Bijlage - Jaarverslag 2020 (pdf-bestand)
Tekst van het document
62
Totaal
V
1.053
Verrekening met reserves Transformatieopgave Jeugd Voor de kosten in verband met de transformatieopgaven Jeugd was een bijdrage uit de reserves begroot van €124.000. De uitgaven bedroegen afgerond €67.000 waardoor €57.000 minder uit de Algemene Reserve is onttrokken.
N
57
Statushouders De budgetoverheveling voor de statushouders van €30.600 is niet benodigd geweest.
N
30
AED De budgetoverheveling in 2019 ten behoeve van de uitbreiding van het AEDnetwerk is deels besteed. Er resteert een klein deel dat in 2021 wordt uitgegeven.
N
4
Totaal
V
962
63
Besturen 1. Omschrijving Taakvelden Bestuur Burgerzaken Openbare orde en veiligheid Crisisbeheersing en brandweer
2. Uitwerking 2.1 Bestuur Wat wilden we bereiken? De gemeenteraad van Vught heeft grip op de regionale samenwerking. De gemeenteraad van Vught heeft een actieve rol en geeft sturing bij een goede invoering van de Omgevingswet in Vught. De burger heeft vertrouwen in het college van B&W. Wat hebben we ervoor gedaan? Wat gingen we ervoor doen Aanbesteden accountantscontrole.
Wat hebben we ervoor gedaan
Met de auditcommissie is de inkoopstrategie bepaald en zijn vervolgens de formele aanbestedingsdocumenten opgesteld.
Hoe meten we dit? Voor dit beleidsveld zijn geen indicatoren geformuleerd.
2.2 Burgerzaken Wat wilden we bereiken? Zeer tevreden inwoners over de kwaliteit (snelheid/deskundigheid) van de dienstverlening. Goede digitale dienstverlening. Een kwalitatief goede en veilige basisregistratie. Wat hebben we ervoor gedaan? Wat gingen we ervoor doen Optimaliseren digitale processen.
Wat hebben we ervoor gedaan
Door koppelingen te leggen tussen verschillende systemen wordt voorkomen dat we gegevens uitvragen die we al hebben. We vragen ons continu af of we gegevens echt nodig hebben. Dit verbetert de dienstverlening en de toegankelijkheid van onze producten.
Hoe meten we dit? Indicatoren
Realisatie 2018
Begroot Realisatie 2019
‘Rapportcijfer’ tevredenheid inwoners over directe niet niet dienstverlening bekend bekend ‘Rapportcijfer’ tevredenheid inwoners over de digitale niet niet dienstverlening bekend bekend 64
2020
7,5 7,6
2020
niet bekend niet bekend
2.3 Crisisbeheersing en brandweer Wat wilden we bereiken? De Veiligheidsregio Brabant-Noord gaat over de uitvoering van de brandweertaken en is verantwoordelijk voor de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Bij een ramp of crisis is de gemeente verantwoordelijk voor uitvoering van een adequate bevolkingszorg. Hiervoor zijn voor alle processen uniforme draaiboeken gemaakt. Op deze manier is Vught zo goed mogelijk voorbereid op een ramp of calamiteit en zijn medewerkers ook in andere gemeenten inzetbaar. Voor de gemeente Vught geldt: veiligheid gaat boven alles. Het college is wel van mening, dat de invulling van die veiligheid altijd op een sobere en doelmatige wijze dient te geschieden. In navolging van het rapport 'Grip op regionale samenwerkingsverbanden' wil het college naast bovenstaande ook bereiken, dat raadsleden zich niet op afstand geplaatst voelen en meer grip kunnen uitoefenen op regionale samenwerkingsverbanden. Wat hebben we ervoor gedaan? Wat gingen we ervoor doen Kritisch volgen van de Veiligheidsregio
Wat hebben we ervoor gedaan
Alle ontvangen beleidsdocumenten van de Veiligheidsregio zijn intern kritisch bekeken en waar nodig voorgelegd aan de gemeenteraad.
Hoe meten we dit? Voor dit taakveld zijn geen indicatoren benoemd.
2.4 Openbare orde en veiligheid Wat wilden we bereiken? We willen de inwoners betrekken in het veilig en leefbaar houden van Vught. Vanaf eind 2019 gaan we op een nieuwe, andere manier de veiligheid meten in Vught. Dit veiligheidsonderzoek is tevens een instrument voor participatie. De resultaten van dit Veiligheidsonderzoek, gebruiken we als sturing voor onze inzet op veiligheid. - We willen de goede cijfers vasthouden en waar mogelijk verbeteren. Dit betekent: een verdere daling van de misdaadcijfers in Vught; een Vughtse inwoner die de veiligheid en leefbaarheid hoog blijft waarderen; continuering van de samenwerking met partners op het gebied van de georganiseerde criminaliteit. Wat hebben we ervoor gedaan? Wat gingen we ervoor doen Evalueren en kijken naar mogelijkheden tot verlenging cameraschild. Intensiveren samenwerking in het kader van natuurbrandpreventie.
Wat hebben we ervoor gedaan
We zijn in gesprek met het Ministerie voor de verlenging van het cameraschild. In 2020 is het driemanschap (gemeente, natuurbeheerder en brandweer) aan de slag gegaan met de actualisatie van de RisicoInventarisatie Natuurbranden (RIN). We hebben verschillende integrale controles uitgevoerd, op signalen van o.a. ondermijnende criminaliteit en illegale bewoning. Andere onderwerpen hadden in 2020 meer prioriteit. Daarom heeft het kijken naar deze mogelijkheden vertraging opgelopen. In Q2 van 2021 gaan we kijken naar deze mogelijkheden.
Uitvoeren integrale controles.
Kijken naar mogelijkheden voor het Keurmerk Veilig OndernemenBuitengebied.
65
Uitvoeren van het Veiligheidsonderzoek (alternatief veiligheidsmonitor).
Het onderzoek is uitgevoerd. De uitkomsten zijn gecommuniceerd naar de inwoners en we zijn aan de slag gegaan met de ideeën en uitkomsten.
Hoe meten we dit? Indicatoren
Realisatie
Begroot
2018
2019
Aantal diefstal vanaf/vanuit motorvoertuigen (bv. kentekenplaten, navigatiesystemen). Aantal diefstal brom-, snor-, fietsen.
134
75
100
104
81
54
95
79
Aantal woninginbraken.
55
35
55
43
Meldingen/incidenten overlast v/d jeugd.
108
115
105
120
-
-
200
211
Aantal gestolen motorvoertuigen.
17
Meldingen overlast door verward/overspannen persoon
66
8
2020
Realisatie
14
2020
8
Wat zijn de kosten? 2019
Besturen bedragen x €1.000 Bestuur
Burgerzaken
Crisisbeheersing en brandweer
Openbare orde en veiligheid
Totaal programma
Verrekening met reserves
Lasten
2020
Realisatie Begroting Begroting Realisatie primitief wijzigingen 2.459 2.037 1.750 2.099
Verschil -349
Baten
-1
0
0
-1
1
Saldo
2.458
2.037
1.750
2.098
-348
Lasten
1.101
1.110
1.251
1.219
32
Baten
-449
-420
-445
-337
-108
Saldo
652
690
806
881
-75
Lasten
1.455
1.483
1.594
1.633
-39
Baten
0
0
-51
-51
0
Saldo
1.455
1.483
1.543
1.582
-39
Lasten
522
292
651
652
-1
Baten
-11
-8
-20
-25
5
Saldo
511
284
631
627
4
Lasten
5.537
4.922
5.246
5.603
-357
Baten
-461
-428
-516
-414
-102
Saldo
5.077
4.494
4.730
5.188
-458
Lasten
5.538
4.922
5.247
5.604
-357
Baten
-462
-428
-517
-415
-102
Saldo
5.077
4.494
4.730
5.188
-458
Lasten Baten Saldo
Na verrekening met reserves
Besturen Verzekeringspremie college B&W Lagere verzekeringspremie voor het college van B&W dan begroot.
Voordeel = V Afwijking Nadeel = N x € 1.000
Waar staat je gemeente? In 2020 heeft er geen onderzoek van Waar staat je gemeente plaatsgevonden. Raadsinformatiesysteem en uitzending vergaderingen gemeenteraad De kosten voor het licentiebeheer van iBabs en de digitale uitzending van de vergaderingen van de raad vallen jaarlijks structureel hoger uit. Pensioenvoorzieningen politieke ambtsdragers De dotaties in de pensioenvoorzieningen voor (toekomstig) politieke ambtsdragers zijn hoger dan begroot. Met name de lage rekenrente zorgt voor een forse toename van de storting in de pensioenvoorzieningen. 67
V
5
V
6
N
6
N
251
Mutaties door Corona verantwoord in 1.5 Covid-19 tlv Stelpost Covid-19 (1) Dienstreizen en vergoedingen college B&W Lagere kosten omdat er vanwege Covid-19 minder gereisd is en er minder vergaderingen zijn geweest.
V
Bijzondere gebeurtenissen Er hebben veel (grote) evenementen/ontvangsten geen doorgang gevonden, zoals V lintjesregen (alleen uitreiking aan huis), Koningsdag, Dodenherdenking (zeer beperkte kranslegging), Sinterklaas, kerstbijeenkomst, feestelijk afscheid wethouders, e.d.). Bijeenkomsten gemeenteraad Om bijeenkomsten van de raad coronaproof te organiseren zijn er extra uitgaven gedaan.
10
12
N
6
N
9
N
16
Burgerlijke stand Vanwege de coronacrisis zijn er veel huwelijken verplaatst, of afgezegd, of omgezet in gratis/administratief huwelijk.
N
30
Crisisbeheersing en brandweer Gemeenschappelijke voorbereiding rampenbestrijding Door miscommunicatie is er een apart bedrag begroot voor Bevolkingszorg terwijl de kosten zijn verrekend in de totale factuur van de Veiligheidsregio, waarvoor al voldoende budget begroot was. Hierdoor is er een voordeel ontstaan.
V
30
N N N N
18 273 0 185 458
N
458
Burgerzaken Gemeentelijke basisregistratie Er worden minder uitreksels uit de basisregistratie aangevraagd en er wordt ook minder geraadpleegd, de uitgaven zijn constant, vandaar dit verschil. Mutaties door Corona verantwoord in 1.5 Covid-19 tlv Stelpost Covid-19 (1) Reisdocumenten Vanwege de coronacrisis zijn er veel minder aanvragen voor reisdocumenten. (Lagere inkomsten € 48.000 en lagere afdrachten € 32.000.)
Overigen Subtotaal afwijking directe kosten 6.1 Kapitaallasten 6.2 Doorberekende kosten Totaal Verrekening met reserves Totaal
68
Overhead Overhead
2019 bedragen x €1.000
Overhead
Kostenplaatsen
Totaal programma
Verrekening met reserves
Lasten
2020
Realisatie Begroting Begroting Realisatie primitief wijzigingen 8.359 8.819 8.885 8.600
Verschil 285
Baten
-196
-19
-155
-235
80
Saldo
8.164
8.800
8.730
8.366
364
Lasten
575
503
464
457
7
Baten
-575
-503
-464
-457
-7
Saldo
0
0
0
0
0
Lasten
8.934
9.322
9.349
9.057
292
Baten
-771
-522
-619
-692
73
Saldo
8.164
8.800
8.730
8.366
364
Lasten
8.934
9.320
9.350
9.056
294
Baten
-770
-522
-619
-690
71
Saldo
8.164
8.800
8.730
8.366
364
Lasten Baten Saldo
Na verrekening met reserves
2.1 Overhead
Voordeel = V Afwijking Nadeel = N x € 1.000
Overhead ICT Door de invlechting van Helvoirt en de bijhorende bevriezing van het applicatielandschap zijn minder kosten gemaakt voor optimalisatie, updates of aanschaf van applicaties. Financiële en salarisadministratie Lagere kosten want er is minder gebruik gemaakt van externe advisering m.b.t. vennootschapsbelasting en fiscaliteiten, ook zijn er minder invorderingskosten gemaakt en heeft het digitale personeelsdossier minder kosten met zich meegebracht. Advertentiekosten Krapte op de arbeidsmarkt, met name in het ruimtelijk domein, heeft meer advertentiekosten met zich meegebracht. Er is meer en anders geadverteerd.
V
59
V
26
N
11
Inkoop Er zijn meer inkooptrajecten uitgevoerd dan vooraf begroot, daarnaast heeft een N aantal trajecten meer tijd gekost dan begroot. Het belang van de doorgang van deze trajecten en het belang van het naleven van aanbestedingsregels, en processen brengt met deze overschrijding met zich mee. 69
39
Exploitatie gemeentekantoor Er zijn minder kosten gemaakt voor klein onderhoud.
V
16
Documentaire informatievoorziening V Een voordeel door ontvangen bijdrage in salariskosten en een lagere bijdrage BHIC.
19
Doorbelaste overhead De doorbelaste overhead van eigen personeel op investeringen is hoger dan begroot.
V
73
Organisatieontwikkeling Lagere kosten voor organisatieontwikkeling
V
86
Algemene personeelskosten Lagere algemene personeelskosten en opleidingskosten.
V
67
V
14
V
12
Restauratieve voorzieningen Vanwege Covid-19 was het bedrijfsrestaurant het grootste deel van het jaar gesloten. V Subtotaal afwijking directe kosten V 6.1 Kapitaallasten V 6.2 Doorberekende kosten V Totaal V Verrekening met reserves Totaal V
15 337 3 24 364 0 364
Mutaties door Corona verantwoord in 1.5 Covid-19 tlv Stelpost Covid-19 (1) Communicatie Als gevolg van Covid-19 geen avonden en andere vormen van live contact met bewoners, verenigingen etc. Bodediensten Minder portokosten; deels omdat er vanwege Covid-19 meer thuis gewerkt is en er meer per mail is verstuurd.
2.2 Kostenplaatsen
Voordeel = V Afwijking Nadeel = N x € 1.000
Kostenplaatsen Raadhuis De kosten voor de renovatiewerkzaamheden van het Raadhuis vallen hoger uit waardoor de onderhoudsvoorziening niet meer toereikend is. Over de redenen van het meerwerk is een raadsinformatiebrief verstuurd waarin ook melding is gemaakt van de noodzakelijke extra storting in de onderhoudsvoorziening.
Clustervoorziening Vught Noord Het aandeel in de exploitatiekosten van de Clustervoorziening Vught Noord is in 2020 hoger uitgekomen als gevolg van hogere onderhoudskosten en schoonmaakkosten (€ 35.000). Hiertegenover staan hogere ontvangsten vanuit de materiële instandhoudingsvergoeding, die we van de scholen ontvangen. (€ 21.000) In de overeenkomst is afgesproken dat de vergoeding voor materiële instandhouding van de schoolbesturen de kosten voor exploitatie en beheer moet afdekken. Dit is vooralsnog niet het geval waardoor de lasten voor rekening van de gemeente zijn genomen. 70
N
111
N
14
Exploitatie Kettingweg BOR/Brandweer De hogere lasten worden veroorzaakt door hogere onderhoudskosten en hogere schoonmaakkosten. Dit wordt mede veroorzaakt doordat het reguliere onderhoud van installaties niet meer ten laste worden gebracht van de voorziening groot onderhoud. Beheer Openbare Ruimte (BOR) Minder kosten voor reparatie en onderhoud openbare ruimte Personeel Hogere kosten voor personeel. Wordt nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
N
29
V
14
N
294
Geo De budgetoverschrijding wordt veroorzaakt door extra landmeetkundig werk dat in N 2020 is uitgevoerd. Dit komt door veel opgeleverde nieuwbouw projecten, verbouwingen en aanpassingen in de openbare ruimte Overigen Subtotaal afwijking directe kosten 6.1 Kapitaallasten 6.2 Doorberekende kosten Totaal Verrekening met reserves Totaal
V N V V
8
17 425 3 422 0 0
71
Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingen
2019
bedragen x €1.000 Treasury
OZB woningen
OZB niet-woningen
Belastingen overig
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
Overige baten en lasten
Vennootschapsbelasting (VpB)
Totaal programma
Verrekening met reserves
Na verrekening met reserves
Lasten
2020
Realisatie Begroting Begroting Realisatie primitief wijzigingen -179 -52 -311 -262
Verschil -49
Baten
-111
-30
-30
-31
1
Saldo
-290
-81
-340
-292
-48
Lasten
510
531
594
583
11
Baten
-4.915
-5.208
-5.062
-5.013
-49
Saldo
-4.405
-4.677
-4.468
-4.430
-38
Lasten
27
12
18
34
-16
Baten
-2.832
-2.764
-2.810
-2.780
-30
Saldo
-2.804
-2.752
-2.793
-2.746
-47
Lasten
1
0
0
0
0
Baten
-36
-43
-30
-38
8
Saldo
-34
-43
-30
-38
8
Lasten
5
4
4
5
-1
Baten
-36.597
-38.181
-39.520
-39.523
3
Saldo
-36.592
-38.177
-39.517
-39.518
1
Lasten
0
195
402
0
402
Baten
0
-238
-238
0
-238
Saldo
0
-44
164
0
164
Lasten
207
0
86
22
64
Baten
0
0
0
0
0
Saldo
207
0
86
22
64
Lasten
571
690
793
382
411
Baten
-44.491
-46.464
-47.690
-47.385
-305
Saldo
-43.918
-45.774
-46.897
-47.002
105
Lasten
0
0
0
0
0
Baten
0
0
-51
-51
0
Saldo
0
0
-51
-51
0
Lasten
570
690
794
381
413
Baten
-44.491
-46.463
-47.740
-47.436
-304
Saldo
-43.918
-45.774
-46.949
-47.054
105
72
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Gemeenten ontvangen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. Gemeenten mogen zelf bepalen waar ze dit geld aan besteden. Zij leggen daarover verantwoording af aan de gemeenteraad. Het gemeentefonds wordt door middel van verschillende maatstaven verdeeld over alle gemeenten. In 2020 zijn verschillende corona steunpakketten verwerkt. Voor een aantal maatregelen uit het aanvullend compensatiepakket is de exacte verdeling per gemeenten niet voldoende nauwkeurig en betrouwbaar te schatten. Hierdoor kan het financiële effect pas als opbrengst in 2021 verwerkt worden (conform BBV). De kosten/ minder opbrengsten waar deze compensatie voor bedoeld is, wordt wel verantwoord in deze jaarstukken en kunt u vinden in 1.5 Covid-19. Totaal gemeentefondsuitkering Stand na Burap-2 2020 Mutaties Decembercirculaire Mutaties Decembercirculaire Corona Compensatie verantwoord in COVID-19 paragraaf Mutaties decembercirculaire voorgaande jaren Overige: aanpassing aantallen eenheden Jaarrekening 2020 incl. decembercirculaire 2019 * incl. compensatie corona uit eerdere circulaires
2017 2018 2019 2020 33.257 34.167 36.660 39.458* 43 64 18
3 -42 33.257 34.185 36.621
-85 39.480
Vanuit het gemeentefonds komen een drietal geldstromen naar de gemeente, A. De algemene uitkering. B. De integratie- en decentralisatie uitkeringen. C. De integratie uitkering Sociaal domein. Hieronder wordt een toelichting per geldstroom gegeven op de mutaties t.o.v. Burap-2 2020: A: Algemene Uitkering Algemene uitkering (x € 1.000) Stand na Burap-2 2020 Mutaties Decembercirculaire Mutaties Decembercirculaire Corona Compensatie verantwoord in COVID-19 paragraaf Mutaties circulaires voorgaande jaren Overige waaronder Aanpassing aantallen eenheden Jaarrekening 2020: decembercirculaire 2020
2017 18.265
2018 2019 19.564 31.384
2020 33.901 43 64
18
18.265
3 -42 19.582 31.345
-85 33.923
Uitkeringsjaar 2018 Bij de decembercirculaire zijn voor 2018 nieuwe definitieve gegevens over de belastingcapaciteit bekend geworden. Dit resulteert in een voordeel van afgerond € 18.000. Uitkeringsjaar 2019 In de decembercirculaire is de suppletie uitkering integratie sociaal domein aangepast met afgerond € 3.000. Daarnaast betekent een verbetert inzicht in aantallen van onder andere WOZ waarden, achterstandsleerlingen, eenouderhuishoudens en ouders met psychisch medicijngebruik een nadeel van afgerond € 42.000. 73
Uitkeringsjaar 2020 Decembercirculaire Mutaties Decembercirculaire 2020 (bedragen x € 1.000) Verdeelreserve Mutatie uiterkingsbasis Hoeveelheidsverschillen Aanvullend pakket re-integratie (corona compensatie) Gemeentelijk schuldenbeleid (corona compensatie) Bijzondere bijstand (corona compensatie) Continuïteit van zorg (corona compensatie) Compensatie quarantainekosten (corona compensatie) Nacalculaite mobiliteitsmiddelen en roerende voorzieningen Bijdrage centrale voorziening BRP Bijdrage mijn overheid en DigiD Bijdrage GDI Suppletie uitkering herindeling TOTAAL Waarvan corona compensatie Mutaties gemeentefonds (excl. corona compensatie)
2020 23 23 53 5 16 6 32 5 -26 -7 -6 -4 -13 107 64 43
Verdeelreserve Voor 2020 is geen aanleiding geweest de verdeelreserve 2020 aan te wenden. Bij de decembercirculaire valt heel de verdeelreserve vrij. Mutatie uitkeringsbasis Door de actualisatie van de maatstaf bijstandsontvanger en maatstaf eenpersoonshuishoudens, wordt de uitkeringsbasis aangepast. Hoeveelheidsverschillen Aanpassingen van het definitief aantal bijstandsontvangers, eenpersoonshuishoudens en fysieke maatstaven. Aanvullend pakket re-integratie (corona compensatie) Deze extra middelen uit het steun- en herstelpakket stelt de gemeente in staat om de reguliere dienstverlening op peil te houden, nu de instroom in de bijstand toeneemt. Gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand (corona compensatie) Door de voorziene toename van de armoede- en schuldenproblematiek, stellen deze extra middelen de gemeente in staat om de inwoners waar nodig van dichtbij te blijven ondersteunen. Continuïteit van zorg (corona compensatie) Er worden extra middelen (€ 26 miljoen landelijk) toegevoegd aan het al ontvangen voorschot van € 144 miljoen, om de continuïteit van zorg zo goed mogelijk te organiseren en het zorgstelsel voor langere termijn te borgen.
Compensatie quarantainekosten (corona compensatie) Hiermee kunnen gemeenten praktische ondersteuning bieden en de zorg en ondersteuning vanuit de sociaaldomeinwetten continueren voor die burgers die in quarantaine moeten en niet in staat zijn de problemen die daardoor ontstaan zelf of met hen netwerk op te lossen. Nacalculatie mobiliteitsmiddelen en roerende voorzieningen Op 1 januari 2020 is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in Wlz-instellingen wonen 74
vereenvoudigd. Mobilitietsmiddelen worden voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz in plaats van de Wmo 2015. In de septembercirculaire zijn hiervoor al middelen overgeheveld naar de Wlz. Op basis van de realisatiegegevens vindt deze correctie plaats. Bijdrage centrale voorziening Basis Registratie Personen In 2020 is meer gebruik gemaakt van deze voorziening door gemeenten. Bijdrage MijnOverheid en DigiD De bestaande regeling ten aanzien van de bekostiging van DigiD en MijnOverheid wordt voorlopig nog gecontinueerd, totdat de afgesproken evaluatie van het stelsel is afgerond. Bijdrage GDI Afgesproken is dat de doorbelasting van de niet-transactiegerichte voorzieningen in de generieke digitale infrastructuur (GDI) via het gemeentefonds verloopt. Suppletie uitkering herindeling Bij de overheveling van de integratie uitkering sociaal domein naar de algemene uitkering is afgesproken dat het geen herverdeeleffect mag hebben. Hierbij wordt het herverdeeleffect dat voortkomt uit de definitie wijziging van de maatstaf jongeren tenietgedaan.
Overige Een verbeterd inzicht in aantallen van oa de WOZ-waarden, WAJONG, Loonkostensubsidie en Medicijngebruik betekent een nadeel van € 85.000 B: De integratie- en decentralisatie uitkeringen Integratie en decentralisatie uitkering (x € 1.000) Stand na Burap-2 2020 Mutaties Decembercirculaire Mutaties circulaires voorgaande jaren Overige waaronder Aanpassing aantallen eenheden Jaarrekening 2020: decembercirculaire 2020 C: De integratie uitkering Sociaal domein Integratie uitkering Sociaal Domein (x € 1.000) Stand na Burap-2 2020 Mutaties Decembercirculaire Mutaties circulaires voorgaande jaren Overige waaronder Aanpassing aantallen eenheden Jaarrekening 2020: decembercirculaire 2020
75
2017 2018 2.215 2.131
2019 624
2020 661
2.215 2.131
624
661
2017 2018 2019 12.777 12.472 4.652
2020 4.896
12.777 12.472 4.652
4.896
Lokale heffingen Voordeel = V Afwijking Nadeel = N x € 1.000
Waardering WOZ woningen Inhuur van taxateurs was minder nodig doordat meer werkzaamheden in eigen huis V konden worden uitgevoerd. Door de herindeling loopt dit effect naar verwachting weer terug. Een wettelijk voorgeschreven project voor oppervlaktebepaling loopt over de V jaargrens heen. Diensten worden geleverd en facturatie zal nog geschieden in 2021. Er zijn meer bezwaren ingediend welke daarnaast een hogere kostenvergoeding met N zich mee brachten, o.a. door toename no-cure-no-pay-bureaus. OZB Woningen Lagere opbrengsten dan begroot als gevolg van afwijkende areaalontwikkeling t.o.v. N eerdere inschatting. Lagere inkomsten vanwege invordering dan begroot N OZB Niet-Woningen Lagere opbrengsten dan begroot als gevolg van afwijkende areaalontwikkeling t.o.v. N eerdere inschatting. N Correcties op de inkomsten uit 2019. Reclameheffing Bijstelling op basis van daadwerkelijk opgelegde aanslagen in 2020. De heffing is na V aftrek van perceptiekosten bestemd voor het Centrummanagement.
Een uitgebreide toelichting is opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen (zie paragraaf 3.4.).
Treasury Treasury
Begroting Realisatie Verschil bedragen x 1.000 Incl. wijz. 334 284 Onverdeeld financieringsresultaat 50 Dividend 21 20 1 -14 -11 Kosten betalingsverkeer -3 Totaal taakveld 340 292 48 Financieringsresultaat Het resultaat bestaat uit het verschil tussen de daadwerkelijk te betalen en te ontvangen rente en de aan de programma’s toegerekende rente. Het verschil tussen de werkelijk betaalde rente en de via de omslagpercentage doorberekende rente aan de programma’s wordt verantwoord op het taakveld Onverdeeld financieringsresultaat. Per saldo werd en wordt de werkelijk betaalde rente verantwoord.
76
12 12 12
35 14 10 20 8
Rentelasten bedragen x 1.000
Begroting Realisatie Afwijking Incl. wijz.
Lasten Rente langlopende leningen Rente kortlopend
1.422 0
1.096 0
326 0
-28 -8
-14 -11
-14 2
-344 -6 28 1.063
-29 -6 52 1.089
-315 0 -25 -26
-1.396 -334
-1.373 -284
-24 -50
Baten Rente kortlopend Rente uitgezette geldleningen
Per saldo betaalde rente Geactiveerde rente t.l.v. investeringen Geactiveerde rente IHP Geactiveerd rente grondexploitatie Rente ten laste van exploitatie
De rente is als volgt in de exploitatierekening verwerkt Doorberekende rente tlv programma's Renteresultaat tgv algemene dekkingsmiddelen
Onverdeeld financieringsresultaat We zien achterblijvende rente uitgaven op langlopende geldleningen. Dit heeft met name te maken met Rijksinfra, de N65 is pas in december is gefinancierd en bijdrage PHS heeft niet plaatsgevonden. Dividend Het dividend heeft betrekking op de aandelen BNG die in bezit zijn. Kosten betalingsverkeer Onder de post financiering en belegging worden zowel de interne als externe kosten van het betalingsverkeer verantwoord.
Vennootschapsbelasting (VpB) Gemeenten zijn belastingplichtig voor activiteiten die vallen onder het regime van de vennootschapsbelasting (vpb). Het betreft over het algemeen activiteiten waarbij in concurrentie wordt getreden en waar winst wordt beoogd of verwacht. Binnen onze huidige activiteiten valt enkel de grondexploitatie onder de vpb. Over 2020 is een bedrag van € 2.635 aan vennootschapsbelasting verschuldigd. Over 2019 heeft een herrekening plaatsgevonden resulterend in een verschuldigd bedrag van €18.889. De verschuldigde vennootschapsbelasting komt vanuit de grondexploitatie en wordt om die reden verrekend met de reserve Grondexploitatie.
Overige baten en lasten * € 1.000 Begroot Realisatie0 Taakstellende bezuiniging bedrijfsvoering -40 0 Stelpost dekking formatie -105 0 Stelpost Covid-19 286 0 Totaal taakveld 141 0 77
Toelichting De taakstellende bezuiniging en de te realiseren stelpost formatie is te bezien in samenhang met de andere budgetten aangaande personeel en bedrijfsvoering. Daarom is ervoor gekozen om dit gezamenlijk toe te lichten in de bedrijfsvoeringparagraaf.
Onvoorzien Post "Onvoorzien" Stand per 1-1-2020 Bijdrage Stichting CJ Grips Speeldoos Incidentele subsidie bar HelvoirThuis Actie voor Molukken (verdubbelen met een max van € 10.000) Ondersteuning collegevorming
60.000 800 16.000 7.500 10.000 4.000
Actuele stand Onvoorzien o.b.v. genomen besluiten
21.700
Onvoorzien Dit bedrag kan door het college worden ingezet bij onvoorziene omstandigheden.
78
Paragrafen 3.1 Algemeen In de paragrafen worden onderwerpen, die versnipperd in de begroting staan, bij elkaar in beeld gebracht. Het gaat vooral om beheersmatige aspecten die grote financiële gevolgen kunnen hebben. De paragrafen zijn bedoeld om extra informatie te geven over de middelen die wij inzetten om ons beleid te realiseren. Op grond van de financiële verordening dienen de paragrafen een aantal onderwerpen te behandelen en te voldoen aan een aantal kwaliteitseisen. Onderstaand zijn deze per paragraaf weergegeven. De paragrafen zijn verplicht voorgeschreven in de verslagleggingsregels van BBV.
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf beantwoorden we de vraag of de financiële positie van Vught toereikend is om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het is verplicht om een aantal kengetallen op te nemen die inzicht geven in de financiële positie. Zo zegt de hoogte van de schuld meer over de financiële positie van een gemeente dan de hoogte van de reserves. Met lenen neemt een gemeente als het ware een voorschot op de toekomst. Hoe hoger de schulden, hoe meer toekomstige inkomsten voor aflossingen en rente worden vastgelegd. Voor een gezonde financiële huishouding is het belangrijk het geheel van deze kengetallen te beheersen. Er is een inventarisatie van de weerstandscapaciteit en de risico’s opgenomen. Samen geven ze een beeld van ons weerstandsvermogen. Tevens geven we een toelichting op ons risicobeleid en zijn financiële kengetallen, gebaseerd op verslagleggingsregels, opgenomen. Er is ook een beoordeling van de verhouding tussen de financiële kengetallen en de financiële positie opgenomen. Belangrijkste ijkpunten voor ons financieel beleid zijn een meerjarig sluitende begroting en een verbetering van de financiële kengetallen schuldquote en solvabiliteit. We hebben aandacht voor herprioritering, nieuw-voor-oud beleidskeuzes en scherpere keuzes in de uitgaven.
Inzicht in de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit is noodzakelijk om het weerstandsvermogen te beoordelen. We willen weten of we in staat zijn om optredende risico’s op te vangen zonder dat de publieke taken en voorzieningen in de knel komen. De weerstandscapaciteit is het geheel van middelen waaruit we tegenvallers, die onverwacht en substantieel zijn, bekostigen. Het weerstandsvermogen drukt de relatie uit tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s. We hebben een incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De eerste is bedoeld om eenmalige tegenvallers op te vangen zonder dat we (het niveau) van onze publieke taken en ons beleid aanpassen. De structurele weerstandscapaciteit betreft middelen die we permanent kunnen inzetten voor tegenvallers in de lopende exploitatie. Incidentele weerstandscapaciteit: - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Stille reserves 79
Structurele weerstandscapaciteit: - Onbenutte belastingcapaciteit - Post onvoorzien Feitelijk zijn alleen de algemene reserve en de reserve grondexploitatie in te zetten als afdekking van algemene risico’s. Voor de besteedbaarheid van de bestemmingsreserves geldt dat deze middelen, door de daarover genomen raadsbesluiten, geheel bestemd zijn.
3.2.1 Beleidsuitgangspunten weerstandscapaciteit en risico's
Via de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing sturen we op het weerstandsvermogen en de risico’s. Beleidsuitgangspunten Bij het beheersen treffen we maatregelen om risico’s te verminderen of kiezen ervoor deze te accepteren. Het afdekken van de risico’s gebeurt deels via afgesloten verzekeringen en deels via het treffen van voorzieningen. Maar ook door een goed opleiding- en aannamebeleid van personeel. De resterende risico’s inventariseren we in deze paragraaf. Hiermee ontstaat een gefundeerd beeld op de benodigde weerstandscapaciteit. Weerstandscapaciteit Voor de weerstandscapaciteit wordt een streefwaarde van de algemene reserve van 20% van de uitkering uit het gemeentefonds gehanteerd. Ons financieel beleid is gericht op een realistische en scherpe begroting: transparant met meer risico mits goed beargumenteerd en benoemd. Dit uitgangspunt is in de geactualiseerde risicoinventarisatie meegenomen. Verzekeringen Er zijn diverse verzekeringen afgesloten voor risico’s door claims van derden en schadegevallen. We werken schadepreventief, o.a. door voldoende onderhoud te plegen, het correct naleven van bestaande procedures en het goed gemotiveerd afhandelen van bezwaarschriften. Risico’s van achterstallig onderhoud zijn ondervangen door het opstellen van beheerplannen voor wegen, groen, verlichting, riolering, kunstwerken en speeltoestellen.
Voorzieningen Er zijn voorzieningen getroffen voor risico’s en verplichtingen waarvan bekend is dat die zich voordoen en die we kunnen kwantificeren. Er zijn voorzieningen getroffen voor verplichtingen (pensioen, wachtgeld, grondexploitatie), onderhoud (gebouwen, openbare verlichting en kunstwerken) en voor de afvalstoffen en riolering. Grondexploitaties Elk plan binnen de grondexploitatie heeft zijn eigen exploitatie, met eigen baten en lasten. Voor verwachte tekorten zijn voorzieningen getroffen. Overige risico’s worden opgevangen binnen de reserve grondexploitatie. De hoogte van deze reserve is berekend aan de hand van risicoanalyses van de planexploitaties. Jaarlijks actualiseren we de plannen in het Uitvoeringsprogramma grondexploitatie en de hierin opgenomen risico-inventarisatie. Uit het Uitvoeringsprogramma grondexploitatie blijkt dat de stand van de reserve grondexploitatie toereikend is om de risico’s te dekken.
3.2.2 Risico-inventarisatie
De risico-inventarisatie geeft een aantal geïdentificeerde risico’s, die voldoen aan de volgende criteria: - onzekerheden met grote financiële gevolgen; - waarvan de kans reëel is dat de risico's zich voordoen; en 80
- waarvoor de oorzaken niet door de gemeente kunnen worden beïnvloed of waarvoor de gemeente (nog) niet in staat is geweest om passende beheersingsmaatregelen te treffen; - risico’s die niet zijn afgedekt door verzekeringen of voorzieningen. Een risico-inventarisatie is altijd subjectief. De inschatting van de kansen en omvang is tijdsgebonden, waarbij het inzicht afhankelijk is van onzekere toekomstige factoren. Een aantal risico's worden voor 2 jaar meegenomen. Dit is nodig omdat het in die gevallen niet mogelijk is direct maatregelen te treffen om risico's op te vangen of ze te verwerken in de meerjarenbegroting. x € 1.000
Renteontwikkeling
Risico Bedrag per Totaal Aantal jaar jaar risico 125 2 250
Jeugd
350
2
700
Wmo Hulp bij het huishouden
330
2
660
Wmo
250
2
500
Participatiewet
150
2
300
Stadsgewest renterisico
1.000
1
1.000
Herverdeling gemeentefonds
1.000
2
2.000
Herindeling Helvoirt
250
2
500
Covid-19
250
2
500
Strategische, operationele en schade-risico's
500
1
500
Totaal risico's
6.910
Na risicofactor
75%
Rijksinfra (risicofactor reeds toegepast)
2.500
Totaal benodigde reservecapaciteit
5.183 1
2.500 7.683
Toelichting Renteontwikkelingen De rentes zijn onverminderd laag gebleven. Omdat nieuwe leningen tegen een fors lagere rente worden aangetrokken dan de gemiddelde rente van onze totale leningenportefeuille lopen we niet veel risico voor de leningen die we oversluiten. Dat risico is er wel voor de toename van onze leningen. Rondom de renteontwikkeling gaan wij nog steeds uit van een licht stijgende langlopende rente. Wanneer deze stijging groter is dan voorspeld, leidt dit tot extra financieringslasten. Inmiddels is de eerste lening in relatie tot de N65 eind 2020 afgesloten. Het beleid van de ECB is en blijft voorlopig gericht op het laag houden van de rente. Om die reden hebben wij dit risico neerwaarts bijgesteld. Naast de bestaande leningenportefeuille loopt de schuldpositie de komende jaren verder op door met name het project Rijksinfra. Wij schatten het risico op € 125.000 per jaar. Dit is gebaseerd op 0,5% rentestijging op te sluiten leningen van € 25 miljoen. Jeugdhulp Voor gemeenten zijn de risico’s bij jeugdhulp groot. Gemeenten hebben een zorgplicht jeugd, terwijl de rijksmiddelen beperkt zijn. De vraag blijft steeds of de rijksmiddelen die zijn overgeheveld naar de gemeenten voor de jeugd, jaarlijks afdoende zijn om de nieuwe taken te kunnen vervullen. Afgelopen jaren bleken er grote 81
tekorten. Er is in regionaal verband een actieplan opgesteld ter voorkoming van stijgende kosten op langere termijn. Het beleid is gericht op tijdige signalering, de juiste hulp en preventie. Daarmee proberen we “zware”, en dus dure, cliënten te voorkomen. Echter, naast deze ontwikkelingen blijkt de zorgvraag bij jeugdigen te stijgen. Het is de vraag en dus een risico of we in staat blijken om samen met onze regionale partners de tekorten om te buigen. We nemen hiervoor een risicobedrag op van€ 350.000 en gelet op het meerjarig karakter doen we dit voor 2 jaar. Wet Maatschappelijke Ondersteuning Sinds 2019 is (landelijk) het abonnementstarief Wmo van toepassing. Dit zorgt voor een grote toename in het aantal aanvragen Wmo, waarvan de kosten lastig in te schatten zijn. Dat geldt voor alle maatwerkvoorzieningen Wmo, maar vooral voor huishoudelijke hulp. Als gevolg van Covid-19 trad deze toename in 2020 niet op. We gaan er echter vanuit dat dit tijdelijk is. Voor de aanzuigende werking als gevolg van het abonnementstarief gaan we uit van een marge van 20% en een bedrag van € 330.000 voor 2 jaar op. In totaal € 660.000. WMO Voor de Wmo-taken werken we samen met onze collega gemeenten in de Meierij. De ervaringscijfers laten ook hier tekorten zien bij de zorg in natura door een toename van cliëntenaantallen. Ook de eigen bijdragen pakken lager uit.
Voor 2021 is regionaal overeengekomen dat we 100% solidair zijn in de kosten van de zorg en ondersteuning voor Zintuiglijk Gehandicapten. Voor 2022 zal dat naar verwachting niet meer het geval zijn. Daar onze gemeente relatief veel zorginstellingen heeft, heeft het loslaten van die onderlinge solidariteit financiële consequenties. Gelet hierop nemen we een risicobedrag van € 250.000 op voor 2 jaar. Participatiewet De gemeente is verantwoordelijk voor het verstrekken, beheren en verhalen van bijstand aan personen die niet zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien en het bevorderen van (her)intrede op de arbeidsmarkt van bijstandsgerechtigden. De gemeente ontvangt subsidie van het Rijk voor de uitvoering van deze taken. De afgelopen jaren zagen we als gevolg van de conjuncturele ontwikkelingen en de gerichte maatwerkaanpak van Wegwijs+ een daling van het aantal uitkeringsgerechtigden. Als gevolg van de corona crisis verwachten we de komende jaren een stijging van de aanvragen voor inkomensvoorzieningen. We hebben daarop de budgetten aangepast. Daarnaast verwachten we dat de introductie van de TOZO regeling ook tot een mogelijke groter beroep op de Bbz zal leiden. Gelet hierop houden we een marge/ risico aan van € 150.000 voor 2 jaar. Stadsgewest Vanaf 2021 is een jaarlijkse bijdrage verschuldigd voor het beheer van de voormalige stortplaats Vlagheide.
Deze is in onze meerjarenbegroting opgenomen. De discussie over de definitieve bovenafdichting, het doelvermogen nazorg, het rendement op het doelvermogen en de eindafwerking blijft. Hier spelen de volgende risico’s: - Bij overdracht aan de Provincie moet een vermogen zijn overgedragen waaruit de nazorg eeuwigdurend wordt bekostigen. De Provincie heeft dit doelvermogen in 2008 berekend op € 17,6 miljoen. Het bestuur van het Stadsgewest gaat uit van maximaal € 14 miljoen. - Het grootste risico naar de toekomst toe is dat de Provincie voor datum overdracht de rekenrente verlaagt. Informatie leert dat een verlaging van de rekenrente betekent dat het af te dragen doelvermogen stijgt. Uitgaande van een aandeel van de gemeente Vught van 7,43% betekent dit een risico van ruim een miljoen. Wij ramen het risico op € 1.000.000. Herverdeling gemeentefonds 82
De jaarlijkse bijdrage aan gemeenten via het gemeentefonds bedraagt zo’n € 30 miljard en wordt vanaf 2023 anders verdeeld. Het beeld is dat de herverdeling voor gemeente Vught € 103 per inwoner negatief zal uitvallen ten opzichte van de huidige opzet. Er volgt nog een VNG-consultatieronde en het definitieve besluit om de herverdeling in te voeren is aan het nieuwe kabinet. De regeling kent een ‘zachte landing’ (ingroeipatroon) van €15 per inwoner per jaar. Het toepassen van de nieuwe berekening op recente gegevens, kan nog leiden tot een andere uitkomst. Daarnaast is het effect van de herindeling met Helvoirt nog niet bekend. Vooralsnog houden we rekening met een risico van € 1 miljoen. Herindeling Helvoirt Vanaf 1 januari 2021 zijn Helvoirt en Vught samen een gemeente. In de raadsvergadering van 4 januari zijn in dit kader de exploitatiebudgetten en investeringskredieten toegekend voor Helvoirt. De komende periode moet gaan blijken of de gedane (financiële) veronderstellingen juist zijn. Voorzichtigheidshalve is een bedrag meegenomen in deze risico-inventarisatie voor eventuele tegenvallers. Covid-19 De uitbraak van het coronavirus heeft grote impact op de Nederlandse samenleving en ook op de gemeente Vught. Bij het nemen van maatregelen stond en staat nog steeds de gezondheid van onze medewerkers en inwoners voorop.
Vanzelfsprekend hebben de getroffen maatregelen gevolgen voor de gemeente. Die gevolgen zijn op meerdere gebieden zichtbaar, zowel op het vlak van bedrijfsvoering als financieel. Gelukkig ondersteunt het Rijk stevig daar waar het gaat om benodigde financiële middelen. Door flexibiliteit, creativiteit en soms onconventioneel handelen zijn nog niet alle ontvangen steunbedragen uitgegeven. Deze middelen zijn hard nodig voor het (hopelijk) laatste deel van de crisis en de nafase en het herstelplan. Wat ons nog te wachten staat in de nog steeds veranderende situatie en de nafase en herstelperiode is niet bekend en ook hier zal de nodige flexibiliteit en creativiteit benodigd zijn. De middelen uit de stelpost zijn hier in ieder geval voor nodig, maar of dit voldoende is zal de tijd leren. Rijksinfra Een risicoanalyse inclusief beheersmaatregelen is opgesteld en wordt periodiek ge-update. Het risico op kostenstijgingen is nog steeds substantieel. Zowel ontwikkelingen op de markt als de huidige prijsontwikkelingen laten dit zien. Zowel PHS als N65 moeten nog aanbesteed en vervolgens uitgevoerd worden. Inmiddels heeft de betaling voor de N65 plaatsgevonden en vermindert daardoor het risico van inflatie- en renteontwikkelingen. De bestemmingsreserve Rijksinfra biedt daarnaast ook ruimte om ontwikkelingen op te vangen. Om die reden het bedrag neerwaarts bijgesteld naar € 2,5 miljoen.
Strategische, operationele en schade-risico’s Een aantal risico’s zijn specifiek te identificeren en zijn hiervoor gekwantificeerd. Daarnaast lopen er door onze processen heen natuurlijk altijd dossiers die een incidentele tegenvaller kunnen opleveren. Hiervoor nemen we een extra bedrag op bij de risico-inventarisatie: € 500.000. Risicofactor Een risico is een onzekere ongewenste gebeurtenis waardoor het realiseren van de organisatiedoelstellingen en -strategie in gevaar komt. Bij een risico is er dus sprake van een kans op een ongewenste gebeurtenis. De kans dat ál deze risico's zich voor de volledige omvang 83
voordoen is klein. De benodigde reservecapaciteit wordt daarom op 75% van deze risico's gesteld.
3.2.3 Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen bestaat volgens de regels uit de reservepositie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en de stille reserves.
De onder het eigen vermogen opgenomen reserves zijn geen geld. Als reserves wordt het verschil tussen de waardering van de activa en de schulden op de balans gepresenteerd. Voor het betalen van investeringen of het doen van uitgaven moet er geld op de bankrekening staan of worden geleend. Ook als deze uitgaven gedekt worden uit de (bestemmings-)reserves. Aanwending van de reserves leidt dan tot stijgende schulden en extra rentelasten en een verslechtering van de solvabiliteit. Bestemmingsreserves De bestemmingsreserves worden op afzienbare termijn uitgegeven aan door de raad gegeven doelen. De bestemmingsreserve Rijksinfra vormt hiervan de hoofdmoot. Met de voortgang van dit project worden de mogelijkheden van de raad om de bestemming te wijzigen kleiner en schuift de balanswaardering hiervan op richting voorzieningen. Stille reserves Uit de inventarisatie van de vastgoedportefeuille is gebleken dat deze nog stille reserves bevat die te gelde kunnen worden gemaakt. Gedeeltelijk zijn de opbrengsten vooruitlopend op de verkoop bestemd voor de Rijksinfra. Algemene Reserve In het kader van het weerstandsvermogen vormt de algemene reserve voornamelijk een buffer voor het opvangen van de (toekomstige) risico’s.
De verwachte ontwikkeling van de algemene reserve ziet er als volgt uit:: Algemene reserve (bedragen x € 1.000) 12.483 Saldo 31-12-2019 117 Bestemming jaarresultaat 2019 Mutaties 2020 84
-67 -1.000 31 50 155 11.768
Transformatieopgave Jeugd Bijdrage reserve Rijksinfra Vrijval budgetoverheveling Statushouders Vrijval duurzaamheid Bergenshuizen Budgetruimte lening Speeldoos Gerealiseerd saldo eind 2020 Mutaties verwacht na 2020 Rekeningsaldo 2020 (excl.budgetoverheveling) Verkoop Pepereind Verhuiskosten Zuiderbos Budgetruimte lening Speeldoos Omzetting naar subsidie Speeldoos Extra dotatie Rijksinfra Verwachte saldi 2021-2024 Nog besteedbaar Aan te houden buffer (bedragen x 1.000) Buffer 20% uitkeringen gemeentefonds 20 % Algemene, decentralisatie en integratie uitkeringen Totaal aan te houden buffer Vrije ruimte
1.347 126 -50 155 -387 -1.000 pm 11.959
7.905 7.905 4.054
De algemene reserve dient toereikend te zijn om onverwachte tegenvallers op te vangen. Hoe hoog de algemene reserve moet zijn is onderdeel van bestuurlijke afweging. We hanteren een tweetal ratio’s om deze afweging te ondersteunen. Een ratio balans: waarbij de benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald met behulp van de risico-inventarisatie. Voor deze ratio wordt bij veel gemeenten gebruik gemaakt van de volgende waarderingstabel: Ratio
Betekenis
> 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6
Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Een ratio exploitatie: waarbij de benodigde weerstandscapaciteit wordt gerelateerd aan de (te) ontvangen uitkeringen uit het gemeentefonds. De omvang van de exploitatie is mede bepalend voor de risico's die we lopen. Om dit in beeld te brengen hanteren we als norm voor de benodigde weerstandscapaciteit 20% van de te ontvangen uitkeringen uit het gemeentefonds.
Ook voor deze ratio willen we minimaal een voldoende scoren op basis van onderstaande tabel. Ratio > 1,2 1 – 1,2 < 1,0
Beschikbare weerstandsvermogen Het beschikbare weerstandsvermogen bestaande uit het niet bestemde saldo van de algemene reserve is berekend op € 12 miljoen.
Betekenis ruim voldoende voldoende onvoldoende 85
Uitkomst risicoratio op basis van de balans Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 7,683 miljoen. De ratio risico-inventarisatie komt daarmee uit op 1,56 Uitkomst risicoratio op basis van de exploitatie Het saldo eind 2020 moet voldoende zijn om de risico’s vanaf 2020 af te dekken. In 2020 is een bedrag van € 39,5 miljoen aan uitkeringen uit het gemeentefonds ontvangen. 20% hiervan is €7,9 miljoen. De ratio exploitatie-omvang komt daarmee uit op 1,51. Normering van de ratio vormt een goed hulpmiddel om de inzet van de algemene middelen te begrenzen.
3.2.4 Kengetallen
De kengetallen stellen de gemeenteraad in staat om de normen vast te stellen voor de sturing van de financiële positie via de meerjarenbegroting. De normen in hun onderlinge samenhang bepalen hoe risicovol het financieel beleid is dat wordt gevoerd. Een afweging die is voorbehouden aan de raad. Met de kengetallen wordt de raad in staat gesteld het beleid te sturen en te monitoren ten aanzien van: - De reservepositie - De schuldpositie - De wendbaarheid en de resterende belastingcapaciteit - Het risicobeleid Deze aandachtsgebieden vormen met de reëel en structureel sluitende meerjarenbegroting en de planning en controlcyclus de pijlers voor de sturing van onze financiële positie. Solvabiliteit Dit kengetal geeft aan welk percentage van de balanswaarde van het bezit niet met schuld is belast. Het kengetal geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.
Als algemene norm voor de solvabiliteit geldt: Algemene normwaarden bruto schuld
Ratio Solvabiliteit 86
Weinig tot geen schuld Normaal Voorzichtigheid geboden Bezit zeer zwaar belast met schuld
> 80 % 30% - 80% 20% - 30% 0% - 20%
De solvabiliteit bedraagt momenteel 35%. Dit is als normaal te kwalificeren. In komende jaren moeten er nog grote uitgaven gedaan worden voor Rijksinfra. Die hebben een negatieve invloed op de solvabiliteit. We streven er naar de solvabiliteit op peil te houden door de verkoopopbrengsten uit onroerende goed en gerealiseerde en nog te realiseren resultaten uit de grondexploitatie. Schuldquote De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen de jaarlijkse inkomsten en de netto schuldenlast. Dit geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op begroting en jaarrekening.
Als algemene norm voor de schuldquote geldt: Algemene normwaarden schuldquote Normaal Voorzichtigheid geboden Zeer hoge schuld
Schuldquote 0% -100% > 100% > 130%
Een schuldquote tussen 0 en 100% wordt als normaal beschouwd. Eind 2020 bedraagt de schuldquote 76%. Op basis van de huidige meerjarenbegroting (inclusief investeringsprogramma) gaat deze oplopen. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de in exploitatie genomen gronden zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden is van belang omdat deze moet worden terugverdiend bij de verkoop. De boekwaarden van verliesgevende plannen worden gewaardeerd op de actuele marktwaarde en voor verwachte verliezen worden voorzieningen getroffen.
87
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten en baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten.
Op basis van het kengetal blijkt dat er weinig structurele begrotingsruimte is om tekorten of extra lasten binnen de huidige begroting op te vangen. Dit past binnen ons beleid om strak te begroten. Er is nog wel ruimte om wanneer dat nodig is het eigen beleid aan te passen en via ombuigingen ruimte vrij te maken. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsrechten voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Deze cijfers worden jaarlijks in de meicirculaire van het gemeentefonds bekend gemaakt. Het kengetal vergelijkt de belastingdruk met het gemiddelde van alle Nederlandse gemeenten. 88
De lastendruk in Vught ten opzichte van het landelijk gemiddelde bedraagt 120%. Door de relatief hoge belastingdruk is de resterende belastingcapaciteit beperkt ondanks dat er geen wettelijk maximum is gesteld. Voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing hanteren we 100% kostendekkendheid. Algemene conclusie financiële positie Het jaar 2020 is afgesloten met een batig resultaat op de activiteiten binnen de algemene dienst van € 1.347.000. Met betrekking tot de grondexploitatie is voor € 1.649.000 tussentijdse winst genomen. Na verrekening aftrek van de vennootschapsbelasting (€ 21.000) is per saldo € 1.628.000 toegevoegd aan de reserve Grondexploitatie. Bij de financiële positie gaat het om de juiste balans tussen vermogen en exploitatie, rekening houdend met financiële risico’s. Het is niet voldoende dat in een jaar de lasten worden gedekt door de baten. Dit moet structureel het geval zijn. We moeten immers ook in de toekomst in staat zijn om onze publieke taken in te vullen. De grote bijdrage aan PHS moet nog plaatsvinden. Voor de N65 heeft deze eind 2020 plaatsgevonden. Wat we zien is dat het exploitatiesaldo een positief effect heeft op de solvabiliteit. De achterblijvende uitgaven (exploitatie en het investeringsprogramma) zorgen voor een minder snel stijgende schuldpositie.
Doordat veel uitgaven wel later plaatsvinden zien we deze kengetallen de komende jaren alsnog negatief ontwikkelen. Afgezet tegen de normpercentages van de VNG bereiken we een kritische grens. Door de schuldpositie zijn we kwetsbaarder voor renteontwikkelingen. De wendbaarheid van de begroting is beperkt; mede omdat onze stille reserves worden ingezet. De reserve grondexploitatie ontwikkelt zich positief. Een blijvende aandacht is nodig voor een goede balans tussen de aanwezige risico's, onze publieke taken en een financieel gezonde en zelfstandige gemeente Vught.
3.3 Financiering In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast het beleid ten aanzien van het risicobeheer van onze financieringsportefeuille op: a. de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte; b. de rentevisie; c. de kasgeldlimiet; 89
d.
de renterisico norm.
3.3.1 EMU-saldo (EMU = Economisch en Monetaire Unie) (bedragen x € 1.000) EMU- saldo
Realisatie
Begroting
2019
2020
2020
2021
9.205
-19.148
-19.114
-23.547
Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. De EMUsystematiek werkt op een andere manier dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeenten hanteren. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de kapitaallasten van de investeringen. Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMU-saldo van de gemeente Vught voor 2020 komt uit op -/- € 19.148 miljoen Het betekent dat in EMU-termen de uitgaven € 19,48 miljoen euro hoger zijn dan de inkomsten. Het hoge negatieve saldo kent als belangrijkste oorzaak de uitgave voor de rijksinfra inzake de N65. Verder zien we dat, mede door Covid-19 (compensatiemaatregelen, achterblijvende uitgaven en tegelijkertijd extra uitgaven op de diverse taakvelden), ook verschillen in de exploitatie. Deze zijn per programma toegelicht en ook in de separate Covid-19 paragraaf. In de jaren tot en met 2015 werden er een individuele referentiewaarden van het EMU-tekort vastgesteld.
Voor 2020 is het aandeel in het EMU-saldo van de decentrale overheden gesteld op 0,4% van het BBP, niet verder uitgesplitst naar provincie, waterschap en gemeente. Het aandeel in het EMU-tekort betreft een inspanningsverplichting, er staat momenteel geen sanctie op een eventuele overschrijding van het toegestane EMU-tekort.
3.3.2 Financiering en de wet Fido
Risicobeheersing financiering De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid worden gevormd door renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en koersrisico’s. Renterisico’s Om de invloed van externe rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente te beperken, zijn normen vastgesteld. Voor financiering met een looptijd van minder dan een jaar geldt de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van de totale begrote uitgaven. Voor 2020 betekent dit een limiet van € 7,161 miljoen. (Bedragen x € 1.000) 1e kwartaal 2de kwartaal 3de kwartaal 4de kwartaal Gemiddelde netto vlottende schuld 5.867 1.226 -1.424 -2.876 Ruimte onder kasgeldlimiet 1.294 5.935 8.585 10.037 Voor financiering met een looptijd langer dan een jaar geldt de renterisico-norm. De renterisiconorm begrenst de rentegevoeligheid van de vaste schuldpositie van de gemeente. De renterisiconorm toetst of er voldoende spreiding is in rente typische looptijden van de leningenportefeuille. Een dergelijke spreiding zorgt ervoor dat het risico bij rentestijgingen wordt beperkt. Wanneer de rente op het moment dat een langlopende lening moet worden afgesloten hoger is dan geraamd, heeft dit consequenties voor het geraamde exploitatiesaldo. Ons huidige gemiddelde rentepercentage over de langlopende schuld bedraagt 2,81%.
90
De renterisico-norm bedraagt 20% van de totale oorspronkelijke begrote uitgaven. Voor 2020 betekent dit een norm van € 16,849 miljoen. Berekening rente risico (x € 1.000)
2020
1a Renteherziening op vaste schuld o/g
0
1b Renteherziening op vaste schuld u/g
0
2 Renteherziening op vaste schuld (1a-1b) 3a Nieuw aangetrokken vaste schuld 3b Nieuw uitgezette vaste geldleningen 4 Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) 5 Betaalde aflossingen 6 Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
0 24.828 0 24.828 3.018 3.018
7 Renterisico op de vaste schuld (2+6)
3.018
8 Renterisiconorm 9a Ruimte onder renterisiconorm (8-7) 9b Overschrijding renterisiconorm (7-8)
16.849 13.831 0
Uit bovenstaande berekening blijkt dat ons renterisico ruimschoots onder de renterisico-norm blijft. Kredietrisico’s Als gemeente mogen we eventueel overtollige middelen alleen uitzetten bij het rijk. In 2020 zijn twee nieuwe leningen aangetrokken voor een totaalbedrag van €24,8 miljoen. De voornaamste reden is de financiering van de bijdrage N65. De overige (tijdelijke) tekorten die ontstonden zijn gefinancierd met kortlopende leningen tegen een veelal positieve rente. Door maandelijkse kasgeldleningen aan te gaan ontstonden beperkte overschotten die aangehouden zijn op de schatkistbankierrekening bij het Rijk. Het verstrekken van leningen is wel toegestaan, op voorwaarde dat het de publieke taak dient. Bij het verstrekken van leningen worden zekerheden en garanties geëist. Ook is het toegestaan om bij andere overheden geld uit te zetten om meer rendement te behalen, of om te beleggen in papier waaraan een overheidsgarantie is verbonden. In dit kader fungeren we als achtervang voor leningen aan woningcorporaties (WSW) en voor leningen aan particulieren t/m 2010. Voor leningen aan woningcorporaties bedraagt de schuldrestant t/m 2020 € 55,804 miljoen, voor leningen aan particulieren bedraagt de openstaande schuld op 31-12-2020 € 0,6 miljoen.
In eerste instantie staat de WSW garant voor de leningen aan de woningcorporaties en de stichting WEW (Waarborgfonds Eigen Woningen) voor leningen aan particulieren t/m 2010. Op het moment dat de waarborgfondsen niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen, ontstaat er een risico voor de gemeente. Het risico is theoretisch en bestaat uit het verstrekken van een relatief geringe en tijdelijke renteloze lening. Daarnaast is in 2017 besloten maximaal 10 miljoen uit te lenen aan Stichting Vughtse Aankoopregeling. Per 31-12-2020 is de omvang van deze rekening-courant € 168.000. Liquiditeitsrisico’s De gemeente moet doorlopend aan haar betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Hiervoor wordt de liquiditeitenplanning als instrument ingezet. Op basis van voorspellingen van de in- en uitgaande geldstromen kan tijdig actie ondernomen worden om tekorten aan te vullen en 91
overschotten te beperken. Daarnaast is de liquiditeitsplanning een hulpmiddel om de renterisico’s te bepalen, het dagelijks saldo te beheren en de liquiditeitsrisico’s te beheersen. Per kwartaal wordt een geactualiseerde liquiditeitsplanning opgesteld. Koersrisico’s De gemeente zet geen middelen uit die onderhevig zijn aan indexatie en koersen. Gemeentefinanciering De post opgenomen langlopende geldleningen heeft zich in 2020 als volgt ontwikkeld: Langlopende leningen (x € 1.000) Stand leningen per 1 januari 2020 Nieuwe leningen Aflossingen Stand leningen per 31 december 2020
2020 38.954 24.828 3.018 60.763
In 2020 zijn een tweetal nieuwe langlopende leningen aangetrokken voor een bedrag van respectievelijk € 4 miljoen en € 20,828 miljoen. Deze laatste is in december aangetrokken in relatie tot de betaling van de bijdrage N65 aan de Provincie van €21,630 miljoen. De financieringsbehoefte is zoveel mogelijk met kasgeldleningen afgedekt. Doordat de betaling voor PHS niet heeft plaatsgevonden en de betaling voor de N65 pas ultimo 2020 zijn de rentelasten lager dan begroot. Interne financiering Conform de BBV-voorschriften wordt de werkelijke rente aan de exploitatie toegerekend via het omslagpercentage. Indien het werkelijke omslagrentepercentage of de werkelijke rentelasten te veel afwijken van de begroting zal een correctie plaats moeten vinden. Het verschil tussen de begrote en daadwerkelijk aan de exploitatie toe te rekenen rente bedraagt €27.000 nadelig. Dit verschil komt via het omslagpercentage tot uiting in de exploitatie van de taakvelden (€24.000) en voor het resterende deel op het taakveld Treasury (-/- €51.000). Het verschil tussen de werkelijke rentelasten en de toerekening batig saldo is als renteresultaat toegerekend aan de algemene dekkingsmiddelen. Schema rentetoerekening Begroting Realisatie Verschil bedragen x 1.000 Incl. wijz. 1.422 1.096 a. Externe rentelasten (korte en lange financiering) 326 b.
Externe rentebaten -36 -23 -13 1.386 1.073 313 Saldo rentelasten en rentebaten c1. Doorberekende rente grondexploitatie Doorberekende rente investeringen c2. Rente projectfinanciering c3. Rentebaat doorverstrekte leningen Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-28 351 0 0 1.063
-52 35 0 0 1.090
25 315 0 0 -27
d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
0 0 1.063
0 0 1.090
0 0 -27
92
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) f. Renteresultaat taakveld Treasury
-1.396 -334
-1.373 -283
-24 -51
3.4 Lokale heffingen Inleiding We doen hier verslag van de opbrengsten per lokale heffing, het beleid, het volume en het bedrag aan kwijtscheldingen, de kostendekkendheid en de (ontwikkeling van de) lokale lastendruk. De gemeentelijke heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. De lokale heffingen zijn onder te verdelen in twee categorieën, namelijk belastingen en rechten. De belangrijkste belastingen en heffingen in de gemeente Vught zijn: -Onroerende zaakbelasting (OZB) -Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten -Rioolheffing -Toeristenbelasting -Leges -Reclameheffing Daarnaast heffen we rechten zoals o.a. marktgelden en lijkbezorgingsrechten. In deze paragraaf lokale heffingen zijn de uitgangspunten, zoals genoemd in het wijzigingsbesluit BBV, op hoofdlijnen opgenomen.
3.4.1 Opbrengsten
Totaaloverzicht gerealiseerde opbrengsten belastingen, heffingen en retributies. 2018 2018 2019 2019 2020 2020 Jaar x € 1.000 begroot realisatie begroot realisatie begroot realisatie Onroerende zaakbelasting Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten Rioolheffing Toeristenbelasting Totaal