CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Optimalisatie bestuurlijke vernieuwing Greidhoeke Plus

Gemeenteraad Waadhoeke 30 maart 2023, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Optimalisatie bestuurlijke samenwerking Greidhoeke Plus29.240 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Dierenwelzijn en diergezondheid Bij het ontwerp van stallen, bij de stalinrichting en bij de voederpraktijk wordt expliciet aandacht gegeven aan het voorkomen van ziektes. Hierdoor, en met een goede verzorging, zal het antibiotica-

Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid

112 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide

14

Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid

Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 113 15

3. Rijk cultuurlandschap 3.1

nadrukkelijk zien als een terreinbeherende organisatie die gunstige biotopen ‘produceert’ voor wilde dieren en planten (zie hierna bij paragrafen “Agrarisch natuurbeheer” en “Weidevogels”. Ook kan de landbouw met biomassa en nutriënten kringlopen sluiten op lokale en regionale schaal (zie hierna bij “Van afval naar grondstof” in Hoofdstuk 5).

Situatieschets

De landbouw is onderdeel van een systeem van landschap, natuur en biodiversiteit. Er is sprake van een voortdurende wisselwerking. Er is de afgelopen tijd meer urgentie ontstaan om de soms forse teruggang in biodiversiteit, zoals de achteruitgang van de populaties insecten en weide- en akkervogels, aan te pakken. Een meer samengaan van landbouw en natuur wordt breed gedeeld, waarbij die relatie sterker en meer organisch moet worden dan dat zij nu is. Het kan ook een aanvullende bijdrage leveren aan de waardering van het landschap. Juist in het open landschap van de Friese Kleiweide is de specifieke samenhang met de weidevogelaanpak een belangrijk aanknopingspunt zijn.

3.2

Overheden en agrarische bedrijven werken op dit moment mee aan diverse lokale initiatieven voor kleurrijke akkerranden en bijenlinten en dergelijke. Vaak gebeurt dit met incidentele middelen en wordt er nog gezocht naar een meer structureel inpassing van een meer biodivers beheer (met bijvoorbeeld een aangepast maaibeheer van bermen).

Agrarisch natuurbeheer Het uitgangspunt van leefgebiedenbenadering van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) is het creëren en in stand houden van een leefgebied voor een soort of groep van soorten die vergelijkbaar beheer vraagt. Doelsoorten zijn de diersoorten waarvoor Nederland op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn de internationale verplichting heeft om de ‘Staat van Instandhouding’ van deze soorten te verbeteren of te behouden. Het gaat om amfibieën, insecten, vlinders, vogels, zoogdieren en vleermuizen. De Staat van Instandhouding omvat in totaal 68 soorten, waaronder: de gele kwikstaart, kievit, grutto, blauwe kiekendief, houtduif, torenvalk, boomkikker, kamsalamander, tureluur, hazelmuis, bunzing, steenuil. Voor de Friese Kleiweide is de instandhouding van weidevogels een belangrijk speerpunt. Het doel in de AgroAgenda is dat boerenlanddoelsoorten niet meer op de rode lijst van beschermde soorten voorkomen. Binnen de Friese Kleiweide zijn twee Agrarische collectieven actief, deels nog onderverdeeld in Agrarische natuurverengingen. Hiermee is een organisatiestructuur aanwezig om eventuele extra maatregelen op aan te haken. De koppeling met een nieuwe aanpak vanuit Europees landbouwbeleid is daarbij een optie (zie hierna bij “Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid” in Hoofdstuk 5

Streven naar een rijk cultuurlandschap

Weidevogels

Algemeen

Het provinciale Friese weidevogelbeleid is sterk gericht op het realiseren van vitale weidevogelpopulaties. De grutto fungeert hierbij als gidssoort. Concreet richt de provincie zich op 10.000 gruttobroedparen in Fryslân in 2020. Voor in totaal minimaal 10.000 provinciale gruttobroedparen betekent dit een dichtheid van gemiddeld 25 broedparen per 100 hectare in de weidevogelkerngebieden.

De kabinetsvisie ‘Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden’ (september 2018) zet vol in op een gezonde en toekomstbestendige voedselproductie. De aanpak rond kringlooplandbouw is daar een belangrijke bouwsteen voor. Het impliceert een herstel van de variëteit aan soorten, ecosystemen en landschappen en een herstel en versterking van natuurwaarden. Een levende en gevarieerde bodem en voldoende bestuivende insecten vormen de basis hiervoor. Het sluit aan bij de aanpak rond het Deltaplan Biodiversiteitsherstel, waarbij een brede coalitie van partijen, waaronder de landbouw, samen tot maatregelen willen komen.

De bescherming van weidevogels valt in te passen binnen een rendabele agrarische bedrijfsvoering. Het draagt dan ook bij aan de kwaliteiten en belevingswaarde van Fryslân. Een breed maatschappelijk draagvlak, vooral bij boeren(organisaties) en natuurverenigingen, is een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle uitvoering. Voor weidevogelbeheer is bijvoorbeeld de aanleg van plasdraspercelen van essentieel belang. Hiervoor zijn subsidiegelden beschikbaar, zij het beperkt. Er is een provinciale weidevogelcampagne: "Grutsk op ús Greidefûgels”.

Biodiversiteit Het droombeeld voor 2030 van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel is een florerende delta voor mens en natuur. De groene ruimte van Nederland herbergt in 2030 een rijke biodiversiteit aan onder andere bodemleven, planten, insecten en boerenlandvogels, waarbij in 2030 de natuur in de natuurgebieden, op de landbouwgronden en in de wateren rijker en veelzijdiger is. De landbouw zal daarbij biodiversiteit voor bijvoorbeeld bestuiving, bodemvruchtbaarheid en ziekte- en plaagwering beter moeten benutten en creëert dan tegelijk leefgebied voor allerlei soorten dieren.

Door het weidevogelbeleid is op meerdere plekken een zekere concentratie ontstaan van meer succesvolle weidevogelgebieden. Op onderstaande kaart zijn deze gebieden aangegeven, zoals de Workumerwaard, het gebied bij Makkum en Skrok en Skrins. In Zuidwest-Fryslân wordt door de RuG al vele jaren een langlopend weidevogelonderzoek van internationale betekenis uitgevoerd. Het onderzoeksgebied bestrijkt een deel van het Friese Kleiweidegebied.

Het Deltaplan Biodiversiteitsplan wil dit bereiken via een aantal sporen. Het wil de toepassing van functionele agrodiversiteit vergroten, met een levende en weerbare bodem als uitgangspunt (zoals eerder toegelicht in Hoofdstuk 3 bij “Bodemkwaliteit”). Daarnaast wil men de landbouw meer

Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid

114 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide

16

Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid

Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 115 17

4. Verbonden met omgeving 4.1

Situatieschets

De landbouw heeft een essentiële plek binnen de voedselproductie. Door het succes van de Nederlandse landbouw is de agrofoodsector economisch van groot belang, ook in Fryslân/NoordNederland. Dit blijkt uit de aanwezigheid van meerdere zuivelfabrieken en aanverwante bedrijvigheid in de Friese Kleiweide en de kennisinstellingen in de nabije omgeving zoals de Dairy Campus in Leeuwarden. De Nederlandse agrofoodsector zorgt voor veilig, gezond, duurzaam en betaalbaar voedsel. Ook levert het een belangrijke bijdrage aan de economie (inclusief werkgelegenheid). Met een efficiënte werkwijze zorgt dit voor een relatief lage impact per kilogram voedsel op milieu, klimaat en biodiversiteit. Wel is de totale impact van voedselproductie en –consumptie op deze aspecten, op de volksgezondheid en op de leefomgeving – hier en elders op aarde – zodanig groot dat dit bij een transitie van de landbouw nadrukkelijk de aandacht vraagt.

Dubbeldoelgrond (landbouw/natuur) Om landbouw en natuur sterker te verbinden wordt gezocht naar nieuwe mogelijkheden om agrarische grond in te zetten voor natuur in aanvulling op de reguliere aanpak via het agrarische natuurbeheer. Door gronden financieel af te waarderen tot aan een zekere natuurwaarde kunnen de gronden worden ingezet voor zowel landbouw als natuur. In het gebied Gaast/Ferwoude wordt (onder de noemer Pijpkaneel) binnen een pilot gewerkt aan een dergelijke aanpak. Vanuit het Rijk staat men open voor dergelijke experimenten.

De keuze voor ongezonde voeding is vaak de gemakkelijke keuze, we gooien eten te makkelijk weg, we hebben geen oog voor de consequenties van onze voedselkeuzes voor het klimaat en voor de schaarse grondstoffen zoals water en biodiversiteit en de bodemvruchtbaarheid. De consument staat ver af van de productie en ziet goed en goedkoop voedsel meestal als een vanzelfsprekendheid. In het licht van de honger elders in de wereld zal een evenwichtigere verdeling van voedsel en schaarse hulpbronnen nodig zijn/blijven.

Weidegang In de Kabinetsvisie blijft voor de melkveehouderij de koe in de wei het uitgangspunt: weidegang wordt maatschappelijk gewaardeerd, onder andere uit oogpunt van dierenwelzijn en landschap.

Ruimtelijke kwaliteit/”Nije pleatsen” In Fryslân is de Nije Pleats (Nieuwe boerderij)-methodiek ontwikkeld om vooral agrarische bedrijven te helpen bij bouwinitiatieven waarvoor geen directe bouwrechten aanwezig zijn. De methodiek beoogt de ruimtelijke kwaliteit en het ondernemersbelang op elkaar af te stemmen. De methode kan ook worden ingezet om na te denken over nieuwe stalconcepten of gebruiksaanpassingen (zoals een meer multifunctionele invulling van boerderijkavels).

Samenhang toerisme/recreatie Door een sterke toename van toerisme, met name in de Randstad, wordt op nationaal niveau gezocht naar meer landelijke spreiding gericht op regiospecifieke kwaliteiten. Met de landeljke HollandCity-strategie is Fryslân de afgelopen jaren o.a. betrokken bij het thema ‘water’. Binnen Actieagenda Perspectief 2030 “Bestemming Nederland” (oktober 2019) wordt aanvullend ingezet op het meer op de kaart zetten van steden en regio's als aantrekkelijke bestemming. Ook voor de Friese Kleiweide liggen hier koppelmogelijkheden.

Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid

116 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide

4.2

Streven naar gewaardeerd, gezond en veilig voedsel

Algemeen Bij het voedselbeleid van het Rijk gaat het erom dat we een goede balans vinden tussen duurzaam, gezond en betaalbaar eten. Gezond en duurzaam eten kunnen heel goed hand in hand gaan. Het Voedingscentrum geeft met de Schijf van Vijf concrete handelingsperspectieven en tips voor een evenwichtig, duurzaam en gezond voedingspatroon, met onder andere de juiste balans tussen dierlijke en plantaardige eiwitten. Het streven is dat in 2030 duurzaam voedsel produceren en consumeren dat gezond en veilig is en dat de ketenpartners, inclusief de boer een eerlijke prijs verdienen.

18

Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid

Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 117 19

Voedselverspilling

gezondheidswinst. Veel partijen in de zorg werken aan het delen van ‘best practices’ om de rol van voeding in de zorg te identificeren en in hun dagelijkse praktijk in te bouwen. Gezondere voeding kan de zorgkosten aanmerkelijk verlagen.

De huidige voedselverspilling leidt tot onnodig verlies van waardevolle middelen en producten. Verspilling is onnodig en schadelijk: het doet geen recht aan de waarde van de natuur en aan de mensen die het voedsel hebben gemaakt, het leidt tot onnodige kosten en het vernietigt kostbaar materiaal dat heel goed een plaats in de voedselkringloop kan hebben (‘van afval naar grondstof’). Het doel van het beleid tegen voedselverspilling is dat we in 2030 in lijn met de voedselverspilling in Nederland halveren van 2 miljoen ton naar ongeveer 1 miljoen ton/jaar. Er moet een einde komen aan voedselverspilling in de horeca en bij consumenten volgens de visie van LNV. Ook voedselverliezen bij productie dienen te worden gereduceerd en resten moeten worden gebruikt als diervoer.

Het onderdeel “Nederlands voedselbeleid in mondiale en Europese context” onderkent de relatie van prijs en aanbod van voedsel en voedselgrondstoffen binnen een grensoverschrijdend krachtenveld. Het Nederlandse voedselsysteem lijkt sterk genoeg om schokken op te vangen. Wel zijn er trends en ontwikkelingen die aanleiding geven voor bezinning op de vraag of Nederland in zijn internationale beleid prioriteiten moet bijstellen. Bijvoorbeeld voor wat betreft de grote afhankelijkheid van grondstofimporten. Ook vernieuwing van productiemethoden, zowel in eigen land als op wereldwijde voedselmarkten, moet meer de aandacht krijgen. Nederland kan hier een voorbeeld zijn en voortrekkersrol in nemen.

Waardering voor het voedsel met lokale producten en lokale samenwerking Verkoop van eten in de supermarkt kan een afstand scheppen tussen boer en consument. Kopen bij de boer en tuinder, op regionale markten en bij stadslandbouwbedrijven kan producent en consument dichter bij elkaar brengen en de waardering voor het voedsel en het werk van de boer verhogen. Dit sluit aan op de trend dat mensen vaker kiezen voor biologisch en lokale producten. De waardering voor streekproducten en typisch Nederlands (seizoensgebonden) voedsel groeit. Initiatieven zoals de Friese Voedselbeweging en bestaande lokale initiatieven spelen hier op in. De openstelling van boerderijen voor belangstellenden (met de organisatie van activiteiten) kan de band versterken. Weidegang kan zorgen voor een positieve uitstraling. Initiatieven op dit terrein verdienen volgens het Rijk steun en medewerking van de overheid.

Meer circulair Om in de toekomst een gezonde sector te zijn, ligt voor de landbouwbedrijven de opgave van een transitie naar meer duurzame productiemethoden. De huidige keten -met een begin, een einde en lekken in schakels- moeten we volgens de Visie van het Ministerie van LNV veranderen in een systeem met minimale onnodige verliezen. Resten uit de agrarische sector en de voedselketen (gewasresten, voedselresten, procesafval, mest, compost) worden hierbij opnieuw benut of verwerkt tot nieuwe (hulp)producten. De landbouw verbruikt daarmee zo min mogelijk energie en gebruikt zoveel mogelijk hernieuwbare energie als onderdeel van een circulair voedselsysteem. Met leveranciers, horeca, naburige akkerbouwers dient te worden verkend welke mogelijkheden er liggen om het voedselsysteem meer circulair te krijgen.

Consumenten die weten waar hun voedsel vandaan komt en daardoor respect hebben voor producent en product, kunnen bijdragen aan een sterk(er) verdienmodel voor de agrariërs (als de primaire producenten in de keten). Dat helpt verspilling tegen te gaan, met een eerlijker prijs voor de producten en dus ook de producenten. Concepten zoals ‘true pricing’ spelen hierbij een rol. Korte ketens brengen boeren en burgers dichter bij elkaar. Er liggen kansen om de afstand van boer als producent en de burger als consument te verkleinen. Denk hierbij aan schoolbezoeken en -projecten bij de boer, het ontwikkelen en vermarkten van streekproducten en benutten van de recreatie (b&b, kamperen bij de boer, excursies). Verbreding van de agrarische sector leidt tot meer diversiteit.

Van afval naar grondstof Het kabinet wil op weg naar een meer circulaire economie kijken hoe afval en grondstof zich op een nieuwe manier tot elkaar kunnen gaan verhouden. Er is een Taskforce Herijking Afvalstoffen, die bijvoorbeeld belemmeringen binnen wet- en regelgeving onderzoekt. Binnen de agrarische sector wil het Rijk voor de periode tot 2030 de nutriëntenkringlopen in de veevoeding verkleinen en op het laagst mogelijke niveau sluiten. De veehouderij levert op die manier een belangrijke bijdrage aan efficiënt grondstoffengebruik. Daarnaast wil het kabinet, ook in de veehouderij, naar het zo veel mogelijk voorkomen van verliezen van voedsel, reststromen, koolstof, energie en water. Tot 2030 vindt een omslag plaats waardoor veehouders steeds meer voer gebruiken dat zij zelf hebben geteeld of hebben aangekocht van bij voorkeur lokale of regionale producenten (kleine kringloop).

Toekomstbestendig voedselsysteem Op veel plekken in de samenleving werken bedrijven, burgers, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen al volop aan de transitie naar een toekomstbestendig voedselsysteem. Zo werken partijen uit de gouden driehoek van bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen via het topsectorbeleid aan innovaties op het vlak van duurzame landbouw en voeding. Het Rijk wil dit via de volgende vijf sporen realiseren: 1. Het verder stimuleren van de gezonde en duurzame voedselkeuze 2. Perspectieven op goede verdienmodellen voor de primaire producent in de keten 3. Transparantie en consumentenvertrouwen 4. Voedingsinterventies gericht op specifieke doelgroepen 5. Nederlands voedselbeleid in mondiale en Europese context

Agrarische kringloopbedrijven, ook binnen de Friese Kleiweide, verbruiken op deze manier zo weinig mogelijk energie en zo veel mogelijk hernieuwbare energie. De samenhang tussen akkerbouw en melkvee binnen de Friese Kleiweide geeft goede mogelijkheden voor samenwerking.

Deels raakt dit aspecten die hiervoor al zijn benoemd (gezond, duurzaam, minder verspillen, betere verdienmodellen, meer waardering voor lokale producten). Aanvullend legt het onderdeel “Voedingsinterventies gericht op specifieke doelgroepen” een relatie met te behalen

Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid

118 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide

Concreet betekent dit dat vee zoveel mogelijk wordt gevoerd met voer dat afkomstig is van niet voor menselijke consumptie geschikte gewassen uit de directe omgeving van het bedrijf, zoals gras. Of het gaat om grondstoffen die niet voor menselijke consumptie geschikt zijn: rest- en bijproducten van

20

Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid

Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 119 21

5. Een diverse vitale agrarische sector

voedselproductie, alternatieve eiwitten (alternatieven voor soja-eiwitten), eveneens vooral uit de directe omgeving (Fryslân, Nederland of Europa). Deze omslag krijgt vorm doordat reststromen beter beschikbaar komen en goedkoper worden.

5.1

Binnen een kleine kringloop kan met biomassa uit de omgeving (zoals bermgras en houtachtig materiaal), via een aanlevering vanuit de overheden en natuurbeherende instanties, tot een aanlevering hiervan aan boeren worden gekomen ten behoeve van compostering of het maken van bokashi. Ook eigen materiaal van de boer kan hierbij worden betrokken. Wel moet het dan gaan om een gecontroleerd proces, waardoor negatieve effecten worden voorkomen. Op onderdelen vraagt dit nog om een nadere verkenning van de regelgeving, zo nodig binnen een pilotopzet.

Situatieschets

Alleen met economisch vitale agrarische bedrijven, waarbij het binnen de Friese Kleiweide vooral om primaire productiebedrijven gaat, ontstaat er ruimte en de financiële armslag om op een goede en verantwoorde wijze met de omgeving om te gaan en te kunnen blijven innoveren.

5.2

Eerder is in Hoofdstuk 3 al ingegaan op het belang van een gezonde bodem en het anders omgaan met bemesting en de samenstelling van veevoer. Hier liggen mogelijkheden om in samenhang kringlopen te sluiten.

Streven naar diverse vitale agrarische sector

Vitale primaire bedrijven In de Agroagenda 2.0 is de doelstelling geformuleerd dat de huidige bedrijven in Noord-Nederland over twee generaties nog steeds bestaan. Het vraagt om een zekere nuancering, omdat er ook sprake is van bedrijfsbeëindiging, waarbij het jaarlijks (gemiddeld) om circa 5% van de bedrijven gaat. Hierdoor zien bestaande bedrijven zich geconfronteerd met de vraag om wel of niet te intensiveren wanneer ‘de buren te koop komen te staan’.

In het verlengde van het onderdeel “Waterkwaliteit en –kwantiteit” in Hoofdstuk 3 geldt aanvullend dat er landelijk ook initiatieven zijn om reststoffen uit het afvalwater terug te winnen. Waterschappen zijn goed op weg om (schaarse) grondstoffen uit afvalwater terug te winnen, zoals struviet en cellulose. Hieruit worden van nieuwe producten gemaakt, zoals Kaumera en bioplastics.

De diversiteit aan agrarische bedrijven, zowel landelijk als binnen de Friese Kleiweide, is daarbij een kracht. Hierdoor kunnen verschillende typen bedrijven kennis en ervaringen uitwisselen en optimaal inspelen op veranderingen in de markt. De boeren maken daarbij als individuele ondernemers eigen keuzes in bedrijfsvoering. Dat kan schaalvergroting zijn, maar ook schaalverkleining, biologisch, extensivering. Onderstaand figuur illustreert de diversiteit van deze verschijningsvormen:

De Taskforce Herijking Afvalstoffen heeft in beeld gebracht welke belemmeringen overheden en bedrijven ervaren op weg naar een circulaire economie. Zo moet het begrip ‘afval’ in de regelgeving veranderd worden en de uitvoeringspraktijk worden verbeterd. Waterschappen zoeken naar een markt voor de grondstoffen die ze uit ‘weggegooid’ water winnen. Aanpassingen die volgens de Taskforce nodig zijn om de hoge ambities van het Kabinet te realiseren: 50% minder primaire grondstoffen met een negatieve milieu-impact gebruiken in 2030 en Nederland circulair in 2050.

Uit: Beleidsbrief ‘Naar een duurzame landbouw in Fryslân’

De combinatie van landbouw met andere functies (recreatie, zorg, woonvormen cultuur) kan een passende strategie zijn om tot nieuwe verdienmodellen te komen (multifunctionele landbouw). Rondom kernen kan ook in samenhang met bijv. lokale voedselinitiatieven samenwerking worden gezocht. Ook valt te denken aan stadslandbouw. Voor de planologische invulling van percelen kan dit consequenties hebben. Hier kan ruimte ontstaan voor experimenten.

Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid

120 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide

22

Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid

Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 121 23

Bijlage I.

Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid Het Europese landbouwbeleid heeft veel impact op de Nederlandse landbouw vanwege financiële bijdragen. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) wordt in 2021 aangepast. Het zal een verschuiving van bijdragen opleveren naar onderwerpen die meer gericht zijn op een duurzame en groene invulling van de bedrijvigheid. Ook zal de ondersteuning van jonge boeren extra aandacht krijgen. Het is nog onzeker hoe het nieuwe beleid meer exact gestalte krijgt. Via pilots wordt vanaf 2019 geëxperimenteerd met nieuwe methodieken.

Geraadpleegde bronnen

Europees perspectief Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, website GLB, website www.toekomstglb.nl; Nationaal perspectief Het Deltaplan Biodiversiteitsherstel samengevat, juni 2019; Kennis- en Innovatieagenda Landbouw, Water, Voedsel voor 2020-2023; Klimaatakkoord, 28 juni 2019; Mogelijke toekomstbeelden natuurinclusieve landbouw, Wageningen University en Research; Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS), december 2016; Nederland circulair in 2050, Rijksbreed programma Circulaire Economie; Niet alles kan, Eerste advies van het Adviescollege Stikstofproblematiek, Aanbevelingen voor korte termijn, 25 september 2019; Realisatieplan Visie LNV ‘Op weg met nieuw perspectief’, juni 2019; Regionale Energiestrategie (RES), website www.regionale-energiestrategie.nl; Visie ‘Landbouw, Natuur en Voedsel: Waardevol en Verbonden’, september 2018; Voedselbeleid. Kamerbrief over accenten in het voedselbeleid voor de komende jaren, 17 april 2019;

Financiering /Grondbank De financiering van veranderingen binnen de agrarische sector heeft volop de aandacht. Diverse partners, waaronder Rijk en provincies zijn betrokken bij het Nationaal Groenfonds. Op Fries provinciaal niveau wordt ingezet op de vorming een Grondbank, waardoor via uitruil van gronden wellicht makkelijker tot gebiedsgerichte veranderingen kan worden gekomen. Het is nog onzeker of in de Friese Kleiweide hiervoor mogelijkheden ontstaan. Ook los van de overheden ontstaan er initiatieven, zoals het Agrarisch Natuurfonds Fryslân. Het fonds ondersteunt het behoud van weidevogelterreinen. Andere organisaties komen met vergelijkbare initiatieven.

Pacht Bij diverse overheden is een aangepaste vorm van pachtregels aan de orde (of in onderzoek) om een meer duurzaam en groen gebruik van gronden te stimuleren. De provincie Fryslân hanteert voor specifieke eigendommen nu al aangepaste regels. Bij private landeigenaren neemt de belangstelling voor aangepaste regels eveneens toe. Het gaat hier soms om forse eigendommen, waarbij ook vaak wordt gewerkt vanuit een ideële doelstelling. Enkele stichtingen in Bolsward oriënteren zich op een te kiezen aanpak.

Noord-Nederlands perspectief Agro Agenda Noord-Nederland 2030; Regiodeal Natuurinclusieve landbouw Noord-Nederland, Kamerbrief + aanbieding Regio Deal, 15 juli 2019;

Kennis en innovatie Een vitale agrarische sector kan niet zonder voldoende kennisontwikkeling en innovatie. De Friese Kleiweide is goed aangesloten op agrarische kennis- en onderwijsinstellingen (zoals Dairy Campus, Hogeschool Van Hall Larenstein, RuG, WUR). Initiatieven, zoals Living Lab Fryslân, stimuleren innovatie in de praktijk. De samenhang tussen kennis en praktijk van verder worden geïntensiveerd. Het is ook een speerpunt binnen de Regio Deal.

Fries perspectief Agri & Foodscan Fryslân 2019, Economische en ecologische duurzaamheid in de Friese landbouw en verwerkende industrie, 2019; Beleidsbrief ‘Naar een duurzame landbouw in Fryslân’, 21 juni 2017; Bouwstenen voor een klimaatbestendig waterbeheer; een visie op de gewenste aanpak tot 2050, Wetterskip Fryslân, 11 september 2018; Fries Bestuursakkoord Waterketen II, 2016-2020; Friese Omgevingsvisie (POVI), Ontwerp Omgevingsvisie ‘De romte diele’, 2019; Grutsk op ‘e Romte!, Ruimtelijke kwaliteit in Fryslân, provincie Fryslân, Maart 2014; Living Lab Fryslân, website www.livinglabfryslan.frl; Natuer mei de Mienskip, Koersdocument, maart 2019; Weidevogelnota 2014 - 2020. Provincie Fryslân, Leeuwarden, 2014.

Dynamische praktijk/gebiedsgerichte insteek Recente ontwikkelingen (als ontwikkeling rond stikstof) zorgen er voor dat de agrarische sector een zekere weerbaarheid nodig heeft om meer wendbaar te zijn bij nieuwe ontwikkelingen. Een aangepaste balans die hiervoor nodig is tussen de landbouwfunctie en aspecten rond duurzaamheid, natuur, biodiversiteit en voedsel, vraagt tijd en aandacht om elkaar op deze thema’s te vinden. In veel documenten van het Rijk en provincies wordt daarom ingezet op een gebiedsgerichte aanpak, waardoor op gebiedsniveau integraal het gesprek kan worden aangegaan. In diverse gebieden wordt geëxperimenteerd hoe dat succesvol kan gebeuren. Ook hier kan de aanpak binnen de Regio Deal ontwikkelingen stroomlijnen.

Overig Centraal Bureau voor de Statistiek, Statline, website www.statline.nl; Compendium voor de Leefomgeving, website www.clo.nl; Natuur en Landschap, Bij12, website www.bij12.nl; Programma Aanpak Stikstof (PAS), PAS Gebiedendatabase: website www.synbiosys.alterra.nl.

Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid

122 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide

24

Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid

Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide | 123 25

Bijlage II. Kwaliteitsbeeld Agro Agenda Noord-Nederland 2030

Deskstudie Natuurinclusief Landbouwbeleid

124 | Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=3acc0c64-e26b-4f8b-8e05-ec8aa3d2ffb5