CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Plan Water en Riolering (PWR) 2022-2026

Raadsvergadering 19 mei 2022, gemeente VughtBij agendapunt: Programma Water en Riolering (PWR) en waterafvoerverordening 202242.950 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Vuilemissie Het totaal aan vervuilende stoffen afkomstig uit het rioleringssysteem dat (in)direct via riooloverstortputten wordt geloosd op oppervlaktewater. Vuilwaterriool Riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater. Vuilwatersysteem Het geheel aan voorzieningen voor de gescheiden inzameling en transport van stedelijk afvalwater. Waarschuwingsmaatstaf Grenstoestand van een rioleringsobject waarbij de actuele toestand discutabel is en nader onderzoek benodigd. Wadi Een bovengrondse droogstaande groenvoorziening die het regenwater opvangt en langzaam laat wegzakken in de bodem Waterpasserende/waterdoorlatende verharding Verharding (meestal wegbestrating) die het regenwater laat passeren via grof materiaal in de voegen (waterpasserend) of via het poreuze materiaal (waterdoorlatend).

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

47 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

Water-op-straat Het verschijnsel tijdens hevige of langdurige neerslag dat water uit de riolering op straat komt te staan of dat regenwater niet in de riolering kan stromen als gevolg van een onvoldoende of belemmerde afvoercapaciteit. Wateroverlast Het verschijnsel dat “water op straat” overgaat in wateroverlast in de vorm van ernstige hinder (langdurige onbereikbaarheid) of leidt tot waterschade (bijvoorbeeld water in de woning). Zorgplicht stedelijk afvalwater De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen. Zorgplicht hemelwater De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. Zorgplicht grondwater De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort.

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

48 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

BIJLAGE B – WETTELIJK KADER A) EUROPEES

1.

Europese Kaderrichtlijn Water

B) NATIONAAL

1.

Waterwet (Ww)

2.

Wet Milieubeheer (Wm)

3.

Zorgplichten Afval-, Hemel-, en Grondwater

4.

Lozingen besluit Afvalwater (Wm)

5.

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo)

6.

Wet Informatie Uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten en Netwerken (Wibon)

7.

Basisregistratie Ondergrond

8.

Wet op lijkbezorging en besluit op lijkbezorging (1991)

9.

Nationaal Waterplan 2022-2027

10. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) + addendum 11. Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten 12. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 13. Omgevingswet 14. Drinkwaterwet en drinkwaterbesluit

NADERE INFORMATIE: ZIE WWW.INFOMIL.NL

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

49 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

A.1 (EUROPEES) KADERRICHTLIJN WATER (2009) De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is erop gericht op Europees niveau de kwaliteit van watersystemen te verbeteren, onder meer door lozingen te reduceren. Verder is het de bedoeling het duurzame gebruik van water te bevorderen en de verontreiniging van grondwater aanzienlijk te verminderen. Naast een verbetering van de waterkwaliteit is het streven de Europese waterwetgeving te harmoniseren, uiterlijk in 2015. De KRW stelt voor alle water een ecologische en kwaliteitsdoelstelling. Vooral voor water met een verhoogde natuurdoelstelling kan verwacht worden dat nog grote inspanningen geleverd moeten worden. De toekomstige invulling van het waterkwaliteitsspoor wordt sterk gerelateerd aan de bedoelingen van de KRW. Op basis van gebiedsrapportages worden de monitoringsprogramma’s en beheersplannen voor heel Nederland en Europa opgesteld. Kenmerkend voor de KRW is dat er sprake is van een resultaatsverplichting in plaats van de inspanningsverplichting die voorheen gebruikelijk was. B.1 (NATIONAAL) WATERWET

De Waterwet heeft acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland vervangen. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. De wet is gericht zijn op het bereiken van doelstellingen van watersystemen (stroomgebieden), met een verdeling van verantwoordelijkheden en taken tussen de verschillende betrokken overheden. Tevens is de wet gericht op een adequaat instrumentarium voor de uitvoering van het waterbeleid. Dit betreft dan vooral een vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten.

Door de Waterwet zijn Waterschappen, Gemeenten en Provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Op grond van toegekende functies worden eisen gesteld aan de kwaliteit en inrichting van het water. Watervergunning De Watervergunning integreert alle vergunningstelsels van de verschillende waterwetten. Daarmee gaan zes vergunningen uit de eerdere waterbeheerwetten op in één Watervergunning. Het gaat hierbij om een scala van handelingen in watersystemen die voorheen door de afzonderlijke wetten werden gereguleerd, zoals het lozen van verontreinigende stoffen op het oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater of het dempen van een sloot. Veel activiteiten vallen onder algemene regels, waarvoor geen watervergunning nodig is; in deze gevallen kan dan met een melding worden volstaan. Lozingen van hemelwater uit het gemeentelijk rioolstelsel bijvoorbeeld vallen niet meer onder vergunningplicht (voorheen Wvo-vergunning), maar onder algemene regels. Bevoegd gezag kan Rijkswaterstaat, het Waterschap of de Provincie zijn.

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

50 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

Activiteiten waarvoor een Watervergunning nodig is, zijn: • • • • • • • • •

Stoffen in een oppervlaktewaterlichaam brengen; Afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam lozen of rechtstreeks (dus niet via de gemeentelijke riolering) afvoeren naar een rioolwaterzuiveringsinrichting; Stoffen in zee brengen; Een waterstaatswerk of beschermingszone gebruiken (aanleg, wijzigen, verwijderen); Een waterstaatswerk is een oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk (bijv. een sluis of stuw); Water in de bodem brengen of eraan onttrekken; Grondwater onttrekken of in samenhang daarmee water in de bodem brengen (infiltreren). Ook onttrekkingen in verband met bodemenergiesystemen vallen in deze categorie; Water in een oppervlaktewaterlichaam brengen of eraan onttrekken; Grote hoeveelheden water in een oppervlaktewaterlichaam lozen of daaraan grote hoeveelheden onttrekken.

B.2 (NATIONAAL)

WET MILIEUBEHEER

De Wet Milieubeheer (Wm) bevat verschillende onderdelen die specifiek van toepassing zijn op watergerelateerde onderwerpen, zoals indirecte lozingen, de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en het gemeentelijk rioleringsplan. De Wm kent naast watergerelateerde onderwerpen ook onderdelen die van grote relevantie zijn voor waterzaken. Te denken valt aan de afvalstoffenregelgeving, de coördinatie bij vergunningverlening en de samenwerking tussen bevoegde gezagen. Samen met de Waterwet biedt de Wm de wettelijke grondslag voor een aantal uitvoeringsbesluiten en de gemeentelijke afval-, hemel-, en grondwaterzorgplichten. B.3 (NATIONAAL)

ZORGPLICHTEN AFVAL-, HEMEL- EN GRONDWATER

Zorgplicht stedelijk afvalwater De zorgplicht stedelijk afvalwater valt onder de Wet Milieubeheer (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 10.33 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet. 2. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een inrichting als bedoeld in het eerste lid kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen in beheer bij een Gemeente, Waterschap of een rechtspersoon die door een Gemeente of Waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, indien met die systemen blijkens het gemeentelijk rioleringsplan eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt. Zorgplicht hemelwater De zorgplicht hemelwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.5 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2.

De gemeente draagt tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

51 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

Zorgplicht grondwater De zorgplicht grondwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.6 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het Waterschap of de Provincie behoort. 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk. B.4 (NATIONAAL)

LOZINGENBESLUITEN AFVALWATER

Afvalwaterlozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels (AmvB’s). Uitgangspunt: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Er is een indeling gemaakt naar drie categorieën: Particulieren: Bedrijven: Openbaar gebied:

Besluit lozing afvalwater huishoudens Besluit lozen inrichtingen Besluit lozen buiten-inrichtingen

Besluit lozing afvalwater huishoudens Het besluit bevat regels voor het lozen van afvalwater door particulieren. Huishoudens hebben geen vergunning of ontheffing nodig om hun afvalwater te lozen, maar moeten zich wel houden aan regels die moeten voorkomen dat de kwaliteit van bodem en oppervlaktewater niet mogen worden aangetast. Dat betekent onder meer dat afvalwater alleen in het oppervlaktewater of in de bodem mag worden geloosd als het gezuiverd is. Besluit lozen inrichtingen Het besluit maakt onderscheid tussen directe en indirecte (via riolering) lozingen. De indirecte lozingen worden weer onderscheiden in lozingen op een ‘schoonwaterriool’ en een ‘vuilwaterriool’. De eisen aan de lozingen op schoonwaterriolen zijn strenger dan die op een vuilwaterriool, omdat die lozingen direct in het milieu terechtkomen. De houder van het hemelwater moet het hemelwater op verantwoorde wijze terugbrengen in het milieu. Lozing op een vuilwaterriool is alleen toegestaan als een directe lozing of een lozing op een schoonwaterriool niet mogelijk is. Besluit lozen buiten inrichtingen Het besluit heeft betrekking op een breed scala aan lozingen die buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer plaatsvinden.

Het gaat bijvoorbeeld om lozingen uit gemeentelijke rioolstelsels, lozingen van grondwater bij ontwatering van gronden (zoals bronneringswater bij bouwactiviteiten), lozingen van afstromend regenwater van wegen en andere openbare ruimten en lozingen bij gevelreiniging. De lozingen kunnen zowel door ondernemers als overheden plaatsvinden. Volgens dit besluit is (vrij vertaald) het lozen van afvalwater, afkomstig uit een openbare ontwaterings- of hemelwaterstelsel op of in de bodem toegestaan, mits de ligging van de voorzieningen bekend is, deze goed beheerd worden en hierdoor geen nieuwe problemen ontstaan. Hetzelfde geldt voor het op oppervlaktewater lozen van afvalwater afkomstig van overstortvoorzieningen of nooduitlaten van openbare vuilwaterstelsels. Het lozen van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering op oppervlaktewater of een hemelwaterriool is onder kwalitatieve voorwaarden toegestaan en onder de voorwaarde dat geen wateroverlast plaatsvindt. Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

52 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

Het lozen in een vuilwaterriool is niet toegestaan. Indien er redelijkerwijs geen andere mogelijkheid bestaat kan hiervan worden afgeweken met medewerking van het bevoegd gezag. Het tbv ontwatering lozen van grondwater in oppervlaktewater is onder zowel kwalitatieve als kwantitatieve voorwaarden toegestaan. Lozing op een vuilwaterriool is verboden tenzij het een kortdurende en relatief schone lozing betreft (< 8 weken, < 5 m3/h ,< 300 mg/l onopgeloste stoffen). B.5 (NATIONAAL)

WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT

De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorheen vergunningplichtig waren onder de volgende wetten en verordeningen: - VROM-wetten Woningwet Gebruiksbesluit Wet milieubeheer Wet ruimtelijke ordening - Monumentenwet - Mijnbouwwet - Wet verontreiniging oppervlaktewateren - Flora- en faunawet - Natuurbeschermingswet - Diverse gemeentelijke en provinciale verordeningen

B.6 (NATIONAAL)

(bouwvergunning) (vergunning en melding) (milieuvergunning en meldingsplicht) (afwijking bestemmingsplan, aanlegvergunning) (monumentenvergunning); (mijnbouwmilieuvergunning); (indirecte lozingen); (ontheffing). (handeling in een beschermd natuurgebied met gevolgen voor habitat en soorten); (zoals de reclame-, kap-, inrit- en sloopvergunning en de aanlegvergunning)

WET INFORMATIE UITWISSELING ONDERGRONDSE NETTEN (2008)

Om de ernst en de hoeveelheid van graafincidenten in Nederland in te perken is in 2008 de Wet informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (Wibon) oftewel de Grondroerdersregeling van kracht geworden. De regeling verplicht zorgvuldiger graven en informatie uitwisseling tussen grondroerders (de gravers) en de kabel- en leidingbeheerders. Informatie uitwisseling voorafgaand aan de graafwerkzaamheden verloopt via een digitaal loket bij het Kadaster. B.7 (NATIONAAL)

BASISREGISTRATIE ONDERGROND

Informatie over activiteiten in de Nederlandse ondergrond moet beter worden vastgelegd. Overheden dienen gegevens over de ondergrond centraal te registreren in een basisregistratie ondergrond (BRO). Dit zorgt voor lagere onderzoekskosten, helpt bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bespaart overlast en kosten bij uitvoering van werkzaamheden. De wet verplicht het Rijk, Provincies, Gemeenten en Waterschappen om nieuwe gegevens over de ondergrond centraal te registreren. Ondernemers en inwoners krijgen gratis toegang tot de gegevens. De basisregistratie bouwt voort op de bestaande landelijke systemen. Dit zijn Data en Informatie Nederlandse Ondergrond van de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO, en het Bodem Informatie Systeem van Alterra. De registratie zal zorgen dat gegevens vollediger zijn, sneller beschikbaar en eenvoudiger te gebruiken. Het beheer ervan is met het oog op de benodigde expertise in handen van TNO. De basisregistratie ondergrond wordt de komende jaren stapsgewijs ingevuld. Er wordt gestart met gegevens over sonderingen, grondwater en mijnbouw. Deze informatie is onder meer van belang bij het plannen en uitvoeren van bouwprojecten, het verzorgen van drinkwatervoorziening en het winnen van natuurlijke hulpbronnen. Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

53 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

B.8 (NATIONAAL)

WET OP DE LIJKBEZORGING EN BESLUIT OP DE LIJKBEZORGING (1991)

In de Wet op de lijkbezorging (Wlb) zijn bepalingen opgenomen omtrent begraving. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen op grond van die wet regels worden gesteld over onder meer de inrichting van het graf en de afstand van de graven onderling. In het Besluit op de lijkbezorging (Blb) is daaraan gevolg gegeven. Uit de artikelen 40 en 41 Wlb kan worden afgeleid dat burgemeester en wethouders bevoegd gezag zijn met betrekking tot (bijzondere) begraafplaatsen. Artikel 5 Besluit op de lijkbezorging 1. De afstand tussen de graven onderling bedraagt ten minste dertig centimeter. 2. Boven de kist of het omhulsel bevindt zich een laag grond van ten minste vijfenzestig centimeter. 3. Ten hoogste drie lijken mogen boven elkaar worden begraven, mits boven elke kist of ander omhulsel een laag grond van ten minste dertig centimeter dikte wordt aangebracht, die bij een volgende begraving niet mag worden geroerd. Ten aanzien van de bovenste kist of het bovenste omhulsel is het tweede lid van toepassing. 4. De graven bevinden zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand. 5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op bestaande graven. 6. Dit artikel is niet van toepassing op grafkelders. De belangrijkste bepaling in relatie tot grondwater is die van het vierde lid.

In samenhang met het derde lid kan worden vastgesteld hoe diep het grondwaterpeil moet zijn als er in meerdere lagen boven elkaar wordt begraven. B.9 (NATIONAAL)

NATIONAAL WATERPLAN 2022-2027

Het Nationaal Waterplan (NWP) is het rijksplan voor het waterbeleid voor de periode 2022-2027. Het NWP beschrijft welke maatregelen nodig zijn om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. Ook de (economische) kansen die water biedt komen in het NWP aan bod. In de bijlage van het NWP zijn stroomgebiedbeheerplannen opgenomen. Deze geven aan hoe de waterkwaliteit in een bepaald gebied kan verbeteren. Nederland ligt in de stroomgebieden Rijn (Waal), Maas, Schelde en Eems. B.10 (NATIONAAL) BESTUURSAKKOORD WATER (2011) In het Bestuursakkoord Water hebben overheden en drinkwaterbedrijven afspraken gemaakt over verbetering van de organisatie van het waterbeheer. Deze afspraken leiden tot meer transparantie, duidelijke verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte, optimalisatie in transport en zuivering van afvalwater, een beheersbaar programma voor de waterkeringen en het realiseren van slimme samenwerkingsvormen. Hierdoor blijft waterbeheer betaalbaar. De ambitie is om vanaf 2020 jaarlijks structureel 750 miljoen euro te besparen op de stijgende kosten voor veiligheid en waterbeheer. In het Addendum BAW staan aanvullende afspraken over de volgende onderwerpen: • • • •

Bruikbare en toegankelijke data en informatie binnen de watersector Cybersecurity binnen de watersector Samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven Implementatie Omgevingswet in de waterketen.

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

54 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

B.11 (NATIONAAL) BESLUIT BEGROTING EN VERANTWOORDING PROVINCIES EN GEMEENTEN Ten behoeve van meer transparantie heeft de commissie BBV (commissie Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) richtlijnen opgesteld voor de bepaling van de rioolheffing. De commissie BBV spoort gemeenten en provincies aan om deze aanbevelingen te volgen omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie. B.12 (NATIONAAL) DELTAPLAN RUIMTELIJKE ADAPTATIE Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het Deltaplan RA versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. B.13 (NATIONAAL) OMGEVINGSWET De Omgevingswet is een integrale wet die de kwaliteit van de leefomgeving borgt en tegelijkertijd ontwikkeling stimuleert. Sleutelbegrippen in de toepassing van de wet zijn eenvoud & efficiency, (integrale) samenwerking, regionaal maatwerk en verbinding naar externe partners. B.14 (NATIONAAL) DRINKWATERWET EN DRINKWATERBESLUIT De Drinkwaterwet en het drinkwaterbesluit gaan vooral over de drinkwaterkwaliteit van het kraanwater in Nederland. De overheid heeft hiervoor kwaliteitseisen vastgelegd, bijvoorbeeld over hoeveel stoffen en organismen er maximaal in het kraanwater mogen voorkomen.

In de Drinkwaterwet is een specifieke zorgplicht, gericht aan alle bestuursorganen opgenomen om te zorgen voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Daarnaast hebben ook installateurs ermee te maken. Zij mogen bijvoorbeeld alleen goedgekeurde producten zoals kranen en leidingen gebruiken en die op een bepaalde manier toepassen om te voorkomen dat het kraanwater vervuild raakt. NADERE INFORMATIE?

Nadere informatie over waterbeleid kunt u vinden op: www.helpdeskwater.nl www.infomil.nl www.riool.net www.stowa.nl www.wetten.overheid.nl www.samenwerkenaanwater.nl www.ruimtelijkeadaptatie.nl www.omgevingswet.nl

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

55 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

BIJLAGE C – BASISOPGAVE Met dit PWR dragen we bij aan de volgende omgevingsgerichte lange termijn-doelstellingen: • Bescherming van de volksgezondheid; • Droge voeten (bebouwd gebied); • Schoon water en een schone (water)bodem. In het navolgende zijn de zorgplichten stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater opgenomen. Ook de strategie drinkwater en oppervlaktewater zijn hier beschreven.

Strategie afvalwater ZORGPLICHT AFVALWATER Als gemeente hebben we de zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater. In gebieden waar we als gemeente inzameling en transport van stedelijk afvalwater niet doelmatig vinden en de provincie ontheffing van de zorgplicht heeft verleend moet de houder van het afvalwater zelf zorgen voor de verwerking van het afvalwater. Met het in werking treden van de Omgevingswet vervalt de provinciale ontheffingsbevoegdheid en mogen we als gemeente samen met het waterschap zelf bepalen wat doelmatig is. Bedrijfsafvalwater, dat niet op dezelfde manier kan worden behandeld als huishoudelijk afvalwater is geen stedelijk afvalwater. Omdat we hier als gemeente geen zorgplicht voor hebben kunnen we desgewenst bestaande of nieuwe aansluitingen van bedrijven weigeren als dit ten goede komt van de zuivering

Inzamelen en verwerken van afvalwater Nieuwe afvalwaterlozers dienen te voldoen aan de regels van de lozingenbesluiten. In het buitengebied sluiten we kleinschalige nieuwbouw aan op drukriolering. Lozing van hemelwater hierop is niet toegestaan. Hier treden we als gemeente tegen op indien het functioneren van het systeem sterk wordt verstoord. Gezien de hoeveelheid drukriolering binnen onze gemeente is bij vervanging altijd sprake van maatwerk. Hierbij maken we een afweging op basis van doelmatigheid. Landelijk worden op kleine schaal nieuwe sanitatievormen uitgeprobeerd, bijvoorbeeld een aparte inzameling van urine en decentrale zuivering. Dit zijn interessante ontwikkelingen, die binnen het samenwerkingsverband worden gevolgd. Wij hanteren als uitgangspunt dat rioolvoorzieningen robuust dienen te zijn. Grootschalige alternatieven worden pas toegepast als ze voldoende zijn bewezen. We staan open om mee te werken aan pilots. Uitgangspunt is dat dit gebeurt binnen de geldende wet- en regelgeving. Lozen van afvalwater We hebben als gemeente met Waterschap Aa en Maas en Waterschap De Dommel een Afvalwaterakkoord afgesloten die op zijn einde loopt. Hierin zijn afspraken gemaakt over overnamepunten, de afnamehoeveelheden en optimalisaties. Dit akkoord willen wij voortzetten.

De inzameling en het transport van stedelijk afvalwater in onze gemeente mag niet tot volksgezondheid- of milieuproblemen leiden. Lozingen vanuit het rioolstelsel zijn echter onvermijdbaar. Samen met de waterschappen zorgen we ervoor dat de effecten op het (water)milieu aanvaardbaar zijn. Hiertoe volgen we een immissiegerichte aanpak met kosteneffectieve maatregelen om te kunnen gaan voldoen aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). We hanteren hierbij de zogenoemde 4M-aanpak (4M staat voor monitoren, meten, modelleren en maatregelen) om het rioleringssysteem te optimaliseren. De vrijkomende meetgegevens van het opgerichte meetnet analyseren we om zo meer inzicht te krijgen in het aanbod op de zuivering, de lozing van overstortwater en het hydraulisch functioneren. Dit inzicht gebruiken we voor het opstellen van verbetermaatregelen. Opheffen van lozingen In gebieden met gescheiden riolering komen foutieve aansluitingen voor (afvalwater op hemelwaterriolen of hemelwater op gemengde riolering). Dit kan leiden tot waterkwaliteitsproblemen in ontvangend oppervlaktewater of capaciteitsproblemen in het rioolstelsel. Samen met de waterschappen bepalen we waar er daadwerkelijk sprake is van een knelpunt. In dat geval onderzoeken we de situatie en werken aan een oplossing.

Foutieve aansluitingen zonder impact op het oppervlaktewater, rioolstelsel en/of leefomgeving pakken we in principe (vanuit praktische en financiële haalbaarheid) niet aan. Ditzelfde geldt voor rioolvreemd water. Dit is water dat in principe niet op de riolering thuishoort, bijvoorbeeld instromend oppervlaktewater, instromend lekwater, drainagewater maar ook drugsafval etc. Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

56 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

Risicobeheersing Onder normale omstandigheden zamelen we afvalwater in en verwerken dit waarbij de kans op contact tussen mens en afvalwater gering is. Onder extreme omstandigheden of bij incidenten/calamiteiten is er een groter risico op contact als gevolg van uittredend afvalwater. Denk hierbij aan rioolwater dat bij hevige regenval vanuit de riolering op straat stroomt, een leidingbreuk, een brand of een incident waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen. De spreiding van een mogelijk incident of calamiteit in ruimte en tijd is dermate groot dat het voeren van preventief beleid niet (kosten)effectief is. Wel willen we zo efficiënt mogelijk kunnen handelen op het moment dat er zich iets voordoet. Onze eigen buitendienst en/of de calamiteitendienst is met materialen toegerust om beperkte maatregelen te kunnen treffen zoals het afstoppen van kleine leidingen of het dichtzetten van kolken. Verder zijn afspraken gemaakt binnen de veiligheidsregio om elkaar bij te kunnen staan in geval van nood. Om adequaat beslissingen te kunnen nemen gaan we de komende planperiode kaartmateriaal opstellen met daarop essentiële details zoals interactiepunten en vultijden en beschikbaar stellen aan o.a. hulpdiensten. Op basis van het kaartmateriaal kan snel worden ingeschat hoeveel afvalwater waar kan worden geborgen in het systeem en waar het heen stroomt. Wat te doen bij overlast 1.

Zorgdragen dat meldingen goed worden opgevolgd door de buitendienst. 2. Indien nodig zal de brandweer moeten worden ingeschakeld (kelders leegpompen etc.). 3. Ervoor zorgen dat straten die blank staan, tijdelijk worden afgezet. 4. Klachten binnenkomen registeren en zorgen dat ze worden opgevolgd (interactie tussen binnen en buitendienst). 5. Na een hoosbui opdrachtgeven voor een extra veegronde cq. Kolkenzuigen, zie ook punt 7. 6. De type overlast en de mate hiervan goed bijhouden: • • • • • •

Waar is de overlast opgetreden? Wat is er gebeurd en wat is gedaan om de overlast te beperken of op te lossen? Rapportage maken op processtap. Iedere maandag een verslagje van de calamiteit van de week ervoor. Evalueren van de overdrachtsrapportage met buitendienst. Opslaan in de juist map en schijf.

4. Na een hoosbui de wegen, overstortsloten etc. goed schoonmaken en het vuil afkomstig uit het riool (toiletpapier, ontlasting) opruimen, waarbij hier op beeldkwaliteit wordt gestuurd. Dit houdt in dat de aannemer ook plaatsen waar bijvoorbeeld auto’s geparkeerd staan schoon dient te maken. De buitendienst is hier ook van op de hoogte. Met het in werking treden van de Omgevingswet komt o.a. de activiteitengebonden verplichting tot het hebben van een vetafscheider te vervallen. Het is volgens het Kabinet effectiever om gemeenten in het Omgevingsplan te laten bepalen wie wel een vetafscheider moet hebben. Omwille van de doelmatigheid vervalt met de komst van de Omgevingswet ook het afstandscriterium bij de keuze voor riolering of een gelijkwaardig alternatief. Ook is de provincie hierin geen bevoegd gezag meer. Gemeente Vught en het waterschap maken per situatie een gezamenlijke doelmatigheidsafweging op basis van een gezamenlijk op te stellen transparant afwegingskader.

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

57 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

Strategie hemelwater ZORGPLICHT HEMELWATER De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein en afvloeiend hemelwater dat niet op particulier terrein kan worden verwerkt. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente hoeft het hemelwater afkomstig van particulier terrein niet te ontvangen. Alleen als de houder van het verzamelde hemelwater dit redelijkerwijs niet kan afvoeren.

1. VISIE Als het regent in de gemeente Vught verdwijnt het meeste hemelwater in de riolering en wordt het afgevoerd naar het oppervlaktewater. Door klimaatverandering wordt het bestaande rioolstelsel steeds zwaarder op de proef gesteld: buien worden heviger en duren langer. Hierdoor neemt het risico op wateroverlast toe. Het blijven verruimen van de ondergrondse riolering is geen optie, dat wordt uiteindelijk te kostbaar. Om droge voeten te houden is het noodzakelijk om duurzamer met ons water om te gaan. Inwoners, bedrijven en de gemeente kunnen er voor zorgen dat minder water tot afstroming komt door percelen te vergroenen en minder verharding toe te passen. Daarnaast creëren we ruimte voor water in de bodem, groenvoorzieningen en/of het oppervlaktewater. En op momenten dat het echt hard regent passen we ons (rij)gedrag aan, zodat water veilig tijdelijk op straat geborgen kan worden. Invulling geven aan deze visie kan de gemeente niet alleen. We doen dit samen met waterbewuste burgers, bedrijven en andere waterpartners!

2. HOE GAAN WE MET HEMELWATER OM? Rekening houdend met het wettelijke kader en de toekomstige uitdagingen hanteert de gemeente Vught de volgende hoofdprincipes bij de verwerking van hemelwater: 1. We beperken de hoeveelheid ingezameld hemelwater. 2. We scheiden schone en vuile waterstromen. 3. We verwerken ingezameld hemelwater zoveel mogelijk lokaal en bovengronds (“vasthouden waar het water valt”). 4. We voeren af indien nodig. 5. We beperken de risico’s tijdens extreme neerslag.

1. We beperken de hoeveelheid ingezameld regenwater De gemeente streeft naar een situatie waarbij het hemelwater, zoveel als mogelijk, op natuurlijke wijze in de bodem wordt verwerkt (infiltreren) en niet ingezameld wordt (Figuur 19). Dit geldt voor openbaar én particulier De voorkeursvolgorde waterkwantiteit en waterkwaliteit is in de huidige situatie niet wettelijk vastgelegd. De voorkeursvolgorde nemen we op in het (tijdelijk) Omgevingsplan als algemene beleidsregel. Bij een niet-meldings of vergunningplichtige activiteit dient de ontwikkelende partij te worden geacht rekening te houden met deze beleidsregel. Bij een meldings- of vergunningplichtige activiteit dient de ontwikkelende partij aantoonbaar te maken dat deze voldoet aan deze beleidsregel. terrein. Denk hierbij aan grindkoffers onder de regenpijp, infiltratiestroken, groene daken, niet onnodig verharden en overtollige verhardingsstroken opruimen. Dit zorgt voor aanvulling van de grondwaterstand en de groene voorzieningen zorgen voor verkoeling tijdens hete zomers. Doordat het regenwater niet wordt afgevoerd naar de riolering, blijft de rioleringscapaciteit beschikbaar voor de verwerking van het overtollige regenwater tijdens piekbuien. Hemelwater kan worden hergebruikt in een grijswatersysteem voor toiletspoeling, bevloeiing en koeling.

De gemeente geeft hierbij het goede voorbeeld, bijvoorbeeld het parkeerterrein van de Martinihal

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

58 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

2. We scheiden schone en vuile waterstromen Vertrekpunt is het principe dat hemelwater schoon genoeg is voor een lokale verwerking in de bodem of afvoer naar oppervlaktewater. Bij nieuwbouw scheiden we stedelijk afvalen hemelwater. Indien wijkreconstructies en rioolvervanging/verbetering aan de orde zijn, onderzoeken gemeente en waterschap voorafgaand de meest doelmatige manier van hemelwaterverwerking. Afkoppelen is geen doel op zich, maar een middel om een waterbestendige gemeente en een optimaal zuiveringsproces te bereiken. Overeenkomstig de ‘Voorkeursvolgorde omgang met hemelwater en ander afvalwater aan de bron’ worden de inrichting en het beheer van de bebouwde omgeving zodanig aangepakt dat verontreiniging van het milieu door afstromend (hemel)water wordt voorkomen. Bronmaatregelen ter voorkoming van verontreiniging zijn een zorgvuldige materiaalkeuze, waarbij blootstelling van hemelwater aan uitloogbare bouwmaterialen wordt voorkomen en een verantwoord beheer van de openbare ruimte (conform Barometer Duurzaam Terreinbeheer). Voor de verwerking van afstromend hemelwater van intensief Figuur 19. Voorbeeld uit de brochure 'Meer gebruikte terrein- en wegverhardingen streeft de gemeente groen, minder tegels' (Operatie Steenbreek). naar het toepassen van zuiverende voorzieningen, zoals een bodem/bermpassage, voordat lozing naar het oppervlaktewater plaatsvindt. 3.

We verwerken ingezameld hemelwater zoveel mogelijk lokaal en bovengronds (“vasthouden waar het water valt”) Bij de verwerking van hemelwater streeft de gemeente naar robuuste en bij voorkeur bovengrondse voorzieningen, zoals een wadi en zaksloot. De bovengrondse verwerking verhoogt het waterbewustzijn en verkleint de kans op foutaansluitingen. Om de openbare ruimte zo effectief mogelijk te benutten, streeft de gemeente naar het combineren van blauw/groene voorzieningen en eventueel speelvoorzieningen. Daar waar geen of weinig ruimte beschikbaar is, worden ondergrondse systemen, zoals infiltratieriolen toegepast. Geen natte voeten meer in Vught: ‘Verspreid over Vught komen grote ‘parkeerplekken’ voor water’ Wateroverlast, waar na een hoosbui huizen vol water liepen, willen we in Vught voorkomen. Nabij het nieuwe stationsplein komt straks bijvoorbeeld een extra voorziening voor het infiltreren van regenwater onder het parkeerterrein. Het water afkomstig vanaf de N65 wordt naar de Vughtse lunetten geleid. Daar plaatsen we stuwen die het water kunnen vasthouden. Verder bestaat de ambitie om beter gebruik te maken van de bestaande vijvers als de Reutse plas en bij Fort Isabella en realiseren we in Vught-Zuid een waterberging op landgoed de Groensche Hoeven.

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

59 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

Figuur 20. Impressie van het nieuwe stationsplein van de gemeente Vught.

4. We voeren af indien nodig Als infiltreren en bergen niet op een doelmatige manier zijn te realiseren, voeren we het hemelwater af. Indien mogelijk naar bestaande oppervlaktewaterstructuren, die vooral aan de kernranden aanwezig zijn. De ontwerpuitgangspunten voor het rioolstelsel zijn verderop toegelicht in hoofdstuk 6: Norm toetsing en ontwerp afvoercapaciteit rioolstelsel. Samen met het waterschap onderzoeken we of de berging- en afvoercapaciteit van het watersysteem toereikend is en/of er geen onwenselijke beïnvloeding van het oppervlaktewater- en rioleringssysteem optreedt. 5. We beperken de risico’s tijdens extreme neerslag Het is (economisch) onmogelijk om iedere neerslaggebeurtenis te verwerken in hemelwatervoorzieningen. Om te voorkomen dat tijdens extreme neerslag grootschalige wateroverlast en/of -schade optreedt, hanteren we de volgende voorzorgsmaatregelen: a. Voldoende hoog bouwpeil. b. Geen vrij verval aansluitingen onder wegpeil. c. Waterslimme inrichting. d. Aangepast gedrag weggebruikers. In Vught Noord was er op verschillende locaties, vaker dan eens in de 2 jaar, last van waterhinder. Dit is opgelost door het aanbrengen van doorlatende goten langs de kant van de weg.

Figuur 21. Situatie voor het aanbrengen van doorlatende goten (links) en situatie na het aanbrengen van deze goten (rechts). Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

60 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

Voldoende hoog bouwpeil Het vloerpeil van (nieuwe) bouwwerken dient minimaal 0,25 m boven het wegpeil te liggen. Hierdoor is altijd een waterbergende schijf van 0,25 m mogelijk in de buitenruimte, voordat het water panden instroomt. Het (tijdelijk) Omgevingsplan is het meest geëigende instrument om een regeling voor de aanleghoogte (vloerpeil) op de nemen. Een dergelijke regeling kan echter de gewenste flexibiliteit in het bouwproces verkleinen en de gemeente opzadelen met een aansprakelijkheidsprobleem (een onjuiste aanleghoogte kan tot grote schade leiden). Om deze reden willen we in het (tijdelijk) Omgevingsplan de aanleghoogte globaal omschrijven (orde grootte 25 cm boven wegpeil). De aanleghoogte kan dan vervolgens meer gedetailleerd in een grondexploitatieplan of exploitatieovereenkomst worden vastgelegd afhankelijk van de situatie. De ontwikkelende partij dient in een maatwerkoverleg met de adviseur stedelijk water van de gemeente Vught het minimaal gewenste vloerpeil en de haalbaarheid daarvan te bespreken. Geen vrijverval aansluitingen onder wegpeil Conform de voorschriften uit het Bouwbesluit moeten rioolaansluitingen onder straatniveau, bijvoorbeeld van souterrains, lozen via een pomp.

Dit voorkomt inpandig uittredend rioolwater bij een hoge waterdruk Waterslimme inrichting We richten het straatprofiel bij voorkeur zodanig in dat we tijdelijk ‘water op straat’ kunnen bergen. Daarnaast beperken we de risico’s van afstromend hemelwater door aanpassing van de wegverkanting, het opheffen van obstakels of het aanbrengen van lokale waterkerende constructies. Het waterslim inrichten van de openbare ruimte leggen we vast in ons handboek ‘Openbare Ruimte’ geven we mee aan de ontwikkelaars. In dit handboek staan onder andere richtlijnen om klimaatadaptief te ontwikkelen. Aangepast gedrag weggebruikers Het tijdelijk bergen van water op straat vergt een aangepast gedrag van weggebruikers. Door hard rijden kan een zodanige golfslag ontstaan, waardoor water alsnog in panden kan stromen. Daarnaast zijn mogelijk losliggende putdeksels niet/slecht zichtbaar, waardoor het risico bestaat dat personen of voertuigen in een rioolput terecht komen. Daar waar mogelijk en noodzakelijk zullen de hulpdiensten op verzoek van de gemeente wegafzettingen plaatsen.

3. WAT VINDEN WE ACCEPTABEL EN WANNEER GRIJPEN WE IN De voorgaande paragraaf beschrijft de wijze waarop de gemeente Vught met hemelwater wil omgaan. Bij nieuwbouwplannen kunnen deze hoofdprincipes direct toegepast worden. In het grootste deel van de gemeente is de uitgangssituatie het bestaande riool- en watersysteem. In deze gebieden geeft de gemeente in combinatie met reconstructieplannen (werk-met-werk) geleidelijk aan invulling aan de gewenste hemelwaterverwerkingswijze. Om te beoordelen wanneer ingrijpen in bestaande gebieden noodzakelijk is, maakt de gemeente gebruik van de afwegingssystematiek in Tabel 13. Tabel 13. Afwegingsmethodiek voor gemeentelijk ingrijpen tegen wateroverlast. Typering Omschrijving Aanpak gemeente Hinder Kortdurend (<30 min) De gemeente treft geen maatregelen. Er wordt een beroep gedaan op het water op straat tussen acceptatievermogen van burgers en aanpassing van het weggedrag. Ter trottoirbanden en in bevordering hiervan herhaalt de gemeente het ingezette groenvoorzieningen. communicatietraject. Overlast Ernstige hinder Tijdens de extreme weersomstandigheden treft de gemeente (30-120 min) met forse veiligheidsmaatregelen, zoals verkeersafzettingen. In combinatie met hoeveelheden water op reconstructie-werkzaamheden realiseert de gemeente structurele straat en stremmingen van verbeteringsmaatregelen en liftende putdeksels.

De doorlooptijd tot hoofdontsluitingswegen. structurele maatregelen bedraagt maximaal 10 jaar. Schade Water op straat van een Tijdens de extreme weersomstandigheden treft de gemeente zodanige omvang dat veiligheidsmaatregelen. Vervolgens stelt de gemeente een onderzoek in schade aan eigendommen naar oorzaken. Afhankelijk van de bevindingen, treft de gemeente binnen optreedt en/of essentiële 2 jaar (tijdelijke) kostenefficiënte maatregelen om het risico op schade te gebruiksfuncties uitvallen. beperken. Als onderdeel van het Meerjaren Uitvoerings Programma (MUP) realiseert de gemeente binnen een periode van 10 jaar structurele verbeteringsmaatregelen. Indien dit effectiever is, kunnen de locatie van de verbeteringsmaatregel en het knelpunt verschillen. Uitgangspunt bij de uitvoering van maatregelen is dat geen sprake is van overmacht (zie toelichting onder ‘Norm toetsing en ontwerp afvoercapaciteit rioolstelsel’). Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

61 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

4. WATEROPGAVE BIJ NIEUWE ONTWIKKELINGEN Nieuwbouwplannen van woningbouw en infrastructuur kunnen tot een toename van afvoerend verhard oppervlak leiden. Hierdoor ontstaat een versnelde afvoer van hemelwater met mogelijk wateroverlast tot gevolg. Bij dergelijke ontwikkelingen geldt dan ook het uitgangspunt dat plannen zo veel mogelijk hydrologisch neutraal uit worden gevoerd en dat percelen zo minimaal als mogelijk verhard zijn. Het Bouwbesluit vereist dat nieuwe bebouwing wordt voorzien van een gescheiden afvoer/verwerking van schoon en afvalwater. Voor de dimensionering van infiltratie/bergingsvoorzieningen met afvoer naar de bodem en/of riolering hanteert de gemeente de uitgangspunten uit Tabel 14. Hierbij geldt dat wanneer een terrein na sloop langer dan 2 jaar braak ligt de ontwikkeling als nieuwbouw wordt beschouwd, en alle verhard oppervlak gecompenseerd dient te worden in een waterbergingsopgave. Indien afvoer naar oppervlaktewater plaatsvindt, gelden de hydrologische uitgangspunten van de Brabantse waterschappen. Tabel 14 Gemeentelijke uitgangspunten voor de dimensionering van infiltratie/bergingsvoorzieningen met afvoer naar de bodem en/of riolering.

Toename Toelichting verhard oppervlak < 100 m2 Specifieke invulling op basis van de lokale noodzaak en mogelijkheden, waarbij in ieder geval rekening wordt gehouden met de voorkeursvolgorde zoals vermeldt in hoofdstuk 2 van deze bijlage: Hoe gaan we met hemelwater om? 100 - 10.000 m2

> 10.000 m2

Benodigde retentiecapaciteit (m3) = Volledige compensatie toename verhard oppervlak (m2) * gevoeligheidsfactor * 0,06 De gevoeligheidsfactor is afhankelijk van de geohydrologische kenmerken van de ontwikkellocatie en is beschikbaar via de gemeente en waterschap. De eventuele afvoer naar oppervlaktewater valt onder de uitgangspunten van de algemene beleidsregels van de Brabantse waterschappen. De wijze van hemelwaterverwerking dient in een waterhuishoudkundig plan (whp) te worden onderbouwd. De richtlijnen voor het whp zijn omschreven in de Hydrologische uitgangspunten van het waterschap. Voor de eventuele afvoer naar oppervlaktewater is een Watervergunning vereist.

Het uitgangspunt is dat de wateropgave binnen het berging/retentievoorziening moet aan de volgende eisen voldoen: • • •

plangebied

wordt

gerealiseerd.

De

De bodem van de voorziening ligt boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). De afvoer uit de voorziening vindt plaats via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het hemelwaterriool of oppervlaktewater. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben. Er moet altijd een overloopconstructie zijn, om beschadiging van het oppervlaktewaterlichaam te voorkomen.

Bij grote gebiedsontwikkelingen bekijken gemeente en waterschap samen met de initiatiefnemer of er kansen zijn om gelijktijdig met de invulling van de wateropgave de kwaliteit en/of belevingswaarde van de leefomgeving te vergroten. Bijvoorbeeld door vergroening, verdrogingsbestrijding en recreatie. Afspraken over de invulling van de wateropgave bij nieuwe ontwikkelingen worden vastgelegd in de waterparagraaf.

Het aanbrengen van hemelwaterberging bij een (her)ontwikkeling is in de huidige situatie nog niet juridisch vastgelegd? We willen de vergunningplicht opnemen in het (tijdelijk) Omgevingsplan. Hierbij houden we onderstaande beslisboom aan. De voorkeur voor een bovengrondse voorziening nemen we op in de beleidsregel.

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

62 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

Figuur 22. Beslisboom voor het aanbrengen van hemelwaterberging bij een (her)ontwikkeling.

5. WATEROPGAVE BIJ RECONSTRUCTIE EN AFKOPPELEN Indien doelmatig koppelt de gemeente bij rioolreconstructies openbare verharding af. Alle aangrenzende bebouwing wordt gelijktijdig voorzien van een schoon- en vuilwateraansluiting. De gemeente stimuleert particulieren om eigen dak- en terreinverhardingen af te koppelen. De gemeente stelt hiervoor materiaal (buizen etc.) beschikbaar en werkzaamheden aan de voorzijde van het pand kunnen door de gemeentelijke aannemer worden uitgevoerd. De doelmatigheidsbeoordeling voor afkoppelen is maatwerk per situatie, gebaseerd op een maatschappelijke kosten baten afweging. Bij wijzigingen in het verhard oppervlak als gevolg van reconstructies en afkoppelen van bestaande gebieden wil de gemeente kansen benutten voor een duurzame(re) verwerking van hemelwater. De gemeente streeft naar een bergingscapaciteit van 60 mm/m2 verhard oppervlak bij een omvang van het projectgebied tussen 100 m2 - 10.000 m2. Groene-blauwe daken tellen niet mee bij het bepalen van de toename van verhard oppervlak. Er dient dan wel op het betreffende dak een bergingsvoorziening aanwezig te zijn waar voldoende water in geborgen kan worden. Daarnaast kan voor het aanleggen van een groen dak gebruik gemaakt worden van de afkoppelsubsidie. Voor grotere gebieden dient de wijze van hemelwaterverwerking in een waterhuishoudingsplan onderbouwd te worden: zie laatste rij Tabel 14.

Hierbij geldt dat wanneer een terrein na sloop langer dan 2 jaar braak ligt de ontwikkeling als nieuwbouw wordt beschouwd, en alle verhard oppervlak gecompenseerd dient te worden in een waterbergingsopgave. In alle gevallen is het uitgangspunt dat de bestaande bergingscapaciteit minimaal blijft gehandhaafd. Het afkoppelen en scheiden van hemelwater in een bestaande situatie is in de huidige situatie voor gemeente Vught vastgelegd in de waterafvoerverordening. In deze waterafvoerverordening wijst de beheerder van het rioolstelsel gebieden aan waar aansluitingen van hemelwater op het vuilwaterriool moeten worden beëindigd. Prioriteit hebben de gebieden waar nu al wateroverlast optreedt ten gevolge van aansluitingen van hemelwater op het vuilwaterriool en de gebieden waarin de riolering wordt vervangen of gerenoveerd, omdat dat het ideale moment is om afkoppelen uit te voeren. Deze beleidsregel nemen we over in het tijdelijk Omgevingsplan, waarbij deze ook van toepassing is op Cromvoirt.

6. NORM TOETSING EN ONTWERP AFVOERCAPACITEIT RIOOLSTELSEL Tot op heden heeft de gemeente Vught de afvoercapaciteit van het bestaande rioolstelsel gebaseerd op neerslaggebeurtenis Bui08 (herhalingstijd 1x/2j) uit de landelijke Kennisbank Stedelijk Water. Het uitgangspunt hierbij is dat dan geen water op straat optreedt. Indien het bestaande rioolstelsel niet voldoet aan dit uitgangspunt, voert de gemeente in combinatie met reconstructiewerkzaamheden verbeteringsmaatregelen uit.

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

63 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

Om te anticiperen op klimaatverandering ontwerpt de gemeente de afvoercapaciteit van nieuwe of te reconstrueren rioolstelsels op neerslaggebeurtenis Bui10 (herhalingstijd 1x/10j) uit de landelijke Kennisbank Stedelijk Water. Aanvullend op bovengenoemde toetsbuien heeft de gemeente het rioolstelsel doorgerekend met een klimaatscenario met verschillende herhalingstijden om kwetsbare locaties te identificeren. Hierbij geldt het uitgangspunt dat geen wateroverlast/schade mag optreden door afstromend hemelwater. Indien hiervan wel sprake lijkt te zijn, treft de gemeente in nieuwbouwgebieden bovengrondse beheersmaatregelen. In bestaande gebieden volgt de gemeente de strategie zoals toegelicht in hoofdstuk 3: Wat vinden we acceptabel en wanneer grijpen we in? Neerslaggebeurtenissen met een (theoretische) herhalingstijd groter dan 100 jaar beschouwt de gemeente als overmacht. We maken onderscheid tussen hydraulische berekeningen bij ‘hevige’ neerslag en de bij de stresstest wateroverlast veel gebruikte ‘extreme’ neerslag. Van ‘hevige’ neerslag spreken we bij buien met herhalingstijden zoals T=2 en T=10. Bij stresstestbuien (met bijvoorbeeld 70 of 90 mm in een uur en herhalingstijden in het jaar 2050 van T=100 en T=250) spreken we van ‘extreme’ neerslag.

7. ONTWERPUITGANGSPUNTEN HEMELWATERVOORZIENINGEN Om ervoor te zorgen dat hemelwatervoorzieningen goed blijven functioneren, stellen we de volgende eisen aan het ontwerp en de constructie: • • • • •

Toepassing van hemelwatervoorzieningen overeenkomstig de voorkeursvolgorde in hoofdstuk 2 van deze bijlage: Hoe gaan we met hemelwater om? Controleerbaar op werking (zichtbaar of toegankelijk). Mogelijkheid tot reiniging, inspectie en onderhoud met gangbare technieken. Aanwezigheid van een overloopconstructie voor de verwerking van piekbuien. Centrale voorzieningen hebben de voorkeur boven decentrale voorzieningen. Dit betekent niet automatisch dat de gemeente ook het onderhoud uitvoert, dit kan bijvoorbeeld ook een vereniging van eigenaren zijn.

8. SAMENWERKING MET PARTNERS Om invulling te geven aan een meer waterbestendige gemeente Vught zoeken we samenwerking met waterpartners (o.a. Waterschap De Dommel, Waterschap Aa en Maas en omliggende gemeenten) en afstemming met andere beleidsthema’s (weg, verkeer, groen, recreatie) via het Meerjaren Uitvoerings Programma (MUP). De insteek hierbij is dat maatregelen bijdragen aan meerdere doelen en de beschikbare budgetten gezamenlijk effectiever kunnen worden ingezet. Inwoners en bedrijven kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de realisatie van de hemelwatervisie, door het verminderen van verhardingen, het lokaal bergen van water en afkoppelen van verhard oppervlak. Vooralsnog betrekt de gemeente hen op vrijwillige basis. De gemeente intensiveert hiervoor de algemene en projectgebonden ‘water’-communicatie. De komende planperiode willen we benutten om te bepalen welke regels we eventueel willen opleggen in het kader van een meer duurzame omgang met hemelwater. Bijvoorbeeld het maximeren van bouwoppervlak, bevorderen van een klimaatadaptatieve inrichting, verplichting tot waterberging op eigen terrein etc. Deze regels nemen we dan op in het Omgevingsplan.

Strategie grondwater ZORGPLICHT GRONDWATER Als gemeente dragen we zorg voor het in openbaar gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken mits dit doelmatig is en voor zover er geen verantwoordelijkheid bestaat voor de waterbeheerder of de provincie. De perceeleigenaar is wettelijk gezien primair zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn eigen grondwaterprobleem.

Sturen op het voorkomen van grondwaterover- en onderlast Vanwege de bodemopbouw en waterhuishouding komen in onze gemeente nauwelijks grondwaterproblemen voor. Bij ruimtelijke ontwikkelingen doorlopen we samen met het waterschap een watertoetsprocedure. Hierbij worden de waterhuishoudkundige randvoorwaarden en effecten van de nieuwe ontwikkeling vastgesteld en Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

64 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

beoordeeld. Met het doorlopen van de watertoetsprocedure voorkomen we in de bestemmingsfase dat ‘natte’ gebieden bebouwd worden en/of dat onvoldoende ontwateringsmaatregelen worden getroffen. We ontwikkelen hydrologisch neutraal, en bij voorkeur hydrologisch positief, in gebieden waar mogelijke veranderingen in de grondwaterspiegel als gevolg van deze ingrepen een negatief effect heeft. Waar mogelijk ontwikkelen we hydrologisch positief zodat de zoetwatervoorraad wordt aangevuld ten gunste van langdurige droge perioden en we hiermee mede het risico op grondwateronderlast kunnen beperken. Als gemeente dragen we zorg voor het in stand houden van de ontwateringsfunctie van singels en drainage (voor zover deze aanwezig is). In nieuwbouw gebieden zijn daarbij de ontwateringsdiepten uit Tabel 15 het te eisen minimum. De ontwateringsdiepten gelden als een inspanningsverplichting. Als gemeente kunnen we niet verantwoordelijk worden gesteld voor het handhaven van de genoemde waarden. Door in nieuwbouwsituaties en bij inbreidingen (extra) hoge peilhoogten te hanteren beperken we het risico op grondwateroverlast verder. Dit moet uiteraard wel mogelijk zijn gelet op de omliggende percelen en aangrenzend openbaar gebied. De voorkeur gaat uit naar ophogen in plaats van de aanleg van drainage. In bestaand gebied streven we naar het behalen van deze normen.

Tabel 15: Minimale ontwateringsdiepten bij nieuwbouw

Functie

Minimaal benodigde ontwateringsdiepte (m. t.o.v. gemiddeld hoogste grondwaterstand)

Bebouwing met kruipruimte*

0,9

Bebouwing met water- en vochtdichte vloeren*

0,7

Tuinen/groenvoorzieningen

0,5

Hoofdwegen**

1,0

Secundaire wegen en woonstraten**

0,9

* t.o.v. onderkant vloer ; ** t.o.v. de kruin van de weg Faciliteren bij grondwateroverlast Van de perceeleigenaren verwachten we dat zij bij eventuele grondwaterproblemen de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen nemen. Als gemeente toetsen we geen bouwpeilen, we geven alleen randvoorwaarden mee in het kader van de watertoets. We treffen alleen maatregelen indien sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de functie van het gebied en indien het treffen van maatregelen doelmatig is. Als gemeente zijn we het aanspeekpunt in situaties met grondwateroverlast en hebben een faciliterende rol bij het oplossen van een probleem. We analyseren meldingen en onderzoeken eventuele knelpunten zodat we samen met de perceeleigenaar actief naar een oplossing kunnen zoeken (maatwerk). Bewoners en ondernemers kunnen deze informatie via het gemeentelijk waterloket opvragen. DEFINITIE STRUCTUREEL NADELIG De gemeentelijke taakopvatting ten aanzien van de begrippen structureel en nadelig vullen we als volgt in: Structureel • regelmatig terugkerende of blijvende gebeurtenissen (geen incident) • en een grondwaterstand die de ontwateringsdiepte gedurende minimaal vier weken per jaar overschrijdt. Dit is hiermee geen incidentele gebeurtenis veroorzaakt door extreme neerslag.

Nadelig • significante belemmering van het normale gebruik van de bestemming zoals vastgelegd in het bestemmingsplan/omgevingsplan • of chronische gezondheidsklachten • of schade aan gebouwen of infrastructuur.

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

65 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

Soms wordt overlast veroorzaakt door schijngrondwaterspiegels. Dan is er sprake van stagnerend regenwater in de neerwaartse stroming naar het grondwater. Oplossen van dergelijke situaties is voor rekening van de grondeigenaar. De voorkeursvolgorde voor het lozen van het overtollige grondwater is: doorbreken van de storende laag, lozing op hemelwaterriolering, oppervlaktewater, vuilwater riolering. Bronneringen Bij een bronnering wordt tijdelijk grondwater aan de bodem onttrokken om de grondwaterstand te verlagen. Zo kunnen werkzaamheden, zoals de aanleg van bouwwerken en kabels en leidingen, droog worden uitgevoerd. Voor zowel het onttrekken van grondwater als het lozen van het opgepompte grondwater op oppervlaktewater zijn de waterschappen het bevoegd gezag. Voor de lozing van bronneringswater op de riolering zijn we als gemeente het bevoegd gezag. Als uitgangspunt geldt dat schoon bronneringswater niet op het riool mag worden geloosd, maar dient te worden teruggebracht in de bodem of afgevoerd naar oppervlaktewater. In de praktijk is dit niet altijd mogelijk. In dit geval kunnen we als gemeente onder voorwaarden toestemming verlenen om op het riool te lozen.

Bij het lozen van grondwater of bronneringen op het vuilwaterriool of regenwaterriool hanteren we de volgende uitgangspunten: Vuilwaterriool Het lozen van grondwater of bronneringswater op het vuilwaterriool is niet toegestaan tenzij: • Het lozen van minimale hoeveelheden < 5 m3/uur gedurende een kortere periode. Bijvoorbeeld voor het reinigen/verversen van een zwembad. • Het lozen van grondwater en bronneringswater in de kern Helvoirt (gemengd stelsel) kan met een vergunning bij specifieke situaties (vergunningsplicht met maatwerkvoorschriften). • Het lozen van grondwater of bronneringswater bij een grondwatersanering kan onder voorwaarden (vergunningsplicht met maatwerkvoorschriften). Regenwaterriool Voor het lozen van grondwater of bronneringswater op het regenwaterriool gelden de volgende uitgangspunten: • Geen meldplicht (vergunningsvrij) bij lozingen tot 30 m3/uur met een maximale duur van 4 weken. • Meldplicht en eventuele maatwerkvoorschriften bij lozingen tot 50m3/uur met een maximale duur van 3 maanden. • Vergunningsplicht bij lozingen boven de 50m3/uur en/of langer dan 3 maanden. Risicobeheersing In het kader van de zorgplicht grondwater hebben we in het verleden een grondwatermeetnet ingericht. Voor grote delen van het bebouwde gebied zijn langdurige rekenreeksen beschikbaar zodat hier een goed beeld is van de ontwikkeling van grondwaterstanden.

Met dit grondwatermeetnet houden we een vinger aan de pols zodat we eventuele ongewenste situaties tijdig kunnen signaleren. In gescheiden gerioleerde gebieden komt vervuild afstromend regenwater direct en ongezuiverd in het oppervlaktewater terecht. Om deze reden geldt een in dergelijke gebieden een verbod op activiteiten die belastend zijn voor het milieu, zoals bijvoorbeeld autowassen. Gemeente Vught heeft een grondwatermeetnet. Bij ad-hoc vragen wordt reactief informatie aangeboden, welke onder andere uit het meetnet komt. Het toekomstig meetnet wordt aangevuld met peilbuizen die in het kader van de rijksinfraprojecten N65 en PHS zijn geplaatst. Rijksinfrastructuur Vught Vught is een kruispunt van infrastructuur. De A2, N65 en twee drukke spoorlijnen komen in Vught samen. De veiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid staan onder grote druk. De wens vanuit de gemeente Vught en haar inwoners is om deze infrastructuur zoveel als mogelijk verdiept aan te leggen om de overlast te verminderen. Het verdiept aanbrengen van de infrastructuur door middel van tunnelbakken heeft gevolgen voor de grondwaterstanden en – stroming. Daarom worden deze grondwaterstanden actief gemonitord.

Onze referentie: BIM360Docs - Datum: 28 februari 2022

66 van 101

PROGRAMMA WATER EN RIOLERING, 2022-2026

Figuur 23. Schematische weergaven de Rijksinfrastructuur in de gemeente Vught en bijhorende plannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=bff76fa2-ed46-4aa0-9a40-48680323a33f