CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Subsidie- en Accommodatiebeleid 2026-2031

Commissievergadering 30 oktober 2025, gemeente VughtBij agendapunt: Subsidie- en accommodatiebeleid 2026-203121.542 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Subsidie- en Accommodatiebeleid 2026 – 2031 Gemeente Vught

1 oktober 2025

Samenvatting Inleiding en context De gemeente Vught beschikt over een breed en gevarieerd aanbod aan accommodaties en verstrekt jaarlijks circa € 5,4 miljoen aan subsidies. De gemeente beschikt nog niet over een maatschappelijk accommodatiebeleid en heeft een subsidiebeleid dat herijkt dient te worden. In 2021 is de “startnotitie subsidie- en accommodatiebeleid” opgesteld met kaders en uitgangspunten voor de ontwikkeling van maatschappelijk accommodatiebeleid en de herijking van subsidiebeleid in samenhang. Deze kaders en uitgangspunten zijn uitgewerkt in het voorliggende beleidsplan. Hiermee is een samenhangend en transparant beleid geformuleerd voor de wijze waarop wordt omgegaan met vraagstukken die betrekking hebben op maatschappelijke accommodaties en subsidies. Het beleid sluit aan bij de doelstellingen uit het coalitieakkoord Een nieuwe start, de overige van toepassing zijnde beleidsdocumenten van de gemeente Vught en de relevante lokale en landelijke ontwikkelingen. Bij het ontwikkelen van het beleidsplan is sprake geweest van een brede participatie van subsidieontvangers, exploitanten en gebruikers van maatschappelijke accommodaties en andere stakeholders.. Uitgangspunten accommodatiebeleid Het ontwikkelde accommodatiebeleid is opgebouwd uit vier onderdelen.

Op basis van de bevindingen uit de uitgevoerde inventarisatie en analyse en in samenspraak tussen de gemeente en de maatschappelijke organisaties zijn deze onderdelen uitgewerkt. Per onderdeel wordt deze uitwerking hier op hoofdlijnen weergegeven. 1. Optimalisatie van de vraag – aanbodverhouding Het huidige aanbod van binnensportaccommodaties verhoudt zich overwegend goed tot de vraag. Knelpunten doen zich slechts incidenteel voor. Bij toekomstige capaciteitsvraagstukken voor de binnensport is de onderwijsbehoefte leidend, de wensen en behoeften van sportverenigingen worden daarna bij de afwegingen betrokken. Geclusterde multifunctionele voorzieningen zoals een sporthal genieten dan de voorkeur boven twee of drie losse gymzalen. Voor de buitensport zijn er in beperkte mate knelpunten geconstateerd. Voor afwegingen met betrekking tot de buitensportcapaciteit worden de normen van sportbonden als richtlijn gehanteerd. Oplossingen voor eventuele capaciteitstekorten worden in eerste instantie gezocht bij accommodaties van verenigingen in dezelfde kern. Het huidige aanbod van multifunctionele accommodaties vormt een goede basis voor de toekomst. Aandachtpunt is met name de opslagruimte.

Bij toekomstige verzoeken voor gemeentelijke ondersteuning bij maatschappelijke accommodatievraagstukken hanteert de gemeente een afwegingskader waarin maatschappelijk rendement, multifunctionaliteit en (financiële) toekomstbestendigheid centraal staan. Het gebruik van de accommodaties dient bij te dragen aan de realisatie van gemeentelijke inhoudelijke beleidsdoelstellingen. Uitgangspunt is multifunctioneel en divers/inclusief gebruik van maatschappelijke accommodaties. Combinaties van activiteiten die onderlinge samenhang vertonen en synergievoordelen opleveren heeft de voorkeur. 2. Clustering en spreiding De gemeente Vught beschikt over een breed en gevarieerd aanbod aan maatschappelijke accommodaties met een goede spreiding over de kernen. Ook in de toekomstige situatie dient Iedere kern minimaal te beschikken over een brede welzijnsvoorziening (met in ieder geval de focus op de doelgroepen jongeren en senioren) en een binnensportaccommodatie. Er is verder sprake van een fijnmazig netwerk van ontmoetingsplekken (wijk- en dorpspunten). Voorzieningen met een kernoverstijgend karakter zijn gesitueerd in de kern waar de behoefte het grootst is. Clustering van voorzieningen wordt nagestreefd waar dit efficiëntie en samenwerking bevordert zonder dat sprake is van een (onacceptabel) verlies van identiteit of gebruiksintensiteit van de oorspronkelijke voorzieningen.

2

3. Exploitatie, eigendom en financiële afspraken De maatschappelijke accommodaties worden vrijwel allemaal geëxploiteerd door maatschappelijke organisaties. Uitzondering vormen de binnensportaccommodaties waar sprake is van een gemeentelijke exploitatie. Uitgangspunt is continuering van deze situatie waarbij er sprake dient te zijn van realistische verwachtingen met betrekking tot de belastbaarheid van vrijwilligers. De gemeente wil met de inrichting van een helpdesk tegemoet komen aan de bij maatschappelijke organisaties aanwezige behoefte aan ondersteuning en facilitering vanuit de gemeentelijke organisatie. Er wordt maatschappelijk tarievenbeleid ontwikkeld voor de beschikbaarstelling van maatschappelijke accommodaties aan maatschappelijke gebruikers. Binnen dit beleid wordt duidelijkheid gecreëerd over de hoogte van de maatschappelijke tarieven, de organisaties waarvoor dit tarief geldt en de accommodaties die deze tarieven dienen te hanteren. Bij het ontwikkelen van het maatschappelijke tarievenbeleid wordt een directe relatie gelegd met het herijkte subsidiebeleid. Ook worden nieuwe overeenkomsten opgesteld tussen de gemeente en de exploitanten van de maatschappelijke accommodaties.

Aan de overeenkomsten worden waar van toepassing realistische financiële bijdragen verbonden waarbij een directe relatie wordt gelegd met (onder meer) de door de exploitanten te hanteren maatschappelijke tarieven, de aard en omvang van de opdracht en een goede balans tussen de inzet van vrijwilligers en professionele medewerkers. De maatschappelijke accommodaties zijn in de meeste gevallen in eigendom van de gemeente Vught maar ook is een substantieel deel van het accommodatiebestand in eigendom van derden. De bestaande eigendomssituatie wordt in principe gehandhaafd. De gemeente draagt zorg voor Meerjaren Onderhoudsplanningen voor de accommodaties die in gemeentelijk eigendom zijn, neemt de corresponderende budgetten op in de begroting en stelt richtlijnen op voor de uitvoering van het onderhoud. Er wordt daarbij ingezet op het minder persoonsafhankelijk maken van het accommodatiebeheer. Voor de accommodaties die geen gemeentelijk eigendom zijn maar wel een maatschappelijke functie hebben kunnen onderhoudsbudgetten beschikbaar worden gesteld in de vorm van subsidies. De besteding van deze middelen door de exploitant wordt vanuit de gemeente gemonitord. 4. Duurzaamheid en toegankelijkheid In 2030 dienen alle gemeentelijke gebouwen energieneutraal te zijn. Maatregelen worden zoveel mogelijk gecombineerd met gepland onderhoud.

Nieuwe accommodaties worden zoveel mogelijk multifunctioneel en flexibel inzetbaar en voldoen aan eisen van toegankelijkheid. Het beleid op dit gebied is verder vastgelegd in verschillende gemeentelijke beleidsdocumenten. Vanzelfsprekend wordt hier vanuit het accommodatiebeleid bij aangesloten. Voor niet-gemeentelijke accommodaties ontwikkelt de gemeente instrumenten om toegankelijkheid en verduurzaming te faciliteren. Subsidiebeleid Het subsidiebeleid wordt herijkt met als kerndoel een rechtmatige, doeltreffende en doelmatige verstrekking van middelen. Op basis van de bestaande beleidsuitgangspunten en op basis van de input vanuit de ambtelijke projectgroep en de maatschappelijke organisaties worden de volgende kaders voorgesteld. Gesubsidieerde activiteiten en voorzieningen zijn in het belang van alle inwoners van Vught. Het subsidiebeleid richt zich in eerste instantie op Vughtse organisaties die zich inzetten voor de inwoners van Vught. De gemeente subsidieert activiteiten die aansluiten bij gemeentelijke beleidsdoelen. Het subsidiebeleid legt de spelregels vast, de inhoudelijke beleidsdoelen worden per beleidsdomein door de raad vastgesteld. Meerjarige subsidieafspraken Waar mogelijk worden zo veel mogelijk meerjarige subsidieafspraken gemaakt op basis van de vastgestelde beleidskaders. Daarbij blijft aandacht voor de actualiteit.

Binnen de meerjarige beleidskaders is de wijze van verantwoording zoveel mogelijk eenduidig, maar wel afhankelijk van de hoogte van de subsidie, de complexiteit van de dienstverlening en/of de activiteiten en de gestelde beleidsdoelen.

3

Financiën Subsidies worden verstrekt voor activiteiten. Als de activiteiten niet uitgevoerd worden, kan het college de subsidie terugvorderen. Als activiteiten uitgevoerd zijn en er budget overblijft, dan kan dit gereserveerd worden in een egalisatiereserve. Subsidies worden conform de Kadernota in principe geïndexeerd. Procedures Aanvragen voor subsidies worden beoordeeld op doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid. Een toe- of afwijzing van een subsidie wordt inhoudelijk toegelicht door de gemeente. De gemeente is daarnaast transparant wie allemaal een subsidie ontvangen via het subsidieregister. Zowel voor de aanvragen als voor de verantwoording wordt zoveel mogelijk gewerkt met gestandaardiseerde formats. De wijze van verantwoording van subsidies sluit aan op de hoogte van de subsidie, waarbij beperkte subsidie (< € 5.000) direct worden vastgesteld, subsidies tot € 50.000 inhoudelijk verantwoord worden en subsidies > € 50.000 inhoudelijk en financieel verantwoord worden. Incidentele subsidies tot € 50.000 worden vastgesteld door het college. De gemeente communiceert proactief richting maatschappelijke organisaties over subsidiemogelijkheden of nieuwe subsidies. Rol van de gemeente en transparantie over kosten De gemeente Vught ontwikkelt de formats voor de aanvragen en de verantwoording.

De gemeente Vught ondersteunt daarnaast subsidieaanvragers waar mogelijk bij de aanvragen. Daarnaast inventariseert de gemeente Vught waar van toepassing wat de kosten zijn voor subsidieontvangers (belastingen, leges) en wordt de kostprijs van maatschappelijke accommodaties in beeld gebracht. Samenhang en implementatie Het subsidie- en accommodatiebeleid zijn nauw verweven. Maatschappelijke accommodaties vormen de fysieke basis, subsidies de financiële stimulans. Gezamenlijk dragen zij bij aan de realisatie van de maatschappelijke doelstellingen van de gemeente Vught. Bij het formuleren van de uitgangspunten met betrekking tot accommodatiebeleid en subsidiebeleid is in alle gevallen zorggedragen voor waarborging van de samenhang. In het beleidsplan is ook een separate beschouwing opgenomen met betrekking tot deze samenhang die zich in sterke mate voordoet bij afwegingen over bijdragen aan maatschappelijke initiatieven voor nieuwe accommodaties, het invoeren van een maatschappelijk tarievenbeleid en het bepalen van passende gemeentelijke bijdragen in de exploitatie van maatschappelijke accommodaties. Voor de implementatie van het subsidie- en accommodatiebeleid is een stappenplan voor het vervolg (vanaf 2026) uitgewerkt.

4

Inhoudsopgave Samenvatting

2

1.

Inleiding

6

1.1

Aanleiding en context

6

1.2

De beleidsontwikkeling

6

1.3

Het doorlopen proces en de participatie

6

1.4

Leeswijzer

7

2.

De huidige situatie

8

2.1

Afbakening

8

2.2

Spreiding

9

2.3

Bezettingsanalyse

9

3.

Input voor het te ontwikkelen beleid

12

3.1

Contouren van het beleid

12

3.2

Landelijke trends en ontwikkelingen

13

3.3

Lokale situatie en ontwikkelingen

14

3.4

Beleidsmatige input

15

3.5

Participatie

16

4.

Uitgangspunten accommodatiebeleid

19

4.1

Onderdeel 1: De vraag-aanbodverhouding wordt geoptimaliseerd

19

4.2

Onderdeel 2: Clustering waar mogelijk, spreiding waar nodig

20

4.3

Onderdeel 3: Optimaliseren exploitatie en eigendom met transparante financiële afspraken

21

4.4

Onderdeel 4: De ambitie is een zo duurzaam en toegankelijk mogelijk accommodatiebestand

23

5.

Uitgangspunten subsidiebeleid

24

5.1

Belangrijkste bevindingen uit de inventarisatie

24

5.2

Kerndoel subsidies

24

5.3

Uitgangspunten voor het subsidiebeleid

25

5.4

Kaders voor het subsidiebeleid

25

5.5

Uitwerking

27

6.

Samenhang en implementatie

28

6.1

Samenhang subsidie- en accommodatiebeleid

28

6.2

Implementatie van het beleid

29

Bijlage 1 Accommodaties binnen beleidsscope

31

Bijlage 2 Situering van de accommodaties

33

Bijlage 3 Bezetting binnen- en buitensportaccommodaties

37

Bijlage 4 Relevante bepalingen flankerend beleid

40

5

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en context

De gemeente Vught beschikt op dit moment nog niet over een beleid voor de wijze waarop wordt omgegaan met maatschappelijke accommodaties. Dit blijkt door diverse intern en extern geconsulteerde partijen als een gemis te worden ervaren. Zo is er slechts beperkt zicht op de vraag-aanbod verhouding, is er sprake van onduidelijkheid over de verdeling van taken en verantwoordelijkheden en is er met name ook een gebrek aan transparantie over de geldstromen rond de maatschappelijke accommodaties. Bij deze geldstromen gaat het met name om subsidies, exploitatiebijdragen, onderhoudskosten en investeringen. Het bestaande subsidiebeleid is in basis voldoende om subsidies te verstrekken, maar moet geoptimaliseerd worden. Om deze reden is er voor gekozen om maatschappelijk accommodatiebeleid te ontwikkelen dat dient te leiden tot een transparante en beleidsmatige omgang met het maatschappelijke vastgoed binnen de gemeente Vught. Daarnaast moet het bestaande subsidiebeleid herijkt worden. De gemeente Vught heeft in het coalitieakkoord “Een nieuwe start” haar visie verwoord op de wijze waarop zij voor de periode 2021-2026 haar maatschappelijke (beleids)doelstellingen wenst te realiseren. Hierbij wordt met name ingegaan op de instrumenten subsidiebeleid en maatschappelijk accommodatiebeleid die hieraan in samenhang een belangrijke bijdrage kunnen leveren.

In de tweede helft van 2022 is een startnotitie ontwikkeld voor het subsidie- en accommodatiebeleid. De ontwikkeling van deze startnotitie heeft op interactieve wijze plaatsgevonden waarbij zowel subsidieontvangers als exploitanten van (eigen of gemeentelijke) maatschappelijke accommodaties door middel van interviews en inloopavonden zijn geconsulteerd. De startnotitie beschrijft de kaders en uitgangspunten voor de verdere uitwerking van het subsidie- en accommodatiebeleid. In november 2022 is de startnotitie ter opinievorming aan de raadscommissie aangeboden. Hierbij is afgesproken dat vanaf 2023, met de startnotitie als richtlijn, de ontwikkeling van het accommodatiebeleid en de herijking van het subsidiebeleid plaats zullen vinden. De voorliggende beleidsnotitie vormt de weerslag van deze ontwikkeling.

1.2

De beleidsontwikkeling

De gemeente wil komen tot een samenhangend maatschappelijk accommodatiebeleid dat aansluit op het herijkte subsidiebeleid. Daarbij is het gewenst om inzicht te verwerven in het huidige aanbod van accommodaties en de behoeften en om heldere uitgangspunten te formuleren voor toekomstig beleid. Er is expliciet gekozen voor een transparant en integraal proces, waarin maatschappelijke accommodaties en subsidies niet worden beschouwd als doel maar als middel om beleidsdoelstellingen op het gebied van onder andere welzijn, sport en cultuur te realiseren. Deze beleidsnotitie beschrijft de kaders en uitgangspunten van het subsidie- en accommodatiebeleid. In een vervolgtraject worden op basis hiervan een uitvoeringsprogramma voor het beleid met betrekking tot de maatschappelijke accommodaties (inclusief financiële doorrekening), een subsidieverordening en subsidieregelingen opgesteld.

1.3

Het doorlopen proces en de participatie

De gemeente Vught staat voor een zorgvuldige participatie met haar inwoners en haar maatschappelijke partners. Zeker bij beleidsontwikkelingen wordt dit van groot belang geacht. Participatie 2021 In 2021 is een eerste analyse gemaakt van de status van het subsidiebeleid en het accommodatiebeleid. Daarbij is deskresearch gedaan naar bestaande beleidsstukken, subsidieregelingen en subsidieprocedures en zijn gesprekken gevoerd met ambtelijke en bestuurlijke vertegenwoordigers van de gemeente Vught en met ongeveer 50 maatschappelijke organisaties, waaronder beheerders van maatschappelijke accommodaties en organisaties die een gemeentelijke subsidie ontvangen. Verder heeft destijds een aantal inloopavonden plaatsgevonden. De resultaten uit de gesprekken en de bijeenkomsten in 2021 – 2022 zijn bij de beleidsontwikkeling in 2025 vanzelfsprekend gebruikt. Er is echter ook geconstateerd dat de wereld de afgelopen jaren is veranderd en dat actualisatie van de bevindingen 6

uit 2021 – 2022 en een inventarisatie van nieuwe inzichten en ideeën noodzakelijk zijn. Bij de invulling van de participatie in 2025 is deze constatering dan ook leidend geweest. Participatie 2025 Ambtelijke en bestuurlijke afstemming Voor het accommodatiebeleid en de herijking van het subsidiebeleid is een gemeentelijke projectgroep opgericht voor de begeleiding, waarbij uitgesplitst naar accommodatiebeleid en subsidiebeleid geadviseerd is. De projectgroep kende een brede samenstelling vanuit de disciplines Sport, Cultuur, Welzijn, Subsidies (beleid en uitvoering), Armoedebeleid, Financiën en Control, Juridische Zaken en Vastgoed. Met vrijwel alle beleidsadviseurs zijn ook individuele gesprekken gevoerd. Bestuurlijk is afgestemd met de portefeuillehouder accommodatiebeleid. Later zijn ook de portefeuillehouders Woningbouwontwikkeling en Sport betrokken en geconsulteerd tijdens het proces. Externe bijeenkomsten Voor het accommodatiebeleid zijn vertegenwoordigers van exploitanten en gebruikers van de maatschappelijke accommodaties uitgenodigd voor twee sessies: een informatieve startbijeenkomst en een interactieve vervolgbijeenkomst. De twee bijeenkomsten zijn georganiseerd in zowel de kernen Vught en Helvoirt in mei en juni 2025. Deze bijeenkomsten zijn allebei goed bezocht waardoor waardevolle input is verzameld voor de beleidsontwikkeling.

Organisaties die verhinderd waren voor de bijeenkomsten, konden per e-mail input leveren. Voor de herijking van het subsidiebeleid is in juni 2025 één bijeenkomst georganiseerd voor alle ontvangers van een gemeentelijke subsidie. De bijeenkomst is drukbezocht en heeft eveneens geleid tot waardevolle input. Ook hier konden organisaties die verhinderd waren per e-mail input leveren. Eind september 2025 heeft richting alle maatschappelijke organisaties die betrokken zijn bij het accommodatie- of subsidiebeleid een plenaire terugkoppeling plaatsgevonden. Tijdens de terugkoppeling zijn de resultaten teruggekoppeld, is aangegeven hoe de input van de organisaties verwerkt is in het beleidsdocument. En als input niet verwerkt is, waarom dit niet gebeurd is. Een verslag van deze bijeenkomst is als oplegnotitie bij het raadsvoorstel voor de vaststelling van het subsidie- en accommodatiebeleid toegevoegd. Individuele gesprekken Er zijn in mei en juni 2025 individuele gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van vijf grote multifunctionele maatschappelijke accommodaties in de gemeente Vught (DePetrus, HelvoirThuis, De Rode Rik, D’n Inbreng en Jeugd- en Jongerencentrum Elzenburg) en de uitvoeringsorganisatie voor het sportbeleid Stichting MOVE.

Informatie richting gemeenteraad Raadsleden zijn uitgenodigd om als toehoorder aanwezig te zijn bij alle bijeenkomsten (accommodatiebeleid en subsidiebeleid). Ook voor de plenaire terugkoppeling eind september zijn de raadsleden uitgenodigd.

1.4

Leeswijzer

Deze beleidsnota heeft een compact en overzichtelijk karakter. Na dit inleidende hoofdstuk komen in de achtereenvolgende hoofdstukken een aantal onderwerpen aan de orde: Een schets van de huidige situatie, met een inventarisatie van de maatschappelijke accommodaties en het subsidiebeleid (hoofdstuk 2). De uitgevoerde omgevingsanalyse op de onderdelen trends en ontwikkelingen en contouren (hoofdstuk 3). Het beleidskader en de beleidsuitgangspunten voor het nieuw ontwikkelde accommodatiebeleid (hoofdstuk 4). De beleidskaders en uitgangspunten voor het herijkte subsidiebeleid (hoofdstuk 5). De verbinding tussen het accommodatiebeleid en het subsidiebeleid en een vooruitblik op de implementatie- en transitieopgave waar de gemeente en de stakeholders voor staan (hoofdstuk 6).

7

2.

De huidige situatie

In dit hoofdstuk worden de scope van accommodaties waarop het maatschappelijk accommodatiebeleid betrekking heeft afgebakend (paragraaf 2.1) en wordt de bestaande situatie met betrekking tot de maatschappelijke accommodaties en het vigerende subsidiebeleid beschreven (paragraaf 2.2). In paragraaf 2.4 wordt kort ingegaan op de spreiding van de maatschappelijke accommodatie over de gemeente Vught en de afzonderlijke kernen. Voor de maatschappelijke accommodaties waarvoor dit relevantie heeft wordt in paragraaf 2.4 een bezettingsanalyse uitgevoerd.

2.1

Afbakening

Accommodatiebeleid De definitie voor de scope van het accommodatiebestand waarop het maatschappelijk accommodatiebeleid betrekking heeft, is als volgt: Het maatschappelijke accommodatiebeleid heeft betrekking op accommodaties waarin maatschappelijke activiteiten plaatsvinden èn waarbij sprake is van een financiële relatie tussen de gemeente Vught en de exploitant/hoofdhuurder van de betreffende accommodatie. Dit betekent derhalve dat de eigendomssituatie zoals die van toepassing is op een bepaalde accommodatie niet bepalend is of een accommodatie onder het maatschappelijk accommodatiebeleid valt. Indien een gemeente bij een accommodatie het groot onderhoud uitvoert (bijvoorbeeld vanuit haar eigenaarsrol) wordt dit gerekend als “financiële bijdrage” waarmee de accommodatie, op voorwaarde dat er ook maatschappelijk activiteiten in plaats vinden, een plek krijgt binnen het maatschappelijk accommodatiebeleid. Het beleid heeft met name betrekking op sportaccommodaties, wijk- en dorpspunten, sociaal-culturele centra en (multifunctionele) welzijnsaccommodaties, De onderwijsaccommodaties maken geen onderdeel uit van het maatschappelijke accommodatiebeleid. Hiervoor is binnen de gemeente Vught separaat beleid ontwikkeld door middel van het Integraal Huisvestingsplan onderwijs en opvang.

Op basis van de hiervoor beschreven definitie is door de gemeente een lijst opgesteld van accommodaties waarop het maatschappelijke accommodatiebeleid betrekking heeft (bijlage 1). Er is derhalve sprake van een groot aantal maatschappelijke accommodaties. Dit zijn met name binnensportaccommodaties, buitensportaccommodaties, brede welzijnsaccommodaties, wijk- en dorpspunten en accommodaties zoals scoutinggebouwen en welzijnsaccommodaties met een specifieke bestemming (bijvoorbeeld gilden, muziek of museum). Uiteraard vinden er ook maatschappelijke activiteiten plaats in accommodaties die buiten het bereik van het maatschappelijk accommodatiebeleid vallen en in de openbare ruimte. Subsidiebeleid Subsidies zijn ondersteunend aan het gemeentelijk beleid. Uit het subsidieregister 1 komt naar voren dat in 2025 ongeveer € 5,4 miljoen aan subsidies zijn toegekend. Het subsidieregister is openbaar toegankelijk waarmee transparant is hoeveel subsidie jaarlijks verstrekt wordt aan initiatieven. Er is een groot aantal subsidieontvangers (meer dan 140 in 2025) en een grote diversiteit. Het merendeel van de subsidies wordt verstrekt aan maatschappelijke organisaties (accommodaties en instellingen) op het gebied van cultuur, jeugd, sport en welzijn.

Een deel van de subsidies heeft betrekking op volksgezondheid, educatie, minima of klimaatadaptatie/verduurzaming en in enkele gevallen worden ook aan natuurlijke personen subsidies verstrekt. Op dit moment zijn er in de praktijk de volgende subsidieregelingen: de budgetsubsidie (ongeveer € 4,2 miljoen), de budgetbasissubsidie (€ 825.000), de stimuleringssubsidie (€ 380.000) en de projectsubsidie (ongeveer € 15.000). Verder zijn er incidentele subsidies (tot € 20.000,- mandaat raad aan college). De grootste subsidiebedragen worden via een budgetsubsidie verstrekt, de kleinere bedragen via projectsubsidies of stimuleringssubsidies.

1

https://vught.nl/toegekende-subsidies#section-1074

8

2.2

Spreiding

In bijlage 2 is op een aantal plattegronden de situering van de accommodaties binnen de gemeente Vught en binnen de afzonderlijke kernen weergegeven. Op basis van deze plattegronden kan worden geconcludeerd dat sprake van een ruim en gevarieerd aanbod dat op een goede wijze is verspreid over de gemeente. Logischerwijs bevindt het grootste deel van de accommodaties zich in de grootste kern Vught. Ook de kleinste kern Cromvoirt beschikt evenwel over een dorpshuis, een binnensportaccommodatie, een scouting en een accommodatie voor orkest/koor.

2.3

Bezettingsanalyse

De gemeente Vught speelt slechts een beperkte rol bij de verhuur en de beschikbaarstelling van de maatschappelijke accommodaties waarop het accommodatiebeleid betrekking heeft. De gemeente verzorgt feitelijk uitsluitend de verhuur van de binnensportaccommodaties. Dit gebeurt door middel van het Aqqo-systeem dat informatie bevat over de bezetting van de verschillende (sport)accommodaties. In het Aqqo-systeem is ook informatie beschikbaar over de verhuur van de multifunctionele ruimten van jeugd- en jongerencentrum Elzenburg. Daarnaast rapporteert Elzenburg in de tussenrapportage en het jaarverslag over de bezettingsgraad en de huurders. Elzenburg levert daarnaast gedetailleerde informatie aan als de gemeente daarom vraagt. Voor de accommodaties die in gemeentelijk eigendom zijn en waarvan de verhuur niet plaats vindt binnen het Aqqo-systeem is geen zicht op het gebruik. Ook voor de accommodaties die niet in gemeentelijk eigendom zijn, heeft de gemeente geen inzicht in het gebruik en de bezetting van de verschillende verhuurbare ruimten. In de subparagrafen wordt een beknopte bezettingsanalyse gepresenteerd voor achtereenvolgens de binnensportaccommodaties (sporthallen, sportzalen en gymzalen), de buitensportaccommodaties en de multifunctionele welzijnsaccommodaties. 2.3.1

Binnensport

De gemeente Vught beschikt over één sporthal, drie sportzalen en vier gymzalen. In bijlage 3 is een toelichting opgenomen van de verschillende type binnensportvoorzieningen, de wijze waarop de bezetting van binnen- en buitensportvoorzieningen berekend wordt en een tabelmatige presentatie van de resultaten van de capaciteitsanalyse. De capaciteitsanalyse voor de binnensport laat zien dat de bezetting op de verschillende tijdsblokken in de meeste gevallen niet hoog is. Dit met uitzondering van de Martinihal in de wintermaanden (het hoogseizoen). Belangrijke conclusie is dat er voldoende capaciteit is voor bewegingsonderwijs: het aanbieden van bewegingsonderwijs is een wettelijke verplichting. Opvallend is dat de gemeente Vught slechts beschikt over één volwaardige sporthal. Op een inwonersaantal van ongeveer 33.000 is dit beperkt (als globale vuistregel wordt wel één sporthal per 12.500 tot 17.500 inwoners gehanteerd). Er zijn echter geen signalen dat hierdoor sprake is van grote knelpunten bij de binnensportverenigingen (dit is ook expliciet door MOVE, die veel contacten hebben met de verenigingen, bevestigd). Wel wijkt MOP voor zaalhockey (dat uitsluitend plaats vindt tijdens de wintermaanden) uit naar sporthallen buiten de gemeente Vught. Vermoedelijk zijn zaalsporten in Vught minder populair dan buitensporten (ten opzichte van het landelijk gemiddelde). 2.3.2

Buitensport

De gemeente Vught beschikt over drie voetbalverenigingen op drie afzonderlijke sportcomplexen. Daarnaast zijn er een hockeyvereniging met een eigen sportcomplex, vier tennisverenigingen (met ieder een eigen sportcomplex) en een atletiek- en gymnastiekvereniging. In deze paragraaf wordt de capaciteitsanalyse gepresenteerd voor de buitensporten voetbal, hockey en tennis. In bijlage 3 is een toelichting opgenomen van de wijze van berekening van de capaciteit en het gebruik van de buitensporten voetbal, hockey en tennis. De overige buitensport beschikken over specifieke accommodaties waarvoor het niet mogelijk is om een capaciteitsanalyse uit te voeren. Voetbal In de volgende tabellen is de verhouding tussen beschikbare capaciteit en behoefte aan wedstrijd- en trainingsvelden voetbal opgenomen.

9

wedstrijdcapaciteit Real Lunet VV Helvoirt Zwaluw VFC totaal gemeente

beschikbare capaciteit

behoefte

velden uren per kunstgras natuurgras week 1,00 1,00 15,00 1,00 1,00 15,00 3,00 4,00 52,50 5,00 6,00 82,50

uren per week 4,25 9,62 52,07 65,94

saldo uren per week 10,75 5,38 0,43 16,56

velden 1,43 0,72 0,06 2,21

Toelichting: Uit bovenstaande tabel blijkt dat de verenigingen over voldoende capaciteit beschikken om hun wedstrijden te spelen. Gemeentebreed is sprake van een overcapaciteit van ruim 2 wedstrijdvelden. Met name Real Lunet zit ruim in haar jasje met een overcapaciteit van 1,43 wedstrijdveld. Zwaluw VFC heeft volgens de richtlijn precies genoeg capaciteit voor het spelen van haar wedstrijden. Op het moment dat de vereniging gaat groeien, zou met efficiënter plannen van wedstrijden extra capaciteit gecreëerd kunnen worden. De vereniging beschikt over 3 verlichte kunstgrasvelden waarop wedstrijden langer door gepland kunnen worden.

beschikbare capaciteit velden uren per trainingscapaciteit kunstgras natuurgras jaar Real Lunet 1,00 0,50 1.230 VV Helvoirt 1,25 1,00 1.800 Zwaluw VFC 3,00 0,00 2.160 totaal gemeente 5,25 1,50 5.190

behoefte

saldo

uren per jaar 413 919 2.890 4.222

uren per jaar 817 881 -730 968

Toelichting: Zoals de bovenstaande tabel laat zien beschikken Real Lunet en VV Helvoirt beiden over ruim voldoende trainingscapaciteit. Zwaluw VFC kampt met een tekort van 730 uur per jaar op basis van de richtlijn. In de praktijk zal dit tekort iets lager liggen vanwege het feit dat de vereniging wordt gezien als zaterdagvereniging omdat minder dan 20% van de teams op zondag speelt. Desalniettemin laat de website van de vereniging zien dat er ook op vrijdag wordt getraind. Als deze avond wordt meegenomen in de capaciteitsberekening dan neemt de beschikbare trainingscapaciteit toe met 480 uur per jaar. Daarmee is nog steeds sprake van een tekort van 250 trainingsuren per jaar, oftewel 6,25 uur per week. Tenslotte dient met betrekking tot Zwaluw VFC te worden opgemerkt dat de cricketafdeling van MOP op momenten gebruik maakt van twee velden van de voetbalvereniging. Dit zorgt voor een grotere druk op de beschikbare capaciteit in relatie tot de behoefte vanuit de voetbalvereniging. Hockey In de volgende tabel is de capaciteitsanalyse van hockeyvereniging MOP uitgewerkt. aanbod velden - waterveld - semi-waterveld - zandveld

richtlijn 1,0 2,0 1,0

totaal

4,0

normteams per veld normteams drukste speeldag veldbehoefte

9,0 37,3 4,14

saldo

-0,14

KNHB actueel 60% thuisspelend speelronden/veld - zand - (semi-)water capaciteit

saldo

22,4 7,0 6,0 25

2,65

10

Toelichting: Op basis van de richtlijn heeft MOP een tekort van 0,14 veld. De richtlijn heeft als uitgangspunt dat bij een tekort groter dan 0,25 behoefte is aan een extra veld. Dit is bij MOP niet het geval. Ook de praktische tool laat zien dat MOP met het huidige aantal teams over voldoende capaciteit beschikt. Bij groei van de vereniging kunnen wel knelpunten gaan ontstaan. Tennis De ledenaantallen voor de verenigingen in Vught zijn afkomstig van de website van de tennisbond (KNLTB). Dat leidt op basis van richtlijnen die de KNLTB hanteert tot de volgende verhouding tussen beschikbare banen en behoefte aan tennisbanen (op basis van de ledenaantallen).

vereniging

aantal banen aantal spelende leden baanbehoefte

saldo

TV Woburnpark TV Helvoirt TV Bergenshuizen TV Wolfsbosch

6 7 10 11

160 344 1.219 1.112

1,78 3,82 13,54 12,36

4,22 3,18 -3,54 -1,36

totaal gemeente

34

2.835

31,5

2,50

Toelichting: Voor tennis dienen de richtlijnen voor capaciteitsanalyses met de nodige terughoudendheid te worden gehanteerd. De behoefte is sterk afhankelijk van het karakter van de betreffende vereniging. Bovenstaande tabel laat zien dat er op basis van de richtlijnen sprake is van een overall overschot aan banen binnen de gemeente Vught. Volgens de richtlijn is bij TV Woburnpark en TV Helvoirt sprake van ruim voldoende capaciteit en is bij de andere twee verenigingen sprake van een rekenkundig tekort2. Omdat niet met zekerheid te zeggen is of van de juiste ledenaantallen gebruik gemaakt wordt, is niet duidelijk of de overcapaciteit in de praktijk ook geldt. Ook is niet bekend of de verenigingen die volgens de richtlijn een tekort aan banen hebben in de praktijk ook daadwerkelijk een tekort ervaren. Vooralsnog bestaat voor padel geen separate richtlijn. 2.3.3

Multifunctionele welzijnsaccommodaties

De multifunctionele welzijnsaccommodaties worden niet door de gemeente Vught geëxploiteerd en/of verhuurd. De gemeente heeft daardoor voor de meeste van deze accommodaties geen gedetailleerd inzicht in het gebruik en de bezetting3. Er zijn gesprekken gevoerd met de exploitanten van de grotere welzijnsaccommodaties (zie ook paragraaf 3.4.3) en door hen zijn overzichten van het gebruik verstrekt. Deze overzichten hebben vooral een indicatief karakter van het gebruik. In de individuele gesprekken is in algemene zin aangegeven dat er sprake was van een “goed gebruik”, maar dat er geen sprake was van capaciteitstekort. Wel werd in een aantal gevallen aandacht gevraagd voor het gebrek aan opslagruimte. Er is geen gedetailleerd zicht op het gebruik van de wijk- en dorpspunten, wel is informatie op hoofdlijnen beschikbaar. Ontwikkelingen Ten tijde van het opstellen van deze beleidsnotitie was sprake van twee ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de verhouding tussen de benodigde en de beschikbare capaciteit binnen multifunctionele welzijnsaccommodaties. Cultureel Centrum De Speeldoos: in juli 2025 is de gemeenteraad akkoord gegaan met een voorstel om De Speeldoos over te nemen en te investeren in herontwikkeling van de locatie of renovatie van het huidige gebouw. Daarnaast neemt de gemeente de exploitatie over.

Daarmee is de continuïteit van de huisvesting van een groot aantal maatschappelijke organisaties gewaarborgd, zowel voor de korte termijn als voor de langere termijn. De huur van Welzijn Vught in DePetrus is per 1 april 2026 opgezegd. Welzijn Vught zoekt vervangende huisvesting voor kantoorruimten, spreekruimten en een vergaderzaal op een locatie binnen de gemeente Vught. Daarbij moet sprake zijn van verbinding met andere maatschappelijke organisaties. Deze huisvesting is op dit moment nog niet gevonden. 2

De mogelijkheid is aanwezig dat de banen waar TV Woburnpark momenteel gebruik van maakt vervallen. Indien dit daadwerkelijk het geval is zal dit resulteren in een overall normatief tekort van tennisbanen in de gemeente Vught. 3 Voor Elzenburg is wel informatie beschikbaar over de bezetting en de huurders (waarover gerapporteerd wordt in tussenrapportage en het jaarverslag).

11

3.

Input voor het te ontwikkelen beleid

In dit hoofdstuk wordt de context geschetst waarbinnen deze beleidsnota is uitgewerkt. Het gaat hierbij om de belangrijkste beleidsdoelstellingen en uitgangspunten vanuit de beleidskaders van de gemeente Vught (paragraaf 3.1), om relevante landelijke trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op (het gebruik van) de maatschappelijke accommodaties (paragraaf 3.2) en om lokale ontwikkelingen, waaronder demografie (paragraaf 3.3). Daarnaast is in paragraaf 3.4 de input uit de participatietrajecten (bijeenkomsten en gesprekken met maatschappelijke organisaties en ambtenaren) verwerkt.

3.1

Contouren van het beleid

Accommodaties en subsidies worden gezien als middelen om maatschappelijke doelen te bereiken, zoals inclusie, gezondheid, leefbaarheid, duurzaamheid en participatie. Subsidies worden doelgericht ingezet om maatschappelijke impact te vergroten, terwijl accommodaties fungeren als fysieke plekken waar dit beleid tot uitvoering komt. In het coalitieakkoord 2021-2026 is vastgelegd dat er nieuw accommodatiebeleid wordt ontwikkeld dat mensen uitnodigt tot ontmoeting, samenwerking en actieve deelname aan sport, cultuur en het verenigingsleven. Het te herijken subsidiebeleid sluit hier op aan en wordt ingezet als sturingsinstrument voor de maatschappelijke ambities. Binnen het accommodatiebeleid ligt de nadruk op het doelmatig gebruik van gebouwen. Accommodaties moeten zoveel mogelijk gedeeld worden door verschillende doelgroepen. Hoewel de gemeente in veel gevallen eigenaar blijft van de gebouwen, ligt de verantwoordelijkheid voor het gebruik en de resultaten vaak bij ondernemende organisaties. Daarbij wordt uitgegaan van transparantie, een gelijke behandeling van gebruikers en duidelijke prestatieafspraken. Verder wordt gestreefd naar multifunctionele inzet van accommodaties. Denk hierbij aan wijkpunten, buurthuizen, jeugdcentra en sportlocaties die verschillende functies kunnen vervullen.

De spreiding van deze voorzieningen over de verschillende kernen en wijken is belangrijk om bereikbaarheid en sociale samenhang in de gemeente te waarborgen. Toegankelijkheid en inclusie zijn kernwaarden. Nieuwe en gerenoveerde accommodaties moeten toegankelijk zijn voor iedereen, ook voor mensen met een beperking. Gebouwen moeten uitnodigend zijn voor iedereen. Daarnaast wordt veel waarde gehecht aan duurzaamheid (energieneutraal in 2030). Renovatie en nieuwbouw moeten voldoen aan energiezuinige en klimaatbestendige normen en duurzame maatregelen worden zoveel mogelijk gecombineerd met gepland onderhoud. Voor religieus erfgoed, zoals kerken, is ruimte voor herbestemming, zolang dit op een omkeerbare en cultuurhistorisch verantwoorde manier gebeurt. Als deze gebouwen maatschappelijke functies gaan vervullen – bijvoorbeeld op het gebied van cultuur, educatie of ontmoeting – kan de gemeente ondersteuning bieden in de vorm van subsidies. Subsidies staan niet op zichzelf, maar zijn verbonden met sociale, ruimtelijke en economische beleidsambities. Ze worden gebruikt om innovatie te stimuleren, samenwerking te versterken en maatschappelijke impact te vergroten. Daarbij hanteert de gemeente toetsingskaders per beleidsdomein, onder meer gezondheid, jeugd, sport, cultuur, participatie en duurzaamheid.

Bij de beoordeling van subsidieaanvragen kijkt de gemeente niet alleen naar inhoud, maar ook naar de maatschappelijke opbrengst, de betrokkenheid van inwoners, de mate van samenwerking en de bereikbaarheid van het initiatief. De participatieladder is een belangrijk instrument hierbij: hoe actiever inwoners betrokken zijn, hoe hoger de waardering bij de beoordeling. Naast eigen middelen maakt de gemeente ook gebruik van landelijke en Europese subsidies, zoals de SPUKregeling, klimaatfondsen en de SIM-subsidie. Deze externe gelden maken het mogelijk om projecten met maatschappelijke waarde en zichtbare impact te realiseren, bijvoorbeeld op het gebied van sport, gezondheid en duurzaamheid. Verschillende beleidsvelden hebben invloed op het subsidie- en accommodatiebeleid: Binnen het sportbeleid (2024 – 2029) investeert de gemeente uitsluitend in sportvoorzieningen die veilig, passend en goed bereikbaar zijn. Subsidies voor sportverenigingen worden toegekend op basis van onder meer ledenaantallen, inzet van vrijwilligers en geleverde prestaties. Ook wordt het delen van buitensportlocaties met andere partijen, zoals scholen, actief aangemoedigd. In het gezondheidsbeleid "Iedereen gezond" wordt een gezonde leefstijl gestimuleerd via subsidies en een gebiedsgerichte aanpak. Accommodaties spelen hierin een rol als ontmoetingsplek en locatie voor beweging en participatie.

Subsidies zijn beschikbaar voor preventie en initiatieven gericht op kwetsbare groepen.

12

De gemeente ondersteunt culturele organisaties door middel van maatschappelijke huurprijzen en projectsubsidies (cultuurbeleid 2020 – 2023). Accommodaties dragen bij aan de toegankelijkheid en spreiding van culturele activiteiten. Initiatieven voor jeugd, samenwerking of het behoud van erfgoed krijgen hierbij voorrang. Het jeugdbeleid (2023 – 2027) richt zich op veilige en toegankelijke accommodaties voor jongeren, zoals jongerencentra en Jongeren Ontmoetingsplaatsen (de JOP’s). Hier worden subsidies ingezet voor preventie, talentontwikkeling en samenwerking met maatschappelijke partners. De lokale sociale agenda (2023 – 2026) benadrukt het belang van fysieke plekken voor ontmoeting, ondersteuning en participatie. Initiatieven die bijdragen aan inclusie, positieve gezondheid en netwerkversterking komen in aanmerking voor subsidie. Binnen het woonbeleid (2021 – 2025) zijn kleinschalige woonvormen zoals hofjes of woonzorglocaties belangrijk, vooral voor ouderen en kwetsbare doelgroepen. De gemeente stimuleert het hergebruik van bestaand maatschappelijk vastgoed en biedt indien nodig subsidie. Binnen het klimaat- en energiebeleid, dat loopt tot 2030, wordt stevig geïnvesteerd in het verduurzamen van accommodaties. Gemeentelijke middelen en klimaatfondsen worden ingezet voor projecten die maatschappelijke waarde hebben én direct zichtbaar resultaat opleveren.

Het recentelijk ontwikkelde Integraal Huisvestingsplan Onderwijs en Opvang heeft voor wat betreft de benodigde ruimte voor het bewegingsonderwijs raakvlakken met het subsidie- en accommodatiebeleid, ondanks het feit dat de onderwijsaccommodaties buiten de scope van dit beleid vallen. In bijlage 4 is een uitgebreide samenvatting opgenomen van de uitgangspunten uit de verschillende beleidsdocumenten.

3.2

Landelijke trends en ontwikkelingen

De belangrijkste landelijke trends, ontwikkelingen en maatschappelijke uitdagingen die van invloed kunnen zijn op het accommodatie- en subsidiebeleid zijn als volgt. Sociaal-maatschappelijke en sociaaleconomische trends Demografische veranderingen, zoals vergrijzing en migratie, beïnvloeden sportdeelname én het gebruik van maatschappelijke accommodaties zoals gemeenschapshuizen. De kloof tussen hoog- en laagopgeleiden groeit, net als kansenongelijkheid. Gezondheidsproblemen, financiële barrières en gebrek aan toegang blijven drempels voor kwetsbare groepen, waaronder mensen met een beperking. Tegelijk neemt de mobiliteit van mensen toe, wat betekent dat men bereid is om verder te reizen voor vrijetijdsbesteding – al geldt dit minder voor senioren en mensen met een beperking. Vrijetijdsbesteding is meer versnipperd dan vroeger. Mensen ondernemen meer activiteiten in kortere tijd, vaak oppervlakkiger en minder structureel. Dit heeft invloed op het gebruik van maatschappelijke accommodaties. De ‘zapcultuur’ en de opkomst van internet zorgen voor toenemende concurrentie tussen vormen van ontspanning. Collectieve vrijetijdsbesteding heeft het moeilijker; individuele en informele vormen van sport en ontmoeting nemen toe. Dit sluit aan op bijvoorbeeld de groei van bewegen in de openbare ruimte (ten opzichte van georganiseerde sport), zoals wandelen en hardlopen.

Vrijwilligers zijn cruciaal voor verenigingen en maatschappelijke accommodaties. Door individualisering, vergrijzing en afnemende beschikbaarheid van vrije tijd staat de inzet van vrijwilligers onder druk. De motivatie voor vrijwilligerswerk verschuift van plichtsbesef naar persoonlijke interesse. In regio’s met sterke sociale cohesie blijft het vrijwilligerswerk redelijk stabiel, maar ook daar is een afname te verwachten. Tegelijk biedt het zogeheten ‘nieuw collectivisme’ kansen: mensen zoeken opnieuw verbinding in kleine groepen en organisaties waar ze zich thuis voelen. Door het beleid van langdurig zelfstandig wonen (Wmo, WLZ) groeit de behoefte aan voorzieningen in de wijk. Dit legt extra druk op informele netwerken en mantelzorg en zorgt voor extra druk op vrijwilligersinzet, waardoor vrijwilligers mogelijk keuzes moeten maken. Economie, arbeid en ruimtegebruik De overheidsfinanciën staan onder druk, onder andere door inflatie, energiekosten en vergrijzing. Gemeenten moeten daardoor steeds kritischer kijken naar investeringen en het aanbod en de exploitatie van onder meer maatschappelijke accommodaties. 13

Tegelijk is er door de toename van deeltijdbanen en flexwerk meer spreiding in vrijetijdsbesteding, wat leidt tot een voorkeur voor flexibiliteit en individuele activiteiten. De arbeidsmarkt blijft krap en de werkdruk stijgt. Dit leidt tot meer ziekteverzuim, meer aandacht voor mentale gezondheid en het belang van bewegen. Technologie biedt kansen voor nieuw sportaanbod, maar vereist flexibiliteit van aanbieders. Ontwikkelingen op het gebied van maatschappelijke accommodaties Er zijn in Nederland ongeveer 25.000 sportaccommodaties en duizenden gemeenschapshuizen en andersoortige welzijnsaccommodaties. De kwaliteitseisen van gebruikers stijgen. Er is behoefte aan kwalitatief goede voorzieningen, een breed aanbod en professionele dienstverlening. Tegelijk blijft het onderhoud van verouderde accommodaties een aandachtspunt. Clustering van functies in accommodaties is een belangrijke trend. Sportvoorzieningen, welzijnsruimten en ontmoetingsplekken worden steeds vaker gecombineerd. Denk aan een sportkantine die overdag wordt ingezet voor sociale activiteiten. Multifunctionaliteit verhoogt het gebruiksrendement, verlaagt de kosten en vergroot de aantrekkelijkheid. Nadelen zijn wel dat de bereikbaarheid kan afnemen en autogebruik toeneemt. De afname van bushaltes en dienstregelingen — vooral in landelijke gebieden — bemoeilijkt dit verder.

Het onderscheid tussen publieke en private accommodaties vervaagt. Door commerciële functies toe te voegen, kunnen maatschappelijke voorzieningen financieel worden versterkt. Wel moet de balans tussen commerciële en maatschappelijke belangen bewaakt blijven. Woningcorporaties spelen een wisselende rol in gemeenten. Door de focus op kerntaken trekken zij zich soms terug uit maatschappelijke ontwikkelingen, maar er zijn signalen van hernieuwde betrokkenheid bij buurten en kwetsbare doelgroepen. Ruimtelijke en beleidsmatige aandacht Ecologische ontwikkelingen, zoals klimaatverandering, vragen om duurzamere accommodaties en meer ruimte voor groen en bewegen. Door ruimtegebrek en toenemende eisen aan kwaliteit is clustering en multifunctionaliteit essentieel. Welzijn, cultuur, sport en bewegen krijgen dankzij de Omgevingswet (2024) meer prioriteit bij ruimtelijke beslissingen. Vitaliteit, leefbaarheid en sociale cohesie worden belangrijker, hetgeen onder meer tot uitdrukking komt in instrumenten als het GALA en het Sportakkoord II.

3.3

Lokale situatie en ontwikkelingen

Demografische ontwikkeling De gemeente Vught heeft in 2024 ongeveer 32.350 inwoners, verdeeld over de kernen Vught, Cromvoirt en Helvoirt. De kern Vught is de grootste kern, waar ook de meeste voorzieningen aanwezig zijn. De gemeente Vught verwacht een gelijkmatige bevolkingsgroei in de komende decennia: 1.050 extra woningen in de periode tussen 2020 – 2030 (Woonvisie 2021 – 2025). Dat leidt vermoedelijk tot een groei van ongeveer 2.500 inwoners, tot 34.500 inwoners. Daarnaast is de ambitie uitgesproken om extra woningen te realiseren, tot in totaal 2.000 woningen, ook om te kunnen voorzien in de regionale vraag naar woonruimte. De gemeente Vught vergrijst sneller dan het landelijk gemiddelde. Het aantal niet-westerse migranten ligt met 5,1% lager dan het landelijk gemiddelde van 14,4%. Sociaaleconomische kenmerken van Vught Uit de gegevens van verschillende kennisinstellingen (waaronder het CBS, het RIVM en het Kenniscentrum sport en bewegen) komt een aantal aspecten naar voren: Het aantal hoogopgeleiden in Vught (44,7%) is fors hoger dan het landelijk gemiddelde (36,6%). Ook het gemiddeld besteedbaar inkomen ligt in Vught met € 64.000 fors hoger dan het landelijk gemiddelde (€ 49.400).

14

Vitaliteit en (sociale) gezondheid Meer dan landelijk gemiddeld ervaren de inwoners van de gemeente Vught een goede gezondheid (74,3% ten opzichte van landelijk 70,0%). In Vught is er minder sprake van overgewicht onder de inwoners dan het landelijk gemiddelde en wordt minder stress ervaren dan het landelijk gemiddelde. Voor een deel hangt dit vermoedelijk samen met het sport- en beweeggedrag. Er wordt volgens de beweegrichtlijn meer bewogen dan landelijk (49,6% versus 47,5%), het aantal wekelijkse sporters ligt met 61,2% hoger dan het landelijk gemiddelde (53,6%) en er zijn meer mensen lid van een vereniging (35% versus 24%). Ook het percentage (gevoel van) eenzaamheid ligt in Vught lager dan het Nederlands gemiddelde.

3.4

Beleidsmatige input

Accommodatiebeleid Er is bij de gemeente Vughtbehoefte aan transparante beleidsuitgangspunten voor accommodatiebeleid. Daarnaast blijft maatwerk wenselijk, waarbij eventueel uitlegbaar afgeweken kan worden van de beleidsuitgangspunten. De belangrijkste thema’s voor de beleidsuitgangspunten zijn ambtelijk gezien de volgende: Zorgen dat maatschappelijke accommodaties op een goede wijze in stand kunnen worden gehouden, ongeacht of deze eigendom zijn van de gemeente of van een exploiterende stichting of vereniging. Ook externe eigenaren (exploitanten, hoofdgebruikers) vragen de gemeente geregeld om bijdragen in het onderhoud van hun accommodatie. Stimuleren van efficiënt en multifunctioneel gebruik en zorgen voor een goede afstemming tussen de vraag naar en het aanbod van maatschappelijke accommodaties. Daarbij kunnen ook accommodaties worden ingezet die buiten de scope van het maatschappelijk accommodatiebeleid vallen, zoals kerken, horeca, onderwijsgebouwen en zorglocaties. Creëren van (meer) duidelijkheid over het hanteren van maatschappelijke tarieven door exploitanten van maatschappelijke accommodaties. Het gaat dan om het moeten hanteren van deze tarieven (op basis van afspraken met de gemeente) en voor welke organisaties deze tarieven eventueel van toepassing zijn.

Daarnaast moeten relaties gelegd worden tussen maatschappelijke tarieven en de financiële gemeentelijke bijdrage in de exploitatie. Formuleren van realistische verwachtingen voor vrijwillige inzet in relatie tot de inzet van professionele krachten. De indruk bestaat dat de grenzen van het mogelijkheden/belastbaarheid van het maatschappelijk initiatief in een aantal gevallen bijna bereikt worden of inmiddels bereikt zijn. De gemeente wil maatschappelijke organisaties zoals stichtingen nadrukkelijker adviseren en ondersteunen. Dit kan bijvoorbeeld via kennissessies (gezamenlijke bijeenkomsten, trainingen), de uitrol van het gemeentelijke online boekingssysteem (nu vooral ingezet voor de binnensportaccommodaties), het faciliteren van gezamenlijke contracten (bijvoorbeeld schoonmaak) en versterking van het beheer van de accommodaties. Subsidiebeleid Het huidige subsidiebeleid en de bestaande regelingen worden als voldoende beschouwd voor het ordentelijk doorlopen van het subsidieproces. Wel zijn er ambtelijk en bestuurlijk wensen om het beleid te herijken, zodat het beleid (ook ambtelijk) eenvoudiger toepasbaar, doelmatiger en rechtmatiger wordt. Er wordt onder meer geconstateerd dat dezelfde subsidieregelingen momenteel op verschillende manieren kunnen worden geïnterpreteerd en dat geregeld afgeweken wordt van de bestaande regelingen, ook via incidentele subsidies.

De belangrijkste verbeterpunten zijn als volgt. De bestaande regelingen blijken op dit moment onvoldoende in elkaars verlengde te liggen. De budgetbasisregeling is organisch ontstaan, heeft geen grond binnen het bestaande beleid en kent daardoor onvoldoende en onduidelijke kaders. Er is behoefte aan een scherpere definitie per regeling en waar mogelijk een vereenvoudiging van het aantal regelingen en de toepassing van de regelingen. Er is behoefte aan uniformiteit en duidelijke toetsingscriteria, mede in het kader van rechtmatigheid en doelmatigheid. De huidige processen rond aanvragen zijn niet gebruiksvriendelijk. Door de ingewikkelde procedures haken aanvragers (vooral kleinere organisaties) nu af. Er is behoefte aan standaard formats voor zowel aanvragen als verantwoording zodat uniformiteit, eenvoud en snelheid ontstaat voor zowel de subsidieaanvrager als voor de behandelaar binnen de gemeente. Voor de verantwoording is eveneens behoefte aan vereenvoudiging van processen. Momenteel is de verantwoording niet altijd proportioneel: voor kleinere subsidies is soms een uitgebreide verantwoording nodig, terwijl grotere bedragen (onder meer bij stimuleringssubsidies) minder intensief verantwoord hoeven te worden. Bij de verantwoordingsprocessen is daarom ook behoefte aan een standaardformat en drempelbedragen wanneer een intensievere verantwoording vereist is. 15

Er is op dit moment te weinig vastgelegd over mandatering van besluiten op aanvragen voor subsidie en aanvragen tot vaststelling. Veel aanvragen verlopen nu via het college, waardoor overbelasting en vertraging van de afwikkeling ontstaat. Daarnaast worden tijdslijnen voor aanvragers daarmee onnodig lang. De aanvraagmomenten en de beoordeling kan meer afgestemd worden op de praktijk (bijvoorbeeld het indienen van aanvragen als er nog ruimte is in budgetten en niet als de budgetten al definitief zijn vastgesteld).

3.5

Participatie

3.5.1

Input vanuit de participatiebijeenkomsten

Tijdens de vier bijeenkomsten over accommodatiebeleid in de kernen Vught en Helvoirt en de bijeenkomst over subsidiebeleid in de kern Vught is input geleverd voor het accommodatiebeleid en het subsidiebeleid. Tijdens deze bijeenkomsten kwam een helder beeld naar voren over wat er leeft in de gemeente Vught. Tijdens de sessies en via de mail is door de maatschappelijke organisaties aangegeven dat gewaardeerd wordt dat gezocht wordt naar samenhang tussen het accommodatie- en subsidiebeleid. Daarnaast is tijdens de sessies waardering uitgesproken over de mogelijkheden voor participatie gedurende het proces, de ruimte voor feedback en de open en transparante aanpak. Hieronder zijn de belangrijkste aspecten uit de bijeenkomsten weergegeven, inclusief een korte toelichting. Accommodatiebeleid 1. Duidelijkheid gewenst over beleid, rollen en verwachtingen. Een terugkerend geluid is de behoefte aan helderheid en duidelijkheid. Veel betrokkenen weten niet precies waar ze aan toe zijn: wat houdt het gemeentelijke accommodatiebeleid nu écht in? Wat valt er onder verantwoordelijkheid van de gemeente en wat niet? 2. Samenhang tussen subsidiebeleid en accommodatiebeleid Er heerst bezorgdheid over de verhouding tussen subsidies en accommodaties.

Organisaties vrezen dat eventuele bezuinigingen op accommodatiekosten ook gevolgen hebben voor subsidierelaties, of dat organisaties met een 'eigen accommodatie' bevoordeeld of juist benadeeld worden. Ook is er onduidelijkheid hoe bestaande historische afspraken (zoals "bruidsschatten") doorwerken in het huidige beleid. Dit vraagt om een transparant kader waarin duidelijk is hoe beide subsidiebeleid en accommodatiebeleid zich tot elkaar verhouden. Hierbij wordt ook aandacht gevraagd voor de relatie tussen eventueel verplicht te hanteren maatschappelijke tarieven en de exploitatiebijdrage. 3. Waardering voor en realistische belastbaarheid van vrijwilligers Het belang van vrijwilligers wordt breed onderschreven, maar er is behoefte om die waardering ook zichtbaar en concreet te maken. Kleinere clubs of initiatieven vragen nadrukkelijk om gemeentelijke hulp bij organisatie, fondsenwerving en verduurzaming – taken die zij vaak niet zelfstandig aankunnen. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor het feit dat het in toenemende mate problematisch is om voldoende vrijwilligers te committeren. Daarnaast wordt afgevraagd of het realistisch is om te verwachten dat de complexer wordende exploitatie van (grotere) accommodaties grotendeels aan vrijwilligers kan worden overgelaten. 4. Onderhoud, vernieuwing en verduurzaming.

Maatschappelijke organisaties willen vernieuwen of verduurzamen, maar weten niet altijd hoe zij dit moeten bekostigen. Verduurzaming wordt belangrijk gevonden, maar het moet wel betaalbaar blijven. Eigenaren van een eigen maatschappelijke accommodatie zijn niet (voldoende) in staat om te reserveren voor groter eigenaarsonderhoud of investeringen in duurzaamheid. Dit is anders dan bij accommodaties die eigendom zijn van de gemeente: daar draagt de gemeente de kosten voor groot onderhoud en (vervangings)investeringen. 5. Toekomstgericht denken: multifunctioneel gebruik Verschillende organisaties geven aan dat zij meer willen delen, maar wel onder heldere randvoorwaarden. Denk aan het beter benutten van gebouwen via multifunctioneel gebruik, samenwerking tussen clubs, of een gezamenlijke exploitatie. 16

6. Gemeente als regisseur én partner Maatschappelijke organisaties hebben de wens dat de gemeente (meer) begeleidt en ondersteunt en optreedt als regisseur. Daarnaast is er de behoefte aan een vaste, aanspreekbare contactpersoon die weet wat er speelt in het veld. "Faciliteren, meedenken, maar ook eerlijk zijn als iets niet kan". 7. Accommodaties als ontmoetingsplek – investeren in sociale functie De geconsulteerde organisaties zien maatschappelijke accommodaties als veel meer dan gebouwen. Ze vormen plekken voor ontmoeting, verbondenheid, jeugdwerk en maatschappelijke ondersteuning. Goed beleid draagt bij aan sociale cohesie en werkt preventief, bijvoorbeeld tegen jeugdproblematiek of vereenzaming. Betrokkenen zoeken vooral naar een werkbaar, eerlijk en toekomstbestendig kader waar zij op kunnen bouwen. Het gaat om ruimte om te groeien, maar ook om vertrouwen, erkenning en een duidelijk pad voorwaarts. Subsidiebeleid In het kader van het subsidiebeleid wordt het open en prettige contact met de ambtelijke afdelingen gewaardeerd, net als de communicatie. Wat betreft het huidige subsidiebeleid wordt door veel maatschappelijke organisaties geconstateerd dat aanvragen, besluitvorming en verantwoording van subsidies redelijk tot goed in verhouding staan tot aangevraagde subsidiebedragen. Die proportionaliteit wordt ook voor de toekomstige situatie gewenst.

Verder is door de maatschappelijke organisaties tijdens de bijeenkomst vooral ingegaan op de aspecten die verbeterd kunnen worden in het herijkte subsidiebeleid. De belangrijkste aandachtspunten zijn daarbij als volgt: 1.

Procedure (aanvraag en verantwoording) Vereenvoudiging door standaardisatie van aanvragen (en eventueel verantwoording): gebruik van formats, waar mogelijk gebruik van standaardteksten uit eerdere aanvragen en/of het hanteren van dezelfde aanvraag bij een herhalende en gelijke subsidieaanvraag. De mogelijkheid om per organisatie meerdere subsidies per jaar te kunnen aanvragen. Daarbij wordt door een aantal organisaties specifieke aandacht gevraagd voor het toepassen van éénmalige subsidies, als opstart c.q. extra impuls voor nieuwe initiatieven. Hanteren van meerjarige kaders, waarbinnen de subsidie (flexibel) ingezet kan worden op specifieke thema’s of doelgroepen. Het hanteren van meerjarige kaders wordt belangrijker geacht dan het toewijzen van een meerjarige subsidie. Binnen de meerjarige kaders kunnen subsidies nog steeds jaarlijks worden toegewezen en vastgesteld. Aanpassen van het moment van aanvragen, bijvoorbeeld in relatie tot de vaststelling van subsidiebudgetten.

Transparantie over toewijzingen van subsidies: waarom krijgt het ene initiatief subsidie en een vergelijkbaar initiatief niet? Daarnaast is er ook behoefte Dat geldt specifiek ook voor subsidiemogelijkheden voor organisaties (bijvoorbeeld sportverenigingen) die accommodaties in eigendom hebben (in het kader van bijvoorbeeld duurzaamheid) in relatie tot vergelijkbare organisaties waar de gemeente eigenaar is van de accommodatie.

2.

Financieel Een duidelijke relatie en toelichting op de toegewezen subsidie in relatie tot de aangevraagde subsidie (transparantie hoe de subsidie is opgebouwd). (Continuering) van een jaarlijkse indexering van subsidies. Een deel van de maatschappelijke organisaties wil daarbij graag een koppeling van de indexering naar CAO-ontwikkelingen en boven trendmatige kostenstijgingen (bijvoorbeeld energiekosten). Mogelijkheden om een deel van de jaarlijkse subsidie te reserveren. Een koppeling maken tussen de huur van (maatschappelijke) accommodaties en subsidies, waarbij de huur van accommodaties laag gehouden moet worden (maatschappelijke huur).

3.

Beleidsinhoudelijk / rol van de gemeente

17

Maatschappelijke organisaties vragen om enige flexibiliteit en maatwerk bij het nastreven van inhoudelijke beleidsdoelen. De subsidies zouden binnen de beleidskaders, in overleg met de beleidsafdeling, flexibel ingezet moeten kunnen worden (maatwerk) op verschillende beleidsdoelen of doelgroepen. Sommige maatschappelijke organisaties hebben behoefte aan een duidelijk aanspreekpunt, met name tijdens het proces. Er is behoefte aan proactieve communicatie vanuit de gemeente richting maatschappelijke organisaties over (nieuwe) subsidiemogelijkheden, een overzicht van andere fondsen waar subsidies aangevraagd kunnen worden en (eventueel) ondersteuning bij het benaderen van andere subsidiemogelijkheden. 3.5.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=cf42e0b8-3053-4e7a-9ea6-6d61c6cf76df