Bijlage 1 - RV Jaarverslag en jaarrekening 2021
Tekst van het document
Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de lage rekenrente. Burgerzaken ICT Burgerzaken De kosten voor software zijn met veel meer geïndexeerd dan waar rekening mee gehouden was.
65
Openbare orde en veiligheid Mutatie door Corona, verantwoord in 1.5 Covid-19 t.g.v. de stelpost Covid-19: Algemene uitgaven veiligheid Er zijn minder uitgaven gedaan dan voorzien, door minder activiteiten zoals netwerkbijeenkomsten, trainingen en de veiligheidsdag.
V
6
Zorg- en Veiligheidshuis De kosten van het Zorg- en Veiligheidshuis zijn lager uitgevallen dan begroot. Dit is V structureel en wordt in de (meerjaren-)begroting aangepast.
6
Apv/bijzondere wetten Er is een hogere opbrengst voor leges ontvangen dan begroot. Dit komt met name door leges voor vergunningen van bouwcontainers en depots. Tijdens de coronaperiode zijn meer inwoners gaan verbouwen. Subtotaal afwijking directe kosten Kapitaallasten Doorberekende kosten Totaal Verrekening met reserves Fractieondersteuning De niet bestede budgetten voor de fractievergoedingen zijn ten gunste van de reserve Fractieondersteuning gebracht. Totaal
66
V
5
V V N V
206 0 116 90
N
14
V
76
Overhead 2020
Overhead bedragen x €1.000 Overhead
Kostenplaatsen
Totaal programma
Verrekening met reserves
Lasten
2021
Realisatie Begroting Begroting Realisatie primitief wijzigingen 8.600 9.347 10.008 9.516
Verschil 492
Baten
-235
-19
-190
-233
43
Saldo
8.366
9.328
9.818
9.284
534
Lasten
457
437
471
318
153
Baten
-457
-437
-471
-318
-153
Saldo
0
0
0
0
0
Lasten
9.057
9.784
10.479
9.834
645
Baten
-692
-456
-661
-550
-111
Saldo
8.366
9.328
9.818
9.284
534
Lasten
9.057
9.784
10.479
9.834
645
Baten
-692
-456
-661
-550
-111
Saldo
8.365
9.328
9.818
9.284
534
Lasten Baten Saldo
Na verrekening met reserves
Voordeel = V Afwijking Nadeel = N x € 1.000 Overhead Instroom/uitstroom personeel Er is een terugbetaling ontvangen van de advertentiekosten voor werving van personeel 2020 en er waren lagere kosten voor de uitstroom van personeel.
V
10
V
6
Mutatie door Corona, verantwoord in 1.5 Covid-19 t.g.v. de stelpost Covid-19: Organisatieontwikkeling Er zijn lagere kosten voor de organisatieontwikkeling. Door het verplichte thuiswerken was het niet mogelijk elkaar fysiek te treffen. Hierdoor was het niet mogelijk inhoud en vorm te geven aan de organisatieontwikkeling.
V
60
Voorziening wachtgeldverplichtingen Vanwege hogere kosten is er een aanvullende storting in de voorziening wachtgeldverplichtingen gedaan, om te voldoen aan de verslagleggingsregels.
N
12
Mutatie door Corona, verantwoord in 1.5 Covid-19 t.g.v. de stelpost Covid-19: Opleidingen Er is minder gebruik gemaakt van opleidingen.
V
9
Algemene personeelslasten Lagere bijtelling voor de werkkostenregeling (WKR).
V
34
Financiële administratie Lagere kosten voor invordering.
67
Mutatie door Corona, verantwoord in 1.5 Covid-19 t.g.v. de stelpost Covid-19: Communicatie Er waren het afgelopen jaar minder publicaties in het Klaverblad. Met name omdat er veel minder activiteiten en evenementen waren zoals Koningsdag, Dodenherdenking en andere evenementen waarover we als gemeente communiceren. Hierdoor waren er ook lagere voorlichtingskosten en is er minder communicatiemateriaal ontwikkeld in de vorm van drukwerk en social media.
V
Exploitatie gemeentekantoor Het budget is verhoogd met de komst van Helvoirt. Deze middelen zijn niet V ingezet. Daarnaast zijn er minder kosten gemaakt voor kleine reparaties en diensten door derden.
26
20
Mutatie door Corona, verantwoord in 1.5 Covid-19 t.g.v. de stelpost Covid-19: Bodediensten Lagere portikosten vanwege Covid-19 en minder inhuur voor bodediensten.
V
23
Mutatie door Corona, verantwoord in 1.5 Covid-19 t.g.v. de stelpost Covid-19: Restauratieve voorzieningen Het bedrijfsrestaurant is gesloten geweest.
V
26
V
13
Mutatie door Corona, verantwoord in 1.5 Covid-19 t.g.v. de stelpost Covid-19: Facilitaire dienstverlening algemeen Minder onkosten voor facilitaire dienstverlening vanwege Covid-19.
V
6
Documentatie Ontvangen subsidie voor medewerkers.
V
8
ICT Lagere kosten voor reparaties van hardware en minder consultancywerkzaamheden. V
12
Abonnementskosten Hogere kosten voor abonnementen.
N
14
V
91
V V V V V
12 330 0 204 534 0 534
Mutatie door Corona, verantwoord in 1.5 Covid-19 t.g.v. de stelpost Covid-19: Werkplekvoorzieningen Er is minder op kantoor gewerkt en daardoor zijn er ook minder uitgaven geweest voor werkplekvoorzieningen.
Inhuur personeel Er zijn lagere kosten voor inhuur personeel op dit programma. De uitgaven voor personeel worden op totaalniveau, programma-overstijgend, bewaakt (eigen personeel en inhuur). Tegenover het voordeel op inhuur hier staan elders tekorten op regulier personeel. Wij verwijzen naar paragraaf 3.6.4 voor het totaaloverzicht. Daarnaast is een loonkostensubsidie ontvangen. Subtotaal afwijking directe kosten Kapitaallasten Doorberekende kosten Totaal Verrekening met reserves Totaal 68
V
2.5.2 Kostenplaatsen Voordeel = V Afwijking Nadeel = N x € 1.000 Kostenplaatsen Mutatie door Corona, verantwoord in 1.5 Covid-19 t.g.v. de stelpost Covid-19: Geo-informatie De karteerwerkzaamheden voor 2021 zijn lager uitgevallen dan verwacht en daarnaast zijn er vanwege COVID-19 minder meetwerkzaamheden verricht.
V
11
Tractiemiddelen V Minder brandstofkosten, schade- en reparatiekosten aan tractiemiddelen. Daarnaast ook minder onderhoudskosten vanwege de aanschaf van nieuw materieel.
32
Raadhuis De kosten voor onderhoud zijn hoger dan structureel begroot. Salariskosten personeel Hogere kosten voor salariskosten personeel. Zie de paragraaf Bedrijfsvoering voor meer informatie. Exploitatie Kettingweg BOR/Brandweer De hogere lasten worden veroorzaakt door hogere onderhoudskosten en hogere schoonmaakkosten. Dit wordt mede veroorzaakt doordat het reguliere onderhoud van installaties niet meer ten laste worden gebracht van de voorziening groot onderhoud. Clustervoorziening Vught Noord Het aandeel in de exploitatiekosten van de Clustervoorziening Vught Noord is hoger uitgekomen als gevolg van hogere onderhoudskosten, schoonmaakkosten en energielasten (€ 21.000). Daarnaast zijn er lageren ontvangsten vanuit de materiële instandhoudingsvergoeding dan begroot. (€ 7.000)
N
15
N
85
N
30
N
28
Overigen
4
Subtotaal afwijking directe kosten Kapitaallasten Doorberekende kosten Totaal Verrekening met reserves Totaal
69
N N V V V
119 0 119 0
V
0
Algemene dekkingsmiddelen 2020
Algemene dekkingen bedragen x €1.000 Treasury
OZB woningen
OZB niet-woningen
Belastingen overig
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
Overige baten en lasten
Vennootschapsbelasting (VpB)
Totaal programma
Verrekening met reserves
Na verrekening met reserves
Lasten
2021
Realisatie Begroting Begroting Realisatie primitief wijzigingen -262 -475 -954 -1.027
Verschil 73
Baten
-31
-24
-37
-43
6
Saldo
-292
-500
-991
-1.070
79
Lasten
583
461
577
585
-8
Baten
-5.013
-5.390
-6.240
-6.010
-230
Saldo
-4.430
-4.929
-5.664
-5.425
-239
Lasten
34
12
14
15
-1
Baten
-2.780
-2.778
-3.085
-3.144
59
Saldo
-2.746
-2.766
-3.071
-3.128
57
Lasten
0
0
0
0
0
Baten
-38
-30
-38
-41
3
Saldo
-38
-30
-38
-41
3
Lasten
5
4
8
7
1
Baten
-39.523
-39.849
-48.010
-49.900
1.890
Saldo
-39.518
-39.845
-48.003
-49.894
1.891
Lasten
0
572
380
-1
381
Baten
0
-541
0
0
0
Saldo
0
31
380
-1
381
Lasten
22
0
6
7
-1
Baten
0
0
0
0
0
Saldo
22
0
6
7
-1
Lasten
382
574
31
-414
445
Baten
-47.385
-48.612
-57.410
-59.138
1.728
Saldo
-47.002
-48.039
-57.381
-59.552
2.171
Lasten
0
0
0
691
-691
Baten
-51
0
0
0
0
Saldo
-51
0
0
691
-691
Lasten
381
574
30
277
-247
Baten
-47.436
-48.613
-57.410
-59.138
1.728
Saldo
-47.054
-48.038
-57.380
-58.860
1.480
70
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Gemeentefondsuitkering Gemeenten ontvangen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. De gemeentefondsuitkering is beleids- en bestedingsvrij voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te beoordelen. Totaal Gemeentefondsuitkering (x € 1.000) Stand na Burap-1 2021 Mutaties septembercirculaire 2021 Mutaties septembercirculaire 2021 Corona compensatie verantwoord in COVID-19 paragraaf Mutaties decembercirculaire Mutaties decembercirculaire 2021 Corona compensatie verantwoord in COVID-19 paragraaf Overige: aanpassingen aantallen eenheden Jaarrekening 2021 incl. decembercirculaire 2021
2018 2019 2020 2021 34.186 36.621 39.504 47.986 -23 720 322 -38
304 831
-71 -108 34.186 36.512 39.373
-46 50.117
Hieronder wordt een toelichting per geldstroom gegeven op de mutaties t.o.v. Burap-2 2021 per uitkeringsjaar: Uitkeringsjaar 2018 is begin maart 2022 definitief vastgesteld. Uitkeringsjaar 2019 Mutaties decembercirculaire Door ontwikkelingen van nieuwe definitieve gegevens over de WOZ-waarden 2019 is de gemeentefondsuitkering aangepast. Overige: aanpassingen aantallen eenheden Door een verbeterd inzicht in aantallen van voornamelijk wajongeren en ouders met medicijngebruik is de gemeentefondsuitkering aangepast. Uitkeringsjaar 2020 Mutaties septembercirculaire Door een grotere landelijke stijging dan aangenomen van het aantal huishoudens in de oudere leeftijdsgroep is de gemeentefonds uitkering bijgesteld. Overige: aanpassingen aantallen eenheden Door een verbeterd inzicht in aantallen van voornamelijk de loonkostensubsidies is de gemeentefondsuitkering aangepast. Uitkeringsjaar 2021 Mutaties septembercirculaire 2021
71
Mutaties septembercirculaire 2021 (bedragen x € 1.000) a. Mutaties algemene uitkering, incl. taakmutaties Ontwikkeling uitkeringsbasis Plafond BTW-compensatiefonds Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz Uitvoering en implementatie Breed offensief Aanpak problematiek jeugdzorg: restant middelen wachttijden Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) (compensatie corona) Lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen (compensatie corona) Europese richtlijn energieprestatie gebouwen Overige ontwikkelingen Verbeterd inzicht in aantallen Subtotaal Algemene Uitkering b. Mutaties integratie- en decentralisatie-uitkeringen Subtotaal Integratie en Decentralisatie-uitkeringen c. Mutaties Integratie uitkering Sociaal Domein Participatie Subtotaal Integratie uitkering Sociaal Domein TOTAAL Waarvan Corona compensatie
2021 84 325 -28 14 75 233 89 4 -29 289 1.056 0 -14 -14 1.042 322
Ontwikkeling uitkeringsbasis Omdat het totale bedrag van het gemeentefonds landelijk gelijk blijft, wordt bij een landelijke stijging/daling van de aantallen per maatstaf het bedrag per maatstaf gewijzigd. Dit heeft nu voornamelijk te maken met de ontwikkeling van het aantal minderheden en bijstandontvangers. Plafond btw-compensatiefonds De verwachting is dat gemeenten in 2021 minder declareren bij het btw-compensatiefonds dan het vastgestelde plafond. Nacalculatie mobiliteitsmiddelen Wlz Op 1 januari is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een Wlz-instelling wonen vereenvoudigd. Hiervoor zijn in de septembercirculaire 2019 middelen overgeheveld. De structurele nacalculatie vindt nu plaats. Uitvoering en implementatie Breed offensief Het wetsontwerp Breed offensief (deze wetswijziging beoogt processen te stroomlijnen en te harmoniseren om op die manier mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te krijgen) is vanwege de demissionaire status van het kabinet controversieel verklaard. Voor de implementatie van de onderdelen die geen wetswijziging vereisen, worden incidenteel middelen ontvangen. De maatregelen richten zich veelal op het gemakkelijker maken voor werkgevers om mensen met een beperking in dienst te nemen.
Aanpak problematiek jeugdzorg: restant middelen wachttijden In de mei-circulaire 2021 is € 55 miljoen gereserveerd voor regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening ten aanzien van de wachtlijsten specialistische zorg. Inmiddels zijn deze kosten begroot op € 3,175 miljoen. Het restant wordt toegevoegd aan de algemene uitkering als aanvulling op de € 200 miljoen uit de meicirculaire. Deze middelen stelt gemeenten in staat om extra inzet en regie te kunnen voeren op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van 72
(regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg op basis van goede data, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) Een aanvulling voor de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) tot en met 30 september 2021. Lokale Cultuur en buurt- en dorpshuizen Voor de compensatie van de extra uitgaven als gevolg van de corona crisis zijn middelen beschikbaar gesteld voor lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen. Europese richtlijn energieprestaties gebouwen Gemeenten zijn verantwoordelijke voor het toezicht en de handhaving op de Europese richtlijn energieprestaties van gebouwen (EPBD III). De herziening van deze regeling leidt tot extra eisen. Overige ontwikkelingen Hieronder is een aantal kleine mutaties verwerkt. Verbeterd inzicht in aantallen Deze mutatie bestaat vooral uit een actualisatie van de maatstaf medicijngebruik en een verbeterd inzicht in aantallen loonkostensubsidie. Mutaties decembercirculaire 2021 (bedragen x € 1.000) a. Mutaties algemene uitkering, incl.
taakmutaties Uitkeren verdeelreserve 2021 Jeugdhulp Versterking dienstverlening gemeenten: - Robuust rechtsbeschermingssysteem - Systeemleren - Versterking ondersteuning wijkteams - Impuls integraal werken Digitale voorzieningen Kwaliteitsborging bouw- en woningtoezicht Continuiteit van zorg: meerkosten jeugd (compensatie corona) Continuiteit van zorg: meerkosten Wmo (compensatie corona) Lokaal cultureel aanbod (compensatie corona) Verbeterd inzicht in aantallen Subtotaal Algemene Uitkering b. Mutaties integratie- en decentralisatie-uitkeringen Inburgering Einde lening inburgeringsplichtig Inkomstenderving 2020 (compensatie corona) Subtotaal Integratie en Decentralisatie-uitkeringen c. Mutaties Integratie uitkering Sociaal Domein Participatie Subtotaal Integratie uitkering Sociaal Domein TOTAAL Waarvan Corona compensatie 73
2021 28 27 34 9 61 48 -12 16 38 38 64 -39 312 17 5 691 713 110 110 1.135 831
Uitkeren verdeelreserve 2021 Jaarlijks wordt een gedeelte van de algemene uitkering niet aan gemeente uitgekeerd, maar als reservering apart gehouden. Deze verdeelreserve dient om onverwachte effecten bij de meting van maatstaven op te vangen. Als de maatstaven definitief zijn en/of geen onverwachte ontwikkelingen meer kunnen doormaken wordt de verdeelreserve verrekend. Dit heeft ook een structurele doorwerking op het volgende jaar. Jeugdhulp In mei 2019 hebben de VNG en het Rijk afspraken gemaakt over de inrichting van een subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg met een looptijd tot eind 2021. Hiertoe is destijds € 20 miljoen vanuit de € 420 miljoen aan tijdelijke extra middelen jeugdhulp voor gemeente apart gehouden. Tot nu toe is € 1,1 miljoen aan liquiditeitssteun uitgekeerd en het overige wordt in deze circulaire aan het jeugdhulpbudget 2021 toegevoegd. Er wordt gewerkt aan een verlenging van de subsidieregeling voor 1 jaar. Versterking dienstverlening gemeenten In reactie op het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) geeft de rijksoverheid aan dat naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, er ook maatregelen nodig zijn die structureel tot brede verbeteringen in beleid en uitvoering moeten leiden.
Onderdeel hiervan is het versterken van de dienstverlening bij alle onderdelen van de overheid, waaronder de gemeenten. Voor het verbeteren van dienstverlening van gemeenten voor alle mensen en het extra ondersteunen van mensen in kwetsbare posities, heeft het kabinet t/m 2027 150 miljoen beschikbaar gesteld. Het Rijk zal vroegtijdig met de VNG in overleg gaan over de periode na 2027. Digitale voorzieningen Afgesproken is dat de door belasting van de niet-transactiegerichte voorzieningen in de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI), de door belasting van DigiD en Mijn Overheid en het gemeentelijk gebruik voor de BSN voor gemeenten via een uitnamen uit het gemeentefonds verloopt. Kwaliteitsborging bouw- en woningtoezicht Op 1juli 2021 treedt naar verwachting de nieuwe Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen in werking. De wet gaat gefaseerd in. Er wordt gestart met eenvoudige bouwprojecten, daarna volgen evt de meer complexere projecten. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Deze taken vervallen hiermee bij gemeenten die overigens wel het bevoegd gezag blijven houden. Tegelijkertijd wijzigen taken en krijgen gemeenten er extra taken bij. Om noodzakelijke voorbereidingen te kunnen treffen voor de inwerkingtreding wordt een initiële bijdrage ontvangen.
Continuïteit van zorg: meerkosten Jeugd en Wmo (corona compensatie) De VNG en het Rijk hebben besloten dat meerkosten binnen het sociaal domein als gevolg van de corona pandemie in 2021 door het Rijk worden gecompenseerd. Voor de continuïteit van zorg voor cliënten tijdens corona maatregelen en voor continuïteit van het stelsel nadien zijn maatregelen genomen, om cliënten op grond van de Jeugdwet en de Wmo 2015 hulp en ondersteuning te blijven bieden. Er komt ook een regeling voor 2022. Lokaal cultureel aanbod (corona compensatie) Voor het in standhouden van de lokale en regionale cultuursector in 2021 zijn middelen beschikbaar gesteld, bovenop de reeds ontvangen middelen voor de eerste helft van 2021. Verbeterd inzicht in aantallen Deze mutatie bestaat vooral uit een actualisatie van de maatstaf medicijngebruik en een verbeterd inzicht in oeverlengte. 74
Inburgering Gemeente krijgen een incidentele vergoeding voor de kosten die ze maken voor de informatievoorziening in voorbereiding op het nieuwe inburgeringsstelsel. Het gaat om de kosten (zoals het opleiden van medewerkers, aanpassen van werkprocessen en noodzakelijk aanpassingen en aanschaf van een softwaresysteem) voor de ICT-voorzieningen die op 1 januari 2022 gereed moeten zijn. Einde lening inburgering plichtig Deze middelen zijn beschikbaar gesteld voor het begeleiden van inburgeraars die hun lening voor de inburgering volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgering plichtig zijn. Inkomstenderving 2020 (corona compensatie) In het bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 7 april 2021 is afgesproken dat gemeenten reële compensatie ontvangen voor de derving van inkomsten door covid-19 in 2020. In Burap-2 2020 hebben we u reeds gemeld dat hiervoor een voorschot van € 87.000 is ontvangen en in Burap-2 2021 hebben we de vooraankondiging gedaan van deze middelen. De reële compensatie voor Vught is na aftrek van het voorschot bepaald op € 608.000, waarvan € 595.000 via deze circulaire wordt ontvangen en € 13.000 in een volgende circulaire. Daarnaast heeft de gemeente Oisterwijk ons laten weten dat het vastgestelde bedrag voor inkomstenderving 2020 voor de voormalig gemeente Haaren verdeeld wordt volgens de eerder gebruikte verdeelsleutel.
Voor de gemeente Vught betekent dit € 96.000. Zoals gemeld in de vastgestelde Burap II 2021 en nogmaals bevestigd in de raadsinformatiebrief bij de decembercirculaire is het totale bedrag van €691.000 ten gunste van de Algemeen reserve gebracht. Participatie Net als in 2020 stelt het kabinet middelen beschikbaar voor het opvangen van de exploitatietekorten van de Sociale Werkbedrijven over de periode 1 januari 2021 tot 1 oktober 2021. De middelen die betrekking hebben op de Wsw worden conform bestuurlijke besluitvorming doorbetaald aan de WSD. Overige: aanpassingen aantallen eenheden Door een verbeterd inzicht in aantallen van voornamelijk WOZ-waarden en bijstandsontvangers is de berekening van de gemeentefondsuitkering 2021 aangepast
75
Lokale heffingen Voordeel = V Afwijking Nadeel = N x € 1.000 WOZ woningen Proceskosten Hogere proceskostenvergoeding dan begroot.
N
8
OZB Woningen Het areaal woningen is minder toegenomen dan waar bij de begroting rekening mee N is gehouden. Daarnaast is er minder opbrengst vanuit Helvoirt dan er berekend was. Minder inkomsten vanwege invordering en dwangbevelen dan begroot. N
22 12
OZB Niet-Woningen Er is meer opbrengst vanuit Helvoirt dan er berekend was. V Een uitgebreide toelichting is opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen (zie paragraaf 3.4.).
50
Treasury Treasury Onverdeeld financieringsresultaat Dividend Kosten betalingsverkeer Totaal taakveld
Begroting Realisatie Verschil bedragen x 1.000 Incl. wijz. 975 1.053 78 34 28 -5 -17 -11 6 991 1.070 79
Financieringsresultaat Het resultaat bestaat uit het verschil tussen de daadwerkelijk te betalen en te ontvangen rente en de aan de programma’s toegerekende rente. Het verschil tussen de werkelijk betaalde rente en de via het omslagpercentage doorberekende rente aan de programma’s is verantwoord op het taakveld Onverdeeld financieringsresultaat. Per saldo is de werkelijk betaalde rente verantwoord. Rentelasten Begroting Realisatie Afwijking bedragen x 1.000 Incl. wijz.
Lasten Rente langlopende leningen Rente kortlopend
1.081 0
1.033 0
48 0
0 -3
-13 -2
13 -1
-242 -1 -59 777
-264 -1 -56 698
22 0 -3 78
-1.752 975
-1.752 1.053
0 -78
Baten Rente kortlopend Rente uitgezette geldleningen
Per saldo betaalde rente Geactiveerde rente t.l.v. investeringen Geactiveerde rente IHP Geactiveerd rente grondexploitatie Rente ten laste van exploitatie
De rente is als volgt in de exploitatierekening verwerkt Doorberekende rente tlv programma's Renteresultaat t.g.v. algemene dekkingsmiddelen 76
Onverdeeld financieringsresultaat We zien achterblijvende rente uitgaven op langlopende geldleningen. Dit komt enerzijds doordat de verschuldigde bijdrage aan Oisterwijk van €9,381 miljoen voor de splitsingsbalans van de voormalige gemeente Haaren pas in 2022 is gefactureerd. Daarna zien we ook dat de uitgaven uit het investeringsprogramma achterblijven. Het restantkrediet bedraagt €4,6 miljoen. Dividend Het dividend heeft betrekking op de aandelen BNG die in bezit zijn. Kosten betalingsverkeer Onder de post financiering en belegging worden zowel de interne als externe kosten van het betalingsverkeer verantwoord.
Vennootschapsbelasting (VpB) Gemeenten zijn belastingplichtig voor activiteiten die vallen onder het regime van de vennootschapsbelasting (vpb). Het betreft over het algemeen activiteiten waarbij in concurrentie wordt getreden en waar winst wordt beoogd of verwacht. Binnen onze huidige activiteiten valt enkel de grondexploitatie onder de vpb. Over 2021 is een bedrag van € 6.663 aan vennootschapsbelasting verschuldigd. Over voorgaande jaren 2019 en 2020 heeft een kleine aanvulling plaatsgevonden, resulterend in een verschuldigd bedrag van €70. De verschuldigde vennootschapsbelasting komt vanuit de de grondexploitatie en wordt daarom verrekend met de reserve Grondexploitatie.
Overige baten en lasten * € 1.000 Begroot Taakstelling bedrijfsvoering/personeel Stelpost dekking formatie Stelpost Covid-19 Stelpost herindeling Totaal taakveld
Realisatie -40 40 160 183 343
Stelpost formatie De taakstellende bezuiniging en de te realiseren stelpost formatie is te bezien in samenhang met de andere budgetten aangaande personeel en bedrijfsvoering. Daarom is ervoor gekozen om dit gezamenlijk toe te lichten in de bedrijfsvoeringsparagraaf. Stelpost Covid-19 In Burap II is een overzicht gegeven van de ontvangen Covid-middelen en de inzet ervan. Met de vaststelling van deze Burap zijn de middelen in de begroting van de betreffende taakvelden verwerkt. Er resteerde een budget van €160K.
77
0 0 0 0 0
Stelpost Herindeling Stelpost Herindeling Stand per 1-1-2021 Burap I Demping spoorrails en wegbeheerplan Burap I Woonwagenlocatie Helvoirt Burap I Uitbreiding college naar 4fte Burap I Bijdrage Zorg- en veiligheidshuis Burap I Bijstelling maatstaven gemeentefonds Helvoirt Burap I Wegbeheerplan Tijdelijke uitbreiding formatie KCC Burap II ICT burgerzaken Burap II Elektriciteitskosten OV Burap II CMK Plaza Cultura
2021 571.385 -9.000 -5.000 -75.000 -5.000 -250.000 -10.000 -9.400 -11.000 -10.000 -4.044
Restant stelpost herindeling Helvoirt
182.941
Onvoorzien Post Onvoorzien college Budget 2021
71.000
Ondersteuning bij coalitievorming Incidentele subsidie documentaire '70 jaar Lunetten'. Incidentele subsidie Cromvoirtse fanfare "De Noot"
4.000 10.000 20.000
Actuele stand post Onvoorzien op basis van genomen besluiten
37.000
Dit budget kan door het college worden ingezet bij onvoorziene omstandigheden.
78
Paragrafen 3.1 Algemeen In de paragrafen worden onderwerpen, die versnipperd in de begroting staan, bij elkaar in beeld gebracht. Het gaat vooral om beheersmatige aspecten die grote financiële gevolgen kunnen hebben. De paragrafen zijn bedoeld om extra informatie te geven over de middelen die wij inzetten om ons beleid te realiseren. Op grond van de financiële verordening dienen de paragrafen een aantal onderwerpen te behandelen en te voldoen aan een aantal kwaliteitseisen. Onderstaand zijn deze per paragraaf weergegeven. De paragrafen zijn verplicht voorgeschreven in de verslagleggingsregels van BBV.
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf beantwoorden we de vraag of de financiële positie van Vught toereikend is om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het is verplicht om een aantal kengetallen op te nemen die inzicht geven in de financiële positie. Zo zegt de hoogte van de schuld meer over de financiële positie van een gemeente dan de hoogte van de reserves. Met lenen neemt een gemeente als het ware een voorschot op de toekomst. Hoe hoger de schulden, hoe meer toekomstige inkomsten voor aflossingen en rente worden vastgelegd. Voor een gezonde financiële huishouding is het belangrijk het geheel van deze kengetallen te beheersen. Er is een inventarisatie van de weerstandscapaciteit en de risico’s opgenomen. Samen geven ze een beeld van ons weerstandsvermogen. Tevens geven we een toelichting op ons risicobeleid en zijn financiële kengetallen, gebaseerd op verslagleggingsregels, opgenomen. Er is ook een beoordeling van de verhouding tussen de financiële kengetallen en de financiële positie opgenomen. Belangrijkste ijkpunten voor ons financieel beleid zijn een meerjarig sluitende begroting en een verbetering van de financiële kengetallen schuldquote en solvabiliteit. We hebben aandacht voor herprioritering, nieuw-voor-oud beleidskeuzes en scherpere keuzes in de uitgaven.
Inzicht in de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit is noodzakelijk om het weerstandsvermogen te beoordelen. We willen weten of we in staat zijn om optredende risico’s op te vangen zonder dat de publieke taken en voorzieningen in de knel komen. De weerstandscapaciteit is het geheel van middelen waaruit we tegenvallers, die onverwacht en substantieel zijn, bekostigen. Het weerstandsvermogen drukt de relatie uit tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s. We hebben een incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De eerste is bedoeld om eenmalige tegenvallers op te vangen zonder dat we (het niveau) van onze publieke taken en ons beleid aanpassen. De structurele weerstandscapaciteit betreft middelen die we permanent kunnen inzetten voor tegenvallers in de lopende exploitatie. Incidentele weerstandscapaciteit: - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Stille reserves 79
Structurele weerstandscapaciteit: - Onbenutte belastingcapaciteit - Post onvoorzien Feitelijk zijn alleen de algemene reserve en de reserve grondexploitatie in te zetten als afdekking van algemene risico’s. Voor de besteedbaarheid van de bestemmingsreserves geldt dat deze middelen, door de daarover genomen raadsbesluiten, geheel bestemd zijn.
3.2.1 Beleidsuitgangspunten weerstandscapaciteit en risico's Via de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing sturen we op het weerstandsvermogen en de risico’s. Beleidsuitgangspunten Bij het beheersen treffen we maatregelen om risico’s te verminderen of kiezen ervoor deze te accepteren. Het afdekken van de risico’s gebeurt deels via afgesloten verzekeringen en deels via het treffen van voorzieningen. Maar ook door een goed opleiding- en aannamebeleid van personeel. De resterende risico’s inventariseren we in deze paragraaf. Hiermee ontstaat een gefundeerd beeld op de benodigde weerstandscapaciteit. Weerstandscapaciteit Voor de weerstandscapaciteit wordt een streefwaarde van de algemene reserve van 20% van de uitkering uit het gemeentefonds gehanteerd. Ons financieel beleid is gericht op een realistische en scherpe begroting: transparant met meer risico mits goed beargumenteerd en benoemd. Dit uitgangspunt is in de geactualiseerde risicoinventarisatie meegenomen. Verzekeringen Er zijn diverse verzekeringen afgesloten voor risico’s door claims van derden en schadegevallen. We werken schadepreventief, o.a. door voldoende onderhoud te plegen, het correct naleven van bestaande procedures en het goed gemotiveerd afhandelen van bezwaarschriften.
Risico’s van achterstallig onderhoud zijn ondervangen door het opstellen van beheerplannen voor wegen, groen, verlichting, riolering, kunstwerken en speeltoestellen. Voorzieningen Er zijn voorzieningen getroffen voor risico’s en verplichtingen waarvan bekend is dat die zich voordoen en die we kunnen kwantificeren. Er zijn voorzieningen getroffen voor verplichtingen (pensioen, wachtgeld, grondexploitatie), onderhoud (gebouwen, openbare verlichting en kunstwerken) en voor de afvalstoffen en riolering. Grondexploitaties Elk plan binnen de grondexploitatie heeft zijn eigen exploitatie, met eigen baten en lasten. Voor verwachte tekorten zijn voorzieningen getroffen. Overige risico’s worden opgevangen binnen de reserve grondexploitatie. De hoogte van deze reserve is berekend aan de hand van risicoanalyses van de planexploitaties. Jaarlijks actualiseren we de plannen in het Uitvoeringsprogramma grondexploitatie en de hierin opgenomen risico-inventarisatie. Uit het Uitvoeringsprogramma grondexploitatie blijkt dat de stand van de reserve grondexploitatie toereikend is om de risico’s te dekken.
80
3.2.2 Risico-inventarisatie De risico-inventarisatie geeft een aantal geïdentificeerde risico’s, die voldoen aan de volgende criteria: - onzekerheden met grote financiële gevolgen; - waarvan de kans reëel is dat de risico's zich voordoen; en - waarvoor de oorzaken niet door de gemeente kunnen worden beïnvloed of waarvoor de gemeente (nog) niet in staat is geweest om passende beheersingsmaatregelen te treffen; - risico’s die niet zijn afgedekt door verzekeringen of voorzieningen. Een risico-inventarisatie is altijd subjectief. De inschatting van de kansen en omvang is tijdsgebonden, waarbij het inzicht afhankelijk is van onzekere toekomstige factoren. Een aantal risico's worden voor 2 jaar meegenomen. Dit is nodig omdat het in die gevallen niet mogelijk is direct maatregelen te treffen om risico's op te vangen of ze te verwerken in de meerjarenbegroting. x € 1.000
Renteontwikkeling
Risico Bedrag per Totaal Aantal jaar jaar risico 200 2 400
Jeugd Wmo Hulp bij het huishouden / grote woningaanpassingen Wmo
300
2
600
238
2
476
200
2
400
Participatiewet
150
2
300
Stadsgewest renterisico
1.000
1
1.000
Herverdeling gemeentefonds
1.000
2
2.000
Herindeling Helvoirt
200
1
200
Covid-19
150
2
300
Strategische, operationele en schade-risico's
500
1
500
Totaal risico's
6.176
Na risicofactor
75%
Rijksinfra (risicofactor reeds toegepast)
2.500
Totaal benodigde reservecapaciteit
4.632 1
2.500 7.132
Toelichting Renteontwikkelingen De rentes zijn onverminderd laag gebleven. Omdat nieuwe leningen tegen een fors lagere rente worden aangetrokken dan de gemiddelde rente van onze totale leningenportefeuille lopen we niet veel risico voor de leningen die we oversluiten. Dat risico is er wel voor de toename van onze leningen. Rondom de renteontwikkeling gaan wij uit van een licht stijgende langlopende rente, mede door mondiale ontwikkelingen. Wanneer deze stijging groter is dan voorspeld, leidt dit tot extra financieringslasten. Inmiddels zijn een aantal grote geldleningen afgesloten, mede in relatie tot de N65 (eind 2020) en de financiering van de splitsingsbalans Helvoirt (januari 2022). Voor PHS volgt deze nog. Hiermee is zekerheid gekomen over de rentelasten van een aantal grote uitgaven. Het beleid van de ECB blijft gericht op het laag houden van de rente, maar we zien een lichte stijging. Om die reden hebben wij dit risico enigszins verhoogd. Naast de bestaande 81
leningenportefeuille loopt de schuldpositie de komende jaren verder op door met name PHS en de investeringen in het kader van het IHP. Wij schatten het risico op € 200.000 per jaar. Dit is gebaseerd op 1% rentestijging op te sluiten leningen van € 20 miljoen. Jeugdhulp Voor gemeenten zijn de risico’s bij jeugdhulp groot. Gemeenten hebben een zorgplicht jeugd, terwijl de rijksmiddelen beperkt zijn. Met ingang van dit jaar zijn wel in de gemeentefondsuitkering extra middelen beschikbaar gesteld. Dit ter compensatie van de tekorten die er bij de gemeenten bleken bij de uitvoering van deze taken. In regionaal verband is een actieplan opgesteld in de vorm van transformatieopgaven jeugd en binnen Wegwijs+ zetten we extra in op preventie en kwaliteit in de dienstverlening. Dit ter voorkoming van stijgende kosten op langere termijn. Het beleid is gericht op tijdige signalering, de juiste hulp en preventie. Daarmee proberen we “zware”, en dus dure, cliënten te voorkomen. Echter, naast deze ontwikkelingen blijkt de zorgvraag bij jeugdigen te stijgen. Het is de vraag en dus een risico of we in staat blijken om samen met onze regionale partners de tekorten om te buigen. de afvlakking van de groei te realiseren en het voorkomen van zwaardere zaken te realiseren. Daarnaast speelt ook dat de inkoop en de financiering van de jeugdzorg wijzigt.
Gelet hierop nemen we voor de Jeugdwet een risicobedrag op van € 300.000 en gelet op het meerjarig karakter doen we dit voor 2 jaar. Wet Maatschappelijke Ondersteuning Sinds 2019 is (landelijk) het abonnementstarief Wmo van toepassing. Dit zorgt voor een grote toename in het aantal aanvragen Wmo, waarvan de kosten lastig in te schatten zijn. Dat geldt voor alle maatwerkvoorzieningen Wmo, maar vooral voor huishoudelijke hulp. Dit jaar zagen we de toename van het aantal toekenningen maar bleef een kostenstijging uit als gevolg van ontoereikende capaciteit bij de zorginstellingen. We gaan er echter vanuit dat dit tijdelijk is. Een toename met 5% (37 inwoners) leidt tot niet begrote kosten van circa € 118.000 per jaar. Daarnaast speelt het risico van grotere woningaanpassingen (> € 20.000). Deze laten zich niet begroten maar de kans bestaat wel dat deze gedurende het jaar noodzakelijk blijken te zijn. Voor deze ontwikkelingen wordt het risicobedrag bepaald op € 238.000, en gezien het meerjarige karakter van deze post nemen we hem voor 2 jaar op. In totaal € 476.000 WMO Voor de Wmo-taken werken we samen met onze collega gemeenten in de Meierij. Voor 2021 is regionaal overeengekomen dat we 100% solidair zijn in de kosten van de zorg en ondersteuning voor Zintuiglijk Gehandicapten. Voor komend jaar zal dat slechts deel het geval zijn. Na 2022 wordt de solidariteit geheel losgelaten.
Daar onze gemeente relatief veel zorginstellingen heeft, heeft het loslaten van die onderlinge solidariteit grote financiële consequenties. Dit gegeven gecombineerd met de gewijzigde inkoop en financiering voor de gehele Wmo leidt tot risico's die niet volledig te begroten zijn. Gelet hierop nemen we een risicobedrag van € 200.000 op. Gelet op het meerjarige karakter nemen we deze voor 2 jaar mee. Participatiewet De gemeente is verantwoordelijk voor het verstrekken, beheren en verhalen van bijstand aan personen die niet zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien en het bevorderen van (her)intrede op de arbeidsmarkt van bijstandsgerechtigden. De gemeente ontvangt subsidie van het Rijk voor de uitvoering van deze taken. De afgelopen jaren zagen we als gevolg van de conjuncturele ontwikkelingen en de gerichte maatwerkaanpak van Wegwijs+ een daling van het aantal uitkeringsgerechtigden. Ook in 2021 was dit het geval. In de meerjarenbegroting gaan we er van uit dat de subsidie van het Rijk toereikend is voor het verstekken van deze voorzieningen. De omvang van het macrobudget 82
wordt echter ook bepaald door landelijke ontwikkelingen en voor onze gemeente geldt deels een vergoedingssystematiek waarbij we voor een tekort dat lager ligt dan 10% van de Rijksbijdrage we zelf risicodrager zijn. Daarnaast verwachten we dat het beëindigen van de TOZO-regeling ook tot een mogelijke groter beroep op de Bbz zal leiden. Gelet hierop houden we een risico aan van € 150.000 voor 2 jaar. Stadsgewest Vanaf 2021 is een jaarlijkse bijdrage verschuldigd voor het beheer van de voormalige stortplaats Vlagheide. Deze is in onze meerjarenbegroting opgenomen. De discussie over de definitieve bovenafdichting, het doelvermogen nazorg, het rendement op het doelvermogen en de eindafwerking blijft. Hier spelen de volgende risico’s: - Bij overdracht aan de Provincie moet een vermogen zijn overgedragen waaruit de nazorg eeuwigdurend wordt bekostigen. De Provincie heeft dit doelvermogen in 2008 berekend op € 17,6 miljoen. Het bestuur van het Stadsgewest gaat uit van maximaal € 14 miljoen. - Het grootste risico naar de toekomst toe is dat de Provincie voor datum overdracht de rekenrente verlaagt. Informatie leert dat een verlaging van de rekenrente betekent dat het af te dragen doelvermogen stijgt. Uitgaande van een aandeel van de gemeente Vught van 7,43% betekent dit een risico. Wij ramen het risico op € 1.000.000.
Herverdeling gemeentefonds De jaarlijkse bijdrage aan gemeenten via het gemeentefonds bedraagt zo’n € 30 miljard en wordt vanaf 2023 anders verdeeld. Het huidige beeld is dat de herverdeling voor gemeente Vught € 46 per inwoner negatief zal uitvallen ten opzichte van de huidige opzet. Het definitieve besluit over de herverdeling is nog niet genomen. De regeling kent een ‘zachte landing’ (ingroeipatroon) van €15 per inwoner per jaar. Het toepassen van de nieuwe berekening op recente gegevens, kan nog leiden tot een andere uitkomst. Daarnaast is het effect van de herindeling met Helvoirt nog niet bekend. Vooralsnog houden we rekening met een risico van € 1 miljoen. Herindeling Helvoirt Vanaf 1 januari 2021 zijn Helvoirt en Vught samen een gemeente. In de raadsvergadering van 4 januari 2021 zijn in dit kader de exploitatiebudgetten en investeringskredieten toegekend voor Helvoirt. In het afgelopen jaar zijn de eerste ervaringen opgedaan. Waar nodig is gebruik gemaakt van het frictiebudget (voor incidentele uitgaven) en ook van de stelpost herindeling (voor structurele uitgaven). In deze laatste zit nog wat ruimte. Om die reden kan het bedrag in deze risicoinventarisatie neerwaarts worden bijgesteld naar €200.000 voor 1 jaar. Covid-19 De uitbraak van het coronavirus heeft grote impact op de Nederlandse samenleving en ook op de gemeente Vught.
Bij het nemen van maatregelen stond en staat nog steeds de gezondheid van onze medewerkers en inwoners voorop. Vanzelfsprekend hebben de getroffen maatregelen gevolgen voor de gemeente. Die gevolgen zijn op meerdere gebieden zichtbaar, zowel op het vlak van bedrijfsvoering als financieel. Gelukkig ondersteunt het Rijk stevig daar waar het gaat om benodigde financiële middelen. Door flexibiliteit, creativiteit en soms onconventioneel handelen zijn nog niet alle ontvangen steunbedragen uitgegeven. Deze middelen zijn hard nodig voor het (hopelijk) laatste deel van de crisis en de nafase en het herstelplan. In de bestemmingsreserve Budgetoverheveling (stelpost Covid) zijn nog middelen beschikbaar. Gezien de ontwikkelingen is de risicopost nog gehandhaafd maar wel neerwaarts bijgesteld naar €150.000 per jaar. 83
Rijksinfra Een risicoanalyse inclusief beheersmaatregelen is opgesteld en wordt periodiek ge-update. Het risico op kostenstijgingen is nog steeds substantieel. Zowel ontwikkelingen op de markt als de huidige prijsontwikkelingen laten dit zien. Zowel PHS als N65 moeten nog aanbesteed en vervolgens uitgevoerd worden. Inmiddels heeft de betaling voor de N65 plaatsgevonden en vermindert daardoor het risico van inflatie- en renteontwikkelingen. De bestemmingsreserve Rijksinfra biedt daarnaast ook ruimte om ontwikkelingen op te vangen. Om die reden is het bedrag vastgesteld op € 2,5 miljoen. Strategische, operationele en schade-risico’s Een aantal risico’s is specifiek te identificeren en is hiervoor gekwantificeerd. Daarnaast lopen er door onze processen heen natuurlijk altijd dossiers die een incidentele tegenvaller kunnen opleveren. Hiervoor nemen we een extra bedrag op bij de risico-inventarisatie: € 500.000. Risicofactor Een risico is een onzekere ongewenste gebeurtenis waardoor het realiseren van de organisatiedoelstellingen en -strategie in gevaar komt. Bij een risico is er dus sprake van een kans op een ongewenste gebeurtenis. De kans dat ál deze risico's zich voor de volledige omvang voordoen is klein. De benodigde reservecapaciteit wordt daarom op 75% van deze risico's gesteld.
3.2.3 Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen bestaat volgens de regels uit de reservepositie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en de stille reserves.
De onder het eigen vermogen opgenomen reserves zijn geen geld. Als reserves wordt het verschil tussen de waardering van de activa en de schulden op de balans gepresenteerd. Voor het betalen van investeringen of het doen van uitgaven moet er geld op de bankrekening staan of worden geleend. Ook als deze uitgaven gedekt worden uit de (bestemmings-)reserves. Aanwending van de reserves leidt dan tot stijgende schulden en extra rentelasten en een verslechtering van de solvabiliteit. Bestemmingsreserves De bestemmingsreserves worden op afzienbare termijn uitgegeven aan door de raad gegeven doelen. De bestemmingsreserve Rijksinfra vormt hiervan de hoofdmoot. Met de voortgang van 84
dit project worden de mogelijkheden van de raad om de bestemming te wijzigen kleiner en schuift de balanswaardering hiervan op richting voorzieningen. Stille reserves Uit de inventarisatie van de vastgoedportefeuille is gebleken dat deze nog stille reserves bevat die te gelde kunnen worden gemaakt. Gedeeltelijk zijn de opbrengsten vooruitlopend op de verkoop bestemd voor de Rijksinfra. Algemene Reserve In het kader van het weerstandsvermogen vormt de algemene reserve voornamelijk een buffer voor het opvangen van de (toekomstige) risico’s. De verwachte ontwikkeling van de algemene reserve ziet er als volgt uit: Algemene reserve (bedragen x € 1.000) Saldo 31-12-2020 Bestemming jaarresultaat 2020 Inbrengbalans Helvoirt Algemene reserve Legaat van Cooth Oude mannengasthuis Vrijgekomen agrarische gronden Onderhoud wegen Groenreconstructies Vervanging sportvelden Mutaties 2021 Extra storting Rijksinfra Mobiliteitsvisie Verkoop Dr. Landmanschool Bijdrage turborotonde/fietsbrug Exploitatieruimte de Speeldoos Omzetting lening de Speeldoos Inkomstenderving 2020 corona Vrijval reserve budgetoverheveling
11.768
Gerealiseerd saldo eind 2021 Mutaties begroot na 2021
14.697
Rekeningsaldo 2021 (excl.budgetoverheveling) Verhuiskosten Zuiderbos Mobiliteitsvisie 2022 Verbetering financiële positie Pepereind Verwachte saldi 2022-2025 Nog besteedbaar
5.344 -50 -50 1.800 126 pm 21.867
Aan te houden buffer
79 1.917 7 287 28 190 27 12 -1.000 -37 750 -200 155 0 691 23
(bedragen x 1.000) 85
Buffer 20% uitkeringen gemeentefonds 20 % Algemene, decentralisatie en integratie uitkeringen Totaal aan te houden buffer Vrije ruimte
9.980 9.980 11.887
De algemene reserve dient toereikend te zijn om onverwachte tegenvallers op te vangen. Hoe hoog de algemene reserve moet zijn is onderdeel van bestuurlijke afweging. We hanteren een tweetal ratio’s om deze afweging te ondersteunen. Een ratio balans: waarbij de benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald met behulp van de risico-inventarisatie. Voor deze ratio wordt bij veel gemeenten gebruik gemaakt van de volgende waarderingstabel: Ratio
Betekenis
> 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6
Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
de te ontvangen uitkeringen uit het gemeentefonds.
Een ratio exploitatie waarbij de benodigde weerstandscapaciteit wordt gerelateerd aan de (te) ontvangen uitkeringen uit het gemeentefonds. De omvang van de exploitatie is medebepalend voor de risico's die we lopen. Om dit in beeld te brengen hanteren we als norm voor de benodigde weerstandscapaciteit 20% van
Ook voor deze ratio willen we minimaal een voldoende scoren op basis van onderstaande tabel. Ratio > 1,2 1 – 1,2 < 1,0
Beschikbare weerstandsvermogen Het beschikbare weerstandsvermogen bestaande uit het niet bestemde saldo van de algemene reserve is berekend op € 12 miljoen.
Betekenis ruim voldoende voldoende onvoldoende
Uitkomst risicoratio op basis van de balans Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 7,132 miljoen. De ratio risico-inventarisatie komt daarmee uit op 1,67. Uitkomst risicoratio op basis van de exploitatie Het saldo eind 2021 moet voldoende zijn om de risico’s vanaf 2021 af te dekken. In 2021 is een bedrag van € 49,9 miljoen aan uitkeringen uit het gemeentefonds ontvangen. 20% hiervan is €9,98 miljoen. De ratio exploitatie-omvang komt daarmee uit op 1,40. Normering van de ratio vormt een goed hulpmiddel om de inzet van de algemene middelen te begrenzen.
3.2.4 Kengetallen
De kengetallen stellen de gemeenteraad in staat om de normen vast te stellen voor de sturing van de financiële positie via de meerjarenbegroting. De normen in hun onderlinge samenhang bepalen hoe risicovol het financieel beleid is dat wordt gevoerd. Een afweging die is voorbehouden aan de raad.
86
Met de kengetallen wordt de raad in staat gesteld het beleid te sturen en te monitoren ten aanzien van: - De reservepositie; - De schuldpositie; - De wendbaarheid en de resterende belastingcapaciteit; - Het risicobeleid. Deze aandachtsgebieden vormen met de reëel en structureel sluitende meerjarenbegroting en de planning en controlcyclus de pijlers voor de sturing van onze financiële positie. Solvabiliteit Dit kengetal geeft aan welk percentage van de balanswaarde van het bezit niet met schuld is belast. Het kengetal geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.
Als algemene norm voor de solvabiliteit geldt: Algemene normwaarden bruto schuld
Ratio Solvabiliteit > 80 % 30% - 80% 20% - 30% 0% - 20%
Weinig tot geen schuld Normaal Voorzichtigheid geboden Bezit zeer zwaar belast met schuld
De solvabiliteit bedraagt momenteel 35%. Dit is als normaal te kwalificeren. In komende jaren moeten er nog grote uitgaven gedaan worden voor Rijksinfra. Die hebben een negatieve invloed op de solvabiliteit. We streven er naar de solvabiliteit op peil te houden door de verkoopopbrengsten uit onroerende goed en gerealiseerde en nog te realiseren resultaten uit de grondexploitatie. Schuldquote De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen de jaarlijkse inkomsten en de netto schuldenlast. Dit geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op begroting en jaarrekening. 87
Als algemene norm voor de schuldquote geldt: Algemene normwaarden schuldquote Normaal Voorzichtigheid geboden Zeer hoge schuld
Schuldquote 0% -100% > 100% > 130%
Een schuldquote tussen 0 en 100% wordt als normaal beschouwd. Eind 2021 bedraagt de schuldquote 75%. Op basis van de huidige meerjarenbegroting (inclusief investeringsprogramma) gaat deze oplopen. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de in exploitatie genomen gronden zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden is van belang omdat deze moet worden terugverdiend bij de verkoop. De boekwaarden van verliesgevende plannen worden gewaardeerd op de actuele marktwaarde en voor verwachte verliezen worden voorzieningen getroffen.
88
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten en baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten.
Op basis van het kengetal blijkt dat er weinig structurele begrotingsruimte is om tekorten of extra lasten binnen de huidige begroting op te vangen. Dit past binnen ons beleid om strak te begroten. Er is nog wel ruimte om wanneer dat nodig is het eigen beleid aan te passen en via ombuigingen ruimte vrij te maken. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsrechten voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Deze cijfers worden jaarlijks in de meicirculaire van het gemeentefonds bekend gemaakt. Het kengetal vergelijkt de belastingdruk met het gemiddelde van alle Nederlandse gemeenten.
89
De lastendruk in Vught ten opzichte van het landelijk gemiddelde bedraagt 120%. Door de relatief hoge belastingdruk is de resterende belastingcapaciteit beperkt ondanks dat er geen wettelijk maximum is gesteld. Voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing hanteren we 100% kostendekkendheid. Algemene conclusie financiële positie Het jaar 2021 is afgesloten met een batig resultaat op de activiteiten binnen de algemene dienst van € 5,344 miljoen. Met betrekking tot de grondexploitatie is voor € 63.583 tussentijdse winst genomen. Na verrekening aftrek van de vennootschapsbelasting (€ 6.733) is per saldo € 56.850 toegevoegd aan de reserve Grondexploitatie. Bij de financiële positie gaat het om de juiste balans tussen vermogen en exploitatie, rekening houdend met financiële risico’s. Het is niet voldoende dat in een jaar de lasten worden gedekt door de baten. Dit moet structureel het geval zijn. We moeten immers ook in de toekomst in staat zijn om onze publieke taken in te vullen. De grote bijdrage aan PHS moet nog plaatsvinden. Voor de N65 heeft deze eind 2020 plaatsgevonden. Wat we zien is dat het exploitatiesaldo een positief effect heeft op de financiële kengetallen solvabiliteit en schuldpositie. De achterblijvende uitgaven (exploitatie en het investeringsprogramma) zorgen voor een minder snel stijgende schuldpositie.
Doordat veel uitgaven wel later plaatsvinden, zien we dit in de kengetallen de komende jaren alsnog terug. Door de schuldpositie zijn we kwetsbaarder voor renteontwikkelingen. De wendbaarheid van de begroting is beperkt; mede omdat onze stille reserves worden ingezet. De reserve grondexploitatie ontwikkelt zich positief.
3.3 Financiering In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast het beleid ten aanzien van het risicobeheer van onze financieringsportefeuille op: a. de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte; b. de rentevisie; c. de kasgeldlimiet; d. de renterisico norm. 90
3.3.1 EMU-saldo (EMU = Economisch en Monetaire Unie) (bedragen x € 1.000) EMU- saldo
Realisatie
Begroting
2020
2021
2021
2022
-19.148
-2.976
-13.349
-13.981
Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. De EMUsystematiek werkt op een andere manier dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeenten hanteren. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de kapitaallasten van de investeringen. Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMU-saldo van de gemeente Vught voor 2021 komt uit op -/- € 2,976 mln Het betekent dat in EMU-termen de uitgaven € 2,976 miljoen euro hoger zijn dan de inkomsten. Het hoge negatieve saldo kent als belangrijkste oorzaak de uitgave voor de rijksinfra inzake de N65. Verder zien we dat, mede door Covid-19 (compensatiemaatregelen, achterblijvende uitgaven en tegelijkertijd extra uitgaven op de diverse taakvelden), ook verschillen in de exploitatie. Deze zijn per programma toegelicht en ook in de separate Covid-19 paragraaf. In de jaren tot en met 2015 werden er een individuele referentiewaarden van het EMU-tekort vastgesteld.
Het aandeel in het EMU-saldo van de decentrale overheden is gesteld op - 0,4% van het BBP, niet verder uitgesplitst naar provincie, waterschap en gemeente. Het aandeel in het EMU-tekort betreft een inspanningsverplichting, er staat momenteel geen sanctie op een eventuele overschrijding van het toegestane EMU-tekort.
3.3.2 Financiering en de wet Fido
Risicobeheersing financiering De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid worden gevormd door renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en koersrisico’s. Renterisico’s Om de invloed van externe rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente te beperken, zijn normen vastgesteld. Voor financiering met een looptijd van minder dan een jaar geldt de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van de totale begrote uitgaven. Voor 2021 betekent dit een limiet van € 6,355 miljoen. (Bedragen x € 1.000) 1e kwartaal 2de kwartaal 3de kwartaal 4de kwartaal Gemiddelde netto vlottende schuld 894 -777 -5.221 -7.448 Ruimte onder kasgeldlimiet 5.461 7.132 11.576 13.803 Voor financiering met een looptijd langer dan een jaar geldt de renterisico-norm. De renterisiconorm begrenst de rentegevoeligheid van de vaste schuldpositie van de gemeente. De renterisiconorm toetst of er voldoende spreiding is in rente typische looptijden van de leningenportefeuille. Een dergelijke spreiding zorgt ervoor dat het risico bij rentestijgingen wordt beperkt. Wanneer de rente op het moment dat een langlopende lening moet worden afgesloten hoger is dan geraamd, heeft dit consequenties voor het geraamde exploitatiesaldo. Ons huidige gemiddelde rentepercentage over de langlopende schuld bedraagt 1,7%.
De renterisico-norm bedraagt 20% van de totale oorspronkelijke begrote uitgaven. Voor 2021 betekent dit een norm van € 14,953 miljoen. 91
Berekening rente risico (x € 1.000)
2021
1a Renteherziening op vaste schuld o/g
0
1b Renteherziening op vaste schuld u/g
0
2 Renteherziening op vaste schuld (1a-1b) 3a Nieuw aangetrokken vaste schuld 3b Nieuw uitgezette vaste geldleningen 4 Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) 5 Betaalde aflossingen 6 Herfinanciering (laagste van 4 en 5) 7 Renterisico op de vaste schuld (2+6)
0 0 0 0 3.733 0 0
8 Renterisiconorm 14.953 9a Ruimte onder renterisiconorm (8-7) 14.953 9b Overschrijding renterisiconorm (7-8) 0 Uit bovenstaande berekening blijkt dat ons renterisico ruimschoots onder de renterisico-norm blijft. Kredietrisico’s Als gemeente mogen we eventueel overtollige middelen alleen uitzetten bij het rijk. In 2021 zijn geen nieuwe langlopende geldleningen aangetrokken. De voornaamste reden is de financiering van de bijdrage N65. De overige (tijdelijke) tekorten die ontstonden zijn gefinancierd met kortlopende leningen tegen een veelal positieve rente. Door maandelijkse kasgeldleningen aan te gaan ontstonden overschotten die aangehouden zijn op de Schatkistbankier rekening bij het Rijk. Het verstrekken van leningen is wel toegestaan, op voorwaarde dat het de publieke taak dient. Bij het verstrekken van leningen worden zekerheden en garanties geëist. Ook is het toegestaan om bij andere overheden geld uit te zetten om meer rendement te behalen, of om te beleggen in papier waaraan een overheidsgarantie is verbonden. In dit kader fungeren we als achtervang voor leningen aan woningcorporaties (WSW) en voor leningen aan particulieren t/m 2010. Voor geborgde leningen aan woningcorporaties bedraagt de schuldrestant t/m 2021 € 243 mln.
In eerste instantie staat de WSW-garant voor de leningen aan de woningcorporaties en de stichting WEW (Waarborgfonds Eigen Woningen) voor leningen aan particulieren t/m 2010. Op het moment dat de waarborgfondsen niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen, ontstaat er een risico voor de gemeente. Het risico is theoretisch en bestaat uit het verstrekken van een relatief geringe en tijdelijke renteloze lening. Daarnaast is in 2017 besloten maximaal 10 miljoen uit te lenen aan Stichting Vughtse Aankoopregeling. Per 31-12-2021 is de omvang van deze rekening-courant € 168.000. Liquiditeitsrisico’s De gemeente moet doorlopend aan haar betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Hiervoor wordt de liquiditeitenplanning als instrument ingezet. Op basis van voorspellingen van de in- en uitgaande geldstromen kan tijdig actie ondernomen worden om tekorten aan te vullen en overschotten te beperken. Daarnaast is de liquiditeitsplanning een hulpmiddel om de renterisico’s te bepalen, het dagelijks saldo te beheren en de liquiditeitsrisico’s te beheersen. Per kwartaal wordt een geactualiseerde liquiditeitsplanning opgesteld. Koersrisico’s De gemeente zet geen middelen uit die onderhevig zijn aan indexatie en koersen. 92
Gemeentefinanciering De post opgenomen langlopende geldleningen heeft zich in 2021 als volgt ontwikkeld: Langlopende leningen (x € 1.000) Stand leningen per 1 januari 2021 Nieuwe leningen Aflossingen Stand leningen per 31 december 2021
2021 60.763 0 3.733 57.030
In 2021 zijn geen nieuwe langlopende leningen aangetrokken. De financieringsbehoefte is zoveel mogelijk met kasgeldleningen afgedekt. Doordat de betaling voor de herindeling aan Oisterwijk later heeft plaatsgevonden en investeringen zijn vertraagd zijn de rentelasten lager dan begroot. Interne financiering Conform de BBV-voorschriften wordt de werkelijke rente aan de exploitatie toegerekend via het omslagpercentage. Dit is het percentage van de begroting 2021 namelijk 1,5%. Het verschil tussen de begrote en daadwerkelijk aan de exploitatie toe te rekenen rente bedraagt € 78K voordelig. Dit verschil komt via het omslagpercentage tot uiting in de exploitatie van de taakvelden en voor het resterende deel op het taakveld Treasury. Het verschil tussen de werkelijke rentelasten en de toerekening batig saldo is als renteresultaat toegerekend aan de algemene dekkingsmiddelen. Schema rentetoerekening Begroting Realisatie Verschil bedragen x 1.000 Incl. wijz. 1.082 1.033 a. Externe rentelasten (korte en lange financiering) 48 b. Externe rentebaten -3 -14 11 1.078 1.019 59 Saldo rentelasten en rentebaten c1. Doorberekende rente grondexploitatie Doorberekende rente investeringen c2. Rente projectfinanciering c3. Rentebaat doorverstrekte leningen Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
59 243 0 0 777
56 266 0 0 698
3 -22 0 0 78
d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
0 0 777
0 0 698
0 0 78
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) f. Renteresultaat taakveld treasury
-1.752 -975
-1.752 -1.053
0 78
93
3.4 Lokale heffingen Inleiding We doen hier verslag van de opbrengsten per lokale heffing, het beleid, het volume en het bedrag aan kwijtscheldingen, de kostendekkendheid en de (ontwikkeling van de) lokale lastendruk. De gemeentelijke heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. De lokale heffingen zijn onder te verdelen in twee categorieën, namelijk belastingen en rechten. De belangrijkste belastingen en heffingen in de gemeente Vught zijn: -Onroerende zaakbelasting (OZB) -Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten -Rioolheffing -Toeristenbelasting -Leges -Reclameheffing Daarnaast heffen we rechten zoals o.a. marktgelden en lijkbezorgingsrechten. In deze paragraaf lokale heffingen zijn de uitgangspunten, zoals genoemd in het wijzigingsbesluit BBV, op hoofdlijnen opgenomen.
3.4.1 Opbrengsten
Totaaloverzicht gerealiseerde opbrengsten belastingen, heffingen en retributies. 2019 2019 2020 2020 2021 2021 Jaar x € 1.000 begroot realisatie begroot realisatie begroot realisatie Onroerende zaakbelasting 7.660 7.743 7.872 Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten 2.327 2.384 2.674 Rioolheffing 3.545 3.667 3.640 Toeristenbelasting 300 302 161 Totaal 13.832 13.599 14.347 De opbrengsten t/m 2020 zijn exclusief Helvoirt, 2021 inclusief Helvoirt.