwing en de bedrijfswoningen eenvoudig tot sterk. Glanzende materialen zijn niet toegestaan.
Bedrijfswoningen liggen voor de bedrijfsgebouwen.
Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.
63
1 5 . BUIT ENGEBIED Gebiedsbeschrij vin g Het buitengebied van de gemeente Waadhoeke kan globaal in tweeën worden gedeeld. In het noorden ligt de nadruk van de agrarische bedrijfsvoering op de akkerbouw terwijl het zuidelijk deel voornamelijk wordt bepaald door veehouderijbedrijven. De bebouwing ligt in beide gebieden sterk verspreid in het landschap, waarbij de boerderijen het bebouwingsbeeld domineren. Verspreid zijn ook woningen in het buitengebied gesitueerd en op een aantal plaatsen is sprake van een kleine bebouwingsconcentratie in de vorm van zeer kleine dorpjes en gehuchten. Voor de cultuurhistorisch waardevolle boerderijen zijn objectcriteria geformuleerd. Voor de beschrijving van deze boerderijen en de daarbij behorende welstandscriteria wordt naar de objectgerichte criteria verwezen.
In het buitengebied komen verspreid ook andere bijzondere functies en gebouwen voor, zoals woningen, windmolens en gemaaltjes.
Beleid, w aar de be paling en o nt w ik k eling Het beleid is in hoofdzaak gericht op het beheer van de bestaande situatie. Voor de agrarische functie wordt verwacht dat het aantal bedrijven zal afnemen en dat de overblijvende bedrijven nog groei zullen doormaken. In relatie tot deze trend is het van belang om ook de aanwijzingen uit het werk- en adviesboek ‘De Nije Pleats yn Fryslân’ bij planvorming en planbeoordeling te betrekken. Een specifieke situatie betreft de locatie Oudebildtdijk 894, St.-Jacobiparochie. Voor deze locatie zijn objectcriteria van toepassing (zie OT10). Voor het overige worden geen ingrijpende ontwikkelingen verwacht voor het buitengebied.
W elst andsambit ieniv ea u Naast de authentieke boerderijen is er op het boerenerf bebouwing gerealiseerd die ten dienste staat van het akkerbouwbedrijf, dan wel het veehouderijbedrijf. Deze bebouwing is qua bouwhoogte veelal ondergeschikt aan de authentieke boerderij, maar qua oppervlakte veelal omvangrijk. Het grote verschil tussen de agrarische bedrijfsbebouwing voor een akkerbouwbedrijf en een veehouderijbedrijf zit in de goothoogte van de gebouwen. Akkerbouwbedrijven hebben uit oogpunt van de bedrijfsvoering behoefte aan een hoge goothoogte, terwijl tot nog toe die hoogte bij veehouderijbedrijven beperkt kon blijven. Hier is overigens ook een trend naar hogere stallen waarneembaar. Ondanks de forse nieuwe agrarische bebouwing is de historische boerderij in de meeste gevallen nog beeldbepalend voor het erf. De nieuwe bebouwing is veelal op het achtererf geplaatst.
Voor het buitengebied is een regulier ambitieniveau van kracht (zie ook voet 2). De nadruk ligt hierbij op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit.
2 Het landelijk gebied van Oude- en Nieuwebildtdijk behoort tot het beschermd dorpsgezicht (Oude en Nieuwe Bildtdijken). Daar de kenmerken zich met name toespitsen op de stedenbouwkund ige en landschappelijke situatie, is er geen aanleiding om qua welstand een onderscheidend regime te hanteren.
64
GEMEENTE: WAADHOEKE – 15. BUITENGEBIED Foto’s
Gebiedskenmerken en criteria
Algemene gebiedsintentie:
Hh
Re
Iv
Plaatsing Hh Het boerenerf kent een heldere opdeling in een woon- en een bedrijfsdeel. Het woondeel is georiënteerd op de openbare weg. Het b edrijfsdeel ligt achter of naast het woondeel, waarbij sprake is van een duidelijke ruimtelijke scheiding (bijvoorbeeld door vo ldoende tussenruimte of onderscheid in erfbeplanting e.d.).
Re
Iv
Hoofdgebouwen, zoals woningen, staan overwegend in een historisch gegroeide parcellering. Bijzondere functies (zoals gemalen en windmolenparken) nemen een opvallende en dominante plaats in . Aan- en uitbouwen alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt en zijn achter de voorgevel van het hoofdgebouw geplaatst. Agrarische bedrijfsgebouwen kennen overwegend dezelfde nokrichting als het hoofdgebouw, of staan juist haaks daarop. Zie ook werk- en adviesboek ‘De Nije Pleats yn Fryslân’. Bebouwing respecteert de aanwezige waardevolle beplantingspatronen . Het traditionele boerenerf domineert het beeld (ook bij functieHoofdvorm verandering) In principe één bouwlaag met duidelijke kap; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken . De massa-opbouw is overwegend enkelvoudig tot samengesteld en kent individuele uitstraling. De gebouwen zijn kantig opgezet en refereren aan of reageren op de ambachtelijke traditionele architectuur . Aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt of kennen een bijzondere vormgeving. Agrarische bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm met duidelijke kap (zie werk- en adviesboek ‘De Nije Pleats yn Fryslân’). Over het algemeen een symmetrische hoofdopzet.
Eenvoudige hoofdvorm.
Aanzichten Hoofdgebouwen kennen een duidelijke gerichtheid op de publieke ruimte . Traditionele hoofdopzet is uitgangspunt bij verbouw; bijgebouwen kunnen hiervan afwijken. Duidelijk evenwicht tussen verticaal gerichte gevelopeningen en horizontale accenten (zoals plint, gevelopbouw, daklijsten e.d. ). Nieuwe invullingen kunnen modern, maar zijn ingetogen. Agrarische bedrijfsgebouwen kennen enige expressie, indien naar en op de weg gericht. Opmaak
Gevels van hoofdgebouwen hebben een stenig karakter; daken van hoofdgebouwen zijn voorzien van (gebakken en niet glanzende) p annen Agrarisch bedrijfsgebouw naast en/of riet. Bij verbouw dient een zorgvuldige afstemming op bestaande plaats te vinden . het hoofdgebouw. Aandacht voor onderlinge verschillen in ambachtelijk traditionele details. Bij bestaande bebouwing: aandacht voor ambachtelijk traditionele details. Nieuwbouw kent een zorgvuldige detaillering van gevelopeningen en/of daklijsten; bij agrarische bijgebouwen blijft dit s ober. Traditionele kleurstellingen overheersen (afgestemd op bestaande). M iddentoon.
65
Agrarische bedrijfsgebouwen kunnen hiervan afwijken, doch dienen in gedekte donkere kleuren te worden gerealiseerd, materiaalgebruik is respectvol ten opzichte van de omgeving. De dakbedekking en wanden van agrarische bedrijfsgebouwen mag geen reflectie van licht veroorzaken. De toepassing van windbreekgaas in een donkere tint wordt aanbevolen.
Oude erven op terpen
66
Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Voor boerderijen wordt verwezen naar de objectgerichte criteria. Streven naar respecteren en handhaven van erfbeplantingen. Nieuwe bedrijfsgebouwen vragen om een goede landschappelijke inpassing en een verlichtingsplan waarbij uitstraling naar het landelijk gebied wordt beperkt tot het minimum. Sleufsilo’s, mestzakken en mestbassins inpassen met een met gras begroeide aar den wal/talud en/of een beplantingssingel (streekeigen beplanting). Opslag van goederen bij voorkeur uit het zicht. Voedersilo’s en melktanks clusteren en niet direct in het zicht van de openbare weg plaatsen. Voedersilo’s en melktanks ligge n achter de achtergevelrooilijn van het oorspronkelijke hoofdgebouw (bestaande boerderij/hoofdwoning). Voedersilo’s inpassen middels stre ekeigen erfbeplantingen en/of uitvoeren in gedekte tinten en een matte afwerking passend in het omringende landschap. M elktanks i npassen middels streekeigen erfbeplantingen en/of ombouwen met een wand in gedekte tinten en een matte afwerking passend in het omrin gende landschap. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.
67
1 6 A. GL AST UINBOUW T RADIT IONEEL Gebiedsbeschrij vin g
Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k eling
Het traditionele kassengebied wordt gekenmerkt door in de gemeente verspreid liggende gebieden. Verwezen kan worden naar de gebieden ten noorden van Oosterbierum en het bestaande kassengebied van Sexbierum en Berltsum als ook een bedrijf bij Menaam. Woon- en bedrijfsbebouwing zijn per bedrijf geclusterd. De bebouwing bestaat voor het overgrote deel uit kassen afgewisseld met aangrenzende bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen die functioneel zijn gebonden aan de sector. In enkele gevallen is sprake van vrijstaande woningen met een individuele uitstraling, maar doorgaans zijn dubbele woningen gerealiseerd. De kassen zijn voorzien van waterbassins (silo’s), waarbij geen vaste structuur bestaat in de situering van de waterbassins; de waterbassins zijn doorgaans voorzien van begroeide (of nog te begroeien) aarden wallen. De bedrijfswoningen zijn over het algemeen vooruitgeschoven ten opzichte van de bedrijfsgebouwen en zijn met de voorgevel gericht op de weg.