Bijlage 1 Bodemvisie gemeente Waadhoeke.pdf
Tekst van het document
BODEMVISIE
7 Geothermie: faciliteren van een veilige toepassing en verantwoorde toepassing De potentie voor geothermie is aanwezig in de ondergrond en de gemeente wil de toepassing daarvan in het kader van de energietransitie maximaal faciliteren. Omdat de concessies voor geothermiesystemen vaak door commerciele partijen worden aangevraagd is het van belang dat de gemeente zicht heeft op de consequenties van een aan te leggen systeem, en daar ook eisen voor formuleert. De belangrijkste aandachtpunten zijn veiligheid, locatiekeuze en ondergrondse infrastructuur.
Figuur 4.4: Uitdagingen bij geothermie in een notendop (bron: TTE Consultants / Carof beeldleveranciers
Het borgen van de veiligheid en het voorkomen van ongewenste effecten vraagt om specifieke aandacht. De boortechnieken en de mijnbouwhulpstoffen die gebruikt worden bij de winning van aardwarmte zijn deels te vergelijken met die voor gas- en zoutwinning. Om verontreiniging van de bodem te voorkomen, moeten voorwaarden gesteld worden aan toepassen van bodemvreemde stoffen en chemicaliën die bij de aanleg van de diepe boringen nodig zijn, met aandacht voor eventuele alternatieven en de terugneembaarheid van de stoffen.
Voor de toepassing van geothermie in Waadhoeke zijn boringen tot omstreeks 4 kilometer diepte nodig. Bekend is dat in de ondergrond zich een dikke laag steenzout (haliet) bevindt in noorden van Friesland op een diepte van ca. 2,5 tot 3 km. De dikte van de laag en toestand van het steenzout varieert afhankelijk van de diepte. Volgens de publicatie ‘Staat van de sector Zout’ 2018 van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) gedraagt steenzout zich vanaf een diepte van ca. 1 kilometer enigszins stroperig. De toestand van de laag steenzout kan van grote invloed zijn op het boren. Mogelijk kan de boring door de zoutlaag een ongewenste vorm van zoutstroming ter plaatse van de boorput bewerkstelligen. Doordat warmtetransportleidingen kostbaar zijn moeten de geothermieputten relatief dicht bij de gebruikers worden geboord. Dit leidt bij de aanleg tot overlast. Bij toepassing in de bebouwde kom moet bovendien rekening gehouden worden met de aanleg van een ondergrondse ruimte vragend warmtenet.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 26 VAN 31
De gemeente gaat zich inzetten voor: • In het kader van de energietransitie maximaal faciliteren vanuit de ondergrond op plaatsen waar dat “zinvol” is: bij voldoende bovengrondse vraag vanuit bedrijven, glastuinbouw, voldoende stedelijke dichtheid. • Samen met stakeholders, buurgemeenten en provincie maximale invloed verkrijgen op vergunningen en toewijzingen vanuit EZK / Mijnbouwwet. • Veiligheid beleidsmatig vastleggen als randvoorwaarde en dit borgen in vergunningentraject: o Geen veiligheidsrisico’s en minimale schade (bodemdaling, aardbevingen/trillingen). o Voorkomen milieuschade door het stellen van specifieke eisen aan het doorboren van lagen en het gebruik en het afvoeren van spoelvloeistoffen en chemicaliën. Gezien de dreiging van verzilting van het zoete grondwater in de gemeente zal de gemeente bij de provincie (bevoegd gezag) aandringen op de bescherming van de ondergrondse zoetwater reservoirs.
BODEMVISIE
8 Stimuleren duurzame toepassing WKO-systemen De potentie voor WKO systemen is grotendeels aanwezig. De gemeente wil de toepassing in het kader van de energietransitie maximaal faciliteren. Bij een grootschaliger toepassing van warmte koude opslag in de bebouwde omgeving moet rekening gehouden worden met het optreden van interferentie: verschillende systemen kunnen elkaar negatief óf positief beïnvloeden. De toepassing van WKO vergt in een vroegtijdig stadium intensief overleg tussen de afdeling bodem en de afdeling ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeente. Specifiek aandachtspunt is het effect dat ‘open’ WKO-systemen kunnen hebben op de vermenging van zoet en zout grondwater. De gemeente gaat zich inzetten voor: • In het kader van de energietransitie maximaal faciliteren van WKO op plaatsen waar dat “zinvol” is in relatie tot bovengrondse vraag. De gemeente stimuleert zowel grootschalige toepassing (open systemen) als kleinschalige, individuele, toepassingen. • Het maken van afspraken met provincie en het waterschap ten aanzien van het verstrekken van vergunningen voor open systemen en het documenteren van (gesloten) systemen waarvoor alleen een melding benodigd is. Elkaar wederzijds informeren en waar mogelijk randvoorwaarden stellen om vermenging van zoet en zout water te voorkomen. • Randvoorwaarden stellen t.o.v.
doorboren lagen, boortechnieken (spoelvloeistoffen), verwijdering/safe stellen na beëindiging levensduur.
4.3
Verbeteren
9 Onderzoek verzilting noordelijk kustgebied, vergroten bewustwording Het probleem rond verzilting van het grondwater is zich al aan het manifesteren en zal de komende jaren verder toenemen. Dit probleem kan alleen in samenwerking en in aansluiting met de regie aanpak verzilting Noord Nederland aangepakt worden.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 27 VAN 31
Figuur 4.5: Verzilting in het lokale nieuws (Bron: van Wad tot Stad, 10 november 2020)
BODEMVISIE
De gemeente gaat zich inzetten voor: • Samenwerking met de ketenpartners voor onderzoek, monitoring en analyse van de verziltingsproblematiek. • Het ontwikkelen van kennis en borging van kennis op dit gebied. Waar mogelijk worden (lokale) wetenschappelijke en onderwijsinstellingen betrokken bij het onderzoek. • Een actieve samenwerking met de regiocoördinatoren Zoet Zout Knooppunt (ZZK) en de regiomakelaar zoet/zout. • Op basis van aanvullende analyses en actuele kennis zal in overleg met andere partijen onderzocht worden of mitigerende en/of beheersmaatregelen mogelijk zijn en welke rol de gemeente daarin kan spelen. • Het actief betrekken van en communiceren met lokale belanghebbenden. 10 Verbeteren biodiversiteit De kwaliteit van een bodem wordt mede bepaald door de biodiversiteit in de bodem. Er is wereldwijd een zorgwekkende afname van biodiversiteit, maar ook in Waadhoeke kan de afname in biodiversiteit tot een slechtere bodem leiden. Monocultuur en het (daarmee samenhangende) gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verstoren het biologische evenwicht in de bodem. Meer resistente soorten krijgen dan de overhand en bepaalde ziekteverwekkers kunnen gaan overheersen. De in de landbouw verplichte toepassing van vruchtwissel draagt bij aan het herFiguur 4.6: De rol van biodiversiteit voor een stel van de biodiversiteit.
De gemeente Waadhoeke vitale bodem (bron: De bodem bereikt?!, Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, juni wil de biodiversiteit en de veerkracht van het na2020) tuurlijke bodemsysteem verbeteren. Dit kan ook een bijdrage leveren in het kader van klimaatadaptatie. Een vitale bodem heeft een groter waterbufferend vermogen. De gemeente gaat zich inzetten voor:
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 28 VAN 31
•
•
Initiëren onderzoek met onderzoeksinstituten en het formuleren van een programma om stapsgewijs op de lange termijn een betere (bodem)biodiversiteit te bereiken. Hierbij wordt het verhogen van het organische stofgehalte in de bodem als aandachtpunt meegenomen. In kaart brengen probleemgebieden en opzetten actieplan. Hierbij wordt binnen de gemeente afstemming gezocht met het Biodiversiteit Actieplan, waarin ook rekening gehouden wordt met het beperken van eventuele negatieve bijeffecten van de vergrootte biodiversiteit.
11 Ontwikkelen kennis en voorlichtingsloket bodem- en ondergrondvraagstukken Waadhoeke wil richting eigen burgers en bedrijven, maar ook richting andere overheden en ketenpartners een objectieve en toegankelijke partner zijn voor het toegankelijke maken en duiden van voor het gebied relevante bodemdata, bodeminformatie en bodemgerelateerde kennis.
BODEMVISIE
De gemeente gaat zich inzetten voor: • Het opzetten van een kennis- en voorlichtingsloket, daar waar mogelijk en relevant in samenwerking met ketenpartners en mede overheden. • Kennis over, en bewustwording rond de risico’s van verzilting vormen hierbij een belangrijk thema (zie paragraaf 4.1). • Samenwerking met overheidspartners voor het ontwikkelen en borgen van kennis. • Het vanuit dit kennis- en voorlichtingsloket proactief betrekken van burgers en bedrijven bij ondergrond gerelateerde vraagstukken. • De gemeente zet zich vanuit dit loket actief in om proactief inwoners en dorpsbelangen te informeren over nieuwe plannen van de gemeente, en, zodra deze bekend zijn, over nieuwe ruimtelijke plannen van derden. Daarmee kan voorkomen worden dat bepaalde delen van de gemeente door de stapeling van effecten onevenredig belast worden.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 29 VAN 31
5
Implementatie Bodemvisie
Samenwerking en kennisdeling Alle ketenpartners hechten om verschillende redenen veel waarde aan overleg en afstemming met de gemeente. De FUMO streeft naar een zo eenduidig mogelijk beleid rondom bodem en grondwater, en dus afstemming tussen gemeenten en provincie. Vitens, Liander en het waterschap hechten veel waarde aan het afstemmen van werkzaamheden in de ondergrond, en een goede bescherming van de kabels en leidingen. De landschapsorganisaties geven aan dat ze betrokken willen zijn bij ontwikkelingen die verregaande invloed hebben op het landschap. Zij kunnen dan vanuit hun expertise adviseren over een zo optimaal mogelijke inpassing van die ontwikkelingen. Zowel FUMO als de buurgemeenten geven daarnaast aan dat kennisdeling en kennisoverdracht zeer belangrijk zijn.
BODEMVISIE
Wet- en regelgeving De invoering van de Omgevingswet heeft grote gevolgen voor de verantwoordelijkheden van de gemeente op het gebied van bodem en ondergrond. Daarbij staan twee instrumenten centraal: In de Omgevingsvisie schetst de gemeente haar lange termijn visie op de integrale benadering van de fysieke leefomgeving en de daaraan gekoppelde strategische hoofdkeuzen voor haar beleid. De voorliggende bodemvisie levert input voor de omgevingsvisie. Het Omgevingsplan geeft de regels die de gemeente stelt aan activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Deze regels moeten uiteraard in lijn zijn met de in de in de Omgevingsvisie geschetste ambities. Met betrekking tot de bodem moeten voor de volgende activiteiten regels worden opgenomen m.b.t. de voorwaarden die daar in de gemeente aan gesteld worden: Bouwen op verontreinigde bodem Saneren van de bodem Nazorg na saneren van de bodem Graven in de bodem Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico Toepassen van bouwstoffen Toepassen van grond en baggerspecie Opslaan van grond en baggerspecie Maatschappelijke uitdagingen en gemeentelijke ambities De uitdagingen rond klimaat en energie vragen om keuzes, en bieden daarmee ook kansen voor de ondergrond.
De ondergrond kan immers op diverse punten een bijdrage leveren aan de realisatie van de gemeentelijke ambities zoals die bijvoorbeeld zijn geformuleerd in het ontwikkelperspectief en de duurzaamheidsagenda van de gemeente Waadhoeke. De aandacht van de gemeente voor bodem en ondergrond gaat (daarmee) verder dan de klassieke aandacht voor grond- en grondwaterverontreiniging. Waadhoeke richt zich in haar bodemvisie wat betreft de aspecten beheren, beschermen en benutten nadrukkelijk op de chemische, fysische én biologische aspecten van de bodem. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgen gemeenten veel meer beleidsvrijheid dan onder de Wet bodembescherming (Wbb), waar Rijksregels vergaand bepalend zijn voor het gemeentelijk beleid op het gebied van het bodembeheer.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 30 VAN 31
Binnen de beleidsruimte op het gebied van bodem- en ondergrond zoekt Waadhoeke de juiste mix tussen ambitie en ontwikkeling. De gemeente beschouwd deze aspecten daarbij niet als tegenpolen maar als elkaar versterkende items. Een specifiek aandachtspunt voor Waadhoeke is daarbij de duurzame(re) koppeling van landschap, natuur en landbouw. Omdat de oorzaak van veel van de uitdagingen (ver) buiten de gemeentegrenzen ligt streeft Waadhoeke er naar om de opgaven samen met de ketenpartners hoger op de regionale en nationale agenda zetten
BODEMVISIE
Realisatie Met de visie op de bodem en ondergrond zet Waadhoeke een eerste stap op weg naar een gezonde, rendabele en mooie ondergrond. Een actueel en ambitieus beleid dat op korte termijn nader ingevuld zal gaan worden. We herkennen daarin een uitvoeringstechnisch en een communicatief spoor. Wat betreft de uitvoering moet de visie op de ondergrond geconcretiseerd worden in een gemeentelijk meerjarenprogramma. Wat betreft de communicatie wordt voorgesteld om een gemeentelijk loket voor bodem- en ondergrondvraagstukken op te zetten. Loket bodem- en ondergrondvraagstukken Zowel de gemeente Waadhoeke als haar ketenpartners hechten veel waarde aan samenwerking en afstemming op het gebied van bodem- en ondergrond. Dat blijkt ook uit de ‘speerpunten van Waadhoeke’. Bij alle speerpunten worden ‘informeren’, ‘afstemmen’, ‘samenwerken’ en ‘bewustwording’ als aandachts- en actiepunten genoemd. Ook de burgers binnen de gemeente zijn zeer betrokken bij de ondergrond. Iets dat blijkt uit de enthousiaste deelname aan de publieksFiguur 5.1: Gedeputeerde Staten hebben een startnotitie sesie rondom de visie op de ondergrond, en gemaakt voor een programma Landschap (Bron: van de enorme respons op de enquête rondom Wad tot Stad, 2 februari 2021) het thema ondergrond.
Om aan de wensen van de burgers en bedrijven van Waadhoeke te voldoen wil de gemeente de ondergrond beschermen, beheren en benutten. Dat gaat niet overal samen. Maar vooral, dat kan de gemeente niet alleen. Om echt samen te werken aan een ook in de toekomst gezonde, rendabele en mooie ondergrond van Waadhoeke is begrip en kennis nodig van de ondergrond, en van elkaar. Niet voor niets is het 11e speerpunt van de visie op de ondergrond “het opzetten van een kennis en voorlichtingsloket bodem- en ondergrondvraagstukken”. Met dit loket wil de gemeente werken aan het verspreiden van kennis en ervaring rondom uitdagingen in de ondergrond. Wil ze burgers en bedrijven ondersteunen bij het zoeken naar duurzame oplossingen en wil ze alle in de gemeente relevante kennis en kunde bundelen en toegankelijk maken. Met dit loket en de overige 10 speerpunten wil de gemeente er voor zorgdragen dat ook de achterkleinkinderen van de huidige Waadhoekers kunnen zeggen: “De bodem maakt wie we zijn, we komen namelijk van de klei”.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 31 VAN 31
BODEMVISIE C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
Bijlage 1: Bronnen en literatuuroverzicht Bron
Datum
Beleidsnota verspreiden bagger in Oppervlaktewater Biodiversiteit Actieplan
Wetterskip Fryslân
Augustus 2020
Gemeente Waadhoeke
29 april 2020
Coalitieakkoord Waadhoeke 2018-2022
Gemeente Waadhoeke
December 2017
De bodem bereikt?!
Juni 2020
Duurzaamheidsagenda gemeente Waadhoeke
Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, Gemeente Waadhoeke
Geoportaal Fryslân WFS
Provincie Friesland
November 2020
Global Soil Biodiversity Atlas
European Commission, Joint Research Centre (JRC), European Soil Data Centre (ESDAC) Provincie Friesland, Wetterskip Fryslân , Vitens SIKB
Juni 2017
SenterNovem, https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/@133672/handvat-verspreiden-baggerspecie-juni-2008 Provincie Friesland, concept
Juni 2008
Gemeente Waadhoeke
5 juli 2018
Fumo i.s.m. RHDHV en OmgevingsAtelier Deltares
26-07-2018
Gemeente Waadhoeke
14 januari 2020
Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) Van Wad tot Stad
12 juli 2017
Juni 2018
www.nlog.nl/welkom-bij-nlog
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Economische Zaken en Klimaat Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond Nederlands Olie- en Gasportaal
www.thermogis.nl/mapviewer
Geothermie in kaart
November 2020
www.fryslan.frl/home/kaarten_3208/
Provincie Friesland, kaarten
November 2020
www.drinkwaterplatform.nl
Drinkwaterplatform
Maart 2020
www.fumo.nl/producten/bodem/bodemkwaliteit
FUMO, bodemkwaliteit
November 2020
www.geologievannederland.nl
Geologie van Nederland (illustratie: April 2020 ISRIC World Soil Information/ Naturalis) Kennis Centrum Aanpak FundeMaart 2020 ringsproblematiek (KCAF) Expertise Centrum Warmte (ECW) Maart 2020
Grondwateratlas van Fryslân
BODEMVISIE
Handreiking onderzoek bodemverdichting landelijk gebied Handvat implementatie Besluit bodemkwaliteit, reikwijdte verspreiding baggerspecie
Ontwerp Regionaal Waterprogramma 20222027 Ontwikkelperspectief Waadhoeke 2018-2028 Nota Bodembeheer 2018 Regioprojecten bodem en ondergrond in de omgevingsvisie, Friese gemeenten Startnotitie bodemvisie Staat van de sector geothermie Staat van de sector zout Startnotitie voor behoud Friese landschap Structuurvisie ondergrond
www.dinoloket.nl
www.kcaf.nl/funderingsviewer www.expertisecentrumwarmte.nl
Zilte druk neemt toe op akkerbouw NW-Fryslân Van Wad tot Stad
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
19 mei 2020
September 2019 December 2018
2 juli 2018
mei 2018 2 februari 2021
November 2020 November 2020
10 november 2020
Bijlage 2: Geologische opbouw en hydrogeologie Friesland Bron: Grondwatersysteembeschrijving Fryslân, Eindrapportage Hunzebreed, rapport 188, December 2017 (Provincie Friesland). De teksten en figuren in deze bijlage zijn overgenomen uit dit rapport.
BODEMVISIE
Diepe ondergrond, geohydrologische basis De ondergrond van de provincie Fryslân bestaat tot op grote diepte uit zand-, klei- en veenlagen, ook wel sedimentaire afzettingen genoemd. Dit bodemmateriaal bestaat uit losse deeltjes, waartussen zich water (grondwater) bevindt. Bovenin, nabij het maaiveld bevindt zich naast water ook lucht tussen de bodemdeeltjes. Op grotere diepte gaan de losse sedimentaire afzettingen over in vast gesteente, waarin zich nauwelijks (beweegbaar) water bevindt. Nederland ligt in de randzone van het Noordzee Bekken, een laagte in het vaste gesteente opgevuld met jongere sedimenten. In noordwest Nederland en daarmee in Fryslân ligt het vaste gesteente relatief diep, terwijl in zuidoost Nederland het vaste gesteente nabij de oppervlakte ligt. De diepte van het vaste gesteente ligt in Fryslân op meer dan 1000 meter. In de onderste sedimentaire afzettingen boven het vaste gesteente komen in Fryslân dikke kleipakketten voor waarin nauwelijks grondwaterstroming aanwezig is of kan plaats vinden. Daarom wordt doorgaans de hydrologische basis, waarboven de kringloop van het grondwater plaats vindt of kan plaats vinden op een niveau boven deze kleilagen gelegd. Als regel wordt de hydrologische basis op een diepte van de onderzijde van de geologische eenheid (Formatie) van Maassluis gelegd. Deze ligt in noordwest Fryslân op een diepte van ca.
400 m –NAP en loopt op naar een diepte van 200 m –NAP in zuidoost Fryslân. De helling van de hydrologische basis in Fryslân is daarmee ongeveer in dezelfde richting als dat van het vaste gesteente. Sedimenten uit het Laat-Tertiair en Kwartair (Pleistoceen) De grondwatercondities boven de hydrologische basis worden in belangrijke mate bepaald door de geologische opbouw. Met name de sedimenten uit de geologische tijdsperioden van het Pleistoceen en het Holoceen, gezamenlijk ook wel het Kwartair genoemd (figuur 2.3) zijn van belang voor de aanwezigheid en de stroming van zoet- en zout grondwater in de ondergrond. Onder de Kwartaire afzettingen liggen oudere Tertiaire afzettingen, welke veelal slecht doorlatend zijn. Zand- en grindlagen zijn goed doorlatend en maken grondwaterstroming mogelijk. Zij worden ‘watervoerende pakketten’ genoemd. Klei- en veenlagen vormen ‘slecht doorlatende lagen’ en houden in meer of mindere mate de grondwaterstroming tegen. Om de ondergrond t.a.v. de hydrologische eigenschappen goed te kunnen beschrijven en in te delen in watervoerende pakketten en slecht doorlatende lagen wordt gebruik gemaakt van geologische karteringen. In de geologie behoort iedere aardlaag tot een specifieke geologische eenheid ofwel ‘formatie’. De naam van de formatie is ontleend aan de plaats of het gebied waar zij in kenmerkende vorm (voor het eerst) is gevonden.
Binnen een formatie worden veelal weer afzonderlijke laagpakketten en lagen onderscheiden. De formaties van de sedimentaire afzettingen in Fryslân kunnen van verschillende afkomst zijn. Zo worden een viertal typen formaties onderscheiden: (mariene) formaties opgebouwd in zee en bij de kust, (fluviatiele) formaties opgebouwd door de grote rivieren, (glacigene) formaties ontstaan door ijswerking en formaties van lokale herkomst. Het type formatie geeft soms direct al informatie over de hydrologische eigenschappen. Zo bestaan de mariene formaties veelal uit afzettingen van klei en veen met slecht doorlatende eigenschappen en de formaties van grote rivieren uit zandige afzettingen met goed doorlatende eigenschappen. Echter binnen de formaties kunnen laagpakketten en lagen voorkomen met afwijkende eigenschappen.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
In figuur 1 is een typerend geologisch dwarsprofiel van de provincie gegeven, ontleend aan het digitale archief van ondergrondgegevens (DINO-loket van TNO). Het profiel loopt vanaf de Waddenzee, over Harlingen naar Oosterwolde tot over de provinciegrens met Drenthe. In het profiel zijn de geologische formaties aangegeven, zoals deze door TNO in 1997 zijn herzien. Deze worden momenteel algemeen gehanteerd in grondwateronderzoek, maar wijken af van de oudere benamingen in onderzoeken van voor die tijd.
BODEMVISIE Figuur 1: Geologisch profiel noordwest (A) – zuidoost (A’) provincie Fryslân met bijbehorende geologische formaties en hydrologische basis. Bovenste profiel tot ca. 300 m –NAP; onderste profiel tot ca. 100 m –NAP (uit: ondergrondgegevens DINO-loket TNO). Naamgeving formaties, toelichting codes figuur: HL: Holoceen; BX: Formatie van Boxtel; EE: Eemformatie; DR: Formatie van Drente; DN: Formatie van Drachten; URTY: Formatie van Urk, laagpakket van Tynje; PE: Formatie van Peelo; UR: Formatie van Urk; AP: Formatie van Appelscha; PZWA: Formatie van Peize-Waalre; MS: Formatie van Maassluis; OO: Formatie van Oosterhout; BR: Formatie van Breda
Onder in het profiel van figuur 1 worden formaties van grotendeels mariene, kleiige afzettingen aangetroffen: de Formaties van Breda (BR), Oosterhout (OO) en Maassluis (MS). Grondwaterstroming treedt nauwelijks op in deze slecht doorlatende lagen. De Formaties van Breda en Oosterhout zijn ontstaan in het geologische tijdvak van het Tertiair, meer dan 2 miljoen jaar geleden, waarbij Nederland grotendeels onder zeeniveau lag en kustnabije kleilagen zijn afgezet. De Formatie van Maassluis, die hierboven ligt wordt gerekend tot het begin van het Kwartair (Pleistoceen) en vormt de overgang van afzettingen uit het mariene milieu naar het fluviatiele milieu. De formatie omvat zowel kleilagen als zandige lagen en vormt daarmee een complexe eenheid. De ondergrens van deze formatie wordt, zoals eerder aangegeven, doorgaans aangehouden als hydrologische basis.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
BODEMVISIE
Aan het einde van het Tertiair (begin Kwartair, Vroeg-Pleistoceen) daalde de zeespiegel en raakte het Noordzee Bekken geleidelijk opgevuld. De kustlijn trok zich terug naar het noorden terwijl Nederland en daarmee Fryslân onder invloed kwam van, grotendeels, oostelijke rivieren (het zogenaamde Eridanos-systeem). Boven de kleilagen van de Formatie van Maassluis (MS) worden rivierafzettingen aangetroffen bestaande uit matig grof tot zeer grof en grindrijk zand, behorend tot de Formatie van Peize. Vergelijkbare rivierafzettingen afkomstig van zuidelijke rivieren (Rijn, Maas) worden aangetroffen in het zuiden van Nederland, welke behoren tot de Formatie van Waalre. Het pakket aan afzettingen van beide formaties wordt ook wel de Peize-Waalre Formatie genoemd (PZWA). De formatie bestaat grotendeels uit (grof-)zandige afzettingen, waarbij slechts een beperkt aantal kleilagen, veelal van geringe dikte en verbreiding worden aangetroffen. Alleen onder in de formatie op een diepte van meer dan 150 meter wordt een zone aangetroffen met afwisselende klei- en zandlagen: het Peizercomplex genoemd. De zogenaamde Tegelen-kleilaag (oude benaming), welke een belangrijke rol speelt bij het stromingsproces rond bepaalde grondwaterwinningen, zoals die bij Noardburgum, behoort tot dit complex. De totale dikte van de Formatie van Peize-Waalre varieert van ca. 80 meter in het zuidoosten tot ca.
200 meter in het noordwesten en vormt daarmee het belangrijkste diepe watervoerend pakket in de ondergrond van de provincie. Boven de Formatie Peize-Waalre ligt de Formatie van Appelscha (AP), welke eveneens bestaat uit zand- en grindhoudende afzettingen, aangevoerd door rivieren, hoofdzakelijk uit Midden-Duitsland aan het einde van het Vroeg-Pleistoceen. De formatie komt in geheel Fryslân voor met een dikte die varieert van 10 tot 30 m. Tussen beide formaties, PZWA en AP, komen nauwelijks kleilagen voor, zodat veelal sprake is van één watervoerend pakket van grote dikte. Hierboven liggen rivierafzettingen van de Formatie van Urk (UR), afkomstig uit het Rijnstroomgebied en daterend uit het Midden-Pleistoceen. Het zijn overwegend zandige afzettingen, waarbij plaatselijk kleilagen kunnen voorkomen (urk1 t/m urk3, figuur 2). De afzettingen van de Formatie van Urk worden op meerdere plaatsen doorsneden door glaciale afzettingen van de Formatie van Peelo. In Fryslân ligt de bovenste zone van de Formatie van Urk (URTY, ofwel laagpakket van Tynje) boven de Peelo-afzettingen (zie profiel tot 100 m, figuur 1). Boven de formaties met grotendeels zandige rivierafzettingen (PZWA, AP en UR) liggen twee geologische formaties die verband houden met het vroegere landijs en een belangrijke rol spelen binnen het grondwatersysteem en de hieraan gekoppeld functies.
Het betreft de Formaties van Peelo (PE) en Drente (Dr). De Formatie van Peelo is ontstaan in de twee na laatste ijstijd, het Elsterien, ca. 450.000 jaar geleden en bestaat uit smeltwaterafzettingen. Kenmerkend voor de formatie zijn de diepe geulen, welke tot grote diepte de oudere formaties doorsnijden. Onderin bestaan deze geulen veelal uit fijn zand en/of een afwisselende mix van klei- en zandlagen, terwijl boven in de geulen dikke kleipakketten (zogenaamde potkleilagen) kunnen voorkomen. In het oostelijke deel van de provincie en in Drenthe komt de formatie gebiedsdekkend voor en bestaat bovenin veelal uit zeer fijn zand. Boven in de geulen komt veelal potklei voor. Potklei is zeer slecht doorlatend. Daar waar potkleilagen voorkomen (figuur 2, hydrogeologische profiel) is de interactie tussen het ondiepe en diepe grondwater gering. Meerdere grondwaterwinningen in de provincie onttrekken grondwater onder potkleilagen vanwege de geringe beïnvloeding van het bovenste grondwater. In figuur 2 is over het geologische dwarsprofiel van figuur 1 een hydrogeologisch profiel getrokken, waarbij in de desbetreffende formaties tevens de zandlagen (watervoerende pakketten) en de kleien veenlagen (slecht doorlatende lagen) zijn aangegeven.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
De naamgeving van deze lagen is zodanig, dat de eerste letters betrekking hebben op de geologische codering (naam van de formatie of laagpakket) en de laatste letter(s) op de hydrologische eigenschappen (k=kleilaag, z=zandlaag, c= complex). In een complexe laag komen zowel klei- als zandlagen voor. Zo heeft de code ‘pek1’ betrekking op de 1e klei- of slecht doorlatende laag van de Formatie van Peelo.
BODEMVISIE Figuur 2: Hydrogeologisch dwarsprofiel noordwest (A) – zuidoost (A’) provincie Fryslân tot ca. 100 m – NAP met bijbehorende hydrogeologische eenheden (uit: ondergrondgegevens DINO-loket TNO)
De Formatie van Drente is ontstaan in de één na laatste ijstijd, het Saalien (ca. 200.000 jaar geleden) en kan uit verschillende typen glaciale afzettingen bestaan. Kenmerkend voor de formatie en van groot belang voor de grondwaterstroming is de keileem, behorend tot het laagpakket van Gieten (drgik1, figuur 2) een gletsjerafzetting (morenemateriaal) bestaande uit een mix van (lemig) zand, (zandige) leem met daarin grind en keien. De opbouw van deze elementen kan sterk varieren, maar de doorlatendheid is veelal gering tot (zeer) slecht. Het keileempakket van de Formatie van Drente komt in een groot deel van de provincie voor, maar ontbreekt veelal in de beekdalen, waar de keileemlaag is geërodeerd door de afstroming van oppervlaktewater. Tevens ontbreekt de keileemlaag in de noordoosthoek van de provincie. Zoals uit de figuren 1 en 2 opgemaakt kan worden helt het keileempakket van de Formatie van Drente, evenals de Peelo-Formatie naar het noordwesten. Deze helling is in lijn met de sedimentatiegeschiedenis, waarbij in koude perioden de zee zich terugtrok in noordwestelijke richting. In het noordwesten van de provincie ligt de top van de keileem op een diepte van 15 tot 20 m –NAP, terwijl in het zuidoosten de keileem aan of nabij de oppervlakte ligt.
Tussen het keileempakket van de Formatie van Drente en de Peelo-afzettingen worden in het noordwesten voornamelijk zandlagen van de Formatie van Urk (URTY, figuur 1) aangetroffen en in het zuidoosten zandlagen van de Formatie van Drachten (DN, figuur 1).
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
Aan het einde van het Saalien (ca. 120.000 jaar geleden) brak er weer een warme periode aan (het Eemien) en steeg de zeespiegel. In een beperkt deel van het noordwesten van Fryslân zijn toen mariene klei- en zandlagen afgezet (Eem-Formatie (EE), figuur 1). Ook komt de formatie langs de oostzijde van het Lauwersmeer voor (oerstroomdal van de Hunze). Na het Eemien volgde een koude periode, de laatste ijstijd, het Weichselien (115.000 tot 10.000 jaar geleden). In deze laatste koude periode is Nederland niet bedekt geweest met landijs. Er heerste wel een koud en winderig toendra klimaat, waarbij zandafzettingen van oudere formaties zijn verplaatst door de wind. De in deze periode gevormde dekzandafzettingen (Formatie van Boxtel, voorheen afzettingen van Twente genoemd) liggen op de keileemafzettingen. De afzettingen zijn relatief dik in het noordwesten (meer dan 10 m) en relatief dun in het zuidoosten (enkele meters dikte).
BODEMVISIE
Na de laatste ijstijd van het Weichselien brak er weer een warme periode aan: het huidige Holoceen. Een periode waarin we nu nog leven. Het Pleistoceen (ofwel de laatste ijstijd, het Weichselien) had een kaal zandlandschap achtergelaten, dat in hoogteligging varieerde. In de huidige situatie ligt de Pleistocene ondergrond op ca. 15 m – NAP in het meest noordwestelijke deel van de provincie en loopt op naar het zuidoosten tot ca. 10 m + NAP op de grens met Drenthe. Het Holoceen en de vorming van Fryslân Aan het einde van de laatste ijstijd, het Weichselien (ca. 9000 v. Chr.) lag de zee nog ver weg van het huidige Fryslân. De zeespiegel stond nog enkele tientallen meters onder het huidige niveau, zodat de Noordzee grotendeels droog lag. Friesland was een pleistoceen dekzandgebied doorsneden door enkele grote stroomdalen, deels afvoerend in noordelijke richting en deels in westelijke richting. In het noorden betrof dat de slenken/beekdalen van Boorne-Middelzee en VliestroomMarne en in het zuidoosten die van Tjonger en Linde. In het begin van het Holoceen (9000 - 5500 v. Chr.) steeg de zeespiegel als gevolg van de stijgende temperatuur relatief snel. Hierdoor werd het ‘voorland’ van Nederland en daarmee Fryslân steeds kleiner. Rond 3850 v. Chr. kwam er een eind aan de voortschrijding van de verkleining van Nederland.
De zeespiegel steeg nog wel, maar door afzetting van zand en klei hoogde het vasteland even snel op. De zeespiegel lag 4 à 5 meter lager dan nu, zodat een groot deel van de Waddenzee nog behoorde tot het hoger gelegen pleistocene dekzandgebied. Ten noorden en noordwesten (en zuidwesten) van dit hogere gebied lag een getijdebekken, te vergelijken met de huidige Waddenzee, aan de noordwestzijde ingesloten door een serie strandwallen en kustduinen. Op de grens van het dekzandgebied en het getijdebekken kon zich vanwege de gunstige hoge grondwaterstand veen vormen. In het noordelijke getijdebekken zijn nabij Fryslân twee belangrijke getijde geulen aanwezig: de Boorne-Middelzee en de Vliestroom/Marneslenk. Aan de noordoostzijde van de provincie lag de brede getijdegeul van de Hunze. In West-Nederland sloot de kustlijn zich geleidelijk vanaf ca. 3500 v. Chr. terwijl in Noord-Nederland een open getijdegebied bleef bestaan, vergelijkbaar met het huidige Waddengebied. Het noordwesten van Fryslân maakte deel uit van dit getijdegebied, waarbij klei- en zandlagen zijn afgezet. In het overige deel van de provincie kon een dik veenpakket tot ontwikkeling komen, welke aansloot op de veenpakketten in West-Nederland. Ook een groot deel van het IJsselmeergebied werd bedekt met veen, met binnen het veengebied enkele grote veenplassen.
Het veenpakket breidde zich uit in oostelijke richting, waar op de hogere gronden uitgestrekte hoogveenpakketten konden ontstaan. Rond 500 v. Chr. was door deze ontwikkeling een groot deel van Fryslân bedekt met veen. Nadien kreeg de zee geleidelijk aan weer meer vat op het vaste land. Zo ontstonden in Noord-Nederland nieuwe zee-inbraken en werd op grote delen van het oorspronkelijke veengebied een pakket aan
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
zeeklei afgezet. Deze klei-op-veengronden vinden we terug in het midden van Fryslân tussen de kleigronden in het (noord-)westen en de veengronden in het oosten. Rond 800 n. Chr. waren grote delen van het veengebied tussen Fryslân en Noord-Holland door de zee weggeslagen en waren de veenmeren omgevormd tot een binnenzee (Zuiderzee) met een brede open verbinding met de Waddenzee. Na die tijd werd veel sediment aangevoerd en slibden langs de gehele kust de kwelders hoog op. Dit leidde tot een gunstig vestigingsklimaat. Geleidelijk aan ging het natuurlijke landschap over in een maakbaar landschap, waarbij bedijkingen en ontginningen de rol van de natuur grotendeels overnamen. Geologische processen als erosie en sedimentatie kwamen binnen de (dijk-)grenzen van de provincie tot stilstand. Het geologische tijdperk van het Holoceen heeft (tot heden) in Fryslân een pakket aan klei-, zanden veenlagen nagelaten, dat vanaf de pleistocene zandgronden in het oosten geleidelijk aan in dikte toeneemt tot plaatselijk meer dan 25 m langs de Waddenzee (figuur 3).
BODEMVISIE Figuur 3: Dikte van de holocene afzettingen (wit gebied betreft de pleistocene afzettingen aan maaiveld) (uit: ondergrondgegevens DINO-loket, TNO)
Landschapshistorische ontwikkelingen Nadat door geologische processen Fryslân grotendeels opgebouwd was, begon de mens in de vroege middeleeuwen het landschap verder vorm te geven. De belangrijkste door de mens geïnitieerde historische ontwikkelingen zijn die van bedijkingen, verveningen, inpolderingen en ontwikkeling van de Friese Boezem. Deze ontwikkelingen hebben een grote invloed gehad op het oppervlakte- en grondwatersysteem in de provincie. Ook belangrijk, maar meer van recente datum, zijn de ingrepen van peilaanpassing (ruilverkavelingen) en de inpoldering van de Noordoostpolder. Niet minder belangrijk voor het grondwatersysteem, maar zich afspelend in de ondergrond, is de ontwikkeling van de drinkwatervoorziening geweest.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
Bijlage 3: Interne ambtelijke werkgroep Waadhoeke Afdeling
Vertegenwoordiger
Functie
Omgeving
Doede Machiela
Beleidsmedewerker Omgeving
Omgeving
Wilbert Bosma
Beleidsmedewerker Omgeving en Ontwikkelperspectief
Omgeving
Froukje Brander
Beleidsadviseur Duurzaamheid en milieu
Omgeving
Marijke Hesseling
Coördinator Duurzaamheid
Omgeving
Ellen Gebben
Programmasecretaris ontwikkelperspectief
Vergunningverlening
Gerben Haisma
Beleidsmedewerker VTH
Beheer Openbare Ruimte Bouwina Sloots
Medewerker Ontwikkeling en Voorbereiding
Omgeving
Secretaresse
Iris Algra-Kalee
BODEMVISIE
De werkgroep heeft de volgende, vanuit de ondergrond en omgeving, relevante doelen en ambities geformuleerd: Energie:
Waadhoeke wil in 2040 minimaal evenveel energie duurzaam binnen de gemeente opwekken als verbruiken. Economie: Grondgebonden landbouw blijft een belangrijke economische motor voor de regio. De gemeente wil de economische waarde van toerisme vergroten. Natuur / milieu: Men streeft naar behoud en waar mogelijk herstel van het unieke landschap. Het landschap wordt door de bewoners hogelijk gewaardeerd en wordt als belangrijke toeristische trekpleister beschouwd. Organisatie: Veel opgaven en uitdagingen overstijgen de grenzen van de gemeente. Om beter voor de belangen van haar burgers en bedrijven op te kunnen komen wil de gemeente inzetten op regionale samenwerking. Vanuit deze ambities worden de volgende eisen en wensen met betrekking tot de ondergrond en omgeving afgeleid. - Een vitale bodem, essentieel voor de agrarische sector en de natuur - Versterken biodiversiteit - Verbeteren chemische kwaliteit (voorkomen risico’s door verontreiniging) - Voorkomen fysische schade (bodemdaling) - Duurzaam gebruik van de grond voor grondgebonden landbouw - Behoud en waar mogelijk herstel van het unieke landschap - Beperken/afbouwen winning van gas en zout op het land - Beperken plaatsing windmolens en zonnevelden (schade aan landschap)
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
Bijlage 4: Inventarisatie ketenpartners De toekomstige opgaven rond energie, wonen, werken en klimaat vragen nu om keuzes rond het beschermen, beheren en benutten van het landschap, de bodem en de ondergrond. Een gedragen, duurzame ‘visie op de ondergrond en omgeving in Waadhoeke’ houdt rekening met de eisen en wensen van de ‘ketenpartners’, de burgers, de bedrijven en de gebruikers van de ondergrond. In deze bijlage worden de eisen en wensen van de verschillende partijen rondom het gebruik van de ondergrond samengevat. Niet alles kan, niet alles mag overal, en sommige zaken moeten nu eenmaal. Maar de eisen en wensen zullen door de gemeente meegenomen worden bij afwegingen en keuzes rondom het gebruik van de ondergrond en de inrichting van de omgeving.
BODEMVISIE
Ketenpartner
Vertegenwoordiger
Functie
Provincie Wetterskip
Johan Medenblik, Albert Jan Zijlstra Joca Jansen
Senior Beleidsmedewerker hydrologie Adviseur Gaswinning/diepe ondergrond en geothermie Hydroloog
FUMO
Peter Baijens
Senior vergunningverlener
Peter Esselaar
Adviseur
Gemeente Leeuwarden
Jur Blommers
Procesmanager bodem
Gemeente Harlingen
Majel Kremer
Milieuregisseur / juridisch beleidsmedewerker
It Fryske Gea
Sytske Rintjema
Specialist natuurkwaliteit en beheer
Albert Westra Landschapsbeheer Friesland LTO noord
Jan Piet de Boer
Senior projectleider
Tineke de Vries
Portefeuillehouder Bodem & Water
Vitens
Feike Bonnema
Omgevingsmanager
Liander
Christel Pieper
Relatiemanager Strategie & Omgeving
Provincie Fryslân Klimaat De provincie benoemt waterbeheersing (bij hevige neerslag) en het vasthouden van water en waterconservering in verband met langdurige droogte als belangrijkste lokale uitdagingen rond klimaatverandering. Daarnaast vraagt de stijgende zeespiegel om versterking van de Afsluitdijk, de Waddeneilanden en de Waddenkust. Energie en delfstofwinning In het jaarplan klimaat en energie geeft de provincie aan dat in 2030 33% van de Friese energie duurzaam wordt opgewekt en ten opzichte van 2010 25% energie wordt bespaard. Om die doelen te bereiken worden zeven principes gehanteerd: - We zetten in op energie besparen. - We behouden het karakter van het Friese landschap. - Het aantal grote windmolens neemt niet toe en waar mogelijk af. - We geven meer ruimte dan voorheen en gaan uit van maatwerk. - We ondersteunen de ontwikkeling van nieuwe technieken. - We helpen de energietransitie niet alleen met geld, maar ook met kennis, netwerk, communicatie en ondersteuning. - We kiezen voor maatschappelijk draagvlak en betrekken de gemeenschap bij de energietransitie.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
De provincie geeft aan dat er momenteel geen nieuwe initiatieven zijn met betrekking tot nieuwe gasvelden. De provincie zet in op het stimuleren van geothermie/aardwarmte. De zoutwinning op land wordt stopgezet in verband met de bereikte maximum bodemdaling, maar een verdere lichte bodemdaling (na-ijl effecten) kan niet uitgesloten worden. De zoutwinning zal voortgezet worden in de Waddenzee. Landschap en natuur De provincie zie het landschap als een belangrijke waarde, en zet in op de volgende aspecten: Herstel van biodiversiteit. Koppelen van kansen voor natuur en economie. De diversiteit van Friese landschapstypen en hun ontwikkelingsgeschiedenis blijft herkenbaar. Ruimtelijke kwaliteit en identiteitsgevoel worden versterkt. Landschap is een inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen en kernkwaliteit voor nieuwe sociaaleconomische impulsen.
BODEMVISIE
Wetterskip Het wetterskip heeft als doel / taak de waterkwaliteit te waarborgen. Een slechte waterkwaliteit bedreigt de landbouw. Er wordt veel zoet water aangevoerd vanuit het IJsselmeer, in de toekomst is dit wellicht niet meer mogelijk omdat het niet meer beschikbaar zou kunnen zijn. Vanuit deze ontwikkeling de wens om de vraag naar zoet water te beperken: - Gebiedsgericht maatwerk m.b.t. peilbeheer: o Verhogen waterpeil om ecologie te verbeteren. o Verhogen waterpeil om verzilting tegen te gaan. o Verlagen waterpeil t.b.v. agrariërs. - Ondergrondse zoetwateropslag als maatregel tegen verzilting. - Om de waterkwaliteit te waarborgen is er ruimte voor leidingen in de bodem nodig (riolering). - Het kennisniveau van betrokken partijen verhogen en kennisdeling en samenwerking versterken zijn belangrijke wensen van het Wetterskip. FUMO FUMO maakt zelf geen beleid dus heeft geen mening over gebiedsindeling of dat soort opgaves. Aangaande haar taken gelden de volgende wensen. - Afstemming en ‘standaardisatie: o Eén bodemkwaliteitskaart en één bodeminformatie systeem in de provincie. o Uniformering van normenstelsel (bv. bij verontreiniging). tot max 25 m3 grond interventiewaarde: meldingsplicht opnemen. Duidelijke verantwoordelijkheden, met name m.b.t. grondwater (verontreinigingen/waterkwaliteit) Kennisdeling.
De wens is om kennis bij de omgevingsdiensten te benutten en samenwerking met provincie/gemeente/waterschappen te intensiveren. Aanvullende wens: meer kennis bij ambtenaren gemeenten en provincie. Gemeente Leeuwarden De gemeente Leeuwarden ziet geen activiteiten rondom de ondergrond waar de belangen van de gemeenten elkaar direct raken. Leeuwarden wil gezamenlijk optrekken bij knelpunten op nationaal niveau en heeft de wens geïnformeerd te worden wanneer de visie van Waadhoeke gereed is. Gemeente Harlingen De gemeente Harlingen beperkt haar rol wat betreft bodem en ondergrond tot goed beheer.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
Samenwerking met de buurgemeente is belangrijk. Op dit moment wordt er samen een warmtevisie ontwikkeld. Ook is samen met andere Friese gemeenten en onder regie van de FUMO een bodembeheersplan met de actuele bodemkwaliteit voor de te onderscheiden deelgebieden opgesteld. Samen met Waadhoeke wordt gewerkt aan het herstelplan voor de bodemdaling ten gevolge van de zoutwinning door Frisia met een fabriek gevestigd in Harlingen. Specifiek aandachtspunt dat in dit kader nog genoemd wordt is het transport en de veiligheid van gasleidingen en specifiek de zwaardere hoge druk gasleiding tussen Franeker en Harlingen. Het thema verzilting heeft geen hoge prioriteit, Harlingen heeft een klein buitengebied en dientengevolge een relatief kleine agrarische sector.
BODEMVISIE
It Fryske Gea It Fryske Gea is de provinciale vereniging voor natuurbescherming en heeft als doel de bescherming, het behoud en ontwikkeling van natuur, landschap en cultureel erfgoed binnen haar natuurgebieden met een totale oppervlakte van 20.000 hectare. Vanuit die verantwoordelijkheid zijn haar eisen en wensen: - Geen windmolens - Geen zonnevelden - Een zo hoog mogelijke grondwaterstand en waar mogelijk regenwaterbuffers om verdroging tegen te gaan - Verzilting binnendijks is vanuit landschap beschouwd geen groot probleem, De uitdaging ligt bij het in de zomer zoet houden van de buitendijkse zomerpolders. Ook hier weer regenwaterbuffers of doorvoer door Dijk om IJsselmeer water aan te voeren. Landschapsbeheer Friesland Ondergrond en landschap zijn wat Landschapsbeheer Friesland onlosmakelijk verbonden, oftewel het landschapstype heeft alles te maken met de ondergrond. Voor de Waadhoeke is dat grotendeels het open zeekleilandschap. Ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op dit kenmerkende landschap zijn ontwikkelingen die de openheid aantasten en/of de kenmerkende elementen aantasten die deze openheid vanouds accentueren, denk aan de dorpen, de boerenerven, dijkstructuren etc. etc. Ook het bodemarchief en reliëf/microreliëf worden door Landschapsbeheer Friesland belangrijk gevonden. Denk daarbij aan terpen, kruinige percelen etc.
De huidige karakteristieken van het landschap moeten te allen tijde de basis vormen voor ontwerpopgaven. Het is gevaarlijk om gebieden aan te wijzen waar van alles mag en gebieden waar veel minder mag. Het zou goed zijn dat bij ontwikkelingen die verregaande invloed hebben op het landschap, tijdig een organisatie als Landschapsbeheer Friesland betrokken wordt. Zo’n onafhankelijke kennisorganisatie kan adviseren over de wijze waarop ontwikkelingen plaats kunnen vinden. LTO Noord LTO zet zich in voor een rendabele teelt en veeteelt. De uitdagingen liggen op het vlak van waterberging, de structuur van de bodem en het tegengaan van verzilting. Op basis hiervan signaleren ze de volgende eisen en wensen m.b.t. ondergrond en omgeving: Bij (ruil)verkaveling / toedeling rekening houden met minimale perceelgrootte. Problemen met bodemdaling: compensatie niet alleen naar dorpen, ook naar boeren. Bij ingrepen in landschap niet alleen rekening houden met landschap (voorbeeld: vroeger terpen afgraven als vruchtbare bodem, nu verboden) maar ook bedrijfsvoering agrariërs. Waterberging: voldoende aanbod aan zoet water. Peilbeheer aansluiten op behoefte landbouw: hoog als het kan, laag als het moet. Eis: geen brakke zones binnen de dijk, zilte teelt is geen alternatief (opbrengst en vraag te laag). C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
-
Ruimte voor slimme oplossingen, experimenteerruimte (bijvoorbeeld diepdrainage en ondergrondse wateropslag). Zonneweiden goed voor individuen, beleid nodig.
Vitens Vitens gebruikt in Friesland alleen zoet grondwater als bron voor de drinkwatervoorziening. Deze zoete bronnen liggen in het oosten, zuidoosten en zuiden van Friesland. In Waadhoeke is voornamelijk zout grondwater aanwezig en zijn er geen bronnen voor de drinkwatervoorziening. Er zijn geen grondwaterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden aanwezig. - De gemeente heeft wel een ‘drinkwaterzorgplicht’: de gemeente is verantwoordelijk voor de bescherming van de transportleidingen. - Het is een wens van Vitens om het streven naar waterbesparing op te nemen in de visie. - Binnen Vitens is een beoordelingskader opgesteld voor de toetsing van omgevingsvisies.
BODEMVISIE
Liander Liander heeft als taak de aanleg, onderhoud en bescherming van gas- en elektraleidingen. Voor de komende jaren staat een grootschalig project in de Waadhoeke gepland, te weten de netuitbreiding 20 kV ringverbinding Herbaijum – Dronrijp. Dit grootschalige project bestaat uit verschillende deelprojecten. Bij de aanleg en het beheer volgt Liander de lokale aanwijzingen, maar praat daar ook graag over mee.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
Overzicht eisen en wensen ketenpartners Ketenpartners
X
X X
X X X
X
X
X
X X X X
X
X
X
X
Liander
X
X
X X
X
X
X
Vitens
X X
LTO noord
Landschapsbeheer
It Fryske Gea
Harlingen
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
Leeuwarden
BODEMVISIE
Energie Stimuleren WKO X Stimuleren geothermie X Geen zonnevelden Geen windmolens Geen gaswinning op land X Geen zoutwinning op land X Kabels en leidingen / gebruik ondergrond Ruimte voor leidingen in ondergrond X Bescherming leidingen X Grondwater Beperking zoetwatervraag / drinkwaterbesparing (Ondergrondse) opslag zoetwater X Grondwaterstand Grondwaterstand, hoe hoger, hoe beter Gebiedsgericht maatwerk grondwaX terstand Landschap / omgevingskwaliteit Voldoende perceelgrootte (bij verkaveling In plannen belangen boeren en natuur in evenwicht Behoud van waardevolle landschapX pen Conserveren natuurhistorische en archeologische aspecten Bodemkwaliteit / milieu Functiegerichte Bodemkwaliteit Schone bodem Geen import verontreinigingen Geen humane risico’s Kennisoverdracht en samenwerken X
FUMO
Wetterskip
Provincie
Eisen en wensen
X
X
Bijlage 5: Beleidskaders De beleidskaders voor bodem en ondergrond worden bepaald op Europees, nationaal en provinciaal niveau. Met de komst van de Omgevingswet gaat er een en ander veranderen in taken en regelgeving ook op bodemgebied. Europese bodemstrategie Op Europees niveau zijn de kaders voor bodem uitgewerkt in de Europese Bodemstrategie. Deze strategie is echter niet nadere uitgewerkt (en heeft dus geen wettelijke status gekregen) in een kaderrichtlijn Bodem. Dit in tegenstelling tot het waterdomein, waar de Kaderrichtlijn Water het belangrijkste juridische instrument van de EU is voor het voeren van waterbeleid. Daarbij wordt opgemerkt dat de regels voor grondwater zijn uitgewerkt in een onderdeel van de Kaderrichtlijn Water, de Grondwaterrichtlijn. Op nationaal niveau dienen deze Europese beleidskaders te worden door vertaald in nationaal beleid door de rijksoverheid en provincies.
BODEMVISIE
In de bodemstrategie zijn de bedreigingen voor de bodem en de maatregelen beschreven. Doel is het beschermen van de bodemfuncties, het voorkomen van de achteruitgang van bodems, het herstellen van verontreinigde bodems en het integreren van bodembescherming in andere beleidsvelden. Daarnaast gaat de strategie over gebieden waar thema’s spelen op het gebied van risico’s door erosie, afname organische stofgehalte, verdichting, afname biodiversiteit, landverschuivingen of verzilting. Nationaal bodembeleid Op nationaal niveau zijn de beleidskaders uitgewerkt in Beleidsbrief en Convenant. De Beleidsbrief Bodem is een aanzet voor de vernieuwing van het Nationale bodemkwaliteitsbeleid. Daarin zijn de koers en de uitgangspunten voor de decentrale uitwerking van het bodembeleid vastgelegd. Doel is om een duurzame omgang met de bodem te bevorderen door integraal bodembeheer. Met de Beleidsbrief ondergrond worden een aantal uitgangspunten voor een goede ordening van de ondergrondse ruimte. In het convenant zijn afspraken vastgelegd over het bodemontwikkelingsbeleid en de aanpak van zogenaamde spoedlocaties. Het convenant beoogt een verbreding en verdieping van het toekomstig bodembeleid voor de ondergrond, gebiedsgerichte benadering en aanpak van verontreinigde spoedeisende locaties.
De Rijksoverheid ontwikkelt samen met andere overheden een samenhangend beleid voor het gebruik van de ondergrond. Dat doen ze in het Uitvoeringsprogramma Bodem en Ondergrond gericht op een samenhangend beleid voor bodem en ondergrond. Daarbij moeten er keuzes worden gemaakt over hoe en waar de ondergrond gebruikt kan worden. En hoe het grondwater daarbij wordt beschermd. Of hoe de overheden moeten omgaan met bodemvervuiling als er op een nieuwe plek gegraven wordt. Hiervoor is het Uitvoeringsprogramma Bodem en Ondergrond opgezet. Het Rijk en andere overheden werken hierin samen. Het Uitvoeringsprogramma Bodem en Ondergrond bestaat uit thema's: diepe ondergrond, bodem en ondiepe ondergrond en bodemverontreiniging. In de Structuurvisie Ondergrond staat het beleid voor activiteiten in de diepe ondergrond, met centraal de drinkwatervoorziening en mijnbouw. Bodem en ondiepe ondergrond. De Rijksoverheid en decentrale overheden werken beleid uit voor de activiteiten in de bodem en ondiepe ondergrond. In het Meerjarenplan 2018-2020 Uitvoeringsprogramma Bodem en Ondergrond staan onderwerpen als bodemdaling, bodemenergie en kabels en leidingen. In het kader van het thema bodemverontreiniging wordt via Bodem+ informatie over beleid, onderzoek en wetgeving van de Rijksoverheid op het gebied van bodemsanering verstrekt.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
Naast het beleid voor bodem en ondergrond investeert de overheid in onderzoek naar het gebruik van bodem en ondergrond en de gevolgen ervan. Zo is er het Kennis- en Innovatieprogramma Bodem & Ondergrond (KIBO). Daarnaast staat in het landelijke systeem Basisregistratie ondergrond (BRO) wat er in heel Nederland gebeurt in de ondergrond. In de Wet bodembescherming (Wbb) is de landelijke zorgplicht neergelegd. Deze bepaling verplicht bij bodemverontreiniging (dus ook grondwater) tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd. De zorgplicht is van toepassing op degene die op of in de bodem handelingen verricht: het laten van stoffen op of in de bodem, het beïnvloeden van de bodemstructuur of de –kwaliteit, het uitvoeren van werken, het transporteren van stoffen die de bodem kunnen verontreinigen, handelingen die het bovenstaande als nevengevolg hebben en handelingen die leiden tot erosie, verdichting of verzilting. Met de komst van de Omgevingswet gaat dit veranderen en krijgt de gemeente meer beleidsruimte en taken van de provincie.
BODEMVISIE
Provinciale kaders De provinciale ontwerp- Omgevingsvisie De Romte Diele biedt een perspectief voor de gewenste ontwikkeling van de Friese leefomgeving op de lange termijn. Hierin gaat het om een vergezicht, een gezamenlijke blik op het Fryslân richting 2050. Met deze Omgevingsvisie wordt richting gegeven aan alle activiteiten van de provincie op het gebied van de fysieke leefomgeving, waaronder inbegrepen de bodem en ondergrond. De Omgevingsvisie is een instrument in de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingsvisie bindt alleen de provinciale overheid. De uitvoering van de Omgevingsvisie gebeurt via programma’s en plannen, naar thema of gebied. Een belangrijk inhoudelijk uitgangspunt van het Streekplan is dat de kernkwaliteiten van de verschillende landschapstypen in Fryslân herkenbaar blijven. In de Structuurvisie Grutsk op ‘e Romte (hierna: Grutsk) is, als nadere uitwerking van het streekplan, een verdiepingsslag gemaakt waarin de landschappelijke kernkwaliteiten zijn verbonden aan cultuurhistorische kwaliteiten. De provinciale belangen op gebied van landschap en cultuurhistorie zijn beschreven in onze visie Grutsk op ’e Romte. Veel kennis uit de plannen is gebundeld in kaarten: Cultuurhistorische Kaart, Archeologische beleidskaart FAMKE en Landschapstypenkaart. In het kader van de Wet Bodembescherming is de provincie Fryslân bevoegd gezag.
Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow) gaat het een en ander veranderen in regelgeving en taken. De gemeente wordt primair beheerder van de bodemkwaliteit. De bodem is in de Omgevingswet een onderdeel van de fysieke leefomgeving. De wetgever verwacht van de gemeente dat zij de bodem beheert, zodat deze in staat is om lokale opgaven te dienen. Daarbij gaat het om een brede ruimtelijke interpretatie van de bodem en haar chemische, ecologische, energetische en fysische bodemkwaliteiten. Ook de regels zelf veranderen waardoor gemeenten meer ruimte krijgen om binnen grenswaarden zelf keuzes voor hun bodemkwaliteit te maken. Alle gemeenten worden op de dag van invoering van de Omgevingswet voor bodem bevoegd gezag. Ruimtelijke ordening en ondergrond: de “lagenbenadering” (zie figuur) Vanuit de ruimtelijke ordening wordt vaak gebruik gemaakt van de ‘lagenbenadering’. Hierbij worden bodem en ondiepe ondergrond op basis van hun functie in de ruimtelijke ordening ingedeeld:
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
BODEMVISIE
De occupatie laag: De ‘laag’ waarin we werken, wonen, recreëren en voedsel produceren. De bovengrondse functies dus die eisen stellen aan de kwaliteit van de ondergrond De netwerk laag: De laag waarin we gas, water, elektriciteit, informatie en warmte transporteren en gebouwen funderen. De laag dus waarin we de functies van de occupatie laag fysiek faciliteren. De ondergrond: De laag waaruit we grondwater winnen, warmte en koude opslaan en bewust of onbewust ons afval opslaan, van archeologie tot afvalstorten en bodemverontreiniging.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
Bijlage 6: Bodem in de omgevingswet De wet- en regelgeving van de Omgevingswet is primair gebaseerd op het vaststellen van voorwaarden aan milieubelastende activiteit. De kern van de Omgevingswet wordt gevormd door de wet zelf en de vier AMvB’s (Algemene Maatregelen van Bestuur). BAL:
BODEMVISIE
In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan de algemene regels die het Rijk stelt aan verschillende milieubelastende activiteiten: Voorschriften voor milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten Waterstaatswerken en de zee. Rijkswegen, spoor en luchthavens Cultureel en werelderfgoed Zwemmen en baden Grondwateronttrekkingen en ontgrondingen Omdat de regelgeving gekoppeld is aan de milieubedreigende activiteiten zijn via de aanvullingswet bodem ook activiteiten als het graven in de bodem (met een kwaliteit onder of gelijk aan, of boven de interventiewaarde bodemkwaliteit), het saneren van de bodem, het opslaan en toepassen van grond of baggerspecie en het toepassen van bouwstoffen toegevoegd als ‘milieubedreigend’. Het BAL is primair gericht op burgers en bedrijven
BBL:
In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan de algemene regels speciaal gericht op het bouwen, verbouwen, in stand houden gebruiken en slopen van bouwwerken. Het BBL is primair gericht op burgers en bedrijven.
BKL:
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan algemene (instructie) regels die het Rijk stelt aan de decentrale overheden rond de inhoud van het omgevingsplan (gemeente) en de omgevingsverordening (provincie). Bijvoorbeeld met betrekking tot regels rond bouwen van een bodemgevoelig gebouw op verontreinigde bodem, de nazorg na saneren van de bodem en toepassen van grond en baggerspecie.) Het BKL is primair gericht op overheden.
OB:
In het Omgevingsbesluit (Ob) staan algemene regels over procedures.
De Omgevingswet bundelt 26 bestaande wetten en 128 AMvB’s op het gebied van onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Veel van de regels die nu vanuit het Rijk in wetten en bijbehorende AMvB’s zijn vastgesteld gaan door gemeenten en waterschappen vastgelegd worden in het omgevingsplan resp. de waterschapsverordening. C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
Bodem in de omgevingswet De Wet bodembescherming is een van deze wetten. De regels voor bodem worden via de Aanvullingswet bodem en het Aanvullingsbesluit bodem onderdeel van de Omgevingswet.
BODEMVISIE
Het wettelijke instrumentarium voor bodem onder de Omgevingswet berust op drie pijlers: 1. preventie: het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (wettelijk gebaseerd op de zorgplicht en de algemene regels voor burgers en bedrijven). 2. integrale benadering van de ondergrond: Het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging over de kwaliteit van de leefomgeving in relatie tot het toedelen van functies. (De omgevingsvisie en het omgevingsplan zijn de instrumenten waarin de gemeente vorm geeft aan de gewenste balans tussen risico’s en maatschappelijk gewenste activiteiten). 3. beheer van historische verontreinigingen: het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (onder de Wbb was de beschikking het belangrijkste instrument, in de Omgevingswet wordt gewerkt met algemene regels). Wat betreft het begrip historisch wordt ook in de omgevingswet het jaartal 1987 als grens gehandhaafd. De verplichtingen uit een aantal EU-richtlijnen (onder meer de Kaderrichtlijn water en de Grondwaterrichtlijn) vormen uiteraard het kader voor de drie pijlers. Onder de Omgevingswet zijn vooral algemene regels van toepassing en kan slechts in uitzonderingsgevallen een vergunning worden aangevraagd.
Gemeenten en provincies krijgen daarmee de primaire verantwoordelijkheid voor de bodemkwaliteit en grondwater met veel mogelijkheden voor eigen beleid. Lokale en regionale regels kunnen straks worden vastgelegd in het omgevingsplan respectievelijk omgevingsverordening. Het omgevingsplan, ruimte voor maatwerk Het omgevingsplan wordt hét centrale document van de gemeente. Met dit plan krijgt de gemeente veel meer dan onder de Wbb de ruimte om de bodemkwaliteiten te reguleren: De gemeente kan aanvullende of afwijkende regels maken voor activiteiten uit het BAL of de provinciale omgevingsverordening. (b.v. voor de “milieubelastende activiteit” saneren) De gemeente kan nieuwe activiteiten reguleren. De gemeente kan zelf normen stellen (vergelijkbaar met gebiedsspecifiek beleid uit het Besluit bodemkwaliteit). - De gemeente kan ook decentrale regels maken voor zaken die het Rijk niet (in het BAL) regelt, zoals bijvoorbeeld bodemkwaliteiten in de brede zin van het woord (volgend uit de ambities en doelen uit de omgevingsvisie).