CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Toelichting TAM-omgevingsplan 'Hoofdstuk 22f, Roucouleur Glorieuxlaan Vught'

Raadsvergadering 11 juni 2026, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststelling TAM-Omgevingsplan 'Hoofdstuk 22f, Roucouleur Glorieuxlaan Vught'25.876 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught Gemeente Vught

TAM-OMGEVINGSPLAN - Toelichting -

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught Gemeente Vught

IDN-nummer:

NL.IMRO.0865.TAMOPGlorieuxlaan-VG01

Status:

vastgesteld

Datum:

11 juni 2026

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

5 6 7 9

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied (tijdelijk) omgevingsplan van rechtswege Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Het plangebied

11

2.1 2.2

11 17

Bestaande situatie Planvoornemen

Hoofdstuk 3 Beleid en regelgeving

27

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

27 27 28 37 39

Inleiding Rijksbeleid Besluit kwaliteit leefomgeving Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4 Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

49

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

49 49 50 51 52 53 55 55 58 64 67 71 71

Inleiding Milieueffectrapportage Bodemkwaliteit Geluid Kwaliteit van de buitenlucht Omgevingsveiligheid Gezondheid Duurzaamheid en klimaat Waterparagraaf Cultureel erfgoed Natuur Kabels, leidingen en nutsvoorzieningen Niet gesprongen explosieven (NGE)

Hoofdstuk 5 Juridische opzet

73

5.1 5.2

73 74

Een omgevingsplan Artikelgewijze toelichting

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

77

6.1 6.2 6.3

77 77 77

Inleiding Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

3

6.4

conclusie

78

Hoofdstuk 7 Procedure

79

7.1 7.2 7.3

79 79 79

De te volgen procedure Wettelijke vooroverleg Ontwerp en vaststelling

Toelichting

4

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Glorieuxlaan ligt ten zuiden van het Reeburgpark het landhuis Roucouleur en de rectorswoning. Ten oosten van het landhuis en noorden van de rectorswoning ligt een 'open plek' (voorheen grasveld en thans ingericht als tuin) omzoomd door houtsingels met bomen. De gemeente Vught heeft eerder aangegeven open te staan voor woningbouw op deze locatie indien rekening wordt gehouden met de volgende ruimtelijke uitgangspunten: De woonbebouwing moet passen binnen het landgoedkarkater van Roucouleur, de daar aanwezige bebouwing, het omliggend park en haar omgeving. Hieronder wordt verstaan maximaal 6 vrijstaande woningen, die bestaan uit maximaal 2 bouwlagen hoog en afgedekt met een (pannen)kap. Deze eenheden dienen in een landschappelijke en losse structuur te worden vormgegeven. Kavelscheidingen in de vorm van hekwerken, muren of schuttingen zijn hierbij uitgesloten. Het behoud van de bestaande houtopstand is een voorwaarden. Het meenemen van het vroegere lunet als ontwerpgegeven in de uitwerking. Uitbreiding van de verharding ten behoeve van de ontsluiting van het gebied dient zoveel als mogelijk te worden voorkomen. Voor een aansluiting op de Glorieuxlaan dient gebruik gemaakt te worden van de bestaande aansluiting.

Het leggen van een fiets- en voetgangersverbinding tussen het park Reeburg en de Glorieuxlaan, bij gereed komen van de woningbouwontwikkeling binnen het plangebied. In aanvulling op het eerste uitgangspunt heeft de commissie ruimtelijke kwaliteit op basis van de eerste stedenbouwkundige uitwerking aangegeven dat maximaal 4 vrijstaande woningen in twee bouwlagen (plat) met een opbouw als ruimtelijke uitgangspunt het maximale is. Op basis van deze ruimtelijke uitgangspunten is een stedenbouwkundig en beeldkwaliteitsplan uitgewerkt (zie Bijlage 1) en geaccordeerd door de gemeente. Het stedenbouwkundig plan voorziet in de realisatie van maximaal 4 vrijstaande woningen in drie woonvlekken welke ontsloten wordt middels een ontsluiting vanaf de Glorieuxlaan. De groene randen in de vorm van bestaande houtopstanden blijven behouden en het vroegere lunet is 'zichtbaar' gemaakt in één van de drie woonvlekken door middel van een aarden wal, als abstracte verwijzing naar het feit dat binnen het plangebied een lunet heeft gelegen. Tevens wordt, in overleg met de initiatiefnemer, voorzien in een langzaam verkeersverbinding door het plangebied tussen het Reeburgpark en de Glorieuxlaan. Momenteel rust op het plangebied de bestemming 'Groen - Park'. Binnen deze bestemming is het qua gebruiksen bouwmogelijkheden niet mogelijk om woningbouw binnen het plangebied mogelijk te maken.

Er dient daarom een wijziging van het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege plaats te vinden om het beoogde planvoornemen mogelijk te maken. Deze toelichting voorziet in de ruimtelijke onderbouwing voor deze wijziging, waarbij getoetst wordt aan de geldende beleidskaders, milieu- en omgevingsapecten en economische en maatschappelijke haalbaarheid in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

5

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied maakt onderdeel uit van het landgoed Roucouleur dat grenst aan het Reeburgpark en is gelegen direct ten noorden van de Glorieuxlaan. De locatie maakt onderdeel uit van de bebouwde kom van Vught. Het betreft een open plek (voorheen grasveld en thans ingericht als tuin) dat omkaderd is met houtsingels met bomen en een vijver (zuidzijde). Het plangebied wordt globaal begrensd door de woningen aan de Willem van Beuningenlaan (oostzijde), vijver met rectorswoning (zuidzijde), Landhuis Roucouleur (westzijde) en Reeburgpark (noordzijde). De locatie is kadastraal bekend als gemeente Vught, sectie C, perceel 2384 (gedeeltelijk) en heeft een oppervlakte van ongeveer 7.000 m2.

6

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

Ligging plangebied en kadastrale situatie

1.3

(tijdelijk) omgevingsplan van rechtswege

Op het plangebied is het (tijdelijk) omgevingsplan van rechtswege van toepassing. Dit (tijdelijk) omgevingsplan bestaat uit voormalige ruimtelijke plannen (bestemmingsplannen, wijzigingsplannen dan wel uitwerkingsplannen). In dat kader gelden voor het plangebied de volgende voormalige bestemmingsplannen: bestemmingsplan Centrum Vught e.o (vastgesteld 19 juni 2013); paraplubestemmingsplan Parkeren (vastgesteld 6 juni 2018); paraplubestemmingsplan Kamerverhuur Vught (vastgesteld 22 juni 2021).

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

7

Uitsnede geldend voormalig bestemmingsplan 'Centrum Vught e.o.', thans onderdeel van het (tijdelijk) omgevingsplan van rechtswege

Voormalig bestemmingplan 'Centrum Vught e.o.' Binnen het voormalige bestemmingsplan 'Centrum Vught e.o.' is het gehele plangebied bestemd met de enkelbestemming 'Groen - Park'. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor: groenvoorzieningen ten behoeve van de aangrenzende bestemmingen, instandhouding en ontwikkeling van natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische en archeologische waarden, duurzaam bodem- en waterbeheer, waaronder begrepen watergangen, zaksloten en infiltratievoorzieningen, beeldentuin en in ondergeschikte mate voor extensief recreatief medegebruik. De bouwmogelijkheden zijn beperkt tot kleinschalige bouwwerken, geen gebouw zijnde, zoals bruggetjes, straatmeubilair, zitbanken, afvalbakken, uitingen van kunst en/of herdenkingstekens en speelvoorzieningen. Het oprichten van gebouwen is niet toegestaan. Op basis van de bestemming 'Groen - Park' is de realisatie van maximaal 4 vrijstaande woningen niet toegestaan.

Voormalig paraplubestemmingsplan 'Parkeren' Het voormalige paraplubestemmingsplan 'Parkeren' is in 2018 vastgesteld ten behoeve van een uniforme parkeerregeling voor de gehele gemeente Vught. Directe aanleiding voor dit paraplubestemmingsplan is de inwerkingtreding van de Reparatiewet BZK 2014, waardoor de grondslag voor stedenbouwkundige bepalingen in de gemeentelijke bouwverordening zijn komen te vervallen. In dit TAM-omgevingsplan wordt de parkeernormering voor de te realiseren vrijstaande woningen getoetst aan dit paraplubestemmingsplan 'Parkeren'.

Voormalig paraplubestemmingsplan 'Kamerverhuur Vught' In de woonbestemmingen van de voormalige vigerende bestemmingsplannen van de gemeente Vught is vaak 'wonen' in algemene zin toegestaan en ontbreekt een koppeling met het begrip 'woning'. Uit recente uitspraken

8

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt, dat het begrip 'wonen' in die gevallen ruim moet worden uitgelegd. Ook bijzondere woonvormen, waaronder kamerbewoning, vallen onder dit begrip en zijn dus bij recht toegestaan. Dit was niet de intentie. Dit voormalige paraplubestemmingsplan zorgt er voor, door het toevoegen en/of aanpassen van een aantal definities aan de geldende bestemmingsplannen, dat bijzondere woonvormen niet meer bij recht zijn toegestaan binnen de woonbestemmingen in het buitengebied en binnen alle bestemmingen in het stedelijk gebied. Alleen na afweging en vergunningverlening van de gemeente zou kamerverhuur mogelijk gemaakt kunnen worden. Aangezien kamerbewoning niet aan de orde en wenselijk is in de te realiseren woningen zijn de relevante begrippen (wonen, huishouden, woning) overgenomen in dit TAM-omgevingsplan.

1.4

Leeswijzer

In deze toelichting wordt na dit inleidende hoofdstuk in Hoofdstuk 2 het plangebied en planvoornemen nader beschreven. Vervolgens vindt toetsing van dit planvoornemen plaats aan beleidskaders (Hoofdstuk 3), aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving (Hoofdstuk 4). In Hoofdstuk 5 wordt de juridische regeling van het TAM-omgevingsplan toegelicht. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 6 de economische en maatschappelijke haalbaarheid van het planvoornemen toegelicht, en komt in Hoofdstuk 7 de te nemen procedure aan bod.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

9

10

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

Hoofdstuk 2 2.1

Het plangebied

Bestaande situatie

2.1.1 Historische ontwikkeling plangebied en omgeving Hoewel er signalen zijn van bewoning ervoor, werden pas vanaf ongeveer 600 na christus de vele moerassige gebieden in de omgeving van Vught door klimatologische veranderingen beter bewoonbaar en bebouwbaar. Vught is waarschijnlijk rond deze tijd ontstaan. De naam 'Vught' verwijst naar de drassige omgeving van de nederzetting, komend van het woord 'fuchte' of 'vocht', de betekenis van 'vochtige plaats'. Het plangebied en haar omgeving, tegenwoordig gelegen aan de oostflank van de bebouwde kern van Vught en ten zuiden van het historische centrum en Reeburgpark, heeft in de afgelopen eeuw een sterke verandering doorgemaakt. De historie van het Reeburgpark, waaraan het plangebied is gelegen, gaat verder terug dan de grootschalige stedelijke ontwikkeling van de kern Vught. Deze stedelijke ontwikkeling kwam voornamelijk op gang na de Tweede Wereldoorlog. In de wederopbouwperiode is Vught één van de kernen die het sterkst groeit, voornamelijk in de omgeving langs het spoortraject 's-Hertogenbosch-Eindhoven. Het plangebied heeft lang aan de flank van Vught een directe verbinding gehad met het buitengebied aan de oostzijde van Vught, dat zich laat kenmerken door verschillende kleinere buurtschappen, landgoederen en kastelen (waaronder het Kasteel Maurick).

Deze verbinding met het buitengebied werd enigszins onderbroken door de aanleg van de A2 in de jaren '60. Hiermee maakt het plangebied in de huidige situatie deel uit van de groene buffer die het bebouwde woongebied van Vught scheidt met de rijksweg A2 Het landgoed Roucouleur heeft een interessante ruimtelijke geschiedenis achter de rug. De lunetten van Vught werden gebouwd tussen 1844 en 1848. Een van deze lunetten was binnen het plangebied gevestigd (lunet VII) maar is tegenwoordig in zijn geheel verdwenen. In 1884 ontstond het landhuis Roucouleur en rectorswoning, beide rijksmonumenten, ontworpen door de architect Lambert Hezenmans. Toen was het lunet nog een onderdeel van het plangebied. In de tijd tussen 1900 en 1975 verdween het oude lunet en is er een vijver in het zuidoostelijke deel aangelegd. Het landhuis Roucouleur en de rectorswoning zijn van algemeen belang en bezit cultuurhistorische waarde als uitdrukking van sociaal-economische ontwikkeling. Het illustreert het belang van (de omgeving van) Vught als een belangrijke landelijke nederzetting voor landgoederen, villa's en herenhuizen.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

11

Ontwikkeling omgeving plangebied (bron kaarten: TopoTijdreis) 2.1.2 Ruimtelijke en functionele structuur Het plangebied maakt onderdeel uit van de bebouwde kom van Vught en behoort tot de landgoedstructuur binnen de kom. Het 'restant' wat hiervan nog zichtbaar is in de huidige ruimtelijke structuur betreft het Reeburgpark enerzijds en anderzijds het zorgpark Voorburg. Het plangebied in combinatie met het landhuis Roucouleur en rectorswoning met vijver vormt hierin het overgangsgebied. De Glorieuxlaan vormt hierin de 'barrière' tussen het Reeburgpark en het zorgpark Voorburg. Het Reeburgpark is ongeveer 7 hectare groot en bestaat uit een grote vijverpartij en diverse bossages met verschillende monumentale dan wel waardevolle bomen. Aan de noordzijde van het park is het raadhuis gesitueerd. Dit wordt enkel nog gebruikt voor representatieve en ceremoniële doeleinden alsmede raadsvergaderingen.

12

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

Impressie Reeburgpark (zicht vanaf Willem van Beuningenlaan) Het zorgpark Voorburg heeft een rijke historie. Het park heeft zowel een landschappelijk als stedenbouwkundig verleden en toekomst. Het park heeft zijn prachtige uitstraling na al die jaren niet verloren en is alleen maar mooier geworden. Door de jaren heen zijn panden gesloopt of gerealiseerd, maar daarnaast heeft ook nieuwbouw plaatsgevonden. De huidige bebouwing ligt verspreid door het park. Dit betreft zowel geclusterde bebouwing als solitaire bebouwing. Het zorgpark Voorburg is nu een openbaar park met zorgaanbieders en daaraan gerelateerd voorzieningen. Er is een betekenisvolle relatie met Vught en de omgeving. Iedereen kent het zorgpark wel. Ook worden er wandelingen verzorgd door het park en daarmee heeft het park ook een recreatieve functie.

Impressie zorgpark Voorburg (zicht vanaf de Parklaan) Het plangebied in combinatie met het landhuis Roucouleur en rectorswoning met vijver in aansluiting op het Reeburgpark heeft een groene uitstraling. Dit overgangsgebied wordt ontsloten door de Glorieuxlaan door middel van een inrit vanaf deze weg. Middels interne wegen/paden zijn zowel het landhuis als de rectorswoning ontsloten. Het landhuis heeft een statige uitstraling en is aangewezen als rijksmonument. De bebouwing bestaat uit een souterrain met daarop 2 bouwlagen met kap. De rectorswoning is hieraan ondergeschikt maar heeft eveneens een statige uitstraling en is ook aangewezen als rijksmonument. De

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

13

bebouwing bestaat uit 1 bouwlaag met kap. Zowel het landhuis als de rectorswoning hebben momenteel een functie als kantoor.

Landhuis Roucouleur en rectorswoning Het plangebied zelf betrof voorheen een grasveld maar is thans ingericht als tuin, die omzoomd is door houtsingels en bomen. Het geheel (landhuis, rectorswoning en plangebied) is gelegen in een groene omgeving bestaand uit grasvelden, bomen en vijver.

Overzichtsfoto's plangebied (voormalig grasveld thans ingericht als tuin)

14

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

Tuinontwerp Roucouleur met rood omkaderd het plangebied (indicatief) Aan de oostzijde van het plangebied (aan het Willem van Beuningenplein en Boxtelseweg) zijn grondgebonden vrijstaande woningen op ruime kavels gelegen, waarvan 1 woning is opgesplitst in 2 woningen. Dit betreffen bungalows in 1 bouwlaag, welke zijn afgedekt door een plat dak met uitzondering van één woning welke is afgedekt met een kap. Dit betreft een relatief solitair gelegen woongebiedje bestaande uit 10 woningen op de hoek Glorieuxlaan/Boxtelseweg en grenst aan het Reeburgpark en overgangsgebied met plangebied. Doordat de woningen op ruime kavels zijn gesitueerd in combinatie met de groene uitstraling sluit dit goed aan op het aangrenzende Reeburgpark en de houtsingels binnen het plangebied.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

15

Woningen Willem van Beuningenlaan Aan de westzijde van het plangebied is Mariaoord gelegen. Dit voormalig klooster, inclusief kapel, is in de periode 2000-2010 getransformeerd naar appartementen in combinatie met nieuwbouw aan de achterzijde. De bebouwing van dit voormalig klooster, inclusief kapel, heeft net als het landhuis en rectorswoning een statige uitstraling en bestaat uit een souterrain met drie bouwlagen met kap. In deze kap zijn eveneens appartementen aanwezig.

Mariaoord (voormalig klooster) Tot slot is aan de noordzijde van Mariaoord een verpleeghuis gelegen. Ten zuiden van het plangebied, aan de overzijde van de Glorieuxlaan, is Landgoed Huize Bergen gelegen. Dit betreft een hotel- en conferentie accommodatie. Daarnaast is ten zuiden van de woningen Willem van Beuningenlaan, aan de overzijde van de Glorieuxlaan een kantoorpand gelegen. Dit pand wordt volledig ontsloten door wegen in aansluiting op de rijksweg A2. Vanuit de het plangebied is de afstand tot op- en afritten relatief kort. Ook de afstand tot het centrum van Vught is relatief kort waardoor alle voorzieningen op korte afstand zijn gelegen. Deze betreft ongeveer 500 meter (hemelsbreed).

16

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

2.2

Planvoornemen

2.2.1 Het initiatief Het planvoornemen voorziet in de realisatie van maximaal 4 vrijstaande woningen in drie woonvlekken welke ontsloten worden middels een ontsluiting aan de Glorieuxlaan. De groene randen in de vorm van bestaande houtopstanden blijven behouden en het vroegere lunet is 'zichtbaar' gemaakt in één van de drie woonvlekken door middel van een aarde wal, als abstracte verwijzing naar het feit dat hier vroeger een lunet heeft gelegen. Tevens wordt voorzien in een verbinding door het plangebied tussen het Reeburgpark en de Glorieuxlaan. Het betreft het benutten van een 'open plek' in de ruimtelijke structuur van het bestaande bebouwde gebied van de kern Vught voor een woonontwikkeling, aansluitend op de omgeving.

Stedenbouwkundig plan De 4 vrijstaande woningen zijn verdeeld over drie woonvlekken (A, B, C) met maximaal 1 woning in de woonvlekken A en B en maximaal 2 woningen in woonvlek C. Deze woningen worden ontsloten vanaf de bestaande interne wegen/paden voor het landhuis en rectorswoning en zijn via de inrit aangesloten op de Glorieuxlaan. Vanaf deze interne wegen/paden is een insteek gemaakt die de drie woonvlekken van elkaar scheiden. Het betreft een rijbaan die zowel de ruimte biedt aan het gemotoriseerde als het langzaam verkeer (fietsers, voetgangers). Er is hierin geen onderscheid gemaakt. De insteek eindigt aan de noordzijde in een keerpunt met een doorsteek naar het Reeburgpark voor langzaam verkeer. Een belangrijk ontwerpgedachte voor het stedenbouwkundig plan is de contour van het oude lunet geweest als verwijzing naar het verleden. Dit is zichtbaar gemaakt in het plan middels een aarden wal. De bestaande houtsingels met bomen aan de randen van het plangebied blijven behouden. Aan de zuidzijde van het plangebied is het daarnaast eventueel mogelijk om een koppeling te maken tussen woonvlek C en de

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

17

bestaande vijver. Het is hier mogelijk om een steiger aan te leggen zodat men direct aan het water kan vertoeven. De woningen mogen in maximaal 3 bouwlagen worden gerealiseerd, waarbij de 3e bouwlaag uitsluitend een opbouw als ondergeschikte bouwlaag betreft en géén volledige bouwlaag. Deze opbouw mag qua oppervlakte niet meer bedragen dan 50% van het oppervlak van de onderliggende bouwlaag. De maximale bouwhoogte bedraagt hiervoor 12 meter. Deze bouwhoogte is gebaseerd op het feit dat het wenselijk is om de vrije ruimte van de verdiepingen 2,80 - 3,0 meter te laten zijn. Hierdoor is een hoogte van minimaal 3,50 - 4,00 meter gewenst per bouwlaag. Deze hoogte is gebaseerd op: de vrije verdiepingsruimte, dikte verdiepingsvloer en dikte dakconstructie al dan niet met retentiedak en/of dakrand. Om dit te waarborgen is zowel de maximum bouwhoogte als het maxium aantal bouwlagen aangeduid op de verbeelding. De woningen moeten daarbij overwegend plat worden afgedekt, waarbij eventuele ondergeschikte hellende daken zijn toegestaan.

Principe opbouw dak met retentiedak met dakrand, gebaseerd op dakconstructie van 1e bouwlaag Hiermee is bij de uitwerking van het planvoornemen c.q. stedenbouwkundig plan nadrukkelijk rekening gehouden met de door de gemeente Vught gestelde ruimtelijke uitgangspunten zoals verwoord in paragraaf 1.1. 2.2.2 Inpassing in de omgeving Gezien de aanwezige ruimtelijke en functionele structuur, de groene uitstraling van het plangebied en omgeving en de aangrenzende functies (met name woningen Willem van Beuningenlaan), is naast de ruimtelijke uitgangspunten van de gemeente Vught, een zorgvuldige inpassing van groot belang. Gezien de gevoeligheid van het gebied in relatie tot de omgeving c.q. nog aanwezige landgoederenstructuur is bij de uitwerking van het stedenbouwkundig plan hiermee nadrukkelijk rekening gehouden. Tevens is daarbij de nodige aandacht besteed aan de beoogde beeldkwaliteit. Dit heeft concreet geresulteerd in een stedenbouwkundig en beeldkwaliteitsplan (Bijlage 1).

Stedenbouwkundig plan Ten behoeve van het stedenbouwkundig plan heeft een zorgvuldige inventarisatie en analyse van het plangebied met de directe omgeving plaatsgevonden. Dit betreft de landgoederenstructuur, historische omgeving en lunettenstructuur. De resultaten en bevindingen uit deze inventarisatie en analyse hebben samen met de ruimtelijke uitgangspunten gediend als basis voor de uitwerking van het stedenbouwkundig plan zoals beschreven onder paragraaf 2.2.1. De inpassing wordt vooral vormgegeven door het behoud van de bestaande houtsingels met bomen. De

18

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

woonvlekken worden ter plaatse van de 'open plek' (voorheen grasveld en thans ingericht als tuin) gesitueerd. De houtsingel aan de oostzijde tussen het plangebied en de woningen aan de Willem van Beuningenlaan blijft behouden en wordt indien nodig in het kader van beheer en onderhoud uitgedund. Ten behoeve van het onderhoud en kwalitatief beheer kan het wel zijn dat hier eventueel bomen en struiken gerooid moeten worden. Aan de noordzijde wordt de houtsingel uitgedund om de relatie en het zicht tussen het plangebied en het aangrenzende Reeburgpark te versterken. Hetzelfde geldt voor de houtsingel aan de zuidzijde in relatie tot de ter plaatse aanwezige vijver. De houtsingel aan de westzijde (richting landhuis Roucouleur) wordt versterkt c.q. verdicht door middel van een brede struweelrand. Hiermee blijft de groene omkadering in de vorm van de bestaande houtsingels met bomen nadrukkelijk gehandhaafd om het groene karakter te benadrukken. Daar waar de bestaande houtsingels met bomen onderdeel zijn van de woonpercelen zijn deze ook onderdeel van de tuinen bij de betreffende woningen. Ook met de verdere inrichting wordt op basis van het stedenbouwkundig ontwerp maximaal ingezet op een groene uitstraling, zodat de woningen met een passende architectuur ingepast worden binnen de identiteit van Vught.

De aangrenzende bestaande vijver aan de zuidzijde maakt geen onderdeel uit van het plangebied zelf, maar de tuinen van de woningen lopen hier wel door tot aan de vijver. Echter dit leidt niet tot een ander gebruik van de vijver. Aan de oevers van de vijver vinden geen wijzigingen plaats, behoudens dat het eventueel mogelijk is om hier een vlonder te maken als 'zitplek'. Een dergelijke vlonder zal uitsluitend geplaatst worden in de huidige oeverlijn, waarbij er onder de eventuele toekomstige vlonder niet wijzigt ten opzichte van de rest van de vijver. De impact van de aanleg van eventuele vlonders, mocht daar al sprake van zijn, zal minimaal zijn. Te meer omdat in de huidige situatie de oever van de vijver ook al regelmatig onderhouden wordt om te voorkomen dat de vijver 'vol groeit' met riet. De ontsluiting van het plangebied c.q. de woningen wordt voorzien van groene bermen aan weerszijde van de rijbaan. Aan de zijde van het 'lunet' is de bermbreedte 2,25 tot 4,25 meter. Aan de andere zijde is de bermbreedte 1,25 meter en aangevuld met een rabatstrook voor voetgangers en als passeerstrook als eventuele passage voor auto's in twee richtingen. Dit resulteert in een maximaal groen profiel van de ontsluiting. Het parkeren is veelal voorzien op eigen terrein waarbij eventuele bezoekers ook in de berm langs de rijbaan kunnen parkeren.

Het hemelwater afkomstig van de infrastructuur watert rechtstreeks af naar de zijkant waar het ter plaatse kan infiltreren in de bodem. De woonvlekken dienen in hun eigen hemelwatervoorzieningen te voorzien. De bestaande bomen rondom het landhuis blijven behouden. Zie onderstaande afbeelding.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

19

Inpassing planvoornemen in het groen

20

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

Doorsnede ontsluiting met groene bermen Beeldkwaliteitsplan Het beeldkwaliteitsplan vormt het juridisch kader waarbinnen de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid met betrekking tot de gewenste structuur en verschijningsvorm zijn vastgelegd. Daarnaast dient het ontwerp- en uitvoeringskaders te bevatten voor het uitwerkingsniveau van de architectuur en inrichting van zowel openbare als private ruimte. Ten slotte is het beeldkwaliteitsplan voor de gemeente het toetsingskader bij de beoordeling van concrete woningbouw- en inrichtingsplannen, specifiek met betrekking tot onderhavig planvoornemen. In hoofdstuk 5 van het stedenbouwkundig- en beeldkwaliteitsplan is de beoogde beeldkwaliteit voor het planvoornemen nader beschreven. Daarin wordt onderscheidt gemaakt in: perceelniveau - macro (oriëntatie, tuin en erfafscheidingen); gebouwniveau - meso (woningtypologie, maat en schaal, dakvorm); detailniveau - micro (materialisatie). Bij de uitwerking van de inrichting van de openbare ruimte en de concrete bouwplannen voor de woningen zal nadrukkelijk aan deze aspecten getoetst worden in het kader van de aanvraag voor de omgevingsvergunning. 2.2.3 Verkeer en parkeren Voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is een goede infrastructurele onderbouwing van het planvoornemen van belang. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de aspecten verkeer en parkeren.

Hierbij wordt getoetst aan het geldende toetsingskader van de gemeente, in dit geval het voormalige paraplubestemmingsplan 'Parkeren'.

Verkeer Er moet sprake zijn van een nieuwe aanvaardbare infrastructurele situatie. Vught wordt conform het CBS aangeduid als een matig stedelijke gemeente. Wanneer gerekend wordt met de verkeersgeneratienormen voor

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

21

rest bebouwde kom, matig stedelijk, kan een verkeersgeneratie verondersteld worden van 4 * 8,6 = 34,4 verkeersbewegingen/etmaal (maximaal). Deze verkeersgeneratie komt boven op de verkeersgeneratie van het landhuis Roucouleur en rectorswoning. In de huidige situatie is vanuit het plangebied geen sprake van verkeersgeneratie, omdat het plangebied voorheen in gebruik was als groen in de vorm van een grasveld en tegenwoordig als tuin. Derhalve neemt de verkeersgeneratie met ongeveer 35 verkeersbewegingen per etmaal toe. De afwenteling vindt plaats via de interne wegen en paden op het terrein en de Glorieuxlaan. Dit betreft een hoofdontsluitingsweg met voldoende (rest)capaciteit om de afwikkeling uit het plangebied te kunnen verwerken. Er zijn dan ook geen infrastructurele problemen te verwachten en blijft de verkeersveiligheid ter plaatse, in aansluiting op de Glorieuxlaan, gewaarborgd. De ontsluiting van de woningen zelf vindt plaatst via een insteek die de drie woonvlekken van elkaar scheiden. De insteek sluit aan de westzijde aan op de interne wegen/paden. Hier is voorzien in eenrichtingsverkeer zodat de auto's als het ware rond rijden in verband met de breedte van deze interne wegen/paden. De insteek betreft enkel een rijbaan die de ruimte biedt aan zowel het gemotoriseerde als het langzaam verkeer (fietsers, voetgangers). Er is hierin geen onderscheid gemaakt.

Zie onderstaande afbeelding.

22

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

Ontsluitingsstructuur Daarnaast wordt tevens, in overleg met de initiatiefnemer, voorzien in een langzaam verkeersverbinding door het plangebied tussen het Reeburgpark en de Glorieuxlaan. Deze verbinding zal tussen zonsopgang en zonsondergang toegankelijk zijn. Parkeren In het voormalige paraplubestemmingsplan 'Parkeren' is vastgelegd dat bij ontwikkelingen zoals onderhavig planvoornemen voorzien moet worden in parkeren op eigen terrein. De parkeernormen die daarbij gehanteerd moeten worden zijn vastgelegd in de beleidsnota 'Parkeerbeleid en Parkeernota gemeente Vught 2013-2022' (d.d. 7 februari 2013). Het plangebied maakt op basis van deze parkeernota onderdeel uit van 'rest bebouwde kom'. Dit houdt in dat er voor een vrijstaande koopwoning een parkeernorm geldt van 1,9 parkeerplaatsen per woning. Afgerond is dit 2 parkeerplaatsen per woning. Uitgaande van maximaal 4 vrijstaande woningen

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

23

betekent dit een parkeerbehoefte van maximaal 8 parkeerplaatsen. Om in deze parkeerbehoefte te voorzien zal per woning op eigen terrein voldoende ruimte worden gereserveerd voor de aanleg van deze 2 parkeerplaatsen. De toekomstige bouwpercelen per woning zijn gezien hun oppervlakte voldoende ruim om hierin te kunnen voorzien. Binnen de openbare ruimte c.q ontsluiting van de woningen zal, middels half verharding, in de bermen voorzien worden in parkeerplaatsen voor bezoekers. Dit houdt in dat bezoekers in de berm ordentelijk kunnen parkeren. 2.2.4 Groen De huidige inrichting als tuin is een compenserende maatregel ten behoeve van de ontwikkelingen die de afgelopen jaren ter plaatse van het landgoed Roucouleur hebben plaatsgevonden, waaronder de kap van bomen. Deze compenserende maatregel bestond uit de aanplant van 47 bomen van verschillende soorten. Hiervan zijn 35 bomen (nummers 5, 6, 8, 9 en 11 in onderstaande afbeelding) gelegen binnen het plangebied, die als gevolg van het planvoornemen niet gehandhaafd kunnen blijven ten gevolge van de beoogde invulling. De bomen met nummer 7 kunnen gehandhaafd blijven als onderdeel van de bestaande houtsingels.

24

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

Compensatie maatregel waarbij de bomen in de groene cirkel gehandhaafd blijven als onderdeel van de houtsingels Deze bomen zullen opnieuw gecompenseerd worden door deze te verplaatsen dan wel nieuwe bomen te herplanten. Binnen het landgoed Roucouleur is hiervoor geen plaats meer gezien de intensieve beplanting van het landgoed. Derhalve dienen deze bomen elders gecompenseerd te worden. In overleg met de gemeente zal bezien worden wat hiervoor een geschikte locatie is. Dit zal in de regels worden geborgd door een zogenaamde voorwaardelijke verplichting.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

25

26

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid en regelgeving

Inleiding

Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. De belangrijkste kaders van Rijk en de provincie Noord-Brabant worden in het kort weergegeven, omdat deze zoals gezegd randvoorwaarden geven voor het lokale maatwerk voor het wijzigen van het (tijdelijk) omgevingsplan van rechtswege. Tot slot vindt een toetsing van het planvoornemen aan het beleid van de gemeente Vught plaats.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het Rijk opgesteld in het kader van de nieuwe Omgevingswet, die per 1 januari 2024 in werking is getreden. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstigbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied.

Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het Rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.

Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.

Binnen de NOVI wordt aandacht besteed aan het nationaal belang van het zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Hierbij wordt benadrukt dat de opwaardering van de woningvoorraad niet alleen een kwantitatieve opgave is. Demografische ontwikkelingen (vergrijzing, huishoudenverdunning, immigratie en asiel), nieuwe keuzes rond verduurzaming en ontwikkelingen in de zorg(behoefte) hebben onder andere ook belangrijke invloed op de woonbehoefte. De komende tien jaar moeten er één miljoen woningen worden gebouwd. Een coalitie van 34 organisaties op het gebied van wonen, bouwen en zorg en welzijn heeft hiervoor, in samenwerking met gemeenten en provincies, een actieplan opgesteld. In de zogenaamde 'Actieagenda Wonen' hebben partijen afgesproken om met een volgend kabinet snel te gaan bouwen. Dit is inmiddels vastgelegd in beleid, wetsvoorstellen en in de woondeals alsmede Nationale Prestatieafspraken. De 'Uitvoeringsagenda Wonen' d.d. 29 februari 2024 is hierop de opvolger omdat geconstateerd is dat de gemaakte afspraken slechts ten delen zijn vervuld en dat bovendien het investeringsklimaat sterk is verslechterd. Dit staat het realiseren van woningbouwambities dan ook in de weg. Het planvoornemen voorziet in het benutten van een 'open plek' in de ruimtelijke structuur van het bestaande bebouwde gebied van de kern Vught voor een woonontwikkeling.

Het betreffen 4 vrijstaande woningen in het hoge (prijs)segment. Het betreft slechts een (zeer) beperkt aantal woningen voor een specifieke en beperkte doelgroep. Ondanks dat sprake is van een specifieke en beperkt doelgroep wordt er een bijdrage geleverd aan de realisatie van woningen. Hiermee wordt voorzien in een concrete behoefte binnen de Vughtse woningbouw omdat dergelijke woningen maar zeer beperkt beschikbaar zijn binnen de woningbouwmarkt van Vught.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

27

Verder zijn er op het plangebied geen specifieke rijksbelangen van toepassing. Het planvoornemen ligt hiermee in lijn met datgene dat bepaald is in de NOVI, namelijk een bijdrage leveren aan de oplossing van de woningbouwbehoefte. 3.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is per 1 oktober 2012 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'motivering duurzame verstedelijking' opgenomen. Het Bro stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen en omgevingsvergunning (handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening) die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De Ladder voor duurzame verstedelijking richt zich op substantiële veranderingen en bouwplannen die qua aard en omvang zodanig zijn, dat voor mogelijke leegstand elders gevreesd zou kunnen worden. Het doel is om overbodige bouwplannen (kantoren, woningen) te voorkomen en hergebruik te stimuleren. Per 1 juli 2017 zijn een aantal wijzigingen op de eerdere ladder van kracht geworden, waarbij de afzonderlijke treden zijn losgelaten. Op basis van deze gewijzigde tekst geldt in het geval dat het bestemmingsplan c.q. omgevingsvergunning een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dat de toelichting/ruimtelijke onderbouwing een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting/ruimtelijke onderbouwing, aanvullend op de beschrijving van de behoefte, tevens een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen. Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter, uit vaste jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Volgens vaste jurisprudentie zijn 11 woningen (welke op één en dezelfde locatie worden gerealiseerd) het maximale aantal woningen wat door de Afdeling als te kleinschalig wordt geacht om als een stedelijke ontwikkeling te kunnen worden gekwalificeerd.

Het minimale aantal woningen wat gerealiseerd moet worden (op dezelfde locatie) om als stedelijke ontwikkeling te worden gekwalificeerd is aldus 12. Het planvoornemen voorziet echter in de realisatie van (slechts) zes vrijstaande woningen binnen het bestaand stedelijk gebied van Vught. De ontwikkeling van zes vrijstaande woningen (< 12 woningen) is daarmee te kleinschalig om als stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Toetsing aan de Ladder is daarom niet aan de orde.

3.3

Besluit kwaliteit leefomgeving

3.3.1 Inleiding Het Rijk kan met het oog op nationale belangen en die belangen die niet op een doelmatige en doeltreffende wijze door het gemeentebestuur kunnen worden behartigd instructieregels stellen over de uitoefening van taken en bevoegdheden door gemeentebesturen. Bij het wijzigen van het gemeentelijk omgevingsplan, als hier aan de orde, gelden instructieregels als opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze instructieregels hebben betrekking op:

28

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

Afdeling 5.1 Besluit kwaliteit leefomgeving het waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2); het beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3); het beschermen van de gezondheid en het milieu (paragraaf 5.1.4); het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5); het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6); het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7); het gebruik van bouwwerken (paragraaf 5.1.7a) het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8); Afdeling 5.2 Besluit kwaliteit leefomgeving het voorkomen van belemmeringen voor het gebruik en het beheer van de hoofdspoorinfrastructuur en van Rijkswegen; het lozen van industrieel afvalwater op het openbaar vuilwaterriool; het vastleggen van een bebouwingscontour jacht en bebouwingscontour houtkap. Hierna wordt de strekking van die instructieregels beknopt beschreven, waarna wordt ingegaan op de relevantie voor en toepassing op het beoogde planvoornemen. 3.3.2

Het waarborgen van de veiligheid

In paragraaf van 5.1.2 van het Bkl is voorzien in een instructieregel met betrekking tot omgevingsveiligheid. De kern van deze paragraaf is dat bij het wijzigen van het omgevingsplan rekening moet worden gehouden met het belang van het voorkomen en beperken van risico's van branden rampen en crises (verder: incidenten), het bestrijden van de gevolgen van dergelijke incidenten en de mogelijkheden van personen om zich in veiligheid te brengen wanneer zich een incident voordoet. Deze instructieregel is opgenomen in artikel 5.2 Bkl en verder geconcretiseerd in een aantal instructieregels die zijn opgenomen in paragraaf 5.1.2 Bkl. Kort samengevat wordt in die instructieregels uitgegaan van een onderscheid in vijf kwetsbare functies: beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Bij het toelaten van dergelijke kwetsbare functies dient te worden getoetst aan de opgenomen instructieregels, waarbij, net als vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, onderscheid wordt gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en groepsrisico vanwege risicobronnen. Andersom zijn deze instructieregels ook relevant bij het toelaten van nieuwe risicobronnen nabij kwetsbare functies.

Toepassing en conclusies In paragraaf 4.6 van deze toelichting wordt inhoudelijk ingegaan op dit aspect. Zoals uit die paragraaf blijkt, vorm dit aspect geen belemmering voor het planvoornemen en wordt daarmee voldaan aan deze instructieregels.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

29

3.3.3 Het beschermen van de waterbelangen Bij het wijzigen van het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met de gevolgen van die wijziging voor het beheer van watersystemen, volgt uit paragraaf 5.1.3 Bkl. Daarbij worden de opvattingen van de beheerder van het watersysteem betrokken. Verder is in genoemde paragraaf voorzien in instructieregels ten aanzien van primaire watersystemen, het kustfundament, het rivierbed van en reserveringsgebieden voor grote rivieren en het IJsselmeer.

Toepassing en conclusie Het planvoornemen is niet van invloed op primaire watersystemen, het kustfundament, het rivierbed van en reserveringsgebieden voor grote rivieren en het IJsselmeer. In paragraaf 4.9 van deze toelichting wordt inhoudelijk ingegaan op de relevante wateraspecten. Zoals uit die paragraaf blijkt, zijn geen waterbelangen in het geding en is daarover ook advies in gewonnen bij het Waterschap De Dommel. Daarmee wordt voldaan aan deze instructieregels. 3.3.4

Het beschermen van gezondheid en het milieu

3.3.4.1 Inleiding In paragraaf 5.1.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn instructieregels opgenomen ten aanzien van diverse milieuaspecten zoals luchtkwaliteit, geluid, trillingen, bodemkwaliteit en geur. Deze aspecten komen achtereenvolgens aan bod. 3.3.4.2 De kwaliteit van de buitenlucht Wanneer met de wijziging van het omgevingsplan activiteiten worden toegelaten die een toename van de verkeersintensiteit veroorzaken op wegen, vaarwegen of spoorwegen of het activiteiten betreft waarover in het Besluit activiteiten leefomgeving regels zijn gesteld met het oog op het beperken van de verontreiniging van de lucht, dienen de gevolgen voor de kwaliteit van de buitenlucht te worden beschouwd. Wanneer de betreffende activiteiten niet leiden tot een verhoging van de kalendergemiddelde concentratie van stikstofdioxide en fijnstof (PM1 0) in de buitenlucht van meer dan 1,2 µg/m3 en geen sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 5.53, eerste lid Bkl of wanneer sprake is van een 'standaardgeval' als bedoeld in artikel 5.54 Bkl, draagt de ontwikkeling niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.

Wanneer sprake is van het mogelijk maken van meerdere activiteiten binnen een bepaalde afstand die gebruik gaan maken van dezelfde ontsluitingsweg binnen een periode van vijf jaar na vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan, worden gevolgen cumulatief beschouwd, voor zover die activiteiten afzonderlijk een bijdrage aan de luchtverontreiniging opleveren van 0,1 µg/m3 of meer.

Toepassing en conclusie Gelet op de aard en omvang van het beoogde planvoornemen (4 vrijstaande woningen) en zoals ook blijkt uit de inhoudelijk toets van de gevolgen voor de kwaliteit voor de buitenlucht zoals opgenomen in paragraaf 4.5 draagt het planvoornemen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Daarmee wordt voldaan aan deze instructieregels en zijn er op dit punt geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.

30

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

3.3.4.3 Geluid door activiteiten Bij het toelaten van activiteiten, anders dan wonen, die geluid kunnen veroorzaken op geluidsgevoelige gebouwen bij het wijzigen van het omgevingsplan, dient rekening te worden gehouden met dat geluid op geluidsgevoelige gebouwen en moet erin worden voorzien dat het geluid van die activiteiten op geluidsgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Daarvan is sprake wanneer de standaardwaarden als opgenomen in artikel 5.65 Bkl worden overgenomen in het omgevingsplan. Dit betreft standaardwaarden voor toelaatbaar geluid op de gevel van (geprojecteerde) geluidsgevoelige gebouwen en locaties voor woonschepen en woonwagens en grenswaarden voor toelaatbaar geluid in geluidsgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen. Op een bedrijventerrein zouden de standaardwaarden voor toelaatbaar geluid op de gevels van geluidsgevoelige gebouwen voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,L) en het maximaal geluidniveau (LAmax) eventueel met 5 dB(A) kunnen worden verhoogd. Daarnaast bieden de instructieregels op onderdelen ruimte om andere waarden te hanteren in het plan of om er op een andere wijze in te voorzien dat het geluid door activiteiten op geluidsgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.

Verder zien de instructieregels onder meer op het uitsluiten van bepaalde activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken en het uitzonderen van de regels over geluid voor activiteiten op geluidsgevoelige gebouwen voor bepaalde activiteiten zoals het geluid van hulpverleningsvoertuigen, gladheidsbestrijdingsvoertuigen en traumahelikopters en menselijk stemgeluid. Daarnaast zijn er voor enkele specifieke activiteiten ook specifieke instructieregels opgenomen, zoals voor windturbines en windparken, civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen. Deze instructieregels zijn niet relevant voor onderhavig plangebied en worden daarom niet verder beschreven.

Toepassing en conclusie Gelet op de aard en omvang van het beoogde planvoornemen, die voorziet in de realisatie van maximaal 4 vrijstaande woningen, worden geen activiteiten toegelaten waarop deze instructieregels van toepassing zijn. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zal in paragraaf 4.4 wel worden ingegaan op de te verwachte geluidsbelasting als gevolg van het verkeer dat de nieuwe woningen genereren, net als de geluidsbelasting die is te verwachten vanwege de toe te passen warmtepompen. Zoals uit de betreffende paragraaf blijkt is als gevolg van het beoogde planvoornemen geen onaanvaardbare geluidhinder te verwachten en vormt dit aspect geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Ook volgt uit die paragraaf dat er in de omgeving geen sprake is van activiteiten de onaanvaardbare geluidhinder opleveren of op kunnen leveren voor de nieuwe woningen. Daarmee wordt voldaan aan deze instructieregels. 3.3.4.4 Geluid door wegen, spoorwegen of industrieterreinen Voor zover het geluid van wegen en spoorwegen betreft wordt onderscheid gemaakt tussen wegen en spoorwegen met geluidproductieplafond en zonder geluidproductieplafond. Ook voor industrieterreinen waarop activiteiten worden toegelaten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken, geldt een systematiek van geluidproductieplafonds.

De instructieregels die in het Bkl zijn opgenomen ten aanzien van industrieterreinen met een geluidproductieplafond worden niet verder beschreven in deze toelichting, aangezien er in de omgeving van het plangebied geen industrieterrein aanwezig is waarop activiteiten worden toegelaten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken. De instructieregels voor geluid door wegen en lokale spoorwegen zonder geluidproductieplafonds hebben betrekking op de aanleg of het wijzigen van een gemeenteweg of waterschapsweg, dan wel lokale spoorweg en een wijziging van het gebruik van een lokale spoorweg. In die gevallen dient rekening te worden gehouden met het geluid van die wegen en spoorwegen op geluidsgevoelige gebouwen en dient het omgevingsplan erin te voorzien dat geluid binnen een geluidsaandachtsgebied aanvaardbaar is. Ook is voorzien in instructieregels aan de hand waarvan moet worden beoordeeld of het toelaten van geluidsgevoelige gebouwen in

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

31

geluidsaandachtsgebied aanvaardbaar is. Deze instructieregels gelden voor zowel geluidaandachtsgebieden langs wegen met als zonder geluidproductieplafond. Hierbij is verder relevant dat de instructieregels enkel gelden voor wegen met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal (kalenderjaargemiddelde) en dat zolang voor een weg nog geen geluidaandachtsgebied is bepaald aan de hand van de basisgeluidemissie, in de Omgevingsregeling is voorzien in overgangsrecht dat inhoudt dat het geluidaandachtsgebied wordt bepaald aan de hand van vaste afstanden tot de (spoor)weg. Tot slot dient bij het wijzigen van het omgevingsplan ook rekening te worden gehouden met indirecte akoestische effecten. Zo dient bij wijzigingen die een toename van de verkeersintensiteit op een weg of spoorweg veroorzaken te worden onderzocht of die wijziging leidt tot een toename van het geluid op geluidsgevoelige gebouwen van 1,5 dB en zo ja, of bijvoorbeeld beperking van die toename door geluidbeperkende maatregelen mogelijk is. Ook is voorzien in instructieregels die gelden voor situaties waarin wijzigingen in een geluidsaandachtsgebied plaatsvinden die gevolgen hebben voor de geluidsoverdracht.

Toepassing en conclusies Zoals ook blijkt uit de inhoudelijk toets in paragraaf 4.4 wordt voldaan aan de standaardwaarde voor de geluidsbelasting op de gevels van de nieuwe woningen van maximaal 53 dB, zijn er geen indirecte effecten te verwachten in de vorm van een toename van de geluidsbelasting vanwege bestaande wegen (door een toename van verkeer) van 1,5 dB of meer en is er ook geen sprake van indirecte akoestische effecten door ingrepen in de geluidaandachtsgebieden van wegen die gevolgen hebben voor de geluidsoverdacht. Daarmee wordt voldaan aan deze instructieregels en zijn er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het beoogde planvoornemen op dit punt. 3.3.4.5 Trillingen Bij een wijziging van het omgevingsplan dient rekening te worden gehouden met trillingen door activiteiten in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen en dient er in te worden voorzien dat die trillingen in de genoemde ruimten van de genoemde gebouwen aanvaardbaar zijn. Trillinggevoelige ruimten zijn onder meer verblijfsruimten en verblijfsgebieden in gebouwen met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie met bedgebied of bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied.

Ruimten in een gebouw met een industriefunctie vallen er niet onder en de instructieregels gelden niet voor trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen die een (voormalige) functionele binding hebben met de activiteit die de trillingen kan veroorzaken.

Toepassing en conclusie Het planvoornemen heeft betrekking op de realisatie van 4 vrijstaande woningen met de bijbehorende verkeers- en groenvoorzieningen zoals beschreven in paragraaf 2.2 van deze toelichting. Daarmee maakt het plan geen functies en activiteiten mogelijk die onaanvaardbare trilling in de omgeving kunnen veroorzaken. In de omgeving van het plangebied vinden ook geen activiteiten plaats die kunnen leiden tot onaanvaardbare trillingen in nieuwe woningen/woonruimten. Bovendien zijn in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan gemeente Vught regels opgenomen over het voorkomen van onaanvaardbare trillingen door (nieuwe) activiteiten. Daarmee kan zonder een verdere inhoudelijke toets worden geconcludeerd dat er op dit punt geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van het beoogde planvoornemen.

32

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

3.3.4.6 Bodemkwaliteit In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn instructieregels opgenomen over de bodemkwaliteit voor bodemgevoelige locaties. Dit zijn locaties waarop bodemgevoelige gebouwen en daarbij behorende aangrenzende, aaneengesloten tuinen en terreinen zijn toegelaten op basis van het omgevingsplan. Dit zijn gebouwen die geheel of gedeeltelijk de bodem raken en waarvoor het aannemelijk is dat er voor meer dan twee uur per dag aaneengesloten mensen aanwezig zullen zijn. De instructieregels gelden ook voor locaties waar woonschepen of woonwagen zijn toegelaten op basis van het omgevingsplan. De strekking van de instructieregels is dat in een omgevingsplan waarden worden opgenomen voor de toelaatbare bodemkwaliteit voor het bouwen van bodemgevoelige gebouwen op bodemgevoelige locaties en dat bij een overschrijding van die waarden sanering plaatsvindt of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Bij het bepalen van voornoemde waarden dient rekening te worden gehouden met de interventiewaarden bodemkwaliteit als opgenomen in Bijlage IIA van het Bal, maar er kan ook worden voorzien in hogere waarden. Verder dient in het omgevingsplan te worden voorzien in bepaalde regels voor locaties waarvoor nazorg aan de orde is, zoals het in stand houden en onderhouden c.q.

vervangen van na sanering aangebrachte afdeklagen en tijdelijke beschermingsmaatregelen die blootstelling aan een niet weggenomen bron van verontreiniging voorkomen. Vooralsnog is dit alles geborgd in het tijdelijk deel van het omgevingsplan (hoofdstuk 22).

Toepassing en conclusie Het planvoornemen voorziet in de realisatie van maximaal 4 vrijstaande woningen die op de grond worden gebouwd. Daarmee wordt het bouwen van bodemgevoelige gebouwen op een bodemgevoelige locatie mogelijk gemaakt en is een onderzoek naar de bodemkwaliteit noodzakelijk. Zoals blijkt uit de inhoudelijke toets als opgenomen in paragraaf 4.3 wordt voldaan aan de toelaatbare kwaliteit van de bodem. Daarmee wordt voldaan aan deze instructieregels en zijn er op dit punt geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling. 3.3.4.7 Geur In paragraaf 5.1.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn voorts instructieregels opgenomen over het veroorzaken van geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit zijn in ieder geval gebouwen of delen van gebouwen met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie met bedgebied of bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied, alsmede nevengebruiksfuncties van die functies. Het gaat niet alleen om feitelijk bestaande gebouwen, maar ook om gebouwen die op basis van het omgevingsplan zijn toegelaten, maar nog niet zijn gerealiseerd. In het omgevingsplan kunnen verder ook andere gebouwen of locaties als geurgevoelig worden aangewezen, mits in die gebouwen c.q. op die locaties hoofdzakelijk sprake is van verblijf van mensen.

Ook voor geur geldt dat de aan te houden afstanden of geurnormen (waarden) niet gelden voor geurgevoelige gebouwen die een (voormalige) functionele binding hebben met de geurveroorzakende activiteit. Bij het wijzigen van het omgevingsplan dient rekening te worden gehouden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen en het omgevingsplan dient er in te voorzien dat die geur aanvaardbaar is. In aanvulling op de hiervoor beschreven 'algemene' instructieregels voor geur, gelden voor enkele specifieke activiteiten aanvullende instructieregels. Het betreft geur vanwege zuiveringstechnische werken, geur door het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf (bijvoorbeeld stallen), geur door andere agrarische activiteiten (bijvoorbeeld de opslag van mest en compost en de opslag van kuilvoer).

Toepassing en conclusie In de directe omgeving van het plangebied zijn geen zuiveringstechnische werken of agrarische activiteiten

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

33

aan de orde waarvoor specifieke instructieregels gelden ten aanzien van geur. Ook zijn geen andere activiteiten in de omgeving toegelaten die tot een onaanvaardbare geurhinder kunnen leiden. Daarmee kan zonder een verdere inhoudelijke toets worden geconcludeerd dat er op dit punt geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van het beoogde planvoornemen en wordt voldaan aan deze instructieregels. 3.3.5

Landschappelijke waarden, stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed

3.3.5.1 Inleiding In paragraaf 5.1.5 zijn een aantal uiteenlopende instructieregels gebundeld die betrekking hebben op de bescherming van landschappelijke waarden, stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed. Ook de ladder voor duurzame verstedelijking is hier in onder gebracht. Een deel van de instructieregels heeft betrekking op de kustlijn, de Waddenzee en het Waddengebied. Die worden buiten beschouwing gelaten, maar de overige instructieregels komen hierna aan bod. 3.3.5.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 5.129g Bkl is van toepassing op stedelijke ontwikkelingen die betrekking hebben op de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.

Voor zover een wijziging van een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling, en als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Deze afwegingsladder was voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. In dat kader is ook jurisprudentie gevormd die kan worden toegepast bij de beantwoording van de vraag wanneer een stedelijke ontwikkeling voldoende substantieel is. Voor woningen werd een ondergrens gehanteerd van 12 woningen. Ontwikkelingen van minder dan 12 woningen werden niet gezien als stedelijke ontwikkeling.

Toepassing en conclusie Het planvoornemen voorziet echter in de realisatie van (maximaal) 4 vrijstaande woningen binnen het bestaand stedelijk gebied van Vught. De ontwikkeling van 4 vrijstaande woningen (< 12 woningen) is daarmee te kleinschalig om als stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Toetsing aan de Ladder is daarom verder niet aan de orde. 3.3.5.3 Cultureel erfgoed en werelderfgoed Bij een wijziging van het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten en met het oog op het belang van het behoud van dat cultureel erfgoed moet in een omgevingsplan in ieder geval worden voorzien in regels ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed, waarbij rekening wordt gehouden met een aantal beginselen: het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten en archeologische monumenten; het voorkomen van verplaatsing van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist voor het behoud van die monumenten;

34

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden; het voorkomen van aantasting van: 1. de omgeving van rijksmonumenten, voor beschermde rijksmonumenten en monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd; en 2. het karakter van in het omgevingsplan beschermde stads- of dorpsgezichten of beschermde cultuurlandschappen door de sloop van bestaande gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen of andere belangrijke veranderingen; en het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. Daarnaast kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in een omgevingsplan ook regels worden gesteld over in welke gevallen onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie moet worden verricht (bij een bodemverstoring meer dan 100 m2 ), de wijze van het verrichten van opgravingen of archeologische begeleiding van andere activiteiten die tot bodemverstoring leiden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=89ffaa4a-8a35-4e48-96c1-07122a854aee