CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

(nieuw) Bijlage Programma Grootschalige Opwek Vught_V2

Raadsvergadering 12 september 2024, gemeente VughtBij agendapunt: Programma grootschalige opwek Vught19.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.2.3

Energiegemeenschappen De komst van duurzame lokale energiebronnen is een economische kans voor de gemeenschap van Vught. Het levert niet alleen noodzakelijke energie voor uitbreiding van haar activiteiten op economisch vlak op, maar vult ook andere opgaven in zoals natuurontwikkeling die hiermee gefinancierd kan worden. Het slim combineren van deze kansen levert een enorme meerwaarde op. Het Programma is erop gericht om per gebied maximaal in te zetten op de meerwaarde en economische kansen voor de Vughtse gemeenschap en meerdere doelen te bereiken. Energie is een onlosmakelijk onderdeel van de lokale economie. Het slim integreren van lokale energie, in lokale handen, in het lokale ecosysteem van vraag en aanbod, is de sleutel voor succesvolle gemeenschappen in de nabije toekomst. De gemeente Vught beweegt die kant op met dit beleid. Naast bedrijven en instellingen in onze gemeente zijn er ook belangrijke andere organisaties in het gebied die energie vragen zoals het Ministerie van Defensie of de Penitentiaire Inrichting Vught. Deze of andere organisaties zijn onlosmakelijk onderdeel van de gemeentelijke economie. Lokaal eigendom is een belangrijk principe voor Vught, haar inwoners en het lokale bedrijfsleven. In het Coalitieakkoord van Vught is opgenomen dat opbrengsten uit 29

Leidende principes 29

Programma Grootschalige Opwek Vught

grootschalige opwek worden ingezet voor duurzaamheidsdoelstellingen. De gemeente verkent met het bedrijfsleven en de energiecoöperaties op welke wijze lokaal eigendom het beste vorm kan worden gegeven. De verkenning omvat onder andere energiegemeenschappen. Hieronder wordt verstaan dat zeggenschap over de duurzame opwek van de energie en het eigenaarschap 100% in lokale handen is. De uitwerking hiervan bij het indienen van initiatieven voor grootschalige opwek zal in de tender een belangrijk aspect zijn. Met elkaar wordt gekeken of een intentieovereenkomst getekend kan worden, waarmee zij zich gezamenlijk committeren om lokaal eigendom na te streven binnen de energiegemeenschap. Het is niet op voorhand zeker dat de gemeente ook financieel deelneemt aan de energiegemeenschap en dus mede risico zal dragen. Dit zal verder besproken worden met de andere partijen waarmee de energiegemeenschap gevormd kan worden en zal ook door het gemeentebestuur gedragen moeten worden. Wel is de insteek dat de gemeente meedoet als facilitator van de energiegemeenschap en de partijen uit de samenleving helpt om het lokaal eigendom na te streven. Overigens zal pas bij ontwikkeling van een energiepark de financiële deelname per partij in de energiegemeenschap aan bod komen. Bij de vorming van de energiegemeenschap speelt dat nog geen rol.

De gemeente definieert lokaal eigendom als volgt: Bewoners en bedrijven uit de lokale gemeenschap zijn (zoveel mogelijk) eigenaar van een energiepark en worden vertegenwoordigd in de energiegemeenschap. De energiegemeenschap kan bestaan uit drie ‘partities’: energiecoöperaties, bedrijfsleven en de gemeente en zij vertegenwoordigen gezamenlijk de gemeenschap van Vught. Zij hebben zeggenschap over de verdeling van de lusten en lasten en de opbrengstenverdeling en het gezamenlijke eigendom. Lokaal eigendom betekent dat de eigenaar investeert en ook (financieel) risico neemt. Hoeveel iedere partitie investeert kan verschillen.

4.3

Verdeling van schaarse rechten en lokaal eigendom

4.3.1

Maatschappelijke tender De drie windzoekgebieden en de vijf zonzoekgebieden zijn geschikt voor de ontwikkeling van wind- en/of zonneparken. De gemeente kiest voor een stimulerende en aanjagende rol bij het realiseren van lokaal eigendom. Door het uitschrijven van een maatschappelijke tender neemt de gemeente actief de regie om in de zoekgebieden te komen tot concrete projecten. Deze projecten zijn afgestemd met de omgeving, houden rekening met ecologische waarden en zijn voorzien van een plan voor landschappelijke inpassing en voor financiële participatie. Om een keuze voor de beste invulling te maken wordt een tenderprocedure gestart. Deze tender heeft tot doel een zoekgebied als geheel te ontwikkelen met energie als drager van de ontwikkeling. Energie zal als hoofdmoot worden opgepakt, maar er zal gecombineerd moeten worden met andere in het gebied relevante opgaven (zie voorgaande paragraaf). Deze invulling geeft inhoud aan concrete gebiedsontwikkeling samen met de grootschalige opwek. Bij het organiseren van een tender is de gemeente gehouden aan regels. Zo moet informatie over de tender aan iedereen kenbaar worden gemaakt en moet vrije toegang mogelijk zijn voor geïnteresseerde partijen. Alle partijen wordt de gelegenheid geboden om 30

Leidende principes 30

Programma Grootschalige Opwek Vught

een inschrijving te doen die zo goed mogelijk scoort op de beoordelingscriteria in de tender. Gelet op de maatschappelijke doelen die de gemeente nastreeft bij de uitvoering van de energietransitie vormt het voorstel voor financiële participatie een belangrijk deel in de beoordeling. Hoe concreter een voorstel voor lokaal (mede)eigendom en toezeggingen over de vormgeving van een energiegemeenschap zijn uitgewerkt, hoe meer punten kunnen worden verdiend bij de beoordeling van inschrijvingen op de tender. De exacte voorwaarden en de wijze van openstelling van de zoekgebieden worden opgesteld in een aparte procedure. In Hoofdstuk 5 van het Programma worden ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke randvoorwaarden gesteld. Dit zijn nog geen meetbare voorwaarden waar een ontwikkeling aan dient te voldoen, maar pointers om de tendervoorwaarden op te baseren. De gemeente Vught streeft naar een integrale gebiedsontwikkeling en niet slechts de invulling van enkele losstaande energieopwekkers. Dit om de invulling van de opgave integraal, in samenhang en lokaal verankerd te laten plaatsvinden. Deze energie-infrastructuur ligt er immers minimaal 25 jaar en zo veel langer als de toekomstige noodzaak aan zal geven. We zijn dan al 2050 voorbij. Een maatschappelijke tender13 verschilt van een tender waarbij de overheid diensten of producten inkoopt.

Er is ook geen sprake van de uitgifte van gronden of het grondgebruik door een overheidspartij als grondeigenaar. Een maatschappelijke tender gaat niet over inkoop of aanbesteding door de overheid maar over de verdeling van schaarse rechten voor opwekcapaciteit voor lokale opwek. Het is aan inschrijvende partijen zelf om instemming van grondeigenaren te verkrijgen om een inschrijving op de tender te kunnen doen. De gemeente kan hier wel bij faciliteren.

4.3.2

Bescherming tegen speculatie De zoekgebieden liggen in clusters verspreid over Vught. In deze gebieden zijn onder meer gronden gelegen die in eigendom zijn van derden. Door de presentatie van de initiele zoekgebieden in een openbare raadsinformatiebijeenkomst op 16 november 2023 was het risico aanwezig dat er grondspeculatie ging plaatsvinden door commerciële ontwikkelaars. Voor regie op de voorgenomen ontwikkeling van de lokale opwek van duurzame elektriciteit en aanverwante voorzieningen, in samenhang met elkaar, was het noodzakelijk dat de gemeente haar positie in het gebied behoudt en versterkt. Daarom heeft de raad het voorkeursrecht gemeente op deze gronden gelegd. Dit om grondspeculatie binnen deze gebieden te voorkomen. (zie paragraaf 2.3.4).

4.3.3

Tenderprocedure en tenderstappen De procedure voor de maatschappelijke tender bevat enkele procedurestappen die zorgvuldig moeten worden doorlopen. Het college heeft de verantwoordelijkheid om de tender kenbaar te maken en de schaarse rechten eerlijk te verdelen. Deze procedurestappen zijn onderstaand beschreven en bestaan uit: A. Aankondiging tender en inschrijvingstermijn B. Beoordeling inschrijvingen C. Selectiebesluit.

13

Meer informatie over de maatschappelijke tender is te vinden in het Werkblad juridische en praktische bouwstenen voor financiële participatie dat is te vinden op de website www.regionaleenergiestrategie.nl/werkwijze, onder Handreiking en werkbladen

Leidende principes 31

31

Programma Grootschalige Opwek Vught

A. Aankondiging tender en inschrijvingstermijn De voorbereiding van een maatschappelijke tender wordt met een kennisgeving tijdig aangekondigd in een huis-aan-huis blad en via overige kanalen. Daarbij moet kenbaar worden gemaakt om welke zoekgebieden het gaat. Zodat bekend is waar initiatieven kunnen worden ontplooid en met welke criteria de ingediende voorstellen worden beoordeeld. De criteria voor beoordeling van de inschrijvingen worden aan de hand van de randvoorwaarden in de vorm van een selectieleidraad opgenomen. Per criterium zijn vervolgens punten te verdienen voor de mate waarin voor het betreffende criterium aan de uitgangspunten wordt voldaan of kwaliteit wordt geleverd. Voor het voorbereiden en indienen van voorstellen wordt een redelijke termijn geboden. Exacte data worden vermeld in de kennisgeving over de start van de maatschappelijke tender. B. Beoordeling inschrijvingen Initiatiefnemers wordt gevraagd om hun projectvoorstel te voorzien van een plan voor grootschalige opwek samen met gebiedsontwikkeling, een participatieplan en een voorstel voor financiële participatie. Initiatiefnemers zullen in deze fase al een verkenning moeten doen van de stakeholders, zodat een participatieplan kan worden opgesteld dat is afgestemd op de omgeving. De ontvangen inschrijvingen worden beoordeeld door een onafhankelijke tendercommissie.

Tendercommissies worden geselecteerd op onafhankelijkheid bij lokale partijen en andere betrokkenheid in het gebied. De beoordeling vindt plaats op basis van de leidende principes en de randvoorwaarden zoals verwoord dit Programma, de gebiedspaspoorten én de criteria van de leidraad die hierop aansluiten. Hiervoor kan advies worden gevraagd aan externe deskundigen, bijvoorbeeld op het gebied van landschap. Op basis van de opgestelde criteria en vastgestelde selectieleidraad worden de ingediende projectvoorstellen beoordeeld en volgt een selectiebeslissing door het college van Burgemeester en Wethouders. C. Selectiebesluit De initiatiefnemer(s) die als beste uit de bus komt, ontvangt een voorlopig selectiebesluit. De initiatiefnemer(s) die te laag is gerangschikt, ontvangt een afwijzing. De uitkomst van de beoordeling (puntenverdeling) wordt alleen met de inschrijvende partijen gedeeld. Een selectiebesluit is naar haar aard nog niet een op een rechtsgevolg gericht besluit en daarmee geen besluit in de zin van de Algemeen wet bestuursrecht (Awb). Er staat dus geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming open. Tegen een (negatief)principebesluit kan wel worden geprocedeerd bij de civiele rechter. De mogelijkheid daartoe wordt beschreven in de brieven waarover wordt gecommuniceerd over de selectiebeslissing.

32 Leidende principes 32

Programma Grootschalige Opwek Vught

Publicatie procedure en criteria

4.3.4

Beoordeling projectplannen

Voorlopig selectiebesluit

Beschrijving procedure na afronding tender Na afronding van de tender wordt de geselecteerde inschrijvingen gevraagd om hun voorstel uit te werken in een concept omgevingsvergunningaanvraag (BOPA). In deze fase wordt het plan verder uitgewerkt, worden sectorale onderzoeken uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag, wordt het participatieplan uitgevoerd en worden afspraken over financiële participatie vastgelegd met de omgeving.

Projectparticipatie en concept omgevingsvergunning -aanvraag

Definitieve omgevingsvergunning - aanvraag

Ontwerp omgevingsvergunning

Definitieve omgevingsvergunning

Projectparticipatie In deze fase van de voorbereiding van de concept en de definitieve omgevingsvergunningaanvraag geeft de geselecteerde initiatiefnemer uitvoering aan het participatieproces zoals beschreven in het projectplan. Wensen en ideeën uit de omgeving worden opgehaald. Initiatiefnemer doet bij indiening van de concept- en de definitieve omgevingsvergunningaanvraag verslag van de wijze waarop de input vanuit de omgeving is verwerkt. In deze stap worden definitieve afspraken gemaakt over exacte locatie en inpassing/opstelling van de installatie en de uit te werken vormen van financiële participatie zoals een gebiedsfonds en/of omwonendenregeling. In deze fase is de initiatiefnemer in de lead en faciliteert het participatieproces. De gemeente controleert en monitort of de gemaakte afspraken over participatie worden nagekomen. Omgevingsvergunningaanvraag Op basis van het bij de tender ingediende plan, het participatietraject en de overeenkomst wordt een concept omgevingsvergunningaanvraag voorbereid en ingediend. In beginsel worden inschrijvende partijen gehouden aan de inhoud van hun inschrijving voor de tender. Dat is immers de basis waarop zij zijn beoordeeld. Dat neemt niet weg dat ruimte moet worden geboden voor uitwerking.

Om inschrijvende partijen te houden aan hun inschrijving wordt gewerkt met de beoordeling van een concept-omgevingsvergunningaanvraag door de gemeente. Als de aanvraag onvoldoende is uitgewerkt of afwijkt van de oorspronkelijke inschrijving kan aanvrager niet door en moet eerst gehoor worden gegeven aan de eisen die volgen uit de beoordeling. Als de conceptaanvraag 33 Leidende principes 33

Programma Grootschalige Opwek Vught

juist en volledig is kan de definitieve aanvraag worden ingediend en start de vergunningprocedure. De concept omgevingsvergunningaanvraag dient het volgende te bevatten: • Inrichtings- en beheerplan; landschappelijke inpassing; • Een onderbouwing van evenwichtige toedeling van functies aan locaties; • Quickscan ecologie of ecologisch onderzoek en eventueel uit te voeren maatregel opgenomen in een natuurbeheerplan; • Benodigde onderzoeken voor effecten op de leefomgeving en eventueel een ProjectMER -beoordeling); • Verslag participatie inspanningen en wijze waarop input is verwerkt in het ontwerp van het zonnepark. Met de indiening van de definitieve omgevingsvergunningaanvraag start de voorgeschreven openbare voorbereidingsprocedure onder de Omgevingswet. Anterieure Overeenkomst De gemeente legt samen met de initiatiefnemer de gemaakte afspraken over financiële participatie vast in de Anterieure Overeenkomst (AOK) of Participatieovereenkomst. Deze overeenkomst wordt getekend uiterlijk voordat de ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage wordt gelegd. De AOK bevat tevens afspraken over planschaderisico, financiele zekerheidsstelling en verhaal van plankosten.

34 Leidende principes 34

Programma Grootschalige Opwek Vught

Hoofdstuk 5 Randvoorwaarden 5.1

Inleiding De in dit hoofdstuk opgenomen randvoorwaarden richten zich op de initiatiefnemers. De voorwaarden zullen ook landen en verder uitgewerkt worden in de tenderprocedure. Dit hoofdstuk beschrijft de ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke randvoorwaarden die gelden. De genoemde randvoorwaarden spelen voor alle zoekgebieden. In het hoofdstuk hierna wordt per gebiedspaspoort per zoekgebied aangegeven welke lokale aandachtspunten er zijn. Dit betreft voornamelijk landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische voorwaarden.

5.2

Ruimtelijke randvoorwaarden In dit onderdeel worden algemene aandachtspunten gegeven voor ontwikkeling van wind en/of zonneparken in de gemeente. Hierbij worden de aspecten aangehouden die onderzocht zijn in het PlanMER. Elk initiatief moet zich vanzelfsprekend houden aan de geldende wet en regelgeving. Echter op dit moment zijn er geen landelijke windturbinebepalingen van kracht. De vaststelling hiervan wordt medio 2025 verwacht14. Gezien de plannen voor de uitvoering van dit Programma zal Vught naar verwachting geen aanvragen voor initiatieven in behandeling nemen voordat de landelijke windturbinebepalingen zijn vastgesteld.

5.2.1

Leefomgeving De effecten van wind- en/of zonneparken verschillen dusdanig dat er per techniek is aangeduid welke randvoorwaarden vanuit de bescherming van de leefomgeving gesteld worden. Het gaat om aspecten zoals geluid, verlichting, slagschaduw en externe veiligheid. Wind De aspecten geluid, slagschaduw en externe veiligheid horen bij het aspect leefomgeving. De gemeente Vught volgt voor deze onderwerpen de nog vast te stellen nationale windturbinebepalingen15. Op dit moment gelden nog geen landelijke windturbinebepalingen voor windparken met drie turbines of meer. Windparken kunnen pas weer aan de hand van landelijke milieunormen worden beoordeeld als de Rijksoverheid nieuwe landelijke milieunormen heeft vastgesteld. Deze landelijke normen zullen landen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder de Omgevingswet.

14 15

Windturbines leefomgeving | Platform Participatie https://www.rvo.nl/nieuws/nieuwe-landelijke-milieunormen-windturbines

35

Randvoorwaarden 35

Programma Grootschalige Opwek Vught

De verwachting is dat deze normen medio 2025 vastgesteld worden. Vught verwacht pas nadat de landelijke windturbine bepalingen zijn vastgesteld vergunning voor grootschalige opwek mogelijk te maken. De gemeente heeft geen intentie om strengere normen aan te houden dan landelijk voorgesteld. Wel wordt er een grote meerwaarde gezien als een concreet project kan aangeven dat er kan worden voldaan aan de streefwaarde van 45 dB Lden die nu opgenomen staat in de concept bepalingen. Een inschrijver die dit kan aantonen verdient de voorkeur. Voor slagschaduw zou een invoering van de voorgestelde normen een kleine verandering betekenen. In dit geval zou er nog 6 uur per woning aan slagschaduw mogen voorkomen. In de praktijk wordt er vaak voor gekozen om alle slagschaduw te mitigeren om zo de hinder hiervan geheel weg te nemen. De opbrengstderving door de stilstand van de windturbines is voor windparken op grote afstand van woonkernen beperkt. De gemeente Vught ziet dan ook als meerwaarde dat elke hinder door bewegende slagschaduw voorkomen wordt. Ook voor externe veiligheid wordt er aangesloten bij de nog vast te stellen nationale windturbinebepalingen. Hierbij worden voor één onderdeel extra voorwaarden opgenomen, namelijk ontplofbare oorlogsresten. Deze betreffen alleen wind- en zonzoekgebied 2 en zijn opgenomen in de gebiedspaspoorten.

Zon Transformatoren van zonneparken produceren geluid, al is dit beperkt. In het PlanMER zijn adviesafstanden van 30 meter aangehouden om het geluid te beperken. Zonneparken gelegen op minder dan 30 meter van gevoelige objecten zijn om deze reden uitgesloten. Ook bij de ontwikkeling van een zonnepark zijn ontplofbare oorlogsresten een aandachtspunt. Het betreft hierbij alleen wind- en zonzoekgebied 2, zoals opgenomen in de gebiedspaspoorten. Energieopslagsystemen (EOS) Voor EOS is onderzoek nodig naar veiligheid in verband met de gevolgen van brand. De regels hierover zijn opgenomen in de PGS-37-116. In de PGS-37-1 zijn voor verschillende typen lithium batterijen richtlijnen opgenomen over aanrijroutes van brandweer en over maatregelen om uitslaande brand naar de omgeving te voorkomen of te beperken. EOS kunnen ook geluid produceren. Net als bij transformatoren is dit redelijk beperkt. In het Omgevingsplan is opgenomen hoe met geluid van activiteiten op nabijgelegen geluidsgevoelige objecten rekening gehouden dient te worden. Het Programma heeft geen specifieke aanvullende voorwaarden en/of eisen op het gebied van EOS ten opzichte van landelijke voorwaarden.

16

36

PGS 37-1:2023 versie 1.0 (DECEMBER 2023) (publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

Randvoorwaarden

36

Programma Grootschalige Opwek Vught

5.2.2

Ecologie De komst van wind- en/of zonneparken kan impact hebben op de variëteit aan ecologisch beschermde soorten en gebieden. In de Groenvisie 2023-203317 is voor acht onderwerpen een hoofdstrategie bepaald: 1. Groenstructuur 2. Thema biodiversiteit 3. Thema klimaatadaptatie 4. Thema gezondheid 5. Thema identiteit 6. Thema samenwerking 7. Bomenbeleid 8. Beheer Uit de strategie voor deze onderwerpen zijn beleidspunten gekomen. Wind- en/of zonnepark initiatieven dienen zoveel mogelijk bij te dragen aan deze beleidspunten. Niet alle onderwerpen en bijbehorende beleidspunten hebben raakvlak met de opwek van grootschalige energie in het buitengebied van de gemeente Vught. In dit Programma herkennen we enkele hoofddoelen. Het behoud en de bevordering van de biodiversiteit, het versterken van ecologische verbindingen en het duurzaam beheer van natuurgebieden zijn ecologische opgaven waar een integrale gebiedsontwikkeling aan dient bij te dragen. •

•

•

Bevordering van biodiversiteit: Om de biodiversiteit te stimuleren, dienen er maatregelen te worden genomen ter voorkoming van aantasting en ter bevordering van inheemse flora en fauna. Het introduceren van ecologisch verantwoorde beplanting, het creëren van geschikte habitat voor specifieke soorten en het verminderen van verstorende factoren zijn hierbij van belang. Versterken van ecologische verbindingen: Het opzetten van ecologische verbindingen tussen verschillende natuurgebieden vergroot de levensvatbaarheid van populaties en bevordert genetische diversiteit. Hierbij moet rekening worden gehouden met migratieroutes van diersoorten en de aanleg van ecoducten of andere infrastructurele voorzieningen. Het beheer van natuurgebieden: Dit beheer dient gebaseerd te zijn op duurzame principes. Het zoveel mogelijk voorkomen en anders minimaliseren van verstoringen en het toepassen van natuurlijk beheer zijn cruciaal. Daarnaast is het betrekken van lokale belanghebbenden bij het behoud van ecologische waarden een belangrijk element.

Voor de opstelling van zonneparken geldt dat de ruimte tussen panelen, de lichtdoorlatendheid, de grootte en hoogte van de tafels van invloed zijn op de lichtinval op de bodem en de verdeling van het regenwater. Voor het behouden van of meerwaarde creeren voor flora en fauna moet er in elk geval voor worden gezorgd dat er voldoende licht en water op de bodem kan komen. Daarom moet er sprake zijn van open ruimte tussen panelen. Uitgangspunt is dat de bodem ter plaatse van een grondgebonden zonpv opstelling na ontmanteling van deze opstelling minimaal een vergelijkbare kwaliteit kent.

17

https://www.wijinvught.nl/projecten/beleid+en+notas+gemeente+vught/default.aspx#folder=2643659

37

Randvoorwaarden 37

Programma Grootschalige Opwek Vught

Uit de vlekkenplannen van Waardenburg Ecology komen enkele concrete inzichten betreffende de mogelijke relatie tussen zonneparken en de ecologische waarden in de zoekgebieden. Deze concrete aandachtspunten worden herschreven tot meetbare tendervoorwaarden. Hieronder is aangegeven welke zaken terugkomen in de vlekkenplannen en dus als mogelijke voorwaarden kunnen worden opgenomen (mits deze ecologisch ingepast worden, o.a. rekening houdend met biodiversiteit). 1. Plaats bij voorkeur zonneparken op minder vruchtbare landbouwgronden. 2. In zones met sterke kwel18 zijn er kansen om zonneparken te combineren met natte natuur. 3. De gemeente Vught kent enkele ‘Natte natuurparels’. Zonneparken die overlappen met deze natte natuurparels zijn ongewenst. 4. Naast de zonzoekgebieden liggen NNB en Natura 2000-gebieden. Door zonneparken in combinatie met natuur langs deze randen te plaatsen, wordt een buffer gecreëerd tussen het NNB en/of Natura 2000-gebied en de omringende landbouwgebieden. Ook voor windparken zijn concrete, ecologische voorwaarden zoals hierboven op te stellen. Er bestaan voor windturbines beperkte mogelijkheden om deze ecologisch in te passen, maar mitigatiemogelijkheden, zoals stilstand in bepaalde maanden of detectiesystemen om bepaalde vogelsoorten te herkennen, kunnen de ecologische effecten verminderen.

Een ecologische quickscan moet uitwijzen in hoeverre negatieve ecologische effecten kunnen optreden en welke mitigatiemogelijkheden er zijn. De gebiedspaspoorten geven per zoekgebied concrete aandachtspunten. Op basis van zienswijzen die zijn binnengekomen op het concept Programma en het advies van de commissie mer over het PlanMER, zal ecologie beter onderzocht worden. Dit wordt gedaan bij vervolgstappen, wanneer het gemeentebestuur gekozen heeft om in bepaalde zoeklocaties beter onderzoek te doen naar mogelijkheden tot ontwikkeling van (een) energiepark(en).

5.2.3

Bodem en water Het eerste leidende principe van de omgevingsvisie van de gemeente Vught is: “Bodem en water zijn de basis van de leefomgeving. Dit betekent dat ons beleid en plannen alleen mogelijk en wenselijk zijn als de bodem en het water gezond blijven of gezonder worden, en water voldoende wordt vastgehouden en opgevangen.” Hiermee zijn bodem en water belangrijke onderdelen met raakvlak met de ontwikkeling van wind- en/of zonneparken. Het PlanMER geeft ingangen voor ruimtelijke voorwaarden voor het aspect bodem. Zo worden er kansen gezien om verontreinigde gronden in te zetten voor zonneparken, zo blijven schone gronden beschikbaar voor andere ontwikkelingen met meer menselijke activiteit. Tegelijkertijd zijn er mogelijke aspecten van bodem waardoor initiatieven minder zouden scoren. Windturbines kunnen bijvoorbeeld invloed hebben op zettingen. Met de plaatsing van windturbines dient daarom rekening gehouden te worden met zetting van de ondergrond. Het toevoegen van gewicht op de bodem door de plaatsing van de 18

De vegetatie is afhankelijk van grondwater, als dit te ver weg zakt treedt schade op. Lange perioden van droogte hebben een sterke invloed op de vegetatie.

Randvoorwaarden 38

38

Programma Grootschalige Opwek Vught

turbine en fundering kan zettingen tot gevolg hebben. Ook een bemaling tijdens de aanleg van de fundering kan door droogvallende bodemlagen tot zettingen leiden. Ook kunnen er in de bouwfase trillingen voorkomen. Trillingsgevoelige constructies zoals dijken dienen te worden ontzien van windturbines. Op meer dan 15 meter zijn de effecten minimaal. De effecten van zonneparken en windturbines op waterkwaliteit en grondwaterstand kunnen variëren afhankelijk van de specifieke locatie, het ontwerp van de installaties en de toegepaste technologieën. Hier zijn enkele aandachtpunten: Zonneparken • Schaduw en verdamping: Zonnepanelen verminderen direct zonlicht op de bodem, wat kan leiden tot verminderde verdamping en minder directe opwarming van het aangrenzende water. Dit kan de temperatuur van nabijgelegen waterlichamen veranderen. • Uitloging: Tijdens de productie, installatie en onderhoud van zonnepanelen kunnen metalen eventueel uitlogen. Het beheer van deze stoffen is van belang om verontreiniging van het water te voorkomen. Voldoende open ruimte draagt bij aan de huidige- en de toekomstige kwaliteit van de bodem en het grondwater ter plaatste. De kwaliteit van de bodem is weer van belang voor de kwaliteit van de flora. De beheermaatregelen moeten voorkomen dat de ecologische kwaliteit van het gebied verslechtert of dat fauna verstoord wordt.

Daarom moet de huidige bodem en ecologische kwaliteit van het toekomstige zonnepark in kaart worden gebracht. Eventuele negatieve effecten moeten (zoveel mogelijk) worden tegengegaan. Verbeterdoelstellingen voor de ecologische en landschappelijke kwaliteit worden in het inrichtings- en beheerplan opgenomen. Ten tijde van de exploitatiefase van het zonnepark moet een jaarlijkse monitoring worden uitgevoerd. Hierbij wordt gekeken of de gekozen inrichtings- en beheersmaatregelen voldoende effect hebben voor het behalen van de doelstellingen voor ecologische kwaliteit uit het inrichtings- en beheerplan. In het beheerplan worden mogelijke maatregelen beschreven die getroffen kunnen worden als gedurende/na de exploitatiefase van een grondgebonden zon-pv opstelling blijkt dat de bodemkwaliteit wezenlijk verslechterd is. Verdroging door verminderde zon- en regeninval of verslechtering van bodemecologie moeten worden voorkomen. Daarom zijn eisen voor minimale ruimte tussen panelen opgenomen. De eis is dat een minimale open ruimte van 25% tussen de pv-panelen van de grondgebonden zon-pv opstelling aanwezig moet zijn. Windturbines • Grondwaterstand: De fysieke aanwezigheid van windturbines heeft over het algemeen geen directe invloed op de grondwaterstand. Echter, de aanleg van toegangswegen en funderingen kan lokale hydrologische patronen beïnvloeden.

• Waterkwaliteit: Windturbines hebben over het algemeen geen directe impact op de waterkwaliteit. Chemische stoffen die worden gebruikt in de productie en onderhoud van windturbines moeten echter goed worden beheerd om waterverontreiniging te voorkomen. Mits uitvoerbaar, zal de voorkeur zijn een type 39 Randvoorwaarden 39

Programma Grootschalige Opwek Vught

windturbine te gebruiken waarvan is aangetoond dat deze minder schadelijke stoffen zou bevatten in vergelijking met andere turbines van hetzelfde betreffende formaat. De invloed op waterberging is significant. Om de leefomgeving klimaatadaptief te maken is voldoende waterberging een belangrijk thema in de gemeente. Zonneparken hebben ook invloed op de watertoetreding tot de bodem. Deze waterberging is één van de onderzochte aspecten van water in het PlanMER. De waterbergende gebieden overlappen in enkele gevallen de wind- en/of zonzoekgebieden. Vooral het ruimtegebruik van zonneparken kan invloed hebben op de waterbergende capaciteiten van de zoekgebieden. Vandaar dat de combinatie van een conventioneel zonnepark en waterberging als onwenselijk wordt geacht, al zijn er wel voorbeelden waar deze combinatie succesvol gemaakt wordt. Het tegengaan van klimaatverandering en tegelijkertijd het weerbaarder maken van onze omgeving tegen deze verandering in dezelfde ruimte wordt gestimuleerd.

5.2.4

Landschap In de Omgevingsvisie van de gemeente is het volgende beschreven over het buitengebied, waar de mogelijkheden liggen voor wind en/of zon: “Het buitengebied heeft grote landschappelijke kwaliteiten. Het staat echter onder druk door de vele maatschappelijke opgaven op het gebied van energie en klimaat, de transitie van de landbouw, stoppende agrarische bedrijven en waterberging.”. Eén van de kerndoelen waar dan ook raakvlak mee is, is dat de landschappelijke, cultuurhistorische en stedenbouwkundige kwaliteiten behouden blijven of worden versterkt. De landschappelijke kwaliteiten verschillen per zoekgebied. In de gebiedspaspoorten wordt aangegeven welke lokale aandachtspunten we herkennen voor de ontwikkeling van wind- en/of zonneparken in de verschillende zoekgebieden. In deze gebiedspaspoorten en het PlanMER wordt het betreffende lokale landschapstype beschouwd. De kenmerken hiervan zijn gebruikt in de beoordeling van de zoekgebieden in het PlanMER. Ook de invloed van zonneparken en windparken op de ruimtelijk-visuele kenmerken en verlichting van de windturbines is onderzocht. Het PlanMER en de landschappelijke analyse van Waardenburg Ecology geven hiermee een set aan relevante aandachtspunten voor de tender. Een relevante bevinding is dat enkele grote windturbines minder impact hebben op het landschap dan een grotere hoeveelheid kleinere windturbines.

Alvorens plaatsing dient er altijd eerst een ontwerpend onderzoek plaats te vinden om te bepalen wat de impact is op de omgeving en wat de beste locatie is voor windturbines en/of zonneparken. De uiteindelijke landschappelijk inpassing moet landen in een landschapsplan. In het landschapsplan wordt aangegeven welke landschappelijke elementen na het ontmantelen van het wind- en/of zonnepark behouden zullen blijven.

5.2.5

Cultuurhistorisch erfgoed en archeologie Cultureel erfgoed is van groot belang voor het karakter en de identiteit van de dorpen in onze gemeente. In de Erfgoedvisie is gesteld dat: “[…] we volwassenen en kinderen bewust maken van de geschiedenis van de gemeente Vught, hun eigen leefomgeving. We beschermen en versterken ons erfgoed en maken het beter zichtbaar en beleefbaar. Hierdoor versterken we de verbinding van onze inwoners met ons erfgoed en creëren we meer draagvlak en bekendheid in de regio. 40

Randvoorwaarden 40

Programma Grootschalige Opwek Vught

In plaats van erfgoed te zien als belemmering is het van belang om erfgoed juist in te zetten voor actuele opgaven. Erfgoed kan bijdragen aan de grote maatschappelijke opgaven waar de gemeente Vught voor staat. Daarom streven we ernaar om erfgoed in te zetten voor opgaven als duurzaamheid, energietransitie, toerisme en recreatie. Zo willen we erfgoed nog beter inzetten om de gemeente aantrekkelijk te maken voor recreatie en erfgoedtoerisme. Ook als we ons als gemeente meer richten op de betekenis van het erfgoed voor de omgeving bij ontwikkelingen op het gebied van energie, klimaatadaptatie, verstedelijking, duurzame landbouw en technologische innovaties. Deze transities zijn aanleiding om meer aandacht te geven aan de kwaliteit van historische dorpskernen en het landschap als drager van deze ontwikkelingen. Verhalen over erfgoed kunnen daarbij dienen als inspiratiebron, een gezamenlijke identiteit behouden en versterken, draagvlak creëren voor verandering en een verbindende rol spelen bij een gedeelde visie op de toekomst.” Vanwege het verschil in belevenis tussen een windturbine en een zonnepark op cultureel erfgoed en archeologie worden er in de tender per techniek verschillende voorwaarden gesteld. Het macroniveau van windturbines leent zich niet goed om te koppelen met kleinschalige cultuurhistorische elementen.

Het Drongelens afwateringskanaal en enkele vaarten in de Gement lenen zich qua schaal als één van de weinige echte koppelkansen. De A2 zou dit ook kunnen zijn, al is een windpark (drie of meer windturbines) hier qua plaatsingsruimte onwaarschijnlijk. Bij zon ligt dit juist anders. Landschappelijk ingepaste randen kunnen zonneparken juist accentueren of maskeren. De koppeling met een cultuurhistorisch waardevol complex, gebied of landschap kan juist opgezocht worden, of er kan gekozen worden om de relatie tussen het zonnepark en het cultuurhistorisch erfgoed te minimaliseren. Cultuurhistorie is als beoordelingsaspect meegenomen in het PlanMER. De zoekgebieden en verschillende alternatieven in de zoekgebieden zijn gescoord op de nabijheid van de cultuurhistorische complexen, gebieden en landschappen in en rond de gemeente. Ook zijn de zoekgebieden gescoord op de relatie met enkele historische zichtrelaties. Enkele gemeentelijke onderdelen zoals Hollandse Dijk, gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden zijn niet in het PlanMER opgenomen. Deze maken wel onderdeel uit van de gebiedspaspoorten en vormen samen met de andere ruimtelijke voorwaarden input voor de tender. Het onderdeel archeologie is verwant aan cultuurhistorie en is ook onderzocht in het PlanMER. Vanwege de onzichtbaarheid van dit aspect is het complex om een koppeling te maken.

Pas indien bij bouwwerkzaamheden op archeologische vondsten wordt gestuit, gaat dit onderwerp echt spelen. De als archeologisch waardevolle gebieden aangeduide gronden verdienen enige bescherming. Ook kan de mogelijkheid gecreëerd worden om creatieve koppelingen die de archeologische waarden benadrukken extra punten te geven. Over de exacte invulling van deze voorwaarden worden keuzes gemaakt bij het opstellen van de tender.

5.3

Sociaal-maatschappelijke voorwaarden Naast voorwaarden voor ruimtelijke en landschappelijke inpassing van zonne- en/of windparken en opslag van duurzame energie worden aan de ontwikkeling ook sociaal 41

Randvoorwaarden 41

Programma Grootschalige Opwek Vught

maatschappelijke voorwaarden gesteld. Voor enkele van deze voorwaarden geldt dat sprake is van een basis in wetgeving of provinciale instructieregels. Voor overige voorwaarden geldt dat dit Programma de basis vormt.

5.3.1

Tijdelijkheid van grootschalige opwek Een wind- en/of zonnepark wordt gezien als een tijdelijke invulling op basis van het provinciaal beleid van Noord-Brabant. Voor wind- en/of zonneparken geldt dat enkel medewerking wordt verleend met een maximale instandhoudingstermijn van 25 jaar. Belangrijk daarbij is dat de onderliggende (agrarische) functie van de betreffende gronden blijft gelden. Tenzij er sprake is van natuurontwikkeling bij zonneparken, dan is juist een functieverandering in natuur het doel. Ieder zon- en/of windpark moet na beëindiging van de exploitatie na 25 jaar opgeruimd worden. Of eerder indien de exploitatie eerder is beëindigd dan de looptijd van de vergunning. Vervolgens moet het terrein hersteld worden. In het landschapsplan wordt aangegeven welke landschappelijke elementen na het ontmantelen van het wind- en/of zonnepark behouden zullen blijven. Om dat te garanderen wordt financiële zekerheid gesteld. De financiële zekerheidsstelling voor de opruimkosten zal in een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer worden vastgelegd. Dit zal ook in de omgevingsvergunning opgenomen worden. Daarnaast wordt ook de termijn waarbinnen het park ontmanteld dient te zijn hierin opgenomen. De materialen van het wind en/of zonnepark worden tenminste gerecycled conform de dan geldende wet- en regelgeving.

Vught sluit hiermee aan op het provinciale beleid zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Daarnaast zijn deze voorwaarden van belang voor eventuele subsidieverlening vanuit het rijk19.

5.3.2

Betrek de omgeving Grootschalige opwek zorgt voor een verandering in de omgeving van burgers, bedrijven en andere belanghebbenden. Vught vindt het belangrijk dat omwonenden en andere belanghebbenden kunnen worden betrokken bij plannen in hun directe omgeving. Dit noemen we procesparticipatie. Door procesparticipatie als vereiste op te nemen sluiten we aan bij de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht (burger)participatie, maar normeert deze niet. Uitgangspunten voor Vught zijn: A. Vroegtijdig betrekken B. Breng de omgeving in kaart C. Juiste wijze van betrekken. Vroegtijdig betrekken Onder vroegtijdig verstaan wij dat omwonenden en andere belanghebbenden al in het proces participeren nog voordat er een definitief ontwerp wordt voorgelegd bij de gemeente. Belangrijk onderdeel van procesparticipatie is het juiste moment. Procesparticipatie van concrete initiatieven is erop gericht om in een zo vroeg mogelijk stadium omwonenden en andere belanghebbenden te informeren over en te betrekken bij de planvorming. Uitgangspunt is een zorgvuldig omgevingsproces door middel van actieve samenwerking met omwonenden/belanghebbenden. A.

19

42

Voorbeeld basisteksten voor maatschappelijke eisen voor zonne- en windparken op land | VNG

Randvoorwaarden

42

Programma Grootschalige Opwek Vught

Het vroegtijdig betrekken zorgt er immers voor dat verschillende perspectieven, kennis en creativiteit snel op tafel komen. Met als resultaat meer draagvlak, betere besluiten en potentieel tijdwinst, waardoor bezwaarprocedures later in het proces kunnen worden voorkomen. Omwonenden kunnen zich zorgen maken over bepaalde locatiespecifieke onderwerpen, die niet standaard zijn. Daarnaast kunnen zij relevante informatie aanleveren die gebruikt kan worden in deze onderzoeken. Daarbij zal het vroegtijdig betrekken van omwonenden en andere belanghebbenden ook leiden tot bruikbare input voor de initiatiefnemer. Omwonenden en andere belanghebbenden beschikken vaak over relevante lokale kennis en dragen zo bij aan de kwaliteit van een project. Tijdens het opstellen van het projectplan voor grootschalige opwek ten tijde van de tenderfase zal de omgeving op zijn minst op de hoogte gesteld moeten worden van het initiatief. Bij het indienen van het project zal dan ook een aanpak van participatie opgenomen moeten zijn. Omdat Vught grote waarde hecht aan lokaal eigendom zal de wijze waarop dit vorm wordt gegeven in de omgevingsparticipatie betrokken moeten worden. B. Omgeving in kaart brengen De verantwoordelijkheid voor het betrekken van de omgeving ligt bij de initiatiefnemer. Daarbij hanteren we een onderscheid tussen direct omwonenden, andere belanghebbenden en belangstellenden.

Omwonenden (ook uit andere aangrenzende gemeenten) hebben doorgaans zicht op of zijn direct betrokken bij het initiatief. Onder belanghebbenden verstaan we iedereen die te maken heeft met het wind- en/of zonnepark. Het gaat hier naast omwonenden ook om bedrijven, belangenorganisaties, zoals een natuurvereniging en recreanten. Dit komt integrale aanpak van het gebied ten goede. Tot slot zijn er nog belangstellenden. Dit betreft de rest van de gemeente. Deze mensen hebben in hun dagelijkse doen en laten weinig tot geen hinder van een project, maar zouden misschien wel graag gebruik willen maken van financiële participatie. Als de vorming van een energiegemeenschap niet haalbaar blijkt, moet bij de inschrijving op de tender worden beschreven welke vormen van betrokkenheid door de omgeving in het project wel mogelijk zijn. Het gaat om samenwerkingen met vormen van lokaal eigendom en overige vormen van financiële participatie. Om de gelijkwaardige positie tussen omgeving en initiatiefnemer van opwekinstallaties te garanderen wordt gestreefd naar constructies waarbij sprake is van lokaal eigendom. Bij elke inschrijving moet een voorstel worden gedaan voor de vorming van een energiegemeenschap of overige vormen van financiële participatie.

Idealiter is de projectstructuur zodanig opgezet dat ook al is een energiegemeenschap bij inschrijving van het project nog niet zeker gesteld, op termijn wel de mogelijkheid bestaat om door te kunnen groeien naar een energiegemeenschap. Initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de onderzoeksopzet en het voorleggen van de vraagstukken aan omwonenden/belanghebbenden. Op deze wijze kan in de onderzoeken aandacht besteed worden aan de zorgpunten. C. Wijze van betrekken De mate van betrokkenheid is verschillend tussen de verschillende groepen. Een veel gebruikte manier om de mate van participatie weer te geven is de participatieladder (zie 43 Randvoorwaarden 43

Programma Grootschalige Opwek Vught

Figuur 5.1). De participatieladder heeft vier treden, waarbij bij iedere trede de mate van gelijkwaardigheid en wederkerigheid toeneemt.

44 Randvoorwaarden 44

Programma Grootschalige Opwek Vught

Figuur 8

Participatieladder (Tredes van Mee)

Hierna volgt een korte toelichting per trede: ➢ Meeweten (informeren); communicatie kenmerkt zich door éénrichtingsverkeer. ➢ Meedenken (raadplegen en adviseren); communicatie is tweerichtingsverkeer. Naast informeren wordt ook opgehaald wat de omgeving/belanghebbenden van het project vinden. Doel is gericht op het verkrijgen van input om hiermee bij de uitwerking van het project rekening te houden; ➢ Meedoen (coproduceren); het leveren van een actieve bijdrage aan (een deel van) het project. De beslismacht en eigenaarschap ligt bij de initiatiefnemers. De omwonenden/belanghebbenden zijn betrokken bij het vormgeven van het project; ➢ Meebeslissen; gezamenlijk project met deelname door de omgeving en inclusief eigenaarschap bij en in handen van de omgeving. Naarmate er meer betrokkenheid is, scoort een project beter. Gezien het leidende principe van de energiegemeenschappen zal de trede Meebeslissen bij de ontwikkeling van projecten voor grootschalige opwek de voorkeur hebben. Voordat we de tenderfase ingaan, neemt de gemeenteraad een besluit over welke invulling van het Programma toegestaan kan worden. Welke manier van opwek (zon en/of wind) in welk gebied wordt toegestaan bepaalt de raad. Participatieniveau ‘Meebeslissen’ gaat over het participeren nadat bovenstaande keuze is gemaakt. Immers start na die keuze de projectfase.

Het opstellen van een communicatie- en participatieplan door de initiatiefnemer vormt hiervoor de borging. Dit plan bevat in ieder geval informatie over: ➢ communicatiemomenten (wanneer wordt de omgeving betrokken); ➢ omgeving (wie worden betrokken); 45 Randvoorwaarden 45

Programma Grootschalige Opwek Vught

➢ ➢ ➢

5.3.3

waarover (waarover en trede participatieladder) vorm (welke middelen worden hiervoor ingezet) terugkoppeling (wat met de input is gedaan en hoe terugkoppeling plaatsvindt).

Netaansluiting en netcongestie In de Nota Energie en Klimaat Vught 2022-2030 is het volgende aangegeven over het aansluiten van grootschalige duurzame energie-opwek in de gemeente: “Er wordt ingezet op slimme technologie om energieverbruik en -opwek zoveel mogelijk gelijktijdig plaats te laten vinden en het netwerk zoveel mogelijk te ontlasten. In tijden van overbelasting van het energienet is het slim om de afstand tussen de plaats van de opwek van energie en de plaats van het verbruik niet te groot te laten zijn. Zo is minder (ondergrondse) infrastructuur nodig. Daarnaast is het handig om verbruik en opwek meer op elkaar af te stemmen, zodat het energienet minder wordt belast”. Met de komst van een energiegemeenschap wordt het belang van het samen delen en beheren van aansluitingen belangrijker en ook interessanter waardoor er mogelijk binnen netvlakken ruimte kan gaan ontstaan. Bij de ontwikkeling van lokale duurzame grootschalige energie zal hier rekening mee worden gehouden. Zo zullen lokale grote afnemers ook de mogelijkheid krijgen om actief deel te nemen in de ontwikkeling van deze energiebronnen en zo collectief lokaal zeggenschap en eigenaarschap te hebben. In de energietransitie is het realiseren van zonnepanelen en/of windturbines om duurzame energie op te wekken niet de enige uitdaging.

Ook dient het elektriciteitsnet geschikt te worden gemaakt om de opgewekte energie te transporteren. In Vught zijn regionale netbeheerder Enexis en landelijke netbeheerder TenneT hiervoor verantwoordelijk. Vanuit de netbeheerders is aangegeven dat de grens voor de realisatie van nieuwe grootverbruik aansluitingen momenteel bereikt is (zie Figuur 9). Het is wel nog mogelijk om opwekcapaciteit te realiseren die binnen een kleinverbruik aansluiting past (maximaal 3 x 80 ampère). Dit leidt ertoe dat er geen nieuwe offertes voor teruglevering worden afgegeven, tenzij er door het wegvallen van al geplande projecten of door maatregelen rond congestiemanagement alsnog ruimte ontstaat. Deze situatie zal naar verwachting blijven bestaan totdat TenneT een nieuw onderstation bij Tilburg heeft gerealiseerd. In het investeringsplan van TenneT staat de ingebruikname van dit onderstation in 2027 gepland.20 Als het Programma in 2024 wordt vastgesteld zal een omgevingsvergunning waarschijnlijk pas in 2025/2026 verleend worden. Met eventuele afwikkeling bij rechtbank en Raad van State daarna, ligt realisatie van een zonne- en/of windpark voor 2027 niet voor de hand.

20

46

https://www.tennet.eu/nl/over-tennet/publicaties/investeringsplannen

Randvoorwaarden

46

Programma Grootschalige Opwek Vught

Figuur 9

Capaciteitskaart van netbeheerder voor terugleveringen afname van opgewekte energie. Voor meest recente versie zie: https://capaciteitskaart.netbeheernederland.nl/

De belemmering in de realisatie van grootverbruikaansluitingen is een groot knelpunt voor de realisatie van meer zonne- en/of windenergie. Dit lijkt tijdig te worden opgelost om de doelstellingen voor Vught in het kader van de RES niet in gevaar te laten komen (vanaf 2027 is het realiseren van nieuwe aansluitingen hopelijk weer mogelijk op Tilburg, en Den Bosch) maar levert in de tussentijd wel een grote uitdaging op. In de tender zullen voorstellen voor maatregelen zoals hierna benoemd opgenomen worden. • Het actief benaderen van ondernemers om mee te denken of (een groot deel van) het dak wel benut kan worden binnen kleinverbruik aansluiting, eventueel na uitbreiding van die kleinverbruik aansluiting. • Mocht er door congestiemanagement of na uitbreiding van het hoogspanningsstation weer ruimte beschikbaar komen op het net, is efficiënt gebruik van de beschikbare capaciteit nog steeds belangrijk. • Voor een aantal zoekgebieden geldt dat het een optie is om zon en wind te combineren (cable pooling). • Inzet van (grootschalige) energieopslagsystemen (EOS), waardoor het net ontlast kan worden. • Rechtstreekse levering (achter de meter) waarbij de totale energie opwek volledig wordt benut. Dit kan door directe lijnen tussen de opweklocatie en de locatie waar deze opwek wordt benut zonder het openbare elektriciteitsnet extra te belasten.

In de tendervoorwaarden zal ook een waardering toegekend worden aan initiatieven die bijdragen aan vermindering van netcongestie.

47 Randvoorwaarden 47

Programma Grootschalige Opwek Vught

Hoofdstuk 6 Gebiedspaspoorten Een zoekgebied voor grootschalige opwek wordt als één ontwikkellocatie vrijgegeven waarbinnen één samenhangende ontwikkeling moet worden ontwikkeld. Hierbij moet een integrale gebiedsontwikkeling worden doorlopen met als doel meerwaarde te creeren door samenwerking in het gebied met de komst van grootschalige opwek van energie. Een initiatief moet voldoen aan de randvoorwaarden uit de gebiedspaspoorten die dit hoofdstuk per zoekgebied beschrijft. Per zoekgebied zijn de belangrijkste aandachtspunten samengevat, is het opwekpotentieel berekend en een is kaart van de locatie weergegeven. Hierna volgt de verdieping.

6.1

Windzoekgebied 1 De belangrijkste aandachtspunten van dit zoekgebied zijn: • Weidevogelgebied ten noorden van afwateringskanaal • Landschappelijke koppeling met afwateringskanaal • Nabijheid van woningen in en rond Cromvoirt • De aanwezigheid van een golfbaan met bijbehorende natuur. Het maximale opwekpotentieel van windturbines in dit gebied is circa 0,1 TWh.

Figuur 10

Windzoekgebied 1

48 Gebiedspaspoorten 48

Programma Grootschalige Opwek Vught

Zoekgebied 1 ligt in het landschap van de veenkolonie en wordt in sommige delen door zandgrond gekenmerkt. Dit landschap wordt gekenmerkt door de grote schaal en het open landschap. Door de grote schaal leent dit type landschap zich voor de inpassing van windturbines. Windturbines zijn door hun maat en opgaande verschijningsvorm zeer zichtbaar in het landschap en kunnen dan ook het best worden ingepast in een grootschalig en robuust landschap. Het afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch – Drongelen past qua maat en schaal bij windturbines. Een lijn langs dit kanaal is landschappelijk het meest wenselijk. Dit accentueert het kanaal. Zoekgebied 1 ligt in cultuurhistorisch waardevol gebied. Inpassing van windturbines is mogelijk mits zorgvuldig ingepast in het landschap. Uit het PlanMER blijkt dat er in en direct rond dit zoekgebied relatief weinig objecten of complexen met cultuurhistorische waarde zijn gelegen. Dit biedt kansen om de cultuurhistorische status van de gemeente te behouden en tegelijkertijd grootschalig duurzame energie op te wekken. Een deel van de mogelijke plaatsingsruimte voor windturbines in dit zoekgebied ligt ten noorden van het afwateringskanaal. Ook ligt een deel van dit gebied in waterbergingsgebied. Ondanks dat er geen natuurbestemming ligt in het deelgebied is ter bescherming van weidevogels in 2020 het ‘Weidevogelconvenant’ afgesloten.

Inmiddels is in februari 2024 het herijkte weidevogelconvenant Gement-de Zeeg 2024-2030 opnieuw vastgesteld door de colleges van gemeente Vught en Heusden21. Een aanzienlijk gedeelte van het zoekgebied is golfbaan. Voordat ontwikkeling hier mogelijk is, is logischerwijs toestemming nodig van de eigenaar. Ook is rond de golfbaan natuur aanwezig, al dan niet beschermd. De ecologische effecten van wind en zon op dit weidevogelgebied zijn beschreven in de ecologische risicoanalyse van Waardenburg Ecology. Hierin wordt aangegeven dat het ruimtebeslag van windparken vaak relatief beperkt is, maar dat er daarentegen wel sprake kan zijn van verstoring / vermijding door weidevogels. Gedurende een concreet project is specifiek onderzoek nodig om de effecten op weidevogels te bepalen. Mede op basis van de resultaten van deze onderzoeken kan bepaald worden of de combinatie van windturbines en weidevogels hier mogelijk is of dat compensatie van het weidevogelgebied een uitkomst biedt. De plaatsingsruimte voor windturbines is relatief dichtbij de kern Cromvoirt. De verwachting is dat windturbines kunnen voldoen aan geluid- en slagschaduwnormen, maar hinder is niet uitgesloten. Een concreet project dient aan te tonen dat er redelijkerwijs kan worden voldaan aan nog vast te stellen nationale normen en aan de de randvoorwaarden gesteld in dit Programma.

6.2

Windzoekgebied 2 De belangrijkste aandachtspunten van dit zoekgebied zijn: • Geheel zoekgebied ligt in weidevogelgebied 21

https://heusden.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/14835ed8-aaca-444b-ae3d003a6d534ea7

49

Gebiedspaspoorten 49

Programma Grootschalige Opwek Vught

• • •

Nabijheid van woningen in en rond Cromvoirt Landschappelijke koppeling met afwateringskanaal Elementen met cultuurhistorische waarden.

Het maximale opwekpotentieel van windturbines in dit gebied is circa 0,13 TWh. Figuur 11

Windzoekgebied 2

Wind zoekgebied 2 ligt in het landschap van de veenkolonie. Dit landschap wordt gekenmerkt door de grote schaal en het open landschap. Door de grote schaal leent dit type landschap zich voor de inpassing van windturbines. Windturbines zijn door hun maat en opgaande verschijningsvorm zeer zichtbaar in het landschap en kunnen dan ook het best worden ingepast in een grootschalig en robuust landschap. Het afwateringskanaal ’sHertogenbosch – Drongelen past qua maat en schaal bij windturbines. Een lijn van windturbines langs dit kanaal is landschappelijk het meest wenselijk. Dit accentueert het kanaal. Ook zijn er mogelijkheden om turbines te koppelen aan enkele bredere vaarten in het gebied, om zo deze ook te benadrukken. Zoekgebied 2 ligt in cultuurhistorisch waardevol gebied. Inpassing van windturbines is mogelijk mits zorgvuldig ingepast in het landschap. Aan de randen en in het zoekgebied zijn wel enkele cultuurhistorische elementen te vinden waar plaatsing van windturbines afbreuk aan kan doen. Plaatsing van windturbines binnen de invloedsferen van fort Isabella en de eendenkooien “Oude Kooi” en “Nieuwe Kooi” dient voorkomen te worden. Daarnaast loopt de “Hollandse Dijk” door het gebied. Windturbines kunnen de waarde van deze lijn verminderen. Concrete projecten moeten aantonen dat deze waardevermindering niet optreedt of wordt gecompenseerd. 50 Gebiedspaspoorten 50

Programma Grootschalige Opwek Vught

Ecologisch gezien kunnen windturbines relatief veel negatieve effecten opleveren in windzoekgebied 2. Ondanks dat er geen natuurbestemming ligt in het aangewezen zoekgebied is ter bescherming van weidevogels in 2020 het ‘Weidevogelconvenant’ afgesloten (opnieuw vastgesteld in februari 2024). De ecologische effecten hiervan zijn beschreven in de ecologische risicoanalyse van Waardenburg Ecology. Hierin wordt aangegeven dat het ruimtebeslag van windparken vaak relatief beperkt is, maar dat er daarentegen wel sprake kan zijn van verstoring / vermijding door weidevogels. Gedurende een concreet project is specifiek onderzoek nodig om de effecten op weidevogels te bepalen. Mede op basis van de resultaten van deze onderzoeken kan bepaald worden of de combinatie van windturbines en weidevogels hier mogelijk is of compensatie van het weidevogelgebied een uitkomst biedt. Vergeleken met zoekgebied 2 ligt zoekgebied 1 maar voor een beperkt deel in weidevogelgebied. In het westen van het windzoekgebied zijn mogelijk nog ontplofbare oorlogsresten te vinden. Dit houdt de ontwikkeling van windturbines niet direct tegen, maar voordat ontwikkeling hier wordt toegestaan is overleg tussen initiatiefnemer en de gemeente Vught benodigd. Gezamenlijk kan er een plan worden opgesteld om veiligheidsrisico’s te minimaliseren.

Uit het PlanMER blijkt dat plaatsing van windturbines in het zuidoosten van dit zoekgebied relatief veel woningen kan belasten. Bij plaatsing van windturbines binnen dit gebied moet goed beschouwd worden welke hinder kan optreden en hoe deze hinder geminimaliseerd kan worden.

6.3

Windzoekgebied 4 De belangrijkste aandachtspunten van dit zoekgebied zijn: • Directe nabijheid van complexen met cultuurhistorische waarde ➢ Aanwezigheid van Natuurnetwerk Brabant (NNB) • Regionale waterkeringen. Het maximale opwekpotentieel van windturbines in dit gebied is circa 0,075 TWh.

51 Gebiedspaspoorten 51

Programma Grootschalige Opwek Vught

Figuur 12

Windzoekgebied 4

Windzoekgebied 4 ligt in het heideontginningslandschap. Dit is een kleinschaliger landschap dan het landschap van de veenkolonie. Windturbines zijn door hun grote maat hier minder passend dan in de grootschaligere landschappen in de gemeente. Zoekgebied 4 ligt naast een complex van cultuurhistorisch belang en in de nabijheid van diverse rijksmonumenten. Het H. Joachim Klooster (kloosterhotel ZIN) en Landgoed Blijendijk zijn hier voorbeelden van. Vanwege de cultuurhistorische waarden zijn turbines hier daarom lastig voorstelbaar. Binnen dit zoekgebied is een deel van Natuurnetwerk Brabant (NNB) gelegen. De bouw en het gebruik van windturbines kunnen effecten hebben op de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het NNB, waarmee een negatief effect op het functioneren van het NNB niet kan worden uitgesloten. De plaatsing van windturbines binnen het NNB is niet zonder meer toegestaan, want een dergelijke ontwikkeling moet aan een aantal voorwaarden voldoen (Artikel 3.38 uit de IOV). Zo geldt een compensatieplicht naar de regels van de omgevingsverordening Brabant. Vanwege het grote aanbod aan plaatsingsruimte buiten NNB is het onwenselijk om windturbines binnen NNB te plaatsen. Onder provinciale voorwaarden is het mogelijk. De gemeente Vught stimuleert dit niet en heeft voorkeur voor de ontwikkeling van windturbines buiten NNB. Het NNB kent daarnaast externe werking.

Ook hier geldt een compensatieplicht voor. Een concreet initiatief nabij NNB dient aan te tonen dat deze compensatie is meegenomen in het plan.

52 Gebiedspaspoorten 52

Programma Grootschalige Opwek Vught

In en rond het zoekgebied zijn enkele regionale waterkeringen aanwezig. Vanwege trillingen en andere externe veiligheidsrisico’s is plaatsing van windturbines op of binnen 15 meter van deze keringen ongewenst.

6.4

Zoekgebied zon 1 De belangrijkste aandachtspunten van dit zoekgebied zijn: • Weidevogelgebied ten noorden van afwateringskanaal • Koppelkansen met project De Margriet ➢ Let op kwel, essen en overgangsgebieden Natura2000-gebied • De aanwezigheid van een golfbaan met bijbehorende natuur. Het maximale opwekpotentieel van zonneparken in dit gebied is circa 0,02 TWh.

Figuur 13

Zonzoekgebied 1

Zonzoekgebied 1 is gelegen in het noordwesten van de gemeente, aan beide zijden van het afwateringskanaal. Hiermee is er direct een tweedeling van het zoekgebied te zien. Het noordelijk gedeelte van dit zoekgebied ligt in het gemeentelijke weidevogelgebied. Een zonnepark neemt mogelijke gronden voor weidevogels en andere beschermde soorten weg. Verder onderzoek en afweging van de verschillende doelstellingen is nodig voordat er een keuze wordt gemaakt over een zonnepark in het weidevogelgebied. Het zuiden lijkt hier meer geschikt voor, al is de aanwezige grond voor zonneparken beperkt. Een aanzienlijk gedeelte van het zoekgebied is golfbaan. Een deel van het zoekgebied is gereserveerd voor De Margriet. Het project De Margriet is een pilotproject, 53 Gebiedspaspoorten 53

Programma Grootschalige Opwek Vught

onderdeel van het project “Agro proeftuin de Peel”. Doel van het project is om de biodiversiteit te vergroten zowel boven- als ondergronds, het verrijken van de bodem door opname van meer organische stof en, mede daardoor, vergroten van het watervasthoudend vermogen. Zonnepanelen zouden een katalysator kunnen zijn voor deze doelen. Zo is bijvoorbeeld bewezen dat kruidenrijke randen en grote ruimtes tussen de panelen een positieve bijdrage kunnen leveren aan het vergroten van de biodiversiteit. Het toestaan van zonneparken in het gebied kan hiermee een kans zijn voor De Margriet. De afname van inkomend zonlicht op de bodem is hierbij wel een aandachtspunt. Het gebied ten noordwesten van Cromvoirt is nog onderdeel van de es, met een vruchtbare ondergrond. Bij voorkeur worden zonneparken op minder vruchtbare gronden geplaatst, zodat de vruchtbare gronden benut kunnen worden voor landbouw. Rondom zoekgebied 1 liggen Natura2000-gebieden. Dit zijn ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ in het noorden en deel van het afwateringskanaal en ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’ ten zuiden en westen. Door zonneparken in combinatie met natuur langs deze randen te plaatsen, wordt een buffer gecreëerd tussen het Natura 2000-gebied en de omringende landbouwgebieden.

Voor een deel ligt dit gebied in een waterbergingsgebied In de zone naast het Afwateringskanaal ‘s-Hertogenbosch-Drongelen is sterke kwel aanwezig. Hier ligt potentie om zonneparken te combineren met natte natuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=1d564472-a0ae-4ae0-aabb-1e49a11f9140