Bijlage - Jaarverslag 2024
Tekst van het document
Hoe meten we dit? Voor dit taakveld zijn geen indicatoren geformuleerd.
2.4.4 Openbare orde en veiligheid Wat wilden we bereiken? • De wijkagenten zijn zichtbaar en benaderbaar. • Het tegengaan van ondermijnende criminaliteit in het buitengebied. • De capaciteit op veiligheid is in overeenstemming met de taken en ambities van de gemeente. • Het waarborgen van een veilige leefomgeving rondom de penitentiaire inrichting (PI). • Instellingen op het Zorgpark dragen bij aan de veiligheid van cliënten en omgeving. Wat hebben we er voor gedaan? Voor dit taakveld zijn geen activiteiten benoemd Hoe meten we dit? Indicatoren
Realisatie
Aantal gestolen motorvoertuigen.
2022 8 91
Aantal diefstal vanaf/vanuit motorvoertuigen (bv.
66
Begroot
Realisatie
2023 11
2024 8
2024 8
141
90
47*
kentekenplaten, navigatiesystemen). Aantal diefstal brom-, snor-, fietsen.
102
131
100
132*
Aantal woninginbraken.
35
30
30
34**
Meldingen/incidenten overlast van de jeugd.
95
84
70
140***
Meldingen overlast door verward/overspannen persoon.
320
295
280
283
* Deze indicator betreft specifiek het aantal diefstallen vanaf/vanuit motorvoertuigen (‘auto-inbraken’). Denk hierbij aan (waardevolle) auto-onderdelen zoals navigatiesystemen, maar ook aan het wegnemen van elektronica en/of persoonlijke bezittingen uit een voertuig (tassen, laptops). Bij deze vorm van criminaliteit is er veelal sprake van mobiel banditisme. In 2024 heeft deze criminaliteitsvorm minder plaatsgevonden. Het is door experts vanuit de politie niet met zekerheid vast te stellen, wat hiervoor de reden is. De politie geeft aan dat mogelijk preventieve inzet (surveillance, communicatie) hieraan hebben bijgedragen. **In 2024 zijn de zogenoemde 'hotspots' van fietsendiefstal in beeld gebracht en zijn mogelijk aanvullende interventies onderzocht. Vanuit deze duiding wordt ingezet op bewustwording door middel van communicatie en verdere samenwerking tussen politie en de gemeente (boa’s). Toch is het aantal fietsendiefstallen is niet gedaald. Deels komt deze stabilisatie in het aantal meldingen van fietsen diefstal doordat verzekeraars vanwege de toegenomen waarde van (elektrische) fietsen bewijs van aangifte vragen bij diefstal. Ook zijn (elektrische) fietsen waardevoller geworden, waardoor deze eerder worden gestolen. *** Het aantal woninginbraken is licht gestegen. Het is door experts vanuit de politie niet met zekerheid vast te stellen, wat hiervoor de reden is.
In samenwerking met buurtpreventie, politie en boa’s is onder andere het Donkere Dagen offensief uitgevoerd. Ook wordt actief ingezet op bewustwording van inwoners tijdens kwetsbare periodes voor inbraak middels communicatie. Daarnaast wordt ingezet op reguliere surveillances in kwetsbare gebieden. *** Het aantal meldingen van jeugdoverlast is toegenomen. Dit betreft een brede maatschappelijke trend die ook zichtbaar is in diverse omliggende gemeenten. De gemeente werkt hierbij samen met partners zoals politie, jongerenwerk en (jeugd)hulpverlening. Het gezamenlijk streven is om deze overlastmeldingen nader te duiden, te voorkomen en gericht en integraal aan te pakken. Er is een aantal jongeren en locaties in beeld, waar deze aanpak op wordt ingezet.
67
Wat zijn de kosten? 2023
Besturen Lasten
Begroting Begroting Realisatie primitief wijzigingen 5.326 12.174 10.994 9.666
Baten
-4.599
-9.694
-8.223
-8.239
15
Saldo
727
2.480
2.771
1.427
1.344
Lasten
1.562
1.553
1.831
1.862
-31
Baten
-541
-577
-764
-869
106
Saldo
1.021
976
1.068
992
75
Lasten
2.144
2.331
2.274
2.404
-130
Baten
-3
0
0
0
0
Saldo
2.141
2.331
2.274
2.404
-130
Lasten
831
1.297
1.408
1.433
-25
Baten
-24
-10
-54
-57
2
Saldo
807
1.286
1.354
1.377
-23
Lasten
9.862
17.355
16.508
15.365
1.143
Baten
-5.166
-10.282
-9.041
-9.165
124
Saldo
4.695
7.073
7.467
6.200
1.267
Lasten
2.576
0
0
1.381
1.381
Baten
-1.032
0
0
-139
-139
Saldo
1.544
0
0
1.242
-1.242
Lasten
12.438
17.355
16.508
16.746
-238
Baten
-6.198
-10.282
-9.041
-9.304
263
Saldo
6.239
7.073
7.467
7.442
25
bedragen x €1.000 Bestuur en burgerparticipatie
Burgerzaken
Crisisbeheersing en brandweer
Openbare orde en veiligheid
Totaal programma
Verrekening met reserves
Na verrekening met reserves
2024
Realisatie
- is nadeel
Verschil 1.329
Afwijking x € 1.000
Bestuur en burgerparticipatie Pensioenvoorziening politieke ambtsdragers De benodigde reservewaarde voor de pensioenen van zowel actieve, voormalige, nabestaanden, ex-partners en gepensioneerde politiek bestuurders is door een extern bureau opnieuw berekend. Ten opzichte van de bestaande voorziening vereist dit, conform verslagleggingsregels, een aanvullende storting in de pensioenvoorziening. Burgemeester en wethouders Door het Rijk zijn via de septembercirculaire middelen vrijgemaakt voor beveiligingsmaatregelen van bestuurders. Er zijn geen uitgaven hiervoor gedaan. Gemeenteraad en commissies Er zijn minder uitgaven geweest voor verslaglegging (o.a. webcast) en vastlegging vergaderingen gemeenteraad in het raadinformatiesysteem, hierdoor zijn de kosten lager dan begroot. De uitgaven voor fractieondersteuning zijn lager dan begroot. Conform de vastgestelde
68
-220
7
6
7
Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Vught behoudt een fractie gedurende een zittingsperiode niet gebruikt budget in enig jaar als reserve. De procedure burgemeestersbenoeming loopt van september 2024 tot en met maart 2025. Vooraf was niet exact in te schatten welke kosten exact in 2024 zouden vallen. Er resteert een bedrag van € 4.000. Doelmatigheidsonderzoek Er zijn geen kosten gemaakt voor de uitvoering van een doelmatigheidsonderzoek. Oekraïne Voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen is een bekostigingsregeling door het Rijk gemaakt. Deze voorziet in een vergoeding per gerealiseerde plaats per dag van € 61 (dit was eerder € 83 en wordt voor 2025 € 41). De werkelijke kosten zijn afhankelijk van de daadwerkelijke bezetting, welke lager is dan het aantal gerealiseerde plaatsen. Overigens worden op diverse andere taakvelden ook kosten gemaakt die samenhangen met de crisis in Oekraïne. In paragraaf 1.5 zijn die samengevat. Per saldo wordt jet totaal verrekend met de reserve Migratie en Opvang. Regionale samenwerking Dit was het laatste begrotingsjaar dat er nog een budget voor de frictiekosten vanuit de herindeling was opgenomen. Middels bestuurlijke besluiten is dit deels ingezet en resteert een overschot. Opvang statushouders de Leyhoeve Dit betreffen kosten voor de inrichting en gebruiksklaar maken van de opvanglocatie. Overigen
4
15 1.393
274
-139 10
Burgerzaken ICT Burgerzaken In de begroting is rekening gehouden met de verdere implementatie en uitbreiding van digitale dienstverlening (e-diensten) waarbij de burger deze online kan regelen. Deze introductie zal voor het merendeel plaatsvinden in 2025. Reisdocumenten Er zijn meer reisdocumenten verstrekt dan verwacht en dit resulteert in extra opbrengsten leges en meer afdrachten rijksleges. Per saldo een voordeel vanuit het gemeentelijke deel van de leges. Uittreksels gemeentelijke basisadministratie De vraag naar uittreksels uit de gemeentelijke basisadministratie is minder groot dan verwacht. Inkomsten burgerlijke stand Er zijn meer huwelijken voltrokken dan verwacht, waardoor de leges opbrengsten flink hoger zijn.
32
41
-7
34
Openbare orde en veiligheid Boa's Er zijn hogere kosten voor kleding vanwege wisselingen in de bezetting van boa's. Daarnaast zijn meer licenties aangeschaft. Dierenbescherming De dierenambulance Brabant Noord-Oost is minder vaak uitgereden dan verwacht. Subtotaal afwijking directe kosten Kapitaallasten
-6
6 1.458 0
69
Doorberekende kosten
-191
Totaal
1.267
Verrekening met reserves Ondersteuning raadsfracties Het niet benutte deel van het budget voor ondersteuning van de raadsfracties is in de bestemmingsreserve Fractieondersteuning gestort. Opvang Oekraïense vluchtelingen In de nota Reserves en Voorzieningen is besloten de resultaten samenhangend met de opvang van Oekraïners te verrekenen in de bestemmingsreserve Migratie en Opvang. Zie paragraaf 1.5. voor een specificatie. Opvang statushouders Leyhoeve De gemaakte kosten voor het gereed maken van de locatie voor de opvang van statushouders worden verrekend met de reserve Migratie en Opvang. Totaal
70
-6
-1.375
139
25
Overhead 2023
Overhead bedragen x €1.000 Overhead
Kostenplaatsen
Totaal programma
Verrekening met reserves
Na verrekening met reserves
Lasten
2024
Realisatie
Begroting Begroting Realisatie primitief wijzigingen 11.725 13.294 13.987 14.811
Verschil -825
Baten
-412
-24
-103
-596
493
Saldo
11.312
13.271
13.884
14.215
-332
Lasten
566
303
608
403
206
Baten
-566
-303
-608
-403
-206
Saldo
0
0
0
0
0
Lasten
12.290
13.598
14.595
15.214
-619
Baten
-978
-327
-711
-999
288
Saldo
11.312
13.271
13.884
14.215
-332
Lasten
1.000
0
0
0
0
Baten
-1.000
0
0
0
0
Saldo
0
0
0
0
0
Lasten
13.290
13.598
14.595
15.214
-619
Baten
-1.978
-327
-711
-999
288
Saldo
11.312
13.271
13.884
14.215
-332
2.5.1 Overhead - is nadeel Overhead Financiële administratie Er is minder gebruik gemaakt van het budget voor de fiscale advisering. Werving en selectie Door de gewijzigde organisatiestructuur enerzijds en de verhitte arbeidsmarkt anderzijds zijn de kosten gestegen. Ook zijn er wijzigingen in de benadering van de arbeidsmarkt opgezet en uitgevoerd. Dit om Vught, in een krappe arbeidsmarkt, als aantrekkelijke werkgever op de kaart te zetten. Opleidingen Een verhoogde (zij)instroom, ontwikkelingen in de arbeidsmarkt en het behouden van kennis bij bestaand personeel resulteren in hogere kosten voor opleidingen. Verzekeringen personeel De kosten voor verzekering van personeel zijn duurder geworden. Wachtgeldverplichtingen Binnen de post wachtgeld worden naast de directe wachtgeldkosten die relateren aan oud-bestuurders onder andere de kosten voortkomend uit vaststellingsovereenkomsten en wettelijke verplichtingen zoals eigen risicodrager WW opgenomen. Bij de tussentijdse rapportage is een snellere uitstroom naar werk veronderstelt dan in werkelijkheid heeft plaatsgevonden. Door verhoogde uitgaven in verband met deze kostenposten is er een 71
Afwijking x € 1.000
12
-49
-78
-19 -71
incidentele aanvullende storting in de voorziening wachtgeldverplichtingen gedaan. ICT Werkplek en ICT Toepassingen Stijging van de kosten door aanpassing van de licentiestructuur, waaronder betere dekking op cybersecurity, maar ook vanwege onvoorziene marktontwikkelingen en extra kosten op het netwerkonderhoud. Terug ontvangsten medewerkers met ouderschaps- en zwangerschapsverlof Voor medewerkers die met ouderschaps- of zwangerschapsverlof gaan ontvangen we een bijdrage van het UWV, die niet is begroot. Dit budget is ingezet voor de inhuur van vervangend personeel. Subtotaal afwijking directe kosten
-56
278 17
Kapitaallasten
-31
Doorberekende kosten
-318
Totaal
-332
Verrekening met reserves
0
Totaal
-332
2.5.2 Kostenplaatsen - is nadeel Kostenplaatsen Geo-informatie en inwinning Er zijn minder metingen uitgevoerd.
Afwijking x € 1.000
7
BOR/Brandweerkazerne Hogere lasten door onder andere schoonmaak en energie (€ 22.000). Daarentegen is de doorbelasting van de servicekosten hoger dan verwacht (€ 42.000). Per saldo resulteert dit in een voordeel. Exploitatie raadhuis De subsidieverstrekking voor instandhouding raadhuis is per abuis begroot, terwijl hier geen aanspraak meer op gemaakt kon worden. Clustervoorziening Noord De kosten voor onder andere schoonmaak en energie zijn hoger uitgevallen. Tegenover hogere kosten staat ook en hogere doorbelasting aan de kinderopvang. De bijdrage voor materiële instandhouding vanuit basisschool Molenven is lager uitgevallen dan verwacht. Tractiemiddelen Hogere kosten voor brandstof en kleine reparatie- en onderhoudskosten van de tractiemiddelen. Personeelskosten Tegenover het nadelige verschil van de personeelskosten op de kostenplaatsen staan de inkomsten vanuit het UWV (€ 278.000, zie ook de toelichting op het onderdeel overhead). Subtotaal afwijking directe kosten Kapitaallasten
20
-7
-32 10 -19
-15
-285 -321 0
Doorberekende kosten
321
Totaal
0
Verrekening met reserves Totaal
0
72
Algemene dekkingsmiddelen 2023
Algemene dekkingen Lasten
Begroting Begroting Realisatie primitief wijzigingen -426 -90 -207 -368
Baten
-73
-39
-59
-321
262
Saldo
-499
-129
-266
-689
424
Lasten
666
369
423
483
-60
Baten
-6.460
-6.725
-6.725
-6.810
85
Saldo
-5.793
-6.356
-6.301
-6.327
26
Lasten
19
15
15
31
-15
Baten
-3.508
-3.614
-3.614
-3.439
-175
Saldo
-3.489
-3.599
-3.599
-3.408
-191
Lasten
0
0
0
1
-1
Baten
-49
-42
-48
-52
4
Saldo
-49
-42
-48
-51
3
Lasten
68
8
8
6
2
Baten
-58.139
-60.844
-62.748
-62.835
87
Saldo
-58.070
-60.835
-62.740
-62.829
89
Lasten
0
116
96
0
96
Baten
0
0
0
0
0
Saldo
0
116
96
0
96
Lasten
234
0
-100
59
-158
Baten
-55
0
0
0
0
Saldo
179
0
-100
59
-158
Lasten
562
418
237
211
26
Baten
-68.283
-71.263
-73.193
-73.457
263
Saldo
-67.721
-70.845
-72.957
-73.246
289
Lasten
1.000
1.000
1.000
1.000
0
Baten
0
0
0
0
0
Saldo
1.000
1.000
1.000
1.000
0
Lasten
1.562
-71.263
1.237
1.211
26
Baten
-68.283
1.418
-73.193
-73.457
263
Saldo
-66.721
-69.845
-71.957
-72.246
289
bedragen x €1.000 Treasury
OZB woningen
OZB niet-woningen
Belastingen overig
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
Overige baten en lasten
Vennootschapsbelasting (VpB)
Totaal programma
Verrekening met reserves
Na verrekening met reserves
2024
Realisatie
73
Verschil 162
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Gemeenten ontvangen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. De gemeentefondsuitkering is beleids- en bestedingsvrij voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te beoordelen. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de mutaties ten opzichte van Burap II 2024 per uitkeringsjaar: Uitkeringsjaar 2022 Voor uitkeringsjaar 2022 zijn bij de decembercirculaire 2024 de WOZ waarden definitief vastgesteld (€ 40.445). Samen met een verbeterd inzicht in de oppervlakte bebouwing woonkernen ( € 9.798), betekent dit een voordeel van € 50.242.
Uitkeringsjaar 2023 Een verbeterd inzicht in WOZ waarden levert een voordeel op van € 141.946 Uitkeringsjaar 2024 De volgende mutaties naar aanleiding van de decembercirculaire zijn in een RIB aan u toegelicht x € 1.000 2023 Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg 40 Subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg 6 Uitvoering Hervormingsagenda Jeugd 7 Register externe veiligheidsrisico's 10 Spreidingswet 38 Meerkosten Oekraïne Sociaal Domein 59 Vangnetconstructie energietoelage 33 Landelijke beëindigingsregeling veehouderijbedrijven 7 Overige -305 -105
Lokale heffingen - is nadeel OZB Woningen Waardering WOZ Woningen en Niet-Woningen De overschrijding wordt veroorzaakt door hogere kosten voor het vervaardigen van aanslagen, zowel op papier als de digitale verstrekking door het printbureau, kosten voor het project gebruiksoppervlakte (controle en harmoniseren WOZ en BAG-administratie) en hogere vergoedingen dan begroot op basis van het besluit proceskosten bestuursrecht (met name no-cure-no-paybureaus). Opbrengsten OZB Woningen Bij het bepalen van het OZB tarief houd je rekening met de verwachte waardeontwikkeling, deze is iets hoger gebleken waardoor de opbrengst hoger uitvalt. ICT Belastingen In 2024 is de applicatiesoftware overgenomen door een andere leverancier met een hogere tariefstelling. Daarnaast is de indexatie van het pakket Heffen en Innen hoger uitgevallen dan verwacht, en zijn er enkele modules aangeschaft om de communicatie over Heffen en Innen
74
Afwijking x € 1.000 -27
84
-32
in de praktijk voor de klanten eenvoudiger te maken. OZB niet-woningen Opbrengsten OZB Niet-Woningen Door meerdere factoren is de opbrengst OZB niet-woningen lager uitgevallen. Doordat in 2023 de opbrengst OZB niet-woningen veel te hoog was hebben we in 2024 bij de tariefberekening willen voorkomen dat er wederom een overschot zou ontstaan. Daarnaast hebben we met meer leegstand te maken waardoor de opbrengst lager is en is het aantal faillissementen toegenomen waardoor er ongeveer € 26.000 als oninbaar is afgeboekt. Aan proceskosten is €10.000 minder uitgegeven. Overige Reclamebelasting Subtotaal afwijking directe kosten
-175
-16
3 -163
Kapitaallasten.
0
Doorberekende kosten.
1
Totaal
-162
Een uitgebreide toelichting is opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen (zie paragraaf 3.4.).
Treasury Treasury
Begroting
(x € 1.000)
Incl. wijz.
Realisatie
Verschil
Onverdeeld financieringsresultaat
-248
-676
-428
Dividend
-36
-29
8
Kosten betalingsverkeer
19
16
-3
-266
-689
-424
Totaal taakveld
Financieringsresultaat
Rentelasten
Begroting Incl. wijz.
Realisatie
Afwijking
Rente langlopende leningen
1.636
1.478
158
Rente kortlopend
110
109
1
Rente kortlopend
-20
-284
264
Rente uitgezette geldleningen
-2
-8
6
-347
-347
0
10
11
-1
1.387
958
428
-1.635
-1.635
0
248
677
428
x € 1.000
Lasten
Baten
Toegerekende rente Rente Rijksinfra Geactiveerde rente grondexploitatie Rente ten laste van exploitatie
De rente is als volgt in de exploitatierekening verwerkt Doorberekende rente ten laste van programma's Renteresultaat ten gunste van algemene dekkingsmiddelen
Onverdeeld financieringsresultaat Het financieringsresultaat bestaat uit het verschil tussen de daadwerkelijk te betalen en te ontvangen rente én de aan de programma’s toegerekende rente. Het verschil tussen de werkelijk betaalde rente en de via
75
het omslagpercentage doorberekende rente aan de programma’s wordt verantwoord (renteresultaat) onder de algemene dekkingsmiddelen. Per saldo werd en wordt de werkelijk betaalde rente verantwoord. Zie paragraaf 3.3. voor een uitgebreide toelichting hierop. Dividend Het dividend heeft betrekking op de aandelen BNG die in bezit zijn. Kosten betalingsverkeer Onder de post financiering en belegging worden zowel de interne als externe kosten van het betalingsverkeer verantwoord.
Vennootschapsbelasting (VpB) Gemeenten zijn belastingplichtig voor activiteiten die vallen onder het regime van de vennootschapsbelasting (vpb). Het betreft over het algemeen activiteiten waarbij in concurrentie wordt getreden en waar winst wordt beoogd of verwacht. Binnen onze huidige activiteiten valt enkel de grondexploitatie onder de vennootschapsbelasting. Over 2024 is een bedrag van € 67.777 aan vennootschapsbelasting verschuldigd. Over 2022 en 2023 heeft een herrekening plaatsgevonden, inclusief een verliescompensatie. Dit resulteert per saldo in een opbrengst van € 8.905. De verschuldigde vennootschapsbelasting is ontstaan vanuit de grondexploitatie en wordt daarom verrekend met de reserve Grondexploitatie.
Overige baten en lasten Overige baten en lasten ( x € 1.000)
Begroot
Realisatie
Nieuwe projecten
42
0
Onvoorzien college
54
0
Totaal programma
96
0
Nieuwe projecten Voor de al bekende en geplande (ruimtelijke) projecten zijn uren en middelen in de begroting opgenomen. We constateren dat er zich onverwachte ontwikkelingen kunnen voordoen en er vragen komen vanuit het maatschappelijk veld. Voor de behandeling hiervan zijn geen middelen geraamd. Om toch aan deze vraag tegemoet te kunnen komen is hiervoor een budget opgenomen. Onvoorzien college Dit bedrag kan door het college worden ingezet bij onvoorziene omstandigheden. Primitief was een bedrag van € 73.556 begroot. Hiervan is een incidentele subsidie verstrekt aan MOP (€ 5.000) en een bedrag van € 14.600 ingezet voor de privatisering van het volkstuinencomplex Piazenca. Daarmee resteert € 53.956.
76
Paragrafen 3.1 Algemeen In de paragrafen worden onderwerpen, die versnipperd in de begroting staan, bij elkaar in beeld gebracht. Het gaat vooral om beheersmatige aspecten die grote financiële gevolgen kunnen hebben. De paragrafen zijn bedoeld om extra informatie te geven over de middelen die wij inzetten om ons beleid te realiseren. Op grond van de financiële verordening dienen de paragrafen een aantal onderwerpen te behandelen en te voldoen aan een aantal kwaliteitseisen. Onderstaand zijn deze per paragraaf weergegeven. De paragrafen zijn verplicht voorgeschreven in de verslagleggingsregels van BBV.
77
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf beantwoorden we de vraag of de financiële positie van Vught toereikend is om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het is verplicht om een aantal kengetallen op te nemen die inzicht geven in de financiële positie. Zo zegt de hoogte van de schuld meer over de financiële positie van een gemeente dan de hoogte van de reserves. Met lenen neemt een gemeente als het ware een voorschot op de toekomst. Hoe hoger de schulden, hoe meer toekomstige inkomsten voor aflossingen en rente worden vastgelegd. Voor een gezonde financiële huishouding is het belangrijk het geheel van deze kengetallen te beheersen. Er is een inventarisatie van de weerstandscapaciteit en de risico’s opgenomen. Samen geven ze een beeld van ons weerstandsvermogen. Tevens geven we een toelichting op ons risicobeleid en zijn financiële kengetallen, gebaseerd op verslagleggingsregels, opgenomen. Er is ook een beoordeling van de verhouding tussen de financiële kengetallen en de financiële positie opgenomen. Belangrijkste ijkpunten voor ons financieel beleid zijn een meerjarig sluitende begroting en een verbetering van de financiële kengetallen schuldquote en solvabiliteit. We hebben aandacht voor herprioritering, nieuw-voor-oud beleidskeuzes en scherpere keuzes in de uitgaven.
Inzicht in de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit is noodzakelijk om het weerstandsvermogen te beoordelen. We willen weten of we in staat zijn om optredende risico’s op te vangen zonder dat de publieke taken en voorzieningen in de knel komen. De weerstandscapaciteit is het geheel van middelen waaruit we tegenvallers, die onverwacht en substantieel zijn, bekostigen. Het weerstandsvermogen drukt de relatie uit tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s. We hebben een incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De eerste is bedoeld om eenmalige tegenvallers op te vangen zonder dat we (het niveau) van onze publieke taken en ons beleid aanpassen. De structurele weerstandscapaciteit betreft middelen die we permanent kunnen inzetten voor tegenvallers in de lopende exploitatie. Incidentele weerstandscapaciteit: - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Stille reserves Structurele weerstandscapaciteit: - Onbenutte belastingcapaciteit - Post onvoorzien Feitelijk zijn alleen de algemene reserve en de reserve grondexploitatie in te zetten als afdekking van algemene risico’s. Voor de besteedbaarheid van de bestemmingsreserves geldt dat deze middelen, door de daarover genomen raadsbesluiten, geheel bestemd zijn.
3.2.1 Beleidsuitgangspunten weerstandscapaciteit en risico's Via de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing sturen we op het weerstandsvermogen en de risico’s. Beleidsuitgangspunten Bij het beheersen treffen we maatregelen om risico’s te verminderen of kiezen ervoor deze te accepteren. Het afdekken van de risico’s gebeurt deels via afgesloten verzekeringen en deels via het treffen van
78
voorzieningen. Maar ook door een goed opleiding- en aannamebeleid van personeel. De resterende risico’s inventariseren we in deze paragraaf. Hiermee ontstaat een gefundeerd beeld op de benodigde weerstandscapaciteit. Weerstandscapaciteit Voor de weerstandscapaciteit wordt een streefwaarde van de algemene reserve van 20% van de uitkering uit het gemeentefonds gehanteerd. Ons financieel beleid is gericht op een realistische en scherpe begroting: transparant met meer risico mits goed beargumenteerd en benoemd. Dit uitgangspunt is in de geactualiseerde risico-inventarisatie meegenomen. Verzekeringen Er zijn diverse verzekeringen afgesloten voor risico’s door claims van derden en schadegevallen. We werken schadepreventief, o.a. door voldoende onderhoud te plegen, het correct naleven van bestaande procedures en het goed gemotiveerd afhandelen van bezwaarschriften. Risico’s van achterstallig onderhoud zijn ondervangen door het opstellen van beheerplannen voor wegen, groen, verlichting, riolering, kunstwerken en speeltoestellen. Voorzieningen Er zijn voorzieningen getroffen voor risico’s en verplichtingen waarvan bekend is dat die zich voordoen en die we kunnen kwantificeren. Er zijn voorzieningen getroffen voor verplichtingen (pensioen, wachtgeld, grondexploitatie), onderhoud (gebouwen, openbare verlichting en kunstwerken) en voor de afvalstoffen en riolering.
Grondexploitaties Elk plan binnen de grondexploitatie heeft zijn eigen exploitatie, met eigen baten en lasten. Voor verwachte tekorten zijn voorzieningen getroffen. Overige risico’s worden opgevangen binnen de reserve grondexploitatie. De hoogte van deze reserve is berekend aan de hand van risicoanalyses van de planexploitaties. Jaarlijks actualiseren we de plannen in het Uitvoeringsprogramma grondexploitatie en de hierin opgenomen risico-inventarisatie. Uit het Uitvoeringsprogramma grondexploitatie blijkt dat de stand van de reserve grondexploitatie toereikend is om de risico’s te dekken.
3.2.2 Risico-inventarisatie De risico-inventarisatie geeft een aantal geïdentificeerde risico’s, die voldoen aan de volgende criteria: - onzekerheden met grote financiële gevolgen; - waarvan de kans reëel is dat de risico's zich voordoen; en - waarvoor de oorzaken niet door de gemeente kunnen worden beïnvloed of waarvoor de gemeente(nog) niet in staat is geweest om passende beheersingsmaatregelen te treffen; - risico’s die niet zijn afgedekt door verzekeringen of voorzieningen. In deze paragraaf wordt de inventarisatie van de belangrijkste risico’s weergegeven. Dit zijn de risico’s waarvan we als organisatie op dit moment kunnen inschatten dat ze zich wellicht gaan voordoen. Risico’s lopen in de uitvoering van ons werk is niet altijd te voorkomen. Wel zorgen we voor een goede administratieve organisatie. Dit is de basis voor het voorkomen van risico’s. Het systeem van risicomanagement wordt toegelicht in de Nota weerstandsvermogen en risicomanagement. Een risico-inventarisatie bevat altijd subjectieve aannames. De inschatting van de kansen en omvang is tijdsgebonden, waarbij het inzicht afhankelijk is van onzekere toekomstige factoren. Sommige risico's worden voor 2 of 3 jaar meegenomen. Dit is nodig omdat het in sommige gevallen niet mogelijk is direct maatregelen te treffen om risico's op te vangen of ze te verwerken in de meerjarenbegroting.
79
Risico-inventarisatie
Risico bedrag p/j 900
Aantal jaar 3
Jeugdhulp
1.200
2
Wet Maatschappelijke Ondersteuning
120
2
2.700 2.400 240
Wmo
200
2
400
Participatiewet
90
2
180
Stadsgewest
1.000
1
1.000
x € 1.000 Renteontwikkeling
Totaal risico
Strategische, operationele risico's
2.500
Totaal risico's Na risicofactor
9.420 7.065
75%
Rijksinfra N65 en PHS (risicofactor reeds toegepast)
3.500
Totaal benodigde reservecapaciteit
10.565
Renteontwikkelingen De rentes waren volop in beweging. Na jaren van stabiele lage rentes, zagen we stijgende rentes, welke nu weer stabiliseren. Voor nieuwe investeringen is er een risico bij stijgende rentes, omdat daar ook substantiële bedragen aan verbonden zijn. Het blijft de vraag welke gevolgen de economische ontwikkeling, inflatie, grondstoftekorten en de oorlog in Oekraïne blijven hebben voor de renteontwikkeling. Voor de (korte termijn) maatregelen N65 en de ontwikkeling van een nieuw sociaal cultureel centrum is nog niet duidelijk welke bedragen hiervoor uiteindelijk benodigd zijn. Het risico blijft derhalve aanwezig maar door de stabielere rente verlagen wij het risicobedrag. Wanneer deze stijging groter is dan voorspeld, leidt dit tot extra financieringslasten. Voor investeringen die nog niet in het investeringsprogramma zijn opgenomen geeft dit extra financieringslasten die niet in de exploitatie van onze meerjarenbegroting zijn opgenomen. Te denken valt hierbij ook aan de uitbreiding bij Het Kwartier. Wij bepalen het risico op € 700.000 per jaar. Dit is gebaseerd op 1% rentestijging op begrote te sluiten leningen van € 20 miljoen. Daarnaast is rekening gehouden met nieuwe investeringen van € 20 miljoen tegen 2,5%. Jeugdhulp Voor gemeenten zijn de risico’s bij jeugdhulp groot. Gemeenten hebben een zorgplicht jeugd, terwijl de rijksmiddelen beperkt zijn.
In regionaal verband is een actieplan opgesteld in de vorm van transformatieopgaven jeugd en binnen Wegwijs+ zetten we extra in op preventie en kwaliteit in de dienstverlening. Dit ter voorkoming van stijgende kosten op langere termijn. Het beleid is gericht op tijdige signalering, de juiste hulp en preventie. Daarmee proberen we “zware”, en dus dure, cliënten te voorkomen. De hervormingsagenda Jeugd 2023-2026 beoogt knelpunten in de jeugdzorg structureel aan te pakken en het jeugdzorgstelsel financieel houdbaar te maken voor de toekomst. Maatregelen van het Rijk moeten de gemeenten een besparing opleveren. Het realisme van deze besparing wordt betwijfeld, het Rijk staat aan de lat. Er ligt een (dwingend) advies van de deskundigencommissie aan het Rijk om de tekorten over 2023/2024 voor de helft te vergoeden en de besparingen uit de hervormingsagenda voor 2025 en verder op PM te zetten. Wij volgen de ontwikkelingen nauwlettend. 80
Echter, naast deze ontwikkelingen blijft de zorgvraag bij jeugdigen te stijgen. Het is de vraag en dus een risico of we in staat blijken om samen met onze regionale partners de afvlakking van de groei en het voorkomen van zwaardere zaken te realiseren. In 2024 zien we toename van zowel het aantal casussen als de zwaarte ervan, waardoor forse tekorten ontstaan. Deze zijn aanzienlijk hoger dan eerder voorzien in de bestuursrapportages. We zien sterk stijgende kosten in de afgelopen 2 jaar, die er toe leiden dat het risico verder verhoogd moet worden. Door de kans op verdere prijsstijgingen bij zorgaanbieders en de toename van complexere en intensievere jeugdzorg houden we rekening met een jaarlijks risico van € 1.500.000 gedurende twee jaar. Wet Maatschappelijke Ondersteuning Er is in de risicoreservering rekening gehouden met het afschaffen van het abonnementstarief. Het abonnementstarief Wmo is van toepassing in 2024. Dit geldt vooral voor huishoudelijke hulp. Verder is er weinig uitstroom in het lopende bestand en zijn tarieven van zorgaanbieders verhoogd. Daarnaast speelt het risico van grotere woningaanpassingen ( > € 20.000). Deze laten zich niet begroten maar de kans bestaat wel dat deze gedurende het jaar noodzakelijk blijken te zijn. Hiervoor nemen we een risico op van € 120.000 ( 3 grote woningaanpassingen van € 40.000) voor 2 jaar.
Wmo nieuw (specialistische hulp en dagbesteding) Er wordt een toename van het aantal cliënten op specialistische hulp en dagbesteding basis geconstateerd. Gelet op deze ontwikkeling nemen we een risicobedrag van € 200.000 op. Participatiewet De afgelopen jaren zagen we als gevolg van de conjuncturele ontwikkelingen en de gerichte maatwerkaanpak van Wegwijs+ een daling van het aantal uitkeringsgerechtigden. Daarnaast valt onze gemeente bij de toerekening door het Rijk van het macro budget over de verschillende gemeenten voor een groter deel (circa 70%) onder het objectieve verdeelmodel en worden de loonkostensubsidies op historische basis vergoed door het Rijk. Dit pakt voor onze gemeente gunstig uit. De omvang van het macrobudget van het Rijk blijft echter ook de uitkomst van landelijke ontwikkelingen en geldt een vergoedingssystematiek waarbij we tot een tekort van 7,5% zelf risicodrager zijn en voor een tekort tussen de 7,5% en 12,5% voor de helft risicodrager zijn. Daarnaast kan een hogere taakstelling voor statushouders leiden (indien huisvesting beschikbaar is) tot een hoger aantal uitkeringsgerechtigden. Gelet hierop houden we een marge/risico aan van € 90.000 (6 uitkeringsgerechtigden) gedurende twee jaar. Stadsgewest De ontwikkelingen rondom het Stadsgewest lopen nog. De afwikkeling van de stortplaats is in de loop van 2019 uitgesteld tot 2025.
De ontwikkelingen blijven we nauwlettend volgen. Het grootste risico is dat de provincie voor datum overdracht de rekenrente voor de bepaling van het doelvermogen verlaagt. De provincie is eenzijdig bevoegd om dit te doen. Naar aanleiding van een recente ALM studie kwam de provincie tot het besef dat een forse verlaging van de rekenrente (en daarmee een verhoging van het doelvermogen) nu de exploitanten hard zou treffen. Provincie en exploitanten zijn daarom tot een compromis gekomen waarbij de provincie de huidige rekenrente bevriest op het bestaande niveau (5,06%) en de exploitanten de stortplaatsen nog niet voor eeuwigdurende nazorg overdragen aan de provincie. Deze afspraak geldt voor de periode tot de volgende ALM-studie. Een toekomstige verlaging van de rekenrente met 1 procent betekent dat het af te dragen doelvermogen met ± 48% stijgt. Uitgaande van € 14 miljoen en een aandeel van de gemeente Vught van 7,43% betekent dit een risico van ± € 0,5 miljoen per procent daling van de rekenrente. Het risico wordt geschat op 2% verlaging van de rekenrente (= € 1.000.000).
81
Rijksinfra Binnen het programma Rijksinfra wordt rekening gehouden met risico’s voor de gemeente Vught. Een risico analyse inclusief beheersmaatregelen is opgesteld en wordt periodiek ge-update. Lopende het project vallen risico's weg of komen er nieuwe risico's bij. De ontwikkelingen ten aanzien van PAS vormen een risico voor het project. Indien dit risico zich voordoet betekent dit vertraging en daarmee hogere kosten. De meerjarige doorrekening van het project Rijksinfra is verlengd naar 2030. De ontwikkelingen in de rentestanden, grondstofprijzen, loonkostenontwikkelingen verhogen de risico's. Deels is hier rekening mee gehouden door extra kosten van € 2.600.000 te ramen. Door de uitspraken N65 zijn er nieuwe onzekerheden bijgekomen. Het is nog niet duidelijk hoe het toekomstscenario eruit ziet, hiervoor is een taskforce gevormd. Het risicobedrag stellen we op € 3.500.000. Risicofactor Een risico is een onzekere ongewenste gebeurtenis waardoor het realiseren van de organisatiedoelstellingen en -strategie in gevaar komt. Bij een risico is er dus sprake van een kans op een ongewenste gebeurtenis. De kans dat al deze risico's zich voor de volledige omvang voordoen is klein. De benodigde reservecapaciteit wordt daarom op 75% van deze risico's gesteld. Bij ieder risico is gekeken naar het mogelijke schadebedrag en de kans dat het risico zich voordoet.
Het gaat hier om risico’s die niet anders te ondervangen zijn dan door het aanwenden van weerstandscapaciteit. Risico’s die binnen de exploitatie worden opgevangen, waar een risicovoorziening voor is ingesteld of (reguliere) risico’s waarvoor verzekeringen zijn afgesloten, hebben geen financiële consequenties en maken daarom geen deel uit van deze paragraaf. Tot slot is nog goed om op te merken dat de inventarisatie van de risico’s een momentopname betreft. Het is een statisch overzicht van risico’s die tijdens het opstellen van deze paragraaf in beeld waren.
82
Weerstandsvermogen Algemene reserve
x € 1.000
Saldo 31-12-2023
29.589
Bestemming jaarresultaat 2023
1.411
Mutaties 2024 Verbetering financiële positie
1.000
Frictiekosten Omgevingswet
-18
Verhuiskosten Zuiderbos
-13
Natuurtoilet
-3
Reduceren schulden
-20
Onderzoek verbinding station-NMKV
-5
Overdracht Olmenlaan
-26
Vrijval budgetoverheveling tijdelijk wonen
17
Vrijval budgetoverheveling energietoeslag
2
Vrijval budgetoverheveling inhuur bestemmingsplan
4
Vrijval budgetoverheveling monumentenlijst
4
Gerealiseerd saldo eind 2024
31.942
Mutaties begroot na 2024 Frictiekosten Omgevingswet
-70
Kunstwerk station-NMKV
-80
Reduceren schulden
-80
Inzet Algemene reserve begrotingstekort 2026-2027
-1.500
Afscheid burgemeester
-30
Verwachte saldi 2025-2028
pm
Nog besteedbaar Aan te houden buffer
30.182 (bedragen x 1.000)
Buffer 20% uitkeringen gemeentefonds
12.461
Totaal aan te houden buffer
12.461
Vrije ruimte
17.721
3.2.4 Kengetallen De kengetallen stellen de gemeenteraad in staat om de normen vast te stellen voor de sturing van de financiële positie via de meerjarenbegroting. De normen in hun onderlinge samenhang bepalen hoe risicovol het financieel beleid is dat wordt gevoerd. Een afweging die is voorbehouden aan de raad. Met de kengetallen wordt de raad in staat gesteld het beleid te sturen en te monitoren ten aanzien van: - De reservepositie - De schuldpositie - De wendbaarheid en de resterende belastingcapaciteit - Het risicobeleid Deze aandachtsgebieden vormen met de reëel en structureel sluitende meerjarenbegroting en de planning en control cyclus de pijlers voor de sturing van onze financiële positie.
83
Solvabiliteit Dit kengetal geeft aan welk percentage van de balanswaarde van het bezit niet met schuld is belast. Het kengetal geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.
Als algemene norm voor de solvabiliteit geldt: Algemene normwaarden bruto schuld
Ratio Solvabiliteit
Weinig tot geen schuld Normaal Voorzichtigheid geboden Bezit zeer zwaar belast met schuld
> 80 % 30% - 80% 20% - 30% 0% - 20%
De solvabiliteit bedraagt momenteel 36%. Dit is als normaal te kwalificeren. De sterke stijging is veroorzaakt door het batige rekeningresultaat, nog niet ingezette reserves en achterblijvende investeringen. In de komende jaren worden er nog grote uitgaven gedaan met name voor Rijksinfra en onderwijs. Die hebben een negatieve invloed op de solvabiliteit. We streven op lange termijn naar een solvabiliteit boven 30%. Schuldquote De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen de jaarlijkse inkomsten en de netto schuldenlast. Dit geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op begroting en jaarrekening.
84
Als algemene norm voor de schuldquote geldt: Algemene normwaarden schuldquote Normaal Voorzichtigheid geboden Zeer hoge schuld
Schuldquote 0% -100% > 100% > 130%
Een schuldquote tussen 0 en 100% wordt als normaal beschouwd. Eind 2023 bedraagt de schuldquote 69%. Op basis van nog verwachte mutaties in de huidige meerjarenbegroting (inclusief investeringsprogramma) gaat deze oplopen. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de in exploitatie genomen gronden zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden is van belang omdat deze moet worden terugverdiend bij de verkoop. De boekwaarden van verlies gevende plannen worden gewaardeerd op de actuele marktwaarde en voor verwachte verliezen worden voorzieningen getroffen.
85
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten en baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten.
Voor de berekening van het kengetal structurele exploitatieruimte wordt het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves gedeeld door de totale baten (exclusief de mutaties reserves) en uitgedrukt in een percentage. Hierbij worden reguliere lasten en baten die incidenteel hoger of lager zijn ook meegenomen. Die worden dus, conform de verslagleggingsregels BBV, als structureel beschouwd voor dit kengetal. In de noemer van dit kengetal worden incidentele baten ook meegenomen. Hierdoor kunnen er schommelingen ontstaan in dit kengetal. Op basis van het kengetal blijkt dat er weinig structurele begrotingsruimte is om tekorten of extra lasten binnen de huidige begroting op te vangen. Dit past binnen ons beleid om strak te begroten. Er is nog wel ruimte om wanneer dat nodig is het eigen beleid aan te passen en via ombuigingen ruimte vrij te maken. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsrechten voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Deze cijfers worden jaarlijks in de meicirculaire van het gemeentefonds bekend gemaakt. Het kengetal vergelijkt de belastingdruk met het gemiddelde van alle Nederlandse gemeenten.
86
De lastendruk in Vught ten opzichte van het landelijk gemiddelde bedraagt 109%. Door de relatief hoge belastingdruk is de resterende belastingcapaciteit beperkt ondanks dat er geen wettelijk maximum is gesteld. Voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing hanteren we 100% kostendekkendheid. Algemene conclusie financiële positie Het jaar 2024 is afgesloten met een batig resultaat op de activiteiten binnen de algemene dienst van € 1,231 miljoen nadelig. Met betrekking tot de grondexploitatie is voor € 349.012 tussentijdse winst genomen. Na verrekening aftrek van de vennootschapsbelasting en de getroffen verliesvoorziening ZOED is per saldo € 19.841 onttrokken aan de reserve Grondexploitatie. Bij de financiële positie gaat het om de juiste balans tussen vermogen en exploitatie, rekening houdend met financiële risico’s. Het is niet voldoende dat in een jaar de lasten worden gedekt door de baten. Dit moet structureel het geval zijn. We moeten immers ook in de toekomst in staat zijn om onze publieke taken in te vullen. Wat we zien is dat het exploitatiesaldo een nadelig effect heeft op de financiële kengetallen solvabiliteit en schuldpositie. De achterblijvende uitgaven (exploitatie en het investeringsprogramma) zorgen voor een minder snel stijgende schuldpositie. Doordat veel uitgaven wel later plaatsvinden zien we dit in de kengetallen de komende jaren alsnog terug.
Door de schuldpositie zijn we kwetsbaarder voor renteontwikkelingen. De reserve grondexploitatie is voldoende positief om de risico's af te dekken.
87
3.3 Financiering In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast het beleid ten aanzien van het risicobeheer van onze financieringsportefeuille op: a. de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte; b. de rentevisie; c. de kasgeldlimiet; d. de renterisico norm.
3.3.1 EMU-saldo (EMU = Economisch en Monetaire Unie) 2023
Realisatie 2024
2024
Begroting 2025
-13.174
-11.992
-12.367
16.943
x € 1.000 EMU-saldo
Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. De EMU-systematiek werkt op een andere manier dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeenten hanteren. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de kapitaallasten van de investeringen. Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMU-saldo van de gemeente Vught voor 2024 komt uit op -€ 11,993 miljoen. Het betekent dat in EMU-termen de uitgaven € 11,993 miljoen euro hoger zijn dan de inkomsten. Voor 2024 is het aandeel in het EMU-saldo van de decentrale overheden gesteld op -0,4% van het BBP, niet verder uitgesplitst naar provincie, waterschap en gemeente. Het aandeel in het EMU-tekort betreft een inspanningsverplichting, er staat momenteel geen sanctie op een eventuele overschrijding van het toegestane EMU-tekort.
3.3.2 Financiering en de wet Fido
Risicobeheersing financiering De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasury beleid worden gevormd door renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en koersrisico’s. Renterisico’s Om de invloed van externe rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente te beperken, zijn normen vastgesteld. Voor financiering met een looptijd van minder dan een jaar geldt de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van de totale begrote uitgaven. Voor 2024 betekent dit een limiet van € 9,311 miljoen.
Kasgeldlimiet
1e kwartaal
x € 1.000
2de kwartaal 3de kwartaal 4de kwartaal
Gemiddelde netto vlottende schuld
2.787
1.376
-837
-1.565
Ruimte onder kasgeldlimiet
6.524
7.935
10.148
10.876
Voor financiering met een looptijd langer dan een jaar geldt de renterisico-norm. De renterisico-norm begrenst de rentegevoeligheid van de vaste schuldpositie van de gemeente. De renterisico-norm toetst of er voldoende spreiding is in rente typische looptijden van de leningenportefeuille. Een dergelijke spreiding zorgt ervoor dat het risico bij rentestijgingen wordt beperkt. Wanneer de rente op het moment dat een langlopende lening moet worden afgesloten hoger is dan geraamd, heeft dit consequenties voor het
88
geraamde exploitatiesaldo. Ons huidige gemiddelde rentepercentage over de langlopende schuld bedraagt 2,09%. De renterisico-norm bedraagt 20% van de totale oorspronkelijke begrote uitgaven. Voor 2024 betekent dit een norm van € 21,908 miljoen.
Berekening rente risico
x € 1.000
2024
1a Renteherziening op vaste schuld o/g
0
1b Renteherziening op vaste schuld u/g
0
2 Renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
0
3a Nieuw aangetrokken vaste schuld
5.000
3b Nieuw uitgezette vaste geldleningen
0
4 Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)
5.000
5 Betaalde aflossingen
4.461
6 Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
4.461
7 Renterisico op de vaste schuld (2+6)
4.461
8 Renterisiconorm
21.908
9a Ruimte onder renterisiconorm (8-7)
17.447
9b Overschrijding renterisiconorm (7-8)
0
Uit bovenstaande berekening blijkt dat ons renterisico ruimschoots onder de renterisico-norm blijft. Kredietrisico’s Als gemeente mogen we eventueel overtollige middelen alleen uitzetten bij het rijk. In 2024 is een nieuwe langlopende geldlening aangetrokken voor € 5 miljoen. Dit is een lager bedrag dan eerder voorzien en in de begroting opgenomen. Dit hangt samen met de ontwikkelingen rond de N65, achterblijvende investeringsuitgaven en later afgerekende SPUK-uitkeringen (waaronder de Bekostigingsregeling voor de ontheemden Oekraïne). De tijdelijke tekorten die ontstonden zijn gefinancierd met kortlopende (kasgeld)leningen. Door maandelijkse kasgeldleningen aan te gaan ontstonden overschotten die aangehouden zijn op de Schatkistbankier rekening bij het Rijk. De overschotten op het schatkistbankieren hebben in combinatie met de positieve rentepercentages geresulteerd in hogere renteopbrengsten. Het verstrekken van leningen is wel toegestaan, op voorwaarde dat het de publieke taak dient. Bij het verstrekken van leningen worden zekerheden en garanties geëist. Ook is het toegestaan om bij andere overheden geld uit te zetten om meer rendement te behalen, of om te beleggen in papier waaraan een overheidsgarantie is verbonden. In dit kader fungeren we als achtervang voor leningen aan woningcorporaties (WSW) en voor leningen aan particulieren t/m 2010.
Voor voetbalvereniging Zwaluw VFC is een garantstelling af gegeven op een door het afgesloten geldlening bij de BNG. Voor geborgde leningen aan woningcorporaties bedraagt de schuldrestant t/m 2024 € 134 miljoen. In eerste instantie staat de WSW garant voor de leningen aan de woningcorporaties en de stichting WEW (Waarborgfonds Eigen Woningen) voor leningen aan particulieren t/m 2010. Op het moment dat de waarborgfondsen niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen, ontstaat er een risico voor de gemeente. Het risico is theoretisch en bestaat uit het verstrekken van een relatief geringe en tijdelijke renteloze lening. 89
Daarnaast is in 2017 besloten maximaal 10 miljoen uit te lenen aan Stichting Vughtse Aankoopregeling. Per 31-12-2024 is de omvang van deze rekening-courant € 264.000. Voor de startersleningen en duurzaamheidsleningen staat per eind 2024 een bedrag open van respectievelijk € 126.000 en € 181.000. Liquiditeitsrisico’s De gemeente moet doorlopend aan haar betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Hiervoor wordt de liquiditeitenplanning als instrument ingezet. Op basis van voorspellingen van de in- en uitgaande geldstromen kan tijdig actie ondernomen worden om tekorten aan te vullen en overschotten te beperken. Daarnaast is de liquiditeitsplanning een hulpmiddel om de renterisico’s te bepalen, het dagelijks saldo te beheren en de liquiditeitsrisico’s te beheersen. Per kwartaal wordt een geactualiseerde liquiditeitsplanning opgesteld. Koersrisico’s De gemeente zet geen middelen uit die onderhevig zijn aan indexatie en koersen. Gemeentefinanciering De post opgenomen langlopende geldleningen heeft zich als volgt ontwikkeld:
Langlopende leningen
2024
x € 1.000
Stand leningen per 1 januari 2024
70.837
Nieuwe leningen
5.000
Aflossingen
4.461
Stand leningen per 31 december 2024
71.376
De financieringsbehoefte is zoveel mogelijk met kasgeldleningen afgedekt. De rentelasten zijn lager dan begroot. Bij de eerste en tweede bestuursrapportage zijn deze reeds neerwaarts bijgesteld. Het overschot blijkt nog groter. Dit hangt samen met achterblijvende uitgaven op investeringen, de ontwikkelingen rond de N65, afrekeningen op Sisa-regelingen uitkeringen die laat plaatsvinden, overschotten op de Bekostigingsregeling Oekraïne. Per 31-12 bedraagt de omvang van de restantkredieten € 3,638 miljoen. Daarnaast resulteert een hogere rentevergoeding op het schatkistbankieren tot een voordeel. Conform de BBV voorschriften wordt de werkelijke rente aan de exploitatie toegerekend via het omslagpercentage. Dit percentage bedraagt 1,2 %. De werkelijke rentelasten komen via het omslagpercentage tot uiting in de exploitatie van de taakvelden én, voor het resterende deel, op het taakveld Treasury (Onverdeeld financieringsresultaat). Het verschil tussen de begrote en daadwerkelijk aan de exploitatie toe te rekenen rente bedraagt € 428.000 voordelig.
Schema rentetoerekening
Begroting Incl. wijz.
Realisatie
Verschil
a. Externe rentelasten (korte en lange financiering)
1.746
1.586
160
b. Externe rentebaten
-22 1.724
-292 1.295
269 429
x € 1.000
Saldo rentelasten en rentebaten c1. Doorberekende rente grondexploitatie
-10
-11
1
Doorberekende rente investeringen
347
347
0
c2. Rente projectfinanciering
0
0
0
c3. Rentebaat doorverstrekte leningen
0
0
0
1.387
958
428
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
90
d1. Rente over eigen vermogen
0
0
0
d2. Rente over voorzieningen
0
0
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
1.387
958
428
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-1.635
-1.635
0
f.
-248
-677
428
Renteresultaat taakveld treasury
91
3.4 Lokale heffingen Inleiding We doen hier verslag van de opbrengsten per lokale heffing, het beleid, het volume en het bedrag aan kwijtscheldingen, de kostendekkendheid en de (ontwikkeling van de) lokale lastendruk. De gemeentelijke heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. De lokale heffingen zijn onder te verdelen in twee categorieën, namelijk belastingen en rechten. De belangrijkste belastingen en heffingen in de gemeente Vught zijn: -Onroerende-zaakbelastingen (OZB) -Afvalstoffenheffing -Rioolheffing -Toeristenbelasting -Leges -Reclameheffing Daarnaast heffen we rechten zoals o.a. marktgelden en lijkbezorgingsrechten. In deze paragraaf lokale heffingen zijn de uitgangspunten, zoals genoemd in het wijzigingsbesluit BBV, op hoofdlijnen opgenomen.
3.4.1 Opbrengsten Hieronder een totaaloverzicht van de gerealiseerde opbrengsten belastingen, heffingen en retributies.
Jaar
x (€ 1.000)
Onroerende zaakbelasting
2021 2022 2023 2024 begroot 2024 realisatie realisatie realisatie realisatie 9.137 9.527 9.968 10.339 10.249
Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten
3.347
3.371
3.125
3.732
3.606
Rioolheffing
4.069
4.040
4.034
4.478
4.430
Toeristenbelasting
346
623
525
584
639
16.899
17.561
17.652
19.133
18.924
Totaal
3.4.2 Beleid t.a.v. lokale heffingen Voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, leges en lijkbezorgingsrechten wordt maximaal 100% kostendekking toegepast. De kosten bestaan uit de directe kosten en een opslag voor de overhead. De opslag voor overhead wordt meegenomen bij de tariefbepaling van de diverse heffingen. Hiervoor wordt binnen de programmabegroting een consistente gedragslijn gehanteerd. Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn de gebruikers belastingplichtig en is het tarief onder meer afhankelijk van inhoudelijke beleidskeuzes en het gewenste voorzieningenniveau. De legesopbrengsten over het totaal van de verordening zijn, conform artikel 229b van de gemeentewet, op basis van voorcalculatie niet hoger dan de lasten. Het totaal van de leges opbrengsten is wettelijk beperkt tot maximaal 100% kostendekkendheid. De indexering van de leges is gekoppeld aan de stijging van de personele lasten.
3.4.3 Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen Onroerende zaakbelastingen De heffingsgrondslag voor de onroerendezaakbelastingen (OZB) is de waarde zoals die in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) jaarlijks wordt vastgesteld: de WOZ-waarde. Er zijn
92
twee heffingen, de OZB-gebruikersbelasting voor niet-woningen en de OZB-eigenarenbelasting zowel voor woningen als niet-woningen. We bepalen de tarieven met als uitgangspunt de begrote opbrengsten. De stijging of daling van het tarief wordt bepaald door twee effecten, namelijk waardeontwikkeling en opbrengsten. De waarderingskamer heeft de kwaliteit van de WOZ-taxaties met een voldoende beloond (3 sterren). Dit houdt in dat de gemeente WOZ-taxaties van voldoende kwaliteit levert en op de belangrijkste onderdelen van het WOZwerkproces voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. Toeristenbelasting De opbrengst van de toeristenbelasting maakt onderdeel uit van de algemene dekkingsmiddelen. De tarieven zijn voor 2024 als volgt vastgesteld. Het tarief bedraagt p.p.p.n. € 2,07 voor hotels en € 1,81 voor overige accommodaties. De stijgende lijn van het aantal overnachtingen zet zich in 2024 ook voort. Het aantal overnachtingen in 2024 ligt hoger dan het aantal overnachtingen in 2023. 2021
2022
2023
2024
2024
Realisatie
Realisatie
Realisatie
Begroot
Realisatie
Aantal overnachtingen hotels
103.880
109.000
126.000
152.000
173.000
Aantal overnachtingen overige
101.168 205.048
106.000 215.000
118.000 244.000
120.000 272.000
114.000 287.000
Toeristenbelasting
Totaal
Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing voor het verhalen van de kosten van de afvalinzameling en –verwerking. Het uitgangspunt is maximaal 100% kostendekkende tarieven. De kosten van de milieustraat worden gedeeltelijk gedekt door tarieven aan de poort. We hanteren de principes “de vervuiler betaalt” en “afval is grondstof”. We bieden het door de burgers gewenste serviceniveau tegen zo laag mogelijke kosten. Het tarief bestaat uit een vastrecht en een variabel deel, op basis van volume en het aantal ledigingen. Omdat het tekort voor de kosten van de afvalinzameling niet kan worden gedekt uit de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing is de gerealiseerde kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing 100%.
Afval
Primitieve begroting
Realisatie
Kosten taakveld(en)
3.489
3.507
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
574
802
Directe kosten en inkomsten
2.915
2.705
BTW
267
592
Overhead
550
281
Toe te rekenen kosten
817
873
Totale kosten
3.732 3.732
3.578
0
-28
Totale inkomst
3.732
3.578
Dekkingspercentage
100%
100%
x (€ 1.000)
Opbrengst heffingen Mutatie egalisatievoorziening afval
93
3.606
Rioolheffing Rioolheffing is een bestemmingsheffing om kosten voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van hemelwater en grondwater te verhalen. Artikel 228a Gemeentewet maakt een onderscheid tussen de waterketen (afvoer afvalwater) en het watersysteem (hemelwater en grondwater). Daarnaast kennen we een heffing voor de lozing van bronneringswater op het riool. Uitgangspunt voor de rioolheffing is 100% kostendekking. De rioolheffing is een gebruikersbelasting. In 2024 is het basistarief € 247,68 voor een verbruik t/m 299 m3 en het tarief bedraagt € 2,69 per m³ drinkwater voor het verbruik boven 299 m3. De realisatie van de kostendekkendheid komt voor het jaar uit op 100%..
Riolering
Primitieve begroting
Realisatie
Kosten taakveld(en)
4.158
4.060
Inkomsten taakveld(en), excl.. heffingen
25
69
Directe kosten en inkomsten
4.133
3.991
BTW
292
267
Overhead
241
315
Toe te rekenen kosten
533
582
Totale kosten
4.666
4.573
Opbrengst heffingen
4.478
4.428
Mutatie egalisatievoorziening riolering
189
145
Totaal opbrengsten
4.667
4.573
Dekkingspercentage
100%
100%
x (€ 1.000)
Leges Bij de leges wordt onderscheid gemaakt tussen de leges algemene dienstverlening, dienstverlening fysieke leefomgeving (omgevingsvergunning) en overige dienstverlening. De legesverordening is opgebouwd uit deze 3 titels. Kruissubsidiëring binnen de diverse titels van de Legesverordening wordt op beperkte schaal toegepast, o.a. bij het tarief voor bouw gerelateerde omgevingsvergunningen. De dekking van de gezamenlijke leges komt uit op 71%.
Leges x (€ 1.000)
Titel 1, algemene dienstverlening
Titel 2, dienst verlening fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning
Begroot Realisatie Begroot Kosten taakveld(en) incl. (omslag) rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Overhead incl. (omslag) rente BTW Totale kosten
Titel 3, dienstverlening onder Europese diensten richtlijn
Realisatie
Begroot
Totaal leges verordening
Realisatie Begroot Realisatie
615
1.284
764
886
94
127
1.473
2.298
564
868
0
131
0
0
564
999
541
568
672
706
51
54
1.264
1.328
27
46
0
8
4
14
31
67
619
1.031
1.436
1.469
149
194
2.204
2.694
94
Opbrengst heffingen Dekkingspercentage
364
868
1.379
1.021
20
29
1.763
1.918
59%
84%
96%
70%
13%
15%
80%
71%
NB in de opbrengsten van Titel 2 zijn de ontvangen inkomsten 2024 vanwege de het traject PHS niet meegenomen. Er is 4,2 miljoen ontvangen, waarvan 1,5 miljoen in een voorziening is gestort voor de kosten vanaf 1-1-2024 en 2,7 miljoen is vrijgevallen vanwege kosten die zijn gemaakt tot en met 31-12-2023. Dit is in Burap II 2024 meegenomen. Begraafplaats/grafrechten De gemeente Vught exploiteert één algemene begraafplaats. Er wordt gestreefd naar een kostendekkende exploitatie van deze begraafplaats. De kostendekkendheid bedraagt 54%.
Begraafplaatsen
Primitieve begroting
x (€ 1.000)
Realisatie
Kosten taakveld
19
24
Inkomsten taakveld
0
0
Overhead incl.
0
3
BTW
0
0
Totale kosten
19
27
Opbrengst heffingen
19
15
Dekkingspercentage
100%
54%
Reclameheffing Voor het centrum van Vught geldt een reclameheffing. De opbrengsten van deze heffing worden afgedragen aan het centrummanagement. Het centrummanagement gebruikt de middelen voor investeringen en activiteiten die positief bijdragen aan de leefbaarheid en aantrekkingskracht van het centrum. Het tarief voor de reclameheffing bedraagt in 2024 € 1,30 per € 1.000 WOZ-waarde, met een minimumbedrag van € 130,00.
3.4.4 De lokale lastendruk De lokale lastendruk is gebaseerd op OZB, riool- en afvalstoffenheffing. In het meerjarenperspectief is de lastenverhoging beperkt tot de trendmatige verhoging. De lastenstijging is in 2024 toegenomen met 5,7%. Ontwikkeling lokale lastendruk (meerpersoons huishouden) OZB WOZ-waarde woning
2022
2023
€ 421.488
€ 499.000
€ 525.000
0,1020%
0,0928%
0,0911%
Ratief OZB
2023 t.o.v. 2022
2024
2024 t.o.v. 2023
€
429
€
463
7,9% €
478
3,2%
Vastrecht
€
188
€
164
€
189
Ledigingen restafval, 140 ltr*
€
91
€
91
€
85
Ledigingen gft, 140 ltr*
€
-
€
-
€
-
Heffing
€
279
€
255
-0,9% €
274
7,5%
€
228 € 936
€
228 € 946
0,0% € 248 1,0% € 1.000
8,8% 5,7%
Afvalstoffenheffing**
Rioolheffing Basistarief Totaal
95
* Uitgangspunt is een meerpersoonshuishouden in een laagbouwwoning, met het gemiddeld aantal ledigingen per jaar. Op basis van 9 ledigingen restafval en 6 ledigingen GFT
3.4.5 Kwijtscheldingsbeleid Het kwijtscheldingsbeleid is vastgelegd in een verordening. Kwijtschelding kan worden verkregen voor OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Mensen met een inkomen tot 100% van de bijstandsnorm komen hiervoor in aanmerking. Voor de afvalstoffenheffing is het aantal ledigingen waarvoor kwijtschelding wordt verleend beperkt (de vervuiler betaalt). De kwijtschelding is niet opgenomen in de tariefstelling voor de afvalstoffenheffing respectievelijk riolering maar wordt gedekt uit de algemene middelen via het budget armoedebeleid.
Jaar Aantal toekenningen Derving x € 1.000
Realisatie Realisatie Realisatie Begroting Realisatie 2021 2022 2023 2024 2024 186 171 146 200 127 69
76
96
71
100
47
3.5 Onderhoud kapitaalgoederen In de paragraaf 'onderhoud kapitaalgoederen' staan het beleidskader en de financiële consequenties hiervan voor wegen, openbare verlichting, riolering (incl. water), groen en bomen, speelvoorzieningen, verkeers- en vervoersplan (incl. parkeren), civieltechnische kunstwerken en gebouwen. Hierbij nemen we ook op: a. de voortgang van het geplande onderhoud; b. de omvang van het achterstallig onderhoud. De gemeente Vught heeft een buitengebied dat in de verre omgeving bekendheid heeft door haar landgoederen en de recreatieplas de IJzeren Man. In het binnengebied zijn veel gemeentelijke en andere voorzieningen te vinden die van belang zijn voor de manier waarop bewoners en bezoekers de omgeving beleven. In die omgeving wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd, waarbij de beleving voor een groot deel wordt bepaald door de kwaliteit van de kapitaalgoederen. Een goed beheer ervan is van groot belang.