CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Toelichting Helvoirtsestrtaat

Raadsvergadering 16 mei 2024, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan `Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt'32.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

• Rond: We kijken niet enkel vanuit economische, sociale of ecologische hoek, maar bekijken de impact van deze aspecten op de leefomgeving. Het streven naar vernieuwde, gebiedsgerichte balans tussen people (hebben mensen profijt van het initiatief in hun omgeving?), planet (hoe draagt het initiatief bij aan meer circulariteit en daarmee volhoudbaarheid van onze leefomgeving?) en profit (wat levert het op voor een economisch sterke (top)positie van Brabant?). • Breed: We kijken niet vanuit één gezichtspunt, maar houden rekening met de verschillen tussen mensen en belangen. Onderhavige ontwikkeling, de woningbouwontwikkeling van twee woningen aan de Helvoirtsestraat ongenummerd te Helvoirt, is als kleinschalig aan te merken in verhouding tot de strategische gebiedsambities voor de provincie Noord-Brabant richting 2050. Het plan voorzien in een woningbouwbehoefte en neemt de ruimtelijke kwaliteit en waarden daarbij in acht. Wegens het schaalniveau raakt de ontwikkeling niet de basis- en hoofdopgaven uit de omgevingsvisie, doch is het plan wel passend te achten in de meegegeven ambities en kaders. De uitwerking van het ‘diep, rond en breed’ kijken is geconcretiseerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Dit beleidsdocument wordt in navolgende paragaaf getoetst.

3.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Naast één omgevingsvisie wordt voor de provincie vanuit de Omgevingswet ook voorgeschreven dat één omgevingsverordening vastgesteld dient te worden voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Dat kan vragen om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen, een (beleids)programma, of regels om de ambities te realiseren en belangrijke waarden te beschermen. Op het moment dat regels nodig zijn, dan dienen deze opgenomen te worden in een omgevingsverordening. De omgevingsverordening bevat enerzijds algemene regels voor burgers en bedrijven voor activiteiten. Daarnaast zijn instructieregels opgenomen voor bestuursorganen van de overheid, zoals gemeenten en waterschappen. Deze instructieregels dienen in acht te worden genomen bij de uitvoering van taken, zoals de vaststelling van een omgevingsplan. De Omgevingswet is nog niet in werking getreden. Om echter naar deze wettelijke transitie toe te werken, maakt de provincie eerst een Interim omgevingsverordening. Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening.

Toelichting Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

21

De omgevingsverordening vervangt onder andere de: • Provinciale milieuverordening; • Verordening natuurbescherming; • Verordening ontgrondingen; • Verordening ruimte; • Verordening water; • Verordening wegen. Het geldende provinciale beleidsdocument betreft de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt nog een definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Daarin worden zowel benodigde aanpassingen wegens de Omgevingswet meegenomen, als ook beleidswijzigingen gebaseerd op programma’s. Voor ruimtelijke plannen is met name relevant dat de Verordening ruimte Noord-Brabant is opgenomen in de IOV. In de Verordening ruimte Noord-Brabant waren de provinciale ambities uit de SVRO 2014 doorvertaald naar een kaderstellende set regels die door gemeentes moesten worden toegepast bij ruimtelijke besluiten. Tevens bevatte deze verordening ook rechtstreeks werkende regels, hoofdzakelijk ten aanzien van veehouderijen en mestbewerkingsinitiatieven, die ook in de reguliere vergunningverlening moesten worden toegepast. De IOV bevat zowel rechtstreeks werkende regels, als instructieregels aan andere bevoegde gezagen. Het vaststellen van een omgevingsplan, nu nog bestemmingsplan, valt onder de reikwijdte van ‘Instructieregels aan gemeenten’ (Hoofdstuk 3 van de IOV).

De ontwikkelingsmogelijkheden en toegestane functies worden bepaald door de ligging van een locatie binnen de structuren en aanduidingen. Daarnaast bevat de verordening algemene regels voor de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. Op het kaartmateriaal van de Interim omgevingsverordening, bestaande uit een 9-tal kaarten, volgt dat de planlocatie o.a. is gelegen ter plaatse van: • Landelijk gebied; • Groenblauwe mantel; • Stalderingsgebied; • Beperkingen veehouderij; • Verbod uitbreiding veehouderij; • Bescherming Natura 2000; • Diep grondwaterlichaam; • Attentiezone waterhuishouding; • Norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied; • Vaarwegbeheer. Voor onderhavige ontwikkeling is met name de ligging op ‘Kaart 6: Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied’ en ‘Kaart 3: Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ relevant. Uitsneden hiervan zijn opgenomen in respectievelijk Afbeelding 9 en Afbeelding 10. De aanduidingen ‘Stalderingsgebied, ‘Beperkingen veehouderij’, ‘Verbod uitbreiding veehouderij’ en ‘Bescherming Natura 2000’ zijn relevant indien het een ontwikkeling betreft met betrekking tot de veehouderijsector of met agrarische beregeningen uit grondwater. Aangezien een veehouderij of het beregenen uit grondwater niet van toepassing is bij onderhavige planontwikkeling, worden deze aanduidingen voor het overige onbesproken gelaten.

De aanduiding ‘Diep grondwaterlichaam’ bevat in de IOV een verbod aangaande onconventionele koolwaterstofwinning. Aangezien dat bij onderhavig plan niet aan de orde is, wordt deze aanduiding voor het overige onbesproken gelaten.

Toelichting Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

22

De aanduiding ‘Attentiezone waterhuishouding’ bevat in artikel 3.26 van de IOV regels voor de bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. De bescherming van de attentiezones waterhuishouding is in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Vught 2022’ doorvertaald naar een gebiedsaanduiding en regels, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.26 van de IOV. Deze regels worden in onderhavig plan ook opgenomen, zodat de hydrologische bescherming van het Natuur Netwerk Brabant is geborgd. De aanduiding ‘Norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied’ is van toepassing in de instructieregels aan waterschappen. Onderhavige ontwikkeling betreft echter geen ontwikkeling als uitgevoerd door het waterschap. De aanduiding ‘Vaarwegbeheer’ bevat een toebedeling van het beheer van diverse vaarwegen. Aangezien er in onderhavig gebied geen vaarwegen aanwezig zijn, wordt deze aanduiding voor het overige onbesproken gelaten. Het voornemen, de woningbouwontwikkeling aan de Helvoirtsestraat, heeft geen betrekking op activiteiten als gereguleerd onder ‘Rechtstreeks werkende regels voor activiteiten’ (Hoofdstuk 2). Dit betreft o.a. zaken als waterwinning, ontgronden, activiteiten in stiltegebieden, veehouderijen en mestverwerking.

Het vaststellen van een omgevingsplan, nu nog bestemmingsplan, valt onder de reikwijdte van ‘Instructieregels aan gemeenten’ (Hoofdstuk 3 van de IOV). Voor de voorgenomen ontwikkeling zijn er meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Ten eerste moet voldaan worden aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Daarnaast moet worden getoetst aan de geldende regels voor de van toepassing zijnde structuren en aanduidingen. Navolgend worden ten eerste de algemene regels inzake de bevordering van ruimtelijke kwaliteit getoetst. Daarna volgt een toetsing aan de van toepassing zijnde structuren en aanduidingen.

Toelichting Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

23

Afbeelding 9: Uitsnede Kaart 6: Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied, plangebied rood omkaderd weergegeven.

Afbeelding 10: Uitsnede Kaart 3: Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed, plangebied globaal rood omkaderd weergegeven.

Toelichting Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

24

In paragraaf 3.1.2 van de IOV zijn de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies opgenomen. De basisprincipes hebben betrekking op een zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit en een kwaliteitsverbetering van het landschap. Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies invulling aan een goede omgevingskwaliteit, met een veilige, gezonde leefomgeving. Hierbij wordt rekening gehouden met: •

Zorgvuldig ruimtegebruik.

Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat nieuwvestiging mogelijk is op grond van de IOV of indien er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding op grond van de IOV is toegestaan. Onder bestaand ruimtebeslag wordt daarbij verstaan het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Bij een stedelijke ontwikkeling dient hierbij toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking (zie hiertoe paragraaf 3.1.3 van onderhavige toelichting). •

De waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering.

De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: o De ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; o De netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; o De bovenste laag, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Met het actief benutten van de factor tijd wordt bedoeld het rekening houden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. •

Meerwaardecreatie.

Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: o De mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; o De bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Onderhavige ontwikkeling is direct gelegen aangrenzend aan het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’. Doelstelling is het oprichten van twee ruimte-voor-ruimtewoningen ter logische stedenbouwkundige afronding van de kern van Helvoirt. Door toepassing van ruimte-voor-ruimtetitels is nieuwvestiging bovendien toegestaan op grond van de IOV. Het plangebied aan de Helvoirtsestraat bevindt zich op de overgangszone van de lintbebouwing in de bebouwde kom met een redelijk dichte bebouwingsstructuur (gelegen in werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’), richting het meer open bebouwingslint gelegen in het buitengebied. Het plangebied is exact op deze overgang gelegen en vormt daardoor een schakelfunctie. Het plangebied is gelegen tussen Toelichting Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

25

de vrijstaande woningen Helvoirtsestraat 13 en 13a te Helvoirt. Tussen deze twee woningen is in de huidige situatie een open landbouwperceel aanwezig, met een breedte aan wegzijde van circa 150 meter. De afronding van de kern Helvoirt is in de huidige situatie vrij abrupt, van een meer gesloten bebouwingsdichtheid richting het ineens volledige open landbouwperceel van onderhavig plangebied. Vanaf Helvoirtsestraat 13 in noordelijke richting is bovendien ook weer sprake van een meer verdicht bebouwingslint. Tussen de spoorweg, de begrenzing van het centrum van Helvoirt, en de waterloop Zandleij is onderhavig landbouwperceel momenteel de grootste open ruimte. Dit open deel is bovendien te verklaren, doordat ter plaatse vroeger een boerderij aanwezig is geweest. Deze boerderij is vanaf halverwege de twintigste eeuw gesloopt (zie tevens paragrafen 2.2 en 2.5). Mede vanuit cultuurhistorisch oogpunt is het terug bouwen van bebouwing ter plaatse dan ook passend te achten. In de beoogde situatie wordt voorzien in een kwalitatieve stedenbouwkundige afronding van de kern Helvoirt, met daarbij een meer geleidelijke overgang richting het buitengebied. Het plan voorziet in twee royale woonkavels. Hierdoor kan een gunstige bruto-netto verhouding worden bewerkstelligd tussen bebouwing, groen en openheid. Ten noorden blijft ruim 70 meter behouden als landbouwgrond.

Hierdoor wordt de overgang verzacht, vanuit de meer bebouwde kern, richting een meer open buitengebied. Door de stedenbouwkundige keuze in de inrichting van de woonkavels wordt een kwalitatieve overgang gecreëerd vanuit de kern richting het buitengebied, waarbij bebouwing, openheid en groen elkaar afwisselen. Tevens wordt hierbij recht gedaan aan de cultuurhistorische situatie uit het verleden. Onderhavige ontwikkeling draagt dus bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de betrokken gronden en de omgeving. Het plan respecteert het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. De lagenbenadering benodigd een verantwoording waaruit blijkt dat rekening is gehouden met de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de diverse lagen. De toetsing van de effecten van het voornemen op de lagen is per onderwerp uitgebreid uiteengezet in voorliggende toelichting. Hieruit volgt dat het voornemen ruimtelijk en milieuhygiënisch aanvaardbaar is. De meerwaardecreatie blijkt o.a. uit de bijdrage van het initiatief aan een woningbouwbehoefte, het verkrijgen van ruimte-voor-ruimtetitels (en daarmee het leveren van een bijdrage aan een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit) en de stedenbouwkundige kwaliteit van de planinvulling. Gelet op het bovenstaande wordt voldaan aan de provinciale zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit.

Kwaliteitsverbetering landschap In artikel 3.9 van de IOV zijn de regels omtrent kwaliteitsverbetering van het landschap opgenomen. Dit houdt in dat ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied gepaard dienen te gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied en op welke wijze de uitvoering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede omvatten: • Landschappelijke inpassing; • Het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen; • Het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; • Het wegnemen van verharding; • Het slopen van bebouwing; • De realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; • Het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Indien de kwaliteitsverbetering niet op locatie kan worden bewerkstelligd is het ook mogelijk een passende financiële bijdrage te doen in een (gemeentelijk) landschapsfonds. In onderhavige situatie worden voor de twee op te richten woningen ruimte-voor-ruimte titels aangekocht.

In de regels voor ruimte-voor-ruimte (artikel 3.79 IOV, lid 3) is opgenomen dat de regels uit artikel 3.9 (Kwaliteitsverbetering landschap) niet van toepassing zijn op deze ontwikkelingen. Met het aankopen

Toelichting Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

26

van een titel is reeds voldaan aan de verplichting als bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap. Met het verkrijgen van een bouwtitel voor een ruimte-voor-ruimtekavel wordt een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit behaald. Deze winst is nader toegelicht in paragraaf 2.5 van onderhavige toelichting, maar betreft o.a. de sloop van varkens- of pluimveestallen, het intrekken van een omgevingsvergunning activiteit milieu en het doorhalen van rechten. Met het inleveren van twee bouwtitels in ruil voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling wordt dus voldaan aan de provinciale en gemeentelijk vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap. Structuren en aanduidingen Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de oprichting van twee ruimte-voor-ruimtekavels in het landelijk gebied. In artikel 3.79 van de IOV is opgenomen dat een bestemmingsplan kan voorzien in een of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels in Stedelijk gebied of Landelijk gebied als deze ontwikkeling: • Door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit; • Op een aanvaardbare locatie plaatsvindt als bedoeld in artikel 3.78, derde lid; • En past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in artikel 3.77. In onderhavige situatie worden ruimte-voor-ruimtetitels aangekocht.

Deze titels garanderen de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit. In artikel 3.78, derde lid, is bepaald wat wordt aangemerkt als een aanvaardbare locatie. Er is sprake van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkeling van een woning, als: • De locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; • Of de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie. Zoals voorgaand reeds uitgebreid gemotiveerd betreft de ontwikkeling een logische afronding van het stedelijk gebied van de kern Helvoirt. Tevens volgt uit voorliggende toelichting en uit de toetsing aan de diverse (gemeentelijke) beleidsdocumenten dat de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Uit voorgaande toetsing volgt dat het planvoornemen in overeenstemming is met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.3

Gemeentelijk beleid

Naast het geldende bestemmingsplan wordt het gemeentelijke ruimtelijke beleid vastgelegd in een structuurvisie en overige beleidsdocumenten. Een gemeentelijke structuurvisie is een strategisch beleidsdocument over de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in de gemeente. In deze visie gaat het met name om de keuze op hoofdlijnen van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen en het te voeren ruimtelijk beleid. Een structuurvisie is daarbij enkel juridisch bindend voor de gemeente zelf. Het ruimtelijk beleid uit de structuurvisie dient doorvertaald te worden, bijvoorbeeld in bestemmingsplannen, alvorens zij juridische binding geven voor derden. Haaren was tot 1 januari 2021 een zelfstandige gemeente, bestaande uit de kernen Haaren, Helvoirt, Esch en Biezenmortel. Per 1 januari 2021 heeft hierbij een herindeling plaatsgevonden, waarna de kern Helvoirt aan het grondgebied van gemeente Vught is toegevoegd. De geldende structuurvisie voor Helvoirt, waaronder het buitengebied, betreft de ‘Structuurvisie Haaren’ en wordt in navolgende paragraaf besproken. Deze structuurvisie is na de herindeling van gemeente Haaren van kracht gebleven voor het voormalige Haarense gebied, binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Vught, zoals dat per 1 januari 2021, op grond van de Wet van 8 juli 2020 tot splitsing van de gemeente Haaren, is ontstaan.

Na de gemeentelijke herindeling heeft de gemeente Vught bovendien nieuwe

Toelichting Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

27

visies vastgesteld (voor specifieke beleidsonderwerpen). beleidsdocumenten worden in navolgende paragrafen besproken.

De

relevante

gemeentelijke

3.3.1 Structuurvisie Haaren (voormalige gemeente Haaren) Op 22 januari 2015 heeft de gemeenteraad van Haaren de Structuurvisie Haaren vastgesteld. Deze structuurvisie kan als een ruimtelijke uitwerking worden beschouwd van de in 2011 vastgestelde Toekomstvisie van de gemeente Haaren. Deze Toekomstvisie heeft een horizon tot 2022; in deze structuurvisie komt de ruimtelijke ontwikkeling in die periode aan bod en wordt verder vooruit gekeken. Tevens worden in deze structuurvisie de abstracte doelen uit de Toekomstvisie geconcretiseerd. Deze structuurvisie biedt de hoofdlijnen van het ruimtelijke beleid van de gemeente Haaren, zoals dat beleid moet gaan bijdragen aan de doelen uit de Toekomstvisie. Deel A: De visie Om concrete plannen goed te kunnen toetsen en af te kunnen wegen is het ten eerste belangrijk om duidelijke kaders te scheppen en aan te geven wat de gemeente wil bereiken. Hierbij worden strategieën en keuzes weergegeven, zonder daarbij het voorspellen of in beelden vatten van de toekomst. De structuurvisie gaat uit van het principe ‘ieder ruimtegebruik is op alle plaatsen mogelijk, mits…’. De structuurvisie biedt een gedegen afwegingskader voor de ‘mitsen’. Voor de gemeente is de structuurvisie juridisch gezien een ‘zelfbindend’ document. De gemeente Haaren dient zich bij haar beleidskeuzes aan de structuurvisie te houden. Het afwegingskader is weergegeven in deel A.

In deel A wordt tevens beschreven op basis van welke trends en ontwikkelingen dit afwegingskader tot stand is gekomen. Naast deel A beslaat deze structuurvisie nog twee delen, namelijk deel B en deel C. Onderdeel van Deel B vormt ook de structuurvisiekaart. Deel B: Het uitvoeringskader De structuurvisie is bindend voor het gemeentebestuur, maar bevat geen rechtstreekse verplichtingen richting de burger. Burgers mogen desondanks verwachten dat het bestuur bij verzoeken en vragen van de burger haar antwoord zal baseren op de beleidsuitspraken in de structuurvisie. In deel B wordt uitgezet hoe het antwoord van de gemeente Haaren er uit zal zien. Dit antwoord kan bestaan uit de inzet van diverse typen instrumenten, zoals procesmatige instrumenten, juridische instrumenten (zoals het bestemmingsplan) en financiële instrumenten. Om burgers en ondernemers te faciliteren in ruimtelijke ontwikkelingen heeft de gemeente één procesmatig instrument extra uitgewerkt, namelijk het Haarens Kwaliteitsmenu. In dit menu worden handreikingen gedaan voor de omgang met het landschap in de gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen. Een belangrijk onderdeel van de structuurvisie vormt de structuurvisiekaart.

Vanuit de visie (deel A) en het Haarens Kwaliteitsmenu (onderdeel van deel B) wordt verwezen naar deze kaart om zodoende aan te geven op welke plaatsen bepaald beleid van toepassing is en waar bepaalde ontwikkelingsprincipes van toepassing zijn. Zo wordt in deel A van de visie bij de weergave van het sectorale beleid op diverse plaatsen aangegeven dat een wenselijke ontwikkeling ‘moet passen in (de karakteristieken) van de omgeving’. Op de structuurvisiekaart zijn deze verschillende omgevingen weergegeven, zo is zichtbaar binnen welke omgevingskarakteristieken een initiatief moet passen. De omgevingstypes op de structuurvisiekaart wijzen daarbij vervolgens naar het Haarens Kwaliteitsmenu. Hierin wordt per onderscheiden omgeving beschreven wat de specifieke kwaliteiten zijn en hoe de kwaliteiten verder ontwikkeld kunnen worden. Zo wordt bij ieder initiatief getoetst of het past binnen de kwaliteiten van de omgeving. Deel C: De atlas Tot slot is het bij het toepassen van het afwegingskader uit deel A en het uitvoeringsinstrumentarium uit deel B van belang om de context te begrijpen waarin de ontwikkeling van de gemeente Haaren plaatsvindt. In deel C van deze structuurvisie wordt allereerst de natuurlijke en sociaal-culturele geschiedenis beschreven. Vervolgens wordt de gemeente Haaren geplaatst binnen de beleidscontext

Toelichting Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

28

van hogere overheden en dat van de regio Noordoost Brabant. Deze achtergrond is belangrijk om te begrijpen waar de ruimtelijke kwaliteiten en knelpunten in de gemeente hun oorsprong vinden. Deel C betreft dus met name een achtergronddocument voor de (toepassing van de) beleidskeuzes als geformuleerd in Deel A en Deel B. Toetsend aan het eerste deel, de visie (Deel A), dient aangetoond te worden op welke wijze de ontwikkeling bijdraagt aan de in de visie beschreven (gemeentelijke regierollen) basisverantwoordelijkheid, ambities, benutten van kansen en voorkomen van bedreigingen. • Gemeentelijke basisverantwoordelijkheden: een aantal ontwikkelingen is van basisbelang om goed te kunnen wonen, leven, werken en recreëren in de gemeente Haaren. • Ambities: Sommige ontwikkelingen vindt de gemeente Haaren van zodanig belang voor haar inwoners dat zij daarin zelf het voortouw wil nemen. • Kansen voor de gemeente: Veel nieuwe ontwikkelingen ontstaan door initiatieven van derden (ondernemers, instellingen of burgers). De gemeente Haaren wil in staat zijn de kansen die zich door deze ontwikkelingen voordoen zo goed mogelijk te benutten (en daar waar nodig sturing te geven). • Bedreigingen voor de gemeente voorkomen: De gemeente Haaren kent een aantal kwaliteiten en waarden die van onderscheidend belang zijn.

Ontwikkelingen die deze kwaliteiten en waarden aantasten dienen te worden voorkomen. Per beleidsveld (‘Wonen & Woonomgeving’, ‘Werken & Economie’, ‘Welzijn & Voorzieningen’, ‘Omgevingskwaliteit’ en ‘Mobiliteit’) zijn in de structuurvisie (Deel A) de gemeentelijke regierollen beschreven. Voor onderhavige ontwikkeling is daarbij, gelet op de aard daarvan, met name een toetsing aan ‘Wonen & Woonomgeving’ relevant, evenals ‘Omgevingskwaliteit’. Voor ‘Wonen & Woonomgeving’ wordt het als gemeentelijke basisverantwoordelijkheid gezien om een onderscheidend woonmilieu te bieden, met voldoende woningaanbod en een woningvoorraad die toegankelijk is voor doelgroepen. Ambities zijn het zorgvuldig afwegen van woningbouwlocaties, o.a. op basis van de ladder voor duurzame verstedelijking. Kansen betreffen het faciliteren van ontwikkelingen die bijdragen aan de evenwichtige opbouw van de woningvoorraad en het groene woonprofiel (‘groen wonen’). Tot slot is een bedreiging een woonprogramma dat niet aansluit op de woonwensen en marktvraag. Het voornemen is gericht op het mogelijk maken van twee ruimte-voor-ruimte woningen in de kernrand van Helvoirt. Hiermee kan een kwalitatieve stedenbouwkundige afronding van de kern worden bewerkstelligd op royale groene kavels, met behoud van doorzichten naar het achterliggende landschap.

Doordat het bouwkavels betreft, wordt het de toekomstige bewoners mogelijk gemaakt om naar eigen woonwensen ter plaatse een woning te realiseren. Het initiatief sluit dus aan bij het streven om meer mogelijkheden te bieden voor vrije kavels en voor het bouwen in eigen beheer. Het woningbouwplan is gering in omvang, maar draagt door aard en type bij aan het behoud van de diversiteit van de woningvoorraad in Helvoirt. Door de voorgenomen uitvoering wordt tevens een bijdrage geleverd aan de ruimtelijke karakteristiek en omgevingskwaliteit. Ten aanzien van ‘Omgevingskwaliteit’ is het een basisverantwoordelijkheid om de Haarense kernwaarden van de landschappen en dorpen te behouden en versterken. Initiatieven die hieraan een bijdrage leveren worden gefaciliteerd. De toepassing van kleinschalige initiatieven aangaande o.a. ruimte-voor-ruimte wordt gezien als een van de potentiële kansen ten aanzien van omgevingskwaliteit. Met de ruimte-voor-ruimteregeling worden titels verkregen door het slopen van stallen en het beëindigen van veehouderij-activiteiten. Ruimte-voor-ruimte kavels zijn daarbij normaliter ruimere bouwkavels die een groene afronding vormen van bestaande kernen of bebouwingsconcentraties.

In de structuurvisie is bepaald dat maatwerk wordt toegepast voor de beoordeling van geschikte locaties voor ruimte-voor-ruimte, die worden afgewogen als zich daartoe een initiatief aandient. In onderhavige situatie wordt met ruime groene bouwkavels een groene afronding van de kern Helvoirt in noordelijke richting bewerkstelligd. Dit is passend binnen de kansen als benoemd in de gemeentelijke structuurvisie. Toelichting Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

29

Blijkens de structuurvisiekaart, onderdeel van Deel B, is de locatie aan de Helvoirtsestraat ongenummerd gelegen in het beekdal van De Zandleij, aangrenzend aan het historische lint van Helvoirt. Het lint van Helvoirt kent een gevarieerd straatbeeld door sterk gevarieerde bebouwingen (afwisseling tussen villa’s en boerderijen op ruime groene percelen en meer aaneengebouwde woningen in de dorpskern, soms zonder voortuin) en een variatie in laanbeplanting. Groene voortuinen, variërend van diepte, met veelal groene hagen zorgen voor een groen straatbeeld. Het bebouwingsbeeld is dorps, open, groen, kleinschalig en door de diversiteit in bouwperiode gevarieerd. Doelstelling is het behouden en waar mogelijk versterken van het straatbeeld met laanbomen en een inrichting van groene voortuinen met hagen. Het beekdal van De Zandleij behoort tot het agrarisch gebied met groene kamers, waarbinnen de beek is opgenomen. De groene kamers zijn gericht op kleinschalige openheid / half open landschap met groene kamers. Het betreft een gevarieerd landschaps- en bebouwingsbeeld met een afwisseling tussen landschap van open en besloten delen. Landschapselementen passend binnen de groene kamers betreffen houtwallen, bospercelen, bomenlanen, erven met beplanting (open erven, hagen en heggen, bosschages en bomen). Bebouwing wordt gesitueerd aan oude ontsluitingswegen in linten.

De kernrandzone rond de dorpen is geschikt voor meer stedelijke functies en beperkte dorpsuitbreiding, mits landschappelijk ingepast. De beoogde invulling met de oprichting van twee ruimte-voor-ruimte woningen aan de Helvoirtsestraat ongenummerd is passend binnen de gestelde gebiedstypes uit het Haarens Kwaliteitsmenu. De woningen worden opgericht aan het lint van de Helvoirtsestraat (en zijn een afronding hiervan). Met de voorgenomen invulling wordt een bijdrage geleverd aan open, groene kavels met een landschappelijke inpassing passend bij de groene kamers. Doorzichten naar het achterliggende landschap worden behouden. Hagen, een bomenrij, een fruitboomgaard en een watergang zorgen voor natuurlijke begrenzing van kavels, zodat wordt bijgedragen aan ‘groen wonen’. De bestaande ruimtelijke kwaliteiten (onder andere de zichtlijnen) van het bebouwingslint en het buitengebied blijven behouden en worden waar mogelijk versterkt. Gelet op de doelstelling van het voornemen, de realisatie van twee vrijstaande woningen (met toepassing van ruimte-voor-ruimte), in combinatie met de beoogde landschappelijke inrichting, past het onderhavige planvoornemen binnen de gemeentelijke doelen, zoals opgenomen in de Structuurvisie Haaren. Het plan draagt derhalve op perceelsniveau bij aan de gemeentelijke ambities.

Met het positieve principebesluit van 6 augustus 2019 heeft de gemeente Haaren aangegeven onderhavige ontwikkeling te willen faciliteren. 3.3.2 Visie ‘Helvoirt tussen de beken’ (voormalige gemeente Haaren) De visie ‘Helvoirt tussen de beken’ uit 2009 is een landschappelijke visie op de ontwikkeling van de westflank van Helvoirt. Aanleiding is mede de ontwikkeling van de kern Helvoirt richting de toekomst. Onderdeel van de gemeentelijke strategie is het gelijktijdig tot ontwikkeling brengen van diverse inbreidingslocaties, alsmede het realiseren van een uitbreiding van het dorp. Er wordt een visie geboden op de landschappelijke kwaliteiten en ontwikkelingsmogelijkheden van de westflank van Helvoirt, van N65 tot aan kasteel Zwijnsbergen. Uit de cultuurhistorische analyse in het plandocument volgt dat de Helvoirtsestraat een naar de kern toe geleidelijk verdichtend bebouwingslint is, waarbij ter plaatse van het plangebied belangrijke zichtlijnen aanwezig zijn (zowel in westelijke, als oostelijke richting). Het planvoornemen respecteert deze situatie. Op een open landbouwperceel van circa 150 meter frontbreedte, worden aan de zuidelijke rand (tegen de bestaande kern van Helvoirt) twee woningen gerealiseerd, op een breedte van circa 70 meter. Het plan draagt dus bij aan een afnemende verdichting vanaf de kern, richting het buitengebied.

Hierbij wordt een stedenbouwkundige afronding bewerkstelligd. Het betreft daarbij ruime woonkavels, zodat naast de voorgenomen bebouwing zichtlijnen richting het achterliggende landschap blijven behouden. Bovendien blijven de zichtlijnen behouden door het resterende open gedeelte van het landbouwperceel. Er wordt dus een passende

Toelichting Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

30

overgang gecreëerd van de kern, richting het buitengebied, met een afwisseling tussen bebouwing, groen en openheid. (Zie hiertoe tevens paragraaf 2.5.) Het voorgenomen plan houdt rekening met de onderscheiden karakteristieken en is daarmee passend binnen de landschappelijke visie. 3.3.3 Visie ‘Wonen in het buitengebied’ (gemeente Vught) Op 29 september 2022 is de gemeentelijke visie ‘Wonen in het buitengebied’ door de gemeenteraad van Vught vastgesteld. Deze visie gaat in op de mogelijkheden om woningen te bouwen in het buitengebied. Het betreft daarbij o.a. de ontwikkeling van uitleglocaties in het buitengebied, maar ook ruimte-voor-ruimtewoningen. Het visiedocument betreft het gemeentelijk afwegingskader waar het wel of niet gewenst is om de bebouwde kom uit te breiden of ruimte-voor-ruimtewoningen te realiseren. De gemeente Vught heeft voor het opstellen van deze visie een proces doorlopen, waarbij ook de provincie, belangenorganisaties en inwoners betrokken waren. Tevens is het beleid en de criteria van de provincie daarbij het uitgangspunt geweest. Op basis van een ruimtelijke analyse wordt in de visie tevens beschreven welke gebieden als bebouwingsconcentratie kunnen worden aangewezen en waar de gemeente ontwikkelingen kansrijk vindt in dergelijke bebouwingsconcentraties. Onderhavige ontwikkeling betreft de ontwikkeling van een tweetal ruimte-voor-ruimtewoningen.

In het afwegingskader uit de voornoemde visie volgt dat de locatie voor de realisatie van ruimte-voorruimtewoningen in beginsel in een bebouwingsconcentratie moet liggen. Verder mogen er geen wettelijke belemmeringen zijn en moet nog ruimte zijn voor het bouwen van een woning (bijvoorbeeld niet gelegen in een waardevolle zichtlijn over het landschap). Verder is bepaald dat de ruimte-voorruimte-titel moet worden verkregen door de sloop voor minimaal 50% in de gemeente Vught te laten plaatsvinden en 100% in een straal van 10 km om gemeente Vught, of er moet anderszins een voldoende fysieke tegenprestatie voor de omgevingskwaliteit worden geleverd. De Helvoirtsestraat is in het visiedocument gedeeltelijk aangewezen als bebouwingsconcentratie (zie hiertoe Afbeelding 11). Het plandeel waar de onderhavige nieuwe ruimte-voor-ruimtewoningen zijn voorzien, is niet aangewezen als onderdeel van deze bebouwingsconcentratie. In dit plan betreft het echter een afronding van het stedelijk gebied, zijnde de kern van Helvoirt. De voorgenomen woningbouw vindt daarbij plaats buiten de in de visie aangeduide waardevolle zichtlijn. In het proces om te komen tot de vaststelling van het voornoemde visiedocument is door de verantwoordelijk wethouder een memo opgesteld (Memo ‘Beantwoording vragen visie ‘Wonen in het buitengebied’’, zaaknummer Z21 – 242701, documentnummer 496090).

Deze memo gaat in op de verhouding tussen de voornoemde visie en de nog lopende ‘Haarense dossiers’, waarvoor een positief principebesluit was afgegeven voor de gemeentelijke herindeling. Op 6 augustus 2019 is door het college van burgemeester en wethouders van de voormalige gemeente Haaren, onder zaaknummer Z47265, besloten om in principe medewerking te verlenen aan de beoogde bestemmingsplanherziening voor de oprichting van twee woningen aan de Helvoirtsestraat. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught heeft vervolgens, na de gemeentelijke herindeling en de toevoeging van Helvoirt aan de gemeente Vught, op 15 juni 2021 eveneens een positieve grondhouding aangenomen ten aanzien van de ontwikkeling. Het voornoemde visiedocument zou nieuwe kaders bieden voor ontwikkelingen waarvoor eerder, onder andere voorwaarden, een positief principebesluit is gegeven. De memo van de wethouder is dan ook onderdeel geweest van de vaststelling. In deze memo is voor onderhavige ontwikkeling aangegeven dat de nieuwe provinciale Interim omgevingsverordening (IOV) mogelijkheden biedt. De ruimte-voor-ruimte-ontwikkeling hoeft niet plaats te vinden in een bebouwingsconcentratie, het mag ook een afronding geven van het stedelijk gebied (zie paragraaf 3.2.3). Ten behoeve van het initiatief is bovendien de eerder ingetekende zichtlijn ingekort, tot de navolgende afbeelding.

Toelichting Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

31

Tevens is opgenomen dat voor dit planvoornemen niet de voorwaarde geldt dat de ruimte-voor-ruimte titel moet bestaan uit een sloop van minimaal 50% van de bebouwing in de gemeente en 100% in een straal van 10 km om de gemeente Vught. Deze woningen mogen nog worden gerealiseerd met de reguliere aankoop van ruimte-voor-ruimte titels. Bij de vaststelling van deze visie is dan ook nadrukkelijk een afweging gemaakt omtrent voorliggend initiatief, waarbij gemeente Vught heeft besloten om uitvoering te geven aan het eerdere Haarense principebesluit.

Afbeelding 11: Kaart bebouwingsconcentratie ‘Helvoirtsestraat’. Beoogde woonkavels globaal rood omkaderd weergegeven.

Toelichting Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

32

4.

OMGEVINGSASPECTEN

Een bestuursorgaan dient bij de voorbereiding van een besluit, zoals bij het vaststellen van een bestemmings- of wijzigingsplan, de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen, zo wordt beschreven in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Ten behoeve van onderhavig plan zijn de relevante omgevingsaspecten uitgewerkt. Deze aspecten komen in navolgende paragrafen aan bod.

4.1

Bodem

Het landelijk beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Met andere woorden, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. De gewenste functie bepaalt dus ook de gewenste bodemkwaliteit. Op alle locaties waar een ingrijpende functiewijziging of wijziging van het bodemgebruik wordt voorzien, dient een bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Indien op grond van historische informatie blijkt dat in het verleden bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden, dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksresultaten kan vervolgens worden nagegaan of er vervolgmaatregelen getroffen moeten worden, zoals een nader onderzoek of eventueel een bodemsanering. Voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Lankelma Geotechniek Zuid BV. In Bijlage 4 is dit bodemonderzoek bijgevoegd. Tevens is in Bijlage 5 een aanvullende briefrapportage bijgevoegd. Navolgend zijn de conclusies van het uitgevoerde onderzoek samengevat weergegeven. Voor de volledige onderzoeksresultaten wordt verwezen naar de bijlagen. Verkennend bodemonderzoek (Bijlage 4) Het verkennend bodemonderzoek heeft als doel het, middels een steekproef, vaststellen van de kwaliteit van de bodem.

Aan de hand van het verkennend bodemonderzoek dient te worden nagegaan of op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater boven de (lokale) streef- en/of achtergrondwaarden aanwezig zijn. Algemeen De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 3,3 m-mv overwegend uit zeer tot matig fijn, matig tot sterk siltig humeus zand. In de uitkomende grond zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. Grond In grondmengmonster MM4 is analytisch een licht verhoogd gehalte met nikkel aangetoond. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van deze bodemlaag (ondergrond) indicatief bestempeld worden als zijnde klasse ‘AW2000’. In de overige grondmengmonsters MM1 t/m MM3 is analytisch geen van de geanalyseerde parameters in verhoogde mate aangetoond. Allen liggen onder de achtergrondwaarden. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van zowel de bovengrond als de ondergrond indicatief als klasse ‘AW2000’ beschouwd worden. Grondwater In het grondwater uit peilbuis B01 is analytisch een licht verhoogd gehalte met koper en barium aangetoond.

Deze concentraties overschrijden de streefwaarden, doch niet de interventiewaarden. Asbest in grond In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een indicatieve inspectie van het

Toelichting Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

33

terrein plaatsgevonden. In de vrijkomende grond en op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Het onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie. Toetsing hypothese De hypothese ‘onverdacht’ kan op basis van de resultaten formeel worden aanvaard, daar er slechts lichte verontreinigingen in grond en grondwater zijn aangetoond. Resumé en aanbeveling Middels het verkennend bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgelegd. In het kader van de Wet bodembescherming zijn geen aanvullende procedures noodzakelijk. Op basis van de bevindingen uit het verkennend bodemonderzoek zijn er vanuit milieuhygiënisch oogpunt derhalve geen belemmeringen c.q. beperkingen voor de geplande nieuwbouw op deze locatie. Aanvullende briefrapportage (Bijlage 5) Naar aanleiding van de beoordeling van het verkennend bodemonderzoek door het bevoegd gezag heeft nog een aanvullend bodemonderzoek plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn opgenomen in Bijlage 5. Navolgend zijn de conclusies uit dit aanvullend onderzoek opgenomen. De bodem op de locatie bestaat tot een diepte van circa 0,65 m-mv uit matig fijn, siltig humeus donker grijsbruin zand.

De bodemlaag van 0,8 m-mv tot 1,0 m-mv bestaat uit zeer fijn, siltig geelbeige zand. In de uitkomende grond zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. Middels het uitgevoerde bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond aanvullend op het eerder uitgevoerde bodemonderzoek vastgelegd. In het kader van de Wet bodembescherming zijn geen aanvullende procedures noodzakelijk. Op basis van de bevindingen uit het aanvullende bodemonderzoek zijn er vanuit milieuhygiënisch oogpunt derhalve geen belemmeringen c.q. beperkingen voor de geplande nieuwbouw op deze locatie. Conclusie Middels de uitgevoerde bodemonderzoeken is aangetoond dat de milieuhygiënische kwaliteit van de grond aanvaardbaar is voor de beoogde bouwplannen voor de bouw van burgerwoningen. De bodemkwaliteit staat daarmee de voorgenomen functie en de (financiële) uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied wordt bepaald door de milieubelastende activiteiten in de directe omgeving. Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven of veehouderijen) en gevoelige functies (zoals woningen of verblijfsrecreatieve eenheden) wordt hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Deze systematiek wordt ‘milieuzonering’ genoemd. De VNG-Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’, editie 2009 bevat een richtafstandenlijst, waarmee milieuzonering kan worden toegepast. Deze richtafstandenlijst bevat richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Deze richtafstanden geven een indicatieve afstand, waarmee hinder ter plaatse van gevoelige functies wordt voorkomen bij een gemiddeld nieuw bedrijf binnen het betreffende type bedrijvigheid. De richtafstanden bieden bovendien in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. Deze toepassing geeft derhalve een zeer goede indicatie inzake het woon- en leefklimaat ter plaatse van gevoelige functies en de eventuele gevolgen

Toelichting Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

34

voor de ontwikkelingsmogelijkheden van deze bedrijvigheid. Als de richtafstanden niet worden behaald is nader onderzoek vereist om de aanvaardbaarheid van een ontwikkeling aan te tonen. De richtafstandenlijsten vermelden de richtafstanden die bij voorkeur worden aangehouden tussen bedrijven en de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’. Bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden, daar deze gebieden gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kennen. Navolgend zijn de definities van beide omgevingstypen uit de VNGhandreiking opgenomen. Tabel 1: Omgevingstypen (Bron: VNG-Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’) Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging.

Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Tabel 2: Richtafstanden en omgevingstype (Bron: VNG-Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’) Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype rustige Richtafstand tot omgevingstype woonwijk en rustig buitengebied gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m 4.1 200 m 100 m 4.2 300 m 200 m 5.1 500 m 300 m 5.2 700 m 500 m 5.3 1.000 m 700 m 6 1.500 m 1.000 m

Onderhavig plan voorziet in de realisatie van twee woningen. Een woningbouwontwikkeling zelf betreft geen milieubelastende functie. Derhalve dient bezien te worden of de vestiging van woonfuncties ter plaatse aanvaardbaar is. Dit enerzijds vanuit dat er sprake dient te zijn van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Anderzijds mag de voorgenomen ontwikkeling niet belemmerend zijn voor de bestaande bedrijfsvoering en de bijbehorende ontwikkelingsmogelijkheden van bedrijvigheid in de omgeving. In Tabel 3 is de bedrijvigheid in directe omgeving opgesomd, met de van toepassing zijnde richtafstanden. Hierbij zijn de richtafstanden genoteerd, behorende bij een rustige woonwijk / rustig buitengebied. Op Afbeelding 12 en Afbeelding 13 is de ligging van deze bedrijven ten opzichte van het plangebied weergegeven. Het bedrijventerrein van Helvoirt aan de Industrieweg is gelegen in zuidelijke richting ten opzichte van het plangebied. Volgens de regels van het geldende bestemmingsplan ‘Kom Helvoirt’ is hier bedrijvigheid toegestaan in de milieucategorieën 1 en 2 (dan wel qua aard en omvang gelijk te stellen hiermee). In noordelijke richting is aan de Helvoirtsestraat 7a een rijvereniging aanwezig. Aan de

Toelichting Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

35

achterzijde van deze rijvereniging is (in noordoostelijke richting) het gildeterrein gevestigd. Voor het overige zijn de omliggende functies enkel burgerwoningen. Tabel 3: Bedrijvigheid in directe omgeving, met toe te passen richtafstanden (Bron: VNG-Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’)

Stof

Geluid

Gevaar

Grootste afstand

Categorie

Afstand tot bestemmingsvlak woningen (m)

Adres en omschrijving Bedrijventerrein Helvoirt Industrieweg Milieucategorie 1 / 2 Helvoirtsestraat 7a Rijvereniging / manege Helvoirtsestraat 7 Akkerbouw / veehouderij Paardenhouderij Helvoirtsestraat ong. Schutterij (boogbaan gilde)

Geur

Richtafstanden in meters (bij rustige woonwijk / rustig buitengebied)

-

-

-

-

30

2

145

50

30

30

0

50

3.1

240

100 50

30 30

30 30

0 0

100 50

3.2 3.1

320

0

0

30

30

30

2

355

Uit bovenstaande tabel volgt dat ruimschoots aan de gestelde richtafstanden wordt voldaan. Hierdoor wordt milieuhinder ten gevolge van bedrijvigheid voorkomen en worden deze bedrijven niet beperkt in hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan hierdoor worden gegarandeerd.

Afbeelding 12: Uitsnede luchtfoto met bestemmingen, plangebied globaal rood omkaderd weergegeven. (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).

Toelichting Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

36

Afbeelding 13: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Kom Helvoirt’, plangebied globaal rood omkaderd weergegeven.

4.3

Veehouderijen, volksgezondheid en geur

Volksgezondheid Veehouderijen zijn tegenwoordig regelmatig onderwerp van discussie omtrent het aspect volksgezondheid. De focus ligt hierbij met name op grootschalige varkens-, pluimvee- en geitenhouderijen. De veehouderijendichtheid in het gebied is laag. In noordelijke richting is de dichtstbijzijnde veehouderij gevestigd aan Helvoirtsestraat 7, op een afstand van circa 310 meter. Dit betreft een paardenhouderij. Ten zuidoosten van het plangebied is aan Parallelweg 10b op 460 meter afstand een pluimveehouderij (leghennen) aanwezig. Overige veehouderijen liggen op meer dan 500 meter afstand. Op basis van de momenteel uitgevoerde onderzoeken kunnen nog geen eenduidige conclusies worden getrokken of er sprake is van een causaal verband tussen veehouderijen en volksgezondheid. Dit wordt ook door de Gezondheidsraad geconcludeerd in haar advies van 14 februari 2018 hieromtrent. In dit advies wordt bovendien gesteld dat hoewel niet kan worden vastgesteld wat eventuele gezondheidseffecten veroorzaakt, dat het wel zinvol is om emissiereducerende maatregelen bij veehouderijen te treffen. Vervolgonderzoek is nog noodzakelijk en gaande. Navolgend wordt een samenvatting gegeven van de belangrijkste gepubliceerde onderzoeken met betrekking tot veehouderijen en volksgezondheid.

In augustus 2016 is het onderzoek ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden’ (VGO-1) gepubliceerd, RIVM-rapport 2016-0058. Voor dit onderzoek is uitgebreid onderzoek gedaan in het oosten van NoordBrabant en het noorden van Limburg, een dichtbevolkt gebied met een hoge veehouderijendichtheid. Deze conclusies zijn derhalve niet één-op-één door te trekken naar gebieden met een andere samenstelling. • Het VGO-onderzoek bevestigt eerdere bevindingen dat astma en neusallergieën minder voorkomen bij mensen die op korte afstand wonen van veehouderijen. Verder komt COPD in de landelijke delen van het onderzoeksgebied net zo vaak voor als in gebieden met een lage dichtheid aan veehouderijen. COPD-patiënten blijken wel een belangrijke risicogroep voor luchtweg-gerelateerde gezondheidseffecten in relatie tot veehouderijen. • Uit het VGO-onderzoek komen aanwijzingen naar voren dat het wonen in de buurt van veehouderijen een nadelig effect heeft op de longfunctie. Daarnaast blijkt dat de longfunctie

Toelichting Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

37

•

lager is wanneer de concentratie ammoniak in de lucht hoog is. Dit lijkt niet te wijten te zijn aan ammoniak zelf, maar aan fijnstof-deeltjes die worden gevormd doordat ammoniak met andere stoffen in de lucht reageert. In de buurt van veehouderijen komen bovendien meer endotoxinen, fijnstof en mogelijke andere componenten afkomstig uit de veehouderij voor. Het VGO-onderzoek heeft nieuwe inzichten opgeleverd in de relatie tussen veehouderij en gezondheid. De inzichten zijn niet compleet en het is niet altijd duidelijk of er een oorzakelijk verband bestaat. Vervolgonderzoek is hiertoe noodzakelijk.

In juni 2017 verscheen het onderzoeksrapport ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies); Analyse van gezondheidseffecten, risicofactoren en uitstoot van bio-aerosolen’, RIVM-rapport 2017-0062 (VGO-2). Dit onderzoek bevestigt de conclusies uit het VGO-onderzoek uit augustus 2016. Verder toont dit onderzoek aan dat rondom een individuele geitenhouderij en pluimveehouderijen sprake is van een verhoogde kans op longontsteking. In september 2018 is een deelrapport ‘Longontsteking in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen; actualisering van gegevens uit huisartsenpraktijken 2014-2016’ gepubliceerd. Dit rapport maakt deel uit van een reeks vervolgonderzoeken in het kader van het onderzoeksprogramma Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO 3). De resultaten van dit onderzoek wijzen, net als de voorgaande onderzoeken, op een associatie tussen het wonen in nabijheid van een geitenhouderij en een verhoogd risico op longontsteking. De associatie tussen een verhoogd risico op longontsteking en het wonen in de buurt van een pluimveehouderij blijkt, in de jaren die binnen deze actualisering zijn onderzocht, niet meer statistisch significant te zijn. Uit het VGO 2 en VGO 3-onderzoek blijkt dat het verhoogde risico voor longontstekingen in nabijheid van geitenhouderijen zich voordoet, binnen een afstand van 2 km rondom dergelijke bedrijven.

Hierbij kan wel de kanttekening worden geplaatst dat bijvoorbeeld in Noord-Brabant een groot deel van de gehele provincie is gelegen binnen deze afstand van 2 km rondom alle geitenhouderijen. Nader onderzoek is noodzakelijk om deze onderzoeksresultaten te onderschrijven. Er zijn geen geitenhouderijen aanwezig binnen een afstand van 2 kilometer rondom het plangebied. Hierdoor is er geen sprake van relevante gezondheidsrisico’s hieromtrent. Omdat er geen gezondheidsrisico’s mogen ontstaan door de exploitatie van een veehouderij is dit een van de aspecten die in een aanvraag omgevingsvergunning beschouwd dienen te worden. Inmiddels heeft dit onderwerp bovendien geleid tot diverse onderzoeksresultaten en jurisprudentie die betrokken kan worden bij de toetsing van aanvragen omgevingsvergunningen voor veehouderijen.

De hoofdlijnen van de jurisprudentie tot op heden zijn als volgt: • Volksgezondheid moet als aspect worden betrokken bij de omgevingsvergunning milieu; • Er is geen wettelijk of beleidsmatig toetsingskader voor zoönosen; • Afwijken van bestaande toetsingskaders vanwege volksgezondheid is alleen mogelijk met algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten; • Voor zover er geen toetsingskaders zijn (zoals endotoxinen), beoordeelt het bevoegd gezag de vergunningaanvraag met algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten; • Als algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten ontbreken, maar er is wel een indicatie, dan is weigeren van de vergunning of extra voorschriften mogelijk met het voorzorgbeginsel; • Een GGD-advies vragen kan, maar is niet verplicht; • Anticiperen op mogelijke resultaten van toekomstig wetenschappelijk onderzoek is niet toegestaan; • Het is onder voorwaarden mogelijk om voorschriften op te nemen in de vergunning m.b.t. het verkleinen van gezondheidsrisico’s. Samengevat is er nog geen concreet toetsingskader of rekenmodel, maar dient wel een afweging te worden gemaakt aan de hand van de specifieke situatie en reeds bekende informatie. Effecten op de volksgezondheid van omwonenden kunnen binnen het huidige wettelijke kader dus nog niet concreet

Toelichting Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

38

worden getoetst. Voordat een omgevingsvergunning, activiteit milieu, verleend wordt, moet het beoogde initiatief van de veehouderij echter getoetst worden aan diverse milieuaspecten, zoals ammoniakuitstoot, geur, fijnstof, aanwezigheid en gebruik van gevaarlijke stoffen, aan- en afvoer van meststoffen, geluid, brandveiligheid, etc. Door diverse wetten is voorgeschreven wat de maximale grenswaarden zijn waaraan een veehouderij moet voldoen. Indien een veehouderij niet voldoet, zal een vergunning dus niet verleend worden. Er mag vanuit worden gegaan dat de grenswaarden die in de wet zijn opgenomen de volksgezondheid in voldoende mate beschermen. In de bedrijfsexploitatie worden gezondheidsrisico’s door het toepassen van strenge hygiëneregels bovendien zoveel mogelijk voorkomen. In de omgeving van het plangebied is de veehouderijendichtheid relatief laag (blijkens de provinciale kaarten met daarop een weergave van de vergunningen als geregistreerd in het Web-BVB, Bestand Veehouderij Bedrijven provincie Noord-Brabant). De onderzoeken focussen nu met name op eventuele gezondheidseffecten in directe nabijheid van grootschalige intensieve veehouderijen en in veedicht gebied. Ook geitenhouderijen kunnen zoals benoemd mogelijk een gezondheidsrisico omvatten.

Vooruitlopend op wetenschappelijk aangetoonde causale verbanden tussen de veehouderijsector en potentiële risico’s voor de volksgezondheid en een wettelijk kader hieromtrent, is een handreiking opgesteld ten aanzien van endotoxinen. De Gezondheidsraad hanteert als advieswaarde een maximale blootstellingsnorm van 30 EU/m3. Een endotoxine is een celwandfragment van gram negatieve bacteriën. Op 7 juli 2016 verscheen het rapport ‘Emissies van endotoxinen uit de Veehouderij: emissiemetingen en verspreidingsmodelering’ (Wageningen UR Livestock Research, juni 2016, rapport 949). Uit het rapport blijkt dat rondom varkens- en pluimveehouderijen mogelijk een overschrijding van de advieswaarde van 30 EU/m3 (vastgesteld door de Gezondheidsraad) aan de orde is. De uitkomsten van het endotoxine onderzoek zijn uitgewerkt in een aanvullend onderzoek (‘Endotoxine concentraties rond stallen; indicatieve modelberekeningen’, ErbrinkStacks Consult, 5 september 2016). Endotoxines kunnen nog niet concreet gemeten, dan wel berekend worden. Wel heeft het aanvullend onderzoek als resultaat dat op basis van een fijnstofemissie (bronsterkte) de aan te houden afstand kan worden bepaald om een te hoge blootstelling aan endotoxinen te voorkomen.

Op basis van deze rekentabel volgt dat bij afstanden van meer dan 200 meter, overschrijdingen van de advieswaardes voor endotoxinen bij varkenshouderijen (tot circa 1.400 kg PM 10/jaar, dus bedrijven met een zeer hoge fijnstof-uitstoot), niet meer voorkomen. Binnen 200 meter rondom het plangebied zijn geen varkenshouderijen meer aanwezig. De dichtstbijzijnde pluimveehouderij betreft het bedrijf aan de Parallelweg 10b. Hier is sprake van een omgevingsvergunning milieu als verleend d.d. 03-10-2011 voor het houden van leghennen met een fijnstofemissie van circa 2.438 kg PM10/jaar. Bij leghennen wordt hiervoor een endotoxine-afstand van circa 165 meter geadviseerd. Het bedrijf is echter op circa 460 meter vanaf het plangebied gesitueerd. Er wordt dus een ruimschoots voldoende afstand gehanteerd. Er wordt vanuit endotoxines bezien dus een ruimschoots voldoende afstand gehanteerd. Aanvullend kan een beoordeling worden uitgevoerd op basis van de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ (versie mei 2018). Navolgend wordt het stappenplan uit de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ doorlopen. Dit stappenplan is bedoeld voor veehouderijontwikkelingen. Deze kan echter desondanks ook, waar van toepassing, worden gebruikt voor de beoordeling van overige ruimtelijke ontwikkelingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=35d9a1ad-44e2-46c8-8f2e-3c0e166b7635