CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Toelichting

Raadsvergadering 13 maart 2025, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Parkeren Buitenmuseum Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’18.707 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De ecologische waarden en kenmerken dienen te worden beschermd, waarbij rekening wordt gehouden met de overige aanwezige waarden en kenmerken, waaronder de cultuurhistorische waarden en kenmerken. Ecologische waardestelling Het plangebied is binnen het NNB gelegen en bestaat uit grasland omzoomd door kavelbeplanting op de perceelsgrenzen. Deze beplanting is aangeplant in de jaren ’80 van de vorige eeuw bij de aanleg van de provinciale weg. De wegbeplanting en de populierenrij aan de noordzijde van het plangebied behoren niet tot het plangebied maar is wel aangewezen als NNB. De wegbeplanting is ingeplant met inheemse soorten in een mengsel van bomen en struiken. Vooral de aanwezigheid van die ondergroei draagt bij tot de ecologische waarde van deze beplantingselementen. Ook de ligging speelt daarin mee. Dichte opgaande beplanting is immers waardevol als leefgebied en voedselbron voor zowel insecten, vogels en zoogdieren. In paragraaf 3.2.3 is de wegbeplanting beschreven Ingreep in NNB De voorgestelde ingreep in het NNB betreft de herbegrenzing van het plangebied als parkeerterrein. Het parkeerterrein wordt voor het overgrote deel uitgevoerd met een halfverharding. Tussen de parkeerplaatsen en aangrenzend aan de parkeerplaatsen wordt een nieuwe beplanting gerealiseerd. In paragraaf 3.2 is dit beschreven. Herbegrenzing van de NNB

Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

32

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

Op grond van artikel 3.21 uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant kunnen Gedeputeerde Staten de begrenzing van het Natuur Netwerk Brabant op verzoek wijzigen voor een kleinschalige herbegrenzing. Hierna is artikel 3.21 overgenomen en wordt de herbestemming getoetst aan dit artikel. “Artikel 3.21 kleinschalige herbegrenzing Lid 1 Een bestemmingsplan kan een ontwikkeling binnen Natuur Netwerk Brabant mogelijk maken in het geval dat: a. de aantasting van areaal Natuur Netwerk Brabant kleinschalig is; Het plangebied is in totaal 8.976 m² groot. Binnen het plangebied wordt er 6.500 m² ingericht voor de parkeerplaatsen en de parkeervoorzieningen o.a. de interne toegangsweg. Binnen het plangebied wordt ca. 1.600 m² aangeplant met bomen. Aangrenzend aan het plangebied wordt tevens bos (EssenIepenbos) aangeplant op een oppervlakte van ca. 7.500 m² die eveneens is gelegen in het NNB. Dit natuurdoeltype (Essen-Iepenbos) is geschikt voor wat rijkere grond en is bestand tegen incidentele overstroming. Het plangebied is in het verleden opgehoogd met bouwpuin en daarna weer afgedekt met schone grond. Op de hoogtekaart is dat ook duidelijk te zien (zie figuur 5). Er is dus sprake van een onnatuurlijk bodem die afwijkt van het bodemtype in de omgeving en afwijkt van de bodemkaart.

Uit het uitgevoerde quick-scan onderzoek (Ecologische quickscan Haldersebaan in Vught; bureau Natuurlink) bijkt dat de actuele natuurwaarden nog gering zijn. Het realiseren van het gewenste natuurdoeltype (Ruigteveld) zal dan ook lang duren of onmogelijk zijn. De aantasting van het areaal NNB kan vanwege de geringe oppervlakte en vanwege de minder optimale abiotische omstandigheden als kleinschalig bestempeld worden. b. de ontwikkeling slechts leidt tot een beperkte aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant; Het plangebied dat is aangeduid als Natuur Netwerk Brabant maakt onderdeel uit van een groot natuurgebied (landgoederenzone nabij de Dommel) dat is gelegen ten zuiden van Den Bosch. Ter plaatse van het plangebied wordt deze zone doorsneden en deels begrensd door de Haldersebaan overgaand in de Vughterweg. Het plangebied ligt direct nabij de locatie waar de Essche Stroom en de Dommel samenvloeien. In het verleden is het plangebied opgehoogd met bouwpuin en daarna weer afgedekt met schone grond. Het plangebied ligt dan ook ca. 1,0 - 1,5 meter hoger dan de belendende percelen in het beekdal. Van een natuurlijk bodemprofiel is ter plaatse van het plangebied dan ook geen sprake. De biotische en abiotische waarden van het plangebied is door de ophoging van het plangebied dan ook aanzienlijk gereduceerd. c.

de ontwikkeling leidt tot een kwalitatieve of kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant als geheel;

Binnen het plangebied wordt een parkeerplaats gerealiseerd. De parkeerplaats wordt landschappelijk in ruime mate ingepast. Voor het plangebied is een inrichtingsplan uitgewerkt door adviesbureau P15 (stads)landschappen, waarbij de landschappelijke inrichting wordt versterkt en de waardevolle beplanting aan de randen wordt uitgebreid. De aan te leggen parkeerplaats zal worden ingeplant met inlandse boomsoorten passend binnen het gebied. Tevens wordt 7.500 m² grasland binnen het NNB aangrenzend aan het plangebied aangeplant met boomsoorten.

Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

33

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

De potentiele vermindering van de natuurwaarden wordt daarnaast gecompenseerd door aanleg van nieuwe natuur in het Helvoirts Broek eveneens gelegen in het NNB. Deze bestemmingsplanherziening leidt daarmee tot een kwalitatieve en kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant als geheel. Het deel van de NNB, dat als zodanig verwijderd wordt, wordt fysiek gecompenseerd binnen de gemeente Vught in het Helvoirts Broek op het perceel Helvoirt E 1345. Hier zal een gedeelte van een perceel landbouwgrond ter grootte van 9.000 m², dat in de huidige situatie gebruikt wordt als intensief grasland, ingericht worden als bos. De landbouwgrond, die ingericht wordt als bos, grenst aan het NNB en zal dan ook toegevoegd worden aan het NNB. Het compensatieperceel van 9.000 m² in het Helvoirts Broek wordt tevens ingericht met het gewenste natuurdoeltype. Ondanks het feit dat het beoogde beheertype nog ontwikkeld dient te worden, er een ruime landschappelijke beplanting ter plaatse van het plangebied plaatsvindt en in samenhang 7.500 m² bos aangrenzend aan het plangebied wordt gerealiseerd, is dit compensatieplan toch uitgegaan van 100% natuurcompensatie. Het perceel Helvoirt E 1345 is eveneens in eigendom van Stichting Noordbrabants Landschap.

Het perceel zal fysiek ingericht worden ten behoeve van het beoogde natuurbeheertype ‘N12.02 Nat Kruiden- en faunarijk grasland’. Het compensatieperceel kent een oppervlakte van 37.732 m² op dit perceel wordt een gedeelte aangrenzend aan het NNB van 9.000 m² met vochtig bos aangeplant waarmee wordt voldaan aan de vereiste compensatieopgave. Het perceel waarop de natuurcompensatie plaats vindt zal toegevoegd worden aan de Provinciale NNB. De herbegrenzing leidt per saldo dan ook niet tot een aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant. Het plan levert voor het Helvoirts Broek een meerwaarde op voor natuur en landschap. De ontwikkeling leidt dan ook tot een afdoende compensatie van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant als geheel.

d. er een afweging van alternatieven heeft plaatsgevonden; De inrichting van het plangebied is middels een zeer zorgvuldige motivering tot stand gekomen. Dit is toegelicht in paragraaf 3.2 van deze toelichting. De alternatievenafweging van de parkeerplaats Haldersebaan heeft plaatsgevonden in het kader van het bestemmingsplan Haanwijk en Oud Herlaar in de gemeente Sint-Michielsgestel. In de bijlage is een convenant opgenomen dat tot stand gekomen is na een intensief overleg tussen de gemeente Sint-Michielsgestel, Brabants Landschap en diverse buurtbewoners. De parkeervoorziening is tot stand gekomen na afweging van een aantal alternatieven. Parkeren nabij het Buitenmuseum en binnen de beide landgoederen doet afbreuk aan de natuur- en landschappelijke waarden en is ontsluitings-technisch geen goed alternatief. De parkeerplaats is aan de uiterste rand van de beide landgoederen gelegen aansluitend op de hoofdontsluiting-structuur. Vanaf de autoweg A2 is de parkeerplaats gemakkelijk bereikbaar. De overlast van parkeren binnen het landgoed wordt hiermee opgelost. e.

er sprake is van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing;

Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

34

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

Met deze herbestemming is sprake van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing. Dit is verankerd in de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. Dit is in deze toelichting nader toegelicht in paragrafen 3.2, 3.3 en 3.4 van deze toelichting. f.

er bij verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan artikel 3.22 Compensatie;

Er is slechts zeer beperkt sprake van verlies van ecologische waarden en kenmerken. Dit blijkt uit het Flora en fauna onderzoek dat als bijlage bij deze toelichting is opgenomen. De ecologische waarden worden gecompenseerd. g.

op welke wijze de uitvoering en monitoring zijn verzekerd.

De gemeente Vught voert de procedure voor de herbegrenzing uit in samenhang met deze bestemmingsplanprocedure. De aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing is als voorwaardelijke verplichting verankerd in dit bestemmingsplan. Hiermee is wijze van uitvoering en monitoring duurzaam verzekerd. Lid 2 Voor een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid doen burgemeester en wethouders een verzoek als bedoeld in artikel 6.2 Procedure grenswijziging werkingsgebied op verzoek. De procedure vindt gelijktijdig met deze bestemmingsplanherziening plaats. In de regels is een bepaling opgenomen voor de procedure grenswijziging. Artikel 3.22 compensatie Lid 1 De verplichte compensatie vindt, naar keuze, plaats door: 1. fysieke compensatie, overeenkomstig artikel 3.23; De verplichte compensatie vindt plaats door fysieke compensatie overeenkomstig artikel 3.23. 2. financiële compensatie, overeenkomstig artikel 3.24. Lid 2 De omvang van de compensatie wordt bepaald door de omvang van het vernietigde of verstoorde areaal en de ontwikkeltijd van de aangetaste natuur, conform de volgende indeling: 1. natuur met een ontwikkeltijd van 5 jaar of minder: geen toeslag; 2. tussen 5 en 25 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 1/3 in oppervlak; 3. tussen 25 en 100 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 2/3 in oppervlak; 4.

bij een ontwikkelingsduur van meer dan 100 jaar: de toeslag in oppervlak en de gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer is maatwerk; 5. bij verstoring van natuur: maatwerk. Het natuurdoeltype binnen het plangebied is nog niet ontwikkeld. Er is thans nog geen sprake van een volwaardig functionerend Ruigteveld. Deels heeft dit te maken met de verstroring van de bodem i.v.m. de in het verleden aanwezige stortplaats voor bouwpuin. Uit het ecologisch onderzoek is naar

Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

35

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

vorengekomen dat de actuele natuurwaarden laag zijn. De omvang van de compensatie is dan ook gelijk aan het verstoorde areaal.

Artikel 3.23 fysieke compensatie Lid 1 De fysieke compensatie vindt plaats in: 1. de niet gerealiseerde delen van het Natuur Netwerk Brabant; 2. de niet gerealiseerde ecologische verbindingszones. De fysieke compensatie vindt plaats in een niet gerealiseerde deel van het Natuur Netwerk Brabant. Lid 2 Fysieke compensatie kan ook plaatsvinden in, aansluitend op of nabij het aangetaste gebied als dit deel uitmaakt van de saldobenadering bedoeld in artikel 3.20 Toepassing van de saldobenadering. Er vindt geen toepassing van de saldobenadering plaats. Lid 3 Een bestemmingsplan waarvoor een compensatieplicht geldt, borgt de uitvoering van de compensatie. De uitvoering van de compensatie is geborgd in de regels. Lid 4 De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het derde lid bevat een verantwoording over: 1. de omvang van het netto verlies aan ecologische waarden en kenmerken en op welke locatie dat optreedt; In de ecologische Quick-scan, die als bijlage bij deze toelichting is gevoegd, is inzicht gegeven over de ecologische waarden en kenmerken van het plangbied. 2. de locatie waar en de wijze waarop het netto verlies, genoemd onder a, wordt gecompenseerd; De locatie en de wijze waarop het verlies wordt gecompenseerd zijn in het bovenstaande beschreven. Er is geen compensatiemogelijkheid binnen het zelfde gebied.

Het NNB binnen dit gebied is reeds verworven en is grotendeels al ingericht voor het gewenste natuurdoeltype. In de gemeente Vught is tevens het Helvorts Broek gelegen. Het helvorts Broek is onderdeel van het NNB. Aangrenzend aan het NNB is een geschikt compensatieperceel gelegen. 3. de kwaliteit en kwantiteit van de compensatie; De compensatie wordt gerealiseerd door de aanplant van bos op het compensatieperceel. Het compensatieperceel is gelegen aansluitend aan het Helvoirts Broek en heeft een zelfde omvang dan het te compenseren perceel binnen het plangebied. Het betreft het perceel Helvoirt sectie E, nummer 1345 ged. . Dit perceel is thans niet aangewezen als NNB maar is hier wel aangrenzend aan gelegen. 4. de termijn van uitvoering; De aanplant van het bos zal in het seizoen 2025-2026 plaatsvinden. Het compensatieperceel zal hierdoor snel in natuurwaarden toenemen. 5. de inhoud en realisatie van de voorgenomen mitigerende en compenserende maatregelen; Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

36

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

De aanplant van het bos zal in het volgende plantseizoen plaatsvinden en zal dan ook direct een zekere toename van de natuurwaarden betekenen. 6. het reguliere- en ontwikkelingsbeheer. Het aan te planten bos zal in het eerstvolgende plantseizoen aangelegd worden en in de vervolgjaren zo nodig worden ingeboet. Vervolgens zal er geen of nauwelijks beheer plaatsvinden en kan het bos zich spontaan ontwikkelen. Het bos wordt ingerasterd om veevraat te voorkomen. Lid 5 De uitvoering van de fysieke compensatie wordt binnen drie jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, bedoeld in het derde lid afgerond. Zie bovenstaande Lid 6 In aanvulling op het vijfde lid, wordt bij een aantasting van bedreigde soorten of hun leefgebied, de uitvoering van de compensatie in ieder geval afgerond op het moment dat de aantasting daadwerkelijk start. Zie bovenstaande Lid 7 In afwijking van het vijfde lid kan bij een omvangrijke en zware compensatieverplichting, de uitvoering van de compensatie een termijn van maximaal tien jaar bedragen, gerekend vanaf het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Het NNB dat komt te vervallen is nog niet gerealiseerd en kent ook nog weinig tot geen actuele ecologische waarden of kenmerken (zie flora en faunaonderzoek).

Hoge natuurwaarden zijn, ook op termijn, niet te verwachten omdat er sprake is van een voormalig gebruik als stortplaats van bouw-en sloopafval. Binnen het plangebied vindt deels een aanplant met bomen plaats conform het beoogde natuurdoeltype. Ondanks het feit dat ter plaatse een nieuwe parkeerplaats wordt aangelegd, zal de natuurwaarde ter plaatse en in de directe omgeving waarschijnlijk alleen maar stijgen door de aanplant van bos. De aanplant vindt gelijktijdig met de aanleg van de parkeerplaats plaats. Artikel 3.26 Attentiezone waterhuishouding Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. De hydrologische instandhoudingsdoelstellingen worden gehandhaafd ondanks het feit dat het NNB komt te vervallen. Door de aanplant van boomsoorten en geen struiksoorten wordt de hydrologische functie gehandhaafd. Het type verharding garandeert dat er voldoende infiltratie van hemelwater in de bodem plaats vindt. Lid 2 Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt in ieder geval regels over: Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

37

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

a. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; Indien er sprake is van het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of een diepte van 60 centimeter

zal

een

omgevingsvergunning

(omgevingsplanactiviteit

aanleg)

worden

aangevraagd. Voor het verlenen van een vergunning is advies vanuit het Waterschap vereist. b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; Er is geen sprake van drainage en deze zal ook niet aangelegd hoeve te worden. c.

het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; Er zal geen verlaging van de grondwaterstand plaatsvinden als gevolg van de aanleg van de parkeerplaats. Er zullen dan ook geen sloten gegraven worden of drainagesystemen worden aangelegd.

d. het

beperken

van

het

buiten

een

agrarisch

bouwperceel

aanbrengen

van

oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten. Enkel de rijbanen naar de parkeervakken worden verhard. De parkeervakken zelf worden uitgevoerd in halfverharding. Lid 3 Het tweede lid is niet van toepassing op werkzaamheden die behoren tot het normale beheer en onderhoud. De beoogde werkzaamheden behoren niet tot het normale beheer en onderhoud. Artikel 3.27 behoud en herstel van watersystemen Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Behoud en herstel van watersystemen strekt mede tot de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen. Lid 2 Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt regels die: a. het oprichten van bebouwing beperken; Er wordt geen bebouwing opgericht. b. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten beperken; Enkel de noodzakelijke verharding (verhard of halfverhard) wordt aangebracht. Deze verharding of halfverharding beslaat een beperkte oppervlakte waardoor infiltratie van hemelwater afdoende kan plaatsvinden. c.

het ophogen van gronden beperken. Het ophogen van de gronden wordt niet beoogd.

Artikel 3.35 Regionale waterberging Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Regionale waterberging strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. Lid 2 Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

38

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid: a. bepaalt dat uitsluitend het oprichten van een gebouw ten dienste van de waterberging is toegestaan met een maximale bouwhoogte van 2 meter; Binnen het plangebied wordt geen gebouw opgericht. b. stelt beperkingen aan het ophogen van gronden en het aanbrengen of wijzigen van kaden, voor zover deze activiteiten niet worden uitgevoerd in het kader van normaal beheer en onderhoud. Tevens worden er geen kaden aangebracht of gewijzigd en worden er geen gronden opgehoogd. Wel vindt er in beperkte mate egalisatie van gronden plaats. Lid 3 Een bestemmingsplan kan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toestaan als het plan een onderbouwing bevat dat hierdoor het waterbergend vermogen van het gebied niet wordt belemmerd. Er worden geen bouwwerken of gebouwen opgericht die het waterbergend vermogen belemmeren.

Artikel 3.36 Reservering waterberging In artikel 3.36 van de Interim omgevingsverordening is aangegeven dat een bestemmingsplan dat is gelegen in een gebied dat is aangeduid voor Reservering waterberging mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied leidt. De Toelichting dient een verantwoording te bevatten over de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft indien het bestemmingsplan voorziet in een ontwikkeling van nieuwe functies. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van een parkeerplaats binnen een gebied dat is aangeduid als Reservering waterberging. Het gaat hierbij om een perceelgedeelte dat in het verleden is opgehoogd met bouwpuin. Het plangebied ligt hierdoor ca. 75 tot 150 cm. hoger dan het oorspronkelijke perceel. Het plangebied ter grootte van 8.976 m² wordt gedeeltelijk verhard en gedeeltelijk voorzien van een halfverharding. De verharding en de halfverharding wordt zodanig aangelegd dat het oorspronkelijke maaiveldprofiel gelijk blijft. De afgegraven grond zal worden afgevoerd of hergebruikt voor egalisatie van het plangebied. De bergingscapaciteit van het plangebied blijft hierdoor gelijk. Voordat de grond wordt afgevoerd zal er een grondonderzoek plaats vinden.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Structuurvisie Vught De gemeenteraad van de gemeente Vught heeft op 19 december 2013 de Structuurvisie Vught vastgesteld. In een structuurvisie wordt de gewenste ruimtelijke structuur voor de middellange termijn vastgelegd. De gemeente Vught kent een bijzonder, gevarieerd, groen en natuurlijk buitengebied. Het beleid voor het buitengebied in de Structuurvisie Vught is grotendeels gebaseerd op twee visies die de gemeente in de afgelopen jaren heeft gemaakt: de ‘Structuurvisie landelijk gebied 2009’ en de ‘gebiedsvisie Buitengebied Vught’. Zowel de Structuurvisie landelijk gebied 2009 als de gebiedsvisie Buitengebied Vught geven op basis van de belangrijkste gebiedskenmerken een indeling van het buitengebied in zes deelgebieden. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Vught, tegen de Essche stroom ten oosten van de kern Vught. Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

39

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

De ambitie voor het buitengebied van de gemeente Vught is om het waardevolle buitengebied nog veel sterker in te zetten als unieke woonkwaliteit en om de kwaliteiten van het buitengebied nog sterker te maken. De hoofdopgaven voor het buitengebied voor de Structuurvisie zijn: - het beter verbinden van de natuurgebieden in de regio; - het versterken van de hydrologische en natuurlijke waarden; - het toegankelijker maken van het buitengebied; - ruimte geven aan de recreatieve en cultuurhistorische potentie van het buitengebied. In de Structuurvisie Vught wordt ook specifiek aandacht besteed aan de ambities die de gemeente heeft voor het groen in het buitengebied en de samenhangende cultuurhistorische waarden. Ondanks dat het Buitenmuseum in de buurgemeente Sint Michielsgestel plaatsvindt en alleen de parkeerplaats binnen de gemeente Vught wordt gerealiseerd is dit initiatief toch passend in de Structuurvisie. Het initiatief van het Buitenmuseum maakt de cultuurhistorie van de landgoederen meer zichtbaar en versterkt de recreatieve en ecologische potentie van het gebied. Afstemming met de buurgemeenten leidt in dit verband tot wederzijdse meerwaarde, zowel vanuit historisch, als vanuit recreatief-economisch perspectief. De gemeente Vught wil initiatieven stimuleren die leiden tot behoud en een nadrukkelijkere profilering van monumentale waarden en de bijbehorende historie.

In samenhang met deze herbestemming wordt een bijdrage geleverd aan landschappelijke kwaliteiten ter plaatse.

4.3.2 De gebiedsvisie Buitengebied Vught De gebiedsvisie Buitengebied Vught is op 20 september 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze gebiedsvisie heeft als doel het bestuur, de beleidsmedewerkers en de burger te faciliteren bij het voeren van regie op ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. De basis hiervoor zijn de ontstaansgeschiedenis van het gebied en de ruimtelijke vormers van het gebied, ofwel de elementen die kenmerkend zijn. De ontwikkeling van een parkeerplaats aan de Haldersebaan bevindt zich in de gemeente Vught. De parkeerplaats wordt gerealiseerd om het Buitenmuseum te faciliteren. Het Buitenmuseum is gesitueerd binnen de gemeente Sint Michielsgestel. De parkeerplaats is gelegen op een hoger gedeelte van het kadastrale perceel. In het verleden heeft een verhoging plaats gevonden door het storten van bouwpuin en het afdekken met grond. Het plangebied ligt dien ten gevolge hoger dan de omgeving. Met het realiseren van de parkeerplaats wordt het plangebied tevens landschappelijk ingeplant met bij het gebied passende boomvormers. De natuur die mogelijk verloren gaat ter plaatse van het plangebied zal binnen de gemeente Vught worden gecompenseerd.

4.3.3 Bestemmingsplan Buitengebied Vught 2022 Het plan is gelegen binnen het bestemmingsplan Buitengebied Vught 2022. De hoofddoelstelling van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Vught 2022’ is: “Behoud van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied, waarbij wordt gestreefd naar behoud van de landbouw en ruimte voor recreatie, wonen en werken in samenhang met het behoud van de waardevolle landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische elementen”. Op basis van de hoofddoelstelling heeft de gemeente een aantal accenten geformuleerd. Deze accenten zijn:

-

behoud van grondgebonden landbouw; behoud van de landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten;

Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

40

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

-

behoud van cultuurhistorische waarden; behoud en de versterking van de aanwezige natuurgebieden en de ontwikkeling van de ecologische verbindingszones;

-

behoud en de versterking van het watersysteem; bieden van ruimte voor verbrede landbouw en voor nieuwe economische dragers; behoud van cultuurhistorische waardevolle gebouwen en elementen.

Het plangebied is binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Vught 2022’ bestemd als ‘Natuur’. Het oprichten van een verkeersvoorziening is op grond van de planregels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Vught 2022’ niet mogelijk binnen deze bestemming. Ook zijn er geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheden of wijzigingsbevoegdheden hiertoe opgenomen. De oprichting van de parkeerplaats voor het buitenmuseum is binnen de bestemming niet rechtstreeks mogelijk. Derhalve is een bestemmingsplanprocedure nodig om de parkeervoorziening te ontwikkelen binnen het plangebied.

Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

41

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

5. RELEVANTE MILIEU/PLANOLOGISCHE ASPECTEN 5.1

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) biedt geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de Wgh is beperkt tot een geluidszone langs wegen. Binnen deze geluidszone zijn de regels van de Wgh van toepassing. De Wgh geldt niet voor 30-km wegen en voor woonerven. De systematiek van de zonering Wet geluidhinder voor wegverkeer houdt in dat langs een (toekomstige) verkeersweg een geluidszone ligt waarbinnen in een aantal situaties bescherming wordt geboden aan geluidsgevoelige bestemmingen. Met de beoogde herontwikkeling wordt geen nieuw geluidsgevoelig object toegevoegd. Tevens zijn geen geluidsgevoelige objecten in de directe omgeving van het plangebied gelegen welke hinder zouden kunnen ondervinden van de aanleg van een parkeervoorziening ter plaatse. De woning Sint Michielsgestelseweg 7 is de meest nabij gelegen woning. De afstand tot deze woning bedraagt 185 meter. Op een dergelijke afstand is een onderzoek in het kader van de geluidsbelasting ter plaatse niet noodzakelijk.

5.2

Bodem

Als gevolg van de beoogde ontwikkeling vindt ter plaatse van het plangebied een functiewijziging plaats. Het gebruik als natuur wordt omgezet in een parkeerplaats. Het betreft een openbare parkeerplaats welke niet bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd en met een zeer beperkt aantal voorzieningen. De parkeerplaats biedt ruimte aan maximaal 48 personenauto’s en 2 touringbussen. Incidenteel (maximaal 20 keer per jaar) wordt de overloopparkeerplaats ingezet met 99 parkeerplaatsen extra. Voertuigen voor goederenvervoer zoals vrachtauto’s worden niet toegestaan. De parkeerplaats is dan ook niet te beschouwen als een inrichting op grond van het Activiteitenbesluit Wet Milieubeheer. Het plangebied is in het verleden (rond 1980) opgehoogd met puin en afgedekt met ca. 30 cm schone grond. Het plangebied is daarna al decennia lang in gebruik als natuurgrasland. Met de nieuwe bestemming van het gebied wordt mogelijk beperkt grond uit het plangebied afgevoerd. Wel worden er beperkte werkzaamheden uitgevoerd voor het egaliseren en opvullen van de bodem. De extra grond die hiervoor wordt aangevoerd is van te voren onderzocht op bodemverontreiniging. De te realiseren functie is niet te beschouwen als een gevoelige functie. Het terrein wordt enkel gebruikt voor het parkeren van auto’s. Een bodemonderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

5.3

Water

5.3.1 Inleiding Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief in het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

42

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gedestilleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied valt onder het beheergebied van het Waterschap De Dommel.

5.3.2 Beleidskader 5.3.2.1

Keur 2015

Waterschap De Dommel beheert het grond- en oppervlaktewater (zoals rivieren en beken) en waterkeringen met bijbehorende kunstwerken (bijvoorbeeld stuwen en gemalen). Om het grond- en oppervlaktewater en de waterkeringen goed te kunnen beheren en beschermen zijn er regels nodig, vastgelegd in een verordening, de ‘Keur Waterschap De Dommel 2015’. In de Keur staan algemeen geformuleerde geboden en verboden. Naast deze geboden en verboden zijn er een groot aantal algemene regels opgesteld. Daarnaast zijn in veel gevallen activiteiten in en rondom kleine waterlopen helemaal vrijgesteld van regels. Navolgende figuur geeft de ligging van het plangebied op de kaart ‘Beschermde gebieden keur’ weer.

Figuur 15: Uitsnede kaart ‘Beschermde gebieden Keur’, waarbij het plangebied is aangeduid met een zwarte cirkel

Het plangebied is op de kaart behorende bij de ‘Keur Waterschap De Dommel 2015’ aangewezen als gelegen in een ‘Beekdal’ en ook in een ‘Beschermd gebied waterhuishouding’. 5.3.2.2

Waterbeheerprogramma 2022-2027

Vanaf 1 januari 2022 geldt het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5). Hiermee wil waterschap De Dommel de watertransitie in gang zetten: een aanpak die moet zorgen voor een toekomstbestendig watersysteem. Het Waterbeheerprogramma schetst de visie en ambities van het waterschap voor de lange termijn (2050). In 2050 wil waterschap De Dommel een leefomgeving die klaar is voor de toekomst en een watersysteem dat daarbij past. Dat laatste wil zeggen; een waterhuishouding die robuust, flexibel en in balans is met de natuur en de omgeving én zorgt voor een goede waterkwaliteit. Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

43

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

In de komende planperiode, die loopt van 2022 tot en met 2027, starten we met de watertransitie. We zien de wateropgaven niet als een optimalisatieprobleem, maar gaan fundamenteel anders te werk. We ontwikkelen vanuit de huidige situatie (A) naar de gewenste situatie in 2050 (B) via de werkwijze die de gewenste situatie in 2050 (B) vraagt. Dat vraagt om een omslag in denken en handelen van zowel het waterschap, onze gebiedspartners als alle watergebruikers. Daarbij zullen drie principes inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie. De drie richtinggevende principes zijn: 1. Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt 2. Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan 3. Wat schoon is moet schoon blijven De beoogde herontwikkeling past binnen de gestelde principes voor de komende periode. Binnen het plangebied vindt extra verharding en semiverharding plaats ten opzichte van de huidige situatie. De verharding en halfverharding bedraagt 4.900 m² extra ten opzichte van de huidige situatie. Het regenwater dat valt op deze verharding stroomt af naar de bermen en kan daar volledig infiltreren. Het regenwater dat valt op de halfverharding zal ter plaatse kunnen infiltreren in de bodem. De gronden zijn voldoende hoog gelegen ten opzichte van de GHG waardoor infiltratie geen probleem behoeft te zijn. 5.3.2.3

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen

De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², 500 m² - 10.000 m² en meer dan 10.000 m². Het plangebied maakt onderdeel uit van de Natte Natuurparel Dommeldal. Voor de natte natuurdoelen in het Dommeldal is het belangrijk om zoveel mogelijk water vast te houden. Het plan zorgt voor een toename van verhard oppervlak. Het is belangrijk dat deze toename van verhard oppervlak niet leidt tot versnelde afvoer van regenwater naar de Essche Stroom en de Dommel. Ook bij extreme neerslagsituaties mag geen sprake zijn van versnelde afvoer. Onderhavige ontwikkeling voorziet in het toestaan van een parkeerplaats voor bezoekers van het buitenmuseum.

Binnen het plangebied zal een parkeerplaats ingericht worden van circa 6.500 m². Een deel van de parkeerplaats, ca. 1.590 m², wordt gebruikt als rijbaan voor de aan – en afvoer van verkeer en zal worden voorzien van een klinkerverharding. De daadwerkelijke parkeerplaatsen, voor een oppervlakte van 3.310 m², wordt voorzien van een gebonden halfverharding of klinkers. Een gebonden halfverharding is niet tot weinig waterdoorlatend. Toepassing van dit materiaal zal niet tot een verontreiniging van de bodem leiden. Tussen de parkeerplaatsen en in de bermen van de interne rijbaan zijn groenstroken gelegen (1.600 m²). Deze groenstroken tussen de parkeervakken zullen hol gelegd worden (op ongeveer -30 cm). Zo kan het hemelwater van de verharding afstromen en infiltreren in de Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

44

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

naastgelegen beplanting. Ook de stroken tussen de overloopparkeerplaats met halfopen verharding (grasbetonstenen) zullen hol worden gelegd. Zo kan het regenwater dat al niet via de grasbetonstenen in de boden wegzakt dat via deze stroken doen.

5.3.3 Bodemgebruik en grondwater Het plangebied bestaat uit Beekeerdgrond: lemig fijn zand. De maaiveldhoogte ter plaatse van het plangebied bedraagt circa NAP + 4,80 meter. Binnen het plangebied vindt geen grondwateronttrekking plaats. De gemiddelde hoogste grondwaterstand ter plaatse bedraagt tussen de 60 en 80 centimeter beneden maaiveld. Dit is te wijten aan een bodemverhoging die in het verleden heeft plaats gevonden. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de kaartbank Brabant van de provincie Noord-Brabant met daarin de ligging van de GHG ter plaatse van het plangebied.

Figuur 16: GHG ter plaatse van het plangebied

De waterberging wordt gerealiseerd door het hemelwater van de verharde oppervlakten af te laten stromen en in de naastgelegen gronden te laten infiltreren. Het plangebied is voldoende groot om deze infiltratievoorzieningen te realiseren. 5.3.3.1

Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater

Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van lood of asfalt etc.). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

45

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

stoffen. Eigenaar en beheerder van de parkeerplaats is Brabants Landschap. Zij zullen er op toe zien dat verontreinigende stoffen niet gebruikt worden.

5.3.4 Hydrologisch neutraal bouwen Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO) houdt in dat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen er geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruikfuncties. Dit geldt zowel voor het plan als het daaromheen gelegen gebied, waar de ingrepen hydrologische invloed kunnen hebben. Concreet betekent dit dat: −

de afvoer uit het gebied niet groter is dan in de referentiesituatie;

−

de omvang van grondwateraanvulling binnen het plangebied gelijk blijft of toeneemt;

−

de grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruikfuncties;

−

de (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied zelf;

−

het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving, niet leiden tot knelpunten (grondwater) binnen het plangebied.

Met de beoogde herontwikkeling wordt een nieuwe parkeervoorziening gerealiseerd. In de nieuwe situatie zal het schone hemelwater afvloeien naar de naast gelegen groenstroken. Het parkeerterrein ligt ook hoger dan de westelijk gelegen gronden . De rijbanen en de parkeerplaatsen worden ingericht met een bolvormig profiel waardoor het hemelwater af kan stromen naar de aangrenzende groenvoorzieningen en hier kan infiltreren. Er hoeft geen hemelwater afgevoerd te worden. Het hemelwater kan volledig infiltreren binnen het plangebied en het aangrenzende groen.

5.4

Luchtkwaliteit

5.4.1

Inleiding

Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: 1. beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en; 2. voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm).

5.4.2

Uitstoot van schadelijke stoffen

De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma (NSL). Binnen het NSL werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden.

Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

46

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto. Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto. Aangezien het plan slechts de realisatie van een parkeerplaats mogelijk maakt en het aantal verkeersbewegingen niet of slechts in beperkte mate toeneemt als gevolg van het bestemmingsplanmatig toelaten van deze parkeerplaats kan worden gesteld dat dit plan onder het begrip NIBM valt en de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht. De beoogde herontwikkeling van het plangebied heeft derhalve geen of slechts een zeer beperkt effect op de luchtkwaliteit in de omgeving.

5.4.3

Blootstelling aan verontreiniging

5.4.3.1

Inleiding

Met wet- en regelgeving wil de overheid zorgen voor een goede luchtkwaliteit en de burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. Fijnstof (PM 10) en stikstofdioxide (NO2) zijn de belangrijkste stoffen in de luchtkwaliteitsregelgeving. Om een voldoende kwaliteit van de buitenlucht in de leefomgeving te waarborgen zijn er grenswaarden en regels voor een aanvaardbare luchtkwaliteit op leefniveau. In navolgende paragrafen wordt achtereenvolgens ingegaan op fijnstof en stikstofdioxide. 5.4.3.2

Fijnstof

In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijnstof:

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde.

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.

Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM 10 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied en directe omgeving weer.

Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

47

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

Figuur 17: Fijnstof 2020 PM10 (bron: Atlas leefomgeving)

Figuur 18: Fijnstof 2020 PM2,5 (bron: Atlas leefomgeving)

Ter plaatse van het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie PM 10 van 16 -18 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 9-10 µg/m³. De grenswaarde van maximaal 35 dagen boven een daggemiddelde concentratie PM10 van 50 µg/m³ is sinds 2011 op geen enkele meetlocatie meer overschreden. Geconcludeerd kan worden dan de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van fijnstof geen bezwaar is.

5.4.3.3

Stikstofdioxide

De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide: Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

48

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³.

Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van NO 2 ter plaatse van het plangebied en directe omgeving weer.

Figuur 19: Stikstofdioxide 2020 NO2 (bron: Atlas leefomgeving)

Ter plaatse van het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie NO 2 van 14-16 µg/m³. Geconcludeerd kan worden dan de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van stikstofdioxide geen bezwaar is.

5.5

Parkeren en verkeer

5.5.1 Parkeren Het Crow kent geen normen voor parkeren voor een buitenmuseum. De parkeeropgave is dan ook opgebouwd vanuit historische ervaringsfeiten. In de huidige situatie ontvangt ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’ ca. 10.000 bezoekers per jaar (ervaringsaantallen 2020). Een groot deel (ca. 50%) van deze bezoekers komt per fiets. Om dit aantal bezoekers op te kunnen vangen zijn verschillende kleinere parkeerterreinen beschikbaar. Op piekmomenten is er echter thans al meer parkeergelegenheid benodigd. Voor het Buitenmuseum wordt een aanzienlijke toename van het aantal bezoekers verwacht. De verwachting is dat een toename van 35.000 bezoekers per jaar plaats vindt. Om de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie in te schatten is een rapportage van Rho gebruikt. Op 16 juni 2022 heeft Rho een rapportage ‘Onderbouwing verkeer en parkeren’ gemaakt ten behoeve van het bestemmingsplan ‘Haanwijk en Oud Herlaer’. Deze rapportage geeft de totale te verwachten behoefte aan parkeren en de totale verkeersgeneratie weer en is dan ook te gebruiken voor de parkeerplaats voor het buitenmuseum. Onderstaande tekst is afkomstig uit deze rapportage.

Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

49

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

De parkeerbehoefte van het buitenmuseum kan dus niet worden bepaald op basis van de CROW-cijfers of op basis van het parkeernormenbeleid van de gemeente. Voor een functie buitenmuseum is namelijk geen norm en aansluiten bij de norm voor een (binnen)museum zou onvoldoende aansluiten bij de realiteit. Waar de parkeerbehoefte van een (binnen)museum namelijk een directe relatie heeft met het aantal vierkante meters bvo, is die relatie er niet bij een buitenmuseum omdat de expositieruimte namelijk buiten is en het aantal bvo’s daar niets over zegt. De parkeerbehoefte van het buitenmuseum is daarom bepaalt door het aantal bezoekers per jaar als uitgangspunt te nemen. Het buitenmuseum verwacht circa 35.000 bezoekers op jaarbasis te verwelkomen. Bij het bepalen van de parkeerbehoefte van het buitenmuseum zijn verder de volgende uitgangspunten gehanteerd: • seizoenseffect: aansluiten bij seizoenseffect 'attractie en pretparkeren (CROW 256) • drukste periode juni t/m september: 56% van de bezoekers (CROW 256) • zaterdag drukste dag: aansluiting bij 'attractie en pretparkeren (CROW 256): 22% van het aantal bezoekers van de week • autobezetting: gemiddeld 2 bezoekers per auto (expert judgement) • modal split: insteken op bezoek per fiets of per water --> aanname 50% per auto • aantal verkeersbewegingen (heen en terug) = aantal voertuigen x 2.

Op het drukste moment van het jaar (zaterdagen in juni t/m september) gaat het om 85 voertuigen per etmaal die het museum bezoeken. Bij een gemiddelde bezoektijd van 2,5 uur per auto en een openingstijd van 10 uur (9h-19h), betekent dit dat er per dag circa 6 wisselingen zijn (10/2,5). Bij 85 voertuigen per dag en 4 wisselingen per dag, zou dat betekenen dat er 22 parkeerplaatsen nodig zijn. Uitgangspunt hierbij is dat er geen overlap zit tussen de vertrekkende bezoekers en de nieuwe bezoekers. In de praktijk is van zo’n overlap veelal wel sprake. Daarom wordt veiligheidshalve er vanuit gegaan dat alle parkeerplaatsen nog bezet zijn als er een nieuwe groep bezoekers aankomt. Dat betekent dus dat er in totaal 44 (22 x 2) parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden om in de parkeerbehoefte van het Buitenmuseum te kunnen voorzien op de zaterdagen in de periode juni t/m september. Deze zullen worden gerealiseerd aan de Haldersebaan. Het Buiten museum heeft dan ook 44 vaste parkeerplaatsen nodig. De bestaande parkeergelegenheden volstaan dan niet meer. De nieuw te realiseren parkeervoorziening dient op basis van deze ervaringscijfers en een extrapolatie van deze cijfers een omvang te hebben van 48 parkeerplaatsen waarbij tevens plaats is voor 2 touringcars. De parkeervoorziening

dient

voor

de

piekmomenten

tevens

te

beschikken

over

ca.

100

overloopparkeerplaatsen. De overloopparkeerplaatsen worden geopend ten tijde van evenementen of indien extra drukte wordt verwacht. Deze overloopparkeerplaatsen zijn door het openen van een slagboom bereikbaar. Naar verwachting wordt er maximaal 20 keer per jaar gebruik gemaakt van de overloopparkeerplaatsen.

5.5.2 Verkeer Om de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkelingen te bepalen wordt doorgaans aangesloten bij kencijfers van het CROW. Van een restaurant, café en museum zijn echter alleen kencijfers voor de parkeerbehoefte beschikbaar, niet van de verkeersgeneratie. Door de parkeerbehoefte van een parkeerplaats te bepalen kan echter wel een aanname worden gedaan voor de verkeersgeneratie. Zoals eerder berekend komen er op rustige dagen circa 21 voertuigen per etmaal naar het buitenmuseum en op drukke dagen circa 85 voertuigen per etmaal. Om te komen tot een Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

50

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

verkeersgeneratie wordt aangenomen dat elk voertuig zorgt voor 2 verkeersbewegingen (heen en terug). Daarmee komt de totale verkeersgeneratie van het buitenmuseum op een rustige dag op circa 42 mvt/etmaal en op een drukke dag op circa 170 mvt/etmaal. Deze toename van het aantal verkeersbewegingen is beperkt en zal niet tot verkeersknelpunten leiden.

5.6

Natuurwetgeving

5.6.1 Wettelijke kaders De bescherming van de natuur is in Nederland wettelijk vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. De Wet Natuurbescherming bestaat uit een hoofdstuk ‘Natura 2000-gebieden’ (ter vervanging van de Natuurbeschermingswet), een hoofdstuk ‘soorten’ (ter vervanging van de Flora- en faunawet) en een hoofdstuk ‘houtopstanden’ (ter vervanging van de Boswet). De Wet natuurbescherming voorziet ten opzichte van de oude wetten in een meer directe doorvertaling en interpretatie van de Europese Vogelen Habitatrichtlijn en andere internationale verdragen en overeenkomsten. Daarnaast is onder de nieuwe wet het bevoegd gezag van het Rijk naar de provincies verschoven. Het hoofdstuk ‘Natura 2000-gebieden’ heeft betrekking op de Natura-2000-gebieden, die Nederland heeft aangewezen ter bescherming van natuurwaarden uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Als er door projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden op de natuurwaarden in deze gebieden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de aangewezen natuurwaarden van een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Als significante effecten aan de orde zijn, wordt slechts onder zeer strikte voorwaarden een vergunning verleend.

Het hoofdstuk ‘soorten’ heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën en op een aantal vissen, ongewervelde diersoorten en vaatplanten. Voor alle plant- en diersoorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer dat wat redelijkerwijs mogelijk is doet of nalaat om schade aan soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voor de wettelijk beschermde soorten gelden bovenop de zorgplicht verbodsbepalingen voor schadelijke ingrepen. Voor het beoordelen van ruimtelijke ingrepen zijn de soorten in te delen in de volgende categorieën:

-

Vogels met een jaarrond beschermde nestplaats (deze soorten zijn benoemd in het document ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep’, Dienst Regelingen, 2009. Hierin worden 4 categorieën vogels genoemd waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, en een categorie 5 waarvan de nesten onder bepaalde voorwaarden jaarrond beschermd zijn);

-

Overige inheemse broedvogels; Soorten vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn; Nationaal beschermde soorten zonder algemene vrijstelling (de algemene vrijstellingen zijn door iedere provincie in verordeningen vastgelegd. In Noord-Brabant zijn de vrijgestelde soorten benoemd in de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant);

-

Nationaal beschermde soorten met algemene vrijstelling.

Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

51

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaats en soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn geldt het strengste beschermingsregime. Het is verboden dieren van deze soorten te doden, te vangen, opzettelijk te verstoren en tevens om rust- en voortplantingsplaatsen te beschadigen of vernielen. Voor planten geldt een verbod op plukken, ontwortelen en vernielen. Ontheffing van deze verboden is slechts mogelijk voor een beperkt aantal in de wet genoemde belangen, en mits er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd blijft. Om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen is het bovendien in de meeste gevallen nodig om mitigerende en/of compenserende maatregelen te nemen. Voor vogels zonder jaarrond beschermde nestplaatsen gelden deze voorwaarden ook. Voor deze soorten kan overtreding van de verbodsbepalingen echter worden voorkomen door werkzaamheden uit te voeren buiten de broed- en nestperiode. Voor nationaal beschermde diersoorten is het verboden om deze opzettelijk te doden of te vangen en om rusten voortplantingsplaatsen te beschadigen of vernielen. Voor nationaal beschermde plantensoorten is het verboden om deze opzettelijk te plukken, ontwortelen of vernielen.

De provincie kan ontheffing van de verboden verlenen voor ruimtelijke ontwikkelingen, mits er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd blijft. Er geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen indien wordt gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode. Naast dit wettelijk kader vindt beleidsmatige bescherming van natuurwaarden plaats in het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen bekend als ecologische hoofdstructuur - EHS), die is geïntroduceerd in het ‘Natuurbeleidsplan’ (1990) van het Rijk en op provinciaal niveau is vastgelegd. De provinciale groenstructuur bestaande uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Groenblauwe Mantel is ruimtelijk vastgelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Het Natuurnetwerk Brabant is een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. Het beleid binnen het Natuurnetwerk Brabant is gericht op behoud en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden via een "nee-tenzij benadering". De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats via de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen. De groenblauwe mantel vormt het gebied tussen het kerngebied groenblauw en het agrarisch gebied, alsook het stedelijk gebied.

De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit multifunctioneel landelijk gebied met grondgebonden landbouw. Het beleid binnen de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. De groenblauwe mantel geeft ook ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties, zoals landbouw en recreatie, mits deze bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap: de “ja-mitsbenadering”. De groenblauwe mantel biedt echter geen ruimte voor stedelijke ontwikkeling of de ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve vormen van recreatie en landbouw.

5.6.2 Analyse plangebied 5.6.2.1

Gebiedsbescherming

Het plangebied is in de nabijheid van het ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ gelegen op circa 2,1 kilometer afstand daarvan. Het Natura 2000-gebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ bevat een aantal stikstofgevoelige habitattypen. Navolgende figuur betreft een beeld van de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura-2000 gebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’. Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

52

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

Plangebied

Figuur 20: Ligging plangebied ten opzichte van Natura-2000 gebieden

In de beoogde situatie vindt door de wijziging van de bestemming binnen het plangebied een toename van de stikstofemissie door verkeersbewegingen plaats door gebruikers van de parkeerplaats. Recreanten zullen speciaal voor het Buitenmuseum naar de parkeerplaats van het plangebied komen. Het dichtstbij gelegen Natura 2000 gebied betreft het ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’. Ten behoeve van de bestemmingsplanontwikkeling voor de ‘Ontwikkeling Haanwijk en Oud-Herlaer’ heeft een stikstofdepositieonderzoek plaats gevonden door Roever Omgevingsadvies. Onderstaande tekst is ontleend aan het Stikstofdepositieonderzoek Parkeerplaats Haldersebaan te Vught; 9 mei 2023; Referentie: 20230756.v01. ‘In dit stikstofdepositieonderzoek is voor de aanleg- en de gebruiksfase van de ontwikkeling ‘Oud Herlaer en Haanwijk’ in Sint-Michielsgestel de te verwachten stikstofdepositie ter plaatse van de stikstofgevoelige delen van de Natura 2000-gebieden berekend. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied met stikstofgevoelige habitats betreft ‘Vlijmens, Ven, Moerputten & Bossche Broek’ en is gelegen op een afstand van circa 2,3 kilometer vanaf het plangebied. Uit de berekening van de beoogde situatie (aanleg- en gebruiksfase) blijkt dat de stikstofdepositie in beide fases op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar.

Er is geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Stikstof vormt dus geen belemmering voor het plan. Deze berekening is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Uit deze berekening blijkt dat de herbestemming geen effect heeft groter dan 0,00 mol per hectare per jaar.’ In de bijlage zijn het stikstofonderzoek en de Aeriusberekeningen opgenomen. Vastgesteld Crijns Rentmeesters bv

53

Bestemmingsplan ‘Parkeren Buitenmuseum ‘Landgoed Haanwijk/Oud Herlaer’

Natuurnetwerk Brabant Het plangebied is gelegen in het Natuur Netwerk Brabant. Het plangebied kent een totale grootte van 8.976 m². Het plangebied zal groen ingericht worden met tussen de parkeervakken bomen en struiken. Het geheel zal kunnen worden aangemerkt als parkeerbos. Een herbegrenzing zal er voor zorgdragen dat er binnen de gemeente Vught, in het Helvoirts broek, voldoende natuurcompensatie plaats vindt. Daarnaast wordt 7.500 m² aangrenzend aan het plangebied aangeplant en ingericht als bos (EssenIepenbos). Een bestemming die plaats heeft binnen een Natte Natuurparel mag geen negatief effect op de waterhuishouding hebben. Het maaiveld binnen het plangebied wordt niet verhoogd. Ter plaatse van de parkeerplaats zal dan ook grond afgevoerd dienen te worden. Het effect op de waterhuishouding zal dan ook minimaal zijn. Dit geldt ook indien er sprake is van hoogwater waardoor het plangebied kan overstromen. De inrichting van het plangebied zal op een zodanige manier plaats vinden dat dit geen gevolgen heeft voor een overstroming van het plangebied. 5.6.2.2

Soortenbescherming

In het kader van de herbestemming heeft een flora en faunaonderzoek plaatsgevonden binnen het plangebied. Het onderzoek ‘Ecologische quick-scan Haldersebaan in Vught’, rapportnummer EQ-1117, d.d. 21 augustus 2023, heeft plaatsgevonden door Natuurlink Ecologisch adviesbureau. Onderstaand is een samenvatting van de belangrijkste conclusies uit dit onderzoek weergegeven. Het volledige rapport is te vinden in de bijlage. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest. •

Een aantal algemeen voorkomende vogels kan mogelijk als broedvogel worden verwacht binnen het plangebied of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Omdat alle vogels tijdens het broeden beschermd zijn, kunnen activiteiten tijdens het broedseizoen die dicht bij mogelijke nestlocaties liggen leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Volgens art. 3.1 lid 2 Wnb is het namelijk verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Hieronder valt ook een dusdanige verstoring dat het nest wordt verlaten.

•

Voor het broedseizoen stelt de Wnb geen vaste begin- of einddatum. Het gaat er om of er een broedgeval is. Normaal gesproken loopt het broedseizoen voor de meeste vogelsoorten van 15 maart tot 15 juli, maar er zijn soorten die buiten deze periode broeden.

•

Een overtreding kan worden voorkomen door de uitvoering van het initiatief te starten buiten de periode dat vogels broeden of jongen grootbrengen. Als de werkzaamheden doorlopen tot in het volgende broedseizoen, dan worden er geen verbodsbepalingen overtreden. Vogels zullen zich ofwel niet vestigen of er is gewenning opgetreden aan de verstoring waardoor negatieve effecten zijn uitgesloten. De aan- of afwezigheid van broedvogels kan ook worden aangetoond door een inspectie op broedvogels door een deskundige op het gebied van vogels.

Verstoring van vogels met een ongunstige staat van instandhouding •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=546ff72e-8264-4a9d-a5b1-f9e2a92d9c04