Bijlage 1: Optimalisatie bestuurlijke vernieuwing Greidhoeke Plus
Tekst van het document
b.
Boer in beeld
SWK
Korte filmpjes maken die uitleg geven over agrarisch natuurbeheer en agrarische begrippen. De boer vertelt …
c.
De boer in beeld
GRH
De fysieke en sociale afstand tot de sector kleiner maken. Hierdoor stijgt de waardering. Hoe dichterbij een boer of tuinder, hoe hoger de waardering. Pluktuinen, moestuinen aanleggen, excursies en voedsel bij de boer of tuinder halen. Het helpt om de waardering van de productie nog meer te verhogen en de kloof tussen consument en producent te slechten.
d.
Boeren van Baarderadiel
BRD
Lobby voor het meer haalbaar maken van de overbruggingsperiode naar biologische landbouw en de afzetmogelijkheden van biologische producten. Bijv. onderzoek naar behoefte aan een eigen zuivelmerk en verbinding met consument uit de omgeving/ Leeuwarden.
e.
Landschapscursus voor boeren
SWK
De impact van boeren op het landschap beter in beeld krijgen. Welke aanpassingen versterken het (cultuur) landschap.
f.
Jonge Boeren Vooruit
SWK
Te koppelen aan voorbeeldproject Pijpkaneel: een groep jonge boeren mee laten kijken en denken, omdenken, hoe kan het anders, nieuwe inverdien modellen.
g.
Hôfsjonger op boerenerf/ De Giele Hôfsjonger
GRH/ BRD
Er liggen kansen voor meer vogels op het boerenerf. De meeste boerderijen in de Greidhoeke hadden vroeger hun eigen hoogstam boomgaard, met in veel gevallen een omliggende haag of singel. Veel boeren erven werden daardoor verblijd met het gezang van de spotvogel. Niet voor niets is de Friese naam Giele Hôfsjonger. Ook de grauwe vliegenvanger werd vaak aangetroffen op boerenerven, maar is in de laatste decennia sterk afgenomen. Met aandacht voor de inrichting van het erf verhogen we de biodiversiteit en keert de zang van de Hôfsjonger terug. Bij het planten van fruitbomen is de functie tweeledig: niet alleen meer biodiversiteit maar ook productie van fruit. Wat kansen geeft voor bijv. de productie van lokaal appelsap, en daarmee het betrekken van burgers bij het boerenerf. De ANV kan deze initiatieven aanjagen.
Actielijnen gekoppeld aan de plannen uit de vier deelgebieden Aanduiding deelgebieden: • Baarderadiel: BRD • Súdwestkust: SWK • Greidhoeke: GRH • Gouden Land: GOL 1. Oppakken integrale gebiedsprocessen vanuit de gemeenschap a.
Hofmaken in het vrije veld
BRD
Inspiratieprojecten. We maken hiermee een start met een aantal projecten waarin we met boeren en vrijwilligers in het veld aan de slag gaan, gekoppeld aan colleges in KeningsHôf te Húns: • Krûdfunding • Revival of the greppel • Aaisykje 2.0. • Lentefeest, hooifeest, fruitfeest, winterverhalen • Bern, boer en biodiversiteit
2. Versterken open landschap en behoud en ontwikkeling cultuurhistorische waarden a.
Boom-voor-boom (1)
Boom-voor-een-boom (2)
SWK
GRH
Bomen inventariseren welke in het kader van de weidevogelbiotoop gerooid zouden moeten worden en inventarisatie van plekken waar vervangende boomaanplant mogelijk is. Na inventarisatie starten met uitvoering. Er zijn in de verschillende ruilverkavelingen productiebosjes aangelegd, de zgn. ruilverkavelingsbosjes. Deze bosje trekken roofvogels aan die een bedreiging zijn voor weidevogels. Samen met de eigenaren (terrein beherende organisaties) onderzoeken we of deze bosjes weg te halen zijn volgens het boom-voor-een-boom-principe. Hierbij planten we nieuwe bomen ter vervanging aan. In de dorpskern of langs de dorpsrand of bij bebouwing in het buitengebied. Doel: de weidevogel beter beschermen en een meer open landschap.
b.
Landschapsacademie
SWK
Wat doen boeren aan het landschap en wat kun je als consument zelf aan het landschap doen? (Mar & Klif)
c.
Herbestemming boerderijen
SWK
Passende nieuwe functie creëren voor boerderijen die hun landbouwfunctie verliezen
d.
Natuurlijk van de boer
GOL
Realisatie van een klein gezamenlijk natuurgebied, dat een mooie verbinding vormt tussen de agrariërs die zich inzetten voor natuurinclusieve landbouw.
86 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide
Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 87
4. Meer verbinding met een biodivers platteland a.
Beter Bermbeheer
SWK
Samen met gemeente en boeren werken aan een plan om te komen tot een bermbeheer dat biodivers is en past in het landschap.
b.
Ecologisch bermbeheer
GRH
De ecologische kwaliteit van wegbermen hangt onder meer af van de manier waarop ze worden aangelegd, ingezaaid en beheerd: • Ecologische bermbeheer leidt tot soortenrijke graslanden met een relatief hoge natuurwaarde: soortenrijke, bloemrijke bermen zijn een leefgebied voor tal van planten- en diersoorten. • Bermen spelen een belangrijke rol in de ecologische infrastructuur. Als lintvormig element vormen ze verbindingen tussen natuurgebieden waardoor de migratiemogelijkheden van planten en dieren verbetert. We verkennen hoe we het bermbeheer zo kunnen uitvoeren dat de natuurwaarden geoptimaliseerd worden. We maken afspraken met de eigenaren van de bermen (veelal de gemeente).
c.
Bloeiende dooradering
BRD
Het lokale initiatief Bijenflinterlint en Ecologisch Bermbeheer, ecologisch adviseurs gaan samen met de gemeente het bermbeheer verder optimaliseren. Met een insectennetwerk door de bermen te verbinden aan de boerenhoven en -hiemen. Er is ook een positief effect voor het waterbeheer (o.a. flexibel peilbeheer), oeverbeheer en het beheer van de dijken in samenwerking met het Wetterskip. We onderzoeken (nogmaals) of ‘natte dooradering’ een beheercategorie is die ook in kleigebieden toegepast kan worden (kruidenrijke oevers, ecologisch slootschonen).
d.
Herstel De Dobbe in Zuricher Oord
GOL
Herstel van De Dobbe en met de afgegraven grond wordt een ringwal gevormd. Amateurarcheologen brengen in kaart hoe de Dobbe is verdwenen. Met de plaatsing van een bord bij de Dobbe met uitleg. Schapen krijgen een natuurlijke drinkplek. Er komt een beleefplek voor kinderen. De effecten van het kleine zoetwaterreservoir in een zilte omgeving worden meegenomen in het onderzoek van Leesbaar Landschap.
e.
Herstel veldschuurtje Zuricher Oord
GOL
Herstel van het veldschuurtje in het Zuricher Oord. Er wordt een aantrekkelijke expositie- en ontmoetings ruimte gecreëerd waar het heden, verleden en toekomst van de het landschap gepresenteerd worden.
f.
Kunstproject ‘Leesbaar Landschap’ in Zuricher Oord
GOL
Aanleg van het kunstproject ‘Leesbaar Landschap’. Leesbaar Landschap wordt vanaf de zeedijk toegankelijk via een drijvende brug.
g.
Herstel Pingjumer Halsband
GOL
Planopzet met 5 eigenaren die zijn geselecteerd en mee willen werken aan het herstel en die maatregelen willen treffen voor het behoud van de Pingjumer Halsband (najaar 2021). Het landbouwverkeer over de Halsband wordt ingeperkt (voorjaar 2022). Er wordt subsidie voor herstel aangevraagd bij de Gemeente (voorjaar 2022). Planning afronding herstelwerkzaamheden: najaar 2023.
88 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide
h.
Natuurvriendelijke oevers Pingjumer Halsband
GOL
Planopzet met 4 eigenaren die zijn geselecteerd en die mee willen werken aan het ontwikkelen van natuurlijke oevers (najaar 2021). Er vindt een nulmeting plaats om de huidige begroeiing te inventariseren (najaar 2021). Er wordt een plan van aanpak opgesteld voor de oevers van eigenaren die meewerken (eind 2021). Voor een deel van de oevers langs de Pingjumer Gulden Halsband wordt natuurvriendelijk beheer geïmplementeerd (voorjaar 2022). Het resultaat van het aangepaste beheer wordt geïnventariseerd (resultaatmeting najaar 2023 en 2024).
i.
Optimale beheer Pingjumer Halsband
GOL
Het in kaart brengen van bermdijken waar het haalbaar is om over te stappen op ecologisch hooilandbeheer (eind 2021). Op de geselecteerde dijkdelen wordt vanaf voorjaar 2022 ecologisch hooilandbeheer toegepast. Er wordt een plan van aanpak opgesteld voor omweidbeheer van ruigte-, grasland- en graasdijken van eigenaren die meewerken in dit projectonderdeel (eind 2021). Op de geselecteerde dijkdelen wordt vanaf voorjaar 2022 extensief omweiden toegepast. Het resultaat van het aangepaste beheer wordt geïnventariseerd (najaar 2023 en 2024).
j.
Rijke akker- en weideranden langs de Pingjumer Halsband
GOL
Opstellen van een handleiding die beschrijft welke oude gewassen, bloemen en kruiden het meest geschikt zijn om akker- en weideranden te verrijken met een zaai- en maaiplan (eind 2021). Deelnemende agrariërs zaaien akker- en weideranden in het voorjaar of najaar in (2022). De uitkomst wordt in 2023 en 2024 in beeld gerapporteerd.
k.
Versterking biodiversiteit Slachtedyk
GRH
Verkenning met It Fryske Gea op welke manier de ecologische waarden van de Slachtedyk versterkt kunnen worden (IFG is eigenaar). Met meer geleidelijke overgangen richting naastgelegen landbouwpercelen. Ander beheer van akkerranden zorgt voor ecologische meerwaarde die ten goede komt aan de biodiversiteit. Met een versterking van het cultuurhistorisch element van de dijk.
5. Verrijken bodemleven a.
Cursus Bodembeheer voor boeren
SWK
Een gezonde bodem is belangrijk. Er wordt toegewerkt naar een betere bodem. Van denken naar doen! Bodemleven als basis voor duurzame landbouw in Zuidwest Fryslân.
b.
Een gezonde bodem
GOL
Meerdere jonge boeren in de Lytse Bouhoeke hebben de eerste stappen richting natuurinclusieve landbouw gezet. Hierbij werd duidelijk dat NIL extensiever gebruik van grond of op een andere wijze met grond omgaan vereist, zoals bijv. andere beweidingsvormen. Living Lab Friesland biedt de boeren coaching om aandacht voor de bodemkwaliteit in de bedrijfsvoering op te pakken (zoals o.a. eerder een webinar in
Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 89
november 2020), met aandacht voor nieuwe samenwerkingsmodellen: nieuwe pachtconstructies met natuurorganisaties, afwaarderingsmechanismen, grondcoöperaties. De boeren gaan zelf aan de slag met verbeteren van de bodem (2021). Zij kiezen de aanpak die het beste past bij de lokale situatie. Veel kennis kan worden opgehaald bij de Bodemacademie (Louis Bolk Instituut), met ondersteuning van Living Lab/Henk Westerhof. c.
d.
Kruidenrijk grasland in stroken
Mestadditieven pilot kleiweide
GRH
GRH
Aan de slag met kruidenrijk grasland. Het succes daarvan hangt af van de mate van de concurrentie met het gras, kruiden laten zich snel verdringen. Onderzoek toont aan dat wanneer kruiden in strookjes worden ingezaaid de verdringing beperkt is. Het vraagt een andere techniek. De inzet van een strokenfrees met een zaaiinrichting lijkt veelbelovend. Ontwikkelingen worden gevolgd. Er wordt gezocht naar experimenteerruimte. Onderzoeksaanpak. Mestadditieven (zoals AgriMestMix van Rinagro) zorgen ervoor dat het verteringsproces van drijfmest al in de opslag op gang komt. Daardoor zijn mineralen al op het moment van uitrijden beschikbaar voor de planten. Dit levert een lagere kunstmestgift op voor de boer, hogere opbrengsten en milieuwinst (minder uitspoeling van stikstof en fosfaat en een lagere uitstoot van ammoniak in de stal). Met positieve effecten voor gezondheid en biodiversiteit. Onderzoek moet uitwijzen welke voordelen er voor het kleiweidegebied spelen. In het gebied zijn landbouwbedrijven beschikbaar waar deze pilot uitgevoerd kan worden. Samenwerking met kennisinstellingen (VanHall, WuR) is noodzakelijk. Ook is ondersteuning van andere experimenten op het gebied van bovengronds aanwenden van mest mogelijk.
b.
Behoud en herstellen meanderende sloten
GRH
Vroeger waren in de kleiweide veel sloten kronkelend (gemeanderd). Om praktische redenen zijn ze rechtgetrokken (optimaler gebruik percelen, snellere waterafvoer). Door weer te hermeanderen remmen we het water af en is water langer in het gebied vast te houden. Met als gevolg: minder droogte in de warme zomerperiodes en minder behoefte aan beregenen. Behalve water vasthouden zijn de sloten ook vanuit cultuurhistorisch oogpunt waardevolle elementen. Als de oorspronkelijke vorm van de sloten terug moet worden gebracht in vroegere staat, is mogelijk grondaankoop nodig en gebruiksverlies. Desondanks wordt ingezet op verkenning om tot hermeanderen te komen (afgestemd met het Wetterskip).
c.
Waterwegen en opvaarten weer bevaarbaar maken voor kleine vaartuigen met herstel van ecologische waarden
BRD
Onderzoek naar hoe waterwegen en opvaarten weer bevaarbaar kunnen worden maken voor kleine vaar tuigen. Met daarbij het beschermen en herstellen van de ecologie én de ecologie die hoort bij deze wateren.
7. Versterken leefgebied weidevogels a.
Beheersing predatiedruk
BRD
Aanpak om te werken aan het optimaal beheersen van predatiedruk. Met verdere discussie over aanpak zeer schadelijke marterachtigen (die wettelijk zijn beschermd): • Er wordt aangesloten bij de aanpak van Collectief Súdwestkust. • Lobby bij de politiek • Inzet op een aantal concrete acties: 1. Stekken foar piken Onderzoek in een pilotgebied naar het effect van omheining met stroomdraad in het broedseizoen. Voor de aanleg van omheiningen worden eerst de negatieve gevolgen van dergelijke omheining uitgesloten, zoals: het insluiten van de grondpredatoren die op dat moment in het omheinde gebied zijn en de gevolgen daarvan, het effect op de hazenpopulatie, en de benodigde grootte van het foerageergebied van de kuikens. Zijn negatieve effecten uit te sluiten, dan wordt de omheining op relatief kleine schaal in de Leonserpolder uitgetest. Vrijwilligers helpen bij de aanleg en het onderhoud (maaien van het gras rondom de hekken). 2. Wildcamera’s (aanschaf 10 wildcamera’s) Aanschaf en plaatsing van 10 wildcamera’s om een beter inzicht te krijgen in de aard van de predatie en betere informatie aan te kunnen leveren bij het aanvragen van vergunningen voor predatiebeheer. Ook willen we nagaan of een drone met infraroodcamera effectief is bij het opsporen van predatoren en zo ja, een dergelijke drone aanschaffen.
b.
Weidevogelweek (jaarlijks in meivakantie)
SWK
Organiseren van een themaweek vanuit Mar & Klif, met allerlei activiteiten met het thema weidevogels. Zowel bedoeld voor jeugd als volwassenen.
6. Optimale benutting water a.
Behoud, beheer en versterken van opvaarten
90 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide
GRH
Een opvaart is een verbindingswater tussen boerderij en doorgaande waterweg. We koesteren de opvaarten. Onderzocht wordt hoe we deze landschapselementen kunnen behouden en versterken: • Vanaf de hoofdwaterloop werd in de 19e eeuw een vaart geschikt gemaakt voor vervoer van mens en dier. • De doodlopende vaarten hebben nu naast een landschappelijke waarde, ook een ecologische meerwaarde. Het water is veelal erg schoon omdat er vrijwel nergens meer over gevaren wordt. Van dit rustige water profiteren flora (waterplanten als krabbenscheer komen veelvuldig voor) en fauna (paai- en opgroeigebieden voor jonge vis).
Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 91
Voorbeeld activiteiten: veldbezoeken, korte cursus vogelen, open dag op de boerderij, informatie in bezoekerscentrum Mar & Klif, streekproducten, kookworkshops op de boerderij ect c.
Impuls Vogelwachten
SWK
Actieplan opstellen. Daar waar de lokale vogelwachten minder actief zijn of slapend, nieuw leven in blazen. Samenwerken met de jeugd, starten met workshops voor de jeugd, of leuke doemiddagen en vandaar uit proberen de lokale vogelwachten weer actief te krijgen. Vogelwachten meer koppelen aan de leden van het Collectief. Meer betrokkenheid.
d.
Omvorming ruilverkavelingsbosjes tot pluk- en voedselbos
GOL
Omvorming huidige bosgebieden. In een voedselbos worden bes- en nootdragende bomen en struiken aangeplant, zoals walnoot, meidoorn, hazelaar, rode- en zwarte bes en zoete kers.
e.
Lobbywerk verhoging budget ANLb
BRD
Onderzoek naar mogelijkheden om het beheersgebied te vergroten en hiertoe lobbyen voor meer geld vanuit het ANLb: • Versterken verbinding tussen Skrok, Skrins en de Leonserpolder versterken en de ‘witte gaten’ op onze beheerkaart zo veel mogelijk invullen als dat effectief is voor de weidevogelpopulatie. • Nij Baarderadiel een robuust pilotgebied maken met onderzoek welke verdienmodellen er nodig zijn om mens en weidevogels in optimale harmonie te laten leven (zoeken naar balans)
8. Beter benutten circulaire ketens a.
Compostering Burger Bokashi
SWK
Planopzet om bokashi als een grondstof voor gezondere grond aan te wenden. Groenafval van burgers gebruiken voor Bokashi.
GRH
De ambitie is om in het kleiweidegebied energie neutraal te kunnen leven, wonen, werken en recreëren. Een eerste stap daarin is om dat op het gebied van duurzame elektriciteit te realiseren. • Onderzoek naar wat voor de Greidhoeke daarin de opgave is. Wat is het totale elektriciteitsverbruik in ons gebied, wat is hiervan al duurzaam opgewekt en wat resteert derhalve nog? • Aanpak om met relevante partijen in overleg te gaan. Zoeken naar concrete mogelijkheden. Bekijken hoe opgaven kunnen worden gerea-liseerd en wat dit voor inwoners voor energie-besparing oplevert. • Beoordelen of er kansen zijn om dit met de miens kip in de vorm van energiecoöperaties kan worden opgepakt.
b.
CO2-neutraal
GRH
De ambitie is om in het kleiweidegebied CO2-neutraal te zijn: • Hoe kunnen op bovenlokale schaal ontwikkeld ideeën lokaal gaan landen. • We onderzoeken hoe we als gebied kunnen aansluiten bij kansen die voorbij komen.
10.
Stimuleren lokale voedselmarkt
a.
Met zorg samengesteld: Gouden Land Boks
GOL
Ondersteuning start Gouden Land Boks. Met initiatiefnemer online bedrijf Boerderijshop.nl met een team van jongeren die consumenten de mogelijkheid bieden om eerlijke duurzame producten rechtstreeks bij de boer te bestellen. Samenwerking met bedrijf Te Plak, die dagbesteding biedt met zinvolle en belevingsgericht activiteiten. De werkzaamheden variëren van creatieve activiteiten, werken in de groentetuin tot dierverzorging. • Samen met deze partijen wordt gezocht naar partners in het Gouden Land gebied die producten kunnen leveren voor de Boks. Bijv. de imker en de molenaar in Witmarsum en de chocoladefabriek in Kimswerd. • De boks wordt gevuld door cliënten van Te Plak (Pingjum) en/of Slagtehiem (Arum).
b.
Gouden Land Boks Fietstocht
GOL
Organisatie van een jaarlijkse fietstocht, op basis van de Gouden Land Boks, langs de producenten. Zodat afnemers kennis kunnen maken met de plekken waar het eten geproduceerd wordt.
c.
Boerensmaak is raak!
SWK
Bewustwording van lokaal voedsel & smaak en het stimuleren van een kortere productie- en consumptie keten. Zoals: koken op de boerderij, samenwerken met de lokale horeca, kaasboerderijen, schapenkaas, tuinbouwers, akkerbouwers, streekproducten ect.
9. Bijdragen aan energie- en klimaatopgaaf a.
Elektriciteit neutraal
92 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide
11.
Versterken toeristisch-recreatief netwerk
a.
Extensieve recreatie
BRD
Opstellen voorstellen om in Baarderadiel meer in te zetten op extensieve recreatie (wandelen, fietsen en varen met kleine vaartuigen). Waarbij rekening gehouden wordt met het broedseizoen. Met name bedoeld voor de plaatselijke bevolking in een straal van ca 15 km rond Baarderadiel: • De al aanwezige voorzieningen (paden, vaarroutes) worden verbeterd. (incl. informatiebebording) • Het plaatsen van een vogelkijkhut/uitkijkpunt op een geschikte plaats in het gebied.
b.
Versterken toeristischrecreatief netwerk
GRH
Opstellen voorstellen om de economische groei te bevorderen door gezamenlijk te investeren in recreatie en toerisme. • Aanbieden compleet netwerk van fiets- en wandelroutes.
Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 93
• Meer wandelroutes waar de Slachtedyk in ons gebied al een prominente plaats heeft. • Betere afstemming met fietsroutes buiten de regio • Creëren rustpunten in het fietsroutenetwerk.
12.
Vergroten kennis en ruimte voor experimenten en nieuwe samenwerkingsvormen
a.
Op avontoer bij de boer
SWK
Voorstellen om basisschoolkinderen te laten kennis maken met de boeren. Speciaal gericht op boeren die met weidevogels en natuurinclusieve landbouw bezig zijn. Dit in combinatie met een leskist voor de scholen (Mar & Klif)
b.
Organiseren inspiratiesessies (twee keer per jaar in 2021 en 2022)
BRD
Sessies: • Sessie Natuurinclusieve landbouw • Sessie Multifunctionele landbouw • Sessie Gezonde bodem
c.
Living Lab Fryslân
GRH
Opstellen aanpak waarbij Living Lab helpt (groepen van) boeren en anderen om de bedrijfsvoering zo in te richten dat deze bijdraagt aan een rijke biodiversiteit en een goede boterham. Met Living Lab wordt verkend hoe voor boeren die natuurinclusief werken interessante verdienmodellen zijn te realiseren. Living Lab ondersteunt bij het uitwerken van actielijnen.
d.
Regionale workshop Boer en Vogel, voor boeren (leden) en betreffende gebiedscoördinator
SWK
Organisatie workshops. Kennis en informatie delen in een bepaald gebied (bijv. hoe te streven naar robuuste gebieden, hoe kan het beheer onderling op elkaar worden afgestemd). Inhuur van een ecologische adviseur.
e.
Cursus gebiedscoördinatoren
SWK
Opleiden van nieuwe gebiedscoördinatoren. Tevens een gelegenheid voor bestaande gebiedscoördinatoren om hun deskundigheid te verhogen.
f.
Fûgelweb SWK plus
SWK
Huidige aanpak Fûgelweb vergroten. Het Fûgelweb dekkend maken voor het hele SWK gebied. De plus staat voor het inhuren van een adviseur die per gebied advies geeft, om het gebied robuuster te maken (hoe richt je dat in) en die tussen de gebieden verbindingen kan leggen bijvoorbeeld door bepaalde stroken met kruidenrijke bermen of andere oplossingen. Of per thema: water, bodem ect.
g.
Team van adviseurs
BRD
Aanpak voor betere afstemming en samenhang: • De NkB coördineert het natuurbeheer voor de beheersoorten, die in het gebied voorkomen zoals ANLb, Particulier Natuurbeheer (PN) en Compensatiebeheer. Daarvoor maakt de NkB gebruik van de diensten van een mozaïekregisseur. • Voor de PN-boeren heeft de NkB een gezamenlijk contract met de Bosgroepen en is met het oog op de kwaliteitszorg een gezamenlijke beheervisie overeengekomen. Het is van groot belang dat deze samenhang in beheer blijft bestaan. Onderzocht wordt hoe dit kan worden uitgebouwd.
94 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide
Hier geldt aanvullend: • De NkB werkt nauw samen met de ANV Oer de Wjuk (Blessum/Boksum/Hilaard) en is voor de ANLb lid van het collectief ANC Westergo. De NkB onderzoekt hoe activiteiten zijn uit te breiden. Bijv. door samenwerking met andere maatschappelijke organisaties, zoals Kening. Met als inzet: bevordering van sociale samenhang in het gebied. • Om een aangepaste rol te kunnen spelen zal de NkB met extra middelen gefaciliteerd moeten worden (bijv: ontwikkelen en up to date houden van een website, regelmatige informatievoorziening, organisatie excursies). • Kening zal, met Húns als nieuw hoofdkwartier, voorlopig een rol blijven spelen in het gebied en daarnaast verder formuleren welke rol ze binnen de Regio Deal willen spelen in Baarderadiel en welke daarbuiten.
Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 95
Bijlage 3 Deskstudie Kleiweide
Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid
Aanpak Friese Kleiweidegebied binnen Regio Deal Natuurinclusieve landbouw Noord-Nederland
Compass4u Jan-Theun Visser Maart 2020 Versie 1.9 96 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide
Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 97
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 3 Natuurinclusieve landbouw ............................................................................................................ 3
Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid
Interbestuurlijke aanvliegroute ....................................................................................................... 4 Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland/AgroAgenda 2.0 ................................. 4 Het proces: van streefbeeld naar actieplan .................................................................................... 5 Begrenzing van het gebied .............................................................................................................. 5 Opbouw van deze notitie ................................................................................................................ 5 1.
Een deskstudie naar huidige geformuleerde beleidsuitgangspunten voor de (natuurinclusieve) landbouw en daaraan gerelateerde onderwerpen. Deze studie is een bouwsteen voor het gemeenschappelijk streefbeeld voor het Friese Kleiweidegebied in het kader van Regio Deal Natuurinclusieve landbouw Noord-Nederland.
2.
Het Friese Kleiweidegebied: ligging en betekenis ........................................................................... 7 1.1
Begrenzing Friese Kleiweide .................................................................................................... 7
1.2
Kenmerken en karakteristieken .............................................................................................. 8
Schone en vruchtbare leefomgeving............................................................................................. 11 2.1
Situatieschets ........................................................................................................................ 11
2.2
Streven naar een schone en vruchtbare leefomgeving ........................................................ 11
Algemeen....................................................................................................................................... 11 Bodemkwaliteit ............................................................................................................................. 11 Luchtkwaliteit ................................................................................................................................ 12 Waterkwaliteit en -kwantiteit ....................................................................................................... 12 Klimaatmitigatie (CO2-reductie) .................................................................................................... 13 Klimaatmaatregelen: duurzame energie ....................................................................................... 14 Klimaatmaatregelen: anders omgaan met bemesting/voerspoor ................................................ 14 Gewasbescherming ....................................................................................................................... 14 Dierenwelzijn en diergezondheid .................................................................................................. 14 3.
Maart 2020 Versie 1.9
Rijk cultuurlandschap .................................................................................................................... 16 3.1
Situatieschets ........................................................................................................................ 16
3.2
Streven naar een rijk cultuurlandschap ................................................................................ 16
Algemeen....................................................................................................................................... 16 Biodiversiteit ................................................................................................................................. 16 Agrarisch natuurbeheer ................................................................................................................ 17
In opdracht van: Greidhoeke Plus
Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid
98 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide
Weidevogels .................................................................................................................................. 17 Dubbeldoelgrond (landbouw/natuur)........................................................................................... 18 Weidegang..................................................................................................................................... 18
Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid
Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 99 1
Inleiding
Ruimtelijke kwaliteit/”Nije pleatsen” ............................................................................................ 18 Samenhang toerisme/recreatie .................................................................................................... 18 4.
Binnen de Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland wordt in meerdere gebieden enthousiast gewerkt aan een aanpak om via streefbeelden en actieplannen te komen tot kansrijk projecten en experimenten. Binnen het (deel)gebied Friese Kleiweide is het opstellen van de deskstudie Natuurinclusief landbouwbeleid onderdeel van de aanpak.
Verbonden met omgeving............................................................................................................. 19 4.1
Situatieschets ........................................................................................................................ 19
4.2
Streven naar gewaardeerd, gezond en veilig voedsel ........................................................... 19
Algemeen....................................................................................................................................... 19
Binnen het Friese Kleiweidegebied is vooral de melkveehouderij bepalend, met een relatief groot ruimtebeslag. Er liggen interessante koppelmogelijkheden met het aanliggende gebied Noordelijke Kleischil, direct langs de Wadden. Hier zijn voornamelijk akkerbouwbedrijven actief, met de mogelijkheid om in samenhang met kringloopbedrijven kringlopen te sluiten. Ook de belangrijke functie als weidevogelgebied is een aandachtspunt voor het Kleiweidegebied.
Voedselverspilling.......................................................................................................................... 20 Waardering voor het voedsel met lokale producten en lokale samenwerking ............................ 20 Toekomstbestendig voedselsysteem ............................................................................................ 20 Meer circulair ................................................................................................................................ 21
Het Friese Kleiweidegebied heeft een rijke melkveehistorie. De sterke economische positie van de melkveehouderij is bereikt doordat de landbouwers de economische en technische mogelijkheden in de afgelopen decennia sterk hebben benut. Schaalvergroting, intensivering en technische mogelijkheden hebben echter ook een aantal negatieve effecten gehad op biodiversiteit, landschap en leefbaarheid. Bovendien staat het verdienvermogen van de sector onder druk. Voor het merendeel van de melkveebedrijven is de kringloop onvoldoende gesloten en staat de kwaliteit van bodem, water en lucht onder druk. Hier liggen kansen om meer natuurinclusief en circulair te werken, mits dit ook voor een nieuwe verdiencapaciteit zorgt.
Van afval naar grondstof ............................................................................................................... 21 5.
Een diverse vitale agrarische sector .............................................................................................. 23 5.1
Situatieschets ........................................................................................................................ 23
5.2
Streven naar diverse vitale agrarische sector ....................................................................... 23
Vitale primaire bedrijven............................................................................................................... 23 Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid ........................................................................... 24
Met aanvullende opgaven op het vlak van klimaat en energie, zoals CO2-reductie, water- en droogteopgaven, verzilting en de inpassing van nieuwe duurzame energieconcepten, ontstaan integrale opgaven. De toenemende roep vanuit consument en markt om veilig, duurzaam en meer lokaal geproduceerd voedsel speelt hier ook een rol.
Financiering /Grondbank............................................................................................................... 24 Pacht .............................................................................................................................................. 24 Kennis en innovatie ....................................................................................................................... 24 Dynamische praktijk/gebiedsgerichte insteek .............................................................................. 24 Bijlage I.
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 25
Bijlage II.
Kwaliteitsbeeld Agro Agenda Noord-Nederland 2030 ...................................................... 26
Er is al veel nationaal en regionaal beleid geformuleerd rond de (natuurinclusieve) landbouw en daaraan gerelateerde onderwerpen, zoals hiervoor genoemd. Het Rijk, provincie Fryslân, de gemeenten, Wetterskip Fryslân hebben, veelal in samenwerking met andere partijen, al uitvoerig nagedacht over de toekomst en de noodzakelijke transitie van de landbouw. Er is aan Compass4u gevraagd een deskstudie uit te voeren naar een breed scala van deze (beleids)documenten. Deze notitie (maart 2020) is het resultaat van deze deskstudie. In enkele specifieke gevallen wordt ook een relatie gelegd met rapporten en bevindingen van o.a. kennisinstellingen etc.
Natuurinclusieve landbouw Natuurinclusieve landbouw is een vorm van duurzame landbouw waarbij voedselproductie geïntegreerd is in de natuurlijke omgeving en daar ook een bijdrage aan levert. Flora en fauna wordt door de natuurinclusieve landbouwer gebruikt in de bedrijfsvoering met als doel om efficiënter gebruik te maken van grondstoffen. Bovendien is er zorg voor het landschap en de soortenrijkdom in de natuur. Natuurinclusieve landbouw zoekt dus naar een verweving van voedselproductie en natuurlijke ecosystemen, en wel op zo’n manier dat beide, landbouw en natuur, er sterker uitkomen. Natuurinclusieve landbouw produceert voedsel binnen de grenzen van natuur, milieu en leefomgeving, met een positief effect op de biodiversiteit. Uitwerking van natuurinclusieve landbouw wordt wel via drie dimensies gedaan:
Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid
100 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide
2
Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid
Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 101 3
1. Sluiten van kringlopen naar nul-emissie leidt tot minimale negatieve effecten op omgeving (landbouw spaart natuur); 2. Functionele agrarische biodiversiteit (natuur ten dienste van landbouw); 3. Zorg voor het landschap en specifieke soorten (landbouw ten dienste van natuur).
Rijk cultuurlandschap (alle onderdelen van de keten dragen bij aan versterking landschap/biodiversiteit met als resultaat geen boerenlandsoorten meer op de rode lijst van beschermde dieren). Verbonden met omgeving (transparante keten van consument tot boer; ketens dragen bij aan overall verbetering) Meer diversiteit (type bedrijven, landschappen, biodiversiteit, markten, ketens)
Interbestuurlijke aanvliegroute De provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân en drie gemeenten in Fryslân (Súdwest-Fryslân, De Fryske Marren en Leeuwarden) vinden het van belang om binnen het grondgebied van de drie gemeenten meer gezamenlijk te werken aan een natuurinclusief platteland. Ook in samenhang met andere opgaven. Het gebeurt onder de noemer ‘Greidhoeke Plus’. Hierbij wordt vooral gekeken naar het opzetten van gebiedsgerichte planprocessen. Er wordt gezocht naar verbinding tussen partijen, het stroomlijnen van processen en het wegnemen van obstakels. Er wordt ingezet op een aanpak vanuit, door en met de gebieden. Met bij voorkeur een koppeling aan kennisinstellingen en onderwijs. Natuurinclusieve landbouw wordt hierdoor in samenhang met een breder gebiedsproces opgepakt.
Visualisatie van het kwaliteitsbeeld AgroAgenda 2.0
Het proces: van streefbeeld naar actieplan Binnen de Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland wordt bij alle acht geselecteerde (deel)gebieden een streefbeeld opgesteld, toegespitst op het bewuste gebied. Op basis van het streefbeeld zijn later de uitdagingen en gemeenschappelijke opgaven per gebied beter te bepalen. Zo kan het uiteindelijke Streefbeeld de basis vormen voor het vastleggen van verdere afspraken, met een Actieplan met daaraan gekoppelde projecten en initiatieven. De deskstudie geldt als bouwsteen voor het opstellen van het Streefbeeld.
De aanpak Friese Kleiweide binnen de Regio Deal past uitstekend bij de insteek van ‘Greidhoeke Plus’. Voor de aanpak Friese Kleiweide is ook de samenwerking met de gemeente Waadhoeke gezocht. De ambities van Greidhoeke Plus sluiten inhoudelijk aan bij uitgangspunten uit de Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland en de daarmee samenhangende AgroAgenda voor Noord-Nederland. De AgroAgenda is een samenwerkingsverband van overheden, LTO-Noord, kennisinstellingen, agrobedrijven en maatschappelijke instellingen.
Het opstellen van het streefbeeld is vormvrij en kan samen met het gebied gestalte krijgen. Het streefbeeld is bedoeld om te inspireren en richting te geven. Het creëert draagvlak om vervolgstappen te zetten.
Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland/AgroAgenda 2.0
Begrenzing van het gebied
Met de Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw Noord-Nederland willen Rijk en regio de transitie naar een meer natuurinclusieve landbouw versnellen (aanbieding Regio Deal, juni 2019) . Het doel van de Regio Deal is om met een gebiedsgerichte aanpak een structurele benadering voor natuurinclusieve landbouw te ontwikkelen, te toetsen en toepasbaar te maken op basis van ecologische en landbouwkundige kennis, en kennis over gebiedsparticipatie en verdienmodellen. In een gebiedsgerichte benadering experimenteert deze Deal met nieuwe werkwijzen, methoden en technieken.
In hoofdstuk 1 is het kaartbeeld met de begrenzing van het Friese Kleiweidegebied weergegeven. De begrenzing is globaal aangegeven. Zowel ten noorden (Noordelijke Kleischil) als ten zuiden/zuidoosten (Friese Veenweide) is er sprake van overgangszones, waarbij binnen de Regio Deal nog de exacte begrenzing wordt vastgelegd in overleg met de aangrenzende gebieden.
Opbouw van deze notitie In Hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de ligging en betekenis van het Friese Kleiweidegebied, waarbij wordt ingegaan op de karakteristieken en de kernkwaliteiten.
In Noord-Nederland zijn met de AgroAgenda Noord-Nederland ‘Kwaliteitsbeeld 2030: Op Weg naar Top, Voedsel in een Rijk Landschap’ (april 2019) en de Regio Deal Natuurinclusieve landbouw NoordNederland belangrijke lijnen uitgezet.
In de Hoofdstukken 2, 3 en 4 worden vervolgens, gebaseerd op de opzet van de AgroAgenda 2.0, diverse aspecten benoemd en toegelicht. Het gaat achtereenvolgens om de schone en vruchtbare leefomgeving (H2), het rijke cultuurlandschap (H3) en de verbondenheid met de omgeving (H4).
De vier speerpunten in de AgroAgenda zijn:
De beleidsmatige uitgangspunten komen uit een breed scala aan documenten: visies, beleidswensen en kwaliteitsbeelden. De bronnen van deze documenten zijn divers, het schaalniveau daarmee ook
Schone en vruchtbare leefomgeving (lucht, pesticidevrij, klimaatneutraal, lokale kringlopen, gezonde bodem)
Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid
102 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide
4
Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid
Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 103 5
(van Europees tot lokaal). Wensen om te komen tot een natuurinclusieve landbouw c.a., worden mede bepaald door het ‘eigenaarschap’ van het document.
1. Het Friese Kleiweidegebied: ligging en betekenis
In Hoofdstuk 5 zoomen we in op aspecten die spelen rond het uitgangspunt om te komen tot een diverse vitale agrarische sector, in aanvulling op onderdelen die al in de eerdere hoofdstukken staan.
1.1
Bij de vervolgaanpak kan tot een verdere duiding of doorvertaling van onderdelen worden gekomen, toegespitst op de meer lokale opties en mogelijkheden op gebiedsniveau.
Begrenzing Friese Kleiweide
Binnen de Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw wordt aan een aanpak gewerkt in acht gebieden. Vier daarvan liggen in Fryslân:
Aanvullend zijn enkele bijlagen toegevoegd. Bijlage I geeft een overzicht van de geraadpleegde literatuur. Bijlage II geeft in één oogopslag de (hoofd)opzet van de AgroAgenda 2.0.
Noordelijke Kleischil (deels ook in Groningen) Friese Veenweide Friese Kleiweide Schiermonnikoog Los van Schiermonnikoog zijn de andere drie gebieden niet exact begrensd. Omdat de Friese Kleiweide grenst aan de Noordelijke Kleischil en de Friese Veenweide is gezocht naar een zekere onderlinge begrenzing. In onderstaand kaartbeeld is de begrenzing van het Friese Kleiweidegebied globaal aangegeven. In zekere zin is de exacte begrenzing arbitrair. Zowel ten noorden (Noordelijke Kleischil) als ten oosten/zuiden (Friese Veenweide) is er sprake van een overgangszone, waar het vaak lastig is een scherpe grens te trekken. In afstemming met de aanpak binnen de Friese Veenweide en de Noordelijke Kleischil zal nog een meer exacte grens worden vastgelegd.
Globale begrenzing Friese Kleiweidegebied
Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid
104 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide
6
Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid
Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 105 7
1.2
Kenmerken en karakteristieken
moment speelt de Dairy Campus bij Leeuwarden nog een belangrijker rol bij de kennisontwikkeling binnen de melkveesector. Voor het hbo en mbo zijn vestigingen van Van Hall Larenstein (Leeuwarden) en Nordwin (Sneek/Leeuwarden) van belang.
Fryslân is grofweg onder te verdelen in drie zones van zand-, veen- en kleigronden. De kleigronden liggen grotendeels in een strook langs De Wadden en (in mindere mate) langs het westelijke deel van de Friese IJsselmeerkust.
De schaalvergroting in de melkveehouderij heeft zich niet alleen op de bedrijfskavels doorgezet maar heeft ook consequenties gehad voor het landschap. Percelen zijn opgeschaald en de graslanden zijn eentoniger door het gebruik van voornamelijk raaigras. Slootkanten en bermen zijn strak gemaaid. Beplanting is veelal beperkt tot de dorpen en de erven van de boerderijen. Hoewel er ook in toenemende mate initiatieven zijn om perceelsranden meer kruidenrijk en biodivers te beheren.
Het Friese Kleigebied heeft lange tijd onder directe invloed gestaan van de zee. Deze dynamiek van de zee heeft het landschap gevormd en is in het landschap zichtbaar: het uitgestrekte, open kleiterpengebied met een hoge dichtheid aan terpen en terpdorpen, terpsteden en -veelal verhoogde- boerderijerven. Een gebied ook met kwelderwallen en kweldervlakten, met slenken, prielen en oeverwallen -het kleiterpengebied-, evenals inpolderingen met droogmakerijen (de Marneslenk tot aan Bolsward en de Middelsee tot aan Leeuwarden en Sneek). Bewoning vond vroeger plaats op terpen. De wegen, sloten en verkaveling zijn op sommige plekken kronkelig en onregelmatig, al zijn later meer rechte structuren in het landschap gekomen door ruilverkaveling en de aanleg van infrastructuur.
Het gebied heeft een belangrijke functie als weidevogelgebied, voor soorten als de grutto en kievit, waarvan de populatie ook in deze regio de afgelopen jaren sterk is afgenomen. Gebieden als de Workumerwaard, het gebied bij Makkum en richting Leeuwarden bij de gebieden Skrok, Skrins en Leonserpolder zijn er relatief gezien nog goede voorwaarden voor de instandhouding, maar ook hier staat de populatie onder druk, onder ander door hun geïsoleerde ligging waardoor ook predatie voor aanmerkelijke negatieve effecten zorgt. In veel gevallen vormen natuurgebieden (van It Fryske Gea, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer) een belangrijke basis voor de weidevogelpopulatie. Het agrarisch natuurbeheer vervult hier een essentiële toevoeging, via bijvoorbeeld de aanleg van plasdrasgebieden, maar deze aanpak heeft zowel in fysieke als financiële zin zijn beperkingen. Er wordt gezocht naar mogelijkheden om tot meer aansluitende weidevogelgebieden te komen, waardoor er een robuustere weidevogelaanpak mogelijk wordt. In meer geïsoleerde gelegen gebieden maken sommige individuele boeren het verschil.
Kleigebied Westergo, links en rechts begrensd door de eerdere Marneslenk tot aan Bolsward en de Middelsee langs Leeuwarden tot aan Sneek (uit: Grutsk op ‘e Romte)
In het noordelijk deel, langs de Wadden, liggen de zwaardere kalkarme kleigronden, het gebied de Noordelijke Kleischil, dat doorloopt in Groningen. Hier wordt voornamelijk akkerbouw bedreven. Het gebied tussen Leeuwarden, Sneek, Workum en Harlingen staat bekend als het Friese Kleiweidegebied. Met een grondsoort die voornamelijk bestaat uit jonge zeeklei op veen is het gebied vooral geschikt voor melkveehouderij.
Langs de zuidrand van het Friese Kleiweidegebied is er sprake van een geleidelijke overgang naar het Friese Veenweidelandschap. Anders dan in het Kleiweidelandschap zorgt bodemdaling hier voor een noodzaak tot peilaanpassing om landbouwgebruik te kunnen voortzetten. Het roept de vraag op of een meer extensief landbouwgebruik in het Veenweidegebied wellicht voor een meer intensievere landbouwaanpak in het Friese Kleiweidegebied gaat zorgen.
Het Friese Kleiweidegebied heeft zich in de loop van jaren ontwikkeld tot een belangrijk gebied voor de melkveehouderij, met een wijdvertakt netwerk van zuivelfabriekjes, die zich later op enkele plaatsen hebben geconcentreerd, met zuivelfabrieken in Leeuwarden, Workum en Bolsward. Ook het zuivelonderwijs had in Bolsward vele jaren een belangrijke verankering (de zuivelschool). Op dit
Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid
106 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide
De Friese Kleiweide wordt aan de westkant begrensd door water. Met noordelijk van de Afsluitdijk, De Wadden met de UNESCO Werelderfgoedstatus en zuidelijk van de Afsluitdijk het IJsselmeer, een internationaal belangrijk zoetwatergebied.
8
Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid
Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 107 9
De aan klimaatverandering gekoppelde zeespiegelstijging zorgt voor een toenemend risico op verzilting door ondergrondse kwelstromen van lagere delen in bepaalde gebieden van het binnendijks gebied. Dit heeft consequenties voor het type landbouw (mogelijke overgang naar zilte teelten) en de omgang met zoetwater. Zoetwater zal in de toekomst schaarser en schaarser worden.
2. Schone en vruchtbare leefomgeving
De waterinfrastructuur en de waterpeil- en grondwaterbeheer zijn altijd belangrijke factoren geweest voor de ontwikkeling van de melkveehouderij. De belangrijke waterverbindingen volgden deels natuurlijke waterlopen. Vroeger was het waterwegennet van opvaarten heel belangrijk. Het vormde veelal de enige ontsluiting voor boerderijen en dorpen: vele dorpen en boerderijen liggen nog steeds aan de oude opvaarten, soms met karakteristieke buurtjes gericht op het water. Meer recent zijn waterlopen ook voor het toerisme in belang toegenomen, waarbij het toerisme voornamelijk een kleinschalig karakter heeft.
De landbouw heeft in het Friese Kleiweidegebied een belangrijk rol gespeeld bij de (door)ontwikkeling van het landschap en de beleving en waardering daarvan. De landbouwsector is vervlochten met de gebied en kan op veel sympathie rekenen. Wel wordt door verdere opschaling van bedrijven en perceelstructuren steeds meer als problematisch gezien ook in combinatie met het verlies aan biodiversiteit en als onderdeel daarvan de sterke teruggang van de weidevogelstand. Er bestaat steeds meer de indruk dat de systemen van bodem- en waterhuishouding binnen de huidige agrarische bedrijfsvoering niet vol te houden zijn.
Tegen het gebied aan liggen een aantal grotere watersportkernen als Makkum, Workum, Sneek, Leeuwarden en Harlingen. Deze gebieden danken hun toeristische belang vooral aan het aangrenzende merengebied (inclusief het IJsselmeer) en De Wadden. Wel vormt het een goede basis om ook in het Friese Kleiweidegebied specifieke vormen van toerisme te benutten en uit te bouwen. Kansrijk is het cultuurtoerisme dat gericht is op mensen die komen voor het verhaal van het gebied. Te denken valt aan een koppeling met het nieuwe Cultuur Historisch Centrum ‘De Tiid’ in Bolsward, het verhaal rond Menno Simons in Witmarsum en Grutte Pier in Kimswerd. Verhalen die nauw samenhangen met het leven met water, terpen en dijken, en met de pioniersgeest in het gebied.
De intensivering en specialisatie in de agrarische sector heeft geleid tot fragmentatie en verdwijnen van de natuurlijke leefgebieden, afname van landschapselementen, verdroging, vermesting en verschraling van de biodiversiteit in het landelijk gebied. Daarbij gaat de natuur die behulpzaam of zelfs essentieel is voor de landbouwproductie door diezelfde productie achteruit. Denk daarbij aan afname van de insectenpopulatie en afnemende bodemvruchtbaarheid, bodemverdichting en een afnemend gehalte aan stabiele organische stof in de bodem. De boeren teren steeds meer in op hun natuurlijk kapitaal. Dit brengt een grote opgave met zich mee richting herstel van de natuurlijke leefomgeving, waarbij biodiversiteit en natuurwaarden binnen de landbouw worden versterkt.
2.1
2.2
Situatieschets
Streven naar een schone en vruchtbare leefomgeving
Algemeen De minister van LNV heeft in september 2018 in haar visie “Landbouw, Natuur en Voedsel: Waardevol en verbonden” het belang van de koppeling van landbouw aan een meer agro-ecologische aanpak bepleit. In het hieraan gekoppelde Realisatieplan (medio 2019) zijn meer praktische handvaten gegeven om op diverse onderdelen verdere stappen te zetten.
Bodemkwaliteit Vanuit de Rijksvisie wordt een groot belang gehecht aan een goede bodemkwaliteit. Een goede kwaliteit vraagt een evenwichtig en verantwoord gebruik van meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen, uitgekiende bouwplannen (akkerbouw) en bewerking met machines die afgestemd zijn op het draagvermogen van de bodem zodat verdichting van de bodem wordt voorkomen. De bodem draagt dan niet alleen bij aan een hogere opbrengst, maar kan ook als buffer dienen voor extreme weersomstandigheden. Een bodem die veel organische stof bevat, kan veel beter water opnemen bij extreme neerslag en is beter bestand tegen droogte. Goed bodembeheer is daarmee ook cruciaal voor het (zoet)waterbeheer, vooral bij het voorkomen van schade door droogte of wateroverlast. Een gezonde bodem heeft ook een reinigend vermogen en leidt indirect tot een betere waterkwaliteit. Ook kan een bodem met meer organische stof meer stikstof en mineralen vasthouden, draagt het bij aan gezonde gewassen en via koolstofvastlegging draagt het bij aan de klimaatopgave. Een instrument als de KringloopWijzer kan meer inzicht geven, door te laten zien waar de sterke en zwakke punten in het bedrijf zitten als het gaat om mineralenbenutting. Een rijker bodemleven is mede bepalend voor de bovengrondse biodiversiteit. Zonder vruchtbare bodem (chemische, fysische en biologische
Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid
108 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide
10
Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid
Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 109 11
eigenschappen) is het onmogelijk om voldoende voedsel te blijven produceren. De AgroAgenda heeft als streven dat het bodemecosysteem in heel Noord-Nederland in 2030 op orde is.
voor de functie, in plaats van omgekeerd. Dit betekent in die gevallen een verschuiving van het principe: peil volgt functie naar: functie volgt peil
Luchtkwaliteit
Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Het Deltaplan versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. Wetterskip Fryslân werkt op basis hiervan met de aanpak Klimaatparaplu en zoekt ook een gezamenlijke aanpak met de grondeigenaren, de provincie en gemeenten. In Fryslân zijn hierover afspraken gemaakt binnen het Fries Bestuursakkoord Waterketen.
Bij verdere verduurzaming van de veehouderij past ook de overgang naar integraal duurzame en emissiearme stal- en houderijsystemen. Deze verbeteren het leefklimaat voor mens en dier en verlagen of voorkomen de emissies van broeikasgassen, ammoniak, geur en fijnstof (zoals bijdrage aan de stikstofproblematiek). De huisvesting van dieren biedt ruimte aan hun natuurlijke gedrag en wordt gecombineerd met een goede zorg vanuit hun specifieke behoeften. De Minister van LNV wil met verder onderzoek de optimale samenstelling van veevoer verkennen uit oogpunt van diergezondheid en om de uitstoot van schadelijke emissies te voorkomen (Realisatieplan Visie LNV). Door toename van frequentie en intensiteit van weersextremen zal de schade aan gewassen en aan productiemiddelen toenemen. Gewassen raken in het groei- en oogstseizoen beschadigd door storm, slagregens, hagel of waterverzadigde bodems. Storm, hagel en bliksem kunnen kassen, stallen en installaties beschadigen. Extreme droogte kan zorgen voor een tekort aan zoet water en verzilting aan de kust en tot ver in het land. Extreme hitte kan leiden tot een verslechtering van de waterkwaliteit en tot hittestress bij (hok)dieren.
Vooral in het Noordelijk kustgebied worden gebruikers gestimuleerd om efficiënter om te gaan met het beschikbare water. Bijvoorbeeld door deel te nemen aan het pilotproject Spaarwater, waarbij op bedrijfsniveau drainagewater wordt opgevangen en wordt geïnfiltreerd in de bodem. Op die manier kan een zoetwaterlens worden opgebouwd. Dit zorgt er onder meer voor dat de landbouw tijdens het groeiseizoen beschikt over voldoende watervoorraad. Daarnaast treft Wetterskip Fryslân samen met de grondeigenaren maatregelen om de vrij afwaterende gebieden minder gevoelig te maken voor droogte. Waar mogelijk wordt de inrichting van bovenlopen en kleinere watergangen van de watersystemen aangepast, gericht op het vasthouden van water. Ook het operationeel peilbeheer in deze watersystemen speelt daarin een rol.
Boeren en tuinders zijn in het algemeen gewend aan wisselende weersomstandigheden. Ze anticiperen hierop al duizenden jaren. Wel zal de land- en tuinbouwsector zich sneller moeten voorbereiden op de steeds vaker optredende extreme weersomstandigheden. De agrariër zal meer bewust zelf maatregelen moeten treffen en keuzes moeten maken over het omgaan met risico’s.
Vooralsnog wordt de huidige wijze van verziltingbestrijding door middel van gericht doorspoelen en flankerende maatregelen effectief geacht. Maar het proces van verzilting valt niet te keren, zo blijkt uit diverse wetenschappelijke studies. Met deze vaststelling zal de inlaat van zoet water steeds meer in discussie komen, gelet op de aanmerkelijke kosten die dat met zich meebrengt.
Waterkwaliteit en -kwantiteit
Natuurinclusieve landbouw draagt bij aan de waterkwaliteitsdoelen uit de Europese Kaderrichtlijn Water waaraan in 2027 moet worden voldaan. Door onder andere het sluiten van kringlopen en verduurzamen van de bodem vindt er minder uitspoeling plaats van nutriënten en bestrijdingsmiddelen naar het oppervlakte- en grondwater.
Klimaatmitigatie (CO2-reductie) Het Klimaatverdrag van Parijs (2015) is een keerpunt gebleken voor de aanpak van het klimaatprobleem. De ondertekenaars hebben uitgesproken dat ze de opwarming van de aarde tot ruim onder de 2 graden Celsius zullen beperken met als ambitie te streven naar maximale opwarming van 1,5 graad Celsius. De Europese Unie heeft harde toezeggingen gedaan om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met minstens 40% te verminderen ten opzichte van 1990. Het kabinet Rutte III legt in het nationale klimaatakkoord de lat hoger. Zo wordt onder meer de aardgaswinning in Groningen in 2022 stilgelegd. Maatregelen in Nederland zijn gericht op een reductie van 49% in 2030, en op 80% tot 95% in 2050. Alle maatregelen zijn erop gericht dat het systeem van landbouw en natuur in 2050 netto klimaatneutraal is.
Klimaatadaptatie (anticiperen op klimaatverandering) is nodig om minder kwetsbaar te zijn voor klimaatverandering en kosten te besparen. De effecten van klimaatverandering moeten worden verkleind of ten minste beheersbaar blijven. Het gaat onder meer om schades, overlast, ziekten, vroegtijdige sterfte en nadelige veranderingen in milieukwaliteit en ecosystemen. In het Realisatieplan Visie LNV staat het streven boeren en tuinders in 2030 zoveel mogelijk zelfvoorzienend zijn door water vast te houden, te bergen en efficiënt te (her)gebruiken.
Voor 2030 hebben de landbouw- en landgebruiksectoren een taakstellende opgave gekregen vanuit het kabinet om een additionele afname van 3,5 Mton broeikasgasemissies in 2030 te realiseren (bovenop bestaand beleid). De ambitie van de landbouwsector is dat de onvermijdelijke uitstoot van broeikasgassen aan de ene kant en vastlegging van broeikasgassen en productie van hernieuwbare energie én biomassa aan de andere kant, in 2050 met elkaar in balans zijn. De emissies uit de veehouderij worden vooral veroorzaakt door methaan en lachgas en als gevolg van bemesting.
De Nationale en Provinciale Omgevingsvisies die worden opgesteld stellen dat het grond- en oppervlaktewatersysteem zodanig moet zijn ingericht, dat deze de verschillende functies en gebruikers van voldoende water kan voorzien. De klimaatverandering zet dit systeem onder druk: extreem natte en extreem droge perioden hebben gevolgen voor de grondwatervoorraad en grondwaterstanden. Het streven is daarom naar een duurzame watervoorziening die meer uitgaat van de natuurlijke omstandigheden. Hiermee zijn pieken en dalen beter op te vangen. Er wordt beoordeeld in welke gevallen en onder welke condities het gewenste waterpeil uitgangspunt kan zijn
Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid
110 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide
12
Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid
Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 111 13
Klimaatmaatregelen: duurzame energie
gebruik nog verder beperkt kunnen worden en komt dit het dierenwelzijn ten goede. Het streven in de AgroAgenda is om in Noord-Nederland de emissies van diergeneesmiddelen tot nul te reduceren.
Binnen het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (RES) wordt gewerkt aan de Friese Energiestrategie. Hierin worden maatregelen voorbereid om met name voor zon en wind nieuwe locaties te realiseren. Onderzocht kan worden of hier een samenhang met boerenerven mogelijk is of dat in clusters via gebiedsparticipatie een gezamenlijke meer opgeschaalde aanpak valt te realiseren. Ook andere vormen van hernieuwbare energie (aquathermie) kunnen in beeld komen. Energie uit biomassa is ook een optie, al worden steeds meer vraagtekens gezet bij het duurzame karakter hiervan.
Klimaatmaatregelen: anders omgaan met bemesting/voerspoor Klimaatbelasting kan worden teruggedrongen door maatregelen op het gebied van bemesting en het voerspoor. Bijvoorbeeld door precisiebemesting met bewerkte dierlijke mest als kunstmestvervanging (daarmee worden ook broeikasgasemissies uit de productie van kunstmest verder teruggedrongen), emissiearme melkveestallen en een geïntegreerde aanpak uitstoot methaan en ammoniak. Vanuit de sector wordt ook ingezet op het verbeteren van de voederconversie, dat wil zeggen de ontwikkeling van voeder dat bijdraagt aan minder methaanuitstoot).
Gewasbescherming De ‘Toekomstvisie Gewasbescherming 2030’, gezamenlijk opgesteld door de rijksoverheid en belanghebbenden, heeft als ambitie dat de land- en tuinbouw in Nederland in 2030 bestaat uit een duurzame productie met weerbare planten en teeltsystemen, waardoor ziekten en plagen veel minder kansen krijgen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zo veel mogelijk kan worden voorkomen. Daarbij wordt onder andere ingezet op de Systeemaanpak duurzame gewasbescherming. Wanneer in 2030 nog gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, moet dit gebeuren als geïntegreerde gewasbescherming, nagenoeg zonder emissies of residuen. De AgroAgenda sluit op dit streven aan. Specifieke aandacht vragen de invasieve soorten. Steeds vaker vestigen zich hier nieuwe soorten planten en dieren die in de Friese natuur (tot dusver) niet thuishoren, inheemse soorten verdringen, tot overlast leiden (eikenprocessierups) of ziekten verspreiden. Het beleid tegen invasieve exoten is gefundeerd op Europees beleid en gericht op het voorkomen en (als dat niet lukt) het beheersen van deze soorten.