CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Vast te stellen aangepaste Welstandsnota Waadhoeke (tekst)(Corsanummer 21.120470).PDF

Gemeenteraad Waadhoeke 1 juli 2021, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Aanpassing Welstandsnota Waadhoeke26.500 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het beleid is gericht op het beheer van de bestaande situatie. Bijzondere ontwikkelingen worden niet verwacht.

68

W elst andsambit ieniv ea u De nadruk ligt op het respecteren op de bestaande basiskwaliteit. Bij eventuele herinrichting of modernisering van deze gebieden kan worden verwezen naar de welstandscriteria voor de moderne glastuinbouw ontwikkeld ten zuiden van Sexbierum. De kassen zijn welstandsvrij.

GEMEENTE WAADHOEKE - 16A. GLASTUINBOUW TRADITIONEEL Foto’s

Gebiedskenmerken en criteria

Algemene gebiedsintentie:

Plaatsing

Hh

Re

Iv

Hh

Re

Iv

De waterbassins staan willekeurig in de ruimte. De voorgevel van de woningen is doorgaans gericht op de weg, rooilijn is flexibel, ten opzichte van bedrijfsgebouwen echter vooruitgeschoven. Bijzondere functies nemen een opvallende en dominante plaats in . De bedrijfsgebouwen hebben een flexibele rooilijn . Hoofdvorm Woningen in het kassengebied

Dijklichamen waterbassins maximaal 2 m boven maaiveld. De woningen zijn doorgaans twee-onder-één kap, soms vrijstaand, 1 of 2 lagen met kap, kap is onbepaald; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. Bedrijfsgebouwen zijn in 1 of 2 lagen opgetrokken, voorzien van flauw hellende of platte daken; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. Aanzichten De waterbassins zijn voorzien van gras of met groenblijvende bodembedekkers begroeide aarden wal.

Industrieel karakter

De woningen zijn duidelijk gericht op de weg. De geleding van de gevels van de woningen is eenvoudig. Bedrijfsgebouwen en waterbassins (silo’s) hebben een industriële/functionele uitstraling. Opmaak Gevels van de woningen hebben een stenig karakter, daken zijn voorzien van (gebakken) pannen, eenvoudige detaillering. Kleurstelling is traditioneel tot modern. Hoofdbouwmassa van de bedrijfsgebouwen wordt gekenmerkt in hoofdzaak uniform kleurgebruik (effen).

Kassen zijn welstandsvrij

Waterbassins hebben overwegen één kleur (effen) per bedrijf, geen reclame -uitingen. Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.

69

1 6 B. UIT BREIDING GL AST UINBOUW SEXBIERUM Gebiedsbeschrij vin g Het kassengebied ten zuiden van Sexbierum wordt gekenmerkt door een seriematig opgezette, grootschalige en rationele structuur. Woon- en bedrijfsbebouwing zijn per bedrijf geclusterd. De bebouwing bestaat voor het overgrote deel uit kassen afgewisseld met bouwvlakken waarin bedrijfsgebouwen en eventueel bedrijfswoningen worden gebouwd. De kavels voor de bedrijfsgebouwen zullen deels bestaan uit verharde vlakken ten behoeve van het laden en lossen van vrachtauto’s. Alle bouwvlakken zijn aan de centrale ontwikkelingsas gesitueerd met uitzondering van de gebouwen voor het meest westelijke bedrijf. Deze gebouwen zijn aan de noord-zuid lopende as gelegen waarbij het architectonisch accent van de bedrijfsgebouwen die de hoofdentree benadrukt symmetrisch ten opzichte van de centrale ontwikkelingsas ligt. In de stroken naast de bouwvlakken zijn de waterbassins gelegen. Deze zijn aan de voor- en zijkant voorzien van een begroeide aarden wal van maximaal 2 m hoog ten opzicht van maaiveld. De hoofdontsluiting met fietspad ligt in de centrale ontwikkelingsas verhoogd zodat zicht mogelijk is over de dijklichamen van de waterbassins. De bedrijfswoningen zijn vrijstaand en staan vooruitgeschoven ten opzichte van de bedrijfsgebouwen en met de voorgevel gericht op de weg.

De woningen hebben een gedifferentieerde opbouw bestaande uit 1 of 2 lagen met kap of plat dak. Door het geringe aantal woningen in het plangebied die op grote afstand van elkaar zullen voorkomen, kunnen deze een grote mate van vrijheid bij kleur en materiaalgebruik krijgen, zolang deze een moderne uitstraling hebben. Het ruimtelijk accent aan de oostkant van het gebied moet aantrekkelijk worden vormgegeven met een hoge architectonische kwaliteit.

meer representatieve gevel gesitueerd. De warmtebuffers en watersilo’s staan evenals de bedrijfsgebouwen naar achter gerooid ten opzichte van de woningen. Door de grotere hoogte en afwijkende ronde vorm zullen deze een meer gevarieerd beeld opleveren en een levendige onderbreking vormen op het verdere vrij rustige bebouwingsbeeld veroorzaak door de kassen en bedrijfsgebouwen. De kleur van de warmtebuffers en watersilo’s is vrij, maar beperkt zich in hoofdzaak tot één kleur per silo/buffer en één kleur per bedrijf. Feitelijk wordt de vorm van de warmtebuffers en watersilo’s bepaald door de functie. Op de buffers en silo’s zijn geen reclame-uitingen toegestaan. De kassen zelf zijn welstandsvrij.

Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k eling Het beleid is gericht op het vergroten van de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit en het waarborgen van de aanwezige kwaliteit. De welstandscriteria moeten gelezen worden in samenhang met de notitie ‘Ruimte voor glas, de ruimtelijke kwaliteit van Waddenglas’ en de toelichting en de voorschriften van het bestemmingsplan ‘Sexbierum – Uitbreiding glastuinbouw’. De notitie ‘Ruimte voor Glas’ beschrijft naast de toekomstige inrichting tevens de ruimere context van het gebied en de inbedding in het landschap. ‘Ruimte voor glas’ is integraal opgenomen in het bestemmingsplan. In de toelichting van het bestemmingsplan ‘Sexbierum – Uitbreiding glastuinbouw’ is een samenvatting opgenomen van de notitie. De stedenbouwkundige eisen zijn zoveel mogelijk in de toelichting en voorschriften opgenomen. Dit betreffen de eisen ten aanzien van rooilijnen, oppervlaktes en hoogtes. Om de ruimtelijke kwaliteit van de bedrijfsgebouwen te vergroten wordt een stimuleringspremie voor het inschakelen van een architect in het leven geroepen.

W elst andsambit ieniv ea u De bedrijfsgebouwen bestaan uit een eenvoudige opbouw van één of twee lagen met een flauw hellend of plat dak. De gebouwen worden gekenmerkt door een industriële uitstraling. Ter hoogte van de hoofdentree van de bebouwing is een

70

Voor deze gebieden is een regulier ambitieniveau van kracht. De nadruk ligt hierbij op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit. Incidentele veranderingen worden over het algemeen mogelijk geacht.

GEMEENTE WAADHOEKE - 16B. UITBREIDING GLASTUINBOUW SEXBIERUM Foto’s

Gebiedskenmerken en criteria

Algemene gebiedsintentie:

Plaatsing

Hh

Re

Iv

Hh

Re

Iv

De waterbassins hebben een flexibele rooilijn binnen marges. De voorgevel van de woningen is doorgaans gericht op de weg, rooilijn is flexibel binnen marges, ten opzichte van bedrijfsgebouwen echter vooruitgeschoven. De bedrijfsgebouwen hebben een flexibele rooilijn . Warmtebuffers en watersilo’s hebben een flexibele rooilijn. Bijzondere functies nemen een opvallende en dominante plaats in . Hoofdvorm Dijklichamen waterbassins maximaal 2 m boven maaiveld. De woningen zijn vrijstaand, 1 of 2 lagen met kap of plat dak, kap is onbepaald mits geen wolfskap; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. Bedrijfsgebouwen zijn in 1 of 2 lagen opgetrokken, voorzien van flauw hellende of platte daken; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. Warmtebuffers en watersilo’s, functie bepaalt vorm. Aanzichten De waterbassins zijn voorzien van gras of met groenblijvende bodembedekkers begroeide aarden wal. De woningen zijn duidelijk gericht op de weg. Bedrijfsgebouwen, warmtebuffers en watersilo’s hebben een indu striële/functionele uitstraling. Opmaak M ateriaal gebruik van de gevels woningen is vrij, materiaalgebruik daken, vrij mits geen riet. Woningen hebben een moderne uitstraling. Hoofdbouwmassa van de bedrijfsgebouwen wordt gekenmerkt door in hoofdzaak uniform kleurgebruik (effen). Hoofdentree bedrijfsgebouwen in maat en detaillering vormgegeven als architectonisch accent .

Waterbassins hebben overwegen één kleur (effen) per bedrijf, geen reclame -uitingen. Het ruimtelijk accent aan de oostzijde is in kleur, materiaal en vorm vrij, hoge architectonische kwaliteit. Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.

71

1 7 . F RANEKER ZUID Gebiedsbeschrij vin g De stadsuitbreiding Franeker-Zuid betreft een nieuw woongebied dat in ontwikkeling is en de komende jaren ontwikkeld gaat worden. Franeker-Zuid wordt ontwikkeld aan de zuidzijde van de stad. In de zone tussen de nieuwe woonwijk en het open terpenlandschap, worden het Hitzumer- en Miedumerbos aangelegd, afgewisseld met agrarisch weide gebied. In en direct rond de woonwijk, in het geheel, speelt het water een belangrijke rol, vooral in het westelijke en zuidelijke deel van de wijk. Aan een deel van het bestemmingsplan ‘Franeker-Zuid’ is goedkeuring onthouden. Deze woonbuurten worden in deze welstandsnota buiten beschouwing gelaten en in een volgende actualisering van de Welstandsnota opgenomen. FranekerZuid kent de stedenbouwkundige opbouw van vier woonvelden of woonbuurten die elk een eigen karakteristiek hebben, maar tegelijkertijd stedenbouwkundige samenhang creëren, zodanig dat sprake is van sterke stedenbouwkundige eenheden. Vooralsnog zijn in de welstandsnota twee woonbuurten en een deel van een derde woonbuurt ‘Lanenbuurt West’ opgenomen. Het gaat om de buurten: -

-

De Rietbuurt, met als beeldthema ‘water en riet’; De Waterbuurt, met als beeldthema ‘water’, rondom in het water gelegen, ten zuiden van de centrale wijkontsluitingsweg (alleen het westelijk deel van deze buurt is opgenomen in de Welstandsnota); De Lanenbuurt West, met als voornaamste beeldthema noord-zuid lopende lanen met bomen in grasbermen, gelegen ten noorden van de centrale ontsluitingsweg (alleen het westelijk deel van deze buurt is opgenomen in deze welstandsnota);

Rietbuurt De Rietbuurt wordt aan de zuidzijde begrensd door de Tzummervaart, aan de westzijde door het Hitzumer Binnenpad en aan de oostzijde door een zone met water en groen. Deze groen/blauwe zone loopt van noord naar zuid door de wijk, in het verlengde van de Stationsweg, maar dan ten zuiden van het spoor.

72

In de as van noord-zuid lopende buurtontsluitingsweg staat aan de stadszijde een bijzonder woongebouw (urban villa) dat beeldbepalend is voor de entree van de wijk per fiets of te voet. Langs de buurtontsluitingsweg staan geschakelde of twee-onder-één kapwoningen en aan de haaks op deze weg aansluitende woonstraten staan vrijstaande en halfvrijstaande woningen op kavels aan het water en het riet. De bebouwing van de Rietbuurt is gemiddeld lager dan die van de overige buurten en ligt ingebed in de omringende rietkragen. De vrijstaande en halfvrijstaande woningen zullen overwegend worden gebouwd in één laag (met kap). Eventueel kunnen met inachtneming van dit uitgangspunt per straat accenten in twee bouwlagen worden gelegd. De geschakelde woningen worden gebouwen in twee lagen plus kap en de urban villa in 4 lagen inclusief kap. Waterbuurt (westelijk) De Waterbuurt ligt rondom in het water en grenst aan de noordzijde aan de centrale wijkontsluitingsweg, aan de oostzijde aan het overig deel van de Waterbuurt, aan de zuidzijde aan het agrarisch weidegebied, met zicht op het Miedumerbos en aan de westzijde aan de Rietbuurt. De woningen liggen aan een landtong. Er worden overwegend vrijstaande en halfvrijstaande woningen g ebouwd, in één of twee bouwlagen, al of niet met kap. Van belang is de tweezijdige gerichtheid van woningen die gebouwd zijn op kavels aan het water.

Lanenbuurt West (westelijk) De Lanenbuurt West wordt aan de zuidzijde begrensd door de wijkontsluitingsweg en aan de noordzijde door de bomenweide die grenst aan de bestaande bebouwing langs de Parallelweg/Tzummerweg. De begrenzing in het oosten zal naar verwachting bestaan uit de woonbebouwing van het oostelijk deel van Lanenbuurt West. Het grootste deel van Lanenbuurt West vraagt een compositie van vrijstaande, halfvrijstaande geschakelde en rijenwoningen. Met elkaar vormen de woningen een samenhangend bebouwingsbeeld per laan of straatwand. De vrijstaande woningen in het noordelijk deel, grenzend aan de bomenweide zijn extra groot op grote kavels.

Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k eling Sleutelbegrippen als het gaat om de te realiseren ruimtelijke kwaliteit in de nieuwe woonwijk Franeker-Zuid, zijn differentiatie en stedenbouwkundige s amenhang. Differentiatie in die zin dat het plan uiteindelijk een viertal zog enaamde woonvelden of woonbuurten kent die elk een eigen karakteristiek zullen hebben. Stedenbouwkundige samenhang, zodanig dat er sprake zal zijn van sterke stedenbouwkundige eenheden. Ruimtelijke kwaliteit wordt beschreven als de resultante van de gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde. Van belang is dat deze ‘waarden’ niet los van elkaar staan. Een ‘mooi’, maar onbruikbaar gebouw heeft weinig ruimtelijke kwaliteit. Bij toepassing van de richtlijnen en eisen die zich richten op de beeldkwaliteit (belevingswaarde), moet altijd ook de relatie met de gebruikswaarde en de duurzaamheid worden g elegd. De beeldkwaliteit die gerealiseerd moet worden in aansluiting op de geformuleerde ambitie is dat het bebouwingsbeeld een sterke samenhang per woonbuurt en een duidelijk onderscheid tussen de woonbuurten vertoont. Het bebouwingsbeeld zal de nagestreefde karakteristiek per woonbuurt moeten ondersteunen en mee bepalen. Met het ruimtelijk ontwerp voor Franeker-Zuid, wordt zowel een stedenbouwkundige als architectonische ordening aangebracht.

Leidende gedachte is dat de architectonische en stedenbouwkundige ordening elkaar optimaal moeten ondersteunen. Bij het realiseren van de gewenste beeldkwaliteit gaat het om het vinden van de juiste balans tussen samenhang en variatie. Deze balans tussen samenhang en variatie speelt zowel een rol op het niveau van de wijk als geheel, en in het geval van Franeker- Zuid vooral ook op het niveau van de onderscheiden vier woonbuurten, die elk hun eigen karakteristiek dienen te krijgen.

Deze architectonische eenheden met een grote ruimtelijke kwaliteit bevinden zich aan de randen van de Rietbuurt, Lanenbuurt West (westelijk deel) en de Waterbuurt (westelijk deel). Aandachtszones voor wat betreft de zichtlijnen liggen centraal in de Rietbuurt en Waterbuurt. Op de kop van de woonstraten in de Rietbuurt aan het water worden sterlocaties gekenmerkt met een hoge architectonische kwaliteit, dit geldt ook voor de kavels in het zuidelijk deel van de Rietbuurt op de hoeken aan het water.

W elst andsambit ieniv ea u De nadruk ligt in het welstandsgebied op handhaven en respecteren, dit betekent dat de bijzondere kwaliteiten behouden moeten blijven of verbeterd moeten worden van een gebied, ofwel dat een gebied met bijzondere kwaliteiten gerealiseerd moet worden. Dit betekent dat voor nieuwe plannen, wijzigingen en toevoegingen deze een bijdrage moeten leveren aan de gestelde ruimtelijke kwaliteit. Voor het gebied is een bijzonder welstandsniveau van kracht.

In de wijk zullen vooral vrijstaande en geschakelde of twee-onder-éénkapwoningen worden gebouwd. Daarnaast is er ruimte voor rijenwoningen en appartementen. De bebouwing zal moeten bijdragen aan een goede ruimtelijke kwaliteit van de gehele wijk. Behalve een sterke samenhang per buurt, is voor Franeker-Zuid een belangrijk uitgangspunt dat de woningen die aan belangrijk groene en blauwe openbare ruimtes liggen, een samenhangend straatbeeld vertonen. Om een dergelijk, aan de belangrijkste openbare ruimten, gekoppeld samenhangend beeld te realiseren, zijn in het plangebied zogenaamde ‘architectonische eenheden’ gedefinieerd.

73

Gemeente Waadhoeke – 17. Franeker Zuid Rietbuurt Foto’s

Gebiedskenmerken en criteria

Algemene gebiedsintentie:

Plaatsing Bebouwing gesitueerd langs of aan de straat; ingebed in omringende rietkragen. Heldere en eenduidige ordening van de onderlinge afstand van de gebouwen in een straatwand; bijzondere functies nemen een opvallende en dominante plaats in. Woningen (hoofdgebouwen) in principe gericht op de openbare ruimte . M arge-rooilijn, koppen van de straat vaste rooilijn. Geschakelde woningen in samenhangende compositie met stedelijk beeld en overige woningen vrij. Geschakelde en 2/1 kapwoningen langs buurtontsluitingsweg. Vrijstaande woningen aan buurtontsluitingsweg hebben wandwerking. Woonstraten vrijstaande en halfvrijstaande woningen. Hoofdvorm Hoofdvorm van gebouwen in een straat, stelsel van straten of rand, contour (vorm) en de korrelgrootte (schaal) vertonen eenduidigheid ;

bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. Geschakelde woningen zijn overwegend 2 lagen plus kap of drie lagen p lat langs buurtontsluitingsweg. Overwegend één laag plus kap of één laag plat vrijstaande en halfvrijstaande woningen in woonstraten . Per straat accenten in twee bouwlagen. Urban villa aan de stadszijde als bijzonder woongebouw 4 of 5 lagen met kap. Kapvormen traditioneel (zadeldak, piramidedak en schilddak) of modern (platdak, lessenaarsdak, gebogen kap). Aanzichten Woningen (hoofdgebouwen) zijn gericht op de openbare ruimte . Hoeksituaties aandachtspunt, geen blinde gevels. Samenhang ten aanzien van verticale gerichtheid c.q. proportionering van de gevelcompositie . Terugrooien bijgebouwen om de hoek. Stijl is kantig. Principedetails per categorie nader te bepalen en toe te passen (geschakeld en villa). Opmaak Gevels van de woningen een combinatie van steen en een substantieel deel hout in de gevel. Daken van pannen of bitumen of metaal. Gevels in lichte kleurstelling, dakvlakken donker. Beschoeiing in Rietbuurt NAP +0,20 m. Groene oevers op koppen (noordelijke zijde) woonstraten aan het water. Uitgangspunten met betrekking tot erfafscheidingen zijn dat in het groene lanengebied voornamelijk groene erfafscheidingen en in de meer waterrijke plandelen, erfafscheidingen van hout en/of metaal worden gebruikt.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.

74

Hh Re Hh

Re

Iv Iv

Gemeente Waadhoeke – 17. Franeker Zuid Waterbuurt Foto’s

Gebiedskenmerken en criteria

Algemene gebiedsintentie:

Plaatsing

Hh Re Hh

Re

Iv Iv

Bebouwing gesitueerd langs of aan de straat. Heldere en eenduidige ordening van de onderlinge afstand van de gebouwen in een straatwand . Bijzondere functies nemen een opvallende en dominante plaats in. Woningen (hoofdgebouwen) in principe gericht op de openbare ruimte . Woningen op kavels aan het water, gericht naar straat en water . Hoofdvorm Hoofdvorm van gebouwen in een straat, stelsel van straten of rand, contour (vorm) en de korrelgrootte (schaal) vertonen eenduidigheid;

bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. Geschakelde woningen zijn overwegend 2 lagen plus kap. Vrijstaand en halfvrijstaande woningen Twee bouwlagen met kap, 3 bouwlagen plat Kapvormen in Waterbuurt facultatief modern (platdak, lessenaarsdak, gebogen kap . Aanzichten Woningen (hoofdgebouwen) zijn gericht op de openbare ruimte. Hoeksituaties aandachtspunt, geen blinde gevels. Samenhang per straat in vormgeving gevels. Terugrooien bijgebouwen om de hoek. Stijl is hoofdzakelijk kantig in Waterbuurt. Opmaak Daken van pannen of bitumen of metaal. M ateriaal is een combinatie van steen en een substantieel deel hout in de gevel. Gevels grijs, grijsachtig, antraciet, houtgelakt, kleuraccenten. Daken antraciet/grijs. Op kop van de straat aan het water groene kades. Groene kades in Waterbuurt langs zichtlijnen buurtontsluitingsweg en wijkontsluitingsweg. Kades aan noordzijde, grenzend aan wijkontsluitingsweg en zuidzijde oever 1:5 met breuksteen . Beschoeiing in centrale deel Waterbuurt NAP + 0,65 m. Uitgangspunten met betrekking tot erfafscheidingen zijn dat in het groene lanengebied voornamelijk groene erfafscheidingen en in de meer waterrijke plandelen, erfafscheidingen van hout en/of metaal worden gebruikt . Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.

75

Gemeente Waadhoeke – 17. Franeker Zuid Lanenbuurt West Foto’s

Gebiedskenmerken en criteria

Algemene gebiedsintentie:

Plaatsing Bebouwing gesitueerd langs of aan de straat. Heldere en eenduidige ordening van de onderlinge afstand van de gebouwen in een straatwand . Bijzondere functies nemen een opvallende en dominante plaats in. Woningen (hoofdgebouwen) in principe gericht op de openbare ruimte . Vaste rooilijn, in het noordelijk deel marge-rooilijn. Woningen in een compositie van langs- en dwarskappen. Langs buurtontsluitingsweg geschakelde of 2/1 kapwoningen of vrijstaande woningen met wandwerking . Vrijstaande woningen in het noordelijk gedeelte zijn extra groot op de kavels . Hoofdvorm Hoofdvorm van gebouwen in een straat, stelsel van straten of rand, contour (vorm) en de korrelgrootte (schaal) vertonen eenduidigheid ;

bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. Geschakelde woningen in één of twee lagen al dan niet met kap, eventueel drie lagen zonder kap. Halvrijstaand en vrijstaand in één of twee lagen plus kap, eventueel zonder kap. Grote kavels, grotere huizen. Kapvormen traditioneel (zadeldak, piramidedak en schilddak) of modern (platdak, lessenaarsdak, gebogen kap). Aanzichten Woningen (hoofdgebouwen) zijn gericht op de openbare ruimte . Hoeksituaties aandachtspunt, geen blinde gevels. Samenhang per straat in vormgeving gevels. Terugrooien bijgebouwen om de hoek. Stijl is kantig. Keuze voor overeenkomstige principedetails per laan of straatwand . Opmaak M ateriaal is hoofdzakelijk steen. Daken met pannen en/of bitumen. Gevels uit roodbakkende klei, hout naturel of gedempt, alles in gedekte tinten . Daken in rood/oranje. Uitgangspunten met betrekking tot erfafscheidingen zijn dat in het groene lanengebied voornamelijk groene erfafscheidingen en in de meer waterrijke plandelen, erfafscheidingen van hout en/of metaal worden gebruikt. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.

76

Hh Re Hh

Re

Iv Iv

77

1 8 . ZW EINS KINGMAST AT E Gebiedsbeschrij vin g Het gebied wordt bepaald door gronden die behoorden tot Kingma State. Van de oorspronkelijke situatie zijn nog sporen aanwezig. Deze sporen vormen het motief voor een herwaardering

Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k eling Het gebied ondergaat een herwaardering waarbij het eeuwenoude, grillige slotenpatroon in het landschap de basis vormt voor de inrichting. De historische parcelering wordt gerespecteerd en getransformeerd naar bospercelen, parklandschap, plassen of weiden omringd door monumentale boomsingels. Gelet op de landschappelijke en cultuurhistorische waarden zal een nieuw hoofdgebouw op een afgegraven terp worden opgericht. Het wordt een statig landhuiscomplex waarin wooneenheden maximaal geclusterd zijn binnen een bebouwingsblok waarbij de uiterlijke verschijningsvorm zich manifesteert als één gebouw. In de aanleg van het nieuwe stateterrein zijn zichtlijnen vanaf en richting Kingma State van groot belang.

W elst andsambit ieniv ea u De nadruk ligt in het welstandsgebied op handhaven en respecteren, dit betekent dat de bijzondere kwaliteiten behouden moeten blijven of verbeterd moeten worden van een gebied, ofwel dat een gebied met bijzondere kwaliteiten gerealiseerd moet worden. Dit betekent dat voor nieuwe plannen, wijzigingen en toevoegingen deze een bijdrage moeten leveren aan de gestelde ruimtelijke kwaliteit. Voor het gebied is een bijzonder welstandsniveau van kracht.

78

Gemeente Waadhoeke – 18. Zweins Kingmastate Foto’s

Gebiedskenmerken en criteria

Algemene gebiedsintentie:

Hh Re

Ruimte Hh De parkaanleg op het wooneiland is ingepast in en afgestemd op de hoofdgroenstructuur en is als dienend voor het gebouw ontworpen

Re

Iv Iv

Het hoofdgebouw kent formele en informele zijden welke in de ordening van landgoed en tuindeel verankerd zijn De bestaande landschappelijke structuur is richtinggevend vo or de situering en de uitwerking van het gebouw(encomplex) Zichtlijnen worden gerespecteerd Het landgoed is als geheel van hoge (landschaps)architectonische kwaliteit en herkenbaar aan een eigentijdse identiteit die past in het kleiterpenlandschap Plaatsing Het hoofdgebouw staat vrij in de ruimte op een wooneiland De bebouwing is ruimtelijk en functioneel afgestemd op de landgoedontwikkeling Er is sprake van één bijgebouw of bijgebouwen zijn zodanig in het hoofdgebouw geïntegreerd dat ze niet het aanzien van bijgeb ouwen hebben Vanaf de openbare weg bestaan momenten van zichtbaarheid van het hoofdgebouw en de bij het landgoed behorende eigendommen De gevel in het verlengde van de oprijlaan staat haaks op deze oprijlaan Hoofdvorm Eén hoofdmassa bestaande uit één totaalvorm of een samenvoeging van vormen die zich manifesteren als één gebouw Hoofdgebouw van twee tot drie bouwlagen met een duidelijk kap met een maximale hoogte 4/5 van de hoogte van de hier voorkomen de volwassen bomen Bijgebouwen bestaan uit één bouwlaag, overwegend met kap Bijgebouwen zijn qua architectuur en formaat ondergeschikt aan het hoofdgebouw De functie van het gebouw is afleesbaar in de uitdrukking en compositie ervan Bebouwing sluit

aan op gebiedseigen gebouwvormen Aanzichten Het gebouw kent een duidelijke gerichtheid op de openbare ruimte Hoofdgebouw is alzijdig met een hiërarchie waarbij de gevel in het verlengde van de oprijlaan wo rdt benadrukt Gevel hoofdgebouw, in het verlengde van de oprijlaan, straalt allure en monumentaliteit uit Duidelijk evenwicht tussen verticale en horizontale elementen Historiserende architectuur en uitstraling van een appartementengebouw wordt voorkomen Opmaak

79

De detaillering van de gevels is ingetogen Er is eenduidige keuze voor een stijl en geen mengvorm Gevels van het hoofdgebouw bestaan uit grote muurvlakken, met een voorkeur voor bakstenen in gevarieerde aardtinten Duidelijke voorkeur voor een stenig karkater in de vorm van metselwerk Traditionele kleurstellingen overheersen, refererend aan de omgeving Hoge architectonische en ruimtelijk landschappelijke kwaliteit Bij keuze landschappelijke inpassing aansluiten bij kernkwaliteiten Friese Kleiweidelandschap en gebruik inheemse beplanting Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.

80

4. Objectgerichte welstandscriteria 4.1

Toelichting

In dit hoofdstuk worden de objectgerichte welstandscriteria genoemd voor bouwwerken die zo specifiek zijn dat ze, ongeacht het gebied waarin ze worden geplaatst, een eigen welstandscriteria vergen. De opzet van deze objectgerichte criteria is vergelijkbaar met de gebiedsgerichte criteria. Ook hierbij gaat het steeds om ‘relatieve’ welstandscriteria. De criteria zijn aanvullend op de gebiedsgerichte criteria. De bouwplannen worden altijd aan de welstandscommissie voorgelegd, die bij de beoordeling de criteria interpreteert in het licht van het concrete bouwplan.

4.2

Objectindeling

In Waadhoeke zijn 10 objectentypen onderscheiden waarvoor extra aandacht is gewenst. Onderscheiden objecten In de uitwerking van de objecten is specifieke achtergrondinformatie gegeven ter onderbouwing van de welstandsambities De volgende indeling in objecttypen is van kracht: OT1 OT2 OT3 OT4 OT5 OT6 OT7 OT8 OT9

Historische boerderijen bijzonder. Bijzonder stal- en kasvormen regulier. (Mest)vergistingsinstallaties regulier. Mestraffinageinstallaties regulier. Kleine windturbines regulier. Windturbineclusters bijzonder. Technische installaties delfstofwinning bijzonder. Woonschepen/woonarken bijzonder. Paardenbakken, paddocks, longeercirkels en trainingsmolens regulier OT10 Meijer Plaatbewerking Oudebildtdijk 894 St.-Jacobiparochie

4.3

Beoordelingskader

Voor elk object is een beoordelingskader opgesteld, waarin steeds de volgende onderdelen aan de orde komen: -

-

een korte beschrijving van het objecttype; een samenvatting van het beleid, de aanvullende beleidsinstrumenten die de gemeente inzet, de te verwachten en/of gewenste ontwikkelingen en de waardering voor het object; de voor het object geldende welstandsambitie; de welstandscriteria. De kenmerkende aspecten van de bebouwing zijn als criteria omschreven, onderverdeeld naar plaatsing, hoofdvorm, aanzichten en opmaak. Plaatsing gaat over de situering van gebouwen ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de weg. Hoofdvorm betreft de massa opbouw en de vormgeving van de bouwmassa’s. Aanzichten gaat over de indeling van de gevels en opmaak gaat over de detaillering en het kleur- en materiaalgebruik.

Per object is een algemene beleidsintentie aangegeven. Deze intentie vloeit voort uit het ambitieniveau voor het betreffende object. Vervolgens is per criterium aangegeven of het criterium of kenmerk gehandhaafd dient te blijven of dat het gerespecteerd dient te worden of dat het incidenteel veranderbaar is. Handhaven betekent het behouden van hetgeen als kenmerk van een object is aangeduid. Andere ontwikkelingen ten aanzien van dat criterium/kenmerk worden niet mogelijk geacht. Respecteren daarentegen biedt meer ruimte voor veranderingen, omdat de criteria gerespecteerd dienen te worden, zonder daarmee nieuwe ontwikkelingen direct op slot te zetten. Respecteren betekent wel dat de hoofdkarakteristiek van een object gehandhaafd dient te blijven.

81

Incidenteel veranderbaar betekent dat wijzigingen best mogelijk zijn. Op het criteriumniveau betekent dit dat het criterium niet ‘heilig’ is, maar dat het een leidraad biedt voor nieuwe ontwikkelingen, terwijl een andere richting ook (incidenteel) goed mogelijk wordt geacht. Niet elk plan wordt even zwaar getoetst door de welstandscommissie. De zwaarte van de toetsing is afhankelijk van de welstandsambitie. De kwaliteit van een object, het gevoerde ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de verwachtte ontwikkelingen zijn hiervoor bepalend. De hierna volgende vier welstandsambities zijn mogelijk. -

-

-

-

82

Beschermd. De aangewezen beschermde monumenten zijn erkend als bouwwerken van groot algemeen belang en genieten een wettelijke bescherming. De welstandsbeoordeling is gericht op het op hoog kwaliteitsniveau handhaven, herstellen en versterken van de historische karakteristieken van de gevel en de samenhang van het monument met zijn omgeving. Bijzonder. De bijzondere welstandsobjecten vragen een specifieke welstandsbeoordeling omdat ze karakteristiek zijn voor het gebied en in hoge mate mede bepalend voor het aanzien van de gemeente. Het welstandstoezicht wordt gericht op het voorkomen van aantasting van de karakteristieken en het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. Het kwaliteitsniveau van ingrepen aan deze bouwwerken moet hoog zijn. Regulier. Reguliere welstandsobjecten vragen een specifieke welstandsbeoordeling omdat ze een eigen verschijningsvorm hebben en niet geheel te vatten zijn in de gebiedsgerichte beoordelingskaders. De welstandscriteria zijn gericht op de basiskwaliteiten van deze bouwwerken. Welstandsvrij. Voor deze objecten wordt welstandstoezicht niet van toepassing verklaard.

OT 1 . HIST ORISCHE BOERDERIJ EN O bject beschrijving Verspreid over het gemeentelijk grondgebied komen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom, diverse historische boerderijen voor. Dat is niet verwonderlijk gezien het feit dat de agrarische functie van Waadhoeke vanouds dominant is. Boerderijen zijn in sterke mate bepalend voor het ruimtelijk aanzien van de gemeente. In Waadhoeke komen vooral veel stelpboerderijen en kop-hals-romp boerderijen voor. Typerend voor het grondgebied van voormalige gemeente Het Bildt is het grote aantal boerderijen met een asymmetrisch aangebouwde woning (ook wel winkelhaak-type). Het bebouwingsbeeld wordt bepaald door een overwegend traditioneel ambachtelijke architectuur uit de 19 e en begin 20e eeuw. Op enkele plekken zijn ook oudere boerderijen aanwezig.

Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k e ling Het beleid is gericht op beheer en versterking van de bestaande situatie. Het bebouwingsbeeld is cultuurhistorisch waardevol en in hoofdlijnen nog redelijk gaaf. Tegelijkertijd is het merkbaar dat de boerderijbebouwing steeds meer onder druk komt te staan. Zo blijkt dat de boerderijen die nog agrarisch in g ebruik zijn, niet meer voldoen aan de eisen van deze tijd; nieuwe bedrijfsgebouwen worden bijgeplaatst en het oude bedrijfspand heeft dan vaak een ondergeschikte functie. Sommige boerderijen raken daardoor geleidelijk in verval.

84

Ingrijpende ontwikkelingen worden niet direct verwacht, maar wel zullen in de komende decennia nog veel verbouwingen en aanpassingen uitgevoerd worden. Verwacht mag worden dat het aantal agrarische bedrijven zal afnemen waardoor functiewijzigingen en bijkomende verbouwingen zich zullen aandienen.

W elst andsambit ie Voor deze objecten geldt een bijzonder welstandsregime. De historische boerderijen komen vanwege hun bijzondere betekenis voor de gemeente Waadhoeke in aanmerking voor extra aandacht bij de planbeoordeling. De algemene lijn is g ericht op het handhaven en respecteren van de bestaande kwaliteiten. Door een set van aparte criteria te formuleren voor de boerderijen wordt getracht om eigenaren van boerderijen te helpen om respectvol met het gebouw om te gaan.

GEMEENTE WAADHOEKE – OT1. HISTORISCHE BOERDERIJEN Foto’s

Kenmerken en criteria

Algemene gebiedsintentie:

Hh Re Iv

Plaatsing Hh Een boerenerf kent een heldere opdeling in een woon- en een werkdeel. Het woondeel is georiënteerd op de openbare (water)weg. Het werkdeel ligt achter of naast het woondeel, waarbij sprake is van een duidelijke ruimtelijke scheiding (bijvoorbeeld door voldoende tussenruimte of onderscheid in erfbeplanting e.d.). Hoofdgebouwen staan overwegend in het historisch gegroeide patroon.

Re

Iv

Bijgebouwen complexmatig op of achter het oorspronkelijke erf (zie werk- en adviesboek ‘De Nije Pleats in Fryslân’) Gebouwen staan overwegend haaks op of evenwijdig aan de openbare (water)weg; evenwijdig met verkavelingstructuur.

Kop-hals-romp.

Woongedeelte aan de zijde van de openbare (water-)weg; bedrijfsdeel naar het bijbehorende land gericht. Solitair woon-/ werkgebied binnen samenhangende functionele clusters. Hoofdvorm Overwegend één bouwlaag met duidelijke kap of kappen .

Nieuwe schuren hoofdgebouw.

achter

Kop-hals-romp: kop met steil zadeldak en hoge goot, hals en romp lage goot; romp met hoog en steil schilddak opgebouwd uit het samenstel van enkelvoudige bouwmassa’s vanuit rechthoekige symmetrische grondvormen. Stelpboerderij: woonhuis met hogere gevel(s) en goot, overige lage gootlijnen hoogopgaand schilddak, enkelvoudige bouwmassa vanuit een rechthoekig grondplan. Winkelhaakboerderij: hoge goot, steil zadeldak voor de kop; lage goten voor hals en romp, hoog steil schilddak voor romp . Samenstel van enkelvoudige bouwmassa’s, rechthoekige overwegend symmetrische grondvormen . Nieuwe boerderij: woning rijzig ten opzichte van bedrijfsgebouwen, dakhelling >25° opgebouwd uit (samenstel van) enkelvoudige bouwmassa’s vanuit rechthoekige symmetrische grondvormen. Over het algemeen een symmetrische hoofdopzet.

De massa-opbouw is overwegend enkelvoudig tot samengesteld. Kop-hals-romp met bomensingel. De gebouwen zijn kantig opgezet. Aan- en uitbouwen en kleine bijgebouwen zijn ondergeschikt of kennen een bijzondere vo rmgeving. (Agrarische) bijgebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm met een duidelijke kap (zie werk- en adviesboek ‘De Nije Pleats yn Fryslân’). Dakkapellen beperken zich tot het woongedeelte. Aanzichten

Stelpboerderij.

Het hoofdgebouw kent een duidelijke gerichtheid op de publieke ruimte en een representatieve uitstraling naar de tuin. Woonhuisgevels met traditionele indeling gebaseerd op verticaal gerichte gevelopeningen en horizontale accenten, zoals plint, gevelopbouw, daklijsten e.d. Hoofdgebouw met traditionele gevelcompositie; nieuwbouw toont evenwichtige gevelcompositie. Bestaande schuurgevels kennen lage gootlijnen met uitzo ndering van de zijde van inrijdeuren; sobere indelingen . Bij verbouw bij voorkeur de bestaande gevelopeningen benutten; gevelopeningen in bedrijfsdeel hebben geen roedeverd eling. Nieuwe (agrarische) bijgebouwen zijn eenvoudig maar duidelijk geleed, bijvoorbeeld middels gemetselde plint, zichtbare travee-maat etc.

85

Bij ombouw van de schuur tot woonruimte/woning streven naar een eenduidige en heldere architectonische ingreep in het dak(vla k). Opmaak Historische boerderij: gevels hebben een stenig karakter; daken zijn voorzien van (gebakken) pannen en/of riet; bij verbouw dient een zorgvuldige afstemming op bestaande plaats te vinden. Pannen niet glanzend, kleuren en materialen volgens monster. Andere materialen zijn mogelijk, mits dit eenzelfde kleur en tint en profilering uitstraalt als bij gebakken pannen. Nieuwe boerderijen: woonhuis in baksteen; bedrijfsgedeelte baksteen, hout, geprofilee rde beplating, daken met (gebakken) pannen en geprofileerde beplating. De materialen hebben een matte, niet glanzende afwerking/uitstraling. Winkelhaakboerderij

Verbouw mag modern mits zorgvuldig afgestemd op de ambachtelijk traditionele detaillering. Nieuwe agrarische schuren kunnen modern, maar wel in een donkere of gedekte kleurstelling. Traditionele kleurstellingen overheersen (afgestemd op bestaande). Bij nieuwbouw gedekte en donkere tinten. Kleur gevels historische boerderijen: rood en/of geel. Daken zwart/ donker getint/ rood (op bedrijfsgedeelte een minder ingetogen kleur). Uitstraling van toegepaste materialen en detaillering neemt af van voorzijde naar achter zijde. Kop kent versieringen t.p.v. specifieke metselverbanden, boeiborden, luiken; hals en romp ontberen ornamentiek m.u.v. uilenbo rd Diversen Respecteren en handhaven van erfbeplantingen. Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.

86

87

OT 2 . BIJ ZONDERE ST AL - EN KAS VORMEN O bject beschrijving In de agrarische sector komen steeds meer bijzondere stal- en kasvormen voor. De gebiedsgerichte criteria voor het buitengebied en de objectcriteria voor boerderijen bieden geen passende welstandscriteria voor deze bouwwerken. Daarom zijn objectgerichte criteria opgesteld voor bijzondere stal- en kasvormen. De bekendste bijzondere stal- en kasvormen zijn de serre-. boog- en zaagtandstal en de tunnel- en schuurkas. Serrestallen bij boerderijen De serrestal wordt gekenmerkt door een eenvoudig uit te breiden systeem van tunnelframes die reeksen boogvormige daken vormen. De gevels van de stal worden opgetrokken uit een lage keerwand met daarboven een windbreekgaas of een ventilatiegordijn. De dakbedekking bestaat uit één of twee lagen kunststof folie met daaroverheen een schaduwdoek. Zaagtandstal De zaagtandstal roept door de kapvorm associaties op met industriële gebouwen. De zaagtandstal is eenvoudig uit te breiden en heeft een detaillering en materiaalgebruik dat overeenkomt met traditionele stallen. De zaagtandstal heeft vaak golfplaat als muur- en dakbedekking. De verticale kant van de zaagtand is voorzien van windbreekgaas en moet op het noorden georiënteerd zijn. De goothoogte is ongeveer 4,5 meter en de nokhoogte is ongeveer 7 meter, ongeacht de omvang van de stal.

Boogstallen/boogkassen De boogstal/boogkas wordt gekenmerkt door een kolomloze boogvormige overspanning van 25 tot maximaal 50 meter breed en een hoogte van 6 tot maximaal 12 meter. De boogstal/boogkas is opgebouwd uit een onderbouw en een bovenbouw. De dakconstructie is ook toe te passen op een conventionele onderbouw. De bovenbouw is opgebouwd uit stalen vakwerkliggers, bekleed met windbreekgaas en/of waterdicht foliemateriaal.

88

Tunnelkassen Binnen de tuinderswereld worden innovatieve vormen van teelt toegepast. In dat verband wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van (verrijdbare) tunnelkassen. Tunnelkassen worden ook gebruikt voor het vervroegen van de bloei en voor het beschermen van gewas tegen weersinvloeden. Schuurkassen In plaats van een traditionele kas, wordt tegenwoordig ook vaak een zogenaamde schuurkas gebouwd. Deze vorm onderscheidt zich doordat de zijwanden niet in glas maar in plaatmateriaal is opgezet.

Beleid, w aar debepaling en o nt w i k k elingen Boerderijen zijn vanwege hun afmetingen en verschijningsvorm sterk bepalend voor het ruimtelijke beeld van het buitengebied. In principe heeft de gemeente de voorkeur voor een traditionele stalvorm. Als dit niet kan dan zijn alternatieven denkbaar. De intrede van de serre-, boog- en zaagtandstal en de tunnel- en schuurkas maakt deel uit van de ontwikkeling van schaalvergroting en uitbreiding van boerenbedrijven. Het beleid met betrekking tot deze ontwikkelingen is g ericht op: het realiseren van een evenwichtige afstemming van de nieuwe gebouwen op de bestaande bebouwing; het realiseren van een goede inpassing op het erf; het realiseren van een goede inpassing in het landschap. Aanwijzingen uit het werk- en adviesboek ‘De Nije Pleats in Fryslân’ worden hierbij betrokken.

A mbit ie vo o r w elst and De nieuwe stal- en kasvormen hebben door de afwijkende vorm en de vaak grote afmetingen een grote invloed op het landschap. De criteria voor deze bijzondere stalvormen zijn afhankelijk van de mate waarin de nieuwe stalvormen op het bestaande erf ingepast kunnen worden. Indien inpassing op het bestaande erf, door een afwijkende bouwvorm of forse maatvoering niet mogelijk is, dient de nieuwe stal een zelfstandige plaatsing te krijgen op een eigen erf. Voor deze stal- en kasvormen geldt een regulier ambitieniveau.

GEMEENTE WAADHOEKE – OT2. BIJZONDERE STALVORMEN BIJ BOERDERIJEN Foto’s

Kenmerken en criteria

Algemene gebiedsintentie:

Hh

Re

Iv

Plaatsing Hh Het boerenerf kent een heldere opdeling in een woon- en een bedrijfsdeel. Het woondeel is georiënteerd op de openbare weg. Het b edrijfsdeel ligt achter of naast het woondeel, waarbij sprake is van een duidelijke ruimtelijke scheiding (bijvoorb eeld door voldoende tussenruimte of onderscheid in erfbeplanting e.d.). Vasthouden aan de bestaande ruimtelijke hiërarchie op het erf. Nieuwbouw dient in principe ingepast te worden binnen het bestaande bebouwingspatroon. Op het bestaande erf, achter het bestaande Een bijzondere stalvorm in prinhoofdgebouw (woning). Een compact erf is uitgangspunt (zie ook werk- en adviesboek ‘De Nije Pleats in Fryslân’ cipe als (vervangend) hoofdeleNieuwbouw mag niet tegen in vorm afwijkende gebouwen aangebouwd worden. De nieuwbouw kent dan een zelfstandige en vrijstaande ment op een bestaand erf realiplaatsing, waarbij geen concurrentie met de bestaande bebouwing plaatsvindt. seren. Een rommelig erf met allerlei bouwvormen moet voorkomen worden. Het uitgangspunt is dat een bijzondere stalvorm dient als (vervangend) hoofdelement op een bestaand erf. Indien de nieuwbouw niet als nieuw hoofdelement op het bestaande erf gerealiseerd kan worden, dient de nieuwbouw zoveel mogelijk aan te sluiten bij de bestaande bebouwing en is inpassing op het bestaande erf uitgangspunt.

Indien de nieuwbouw niet als nieuw hoofdelement op het bestaande erf gerealiseerd kan worden en inpassing op het b estaande erf ook niet mogelijk is (vanwege de grootte, grote bouwmassa of sterk afwijkende bouwvorm), dient het erf vergroot te worden en dient de nieuwbouw een zelfstandige en vrije plaatsing (achter) op het vergrote erf te krijgen. Bij ve rgroten van het erf een zo compact mogelijk erf nastreven met overwegend een rechthoekige vorm. De exacte vorm en grootte afstemmen op de karakteristieken van het landschap.

Re

Iv

De nieuwbouw maakt onderdeel uit van een compact, samenhangend bebouwingscluster. De hoofdrichting van de bebouwing volgt de verkavelingsrichting of de richting van de bestaande boerderij; (de hoofdric hting voor een serrestal in de richting van de langste zijde en die van een boogstal haaks op de boog).

Indien vervangende nieuwbouw niet mogelijk is, dient nieuwbouw ingepast te worden op het Hoofdvorm Keuze voor type systeembouw dat het meest aansluit bij reeds bestaande agrarische bebouwing. bestaande erf. Nieuwbouw bij voorkeur niet als een toegevoegd element op het erf, maar als nieuw hoofdelement.

De gebouwen vormen zowel op zichzelf als met de bestaande bebouwing, een compact en samenhangend geheel. Overwegend enkelvoudige bebouwingsmassa’s (en bouwlaag met een duidelijke hoofdvorm) toepassen i.v.m. minder massief silhouet (met name boogstal en zaagtandstal). Nieuwe bebouwing is bij voorkeur rechthoekig en eenvoudig van vorm. De nokrichting is overwegend haaks op de straat. De nokrichting relateren aan de bestaande bebouwing. Voorbeeld van een boogstal.

Rechthoekige plattegrond met een duidelijke lange en korte zijde. De lange zijde volgt in principe de kavelrichting en is haaks op de weg. Grootte en volume van de nieuwe stal of loods sluit aan bij de maat en schaal van het erf. Aanzicht Gevels van de serrestal zijn in de hoofdrichting over de gehele lengte voorzien van horizontale gevelopeningen. Hoofdgebouwen hebben een naar de straat gekeerde representatieve zijde.

Voorbeeld van een serrestal.

De gevelindeling van de representatieve gevels is afgestemd op de bestaande bebouwing. Bij detaillering aansluiting zoeken bij de gebruikte middelen van bestaande bebouwing en de regionale context. Nieuwe invullingen kunnen modern zijn, mits ze respect tonen voor de bestaande en omliggende kwaliteiten.

89

Opmaak Het kleur- en materiaalgebruik is in conform de criteria voor het gebiedstype waarin de nieuwbouw gerealiseerd wordt. Kleur- en materiaalgebruik zijn afgestemd op bestaande bebouwing (mits deze voldoen aan de voornoemde criteria). Terughoudend kleur- en materiaalgebruik, zowel in aantal als expressie. M aximaal 2 kleuren toepassen.

Voorbeeld van zaagtandstal

Geen lichtgekleurde, felgekleurde of glanzende materialen. Eventueel toe te passen folies en windbreekgaas in kleur afstemmen op het overige materiaalgebruik. Windbreekgaas en stalgordijnen in een donkere tint toepassen. Bij toepassing van transparante materialen dient uitstraling van licht op de omgeving voorkomen te worden. Er is sprake van een zorgvuldige detaillering. Diversen Een goede landschappelijke inpassing is uitgangspunt. Een gedetailleerd erfinrichtingsplan is vereist bij de aanvraag

Voorbeeld van een tunnelkas

De erfinrichting moet erop gericht zijn om het zicht op de nieuwbouw vanaf de openbare weg en het omringende landschap te bep erken. De erfinrichting dient aan te sluiten bij de bestaande, traditionele erfinrichting. Versterken, dan wel aanbrengen van windsingels, boo mgaarden, etc. is uitgangspunt. M et name in relatie tot bestaande stolpen is erfbeplanting gewenst. Bestaande beplanting handhaven. Erfbeplanting toepassen van inheems en op de ondergrond afgestemd sortiment. Lichtuitstraling naar het landelijk gebied wordt beperkt tot het minimum. Een verlichtingsplan is vereist. Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.

90

OT 3 . (MEST )VERGIST INGSI NST AL L AT IE S O bject beschrijving (Mest)vergistingsinstallaties maken deel uit van de schaalvergroting en uitbreiding van nevenactiviteiten van agrarische bedrijven. Deze relatief omvangrijke installaties hebben een eigen verschijningsvorm. De meest voorkomende installaties bestaan doorgaans uit twee silo’s (vergister en navergister) en een aantal secundaire elementen. Installaties kunnen echter ook bestaan uit een groter aantal kleinere maar hogere silo’s. De vergister is een betonnen silo met veelal een diameter van 15 à 16 meter en een hoogte boven maaiveld van ca. 5 meter. Deze silo is geïsoleerd; de buitenkant is bekleed met groene stalen beplating in verticale damwandprofiel. Het dak is een kunststof, gasdicht membraan dat door de druk een bolle vorm aanneemt. De navergister is een grotere silo met een diameter van 23 tot 28 meter en een hoogte boven maaiveld van eveneens circa 5 meter. De betonnen silo is niet geïsoleerd zodat de wanden een lichtgrijze kleur hebben. Het dak is een gespannen kap van PVC en heeft een afgeplatte kegelvorm. Van de secundaire elementen is de gasmotor de belangrijkste. Deze motor zet het biogas om in energie en is doorgaans ondergebracht in een zeecontainer.

Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k eling In algemene zin is het beleid gericht op het handhaven en respecteren van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. De boerderijen zijn vanwege hun afmetingen en verschijningsvorm sterk bepalend voor het ruimtelijke beeld van het buitengebied. De ontwikkelingen in het buitengebied worden hoofdzakelijk in het bestemmingsplan geregeld. De huidige bestemmingsplannen laat deze functie echter niet zonder meer toe. In het geval van aanvragen zal daarom steeds een ontheffing sprocedure gevolgd moeten worden. Dat levert per geval een afweging.

92

De gebiedsgerichte criteria voor het buitengebied of de objectcriteria voor boerderijen bieden onvoldoende houvast bij de welstandsbeoordeling van deze bouwwerken. De hierna volgende objectgerichte criteria zijn daarom van toepassing. Deze criteria zijn gericht op een evenwichtige afstemming van de installaties op de bestaande bebouwing en een goede inpassing op het erf. Een compacte, geclusterde opstelling van de bebouwing moet voorkomen dat het open gebied te zeer wordt versnipperd, terwijl een goede hiërarchie van de woon- en bedrijfsbebouwing moet zorgen voor een blijvende herkenbaarheid van de verschijningsvorm van het boerenbedrijf. Een compact en overwegend rechthoekige erf is uitgangspunt. Vanwege de impact die (mest)vergistingsinstallaties hebben, is een zorgvuldige landschappelijke inpassing vereist.

W elst andsambit ie Voor deze objecten geldt een regulier welstandsregime.

GEMEENTE WAADHOEKE – OT3. (MEST)VERGISTINGSINSTALLATIES Foto’s

Kenmerken en criteria

Algemene gebiedsintentie:

Plaatsing

Hh

Re

Iv

Hh

Re

Iv

Het boerenerf kent een heldere opdeling in een woon- en een bedrijfsdeel. Het woondeel is georiënteerd op de openbare weg. Het bedrijfsdeel ligt achter of naast het woondeel, waarbij sprake is van een duidelijke ruimtelijke scheiding (bijvoorbeeld door voldoende tussenruimte of onderscheid in erfbeplanting e.d.). De installaties zijn gesitueerd op het (al dan niet vergrote) bedrijfsdeel van het boerenerf, binnen al dan niet uit te breiden erfbeplanting. Passend kleurgebruik.

Bij vergroten van het erf een zo compact mogelijk erf nastreven met overwegend een rechthoekige vorm. De exacte vorm en grootte van het erf afstemmen op de karakteristieken van het landschap. De vergistingsinstallatie is door de plaatsing ondergeschikt in het ruimtelijk beeld. De vergistingsinstallatie is bij voorke ur achter op het erf gesitueerd en is zo min mogelijk zichtbaar vanaf het openbaar domein. Vasthouden aan de bestaande ruimtelijke hiërarchie op het erf. De inpassing van de vergistingsinstallatie of daarmee vergelijkbare bouwwerken mag niet tot verrommeling van het erf leiden. De elementen van de vergistingsinstallatie vormen zowel op zichzelf als met de bestaande (bedrijfs -)bebouwing, een compacte en samenhangende compositie (silo´s e.d clusteren). Hoofdvorm Beperkt aantal primaire elementen (2 à 3). Dit om een te groot serie -effect en versnippering te vermijden.

Compacte en samenhangende De elementen van de mestvergistingsinstallatie vormen zowel op zichzelf als met de bestaande (bedrijfs -) bebouwing, een compacte, plaatsing (in samenhang met samenhangende en evenwichtige compositie. bestaande bebouwing). De bouwhoogte is maximaal 10 meter en bij voorkeur lager dan de hoogte van het hoofdgebouw. Grootte en volume mestvergister sluit aan bij de maat en schaal van he t erf en de omgeving. Naarmate de vergister groter is, is een groter erf rondom wenselijk. Wandhoogte en diameter ondergeschikt in het silhouet van het boerenerf, e.e.a. in samenhang met overige bedrijfsbebouwing. Opmaak Inpassing op (achterzijde) erf.

De vergistingsinstallatie als geheel (wanden, kappen, etc.) in 1 of maximaal 2 gedekte kleurtinten uitvoeren. M iddengroen, donkergroe n, zwart, antraciet en donkergrijs zijn passende kleuren. De kleur van de vergistingsinstallatie dient afgestemd te zijn op de bestaande bedrijfsbebouwing. Geen hoogglanzende materialen of afwerking toepassen. Diversen Een gedetailleerd erfinrichtingsplan is vereist bij de aanvraag Er moet sprake zijn van een goede landschappelijke inpassing en landschappelijke terreininrichting. Het erf en de vergistingsinstallatie inpassen door de toepassing van opgaand groen. Het groen benadrukt ook de vorm van het erf. Erfbeplanting toepassen van inheems en op de ondergrond afgestemd sortiment.

Zijwaartse uitbreiding erf.

Het erf is bij voorkeur helder begrensd van het omringende land door een kavelsloot. Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.

93

OT 4 . ( MEST )RAF F INAGEINST AL L AT IES O bject beschrijving Deze (Mest)raffinageinstallaties zijn een nieuwe vorm van mestverwerking. De installaties zijn relatief minder omvangrijk dan de bestaande mestvergistingsinstallaties. Deze installaties hebben een eigen verschijningsvorm.

erf is uitgangspunt. Vanwege de impact die (mest)raffenageinstallaties hebben, is een zorgvuldige landschappelijke inpassing vereist.

W elst andsambit ie Voor deze objecten geldt een regulier welstandsregime.

De installaties worden ondergebracht in een compacte containervormige bouwmassa. De vergister is een betonnen containerbak met een hoogte boven maaiveld van ca. 5 meter. De buitenkant is bekleed met groene stalen beplating in verticale damwandprofiel.

Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k eling In algemene zin is het beleid gericht op het handhaven en respecteren van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. De boerderijen zijn vanwege hun afmetingen en verschijningsvorm sterk bepalend voor het ruimtelijke beeld van het buitengebied. De ontwikkelingen in het buitengebied worden hoofdzakelijk in het bestemmingsplan geregeld. De huidige bestemmingsplannen laat deze functie echter niet zonder meer toe. In het geval van aanvragen zal daarom steeds een ontheffing sprocedure gevolgd moeten worden. Dat levert per geval een afweging. De gebiedsgerichte criteria voor het buitengebied of de objectcriteria voor boerderijen bieden onvoldoende houvast bij de welstandsbeoordeling van deze bouwwerken. De hierna volgende objectgerichte criteria zijn daarom van toepassing. Deze criteria zijn gericht op een evenwichtige afstemming van de installaties op de bestaande bebouwing en een goede inpassing op het erf. Een compacte, geclusterde opstelling van de bebouwing moet voorkomen dat het open g ebied te zeer wordt versnipperd, terwijl een goede hiërarchie van de woon- en bedrijfsbebouwing moet zorgen voor een blijvende herkenbaarheid van de verschijningsvorm van het boerenbedrijf. Een compact en overwegend rechthoekige

94

GEMEENTE WAADHOEKE – OT4. (MEST)RAFFINAGEINSTALLATIES Foto’s

Kenmerken en criteria

Algemene gebiedsintentie:

Plaatsing

Hh

Re

Iv

Hh

Re

Iv

Het boerenerf kent een heldere opdeling in een woon- en een bedrijfsdeel. Het woondeel is georiënteerd op de openbare weg. Het b edrijfsdeel ligt achter of naast het woondeel, waarbij sprake is van een du idelijke ruimtelijke scheiding (bijvoorbeeld door voldoende tu ssenruimte of onderscheid in erfbeplanting e.d.). De installaties zijn gesitueerd op het (al dan niet vergrote) bedrijfsdeel van het boerenerf, binnen al dan niet uit te breiden erfbeplanting. Bij vergroten van het erf een zo compact mogelijk erf nastreven met overwegend een rechthoekige vorm. De exacte vorm en groot te van het erf afstemmen op de karakteristieken van het landschap. De raffinageinstallatie is door de plaatsing ondergeschikt in het ruimtelijk beeld. De raffinageinstallatie is bij voorkeur achter op het erf gesitueerd en is zo min mogelijk zichtbaar vanaf het openbaar domein. De elementen van de raffinageinstallatie vormen zowel op zichzelf als met de bestaande (bedrijfs-)bebouwing, een compacte en samenhangende compositie (silo´s e.d clusteren). De inpassing van de raffinageinstallatie mag niet tot verrommeling van het erf leiden. Hoofdvorm Beperkt het aantal primaire elementen (maximaal 2). Dit om een te groot serie-effect en versnippering te vermijden.

De elementen van de mestraffinageinstallatie vormen zowel op zichzelf als met de bestaande (bedrijfs-) bebouwing, een compacte, samenhangende en evenwichtige compositie. Wandhoogte en diameter ondergeschikt in het silhouet van het boerenerf, e.e.a. in samenhang met overige bedrijfsbebo uwing. Passend kleurgebruik, compacte Opmaak bouwvorm De raffinageinstallatie als geheel in 1 of maximaal 2 gedekte kleurtinten uitvoeren. M iddengroen, donkergroen, zwart, antraciet en do nkergrijs zijn passende kleuren. De kleur van raffinageinstallatie dient afgestemd te zijn op de bestaande bedrijfsbebouwing. Geen hoogglanzende materialen of afwerking toepassen. Diversen Een gedetailleerd erfinric htingsplan is vereist bij de aanvraag Er moet sprake zijn van een goede landschappelijke inpassing en landschappelijke terreininrichting. Het erf en de raffinageinstallatie inpassen door de toepassing van opgaand groen. Het groen benadrukt ook de vorm van het erf. Erfbeplanting toepassen van inheems en op de ondergrond afgestemd sortiment. Het erf is bij voorkeur helder begrensd van het omringende land door een kavelsloot. Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.

95

OT 5 . KL EINE W INDT URBINES (T OT 1 0 MET ER HOOGT E) O bject beschrijving

Beleid, w aar debepaling en o nt w ik k eling

De verschijningsvorm van kleine windturbines varieert van zogenaamde ‘wokkelvormige’ turbines (roteren rond een doorgaande horizontaal gelegen, dan wel verticaal geplaatste as) tot de meer traditionele vorm van mast, rotor en mog elijk een gondel. Doel van een windturbine is het omzetten van windenergie in elektrische energie.

Vanwege de invloed op primair het directe omgevingsbeeld is een zorgvuldige situering en vormgeving van kleine windturbines vereist en een zorgvuldige afstemming op het omgevingsbeeld.

W elst andsambit ie Voor deze objecten geldt een regulier welstandsregime.

Windturbines zijn vergunningplichtige objecten met een eigen verschijningsvorm, die vanuit welstand moeilijk beoordeelbaar zijn aan de hand van de criteria zoals die voor de overige bebouwing gehanteerd worden. Tegelijk zijn mini windturbines door de omvang en de draaiende wieken in de regel zeer nadrukkelijk aanwezig en daarmee sterk bepalend voor de ervaring van het directe omgeving sbeeld. Opstellingen in het landschap Een kleine windturbine zal opvallen in het omgevingsbeeld. Door plaatsing bij bebouwing (bijvoorbeeld een boerderij met forse stal) of een markant punt in het landschap voegt de kleine turbine zich veelal binnen het omgevingsbeeld. Plaatsing van meerdere kleine turbines dicht bij elkaar kan snel leiden tot een rommeligheid binnen de bestaande ruimtelijke kwaliteiten van een bebouwingscluster. Om dit te voorkomen is een grotere onderlinge afstand en afstemming vereist. Hoofdvorm, aanzichten en opmaak In hoofdvorm, aanzichten en opmaak dienen de onderdelen van de kleine turbine ook in visueel opzicht op elkaar afgestemd te zijn. Daarnaast is vereist dat door vormgeving en materiaal- en kleurbepaling de turbine het bestaande (kleinschalige) omgevingsbeeld nadelig beïnvloedt, noch domineert.

96

GEMEENTE WAADHOEKE – OT5. KLEINE WINDTURBINES (TOT 10 METER HOOGTE) Foto’s

Kenmerken en criteria

Algemene beleidsintentie:

Plaatsing M aximaal 1 per bedrijf of woonboerderij.

Hh

Re

Iv

Hh

Re

Iv

Aanvaardbaar ingepast op erf, duidelijk onderdeel van de bebouwing en zonder opoffering van bomen. Wiekslag niet boven openbaar en/of vrij toegankelijk gebied.

Horizontale windmolen.

Ondergeschikt en afgestemd op de erfinrichting en de bebouwing. Bij bouwwerken hoger dan 6 m mag een horizontale turbine op het dak mits de totale hoogte van 10 meter niet wordt ove rschreden en het object tenminste 5 meter uit de dakrand staat. Hoofdvorm Zelfstandige vloeiende hoofdvorm. Verticale windturbine: één mast en drie wieken dan wel eenduidige wokkelvorm. Evenwichtige verhouding tussen masthoogte/ wiekdiameter en rotor/ as (in de regel wieklengte niet meer dan 1/3 van de mas thoogte). Overwegend rank. Toevoegingen, aan- en uitbouwen alsmede kleine bijgebouwen zijn sterk ondergeschikt (o.a. de trafokasten, trap en ladder, windvaan, entree, zendinstallaties, reclame). Aanzichten M ast / wieken en rotor/ as zijn in maatvoering op elkaar afgestemd. Toevoegingen zoals naamsaanduidingen etc zijn ondergeschikt en onopvallend, geen toevoeging van verdere reclame-uitingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=fe8adf1f-ffb0-4557-9e4b-f41abc2304c7