CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Toelichting TAM-omgevingsplan 'Hoofdstuk 22f, Roucouleur Glorieuxlaan Vught'

Raadsvergadering 11 juni 2026, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststelling TAM-Omgevingsplan 'Hoofdstuk 22f, Roucouleur Glorieuxlaan Vught'25.876 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Toepassing en conclusie In paragraaf 4.10 van deze toelichting is een beschouwing van de cultuurhistorische waarde van het plangebied en de impact van het beoogde planvoornemen daarop opgenomen. Daaruit blijkt dat er op dit punt geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Uit diezelfde paragraaf blijkt dat sprake is van een hoge archeologische verwachting heeft. In dat kader heeft dan ook archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Op basis van dit archeologische onderzoek is deze verwachting bijgesteld naar laag en wordt geadviseerd dat geen vervolgonderzoek noodzakelijk is. Gezien dit advies is geen sprake van belemmeringen voor het planvoornemen en wordt voldaan aan de instructieregels ten aanzien van cultureel erfgoed. 3.3.6 Het behoud van ruimte voor toekomstige functies In paragraaf 5.1.6 van het Bkl is voorzien in instructieregels die het behoud van ruimte voor toekomstige ontwikkelingen moeten borgen door te voorkomen dat in de betreffende reserveringszones ontwikkelingen plaatsvinden die toekomstige ontwikkelingen kunnen belemmeren.

Het betreft enkele concrete ontwikkelingen voor specifieke locaties zoals Mainportontwikkeling Rotterdam en de Parallelle Kaagbaan bij Schiphol, maar ook enkele meer algemene ontwikkelingen zoals reserveringsgebieden voor autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen en reserveringsgebieden voor (nieuwe) leidingen van nationaal belang. Geen van deze reserveringszones zijn van belang voor onderhavig plangebied. Deze instructieregels vormen daarom geen belemmering voor het planvoornemen. 3.3.7 De staat van goede werking van infrastructuur en voorzieningen In paragraaf 5.1.7 van het Bkl zijn enkele instructieregels gebundeld die betrekking hebben op het behoud van de staat en goede werking van infrastructuur en bepaalde voorzieningen. Het betreft voorzieningen in het kader van de landsverdediging en nationale veiligheid (o.a. militaire terreinen, laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen, militaire radarinstallaties), grootschalige energieproductieinstallaties , Rijksvaarwegen, communicatie-, navigatie- en radarapparatuur voor de burgerluchtvaart, landelijke fiets- en wandelroutes en hyperscale datacentra.

Toepassing en conclusie Het plangebied maakt onderdeel uit van een gebied waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren en van een uitsluitingsgebied hyperscal datacentra. In beide gevallen voorziet het planvoornemen niet in de realisatie van respectievelijk een windturbine of een datacentra. Het beoogde planvoornemen voorziet enkel

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

35

in de realisatie van 4 vrijstaande woningen waarvan de goot-/bouwhoogte (7/12 meter) en omvang beperkt c.q. kleinschalig is. 3.3.8 Het gebruik van bouwwerken De mogelijkheden om in een omgevingsplan regels te stellen over de te realiseren categorieën woningen zijn opgenomen in paragraaf 5.1.7a van het Bkl, dat bestaat uit één artikel (5.161c). Het kan daarbij gaan om sociale huur- en koopwoningen, geliberaliseerde woningen voor middenhuur en woningen die alleen mogen worden gebouwd in particulier opdrachtgeverschap. Indien regels worden gesteld over de te realiseren woningcategorieën, dan dient daarbij ook een termijn voor instandhouding van die woning in de betreffende categorie opgenomen, waarmee de woning voor die periode beschikbaar blijft voor de betreffende doelgroep. Het voorgaande is mogelijk, het is op basis van het Bkl niet verplicht het type woning vast te leggen indien de beoogde woningen in de genoemde categorieën vallen. Voor onderhavig planvoornemen is er geen behoefte aan het vastleggen van het type te realiseren woningen en daarmee ontstaat dus geen strijdigheid met deze instructieregel.

3.3.9 Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen Het enige artikel in paragraaf 5.1.8 van het Bkl, die betrekking heeft op het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen, bepaalt dat voor zover een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, in het omgevingsplan rekening moet worden gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking. Een deel van het plangebied zal, na realisatie van de woningen als (openbare) buitenruimte gaan dienen. zoals ook blijkt uit hoofdstuk 2 van deze toelichting wordt bij het ontwerp van die buitenruimte rekening gehouden met de toegankelijkheid ervan voor personen met een functiebeperking. Daarmee wordt ook aan deze instructieregel voldaan. 3.3.10 Instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving.

In afdeling 5.2 van het Bkl zijn enkele specifieke instructieregels gebundeld omtrent de aanwijzing van gebieden in relatie tot bepaalde bevoegdheden en het stellen van eisen aan bepaalde industriële lozingen op een vuilwaterriool: géén regels opnemen in het omgevingsplan voor de hoofdspoorweginfrastructuur en wegen in beheer bij het Rijk die het gebruik, de instandhouding, de verbetering of de vernieuwing van die infrastructuur belemmeren (artikel 5.163 Bkl); het aanwijzen in het omgevingsplan van een beperkingengebied waarbinnen een omgevingsvergunningplicht beperkingengebiedactiviteit overeenkomstig het gebied dat door het dagelijks bestuur van een vervoersregio is aangewezen (art.5.164 Bkl); het stellen van eisen aan lozingen van industrieel afvalwater, niet afkomstig uit van een milieubelastende activiteit als aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal (art 5.165 Bkl); het aanwijzen van een bebouwingscontour jacht (art. 5.165a Bkl) en een bebouwingscontour houtkap (art. 5.165b Bkl). Toepassing en conclusie Gelet op de aard van het beoogde planvoornemen en ligging van het plangebied zijn deze instructieregels niet relevant voor de beoogde wijziging van het omgevingsplan. Voor wat betreft het aanwijzen van de genoemde bebouwingscontouren ligt het voor de hand dit in één keer voor de hele gemeente te regelen.

36

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

3.4

Provinciaal beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld door de Provinciale Staten. Deze omgevingsvisie vervangt de voorheen geldende structuurvisie De omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. Rode draad in de visie is om de kwaliteit van de Brabantse leefomgeving te behouden, te versterken en door te geven aan volgende generaties. De visie benoemt ambities over hoe Brabant er in 2050 uit moet zien. En stelt mobiliserende tussendoelen voor 2030. Deze doelen zijn zelfbindend voor de provincie. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaatproof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten diensten van de basisopgave: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

In deze vier hoofdopgaven worden de volgende nadere accenten gelegd: Werken aan de Brabantse energietransitie: de doelstelling voor de energietransitie is tweedeling: het verminderen van energieverbruik en de verduurzaming van energie om in 2050 energieneutraal te zijn Werken aan een klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering ontstaan meer extremen in temperatuur en neerslag. Dit heeft gevolgen voor de fysieke leefomgeving. De doelstelling is om in 2050 klimaatbestendig te zijn met een waterrobuuste inrichting. Werken aan een slimme netwerkstad; de provincie Noord-Brabant heeft als doelstelling voor 2030 om met Brabantse partijen samen te werken aan de transformatie van het bestaand bebouwd gebied van Brabant. Binnen het netwerk Brabant vragen oplossingen voor een verschillende benadering. Enerzijds het ondersteunen en versterken van het centrale stedelijke netwerk en anderzijds zorg dragen voor de vitaliteit van krimpgebieden en het aanhaken op het centrale stedelijke netwerk. Daarnaast is het van belang rust, ruimte, cultuurhistorie en natuur binnen laag-dynamische gebieden te koesteren. Werken aan een concurrerende, duurzame economie: de provincie Noord-Brabant wilt een top kennis- en innovatieregio blijven. Om dit te blijven zal een omslag gemaakt moeten worden naar een verregaande circulaire economie, waarin digitalisering steeds belangrijker wordt.

De energietransitie houdt enerzijds in het verminderen van het energieverbruik en anderzijds de verduurzaming van de energie. De nieuwe woonfuncties binnen het plangebied zullen ten minste voldoen aan de in het Bouwbesluit en het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid opgenomen energieprestatie-eisen. Nadere uitwerking hiervan zal plaatsvinden in het kader van het bouwplan. De nieuwe woningen dragen bij aan de verduurzaming van de woningvoorraad. Eén van de onderdelen van een klimaatproof Brabant is het zorgen voor een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Onderhavig plan wordt gerealiseerd op een plek die hoog en droog genoeg is. Door infiltratie van het hemelwater ter plaatse wordt voorkomen dat er een versnelde afvoer plaatsvindt: in het bestemmingsplan is geborgd dat er voldoende waterbergingscapaciteit wordt aangelegd. Met het ontwerp van de woningen en de inrichting van de overige gronden kan voorts een bijdrage worden geleverd aan de klimaatadaptatie. Het bestemmingsplan biedt deze mogelijkheid. Een duurzame verstedelijking draagt bij aan het komen tot een slimme netwerkstad. Het bestemmingsplan maakt de invulling van een 'open plek' binnen de bestaande ruimtelijke structuur naar een woongebied mogelijk. Er worden daarmee woningen toegestaan op een inbreidingslocatie, waarmee bijgedragen wordt aan het streven naar een slimme netwerkstad.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

37

Onderdeel van een concurrerende en duurzame economie is het voorzien in een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Door een zorgvuldige inpassing van de woningen wordt een bijdrage geleverd aan de leefomgeving en daarmee aan het vestigingsklimaat. De provincie bevordert verder dergelijk binnenstedelijke ontwikkelingen, waarbij optimaal en zorgvuldig gebruik wordt gemaakt van de bestaande ruimte. Het planvoornemen voldoet daarmee aan de provinciale omgevingsvisie waarbij sprake is van zorgvuldig ruimte gebruik. Nadere regels van de provincie Noord-Brabant voor ruimtelijke initiatieven zijn opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op deze verordening. 3.4.2 Omgevingsverordening Noord-Brabant De omgevingsverordening kan gezien worden als een uitwerking van de ambities uit de Brabantse Omgevingsvisie in regels en is in werking per 1 januari 2024. De omgevingsverordening heeft een beleidsneutraal karakter. Dat houdt in dat de omgevingsverordening geen nieuwe beleidswijzigingen doorvoert tenzij dit nieuwe beleid reeds opgenomen is in vastgestelde beleidsdocumenten. Het plangebied is in de omgevingsverordening aangeduid als 'stedelijk gebied' met een beperking voor grootschalige logistiek. In artikel 5.55 van de omgevingsverordening wordt het volgende beschreven ten aanzien van stedelijke ontwikkelingen in deze zone:

Artikel 5.55 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1. Een omgevingsplan dat een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voor wonen, werken of voorzieningen, wijst daarvoor een locatie aan binnen stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. b.

de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 7.2 Regionaal samenwerken; en het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.

Lid 2. Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen als: a. b. c. d. e. f.

een goede omgevingskwaliteit wordt bevordert, met een veilige en gezonde leefomgeving; toepassing wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; rekening wordt gehouden met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit wordt benut; en wordt bijgedragen aan een duurzame, concurrerende economie.

De ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en is opgenomen in de woningprogrammering van de gemeente Vught. Daarnaast kan gezegd worden dat sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling, aangezien: Sprake is van een gezonde en veilige leefomgeving. Dit blijkt uit de paragrafen in Hoofdstuk 4 van dit bestemmingsplan. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. De betreffende ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaand stedelijk gebied. Hierbij is sprake van een 'open plek' binnen de bestaande ruimtelijke structuur van Vught. Op deze locatie vindt vervolgens nieuwbouw plaats. Er is hierbij geen sprake van een ‘uitbreiding van de bestaande kern of een nieuwe stedelijke ontwikkeling in het buitengebied. De ontwikkeling bevorderd de kwaliteit van de omgeving, het lunet wordt binnen het stedenbouwkundig

38

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

ontwerp weer 'zichtbaar' gemaakt om zodoende een abstracte verwijzing te maken naar het verleden. Tevens worden de woningen ingepast in de 'groene omgeving' en blijven de bestaande houtsingels met bomen behouden. Ook wordt het plangebied toegankelijk gemaakt door een noord-zuid verbinding tussen de Glorieuxlaan en het Reeburgpark. De woning worden gasloos, zowel verwarming als warm tapwater. Waar mogelijk wordt het bestaande groen versterkt. Op de daken van de woningen en bijgebouwen kan eventueel energie worden opgewekt d.m.v. zonnepanelen. Eventuele platte daken kunnen uitgevoerd worden als groene daken. Er wordt voldaan aan de gestelde parkeernormen. De behoefte kan op eigen terrein worden opgevangen. Daarnaast kan geparkeerd worden in de bermen (half verharding). Het plan heeft geen invloed op de verkeersstructuur. Het plan zorgt voor een nieuwe invulling van een bestaande locatie. Er wordt gezorgd voor nieuwe woongelegenheid in Vught. Het plan sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsverordening. Er worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die in strijd zijn met één van de provinciale belangen.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1 Omgevingsvisie Vught De gemeenteraad van Vught heeft op 21 december 2023 de 'Omgevingsvisie Vught' vastgesteld. Deze omgevingsvisie beslaat het hele grondgebied van de gemeente Vught, zowel het buitengebied als de bebouwde kom. Het is een visie op hoofdlijnen, met een horizon in 2040. Dat wil niet zeggen dat de visie tot 2040 niet kan worden gewijzigd. Periodiek wordt bezien of de visie aanpassing behoeft. De omgevingsvisie gaat zowel over ruimtelijke als sociale aspecten en richt zich op mogelijkheden om gezond en veilig te leven, mee te kunnen doen, te wonen, te werken, te recreëren en te ondernemen. De omgevingsvisie biedt ook ruimte aan nieuwe initiatieven. Activiteiten kunnen, binnen de kaders van deze visie en ander beleid en regelgeving, individueel of samen met de gemeente of anderen worden opgepakt.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

39

Uitsnede omgevingsvisie met ligging plangebied (rode stip) De gemeente hanteert in het kader van haar omgevingsvisie altijd de volgende principes, zowel bij de ontwikkeling van haar eigen beleid en plannen als bij plannen van initiatiefnemers: bodem en water sturend; inclusief en toegankelijk; veilig en gezond voor mens, plant en dier; meervoudig en zuinig ruimtegebruik. Op basis van deze principes kent de omgevingsvisie 3 hoofddoelstellingen en 10 kerndoelen. De 3 hoofddoelstellingen zijn De leefomgeving is toegankelijk, gezond en veilig, zowel voor mens, dier als plant. Wonen, werken en voorzieningen zijn in balans en iedereen kan meedoen. Er is een goede balans tussen gebruik en bescherming van de natuur, bodem, water en lucht. Het plangebied maakt onderdeel uit van het deelgebied 'De kern Vught'. In dit deelgebied worden de volgende ontwikkelingen als wenselijk gezien: Variatie aan woonvormen voor alle doelgroepen, met ruimte voor zowel kleinschalige bouw als grotere gestapelde bouw. De maximale bouwhoogte leggen we niet vast. We willen maatwerk leveren om het ruimtelijk karakter van de gemeente in zijn geheel te behouden of zelfs te versterken. Als we hoogbouw toestaan op een plek waar het kan, zorgt dat ervoor dat elders de bouwopgave beperkt kan blijven.

Deze transitie naar een meer stedelijke omgeving gaat gepaard met aandacht voor meervoudig ruimtegebruik; Bijzondere woonmogelijkheden voor doelgroepen als starters (onder andere tijdelijke woningen en tiny houses); Geclusterde woonvormen en woonzorgvoorzieningen in de nabijheid van (zorg)voorzieningen; Kleinschalige winkels en bedrijven die bijdragen aan de levendigheid en identiteit van Vught in winkelgebieden. We willen in deze gebieden concentratie en menging van verschillende functies; Minder verstening en meer groen; Bundelen van functies in de stationsomgeving voor wonen en werken; Recreatieve voorzieningen die aansluiten op de culturele en historische identiteit; Historische elementen en structuren opnieuw herkenbaar en beleefbaar maken, bijdragend aan de lokale identiteit, bijvoorbeeld het herstellen van de buitengracht bij fort Isabella; Minder gemotoriseerd verkeer in de woonwijken, meer doorgaand verkeer op de ringstructuur en meer aandacht voor fietsers en voetgangers; Waterberging verhogen vanwege verdiept spoor. Met deze wijziging van het omgevingsplan wordt de realisatie van 4 vrijstaande woningen planologisch-juridisch mogelijk gemaakt. Het betreffen woningen op ruime kavels in het hogere prijssegment en zijn bedoeld voor een specifieke doelgroep. De woningen dragen daarmee bij aan de variatie in de wijk(en) en variatie in de woonvormen.

De nieuwe woningen worden ingepast in de groene omgeving van het landhuis Roucouleur in aansluiting op het Reeburgpark, waarbij de verbinding wordt bewerkstelligd tussen enerzijds het Reeburgpark en anderzijds Voorburg. Met dit plangebied wordt dit gedeelte toegankelijk voor de omgeving. Hiermee wordt ruimtelijk gezien een belangrijk bijdrage geleverd aan de ruimtelijke structuur. Het planvoornemen is daarmee in lijn met het beoogde uit de structuurvisie. 3.5.2 Woonvisie Vught 2021-2025: Groei met Vughtse kwaliteit In de Woonvisie Vught 2021-2025: Groei met Vughtse kwaliteit (vastgesteld op 30 september 2021) is opgenomen dat de volgende waarden dominant zijn bij beleidskeuzes van de gemeente: In de eerste plaats moeten er keuzemogelijkheden zijn voor mensen die in de gemeente willen wonen, ongeacht leeftijd, inkomen of vermogen. In de tweede plaats gaat het om de kwaliteit van wijken en dorpen. Dan gaat het om groene en ruimtelijk aantrekkelijke woningen en omgeving.

40

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

In de derde plaats gaat het om het behoud en versterken van sociale verbindingen door aandacht voor ontmoeting en voorzieningen in de omgeving. Ambitie van de gemeente is om een grotere bijdrage te leveren aan het oplossen van het woningtekort dan uit de provinciale woningbehoefteprognose naar voren komt. In plaats van 1.000 woningen tot 2030 die uit deze prognose blijkt, zet de gemeente in op 2.000 woningen. Zeker het middensegment mist aanbod, met name koopwoningen. De groei moet bijdragen aan de variatie in het woningaanbod: meer betaalbare en toegankelijke woningen. Voor jongeren/starters, ouderen, maar ook andere doelgroepen. In de woonvisie 2021-2025; Groei met Vughtse kwaliteit is opgenomen dat de gemeente in de huidige planlijst in totaliteit 1.184 woningen opgenomen heeft voor de periode 2020-2030. Een deel daarvan is inmiddels gerealiseerd. De plancapaciteit is voldoende passend bij de geraamde behoefte vanuit de provincie. Rekening houdend met de extra ambities van de gemeente (2.000 woningen in totaal) en planuitval (een deel van de woningbouwplannen kan om verschillende redenen niet doorgaan) heeft de gemeente echter extra plannen nodig. Gemeente hanteert een woningbouwprogramma, om richting te geven aan een gedifferentieerde woningbouwproductie.

De prijsklassen indexeert de gemeente jaarlijks: 45% programmeren in de sociale huur (tot € 752,33 per maand – prijspeil 2021) of goedkope koop (tot € 250.000). 20% tot 25% van het programma valt in het koopsegment van € 250.000 tot € 400.000, of in de middenhuur of dure huur (meer dan € 752,33 per maand). Nog eens 20% tot 25% van het programma valt in het koopsegment tussen € 400.000 en € 600.000. 10% van de woningen programmeert gemeente in het koopsegment boven € 600.000. Deze differentiatie is bij grote locaties (20 en meer woningen) het uitgangspunt. Hierbij hoeft niet in ieder plan de gestelde percentages bereikt te worden: als de optelsom van gerealiseerde plannen hier maar aan voldoet. In een afzonderlijke addendum d.d. 21 september 2023 voor de woonvisie zijn de vastgestelde wijzigingen zoals genoemd in het Coalitieakkoord 2023-206 van toepassing verklaard op de 'Woonvisie 2021-2025'. Dit heeft met name betrekking op de percentages van de prijsklasse en indexering.

Het planvoornemen voorziet concreet in maximaal 4 vrijstaande woningen in het koopsegment boven € 650.000. Dit is het duurdere segment waar zeker in Vught behoefte aan is. Tevens betreft het een zeer

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

41

aantrekkelijke locatie (in het groen) om dergelijke woningen te realiseren. Aangezien niet veel van dergelijke locaties beschikbaar zijn voor dit soort woningen wordt met dit planvoornemen een belangrijke bijdrage geleverd in de programmering voor dit koopsegment. Het planvoornemen kan dan ook in dat kader gezien worden als extra plan om te voorzien in haar ambities. 3.5.3 Woningbouwprogrammering 2019-2028 In de woningbouwprogrammering (2021), bijlage bij de Woonvisie 2021-2025: Groei met Vughtse kwaliteit, zijn ongeveer 30 tot 40 plannen opgenomen. In totaal gaat het om 5 plannen (147 woningen) die invulling geven aan een 40-40-20 verdeling in de huidige bestuursperiode; 12 plannen (510 woningen) die worden opgeleverd in de huidige bestuursperiode; 20 plannen als doorkijk tot 2028 die bij de gemeente bekend zijn. Dit zijn (overwegend) zachte plannen waarvan het aantal woningen niet exact bekend is. Onderhavig planvoornemen met 4 woningen (koop duur) maakt onder de noemer 'Roucouleur' onderdeel uit van 'Doorkijk 2021 tot 2028'. Daarmee is het planvoornemen reeds opgenomen in de woningbouwprogrammering van Vught. Deze wijziging van het omgevingsplan voorziet in het planologisch-juridisch mogelijk maken van deze woningen zodat deze ook kunnen worden gerealiseerd.

3.5.4 Welstandsnota gemeente Vught, 2e herziening In de ‘Welstandsnota gemeente Vught, 2e herziening’ is een aantal belangrijke (beschermde) gebieden gekarakteriseerd en in beeld gebracht. Vervolgens zijn duidelijke beoordelingscriteria opgesteld voor deze specifieke gebieden. Daarnaast zijn een aantal welstandsvrije gebieden aangewezen, waardoor er meer vrijheid voor de burgers wordt geschapen. Door deze heldere beoordelingscriteria kan de welstandsbeoordeling efficiënt en eenduidig worden doorlopen. Dit onderschrijft de gewenste situatie: snellere processen en minder regeldruk met behoud van ruimtelijke kwaliteit. Onderhavig plangebied maakt conform de welstandsnota onderdeel uit van ‘Gebied 8: Resterend grondgebied’. Dit gebied omvat alle gebieden in Vught en de kern Cromvoirt die niet zijn beschreven binnen een ander specifiek gebied.

42

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

Welstandskaart Vught met ligging plangebied (rode stip) Het resterend grondgebied in de gemeente Vught bestaat uit verschillende wijken met ieder haar eigen oorsprong en verschijningsvorm voor wat betreft een thema of bouwstijl. Dit geldt zowel voor de architectonische als de stedenbouwkundige uitwerking. Dit resterend grondgebied is ingedeeld in de categorie welstandsniveau 3, met uitzondering van nieuwbouw in een historisch lint en monumenten. Voor dit welstandsniveau gelden geen beoordelingscriteria. Onderhavig plangebied is niet gelegen aan een historisch lint. Daarom gelden voor het plangebied geen beoordelingscriteria. Wel is de excessenregeling van toepassing. Deze regeling houdt in dat het college van Burgemeester en Wethouders de eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ kan aanschrijven om die strijdigheid op te heffen. Het college van B&W kan zich hierbij beroepen op de criteria die in de vigerende welstandsnota zijn opgenomen. Voor de gemeente Vught geldt het criterium dat er bij ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand sprake moet zijn van een exces, dat wil zeggen een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is. Het gaat hierbij dus om zaken waaraan een groot deel van de mensen aanstoot neemt. De excessenregeling geldt ook voor vergunningsvrije bouwwerken.

Vergunningsvrije bouwwerken die voldoen aan de sneltoetscriteria of de welstandsvrije criteria zijn in elk geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand. Bij afwijkingen daarvan zal het bevoegd gezag desgevraagd beoordelen of het bouwwerk in ernstige mate met die criteria in strijd is. Op basis van de welstandkaart kan geconcludeerd worden dat het plangebied valt binnen welstandsniveau 3 ‘resterend grondgebied’. Voor deze wijken (m.u.v. nieuwbouw in historisch lint en monumenten) geldt geen beoordelingscriteria op basis van de Welstandsnota gemeente Vught, 2e herziening. Voor deze wijziging van het omgevingsplan gelden dus geen welstandscriteria. Wel is de excessenregeling van toepassing. Wel is gezien de gevoeligheid van de ligging van het plangebied een stedenbouwkundig en beeldkwaliteitsplan (zie paragraaf 2.2.2 onder beeldkwaliteitsplan) opgesteld om de uitstraling en kwaliteit van het planvoornemen te waarborgen. Dit stedenbouwkundig en beeldkwaliteitsplan is een aanvulling op het welstandsbeleid van de gemeente.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

43

3.5.5 Groenvisie, gemeente Vught De gemeente Vught heeft d.d. mei 2023 het gemeentelijk groenbeleidsplan geactualiseerd. De gemeente wordt gekenmerkt door een prachtige omgeving. Bestaande uit drie dorpen gelegen in het groen, met veel parken en lanen en omringd door landgoederen en natuurgebieden. De huidige maatschappelijke thema’s, zoals het veranderende klimaat, de teruggang van de biodiversiteit, de energietransitie en de nieuwe Omgevingswet, vroeg om vernieuwd groenbeleid. Om te komen tot gefundeerd groenbeleid heeft de gemeente een visie opgesteld. Dit is een toekomstdroom, het ideaalbeeld over tien jaar. Voor acht onderwerpen is de hoofdstrategie bepaald: 1. Groenstructuur 2. Biodiversiteit 3. Klimaatadaptatie 4. Gezondheid 5. Indentiteit 6. Samenwerking 7. Bomenbeleid 8. Beheer Op de groenstructuurkaart van de gemeente Vught zijn alle belangrijke groenstructuren bij elkaar gebracht in één overzicht. Deze kaart is de basis voor onze groenvisie. Elk onderdeel van de groenstructuur heeft een status. De gemeente heeft hierbij een groennorm vastgesteld. Dit betreft minimaal 100 m2 groen per woning, bij de bouw van nieuwe woningen om voldoende openbaar groen te waarborgen. De Nederlandse overheid stelt een ondergrens van 75 m2 openbaar groen per woning.

In de gemeente Vught willen ze voor iedere nieuwe woning binnen de gemeentegrenzen minimaal 100 m2 openbaar groen aanleggen. Zo waarborgt de gemeente een groene, gezonde leefomgeving die toekomstbestendig is. Bij initiatieven waar 100 m2 niet haalbaar is, moet de initiatiefnemer bewijzen waarom het niet haalbaar is. In dat geval moet er een compensatie in het Groenfonds worden gestort. Groen dat structuurbepalend en beeldbepalend is wordt beschermd met een hoge status. Wanneer het echt niet anders kan en het groen toch verwijderd moet worden door zwaarder wegende maatschappelijke belangen, is het beleid dat gelijkwaardig groen moet worden teruggebracht. De gehanteerde groennorm houdt in dat ten behoeve van de realisatie van maximaal vier woningen binnen het plangebied dient te worden voorzien in 400 m2 nieuw groen, dit in aanvulling op de te compenseren bomen (zie paragraaf 2.2.4). Hieraan wordt invulling gegeven door de aanleg van de aardenwal met groene beplanting als verwijzing naar het verleden (oude lunet). De oppervlakte van deze aardenwal is 248 m2. Daarnaast wordt in het benodigde groen voorzien ter plaatse van de bermen van de ontsluitingsweg. Dit is 622 m2. Totaal komt het nieuw aan te leggen groen op 870 m2. Er wordt hiermee ruimschoots voldaan aan de groennorm van de gemeente Vught.

Dit groen is onderdeel van de infrastructuur en is, in overleg met de initiatiefnemer, tussen zonsopkomst en zonsondergang toegankelijk. 3.5.6 Notitie 'Waardevolle- en monumentale bomenlijst' Ten behoeve van het behoud van bestaande bomen heeft gemeente Vught een lijst met waardevolle bomen vastgesteld. Enerzijds gaat het om een monumentale bomenlijst voor bomen in gemeentelijk eigendom. In de 'Groenvisie' zijn uitgangspunten opgenomen hoe om te gaan met de gemeentelijke bomen. Daarnaast is er een lijst (notitie met register) van waardevolle bomen in particulier eigendom. In de Notitie waardevolle bomenlijst zijn criteria opgenomen om te bepalen welke bomen op de lijst met waardevolle particuliere bomen geplaatst worden. Zowel de gemeentelijke als particuliere waardevolle en monumentale bomen zijn verwerkt in de kaart met waardevolle bomen.

44

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

Uitsnede kaart met waardevolle bomen, gemeente Vught Ter plaatse van het plangebied zelf zijn geen monumentale dan wel waardevolle bomen aanwezig. Het betreft enkel een grasveld (thans tuin) met aan de randen houtsingels met bomen. Binnen deze houtsingels zijn geen waardevolle bomen aanwezig, maar vormt wel een karakteristiek element als onderdeel van landgoed 'Roucouleur'. Met de situering van de bouwpercelen en de woningen is in het stedenbouwkundig ontwerp nadrukkelijk rekening gehouden met deze karakteristieke houtsingel. Deze zijn ingepast in de bestaande situatie waardoor het niet nodig is om bomen te kappen. Omdat het plangebied gelegen is binnen de bebouwde kom is ook geen sprake van houtopstanden (zie tevens paragraaf 4.11.1). 3.5.7 Mobiliteitsvisie 2035 De mobiliteitsvisie 2035 is de opvolger van het Verkeers- en Vervoersplan (VVP) van de gemeente Vught. Deze visie kijkt verder de toekomst in, zodat een betere voorbereiding op trends en ontwikkelingen mogelijk is. In de mobiliteitsvisie is het droombeeld voor 2035 ten aanzien van mobiliteit uitgewerkt in vier kerngedachten: actief verkeersveiligheid; leefbaar bereikbaarheid; duuzaam groen; wij (samen) in Vught. Bovenaan staat de aandacht voor (de beleving van) verkeersveiligheid in de gemeente. In de vervoerwijzen kennen fietsen en lopen de hoogste prioriteit. Daarna komt openbaar vervoer en pas dan de auto.

De woongebieden blijven aantrekkelijk met een zo groen mogelijke inrichting. Vanuit het oogpunt duurzaamheid,

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

45

maar ook voor het behoud van het dorpse karakter. Uitvoering van maatregelen vindt zowel intern als extern via participatie en afstemming in de regio plaats. Bij uitvoering van de visie wordt rekening gehouden met ander beleid waaronder de Lokale Inclusie Agenda. Specifiek aandacht wordt besteed aan mensen met een beperking en wat hen helpt. Dit betekent dat er continu en overal aandacht voor is, en er wordt uitgegaan van Inclusief ontwerpen voor iedereen. Het planvoornemen past binnen de doelstellingen van de mobiliteitsvisie. Binnen het plangebied wordt een ontsluitingsweg in aansluiting op de interne wegen/paden aangelegd. Gezien het beperkt aantal woningen (4 stuks) is sprake van een buurtje met een autoluw karakter. Er komt uitsluitend bestemmingsverkeer. Dit bestemmingsverkeer wordt vanuit het plangebied afgewenteld via een aansluiting (bestaande in-/uitrit op de Glorieuxlaan. Hierdoor blijft de verkeerssituatie ter plaatse ongewijzigd. Voor het parkeren is gekozen om dit uitsluitend op eigen terrein te doen zodat binnen de openbare ruimte van het plangebied het 'blik' niet zichtbaar is. Eventuele bezoekers kunnen wel in de berm parkeren. Hiervoor wordt aangesloten bij de beleidsuitgangspunten uit het 'Parkeerbeleid en parkeernota 2013-2022' (zie volgende paragraaf).

Tevens wordt voorzien in een langzaam verkeersroute door het gebied voor de toegankelijkheid van het gebied en de verbinding tussen het Reeburgpark en Voorburg. Daarnaast is het plangebied ook goed ontsloten via het openbaar vervoer. Doordat aan de Glorieuxlaan op ongeveer 300 meter van het plangebied bushaltes aanwezig zijn waar ieder halfuur een bus vertrekt (lijn 9). Op ongeveer 500 meter ten noordwesten van het plangebied bevindt zich het treinstation van Vught. De toekomstige verdiepte ligging van het naastgelegen spoor zorgt voor een positieve bijdrage aan de leefbaarheid in de directe omgeving van het spoor, maar maakt geen direct onderdeel uit van dit planvoornemen. Dit plan zal niet zorgen voor een dusdanige toename van het aantal verkeersbewegingen dat dit problemen oplevert voor het omliggende wegennet. In het stedenbouwkundig ontwerp is voor wat betreft de inrichting van de infrastructuur rekening gehouden met het concept 'Duurzaam Veilig' en de bereikbaarheid voor hulpdiensten en vuilophaaldiensten. 3.5.8 Parkeerbeleid en Parkeernota 2013 -2022 In de Nota Parkeerbeleid 2006 is opgenomen dat monitoring van de parkeersituatie ten minste elke vijf jaar plaats moet vinden. Op basis van een evaluatie is het geactualiseerde parkeerbeleidsplan opgesteld voor de periode 2013-2022. Het geactualiseerde parkeerbeleid is op 7 februari 2013 vastgesteld.

Het parkeerbeleid in dit parkeerbeleidsplan geeft richting aan de wijze waarop de (beperkte) parkeerruimte in de gemeente Vught te verdelen is en de wijze waarop in de parkeerbehoefte (auto en fiets) te voorzien is. Daarbij wordt rekening gehouden met leefbaarheid, veiligheid en de kwaliteit van de openbare ruimte. In 2012 zijn er nieuwe parkeerkengetallen door het CROW (kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte) gepubliceerd. Dat was tevens aanleiding om de parkeernormen te actualiseren. Dat geldt eveneens voor de wijze waarop de parkeerplaatsverplichting voor het centrumgebied wordt uitgevoerd. Naast de verplichting van het parkeren op eigen terrein, is voor het centrumgebied de optie geïntroduceerd om bij te dragen aan het realiseren van openbare uitwisselbare parkeerplaatsen (efficiënt ruimtegebruik, kwaliteit openbare ruimte en financiële efficiency). Omdat de parkeernota betrekking heeft op de gehele gemeente zijn er nieuwe thema's in opgenomen: parkeerbeleid per type gebied: woonwijken, buurtwinkelcentra, station en OV-haltes, de Ijzeren Man; parkeerbeleid per doelgroep: vrachtwagens en grote voertuigen, gehandicapten, deelauto's, elektrische auto's en evenementen; handhaving; fietsparkeren. Op basis hiervan is het nieuwe parkeerbeleid van de gemeente Vught geformuleerd. Bij nieuwe ontwikkelingen

46

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

waarbij sprake is van functiewijziging of -toevoeging moet met dit beleid rekening gehouden worden en dient de parkeerbehoefte inzichtelijk gemaakt te worden. Het planvoornemen maakt maximaal 4 vrijstaande woningen mogelijk waarbij op basis van de geldende parkeernormen voorzien moet worden in totaal 8 parkeerplaatsen op eigen terrein (2 parkeerplaatsen per woning). Gezien de omvang van de bouwpercelen is hiervoor voldoende ruimte aanwezig. Daarnaast wordt het, voor met name bezoekers, mogelijk gemaakt om te parkeren in de bermen, door deze deels te voorzien van halfverharding.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

47

48

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

Hoofdstuk 4 Gevolgen voor de fysieke leefomgeving 4.1

Inleiding

In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is van belang de gevolgen van het beoogde planvoornemen voor de fysieke leefomgeving te beoordelen. Daarbij zijn de gevolgen van het planvoornemen voor de omgeving relevant, maar ook de invloed van die omgeving op (de locatie van) het beoogde planvoornemen. Die aspecten komen hierna aan de orde. Voor een belangrijk deel van deze aspecten geldt dat instructieregels vanuit het Rijk en/of provincie aan de orde zijn aan de hand waarvan die beoordeling dient plaats te vinden. Deze instructieregels zijn reeds beschreven in Hoofdstuk 3 van deze toelichting, hierna vindt de inhoudelijk toetsing plaats. Ook wordt ingegaan op andere aspecten waarvoor geen instructieregels zijn gesteld door het Rijk of de provincie maar die wel van belang zijn voor de beoordeling of de beoogde wijziging van het omgevingsplan voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.2

Milieueffectrapportage

Een plan-m.e.r.-plicht is aan de orde wanneer een besluit wordt voorbereid dat het kader schept voor een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit of wanneer een besluit wordt voorbereid waarvoor een zogenaamde passende beoordeling is vereist. Of sprake is van een kaderstellend plan voor een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit blijkt uit bijlage V van het Omgevingsbesluit. De beoogde activiteit valt strikt genomen onder een stedelijk ontwikkelingsproject als genoemd als categorie J11. De wijziging van het omgevingsplan heeft echter betrekking op een klein gebied in verhouding met het totale grondgebied van de gemeente, is kleinschalig van aard en omvang (slechts 4 vrijstaande woningen) en het betreft slechts een beperkte wijziging van de regels van het ‘gemeentebrede’ omgevingsplan. Om die reden kan in beginsel worden volstaan met m.e.r.-beoordeling.

Bij deze beoordeling dient rekening te worden gehouden met de criteria van bijlage II bij de SMB-richtlijn: Kenmerken van het project; omvang van het project; cumulatie met andere projecten; gebruik van natuurlijke grondstoffen; productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën; plaats van het project: bestaand grondgebruik; relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; het opnamevermogen van het natuurlijk milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit al worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang; kenmerken van het potentiële effect: bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking);

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

49

grensoverschrijdend karakter van het effect; waarschijnlijkheid van het effect; duur, frequentie en de onomkeerbaarheid van het effect. Zoals uit dit hoofdstuk blijkt geven de kenmerken van het beoogde planvoornemen, de locatie van het beoogde planvoornemen en potentiële effecten van het beoogde planvoornemen geen aanleiding aan te nemen dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden, waardoor het opstellen van een milieueffectrapport niet noodzakelijk of zinvol is.

4.3

Bodemkwaliteit

Aangezien de beoogde ontwikkeling betrekking heeft op het bouwen van bodemgevoelige gebouwen (in de vorm van 4 vrijstaande woningen) op een bodemgevoelige locatie is een onderzoek nodig om aan te tonen dat wordt voldaan aan de interventiewaarden voor bodemkwaliteit als opgenomen in Bijlage IIA van het besluit activiteiten leefomgeving. In dat kader is door Nipa een verkennend bodemonderzoek (conform NEN5740) uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 2 bij deze toelichting (d.d. 4 juli 2024, rapportnummer N219666.005, versie 2). Uit dit bodemonderzoek is het volgende gebleken: Zowel de vaste bodem als het grondwater zijn niet verontreinigd met de onderzochte parameters in gehaltes boven de interventiewaarden. Op basis van deze resultaten dient de hypothese 'onverdacht' in principe verworpen te worden. De gevolgde strategie is echter als voldoende te beschouwen. Aangezien er enkel licht verhoogde gehaltes / waardes zijn gemeten, is er geen reden tot aanvullend of nader onderzoek. Tegen de voorgenomen bouwplannen in het plangebied, zijn geen zwaarwegende milieuhygiënische bezwaren aan te voeren. Desondanks voldoet de bodemkwaliteit plaatselijk niet aan de functie Wonen. Dat betreft globaal de zuidelijke helft van de onderzoekslocatie (MM02) en de deellocaties waar in de bovengrond bodemvreemde bijmengingen voorkomen (MM03).

Voor de realisatiefase (bouwrijp maken, overig grondverzet) zal vooraf een melding in het kader van de Omgevingswet dienen plaats te vinden (MBA graven met gehaltes < interventiewaarden). Eventueel vrijkomende grond mag op de locatie worden hergebruikt. Indien grond van de locatie afgevoerd dient te worden, is de Regeling bodemkwaliteit van toepassing: 1. Op basis van dit rapport is de grond binnen het gebied van dezelfde bodemkwaliteitskaart herbruikbaar; 2. Vrijkomende grond die elders wordt hergebruikt, dient voorafgaand aan de toepassing als een partij gekeurd te worden conform het BRL SIKB 1000 VKB protocol 1001; 3. Afvoer van de vrijkomende grond naar een erkende grondbank of verwerker is op basis van het verkennend bodemonderzoek eveneens mogelijk. Voor de afvoer van de grond naar elders zal een aanvullend onderzoek naar het voorkomen van PFAS noodzakelijk kunnen zijn. Dit is met dit planvoornemen vooralsnog niet aan de orde omdat het streven is om met een gesloten grondbalans te werken. Het aspect bodem vormt na sanering geen belemmering voor het planvoornemen. In aanvulling op het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is een 'notitie aanvulling bodem' (Aelmans, kenmerk N219666.002.002/JBE, d.d. 14 augustus 2025, Bijlage 3) opgesteld.

In deze aanvullende notitie wordt geconcludeerd dat er geen aanwijzingen zijn welke kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging en/of verandering van de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten opzichte van de gegevens uit het verkennend bodemonderzoek uit 2021. Tevens wordt niet verwacht dat de omliggende strook van circa 1.500 m2, welke tot het plangebied behoort, maar met voorgaand onderzoek niet is onderzocht, een ander milieuhygiënische bodemkwaliteit heeft. Het verkennend bodemonderzoek rapport met kenmerk N219666.005 wordt derhalve nog voldoende representatief geacht voor de gehele plangebied.

50

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

4.4

Geluid

Geluid door activiteiten - invloed planvoornemen op de omgeving Het planvoornemen bestaat uit het mogelijk maken van 4 vrijstaande woningen. Voor geluid vanwege woningen gelden geen instructieregels, zoals reeds is aangegeven in paragraaf 3.3.4.3 van deze toelichting. Toch wordt dit aspect in het kader van een evenwichtige toedeling van functies locaties beschouwd. Relevant zijn geluid vanwege het verkeer dat de nieuwe woningen genereren. Dit aspect komt hierna aan de orde in samenhang met wegverkeerslawaai. Daarnaast is van belang dat de woningen voor de koeling en verwarming worden voorzien van warmtepompen. Gezien de omvang van de percelen voor de afzonderlijke vrijstaande woningen kan gesteld worden dat noodzakelijke warmtepompen zullen voldoen aan het bepaalde in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor de grondgebonden woningen betekent dit dat de geluidsbelasting van de buitenunits van de warmtepompen op de perceelsgrens met een naastgelegen perceel met een woonfunctie maximaal 40 dB bedraagt. Voor wat betreft de eventuele cumulatieve belasting van alle buitenunits van de warmtepompen samen kan gesteld en geconcludeerd worden dat gezien de afstand tussen de woningen c.q. warmtepompen van cumulatie geen sprake zal zijn.

Daarmee kan worden gesteld dat wordt voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat geen maatregelen noodzakelijk zijn om de geluidsbelasting te reduceren tot een aanvaardbaar niveau.

Geluid door activiteiten - invloed omgeving op het planvoornemen Het plangebied wordt overwegend omgeving door gebouwen en gronden met een woonfunctie dan wel groenvoorziening in de vorm van het Reeburgpark en Voorburg. Wel is het landhuis Roucouleur en de rectorswoning ten westen en zuiden van het plangebied bestemd als kantoor. Een kantoor wordt op basis van de VNG brochure Bedrijven en milieuzonering aangemerkt als milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter. De afstand tussen de rand van het plangebied en de kantoorbestemming van het landhuis en rectorswoning bedraagt respectievelijk ongeveer 25 meter en 40 meter. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand van 10 meter. Ten noordwesten van het plangebied is een maatschappelijke bestemming gelegen, waar een verpleeghuis is gevestigd. Een verpleeghuis wordt aangemerkt als milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter. De afstand tussen de maatschappelijke bestemming en het plangebied bedraagt ongeveer 80 meter. De richtafstand van 30 meter wordt hiermee in voldoende mate gewaarborgd. Verder ligt ten zuiden, aan de overzijde van de Glorieuxlaan, een maatschappelijke, gemengde en dienstverleningsbestemming.

Dit betreffen respectievelijk een verpleeghuis/Leyhoeve (milieucategorie 2, richtafstand 30 meter), hotel (milieucategorie 1, richtafstand 10 meter) en kantoor (milieucategorie 1, richtafstand 10 meter). Gezien de kortste afstand van minimaal 90 meter tussen het plangebied en de overzijde van de Glorieuxlaan wordt ruimschoots voldaan aan de genoemde richtafstanden.

Geluid door wegen Door Aelmans is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de geluidbelasting van omliggende wegen met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal (kalenderjaargemiddelde) op de bouwvlakken van de nieuwe woningen te kunnen bepalen. Aangezien voor de omliggende wegen nog geen geluidaandachtsgebieden zijn bepaald aan de hand van de basisgeluidemissie, is op basis van het overgangsrecht uitgegaan van wegen binnen de vaste afstanden die zijn genoemd in de Omgevingsregeling. Uit dit onderzoek d.d. 2 januari 2025, met kenmerk N219875.001.002/LHO, dat als Bijlage 4 bij deze toelichting is gevoegd, blijkt dat de gevels van de nieuwe woonfuncties een gezamenlijke geluidbelasting van

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

51

ten hoogste 59 dB. De standaardwaarde van 50 dB voor rijkswegen en 53 dB voor gemeentewegen wordt op een aantal gevels overschreden (zie tabel 3 in het akoestisch onderzoek). Aan de grenswaarde van 70 dB wordt voldaan. Er wordt voldaan aan de voorwaarden op grond waarvan een ontheffing van de standaardwaarde toelaatbaar is. Op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wordt het bevoegd gezag verzocht af te wijken van de standaardwaarde uit het Bkl voor de geluidemissie. Voor de geluidbelastingen en de motivatie wordt verwezen naar hoofdstuk 4 in het akoestisch onderzoek. Op grond van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving is de geluidwering van een nieuwe woning in standaarduitvoering tenminste 20 dB. Hieruit volgt dat de (gecumuleerde) geluidbelasting niet hoger mag zijn dan 53 dB om aan de norm van het binnengeluidniveau van 33 dB te voldoen. Bij de berekende hoogste gezamenlijke geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai van 59 dB is een geluidwering van ten minimaal (59-33=)26 dB vereist. Het woon- en leefklimaat in de geluidsgevoelige ruimten van de nieuwe woningen moet met een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevel worden aangetoond, waarbij iedere woning dient te beschikken over een geluidluwe zijde. Dit zal onderdeel zijn van de aanvraag omgevingsvergunning voor de 'technische bouwactiviteit'.

Het aantal te verwachten verkeersbewegingen op de nieuw te realiseren erftoegangsweg binnen het plangebied zal gelet op de ligging en het doel van die weg (geen doorgaand verkeer, enkel bestemmingsverkeer) kalenderjaargemiddeld niet meer dan 1.000 bedragen. Uitgaande van de berekende verkeersgeneratie (zie paragraaf 2.2) van 35 bewegingen per etmaal weekdaggemiddeld, leidt dit redelijkerwijs ook niet tot overschrijdingen van de standaardwaarde van 53 dB. Ook leidt dit aantal bewegingen ook niet tot een toename van de geluidsbelasting van gevels van geluidsgevoelige gebouwen van meer dan 1,5 dB. Tot slot heeft het planvoornemen ook geen gevolgen voor de geluidsoverdacht binnen het geluidsaandachtsgebied van omliggende wegen.

Conclusie Gezien het voorgaande zijn er ten aanzien van geluid geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het beoogde planvoornemen.

4.5

Kwaliteit van de buitenlucht

De beoogde wijziging van het omgevingsplan voorziet in het mogelijk maken van 4 vrijstaande woningen ter plaatse van het plangebied. Aangezien het gaat om niet meer dan 1.500 woningen, is sprake van een 'standaardgeval' dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging en is voor de beoogde planwijziging geen verder onderzoek naar de gevolgen van die wijziging voor de kwaliteit van de buitenlucht nodig. Verder is van belang ten aanzien van de kwaliteit van de buitenlucht, uitgaande van kaartmateriaal van het RIVM over 2022 (jaargemiddelde) als beschikbaar via de Atlas Leefomgeving ten tijde van het opstellen van deze rapportage, de volgende cijfers beschikbaar zijn over de luchtkwaliteit binnen het plangebied: fijnstof (PM2,5) : circa 9,9 µg/m3 (norm is 25, WHO-advieswaarde 2021 is 5); fijnstof (PM10) : circa 17,6,1 µg/m3 (norm is 40, WHO-advieswaarde 2021 is 15); stikstofdioxide (NO2) : circa 16,0 µg/m3 (norm is 40, WHO-advieswaarde 2021 is 10). Gezien voorgaande cijfers voldoet de kwaliteit aan de normen (EU-grenswaarden, tevens vastgelegd als omgevingswaarden in paragraaf 2.2.1.1 Bkl), maar niet aan de door de World Health Organisation (WHO)

52

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

geadviseerde norm. Daarbij wordt volledigheidshalve opgemerkt dat de advieswaarden door de WHO eind 2021 zijn aangescherpt (PM2,5 was 10 µg/m3, PM10 was 20 µg/m3 en NO2 was 40 µg/m3). Aan de tot voor kort geadviseerde waarden wordt dus wel voldaan. De concentraties laten ook al enkele jaren een daling zien. Daarnaast wordt in het kader van het Schone Lucht Akkoord in Nederland gewerkt aan de ambitie om de luchtkwaliteit permanent te verbeteren. Daarbij wordt een gezondheidswinst van 50% in 2030 nagestreefd, ten opzichte van de situatie in 2016. Een verdere verslechtering van de kwaliteit van de buitenlucht ligt daarom niet in lijn der verwachtingen.

Conclusie Zoals uit het voorgaande blijkt, draagt het planvoornemen niet in betekende mate bij aan de luchtverontreiniging en is voor de beoogde planwijziging geen verder onderzoek naar de gevolgen van die wijziging voor de kwaliteit van de buitenlucht nodig.

4.6

Omgevingsveiligheid

De voorziene vrijstaande woningen zijn aan te merken als kwetsbare gebouwen. Er worden met het planvoornemen geen mogelijkheden geboden voor het realiseren van zeer kwetsbare gebouwen. In de directe omgeving van het plangebied zijn géén risicobronnen gelegen volgens het Register Externe Veiligheid. Op grotere afstand (> 500 meter), aan de andere zijde van de rijksweg A2, vinden wel milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico's plaats (opslagtank propaan). Op meer dan 900 meter is een tankstation met LPG gelegen. Voor deze risicobronnen geldt dat de contouren van het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden met betrekking tot het groepsrisico het plangebied niet overlappen. De meest nabij gelegen buisleiding waarop de instructieregels van toepassing zijn ligt op meer dan 1,5 kilometer ten zuidwesten van het plangebied. Daarmee ligt het plangebied ook buiten de aandachtsgebieden behorende leidingen. Hetzelfde geldt voor de spoorlijn ten westen van het plangebied (> 500 meter).

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

53

Uitsnede kaartbeeld Register Externe Veiligheid via de Atlas Leefomgeving met aanduiding plangebied met de blauwe pin Het plangebied is wel gelegen in de directe nabijheid van de rijksweg A2. Het plangebied is gelegen buiten de contouren van het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden brand en explosie. Het plangebied en daarmee de woningen vallen wel binnen het gifwolkaandachtsgebied. Dit is een aandachtsgebied waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen op de rijksweg A2. Hierbij moet uitgegaan worden van een toxisch scenario wat in houdt dat de woningen voorzien moeten worden van een noodstop om het (mechanisch) ventilatiesysteem centraal uit te zetten en ramen/deuren gesloten moeten worden bij een eventuele calamiteit op de rijksweg A2. Daarnaast kan gesteld worden dat de nieuwe te realiseren woningen niet zijn aan te merken als zeer kwetsbare gebouwen, waardoor mag worden uitgegaan van een goede zelfredzaamheid van de toekomstige bewoners. De woningen zijn zowel via de voorzijde als achterzijde te verlaten, waardoor altijd in twee richtingen kan worden gevlucht en daarbij is van belang dat de voorzijde van de risicobron af is gekeerd en waardoor ook in de juiste richting (van de bron af) kan worden gevlucht, mocht dat nodig zijn.

Daarnaast is het wenselijk de ventilatie van de woningen centraal kan worden uitgeschakeld, waarin ook wordt voorzien. Daarmee worden de gevolgen van een incident op de rijksweg A2 zoveel mogelijk voorkomen dan wel beperkt en is geen sprake van onacceptabele risico's. Voor het overige gelden voor binnen het plangebied geen aandachtspunten vanuit het oogpunt van omgevingsveiligheid, zoals overstromingsrisico's of risico's op natuurbranden.

54

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

Conclusie Gezien het voorgaande vorm het aspect omgevingsveiligheid geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan en bestaat geen aanleiding ten behoeve van de wijziging van het omgevingsplan nader onderzoek te doen.

4.7

Gezondheid

Gelet op de aard en omvang van het beoogde planvoornemen, de conclusies van voorgaande paragrafen en de afstand tot milieubelastende activiteiten en drukke wegen in de omgeving zijn redelijkerwijs geen onaanvaardbare gevolgen voor de gezondheid te verwachten. Vanuit het oogpunt van een positieve gezondheid kan nog worden opgemerkt dat de bereikbaarheid van de locatie goed is voor voetgangers en fietsers, maar ook met het openbaar vervoer. Verder is van belang dat de woningen op korte afstand van de centrumvoorzieningen zijn gesitueerd, wat het laten staan van de auto en het te voet of met de fiets bereiken van die voorzieningen stimuleert. Tot slot grenst het plangebied direct aan het Reeburgpark met de nodige uitloopmogelijkheden, wat bijdraagt aan bewegen en ontmoeten.

Conclusie Gezien het voorgaande zijn er vanuit het oogpunt van gezondheid en een gezonde leefomgeving geen bijzondere aandachtspunten of belemmeringen.

4.8

Duurzaamheid en klimaat

Duurzaamheid Uit de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet vloeit voort dat deze onder meer is gericht op een duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Dit houdt in, dat de wet voorziet in een ontwikkeling van de fysieke leefomgeving die tegemoet komt aan de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. Duurzame ontwikkeling is een breed begrip waar een veelheid aan onderwerpen onder kan vallen, zoals energietransitie en klimaatadaptatie. In de NOVI is daarom 'ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie' als prioriteit opgenomen. Daarnaast vallen onder het begrip duurzaamheid ook onderwerpen als mobiliteit, duurzaam bouwen en biodiversiteit. Het beleid ten aanzien van energietransitie en klimaatadaptatie vloeit voort uit nationale programma's die vervolgens regionaal zijn uitgewerkt (Regionale Energiestrategie, Nationale Klimaatadaptatiestrategie). De doelstellingen die hieruit voortvloeien zijn vervolgens integraal opgenomen in het gemeentelijk beleid, met name de Omgevingsvisie. Deze is weer uitgewerkt in programma's. In het omgevingsplan zijn de beleidsdoelstellingen voorzover noodzakelijk vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties uitgewerkt in juridisch bindende regels.

De gemeente Vught werkt met de Regio Noordoost Brabant aan de Regionale Energie Strategie (RES). In deze RES worden afspraken gemaakt over hoeveel duurzame energie moet worden opgewerkt om voldoende elektriciteit te hebben. Elke gemeente moet hieraan een steentje bijdragen, ook de gemeente Vught. In de Regio Noordoost-Brabant is afgesproken dat iedere gemeente zelf op duurzame wijze in de eigen energiebehoefte voorziet. Vught heeft als opdracht om 0,05 Terawattuur aan duurzame energie op te wekken in 2030. Verder besteed de gemeente Vught de nodige aandacht hieraan op haar website middels de volgende onderwerpen: Energietransitie in Vught: van fossiele energie naar duurzame energiebronnen. Duurzaam bouwloket: hoe u van uw huis een duurzame woning kunt maken.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

55

Groene energie: Vught werkt aan groene energie, afkomstig van onze eigen wind en zon. Warmtetransitie: Samen toewerken naar geen gebruik van aardgas om woningen te verwarmen in 2050. Duurzaam bouwen en wonen: duurzaam bouwloket, een duurzaam huis, bespraken en lening en subsidies. Energiebespaarcoaches: de Vughtse energiebespaarcoaches komen op huisbezoek bij inwoners die graag willen besparen op hun energierekening. Laadpalen electische auto's: alles over oplaadpunten voor elektrische auto's Deze onderwerpen zijn natuurlijk ook toe te passen c.q. van toepassing op de te realiseren vrijstaande woningen. De toekomstige woningen zullen in ieder geval gasloos worden gerealiseerd en voldoen aan de vereiste BENG-norm. Het doel is dat er duurzame woningen wordt gerealiseerd die aan de eisen en wensen van deze tijd voldoen. Voor de energievoorziening zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van zonne-energie. Daarnaast zal door de bewoners zelf worden voorzien in (eventueel) noodzakelijk laadpalen voor (eigen) electrische auto's.

Klimaat Om invulling te geven aan de in de NOVI beschreven prioriteit 'Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie' dient bij de overwegingen rondom een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het stellen van regels voor c.q. aan activiteiten rekening te worden gehouden met maatregelen ten aanzien van klimaatadaptatie. Onder klimaatadaptatie wordt verstaan: het tijdig en effectief aanpassen aan het actuele of verwachte klimaat. Daardoor kan schade door klimaatverandering beperkt worden. Voor klimaatadaptatie is het belangrijk om integraal te werken en meekoppelkansen met andere ruimtelijke ontwikkelingen te benutten. Er zijn veel mogelijkheden om de aanpak en maatregelen uit de verschillende transities te combineren. Hierbij kan gedacht worden aan waterberging in natuurgebieden, groen in de stad en vermindering van hitte in de bebouwde omgeving. Ten behoeve van deze wijziging van het omgevingsplan zijn mogelijke meekoppelkansen geïnventariseerd en is de aanvaardbaarheid van deze wijziging van het omgevingsplan ten aanzien van het aspect 'klimaatadaptatie' beoordeeld. Er zijn verschillende manieren om de omgeving aan te passen aan de klimaatverandering. Door het extreme klimaat zoals: extreme regenbuien, hitte en droogte is het belangrijk om te zorgen dat de leefomgeving bestand is tegen deze klimaatveranderingen.

Hieronder worden de effecten van klimaatverandering behandeld: 1. wateroverlast; 2. droogte; 3. hittestress. Er zijn verschillende manieren om invulling te geven aan de bevordering van klimaatadaptatie, voor elk van deze aspecten gelden andere mogelijke maatregelen die hieronder worden toegelicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=89ffaa4a-8a35-4e48-96c1-07122a854aee