Bijlage 1 Bodemvisie gemeente Waadhoeke.pdf
Tekst van het document
Bodemvisie Waadhoeke “De bodem maakt wie we zijn, we komen namelijk van de klei” Projectnummer: C19044
BODEMVISIE
Status: Definitief met verwerking zienswijzen 22 september 2021
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
Colofon Auteur Arne Alphenaar Thomas Kaptein Arthur van de Velde
Datum 22 september 2021
BODEMVISIE
Vrijgave Arthur van de Velde
Projectnummer C19044 Opdrachtgever Gemeente Waadhoeke
Project Bodemvisie Waadhoeke
TTE Consultants B.V. Keizerstraat 16 7411 HH DEVENTER Tel. 0570-665870 Web www.engineers.nl Mail info@engineers.nl
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
BODEMVISIE C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
Inhoudsopgave
BODEMVISIE
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3
Achtergrond Doelstelling en ambities Proces
1 2 3
2
Gebiedskarakteristieken van de bodem en ondergrond
4
2.1 2.2 2.3 2.4
Uitleg begrippen bodem en ondergrond De bovengrond (0 – 5 meter diepte) De ondiepe ondergrond (5 – 500 meter diepte) De diepe ondergrond (dieper dan 500 meter)
4 4 10 13
3
Beleidskaders, opgaven en speerpunten
18
3.1 3.2 3.3 3.4
Beleidskaders en rol van de gemeente Screening opgaven Waadhoeke Publiekssessie en enquête Basisprincipes en speerpunten
18 19 20 21
4
Bodemvisie in 11 speerpunten
22
4.1 4.2 4.3
Beschermen/beheren Benutten Verbeteren
22 25 27
5
Implementatie Bodemvisie
30
Bijlage 1: Bronnen en literatuuroverzicht Bijlage 2: Geologische opbouw en hydrogeologie Friesland Bijlage 3: Interne ambtelijke werkgroep Waadhoeke Bijlage 4: Inventarisatie ketenpartners Bijlage 5: Beleidskaders Bijlage 6: Bodem in de omgevingswet Bijlage 7: Inventarisatie opgaven bodem en ondergrond Waadhoeke Bijlage 8: Samenvatting publiekssessie bodemvisie Bijlage 9: Resultaten enquête bodem en ondergrond Waadhoeke C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
1
Inleiding
1.1
Achtergrond
Waadhoeke kent een uniek zeekleilandschap met hoge natuurwaarden en landbouwgronden die tot de beste van de wereld behoren. De waardering voor de bodem wordt duidelijk tijdens de publiekssessie rondom de voorliggende visie. Als gevraagd wordt waar men aan denkt bij ‘bodem en ondergrond’ is het antwoord: ”de bodem maakt wie we zijn, we komen namelijk van de klei”.
BODEMVISIE
Voor de mensen van Waadhoeke is de bodem geen ‘ver van m’n bed show’. De bodem geeft vorm aan het landschap, bewaard de rijke historie van het gebied. De ondergrond van Waadhoeke is de voedingsbodem van de agrarische sector en een bron voor gas en zout. De bodem maakt wie we zijn en Waadhoekers maken de bodem. Het klimaat verandert, de landbouw verandert, veranderingen gaan sneller dan ooit. De bodem is onze toekomst. Als we dit willen behouden moeten we de bodem koesteren.
Figuur 1.1: Het thema bodem en daaraan gerelateerde onderwerpen staan volop in de belangstelling gezien de vele berichtgevingen in de plaatselijke en regionale kranten
Het beschermen, beheren, benutten en verbeteren van de bodem en ondergrond vraagt om keuzes waarin rekening wordt gehouden met de verschillende belangen (zie figuur 1.2), waarbij gebruik gemaakt wordt van de veerkracht van de natuurlijk aanwezige systemen en kwaliteiten van de bodem.
Figuur 1.2: De verschillende gebruiksmogelijkheden van de ondergrond (Structuurvisie ondergrond, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, juni 2018, bron: TNO).
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 1 VAN 31
Om dit te realiseren geeft de gemeente in haar bodemvisie aan op welke wijze ze vorm wil geven aan een gezonde, veilige en schone bodem die duurzaam gebruikt wordt en een bijdrage levert aan de maatschappelijke opgaves. De visie zal er toe bijdragen dat het onderwerp bodem en ondergrond volwaardig en optimaal in de omgevingsvisie wordt opgenomen. Tegelijkertijd moet de visie er toe bijdragen dat de interne en externe informatievoorziening, dienstverlening en samenwerking rondom het thema bodem wordt verbeterd.
1.2
Doelstelling en ambities
De visie bodem en ondergrond vloeit voort uit het coalitieakkoord 2018 - 2022 van Waadhoeke. Daarin staat de volgende opgave vermeld: De gemeente Waadhoeke wil een integrale visie op het bodembeheer ontwikkelen met daarbij specifiek aandacht voor actuele thema’s op het gebied van benutten van bodemenergie, verzilting van grond en grondwater, grondwatervoorraad en het tegengaan van mijnbouwactiviteiten op land.
BODEMVISIE
Ontwikkelperspectief Waadhoeke heeft de ambitie om zich op duurzame wijze te ontwikkelen en wil voorzien in de behoeften van de huidige generatie, zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheid in gevaar te brengen om in hun behoeften te kunnen voorzien. In “Wij zijn Waadhoeke! gemeentelijke ontwikkelperspectief 2018 – 2028” beschrijft de gemeente haar ambities in vier ontwikkellijnen: ‘In positie en krachtig in de regio”, “Beleven - Genieten tussen wad en stad”, “Fijn leven – vitale en veerkrachtige dorpen en wijken!” en “Ons landschap – Duurzame oogst voor de toekomst”. In “Ons Landschap -Duurzame oogst voor de toekomst” beschrijft de gemeente de positie van de bodem in relatie tot het unieke landschap en het belang van de landbouw voor de voedselproductie. Bodembeheer Waadhoeke heeft een goede bodemkwaliteit. De bodem is vruchtbaar en is, zeker ten opzichte van andere gebieden in Nederland schoon. Toch staat de kwaliteit ook in Waadhoeke onder druk. Een steeds intensievere landbouw kan leiden tot aantasting van de fysische eigenschappen van de bodem en een afname van de biodiversiteit. Bestrijdingsmiddelen, medicijnen en chemische stoffen vormen nog steeds een bedreiging voor de chemische kwaliteit. Tegelijkertijd kan een goede bodemkwaliteit de effecten van de klimaatverandering voor een deel opvangen.
De gemeente wil daarom haar bodem en ondergrond duurzaam en zorgvuldig beheren door het stimuleren en faciliteren van een duurzame, integrale benadering van de bodem. In het coalitieakkoord 2018 – 2022 wordt een integrale visie op bodembeheer benoemd als aanzet tot het duurzaam handelen. De visie moet bijdragen aan het wegnemen van knelpunten, aan efficiënter werken en aan het benutten van concrete kansen voor gebruik van de bodem in relatie tot actuele maatschappelijke opgaven. Bodemvisie en Omgevingsvisie De gemeentelijk bodemvisie beschrijft de belangrijkste thema’s, doelen, opgaven en ambities rond bodem en ondergrond en vormt een basis voor zorgvuldig beheer van de bodem in Waadhoeke. De bodemvisie moet er toe bijdragen dat bodem en ondergrond effectief verbonden worden met de andere relevante omgevingsthema’s waardoor er in een vroegtijdig stadium mogelijk strijdige of juist gekoppelde ontwikkelingen in relatie met de bodem en ondergrond met elkaar in verband worden gebracht. De bodemvisie vormt daarmee input voor de nog op te stellen Omgevingsvisie waarin de gemeente een integrale langetermijnvisie over de noodzakelijke en de gewenste ontwikkelingen van de fysieke leefomgeving op haar grondgebied zal schetsen. C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 2 VAN 31
1.3
Proces
In de startnotitie ‘Op weg naar een bodemvisie’ (16 april 2020) heeft de gemeente de achtergrond, het doel en de kaders van de bodemvisie beschreven. Daarnaast wordt specifiek aandacht besteed aan de procesaanpak. Het doel is immers een voor iedereen toegankelijke, breed gedragen en inspirerende visie.
BODEMVISIE
Figuur 1.3: Procesmatige aanpak bodemvisie
Bij het opstellen van de visie op de bodem en ondergrond is de ambtelijke projectgroep ondersteund door TTE Consultants. Het proces is gestart met een uitgebreide analyse van de situatie van, en de ontwikkelingen rondom, de ondergrond van Waadhoeke. Vervolgens is een interactief proces gestart met de ‘ketenpartners’ (provincie, buurgemeenten, belangengroepen, terrein- en netwerkbeheerders) en burgers en bedrijven van Waadhoeke. Met interviews, een publiekssessie op 2 februari 2021 en een enquête in februari 2021 is onderzocht wat men belangrijk vindt in de ondergrond en wat niet. Wat wil men, wat wil men echt niet, en waarom? Duidelijk is geworden dat Waadhoekers de ondergrond belangrijk vinden. Totaal hebben ruim 120 mensen (83 enquêtes en 42 publiekssessie) meegedaan aan de geboden mogelijkheid om mee te praten over het onderwerp. Alle meningen, gegevens, ontwikkelingen en (wettelijke) eisen en wensen zijn vervolgens vertaald naar de voorliggende visie. Een naar we hopen toegankelijk verhaal over wat Waadhoeke nu en in de toekomst wil met de bodem en ondergrond. Niet iedereen zal het overal mee eens zijn. Maar we zijn er van overtuigd dat de burgers en bedrijven van Waadhoeke elkaar op het gebied van de ondergrond weten te vinden. Want als er één ding duidelijk is geworden in de afgelopen periode, is het wel dat Waadhoekers de ondergrond belangrijk vinden!
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
Figuur 1.4: Reacties bij de publiekssessie op de vraag ‘Wat is voor u het meest belangrijk?’
PAGINA 3 VAN 31
2
Gebiedskarakteristieken van de bodem en ondergrond
2.1
Uitleg begrippen bodem en ondergrond
De begrippen bodem en ondergrond worden vaak door elkaar gebruikt, in deze visie worden ze naast elkaar gebruikt. Daarbij gaat het bij bodem om de bovenste meters van de aardkorst, waarin zich bodemvormende processen afspelen. Ondergrond heeft betrekking op alles wat zich tot op grotere diepte beneden maaiveld bevindt. Waar nodig wordt onderscheid gemaakt tussen de ondiepe en de diepe ondergrond.
BODEMVISIE
De Omgevingswet benoemt bodem als een onderdeel van de fysieke leefomgeving, waarbij het begrip bodem als volgt gedefinieerd: “vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen”. De vloeibare delen van de bodem zijn het water en de zich daarin bevindende stoffen. In de zone waarin bodem door water is verzadigd, wordt gesproken van grondwater. Grondwater maakt dus ook onderdeel uit van de bodem. In de bodemkunde wordt ‘bodem’ gespecificeerd tot die laag van de aardkorst die door planten wordt beworteld of waarin zich bodemvormende processen afspelen.
Figuur 2.1: Zeekleibodem (bron: www.geologievannederland.nl, illustratie: ISRIC World Soil Information/Naturalis)
In deze visie hanteren wij, mede op basis van het intensieve gebruik van de bovenste meters van de bodem, het begrip ‘bovengrond’ voor de eerste 5 meter beneden maaiveld (m -mv). Alles dat zich dieper dan 5 meter onder maaiveld (m-mv) bevindt wordt dan ‘ondergrond’. Op grond van de wettelijke bevoegdheden wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen de ‘ondiepe ondergrond’ (tot 500 m-mv) en de ‘diepe ondergrond’ (vanaf 500 m-mv). Tot 500 meter liggen de wettelijke bevoegdheden bij de decentrale overheden en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), daaronder vallen deze in het kader van de mijnbouwwet onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Klimaat (BZK). In de navolgende paragrafen worden aan de hand van deze indeling de gebiedskarakteristieken beschreven.
2.2
De bovengrond (0 – 5 meter diepte)
Landschap De gemeente Waadhoeke is gelegen in het noordelijke zeekleigebied aan de kust van de Waddenzee. Onder invloed van de zee en eeuwenlang gebruik, bewoning en de daaraan gerelateerde strijd tegen het water is een uniek landschap ontstaan. Dit is terug te vinden in de geologische ondiepe opbouw van de bovenste bodemlaag (voor een uitgebreide omschrijving van de geologie zie bijlage 2). Binnen het gemeentelijke grondgebied zijn verschillende landschapstypen te onderscheiden, namelijk: jonge en oude zeekleipolders, kwelders (buitendijkse gronden), kwelderwallen, kweldervlakten, dijklichamen (slaperdijken) en terpenlandschap.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 4 VAN 31
BODEMVISIE
Figuur 2.2: Geomofologie (ontstaansgeschiedenis van het landschap), de voormalige Middelzee (nu deels ingepolderd als het Bildt) is nog steeds herkenbaar in het landschap. Het Bildt is een van de oudste Nederlandse polders.
Figuur 2.3: Hoogtekaart met terpen en dijken
Het landschap draagt de sporen van eeuwenlange strijd tegen het water. De kenmerkende hoge kwelderruggen die van noordoost naar zuidwest lopen met terpen en kruinige (karakteristieke, bolle) percelen zijn anno 2021 belangrijke cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Het behouden en versterken daarvan vormt een belangrijk uitgangspunt bij de ontwikkelingen (en herverkavelingen) van het gebied. De terpen hebben hun functie verloren met het tot stand komen van robuuste zeedijken. Tot halverwege de vorige eeuw werden de percelen bol (kruinig) gehouden om de waterafvoer van de kleigrond te borgen. Met het grootschaliger worden van de landbouw en met name de steeds grootschaliger ingrepen in de waterhuishouding / peilbeheer (bijvoorbeeld door het dempen van sloten) is deze directe relatie tussen reliëf en functie deels verloren gegaan.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 5 VAN 31
Landbouw Belangrijk kenmerk van het gebied is de zichtbaar aanwezige landbouwfunctie. De grondsoorten in de toplaag van Waadhoeke hebben een goede bodemvruchtbaarheid, de agrarische sector is niet voor niets beeldbepalend voor de gemeente. In het zuidelijke en oostelijke gebied kenmerkt dit zich door grasland. Op de meest vruchtbare grond in het noorden is akkerbouw het belangrijkste gebruik. Het noordelijke akkerbouwgebied wordt gebruikt voor het telen van o.a. suikerbieten en graan en staat bekend om de uitstekende condities voor grootschalige pootaardappelteelt. De glastuinbouw is te vinden nabij Sexbierum, Oosterbierum en Berltsum. Van het totale grondgebied van Waadhoeke (inclusief de Waddenzee) heeft meer dan 70% van het areaal een landbouwfunctie.
BODEMVISIE Figuur 2.4: Agrarisch landgebruik in de gemeente Waadhoeke
Voor de steeds verder gaande schaalvergroting en intensivering in de landbouw wordt onder andere gebruik gemaakt van bestrijdingsmiddelen, (kunst)mest, hoog salderende gewassen, monoculturen, zware en grote machines en verlaging van de waterstanden. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de landbouwbodems, maar ook voor natuurbodems. De vitaliteit van de bodem neemt hierdoor af (bron: De bodem bereikt?!, Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, juni 2020). Biodiversiteit Een kwart van de biodiversiteit op aarde bevindt zich in de bodem, de samenhang tussen de biodiversiteit in de bodem wordt ook wel het voedselweb genoemd (zie figuur 2.5). De biodiversiteit is de afgelopen decennia afgenomen en loopt nog steeds verder terug. Menselijke activiteiten, onvoldoende ruimte en milieucondities in de leefgebieden van dieren en planten zijn de oorzaken van deze achteruitgang. Ondanks de toenemende aandacht voor biodiversiteit binnen de agrarische sector nemen bodemleven en bodemvruchtbaarheid ook in de landbouwgronden in Nederland gemiddeld genomen af doordat intensivering van de productie de bodem verschraalt.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 6 VAN 31
BODEMVISIE
Een lage biodiversiteit beperkt de vorming van bodemstructuur, de nutriëntenlevering en de waterhuishouding (een vitale bodem, met een hoog organisch stofgehalte, kan veel water vasthouden). Organische stof (humus) is belangrijk voor een gezonde bodem en dient als voedselbron voor bodemleven. Bodemleven als wormen, aaltjes, schimmels en bacteriën spelen een cruciale rol bij het omzetten van organische stof tot voedingsstof voor planten. Hoe meer variatie in het bodemleven, hoe beter de vruchtbaarheid van de bodem.
Figuur 2.5: Het bodemvoedselweb (Global Soil Biodiversity Atlas, 2015)
Archeologische en aardkundige waarden Overal in de gemeente hebben mensen in het (verre) verleden hun sporen in de ondergrond achtergelaten. Soms direct zichtbaar in het landschap (terpen), soms diep verborgen en nauwelijks herkenbaar. De gemeente wil dit ‘archief’ zorgvuldig beheren en beschermen. Niet alleen omdat dat in internationale wet- en regelgeving (Verdrag van Malta) is vastgelegd, maar ook omdat de ondergrond vertelt hoe de vroegere bewoners van Waadhoeke leefden en werkten. De Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) geeft de archeologische waarden in de gemeente weer. Vanaf de ijzertijd is de omgeving bewoond. Figuur 2.6 laat zien waar in de gemeente bij werken in en op de grond rekening moet worden gehouden met archeologische waarden uit de ijzertijd tot aan de middeleeuwen. Uit de periode daarvoor (de steentijd tot de bronstijd) zijn in Waadhoeke op een enkele uitzondering na geen archeologische waarden te verwachten.
Figuur 2.6: Archeologische waarden een aardkundig waardevolle gebieden
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 7 VAN 31
Chemische bodemkwaliteit Voor de kwaliteit van de grond zijn wettelijke achtergrondwaarden vastgesteld op basis van milieuhygiënische gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast. Grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde is duurzaam geschikt voor elk bodemgebruik en wordt aangeduid als schone of niet verontreinigde grond.
BODEMVISIE Figuur 2.7: Kwaliteit bovengrond in Waadhoeke
De bovengrond (tot 5 meter) in Waadhoeke is overwegend schoon en voldoet aan de landelijk vastgestelde achtergrondwaarden. Dit is voor diverse stoffen (standaard NEN-pakket voor grond: 8 zware metalen, Pcb’s, PAK (som), minerale olie, organische stof en lutum) vastgelegd in de bodemkwaliteitskaart. Deze kaart is in 2020 aangevuld voor de actuele situatie voor PFAS (poly- en perfluoralkyl-verbindingen, onder deze stofgroep vallen onder meer de meer bekende stoffen PFOS, PFOA en GenX). Door voormalige (bedrijf)activiteiten of bronnen is de chemische kwaliteit van de bodem op bepaalde plekken verontreinigd. Deze plekken zijn door middel van bodemonderzoek in beeld gebracht, vastgelegd in een bodeminformatiesysteem en via shared service toegankelijk. Waterbodem en baggerspecie Het landelijk geldende beleidskader van het Besluit Bodem Kwaliteit is gebaseerd op vier uitgangspunten: - De toe te passen grond of bagger moet geschikt zijn voor de functie die de bodem heeft én, - De toe te passen grond of bagger mag de milieu hygiënische kwaliteit van de ontvangende bodem niet verslechteren. - Voor tijdelijk opslag van baggerspecie gelden net als voor de tijdelijke opslag van grond, de voorwaarden van het besluit Bodemkwaliteit.
- Vanuit andere wet- en regelgeving (archeologie, Natuurbeschermingswet, Flora en faunawet, de Provinciale Milieuverordening, RO wetgeving enzovoort) kunnen voor het toepassen van grond aanvullende eisen en randvoorwaarden gesteld worden.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 8 VAN 31
Ook voor het op de kant verspreiden van baggerspecie is een landelijk beleidskader vastgesteld, maar hier kunnen gemeenten geen aanvullende regels stellen: - Baggerspecie mag over de aan de watergang grenzende percelen, tot aan de perceelsgrens, worden verspreid. - Er wordt niet getoetst aan de kwaliteit- of functie-klasse van de ontvangende bodem. - Het verspreiden van baggerspecie hoeft niet te worden gemeld. Bij de uitvoering van dit generieke beleid hanteren de gemeente Waadhoeke en haar buurgemeenten de uitleg van het verspreidingsbeleid zoals dat door SenterNovem is uitgewerkt in “Handvat implementatie Besluit bodemkwaliteit, reikwijdte verspreiding baggerspecie”.
BODEMVISIE
Omdat het besluit bodemkwaliteit geen normwaarden kent voor chloride geldt voor brakke en zoute baggerspecie het zorgplicht beginsel: de toepassing van baggerspecie mag niet leiden tot kwaliteitsvermindering van de onderliggende bodem of het aangrenzende oppervlaktewater indien daarop wordt gedraineerd. In de nota bodembeheer van 2018 hebben de 13 Friese gemeenten voor een aantal punten gebied specifiek beleid vastgesteld, waarbij één relevant is voor de gemeente Waadhoeke: -
Voor baggerspecie die wordt gebruikt voor het herstel, verbeteren of aanleggen van regionale waterkeringen vervalt de eis dat de te verspreiden baggerspecie uit de aangrenzende watergang afkomstig moet zijn. Indien baggerspecie van elders wordt toegepast moet dit gemeld worden bij het Wetterskip Fryslân.
Funderingen Funderingsproblematiek krijgt in Nederland steeds meer aandacht. Het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) heeft met een funderingsviewer (www.kcaf.nl/funderingsviewer) indicatieve aandachtsgebieden in beeld gebracht. Er is een verband tussen het type fundering en de bodemsamenstelling (in het verleden is in veen- en kleigebieden veelal gefundeerd op houten palen). Peilverlaging, bedoeld of onbedoeld is vooral van invloed op gebouwen waarbij gebruik gemaakt is van houten palen. Zodra er lucht bij de palen komt, bijvoorbeeld omdat het waterpeil structureel wordt verlaagd en het hout zich gedeeltelijk niet meer in water bevindt, gaat het hout rotten (zogenaamde paalrot). Daarmee verliest de paal uiteindelijk na bepaalde tijd zijn constructieve draagfunctie met bijbehorende gevolgen voor het gebouw. Waadhoeke komt bij de indicatieve beoordeling, met name op basis van het feit dat het gelegen is in een zeekleigebied, als aandachtsgebied naar voren. In kleigebieden, met een van nature redelijke draagkracht zoals in Waadhoeke, zien we vaak andere vormen van funderingsconstructies, zoals op staal of stroken of op een plaat. Alleen als de kleigrond plaatselijk minder draagkracht bezit of de benodigde draagkrachtige grond te diep zit werd in het verleden (in de periode van voor betonnen palen) ook gekozen voor houten palen.
Het verlagen van de grondwaterstand vormt een risico voor die gebouwen of objecten (zoals kades) die middels houten palen zijn gefundeerd, maar speelt naar verwachting een beperkte rol in Waadhoeke. C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
Figuur 2.8: Effect peilverlaging op funderingen (bron: Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF))
PAGINA 9 VAN 31
Kabels en leidingen Een belangrijk deel van de infrastructuur bevindt zich in de bodem: kabels en leidingen voor gas, water, elektra, communicatie en riolering. In stedelijk gebied wordt de openbare ruimte in de bovengrond steeds schaarser door een toename van het aantal kabels en leidingen. Energietransitie en klimaatadaptatie zorgen voor extra vraag naar ruimte in de ondergrond voor warmteleidingen, extra elektriciteitskabels, hogere rioleringscapaciteit en ondergrondse opslag van regenwater (zie figuur 2.9). Bij de aanleg daarvan vormen bestaande kabels en leidingen vaak een belemmering. Bij het ontwerpen van netwerken en het kiezen van tracés is het essentieel dat tijdig rekening wordt gehouden met bestaande kabels en leidingen. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met de aanwezigheid van bomen. Het wordt nog wel eens vergeten maar die hebben ook ruimte onder de grond nodig voor hun wortels (een simpele vuistregel: onder de grond is evenveel ruimte nodig als boven de grond voor de kruin van de boom).
BODEMVISIE Figuur 2.9: Drukte in de eerste meters beneden maaiveld
In Waadhoeke dient verder specifiek rekening gehouden te worden met een aantal hoofd gastransportleidingen. In verband met veiligheid is geen bebouwing toegestaan in een zone rondom deze leidingen en zijn graafwerkzaamheden aan voorschriften gebonden.
2.3
De ondiepe ondergrond (5 – 500 meter diepte)
De ondiepe ondergrond bestaat tot op grote diepte uit zand- en kleilagen, ook wel sedimentaire afzettingen genoemd (zie figuur 2.10). Dit bodemmateriaal bestaat uit losse deeltjes, waartussen zich water (grondwater) bevindt. Op grotere diepte gaan de losse sedimentaire afzettingen over in vast gesteente, waarin zich nauwelijks (beweegbaar) water bevindt. In de onderste sedimentaire afzettingen boven het vaste gesteente komen dikke kleipakketten voor waarin nauwelijks grondwaterstroming aanwezig is of kan plaatsvinden. Daarom wordt doorgaans de hydrologische basis, waarboven de kringloop van het grondwater plaatsvindt of kan plaatsvinden op een niveau boven deze kleilagen gelegd. Deze ligt in Waadhoeke op een diepte van ca. 400 m – NAP. De grondwatercondities boven de hydrologische basis worden in belangrijke mate bepaald door de geologische opbouw. Zand- en grindlagen zijn goed doorlatend en maken grondwaterstroming mogelijk. Zij worden ‘watervoerende pakketten’ genoemd. Kleilagen vormen ‘slecht doorlatende lagen’ en houden in meer of mindere mate de grondwaterstroming tegen. In bijlage 2 is een uitgebreide beschrijving van de geologisch opbouw en geohydrologie opgenomen.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 10 VAN 31
BODEMVISIE
Figuur 2.10: Schematische doorsnede ondiepe ondergrond en relatie met grondwater en verzilting
Het grondwatersysteem in de gemeente Waadhoeke wordt sterk beinvloed door het zoute kwelwater vanuit de zee. De kwel is het sterkst langs de Waddenkust. Door neerslagoverschot is op het zoute grondwater een zoetwaterlens ontstaan. Deze zoetwaterlens staat in het kustgebied door verschillende redenen (zeespiegelstijging, bodemdaling) 1 onder druk en er treedt een verschuiving op van zoet water dominantie naar een grotere invloed van zout water (verzilting). De bovenkant van het grondwater, de grondwaterstand, is bepalend voor hoe we het land gebruiken. Het zeekleigebied is vandaag de dag een belangrijk gebied voor landbouw. In het algemeen zijn de droogleggingen in het zeekleigebied relatief groot. Vanuit de Waddenzee stroomt jaarlijks onder de zeedijk een grote hoeveelheid grondwater naar het zeekleigebied. Een deel van dit zoute grondwater stroomt door verder landinwaarts. In figuur 2.11 zijn de belangrijkste thema’s in de ondiepe ondergrond weergegeven.
1 De Waddenacademie geeft aan dat de stijging van de zeespiegel in Nederland de laatste 100 jaar
gemiddeld ca 2 mm / jaar bedraagt (met een relatief snelle toename het laatste decennium). De gemiddelde bodemdaling aan de Nederlandse kust bedraagt 0,45 mm / jaar. Bron: An assessment of present day and future sea level rise at the Dutch coast (Waddenacademie 2020) C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 11 VAN 31
BODEMVISIE
Figuur 2.11: Thema’s in de ondiepe ondergrond: verzilting, potentie voor warmte-koude opslag en grondwateronttrekkingen
Verzilting noordelijk kustgebied In het zeekleigebied komt het zoute grondwater als zoute kwel naar boven. Een groot deel van het zoute kwelwater stroomt naar de drainage en de sloten in het gebied. Daardoor is in grote delen van de noordelijke kleipolders het oppervlaktewater te zout voor bijvoorbeeld beregening. Voor de beregening van de landbouwgewassen is dan ook aanvoer van zoet oppervlaktewater nodig. Daarom voert het waterschap zoet water vanuit de Friese boezem naar het gebied, om de sloten door te spoelen. Om doorspoeling mogelijk te maken zijn speciale voorzieningen aanwezig zoals inlaten en stuwen. De stijging van de zeespiegel, in combinatie met autonome bodemdaling, veroorzaakt een toename van de zoute kwel in dit gebied. Dit wordt versterkt door de bodemdaling door gas- en zoutwinning in het kleigebied. De toestroming van zout grondwater onder de zeedijk door neemt de komende tientallen jaren toe. Door toename van de zoute kwel en grotere verdamping in de zomer wordt de zoetwaterlens in het bovenste deel van de bodem steeds dunner en neemt het chloridegehalte in het oppervlaktewater toe. Dit noemen we verzilting. Bodemdaling als gevolg van zout -of gaswinning kan effect hebben op de ligging van de zoet-zout grens in het grondwater.
Er is echter geen één op één relatie tussen de daling van met maaiveld en de stijging van het zoute grondwater ten opzichte van het maaiveld. Middels peilbeheer probeert het Wetterskip de effecten zo veel mogelijk te beperken. Grondwateronttrekkingen Vaak wordt de winning van drinkwater als belangrijkste functie van de ondergrond beschouwd. Met name vanwege het hoge zoutgehalte in de ondergrond wordt er in de gemeente geen drinkwater gewonnen, er zijn daarom ook geen grondwaterbeschermingsgebieden aanwezig. In het kassengebied bij Berltsum wordt vanuit het tweede watervoerend pakket water opgepompt, via een installatie (omgekeerde osmose) wordt dit ontdaan van o.a. het zout. Ongeveer 40% van het water gaat naar de kassen, het overige en dus zoutere water wordt teruggepompt in het derde watervoerende pakket. Op een aantal plaatsen wordt om een andere reden grondwater gewonnen, waarschijnlijk in het kader van bemalingen (figuur 2.11). C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 12 VAN 31
Warmte-koude opslag (WKO) Zoals de naam al aangeeft wordt bij Warmte Koude Opslag (WKO) energie in de bodem opgeslagen. In de zomer wordt het koude grondwater gebruikt voor koeling. De opgenomen warmte wordt elders (in de ‘warmtebron”) in de bodem teruggebracht. In de winter wordt het proces omgedraaid. Het opgewarmde grondwater wordt gebruikt om een gebouw te verwarmen en het daarbij afgekoelde water wordt in de ‘koudebron’ gepompt. Met een WKO installatie wordt zomerwarmte en winterkoude als het ware gerecycled. Een voorwaarde is dat de warmte- en koudevraag met elkaar in evenwicht zijn. De bodem mag netto niet opwarmen of afkoelen. Bij WKO kunnen in hoofdlijnen twee principes worden onderscheiden, zie figuur 2.12.
BODEMVISIE
Figuur 2.12: Principe van een gesloten bodemwarmtewisselaar (links) en een open WKO systeem (rechts)
Bij een open systeem wordt grondwater opgepompt, door het verwarmingssysteem gevoerd en in een andere bron weer geïnfiltreerd. Dit systeem is geschikt voor relatief grote objecten: gestapelde woningbouw, grotere utiliteitsgebouwen of collectieve blok- of wijkverwarming /-koeling. De belangrijkste voorwaarden is een goed doorlatend watervoerend pakket (zie figuur 2.11). Het systeem kent vaak een relatief omvangrijk ondergronds leidingwerk. Wanneer in de bebouwde omgeving meerdere systemen worden gerealiseerd, moet worden geborgd dat de verschillende warmte- en koudebronnen elkaar niet negatief beïnvloeden. Een gesloten systeem bestaat uit verticale bodemwarmtewisselaars waarin een vloeistof met een hoge warmtecapaciteit wordt rondgepompt. In tegenstelling tot een open systeem wordt er geen grondwater rondgepompt. De capaciteit van gesloten systemen is lager (vaak één warmtewisselaar per woning), maar het systeem is aanzienlijk eenvoudiger en niet afhankelijk van de bodemopbouw. In de meeste situaties wordt de warmte of koude uit de bodem middels een warmtepomp versterkt. Voor open bodemenergiesystemen is in de meeste gevallen een watervergunning nodig voor de onttrekking van grondwater. Voor gesloten systemen bij individuele woningen van particulieren kan volstaan worden met een melding in het kader van het Besluit lozen buiten inrichtingen.
Bedrijven dienen een melding in het kader van het Activiteitenbesluit te doen.
2.4
De diepe ondergrond (dieper dan 500 meter)
Op grotere diepte gaan de losse sedimentaire afzettingen over in vast gesteente, waarin zich nauwelijks (beweegbaar) water bevindt. In noordwest Nederland en daarmee in Friesland ligt het vaste gesteente relatief diep, terwijl in zuidoost Nederland het vaste gesteente nabij de oppervlakte ligt. De diepte van het vaste gesteente ligt in Friesland op meer dan 1.000 meter. In de diepe gesteentelagen zijn gas- en zoutlagen aanwezig (zie figuur 2.13) Ten gevolge van de zout- en gaswinning in Waadhoeke is bodemdaling opgetreden tot ca. 35 cm in het diepste punt. De daling van de bodem als gevolg van zoutwinning is meer lokaal dan die als gevolg van gaswinning, en daardoor lokaal vaak sterker. C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 13 VAN 31
Hoe dieper in de ondergrond hoe warmer het water. In de zandsteenlagen vanaf 3 km diepte bedraagt de temperatuur ca 120 graden Celsius. Deze diepe zandsteenlagen zijn daardoor geschikt om warmte door middel van geothermie te winnen en te gebruiken voor het verwarmen van gebouwen, woningen, kassen of industrie. In figuur 2.14 zijn de belangrijkste thema’s in de diepe ondergrond weergegeven.
BODEMVISIE Figuur 2.13: Schematische doorsnede diepe ondergrond en relatie met mijnbouw
Figuur 2.14: Thema’s in de diepe ondergrond: zoutwinning, gaswinning en potentie voor geothermie
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 14 VAN 31
Gaswinning In de nabije omgeving van Franeker bevinden zich in de ondergrond een tweetal nabij elkaar gelegen gasvelden. Veld Harlingen bevindt zich in de bodemlaag “Bovenkrijt” en veld Ried in de dunne (4 m) bodemlaag “Vlieland zandsteen”. De winning uit gasveld Harlingen ten westen van Franeker is gestart in 1988 en in 2008 beëindigd. Alleen uit het kleine gasveld Ried wordt nog steeds aardgas geproduceerd.
BODEMVISIE
Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) vervult twee rollen bij de gaswinning. SodM is adviseur van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Om aardgas te mogen winnen, heeft een mijnbouwbedrijf een aantal vergunningen nodig van EZK. SodM adviseert het ministerie over de veiligheidsaspecten van deze vergunningen. Daarnaast is SodM toezichthouder en controleert of mijnbouwondernemingen zich aan de wet- en regelgeving houden. Indien nodig kan SodM de naleving afdwingen. Bij het toezicht van SodM ligt de nadruk op de veiligheids- en milieuaspecten, zoals arbeidsomstandigheden, onderhoud en verwijderen van installaties, minimaliseren van uitstoot van schadelijke stoffen en minimaliseren van de kans op aardbevingen. Zoutwinning Onder invloed van verdamping van de zee ca. 200/300 miljoen jaar geleden bevindt zich in Waadhoeke in de thans diepe ondergrond op ca. 2,5 - 3 km diepte een haliet (NaCl) zoutlaag, dat enigszins taai stroperig is. Sinds 1996 wordt dit unieke zout op een aantal plekken gewonnen door middel van oplossingsmijnbouw uit de diepe ondergrond, nabij Sexbierum en ten zuiden van Tzummarum. Hier wordt zoet water ingebracht, waarin het zout oplost. Het zoute water (pekel) wordt opgepompt. Het water wordt verdampt en droog zout blijft over. Er blijft een holte achter gevuld met pekel in de ondergrond, de caverne.
Een dun laagje diesel op de pekel beschermt het dak van de zoutcaverne onder de grond. Vanwege de winning bevinden zich in het gebied 5 cilindrisch vormige ondergrondse cavernes. Het gebied rond de zoutwinning door Frisia kenmerkt zich door een zeer lage ligging ten opzichte van het zeeniveau van de Waddenzee. Het gebied is relatief gevoelig voor negatieve effecten door bodemdaling. De bodemdaling als gevolg van de zoutwinning is bovendien fors en komt relatief snel tot stand. De maximaal toegestane 35 centimeter bodemdaling is bijna bereikt. De winning van Frisia zal zich rond 2021 verplaatsen van het vasteland naar een nieuwe locatie onder de Waddenzee2. De nog actieve winputten en cavernes moeten daarna worden geabonneerd en op een veilige manier en verantwoorde manier worden achtergelaten.
2 De nu vergunde winning zal naar verwachting leiden tot een forse bodemdaling onder het Wad, en tot een
verwaarloosbare bodemdaling onder de stad Harlingen. Een continu monitoringsprogramma van de bodemdaling onder het Wad, frequente periodieke monitoring aan wal, en een meet- en regelprocedure met heldere afspraken moeten schade aan de Unesco erfgoederen van de Waddenzee en het historisch stadscentrum voorkomen (www.sodm.nl) C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 15 VAN 31
BODEMVISIE
Figuur 2.15: Schematische weergave stappen in het zoutwinningsproces (bron: Staat van de sector zout, SodM, 31 mei 2018)
Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) houdt toezicht op de veiligheid voor mens en milieu bij zoutwinning. Want aan zoutwinning zijn ook risico’s verbonden. Om zout te mogen winnen, moet het zoutbedrijf vergunningen aanvragen bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). SodM adviseert het ministerie over het verlenen van vergunningen. In 2018 heeft SodM in een aantal aanbevelingen gedaan aan de zoutindustrie en EZK in de Staat van de sector zout (SodM, 31 mei 2018). Geothermie Hoe dieper in de ondergrond hoe warmer het water. Gemiddeld stijgt de temperatuur met 30 graden Celsius per kilometer diepte, in de zandsteenlagen op 3 km diepte bedraagt de temperatuur ca 120 graden Celsius (zie figuur 2.16). In Noordwest Friesland zijn de diepe bodemlagen geschikt om deze warmte door middel van geothermie te winnen en te gebruiken voor het verwarmen van gebouwen, woningen, kassen of industrie. Anders dan bij WKO wordt bij geothermie daadwerkelijk energie geproduceerd. Afhankelijk van de diepte wordt water met een temperatuur van circa 70110 °C opgepompt.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 16 VAN 31
Technisch gezien wordt de potentie van geothermie bepaald door de doorlatendheid van het gesteente op die diepte. Vanwege de grote investeringen is vooral de warmtevraag relevant. Om de investeringen terug te kunnen verdienen geldt als vuistregel dat daarvoor het equivalent van ca 4.000 woningen nodig is. Om het warmteverlies in het warmtenet te beperken, mag de afstand tussen bron en gebouwen niet te groot zijn. Mede hierdoor wordt geothermie momenteel vooral toegepast in de glastuinbouwsector.
BODEMVISIE
Voor de aanleg van een geothermiesysteem is een gespecialiseerd boorbedrijf nodig dat onder verantwoordelijkheid van de geothermievergunninghouder twee putten moet boren: de productieput en de injectieput. Vanuit de productieput wordt het hete, maar ook zeer zoute water opgepompt. Via een warmtewisselaar wordt de warmte aan een warmtenet afgegeven. Het afgekoelde water wordt via de injectieput op 1,5 tot 2 kilometer afstand van de productieput in dezelfde aardlaag gebracht. Indien de doorlatendheid van het gesteente onvoldoende blijkt, wordt het gesteente (net als bij olie of gaswinning) vaak middels chemicaliën doorlatender gemaakt (‘gefrackt’).
Figuur 2.16: Het principe van geothermie (Expertise Centrum Warmte, bron: Platform Geothermie)
Wettelijk gezien valt geothermie onder de mijnbouwwet. Voor het opsporen en winnen van aardwarmte is een daartoe strekkende vergunning en ingestemd winningsplan nodig van de Minister van Economische Zaken en Klimaat (artikel 6 van de Mijnbouwwet ). Tevens is volgens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) een omgevingsvergunning nodig. Zoals uit figuur 2.14 blijkt, biedt de ondergrond van Waadhoeke, puur vanuit de techniek beredeneerd, goede kansen voor de toepassing van geothermie. De mogelijkheden zullen met name vanuit de afzetkans bepaald worden. Veiligheid bij gebruik van de diepe ondergrond De risico’s van de zout- en gaswinning zijn vooral gerelateerd aan het dalen van de bodem als gevolg van het onttrekken van materiaal uit die bodem. Over de risico’s van winning van aardwarmte op grotere dieptes is echter in Nederland nog relatief weinig bekend. Dit is mede bevestigd in een publicatie van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) in de publicatie van 2017 ‘Staat van de sector Geothermie’. Bovendien is er weinig bekend over de kwaliteit van de diep gelegen ondergrondse waterreservoirs. Bij een open systeem van geothermie wordt grondwater uit de diepe ondergrond onttrokken voor de afgifte van warmte en dat afgekoelde water wordt weer opnieuw geïnjecteerd.
Dit heeft gevolgen vanwege verandering van druk en beïnvloeding van de watertemperatuur (afkoeling) van het ondergrondse grondwaterreservoir ter plaatse van de winning. Stroming van het grondwater loopt van de injector naar de producer. In de tijd dat het grondwater van de injector naar de producer vloeit warmt het weer op door aardwarmte. Bovendien geldt over het algemeen dat er (meer) druk nodig is om water in de ondergrond geïnjecteerd te krijgen. Verhogen van de injectiedruk kan gevolgen hebben voor de ondergrond. Vooral omdat het water geïnjecteerd wordt met een temperatuur die lager is dan de omgeving, kunnen er in de ondergrond scheuren ontstaan. Deze scheurvorming kan gevolgen hebben, bijvoorbeeld als aanwezige breuken gereactiveerd worden of als afsluitende lagen doorbroken worden.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 17 VAN 31
3
Beleidskaders, opgaven en speerpunten
3.1
Beleidskaders en rol van de gemeente
Beleid voor bodem en ondergrond wordt op verschillende niveaus (Europees, nationaal, provinciaal en gemeentelijk) vastgesteld en uitgevoerd. Met de komst van de Omgevingswet krijgen gemeenten ook op bodemgebied een grotere rol. In bijlage 5 wordt in meer detail ingegaan op de beleidskaders.
BODEMVISIE
Europees De Europese Bodemstrategie schetst de belangrijkste bedreigingen voor de bodem (erosie, afname organische stofgehalte, verdichting, afname biodiversiteit, landverschuivingen en verzilting. De Europese Grondwaterrichtlijn gaat over voorkoming en bescherming van grondwaterverontreiniging. Deze Europese beleidskaders moeten vertaald worden in nationaal beleid gericht op het beschermen van de bodemfuncties, het voorkomen van de achteruitgang van bodems, het herstellen van verontreinigde bodems en het integreren van bodembescherming in andere beleidsvelden. Nationaal Het Nederlandse bodembeleid met betrekking tot landbodems is vastgelegd in de Wet bodembescherming (Wbb), waterbodems vallen onder de Waterwet. Grondwater is daarentegen een integraal onderdeel van de bodem. De zorgplicht (artikel 13) vormt de kern van het bodembeleid: men moet voorkomen dat de bodem aangetast wordt. Als er onverhoopt toch sprake is van aantasting moet deze zo snel mogelijk ongedaan worden gemaakt, en moeten de gevolgen zo veel mogelijk worden beperkt. De zorgplicht heeft dus niet alleen betrekking op het voorkomen van verontreinigingen, maar ook op het beïnvloeden van de bodemstructuur of de –kwaliteit, het uitvoeren van werken en handelingen die leiden tot erosie, verdichting of verzilting.
Met betrekking tot verontreinigingen is de zorgplicht gelimiteerd tot verontreinigingen die ná 1987 zijn ontstaan. Oudere verontreinigingen moeten conform de wet ‘functioneel’ worden benaderd: humane en ecologische risico’s worden weggenomen, de gewenste (boven- en ondergrondse) functies worden mogelijk gemaakt, verspreiding wordt zo veel mogelijk voorkomen en nazorg wordt zo veel mogelijk beperkt. Het bodembeleid heeft betrekking op de bovenste 500 meter van de ondergrond. Daaronder is de mijnbouwwet van toepassing. De minister van Economische Zaken en Klimaat is bevoegd gezag bij opsporings- en winningsvergunningen, gedeputeerde staten hebben adviesrecht. Gedeputeerde staten moeten het college van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap bij hun advies betrekken. Decentraal bodembeleid in de omgevingswet De provincie is verantwoordelijk voor regionale (gemeentegrens overschrijdende) ruimtelijke aspecten zoals beleid voor natuur- en stiltegebieden en de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de omgeving. De provincie is daarmee ook bevoegd gezag voor alle aspecten rondom grondwater in het kader van de kaderrichtlijn water, het beschermen van de kwaliteit van het water in grondwaterbeschermingsgebieden en het beheer van watersystemen en zwemwaterbeheer.
Daarnaast heeft de provincie de gebiedsgerichte coördinatie van de uitoefening van taken en bevoegdheden door gemeenten en waterschappen.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 18 VAN 31
Met de komst de Omgevingswet (Ow) worden gemeenten als bevoegd gezag bodem de primaire beheerder van de chemische, ecologische, energetische en fysische bodemkwaliteiten. Gemeenten krijgen, binnen grenswaarden, ruimte om zelf keuzes voor hun bodemkwaliteit te maken. Met de komst van de Omgevingswet wordt ook de zorgplicht aangepast en specifiek aan activiteiten gekoppeld.
BODEMVISIE
Figuur 3.1: Beleidskaders en wetgeving met rolverdeling
Verandering bij invoering omgevingswet: Gemeenten worden bevoegd gezag bodem Gemeenten krijgen bij het opstellen van omgevingsplannen te maken met de kaders van het wettelijk stelsel, binnen de juridische kaders en grenzen zoals opgenomen in de vier AMvB’s (Algemene maatregelen van bestuur) van de omgevingswet. Binnen deze kaders en grenzen hebben de gemeenten bij hun omgevingsplan niettemin nog zeer veel keuzevrijheid. Ten eerste beleidsmatige inhoudelijke keuzes: welke doelen heeft de gemeente voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving? Ten tweede keuzes qua aanpak, systematiek en structuur van het omgevingsplan. Elke gemeente dient op al deze punten eigen keuzes te maken. Voor een verdere toelichting zie bijlage 6.
3.2
Screening opgaven Waadhoeke
In de startnotitie voor de visie zijn de gebiedskenmerken van de bodem en ondergrond in Waadhoeke vastgesteld. Er is gekeken naar belangrijke ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op deze gebiedskenmerken. In de tabel in bijlage 7 zijn deze mogelijke invloeden vertaald naar opgaven voor de bodem en ondergrond in Waadhoeke. Door gerichte en samenhangende keuzes te maken in de tabel ontstaat een visie die leidt tot een gedragen duurzaam beheer van de bodem en ondergrond in Waadhoeke. Bij het maken van de keuzes zijn de belangrijkste interne actoren (zie bijlage 3 voor interne ambtelijke werkgroep) en externe actoren (zie bijlage 4 voor inventarisatie ketenpartners) in een aantal stappen bij het opstellen van de visie betrokken. Specifieke aandachtsvelden die naar voren komen voor Waadhoeke met betrekking tot de ondergrond zijn de benodigde energietransitie, veiligheid, de stijging van de zeespiegel, het behoud van de gewenste agrarische productie, toenemende verzilting als gevolg van de zeespiegelstijging en het behouden en versterken van de biologische diversiteit.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 19 VAN 31
3.3
Publiekssessie en enquête
Op 2 februari 2021 is door de gemeente een digitale publiekssessie georganiseerd over de bodemvisie. Een succesvolle interactieve avond, waarbij ruim 40 mensen aanwezig waren (zie bijlage 8 voor een verslag van de sessie). Gedurende de avond zijn er vragen en stellingen voorgelegd aan de deelnemers. In figuur 3.2 ziet u een greep uit de resultaten.
BODEMVISIE
Figuur 3.2: Reacties van de aanwezigen bij de publiekssessie op een 2-tal open vragen. Links: ‘waar denkt u aan bij ‘bodem en ondergrond’?’. En rechts: ‘welke thema(s) binnen landschap, bodem en ondergrond vind u het belangrijkst?’.
De publiekssessie bevestigde het belang dat de burgers van Waadhoeke hechten aan de ondergrond. Slechts een heel klein deel vond de ondergrond niet zo interessant. De meeste aanwezigen zien de bodem als de basis van ons bestaan: “De ondergrond maakt wie we zijn, we komen van de klei”. Een stelling die gelijk gebruikt is als motto voor de visie. Het schetst namelijk duidelijk de positie van de bodem in de gemeente Waadhoeke. Als door de oogharen naar de puntenwolken wordt gekeken blijkt niet alleen dat landbouw een cruciale rol speelt in Waadhoeke. Uit begrippen als ‘bodemleven’, biodiversiteit’, ‘rentmeesterschap’ en ‘vruchtbaarheid’ blijkt bovendien dat vrijwel iedereen, om diverse redenen, belang hecht aan een vitale, natuurlijke vruchtbare bodem. Verzilting wordt daarbij als dé bedreiging voor natuur en landbouw gezien. Aansluitend op de publiekssessie is er online een enquête geopend in de periode van 10 februari tot 1 maart. In het totaal hebben 83 personen de enquête ingevuld, 61 personen waren direct of indirect betrokken bij de land- en tuinbouw De resultaten zijn opgenomen in bijlage 9.
Figuur 3.3: Een aantal quotes uit de enquête
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 20 VAN 31
De enquête geeft net als de publiekssessie de waarde van de ondergrond goed weer. Maar ook de dilemma’s en uitdagingen komen in de antwoorden naar voren. Velen koesteren de ondergrond, anderen maken zich desondanks zorgen om de bodemkwaliteit op langere termijn. In algemene zin waardeert bijna iedereen het mooie open landschap en de (nog resterende) specifieke landschapselementen. In specifieke gevallen kunnen de belangen van de bodem en het landschap botsen met de economische belangen. Er zijn tegenstellingen, maar nog meer gezamenlijke belangen.
3.4
Basisprincipes en speerpunten
Om tot een gedragen visie op de ondergrond te komen verbindt Waadhoeke de (gewenste) bodemkwaliteiten binnen de gemeente met de (gewenste) gebruiksfuncties in het gebied. Daarbij is aangesloten bij de basisprincipes uit het landelijke beleid:
BODEMVISIE
1. Beschermen van de bodem (inclusief grondwater). Bij het beschermen ligt de focus op het behouden van de bestaande (goede) bodemkwaliteiten binnen het gebied. Aan het beschermen wordt invulling gegeven door middel van (deels bestaande) beheermaatregelen met bijbehorende wet- en regelgeving. 2. Benutten van de ondergrond voor het gewenste gebruik en benutten van kansen. Voor het benutten wordt uitgegaan van het op verantwoorde wijze gebruiken van de ondergrond op basis van de aanwezige potenties. Met het begrip verantwoord geeft de gemeente aan dat bij het gebruiken van de ondergrond nadrukkelijk rekening moet worden gehouden met de effecten op langere termijn. Ook toekomstige generaties moeten de ondergrond van Waadhoeke kunnen benutten. Dit vertaalt zich ook bij benutten in het streven naar het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en het bevorderen van een duurzaam gebruik van de ondergrond. 3. Verbeteren van de bodemkwaliteiten. Het verbeteren is gericht op het verbeteren van de intrinsieke bodemkwaliteiten binnen de gemeente. Het gaat hierbij om overwegend lange termijn doelen. De verbetering kan deels worden gerealiseerd door het verantwoord benutten van de ondergrond.
Op basis van de geïdentificeerde opgaven (paragraaf 3.2), de resultaten van de publiekssessie en enquête zijn deze basisprincipes verder uitgewerkt in 11 speerpunten voor de bodem en ondergrond van Waadhoeke. Beschermen/beheren 1. Bewust omgaan met zoet grondwater 2. Schone bodem schoon houden, inzetten op circulaire economie 3. Beschermen en beheren archeologische en aardkundige waarden 4. Ondergrondse infrastructuur volwaardig meenemen in planproces Benutten 5. Vitale bodem afgestemd op het gebruik 6. Binnen de mogelijkheden van de gemeente voorkomen van winning gas en zout op land, kritisch ten aanzien van hergebruik velden voor opslag 7. Geothermie: faciliteren van een veilige en verantwoorde toepassing 8. Stimuleren duurzame toepassing WKO-systemen Verbeteren 9. Onderzoek verzilting noordelijk kustgebied, vergroten bewustwording 10. Verbeteren biodiversiteit 11. Ontwikkelen kennis en voorlichtingsloket voor bodem- en ondergrondvraagstukken Deze speerpunten worden in hoofdstuk 4 verder uitgewerkt. C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 21 VAN 31
4
Bodemvisie in 11 speerpunten
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de 11 speerpunten voor de bodem en ondergrond van Waadhoeke. Daarbij wordt de hoofdindeling volgens de basisprincipes “Beschermen/beheren”, “Benutten” en “Verbeteren” gevolgd. Binnen deze speerpunten zijn waar mogelijk specifieke aandachtspunten en uitdagingen geformuleerd. In algemene zin wordt gesteld dat vrijwel alle acties en keuzes in het ruimtelijk domein integraal benaderd moeten worden. De gemeente Waadhoeke zet zich in voor een transparante en zorgvuldige afweging van de verschillende belangen en ambities. Daarbij zal nadrukkelijk rekening gehouden worden met eventuele negatieve aspecten van de te maken keuzes. De bodemvisie beschrijft daarbij de positie van één, voor Waadhoeke belangrijk, aspect: de ondergrond.
BODEMVISIE
4.1
Beschermen/beheren
1 Bewust omgaan met zoet grondwater Het klimaat verandert. De gemiddelde temperatuur stijgt en langdurige droogte, hitteperiodes en hevige acute clusterbuien zullen steeds vaker voorkomen. Klimaatverandering is van grote invloed op (het gebruik van) de bodem. Veranderingen in de waterhuishouding (verdroging / vernatting, lagere grondwaterstanden) beïnvloeden de gewasteelt. In combinatie met de zeespiegelstijging en bodemdaling leidt dit tot een afname van de zoetwatervoorraad en een sterkere verzilting. Zuinig omgaan met, en waar mogelijk aanvullen van de zoetwatervoorraad is van belang. Grondwateronttrekkingen worden daarom zo veel mogelijk beperkt: alleen indien aantoonbaar noodzakelijk. De gemeente gaat zich inzetten voor: • Het samen met de ketenpartners formuleren van ambities en in het verlengde daarvan gezamenlijk opstellen van beleid gericht op het vasthouden en aanvullen van de zoetwatervoorraad, bijvoorbeeld door aanpassingen in het peilbeheer. • Het maken van afspraken met provincie en het waterschap ten aanzien van het verstrekken van onttrekkingsvergunningen en onttrekkingen waarvoor alleen een melding benodigd is. Elkaar wederzijds informeren en waar mogelijk randvoorwaarden stellen ten aanzien van het gebruik van zoet grondwater.
• Het stellen van randvoorwaarden om vermenging van zoet- en zout grondwater te voorkomen en het omhoogtrekken (als gevolg van drainage en peilbeheer) van zout water te voorkomen. • Het onderzoeken van de stimuleringsmogelijkheden om verdichting van de bovengrond tegen te gaan, waardoor meer regenwater kan infiltreren. • Het faciliteren van onderzoek naar de noodzaak van grote waterbuffers om de effecten van klimaatverandering te pareren. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijke combinatie met andere (recreatieve) functies. Bij de integrale afwegingen rond peilbeheer moeten verschillende doelstellingen worden afgewogen. Uiteraard worden daarbij ook de eventuele (negatieve) effecten van die maatregelen onderzocht en in de besluitvorming meegenomen. De gemeente zet zich in de bewustwording rond de risico’s van verzilting te vergroten en wil hier ook een kennis ondersteunende rol vervullen (zie speerpunt 11).
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 22 VAN 31
Hoewel de agrariërs zelf op dit punt zeer deskundig zijn zal de gemeente hen waar mogelijk ondersteunen in een (toekomstige) zoektocht naar mogelijkheden om de effecten van de verzilting tegen te gaan, zoals b.v. de teelt van zilte groente en andere gewassen. Om verzilting en de gevolgen van verzilting tegen te gaan kunnen grondgebruikers ook zelf maatregelen nemen zoals: • Antiverziltingsdrainage3 om lokaal problemen met verzilting in de bodem te verminderen. • Met goed bodembeheer en (in mindere mate) met gewaskeuze en de ontwikkeling van gewasrassen kan ingespeeld worden op het risico van verzilting. • Afzien van ingrepen in perceelsloten en drainage waarmee verzilting versterkt wordt.
BODEMVISIE
Figuur 4.1: Verdichting bovengrond leidt tot slechtere infiltratie van regenwater (bron: SIKB-handreiking Onderzoek bodemverdichting landelijk gebied (december 2018)
2 Schone bodem schoon houden, inzetten op circulaire economie De huidige kwaliteit is vrijwel overal (zeer) goed (voldoet aan achtergrondwaarde). Uitgangspunt is dan ook het voorzetten van het huidige beschermingsbeleid via bodembeheernota en grondverzet. Bij de implementatie omgevingswet wordt de gemeente bevoegd gezag bodem, dit betekent nieuwe taken en verantwoordelijkheden maar ook een kans om meer sturing te geven naar eigen inzicht (zie bijlage 6). Waadhoeke zet vanuit de kwaliteit van de ondergrond bezien in op een hoger ambitieniveau dan binnen de huidige (Wbb) wet- en regelgeving. Specifiek aandachtspunt is het verantwoord toepassen en hergebruiken van grondstromen en bouwstoffen op en in de bodem in het kader van circulariteit: hergebruik stimuleren maar herverontreiniging (‘vergrijzing”) voorkomen. De gemeente gaat zich inzetten voor: • Een goede voorbereiding op de bevoegd gezag taak bodem in het kader van de Omgevingswet. • Het vanuit die nieuwe rol nastreven van een hoger ambitieniveau ten aanzien van de bodemkwaliteit in brede zin (waar mogelijk de kwaliteit verder verbeteren). • Goed beheer van de bodemkwaliteit door middel van goede registratie en informatievoorziening. • Aandacht blijven behouden voor “opkomende stoffen” (zoals PFAS en microplastics) en op dit punt de regionale en landelijke ontwikkelingen volgen.
3 https://www.stowa.nl/deltafacts/zoetwatervoorziening/anti-verziltingsdrainage
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 23 VAN 31
•
Vaststellen, in kaart brengen en beoordelen van gebieden met verhoogde loodconcentraties in de bodem. Indien sprake is van ongewenst blootstelling, onderzoeken of het wenselijk is een “loodstrategie” te ontwikkelen (afhankelijk van de wijze en de mate van blootstelling).
3 Beschermen en beheren archeologische en aardkundige waarden De ondergrond van Waadhoeke bepaalt voor een groot deel de eigenheid en de kwaliteit van de leefomgeving van de gemeente. De gemeente wil dit karakter behouden en waar mogelijk versterken. Het motto van deze visie is niet voor niets “de bodem maakt wie we zijn, we komen namelijk van de klei”.
BODEMVISIE
De gemeente gaat zich inzetten voor: • Het voortzetten van het huidige beschermingsbeleid (conservering bodemschatten in situ), indien opgraven benodigd is voor een gewenste ontwikkeling worden voorwaarden gesteld aan onderzoek en conservering van de bodemschatten. • Het versterken van de relatie bodem en gebiedsidentiteit door het meer “zichtbaar maken” (bijvoorbeeld door bovengrondse infopanels) van archeologische en aardkundige waarden. Waar mogelijk wordt samenwerking gezocht met (lokale) archeologie en cultuurkringen. • Afstemming, binnen de gemeente, met de landschapsanalyse (en landschapsvisie) die op dit moment wordt opgesteld.
Figuur 4.2: Zichtbaar maken van archeologie (foto: Doede Machiela)
4 Ondergrondse infrastructuur volwaardig meenemen in planproces Het wordt, in het kader van de energietransitie, steeds drukker in de ondergrond met name in stedelijk gebied. Nieuwe ondergrondse infrastructuur dient vroegtijdig meegenomen worden in de planvorming.
De gemeente gaat zich inzetten voor: • Bewustwording, informeren en vroegtijdige aandacht in planvorming. • Aandacht voor grondwaterstandsverlagingen in met name stedelijk gebied in relatie tot kwetsbare funderingen. In beeld brengen van potentiële probleemgebieden (waar is op houten palen gefundeerd?).
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 24 VAN 31
Figuur 4.3: Het wordt druk in de openbare ruimte met kabels en leidingen (bron: drinkwaterplatform.nl)
4.2
Benutten
BODEMVISIE
5 Vitale bodem afgestemd op het gebruik Waadhoeke streeft naar een vitale bodem waarbij het gebruik en kwaliteit van de gebruiksfuncties en de bodem duurzaam met elkaar in evenwicht zijn. Daarbij wordt de kwaliteit bepaald door de combinatie van fysische, chemische en biologische condities van de bodem. Waadhoeke wil een gemeente zijn waar natuur, milieu en agrarische productie duurzaam met elkaar in evenwicht zijn. Dit om er voor te zorgen dat ook de komende generaties Waadhoekers in een mooie en gezonde omgeving een goede boterham kunnen verdienen met de ondergrond. De gemeente gaat zich inzetten voor: • Samen met vertegenwoordigers van de land- en tuinbouworganisaties, natuurorganisaties en terreinbeheerders vaststellen wat de eisen, wensen en randvoorwaarden zijn voor een vitale bodem. • Samen met deze partners een strategie uit te werken voor bodemgebruik met een vitale bodem. • Samen met deze partners zoeken naar nationale en provinciale ondersteuning bij het realiseren van de ambities. • Bij verandering in grondgebruik zet de gemeente zich in voor een zorgvuldig onderbouwde afweging in overleg met dorpsbelangen en omwonenden. Ambities en belangen m.b.t. klimaat, energie, natuur, economie etc. moeten integraal afgewogen worden.
6 Binnen de mogelijkheden van de gemeente voorkomen van winning gas en zout op land, kritisch ten aanzien van hergebruik velden voor opslag In de gemeente leidt zout- en gaswinning plaatselijk tot een significante daling van de bodem tot ca. 35 cm in het diepste punt en daarmee tot onomkeerbare schade aan de omgeving. Om deze reden is het winnen van gas of zout onwenselijk. Geabonneerde gasvelden of zoutcavernes kunnen in de toekomst mogelijk worden ingezet voor de opslag van (vloei)stoffen of gassen. De gemeente gaat alleen akkoord als de risico’s voor mens en milieu (op basis van door de gemeente onderschreven onderzoek) kunnen worden uitgesloten. De gemeente gaat zich inzetten voor: • De gemeente vindt gas- en zoutwinning op haar grondgebied onwenselijk.
C19044 BODEMVISIE WAADHOEKE_DEF 22-9-2021
PAGINA 25 VAN 31
•
• • •
Het samen met stakeholders, buurgemeenten en provincie maximale invloed verkrijgen op vergunningen en toewijzingen vanuit EZK / Mijnbouwwet met het doel de gas- en zoutwinning op land te voorkomen. Een goede monitoring van verdere bodemdaling en het op basis daarvan inschatten van toekomstige schade/problemen. Op basis van deze analyse zal in overleg met andere partijen onderzocht worden of mitigerende en/of beheersmaatregelen mogelijk zijn. Het op een veilige en verantwoorde manier achterlaten van geabonneerde putten, gasvelden en zoutcavernes. Een zeer uitgebreide risicoanalyse alvorens over te gaan tot eventueel toekomstig gebruik van geabonneerde gasvelden of zoutcavernes voor opslagdoeleinden. Om inwoners en bedrijven die schade ondervinden van de zout- of gaswinning te ondersteunen zal de gemeente, onder andere middels het voorlichtingsloket bodem- en ondergrondvraagstukken (speerpunt 11) actief bekendheid geven aan het bestaande schadeloket. De gemeente kan geen verantwoordelijkheid voor (het afhandelen van) de schade op zich nemen.