bijlage 1: bestemmingsplan ‘Spannum 13 woningen’.
Tekst van het document
4.7
Externe veiligheid
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.
Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico.
bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1
27
Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Toets Om te bepalen of er in de omgeving van het plangebied risicovolle inrichtingen, transportroutes voor gevaarlijke stoffen en/of buisleidingen aanwezig zijn. In figuur 4.3 staat een uitsnede van de Risicokaart Nederland weergegeven met de planlocatie in het zwart omcirkeld.
Figuur 4.3: uitsnede risicokaart Nederland (bron: Risicokaart.nl) Uit de inventarisatie blijkt dat in de wijde omgeving van het plangebied geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen, derhalve geldt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.
4.8
Water
Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Wetterskip Fryslân Wetterskip Fryslân heeft het Waterbeheerplan 2016-2021 opgesteld, waar de doelen voor de komende jaren, de strategische keuzen die gemaakt worden en de financiële consquenties in
bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1
28
zijn opgenomen. Tijdens de planperiode wil het waterschap richting gevan aan goed, efficiënt en betaalbaar waterbeheer, nu en in de toekomst. Belanrijke onderwerpen in het Waterbeheerplan zijn: 1. Waterveiligheid; 2. Voeldoende water; 3. Schoon water; 4. Water in de samenleving. Watertoetsproces Op 13 december 2021 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie Bijlage 3. Voor het plan is het volgen van de normale procedure met advies nodig. Waterkwantiteit In het wateradvies is aangegeven dat door ruimtelijke ontwikkelingen de hoeveelheid verhard oppervlak toeneemt met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in het wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater.
In het plangebied zijn in de toekomstige situatie 13 woningen met tuinen en bijbehorende infrastructuur beoogd. Het ontwerp van deze woningen/woonerven is nog niet gereed, maar door de toename van verhard oppervlak wordt eveneens ruimte voor waterberging aangelegd. Een overzicht van de nieuwe verharding en nieuwe oppervlakte voor waterberging is onderstaand weergegeven.
Figuur 4.4: overzicht toename verharding en nieuw oppervlakte waterberging (bron: Bureau Schmidt) Uit bovenstaand overzicht blijkt dat er in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor de berging van water in het gebied. Er is sprake van een overcapaciteit van circa 900 m2. Hiermee wordt in voldoende mate voorzien in voldoende ruimte voor hemelwater.
Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. In dit geval wordt afvalwater aangesloten op de bestaande riolering in Spannum. Het hemelwater wordt zoveel mogelijk geïnfiltreerd c.q. geborgen in de waterpartijen binnen het plangebied.
bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1
29
Watersysteemkwaliteit, klimaatbestendigheid en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Hier wordt in de uitvoeringsfase rekening mee gehouden. Daarnaast wordt door het Wetterskip Fryslân opgemerkt dat er bij het wijzigen van het waterpeil een peilbesluitprocedure nodig is en voor de uitvoer een watervergunning. Een belangrijk aandachtspunt hierin is de regionale kering met eventueel het opleggen van een afkoopsom door toename v.d. lengte. Klimaatbestendigheid Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van bouwkavels voor vrijstaande en halfvrijstaande woningen mogelijk. Omliggend aan de woonkavels wordt ruimte voor water aangebracht en centraal in het gebied loopt de ontsluitingsweg c.q. verharding. De hoeveelheid verharding is daarmee minimaal gehouden en de ruimte voor water en ruime kavels zorgt ervoor dat hitte eenvoudig kan worden kwijtgeraakt en het water goed (vertraagd) kan worden afgevoerd. De kavels betreffen ruim opgezette kavels, waarbij zowel aan de voorzijde van de kavels als achterzijde wordt gestimuleerd om de gronden groen in te richten.
Gelet op de grootte van de kavels wordt infiltratie en vertraagde afvoer van hemelwater als uitgangspunt genomen, waardoor water in droge perioden beter vastgehouden wordt en in natte perioden voldoende ruimte heeft. Rondom de kavels worden bij voorkeur natuurlijke erfafscheidingen gerealiseerd. Tevens blijven bestaande bomenstructuren in de omgeving behouden in de plannen. Het groen zorgt voor een verkoelende werking (door schaduw en verdamping) bij warm weer. De hiervoor genoemde uitgangspunten zijn benoemd in het ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1). Het plan geeft hiermee invulling aan een goede klimaatadaptatie. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. Er is geen sprake van beschermingszones in het plangebied.
4.9
Ecologie
Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing
bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1
30
4.9.1
Natuurwaardenonderzoek
Door Natuurbank Overijssel is een natuuwaardenonderzoek (kenmerk: 4040, versie 1.0, d.d. 2-2-2022) voor het plangebied uitgevoerd. Het rapport is bijgevoegd in Bijlage 4. Er zijn plannen voor uitbreiding van de woonkern Spannum. Het voornemen is 13 nieuwe woningen te bouwen aan de oostzijde van het dorp. De ontwikkellocatie bestaat uit agrarisch cultuurland. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 26 november 2021 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000, weidevogelgebied en het Natuurnetwerk Nederland. Wettelijke consequenties m.b.t.
gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied, maar ligt wel binnen de begrenzing van weidevogelgebied. Vanwege de toetsing buiten Natuurnetwerk Nederland is toetsing aan provinciale beleidsregels voor de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland niet aan de orde. Gelet op de aard van de voorgenomen activiteit en de afstand tussen plangebied en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied uitgesloten worden. Zekerheidshalve is daarom ook een AERIUS stikstofberekening voor het voornemen uitgevoerd, zie paragraaf 4.9.2 voor de bevindingen. De beleidsregels voor de bescherming van weidevogelgebied bieden mogelijkheden voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden, zoals vermeld in de provinciale ruimtelijke verordening. Dit is getoets in paragraaf 3.2.2, van waaruit blijkt dat er geen belemmeringen te verwachten zijn. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren.
Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rust- en voortplantingsplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Het perceel waar de woningen gebouwd zullen worden is van beperkte waarde voor beschermde dieren. Alleen veldmuizen en aardmuizen bezetten er mogelijk een vaste rust- en voortplantingsplaats. Wel kunnen bouwactiviteiten een verstorend effect hebben op bezette vogelnesten in open habitat (zoals open water) net buiten het plangebied. Voor de veld- en aardmuizen, welke mogelijk gedood worden als gevolg van grondverzet, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden’ en het beschadigen en ‘vernielen van de vaste rust- en voortplantingsplaats’. Mits bij de uitvoering van de voorgenomen activiteiten rekening wordt gehouden met bezette vogelnesten, hoeft uitvoering van de voorgenomen plannen niet te leiden tot overtreding van een verbodsbepaling. Mits geen bezet vogelnest verstoord wordt, hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden. Het aantasten van de functie van het plangebied als foerageergebied voor sommige beschermde dieren, leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming.
bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1
31
4.9.2
Stikstofdepositie
Het dorp Spannum wordt aan de zuidoostzijde uitgebreid met woningbouw. Er worden met het plan in totaal 13 woningen mogelijk gemaakt, bestaande uit vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen. In het voorliggende bestemmingsplan is er enige flexibiliteit aangehouden voor de nadere invulling van de nieuwbouw. Het plan voorziet in twee ontsluitingen. Eén van de ontsluitingen sluit aan op de Swachlumerleane langs het perceel van de Swachlumerleane 6. Voor de tweede ontsluiting wordt aangesloten op de Laekwerterwei. Naast de twee ontsluitingen voor autoverkeer wordt ten zuidwesten van de planlocatie een onverhard wandelpad aangelegd. Om die reden is het meest zuidwestelijke gedeelte van het plangebied meegenomen in dit bestemmingsplan. Als gevolg van de realisatie van de voorliggende ontwikkeling en het gebruik van de nieuwe woningen zal bij de verbranding van fossiele brandstoffen zowel stikstof als ammoniak worden uitgestoten, die kunnen neerslaan in kwetsbare natuur. Op voorhand zijn negatieve effecten voor het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied niet uit te sluiten. Derhalve is beoogd om de effecten van deze emissies op kwetsbare Natuur 2000 gebied te onderzoeken. In dit kader is een AERIUS berekening uitgevoerd. In de AERIUS berekening wordt uitgegaan van een doorlooptijd van maximaal 1 jaar en dat de toekomstige woningen niet op het gasnetwerk aangesloten zullen worden.
Bevindingen AERIUS calculator 2022 Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling komt er zowel NOx als NH3 vrij. Door uitvoering van de voorliggende AERIUS-berekening van de aanleg- en gebruiksfase is aangetoond dat dit in beide fases niet leidt tot een meetbare depositie van NOx of NH3 in Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor stikstof en ammoniak. De hoogste bijdrage bedraagt in zowel de aanlegfase als gebruiksfase nergens hoger dan 0,00 mol/ha/j. Geconcludeerd kan worden dat de voorliggende ontwikkeling niet leidt tot een verslechtering van de milieukwaliteit van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Zie Bijlage 5 voor de volledige rapportage en berekening. Gelet op het vorenstaande wordt een nader onderzoek derhalve niet noodzakelijk geacht. De AERIUS Calculator 2022 biedt voldoende inzicht in het effect van de voorgenomen activiteit op Natura-2000-gebieden voor het aspect stikstof en ammoniak. De uitkomsten van de berekeningen met de AERIUS Calculator 2022 zijn geldig en toepasbaar voor ruimtelijke plannen. De Wet natuurbescherming vormt voor het aspect stikstof en ammoniak geen belemmering voor de uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling.
4.10
Archeologie en Cultuurhistorie
Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.
Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie In het bestemmingsplan 'Dorpen Archeologie' zijn voor de gronden van het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 1' en 'Waarde – Archeologie 2' opgenomen. Voor de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 1' geldt dat bij bodemingrepen
bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1
32
met een oppervlakte van meer dan 50 m² en dieper dan 30 cm een archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Voor de gronden die voorzien zijn van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2' geldt dat bij bodemingrepen met een oppervlakte van 500 m² en dieper dan 30 cm een archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Toets Voor een groot deel van de planlocatie geldt dat er in 2006 reeds een archeologisch onderzoek uitgevoerd is (zie Bijlage 6). Uit dit onderzoek is gebleken dat het plangebied bestaat uit een bouwvoor op wadafzettingen. Archeologische indicatoren zijn niet aangetroffen. Aanwijzingen voor (grotere) archeologische nederzettingen ontbreken. Voor een deel aan de noordzijde van het plangebied is in aanvulling op het eerdere archeologisch onderzoek eveneens onderzoek verricht (RAAP-rapport 5938, zie Bijlage 7). Binnen het plangebied is woningbouwontwikkeling voorzien. Een groot deel van het hiervoor beoogde plangebied is in 2006 reeds archeologisch onderzocht (Jans, 2006). Het plangebied van het recente onderoek betreft het destijds nog niet onderzochte deel. De omvang van het onderzoeksgebied bedraagt circa 850 m2. De omvang en diepte van de geplande ingrepen is vooralsnog niet (exact) bekend. Uit de resultaten van het booronderzoek is gebleken dat de toplaag in het plangebied is verstoord tot een diepte variërend tussen 0,45 en 1,14 m -mv.
In boringen 3, 5, 6, 7 en 8, alle gelegen in de zuidelijke helft van het plangebied, zijn onder de verstoorde laag natuurlijke klei-afzettingen aangetroffen. In boringen 3, 5 en 7 bevindt zich onder de klei-afzettingen, op een diepte van respectievelijk 2,2, 2,0 en 1,9 m -mv (1,65, 1,6, 1,56 m -NAP) marien (wad)zand. In het noordelijk deel van het plangebied zijn veel kabels en leidingen aanwezig waardoor alle boringen in dit deel van het plangebied voortijdig gestaakt moesten worden en geen goed beeld van de bodemopbouw kon worden verkregen. Vanwege de aanwezigheid van de kabels en leidingen en de Swachlumerleane mag echter worden aangenomen dat de bodem ter plaatse tot op grotere diepte is verstoord en hier geen archeologisch relevante niveaus (meer) aanwezig zijn. In het overige deel van het plangebied zijn ook geen archeologische indicatoren in de vorm van vondsten en/of relevante (terp)lagen aangetroffen, waardoor de kans op behoudenswaardige archeologische resten binnen het plangebied klein wordt geacht. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt de kans klein geacht dat zich binnen het plangebied behoudenswaardige archeologische resten bevinden. Archeologisch vervolgonderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Geconcludeerd kan worden dat het aspect archeologie geen belemmeringen veroorzaakt voor de uitvoerbaarheid van het voorliggende plan.
Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Binnen het plangebied zijn geen gemeentelijke of rijksmonumenten aanwezig. Daarnaast maakt de planlocatie geen onderdeel uit van een beschermd stads- of dorpsgezicht. Ook andere cultuurhistorische elementen zijn niet aanwezig op de planlocatie. Geconcludeerd kan worden dat het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling van de 13 woningen op de planlocatie.
4.11
Verkeer en parkeren
Het plangebied wordt ontsloten via de Swachlumerleane en Laekwerterwei. De wegen binnen het plangebied worden uitgevoerd als 30 km/uur wegen. De toename van het aantal verkeersbewegingen zal verder met de bestaande verkeersstructuur rond het plangebied afgewikkeld worden. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Het parkeren vindt voornamelijk plaats op het eigen terrein, waar voldoende ruimte is om in parkeerplaatsen te voorzien. Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op
bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1
33
voor dit plan.
bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1
34
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Planopzet en systematiek
De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.
5.2
Toelichting op de regels
5.2.1
Opbouw
In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden.
Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de
bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1
35
bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan
geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro.
Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2
Bestemmingen
Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen
bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1
36
Agrarisch De bestemming 'Agrarisch' is opgenomen voor de agrarische cultuurgronden en grondgebonden agrarische bedrijven. Daarnaast zijn binnen deze bestemming onder andere wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en water toegestaan. Het bouwen van gebouwen en overkappingen is niet toegestaan. Er zijn enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Verkeer - Verblijf De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor woonstraten, fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. Gebouwen en overkappingen mogen niet gebouwd worden. Het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is wel toegestaan. Water Voor de waterlopen en bijbehorende gronden binnen het plangebied is de bestemming 'Water' opgenomen. De gronden met de bestemming 'Water' zijn daarnaast bestemd voor oevers, bermen en beplanting, wegen, paden en groenvoorzieningen. Gebouwen en overkappingen zijn niet toegestaan. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt een bouwhoogte van ten hoogste 3,00 m. Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor woonhuizen, al dan nit in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Tevens zijn wegen, woonstraten en paden, parkeervoorzieningen, water en tuinen, erven en terreinen toegestaan.
Hoofdgebouwen mogen uitsluitend als woonhuis worden gebouwd. De hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak als vrijstaande woningen of twee aaneengebouwde woningen gebouwd. Er zijn maximaal 13 woningen toegestaan. De maximale goot- en bouwhoogte is op de verbeelding aangeduid. Naast de hoofdgebouwen zijn bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan.
bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1
37
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeente Waadhoeke is, of wordt nog, eigenaar van de grond waarop het bouwplan van toepassing is. Het verhalen van kosten op anderen is niet nodig, waarmee het kostenverhaal anderszins verzekerd is. De gemeenteraad kan derhalve besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.
bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1
38
Hoofdstuk 7 7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Het bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg toegezonden aan de betrokken overlegpartners. Van provincie Fryslân en Brandweer Fryslân zijn schriftelijke reacties ontvangen. De provincie geeft aan geen bezwaren te hebben op de ontwikkeling, wel is aandacht gevraagd voor nader motivering van een aantal aspecten. Dit is verwerkt in onderhavige toelichting. De brandweer adviseert in het kader van de fysieke veiligheid en de brandweerzorg. In het advies worden geen aandachtspunten met betrekking tot de omgevingsveiligheid voorzien. Brandweer Fryslân heeft geen bezwaar tegen het initiatief.
Wel voorziet de brandweer in het plangebied een knel-/ aandachtspunt met betrekking tot de opkomsttijd en het bluswater. In overeenstemming met de punten vanuit het vooroverleg adviseert Brandweer Fryslân daarom om: Potentiële kopers te informeren over het knelpunt met betrekking tot de berekende opkomsttijd van 13 à 14 minuten (norm is 12 minuten), zodat de verwachtingen van de brandweer bij brand realistisch zijn; In het plangebied brandkranen te realiseren die voldoen aan de vereisten zoals die in het toetsingskader zijn benoemd; De brandweer te betrekken bij de uitwerking van de keuze met betrekking tot bluswater. De adviezen van de brandweer kunnen niet in het bestemmingsplan worden geborgd. Het plan biedt echter voldoende mogelijkheden om deze adviezen op te volgen. Bij de uitwerking van de plannen en in de gebruiksfase worden de adviezen meegenomen.
7.2
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van ......... voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn ......... zienswijzen binnengekomen.
bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1
39
bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1
40
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1
41
Bijlage 1
ruimtelijk kwaliteitsplan
bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1
42
Ruimtelijk kwaliteitsplan U I T B R E I D I N G W O O N W I J K S PA N N U M
Aanzicht plangebied vanaf oostzijde (bron: Cyclomedia)
Inhoudsopgave I N T R O D U C T I E 0 5 B E S TA A N D E S I T U AT I E 0 6 L A N D S C H A P S A N A LYS E - B E L E I D 0 8 H I S TO R I E 1 0 L A N D S C H A P S A N A LYS E - L A N D S C H A P 1 2 P L A N G E B I E D 1 6 I N PA S S I N G S M A AT R E G E L E N 1 8 B E E L D K WA L I T E I T 1 9
Spannum
4
Topografische kaart met het dorp Spannum omcirkeld (bron: pdok.nl)
UITBREIDING WOONWIJK SPANNUM
Introductie Het terpdorp Spannum is gelegen in de groene greidestreek in het buitengebied van de gemeente Waadhoeke. Er zijn
Ruimtelijk kwaliteitsplan
plannen voor uitbreiding van de woonkern Spannum. Ad Fontem Ruimtelijk Advies heeft het voorliggend ruimtelijk
De bestemmingsplanherziening kan onder meer worden
kwaliteitsplan opgesteld naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkeling. Het voornemen bestaat uit het
gerealiseerd op voorwaarde dat de voorgenomen ontwikkeling
toevoegen van 13 nieuwe woningen aan de zuidoostzijde van het dorp. Het bedoelde terrein is nog landbouwkundig
landschappelijk wordt ingepast. De landschappelijke
in gebruik.
inpassing en de beeldkwaliteit wordt uiteengezet door middel van onderhavig ruimtelijk kwaliteitsplan. Het beleid en de uitgangspunten relevante voor de landschappelijke inpassing en de beeldkwaliteit worden in beeld gebracht. Het relevante beleid voor de gehele ontwikkeling zal in het bestemmingsplan worden benoemd en getoetst. Er wordt een beschrijving gegeven van het plangebied in het omliggende landschap op basis van de landschapsinventarisatie. De bevindingen van de analyse van landschap en beleid vormen de basis voor de landschappelijke inpassing en de beeldkwaliteit.
Topografische kaart met het plangebied blauw omkaderd (bron: pdok.nl)
5
2
Bestaande situatie Het terpdorp Spannum ligt in de groene “greidestreek” aan de
Het plangebied is gelegen achter de lintbebouwing aan
Spannumer Feart, een boezemvaart die in verbinding staat
de Swachlumerleane en aan de Laekwerterwei, in het
met zowel de Boalserter Feart als de Frjentsjerter Feart.
zuidoostelijke gedeelte van het dorp Spannum. Ten westen van
Kenmerkend voor het dorp zijn de kerk met zijn laat-gotische
het plangebied is de burgermeesterswoning aanwezig en een
zadeldaktoren uit de 17e-eeuw, het authentieke schoolgebouw
eerdere uitbreiding. Het plangebied bestaat uit grasland waar
en het schoolmeestershuis. De Felsumerleane/Tsjerkebuorren/
Spannum mee omringd wordt.
Swachlumerleane vormt de belangrijkste structuurdrager van het dorp. De weg, met daaraan lintbebouwing, geeft het dorp een gerekt karakter.
Het stedenbouwkundige beeld wordt aan de westzijde van de Felsumerleane bepaald door eenzijdige bebouwing in een vrije dichte bebouwingswand in een duidelijke voorgevelrooilijn. Verder naar het oosten is ook de zuidzijde van de weg bebouwd met willekeurigere bebouwing qua plaatsing in het straatbeeld als de bebouwing aan de noordzijde. Dit beeld herhaalt zich in spiegelbeeld aan de oostzijde van het dorp (Swachlumerleane). Aan de zuidzijde van de doorgaande weg, de noordzijde van het plangebied, is bebouwing gerealiseerd in een strakke rooilijn. Daar waar een duidelijke structuur qua bebouwing ontbreekt, brengt juist het water langs de doorgaande weg structuur aan.
6
1
3
UITBREIDING WOONWIJK SPANNUM
3
1
2
Diverse foto’s van het plangebied met de locatie weergegeven op de luchtfoto (bron: Cyclomedia)
7
Landschapsanalyse - Beleid Grutsk op é Romte, provincie Fryslân 2014
omgeven zoals het reliëf, de verkaveling, de onzichtbare
Met de structuurvisie Grutsk op é Romte is in beeld gebracht
waarden in de grond, (structuur van de) nederzettingen in
welke landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten,
hun omgeving worden meegenomen in de landschappelijke
structuren en elementen van provinciaal belang zijn. Naast
inpassing van het geheel. De bevindingen van de
de Top 10 Gebiedsoverschrijdende landschappelijke en
landschapsinventarisatie en analyse geven de inpassing vorm
cultuurhistorische structuren van provinciaal belang zijn er
zodat er een samenhang bestaat tussen de ontwikkeling en
deelgebieden met kernkwaliteiten omstreven.
het landschap. De analyse geeft ook input voor het maken van de inschatting van de grootte van de dorpsuitbreiding
Er zijn meerdere top 10 belangen van toepassing op
dat een landschap kan bevatten, voordat de kenmerkende
onderhavige ruimtelijke opgave. De ‘verscheidenheid aan
karakteristiek van dat landschap wordt aangetast.
landschapstypen, overgangszones van het een naar het andere landschapstype en contrasten daartussen’
Deelgebieden en de kernkwaliteiten
is van belang voor de inrichting van het gebied waarbij
Het plangebied is onderdeel van het Kleigebied Westergo.
het plan ingepast wordt in het landschap en het terpdorp
Westergo, gelegen aan de westzijde van het Middelzeegebied,
herkenbaar blijft in het lanschap. De analyse van de abiotische
was een van de drie streken waarin de huidige provincie
eigenschappen en de ontstaansgeschiedenis dragen bij aan
Friesland in vroegere tijd werd ingedeeld. Het noordelijk
het verantwoorden van de ontwikkeling in het landschap.
deel van dit gebied wordt gekenmerkt door een stelsel van rugvormige kwelderwallen met daartussen langwerpige
De volgende punten ‘grootschalige openheid en weidsheid
laaggelegen kweldervlaktes. Deze zijn vooral gelegen in een
of leegte van de open landschaptypen’, ‘het totaal aan
reeks evenwijdig langs de kust, ontstaan vanaf ± 500 na Chr.
watersystemen’ en het advies deze openheid te bebehouden
tot 1100 na Chr. vanuit de steeds opschuivende Waddenzee
en het watersysteem beleefbaar te maken worden in acht
Blokvormige verkavelingen en min of meer rechte wegen
genomen. Verdere kenmerken van het plangebied en de
vormen de structuur. De dorpsplattegronden zijn hierop geënt.
8
UITBREIDING WOONWIJK SPANNUM
In het zuidelijke deel van Westergo ligt een uitgestrekt
- Plaatselijke radiaire verkaveling bij terpen, zeer oude
kleiterpengebied waar vele voormalige kreken, vaarten en
onregelmatige blokkenverkaveling
verspreid liggende terpdorpen het karakter van het landschap
- Beplanting is puntgewijs aanwezig bij terpdorpen en
bepalen. Toen de Middelzee achter de dijken bedwongen
boerderijerven, spaarzaam langs wegen.
was, is meer verspreide bewoning van losse boerderijen tot ontwikkeling gekomen. In dit kleiterpenlandschap komen onregelmatige blokvormige en mozaïekachtige verkavelingen voor met plaatselijk straalvormige verkavelingen rond terpen. De wegen zijn hier veelal kronkelig.
Kernkwaliteiten: - Zware kalkarme zeekleigronden (knipklei), aanwezigheid voormalige slenken - Middenschalig tot grootschalig open landschap, begrensde horizon(binnen ca. 3-5 km) - Structuren in de vorm van hoge terpen in open landschap - Verspreid liggende terpdorpen, kleine dorpen - Boerenerven aan de randen an terpdorpen of verspreid liggend, soms op huisterpen - Kronkelige wegen, willekeurig patroon en kerkepaden - Water is aanwezig in de vorm van vaarten, opvaarten en sterk slingerende voormalige slenken
9
Historie Spannum
water. Lange tijd leeft men hier in volstrekte symbiose met het
Het terpdorp Spannum is tijdens de vroege middeleeuwen
water. De eerste bewoners zijn vissers, jagers en verzamelaars.
ontstaan op de kruising van de Tsjerkebuorren met de Lange
Later, vanaf 500 voor Christus, vestigt men zich permanent op
Daam. Door het binnendringende water van de Middelzee,
de hogere kwelderwallen en oeverwallen. Om de woonstee tegen
waardoor er regelmatig overstromingen plaatsvonden, werd
hoog water te beschermen werpt men terpen op, maar voor het
het noodzakelijk het dorp te bouwen op een verhoging in
overige leeft men nog in open contact met het water. Men leeft
het landschap. Eeuwen geleden was het dorp alleen maar
aan het water, op het water en met het water. En óver dat water
over de vaarten of door het land bereikbaar. Pas eind 19e
dreef men handel met overzeese volkeren. Later gaat men zich
eeuw kwam er een verbindingsweg. Spannum heeft niet
verder tegen het water beschermen. De terp beschermde wel de
echt een uitdrukkelijke dorpskern. De bebouwing heeft zich
boerderij, maar niet het land en het vee in het land. Vanaf circa
vanaf het einde van de 19e eeuw als lintbebouwing langs de
900 na Christus legt men dijken aan om ook het land tegen het
Felsumerleane en de Tsjerkebuorren geconcentreerd. In de
water te beschermen. Met de bouw van de dijken sloot men zich
jaren ‘80 is het dorp in zuidoostelijke richting uitgebreid. Voor
van het water af en keerde men geleidelijk het water de rug toe.
de ontsluiting van deze woningen zijn de Waling Dijkstrastrjitte
Maar nog altijd tekenen het water én de omgang met dat water
en de Wyniastrjitte aangelegd.
het landschap van Waadhoeke. Waadhoeke is een door slenken, vaarten, ‘mearen’, sloten en greppels doorregen landschap.
Waadhoeke
Het water vormt de nervatuur van het landschap, het brengt
In de geschiedenis van Waadhoeke is de omgang met het
letterlijk tekening in het landschap. De terpen en de dijken, de
water ‘de blauwe draad’. Het verhaal van Waadhoeke gaat
dijkcoupures met schotbalken, de zijlen, sluisjes en resterende
over meer dan dertig eeuwen ‘leven met water’. Waadhoeke
molens verhalen over 3000 jaar ‘leven met water’
is gevormd vanuit een intergetijdengebied, een door slenken en stroomgeulen dooraderd kwelderland. Grote delen van Waadhoeke waren ‘schemergebied’, dan eens land, dan eens
10
UITBREIDING WOONWIJK SPANNUM
1820
1850
1900
1950
1980
2000 11
Landschapsanalyse - Landschap De diepe ondergrond van het landschap van Waadhoeke
Toen de oudste kwelderplaten eenmaal zo hoog waren
periode van conomische bloei. Die rijkdom maakt de streek ook
wordt gevormd door een golvend pakket dekzand dat
opgeslibd dat ze minder frequent door de zee werden verspoeld
voor kloosterorden interessant om zich te vestigen: hier waren
in de laatste ijstijd door de wind is afgezet. Vanaf het
bleek Waadhoeke al snel een aantrekkelijk woongebied. Hier
voldoende donateurs én voldoende aspirant kloosterlingen. De
moment dat de aarde, na afloop van de ijstijden, weer
woonde men niet alleen relatief ‘hoog en droog’ maar bleek
kloosters brachten de organisatiegraad die nodig was om hier
opwarmt staat de landschapsvorming hier onder invloed
men ook royaal omgeven door voedsel. Als jager, visser,
grootschalige bedijkingen en ontginningen letterlijk ter hand te
van de zee. Van circa 7000 voor Christus tot 900 na
verzamelaar troffen de eerste bewoners hier een gevarieerd
kunnen nemen.
Christus bepaalt de schoksgewijze zeespiegelstijging - in
dieet. Tot aan de bedijking waren land en water intens
combinatie met de aanvoer van zand en klei door de zee -
vervlochten. Het gebied was dooraderd met een fijnmazig
Met de aanleg van de terpen waren wel de bewoners, maar niet
de landschapsontwikkeling. In deze periode wordt op de
stelsel van slenken en geulen en zo direct met zee verbonden.
hun land en hun vee tegen het wassende water beschermd.
ondergrond van dekzand afwisselend zand, klei en veen
Dit vormde de basis voor de intensieve handelscontacten die
Om ook de cultuurgronden en het vee tegen overstroming te
afgezet. Tegelijkertijd schuurt de zee getijdengeulen in het
Waadhoeke al in de vroege middeleeuwen onderhield met
beschermen zijn vanaf de eerste helft van de tiende eeuw
aldus gevormde landschap (verder) uit. Vanuit dit
Angelsaksische, Frankische, Scandinavische en Baltische
dijken aangelegd. Aanvankelijk waren deze nog laag en
waddenlandschap vormen zich twee essentieel verschillende
volkeren. In de middeleeuwen behoort Waadhoeke tot de
primitief, opgebouwd uit kwelderplaggen en ander materiaal,
gebieden die zich tot op de dag van vandaag als heel
dichtst bevolkte en meest welvarende streken van Noordwest-
maar allengs verbreed, verhoogd en onderling verbonden. De
verschillende landschappen tonen. Dit is het opgeslibd,
Europa. Omstreeks het jaar 700 beleeft het gebied zijn eerste
dijkaanleg was in eerste instantie gericht op de bescherming
door geulen dooraderd kwelderlandschap dat tot de aanleg van dijken vanaf 900 na Christus onder invloed van de getijden staat en van waaruit zich het organische gegroeide terpenlandschap zal ontwikkelen. Een landschap waarin de oude zeebodem nog altijd doorklinkt. En de Middelzee die in fasen wordt drooggelegd en waarbij een stelselmatig, door de mens ontworpen en ingericht landschap ontstaat.
12
van het oude terpenlandschap tegen verstroming vanuit de
grootschalige landschappen met akkerbouw op de lichtere
vanuit de gedachte ‘nooit meer honger’ - geleid tot een drang
Waddenzee en de Middelzee. Daartoe zijn eerst de wadgeulen
gronden in het noorden en veeteelt op de zwaardere klei in het
de productiviteit van het land danig op te voeren. De ‘Moderne
gedicht en is op de overgang naar de Waddenzee de oude
zuiden. De vruchtbare bodem brengt grote oogsten voort. Deze
Tijd’ begint met de grote watersnood van februari 1825 die
zeedijk aangelegd. Vervolgens zijn ook langs de Middelzee
oogsten zijn zelfs zo groot dat hier een nieuw boerderijtype
grote schade veroorzaakte langs de Nederlandse, Duitse
dijken aangebracht. In dit oude terpenlandschap is de
ontstaat: de kophals-romp-boerderij.
en Deense waddenkusten. De ‘Moderne Tijd’ omvat ook de
bodemopbouw sterk sturend in het landgebruik, de terpen
teloorgang van de terpen, de industrialisatie, de ontwikkeling
volgen de kwelderen oeverwallen, de zware kleigronden in
De ‘Moderne tijd’ is de periode waarin de occupatie van
van het wegverkeer, de opkomst van het forensisme en dien ten
de kweldervlakten zijn in gebruik als (gemeenschappelijke)
Waadhoeke in grote lijnen is volbracht en de onderlegger van
gevolge de groei van de agrarische dorpen en niet op de laatste
hooilanden. Wanneer de bedijkte Middelzee geleidelijk aan
het huidige landschap zijn vorm heeft gekregen. Belangrijk
plaats de invloed van de grote ruilverkavelingen op natuur en
steeds verder verzandt wordt deze fasegewijs ingepolderd.
voor deze periode zijn de welvaartsexplosie tussen 1840
landschap. De verandering van het landschap rond Spannum
Eerst stap voor stap de smalle zeearm die tot diep het oude
en 1870 en de Tweede Wereldoorlog. Beiden hebben, ieder
is te zien op de historische topografische kaarten op pagina
land inreikt, waarbij een ladderstructuur ontstaat, en vanaf
op zijn eigen wijze, tot een grote vernieuwingsdrang geleid.
9. Ook deze kaartvergelijking toont de ruimtelijke effecten
1505 ook de brede trechtermond. Hier ontstaan de grote,
De eerste heeft geleid tot de drang landbouwgronden te
van de landbouwkundige schaalvergroting: grotere kavels,
stelselmatig ingedeelde zeekleipolders. Dit proces van
verbeteren en het land beter te ontsluiten, als ook tot een
gedempte sloten en megalomane agrarische bebouwing.
aandijken zet zich voort tot in de 18e eeuw. Hier ontstaan zeer
grootschalige vernieuwing van de kerken. De tweede heeft -
De kaartvergelijkingen tonen de ruimtelijke effecten van de ontwikkelingen door de tijd heen zoals de landbouwkundige schaalvergroting waarbij grotere kavels, gedempte sloten en megalomane agrarische erven gevormd zijn.
13
Huidige tijd
Het natuurlijke landschap en de daaropvolgende occupatie
Het landschap van Waadhoeke is het resultaat van een
door de mens heeft tot drie in essentie verschillende
eeuwendurend proces. De zee heeft - met een continue
landschappen geleid:
afwisseling van erosie en sedimentatie - de natuurlijke basis
• het organisch gegroeide terpenlandschap
voor een landschap gelegd dat de mens de afgelopen 2500 jaar
• de planmatige zeekleipolders van het Bildt
stap voor stap in cultuur heeft gebracht en daarbij letterlijk
• buitendijks landschap; de overgangszone van land naar wad.
naar zijn hand heeft gezet. In de loop der tijd heeft de samenleving het landschap voortdurend aangepast
Het terpdorp Spannum is gelegen in het organisch gegroeide
aan de wensen van zijn tijd en aan de technische,
terpenlandschap. In het terpenlandschap is er onderscheid
organisatorische en financiële mogelijkheden waarover
tussen:
men op dat moment beschikte. Hierbij heeft iedere episode
• Het zuidelijk kleiterpenlandschap, waar de wegen meer
zijn eigen aardigheden aan het landschap toegevoegd.
kronkelen, de nederzettingen losser over het land gespreid
Het resultaat is een buitengewoon intrigerend landschap,
liggen, waar opvallend meer beplantingen aanwezig zijn,
samengesteld uit structuren en elementen uit verschillende
de gronden overwegend als grasland in gebruik zijn, de
tijdlagen. Het hedendaagse landschap beschikt over
weidevogels zich nadrukkelijker laten zien en horen.
kernkwaliteiten die gewenst zijn meegenomen te worden
• Het terpenland van de kwelderwallen en kweldervlakten.
in ontwikkelingen in het landschap zoals de voorgenomen
Dit landschap kent veel minder opgaande beplantingen.
ontwikkeling aan de zuidoostzijde van Spannum.
Hier volgen de nederzettingen de kwelderwallen, zijn de kweldervlakten extreem open en zijn de zavelige gronden als
De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die het DNA van het landschap van Waadhoeke bepalen en die waar mogelijk ook moeten worden meegenomen naar het landschap van morgen. 14
akkerland in gebruik en de zware kleigronden als grasland.
Laagte ontstaan door afgraving
Vlakte van getijafzettingen Kwelderwal
Bodem en geomorfologie
De eerder omschreven ontstaansgeschiedenis van het Friese landschap is terug te vinden in de geomorfologische en
Kwelderwal
Vlakte van getij-
bodemkaarten. Zo ook in het plangebied te Spannum. Het
afzettingen
terpsorp is van oorsprong gebouwd op een terp waarbij latere uitbreidingen gelieerd zijn aan de aangelegde kronkelende
Geomorfologische kaart met plangebied omcirkeld (bron: pdok.nl)
weg. De geomorfologische situatie strookt met het principe dat terpen gebouwd werden op kwelderwallen. In dit geval een uitloper van de Beetgum - Baaium kwelderwal waar de bodem door de walvorming een wat lichtere bodem bevat
Kalkarme leek-/
met een knippige poldervaaggrond. Het plangebied heeft
woudeerdgronden
grondwatertrap IVc = H > 40 L <80-120. Het bodemtype geeft inzicht in de chemische omstandigheden welke sturend is
Knippige
voor de keuze van het plantmateriaal. Beplanting die namelijk
poldervaaggronden
van nature op deze bodemtypen groeit, heeft namelijk veel minder last van ziektes en plagen. Ze zijn sterker omdat de bodemomstandigheden optimaal zijn voor de soorten. Ook binden inheemse plantensoorten meer insecten, schimmels en mossen aan zich. In dit geval bestaan de gronden in het plangebied uit knippige poldervaaggronden waar
Knippoldervaaggronden
waterbeminnende soorten kunnen groeien.
Bodemkaart met plangebied omcirkeld (bron: pdok.nl)
15
Plangebied Onregelmatige blokverkaveling
Het terpengebied wordt gekenmerkt door de overweldigende openheid van het landschap, met daarin verspreid liggende
Bochtige weg
bebouwingsconcentraties en solitaire boerderijen. Deze bebouwingsconcentraties en solitaire boerderijen zijn veelal omzoomd met hoog opgaande beplanting. Hierdoor ontstaat vooral in de zomer het beeld van groene eilanden in het weidse landschap. De beplanting op de terpen zijn andere soorten dan in het plangebied mogelijk zijn. De terpen zijn hoger en droger,
Concentratiegebied
het plangebied heeft een nat karakter.
g eg in rati d n t ro cen f A n co
Als gekeken wordt naar het bovenaanzicht van Spannum is de lintbebouwing langs de weg duidelijk herkenbaar. De eerdere uitbredingswijk heeft een aanzet gegeven tot het opvullen van
vormen. De uitbreiding is een logische opvulling van de ‘lege
aan de zuidzijde van de doorlopende weg. De locatie in het landschap biedt daarmee draagkracht voor de ontwikkeling. Rechts een analyse van het plangebied in zijn omgeving. De voorgenomen ontwikkeling is indicatief ingetekend. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit het toevoegen van 16
We
g
p be
Onregelmatige blokverkaveling
am
lan
van een concentratie van bebouwing en vormt de uitbreiding,
(b
)
en
om
e Da
g tin
ruimte’ die daardoor gevormd is. Zodoende blijft er sprake
Lang
de ‘binnenbocht’ die de Tsjerkebuorren en de Swachlumerleane
passend binnen de verkavelingsstructuur voor evenwicht
ed
i eb
UITBREIDING WOONWIJK SPANNUM
Bloemenrijk grasland
Water als verbindend element 13 woningen aan de kern Spannum. In het zuidoostelijke
Natuurvriendelijke oevers
Zicht op openheid
gedeelte van Spannum, aangrenzend aan bestaand bebouwd gebied zal nieuwe bebouwing de lege ruimte in de binnenbocht, van de hoofdweg die door het
Bloemenrijk grasland
dorp loopt, opvullen. De woningen worden via de weg
Hoog opgaand
ontsloten via de Swachlumerleane en de Laekwerterwei.
groen
Het water aangrenzend aan de kavels sluit aan op de Lange Daam. Het vormt de afronding van een ovale vorm
ur
van bebouwingsconcentratie in het overwegend open
Natu
evers
ijke o
del vrien
kleiterpen landschap.
Met voorliggend ontwerp wordt de waterstructuur versterkt, evenals de verkavelingsstructuur. Een uitbreiding die invulling geeft aan de woonbehoefte, maar
land gras nrijk e m ad Bloe delp Wan
daarnaast ook waarde toevoegt aan de omgeving. Het water in combinatie met groene zones zorgen voor een
Zicht op openheid
overgang tussen dorp en het buitengebied.
17
Inrichtingsmaatregelen landschappelijk inrichtingsplan
ontsloten via de Swachlumerleane en de Laekwerterwei. De
Gewenst is een concentratie van bebouwing en groen in het
kavelgrenzen volgen de water en wegstructuren waarmee de
terpenlandschap. Het silhouet van het dorp moet zichtbaar
De eigenschappen en kwaliteiten van een landschap liggen
kavels vormgegeven worden. Zodoende wordt een eigentijdse
blijven vanuit de omgeving. De beplanting in de tuinen is
verankerd in een samenhangend stelsel van verschillende
invulling gegeven aan historisch gegroeide patronen. De
meestal niet in de hand te houden. Geadviseerd wordt in ieder
landschapselementen. Dit stelsel vormt de basis voor
beleving van deze patronen en structuren wordt bewerkstelligd
geval gebiedseigen en inheemse beplanting te gebruiken
de herkenbaarheid van een plek, voor de beleving van
door het creeëren van diverse doorkijken naar het landschap.
met de soorten es, iep, beuk, esdoorn, veldesdoorn, eik, vlier,
schoonheid en het gevoel zich ergens thuis te voelen. Het
Het wandelpad zorgt ervoor dat de gebruiker de diverse
veldesdoorn, tweestijlige meidoorn. Die beplanting zal de
geeft elk landschap, elke plek, haar eigen unieke karakter, een
aspecten van het landschap, zoals het water en de omliggende
puntsgewijze opgaande beplanting bij het dorpen vormen
specifieke gebiedskarakteristiek. Voor het ontwerp zoeken
graslanden ervaart.
zonder dat het zicht op de (cultuurhistorisch) waardevolle
we aansluiting bij de genius loci van Spannum, het specifieke
bakens of oriëntatiepunten vanuit het dorp (de hogere
karakter van het gebied, van een regio, voortkomend uit de
Openheid
bebouwing, waaronder kerktorens verloren gaan. Dit komt
eerder beschreven landschapsinventarisatie en analyse.
Het ervaren van het karakteristiek ‘openheid’ kan door
ook omdat de woonwijk relatief laag in het landschap ligt ten
diverse maatregelen worden gewaarborgd worden. Om het
opzichte van de kerk in het dorp Spannum.
Het landschappelijk inpassingssplan bevat alle
zicht vanuit de concentratie van bebouwing op het open
voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid noodzakelijke
landschap en het water te behouden moet voorkomen worden
inrichtingsmaatregelen. Het zijn inrichtingsmaatregelen
dat er gesloten rietkragen in de wateren rond het plangebied
waarbij diverse relevante milieuaspecten integraal worden
ontstaan. Een natuurvriendelijke, luwe oever met natuurlijke
meegenomen; landschap en cultuurhistorie, natuur,
oeverbeschoeiing (grastalud met lage beschoeiing, max.
leefomgeving en water. Belangrijk is dat men de ingrepen, de
0,25 cm. boven de waterspiegel) zorgt voor een verbeterde
betekenis én de waardering die men aan het landschap hecht,
ecologische waterkwaliteit waarbij een leefgebied voor diverse