CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Subsidie- en Accommodatiebeleid 2026-2031

Commissievergadering 30 oktober 2025, gemeente VughtBij agendapunt: Subsidie- en accommodatiebeleid 2026-203121.542 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Resultaten individuele gesprekken belangrijke stakeholders

Met vertegenwoordigers van vijf prominente multifunctionele welzijnsaccommodaties (DePetrus, HelvoirThuis, De Rode Rik, D’n Inbreng en Jeugd- en Jongerencentrum Elzenburg) zijn gesprekken gevoerd over de exploitatie van de accommodatie waarvoor zij verantwoordelijk zijn. The Battle Axe gaf aan geen behoefte te hebben aan een gesprek. Met Stichting MOVE zijn twee gesprekken gevoerd, over het nieuwe accommodatiebeleid en over de herijking van het subsidiebeleid, mede vanuit het perspectief van de sportorganisaties die ondersteund worden door MOVE. De belangrijkste bevindingen uit deze gesprekken zijn: Exploitanten van een aantal accommodaties geven aan dat bij de start van de exploitatie aangenomen werd dat sprake zou zijn van (vrijwel) volledige vrijwillige inzet. Dit blijkt in de praktijk (in toenemende mate) niet realistisch. In een aantal gevallen zijn betaalde krachten aangesteld. Dat heeft geleid tot hogere kosten en daardoor is spanning ontstaan tussen de financiële exploitatie en de oorspronkelijk vastgestelde gemeentelijke exploitatiebijdrage of subsidie. Er is in meerdere gevallen geen sprake van een actuele overeenkomst tussen de gemeente Vught en de exploitant. Waar daar wel sprake van is, is niet altijd duidelijk wat exact de voorwaarden zijn waaronder de exploitatie dient plaats te vinden.

En is er onduidelijkheid over de exacte taakverdeling tussen de gemeente Vught en de exploitant. In een aantal gevallen wordt aandacht gevraagd voor de mogelijkheid om commerciële activiteiten en evenementen te organiseren. Tenslotte wordt in een aantal gevallen aangegeven dat er onduidelijkheid is over de functie van de wijk- en dorpspunten. Specifiek wordt aandacht gevraagd voor het maatschappelijk tarievenbeleid van de gemeente Vught en hoe hier exact mee dient te worden omgegaan bij de verhuur van ruimten. Er bestaat ook onduidelijkheid over de vraag of gesubsidieerde organisatie verplicht zijn ruimte af te nemen bij de maatschappelijke accommodaties of dat zij ook ruimten binnen andere accommodaties mogen huren. Er is geen sprake van een grootschalig ruimtetekort. Wel zijn er soms knelpunten rond de beschikbaarheid van ruimten, vooral op hoog courante tijdstippen. Er wordt door een aantal exploitanten een gebrek aan opslagruimte ervaren. Er doen zich diverse knelpunten voor op het gebied van het (groot) onderhoud van de accommodaties. Waar de gemeente als eigenaar verantwoordelijk is voor het eigenaarsonderhoud wordt door een aantal exploitanten aangegeven dat het regelmatig lang duurt voordat onderhoud wordt uitgevoerd. Daarnaast lijken de gemeentelijke onderhoudsbudgetten ontoereikend.

Waar de exploitant eigenaar is van de accommodatie blijkt het niet goed mogelijk te zijn om voldoende middelen te reserveren voor het ordentelijk uitvoeren van het eigenaarsonderhoud en het doorvoeren van wenselijke maatregelen op het gebied van duurzaamheid en toegankelijkheid. De exploitanten en MOVE zijn allemaal positief over de persoonlijke contacten met vertegenwoordigers van de gemeente. Wel wordt aangegeven dat het vaak niet eenvoudig is om de weg binnen de gemeentelijke organisatie te vinden. Ook zou het op prijs worden gesteld als de gemeente op een meer proactieve wijze invulling zou geven aan een adviserende rol en informatieverstrekking op het gebied van alles wat speelt rondom de maatschappelijke accommodaties. Stichting MOVE is tevreden met de budgetregeling die er nu bestaat, de wijze van verantwoording en met de wijze waarop beleidsdoelstellingen en subsidie geëvalueerd en herijkt worden. Aandachtspunten zijn het ontwikkelen van meerjaren beleidsdoelstellingen, het sturen op een meerjarige subsidie en het uitdagen van verenigingen om ook op een meerjaren perspectief mee te denken. MOVE is tevreden over de inhoudelijke samenwerking met de gemeente Vught met de rol die zij momenteel hebben, onder meer als adviseur voor de binnensportaccommodaties.

Zij geven aan dat zij ambiëren om meer gebruik te gaan maken van de binnensportaccommodaties voor eigen activiteiten; dit komt nu nog onvoldoende tot stand, onder meer vanwege de tarieven voor zaalhuur.

18

4.

Uitgangspunten accommodatiebeleid

Per onderwerp uit de startnotitie (2022) wordt in dit hoofdstuk voor het accommodatiebeleid een overzicht gegeven van de belangrijkste bevindingen uit de uitgevoerde inventarisatie, de analyses en de gesprekken en bijeenkomsten die hebben plaats gevonden. Vervolgens worden per onderwerp op basis van deze bevindingen en analyses de beleidsuitgangspunten weergegeven. Achtereenvolgens komen de volgende onderwerpen aan de orde: 1.

De vraag-aanbod verhouding van accommodaties wordt geoptimaliseerd (paragraaf 4.1).

2.

Uitgangspunt is clustering waar mogelijk, spreiding waar nodig (paragraaf 4.2).

3.

De bestaande situatie m.b.t. exploitatie en eigendom wordt geoptimaliseerd en er komen transparante (financiële) afspraken voor beheer en exploitatie (paragraaf 4.3).

4.

4.1

De ambitie is een zo duurzaam en toegankelijk mogelijk accommodatiebestand (paragraaf 4.4)..

Onderdeel 1: De vraag-aanbodverhouding wordt geoptimaliseerd

Belangrijkste bevindingen uit inventarisatie en analyse: De bezetting van de binnensportaccommodaties op de verschillende tijdsblokken is in de meeste gevallen niet hoog, met uitzondering van de Martinihal in het hoogseizoen. Er is voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs (dit is een wettelijke verplichting). Opvallend is dat Vught over slechts één volwaardige sporthal beschikt. Op een inwonersaantal van ongeveer 33.000 is dit beperkt (globale vuistregel: 1 sporthal per 12.500 tot 17.500 inwoners). Er zijn echter geen signalen dat hierdoor sprake is van grote knelpunten (dit is ook expliciet aan MOVE gevraagd). Wel wijkt MOP voor zaalhockey in de wintermaanden uit naar sporthallen buiten de gemeente Vught. De capaciteitsanalyses voor de buitensport laten geen grote knelpunten zien. Bij voetbalvereniging Zwaluw VFC is sprake van een beperkt tekort aan trainingscapaciteit (zij hebben een verzoek aan de gemeente gericht voor een extra veld). Twee tennisverenigingen lijken relatief krap in het aantal banen te zitten (TV Bergenshuizen en TV Wolfsbosch hebben een ledenstop). Voor tennis dienen capaciteitsanalyses echter met de nodige terughoudendheid te worden gehanteerd 4. De behoefte is sterk afhankelijk van het karakter van de betreffende vereniging. Voor padelbanen (TV Bergenshuizen beschikt over 8 padelbanen) bestaat vooralsnog geen normatieve richtlijn.

MOP heeft een verzoek ingediend voor een eigen cricketveld waar zij nu gebruik maken van twee voetbalvelden van Zwaluw VFC. De multifunctionele accommodaties worden niet door de gemeente Vught geëxploiteerd en/of verhuurd. De gemeente heeft geen gedetailleerd inzicht in het gebruik en de bezetting. Er zijn gesprekken gevoerd met de exploitanten van de grotere welzijnsaccommodaties en door hen zijn indicatieve overzichten van het gebruik verstrekt. In de gesprekken werd in algemene zin aangegeven dat er sprake was van een “goed gebruik” maar dat er geen sprake was van capaciteitstekort. Wel werd in een aantal gevallen aandacht gevraagd voor het gebrek aan opslagruimte. Er is geen zicht op het gebruik van de wijk- en dorpspunten. Belangrijk aandachtspunt is de herhuisvesting van Welzijn Vught. In het speel-, beweeg- en sportbeleid 2024 – 2029 is onder meer opgenomen dat de gemeente streeft naar een goede mix van kleine (gym)zalen en grote binnensportaccommodaties. Daarnaast is uitgangspunt dat nieuwbouw of uitbreiding van binnensportaccommodaties in eerste instantie wordt overwogen op basis van behoefte vanuit het onderwijs en vervolgens op basis van sportdeelname van inwoners en behoefte van sportverenigingen. Buitensportaccommodaties worden toegewezen aan de hoofdgebruikers waarbij de oproep wordt gedaan tot openstelling voor scholen.

Vanuit diverse beleidsdocumenten wordt aandacht besteed aan de ambitie om accommodaties goed te benutten, zodat sprake is zijn van een multifunctioneel en inclusief karakter. Het college wil met het accommodatiebeleid de inhoudelijke samenwerking tussen aanbieders stimuleren, waarbij het delen van faciliteiten wordt bevorderd, net zoals het gebruik door meerdere doelgroepen. Er wordt verwacht dat mensen met een beperking actief worden betrokken bij (her)inrichting van accommodaties. Er wordt door buitensportverenigingen aandacht gevraagd voor mogelijkheden om de clubaccommodaties multifunctioneler te gebruiken. Hierdoor kan de accommodatie beter worden benut en het kan ook voor de vereniging (financiële) voordelen opleveren. De vraag is wel of verenigingen daadwerkelijk in staat zijn om dit meer diverse gebruik te faciliteren. 4

De mogelijkheid is aanwezig dat de banen waar TV Woburnpark momenteel gebruik van maakt vervallen. Indien dit daadwerkelijk het geval is zal dit resulteren in een overall normatief tekort van tennisbanen in de gemeente Vught.

19

De visie op preventief jeugdbeleid Vught 2023–2027 benadrukt het belang van toegankelijke, veilige en aantrekkelijke jeugdaccommodaties als onderdeel van een sterke basis voor jongeren. Accommodaties zoals jongerencentra, JOP’s en sport- en ontmoetingsplekken spelen een cruciale rol in ontmoeting, talentontwikkeling, signalering en preventie. De gemeente investeert in samenwerking rond deze voorzieningen om vroegtijdige ondersteuning en betrokkenheid van jongeren te bevorderen. Beleid: Indien bij een voetbalvereniging sprake is van een normatief capaciteitstekort op basis van de richtlijnen van de KNVB, dan wordt eerst gekeken naar capaciteitsoverschotten bij een andere voetbalvereniging in dezelfde kern. Op het moment dat sprake is van een tekort aan veldcapaciteit dat niet bij een andere vereniging kan worden opgelost, wordt op basis van een te ontwikkelen afwegingskader beoordeeld op welke wijze het capaciteitstekort kan worden opgelost. De gemeente speelt in principe geen actieve rol bij een eventuele uitbreiding van de capaciteit van tennisverenigingen en de hockeyvereniging omdat deze verenigingen zijn geprivatiseerd, tenzij zich specifieke ontwikkelingen voordoen die een gemeentelijke bemoeienis wenselijk maken. Het huidige aanbod aan binnensportaccommodaties is op dit moment voldoende.

De ontwikkeling van de zaalruimte voor bewegingsonderwijs is primair leidend bij eventuele toekomstige uitbreiding van de binnensportcapaciteit. Vervolgens worden de wensen en behoeften van verenigingen betrokken bij de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de capaciteitsuitbreiding. Op het moment dat in de toekomst sprake is van uitbreiding van de binnensportcapaciteit wordt de mogelijkheid onderzocht om een tweede multifunctionele sporthal te realiseren in plaats van losse gymzalen. Het huidige aanbod aan multifunctionele welzijnsaccommodaties vormt een goede basis voor de toekomst. Onderzoek vindt waar nodig plaats naar het verbeteren van de gebruiksmogelijkheden door gerichte aanpassingen in de accommodaties. Aandachtspunt hierbij is de opslagcapaciteit. Bij de afwegingen rond verzoeken voor gemeentelijke ondersteuning bij realisatie van nieuwe accommodaties of aanpassing van bestaande accommodaties (los van capaciteitsuitbreiding) zijn de volgende criteria van toepassing. In de uitwerkingsfase wordt een concrete beslisboom ontwikkeld: o

Het gebruik van de accommodatie dient aantoonbaar bij te dragen aan de realisatie van gemeentelijke doelstellingen op de diverse inhoudelijke beleidsterreinen en is aanvullend op reeds bestaand aanbod.

o

Er wordt aangetoond dat er sprake is van een structurele vraag voor een langere periode en (hiermee) een voldoende gebruiksintensiteit en maatschappelijk rendement.

o

De realisatie kan niet kostendekkend of vanuit natuurlijke marktwerking worden gerealiseerd.

o

Er is sprake van een goed onderbouwde inhoudelijke en financiële businesscase waaruit blijkt dat de accommodatie voor een langere termijn met de gevraagde financiële middelen kan worden geëxploiteerd.

o

Er is sprake van (voldoende) multifunctionaliteit/inclusiviteit en samenwerking tussen gebruikers.

Uitgangspunt is multifunctioneel en divers/inclusief gebruik van de sport- en welzijnsaccommodaties (binnen de bestemming en de vigerende regelgeving). De gemeentelijke kunstgrasvelden worden om niet beschikbaar gesteld voor gebruik door onderwijs, kinderopvang en andersoortig maatschappelijk gebruik. Het gebruik van de kunstgrasvelden door de buitenschoolse opvang is inbegrepen bij de huurprijs die door de hoofdgebruiker voor de accommodatie bij de BSO in rekening wordt gebracht voor het gebruik van de clubaccommodatie. Nieuw te realiseren accommodaties zijn naast multifunctioneel ook flexibel aan te passen aan de eisen/wensen van toekomstige gebruik. Clustering van activiteiten die onderlinge samenhang vertonen en synergievoordelen opleveren heeft de voorkeur.

4.2

Onderdeel 2: Clustering waar mogelijk, spreiding waar nodig

Belangrijkste bevindingen uit inventarisatie en analyse: De maatschappelijke accommodaties binnen de gemeente Vught zijn goed gespreid. Accommodaties en publieke ruimten worden bewust benut om ontmoeting, sociale cohesie en participatie te bevorderen. Er wordt gebiedsgericht gewerkt, met maatwerk per wijk of kern en met betrokkenheid van inwoners (Nota gezondheid 2023 – 2026). De

gemeente

streeft

naar

toegankelijke,

levendige

accommodaties

in

elke

kern

(omgevingsvisie

2023).

Ontmoetingsaccommodaties moeten gespreid moeten worden over de kernen en de wijken, liefst nabij voorzieningen (woonvisie 2021 – 2025). 20

Vanuit de bijeenkomsten met stakeholders blijkt veel onduidelijkheid over wijk- en dorpspunten. Het is onduidelijk voor hen wat het beleid hierop is (met name de functie die de punten hebben, de afstand tot de inwoners, de accommodatie, exploitatie en financiering). Accommodaties zijn de pijlers van een sterke sociale infrastructuur (Lokale Sociale Agenda Vught 2023 – 2026). Wijk- en dorpspunten, ontmoetingsplekken en toegankelijke voorzieningen vormen de basis voor ontmoeting, participatie en preventie. Het nieuwe accommodatiebeleid moet deze visie ondersteunen, met nadruk op nabijheid, inclusiviteit en het versterken van netwerken in de wijken. Het nieuwe accommodatiebeleid moet de uitgangspunten van de LSA volgen, zoals inclusie, preventie en positieve gezondheid. De gemeente streeft naar toegankelijke woningen nabij voorzieningen zoals zorg, ontmoeting en dagelijkse boodschappen. Ook deze voorzieningen moeten toegankelijk, herkenbaar en vindbaar zijn voor alle inwoners. Beleid: In 2023 / 2024 is een impuls aan de wijk- en dorpspunten gegeven. Met een onderzoek is in kaart gebracht wat de wijk- en dorpspunten doen, van wie ze zijn et cetera. Op basis van het onderzoek is een advies uitgebracht en overgenomen door de gemeente. Dat heeft geleid tot een subsidieregeling. Eind 2025 wordt de impuls geëvalueerd.

Iedere kern van de gemeente Vught moet in ieder geval beschikken over een binnensportaccommodatie en een brede welzijnsvoorziening (met in ieder geval focus op de doelgroepen jongeren en senioren). Er is verder sprake van een fijnmaziger netwerk van ontmoetingsplekken (wijk- en dorpspunten). Voorzieningen met een kern overstijgend karakter zijn gesitueerd in de kern waar de behoefte het grootst is. Er wordt onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om bepaalde gelijksoortige voorzieningen te clusteren waardoor efficiënter gebruik van ruimten wordt gerealiseerd. Het gaat dan om voorzieningen waarbij de clustering naar verwachting niet zal leiden tot een afname van het gebruik en waarbij geen sprake is van een (onacceptabel) verlies van identiteit, als voorzieningen geclusterd worden.

4.3

Onderdeel 3: Optimaliseren exploitatie en eigendom met transparante financiële afspraken

Belangrijkste bevindingen uit inventarisatie en analyse: In de startnotitie is bepaald dat er geen uniforme of overkoepelende beheersvorm voor de maatschappelijke accommodaties wordt ontwikkeld en dat er geen sprake is van vervreemding of het aantrekken van vastgoed door de gemeente. Wel wordt per accommodatie bepaald of sprake is van continuïteitsrisico’s en op welke wijze de exploitatie kan worden geoptimaliseerd. Voor De Speeldoos is bijvoorbeeld onlangs besloten tot aanschaf van de accommodatie. In het coalitieakkoord is het volgende opgenomen: o

Indien accommodaties worden geëxploiteerd door derden dan wordt verwacht dat exploitanten ondernemend werken, waarbij resultaten worden gerealiseerd en gestreefd wordt naar optimaal gebruik.

o

De exploitatie van accommodaties richt zich op de maatschappelijke meerwaarde en doelmatigheid, met als doel levendige gemeentelijke accommodaties te realiseren die uitnodigen tot ontmoeting, ontspanning en ontwikkeling (dit is ook opgenomen in de woonvisie).

Vanuit verschillende grote accommodaties wordt aangegeven dat in de haalbaarheidsfase uit is gegaan van een exploitatie met (vrijwel) uitsluitend vrijwilligers. In de praktijk blijkt dit niet (meer) mogelijk. In een aantal gevallen heeft een professionaliseringsslag plaatsgevonden. De exploitatiebijdrage verhoudt zich onvoldoende tot de kosten die die professionalisering met zich meebrengt. De gemeente exploiteert alleen de binnensportaccommodaties zelf. Verder is sprake van exploitatie door stichtingen en verenigingen. Tijdens de bijeenkomsten en gesprekken kwam een sterke behoefte aan kennisdeling en ondersteuning door de gemeente vanuit een soort helpdesk naar voren. De organisaties waarderen het goede contact met de vertegenwoordigers van de gemeente, maar weten niet in alle gevallen bij welke afdeling/medewerker men moet aankloppen. Er is op diverse plaatsen onvrede over de uitvoering van het eigenaarsonderhoud door de gemeente. Het duurt lang voordat werkzaamheden worden uitgevoerd en de indruk bestaat dat de budgetten niet toereikend zijn. Er wordt gesuggereerd om de exploitant tot bepaalde bedragen te mandateren het onderhoud uit te laten voeren (voor rekening van de gemeente). Op enkele uitzonderingen na zijn er geen (of geen actuele) overeenkomsten tussen de gemeente en de exploitanten van de accommodatie.

Het tarievenvraagstuk kwam veel naar voren in de bijeenkomsten en de gesprekken. Daarbij ging het er bijvoorbeeld om: 21

o

Voor welke gebruikers gelden maatschappelijke tarieven?

o

In welke accommodaties moeten maatschappelijke tarieven worden gehanteerd?

o

Staan exploitatiebijdragen in verhouding tot de maatschappelijke tarieven?

o

Is er een relatie tussen subsidies die organisaties ontvangen en de tarieven die zij betalen?

o

Zijn organisaties die subsidie ontvangen verplicht gebruik te maken van ruimte in maatschappelijke accommodaties?

De gemeente ondersteunt culturele organisaties door het bieden van betaalbare en toegankelijke accommodaties (cultuurnota 2020 – 2023). Voor gemeentelijke accommodaties gelden maatschappelijke huurprijzen, de gemeente verwacht dat ook andere accommodaties die hanteren. Exploitanten van “eigen accommodaties” geven aan dat zij onvoldoende mogelijkheden hebben om te reserveren voor onderhoud en duurzaamheidsmaatregelen. Dit geldt zowel voor een aantal geprivatiseerde sportaccommodaties als voor de multifunctionele welzijnsaccommodaties waarvan de exploitant het eigendom heeft. In de startnotitie is opgenomen dat de structuur van toerekening van de kosten aan de exploitanten voor alle gemeentelijke gebouwen gelijk wordt getrokken. Waar andere constructies gelden, maar waar de accommodatie wel in stand gehouden moeten worden voor maatschappelijke activiteiten, wordt maatwerk geleverd via subsidies. Het is daarbij de ambitie om zoveel mogelijk op activiteitenniveau te subsidiëren. Beleid: De exploitatie van bestaande en nieuwe maatschappelijke accommodaties gebeurt zoveel mogelijk door het maatschappelijke initiatief. Daarbij zijn er realistische verwachtingen rond de (maximale) belastbaarheid van vrijwilligers. De binnensportaccommodaties zijn eigendom van de gemeente en worden door de gemeente geëxploiteerd.

De bestaande eigendomssituatie voor de maatschappelijke accommodaties wordt gehandhaafd. Er wordt niet ingezet op (het onderzoeken van mogelijkheden voor) vervreemden of aankopen van maatschappelijk vastgoed door de gemeente. Als er een dringende reden voor is, dan kan hiervan worden afgeweken. Bij de realisatie van nieuwe maatschappelijke accommodaties zal de gemeente het eigendom behouden. Er worden nieuwe overeenkomsten opgesteld tussen de gemeente en de exploitanten van de maatschappelijke accommodaties waarin duidelijke afspraken worden gemaakt over de randvoorwaarden waarbinnen de exploitatie plaats vindt en de wederzijdse taken en verantwoordelijkheden. Waar mogelijk worden bestaande overeenkomsten aangepast. Aan de overeenkomsten worden passende exploitatiebijdragen gekoppeld. Hierbij wordt de relatie gelegd met te hanteren maatschappelijke tarieven en de balans tussen de inzet van vrijwillige en betaalde medewerkers. De gemeente ontwikkelt maatschappelijk tarievenbeleid voor alle maatschappelijke accommodaties. Hiermee wordt duidelijkheid gecreëerd over de hoogte van de tarieven (in relatie tot aard en omvang van de ruimte met wellicht onderscheid tussen permanente en niet-permanente verhuur) en de organisaties waarvoor het maatschappelijk tarief geldt. Voor andere huurders worden commerciële tarieven gehanteerd.

Bij het tarievenbeleid wordt aangesloten bij het subsidiebeleid c.q. het bepalen van de financiële vergoeding die wordt verstrekt aan exploitanten om het rondpompen van geld zoveel mogelijk te voorkomen. Voor de accommodaties die geen gemeentelijk eigendom zijn maar wel een vergelijkbare maatschappelijke functie hebben, kunnen onderhoudsbudgetten beschikbaar worden gesteld in de vorm van subsidies of een exploitatievergoeding. Deze onderhoudsbudgetten worden gebaseerd op MJOP’s die door de eigenaar worden opgesteld en door de gemeente geaccordeerd. De rechtmatigheid van de uitgaven voor onderhoud wordt via een te ontwikkelen systeem gemonitord. De gemeente stelt MJOP’s op voor de gemeentelijke accommodaties en zorgt voor de corresponderende budgetten. Er worden duidelijke richtlijnen opgesteld voor de wijze waarop het onderhoud wordt uitgevoerd en de wijze en termijnen waarop verzoeken van exploitanten worden behandeld. Er wordt ingezet op versterking en het minder persoonsafhankelijk maken van het accommodatiebeheer. Verder uitwerking hiervan vindt plaats in het te ontwikkelen vastgoedbeleid. De mogelijkheid om exploitanten tot een drempelbedrag te mandateren om opdracht te verstrekken voor het (voor rekening van de gemeente) laten uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden wordt hierbij onderzocht.

De gemeente pakt haar rol op als adviseur en kenniscentrum voor maatschappelijke organisaties op het gebied van beheer en exploitatie van maatschappelijke accommodaties. Er komt een helpdesk voor beantwoording van vragen, de gemeente wordt ‘makelaar’ om de contacten tussen de exploitanten te versterken, de gemeente past een online boekingssysteem toe, zodat de gebruiksmogelijkheden van accommodaties voor inwoners zichtbaar worden.

22

4.4

Onderdeel 4: De ambitie is een zo duurzaam en toegankelijk mogelijk accommodatiebestand

Belangrijkste bevindingen uit inventarisatie en analyse: Accommodaties moeten multifunctioneel en duurzaam worden ingepast in de omgeving (Omgevingsvisie 2023). Herontwikkeling of toevoeging van accommodaties moet altijd passen bij het dorpse karakter, groen en de ruimtelijke identiteit. De gemeente stimuleert het hergebruik van vastgoed en streeft naar nieuwbouw van woningen in combinatie met voorzieningen (Woonvisie 2021 – 2025). De Nota Energie en Klimaat Vught 2022–2030 stelt dat gemeentelijke accommodaties een belangrijke rol spelen in de verduurzamingsopgave. Alle gemeentelijke gebouwen moeten in 2030 gezamenlijk nul-op-de-meter zijn en nieuwbouw of renovatie moet voldoen aan de Trias Energetica en klimaat adaptieve bouwnormen. De gemeente neemt hierin een voorbeeldrol. Bij (her)ontwikkeling van voorzieningen wordt rekening gehouden met energie-efficiëntie, klimaatadaptatie, biodiversiteit, waterbeheer en slim combineren met andere infrastructurele werkzaamheden. Zo wordt accommodatiebeleid actief verbonden aan de klimaat- en energiedoelstellingen van Vught. Duurzaamheidsmaatregelen in accommodaties worden idealiter gecombineerd met gepland onderhoud of herontwikkeling. In de startnotitie uit 2022 staat opgenomen dat over de kosten en opbrengsten van verduurzaming afspraken worden gemaakt met de exploitant of gebruiker.

Bij oudere gebouwen die (op termijn) aan vervanging toe zijn, worden proportionele maatregelen genomen. De primaire verantwoordelijkheid ligt bij de eigenaar. Beleid: Het beleid op dit gebied is vastgelegd in verschillende gemeentelijke beleidsdocumenten zoals de Nota Energie en Klimaat Vught 2022 – 2030 en in mindere mate de Omgevingsvisie 2023 en de Woonvisie 2021 – 2025. Het maatschappelijke accommodatiebeleid sluit aan bij de beleidsuitgangspunten uit deze documenten. De gemeente ontwikkelt een instrumentarium om de toegankelijkheid van niet-gemeentelijke maatschappelijke accommodaties te verbeteren en deze accommodaties te verduurzamen. Hiermee biedt de gemeente faciliteiten als de exploitanten onvoldoende middelen hebben om deze specifieke investeringen te dragen.

23

5.

Uitgangspunten subsidiebeleid

Om te komen tot de uitgangspunten is gebruik gemaakt van de bevindingen uit de uitgevoerde inventarisatie, de analyses en de gesprekken en bijeenkomsten die hebben plaats gevonden. Achtereenvolgens wordt uitwerking gegeven aan het kerndoel van de subsidies (paragraaf 5.1), de uitgangspunten voor het subsidiebeleid (paragraaf 5.2), de kaders voor het subsidiebeleid (paragraaf 5.3) en de uitwerking van het subsidiebeleid (paragraaf 5.4).

5.1

Belangrijkste bevindingen uit de inventarisatie

In deze paragraaf worden de belangrijkste bevindingen met betrekking tot het onderwerp subsidies uit de vorige hoofdstukken samengevat weergegeven. Deze bevindingen vormen input voor het formuleren van het kerndoel, de uitgangspunten en de kaders voor het herijkte subsidiebeleid zoals weergegeven in de vervolgparagrafen van dit hoofdstuk. Het huidige subsidiebeleid en de bestaande regelingen worden als voldoende beschouwd voor het ordentelijk doorlopen van het subsidieproces. Wel zijn er ambtelijke en bestuurlijke wensen om het beleid te herijken, zodat het beleid (ook ambtelijk) eenvoudiger toepasbaar, doelmatiger en rechtmatiger wordt. Ook de subsidieontvangers zien verbeterpunten. Daarmee is sprake van een herijking van het beleid. De belangrijkste verbeterpunten zijn als volgt: Er is behoefte aan uniformiteit en duidelijke toetsingscriteria, mede in het kader van rechtmatigheid en doelmatigheid. Daarnaast is er behoefte aan standaardisatie van aanvragen en verantwoording, onder meer door het gebruik van formats. Aanvraagmomenten en de beoordeling van subsidies kunnen meer worden afgestemd op de praktijk. Subsidieaanvragers pleiten voor het hanteren van meerjarige kaders, waarbij de subsidie ingezet kan worden op specifieke thema’s en doelgroepen (flexibiliteit en maatwerk bij het nastreven van inhoudelijke beleidsdoelen, in overleg met de gemeente).

Een koppeling tussen subsidies en huur van maatschappelijke accommodaties. Besluitvorming over aanvragen en vaststelling zou omwille van de doorlooptijd meer gemandateerd kunnen worden. Transparantie over subsidies (toelichting op toewijzing of afwijzing van subsidies). Subsidieaanvragers vragen om de mogelijkheid om meerdere subsidies per jaar te kunnen aanvragen (bijvoorbeeld ook éénmalige subsidies als extra impuls) en mogelijkheden voor alle organisaties om bijvoorbeeld duurzaamheidssubsidies aan te vragen. Subsidieaanvragers vragen om (continuering van) een jaarlijkse indexering van subsidies en mogelijkheden om een deel van de jaarlijkse subsidie te reserveren. De subsidieaanvragers waarderen de contacten met de gemeente Vught. In sommige gevallen wordt specifiek gevraagd om een aanspreekpunt (met name op het gebied van vastgoed). Daarnaast wordt gevraagd om (proactieve) communicatie over en ondersteuning bij (nieuwe) financieringsmogelijkheden, ook buiten de gemeente.

5.2

Kerndoel subsidies

“Het zijn de inwoners zelf en maatschappelijke organisaties die samen zorgen voor een goede basis. Inwoners vormen zelf verenigingen en kerkgemeenschappen, verlenen mantelzorg en vrijwillige inzet, bieden plekken om elkaar te ontmoeten, of bieden burenhulp. Scholen, huisartsen, wijkpunten, welzijnswerk, ze zijn nabij en houden, samen met de gemeente, het totaal in de gaten.” De gemeente verstrekt subsidies om bij te dragen aan de hierboven genoemde basis. Met subsidies kunnen gedrag en activiteiten die wenselijk zijn bevorderd worden, maar die zonder subsidies niet tot stand zouden komen. Het kerndoel van het gemeentelijke subsidiebeleid is om rechtmatig, doeltreffend en doelmatig subsidies te verstrekken aan inwoners en organisaties. Rechtmatig zodat inwoners en organisaties weten waar zij aan toe zijn en willekeur voorkomen wordt. Doeltreffend om samen met inwoners en organisaties gestelde (beleidsmatige) doelen te behalen die bijdragen aan de (sociale) basis. Doelmatig om dat op een efficiënte manier te doen met zo min mogelijk administratieve rompslomp voor de aanvragers en de gemeentelijke organisatie 24

In het subsidiebeleid worden de kaders en de uitgangspunten vastgelegd die toegepast worden. Het subsidiebeleid legt dus niet vast welke beleidsmatige doelen gerealiseerd moeten worden, maar faciliteert het bereiken van deze doelen. De raad bepaalt in de verschillende beleidsdocumenten voor welk doel zij middelen beschikbaar stelt, het subsidiebeleid zorgt voor de juiste verdeling van de middelen.

5.3

Uitgangspunten voor het subsidiebeleid

De opgaven in de samenleving en de behoeften van de inwoners veranderen. Dat vraagt om een heroriëntatie van de rol van de gemeente. De veranderende maatschappelijke opgaves zijn en worden vastgelegd in beleidsstukken, net als de rol van de gemeente en de middelen voor de maatschappelijke opgaven. In 2021 is al geconstateerd dat het bestaande subsidiebeleid in basis voldoende is om subsidies te verstrekken, maar dat het proces geoptimaliseerd kan worden. Daarmee is er de wens om het subsidiebeleid te herijken en het beleid beter af te stemmen op maatschappelijke doelen. Het beleid kan doelmatiger, rechtmatiger en meer uniform worden. In de startnotitie (2022) zijn de volgende vijf uitgangspunten voor de herijking van het subsidiebeleid opgenomen. 1.

Het subsidieproces wordt verder geoptimaliseerd.

2.

Het herijkte subsidiebeleid stuurt op maatschappelijke doelen.

3.

De subsidieregelingen zijn afgestemd op het sturen op maatschappelijke doelen.

4.

Een subsidieaanvraag wordt in financiële samenhang beoordeeld.

5.

Een subsidieaanvraag wordt getoetst op een aantal concrete criteria.

5.4

Kaders voor het subsidiebeleid

Op basis van de uitgangspunten en op basis van de input vanuit de ambtelijke projectgroep en de bijeenkomst met subsidieontvangers worden de volgende kaders voorgesteld. Bij het accommodatiebeleid zijn de uitgangspunten uit de startnotitie uitgewerkt in beleidskaders. De uitgangspunten in de startnotitie voor het subsidiebeleid zijn procesmatig van aard. Daarnaast is sprake van een herijking van het bestaande subsidiebeleid. Bij de uitwerking in beleidskaders is daarom gekozen voor thema’s die aansluiten op inhoudelijk beleid en voor overkoepelende thema’s die door de maatschappelijke organisaties zijn genoemd. Gesubsidieerde activiteiten en voorzieningen zijn in het belang van alle inwoners van Vught Met het subsidiebeleid en de regelingen richt de gemeente zich in eerste instantie op Vughtse organisaties die zich inzetten voor alle Vughtse inwoners. In de Lokale Inclusie Agenda (LIA) is door de raad de voorwaarde opgenomen dat indien de gemeente een bijdrage levert in de vorm van een subsidie deze activiteit of voorziening voor iedereen toegankelijk is, tenzij dit een onredelijke investering vraagt van de organisatie. Er zijn derhalve geen extra regels of voorwaarden: toegankelijkheid voor iedereen is het uitgangspunt.

Organisaties die niet statutair in Vught gevestigd zijn (bijvoorbeeld regionale of landelijke instellingen), kunnen op grond van de algemene subsidieverordening in aanmerking komen voor subsidiëring indien hun activiteiten in Vught plaatsvinden, de activiteiten zich (voor een groot deel) richten op de Vughtse inwoners en de activiteiten niet al door een Vughtse instelling worden uitgevoerd. Voor regionale activiteiten gericht op maatschappelijk kwetsbare groepen uit Vught kan eveneens subsidie worden aangevraagd, als de activiteiten niet al door een Vughtse organisatie worden aangeboden en uitgevoerd. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het Jeugdfonds Sport & Cultuur (verzorgingsgebied ’s-Hertogenbosch en Vught) of gehandicaptensport. De gemeente subsidieert activiteiten die aansluiten bij gemeentelijke beleidsdoelen Subsidies die verstrekt worden, moeten bijdragen aan door de raad vastgesteld beleid. De raad stelt per beleidsterrein vast welke doelen de gemeente wil bereiken en welke middelen beschikbaar zijn om deze doelen te bereiken. Aan de hand van subsidieregelingen worden de middelen toegekend aan partners die bijdragen aan deze doelstellingen. Bij het verstrekken van de subsidie moet voor de aanvrager ook duidelijk zijn wat deze doelen zijn. De beleidsdoelen worden daarom zo concreet en

25

SMART mogelijk geformuleerd in het beleid en de daarop aansluitende regelingen. De beleidskaders zijn op deze wijze verankerd in de subsidieregelingen. Meerjarige subsidieafspraken Waar mogelijk worden zo veel mogelijk meerjarige subsidieafspraken gemaakt op basis van de door het college vastgestelde beleidskaders. Daarbij blijft aandacht voor de actualiteit. De beleidsdoelstellingen worden vastgelegd in door de raad vastgestelde beleidsdocumenten. Op basis van die beleidsdoelstellingen worden meerjarige kaders opgesteld voor aanvragers van subsidies. Binnen de meerjarige beleidskaders is de wijze van verantwoording zoveel mogelijk eenduidig (opbouw van de verantwoording), maar wel afhankelijk van de hoogte van de subsidie, de complexiteit van de dienstverlening en/of de activiteiten en de gestelde beleidsdoelen (zie ook de procedures voor verantwoording). Financiën Er wordt subsidie verleend voor activiteiten. Wanneer activiteiten (deels) niet uitgevoerd worden, dan kan het college de onverschuldigd betaalde subsidie terugvorderen. Als de activiteiten wel zijn uitgevoerd maar er subsidie over is, kan deze op wettelijke gronden niet teruggevorderd worden. Bij grotere subsidies (meer dan € 50.000,00) kan in de beschikking de verplichting worden opgenomen een egalisatiereserve te vormen. Organisaties die lagere bedragen ontvangen kunnen hier zelf om vragen bij het college.

Het doel van een egalisatiereserve is om bij overschotten te reserveren en bij tekorten eerst de reserve aan te spreken. Er is in principe sprake van indexering van structurele (meerjaren) subsidies op basis van de vastgestelde Kadernota. Hiervan kan worden afgeweken naar aanleiding van de besluitvorming van de gemeenteraad van Vught over de begroting. De gemeente zorgt voor een motivatie over de hoogte van de toegewezen subsidie of bij de afwijzing van een subsidie, conform de Awb. De procedures voor de aanvraag en verantwoording passen bij de subsidie Aanvragen worden ambtelijk primair op doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid beoordeeld (uniformiteit). Die beoordeling gebeurt per traject op dezelfde wijze. Dat vergt ook eenduidige scholing voor alle beleidsadviseurs. Hier wordt een model voor ontwikkeld. Met het oog op de doelmatigheid van de subsidies worden de aanvraag en verantwoording van subsidies zo eenvoudig, duidelijk en controleerbaar mogelijk ingericht (bijvoorbeeld: niet elk jaar dezelfde verantwoording hoeven afgeven als het jaar daarvoor). Rechtmatig zodat inwoners en organisaties weten waar zij aan toe zijn en willekeur voorkomen wordt. Aanvragen worden gedaan aan de hand van transparante en duidelijke (vooraf ingevulde) formats, waar mogelijk ingevuld vanuit eerder ingediende aanvragen (bij herhalende subsidies).

Het moment van aanvragen wordt gestandaardiseerd en voor elke subsidievorm hetzelfde. De wijze van verantwoording van subsidies sluit aan op de hoogte van de subsidie. o

Beperkte subsidies (tot € 5.000) worden direct vastgesteld.

o

Substantiëlere subsidies (€ 5.000 - € 50.000) kennen een inhoudelijke verantwoording. In voorkomende gevallen kan bij hogere subsidies in deze bandbreedte (maatwerk) gekozen worden voor een milde vorm van financiële verantwoording.

o

Grote subsidies (> € 50.000) worden zowel financieel en inhoudelijk verantwoord.

Structurele subsidies worden zoveel mogelijk in meerjaren perspectief (binnen de financiële kaders en conform de subsidie uitgangspunten) toegekend en vastgesteld door de betreffende beleidsafdeling. Incidentele subsidies (tot maximaal € 50.000 worden voor besluitvorming voorgelegd aan het college, waarbij per jaar een financieel plafond gehanteerd wordt voor incidentele subsidies. Incidentele subsidies hoger dan € 50.000 worden ook ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. In het kader van de stedenband met Oraniënburg wordt de mogelijkheid tot subsidieverlening uitgewerkt in de subsidieregelingen. Tot aan de inwerkingtreding daarvan valt de subsidie onder de incidentele subsidies. De gemeente is transparant in welke organisaties een gemeentelijke subsidie ontvangen en hoe hoog die subsidie is. Subsidies worden in ieder geval opgenomen in het subsidieregister (https://vught.nl/toegekendesubsidies).

26

Proactieve communicatie vanuit de gemeente over subsidiemogelijkheden of nieuwe subsidies. Daarbij dient te worden opgemerkt dat de budgetbasissubsidie verdwijnt en wordt ondergebracht bij stimuleringssubsidies. Er worden passende subsidieregelingen opgesteld. Waar mogelijk ondersteunt de gemeente de subsidieaanvragers bij de aanvragen en/of de verantwoording, wordt informatie verstrekt over de subsidiemogelijkheden en eventueel externe subsidiemogelijkheden of particuliere fondsen. Rol van de gemeente De gemeente maakt standaard formats voor aanvragen, waarbij informatie van eerdere jaren gebruikt kan worden voor nieuwe aanvragen. Voor de inhoudelijke verantwoording van subsidies tussen € 5.000 en € 50.000 wordt eveneens een format opgesteld. De formats moeten leiden tot meer eenduidigheid en eenvoud. Voor eventuele vragen over de aanvraag en de verantwoording is in eerste instantie ondersteuning vanuit de projectmedewerker subsidies van de gemeente Vught beschikbaar. Voor complexere subsidieaanvragen en voor budgetsubsidies vindt de inhoudelijke afstemming plaats met de beleidsafdelingen. Transparantie van (overige) kosten van gesubsidieerde organisaties De gemeente Vught inventariseert, waar van toepassing, kosten voor gesubsidieerde organisaties (zoals gemeentelijke belastingen, huurkosten) en maakt deze kosten inzichtelijk.

Dat geldt voor belastingen en leges, maar ook voor huurkosten. Waar mogelijk maakt de gemeente Vught daarbij ook inzichtelijk wat de kostprijs is van maatschappelijke accommodaties. Als gesubsidieerde organisaties gebruik maken van maatschappelijke accommodaties en hiervoor maatschappelijke tarieven gehanteerd worden, dan is inzichtelijk wat de huisvestingslasten zijn voor gesubsidieerde instellingen, welke (eventuele) subsidies met die huisvestingslasten gemoeid zijn en welke subsidies gebruikt worden voor het activiteitenaanbod van de gesubsidieerde instellingen.

5.5

Uitwerking

De kaders voor het subsidiebeleid worden uitgewerkt in de Algemene Subsidieverordening (ASV). Daarin wordt ingegaan op aanvraag en de aanvraagtermijnen, de weigering(sgronden), de verplichtingen van de subsidieontvanger, de verantwoording, vaststelling van subsidies en overige bepalingen. De nieuwe ASV wordt samen met dit beleidsplan ter besluitvorming voorgelegd. De ASV wordt vanaf 2026 verder uitgewerkt in subsidieregelingen waar de verschillende subsidies binnen vallen. Gelijktijdig met de uitwerking van de subsidieregelingen wordt een artikelsgewijze toelichting op de ASV opgesteld waarbij de VNG verordening als basis wordt gebruik, aangevuld met lokale artikelen. Waar de bestaande regelingen niet toepasbaar zijn, kan een incidentele subsidie worden toegekend. In concrete gevallen kan het college bepalingen van de ASV van toepassing verklaren. Bij de beschikking van incidentele subsidies is de subsidieverlening derhalve te reguleren met verplichtingen.

27

6.

Samenhang en implementatie

6.1

Samenhang subsidie- en accommodatiebeleid

Accommodaties en subsidies (maar ook exploitatiebijdragen) zijn instrumenten om gemeentelijke beleidsdoelen te realiseren. Het accommodatiebeleid geeft aan hoe de gemeente de huisvesting van activiteiten van maatschappelijke organisaties wil faciliteren. Dat kan bijvoorbeeld door als gemeente zelf (maatschappelijke) accommodatieruimte beschikbaar te stellen of door een subsidie of exploitatiebijdrage te verstrekken aan derden die accommodaties aanbieden ten behoeve van maatschappelijke activiteiten. Daarnaast maken subsidies en/of het hanteren van maatschappelijke tarieven voor het gebruik van ruimten in maatschappelijke accommodaties het voor organisaties mogelijk om gebruik te kunnen maken van een accommodatie voor het kunnen aanbieden van hun activiteiten. Er is dus sprake van een sterke samenhang tussen subsidie- en accommodatiebeleid. Bij de implementatie en uitvoering van het subsidie- en accommodatiebeleid (zie ook paragraaf 6.2) dient dan ook voortdurend de samenhang tussen de wijze waarop wordt omgegaan met de maatschappelijke accommodaties en het inzetten van het subsidie-instrument te worden bewaakt en de integraliteit van het beleid te worden gewaarborgd. Deze samenhang is op diverse plekken in hoofdstuk 4 en 5 al benoemd. In deze paragraaf wordt hier explicieter op ingegaan.

De integraliteit van beleid dient met name (maar zeker niet uitsluitend) te worden gewaarborgd op de volgende vier aspecten: Subsidieregelingen sluiten aan bij beleidsdoelstellingen van het maatschappelijk accommodatiebeleid Subsidieregelingen dienen eraan bij te dragen dat inhoudelijke doelstellingen vanuit sectoraal beleid kunnen worden gerealiseerd. Ook dienen subsidieregelingen op een goede wijze aan te sluiten op de doelstellingen van het maatschappelijk accommodatiebeleid. De vraag dient hierbij wel te worden beantwoord of het verstrekken van financiële middelen ten behoeve van de exploitatie en het beheer van maatschappelijke accommodaties plaats vindt door middel van een subsidie(regeling) of dat een exploitatiebijdrage of dienstverleningsvergoeding hiervoor een meer geëigend middel is. Bepalende factoren bij deze afweging zijn met name de duur van de overeenkomst tussen gemeente en exploitant en fiscale aspecten en is derhalve situatieafhankelijk. Bijdragen voor nieuwe initiatieven Er wordt een afwegingskader ontwikkeld voor de wijze waarop wordt omgegaan met verzoeken om initiatieven voor nieuwe accommodaties of functionele aanpassingen van bestaande accommodaties te faciliteren.

Indien uit deze afweging wordt geconcludeerd dat de gemeente een financiële bijdrage voor een dergelijk initiatief wenst te verstrekken dient er een subsidieregeling te zijn waarbinnen dit mogelijk is. Maatschappelijk tarievenbeleid De ontwikkeling van een maatschappelijk tarievenbeleid wordt ter hand genomen. Binnen dit maatschappelijk tarievenbeleid moet duidelijkheid gecreëerd worden over: De hoogte van de maatschappelijke tarieven in relatie tot de aard en omvang van de beschikbaar te stellen ruimte/voorziening. De maatschappelijke accommodaties waar de maatschappelijke tarieven gehanteerd dienen te worden. De maatschappelijke organisaties waarvoor de maatschappelijke tarieven van toepassing zijn.. Bij de ontwikkeling van het maatschappelijk tarievenbeleid dient uitdrukkelijk de relatie te worden gelegd met: De subsidies die maatschappelijke organisaties waarvoor het maatschappelijk tarief van toepassing is ontvangen. Er is sprake van een directe relatie tussen de hoogte van de maatschappelijke tarieven en de hoogte van deze subsidie. Het kan aanbeveling verdienen om de maatschappelijke tarieven op een zodanig niveau vast te stellen dat er geen subsidie voor de huisvesting van hun activiteiten verstrekt hoeft te worden aan de gebruikers waarvoor dit tarief van toepassing is.

Hiermee wordt het “rondpompen van geld” voorkomen en is uitsluitend sprake van subsidiëring van de activiteiten die de gebruikers van de maatschappelijke accommodaties aanbieden (er is geen sprake van een “huisvestingscomponent” in de subsidie). Aan de subsidieverstrekking aan een maatschappelijke organisatie die huisvesting nodig heeft voor haar activiteiten en niet beschikt over een eigen accommodatie dient de voorwaarde te worden verbonden dat zij gebruik maken 28

van ruimte in een door de gemeente aangewezen accommodatie. Voorwaarde hierbij is uiteraard dat er binnen die accommodatie een voor de betreffende activiteit geschikte ruimte beschikbaar is. De financiële bijdrage die de exploitant van een maatschappelijke accommodatie ontvangt waar de maatschappelijke tarieven dienen te worden gehanteerd. De maatschappelijke tarieven zijn niet kostendekkend voor de exploitant wat een negatief effect heeft op het exploitatieresultaat en zal leiden tot een (toenemende) behoefte aan een financiële bijdrage in de exploitatie. Enerzijds de maatschappelijke tarieven en anderzijds de subsidie aan gebruikers en de financiële vergoeding die exploitanten van maatschappelijke accommodaties ontvangen zijn derhalve communicerende vaten. Bij de verdere uitwerking van het tarievenbeleid, de subsidieregelingen en het maken van passende financiële afspraken met de exploitanten van maatschappelijke accommodaties is het derhalve noodzakelijk om de integraliteit en samenhang te waarborgen. Passende financiële bijdragen aan exploitanten van maatschappelijke accommodaties In het kader van het maatschappelijke accommodatiebeleid worden nieuwe overeenkomsten opgesteld tussen de gemeente Vught en de exploitanten van de multifunctionele maatschappelijke accommodaties.

In de overeenkomsten dienen de doelstellingen van het maatschappelijk accommodatiebeleid en het overige inhoudelijke sectorale beleid een plek te krijgen. Ook worden afspraken gemaakt over bijvoorbeeld het hanteren van (maatschappelijke) tarieven en de uitgangspunten voor de ingebruikgeving van de accommodatie. Aan deze nieuwe overeenkomsten zullen ook nieuwe exploitatiebijdragen en/of subsidies zijn verbonden. Deze verstrekte financiële middelen dienen onder meer te worden gerechtvaardigd vanuit de gemeentelijke doelstellingen zoals onder meer geformuleerd in het kader van het subsidie- en accommodatiebeleid. Uitgangspunt in het nieuwe accommodatiebeleid is dat er bij het leveren van een financiële bijdrage in de exploitatie van maatschappelijke accommodaties sprake zal zijn van het principe “gelijke monniken, gelijke kappen”, ongeacht of een accommodatie in eigendom is van de gemeente Vught of van een derde (bijvoorbeeld de exploitant). Bij het bepalen van een eventuele financiële bijdrage is het wel van belang om alle hiervoor relevante aspecten inzichtelijk te maken. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om: De exploitatiemogelijkheden van de betreffende accommodatie (maatschappelijk en commercieel) en de mate waarin een exploitant/ondernemer zelf voldoende financiële middelen kan vrijmaken voor de exploitatie en investeringen.

De uitgangspunten en randvoorwaarden zoals beschreven in de nieuwe overeenkomst tussen gemeente en exploitant De wijze waarop het onderhoud is belegd en de kosten die de exploitant hiervoor eventueel dient te maken. De wijze waarop verduurzaming en het zorgdragen voor de toegankelijkheid van de accommodatie is belegd. De huur die de exploitant eventueel betaalt aan de eigenaar van de accommodatie. Eventuele andere kosten die de exploitant heeft (retributie recht van opstal, canon recht van erfpacht, OZB, etc.). De invoering van nieuw accommodatiebeleid kan financiële consequenties hebben. Wat de omvang is van de financiële consequenties dient in het vervolgtraject inzichtelijk te worden gemaakt. Er kan sprake zijn van een kostenverhogend effect op de structureel beschikbaar gestelde middelen. Het beleid is er namelijk op gericht om de basis voor de maatschappelijke accommodaties op orde te brengen en zorg te dragen voor een toekomstbestendige situatie, ook vanuit financieel perspectief. Door realistische exploitatiebijdragen of subsidies te verstrekken wordt voorkomen dat organisaties in een later stadium bij de gemeente aankloppen voor aanvullende structurele (exploitatie-) of incidentele (investerings-) bijdragen.

Dit laatste is in de bestaande situatie regelmatig het geval waardoor de gemeente steeds individuele afwegingen moet maken over het al dan niet verstrekken van additionele financiële middelen. Het mogelijke initiële kostenverhogende effect van het nieuwe beleid zal naar verwachting dan ook leiden tot kostenbesparingen met betrekking tot incidentele bijdragen op de langere termijn. Bij deze werkwijze past ook een goed monitoringssysteem. Hiermee dient te worden gewaarborgd dat bijvoorbeeld de voor onderhoud bestemde beschikbaar gestelde middelen door de exploitant ook daadwerkelijk worden aangewend voor de uitvoering van of reservering voor onderhoud.

6.2

Implementatie van het beleid

Deze beleidsnotitie beschrijft de kaders en uitgangspunten van het subsidie- en accommodatiebeleid. In een vervolgtraject worden op basis hiervan een uitvoeringsprogramma voor het accommodatiebeleid, een subsidieverordening en subsidieregelingen opgesteld. . 29

De conclusie is gerechtvaardigd dat Vught over een rijk, gevarieerd en in belangrijke mate passend aanbod van maatschappelijke accommodaties beschikt waarin sprake is van een gevarieerd gebruik en een grote betrokkenheid van het vrijwillige initiatief met betrekking tot het beheer en de exploitatie. Ook is geconstateerd dat er behoefte is aan meer beleid en (op onderdelen) eenduidigheid met betrekking tot de wijze waarop wordt omgegaan met (besluiten over) maatschappelijke accommodaties en subsidies. Daarin voorzien de beleidsuitgangspunten zoals geformuleerd in hoofdstuk 4 en 5 van dit beleidsplan. Deze beleidsuitgangspunten dienen de komende periode te worden geïmplementeerd waardoor de komende jaren een transitie plaatsvindt van de huidige situatie naar de gewenste situatie zoals beschreven in dit beleidsplan. Deels betreft dit de ontwikkeling van flankerend beleid op deelaspecten zoals gebouwbeheer, tarievenbeleid en sturing op en ondersteuning van het beheer en de exploitatie van maatschappelijke accommodaties vanuit de gemeentelijke organisatie. Deels betreft dit een transitie die voor een aantal individuele maatschappelijke accommodaties dient plaats te vinden. In de volgende tabel zijn de belangrijkste vervolgstappen weergegeven in het kader van de implementatie van het accommodatie- en subsidiebeleid voor de gemeente Vught.

Vervolgacties implementatie Accommodatie- en Subsidiebeleid Nr

Wat

1.

Concretiseren afwegingskader aanpassingen capaciteit buitensport

2.

Afronden en vaststellen nieuwe algemene subsidieverordening

Eind 2025

3.

Ontwikkelen beslisboom voor gemeentelijke ondersteuning bij nieuwe accommodaties

Begin 2026

4.

Onderzoek naar clusterinsgmogelijkheden gelijksoorige voorzieningen

Begin 2026

5.

Opstellen MJOP's maatschappelijke accommodaties en uitvoeringsplan onderhoud

Begin 2026

6.

Onderzoek naar specifieke knelpunten huisvesting (zoals opslagruimte)

Begin 2026

7.

Ontwikkelen en vaststellen nieuwe subsidieregelingen en toelichting op ASV

Medio 2026

8. 9.

Uitwerken evaluatie beleid wijk- en dorpspunten Ontwikkelen monitoringssysteem besteding subsidies voor onderhoud, verduurzaming en het verbeteren van de toegankelijkheid voor maatschappelijke accommodaties in eigendom van derden

Medio 2026

10.

Inrichten gemeentelijke helpdesk maatschappelijke accommodaties

Eind 2026

11.

Ontwikkeling maatschappelijke tarieven beleid

Eind 2026

12.

Invoeren maatschappelijke tarieven en opstellen en afsluiten nieuw overeenkomsten met exploitanten van maatschappelijke accommodaties inclusief financiële afspraken

Medio 2027

Wanneer (afronding) Eind 2025

Eind 2026

Zoals in de vorige paragraaf is aangegeven zijn de (financiële) consequenties van de transitie van het subsidie- en accommodatiebeleid op dit moment nog niet duidelijk. In 2026 moet duidelijk worden wat de financiële implicaties zijn van het nieuwe accommodatiebeleid en de herijking van het subsidiebeleid. Het nieuwe subsidiebeleid wordt geacht in 2027 in te gaan. Om tot een adequate transitie te komen, wordt voorgesteld om 2027 en 2028, indien noodzakelijk, als overgangsjaren te hanteren. Subsidieontvangers krijgen op die manier twee jaar de tijd hun bedrijfsvoering te wijzigen als er minder of meer subsidies toegekend worden als gevolg van het gewijzigde beleid.

30

Bijlage 1

Accommodaties binnen beleidsscope

Sociaal culturele centra en multifunctionele (welzijns-) accommodaties JJC Elzenburg SCC Lunetten HelvoirThuis D’n Inbreng Sportaccommodaties (zowel binnen- als buitensport) in eigendom van gemeente Sporthal HelvoirThuis Sporthal Elzenburg Sporthal Martinihal Gymzaal Vught Noord Gymzaal Hertog van Brabant Gymzaal Cromvoirt Gymzaal de Springplank Prins Hendrik Real Lunet Het gebouw van de voormalige Postduivenvereniging Helvoirt (momenteel in gebruik door een basisschool) VV Helvoirt Zwaluw VFC Tafeltennisvereniging JCV Vught Hondensportschool Vught Rijvereniging Sint- Joris, onderhuur aan een hondenclub Handboogschutterij de Dageraad Wijk- en dorpspunten De Rode Rik Sportclub Prins Hendrik Visio de Vlasborch Vughterstede - Huize Elizabeth Vughterstede - Woonzorgcentrum Theresia DePetrus Tennisvereniging Wobornpark HelvoirThuis JCV Vught The Battle Axe Wij Omarmen – onlangs verhuisd naar de Petrakerk

31

Accommodaties in eigendom van derden waar maatschappelijke activiteiten plaatsvinden én een financiële relatie mee is De Speeldoos De Petrus Reinier van Arkel – Stenen Hut The Battle Axe Vincentiushuis Ketting 20 (Voedselbank zit bij Vincentius) Scheve Schup (Haanwijk) Nationaal Monument Kamp Vught De Noot St. lambertusstraat 60a (Cromvoirts orkest en St. Lambertuskoor) De Notenkraker (harmonie kunst Adelt) Ons Home (Belangenvereniging senioren Vught) Clubgebouw de Bindplaats (IJsclub, Dommelbaarzen, watersportvereniging IJzeren Man) Sportcentrum Ouwerkerk (duikvereniging Ouwerkerk) Vughtse Gilden (Gilde St. Barbara en St. Sebastiaan Vught & St. Catarina) Stichting Jeep, Jeugdkring Vught Zuid Scouting Prins Willem van Oranje Stichting Scouting Vught Noord MOP (hockey, golf) Vughterstede Tennisvereniging Helvoirt Jeugd Aktief Stek Gebouw oude gymzaal Molenvenseweg 62 (carnavalsvereniging Dommelboarzen) Tennis en padel Bergenshuizen Jeugdnatuurwacht Tennisvereniging Wolfsbosch Jeu des boules vereniging Helvoirt Manege de Hoogakker

32

Bijlage 2

Situering van de accommodaties

Accommodaties gemeente Vught totaal

33

Accommodaties kern Vught

34

Accommodaties kern Helvoirt

35

Accommodaties kern Cromvoirt

36

Bijlage 3

Bezetting binnen- en buitensportaccommodaties

Binnensport Type binnensportaccommodaties Een sporthal is een accommodatie waarin een zogenaamd combinatieveld is uitgelijnd. Een combinatieveld is geschikt voor wedstrijden zaalvoetbal, zaalhockey, zaalkorfbal en zaalhandbal. Een sporthal is (vaak via scheidingswanden) te verdelen in drie zaaldelen waarbij in ieder compartiment afzonderlijk bewegingsonderwijs kan worden aangeboden. Een sportzaal is een kleinere binnensportaccommodatie die vaak te verdelen is in twee zaaldelen die ieder geschikt zijn voor bewegingsonderwijs. In een gymzaal kan gelijktijdig één les bewegingsonderwijs worden verzorgd. De gemeente Vught beschikt over één sporthal, drie sportzalen en vier gymzalen. In bijlage 3 is een toelichting opgenomen van de verschillende type binnensportvoorzieningen en van de wijze waarop de bezetting van binnen- en buitensportvoorzieningen berekend wordt. In onderstaande tabellen is de bezetting van de binnensportaccommodaties in Vught weergegeven (hoogseizoen en laagseizoen).

Binnensportaccommodatie (uren) Martinihal Sportzaal Elzenburg Sportzaal HelvoirtHuis Sportzaal Vught Noord Gymzaal Springplank Gymzaal Martinihal Gymzaal Hertog van Brabant Gymzaal Cromvoirt

Binnensportaccommodatie (bezetting) Martinihal Sportzaal Elzenburg Sportzaal HelvoirtHuis Sportzaal Vught Noord Gymzaal Springplank Gymzaal Martinihal Gymzaal Hertog van Brabant Gymzaal Cromvoirt

Sporthal Sportzaal Sportzaal Sportzaal Gymzaal Gymzaal Gymzaal Gymzaal

Hoogseizoen maandag-vrijdag 08:30-15:30 15:30-18:00 18:00-23:00 22,83 10,50 17,17 16,50 9,75 14,00 11,00 5,25 8,75 24,00 3,50 10,00 19,00 5,00 3,00 25,00 0,00 4,00 18,50 3,00 4,00 4,00 0,00 2,00

zaterdag zondag 09:00-21:00 09:00-21:00 7,17 8,67 6,25 0,00 0,00 0,00 3,50 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Sporthal Sportzaal Sportzaal Sportzaal Gymzaal Gymzaal Gymzaal Gymzaal

Hoogseizoen maandag-vrijdag 08:30-15:30 15:30-18:00 18:00-23:00 65% 84% 69% 47% 78% 56% 31% 42% 35% 69% 28% 40% 54% 40% 12% 71% 0% 16% 53% 24% 16% 11% 0% 8%

zaterdag zondag 09:00-21:00 09:00-21:00 60% 72% 52% 0% 0% 0% 29% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%

37

Binnensportaccommodatie (uren) Martinihal Sportzaal Elzenburg Sportzaal HelvoirtHuis Sportzaal Vught Noord Gymzaal Springplank Gymzaal Martinihal Gymzaal Hertog van Brabant Gymzaal Cromvoirt

Laagseizoen maandag-vrijdag zaterdag 08:30-15:30 15:30-18:00 18:00-23:00 09:00-21:00 Sporthal 17,83 0,50 10,83 0,00 Sportzaal 22,75 6,00 17,50 5,00 Sportzaal 6,75 0,50 6,75 0,00 Sportzaal 23,75 5,00 7,25 3,50 Gymzaal 16,00 5,00 3,00 1,50 Gymzaal 19,50 1,00 4,50 0,00 Gymzaal 18,00 3,00 3,00 0,00 Gymzaal 4,00 0,00 2,00 0,00

zondag 09:00-21:00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Binnensportaccommodatie (bezetting) Martinihal Sportzaal Elzenburg Sportzaal HelvoirtHuis Sportzaal Vught Noord Nuborgh College Lambert Frankens 1 Gymzaal Martinihal Gymzaal Hertog van Brabant Gymzaal Cromvoirt

Laagseizoen maandag-vrijdag zaterdag 08:30-15:30 15:30-18:00 18:00-23:00 09:00-21:00 Sporthal 51% 4% 43% 0% Sportzaal 65% 48% 70% 42% Sportzaal 19% 4% 27% 0% Sportzaal 68% 40% 29% 29% Gymzaal 46% 40% 12% 13% Gymzaal 56% 8% 18% 0% Gymzaal 51% 24% 12% 0% Gymzaal 11% 0% 8% 0%

zondag 09:00-21:00 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%

Berekening van de bezetting Op basis van twee representatieve weken in het jaar (december en april) is het gebruik van deze binnensportaccommodaties in de gemeente Vught inzichtelijk gemaakt. De week in december geeft een goed beeld van de bezetting in het winterseizoen (hoogseizoen) en de week in april van het zomerseizoen (laagseizoen). Belangrijkste uitgangspunten bij de analyse van de bezetting van de accommodaties zijn: De bezetting is gebaseerd op het werkelijke gebruik in de geanalyseerde weken. Het gebruik tijdens werkdagen is in zeer belangrijke mate constant, het weekendgebruik fluctueert relatief sterk. Naast het structureel gebruik worden de binnensportaccommodaties ook incidenteel gebruikt voor toernooien en evenementen. Deze incidentele activiteiten zijn niet in de bezettingsschema’s opgenomen. Voor een beoordeling van de bezetting is de volgende dagindeling gehanteerd: Voor doordeweekse dagen (maandag – vrijdag): o

08:30-15:30 uur met name onderwijs (maximale bezetting van 7 uur).

o

15:30-18:00 uur naschools/ sport (max. bezetting van 2½ uur).

o

18:00-23:00 uur sportverenigingen (maximale bezetting van 5 uur).

Voor zaterdagen en zondagen: o

08.30-18.00 uur bezetting overdag (maximale bezetting 9½ uur).

o

18.00-23.00 uur bezetting avond (maximale bezetting 5 uur).

De bezettingsgraden zijn berekend door de gebruiksuren per week te delen door het maximaal aantal beschikbare uren. Voor de bezetting van de accommodaties met meerdere zaaldelen is gerekend met zaaldeeluren. Dit betekent dat één uur gebruik van één zaaldeel (1/3 zaal) voor 0,33 klokuur wordt meegeteld. De in de volgende overzichten gehanteerde kleuren staan daarbij voor de volgende, op landelijke referenties gebaseerde, waarderingen: Groen staat voor een goede bezetting (65% of meer); Oranje staat voor een redelijke bezetting (41%-65%); Rood staat voor een minimale tot beperkte bezetting (40% of minder).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=cf42e0b8-3053-4e7a-9ea6-6d61c6cf76df