CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1: bestemmingsplan ‘Spannum 13 woningen’.

Gemeenteraad Waadhoeke 20 juli 2023, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan en ruimtelijk kwaliteitsplan ‘Spannum 13 woningen'27.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Spannum - 13 woningen

Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:

Spannum - 13 woningen bestemmingsplan NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1 ontwerp

Datum: Projectnummer:

21AF230

Opdrachtgever:

gemeente Waadhoeke

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl

Spannum - 13 woningen

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

5 5 5 6 7 7

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

8 8 9

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Friesland 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Ruimtelijk kwaliteitsplan

12 12 16 19 20

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Externe veiligheid 4.8 Water 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en Cultuurhistorie 4.11 Verkeer en parkeren

21 21 22 23 24 25 26 27 28 30 32 33

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

35 35 35

Hoofdstuk 6

38

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

39 39 39

Bijlagen bij toelichting

41

Bijlage 1

42

ruimtelijk kwaliteitsplan

Bijlage 2 Verkennend (asbest)bodemonderzoek Schwachlumerleane en Laeckwerterwei Spannum

73

Bijlage 3

Digitale Watertoets woningbouw Spannum

149

Bijlage 4

Natuurwaardenonderzoek

160

Bijlage 5

AERIUS berekening

194

Bijlage 6

Archeologisch vooronderzoek Spannum 2006

229

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek 2022

251

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1

279 Inleidende regels Begrippen

280 280

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

2

Artikel 2

Wijze van meten

284

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Agrarisch Verkeer - Verblijf Water Wonen

285 285 286 287 288

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

290 290 291 292 293 294

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

295 295 296

Bijlagen bij regels Bijlage 1 Lijst met kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten

297 298

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

3

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

4

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voor de planlocatie aan de zuidoostelijke zijde van de kern Spannum is gemeente Waadhoeke voornemens om woningbouw mogelijk te maken. De ontwikkeling voorziet in een uitbreidingslocatie voor 13 woningen. Naast het realiseren van woningen voorziet het plan in de daarbij behorende infrastructuur en wordt er nieuw oppervlaktewater gerealiseerd. De planlocatie is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Spannum', vastgesteld op 11 april 2011 door de raad van de voormalige gemeente Littenseradiel. In artikel 3.4 van het geldende bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarmee op de locatie 9 woningen mogelijk gemaakt kunnen worden. Het uitgangspunt van voorliggend bestemmingsplan is de ontwikkeling van 13 woningen, waardoor er geen gebruik gemaakt kan worden van de wijzigingsbevoegdheid. Om de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Ligging De planlocatie ligt aan de zuidoostzijde van het dorp Spannum. Ten noorden en westen van de planlocatie zijn bestaande woningen in de kern Spannum te vinden. De oostzijde van het plangebied wordt begrensd door de Laekwerterwei en ten zuiden bevinden zich agrarische gronden. De planlocatie is kadastraal bekend als de gemeente Baard, sectie F, perceelnummers 69, 415, 416 (deels) en 417. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Google Maps) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop de planlocatie te zien is. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

5

Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: Google Maps)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Bestemmingsplan Spannum Voor de planlocatie in Spannum geldt het bestemmingsplan 'Spannum'. Het bestemmingplan 'Spannum' is door de gemeenteraad van voormalige gemeente Littenseradiel op 11 april 2011 vastgesteld. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen.

Figuur 1.3: uitsnede bestemmingsplan 'Spannum' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische cultuurgrond ten behoeve van de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf. Voor de gronden is geen bouwvlak opgenomen, waardoor er geen hoofdgebouwen zijn toegestaan. Er zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Tevens geldt voor de meest noordelijk gelegen gronden de bestemming 'Woongebied'. Deze gronden zijn onder andere bestemd voor wonen, groenvoorzieningen en speelvoorzieningen. Er is geen bouwvlak opgenomen, waardoor gebouwen niet zijn toegestaan.

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

6

De gronden beschikken over de aanduiding 'wro-zone-wijzigingsgebied'. Ter plaatse van deze aanduiding is het mogelijk het plan te wijzigen ten behoeve van de bestemming 'Woongebied', waarbij 9 woningen mogen worden gebouwd. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden om de 13 woningen mogelijk te maken. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.

Bestemmingsplan Dorpen Archeologie Het bestemmingsplan 'Dorpen Archeologie' is vastgesteld op 14 december 2015 door de voormalige raad van de gemeente Littenseradiel. Met dit bestemmingsplan heeft de gemeente het archeologiebeleid binnen de gemeente op een gelijke wijze planologisch vastgelegd. Voor de planlocatie gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 1' en 'Waarde – Archeologie 2'. Voor de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 1' geldt dat bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 50 m² en dieper dan 30 cm een archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Voor de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2' gelden de normen van 500 m² en 30 cm diep.

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het onderhavige bestemmingsplan 'Spannum - 13 woningen' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

7

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie

In de huidige situatie bestaat het plangebied aan de zuidoostzijde van het dorp Spannum uit agrarisch grasland. Er is op de planlocatie geen bebouwing aanwezig. De kern Spannum bestaat voornamelijk uit woongebied en eenaantal voorzieningen waaronder een basisschool en kerk. Figuur 2.1 toont een vogelvlucht aanzicht van het plangebied.

Figuur 2.1: luchtfoto huidige situatie (bron: Cyclomedia) Zowel aan de oost- als de westzijde van het plangebied zijn watergangen aanwezig. Er zijn momenteel geen wegen aanwezig binnen het plangebied. De agrarische gronden zijn bereikbaar door middel van een onverharde overgang die aansluit op de ten oosten gelegen Laekwerterwei. In figuur 2.2 staat het plangebied in de huidige situatie weergegeven, gezien vanaf de Laekwerterwei.

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

8

Figuur 2.2: huidige situatie, aanzicht plangebied (bron: Google Maps)

2.2

Toekomstige situatie

Het dorp Spannum wordt aan de zuidoostzijde uitgebreid met woningbouw. Er worden met het plan in totaal 13 woningen mogelijk gemaakt, bestaande uit vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen. In het voorliggende bestemmingsplan is er enige flexibiliteit aangehouden voor de nadere invulling van de nieuwbouw. Het plan voorziet in twee ontsluitingen. Eén van de ontsluitingen sluit aan op de Swachlumerleane langs het perceel van de Swachlumerleane 6. Voor de tweede ontsluiting wordt aangesloten op de Laekwerterwei. Naast de twee ontsluitingen voor autoverkeer wordt ten zuidwesten van de planlocatie een onverhard wandelpad aangelegd. Om die reden is het meest zuidwestelijke gedeelte van het plangebied meegenomen in dit bestemmingsplan. Op figuur 2.3 staat de mogelijke invulling van het plangebied in de toekomstige situatie weergegeven.

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

9

Figuur 2.3: beoogde invulling toekomstige situatie plangebied (bron: Bureau Schmidt) Voor de nieuw aan te leggen wegen zal een snelheidsregime van 30 km/uur gelden. Het parkeren wordt zoveel als mogelijk op het eigen terrein voorzien. Aan de noord- en zuidzijde van de planlocatie worden nieuwe watergangen aangelegd. Hierbij wordt er aangesloten op het bestaande watersysteem en wordt voorzien in een klimaatadaptief plan met voldoende waterbergingscapaciteiten. Figuur 2.4 toont een dwarsprofiel van de weg en de naastgelegen watergang. Er is daarnaast een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld om een goede inpassing van de ontwikkeling te kunnen borgen. Een weergave hiervan is zichtbaar in figuur 2.5.

Figuur 2.4: dwarsprofiel aan te leggen weg binnen plangebied en watergang (Bureau Schmidt)

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

10

Figuur 2.5: impressie ontwikkeling met uitgangspunten ruimtelijke kwaliteit (bron: Ad Fontem)

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

11

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De beoogde ontwikkeling voorziet in het bouwen van 13 woningen als uitbreiding van het dorp Spannum. Gelet op de geringe aard en omvang van de beoogde ontwikkeling zijn er geen nationale belangen mee gemoeid. De Novi is vormt daarmee geen belemmeringen voor het beoogde initiatief. Geconcludeerd kan worden dat het plan in overeenstemming is met de NOVI. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand.

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

12

De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Op basis van vaste jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 en ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953) blijkt dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, indien er 11 woningen worden gerealiseerd. Wanneer er 12 of meer woningen gerealiseerd worden, dan is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onderhavig plan Dit bestemmingsplan maakt de bouw van 13 woningen, met bijbehorende infrastructuur en groen mogelijk, aan de rand van de kern Spannum. Het realiseren van 13 extra woningen wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling en moet daarom voldoen aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Een motivering voor de plannen wordt daarom onderstaand verstrekt. Dat de belangstelling voor additionele woningbouw vanuit het dorp Spannum aanwezig is moge duidelijk zijn. De wijzigingsbevoegdheid voor extra woningbouw vanuit het geldende bestemmingsplan is reeds in 2011 opgenomen en tot op heden niet benut. Daarmee is in de tussentijd het nieuwe woningbouwaanbod binnen de kern Spannum zeer beperkt geweest.

Starters en ouderen hebben weinig tot geen keuze gehad uit nieuw aanbod om zich in het dorp te vestigen dan wel te blijven. Het dorpsbelang Spannum heeft in 2020 een enquête uitgevoerd, waaruit blijkt dat met name starters een behoefte hebben aan woningbouw in de kern. 10 respondenten hebben op dat moment aangegeven concreet een nieuwbouwkavel te willen ontwikkelen. De behoefte is dan ook zeer zeker aanwezig om kwalitatieve en kwantitatieve aanvullingen te verrichten aan de huidige woningvoorraad voor het dorp. Het nu voorliggend bouwplan is daartoe ook afgestemd met het lokaal belang in Spannum. Het zwaartepunt van het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde ontwikkeling ligt op een laag schaalniveau en komt grotendeels overeen met de gemeente Waadhoeke, en specifiek de kern Spannum zelf vanwege de sterke interne verhuisbewegingen. Kwantitatieve behoefte In de woonvisie van de gemeente 'Woonvisie Waadhoeke 2020-2030: samen sterk' is het beleid opgenomen ten aanzien van woonontwikkelingen in de gemeente. Voor de periode 2020-2030 gaat de gemeente uit van een extra woonbehoefte. Bouwen naar behoefte Tot 2025 is er nog groei van het aantal huishoudens te verwachten van enkele tientallen woningen (bron: marktonderzoek Noordwest Fryslân).

Lokaal verschilt dit: in kernen waar de bereikbaarheid en voorzieningenniveau bovengemiddeld is, is vaak genoeg instroom van elders om nog groei te mogen verwachten. Elders zullen minder courante woningen steeds vaker overtollig raken, eerst vooral in de sociale huurvoorraad, daarna ook de koopvoorraad. Dit laatste zal na 2024 een steeds grotere factor worden als gevolg van sterfte onder huiseigenaren. Ongeacht of er nu wel of geen groei is, overal is er behoefte aan woningen die aan de eisen van vandaag voldoen. Dat kan door toevoeging, maar ook door ‘sloop en verdund terug bouwen’. Dat kan door te bouwen wat ontbreekt, te slopen wat geen toekomst meer heeft, door gebouwen een andere functie te geven, en ondertussen natuurlijk de kwaliteit van het bestaande op peil te houden. Tot 2040 blijft het aantal ouderen in de gemeente Waadhoeke groeien. De gemeente wil dat de woningvoorraad in de gemeente hierop aansluit. Daarom wordt ingezet op het aanbieden van voldoende en passende woningen voor senioren, zoals kleinere levensloopbestendige woningen of kleinschalige woon-zorgvormen. Maatwerk per wijk en dorp De gemeente Waadhoeke onderkent dat mensen in wijken en dorpen behoefte hebben aan nieuwe woningen. Het woningmarktonderzoek uit 2019 gebruikt de gemeente om plannen voor wijken en dorpen te maken of bij te stellen.

Daar worden de volgende acties voor ondernomen: Dorpen worden uitgenodigd om met de gemeente in gesprek te gaan om op maat afspraken te maken over aantallen, type, plek en uitstraling.

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

13

De gemeente maakt aan initiatiefnemers, zoals corporaties, ontwikkelaars of particuliere bouwers, duidelijk hoe zij iets met meerwaarde en maximaal lokaal draagvlak kunnen toevoegen aan het dorp. De gemeente gebruikt de bandbreedtes voor woningbouw per dorp als leidraad voor toekomstige ontwikkelingen: ze gaan over het totaal aantal woningen dat er ten opzichte van 2020 nodig zijn, als resultaat van nieuwbouw en sloop. Dat kan ook zijn: nu toevoegen, later iets anders slopen. Ook in dorpen waar het aantal benodigde woningen in 2030 vermoedelijk lager is dan in 2020 ziet de gemeente kansen. Daar waar het gaat om concrete vraag, willen we deze op basis van maatwerk honoreren met bouwruimte. Dit kan ook betekenen dat particulier bezit moet worden gesaneerd. Vanuit de gemeentelijke woonvisie komt daarmee naar voren dat ruimte bestaat voor maatwerkontwikkelingen in de kleine kernen van de gemeente Waadhoeke. De kern Spannum betreft zo'n kleine kern. Zoals voorgaand al is belicht heeft het dorpsbelang Spannum middels een enquête en overleggen met de gemeente inzichtelijk gemaakt dat een behoefte aan woningbouw in Spannum bestaat. Er wordt invulling gegeven aan een kwantitatieve behoefte. Kwalitatieve behoefte In de eerder genoemde woonvisie van de gemeente Waadhoeke wordt ook ingegaan op kwalitatieve woonbehoefte binnen de gemeente.

Voor de kleine dorpen in de gemeente is maatwerk het uitgangspunt. In de grote lijn wordt echter een aantal ontwikkelingen in de markt voorzien. Dat zijn de volgende: Blijvende vergrijzing, maar wel minder snel Het aantal ouderen in Noordwest Fryslân zal tot 2040 groeien. In 2004 was het aandeel mensen van 65 jaar of ouder nog 14%, in 2018 inmiddels 22% en rond 2030 is dit ruim 30%. Pas op de zeer lange termijn is een afname van het aandeel en aantal ouderen te verwachten. Ook het aandeel jongeren (0 tot 25 jaar) blijft nog langjarig afnemen. In 2004 was nog ruim 30% van de bewoners jonger dan 25 jaar, in 2018 nog 27% en rond 2030 stabiliseert dit op 25%. Van ‘kerstboom’ naar ‘klokhuis’ De ontgroening en vergrijzing zijn duidelijk terug te zien in de regionale bevolkingspiramides van 2019 en 1999. Het meest opvallend: Er is een grote aanstaande groep ouderen die in omvang groter is dan de aanwas van onderop. Dat betekent dat het inwonertal over ca. 10 jaar relatief snel zal dalen als gevolg van sterfte. Een relatief grote groep jongeren is de afgelopen 20 jaar verhuisd naar een plek buiten de regio. Ter illustratie: in 1999 bestond ongeveer 7% van de bevolking uit 10- tot 14-jarigen. Zij horen nu tot de 30- tot 34- jarigen. De omvang van deze groep is gedaald naar ca. 5%. Dat betekent dus dat een deel van hen de regio heeft verlaten.

Op korte termijn leidt dat tot minder gezinsvorming, op de langere termijn tot minder nieuwe huishoudens. Ook zonder groei vernieuwen! De bandbreedtes per kern zoals gepresenteerd zijn een netto woningvraag. Dat wil zeggen: het saldo van nieuwbouw en sloop. Ook in een kern met beperkt groeiperspectief, of zelfs een verwachting van huishoudenskrimp, is nieuwbouw mogelijk en vaak ook wenselijk. Een veelvoorkomend voorbeeld is een kern waarbij de corporatie verouderde woningen vervangt en een kleiner aantal terugbouwt, terwijl gelijktijdig enkele nieuwe koopwoningen worden toegevoegd. Per saldo groeit de woningvoorraad niet, maar sluit deze wel met nieuwe kwaliteit aan bij de vraag. Minder groei betekent dus niet: minder kwaliteit! Vanuit de bovenstaande bevindingen zijn aanvullingen voor de woningmarkt binnen de gemeente Waadhoeke met name gewenst voor starters en ouderen. Voor starters dienen aantrekkelijke woonplekken aanwezig te zijn, zodat jongeren kunnen blijven wonen in de kleine dorpen. Dit is nu niet altijd het geval. Voor ouderen geldt juist dat een grotere behoefte gaat ontstaan naar levensloopgeschikte woningen. Dat kan deels worden opgevangen door aanpassingen in bestaande woningen, maar ook toevoegingen kunnen daarvoor gewenst zijn. Dit biedt overigens als neveneffect de mogelijkheid voor doorstroming doordat ouderen de gezinswoningen achter laten.

De gemeente Waadhoeke heeft in kwalitatief opzicht de volgende visie geformuleerd:

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

14

"Op de korte termijn is merkbaar vraag naar meer woningen. Wanneer we alleen kijken naar demografische ontwikkelingen, dan zouden we nu al genoeg gezinswoningen moeten hebben. Maar veel mensen, ook als zij geen gezin met kinderen (meer) vormen, blijven in hun huis wonen. Omdat zij beperkt door willen stromen, zullen we naast levensloopbestendige woningen óók gezinswoningen moeten toevoegen om de mensen in onze gemeente een goede woning te kunnen bieden. Daarnaast zien we al jaren dat de variatie aan woonwensen groeit: naast de traditionele vraag zijn er kleinere groepen die bijvoorbeeld zoeken naar minimalistisch wonen, duurzaam wonen, samen bouwen of juist zelf bouwen, in alle leeftijdsgroepen. We willen zulke ontwikkelingen de ruimte geven, waarbij we tegelijk wel goed letten op de toekomstwaarde van ontwikkelingen." Het voorliggend plan in Spannum voorziet in de mogelijkheid voor vernieuwing en meer variatie in de woonvoorraad. Een concrete behoefte hiernaar is aangegeven in de woonenquête die door het dorpsbelang Spannum is verricht. Hier wordt ook specifiek door een aanzienlijk deel van de respondenten aangegeven dat binnen Spannum vraag is naar kansen voor starters. Eén van de speerpunten van de gemeente Waadhoeke is erop gericht dat toekomstige starters een plek moeten kunnen krijgen op de woningmarkt.

Met dit plan wordt daar direct aan bijgedragen, doordat er woningen worden gebouwd voor 'starters' die op zoek zijn naar een nieuwbouwwoning. Daarnaast draagt het plan ook indirect bij aan het voorzien in voldoende woningen voor starters, doordat de in het plan opgenomen woningen in sommige gevallen gekocht kunnen worden door zogenaamde doorstromers. Doordat deze doorstromers naar het plangebied verhuizen komen elders in Spannum (en omgeving) bestaande woningen vrij. Tot slot wordt opgemerkt dat de twee-onder-een kapwoningen en vrijstaande woningen in voorliggend plan levensloopbestendig kunnen worden uitgevoerd. Bij dergelijke woningen worden op de begane grond, naast de gebruikelijke woonruimten, tevens een slaapkamer en een badkamer gerealiseerd. Hiermee is sprake van een zogenaamde 'nultredenwoning'. Dit betekent dat mensen gedurende iedere levensfase in een woning kunnen (blijven) wonen, aangezien er voldoende ruimte en flexibiliteit is voor het (op termijn) geschikt maken van een woning voor de desbetreffende levensfase. Geconcludeerd wordt dan ook dat het plan, zowel direct als indirect, voorziet in de kwalitatieve behoefte naar starterswoningen en levensloopbestendige woningen in Spannum en tevens bijdraagt aan het vernieuwen en vergroten van het woningaanbod binnen deze kern.

Bestaand stedelijk gebied Vervolgens dient beoordeeld te worden of, indien er een behoefte aan een stedelijke ontwikkeling is, de beoogde ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied in de betreffende regio kan worden gerealiseerd. Onder bestaand stedelijk gebied wordt verstaan: het bestaande stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Ook onbebouwd gebied kan onderdeel zijn van het bestaand stedelijk gebied. De planlocatie bestaat uit agrarische gronden aan de rand van het dorp Spannum. Zowel aan de noord- als de westzijde van de planlocatie zijn woningen aanwezig. De ontwikkeling kan gezien worden als een kleinschalige uitbreiding van Spannum. Momenteel maakt de planlocatie nog geen onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. Echter wordt er met de uitbreiding wel zoveel mogelijk aangesloten op het bestaand stedelijk gebied. Tevens bestaat binnen het geldende bestemmingsplan uit 2011 reeds de mogelijkheid om op de planlocatie door middel van een wijzigingsbevoegdheid 9 woningen te realiseren. Dat is tot op heden niet gebeurd. Binnen de kern Spannum zijn geen inbreidingslocaties aanwezig om de nu voorliggende ontwikkeling te realiseren.

Bovendien zijn open ruimten binnen het dorp behoudenswaardig en van belang voor behoud van het dorpskarakter. Daarom is gekozen voor een uitbreidingslocatie aan de rand van de bestaande kern om de plannen te realiseren. Dit zorgt voor een zorgvuldig ruimtegebruik en biedt invulling aan de lokale behoefte aan woningbouw. Conclusie Gelet op het voorgaande kan gesteld worden dat het beoogde plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

15

3.2

Provinciaal beleid Friesland

3.2.1

Omgevingsvisie 'De Romte Diele'

De Omgevingsvisie is een van de nieuwe instrumenten uit de Omgevingswet. De visie omvat het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving op een hoog abstractieniveau, voor de lange termijn en is op 23 september 2020 vastgesteld. Het is geen blauwdruk voor hoe Fryslân er over 20/30 jaar uit ziet. In de visie is aangegeven waar de provincie heen wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Hoe dit gestalte moet krijgen is niet precies aangegeven. Wel geeft de visie de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Samen met verschillende organisaties, inwoners en ondernemers in Fryslân geeft de provincie invulling aan deze visie. Dit gebeurt in programma's, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. De visie vervangt het strategisch beleid uit het Streekplan, Milieubeleidsplan, Waterbeheerplan en het Verkeers- en Vervoersplan. Bovendien is de provinciale Natuurvisie hierin opgenomen. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Daarnaast wil de provincie extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven: 1. Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden; 2. Energietransitie met kracht voortzetten; 3. Fryslân klimaatadaptief inrichten; 4. Versterken biodiversiteit.

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

16

Figuur 3.1: schematische weergave opbouw omgevingsvisie (bron: provincie Fryslân.nl) Het voorliggende plan maakt een uitbreiding aan de zuidoostelijke zijde van het dorp Spannum mogelijk. De omgevingsvisie stelt dat wanneer in het bestaand bebouwd gebied niet aan de behoefte kan worden voldaan, de uitbreiding van een stad of dorp mogelijk is. De omvang en invulling van de uitbreiding moet passen in het samenhangend netwerk van de steden en dorpen. Voor het dorp Spannum geldt dat er in het bestaande bebouwd gebied geen ruimte is voor de realisatie van 13 woningen. In paragraaf 3.1.2 is ingegaan op de 'Ladder voor duurzame verstedelijking', waaruit blijkt dat er voldaan wordt aan de ladder. Bovendien wordt het bouwplan ingepast door middel van een ruimtelijk kwaliteitsplan, waarin aandacht is besteed aan een inpassing van de plannen in de directe omgeving, de gewenste landschappelijke (en stedenbouwkundige) maatregelen en criteria. Dit borgt een goede invulling van het woningbouwplan passend bij het karakter van Spannum. De ontwikkeling van 13 woningen past qua omvang binnen het netwerk van het dorp Spannum. Geconcludeerd kan worden dat het plan in lijn is met de omgevingsvisie van de provincie Fryslân. 3.2.2

Verordening Romte Fryslân 2014

Op 25 juni 2014 hebben Provinciale Staten de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. De verordening is in werking getreden op 1 augustus 2014. De verordening uit 2011 is hiermee integraal herzien. Op 18 februari 2015 is de 1e partiële herziening van de verordening (Romte foar Sinne) en op 21 februari 2018 is de wijzigingsverordening 'Verordening Romte Fryslân 2014' vastgesteld. Deze wijzigingsverordening is op 28 maart 2018 inwerking getreden. In de verordening zijn regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. In de verordening is onder meer de grens tussen het buitengebied en het stedelijk gebied vastgelegd. In stedelijk gebied bestaat een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening dan in het buitengebied.

Figuur 3.1: begrenzing bestaand stedelijk gebied verordening (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Uit figuur 3.1 blijkt dat de planlocatie in het landelijk gebied van de provincie Fryslân ligt. In artikel 2.1 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan voor een uitbreidingslocatie een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf omvat. Er dient rekening gehouden te worden met de draagkracht van het landschap en er moet sprake zijn van een goede inpassing. In paragraaf

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

17

2.2 wordt ingegaan de ontwikkeling en de inpassing van het plan.

Figuur 3.2: weidevogelkansgebieden (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Figuur 3.2 geeft aan dat de planlocatie in het weidevogelkansgebied ligt. In artikel 7.2.2 staat dat een ruimtelijk plan voor landelijk gebied dat betrekking heeft op gronden die gelegen zijn in of grenzen aan gebieden die op de kaart zijn aangewezen als weidevogelkansgebieden of weidevogelparels, voorziet in een regeling waarmee voldoende openheid en rust van die gebieden wordt gehandhaafd, met dien verstande dat de agrarische productiefunctie inclusief de ontwikkelingsmogelijkheden van bestaande agrarische bedrijven zijn toegestaan. Er wordt feitelijk aangebouwd tegen de kern van Spannum, aan de oostkant van het dorp. Aan twee kanten wordt het plangebied direct begrensd door woongebied. Het gehele dorp Spannum ligt in weidevogelkansgebied. Dit betekent dat ook eventuele alternatieve locaties voor het dorp in weidevogelkansgebied liggen. De oostzijde van het dorp is ruimtelijk gezien de meest logische plek voor een dorpsuitbreiding met woningbouw. Hier is namelijk reeds sprake van een woonkern-vorming en worden bedrijven niet beperkt in ontwikkeling. Tenslotte geldt dat het grasland waarop het plangebied betrekking heeft geruime tijd is benut door een agrariër die het terrein voornamelijk heeft gebruikt voor grasproductie.

Op luchtfoto's van de afgelopen 10 jaren is dit gebruik duidelijk zichtbaar, door de overwegend groene kleur (en daarmee beperkt aanwezige kruiden of bloemen) en goed zichtbare tractoren maaisporen. Hieruit kan worden opgemaakt dat het grasland in enige intensieve mate is gebruikt. Verder is geen sprake van ter plaatse geldende beheerpakketten ten behoeve van het agrarisch cultuurlandschap. Uit een beoordeling van de provinciale weidevogelspecialist blijkt dan ook dat de uitbreiding nabij Spannum niet leidt tot extra verstoring van weidevogelkansgebied. Dit betekent dat de ontwikkeling niet in strijd is met artikel 7.2.2 Verordening Romte. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de regels van de Verordening Romte geen belemmeringen veroorzaken voor de uitvoerbaarheid van het voorliggende plan.

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

18

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Woonvisie Waadhoeke 2020-2030 Samen Sterk

In 2020 heeft de gemeente Waadhoeke haar eerste Woonvisie vastgesteld. De woonvisie vormt een beginpunt in het behalen van de gemeentelijke doelen op het gebied van wonen, om van daaruit met de dorpen verder te werken aan hun toekomst. De woonvisie is gebaseerd op onder meer een woningmarktonderzoek, prestatieafspraken met corporaties en huurdersorganisaties, uitkomsten van vragen aan bewoners, de schouw van bestaande buurten die de gemeente elke vier jaar doet. In zijn algemeenheid is er vraag naar woningen, waarbij de markt vraagt om woningen die in alle levensstadia gebruikt kunnen worden zonder te hoeven verhuizen. Een woning die intern flexibel aanpasbaar is aan de dan geldende levensbehoefte van de bewoner. Verder wordt verwacht dat het aantal inwoners in de regio Noordwest-Fryslân de komende 10 jaar daalt. Er is echter nog wel sprake van een groei in het aantal huishoudens, omdat de huishoudensgrootte afneemt. In de woonvisie zijn bandbreedtes per kern opgenomen: een verdeling van de totale behoefte aan woningen tot 2024. Voor kleine dorpen is een bandbreedte aan woningen opgenomen tot 2024. De bandbreedtes zijn een netto woonvraag. Ook in een kern als Spannum met een beperkt groeiperspectief is nieuwbouw mogelijk en vaak ook wenselijk. Dat kan op grond van de maatwerkbenadering vanuit de Woonvisie. In dat geval overlegt de gemeente eerst met de provincie.

Op dinsdag 26 oktober 2021 heeft vooroverleg met de provincie plaatsgevonden met betrekking tot de voorliggende woningbouwontwikkeling in Spannum. De provincie heeft toen mondeling aangegeven zich te kunnen vinden in deze voorgenomen woningbouwontwikkeling te Spannum. De gemeente streeft voornamelijk naar een woningvoorraad die tegemoet komt aan de wensen en behoeften van de inwoners waar de woningbouw plaats vindt. Dit verschilt van dorp tot dorp. Door de beoogde woningbouw gefaseerd aan te bieden kan het mogelijk bouwen voor leegstand worden voorkomen, maar ook een versnelling in het woningaanbod worden aangebracht mocht de woningmarktbehoefte daarom vragen. De gemeente biedt in dit geval maatwerk met ruimte voor nieuwbouw en hanteert hiervoor criteria om te beoordelen wanneer een plan meerwaarde heeft. De gemeente werkt eerder mee aan initiatieven wanneer aan de volgende uitgangspunten wordt voldaan: het initiatief of plan is vraagvolgend en de initiatiefnemer kan dit aantonen. Daarbij moet er oog zijn voor eventuele concurrentie met andere plannen; er is draagvlak in het dorp/wijk; het initiatief of plan maakt de plek en omgeving ruimtelijk beter. Behoud van kwaliteitsgroen is belangrijk; wanneer er in een dorp/wijk meer ruimte is dan vraag naar woningen is een lage woningdichtheid gewenst.

Daarnaast kiest de gemeente er heel bewust voor om de vraag naar toevoeging en nieuwbouw van vandaag niet direct te verbinden aan vermoedelijke overschotten van straks. De gemeente biedt ruimte maar zal ook een plan maken hoe om te gaan met overschotten op termijn. 3.3.2

Nota parkeernormen

Op 8 december 2020 is door Burgemeester en Wethouders de Nota Parkeernormen vastgesteld. Hierin is vastgelegd welke parkeernorm de gemeente hanteert voor verschillende gebieden en functies. Daarnaast is aangegeven op welke manier de parkeervraag aan de hand van de normen moet worden berekend en welke eisen worden gesteld aan de invulling van de parkeervraag. In beginsel wordt de parkeervraag op eigen terrein opgelost maar onder bepaalde omstandigheden kan hiervan af worden geweken. Benutting van de bestaande openbare parkeercapaciteit is dan een optie. Deze nota geeft aan welke mogelijkheden er zijn en onder welke voorwaarden. Toets In het bestemmingsplan is hier een regeling voor opgenomen om te borgen dat bij de ontwikkeling van de nieuwe woningen aan de Nota parkeernormen wordt voldaan.

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

19

3.4

Ruimtelijk kwaliteitsplan

Er is voor onderhavig plan een beeldkwaliteitsplan als bedoeld in artikel 12a van de Woningwet opgesteld (ruimtelijk kwaliteitsplan uitbreiding woningbouw Spannum), waaraan aanvragen om omgevingsvergunning zullen worden getoetst. Dit beeldkwaliteitsplan wordt ondergebracht onder de welstandsnota van de gemeente Waadhoeke. Het document is bijgevoegd in Bijlage 1. In het beeldkwaliteitsplan is onder andere het inpassingsplan en de gewenste sfeer van het woongebied beschreven, evenals criteria met betrekking tot het uiterlijk (o.a. massa, vorm, gevels en materialisering) van de woningen en de inpassing van het plan in de omgeving. Het beeldkwaliteitsplan zal gelijktijdig met onderliggend bestemmingsplan in procedure worden gebracht. Een bouwplan dient in beginsel te voldoen aan de hiervoor in Bijlage 1 gegeven regels. In het geval dat een plan hieraan voldoet is de welstandstoets relatief eenvoudig. Er kan echter wel gemotiveerd afgeweken worden van de regels van het beeldkwaliteitsplan betreffende het aanzicht en de opmaak van de woning. In die zin dat andere materialen of kleuren kunnen worden toegepast of dat een afwijkende gerichtheid voor de woning wordt gekozen. Dit is enkel mogelijk indien bij de planuitwerking nadruk wordt gelegd op architectonische principes en sprake blijft van samenhang binnen de woonbuurt.

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

20

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets De ontwikkeling van woningen vindt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage de meeste aansluiting bij: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'.

Het onderhavige project wordt niet gezien als een m.e.r.- plichtige activiteit omdat deze pas geldt bij: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden, waar het onderhavige project ruimschoots onder blijft. Conclusie die op grond hiervan getrokken kan worden is dat het onderhavige project niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. In de nota van toelichting op het Besluit m.e.r. wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Hier wordt het volgende over gezegd: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook «dorpen» hieronder vallen. Wat «stedelijke ontwikkeling» inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben.

Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Als een project voorziet in een (gedeeltelijke) functiewijziging, maar de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, lijkt gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) geen sprake te zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Op basis van deze uitspraak lijken de volgende aspecten voor de

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

21

vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject relevant: (een uitbreiding) van de bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling. Ten aanzien van de relevante aspecten kan tevens een verwijzing worden gemaakt naar de uitspraak van de Raad van State van 29 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1832). Gelet erop dat in onderhavig geval het gaat om het toevoegen van 13 woningen in aansluiting op de plaats Spannum. Er is qua aard en omvang sprake van een kleinschalige ontwikkeling. Uit voorgaande volgt dat de ontwikkeling niet te kwalificeren is als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. De kwalificatie is wel afhankelijk van specifieke omstandigheden van een project en de ruimtelijke gevolgen die het project met zich meebrengt. In die gevallen is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld. De ontwikkeling wordt daarbij op passende wijze in het bebouwingsbeeld opgenomen. De ruimtelijke uitstraling/de verandering die de ontwikkeling per saldo op de omgeving heeft is daardoor beperkt. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r.

4.2

Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

22

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering

Toets Zoals reeds beschreven heeft onderhavig plan betrekking op de realisatie van een 13 woningen. In de directe omgeving van de planlocatie zijn voornamelijk woningen en agrarische gronden aanwezig. Om die reden kan de omgeving van de planlocatie aangemerkt worden als 'rustige woonwijk/rustig buitengebied.' Bij het realiseren van nieuwe bestemmingen dient gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functie(s) binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie(s) de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. Voorliggend plan maakt woningen mogelijk. Een woonfunctie is een milieugevoelige functie, waardoor bekeken dient te worden of er ter plaatse van de woonfunctie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Om te onderzoeken of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden die vanuit de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' geadviseerd worden. Ten noorden van de planlocatie zijn aan de Swachlumerleane enkele bedrijven aanwezig.

Hier zijn bedrijven toegestaan die vallen onder de milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 m. De beoogde woningen bevinden zich op een afstand van circa 65 m van deze bedrijven. Er wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand. Aan de Swachlumerleane 5 zit een agrarisch bedrijf met grondgebonden veeteelt gevestigd. Voor een dergelijk bedrijf geldt de milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 100 m. Het bouwvlak van het agrarisch bedrijf bevindt zich op een afstand van meer dan 100 m van de beoogde woningen. Daarmee wordt er voldaan aan de gestelde richtafstand. In paragraaf 4.3 wordt ingegaan op het aspect geur. Op basis van de richtafstanden van de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' kan gesteld worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Woningen zijn geen milieubelastende objecten, waardoor kan worden gesteld dat het woonen leefklimaat van omwonenden niet zal worden aangetast. Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het aspect 'bedrijven en milieuzonering' geen belemmeringen zijn voor onderhavige ontwikkeling.

4.3

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

23

gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht. Toets De planlocatie ligt aan de rand van het dorp Spannum in het buitengebied van de gemeente Waadhoeke. Echter zal de planlocatie in de toekomst deel uit gaan maken van de bebouwde kom. Om die reden dient uitgegaan te worden van een minimale afstand van 100 m tot de omliggende veehouderijen. Zoals in paragraaf 4.2 wordt aangegeven bevindt zich op een afstand van meer dan 100 m ten noordoosten van de beoogde woningen een veehouderij. Uit toetsing aan de Wgv blijkt dat er voldoende afstand tussen de woningen binnen het plangebied en de dichtstbijzijnde veehouderij zit. Geconcludeerd kan worden dat geurhinder geen belemmeringen veroorzaakt voor de uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan.

4.4

Bodem

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een verkennend bodemonderzoek (Kruse Milieu BV, 21072510) om ter plaatse de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen (zie Verkennend (asbest)bodemonderzoek conform NEN5740 Swachlumerleane en Laekwerterwei Spannum, zie Bijlage 2).

Bij het verkennende bodemonderzoek is de onderzoekslocatie beschouwd als onverdacht. In totaal zijn er in het plangebied 21 boringen verricht en 5 inspectiegaten gegraven. Naar aanleiding van het onderzoek dient de hypothese 'onverdachte locatie' te worden verworpen, aangezien er enkele overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese 'asbestverdachte locatie' met betrekking tot de inrit kan worden verworpen, aangezien er geen asbest is aangetoond. In de bovengrond en in het grondwater zijn enkele zeer lichte verontreinigingen aangetoond. In de bovengrond en in de ondergrond zijn geen verontreinigingen gemeten. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van nader onderzoek niet nodig. Conclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de nieuwbouwplannen. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Voor het aspect 'bodem' is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

24

4.5

Geluid

In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies.

Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). De planlocatie ligt binnen de onderzoekszone van de Swachlumerleane en laekwerterwei, waar een snelheidsregime van 60 km/uur geldt. Echter gaat het hier om gebiedsontsluitingswegen met een zeer lage verkeersintensiteit. In figuur 4.2 is een uitsnede van de geluidskaart weergegeven met de planlocatie zwart omcirkeld. Op de geluidskaart is te zien dat de geluidsbelasting vanwege wegverkeer ter plaatse van het plangebied minder of gelijk aan 45 dB (zeer goed) bedraagt.

Deze waarde ligt onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Er kan dan ook gesteld worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

25

Figuur 4.2: uitsnede geluidskaart wegverkeer (bron: Atlas Leefomgeving) Railverkeerlawaai In de nabije omgeving van het plangebied is geen spoorweg gelegen Een akoestisch onderzoek naar railverkeerslawaai is dan ook niet noodzakelijk. Industrielawaai Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van een geluidgezoneerd industrieterrein. Een akoestisch onderzoek naar industrielawaai wordt niet noodzakelijk geacht. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het aspect geluid geen belemmeringen zijn voor het beoogde initiatief.

4.6

Luchtkwaliteit

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO 2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

bestemmingsplan Spannum - 13 woningen NL.IMRO.1949.BPSpa13woningen-ONT1

26

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO 2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Het voorliggende plan maakt slechts 13 extra woningen mogelijk ten opzichte van de huidige situatie. Zoals hierboven aangegeven worden projecten/plannen bij een enkele ontsluitingsweg tot 1.500 woningen als 'niet in betekenende mate' aangemerkt. De realisatie van 13 woningen blijft ruimschoots onder deze maximale waarde, waardoor geconcludeerd kan worden dat onderhavig plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen veroorzaakt voor de onderhavige ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=a7602f65-a0c7-42b6-8c40-d03571c7bdf8