Bijlage 1. jaarstukken 2020 Dienst NWF.pdf
Tekst van het document
Het betreft een levend document. Hiermee vergroten we integraal het inzicht in het voorliggende veld. Thema: De kosten voor de Wmo en Jeugdhulp nemen toe Doelstelling Wij willen de financiële en administratieve organisatie optimaliseren. We hebben beter inzicht in cijfers en aantallen. We delen deze actiever met gemeenten. Acties o Per 1 april beschikken we verblijf in etmalen per week in plaats van 1 etmaal per dag. Een aanbieder of Gebiedsteam geeft vooraf aan hoeveel etmalen per week een jeugdige verblijft op de locatie. Hierdoor hebben we meer zicht en grip op de kostenontwikkeling van verblijf. o SDF heeft de verblijfslocaties opnieuw ingeschaald. De indicaties die op een te hoge verblijfsintensiteit zijn afgegeven, hebben wij aangepast en het te veel betaalde bedrag is terug betaald door/geïnd bij de aanbieder. o Team Administratie Wmo & Jeugd heeft de afgelopen periode veel verbeteringen doorgevoerd in onze applicaties. Daardoor krijgen we beter inzicht in het verwijsgedrag van externe verwijzers, zoals huisartsen. Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 29
o
o
We hebben de komst van de nieuwe hulpmiddelen leverancier Medipoint en de afschaffing van de algemene voorziening Huishoudelijke Hulp aangegrepen om het applicatiesysteem op te schonen. Op deze manier zorgen we ervoor dat we de rapportages elke keer verbeteren. In het laatste kwartaal 2020 zijn datasets ontwikkeld, waarbij we inzicht geven in het verloop van de voorzieningen, cliënten en besluiten. Met de datasets geven wij de gemeenten beter inzicht in cijfers en aantallen.
Doelstelling Wij zetten in op een duidelijke rolverdeling tussen gemeente en De Dienst, waaronder gebiedsteams en Adviseurs Wmo & Jeugd. Acties o Om de rolverdeling tussen gebiedsteams en Adviseurs Wmo & Jeugd te verduidelijken hebben we helder geformuleerd wat de Gebiedsteams van een adviseur Wmo & Jeugd kan verwachten. Hierin is onder andere opgenomen dat de adviseur de medewerkers in de gebiedsteams coacht op kostenbewustzijn. Doelstelling Wij professionaliseren het Contractmanagement, waaronder het uitvoeren van strategisch contractmanagement. Tevens zetten wij, aangaande contracten Jeugd, in op samenwerking met Contractmanagement SDF. Acties o Wij initiëren periodiek overleg met Contractmanagement SDF o Wij zoeken afstemming met Contractmanagement SDF over overeenkomstige- of ketenprocessen zoals corona-compensatie voor zorgaanbieders. Doelstelling Team Toezicht en Handhaving onderzoekt zowel proactief als signaal gedreven de kwaliteit van zorg aan cliënten. Acties o Signaal gedreven toezicht is volledig ingericht. In de eerste helft van 2020 zijn alle processen beschreven en geïmplementeerd. o Proactief toezicht krijgt verder vorm. We halen input op bij verschillende partijen: gebiedsteam, inkoop, Contractbeheer. Hiermee leggen we de basis voor de accenten voor 2021. Dit delen we in gesprek met de bestuurders.
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 30
2.5.5
Cliënten – Programmaonderdeel Wmo
Bestandsontwikkeling Wmo In de overzichten op de volgende pagina’s geven we het aantal Wmo indicaties weer over het jaar 2020. We onderscheiden Wmo indicaties middels Zorg In Natura (ZIN) en middels Persoonsgebonden Budget (PGB). Eind 2020 worden zo’n 98% van de indicaties middels ZIN verstrekt. In het onderstaande overzicht geeft de blauwe lijn het aantal indicaties ZIN van de laatste dag van de maand weer. De rode lijn geeft de begrote aantallen. Het betreft hier de aantallen uit de herziene begroting na wijziging van mei 2020. Het aantal indicaties ZIN is hoger dan begroot. In het overzicht Bestandsontwikkeling is te zien welke producten afweken van de begroting.
Gemiddeld zijn er in 2020 per maand 7.699 voorziening. De hoofdgroepen zijn onder te verdelen naar soorten voorzieningen. De vervoersvoorziening bestaat met name uit de voorziening collectief vervoer en bevat ook hulpmiddelen. Bij PGB worden eenmalige verstrekkingen (hulpmiddelen) niet begroot, maar gedurende de levensduur wel meegeteld.
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 31
Bestandsontwikkeling aantal voorzieningen Wmo De Dienst NWF Begeleiding Beschermd Wonen Huishoudelijke Hulp Kortdurend Verblijf Rolstoelvoorzieningen Vervoersvoorzieningen Woonvoorzieningen PGB Eindtotaal
Ultimo Gemiddelde Begroting Afwijking Afwijking Begroting Jaar Jaar 2020 Jaar 2020 na wijziging (a-b) (c/b) in % 2020 2019 2020 a. b. c. 1.217 1.224 1.199 25 -2% 1.041 1.209 5 5 5 100% 1.741 1.672 1.676 -4 0% 1.453 1.562 1 1 1 -0 42% 1 1 597 614 612 2 0% 645 631 3.580 3.555 3.520 35 -1% 3.334 3.564 524 450 403 47 -12% 379 474 166 178 112 66 -58% 105 191 7.831 7.699 7.523 176 -2% 6.958 7.632
Ter verduidelijking is navolgend een onderverdeling van de voorzieningen binnen het product Begeleiding gemaakt:
De bestandsontwikkeling laat het aantal voorzieningen gedurende 2020 zien. Naast het aantal voorzieningen zijn ook het aantal cliënten die gebruik van maken van één of meerdere voorzieningen in de volgende overzichten in beeld gebracht. Hieronder de vergelijking in Noardwest Fryslân van het aantal cliënten per 1000 inwoners. Opmerkelijk zijn de verschillen per gemeente. Door de jaren heen is er wel een stijging van het aantal cliënten per 1000 inwoners waar te nemen. Vanwege de kleine aantallen kent de lijn van Vlieland een grillig patroon. Bij de andere gemeenten neemt het aantal cliënten toe. Deze toename lijkt een verband te hebben met de toename van het aantal voorzieningen Huishoudelijke Hulp.
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 32
Eind december 2020 waren er 4.298 unieke cliënten. De grootste groep van de Wmo cliënten is tussen de 60 en 90 jaar. Cliënten hebben naast de voorziening collectief vervoer vaak ook Huishoudelijke Hulp en een hulpmiddel. In de andere leeftijdscategorieën 0 en 20 hebben cliënten vaak een hulpmiddel of wordt er tijdelijk individuele begeleiding ter bevordering van de zelfredzaamheid ingezet. De leeftijdsopbouw van de cliënten was eind 2020 als volgt:
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 33
2.5.6
Financiën – Programmaonderdeel Wmo
De Dienst NWF - Programma Wmo Taakveld
Begroting na Afwijking Afwijking wijziging (a-b) (c/b) in % 2020 a. b. c.
Jaar 2020
Begroting 2020
Jaar 2019
Lasten in euro's 6.1
6.2
6.4
6.6
6.71
Samenkracht en burgerparticipatie Huishoudelijke Hulp (algemene voorziening) Mantelzorg
15.969 56.324 72.292
14.848 101.100 115.948
1.121 -44.776 -43.656
0,0% -44,3% -37,7%
3.110.702 99.100 3.209.802
2.392.208 62.780 2.454.988
83.130 83.130
57.000 57.000
26.130 26.130
45,8% 45,8%
12.000 12.000
41.900 41.900
Begeleide participatie Dagactiviteiten
2.047.995
2.136.500
-88.505
-4,1%
2.170.415
2.333.017
Maatwerkvoorzieningen Woon-, vervoers-, en rolstoelvoorzieningen
1.584.184
1.093.500
490.684
44,9%
835.019
869.723
Maatwerkdienstverlening 18+ Huishoudelijke Hulp Individuele Begeleiding Kortdurend Verblijf Vervoer Dagactiviteit Collectief vervoer Corona compensatie omzetderving Corona meerkosten Totaal Zorg in Natura
5.458.379 3.848.461 5.141 202.048 649.030 578.073 16.457 10.757.589
5.383.999 3.730.000 13.800 234.500 1.056.450 0 0 10.418.749
74.380 118.461 -8.659 -32.452 -407.420 578.073 16.457 338.840
1,4% 3,2% -62,7% -13,8% -38,6%
3,3%
1.833.677 3.318.562 5.012 267.989 1.001.302 0 0 6.426.542
1.963.674 3.957.300 27.177 202.363 993.852 0 0 7.144.366
813.069
754.200
58.868
7,8%
905.839
865.086
0
0
0
0,0%
0
5.343
15.358.260
14.575.897
782.362
5,4%
13.559.617
13.714.423
Maatwerkdienstverlening 18+ Eigen bijdragen Terugvordering PGB
388.278 -683
405.000 1.100
-16.722 -1.783
-4,1% 0,0%
457.276 0
321.728 674
Totale baten Wmo
387.595
406.100
-18.505
-4,6%
457.276
322.402
14.970.665
14.169.797
800.867
5,7%
13.102.341
13.392.021
Wijkteams Overige externe kosten
Totaal PGB 6.81
Geëscaleerde zorg 18+ Opvang en beschermd wonen Totale lasten Wmo
Baten in euro's 6.71
Dekking in euro's Gemeentelijke bijdragen
Toelichting financiën Het programma Wmo is behoorlijk beïnvloed door de corona epidemie die vanaf maart 2020 van zich liet spreken. We zien over de hele linie een stijging van het aantal actieve indicaties. De toename van het aantal indicaties wordt met name veroorzaakt door de opbouw en samenstelling van de bevolking, het langer thuis blijven wonen en het steeds eenvoudiger kunnen bereiken van het Gebiedsteam binnen de gemeente. Financieel werkt dit door en komt de gemeentelijke bijdrage voor het programma Wmo in Noardwest Fryslân per jaareinde op € 14.970.665. Deze bijdrage is ca. € 800.867 hoger dan de raming zoals opgenomen in de herziene begroting 2020. Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 34
Voor alle voorzieningen zijn er verschillen tussen de herziene begroting 2020 en de realisatie waar te nemen. Het grootste verschil zien we bij de woon-, vervoers- en rolstoelvoorzieningen. Eind 2020 bleken de kosten voor hulpmiddelen en woningaanpassingen sterker toegenomen dan eerder werd aangenomen. Voor de hulpmiddelen betreft dit een structureel toename van de kosten. Verder stijgen de kosten voor de voorzieningen Huishoudelijke Hulp en Individuele Begeleiding door de toename van het aantal indicaties. De voorziening Dagactiviteiten valt lager uit dan begroot, dit wordt met name veroorzaakt door de sluiting van Dagactiviteitlocatie tijdens corona. Landelijk is afgesproken dat zorgaanbieders in de periode maart tot en met juni 2020 corona compensatie omzetderving bij de gemeenten konden aanvragen. Ook inzake het Wmo vervoer zijn afspraken gemaakt om gedurende 2020 de gemiste omzet te compenseren. Later zijn ook landelijke afspraken gemaakt over het compenseren van de corona meerkosten. Gemeenten hebben voor zowel de vergoede omzetderving als vergoede meerkosten compensatie gekregen vanuit het Rijk. Voor de PGB geldt dat de definitieve lasten afhankelijk zijn van de rechtmatigheidsverklaring van de SVB, welke wij in april 2020 hebben ontvangen. De PGB lasten zijn conform de rechtmatigheidsverklaring van de SVB opgenomen in bovenstaand overzicht.
De realisatie PGB is voor de gemeenten Harlingen, Vlieland en Waadhoeke hoger dan begroot. Verder zijn de van het CAK ontvangen Eigen Bijdragen per gemeente lager dan begroot. Deze tegenvaller wordt veroorzaakt door alle problemen die het CAK in 2020 had door de overgang naar een nieuw softwarepakket. Hierdoor zijn de afdrachten later bij de inwoners geïnd. Vanwege corona heeft de minister bepaald dat de maanden maart en april van 2020 niet door het CAK geïnd mochten worden. Gemeenten zijn voor het missen van deze inkomsten gecompenseerd middels het gemeentefonds.
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 35
2.5.7
Cliënten – Programmaonderdeel Jeugdwet
Cumulatieve bestandsontwikkeling cliënten met een maatwerkvoorziening Jeugdwet Zoals onderstaande grafiek toont, is er binnen de Jeugdwet sprake van een forse jaarlijkse instroom van cliënten. In januari 2020 bedroeg het aantal unieke cliënten met een maatwerkvoorziening 1.078. Gedurende 2020 werd hier bovenop aan 577 jeugdigen (instroom +53,5%) een voorziening toegekend. Deze structurele hoge vraag naar Jeugdhulp heeft effect op de omvang van de werkzaamheden van de Gebiedsteams en van De Dienst inzake de (administratieve) afhandeling (waaronder VOT’s). Wij constateren tevens vanaf 2018 een jaarlijkse toename van het aantal unieke cliënten met een maatwerkvoorziening Jeugdwet. De gemeenten Harlingen en Terschelling hebben overigens de stijging in 2020 weten te kenteren. Nb. onderstaand overzicht richt zich alleen op de instroom van cliënten gedurende een jaar. De uitstroom wordt hier buiten beschouwing gelaten.
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 36
Leeftijdsopbouw jeugdigen met een maatwerkvoorziening Jeugdwet Vanaf 2018 is een toename te zien van het aantal jeugdigen met een maatwerkvoorziening in de leeftijdscategorie 16-17 jaar. De gaat hier veelal om jeugdigen met verblijfs/pleegzorgtrajecten in combinatie met een herstel of duurzaam traject. De begeleiding richt zich dan op het verzelfstandigen van de jeugdigen zodat deze vanaf zijn/haar 18e jaar (zoveel als mogelijk) op eigen benen kan staan.
Betalingen per leeftijdscategorie met betrekking tot 2020 Voor welke leeftijdscategorie jeugdigen gaven de NWF gemeenten met betrekking tot 2020 (peildatum 31 maart 2021) het meeste uit?
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 37
De leeftijdscategorie 0 t/m 4 jarigen vertoont ten aanzien van de betalingen een afwijkend beeld. Deze groep staat voor 8 procent van de jeugdigen waar een betaling voor is uitgevoerd. De omvang van de betalingen bedraagt echter 15% van het totaal. Eén van de redenen hiervan (t.a.v. meer dan de helft van de betalingen) is de inzet van KDC en BEC trajecten voor deze leeftijdscategorie. De inzet hiervan is onderwerp van een nadere analyse, welke in 2021 wordt uitgewerkt. Indien we inzoomen op de leeftijdscategorie 16-17 jarigen valt vanuit achterliggende data op dat voor deze categorie, ten opzichte van de andere leeftijdscategorieën, het meeste geld wordt uitgegeven aan Landelijke trajecten en Crisishulpverlening. Hiernaast is er in deze leeftijd veelvuldig sprake van pleegzorg/verblijf in combinatie met een herstel of duurzaam traject.
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 38
2.5.8
Voorzieningen – Programmaonderdeel Jeugdwet
Bestandsontwikkeling maatwerkvoorzieningen Jeugdwet Gemiddeld zijn er in 2020 per maand 1.127 jeugdigen (dit aantal is opgenomen vanuit achterliggende data) met een voorziening. Deze jeugdigen ontvingen in 2020 gemiddeld per maand hulp uit 1.326 voorzieningen. Ten opzichte van 2019 stijgt het aantal ingezette Herstel trajecten. Onderdeel van deze toename is een verschuiving vanuit het PGB. De toename van voorzieningen Verblijf t.o.v. 2019 is zorgelijk te noemen. Jeugdigen worden vaker (tijdelijk) uit huis geplaatst. De daling van Dyslexie trajecten is met name van administratieve aard, ontstaan door het uittreden van OCRN als aanbieder van dyslexie in Noordwest Friesland. Bestandsontwikkeling aantal voorzieningen Jeugdwet De Dienst NWF SJH: Herstel SJH: Duurzaam SJH: Dyslexie SJH: Lokaal SJH: Crisis SJH: Overig SJH: Hoog Pleegzorg Verblijf en Thuisplus LTA PGB Eindtotaal
Begroting Ultimo Gemiddelde na wijziging Afwijking Afwijking Begroting Jaar Jaar 2020 Jaar 2020 2020 (a-b) (c/b) in % 2020 2019 a. b. c. 754 782 790 -8 -1% 758 755 179 179 160 19 12% 157 177 87 91 102 -11 -11% 114 121 12 12 12 2 5 5 29 22 22 1 4 3 3 4 7 101 98 91 7 7% 85 96 85 93 87 6 7% 77 79 6 6 6 28 37 38 -1 -2% 53 55 1.287 1.326 1.268 59 5% 1.250 1.291
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 39
Verschuiving in aandeel maximale kostprijs Herstel en Duurzame trajecten Indien er een traject wordt toegekend aan of voor een cliënt, dan wordt hiermee een financiële verplichting aangegaan jegens een aanbieder. Wij constateren dat de maximale kostprijs (de trajectprijs in geval van een Herstel traject of de jaarprijs ingeval van een Duurzaam traject) structureel toeneemt. De vraag is of de aard van de problematiek van de cliënt de hoogte van de verplichting legitimeert. De hoogte van de maximale kostprijs die per herstel of duurzaam traject wordt aangegaan verschuift vanaf 2018 in negatieve zin. In 2020 ligt de kostprijs van de meeste trajecten tussen maximaal € 16.500 en € 25.200. In dit geval gaat het om 632 trajecten (die in 2020 actief waren), waarvoor deze verplichting is aangegaan. Hoewel er flink is ingezet op kostenbewustzijn, de door externe verwijzers toegekende voorzieningen scherp worden gemonitord en zorgaanbieders actief op de passendheid van gepleegde inzet worden bevraagd, is deze negatieve ontwikkeling nog niet doorbroken. 2.5.9
Verwijzingen – Programmaonderdeel Jeugdwet Aanvragen voor Jeugdhulp verliepen ook in 2020 voor het grootste gedeelte via externe verwijzing. Kijkend naar achterliggende data m.b.t. de omvang van de betalingen m.b.t. 2020, blijkt dat het aandeel van de externe verwijzers hier 55% bedraagt. 45% van alle betalingen wordt dus verricht op basis van een gemeentelijk besluit. Dit is een resultante van het feit dat gebiedsteams in hun casuïstiek meer met multi problematiek te maken hebben.
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 40
2.5.10 Financiën – Programmaonderdeel Jeugdwet De Dienst NWF - Programma Jeugdwet Taakveld
Lasten in euro's 6.72 Maatwerkdienstverlening 18Specialistische Jeugdzorg Hoogspecialistische Jeugdzorg Pleegzorg Verblijf en Thuisplus Overige lasten Jeugdwet Coronacompensatie omzetderving Overschot/tekort OHW t/m vorig verslagjaar Onderhanden Werk (OHW) verslagjaar Totaal regionaal ingekochte jeugdzorg Landelijk ingekochte jeugdzorg Kosten Sociaal Domein Friesland Coronacompensatie meerkosten Overige kosten
Afwijking (a-b)
Afwijking (c/b) in %
Begroting 2020
Jaar 2019
c.
8.264.387 1.145.051 1.276.982 2.755.625 47.766 480.919 -103.301 1.494.335 15.361.764 444.738 341.405 92.379 20.313
9.400.000 980.825 1.260.000 2.685.000 21.500 14.347.325 540.000 366.000 89.750
-1.135.613 164.226 16.982 70.625 26.266 480.919 -103.301 1.494.335 1.014.439 -95.262 -24.595 92.379 -69.438
16.260.599
15.343.075
917.524
417.165
520.000
-102.835
-19,8%
723.008
592.221
Geëscaleerde zorg 18Gecertificeerde (landelijke) instellingen Crisis Totaal geëscaleerde zorg 18-
1.357.582 408.096 1.765.678
1.300.000 457.000 1.757.000
57.582 -48.904 8.678
4,4% -10,7% 0,5%
1.496.500 533.131 2.029.631
1.292.606 524.808 1.817.414
Totale lasten Jeugdwet
18.443.442
17.620.075
823.367
4,7% 14.375.243
17.982.574
Totaal Zorg in Natura Totaal PGB 6.82
Begroting na wijziging 2020 a. b.
Jaar 2020
-12,1% 16,7% 1,3% 2,6% 122,2%
8.059.575 344.000 934.006 1.825.435 45.588 7,1% 11.208.604 -17,6% 70.000 -6,7% 279.500 64.500
8.548.279 1.013.449 1.204.700 2.544.053 9.570 875.475 579.225 14.774.751 406.743 300.143 91.302
6,0% 11.622.604
15.572.939
-77,4%
Baten in euro's 6.72
Maatwerkdienstverlening 18Terugvordering Totale baten Jeugdwet
268.242 268.242
-
268.242 268.242
-
-
Dekking in euro's Gemeentelijke bijdragen
18.175.200
17.620.075
555.125
3,2% 14.375.243
17.982.574
Toelichting financiën De verantwoorde jaarlasten van Specialistische Jeugdzorg, Pleegzorg, Verblijf en landelijk ingekochte Jeugdzorg zijn afhankelijk van de productieverantwoordingen van de aanbieders. Op basis van deze jaarverantwoordingen stellen wij de lasten en onderhanden werk positie vast. De lasten inzake Gecertificeerde instellingen, dienstverlening SDF, Hoogspecialistische Jeugdzorg, Crisis en de coronacompensatie voor meerkosten zijn opgenomen op basis van de definitieve afrekeningen 2020 / de opgave van SDF. Ten bate van de coronacompensaties, mede voor omzetderving, heeft SDF in samenwerking met de Friese gemeenten een vaststellingsovereenkomst opgesteld. Hierin verklaren aanbieders de compensaties naar waarheid te hebben aangevraagd.
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 41
De lasten PGB zijn opgenomen op basis van de rechtmatigheidsverklaringen van de SVB, welke wij in april 2021 hebben ontvangen. De afname van de bestedingen komt doordat cliënten zijn uitgestroomd of zijn doorgestroomd naar Zorg in Natura. Als bate zijn de ontvangsten vanuit het taskforce-project ‘Conversiedossiers’ opgenomen. Onderhanden werk Op basis van de jaarverantwoordingen van de aanbieders stellen wij per einde jaar de onderhanden werk positie vast. Op de balanspositie ultimo 2019 is € 103.301 overgebleven, een procentueel aandeel van 3,3% van de gehele berekende waarde. Bij de berekening van de (risico)opslag voor 2020 is rekening gehouden met de historische omvang van het onderhanden werk ten opzichte van de gerelateerde kosten. Hierdoor krijgen we statistisch steeds meer inzicht in een goede opbouw van de onderhanden werk positie per einde verslagjaar. Opbouw onderhanden werk positie ultimo 2020 € Nog te betalen kosten Jeugdwet 2020 o.b.v. verantwoordingen aanbieders
1.215.550
Vooruitbetaalde kosten Jeugdwet 2020 o.b.v. verantwoordingen aanbieders
-324.411
Nog te betalen kosten Jeugdwet ultimo 2020: (risico)opslag o.b.v. historie
603.196
Mutatie onderhanden werk verslagjaar 2020
1.494.335
Overlopende kosten Jeugdwet 2020 o.b.v. facturatie aanbieders
1.530.393
Totaal onderhanden werk ultimo verslagjaar 2020
3.024.728
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 42
2.6 Paragraaf Bedrijfsvoering In paragraaf 2.7.1 wordt ten eerste de voortgang ten aanzien van de doelstellingen voor 2020 toegelicht. Vervolgens bespreken we de hoogte van de weerstandscapaciteit en de risico’s welke hierop van invloed (kunnen) zijn. 2.6.1 Doelstellingen en acties Bedrijfsvoering In 2020 hebben we de volgende acties ondernomen om de doelstellingen te behalen: Thema: Personeel en Organisatie - Verandercapaciteit versterken Doelstellingen o We zorgen voor flexibele inzet van personeel om een soepele aanpassing aan de veranderende omstandigheden mogelijk te maken. De implementatie van een nieuwe HRM tool (digitale gesprekscyclus) vindt in 2020 plaats en geldt als hulpmiddel hierbij. Daarnaast blijft het aantrekken en behouden van kwalitatief goed personeel een belangrijk speerpunt, zodat de beoogde professionaliseringsslag van de organisatie en de aanpassing naar een bedrijfsvoeringsorganisatie goed gestalte krijgt. o De toename van de complexiteit en veranderingen in het sociaal domein vragen van de medewerker mentale veerkracht. Vitaliteit van de medewerker, inzetbaarheid en omgaan met werkdruk zijn belangrijke speerpunten. o Van het management vragen we een hoge betrokkenheid in de ontwikkeling van de medewerkers, de organisatie en de implementatie van nieuwe projecten.
Acties o In 2020 zijn we gestart met het optimaliseren van het indiensttredingstraject van nieuwe medewerkers binnen de Dienst: hoe werven we medewerkers, hoe introduceren we ze binnen de Dienst en hoe faciliteren en monitoren we hun voortgang in het eerste jaar. Een goed verloop van het indiensttredingstraject is belangrijk voor wederzijds vertrouwen, binding en productiviteit. Eind 2021 zullen de ontwikkelde producten worden ingezet. o Vitaliteit en inzetbaarheid stond in 2020 in het teken van Corona. In maart zijn alle medewerkers grotendeels thuis gaan werken. Hierin heeft en blijft de Dienst de medewerkers faciliteren. Ook is er door het management extra aandacht besteed aan de werkdruk, het omgaan met Coronastress, onderlinge communicatie en het werken thuis. o In 2020 zijn er door de Corona veel projecten geweest die zich richten op het digitaliseren van werkprocessen. Daarnaast heeft de omvorming van De Dienst naar een bedrijfsvoeringsorganisatie inzet en aandacht gevraagd van de medewerkers en de organisatie, naast de reguliere ontwikkelingen en projecten. Thema: Personeel en Organisatie - Samenwerking faciliteren en stimuleren Doelstellingen o We blijven medewerkers faciliteren via opleidingen om samenwerking, zelfsturing, eigen verantwoordelijkheid en initiatiefkracht verder te ontwikkelen.
o De Dienst is binnen de regio een plek die bijdraagt aan verbinding, ontmoeting en samenwerking.
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 43
Acties o Het opleiden is, na een korte stopperiode in het voorjaar, in 2020 doorgegaan. Door de Corona is echter de nadruk meer komen te liggen op individuele opleidingen en online workshops/congressen bijwonen en minder op klassikale groepsbijeenkomsten. Actualiteitendagen zijn online voortgezet, zodat de kennis onverminderd up-to-date blijft. o Medewerkers van de Dienst zijn en blijven er op gericht samen te werken en bij te dragen aan verbinding en ontmoeten. Vanuit het management dragen wij dit uit en bespreken dat met onze medewerkers. Thema: Financieel Beheer - Doorvoeren verdere professionaliseringsslag Doelstellingen en acties o Het verder verbeteren van de samenwerking met de gemeenten is een belangrijk speerpunt voor 2020. Dit hangt samen met de aanpassing van de samenwerkingsvorm naar een bedrijfsvoeringsorganisatie. Dat doen we door het intensiveren van de contacten met gemeenten en het versterken van onze advieskracht. o Daarnaast richten we ons op het verder verbeteren van de kwaliteit van de proces- en administratieve organisatie, het opnieuw structureren overleg- en rapportagevormen en het meer afstemmen van managementinformatie op de sociaal domein doelstellingen. Acties o Samen met financiële medewerkers van gemeenten is in projectvorm, intensief gewerkt aan de omvorming van De Dienst naar een bedrijfsvoeringsorganisatie.
Ook zijn nieuwe afspraken met gemeenten gemaakt om de P&C cycli van gemeenten en De Dienst beter op elkaar aan te sluiten en tussentijds de contacten te intensiveren zodat een betere uitwisseling van (financiële) informatie plaatsvindt. o In het omvormingsproces naar de bedrijfsvoeringsorganisatie zijn afspraken gemaakt over nieuwe overleg- en rapportagevormen welke beter aansluiten bij de wensen van gemeenten. Verder is in het kader van de nieuwe wijze van rechtmatigheidsverantwoording ingezet op het verder verbeteren van de procesorganisatie. Thema: Informatisering - Doorontwikkelen automatisering Doelstellingen o We werken aan de doorontwikkeling van geautomatiseerde ondersteuning voor ons bedrijfsproces en betrekken daarbij alle belanghebbenden. o In 2020 willen we het toezicht op de naleving van de AVG verder uitbreiden. o We zetten in op e-dienstverlening door het aantal digitale formulieren dat we aanbieden uit te breiden en het interne proces verder digitaliseren en te professionaliseren. o In 2019 is gestart met het ontwikkelen van een nieuwe managementinformatie applicatie voor het sociaal domein. In 2020 zal hier verder op worden ingezet. Acties o In 2020 zijn onder druk van de omstandigheden als gevolg van de Coronacrisis in snel tempo verschillende digitale oplossingen van de grond gekomen.
Dit dankzij de grote inzet van de verbeterteams waarin een goede samenwerking plaatsvond tussen De Dienst en Shared Service Centrum Leeuwarden als ICT-dienstverlener. Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 44
o
o
o
Het toezicht op de naleving van de AVG is in 2020 geïntensiveerd. Zo is nu ook de afhandeling van door inwoners ingediende aanvragen en de door medewerkers gebruikte en bewaarde clientinformatie beoordeeld op mogelijke privacy-issues. Bepaalde bevindingen hebben geleid tot adviezen over het gebruik van het burgerservicenummer in correspondentie (opdrachtformulieren) met taxibedrijven, leveranciers of aannemers. Bij de in 2020 door de gemeenten opengestelde Coronaregelingen is ingezet op het gebruik van digitale formulieren. Hierdoor is het aanvraagproces eenvoudig en klantvriendelijk ingericht en kunnen inwoners snel en efficiënt worden geholpen omdat de aanvragen volledig digitaal zijn af te handelen. Doorontwikkeling van het managementinformatiesysteem is onverminderd doorgezet en er worden steeds meer mogelijkheden ontsloten. Deze ontwikkeling sluit mooi aan bij de doelstelling om op verschillende vlakken intensiever met gemeenten samen te werken en hen van juiste en actuele informatie te kunnen voorzien. Daardoor zijn we erin geslaagd om ook hier goede stappen in te zetten.
2.6.2
Paragraaf Weerstandsvermogen
Algemeen De omvang van het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de Dienst in staat is middelen vrij te maken om incidentele tegenvallers (niet begrote kosten en risico´s) op te vangen, zonder dat dit betekent dat deze lasten gelijk moeten worden afgewenteld op de deelnemende gemeenten. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit (ruimte lopend boekjaar in de exploitatie Bedrijfsvoering) en de risico´s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten (weerstandsvermogen). De omvang van het weerstandsvermogen is voor het bestuur van belang voor het inzicht in de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling. Hoe groot die buffer moet zijn, hangt mede af van de risico’s die de gemeenschappelijke regeling loopt en die van materiële betekenis kunnen zijn. De afgelopen economische crisis laat zien hoe snel omgevingsfactoren kunnen veranderen. Een organisatie is sterk wanneer het weerstandsvermogen op een adequate omvang wordt gehouden. Periodiek dient de omvang dan ook getoetst te worden aan de in kaart gebrachte risico’s. Beleid betreffende weerstandscapaciteit en risico´s De Dienst is een samenwerkingsverband van vier gemeenten.
Om te voorkomen dat gemeenten in hun lopende begroting worden geconfronteerd met tekorten bij de Dienst, heeft het bestuur in 2005 besloten dat de Dienst een (beperkt) eigen weerstandsvermogen opbouwt. Het bestuur hanteert het standpunt dat de financiële buffers bij de deelnemende gemeenten moeten worden gevormd op basis van de geïnventariseerde risico’s. De gemeenten staan immers altijd financieel garant voor financiële tekorten en risico’s op grond van de wet gemeenschappelijke regelingen. De impact van de coronacrisis vormt daarmee geen aanleiding tot verhoging van het weerstandsvermogen. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeenschappelijke regeling beschikt om de niet begrote bedrijfsvoeringskosten te dekken. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt naar een incidentele en een structurele weerstandscapaciteit. Met de incidentele weerstandscapaciteit wordt het vermogen bedoeld om calamiteiten en eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 45
op het bestaande voorzieningenniveau. Met de structurele weerstandscapaciteit worden de middelen bedoeld die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie binnen de bedrijfsvoering op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bedrijfsvoering. De weerstandscapaciteit van de Dienst om niet begrote kosten te dekken bedraagt per:
Weerstandscapaciteit (in euro's) per:
31-12-2020
31-12-2019
Exploitatie Post onvoorzien
100.000
100.000
Structurele weerstandscapaciteit
100.000
100.000
Vermogen Reserve uitvoeringslasten
654.806
654.806
Incidentele weerstandscapaciteit
654.806
654.806
Totale weerstandvermogen
754.806
754.806
Toelichting op de post onvoorzien Binnen de huidige (meerjarige) budgetten van de Dienst is een post onvoorzien beschikbaar. Toelichting op vermogen De Dienst heeft voor de continuïteit van de bedrijfsvoering een bepaalde omvang van het weerstandsvermogen nodig om niet begrote bedrijfsvoeringskosten te kunnen dekken en risico’s van materiële omvang op te vangen. In de Nota Verbonden Partijen wordt door een aantal gemeenten onderstreept wat het belang is van een gezonde financiële positie van verbonden partijen. De kengetallen Solvabiliteit en Liquiditeit die hiervoor worden gebruikt zijn voor de Dienst lager dan de minimale waarde die hiervoor wordt gegeven, wat overigens is afgestemd met de deelnemende gemeenten. De solvabiliteitsratio bedraagt per 31 december 2020 4,74%. De netto schuldquote bedraagt per 31 december 2020 0,75%. Het saldo van de reserve uitvoeringslasten wordt indien nodig aangewend voor het opvangen van lasten voor herstructurering, optimaliseren, innoveren en structureren van werkprocessen.
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 46
2.6.3
Risico´s in relatie tot de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit
Programma: Algemeen • Voor alle programma’s in de begroting geldt dat sprake is van zogenaamde open eindregelingen. Meer aanvragen dan begroot leidt dan tot overschrijding van de kosten. De kans op afwijkingen is het grootst binnen de programmaonderdelen Inkomen, Wmo en Jeugd. • De coronacrisis is van impact op alle beleidsterreinen van De Dienst. Per programma zijn de gevolgen hiervan voor 2020 reeds toegelicht. Ook voor 2021 zullen de gevolgen merkbaar blijven. Zo zijn diverse steunmaatregelen aan inwoners en zorgaanbieders nog steeds van kracht, verloopt veel dienstverlening (noodgedwongen) digitaal, is er sprake van meer inwoners die afhankelijk zijn van inkomensondersteuning en werken medewerkers van De Dienst structureel op afstand. Dit heeft financiële gevolgen welke deels vanuit het Rijk worden gecompenseerd. Wmo •
AMvB reële prijs Wmo: De AMvB stelt dat voor Wmo-voorzieningen een reëel tarief moet worden gesteld (goede verhouding tussen tarief en kwaliteit). Door deze AMvB hebben wijzigingen in bijvoorbeeld de CAO Verpleeg- & Verzorgingshuizen & Thuiszorg (VVT) mogelijk een rechtstreeks effect op de tarieven Huishoudelijke Hulp van gemeenten.
Jeugd •
•
•
Vanaf 1 januari 2018 is in Friesland voor jeugdhulp een Inkoopsystematiek en bekostiging van kracht waarbij er sprake is van resultaatgerichte trajecten en resultaatgerichte financiering. Een methode die, zoals uit de ervaringen van de afgelopen jaren blijkt, financiële issues met zich meebrengt aangaande o.a.: o het verkrijgen van grip op de totale kosten o de financiële verantwoording door zorgaanbieders (jaarlijks) Vanaf 1 mei 2020 wordt de Hoogspecialistische Jeugdhulp regionaal gefinancierd middels een lumpsum (t.b.v. instandhouding en dienstverlening). De feitelijke verdeling van de lumpsum inzake de dienstverlening 2020 is op het moment van opmaken van de jaarrekening nog niet vastgesteld. Hierdoor lopen gemeenten in 2021 een financieel risico. Dit risico kan zowel van positieve als negatieve omvang zijn. De financiële issues brengen financiële risico’s met zich mee. Sociaal Domein Friesland, De Dienst Noardwest Fryslân en de gemeenten hebben een belangrijke gezamenlijke taak om hiervoor de juiste maatregelen te treffen.
Bedrijfsvoering • Vanaf 2021 moet het bestuur van De Dienst een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarrekening. Hiermee wordt verantwoording afgelegd over de naleving van de regels die relevant zijn voor het financiële reilen en zeilen van De Dienst. De invoer van de rechtmatigheidsverantwoording brengt een aantal veranderingen met zich mee.
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 47
•
Per 1 januari 2021 is De Dienst een Bedrijfsvoeringsorganisatie. De omvorming heeft geen grote impact op de Dienst zelf maar door een aantal formele wijzigingen wel op de gemeenten. Het belangrijkste is de overgang van de beschikkende bevoegdheid met betrekking tot Wmo en Jeugd van de Dienst teruggaat naar de gemeenten. Daarmee dragen de gemeenten in de toekomst zelf weer de rechtmatigheidsgevolgen van handelingen, raakt de vertraging in de verantwoordingsketen (die ontstaat als gevolg van de afhankelijkheid van productieverklaringen van zorgaanbieders) de gemeenten rechtstreeks en vangt de Dienst dat niet meer op.
2.7 Paragraaf Financiering De financieringsbehoefte van de Dienst wordt gedekt uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Daarnaast is in 2020 een tijdelijke kasgeldlening bij Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) afgesloten. Om de saldi op de rekening bij BNG qua rendement zo efficiënt/effectief mogelijk te gebruiken, is aangesloten bij de werkwijze (arrangement) welke de deelnemende gemeenten hebben afgesproken met de BNG. 2.7.1 Financieringsbehoefte/leningenportefeuille/renterisiconorm Alle lasten van de Dienst worden bevoorschot door het Rijk en de deelnemende gemeenten. Daarnaast heeft De Dienst een kasgeldlening bij BNG van € 2,5 miljoen afgesloten om een tijdelijke liquiditeitsbehoefte te kunnen opvangen, deze kasgeldlening is in 2020 geheel afgelost (per ultimo 2019 was dit € 3,0 miljoen). Er is geen sprake van langlopende leningen. 2.7.2 Kasgeldlimiet Eenmaal per kwartaal wordt een opgave gedaan aan de Provincie met betrekking tot de gemiddelde netto vlottende schuld. Dit bedrag mag de kasgeldlimiet – dit is de maximaal toegestane netto vlottende schuld – niet overschrijden. Hiermee wordt voorkomen dat het totaal aan korte schulden bepaalde grenzen overschrijdt. Voor 2020 bedraagt het kasgeldlimiet € 6,9 miljoen. In 2020 heeft de Dienst de opgaven elk kwartaal aangeleverd.
De netto vlottende schuld is over 2020 beneden de kasgeldlimiet gebleven en er is voldaan aan de bepalingen van de wet Fido. 2.7.3 Kasgeldbeheer Het betalingsverkeer is door de Dienst ondergebracht bij twee banken: de BNG en de Rabobank. De BNG is de hoofdbankier. De andere bankrelatie wordt aangehouden als service naar de cliënten. De saldi bij de overige bankrelaties worden zo klein mogelijk gehouden. De afdeling debiteuren voert een actief debiteurenbeheer, gericht op het snel incasseren van vorderingen. Voor wat betreft de betalingen aan crediteuren wordt een correct betaalgedrag nagestreefd, hetgeen wil zeggen dat er uiterlijk betaald wordt op de uiterste vervaldag, tenzij door betalingskortingen sneller betalen voordeliger is. 2.7.4 Liquiditeitsbeheer Het liquiditeitsbeheer is gericht op het optimaal benutten van middelen. In 2020 is een tijdelijke liquiditeitsbehoefte ontstaan waarvoor een kasgeldlening is afgesloten. Voor 2021 is de verwachting dat geen externe financiering benodigd is.
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 48
Jaarrekening 2020 In de jaarrekening 2020 is de balans opgenomen en het overzicht van de bedrijfsvoeringslasten
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 49
3 Jaarrekening 2020 3.1 Balans per 31 december 2020 In euro's Activa Vaste activa Investeringen met een economisch nut Materiële vaste activa Leningen u/g Financiële vaste activa Vlottende activa Vorderingen op openbare lichamen Rekening courant verhouding met het Rijk Overige vorderingen Uitzettingen < 1 jr Liquide middelen - kas- en banksaldi Nog te ontvangen bedragen van Europese overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen Overlopende activa
2020
754.831
2019
923.649 754.831
923.649
1.062.367
1.062.367
-
85.645 5.029.756 600.252 5.715.652
4.448.120 4.266.711 817.585 9.532.416
266.144
254.565
-
136.157
6.010.010 6.010.010
1.069.902 1.206.059
Totaal activa
11.991.806
10.993.040
13.809.004
11.916.689
Passiva Vaste passiva Bestemmingsreserve Eigen vermogen
654.806 654.806
654.806 654.806
Voorzieningen
550.815
347.338 1.205.621
Vlottende passiva Overige schulden Netto-vlottende schulden < 1 jr Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen Overlopende passiva
1.002.144
5.935.600 5.935.600
3.717.035 3.717.035
6.076.579
7.163.575
591.204 6.667.783
33.936 7.197.511 12.603.383
10.914.546
Totaal passiva
13.809.004
11.916.689
Netto resultaat
-
-
Voor een toelichting op de balans verwijzen wij u naar paragraaf 3.4.
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 50
3.2 Overzicht van baten en lasten over 2020 Het overzicht van baten en lasten geeft het financieel overzicht van de programmabaten en – lasten, de bedrijfsvoeringslasten en de dekkingen, gerealiseerd over 2020. Onderstaand overzicht geeft tevens de resultaatbestemming weer. Begroting na wijziging 2020 a. b.
Jaar 2020
Afwijking (a-b)
Afwijking (c/b) in %
Begroting 2020
Jaar 2019
c.
Lasten in euro's Werk & Participatie Inkomen Armoedebestrijding Wmo Jeugdwet Bedrijfsvoering Totaal lasten
2.337.796 32.678.310 2.733.332 15.358.260 18.443.442 9.997.051 81.548.191
2.738.061 35.603.250 2.891.080 14.575.897 17.620.075 10.637.021 84.065.384
-400.265 -2.924.940 -157.748 782.363 823.367 -639.970 -2.517.193
-15% -8% -5% 5% 5% -6% -3%
2.470.282 24.678.493 3.004.041 13.559.617 14.375.243 10.374.520 68.462.196
2.294.931 23.823.021 2.894.687 13.714.424 17.982.574 9.762.800 68.319.974
Baten in euro's Werk & Participatie Inkomen Armoedebestrijding Wmo Jeugdwet Bedrijfsvoering Totaal baten
2.337.796 32.678.310 2.733.332 15.358.260 18.443.442 9.997.051 81.548.191
2.738.061 35.603.250 2.891.080 14.575.897 17.620.075 10.637.021 84.065.384
-400.265 -2.924.940 -157.748 782.363 823.367 -639.970 -2.517.193
-15% -8% -5% 5% 5% -6% -3%
2.470.282 24.678.493 3.004.041 13.559.617 14.375.243 10.374.520 68.462.196
2.106.724 24.392.889 2.712.388 12.958.563 16.186.504 9.762.800 68.319.974
Resultaat
-
-
-
-
-
Onttrekking reserve uitvoeringslasten Totaal dekking
-
-
-
-
-
Netto resultaat
-
-
-
-
-
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 51
3.2.1 Overzicht van baten en lasten conform BBV-regelgeving Het overzicht van baten en lasten zoals hierboven opgenomen is de indeling zoals wij deze binnen de Dienst gebruiken. In de regelgeving van de BBV is echter de volgende indeling als verplichting opgenomen, daarom nemen wij ook deze ter informatie in onze jaarrekening op. In bijlage F vindt u het overzicht van baten en lasten verdeeld naar taakveld.
In euro's Programma Werk & Participatie Programma Inkomen Programma Armoedebestrijding Programma Wmo Programma Jeugdwet Programma Bedrijfsvoering Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing VPB Onvoorzien
Baten 2.337.796 32.678.310 2.733.332 15.358.260 18.443.442 9.761.086 235.965 -
Realisatie 2020 Lasten 2.337.796 32.678.310 2.733.332 15.358.260 18.443.442 4.425.164 5.571.887 -
Saldo 5.335.922 -5.335.922 -
Saldo van baten en lasten
81.548.191
81.548.191
81.548.191
Mutatie reserves Onttrekking reserve uitvoeringslasten Totaal dekking Gerealiseerd resultaat
Begroting na wijziging 2020 Baten Lasten Saldo 2.738.061 2.738.061 35.603.250 35.603.250 2.891.080 2.891.080 14.575.897 14.575.897 17.620.075 17.620.075 10.303.463 4.806.708 5.496.755 333.558 5.830.313 -5.496.755 -
Baten 2.470.282 24.678.493 3.004.041 13.559.617 14.375.243 10.374.520 -
Begroting 2020 Lasten 2.470.282 24.678.493 3.004.041 13.559.617 14.375.243 10.374.520 -
Saldo -
-
84.065.384
84.065.384
-
68.462.196
68.462.196
-
-
-
-
-
-
-
-
-
81.548.191
-
84.065.384
84.065.384
-
68.462.196
68.462.196
-
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 52
3.2.2
Bedrijfsvoeringslasten Begroting na wijziging 2020 a. b.
Jaar 2020
Afwijking (a-b)
Afwijking (c/b) in %
Begroting 2020
Jaar 2019
c.
Lasten Personeelskosten, aanstellingen Personeelskosten, inhuur/payroll Personeelskosten, gebiedsteams (incl. aanstellingen) Personeelskosten, Pastiel (incl. aanstellingen) Personeelskosten, incidenteel Personeelskosten, projecten
6.350.963 857.536 5.575 194.611 65.156 133.444
6.700.443 810.720 5.561 209.526 65.379 162.892
-349.480 46.816 14 -14.915 -223 -29.448
-5,2% 5,8% 0,3% -7,1% -0,3% -18,1%
6.547.464 484.376 92.446 331.100 124.583 162.050
5.602.007 1.063.749 93.585 200.189 147.633 125.799
Totaal Personeelskosten
7.607.284
7.954.521
-347.237
-4,4%
7.742.020
7.232.962
596.246 332.095 770.679 156.717 77.163 56.432 186.318 25.000 180.107 9.009 -
335.000 340.000 900.000 225.500 92.000 140.000 280.000 27.000 215.000 28.000 100.000 -
261.246 -7.905 -129.321 -68.783 -14.837 -83.568 -93.682 -2.000 -34.893 -18.991 -100.000 -
78,0% -2,3% -14,4% -30,5% -16,1% -59,7% -33,5% -7,4% -16,2% -67,8% -100,0%
325.000 340.000 900.000 225.500 92.000 140.000 280.000 27.000 175.000 28.000 100.000 -
476.181 353.686 813.942 195.565 58.364 124.649 197.012 27.000 172.804 11.590 78.005 21.041
9.997.051
10.637.021
-639.970
-6,0% 10.374.520
9.762.800
3.378
2.955
423
-
4.163
673.094
590.420
82.674
14,0%
601.395
594.734
Dekking PIM project Dekking Wmo project Dekking BV project Dekking project
8.931 8.931
8.864 8.864
67 67
0,8%
0,8%
8.118 8.118
8.530 8.530
Dekking PIM overig Dekking Wmo overig Dekking BV overig Dekking overig
69.896 31.105 44.811 145.812
66.050 28.927 33.292 128.269
3.846 2.178 11.519 17.543
5,8% 7,5% 34,6% 13,7%
14.247 92.446 5.059 111.752
94.721 144.003 82.044 320.769
Baten en lasten voorgaande jaren Bijdrage Leeuwarderadeel (2020: 30% van € 607.000)
5.676 182.100
795 182.100
4.881 -
0,0%
182.100
303.500
Totaal baten bedrijfsvoering
1.018.992
913.403
105.589
11,6%
903.365
1.231.695
8.978.059
9.723.618
-745.559
-7,7%
9.471.155
8.531.105
Overige personeelskosten Huisvestingskosten Automatiseringskosten Organisatiekosten Kosten werkzaamheden derden Accountants- en advieskosten Afschrijvingen materiële vaste activa Cliëntparticipatie Regionalisering Bbz/IOAZ Sociale Recherche Structurele weerstandscapaciteit Mutatie voorziening/saldo deb. Baten en lasten voorgaande jaren Totaal lasten bedrijfsvoering Baten Rente inkomsten Dekking programma Werk, Participatie en Inkomen
Dekking Gemeentelijke bijdragen
Voor een nadere toelichting op de bedrijfsvoeringslasten verwijzen wij u naar paragraaf 3.5.
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 53
Verdeling bedrijfsvoeringslasten over programma's
Begroting na wijziging 2020 a. b.
Jaar 2020
Afwijking (a-b)
Afwijking (c/b) in %
Begroting 2020
Jaar 2019
c.
Programma Werk, Participatie en Inkomen Programma Armoedebestrijding Programma Wmo en Jeugdwet
4.351.024 1.135.050 3.491.985
4.538.174 1.183.871 4.001.573
-187.149 -48.822 -509.588
-4,1% -4,1% -12,7%
4.372.144 1.395.365 3.703.646
3.976.721 1.037.405 3.516.979
Totaal Dienst
8.978.059
9.723.618
-745.559
-7,7%
9.471.155
8.531.105
N.B. bovenstaande afwijking is gerealiseerd doordat er per saldo meer of minder directe uren aan een bedrijfsonderdeel zijn besteed (en daarmee voor de verdeling procentueel is doorbelast) dan op voorhand is begroot. Verdeling bedrijfsvoeringslasten over gemeenten
Begroting Jaar 2020 na wijziging 2020 a. b.
Afwijking (a-b)
Afwijking (c/b) in %
Begroting 2020
Jaar 2019
c.
Gemeente Harlingen Gemeente Terschelling Gemeente Vlieland Gemeente Waadhoeke
2.516.253 425.419 100.859 5.935.527
2.720.985 457.630 105.894 6.439.109
-204.731 -32.211 -5.035 -503.582
-7,5% -7,0% -4,8% -7,8%
2.596.927 423.244 98.814 6.352.169
2.376.474 395.976 90.516 5.668.139
Totaal Dienst
8.978.059
9.723.618
-745.559
-7,7%
9.471.155
8.531.105
Afwijking (c/b) in %
Jaar 2019
Bedrijfsvoeringslasten totaal Verdeling over taakvelden
Begroting Jaar 2020 na wijziging 2020 a. b.
Afwijking (a-b) c.
0.4 Overhead 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 Wijkteams 6.3 Inkomensregelingen 6.4 Begeleide participatie 6.5 Arbeidsparticipatie 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.72 Maatwerkdienstverlening 186.81 Geëscaleerde zorg 18+ 6.82 Geëscaleerde zorg 18-
5.335.922 8.413 4.183 2.011.439 270.013 166.340 79.720 576.731 525.298 -
5.723.130 11.194 3.807 2.072.680 302.440 159.130 73.035 728.249 649.953 -
-387.208 -2.781 376 -61.241 -32.427 7.210 6.685 -151.518 -124.655 -
-6,8% -24,8% 9,9% -3,0% -10,7% 4,5% 9,2% -20,8% -19,2%
5.165.457 137.209 2.277 1.781.330 292.996 165.726 47.257 433.992 504.861 -
Totaal
8.978.059
9.723.618
-745.559
-7,7%
8.531.105
N.B. De bedrijfsvoeringlasten taakveld 0.4 Overhead betreft het saldo van de lasten en baten inzake overhead (conform taakvelddefinitie Ministerie).
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 54
3.3 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de voorschriften die worden gegeven in het “Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten”. 3.3.1 COVID-19 virus en jaarrekening 2020 De uitbraak van COVID-19 (corona) eind februari 2020 heeft in 2020 een grote impact op de hele maatschappij gehad. Ook voor het sociaal domein waren de gevolgen goed te merken. Door De Dienst zijn diverse maatregelen getroffen om inwoners, gemeenten en zorgaanbieders daar waar nodig en mogelijk te ondersteunen. Zo is uitvoering gegeven aan diverse landelijke steunmaatregelen, zoals Tozo. Zorgaanbieders zijn gefaciliteerd door compensatieregelingen voor gemaakte meerkosten en gederfde omzet. Verder is versneld ingezet op het digitaliseren van onze dienstverlening, zodat de continuïteit van de werkzaamheden kon worden gewaarborgd. Ook zijn gemeenten doorlopend van (management)informatie voorzien om inzicht te krijgen in de effecten van de coronacrisis op de inzet van ondersteuning op het gebied van Inkomen, Participatie, Wmo en de Jeugdwet. Wij leverden hiervoor bijvoorbeeld informatie voor de periodieke raadsbrieven van de gemeenten. Daarin maakten wij o.a.
het verloop van het aantal aanvragen inzichtelijk zowel voor het primaire proces als voor de nieuwe processen/producten die voortvloeiden uit de crisis, zoals bijvoorbeeld de Tozo. Ten slotte hebben we ervoor gezorgd dat de rechten, plichten en afspraken rond de (financiële) gevolgen van de coronacrisis voor aanbieders, gemeenten en De Dienst duidelijk zijn en correct uitgevoerd worden. Hierbij volgen wij de richtlijnen van VNG en het Ketenbureau iSociaal Domein. De rechtmatigheid van de betaalde coronacompensatie was intern, maar ook landelijk onderwerp van gesprek. In het 2e kwartaal van 2021 stellen wij de compensatie voor omzetderving en meerkosten vast. 3.3.2 Continuïteit De continuïteit van de activiteiten is geborgd in de overeenkomst tot het instellen van een gemeenschappelijke regeling door de gemeenten Harlingen, Terschelling, Vlieland en Waadhoeke. De jaarrekening is opgesteld op basis van een continuïteitsveronderstelling. Deze continuïteit is ook als gevolg van de coronacrisis (paragraaf 3.3.1) niet in het geding. 3.3.3 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De algemene grondslag voor de waardering van de activa en passiva, alsmede voor de bepaling van het resultaat, is de historische kostprijs (verkrijgings- of vervaardigingsprijs). Voor zover niet anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen voor de nominale waarde.
De cijfers ten aanzien van de begroting na wijziging 2020 zijn, waar nodig, geherrubriceerd teneinde vergelijkbaarheid met de jaarrekening 2020 mogelijk te maken. Schattingen De schattingen en hiermee verbonden veronderstellingen zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en verschillende andere factoren die gegeven de omstandigheden als redelijk worden beschouwd. De uitkomsten hiervan vormen de basis voor het oordeel over de boekwaarde van de balans die niet op eenvoudige wijze uit andere bronnen blijkt. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. Om de grondslagen en de regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat het management van de gemeenschappelijke regeling over de verschillende Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 55
zaken zich een oordeel vormt, en dat het management schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het op grond van het BBV vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten. Vergelijking met voorgaand jaar De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaand jaar.
3.3.4
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva
Materiële vaste activa De materiële vaste activa betreffen investeringen met een meerjarig economisch nut. Bijdragen van derden die in directe relatie staan met de investering, worden hierop in mindering gebracht. Bijdragen uit reserves mogen niet in mindering worden gebracht. Deze bijdragen vallen vrij met jaarlijkse termijnen gelijk aan de afschrijvingsperiode van het actief. De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen historische kostprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de kostprijs. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. De volgende afschrijvingstermijnen gelden (aantal jaren): • Machines, apparaten en installaties 5 • Overige materiële vaste activa, waaronder - Automatisering 5-7 - Verbouwing/verhuizing Eise Eisingastraat 10 - Inventaris 5 Financiële vaste activa De financiële vaste activa betreffen langlopende leningen u/g inzake Tozo bedrijfskapitaal en zijn gewaardeeerd tegen nominale waarde. Uitzettingen met rentetypische looptijd korter dan één jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Oninbaarheid debiteuren aanverwante wet- en regelgeving Voor verwachte oninbaarheid van debiteuren van aanverwante wet- en regelgeving is een voorziening in mindering gebracht. De aflossingsfrequentie van debiteuren is het uitgangspunt voor het bepalen van de voorziening. Als blijkt dat een individuele debiteur in staat is om maandelijks op de openstaande vordering af te lossen, wordt geen voorziening getroffen. Als blijkt dat de aflossingsfrequentie afneemt, neemt de onzekerheid omtrent de inning van de totale vordering toe. De voorziening is per individuele debiteur gewaardeerd en opgenomen op de balans van De Dienst.
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 56
Overige vorderingen Vorderingen op debiteuren Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz en Wmo zijn opgenomen in de balans van de Dienst. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde en staan, voor zover niet anders vermeld, ter vrije beschikking van de Dienst. Passiva Voor zover niet anders vermeld zijn passiva gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de reserve uitvoeringslasten. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichtingen c.q. het voorzienbare verlies. Voorzieningen worden op grond van artikel 44 BBV gevormd door: • verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op balansdatum onzeker is doch redelijkerwijs te schatten is • bestaande risico's op balansdatum ter zake van verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs te schatten is • kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt maar de oorsprong hebben in het begrotingsjaar of een eerder begrotingsjaar en de voorziening strekt tot kostenegalisatie • van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden
3.3.5 Grondslagen voor de resultaatbepaling Algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. De lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor vermelde waarderingsgrondslagen. Baten worden verantwoord voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin de uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 57
ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Pensioenen De Dienst heeft voor haar werknemers de pensioenregeling ondergebracht bij het Pensioenfonds voor overheid en onderwijs ABP. Hiervoor in aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen welke afhankelijk is van leeftijd, salaris en dienstjaren. De Dienst heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het ABP, anders dan hogere toekomstige premies. De Dienst heeft daarom alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord. De dekkingsgraad van het Pensioenfonds voor overheid en onderwijs ABP was in december 2020 93,2% (2019: 97,8%, bron www.abp.nl). In februari 2021 is de dekkingsgraaf gestegen naar 97,5%. Vennootschapsbelasting De activiteiten van De Dienst zijn niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. 3.3.6 Begrotingsrechtmatigheid De Dienst maakt voor elk begrotingsjaar een primitieve begroting en één herziene begroting. Dat laatste heeft tot gevolg dat in de praktijk tussen realisatie en begroting afwijkingen bestaan. Voor alle programma’s in de begroting geldt dat sprake is van zogenaamde open eindregelingen. Meer aanvragen dan begroot leidt dan tot overschrijding van de kosten.
De kans op afwijkingen is het grootst binnen de programmaonderdelen Inkomen, Wmo en Jeugd. Bij gemeenten is het de gewoonte met meerdere begrotingswijzigingen per jaar te werken, waardoor verschillen klein kunnen blijven. Meerdere begrotingswijzigingen bij de Dienst zijn echter voor de gemeenten onwenselijk, omdat deze niet verwerkt kunnen worden in de gemeentelijke begroting. De oplossing is gezocht en gevonden in de bestuursrapportages en tussentijdse rapportages aan de gemeenten over de realisatie en prognoses van alle programma’s. Bij uitzondering, zoals in dit boekjaar, wordt gewerkt met een extra tussentijdse begrotingswijziging. Daardoor is het bestuur geïnformeerd over over- en onderschrijdingen en de consistentie daarvan met het door het bestuur uitgezette beleid. Daarnaast beschikken de gemeenten over betrouwbare informatie voor hun eigen tussentijdse rapportages. Dit voorkomt verrassingen bij het vaststellen van de jaarrekening. De overschrijding van de begroting betreft een overschrijding uit hoofde van open einde (subsidie)regelingen. Deze overschrijding wordt gedekt door de, bij de gemeenschappelijke regeling, aangesloten gemeenten. Hiermee is sprake van een formele onrechtmatigheid, maar hoeft deze op grond van de kadernota rechtmatigheid niet meegenomen te worden in de oordeelsvorming.
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 58
3.4 Toelichting op de balans per 31 december 2020 In deze paragraaf worden de afzonderlijke balansposten toegelicht. Daar waar nodig wordt de financiële uitsplitsing inhoudelijk onderbouwd.
3.4.1 Materiële vaste activa De mutaties in de materiële vaste activa worden als volgt weergegeven: Machines, apparaten, installaties
Overige materiële vaste activa
Totaal
Stand per 1 januari 2020 Aanschaffingswaarde Cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde
€ € €
86.262 83.289 2.973
€ € €
1.331.182 410.506 920.676
€ € €
1.417.444 493.795 923.649
Mutaties in de boekwaarde Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Afschrijvingen desinvesteringen Bijdragen van derden Afwaarderingen Saldo
€ € € € € € €
892 -892
€ € € € € € €
17.500 -53.947 183.387 -51.908 -167.926
€ € € € € € €
17.500 -53.947 184.279 -51.908 -168.818
Stand per 31 december 2020 Aanschaffingswaarde Cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde
€ € €
86.262 84.181 2.081
€ € €
1.294.735 541.985 752.750
€ € €
1.380.997 626.166 754.831
Afschrijvingstermijn in jaren
5
5-10
Voor een gespecificeerd overzicht van de materiële vaste activa wordt verwezen naar bijlage A.
3.4.2
Financiële vaste activa
In euro's TOZO bedrijfskapitaal
1-1-2020
Uitgegeven
Aflossing
31-12-2020
-
1.072.902 1.072.902
10.535 10.535
1.062.367 1.062.367
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 59
3.4.3 Vlottende activa Uitzettingen korter dan één jaar
Vorderingen op openbare lichamen Rekening courant verhouding met het Rijk Overige vorderingen
Vorderingen op openbare lichamen * Rekening-courant gemeente Vlieland Rekening-courant gemeente Harlingen Rekening-courant gemeente Terschelling Rekening-courant gemeente Waadhoeke Overige openbare lichamen
Rekening courant verhouding met het Rijk Rekening-courant verhouding Rijk
Overige vorderingen Debiteuren regulier Debiteuren uitkeringen Af: voorziening debiteuren uitkeringen Debiteuren TOZO levensonderhoud
31-12-2020
31-12-2019
85.645 5.029.756 600.252 5.715.652
4.448.120 4.266.711 817.585 9.532.416
85.645 85.645
1.859.759 104.236 2.435.880 48.245 4.448.120
5.029.756 5.029.756
4.266.711 4.266.711
173.804 1.909.712 -1.496.158 12.894 600.252
8.917 2.603.668 -1.795.000 817.585
31-12-2020 619 153.288 112.237 266.144
31-12-2019 676 133.233 120.656 254.565
31-12-2020
31-12-2019
-
136.157
5.991.516 5.991.516
1.069.902 1.206.059
Liquide middelen Kas Gebiedsteams Bank Bank Gebiedsteams
Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen van Europese overheidslichamen Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen
Jaarstukken 2020, versie 1, De Dienst Noardwest Fryslân 60
Nog te ontvangen bedragen van Europese overheidslichamen Brug naar Werk Saldo aan het begin van het begrotingsjaar Afboeking Ontvangen bedragen Saldo aan het einde van het begrotingsjaar
136.157 -6.428 -129.729 -
136.157 136.157
Totaal Saldo aan het begin van het begrotingsjaar Afboeking Ontvangen bedragen Saldo aan het einde van het begrotingsjaar
136.157 -6.428 -129.729 -
136.157 136.157
5.573.727 436.283 6.010.010
200.854 869.047 1.069.902
Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen