7. Raadsinformatiebrief Koersdocument groenblauwe gebiedsgerichte aanpak (GGA) Vlijmens Ven, Moerputten, Bossche Broek
Tekst van het document
In deze paragraaf worden vanuit de diverse bouwstenen de mogelijke (nader
worden en of mitigerende maatregelen mogelijk zijn, is aan de partners om
uit te werken) maatregelen per thema behandeld. Sommige zijn heel
te beoordelen. Om dat samen op een goede manier te doen, zal bij de nadere
concreet en uitvoerbaar; uitvoering kan als het ware snel worden opgepakt
uitwerking van de maatregelen op ingegaan moeten worden. Om de effecten
als ze zijn uitgewerkt. Andere zijn nog algemeen geformuleerd en vergen
ook na realisatie goed te meten, zal een monitoringsprogramma (op zowel
eerst meer onderzoek of overleg. Het zal dus langer duren voordat deze ook
effect, doel als omgeving) deel uit moeten maken van die nadere uitwerking.
in uitvoering genomen kunnen worden.
59
Water
2 in figuur 28 genoemd. Beide maatregelpakketten zijn op kaart (figuur 27)
Op basis van de modellen die gebruikt zijn bij de Ecohydrologische
en schematisch (figuur 28) weergegeven.
Systeemanalyse zijn maatregelpakketten samengesteld en doorgerekend. Het rapport met maatregelpakketten is opgesteld door RHDV waarbij een werksessie met een projectgroep de input vormde voor de maatregelen. In deze groep zitten inhoudelijk vertegenwoordigers van de betrokken partijen: Provincie Noord-Brabant, Waterschap Aa en Maas, Waterschap De Dommel, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Vlinderstichting, gemeente Heusden, gemeente ’s-Hertogenbosch en gemeente Vught. Water: kortetermijn-maatregelen Dit
is
het
pakket
van
hydrologische
herstelmaatregelen
(EHSA-
maatregelpakket 1 in figuur 28) dat wordt voorgesteld om te onderzoeken voor de korte termijn. Deze maatregelen hebben positieve effecten voor de Natura2000-waarden,
de
omgevingseffecten
lijken
maatschappelijk
acceptabel en de maatregelen lijken op korte termijn uitvoerbaar te zijn.
Figuur 27 Locaties van de maatregelen in de EHSA-maatregelpakketten 1 en 2
Water: middellangetermijn-maatregelen
Water: langetermijn-maatregelen
Dit is het pakket van hydrologische herstelmaatregelen (maatregelpakket 2
Daarnaast staan in de EHSA maatregelen voor de lange termijn. Deze zijn op
in figuur 28) dat wordt voorgesteld om te onderzoeken op een wat langere
korte termijn niet haalbaar, omdat ze voor het N2000-gebied wel gewenst
termijn. Deze maatregelen hebben waarschijnlijk positieve effecten voor de
zijn maar maatschappelijk mogelijk ongewenst en/of minder effect op de
Natura2000-waarden, maar vereisen ten minste mitigatie vanwege de
N2000-doelen hebben. Deze maatregelen zijn te vinden op pagina 58 en 59.
omgevingseffecten. De kansrijkheid van de maatregelen dient daarom
We gaan aan de slag met onderzoeken om daarna discussie te voeren over
onderzocht te worden. Als blijkt dat maatregelen uit dit pakket eenvoudig
maatschappelijke toepasbaarheid en kansrijkheid van deze maatregelen. Als
mitigeerbaar zijn, kunnen ze meegenomen worden als te onderzoeken korte
blijkt uit monitoring of actualisatie van het beheerplan dat er meer nodig is,
termijn maatregel. Als voorbeeld worden maatregelen 5, 10 en 12 uit pakket
dan worden deze maatregelen opnieuw overwogen c.q. onderzocht. 60
Nr
Maatregel (EHSA)
Specificatie
Pakket 1
Pakket 2
1
Landbouwonttrekkingen t.b.v. beregening
In GGA-gebied (zie figuur 3-1 voor begrenzing)
Niet uit grondwater, wel oppervlaktewater
Geen onttrekkingen
2
Peilverhoging peilvakken Bossche Sloot (ABH)
Huidig winter/zomerpeil: 1,26/1,57 mNAP
Winter/zomerpeil: 1,40/1,57 mNAP
Winter/zomerpeil: 1,57/1,57 mNAP
3
Peilverhoging peilvak Karthuizerwetering (peilgebied C/E/F)
Huidig winter/zomerpeil: 1,65/1,85 mNAP
Winter/zomerpeil: 1,85/2,05 mNAP
Winter/zomerpeil: 1,85/2,05 mNAP
4
Peilverhoging Rijskampen
Huidig winter/zomerpeil: 2,4/2,0 mNAP
Winter/zomerpeil: 2,4/2,2 mNAP
Winter/zomerpeil: 2,4/2,2 mNAP
5
Peilverhoging De Ham
Huidig peil: 2 mNAP jaarrond
Winter/zomerpeil: 2,2/2,2 mNAP
Winter/zomerpeil: 2,4/2,2 mNAP
6
Verondiepen watergangen Vlijmens Ven
Niet opgenomen in de pakketten 1
-
-
7
Verwijdering onderbemaling (Vlijmens Ven)
Peil gelijk aan aanliggend deel Vlijmens Ven 2
Verwijdering
Verwijdering
8
Verwijdering onderbemaling (Honderd Morgen)
Peil gelijk aan aanliggend deel Honderd Morgen 3
Verwijdering
Verwijdering
9
Peilverhoging Drongelens Kanaal
Peilverhoging over gehele lengte van het Drongelens Kanaal t.o.v. huidig peil 1,8 mNAP
+10cm
+30cm
10
Peilverhoging Dungense Sloot
Peilverhoging t.o.v. huidig bemalingspeil 1,95 mNAP
+10cm
+30cm4
11
Peilverhoging Zuiderplas
Peilverhoging van Zuiderplas en aanliggend peilvak in Bossche Broek (tot aan Dungense Sloot)
2,3 mNAP5
2,3 mNAP5
12
Detailmaatregelen rond Moerputten
Maatregelen in figuur 3-2 EHSA
A, B, C, D, G
A t/m G
13
Peilaanpassing voor peilvak BijenweiBlauwgrasland in Moerputten (interne memo SBB) verkrijgt van NAP+1,95 volgens SBB in Moerputten
Peilaanpassing van 2,00 mNAP naar 1,95 m NAP (t.b.v. pimpernelblauwtjes en extra bergingscapaciteit bij regenbuien), zodat nesten v/d mieren (met vlinderrups/ -pop) niet overstromen.
1,95 m NAP
1,95 m NAP
Figuur 28 Maatregelen in de EHSA-maatregelenpakketten 1 en 2 1: Verondiepen watergangen Vlijmens ven: Deze maatregel dient locatie-specifiek onderzocht te worden met de beheerder van het gebied. Hierbij is kansrijkdom en aanwezigheid kranswierwateren van belang. Om deze redenen is deze maatregel niet doorgerekend. 2: Aandachtspunt is grondverwerving en mitigerende maatregelen ten noorden van de Vaartweg 3: Aandachtspunt is grondverwerving 4: Peilverhoging Dungense sloot (+30 cm). Deze maatregel dient gerelateerd te worden aan de bouwsteen Gestuurde waterberging Dungense Polder uit HOWABO 2. 5: Peilverhoging van Zuiderplas tot 2,3 mNAP: Deze maatregel is autonome ontwikkeling die misschien niet volledig haalbaar is. Hiervoor is een tussenevaluatie ingeregeld bij een peil van 2,1 mNAP.
61
Door gebruik te maken van de modellen zijn in de EHSA maatregelen
groot is. Het gaat hierbij om de stedelijke gebieden Vlijmen-oost,
doorgerekend zodat de effecten op natuur, landbouw en stedelijk gebied
Vlijmen-noordoost, Vught-noordwest en ’s-Hertogenbosch-zuidoost.
zichtbaar worden. De belangrijkste conclusies zijn hieronder omschreven (en
Daarnaast zorgt het verhogen van het grondwaterpeil voor het
de bijbehorende kaart opgenomen in bijlage VI):
verminderen van de bergingscapaciteit in de bodem bij (zomerse)
•
Er zijn maatregelen mogelijk die zowel het knelpunt van de GLG in de
buien. Dit heeft geen invloed op de HoWaBo-berging, omdat in die
Moerputten als dat van Bossche Broek verminderen. De verhoging
zeer extreme situatie de bodemberging al volledig benut is (dan is
van de GLG door de maatregelpakketten zorgt voor een verkleining
grondwaterstand zeer ondiep of aan maaiveld).
van het doelgat in de Moerputten en het Bossche Broek. Met name
•
De maatregelen hebben invloed op het grondwatersysteem in de
de opzet van het peil in De Ham en Rijskampen zorgt voor een
Loonse en Drunense Duinen (LDD). Ook toekomstige maatregelen bij
verhoging van de GLG in het zuidelijk deel van de Moerputten. Met
het gebiedsproces LDD hebben invloed op kwel in Vlijmens Ven en
name de peilverhoging in de Bossche Sloot en het gebied aan de
Moerputten.
westkant van de Moerputten zorgt voor een verhoging van de GLG •
•
•
De maatregelpakketten zorgen voor veranderende kwelstromen,
van het westelijk deel van de Moerputten.
waarbij in gebieden met peilverhogingen minder kwel terechtkomt
Door verhoging van het peil van de Zuiderplas en Dungense Sloot is
(De Ham, Rijskampen, landbouwgebied ten zuiden hiervan en rond
een toename van GLG in het Bossche Broek te zien.
de Bossche Sloot), en er meer kwel terechtkomt in de Moerputten
Maatregelpakket 2 heeft ten opzichte van maatregelpakket 1 een
en Vlijmens Ven. Door meer kwel in het Vlijmens Ven wordt het
groter positieve effect op de natuur en meer nadelige effecten op de
systeem robuuster. Ook is de verandering van kwel positief voor de
omgeving. Analyse is nodig om te kijken of deze effecten acceptabel
ecologische waarden in de Moerputten en het Bossche Broek.
zijn of gemitigeerd kunnen worden. Zo zijn de effecten (kans op wateroverlast door verhoging grondwaterstand) voor de landbouw
Daarnaast is met de EHSA-projectgroep nagedacht over maatregelen voor de
groot
lange termijn, omdat deze voor het N2000-gebied gewenst zijn maar
rond
de
Karthuizerwetering
en
Bossche
Sloot
bij
maatregelpakket 1 en zijn bij maatregelpakket 2 ook nadelige
maatschappelijk mogelijk ongewenst, zoals:
effecten rond het Drongelens Kanaal en de Dungense Sloot te zien.
•
Verder peilopzet Bossche Sloot;
Maatregelpakket 1 heeft weinig effect op het stedelijk gebied.
•
Peilopzet Kruiskamp/Schutskamp;
Maatregelpakket 2 zorgt voor kans op grondwateroverlast in stedelijk
•
Verdere peilopzet Drongelens Kanaal;
gebied waar de huidige GHG al hoog is (<1m-mv) of GHG verandering
•
Verdere peilopzet peilvak Karthuizerwetering. 62
Of maatregelen voor versterking en robuustheid van het grondwatersysteem
Maatregelen vanuit landbouwvisie
maar met minder direct effect op de N2000-doelen, zoals:
De landbouwvisie bevat voorstellen die aansluiten bij de andere doelen en
•
Bosomvorming in de infiltratiegebieden ten zuiden van het
belangen in het gebied. Ook hier staan hele concrete en snel op te pakken
Drongelens Kanaal in het gebied Loonse en Drunense Duinen;
voorstellen in, die nog verder uitgewerkt moeten worden voordat ze
•
Verdiepen en verminderen van grondwateronttrekkingen.
opgepakt kunnen worden. Samenwerking hierin is van cruciaal belang.
•
Kwelwater uit het Vlijmens Ven kan onder bepaalde omstandigheden
Heel concreet is het voorstel om naar het peilbeheer in het gebied te kijken.
afgevoerd worden naar infiltratiegebied De Ham/Rijkampen, en via
In de bijeenkomst van de stuurgroep op 17 april 2024 is een voorstel
kwelstromen direct ten goede komen aan de Moerputten.
aangenomen om dit verder uit te werken onder regie van waterschap Aa en
•
Verwijderen of aanpassen peilen onderbemaling De Zeeg;
Maas in samenwerking met een aantal ondernemers uit het gebied.
•
Aanpassen tertiair watersysteem binnen NNB;
•
Aanpassen peil watergangen ten zuiden van Drongelens Kanaal;
•
Actieve infiltratie hemelwater (o.a. golfbaan Cromvoirt en De Margriet/Giersbergen).
De bestaande beheerpakketten voor agrarisch ondernemers in het gebied bieden nu al mogelijkheden, maar hier zou nog meer bereikt kunnen worden. Uitbreiding van het agrarisch natuurbeheer sluit aan bij het lopende Weidevogelconvenant. Om in aanmerking te komen voor subsidies voor
Voor aanpassingen aan het Drongelens Kanaal is de afstemming met
weidevogelbeheer volgens Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer is het
HoWaBo extra belangrijk. Doordat maatregelen aan het kanaal in beide
waarschijnlijk noodzakelijk dat Rijk en Provincie dit beleidsmatig en financieel
processen zijn meegenomen, is het samen optrekken van belang om tijdig
faciliteren, zodat ook boeren in dit gebied in aanmerking gaan komen voor
knelpunten en kansen te zien. Zo kan peilopzet van het Drongelens Kanaal
beheersubsidies
zorgen voor een toename van de doorstroomcapaciteit in het kanaal.
natuurbeheer een invulling zijn voor verfijning van de ecologische
gericht
op
weidevogels.
Eveneens
kan
agrarisch
verbindingen in het gebied langs wegen en waterlopen. Daarnaast dient er bij het uitwerken te worden gekeken naar de maatregelen genoemd in de KRW-factsheets.
63
Maatregelen vanuit stikstof:
Cultuurhistorie
Op het gebied de vermindering van stikstofdepositie in dit gebied ligt
•
prioriteit op aanpak van het stikstofdeken (BOS 2.0) en de aanpak van de piekbelaster in het focusgebied. De andere mogelijke te nemen maatregelen
Gemeenten: behoud van openheid van het landschap vastleggen in Omgevingsvisies;
•
Er leeft de wens om (delen van) de Hollandsche Dijk (op een creatieve
zijn maatwerk die aansluiten bij andere opgaven zoals hydrologie en recreatie
manier) zichtbaar te maken in het landschap. Onderzoek hoe dit passend
en dragen (in kleinere mate) bij aan de vermindering van stikstofdepositie.
bij de openheid van het landschap kan, bijvoorbeeld d.m.v. groen-blauwe
Enkele mogelijke waardevolle maatregelen die samenhangen met hydrologie
dooradering;
zijn:
•
Locatie van de Deuterense Schans (aan de Vlijmense Weg) en de Linie
• Het realiseren van NNB en daarmee minder bemesting op deze gronden.
1629 weer zichtbaar maken: verbinden met routes, aansluiting op stad
• Minder bemesting op gronden met hydrologische korte termijn
maken. Partners: gemeente ’s-Hertogenbosch, Staatsbosbeheer en
maatregelen. • Minder mestaanwending in de zone rond N2000
Natuurmonumenten; •
• Duurzame pacht op gronden rond N2000
Ook op de Vughtse Heide kan het verhaal van de Linie 1629 beleefbaar gemaakt worden.
Andere onderzochte mogelijke maatregelen die een (kleine) bijdrage hebben aan de afname van de stikstofdepositie zijn:
Duurzame energie
• Woonwijken rond N2000 gasloos maken
•
• Het verlagen van de snelheid van wegverkeer
In de Agrarische Visie benoemen ondernemers dat zij kansen zien voor kleinschalige duurzame energieopwekking, zowel op bedrijfsniveau als collectief;
Maatregelen vanuit de thema’s cultuurhistorie, duurzame energie en recreatie. Deze thema’s zijn vooral te beschouwen als meekoppelkansen. Ze dragen niet direct bij aan de primaire doelen op natuur en landbouw, maar ze dragen wel direct bij aan de leefbaarheid en beleefbaarheid van het gebied. De aanbevelingen zijn over het algemeen wat minder concreet, maar bieden vooral randvoorwaarden bij het uitwerken van de concretere maatregelen.
•
Zoek naar mogelijkheden om zonnevelden te realiseren met behoud en versterking van natuurwaarden en rekening houdend met fluctuerende waterstanden;
•
De vernieuwde zonneladder goed toepassen.
Recreatie Onderzoek de volgende maatregelen voor verlichting van recreatiedruk:
64
• •
Verbetering verbinding met andere (recreatie/natuur) gebieden, zoals de
maar één van de middelen om de doelen te behalen. Centrale vraag daarbij
Vughtse Heide;
is: Welke rol heeft grond voor het behalen van de doelen en welke strategieën
Terrein Isabella Kazerne beter ontwikkelen als recreatieve poort:
zijn op welke plek mogelijk?
parkeren, startpunt van routes, bebording; •
•
• •
•
Transferium Deutersestraat beter benutten als recreatieve poort. D.m.v.
Figuur 29 laat zien hoe tot een grondstrategie kan worden gekomen.
(wandel)routes verleggen, bebording voor vindbaarheid, promotie,
Allereerst is een analyse gemaakt om grondeigendom, grondgebruik en
uitzichtpunt bij transferium, faciliteiten op orde;
pacht in beeld te brengen (zie hoofdstuk 2). Daarna volgt de doelstelling voor
Aantrekkelijk inrichten van de stadrandzones. Denk aan groen inrichten
de grondstrategie uit de inzichten en (aanzet voor) maatregelen uit de koers.
van woonwijken met ommetjes. In Novex Stedelijk Brabant zijn afspraken
Met de diverse grondanalyses en mogelijk instrumentarium in beeld kan een
gemaakt over "landschap en natuur groeien mee met verstedelijking";
aanzet gemaakt worden voor een grondstrategie voor het gebied, incl.
Versterking van de beleefbaarheid van het agrarisch gebied,
rolneming van de deelnemende partijen. De analyses zijn uiteraard een
gecombineerd met recreatieve infrastructuur;
momentopname. Ook het instrumentarium zal in ontwikkeling blijven en
Zorg voor regelmatig afstemming met buurgebieden Loonse en
onderzoeken (zoals EHSA, NDA en stikstof) kunnen nieuwe en/of
Drunense Duinen + Kampina en Oisterwijkse Vennen over verdeling van
aangescherpte inzichten opleveren. Het is dus goed om de grondstrategie te
recreatiedruk;
blijven monitoren en bij te stellen indien nodig.
De Deuterense straat verkeersluw maken. Het is nu een onveilige route voor fietsers en wandelaars waar veel sluipverkeer gebruik van maakt;
•
Wellicht biedt het ‘Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040’ kansen. Hierin is een zoekgebied opgenomen voor landschapsparken ten zuiden van ’s-Hertogenbosch richting Oss. Op dit moment is dit plan echter nog niet concreet genoeg om kansen en knelpunten te kunnen benoemen.
6.3 Denkrichtingen instrument ‘grond’ Een veelgenoemd en belangrijk instrument in het gebiedsproces is het opzetten van een grondstrategie. Een grondstrategie is geen doel op zich,
Figuur 29 Wat is nodig om een grondstrategie te bepalen?
65
Door hydrologische herstelmaatregelen zullen de gebruiksmogelijkheden
door de juiste locatiekeuze. Bewustwording van de transitieopgaven
van een deel van de landbouwgronden veranderen. Hoe zorgen we ervoor
bij agrariërs is hierbij erg belangrijk.
dat er een passend gebruik van die gronden door de ondernemers mogelijk
•
wordt. Gaan we ruilen tussen de verschillende ondernemers?
Afkopen van reguliere (langdurige)
pachten en deze gronden
vervolgens inzetten in verdere ruil of uitgifte onder voorwaarden. Om zo af te komen van de in het verleden toegekende
Vanuit de input die er nu ligt, volgen een aantal denkrichtingen voor een
gebruiksrechten op het vlak van bemesten, ontwateren en
grondstrategie:
bestrijdingsmiddelengebruik. Ook zijn de gronden dan flexibeler
•
Pachtcontracten tegen het licht houden. Zijn het nog agrarische ondernemers en voldoet het gebruik nog aan de pachtvoorwaarden?
Strategische gronden aankopen of verkopen zowel binnen als buiten het focusgebied. Rekening houdend met het arrest van Didam
Wellicht zijn er in de nabije toekomst stoppende pachters.
(2019); zorg voor de juiste criteria en voorwaarden. •
Inzoomen op eigenaren en pachtsituaties door 1 op 1 gesprekken te
bij reguliere pacht.
voeren met de partners en energie zetten op plekken waar nu kansen
Pachtvoorwaarden in lijn met koers en opgaven. Zorg dat
liggen, zoals eigenaars en pachters die mee willen denken.
pachtvoorwaarden (incl. de daaraan verbonden pachtvergoedingen)
•
•
Vrijkomende pachtpercelen kunnen ingezet worden als ruilgrond. Onderzoeken van kansen om eisen te stellen aan het grondgebruik •
beschikbaar voor de grondstrategie.
•
Het streven is dat ontwikkelingen kunnen worden uitgevoerd op
aansluiten bij de gebiedskoers en een bijdrage leveren aan de
basis van vrijwilligheid. Een mogelijk instrument is bedrijven
beleidsdoelen en gebiedsopgaven. Denk hierbij aan het vormen van
proberen uit te kopen of te verplaatsen. Daar waar het verwerven
duurzame pacht, met voorwaarden zoals, Vught en de provincie
van eigendom niet haalbaar, kun je met overeenkomsten gaan
Noord-Brabant. In de bijlage VII is een overzicht van de pachtvormen
werken (zakelijke rechten; o.a. percelen die nu al tegen natuurgebied
opgenomen.
aan
Ruilen van pachtgronden om te komen tot de juiste pachtgronden op
bijvoorbeeld
de gewenste plekken (geliberaliseerd tegen N2000 en reguliere
natschade afkopen.
pachtgronden verder van N2000). Pachtgronden die buiten het
•
zitten)
Voorbeeld: tijdelijke
kwalitatieve
vernatting
verbetering
percelen,
verplicht,
middels
taxatie
Zoek voor pachtgronden manieren om voor agrariërs langjarige
focusgebied liggen, kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Het
duidelijkheid te bieden en koppel het aan investeringen die
streven hierbij is te zoeken naar win-win voor pachters en natuur
tegemoet komen aan de doelen.
66
•
Een extreem voorbeeld is een turbo-kavelruil waarbij het initiatief
actueel en in 2024 en 2025 zijn nieuwe vegetatiekarteringen gedaan. Deze
voor de ruiling bij de eigenaren wordt gelegd. De eigenaren geven
worden verwerkt in een nieuwe habitattypekaart (T1) en is gereed in de lente
zelf aan (ook pachtgronden van gemeenten) welke gronden ze wel
2026. De monitoring van watergebonden habitatrichtlijnsoorten is recent
en niet in gebruik zouden willen hebben (waarbij niet meteen gezegd
herhaald en de monitoring pimpernelblauwtje vindt jaarlijks plaats.
dat dit over aan- of verkoop moet gaan). Daarnaast is er ook de monitoring van de abiotiek (niet-levende deel van het In het verlengde van een gezamenlijke verkenning van de mogelijke
ecosysteem), waaronder het watersysteem. Deze is gedeeltelijk aanwezig en
maatregelen rondom het hydrologisch systeem en de consequenties
toegepast in de EHSA. Waterschap Aa en Maas werkt op dit moment aan het
daarvan voor het grondgebruik, kan ook gekeken worden naar de
in kaart brengen waar nieuwe meetpunten nodig zijn. Dit is van belang om
mogelijkheden om het grondgebruik passend te maken bij de nieuwe
de monitoring van de uitvoering van hydrologische maatregelen te richten
omstandigheden. Een bedrijfseconomisch gezonde agrarische
op doelbereik en mitigatie/effecten op omgeving. De provincie Noord-
bedrijfsvoering met toekomstperspectief is in het belang van iedereen! Het
Brabant werkt aan de Monitoring Omgevingscondities N2000 en het vervolg
beheer van het landschap kan op die manier geborgd worden. Vanuit dat
van de Natuurdoelanalyse (NDA). Hier dienen allereerst kennisleemtes
perspectief kan gezocht worden naar mogelijkheden, waarbij met
worden opgevuld en zal een actualisatie volgen.
grondeigendommen kan worden geruild of andere instrumenten worden ingezet. Deze grondstrategie zal in gezamenlijkheid moeten worden
Voor de monitoring van stikstof wordt gekeken naar het uitbreiden van MAN-
opgezet.
meetpunten voor het meten van de depositie op een punt. In het gebied zit nu een enkel meetpunt in de Moerputten.
6.4 Monitoringsprogramma In dit koersdocument wordt regelmatig het belang van een goed monitoringsprogramma benoemd. Hier volgt een kort overzicht lopende zaken als het gaat om monitoring: Als het gaat om biotiek (planten en dieren) is er een huidige habitattypenkaart (T0) van een aantal jaren geleden. Deze is echter niet meer
67
HOOFDSTUK 7: Hoe nu verder met de Koers?
op schade voor bebouwing en landbouw kan leiden, is het noodzakelijk om dit nog beter in kaart te brengen en mitigerende maatregelen duidelijk te
7.1 Inleiding
benoemen.
In dit concept-koersdocument wordt duidelijk dat er resultaten te boeken zijn
Daarnaast speelt er meer in het gebied dan de GGA, waardoor afstemming
op de beleidsdoelen en de gebiedsbelangen. Er is een aantal hele concrete
met andere lopende processen die parallel lopen voor het vervolg van groot
(weliswaar verder uit te werken) maatregelen beschreven. Zeker zo
belang is. Een van deze processen, Howabo, is bij bouwstenen uitvoerig
belangrijk is de energie en betrokkenheid van de gebiedspartners, zowel
omschreven. Een andere is het ‘Programma Overgangsgebieden’ van de
vanuit de overheidspartijen als vanuit de particuliere organisaties en de
provincie Noord-Brabant vanuit Aanpak Landelijk Gebied (ALG). Hierin werkt
ondernemers uit het gebied. Deze energie moet benut worden om samen de
de provincie aan het sturen op een lagere milieubelasting in de zone direct
volgende stap te kunnen zetten! Samen zijn zij in 2022 dit proces ingegaan
rondom een N2000-gebied en worden generieke maatregelen opgesteld en
met het opstellen van de verkenning. De beleidsmatige opgaven zijn in beeld
maatwerk geleverd.
gebracht en de wensen/belangen vanuit het gebied zijn daaraan toegevoegd. Kortom, er liggen mooie kansen maar er moet nog wel een stap gezet worden In 2023 en 2024 zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd die inzicht
voordat de spreekwoordelijke schop de grond in kan gaan. Het is belangrijk
hebben gegeven op de stappen die gezet kunnen worden om vanuit de
om afspraken te maken over de samenwerking en organisatievorm voor de
bestaande situatie aan deze doelen en belangen te werken. Samen zijn de
komende periode. Naast de inhoudelijke uitwerking van de maatregelen
knoppen in beeld gebracht waaraan gedraaid kan worden. Omdat er echt tot
moeten de planologische consequenties (juridische borging) voor het vervolg
het beschrijven van concrete maatregelen is gekomen, ligt er nu meer een
nog verder uitgewerkt worden. En als we al die afspraken nu maken, hoe
koersdocument dan een visie. Om de voorgestelde maatregelen ook
leggen we dat dan bestuurlijk vast? Daarnaast zal er rond communicatie en
daadwerkelijk uit te gaan voeren is verdere uitwerking noodzakelijk. Er zijn
participatie meer nodig zijn wanneer de maatregelen worden uitgewerkt en
mogelijkheden om optimalisaties aan het watersysteem te doen, die tot
richting realisatie kan worden gegaan. In dit hoofdstuk wordt op deze
verbeterde omstandigheden voor natuur leiden en die ook positief kunnen
onderwerpen kort een voorzet gedaan (zie ook figuur 31).
zijn voor landbouw. Maar het watersysteem blijkt een erg gevoelig systeem te zijn. In welke mate het zal reageren als aan de knoppen gedraaid gaat worden, is nog niet nauwkeurig te voorspellen. Aangezien dit ook tot risico’s 68
7.2 Juridische borging Met juristen en deskundigen vanuit de verschillende partners is een eerste
De voor- en nadelen hiervan moeten nog beter in beeld worden gebracht in
inschatting gemaakt van de instrumenten die richting uitvoering nodig zullen
de vervolgfase. De MER-plicht geldt wel voor de realisatie van HoWaBo-
zijn. Daarbij is de MER-plicht besproken en is gekeken naar de verschillende
maatregelen. Planvoorbereiding en uitvoering hiervan lopen via een
instrumenten vanuit de omgevingswet.
afzonderlijk spoor. Het is goed om de planvoorbereiding van de drie HoWaBooplossingen die binnen het focusgebied vallen goed af te stemmen met de
Niet MER-plichtig
uitwerking van de maatregelen in dit koersdocument.
De concept-maatregelen (zie voor een globale beschrijving de tabel op de volgende bladzijde) lijken niet grootschalig of ingrijpend van aard te zijn, en zijn vooral gericht op het watersysteem. Daarom lijkt een MER-plicht hier niet van toepassing te zijn. Dat neemt niet weg dat er een vrijwillige MERprocedure uitgevoerd kan worden.
69
Figuur 31 Schema uitvoering en proces in het vervolg
Planologische instrumenten
anders dan een bevestiging van de koers en het verder uitwerken van een
Ook hier geldt dat, gezien het feit dat de concept-maatregelen niet
pakket aan mogelijke maatregelen. Het informeren van de gemeenteraad,
grootschalig of ingrijpend zijn, de inzet van een zwaar planologisch
Provinciale Staten en de algemene besturen is daarom voldoende en zal
instrument niet voor de hand liggend is. Voor zover nu kan worden overzien
gebeuren als dit concept-koersdocument verder compleet gemaakt is.
zullen de maatregelen onder de “Vergunning eigen dienst” vallen.
Provincie Noord-Brabant informeert de Provinciale Staten via een totaaloverzicht voor alle lopende gebiedsprocessen. De andere organisaties
Daarbij moet nog een antwoord komen op de vraag of de waterschappen ook
in de stuurgroep die niet binnen het duaal stelsel opereren, kunnen zelf
onder de Omgevingswet nog bevoegd zijn om maatregelen ten behoeve van
bepalen hoe het bestuur en de achterban geïnformeerd worden.
natuur uit te voeren. Deze redenering geldt niet voor de uitvoering van maatregelen onder het HoWaBo-programma.
Het advies is om afspraken tot de verdere uitwerking van het pakket aan mogelijke maatregelen vast te leggen in een Samenwerkingsovereenkomst.
Maatregel Bevoegdheid en instrumentarium Onderbemaling stoppen • Peilbesluit door DB WSAM t.b.v. (Natte) verbindingszones herstel watersysteem. Peilverhoging • Niet MER-plichtig Peilstabilisering • Vergunning eigen dienst Riooloverstorten aanpakken Ondernemers verplaatsen, op Op vrijwillige basis vrijwillige basis. Maatregelen vanuit HoWaBo Projectbesluit PNB (?) Figuur 30 Globale beschrijving van concept-maatregelen.
7.3 Bestuurlijke borging Met een ambtelijke vertegenwoordiging vanuit de gemeenten, de waterschappen en de provincie is besproken welke mogelijkheden en behoeften er zijn voor bestuurlijke borging van dit concept-koersdocument. Dit concept-koersdocument schetst een integraal streefbeeld met een voorstel tot verder uit te werken maatregelen. Het vraagt niet om een besluit,
De uitwerking van dit pakket aan mogelijke maatregelen moet leiden tot een uitvoeringsprogramma waarin de maatregelen worden beschreven die worden uitgevoerd, het bijbehorende monitoringsprogramma waarin gewenste én ongewenste neveneffecten worden gemeten en bewaakt. Deze fase kan worden afgesloten met het vastleggen van de afspraken rond realisatie van dit uitvoeringsprogramma in een Uitvoeringsovereenkomst.
7.4 Communicatie- en participatie strategie Communicatie is tot op heden vooral gericht op de gebiedspartners en de ondernemers in het gebied. In de vervolgfase zal dit worden uitgebreid waarbij ook inwoners betrokken zullen worden. Waar en hoe participatie onderdeel van de uitwerking zal worden gemaakt, dient in de vervolgfase te worden uitgewerkt. In bijlage VIII is een overzicht met aanzet tot selectie van de beschikbare instrumenten voor communicatie en participatie. 70
71
Bijlagen
72
Bijlage I Doelen Aanpak Landelijk Gebied (ALG) Uit het Aanpak Landelijk Gebied met schuingedrukt een toelichting indien
2027 • Hydrologische condities voor alle Natura 2000-gebieden voldoen aan ecologische vereisten.
het niet is opgenomen in dit visiedocument. Vogel- en Habitatrichtlijn
2030
In het koersdocument is niet uiteengezet hoe groot de opgave is voor
• 50% areaal van stikstofgevoelige habitats in 2030 in Natura 2000-
uitbreiding van leefgebied VHR-soorten van het agrarisch gebied (weide-
gebieden onder de kritische depositiewaarde.
en akkervogels) middels systeemherstel en transitie landbouw.
2035
2030
• 74% areaal van stikstofgevoelige habitats in 2035 in Natura 2000-
• Maatregelen treffen om voor ten minste 30% van de in 2019 in een
gebieden onder de kritische depositiewaarde.
ongunstige Staat van Instandhouding (SvI) verkerende VHR-soorten en habitattypen een landelijk gunstige SvI te bereiken, dan wel een
NNN en Bossenstrategie
sterk positieve trend ingezet.
De Bossenstrategie is niet verder uitgewerkt in het koersdocument voor
• Uiterlijk in 2030 de landelijke negatieve trends van alle VHR -soorten en -habitattypen zoveel mogelijk te stoppen. • Maatregelen treffen om 30% van het te ontwikkelen areaal dat
dit gebied vanwege het knelpunt vanuit cultuurhistorisch oogpunt en de weidevogelgebieden. In het vervolg kunnen mogelijke locaties worden onderzocht buit de Overlaat en het Schootsveld.
noodzakelijk is voor een gunstige Staat van Instandhouding te
De locatie en oppervlakte van het te verwerven NNN is niet in het
realiseren.
koersdocument genoemd.
• Het Rijk vraagt aan Noord-Brabant een bijdrage van 2.400 ha binnen Nationaal Natuurnetwerk (NNN) en 41.000 ha buiten NNN.
De mogelijkheden voor revitalisatie van bos is niet uitgewerkt en zijn in dit gebied waarschijnlijk beperkt. 2027
Natura 2000
• Tussen 2011 en 2027 realisatie van 80.000 ha nieuwe natuur conform
2025
NNN. Overlap met Bossenstrategie door 15.000 ha nieuw bos
• 40% areaal van stikstofgevoelige habitats in 2025 in Natura 2000-
conform NNN.
gebieden onder de kritische depositiewaarde. 73
• Het Rijk vraagt aan Noord-Brabant een resterende opgave van 8.742 ha. 2030
• Concentraties
gewasbeschermingsmiddelen
in
grond-
en
oppervlaktewaterlichamen voldoen aan wettelijke normen. • Grondwaterlichamen voldoen aan de norm voor een goede
• Realisatie van 37.400 ha nieuw bos tussen 2021 en 2030.
kwantitatieve en kwalitatieve toestand per grondwaterlichaam,
• Het Rijk vraagt aan Noord-Brabant een bijdrage van 8.000 ha binnen
conform Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
NNN1, 4.111 ha buiten NNN en 811 ha compensatie 14.000 extra
• Voor oppervlaktewaterlichamen waar mogelijk maatregelen nemen
hectare bos met natuurfunctie te realiseren, deels als onderdeel
om een meer natuurlijke toestand te bereiken, bestaande uit de
37.400 ha nieuw bos.
maatregelen in de stroomgebiedbeheerplannen aangevuld met
• Het bestaande bos waar nodig te revitaliseren.
grootschalig herstel van het beekdal
Groenblauwe dooradering (GBDA) 2030
Klimaatmitigatie-landgebruik
Groenblauwe dooradering is genoemd als onderdeel en kans
De opgaven voor klimaatmitigatie voor dit gebied nog niet verder
vanuit andere opgaven maar niet als aparte opgave.
uitgewerkt.
• 50% van opgave landelijk gebied per provincie, exclusief het NNN. De
2030
opgave is 50% van het verschil tussen huidig % GBDA en doel van 10%
• Landelijke koolstofvastlegging in minerale landouwbodems van 0,5
GBDA in 2050. 2050.
Mton CO₂ eq. extra ten opzichte van basispad KEV 2021.
• 10% GBDA in landelijk gebied per provincie, exclusief NNN.
• Landelijke koolstofvastlegging in bomen/bos/ natuur van 0,4 – 0,8 Mton CO₂. eq. extra ten opzichte van emissies basispad KEV 2021
Water en Bodem Water en bodem sturend als randvoorwaardelijk voor de ruimtelijke
Klimaatmitigatie-landbouw
keuzes en een vitale bodem zijn niet als aparte opgave omschreven.
De opgaven voor klimaatmitigatie voor dit gebied nog niet verder
2027
uitgewerkt.
• Concentraties nutriënten (P & N) in grond- en oppervlakte-
2030
waterlichamen voldoen aan wettelijke normen.
• Landelijke emissie reductie-opgave broeikasgassen voor de veehouderij en mestaanwending in de akkerbouw van 5 Mton CO₂ eq. 74
• Landelijke methaan emissiereductie-opgave voor de veehouderij en
2030:
mestaanwending akkerbouw van 3,82 Mton CO₂ eq. conform Global
De meest duurzame landbouw- en voedselproductie in Europa:
Methane
o Gesloten mineralenkringlopen;
Pledge (onderdeel van broeikasgas-reductie 5 Mton)
o Op weg naar emissieloze landbouw; o De landbouw draagt bij aan de Brabantse doelen van Bodem- en
Klimaat-adaptatie
Waterkwaliteit (KRW), biodiversiteit en natuur (Natura 2000);
2050
o Gezonde leefomgeving/ruimtelijke kwaliteit buitengebied.
Beleid, inrichting en beheer aangepast aan veranderend klimaat. Schade en ontwrichting door weersextremen zoveel mogelijk
Natuur- en landschapsinclusieve landbouw:
beperken.
o 500 natuurinclusieve boeren; o 15% landbouwareaal biologisch;
Perspectief agrarische ondernemers
o Ontwikkelen van nieuwe, meervoudige verdienmodellen.
De doelen vanuit het BPLG zijn niet uitgewerkt in het Koersdocument. Brabant heeft een toekomstbestendige landbouw- en voedselsector die bijdraagt aan een balans tussen maatschappij, economie en ecologie met: • Slimme, circulaire en sterke agrarische bedrijven; • Een innovatief en hoogwaardig ecosysteem van bedrijven en partners; • Duurzame, hoogproductieve kringlooplandbouw en extensieve, gemeenschaps-, natuur- en landschapsinclusieve landbouw, beide systemen passend binnen het bodem- en watersysteem; • Ruimte voor eigen keuzes en ondernemerschap.
75
Bijlage II Gebiedspartners Stuurgroep
Ambtelijke werkgroep
Ernest de Groot Voorzitter stuurgroep Hagar Rooijackers
Albert Vrielink en Daniëlle van Son Paulien Feimann, opgevolgd door Kristijan Civic en Arno Braam Patrick van de Rijdt Annemieke Gerris, opgevolgd door Marino Kuper Pauline Slaa en Piet Elfring, opgevolgd door Jan van Mil Jeanette de Jong Jan van Mierlo en Jan Quik
Brabants Landschap:
Sonja Manders Willy van Bragt
De bestuurlijke en ambtelijke agendaleden zijn in het hele proces
Agendaleden stuurgroep Waterschap Aa en Maas Provincie NoordBrabant
ZLTO Gemeente Heusden
Hendrik Hoeksema Jeroen van den Bosch
Gemeente 'sHertogenbosch
Ralph Geers, opgevolgd door Rick Vermin
Gemeente Vught Natuurmonumenten
Yvonne Vos Fons Mandigers, opgevolgd door Lars Koreman en daarna Ton Hermanussen Jan Fenten Vincent Lokin
Staatsbosbeheer Waterschap De Dommel Brabant Agrarisch Jongeren Contact (BAJK) en AJK Den Bosch
Geen bestuurlijke vertegenwoordiger
Joris Hogenboom
Brabants Particulier Grondbezit (BPG): Bibian van Rijckevorsel Brabant Water:
Ilse de Groot
Collectief Midden Brabant:
Lex Huijbers
Duinboeren:
Martien Vromans
Agendaleden ambtelijke werkgroep Brabants Landschap:
Martijn Fliervoet
Brabants Particulier Grondbezit:
Anne-Marie Majoie
Brabant Water:
Eric van de Lockant
Collectief Midden Brabant:
Ben Groenen
Regio Noordoost-Brabant:
Jules Goris
Provincie Noord-Brabant:
Gerrit Schouten
meegenomen in de communicatie.
Stijn van Rooij, Dirk van Bokhoven, Rik Simons en Lotte van Heesbeen
76
Bijlage III Wegingskader
Duurzame energie Geen invloed in het focusgebied
Kwaliteit leefomgeving Wel invloed: Mogelijke vernatting is door peilbeheer mitigeerbaar,
Geen invloed Mogelijk effect op cultuurhistorische waarde kanaal
Geen invloed in het focusgebied
Mogelijk effect?
Geen invloed
Geen invloed
Wel invloed: Mogelijk overlast in natte tijden door hogere grondwaterdruk. Door peilbeheer mitigeerbaar? Geen invloed in het plangebied, wel het gebied daar omheen zoals dinkwatervoorzienin g in gevaar
Wel invloed: Positief op lange termijn i.v.m. aanrijking met basisch water, op korte termijn negatief i.v.m. slechte/matige opp.waterkwaliteit. Meenemen in maatregelen-fase
Wel invloed: Inundaties kunnen bijdragen aan beeld landschapshistorie en identiteit landschap
Geen invloed
Wel invloed Mogelijk overstromingsgevaa r stedelijk gebied
Wel invloed: Mogelijk overstromingsgevaar nieuwbouwlocaties
Wel invloed: Aantrekkelijker landschap en mogelijke schade door peilopzet
Wel invloed: Door vernatting kansen voor energie
Wel invloed: Mogelijke overlast bij piekbuien. Mogelijk overlast door muggen (onderzoek)?
Wel invloed: Risico’s voor potentiële nieuwbouw locaties, overlast piekbuien
Belangrijk voor natuur, invloed op landbouw, gezonde leefomgeving en woningbouw, indirecte invloed op andere belangen
Wel invloed: Schoner water bij nieuwbouwlocaties
Heeft op alle belangen invloed, vooral belangrijk om later op maatregelenniveau mee te nemen
Natuur
Waterveiligheid
Landbouw
Recreatie
Waterkwaliteit
Cultuur
Wel invloed: Infiltratie vanuit verre herkomstgebieden en lokale infiltratie belangrijk voor kwelafhankelijke natuur
Minimale invloed: Minder ruimte voor waterberging bij grondwaterstromen op kleine schaal
Geen invloed Effecten van verandering waterkwaliteit voor de landbouw onbekend
Geen invloed in het focusgebied
Meenemen in maatregelen-fase
Geen invloed in het focusgebied
Wel invloed: Belangrijk voor kwelafhankelijke natuur
Wel invloed: Geen invloed Risico voor 100 m3/s (wel peilbeheer) voor HoWaBo in Drongenlens kanaal
Weinig invloed mogelijke overlast door vernatting routes en voorzieningen
Meenemen in maatregelen-fase
Verminderen Wel invloed: grondwateront- Belangrijk voor trekkingen kwelafhankelijke natuur
Geen invloed
Geen invloed in het plangebied, wel het gebied daar omheen. Hier is kans op verdrogingsschade.
Geen invloed
Toepassen inundaties
Wel invloed: Kwantiteit positief bij droogte en negatief bij te hoge overstromingsduur en hoge waterkolom, kwaliteit negatief
Wel invloed: Beschikbare berging verminderd voor T100-situatie
Wel invloed: Slechte waterkwaliteit voor de landbouw
Geen invloed
Wel invloed: meer en langer water in het gebied / een constanter grondwaterpeil, Risico’s wateroverlast (zoals bijenweide)
Wel invloed:
Knoppen Infiltratie herkomstgebieden
Verminderen kwelafvang
Optimalisatie hydrologisch herstel
Belangen
Aanpassen peilbeheer
Verbeteren kwaliteit gronden oppervlaktewater
Wel invloed: Verbetering leefgebied N2000-habitattypen en soorten van water. Verbetering water- en bodemkwaliteit in N2000 (eutrofiëring, verzuring, verontreiniging, KRW ecologische kwaliteit)
Mogelijke schade door wateroverlast
mogelijk waterbergingsverlies
Wel invloed: Beschikbare berging verminderd voor T100-situatie
Wel invloed: minder last van verdroging, risico op overlast natte periodes, mogelijk verandering in grondgebruik, sturen op behoud agrarische activiteiten Wel invloed: Mogelijke nieuwe investeringen, opbrengstenderving of aanpassen grondgebruik. positief: riooloverstorten dichten
Wel invloed: mogelijke overlast door vernatting routes en voorzieningen, ander grondgebruik kans op nieuwe mogelijkheden voor recreatie. Geen invloed n.v.t.
Geen invloed
Geen invloed
Effect op afwatering stedelijk gebied/ riool-overstorten Wel invloed: Schoner water
Woningbouw
Conclusies
Wel invloed: Mogelijke vernatting nieuwbouwlocatie s is door peilbeheer mitigeerbaar Wel invloed: Mogelijk overlast nieuwbouwlocaties in natte tijden. Door peilbeheer mitigeerbaar? Mogelijk invloed: Effecten WKO nieuwbouwlocaties onbekend
Belangrijk voor natuur, waar invloed op andere belangen zijn mitigerende maatregelen mogelijk in vorm peilbeheer. Landbouw rol in kwaliteit lokaal infiltratiewater Belangrijk voor natuur, invloed op andere belangen mitigerende maatregelen mogelijk via peilbeheer (aandachtspunt afvoercapaciteit Drongelens kanaal vanuit HoWaBo 1). Invloed diepe winningen op natuur, landbouw en stedelijk waterbeheer onduidelijk, nauwelijks invloed op andere belangen. Ondiepe winningen invloed op natuur, nauwelijks invloed op andere gebiedsbelangen. Noodmaatregel
77
Bijlage IV Belangenmatrix Gemeente Heusden
Gemeente Vught
Gemeente 'sHertogenbosch
Staatsbosbeheer Natuurmonumenten
Belangen Binnen focusgebied natuur (als voorwaarde voor woningbouw), watersysteem (voorkomen van wateroverlast in kom), recreatieve ontwikkeling en duurzamen energie, toekomstbestendige agrarische secor woningbouw (rond of binnen bestaande duurzaam toekomstperspectief landbouw (o.m. kernen), natuurcompensatie (o.a. bomen), pachtbeleid), natuur (als voorwaarde economische hoogwaterbescherming, duurzame ontwikkelingen en instandhouden/verbeteren energie weidevogelstand), behoud open landschap, water reservering en -berging Algemeen woningbouw (vooral inbreiding), waterafvoer in bebouwde kom, duurzame energie
stedelijke ontwikkeling, hoogwaterbescherming, natuurontwikkeling buiten NNB/N2000 (Groene Mal) restant taakstelling waterberging, natuur, recreatie (zonering, beheer en onderhoud) natuur (planologische borging van de natuur die is ontstaan agv eerder genomen maatregelen, afmaken NNB, duurzaam beheer van het aangrenzende gebied), recreatie (zonering), beheer weidevogelgebied
(bouwstenen) Howabo, recreatief uitloopgebied (MP), versterking natuur in zone rondom stad
natuur, recreatie natuur (planologische borging van de natuur die is ontstaan agv eerder genomen maatregelen, afmaken NNB, duurzaam beheer van het aangrenzende gebied), recreatie (zonering), beheer weidevogelgebied maar zeker ook het beheer in het gehele gebied tussen kanaal en N2000: geen natuurbestemming dus NM kan hier niets. Robuust watersysteem, (kwaliteit KRW en veligheid Howabo), afgestemd op grondgebruik (natuur, landbouw, bewoning)
Waterschap Aa en Maas
Robuust watersysteem, (kwaliteit KRW en veligheid Howabo), afgestemd op grondgebruik (natuur, landbouw, bewoning)
Waterschap De Dommel
Robuust watersysteem (peilverhoging Zuiderplas voor natuur in BB, waterberging), beekherstel Dommel
Robuust watersysteem (peilverhoging Zuiderplas voor natuur in BB, waterberging), beekherstel Dommel
Provincie NoordBrabant
Natuurdoelen (N2000, NNB, weidevogels), robuust watersysteem (KRW, HoWaBO, grondwaterbeheer), duurzaam perspectief landbouw Duurzaam toekomstperspectief landbouw
Natuurdoelen (N2000, NNB, weidevogels), robuust watersysteem (KRW, HoWaBO, grondwaterbeheer), duurzaam perspectief landbouw
ZLTO (BAJK)
Duurzaam toekomstperspectief landbouw
Pitches Zorg: waterbergingscapaciteit kern Vlijmen, extra risico riooloverstort Uitgangspunt: behoud van cultuurlandschap met behoud agrarisch gebruik Uitgangspunt: Robuust makan van de N2000, niet het nog gevoeliger maken van de natuur Gebied De Gement: agrarische landschap (goede agrarische gronden), behouden van boeren Schuurpunt: verhoging peil voor het behoud van agrarische functie Schuurpunt: inzetten op vergroenen aan de randen Versterken beleving van cultuur (kan schuurpunt zijn) Schuurpunt: zoekgebied zon en wind Recreatie nevenfunctie: Gement extensieve recreatie Hoofdopgave: duurzame verstedelijking, minder stikstofuitstoot zodat verstedelijking van het slot kan. Relatie stad/land Waterberging N2000 opgaves: systeemherstel, herstel kwelstroom, verlagen stikstofdeposities. Overgang naar agrarisch gebied Toenadering natuur en landbouwontwikkeling, gebaseerd op kennis, basis voor goede toekomst. Verschillende typen water belangrijk voor natuurkwaliteit.
Waterschap voor alle belanghebbende (stedelijk, agrarisch): balans hierin. Robuust veerkrachting stuurbaar watersysteem. Grondwaterconvernant, KRW Howabo: 2 bouwstenen in het gebied Exoten aanpakken Beperkt gebied Water en bodem sturend, watersysteem centraal Water vasthouden op hogere delen en geen onttrekkingen, tegengaan drainerende werking agrarische functies
Zie landbouwvisie
78
Bijlage V Maatregelen Natuurdoelanalyse (NDA) Beheers- en monitoringsmaatregelen zijn niet op kaart opgenomen. Deze kaart is samengesteld op basis van de maatregelen in het NDA rapport van februari 2023. Nieuwe inzichten vanuit bouwstenen zoals de EHSA zijn hierin niet meegenomen.
79
Bijlage VI Conclusies maatregelenpakketten EHSA in beeld Effecten zijn berekend zonder mitigatie maatregel of bodemkundige inzichten
Verandering GLG maatregelpakket 1 (links) en maatregelpakket 2 (rechts)
Verandering kwelflux winter maatregelpakket 1 (links) en maatregelpakket 2 (rechts) 80
Verandering doelgat GLG maatregelpakket 1 (links) en maatregelpakket 2 (rechts)
Mogelijke effecten voor de landbouw maatregelpakket 1 (links) en maatregelpakket 2 (rechts)
81
Mogelijke effecten voor stedelijk gebied; omgeving Vlijmen maatregelpakket 1 (linksboven) en maatregelpakket 2 (rechtsboven) omgeving Vught/’sHertogenbosch maatregelpakket 1 (linksonder) en maatregelpakket 2 (rechtsonder)
82
Gemeente Vught:
Bijlage VII Overzicht pachtcontracten Gemeente Heusden: -
-
Reguliere pacht: komen geen nieuwe bij. Minimaal 12 jaar voor
-
Reguliere pacht en geliberaliseerde pacht.
-
2 typen pachtpakketten:
-
Pachtpakket ‘Pacht algemeen’: Minimale 1 jaar. Maximaal 6 ha per
hoeves en 6 jaar voor andere gevallen. Continuatierecht voor beide
inschrijver. Voor het grondgebruik geldt dat intensieve teelten en
verlening van 6 jaar. Vrijkomende regulier verpachte gronden
glyfosaathoudende niet zijn toegestaan. Optioneel zijn inrichting van
worden geliberaliseerd verpacht of verkocht (Nota Grondbeleid
6 meter akkerranden met bloemen- of kruidenrijk mengsel, het op
2021-2025). Hiervoor geldt het voorkeursrecht voor de pachter om
het veld achter laten van gewasresten en wortels, deelname aan de
de grond te kopen.
weidevogelbescherming.
Geliberaliseerde pacht: contracten voor 4 jaar, met mogelijkheid tot
-
Pachtpakket ‘Pacht pilot duurzaam bodembeheer’: voorrang door
tussentijds opzeggen als de gemeente de grond nodig heeft voor
pachtvoorwaarde ‘akkerrandbeheer’ en voor bedrijven met goed
andere
of
toekomstperspectief en/of bedrijfsopvolging. Voorwaarden voor
waterberging). Gunning op basis van geboden prijs met daar
2025 en daarna zijn vastgesteld, zoals het toevoegen van een
bovenop fictieve bieding d.m.v. duurzaamheidscertificaten en een
afstandscriterium. Voor het grondgebruik gelden de voorwaarden als
weegfactor ‘afstandscriterium’. Grondgebruik: geen intensieve
in ‘Pacht algemeen’ met o.a. als aanvulling dat grasland niet mag
teelten, stimuleren biologische landbouw (d.m.v. SKAL), minimaal 3
worden getransformeerd tot bouwland, verplichte deelname aan de
meter akkerrand met kruidenrijk grasmengsel of gewascode voor
weidevogelbescherming, het opstellen van een beheerplan door de
bufferzones. Voor het gedeelte Baardwijkse Overlaat gelden
pachter met daarin een de manier waarop de grond wordt bewerkt,
duurzaamheidsmaatregelen
het type gewas en een meerjarenplanning.
doeleinden
(bijvoorbeeld
zoals
natuurontwikkeling
het
niet
toestaan
van
glyfosaathoudende middelen, niet toestaan van het omvormen van grasland en deelname aan de weidevogelbescherming. -
Overige
pachtvormen
(geen
overeenkomst,
overige
pacht,
paardenweide e.d.)
83
Provincie Noord-Brabant -
Geliberaliseerde pacht (1 kavel in focusgebied): maximale pachtduur
(Nog) geen informatie of geen pachtgronden in het focusgebied:
1 jaar. Gunning op basis van geboden pachtprijs en punten
-
Waterschap Aa en Maas.
duurzaamheidsscore. OI Pacht: Geen gebruik van kunstmest en
-
Natuurmonumenten.
chemische bestrijdingsmiddelen. Intensieve teelten niet toegestaan,
-
Gemeente ’s-Hertogenbosch.
(weide)vogelnesten mogen niet worden beschadigd. Maximaal 2 GVE per hectare. -
Aanvulling OI Natuurpacht: de gronden zijn ingericht volgens het natuurdoeltype en anders is enkel toegestaan grasland, (gras)klaver, luzerne en/of het enten van bloemen en kruiden. Bemesten met kunst- of dierlijke mest is niet toegestaan.
-
Aanvulling OI Natuurpacht Plus: enkel toegestaan is grasland, (gras)klaver, luzerne en/of het enten van bloemen en kruiden. Bouwland moet worden omgevormd naar grasland.
-
Aanvulling OI Duurzame pacht: Het pachtobject ligt of binnen 1000 meter van een voor stikstof gevoelig NNB en/of binnen 250 meter van een KRW-lichaam.
84
Bijlage VIII Beschikbare instrumenten voor communicatie + participatie Participatie in gebieden. Werkdocument, april 2024 Voor Gebiedsgerichte Aanpak is de visie voor het gebied in concept bijna gereed. De samenwerkingspartners geven hun input op het concept en die opmerkingen verwerken we vervolgens in een nieuwe versie? En dan? Hoe betrekken we de achterbannen van deze partners? We maken de visie ook voor inwoners van gemeenten ‘s-Hertogenbosch, Vught en Heusden. Hoe kunnen we hen bij deze visie betrekken? Hiervoor zijn enkele richtlijnen opgesteld, opgedeeld in het algemeen en bepaalde fasen. Zie hieronder. Algemeen: Aanpak in de praktijk ❑ De communicatie start voordat er een (concept)visie is vastgesteld. ❑ Mensen kunnen op een website alle informatie over het gebied(sproces) vinden. ❑ We houden mensen met een nieuwsbrief actief op de hoogte van ontwikkelingen. Iedereen kan zich te allen tijde voor deze nieuwsbrief aanmelden en we nodigen mensen hiertoe ook consequent via alle kanalen en middelen uit. ❑ We verspreiden nieuwsberichten ook via kanalen van lokale organisaties en media, zodat ook mensen buiten onze ‘bubbel’ informatie kunnen vinden. ❑ We bieden consequent in al onze uitingen een contactmogelijkheid. ❑ Alle aangeleverde input wordt als bouwsteen meegenomen in de (concept) gebiedsvisie of een (deel)planuitwerking.
Er is altijd terugkoppeling naar de indieners wat er met de input gebeurt. ❑ We zorgen voor heldere verslaglegging over ingebrachte input en hoe dit gebruikt wordt. Verslagen van openbare activiteiten maken we openbaar via de website en nieuwsbrief. Inbrengers van input
hebben de mogelijkheid om voor vaststelling te reageren op de verslaglegging. ❑ Specifiek voor jongeren ontwikkelen we een eigen en waar mogelijk geïntegreerde participatieaanpak. Participatie: duidelijkheid vooraf We zorgen vooraf in ieder geval voor helderheid over: ❑ Wie mee kunnen praten, hoe en wanneer, waarover (opgaven/kaders/gebiedsgrenzen waarover wel of niet meegepraat kan worden, wat er met de inbreng gebeurt en hoever de invloed reikt; ❑ Hoe en wanneer mensen terugkoppeling kunnen verwachten; ❑ Hoe er met persoonsgegevens wordt omgegaan; ❑ Hoe het vervolgproces er uit ziet; ❑ Bij wie mensen terecht kunnen in geval van vragen over het participatieproces; ❑ Hoe de besluitvorming over de binnen de gebiedsgerichte aanpak gemaakte plannen verloopt. We communiceren altijd onze contactmogelijkheden (minimaal een emailadres en mogelijkheid om aan te melden voor nieuwsbrief om op de hoogte gehouden te worden. Aanpak ‘opplussen’ Optioneel kan de communicatie aangevuld worden met bijvoorbeeld: ❑ Samenwerking lokale organisaties. ❑ Idealiter heeft de contactmogelijkheid een gezicht. Zodat mensen weten met wie ze contact hebben en met wat voor vragen mensen hier terecht kunnen. 85
Taken en verantwoordelijkheden Wie is verantwoordelijk voor: ❑ Beheer van de contactmogelijkheid ❑ Meenemen van aangeleverde input in visie/planuitwerking, ❑ Terugkoppeling en verslaglegging ❑ ... Fase: ontwikkelen concept visie: Inzet gericht op: ❑ Stakeholdergroepen informeren over gebiedsproces, zodat de kennisvoorsprong van de betrokken gebiedspartners niet te groot wordt.; ❑ Deur openzetten voor direct belanghebbenden en (lokale) belangenorganisaties om in gesprek te gaan en om input te leveren. We hoeven hen in deze fase niet actief te bevragen over de visie, maar nodigen hen wel actief uit om input te geven. Ingebrachte input en initiatieven (bijv. een manifest of plan van een groep mensen) omarmen we als bouwsteen voor de (concept) visie. ❑ Opbouwen van een netwerk, dat we in een latere fase actief kunnen betrekken. Aanpak in de praktijk ❑ De achterban van onze partners (gemeenteraden, algemeen bestuur waterschap, leden belangenorganisaties) informeren we met een informatiebrief en/of een presentatie/toelichting bij een door de partners georganiseerde informatiebijeenkomst. Een informatiebrief is vaak een goed startpunt voor de communicatie in de fase rondom het ontwikkelen van de concept visie. NB: Partners zijn zelf verantwoordelijk voor het informeren (en betrekken) van hun achterban.
Vanuit het gebiedsproces zorgen we voor gezamenlijke afstemming van de communicatiemomenten en –boodschap. Zo gaat een informatiebrief zoveel mogelijk tegelijk naar de raden van de
verschillende betrokken gemeenten en houden we op verzoek een presentatie bij bijvoorbeeld de gemeenteraden of de lokale afdeling van ZLTO. ❑ Lokale belangenorganisaties mailen we met een toelichting over het gebiedsproces en uitnodiging voor het inbrengen van input en/of een gesprek. Op verzoek geven we een toelichting/presentatie in een door een belangenorganisatie georganiseerde bijeenkomst. Ook hierbij nodigen we uit om input te leveren. ❑ Veel direct belanghebbenden zijn al op een of andere manier in contact met één of meerdere mensen van de partnerorganisaties. Via deze contacten (bijeenkomsten lokale belangenorganisaties, ondersteuningsnetwerk, zaakbegeleider, omgevingsmanager etc.) brengen we informatie bij de direct belanghebbenden en nodigen we uit om input te leveren. Waar dit niet toereikend is (bijv. omdat timing van belang is of omdat mensen geen contacten hebben), informeren we met een brief of mail. ❑ Geïnteresseerden bereiken we via de kanalen genoemd onder ‘algemeen'. Aanpak ‘opplussen’ Optioneel kan de communicatie aangevuld worden met bijvoorbeeld: ❑ Een vanuit het gebiedsproces georganiseerde offline of online bijeenkomst (om mensen snel en relatief eenvoudig bij te praten) ❑ Een veldbezoek (bij veel interesse of om het gebiedsproces onder de aandacht te brengen en/of het netwerk te vergroten).
❑ Aansluiting bij activiteiten die al in het gebied georganiseerd worden (bijvoorbeeld een wandeling met de boswachter, natuurwerkdag of een talkshow in een lokaal theater). Taken en verantwoordelijkheden Wie is verantwoordelijk voor: 86
❑ Informeren en betrekken van de achterban, ❑ Presentaties ❑ ... Fase: van concept naar visie Inzet gericht op: ❑ Aanvullend op de vorige fase hebben de stakeholdergroepen in deze fase de mogelijkheid om iets van de concept visie te vinden. We bieden actief gelegenheid voor participatie en bevragen stakeholders dus actief. Dit gaat verder dan de open uitnodiging in de voorgaande fase. Geleverde input wordt meegenomen en afgewogen in de besluitvorming of vaststelling van de visie. Aanpak in de praktijk ❑ Wanneer een concept visie bestuurlijk wordt vastgesteld, grijpen we dit moment aan om de stakeholders actief te informeren over de concept visie en het proces (inclusief participatie) om tot een definitieve visie te komen. We gebruiken hierbij een populaire (goed leesbare) versie/samenvatting. ❑ We zetten minimaal 1 participatie-instrument in, waarbij alle stakeholders de gelegenheid hebben om deel te nemen. ❑ We verzekeren ons ervan dat we alle direct belanghebbenden en lokale belangenorganisaties uitnodigen voor participatie, bijvoorbeeld met een persoonlijke uitnodiging per post of mail. ❑ Geïnteresseerden nodigen we uit via de kanalen genoemd onder ‘algemeen'. ❑ Wanneer gelijktijdig gewerkt wordt aan de gebiedsvisie en een deelgebieduitwerking, trekken we de communicatie en participatie gelijk, zodat deze eenduidig en helder is.
Taken en verantwoordelijkheid Wie is verantwoordelijk voor: ❑ Realiseren van een populaire versie/samenvatting
❑ ... Fase: uitwerking in deelgebied Inzet gericht op: ❑ Belanghebbenden worden betrokken in een voor hen veilige setting (1 op 1 gesprekken, kleine groepsbijeenkomsten, online o.i.d.). Zij hebben de mogelijkheid om te participeren op het niveau van coproduceren van oplossingsrichtingen. ❑ Lokale belangenorganisaties en geïnteresseerden hebben de mogelijkheid om te participeren op het niveau van adviseren/raadplegen. ❑ Mensen participeren ‘van breed naar smal’. Oftewel; mensen kunnen aan het begin van het proces meepraten en -denken op basis van globale kaders of opgaven. Naarmate het proces vordert wordt steeds verder ingekaderd naar concrete plannen of maatregelen. Aanpak in de praktijk ❑ Bij de start van een deelgebiedproces informeren we alle belanghebbenden, lokale belangenorganisaties en geïnteresseerden die zich aangemeld hebben om op de hoogte te blijven. We informeren daarnaast breder met een nieuwsbericht dat we via onze eigen kanalen, die van partners en lokale media onder de aandacht brengen. ❑ We verzekeren ons ervan dat we alle direct belanghebbenden en lokale belangenorganisaties uitnodigen voor participatie, bijvoorbeeld met een persoonlijke uitnodiging per post of mail. ❑ We werken met meerdere participatiemogelijkheden die verschillen in intensiteit.
Mensen kunnen hierbij kiezen of ze meer intensief willen deelnemen (met bijvoorbeeld gesprekstafels, dialoogbijeenkomsten o.i.d.) of meer laagdrempelig (met bijvoorbeeld online polls, enquête, vragen op een plek waar mensen al zijn, zoals een bijeenkomst van bijv. ZLTO, in het dorp of juist in het natuurgebied).
87
❑ Voor direct belanghebbenden is er een vast aanspreekpunt beschikbaar, bijvoorbeeld een omgevingsmanager. Ze hebben ook de mogelijkheid om naar keuze een openbare dan wel niet-openbare reactie te geven.
-
We zorgen met regelmaat voor informatie en terugkoppeling naar de partners en achterban en via de nieuwsbrief en nieuwsberichten.
-
Aanpak ‘opplussen’ Optioneel kan de communicatie aangevuld worden met bijvoorbeeld: ❑ Veldbezoeken ❑ Offline of online informatiebijeenkomst ❑ Video
-
tekst leest. We kunnen dan verwijzen naar de website waar we een publieksvriendelijke samenvatting/infographic op kunnen plaatsen van de conceptvisie. Inhaken op activiteiten van partners die de gebiedsgerichte aanpak raken en we uitleg kunnen geven ((bijvoorbeeld een wandeling met de boswachter, natuurwerkdag, scouting etc.) Met info op weekmarkten staan of een braderie (inventariseren via gemeenten) met de infographic als praatplaat. Posters met QR codes ophangen op algemene plaatsen (supermarkten, sporthallen etc.) met info naar website.
Taken en verantwoordelijkheid Wie is verantwoordelijk voor: ❑ Vast aanspreekpunt voor direct belanghebbenden ❑ ... Gebiedsgerichte aanpak Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek We zitten met deze gebiedsgerichte aanpak in de conceptvisie fase. Samenwerkingspartners kunnen aangeven hoe ze het liefst hun achterban willen meenemen; via een informatiebrief, een presentatie in een bijeenkomst, een webinar, een excursie… We wachten op input. Hoe gaan verder de inwoners meenemen? Het advies is om: - Inloopbijeenkomst te organiseren (evt. in combi met wandeling waarbij we uitleg kunnen geven door bv een ecoloog of hydroloog). Doel is ook om e-mailadressen te vergaren voor onze toekomstige nieuwsbrief! - Info delen via middelen parters (nieuwsbrief, website, social media, free publicity etc.), evt. via een kort filmpje vanuit de pool provincie (lage kosten). Men kijkt vaak toch eerder beeld dat dat hij/zij een 88
Bijlage VIII Kaartenboek Het Kaartenboek d.d. augustus 2023 is een aparte bijlage bij dit Koersdocument en omwille van de omvang hier niet opgenomen.
89
Bronnen Gemeente Heusden (2024) GIS Data (Grondpositie). Gemeente Heusden. Gemeente Vught (2024) GIS Data (Pachtkaart 2024). Gemeente Vught Gemeente Heusden (2024) Uitvoeringsregeling uitgifte geliberaliseerde pacht 2024. (https://ap.lc/aNEiB) Gemeente Heusden (2021) Samen Meer Mogelijk Maken - Nota grondbeleid 2021 – 2025 gemeente Heusden. (https://ap.lc/YtQat) Gemeente Vught (2023) Bijzondere voorwaarden pachtpakket Pacht Pilot duurzaam bodembeheer 2023, Gemeente Vught. Gemeente Vught (2023) Bijzondere voorwaarden pachtpakket Pacht Algemeen 2023, Gemeente Vught. Gemeente Vught (2023) Inschrijfvoorwaarden verpachting, versie 2023, Gemeente Vught. Provincie Noord-Brabant (2024) Algemene pachtvoorwaarden 2024, Provincie Noord-Brabant. Provincie Noord-Brabant (2024) Bijzondere- en OI pacht / OI Natuurpacht / OI Natuurpacht Plus /OI Duurzame pacht voorwaarden 2024, Provincie Noord-Brabant (https://ap.lc/RizCB) Pachtbank (2023) Inschrijfvoorwaarden openbare verpachting 2024, Provincie Noord-Brabant. (https://ap.lc/ZZZUP) Provincie Noord-Brabant (2024) Kadastergegevens uitsnede 1 km rondom focusgebied.
Nationaal Georegister (2021) LNG 2021, Landelijk Grondgebruik Nederland, Provincie Noord-Brabant Staatsbosbeheer & Natuurmonumenten (2017) Beleef de bloemenpracht en historie, Visie op natuurbeleving en maatregelenplan voor Vughtse Gement, Moerputten en Vlijmens Ven. Waterschap Aa en Maas (z.d.) HoWaBo (Hoogwater Aanpak Brabant Oost), van https://www.aaenmaas.nl/in-jouw-buurt/projectenkaart/howabohoogwater-aanpak-brabant-oost/ Waterschap Aa en Maas (2023) Werkboek Hoogwateraanpak Brabant-Oost Oplossingsrichtingen. (https://ap.lc/DtyYP) Provincie Noord-Brabant (z.d.) Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS)., van https://www.brabant.nl/onderwerpen/aanpak-stikstof/brabantseontwikkelaanpak-stikstof Duurzame Polder (z.d.) https://www.duurzamepolder.nl/