Bijlage - Programmabegroting 2023
Tekst van het document
Lokale heffingen De toelichting is opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen.
Treasury Treasury
Begroting ( x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
Financieringsresultaat
-389
-357
-675
-1.458
Dividend
-35
-36
-37
-38
Kosten betalingsverkeer
18
19
19
20
-406
-375
-694
-1.477
Totaal programma
Financieringsresultaat Het financieringsresultaat bestaat uit het verschil tussen de daadwerkelijk te betalen en te ontvangen rente en de aan de programma’s toegerekende rente. Het verschil tussen de werkelijk betaalde rente en de via het omslagpercentage doorberekende rente aan de programma’s wordt verantwoord (renteresultaat) onder de algemene dekkingsmiddelen.
67
Per saldo werd en wordt de werkelijk betaalde rente verantwoord. Zie paragraaf 3.3. voor een uitgebreide toelichting hierop. Dividend Het dividend heeft betrekking op de aandelen BNG die in bezit zijn. Kosten betalingsverkeer Onder de post financiering en belegging worden zowel de interne als externe kosten van het betalingsverkeer verantwoord.
Vennootschapsbelasting (VpB) Gemeenten zijn belastingplichtig voor activiteiten die vallen onder het regime van de vennootschapsbelasting (vpb). Het betreft over het algemeen activiteiten waarbij in concurrentie wordt getreden en waar winst wordt beoogd of verwacht. Er is een inventarisatie gemaakt van mogelijke vennootschapsbelastingplichtige activiteiten. Hieruit blijkt dat binnen onze huidige activiteiten enkel de grondexploitatie onder de VpB valt. Eventuele fiscale winsten kunnen gecompenseerd worden met verwachte fiscale verliezen in de komende jaren. De meerjarige vennootschapsbelastinglast heeft betrekking op de grondexploitatie Den Hoek.
Overige baten en lasten Overige baten en lasten
Begroting ( x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
Stelpost herindeling
0
39
90
87
Nieuwe projecten
41
42
43
44
Onvoorzien college
71
72
73
73
Totaal programma
112
153
207
205
Herindeling Voor de inbreng van de exploitatiebegroting van Helvoirt is in de raad van januari 2021 een voorstel behandeld. Hierbij is het saldo van de verwachte baten en lasten als budgetruimte opgenomen in de exploitatie. Hiermee kunnen in de startfase onverwachte zaken, met een financiële component, opgelost worden. Nieuwe projecten Voor de al bekende en geplande (ruimtelijke) projecten zijn uren en middelen in de begroting opgenomen. We constateren dat er zich telkens onverwachte ontwikkelingen voordoen en er vragen komen vanuit het maatschappelijk veld. Voor de behandeling hiervan zijn geen middelen geraamd. Om toch aan deze vraag tegemoet te kunnen komen is hiervoor een budget opgenomen. Onvoorzien college Dit bedrag kan door het college worden ingezet bij onvoorziene omstandigheden.
68
Paragrafen 3.1 Algemeen In de paragrafen brengen we onderwerpen, die versnipperd in de begroting staan, bij elkaar in beeld. Het gaat om belangrijke informatie die inzicht geeft in de financiële positie van de gemeente, de beheersmatige aspecten en de risico's. De paragrafen zijn bedoeld om extra informatie te geven over de middelen die wij inzetten om ons beleid te realiseren. De Financiële verordening schrijft voor dat de paragrafen een aantal onderwerpen behandelen en voldoen aan een aantal kwaliteitseisen. Hieronder zijn deze per paragraaf weergegeven. Weerstandsvermogen en risicomanagement De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, de risico’s en het beleid hierop. Voldoende weerstandscapaciteit stelt de gemeente in staat om - bij een risicoscenario - haar schuldverplichtingen te kunnen blijven nakomen zonder dat de uitgaven en de investeringen voor de noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen. Financiële positie De voorgeschreven paragraaf met kengetallen geeft inzicht in de financiële positie. Zo zegt de hoogte van de schuld meer over de financiële positie van een gemeente dan de hoogte van de reserves. Met lenen neemt een gemeente als het ware een voorschot op de toekomst. Hoe hoger de schulden, hoe meer toekomstige inkomsten moeten worden vastgelegd voor de betaling van rente en aflossingen.
Voor een gezonde financiële huishouding is het belangrijk het geheel van deze kengetallen te beheersen. Risico-inventarisatie In deze paragraaf beantwoorden we de vraag of de financiële positie van Vught toereikend is om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Er is een inventarisatie van de weerstandscapaciteit en de risico’s opgenomen. Samen geven ze een beeld van ons weerstandsvermogen. Tevens geven we een toelichting op ons risicobeleid en zijn financiële kengetallen, gebaseerd op verslagleggingsregels. Er is ook een beoordeling opgenomen van de verhouding tussen de financiële kengetallen en de financiële positie. Het richtinggevend kader van ons financieel beleid is gebaseerd op het bestuursakkoord: Meer risico’s maar wel beargumenteerd en goed overwogen. Met de financiële verordening en de beleidsnota’s Activering- en afschrijvingsbeleid, Reserves en voorzieningen en de nota Overhead en kostenverdeling zijn onze financiële kaders actueel. Inzicht in de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit is noodzakelijk om het weerstands- vermogen te beoordelen. We willen weten of we in staat zijn om optredende risico’s op te vangen zonder dat de publieke taken en voorzieningen in de knel komen. De weerstandscapaciteit is het geheel van middelen waaruit we tegenvallers, die onverwacht en substantieel zijn, bekostigen.
Het weerstandsvermogen drukt de relatie uit tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s. We hebben een incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De eerste is bedoeld om eenmalige tegenvallers op te vangen zonder dat we (het niveau) van onze publieke taken en ons beleid aanpassen. De
69
structurele weerstandscapaciteit betreft middelen die we permanent kunnen inzetten voor tegenvallers in de lopende exploitatie. Incidentele weerstandscapaciteit: - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Stille reserves Structurele weerstandscapaciteit: - Onbenutte belastingcapaciteit - Post onvoorzien Feitelijk zijn alleen de Algemene reserve en de reserve Grondexploitatie in te zetten als afdekking van algemene risico’s. De bestemmingsreserves zijn dat niet, omdat deze middelen, zoals de naam al zegt, door de raad volledig zijn bestemd en niet op een andere wijze kunnen worden besteed. Financiering In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college, naast het beleid ten aanzien van het risicobeheer van onze financieringsportefeuille, op: a. de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte; b. de rentevisie; c. de kasgeldlimiet; d. de renterisico norm. Lokale heffingen We doen hier verslag van de opbrengsten per lokale heffing, het beleid, het volume en het bedrag aan kwijtscheldingen, de kostendekkendheid van de riool- en de afvalstoffenheffing en de (ontwikkeling van de) lokale lastendruk. Onderhoud kapitaalgoederen In de paragraaf 'onderhoud kapitaalgoederen' staan het beleidskader en de financiële consequenties hiervan voor wegen, openbare verlichting, riolering (incl.
water), groen en bomen, speelvoorzieningen, Verkeers- en vervoersplan (incl. parkeren), civieltechnische kunstwerken en gebouwen. Hierbij nemen we ook op: a. de voortgang van het geplande onderhoud; b. de omvang van het achterstallig onderhoud. Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in ieder geval op: a. de ontwikkeling van het ziekteverzuim; b. opbouw en ontwikkeling van het personeelsbudget; c. stand van zaken informatisering en automatisering; d. stand van zaken planning & control; e. stand van zaken interne controle; f. onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld in artikel 213a Gemeentewet. Grondexploitatie De paragraaf ‘grondexploitatie’ gaat in op de uitvoering van de nota grondbeleid en zoomt in op de belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals verlies/winstverwachtingen, winstnemingen, de verwerving van gronden en dergelijke en de relaties van het grondbeleid met de programma’s. Verbonden partijen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf 'verbonden partijen', de onderdelen op grond van artikel 15 van het 'Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten' op, en daarnaast, per partij, de bestuurlijke vertegenwoordiging (zeggenschap). 70
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2.1 Beleidsuitgangspunten weerstandscapaciteit en risico's
3.2.1.1 Risicomanagement Risicomanagement omvat het proces van risicobeheersing en risico-inventarisatie. In Vught is risicomanagement niet als een zelfstandig proces ingericht. Dit is een keuze die samenhangt met de omvang van de gemeente. In onze bedrijfsprocessen doen we natuurlijk wel aan risicomanagement. Er is aandacht voor bij de inrichting van onze werkzaamheden en bij de interne controles is het onderdeel van het controleplan. Ook bij de opleiding en training van medewerkers is er aandacht voor. We steunen op aspecten als houding en gedrag, open communicatie, kennis van medewerkers en integraal werken. 3.2.1.2 Risicobeheersing Beleidsuitgangspunten Bij het beheersen van risico's treffen we maatregelen om deze te verminderen of we kiezen ervoor om ze te accepteren. Een deel van de risico’s dekken we af door verzekeringen af te sluiten, voor een ander deel treffen we voorzieningen. Maar ook zorgen we voor een goed opleiding- en aannamebeleid van personeel, met aandacht voor risicobeheersing. De resterende risico’s inventariseren we in deze paragraaf. Zo ontstaat een gefundeerd beeld van de benodigde weerstandscapaciteit. Weerstandscapaciteit Met een financiële buffer kun je risico's opvangen en vergroten we onze weerstand.
Of de gemeente in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, wordt weergegeven door de 'weerstandscapaciteit'. We streven ernaar om onze weerstandscapaciteit op een waardeniveau te houden van 20% van de uitkering uit het gemeentefonds. Realistische begroting Ons financieel beleid is gericht op een realistische begroting: transparant met een mate van risico, mits goed beargumenteerd en benoemd. Dit uitgangspunt is onderdeel van de geactualiseerde risicoinventarisatie. Verzekeringen Er zijn diverse verzekeringen afgesloten voor risico’s door claims van derden en schadegevallen. We werken schade-preventief, bijvoorbeeld door voldoende onderhoud te plegen, het correct naleven van procedures en het goed afhandelen van bezwaarschriften met gebruik van een juiste motivatie. Risico’s door achterstallig onderhoud zijn ondervangen door het opstellen van beheerplannen voor wegen, groen, verlichting, riolering, kunstwerken en speeltoestellen. Voorzieningen We hebben voorzieningen getroffen voor risico’s en verplichtingen, waarvan we weten dat die zich voordoen en die we kunnen kwantificeren. Zo zijn er voorzieningen voor verplichtingen (pensioen, wachtgeld, grondexploitatie), onderhoud (gebouwen, openbare verlichting en kunstwerken) en voor de afvalstoffen en riolering.
71
Grondexploitaties Elk plan binnen de grondexploitatie heeft zijn eigen exploitatie, met eigen baten en lasten. Voor verwachte tekorten zijn voorzieningen getroffen. Overige risico’s vangen we op binnen de reserve grondexploitatie. De hoogte van deze reserve is berekend aan de hand van risicoanalyses van de planexploitaties. Jaarlijks actualiseren we de plannen in het 'Uitvoeringsprogramma grondexploitatie' en de hierin opgenomen risico-inventarisatie. Uit het Uitvoeringsprogramma grondexploitatie blijkt dat de stand van de reserve grondexploitatie toereikend is om de risico’s te dekken.
3.2.2 Risico-inventarisatie De risico-inventarisatie geeft een aantal geïdentificeerde risico’s, die voldoen aan de volgende criteria: - onzekerheden met grote financiële gevolgen; - waarvan de kans reëel is dat de risico's zich voordoen; en - waarvoor de oorzaken niet door de gemeente kunnen worden beïnvloed of waarvoor de gemeente (nog) niet in staat is geweest om passende beheersingsmaatregelen te treffen; - risico’s die niet zijn afgedekt door verzekeringen of voorzieningen. In deze paragraaf wordt de inventarisatie van de belangrijkste risico’s weergegeven. Dit zijn de risico’s waarvan we als organisatie op dit moment kunnen inschatten dat ze zich wellicht gaan voordoen. Risico’s lopen in de uitvoering van ons werk is niet altijd te voorkomen. Wel zorgen we voor een goede administratieve organisatie. Dit is de basis voor het voorkomen van risico’s. Het systeem van risicomanagement wordt toegelicht in de Nota weerstandsvermogen en risicomanagement. Een risico-inventarisatie bevat altijd subjectieve aannames. De inschatting van de kansen en omvang is tijdsgebonden, waarbij het inzicht afhankelijk is van onzekere toekomstige factoren. Sommige risico's worden voor 2 of 3 jaar meegenomen. Dit is nodig omdat het in sommige gevallen niet mogelijk is direct maatregelen te treffen om risico's op te vangen of ze te verwerken in de meerjarenbegroting.
Risico-inventarisatie
Risico
Realisatie
Bedrag p/jaar
Aantal jaar Totaal risico
Renteontwikkeling
450
3
1.350
Jeugdwet
400
2
800
Wmo, grote woningaanpassingen
120
2
240
Wmo
200
2
400
Participatiewet
90
2
180
1.000
1
1.000
Stadsgewest renterisico Strategische, operationele risico's
2.500
Totaal risico's Na risicofactor
6.470 75%
4.853
Rijksinfra N65 en PHS (risicofactor reeds toegepast
3.500
Totaal benodigde reservecapaciteit
8.353
Renteontwikkelingen De rentes zijn volop in beweging. Na jaren van stabiele lage rentes, zien we nu licht stijgende rentes. Omdat de nieuwe leningen tegen een hogere rente zijn en worden aangetrokken dan de gemiddelde rente van onze totale leningenportefeuille lopen we meer risico voor de leningen die we oversluiten. Het blijft de vraag welke gevolgen de economische ontwikkeling, inflatie, grondstoftekorten en de oorlog in Oekraïne heeft voor de renteontwikkeling. Rondom de renteontwikkeling gaan wij nog steeds uit van een
72
licht stijgende langlopende rente. Wanneer deze stijging groter is dan voorspeld, leidt dit tot extra financieringslasten. Naast de bestaande leningenportefeuille loopt de schuldpositie de komende jaren verder op door diverse investeringsprojecten, zoals Rijksinfra, Zuiderbos en de Lichtstraat. Wij verhogen het risico naar € 450.000 per jaar. Dit is gebaseerd op 1,5% rentestijging op te sluiten leningen van € 30 miljoen. Jeugdhulp Voor gemeenten zijn de risico’s bij jeugdhulp groot. Gemeenten hebben een zorgplicht jeugd, terwijl de rijksmiddelen beperkt zijn. Met ingang van 2021 zijn wel in de gemeentefondsuitkering extra middelen beschikbaar gesteld. Dit ter compensatie van de tekorten die er bij de gemeenten bleken bij de uitvoering van deze taken. In regionaal verband is een actieplan opgesteld in de vorm van transformatieopgaven jeugd en binnen Wegwijs+ zetten we extra in op preventie en kwaliteit in de dienstverlening. Dit ter voorkoming van stijgende kosten op langere termijn. Het beleid is gericht op tijdige signalering, de juiste hulp en preventie. Daarmee proberen we “zware”, en dus dure, cliënten te voorkomen. Echter, naast deze ontwikkelingen blijft de zorgvraag bij jeugdigen te stijgen. Het is de vraag en dus een risico of we in staat blijken om samen met onze regionale partners de afvlakking van de groei en het voorkomen van zwaardere zaken te realiseren.
Daarnaast speelt ook de wijziging van de inkoop en de financiering van de jeugdzorg met ingang van 2022. Als gevolg daarvan is het momenteel moeilijk het benodigde budget voor 2023 in te schatten. Gelet op deze onzekerheden, de kans op verdere prijsstijgingen bij zorgaanbieders en de mogelijke toename van complexere en intensievere jeugdzorg houden we rekening met een jaarlijks risico van € 400.000 gedurende twee jaar. Wet Maatschappelijke Ondersteuning We nemen in tegenstelling tot voorgaande jaren geen risicoreservering op voor het abonnementstarief Wmo. Sinds 2019 is (landelijk) het abonnementstarief Wmo van toepassing. Dit zorgt voor een grote toename in het aantal aanvragen Wmo. Dit geldt vooral voor huishoudelijke hulp. In 2021 en de eerste helft van 2022 zien we echter dat de geleverde zorg per cliënt lager uitkwam dan begroot. Het risico is daarom niet meer opgenomen. Daarnaast speelt het risico van grotere woningaanpassingen ( > € 20.000). Deze laten zich niet begroten maar de kans bestaat wel dat deze gedurende het jaar noodzakelijk blijken te zijn. Hiervoor nemen we een risico op van € 120.000 ( 3 grote woningaanpassingen van € 40.000) voor 2 jaar. Wmo Voor de nieuwe Wmo-taken werken we samen met onze collega-gemeenten in de Meierij.
Voor 2022 is regionaal overeen gekomen dat we voor 50% solidair zijn in de kosten van de zorg en ondersteuning voor Zintuiglijk Gehandicapten. Voor 2023 en verder is dit niet meer van toepassing. Daar onze gemeente relatief veel zorginstellingen heeft voor inwoners met een zintuiglijke beperking, heeft het loslaten van die onderlinge solidariteit grote financiële consequenties. Dit betekent ook dat een onverwachte toename van deze zorg voor een groot deel bij onze gemeente terecht komt. Daarnaast is met ingang van 2022 de inkoop en de financiering gewijzigd. Als gevolg daarvan was het bij het opstellen van deze begroting nog niet mogelijk om de effecten van de nieuwe inkoop en financiering qua benodigd budget te kwantificeren. Gelet op deze ontwikkelingen nemen we een risicobedrag van € 200.000 op. Gelet op het meerjarige karakter nemen we deze voor 2 jaar mee. Participatiewet De afgelopen jaren zagen we als gevolg van de conjuncturele ontwikkelingen en de gerichte maatwerkaanpak van Wegwijs+ een daling van het aantal uitkeringsgerechtigden. Ook in 2021 was dit het
73
geval. In deze begroting en de meerjarenraming gaan we er van uit dat de subsidie van het Rijk toereikend is voor het verstrekken van deze voorzieningen. De omvang van het macrobudget wordt echter ook bepaald door landelijke ontwikkelingen en voor onze gemeente geldt deels een vergoedingssystematiek waarbij we voor een tekort dat lager ligt dan 10% van de rijksbijdrage we zelf risicodrager zijn. Gelet hierop houden we een marge / risico aan van € 90.000 gedurende twee jaar. Stadsgewest De ontwikkelingen rondom het Stadsgewest zijn nog niet afgerond. De afwikkeling van de stortplaats is in de loop van 2019 uitgesteld tot 2025. De ontwikkelingen blijven we nauwlettend volgen. Het grootste risico is dat de provincie voor datum overdracht de rekenrente voor de bepaling van het doelvermogen verlaagt. De provincie is eenzijdig bevoegd om dit te doen. Naar aanleiding van een recente ALM studie kwam de provincie tot het besef dat een forse verlaging van de rekenrente (en daarmee een verhoging van het doelvermogen) nu de exploitanten hard zou treffen. Provincie en exploitanten zijn daarom tot een compromis gekomen waarbij de provincie de huidige rekenrente bevriest op het bestaande niveau (5,06%) en de exploitanten de stortplaatsen nog niet voor eeuwigdurende nazorg overdragen aan de provincie. Deze afspraak geldt voor de periode tot de volgende ALM-studie, dus tenminste 5 jaar.
Een toekomstige verlaging van de rekenrente met 1 procent betekent dat het af te dragen doelvermogen met ± 48% stijgt. Uitgaande van € 14 miljoen en een aandeel van de gemeente Vught van 7,43% betekent dit een risico van ± € 0,5 miljoen per procent daling van de rekenrente. Het risico wordt geschat op 2% verlaging van de rekenrente (= € 1.000.000). Rijksinfra Binnen het programma Rijksinfra wordt rekening gehouden met risico’s voor de gemeente Vught. Een risico analyse inclusief beheersmaatregelen is opgesteld en wordt periodiek ge-update. Lopende het project vallen risico's weg of komen er nieuwe risico's bij. De ontwikkelingen ten aanzien van PAS vormen een risico voor het project. Indien dit risico zich voordoet betekent dit vertraging en daarmee hogere kosten. De meerjarige doorrekening van het project Rijksinfra is verlengd naar 2030. De ontwikkelingen in de rentestanden, grondstofprijzen, loonkostenontwikkelingen verhogen de risico's. Deels is hier rekening mee gehouden door extra kosten van € 2.600.000 te ramen. Voor de overige risico's verhogen we, ten opzichte van de jaarrekening 2021, het risicobedrag en stellen we die bij naar € 3.500.000. Strategische en operationele risico’s Een aantal risico’s zijn specifiek te identificeren en zijn hiervoor gekwantificeerd.
Daarnaast lopen er door onze processen heen natuurlijk altijd dossiers die een incidentele tegenvaller kunnen opleveren. In zijn algemeenheid geldt dit voor de uitkering uit het gemeentefonds die jaarlijks schommelt. Covid-19 heeft grote impact op de Nederlandse samenleving en ook op de gemeente Vught. Vanzelfsprekend hebben de getroffen maatregelen gevolgen voor de gemeente. Die gevolgen zijn op meerdere gebieden zichtbaar, zowel op het vlak van bedrijfsvoering als financieel. Daartegenover staat dat voor diverse kosten een compensatie van het Rijk ontvangen wordt. Op dit moment is die toereikend. Op andere terreinen zien we wel diverse risico's. Denk hierbij aan de jeugdzorg, inflatie- en loonkostenontwikkeling, IHP en de verhitte arbeidsmarkt. Ook het taakveld energie, klimaat en milieu geeft grote uitdagingen. De huidige oorlog in Oekraïne zorgt er mede voor dat prijzen en energielasten verder onder druk komen staan. Op alle bovenstaande onderdelen gelden onzekerheden. Hiervoor nemen we een extra bedrag op. We verhogen het bedrag bij de risico-inventarisatie naar € 2.500.000.
74
Risicofactor Een risico is een onzekere ongewenste gebeurtenis waardoor het realiseren van de organisatiedoelstellingen en -strategie in gevaar komt. Bij een risico is er dus sprake van een kans op een ongewenste gebeurtenis. De kans dat ál deze risico's zich voor de volledige omvang voordoen is klein. De benodigde reservecapaciteit wordt daarom op 75% van deze risico's gesteld. Bij ieder risico is gekeken naar het mogelijke schadebedrag en de kans dat het risico zich voordoet. Het gaat hier om risico’s die niet anders te ondervangen zijn dan door het aanwenden van weerstandscapaciteit. Risico’s die binnen de exploitatie worden opgevangen, waar een risicovoorziening voor is ingesteld of (reguliere) risico’s waarvoor verzekeringen zijn afgesloten, hebben geen financiële consequenties en maken daarom geen deel uit van deze paragraaf. Voor risico’s met een kans groter dan 75% zal een voorziening getroffen worden. Tot slot is nog goed om op te merken dat de inventarisatie van de risico’s een momentopname betreft. Het is een statisch overzicht van risico’s die tijdens het opstellen van deze paragraaf in beeld waren.
3.2.3 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat volgens de regels uit de reservepositie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en de stille reserves. Het eigen vermogen in de vorm van reserves geeft het verschil aan tussen bezittingen minus schulden. De reserves geven weer welk deel van de totale bezittingen met eigen vermogen is gefinancierd. Een reserve betekent dus niet dat deze middelen op de bankrekening staan. Investeringen worden gedeeltelijk met eigen vermogen en met vreemd vermogen gefinancierd. Over het deel dat met vreemd vermogen wordt gefinancierd moet rente worden betaald.
75
Eigen vermogen
x €1.000
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Algemene reserve
14.697
19.257
18.572
19.442
21.988
22.988
Reserve grondexploitatie
5.386
5.809
6.115
6.177
6.204
6.204
Bestemmingsreserves
30.342
29.049
21.461
18.484
14.771
14.601
Exploitatieresultaat
5.344
3.463
3.887
6.597
10.049
11.612
Totaal
55.769
57.578
50.036
50.700
53.012
55.406
Eind 2023 bedraagt het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen (de solvabiliteitsratio) 32%..Het grootste deel van ons vermogen is dus extern gefinancierd. Eind 2023 is er ruim € 50 miljoen aan reserves beschikbaar. Hiervan betreft circa € 21 miljoen bestemmingsreserves. De toename van de reserves ten opzichte van de vorige begroting is veroorzaakt door de uitgestelde betalingen aan PHS en een meerjarig positief begrotingssaldo. Dit heeft een direct gevolg voor de ontwikkeling van de solvabiliteitspositie. De verkoop van vastgoed is grotendeels bestemd voor de bestemmingsreserve Rijksinfra. Een ander deel is op basis van eerdere raadsbesluiten gereserveerd voor de bestemmingsreserve Accommodatiebeleid, de bestemmingsreserve Moleneindplein en de Algemene reserve. Weerstandsvermogen In het kader van het weerstandsvermogen vormt vooral de algemene reserve de buffer voor het opvangen van de (toekomstige) risico’s. De verwachte ontwikkeling van de algemene reserve ziet er als volgt uit:
Algemene reserve
(x € 1.000)
Saldo 31-12-2021
14.697
Bestemming jaarresultaat 2021
4.055
Mutaties 2022 Verbetering financiële positie
600
Mobiliteitsvisie
-50
Zon- en windbeleid
-45
Gerealiseerd saldo eind 2022
19.257
Mutaties begroot na 2022 Frictiekosten Omgevingswet
-240
Verhuiskosten Zuiderbos
-50
Verbetering financiële positie
4.000
Zon- en windbeleid
-105
Verkoop Pepereind
126
Vorming reserve verduurzaming gemeentelijke gebouwen
-1.000
Vorming Fonds Lokale solidariteit
-500
Terugstorting in Algemene reserve
1.500
Verwachte saldi 2023-2026
pm
Nog besteedbaar
22.988
76
Aan te houden buffer
(bedragen x 1.000)
Buffer 20% uitkeringen gemeentefonds
11.175
20 % Algemene, decentralisatie en integratie uitkeringen Totaal aan te houden buffer
11.175
Vrije ruimte
11.813
De algemene reserve en bestemmingsreserves zijn geen geld. Voor het betalen van investeringen of het doen van exploitatie uitgaven moet er geld op de bankrekening staan of worden geleend. Ook als deze uitgaven worden gedekt uit reserves. Aanwending van de reserves heeft dan ook negatieve gevolgen voor de rentelasten. Wel is het mogelijk om investeringen ten laste van de reserves af te schrijven zodat de toekomstige exploitatie niet met afschrijvingslasten wordt belast. Ook (incidentele) exploitatielasten kunnen met een bijdrage uit de reserves worden gedekt waardoor ze per saldo niet ten laste van het jaarresultaat komen. De algemene reserve kan dus dienen om incidentele tegenvallers te dekken. In dit kader wordt een minimum niveau aangehouden voor de algemene reserve voor de dekking van onverwachte tegenvallers. Hoe hoog dit niveau moet zijn is onderdeel van bestuurlijke afweging. We hanteren de Ratio-exploitatie voor deze afweging: Bij de ratio exploitatie wordt de benodigde weerstandscapaciteit gerelateerd aan de (te) ontvangen uitkeringen uit het gemeentefonds. De omvang van de exploitatie is mede bepalend voor de risico's die we lopen. Om dit in beeld te brengen hanteren we als norm voor de benodigde weerstandscapaciteit 20% van de te ontvangen uitkeringen uit het gemeentefonds.
Beschikbare weerstandsvermogen Het beschikbare weerstandsvermogen bestaande uit het niet bestemde saldo van de algemene reserve is berekend op € 22,98 miljoen. (Dit is ± € 720 per inwoner). Uitkomst risicoratio op basis van de exploitatie In de begroting 2023 is een bedrag van € 55,87 miljoen aan uitkeringen uit het gemeentefonds opgenomen 20% hiervan is € 11,1 miljoen. De ratio exploitatie-omvang komt daarmee uit op 2,07 en wordt als ruim voldoende aangemerkt. Voor deze ratio willen we minimaal een voldoende scoren op basis van onderstaande tabel. Ratio
Betekenis
> 1,2
ruim voldoende
1 – 1,2
voldoende
< 1,0
onvoldoende
Normering van de ratio vormt een goed hulpmiddel om de inzet van de algemene middelen te begrenzen.
3.2.4 Kengetallen Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) geeft richtlijnen ten aanzien van het opnemen van kengetallen. De kengetallen stellen de gemeenteraad in staat om de financiële positie van de gemeente te beoordelen. Met behulp van kengetallen kan het verloop van de financiële positie van de gemeente Vught over meerdere jaren worden beoordeeld. De wijze van het berekenen van de kengetallen is uniform
77
waardoor de financiële positie van de gemeente Vught kan worden vergeleken met die van andere gemeenten. De kengetallen stellen de gemeenteraad in staat om de normen vast te stellen voor de sturing van de financiële positie via de meerjarenbegroting. De normen in hun onderlinge samenhang bepalen hoe risicovol het financieel beleid is dat gevoerd wordt. Een afweging die is voorbehouden aan de raad. Met de kengetallen wordt de raad in staat gesteld het beleid te sturen en te monitoren ten aanzien van: - De reservepositie; - De schuldpositie; - De wendbaarheid en de resterende belastingcapaciteit; - Het risicobeleid. Deze aandachtsgebieden vormen met de reëel en structureel sluitende meerjarenbegroting en de planning en control cyclus de pijlers voor de sturing van onze financiële positie. Solvabiliteit
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin het bezit van de gemeente is afbetaald en in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het betreft het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. Algemene normwaarden bruto schuld Weinig tot geen schuld Normaal Voorzichtigheid geboden Bezit zeer zwaar belast met schuld
Ratio solvabiliteit > 80 % 30% - 80% 20% - 30% 0% - 20%
Als normaal wordt een ratio tussen de 30 en 80% beschouwd. Voorzichtigheid is geboden bij een ratio tussen de 20 en 30%. De solvabiliteitsratio voor 2023 bedraagt 32% hetgeen betekent dat de gemeente de financiering van haar bezit relatief normaal met vreemd vermogen heeft gefinancierd. De solvabiliteitsratio wordt met name beïnvloedt door het meerjarige begrotingssaldo.
78
Schuldquote
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoeveel geleend kan worden is een politieke afweging. Als algemene norm geven we de volgende richtgetallen. Algemene normwaarden schuldquote Schuldquote Normaal 0% -100% Voorzichtigheid geboden > 100% Zeer hoge schuld > 130% Omdat bij verstrekte leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt ook de netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen bepaald. Deze wijkt voor onze gemeente nauwelijks af van de netto schuldquote omdat we beperkt geld hebben doorgeleend. De nettoschuld positie neemt toe als gevolg van met name de betalingen aan het project Rijksinfra en de investeringen in de onderwijsgebouwen Zuiderbos en de Lichtstraat. Grondexploitatie
79
Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de in exploitatie genomen gronden zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten en baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Op basis van het kengetal blijkt dat er beperkte structurele ruimte is om tekorten of extra lasten binnen de huidige begroting op te vangen. Dit past binnen ons beleid om strak te begroten. Indien nodig is er wel ruimte om het eigen beleid aan te passen en via ombuigingen ruimte vrij te maken. Belastingcapaciteit
Kengetal belastingcapaciteit 125%
120%
115%
110% Kengetal belastingcapaciteit
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
120%
122%
123%
121%
123%
122%
122%
80
De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsrechten voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Deze cijfers worden voortaan ook in de jaarlijkse meicirculaire bekend gemaakt voor het jaar t-1. Het kengetal belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar te vergelijken met het landelijke gemiddelde in het jaar daarvoor. Conclusie: de lokale lasten liggen in Vught op een relatief hoog niveau. Voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing hanteren we 100% kostendekkendheid. Algemene conclusie financiële positie In de meerjarenbegroting 2023 zijn er een aantal ontwikkelingen die onze financiële positie nadrukkelijk beïnvloeden: • De grote bijdragen van Vught aan de projecten Rijksinfra, Zuiderbos en de Lichtstraat blijven, maar verschuiven wederom in de tijd. • De ontwikkelingen in de uitkering van het gemeentefonds zorgen vooralsnog voor een positieve invloed door de forse accresontwikkeling. Tegelijkertijd betekent het vastzetten van het accres voor 2026 en het toepassen van de opschalingskorting een nadeel vanaf dat jaar. De herverdeling van het gemeentefonds is verwerkt in deze meerjarenbegroting.
• De inflatie stijgt substantieel en is toegepast conform de uitgangspunten in de Kadernota 20232026. • De rente stijgt maar dit blijft beperkt. Ook hier baseren we ons op de uitgangspunten in de kadernota. • We reserveren budgetruimte om de investeringen in onderwijshuisvesting en verduurzaming van gemeentelijke gebouwen te bekostigen. • Ten laste van de begrotingsruimte is in deze meerjarenbegroting jaarlijks € 1.000.000 gereserveerd voor de verbetering van onze financiële positie. Mede door bovenstaande ontwikkelingen zien we een positieve bijstelling in onze meerjarenbegroting en een verbetering van de financiële kengetallen solvabiliteit en de schuldpositie. Ook de reserveposities zijn voldoende. Wij blijven de totale financiële positie kritisch volgen. De beperkte wendbaarheid van de begroting, de eerdere inzet van onze stille reserves en ontwikkelingen in het gemeentefonds vragen hierom. Als we onze kengetallen afzetten tegen de normen zoals die gehanteerd worden in het kader van de “Houdbaarheidstest gemeentefinanciën” ontwikkelen de schuldpositie en de solvabiliteit zich acceptabel.
81
3.3 Financiering 3.3.1 EMU-saldo (EMU = Economisch en Monetaire Unie) EMU
(x € 1.000)
2022 primitief
EMU- saldo
-13.981
2022 prognose -5.828
2023 -19.087
2024 -2.874
Gemeenten moeten in hun begroting een berekening opnemen van het zogenoemde EMU-saldo, en wel voor drie jaren: een raming voor het begrotingsjaar zelf (2023), een prognose voor het vorig begrotingsjaar (2022) en een raming voor het jaar volgend op het begrotingsjaar (2024). De EMU-systematiek werkt op een andere manier dan het baten-lastenstelsel dat gemeenten moeten hanteren. Investeringen en uitgaven die worden gedekt uit reserves tellen bijvoorbeeld niet mee in de uitkomst in het baten-lastenstelsel, maar tellen wel door in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMU-saldo voor Vught voor 2023 komt uit op -19 miljoen euro. Het betekent dat in EMU-termen de uitgaven 19 miljoen euro hoger zijn dan de inkomsten. Door investeringen en uitgaven ten laste van de reserves, met name als gevolg van de projecten Rijksinfra, Zuiderbos en de Lichtstraat, stijgt onze schuldpositie de komende jaren. Ons aandeel in het EMU-saldo is daardoor relatief gezien groot.
3.3.2 Financiering en de wet Fido De richtlijnen en doelstellingen met betrekking tot de financieringsactiviteiten zijn vastgelegd in het treasurystatuut. Het wettelijke kader hiervoor vormt de Wet Fido (Wet Financiering Decentrale Overheden). Treasury omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Doelstellingen treasurybeleid (mede uitgevoerd door NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)): De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: - het zorgdragen van een tijdige beschikbaarheid van middelen door het verkrijgen en handhaven van toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; - het beschermen van gemeentelijke vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; - het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; - het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de gemeentelijke kaders vastgelegd in het treasurystatuut. Rentevisie De verwachting is dat de rentetarieven op korte termijn licht stijgen en daarna stabiliseren.
Dit geldt zowel voor de korte termijn rente als de lange termijn rente. Wij houden de rente-ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. De gemeente Vught staat voor grote financieringsopgaven in het kader van komende investeringsprogramma’s (met name PHS en scholen). Om een optimaal renteresultaat te behalen streven we door liquiditeitenbeheersing naar zo min mogelijk overtollige middelen. In 2023 en verder ontstaan voornamelijk tekorten. De tekorten financieren we
82
zoveel mogelijk kort. Op kasgeldleningen gelden lage rentes (tot voor kort zelfs negatief). Hierdoor maken we optimaal gebruik van de lage rentestanden. Zodra wettelijke grenzen overschreden dreigen te worden of zodra verwacht wordt dat de rente een structurele stijgende lijn zal vertonen, zal een langlopende lening aangetrokken worden. Liquiditeitsplanning Om geen ongewenste risico's te lopen en om een optimaal renteresultaat te behalen worden alle treasury activiteiten gebaseerd op een liquiditeitsplanning. De liquiditeitsplanning is onderverdeeld in kasstromen uit operationele, investering en financieringsactiviteiten en laat meerjarig het volgende beeld zien:
Kasstroomoverzicht x € 1.000 exploitatiesaldo overige liquiditeitsmutaties reserves/voorzieningen bij: afschrijvingen bij:mutaties werkkapitaal kasstroom uit operationele activiteiten investeringen materiële vaste activa desinvesteringen materiële vaste activa mutatie financiële vaste activa kasstroom uit investeringsactiviteiten aflossing langlopende lening kasstroom uit financieringsactiviteiten Saldo 1 januari mutaties in boekjaar saldo 31 december liquiditeitsbehoefte(langlopende lening) saldo na aantrekken langlopende lening* cumulatieve liquiditeitsbehoefte
2022 3.463
2023 3.887
2024 6.597
14.715 6.239 1.873 26.289 -5.572 55 6 -5.511 -3.733 -3.733 500 17.045 17.545
-2.119 5.673 3.193 10.634 -18.284 0 180 -18.104 2.764 2.764 500 -4.707 -4.207
0 17.545 0
4.273 66 4.273
2025 10.049
2026 11.612
-13.506 5.998 705 -207 -18.881 0 9 -18.872 -3.957 -3.957 500 -23.035 -22.535
-9.776 6.606 -428 6.451 -9.325 0 0 -9.325 -3.961 -3.961 501 -6.835 -6.334
-9.658 6.338 -181 8.111 -6.308 0 0 -6.308 -3.965 -3.965 502 -2.162 -1.660
23.035 500 27.308
6.835 501 34.143
2.162 502 36.305
* minimaal benodigde kaspositie kort wordt gesteld op € 500.000. De langlopende leningen worden op de kapitaalmarkt gefinancierd. Rentetoerekening De rentelasten worden door middel van een rente omslagpercentage toegerekend aan de verschillende taakvelden.
Rentetoerekening
2023
2024
2025
2026
x€ 1.000 a. Externe rentelasten (korte en lange financiering)
1.377
1.335
1.269
1.204
-2
-2
-2
-3
Saldo rentelasten en rentebaten
1.374
1.333
1.267
1.202
Toegerekende rente grexen/projecten
-126
-190
-420
-378
0
0
0
0
b. Externe rentebaten
c2. Rente projectfinanciering
83
c3. Rentebaat doorverstrekte leningen
0
0
0
0
1.249
1.143
847
824
d1. Rente over eigen vermogen
0
0
0
0
d2. rente over voorzieningen
0
0
0
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
1.249
1.143
847
824
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
1.637
1.500
1.522
2.282
f. Renteresultaat taakveld treasury
389
357
675
1.458
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
Risicobeheer In de wet Fido is een begrenzing opgenomen van kortlopende middelen die gemeente mogen opnemen, de zogenaamde kasgeldlimiet. De minister heeft de limiet vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Voor de gemeente Vught wordt de kasgeldlimiet geraamd op:
Kasgeldlimiet
2023
x € 1.000
2024
2025
2026
Begrote lasten
99.687
98.976
92.657
88.658
Kasgeldlimiet
8.473
8.413
7.876
7.536
De renterisico-norm begrenst de rentegevoeligheid van de vaste schuldpositie van de gemeente. Het renterisico wordt bepaald door de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld. Het percentage is door de minister vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Maximaal mag dus 20% van het begrotingstotaal in enig jaar aan rentegevoeligheid onderhevig zijn. De gemeente Vught heeft 12 lineaire leningen uitstaan tegen vaste renten. Het totaal geleende bedrag bedraagt op 1 januari 2022 € 68,7 miljoen. Doordat er in gelijke delen wordt afgelost lopen we een beperkt renterisico.
Berekening renterisiconorm
2023
2024
2025
2026
99.687
98.976
92.657
88.658
20%
20%
20%
20%
19.937
19.795
18.531
17.732
1aRenteherziening op vaste schuld o/g
0
0
0
0
1b Renteherziening op vaste schuld u/g
0
0
0
0
2Renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
0
0
0
0
4.233
21.977
6.596
1.933
0
0
0
0
4Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)
4.233
21.977
6.596
1.933
5Betaalde aflossingen
3.957
3.961
3.965
3.969
6Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
3.957
3.961
6.596
1.933
7Renterisico op de vaste schuld (2+6)
3.957
3.961
6.596
1.933
8Renterisiconorm
19.937
19.795
18.531
17.732
9aRuimte onder renterisiconorm (8-7)
15.980
15.834
11.935
15.799
9b Overschrijding renterisiconorm (7-8)
0
0
0
0
x € 1.000
10Begrote lasten 11Het bij ministeriële regeling vastgesteld % 12Renterisiconorm Berekening rente risico (x € 1.000)
3aNieuw aangetrokken vaste schuld 3b Nieuw uitgezette vaste geldleningen
Uit bovenstaande berekening blijkt dat ons renterisico onder de renterisiconorm blijft.
84
Schatkistbankieren Alle decentrale overheden zijn verplicht hun overtollige middelen (middelen die niet onmiddellijk nodig zijn voor de publieke taak) in de schatkist aan te houden. Om het dagelijks kasverkeer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is een gemiddeld saldo per kwartaal. Voor de komende jaren wordt dit voor onze gemeente geraamd op:
Drempelbedrag schatkistbankieren x € 1.000
2023
2024
2025
2026
Begrote lasten
99.687
98.976
92.657
88.658
Drempelbedrag
748
742
695
665
85
3.4 Lokale heffingen Inleiding De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de totale inkomsten binnen de gemeentelijke begroting. De paragraaf lokale heffingen, conform artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording voor gemeenten en provincies (BBV), biedt een overzicht van het beleid voor de lokale lasten. Deze paragraaf lokale heffingen bestaat uit: 3.4.1. Geraamde opbrengsten; 3.4.2. Beleid ten aanzien van de lokale heffingen; 3.4.3. Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen; 3.4.4. De lokale lastendruk; 3.4.5. Kwijtscheldingsbeleid. De lokale heffingen zijn onder te verdelen in twee categorieën, namelijk belastingen en rechten. Belastingen zijn heffingen waar geen aanwijsbare tegenprestatie van de overheid tegenover staat. De lokale belastingen, o.a. de OZB en toeristenbelasting, zijn bijdragen in de algemene kosten van de gemeente en hebben een budgettaire functie. Heffingen zijn rechten en leges. De gemeente krijgt (maximaal) de kosten vergoed die ze zelf maakt. De totale opbrengst van deze heffingen mag niet meer zijn dan de totale kosten. De gemeenteraad bepaalt, door het vaststellen van de belastingverordeningen, welke belastingen de gemeente heft en welke heffingsmaatstaven en tarieven we hanteren.
De belangrijkste belastingen en heffingen in de gemeente Vught zijn: - Onroerende-zaakbelastingen (OZB); - Afvalstoffenheffing; - Rioolheffing; - Toeristenbelasting; - Leges; - Reclameheffing. Daarnaast heffen we rechten zoals o.a. marktgelden en lijkbezorgingsrechten.
3.4.1 Geraamde opbrengsten Totaaloverzicht opbrengsten belastingen, heffingen en retributies.
Heffingen
2021
2022
x € 1.000 realisatie begroot*
2023
2024
2025
2026
Onroerende zaakbelasting
9.144
9.380
9.734
10.104
10.489
10.834
Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten
3.339
3.341
3.154
3.318
3.406
3.461
Rioolheffing
4.069
4.421
4.567
4.648
4.661
4.678
Toeristenbelasting
346 14.568
449 17.591
461 17.916
474 18.544
487 19.043
497 19.470
Totaal
*inclusief wijziging
3.4.2 Beleid t.a.v. lokale heffingen Uitgangspunt van het coalitieakkoord “Vernieuwd en vertrouwd” is dat de lastendruk niet onnodig toeneemt. De opbrengsten van lokale heffingen worden beïnvloed door drie factoren: autonome ontwikkelingen, areaal (uitbreiding of krimp) en indexatie. Het uitgangspunt is dat wijzigingen in areaal leiden tot meer- of minderopbrengsten. Indexatie leidt tot meeropbrengsten. De te realiseren OZB opbrengst voor het jaar 86
t+1 wordt bepaald door de begrote opbrengsten in het jaar t te verhogen met de verwachte areaaluitbreiding én het inflatiepercentage. Deze laatste 2 kunnen afwijken van het voorgaande begrotingsjaar. Door het te delen door de actuele WOZ waarden ontstaat het tarief. Het is vigerend beleid om autonome ontwikkelingen te compenseren. Voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, leges en lijkbezorgingsrechten wordt maximaal 100% kostendekking toegepast. De kosten bestaan uit de directe kosten en een opslag voor de overhead. De opslag voor overhead wordt meegenomen bij de tariefbepaling van de diverse heffingen. Hiervoor wordt binnen de Programmabegroting een consistente gedragslijn gehanteerd. Overhead wordt toegerekend volgens de volgende formule: (directe personele kosten taakveld(inclusief eventuele inhuur)/(totale personeelslasten alle taakvelden excl. Overhead)) x overhead = opslag Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn de gebruikers belastingplichtig en is het tarief onder meer afhankelijk van inhoudelijke beleidskeuzes en het gewenste voorzieningenniveau. De legesopbrengsten over het totaal van de verordening zijn, conform artikel 229b van de Gemeentewet, op basis van voorcalculatie niet hoger dan de lasten. Het totaal van de legesopbrengsten is wettelijk beperkt tot maximaal 100% kostendekkend.
Kruissubsidiëring tussen de titels is niet verboden maar ook niet wenselijk omdat het dienstverlening betreft van verschillende aard. De indexering van de leges is gekoppeld aan de stijging van de personele lasten.
Jaar
2022
2023
2024
2025
2026
Indexering OZB inflatie
1,5%
2,8%
2,8%
2,8%
2,0%
Indexering overige leges
3,3%
3,0%
3,0%
3,0%
3,0%
3.4.3 Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen
Onroerende Zaak Belastingen De heffingsgrondslag voor de onroerende zaakbelastingen is de waarde zoals die in het kader van de Wet Waardering Onroerende Zaken jaarlijks wordt vastgesteld. Er zijn twee onroerende zaakbelastingen, de gebruikersbelasting voor niet-woningen en de eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen. Daarbij passen we de drie onderstaande uitgangspunten toe: Autonome ontwikkelingen Conform bestaand beleid worden autonome ontwikkelingen gecompenseerd bij de tariefbepaling. Areaal Areaalontwikkelingen leiden in het geval van uitbreiding tot meeropbrengsten en in het geval van krimp tot minderopbrengsten. Areaal heeft derhalve geen effect op de lastendruk. Indexatie Het meerjarig begrotingsperspectief leidt ertoe dat met ingang van 2023 de inflatiecorrectie van 2,8% wordt toegepast.
87
Verwacht wordt dat de WOZ-waarden voor woningen naar waardepeildatum 1-1-2022 een stijging laten zien. Voor niet-woningen verwachten we een marktontwikkeling rond de nullijn. De marktontwikkeling heeft geen effect op de uiteindelijk te realiseren OZB-opbrengsten omdat de gemiddelde waardestijging of -daling wordt verdisconteerd in de tarieven. Daarmee heeft dit ook geen effect op de lastendruk. De marktontwikkeling heeft geen effect op de uiteindelijk te realiseren OZB-opbrengsten omdat waardestijging of -daling wordt verdisconteerd in de tarieven en daarmee heeft dit ook geen effect op de lastendruk. Toeristenbelasting Voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente Vught, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen staan ingeschreven, wordt toeristenbelasting geheven. De opbrengst van de toeristenbelasting maakt onderdeel uit van de algemene dekkingsmiddelen. Door de coronapandemie is het aantal overnachtingen in 2020 fors gedaald. De cijfers over het jaar 2021 zijn hoger dan verwacht. Het aantal overnachtingen was vanwege de aanhoudende coronacrisis lager ingeschat, op het niveau van 2020. Uit recente gegevens blijkt echter dat de coronacrisis nauwelijks meer invloed heeft gehad op het aantal overnachtingen in 2021.
Tevens is het aantal overnachtingen in de categorie overige overnachtingen fors gestegen. Dit heeft te maken met het aantal B&B’s in Helvoirt dat sinds 2021 onder de heffing van de gemeente Vught valt. Gelet op de structurele aard van de stijging in de jaren vóór de pandemie, en de komst van Helvoirt bij de gemeente Vught, is het de verwachting dat het aantal overnachtingen ook de komende jaren zal stijgen, een stijging zoals die in 2018 en 2019 al was ingezet. De actuele tarieven Toeristenbelasting gelden met ingang van 2020. Het tarief per persoon/per overnachting is € 2,00 voor hotels en € 1,75 voor overige accommodaties.
Toeristenbelasting
2018
2019
Aantal overnachtingen hotels
104.612
104.068
Aantal overnachtingen overige
33.181 137.793
54.909 158.977
Totaal
2020
77.861 35.711 113.572
2021
2022 *
103.880
103.000
101.168 205.048
101.000 204.000
* Er zijn voor belastingjaar 2022 nog geen cijfers beschikbaar. Het aantal overnachtingen is ingeschat op het niveau van 2021. Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing voor het verhalen van de kosten van de afvalinzameling en –verwerking. De afvalinzameling is in 2016 aanbesteed, op grond van de resultaten van de brede afvaldiscussie. In 2017 is de huis- aan huisinzameling gewijzigd. Het uitgangspunt voor de afvalstoffenheffing is maximaal 100% kostendekkende tarieven. De kosten van de milieustraat worden gedeeltelijk gedekt door tarieven aan de poort. We hanteren de principes “de vervuiler betaalt” en “afval is grondstof”. We bieden het door de burgers gewenste serviceniveau tegen zo laag mogelijke kosten. Het tarief bestaat uit een vastrecht en een variabel deel, op basis van volume en het aantal ledigingen. In 2020 zijn de tarieven gestegen om de dienstverlening kostendekkend aan te bieden. Het stijgen van de kosten en beleidsmatige keuzes liggen hieraan ten grondslag. De verzwaring van de lastendruk is evenredig over de belastingplichtigen worden verdeeld. Voor 2023 worden de tarieven aangepast om de heffing kostendekkend te laten blijven.
88
Afval
x €1.000
Kosten taakveld
3.031
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
609
Directe kosten en inkomsten
2.422
Omslagrente
3
Overhead
208
BTW
521
Toe te rekenen kosten
732
Totale kosten
3.154
Opbrengst heffingen
3.154
Mutatie egalisatievoorziening afval
0
Totale inkomsten
3.154
Dekkingspercentage
100%
Rioolheffing Rioolheffing is een bestemmingsheffing om kosten voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van hemelwater en grondwater te verhalen. Artikel 228a Gemeentewet maakt een onderscheid tussen de waterketen (afvoer afvalwater) en het watersysteem (hemelwater en grondwater). Voor 2018 e.v. is een nieuw gemeentelijk rioleringsplan (GRP) opgesteld. In dit GRP zijn de volgende uitgangspunten voor de rioolheffing opgenomen: - kostendekkende tarieven (maximaal 100%); - heffingsgrondslag drinkwaterverbruik; - tarief voor bronnering; - principe “de vervuiler betaalt”. Eventuele risico’s en tekorten worden opgevangen door de voorziening riolering.
Riool
x €1.000
Kosten taakveld(en)
4.655
Inkomsten taakveld(en), excl.. heffingen
699
Directe kosten en inkomsten
3.956
Omslagrente
138
Overhead
381
BTW
224
Toe te rekenen kosten
742
Totale kosten
4.698
Opbrengst heffingen
4.567
Mutatie egalisatievoorziening riolering
131
Totaal inkomsten
4.698
Dekkingspercentage
100%
Leges Bij de leges wordt onderscheid gemaakt tussen de leges algemene dienstverlening, dienstverlening fysieke leefomgeving (omgevingsvergunning) en overige dienstverlening. De legesverordening is opgebouwd uit deze drie titels.
89
Kruissubsidiëring binnen de diverse titels van de Legesverordening wordt op beperkte schaal toegepast, o.a. bij het tarief voor bouw gerelateerde omgevingsvergunningen. Kruissubsidiëring kan worden toegepast om legesopbrengsten te maximaliseren en financiële prikkels positief dan wel negatief in te zetten. De kostendekking blijft op totaalniveau onder de 100%.
Kostendekkendheid
x
€ 1.000
Titel 1, algemene dienstverlening
Titel 2, dienst- Titel 3, dienst- Totaal leges verlening verlening fysieke onder leefomgeving/ Europese omgevingsdienstenvergunning richtlijn 670 123 1709
Kosten taakveld(en) incl. (omslag) rente
916
Opbrengsten taakveld(en), excl. heffingen
493
0
0
493
Directe kosten en opbrengsten
423
670
123
1.216
Overhead incl. (omslag) rente
530
547
51
1.129
BTW
48
48
12
108
Toe te rekenen kosten
578
595
64
1.237
Totaal kosten en opbrengsten
1.001
1.265
186
2.453
Opbrengst heffingen
331
1.225
19
1.575
Dekkingspercentage
33%
97%
10%
64%
Begraafplaatsen / grafrechten De gemeente Vught exploiteert één algemene begraafplaats. Er wordt gestreefd naar een kostendekkende exploitatie van deze begraafplaats. Om te komen tot kostendekkende tarieven zijn de grafrechten de afgelopen drie jaar verhoogd. De kostendekking zoals opgenomen in de tabel is gebaseerd op een 100% kostendekkende exploitatie inclusief overhead. De geraamde opbrengsten zijn gebaseerd op 5 begravingen per jaar en 12 verlengingen.
Begraafplaatsen
x €1.000
Kosten taakveld(en) incl. (omslag) rente
19
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
0
Directe kosten
19
Overhead incl. (omslag) rente
0
BTW
0
Toe te rekenen kosten
0
Totale kosten
19
Opbrengst grafrechten
19
Dekkingspercentage
100%
Reclameheffing In 2013 is voor het centrum van Vught een reclameheffing ingevoerd. De opbrengsten van deze reclameheffing (na aftrek van perceptiekosten en oninbaar) worden afgedragen aan het centrummanagement. Het centrummanagement gebruikt deze middelen voor investeringen en activiteiten die positief bijdragen aan de leefbaarheid en aantrekkingskracht van het centrum. Het tarief voor de
90
reclameheffing is € 1,26 per € 1.000 WOZ-waarde. Om onevenredigheid in belastingheffing te beperken is een minimum van € 126 en een maximum van € 1.250 ingevoerd.
3.4.4 De lokale lastendruk De lokale lastendruk is gebaseerd op OZB, riool- en afvalstoffenheffing. Ten gevolge van inflatiecorrectie zullen de OZB-tarieven 2023 met 2,8% stijgen. De tarieven voor afvalstoffenheffing en riolering zijn (maximaal) 100% kostendekkend en daarmee gerelateerd aan het ambitieniveau ten aanzien van kwaliteit en dienstverlening. Met ingang van 2020 wordt er geen belasting geheven per lediging van de gftcontainer. In vergelijking met andere gemeenten is de lokale lastendruk in Vught bovengemiddeld. De lokale lastendruk hangt samen met het voorzieningenniveau dat een gemeente biedt. Vught heeft afgelopen jaren het (hoge) voorzieningenniveau kunnen handhaven en de lastenverzwaring kunnen beperken. Het streven is en blijft beperking van de lastenverzwaring. Ontwikkeling lokale lastendruk (meerpersoons huishouden)
2021
2022
2021 t.o.v. 2022
392.813 €
417.560
0,1068%
0,1020%
OZB WOZ-waarde woning
€
Ratief OZB
€
420 €
426
1,4%
Vastrecht
€
183 €
188
Ledigingen restafval, 140 ltr*
€
89 €
91
Ledigingen gft, 140 ltr*
€
-€
-
Heffing
€
272 €
279
+2,5%
€ €
228 € 920 €
228 933
0,0% 1,4%
Afvalstoffenheffing
Rioolheffing Basistarief Totaal
*) Op basis van 9 ledigingen restafval en 6 ledigingen GFT
3.4.5 Kwijtscheldingsbeleid Het kwijtscheldingsbeleid is vastgelegd in een verordening. Kwijtschelding kan worden verkregen voor OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Mensen met een inkomen tot 100% van de bijstandsnorm komen hiervoor in aanmerking. Voor de doelgroep 100% tot 110% is er een bijdrageregeling in het leven geroepen. Een regeling in het kader van het armoedebeleid die buiten het gemeentelijk belasting/invorderingsterrein valt. Voor de afvalstoffenheffing is het aantal ledigingen waarvoor kwijtschelding wordt verleend beperkt (de vervuiler betaalt). De kwijtschelding is niet opgenomen in de tariefstelling voor de afvalstoffenheffing respectievelijk riolering maar wordt gedekt uit de algemene middelen via het budget armoedebeleid.
Jaar Aantal toekenningen Derving x € 1.000
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025 2026 186 200 200 200 200 200 69
95
91
98
100
103
105
3.5 Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente Vught heeft een buitengebied wat in de verre omgeving bekendheid heeft door haar landgoederen en de recreatieplas de IJzeren Man. In het bebouwd gebied zijn veel gemeentelijke en andere voorzieningen te vinden die van belang zijn voor de manier waarop bewoners en bezoekers de omgeving beleven. In die omgeving wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd waarbij de beleving voor een groot deel wordt bepaald door de kwaliteit van de kapitaalgoederen. Een goed beheer ervan is van groot belang.
3.5.1 Beheer en onderhoud openbare ruimte
Inleiding In deze paragraaf wordt aangegeven op welke wijze de kapitaalgoederen in de openbare ruimte worden onderhouden. Hiervoor zijn beleids- en beheerplannen vastgesteld en voor de uitvoering zijn de benodigde financiële middelen beschikbaar gesteld. We onderscheiden de volgende beheersdisciplines: - Wegen - Openbare verlichting - Civieltechnische kunstwerken - Riolering - Groen en bomen - Speelvoorzieningen - Verkeer Per beheerdiscipline gaan we nader in op de beleidskaders en ontwikkelingen, de prestaties en kwaliteit en de financiën. Er wordt afgesloten met een meerjarenoverzicht van de projecten in de openbare ruimte. Wegen Beleidskader Het groot onderhoud van wegen vindt plaats volgens de systematiek van het wegbeheer van het CROW. Hierdoor wordt op een rationele manier kennis verkregen over waar, wanneer, welke maatregelen moeten worden getroffen om volgens de vooraf gestelde norm het afgesproken onderhoudsniveau te bereiken. De systematiek geeft daarbij aan welke middelen hiervoor noodzakelijk zijn. Prestaties en kwaliteit Aan het beheer van verharde wegen ligt de beleidskeuze vast die door de gemeenteraad is gemaakt, waarbij de prioritering binnen de kwaliteitscriteria zijn vastgelegd. Daarin is de doelstelling van het beheer vastgelegd om het Vughtse wegennet te laten voldoen aan wat als 'normaal' mag worden beschouwd.
Het jaarlijks onderhoud is gekoppeld aan een tweejaarlijkse globale inspectie van het wegenbestand, wat begin 2021 plaatsvond. Onderstaande kwaliteit cijfers zijn gebaseerd op de tweejaarlijkse globale inspectie van 2021. Kwaliteit asfaltverharding A+ A B C D
2017
2019
2021
59% 21% 8% 1% 11%
55% 19% 16% 4% 7%
53% 8% 29% 1% 9%
Evenwichtig wegennet
Kwaliteit elementenverharding 20% A+ 60% A 12% B 8% C 0% D
2017
2019
2021
Evenwichtig wegennet
54% 29% 2% 0% 15%
54% 22% 18% 1% 6%
61% 15% 20% 0% 4%
10% 77% 8% 5% 0%
Kwaliteitsniveau volgens CROW richtlijnen: A+: geen schade A: enige schade, maar de waarschuwingsgrens is nog niet overschreden B: waarschuwingsgrens is overschreden: binnen vijf jaar is onderhoud nodig
92
C: D:
richtlijn is overschreden: binnen twee jaar is groot onderhoud nodig richtlijn is meer dan één klasse overschreden: er is direct groot onderhoud nodig
Extra aandacht gaat er gegeven worden aan het asfaltareaal met het kwaliteitsniveau D. Omdat diverse wegen die dit kwaliteitsniveau hebben in het buitengebied liggen, wordt afgewogen of deze een onverharde status kunnen krijgen. Voor onverharde wegen wordt in 2023 een beleidskader aan de raad voorgelegd, inclusief bijbehorende meerjarenonderhoudsplanning (MJOP). Daarnaast is er naar verwachting vanaf 2026 sprake van areaaluitbreiding vanwege de realisatie van Rijksinfra. Waarbij nieuw aangelegde verharding in eigendom, beheer en onderhoud aan de gemeente wordt overgedragen. Uitbreiding van areaal betekent dat (op termijn) extra financiële middelen benodigd zijn om deze op het gewenste kwaliteitsniveau te houden. Financiën Voor het onderhoud van de wegen zijn jaargebonden budgetten beschikbaar. Voor de investeringen zijn jaarlijks investeringskredieten beschikbaar. Wegen Onderhoud wegen Investering wegen
x € 1.000
2023
2024 376 839
2025 386 862
2026 397 886
405 904
Openbare verlichting Beleidskader en ontwikkelingen Het beheerplan openbare verlichting geeft kaders voor de openbare verlichting, binnen en buiten de bebouwde kom, die aansluiten op landelijke wetgeving. Met het beheerplan wordt aangegeven waar de openbare verlichting aan moet voldoen om zo goed mogelijk te functioneren. Prestaties en kwaliteit De kwaliteit van de verlichting laat zich uitdrukken in een percentage in dienst (brandt wel/ brandt niet). Hierop wordt jaarlijks gemeten en gerapporteerd, de huidige score ligt hoger dan 99%. De doelstelling is deze score de komende jaren te handhaven. Invulling wordt gegeven aan het verledden van het areaal om de doelstelling te behalen om in 2030 volledig verled te kunnen zijn. Financiën Er is investeringskrediet beschikbaar voor de openbare verlichting en daarnaast is er ook een investeringskrediet voor het verledden van de openbare verlichting. Openbare verlichting x € 1.000 Investering openbare verlichting Investering verledden openbare verlichting