5. Raadsinformatiebrief Uitvoeringsprogramma VTH 2023 en jaarverslag VTH 2022
Tekst van het document
In deze fase zijn er nog te veel onzekerheden om hiervoor al uren te reserveren in het werkprogramma. In de Routekaart 2024 is ook een nieuwe cruciale datum verschenen en wel 1 april 2023. Dit is de datum waarop de provincie verwacht dat veehouders uiterlijk aangeven of ze stoppen of doorgaan. Vóór deze datum moet dan ook een aanvraag zijn ingediend. Als veehouders dit doen zijn ze er van verzekerd dat beoordeling op basis van het vigerende regime gebeurt. Daarnaast vallen zij dan onder een flexibeler handhavingsregime wanneer ze op 1 januari 2024 niet voldoen omdat er nog geen vergunning is of de aanpassingen nog niet gereed zijn. ➜ Beëindiging veehouderij met als gevolg wijziging van activiteiten In Brabant en landelijk wordt ingezet op de gebiedsaanpak, inclusief mogelijke onteigeningen (zie Kamerbrief Minister vrijdag 1/4/22). Verder is er een nieuwe landelijke beëindigingsregeling in voorbereiding i.v.m. de stikstofproblematiek (LBV en MGA2). ➜ RAV codering stalsystemen Inmiddels zijn er diverse uitspraken gedaan over de houdbaarheid van individuele stalsystemen. Daarnaast lijkt ook de gehele systematiek rondom de RAV ter discussie te staan (studie Wageningen University & Research). Deze ontwikkelingen brengen grote onzekerheden met zich mee rondom vergunningverlening. Op het moment van schrijven van dit werkprogramma valt niet te zeggen welke kant het opgaat.
➜ De uitwerking in de praktijk Onzekerheid over de werking van bestaande stalsystemen leidt tot uitstelgedrag bij ondernemers.
Versie 5.2, december 2022
17
18
2.2.3 Afhandeling van meldingen en vergunningen Voor de afhandeling van meldingen die betrekking hebben op veehouderijen en voor aanmeldnotities m.e.r. wordt de systematiek gehanteerd die opgesteld is naar aanleiding van de maatregelen en aanbevelingen vanuit de Taskforce VTH en transitie veehouderij. Verder zijn in 2022 de eerste vingeroefeningen gedaan met het risicogericht afhandelen van meldingen die betrekking hebben op de overige bedrijven. Daarbij is nog niet de uitgebreide werkwijze zoals beschreven in het ROK gevolgd. Omdat de Omgevingswet per milieubelastende activiteit (mba) aangeeft welke informatie aangeleverd moet worden, moet er eerst gekeken worden op welke wijze dit past binnen het ROK-VV voordat meldingen conform het ROK-VV behandeld kunnen worden. De wetgever heeft door het toepassen van deze systematiek immers al een eerste risicoprioritering gemaakt. Daarom wordt in 2023 eerst ervaring opgedaan met de Omgevingswet zodat het ROK-VV of het nieuwe integrale VTH-beleid daarna geïmplementeerd kan worden. Vergunningen en OBM’s worden afgehandeld conform de werkwijze die de afgelopen jaren gehanteerd is. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt het instrument OBM. Echter OBM’s ingediend voor in de inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten afgehandeld worden volgens het geldende recht op moment van indienen.
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
19
2.2.4 Actualiteit en het intrekken van de vergunning 2.2.4.1 Actualiseren van vergunningen Naast de reguliere actualisatie van vergunningen als gevolg van het toetsen op actualiteit van vergunningsvoorschriften bij toezicht en het behandelen van veranderingsvergunningen, vindt in het kader van het planmatige spoor actualisatie plaats. In 2023 betreft dit actualisatie van vergunningen op PGS-richtlijnen en potentieel zeer zorgwekkende stoffen (ZZS, zie paragraaf 2.2.5.1).
PGS-richtlijnen Door de komst van de Omgevingswet wordt ook pseudo wetgeving zoals de PGS richtlijnen vernieuwd. Op basis van risicoprioritering zal worden beoordeeld in hoeverre direct een actualisatie nodig is, dan wel dat het in een vergunningprocedure op termijn kan worden meegenomen. Dit proces wordt in 2023 gestart en zal een doorloop hebben naar 2024. Vergunningen van bedrijven met de meest risicovolle activiteiten worden daarbij als eerste beoordeeld. 2.2.4.2 Intrekken van vergunningen Vergunningen (incl. OBM’s) van bedrijven die gestopt zijn met hun activiteiten worden waar mogelijk actief ingetrokken. Voor vergunningen (incl. OBM’s) van agrarische activiteiten wordt daarbij de werkwijze gevolgd die ontwikkeld is naar aanleiding van de maatregelen en aanbevelingen vanuit de Taskforce VTH en transitie veehouderij.
Versie 5.2, december 2022
20
2.2.5 Regionale prioriteiten voor de uitvoering In het ROK-VV worden diverse regionale prioriteiten benoemd. De regionale prioriteiten voorschriften IPPC Veehouderijen en Intrekken vergunningen veehouderijen zijn uitgevoerd en geborgd middels de 8 maatregelen van de taskforce. Onderstaand worden de overige regionale prioriteiten toegelicht. 2.2.5.1 Potentieel zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) De laatste jaren is de aanwezigheid van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) een urgent thema. De aanwezigheid van ZZS speelt breed: in lucht, water en bodem. Deze stoffen zijn geclassificeerd als de gevaarlijkste stoffen voor mens en milieu en het is het streven om deze stoffen uit de leefomgeving te weren. Op basis van de ervaringen van een provinciebreed project bij provinciale bedrijven is in 2022 een selectie van een aantal gemeentelijke bedrijven gemaakt waarbij een inventarisatie naar ZZS is uitgevoerd. Daarbij is beoordeeld of dat er sprake is van een emissie van ZZS en of er voldaan wordt aan de uitgangspunten van het Activiteitenbesluit voor ZZS (emissiegrenswaarden voor MVP1 en/of MVP2). Indien nodig, zijn aanvullend maatwerkvoorschriften opgelegd dan wel vergunningen geactualiseerd. In 2023 wordt een nieuwe selectie van bedrijven gemaakt, in een andere branche waarbij ZZS relevant kan zijn. Bij de geselecteerde bedrijven wordt een inventarisatie naar ZZS uitgevoerd.
Voor vergunningverlening kan het zijn dat er sprake is van een toename aan uren als er vergunningen geactualiseerd moeten worden of maatwerkvoorschriften moeten worden opgelegd.
21
2.2.5.2 Energiebesparing bedrijven Het thema energiebesparing is voortdurend in ontwikkeling. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de ‘aangescherpte energiebesparingsplicht’ van kracht. Deze gaat in dat geval rechtstreeks doorwerken naar vergunningen en dat maakt energievoorschriften in de vergunning dan overbodig. 2.2.5.3 Veehouderij en volksgezondheid Voor vergunningaanvragen die betrekking hebben op de mba Veehouderij wordt in een aantal gevallen een advies opgevraagd bij de GGD. Het wel of niet opvragen van een advies is afhankelijk van het risico voor de omgeving van het aangevraagde initiatief. Het GGD-advies wordt meegenomen in de beoordeling van de aanvraag. Verder worden aanvragen getoetst aan het in Brabant ontwikkelde Endotoxinetoetsingskader. Dit toetsingskader is opgesteld door het Ondersteuningsteam veehouderij en volksgezondheid. Daarnaast is een goede afstemming tussen milieu, ruimtelijke ordening en natuur nodig. Voor deze integrale afweging is (voor)overleg tussen veehouder, omwonenden en/of bevoegd gezag van belang. Dit vooroverleg wordt onder de Omgevingswet ingevuld middels het omgevingsoverleg (de omgevingstafel). De invulling van dit omgevingsoverleg wordt in overleg met de gemeenten in 2023 nader uitgewerkt. 2.2.5.4 Risicorelevante bedrijven Risicorelevante bedrijven blijven de komende jaren bezocht worden in het kader van toezicht.
Door wijzigingen in onder meer de PGS richtlijnen zal de ODBN op basis van toezichtsignalen de vergunningen actualiseren.
2.2.6 Rolopvatting In het ROK-VV is opgenomen dat bij complexe en/of meervoudige cases participatie aan de omgevingstafel plaats vindt en het casemanagement bij het bevoegd gezag ligt (rolbeschrijvingen vastgelegd bij Vereniging Nederlandse Gemeenten). In enkelvoudige cases (alleen milieu) ligt het casemanagement bij de ODBN. Concrete afspraken hierover moeten nog gemaakt worden. Pas nadat deze afspraken gemaakt zijn kan implementatie plaats vinden.
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
Versie 5.2, december 2022
22
23
2.3 Meldingen basistaken bodem en mobiel breken Het beoordelen van verschillende typen meldingen en informatieplichten die betrekking hebben op de bodem en mobiel breken. Er wordt onderscheid gemaakt in reeds bestaande taken en nieuwe taken onder de Omgevingswet.
Bestaande taken: ➜ Het beoordelen van meldingen bodemkwaliteit (opslaan, zeven, ontwateren en samenvoegen van grond of baggerspecie/ toepassen van grond of baggerspecie/ toepassen van bouwstoffen), risicogericht met behulp van een quick-scan. ➜ Het beoordelen van meldingen mobiel breken volgens een risicogerichte werkwijze.
Nieuwe taken onder Omgevingswet: ➜ Het beoordelen van meldingen graafactiviteiten in schone grond. ➜ Het beoordelen van meldingen graafactiviteiten in verontreinigde grond kleiner en groter dan 25 m³ (er is bij deze werkzaamheden geen sprake van daadwerkelijke sanering). ➜ Het beoordelen van meldingen in het kader van het uitvoeren van bodemsaneringen. ➜ Het beoordelen van meldingen gesloten bodemenergiesystemen (deze taak werd voorheen uitgevoerd onder de overige verzoektaken maar is onder de Omgevingswet een basistaak geworden). In januari 2023 wordt een start gemaakt met de ontwikkeling van een risicogerichte werkwijze per taak die moet leiden tot een efficiënte taakuitvoering en bovenstaande werkwijzen vervangt. De werkwijzen en de omschrijving worden vervolgens vastgelegd in de notitie Basistaken bodem
Omgevingswet en mobiel breken, welke de huidige notitie Overdracht reguliere taken Besluit bodemkwaliteit vervangt. De nieuwe notitie zal na gereed komen aan de deelnemers worden voorgelegd.
2.4 Toetsen asbestinventarisatierapporten Het toetsen van asbestinventarisatierapporten. Daarbij wordt een risicogericht werkwijze gevolgd die nader is uitgewerkt in de geactualiseerde notitie “De aanpak van de ODBN op het gebied van Asbest” (concept van 17 november 2020). Deze notitie moet nog worden aangepast op de Omgevingswet en de wijzigingen in de asbest wet- en regelgeving. Grote wijzigingen voor het toetsen van asbestinventarisatierapporten worden echter niet verwacht. De notitie zal op een later tijdstip met de gemeenten worden gedeeld. Sinds enkele jaren wordt het toetsen van asbestinventarisatierapporten dus risico gestuurd uitgevoerd. Uit een analyse uitgevoerd in 2021 is gebleken dat er meer aandacht besteed is aan de projecten/asbestinventarisatierapporten die het meest risicovol waren en er is minder tijd besteed is aan de minst risicovolle. Deze manier van werken wordt daarom voortgezet in 2023. De verzoektaak 'toetsen/ beoordelen van een sloopmelding voor particulier asbestverwijdering (sloop van minder dan 35 m2 asbest)’ is bij dit onderdeel opgenomen omdat de omvang hiervan te gering is om dit apart op te nemen.
2.5 Budgetten In bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor vergunningverlening opgenomen.
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
Versie 5.2, december 2022
24
3 Toezicht en handhaving
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
25
Versie 5.2, december 2022
26
3 Toezicht en handhaving
3.2 Doelstellingen en indicatoren
27
Doelstelling
3.1 Regionaal operationeel kader (ROK) Het ROK-TH stelt de ODBN beter in staat op een effectieve, efficiënte en innovatieve manier uitvoering te geven aan toezicht en handhaving met als resultaat een bijdrage aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving. In 2017 is gestart met de implementatie van het ROK-TH. In 2023 wordt in de uitvoering van toezicht en handhaving vastgehouden aan de uitgangspunten van het ROK-TH. Er is echter ook een nieuwe beperkte omgevingsanalyse uitgevoerd om de actualiteit van de regionale prioriteiten te toetsen en te actualiseren. Ook de op basis van het ROK-TH opgestelde meerjaren brancheplanning is met deze beperkte omgevingsanalyse getoetst en losgelaten. Bij de verdere implementatie van het ROK-TH ligt de focus op het verder eigen maken en verfijnen van de methodiek van informatiegestuurd toezicht, het beter verwerken van omgevingsfactoren en naleefgedrag bij het bepalen van de inzet van capaciteit en tot slot het inzetten van alternatieve instrumenten bovenop of in plaats van inspecties. Van het budget voor geprogrammeerd toezicht wordt elk jaar 7% gereserveerd voor voorbereiding, monitoring en rapportage. Het opnieuw beoordelen van de ROK7-budgeturen wordt meegenomen in de evaluatie ROK-TH.
Artikel 13.5 lid 2 van het Omgevingsbesluit stelt dat de bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst zorgen voor een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid. Daarin moet gemotiveerd worden aangegeven welke doelen de omgevingsdienst moet behalen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten daartoe door de omgevingsdienst uitgevoerd worden. Middels het Regionaal operationeel beleidskader Toezicht en Handhaving (ROK-TH) wordt voor toezicht invulling gegeven aan dit artikel. Echter in het ROK-TH zijn geen regionale doelen opgenomen. In het nog op te stellen integrale VTH-beleid (zie paragraaf 1.3 Uitgangspunten, beleidskaders) stellen de deelnemers de wettelijke regionale beleidsdoelen vast.
Indicatoren Pas nadat er regionale doelen geformuleerd zijn, kunnen indicatoren benoemd worden die gemonitord kunnen worden.
Rapportage Op basis van artikel 13.11 lid 1 van het Omgevingsbesluit moet (minimaal) jaarlijks gerapporteerd worden over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de regionale doelen.
3.3 Financieel kader geprogrammeerd toezicht (in uren) Uitvoering van regulier toezicht op bedrijfsgebonden milieubelastende activiteiten vindt in 2023 plaats binnen de budgeturen die volgens het LPF noodzakelijk zijn aangevuld met: ➜ Uren voor de uitvoering van het toezicht bij bedrijven die onder de Omgevingswet van bevoegd gezag wisselen (van provincie naar gemeente): voor 2023 is de helft van de uren opgenomen (vanwege uitstel Omgevingswet) die de provincie in 2022 voor deze bedrijven gebudgetteerd had. ➜ Uren voor de ex-VVGB-bedrijven: in 2023 is het budget gelijk aan het in 2022 gereserveerde budget voor geprogrammeerd toezicht en handhaving. ➜ Energiebod (zie paragraaf 3.4.4.2, thematisch toezicht) Deze uitgangspunten worden gehanteerd voor basis- en verzoektaakbedrijven. De volgens het LPF noodzakelijke budgeturen worden bepaald op basis van de kentallen en controlefrequenties van het LPF en de in het LPF opgenomen uitgangspunten voor herinspecties (m.u.v. van het kental, dat van 4 naar 5 uur is gegaan). De berekening heeft plaatsgevonden op basis van het huidige inrichtingenbestand van de ODBN.
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
Versie 5.2, december 2022
28
3.4 Geprogrammeerd toezicht en handhaving
29
In dit onderdeel worden de toezichttaken beschreven. Onder toezicht worden hier alle handelingen verstaan tot en met bestuursrechtelijke handhaving. Het effectueren van de opgelegde sanctie maakt geen onderdeel uit van toezicht. Binnen het ROK-TH zijn activiteiten op basis van een risicoanalyse onderverdeeld in drie risicoklassen. Hoog risico, gemiddeld risico en laag risico. De afgelopen jaren werd tijdens de informatieanalyses binnen de brancheaanpak zichtbaar dat veel milieurelevante activiteiten niet bij één branche of één risicoklasse van het ROK-TH ingedeeld kunnen worden. Door actiever in te spelen op thema’s, los van een branche kan het toezicht daar uitgevoerd worden waar het van de grootste waarde is. Daarom is gekozen om naast branchetoezicht ook thematisch toezicht uit te voeren en is bij de selectie van branches niet vast gehouden aan de in het ROK-TH opgenomen risicoklassen (Hoog, gemiddeld en laag). In dit hoofdstuk wordt aangegeven op welke wijze in 2023 invulling wordt gegeven aan geprogrammeerd toezicht. Dit wordt gedaan aan de hand van de volgende onderdelen: ➜ Aandachtsbedrijven ➜ Toezicht risicoklasse hoog ➜ Branche en thema aanpak ➜ Regionale prioriteiten en focus
3.4.1 Voorbereidingsfase toezicht/bedrijvenlijst
Informatiegestuurd werken (IGW) Bij het geprogrammeerd toezicht wordt gekeken op welke wijze het toezicht effectiever en efficiënter uitgevoerd kan worden door meer tijd te besteden aan de voorbereiding van toezicht. Dit wordt voornamelijk vormgegeven door voorafgaande aan het toezicht informatie te verzamelen en een informatieanalyse uit te voeren; informatie gestuurd werken. Informatie gestuurd werken is het op gerichte wijze verzamelen en analyseren van gestructureerde en ongestructureerde data om de daaruit voortkomende informatie en inzichten te gebruiken bij het maken van keuzes en het verbeteren van de organisatie. IGW is een belangrijk hulpmiddel om slimmer te werken. Het vergroot de effectiviteit, efficiëntie, transparantie en flexibiliteit. Dit is onmisbaar in een omgeving waarin steeds meer van de ODBN wordt gevraagd. Hierdoor kan bepaald worden wat de risico’s zijn en bij welke bedrijven deze kunnen voorkomen. Bij de totstandkoming van dit werkprogramma en de bedrijvenselectie voor 2023 speelt IGW een belangrijke rol. Die rol zal de komende jaren steeds verder toenemen.
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
De ROK7-budgeturen worden hiervoor ingezet. Deze werkwijze heeft ook tot gevolg dat de selectie van bedrijven pas in de voorbereidingsfase plaatsvindt en het totaal aantal uit te voeren inspecties niet in dit werkprogramma is opgenomen. De selectie van bedrijven wordt gepresenteerd aan de gemeenten, zodat gemeenten in de gelegenheid zijn om bij hen bekende informatie over deze bedrijven te delen of om aan te haken bij de controle (bijv. in het kader van ruimtelijke ordening).
3.4.2 Aandachtsbedrijven Al vele jaren wordt een bepaalde groep bedrijven 2x per jaar, jaarlijks of eenmaal per 2 jaar bezocht (bedrijven met een aangepaste bezoekfrequentie). Deze bedrijven worden geselecteerd aan de hand van de onderstaande criteria en de meest recente informatie van toezichthouders, coördinatoren Toezicht er Handhaving, gemeenten en monitoringsgegevens.
Versie 5.2, december 2022
30
De gehanteerde selectiecriteria zijn: ➜ Bestuurlijke gevoeligheid ➜ Groot/complex bedrijf (waardoor een jaarlijkse deelcontrole efficiënter is dan integrale controle met lagere frequentie) ➜ Naleefgedrag/ recidive (C en D volgens Landelijke Handhavingsstrategie) ➜ Veel (gegronde) klachten ➜ Gevoelig voor ondermijning ➜ Ontbreken gecertificeerd milieuzorgsysteem bij industriële IPPC-installaties Voor 2023 wordt aanvullend op bovenstaande werkwijze een kwantitatieve informatieanalyse uitgevoerd waaruit mogelijk nog aanvullende bedrijven geïdentificeerd worden. Uit de kwantitatieve informatieanalyse blijkt ook welke bedrijven uit deze groep specifieke aandacht behoeven in verband met bijvoorbeeld klachten of recidive. Voor deze bedrijven wordt beoordeeld of ze middels een op maat gemaakte aanpak geïnspecteerd moeten worden. Deze werkwijze heeft vooral tot doel om de selectie van deze bedrijven dynamisch te maken en om op grond van actuele informatie de beschikbare budgetten zo effectief mogelijk in te zetten.
31
3.4.3 Toezicht risicoklasse hoog Voor de bedrijven die ingedeeld zijn in de risicoklasse hoog geldt in 2023 de controlefrequentie uit het LPF. Uitzondering hierop zijn onderstaande categorieën.
Veehouderijen In 2023 wordt op basis van een risicomodel bepaald bij welke veehouderijen toezicht wordt gehouden. Dit risicomodel is ontwikkeld in samenwerking met de OMWB en de ODZOB en is gebaseerd op zowel kwantitatieve als kwalitatieve analysemethoden. Op basis van beschikbare informatie over veehouderijen (zoals bijvoorbeeld overtredingen, klachten, naleefgedrag, milieubelastende activiteiten, etc.) zijn de belangrijkste milieurisico’s geïdentificeerd die zijn verbonden aan het fokken en houden van dieren. De ODBN zet zich in om op een zo objectief mogelijke manier het risico op overtredingen binnen de branche veehouderijen vast te stellen. Op deze manier kan het toezicht plaatsvinden daar waar de (milieu)risico’s het grootste zijn. Bovendien kan tijdens het toezicht meer aandacht worden besteed aan de belangrijkste risico’s. Doordat de drie Brabantse omgevingsdiensten op een eenduidige manier werken ontstaat binnen de provincie Noord-Brabant een gelijkwaardig speelveld. Naast risicogericht toezicht op basis van IGW wordt er ook innovatief toezicht uitgevoerd. Hierbij wordt toezicht uitgevoerd, zonder voorafgaande bedrijvenselectie, op basis van een thema of in een bepaald gebied. Te denken valt aan het inspecteren (op afstand) van luchtwassers door middel van warmtecamera’s. Voor dit toezicht kunnen alternatieve interventiestrategieën ingezet worden.
Het doel van innovatief toezicht is het opsporen van overtredingen van wet- en regelgeving en illegaliteit. Voor dit onderdeel zal een beperkt, voorafgaand bepaald, deel van de budgeturen worden ingezet.
Risicorelevante bedrijven (RRB) Van 2019 tot en met 2022 was het “meerjarenperspectief naleefbevordering van risicorelevante bedrijven 2019-2022” de basis voor de aanpak rondom risicorelevante bedrijven. Gezien de regionale en landelijke successen van deze aanpak rondom de RRB behoudt deze doelgroep haar status met de daarbij horende specifieke aanpak en blijft het een vast onderdeel van het werkprogramma. Om de aanpak te borgen wordt vanaf 2023 gewerkt met: ➜ Het raamdocument RRB; hierin staan de aanleiding, de vertrekpunten en de belangrijkste speerpunten rondom de aanpak van risicorelevante bedrijven. ➜ Een RRB jaarplan; voor een jaarlijks overzicht van de inspanningen vanuit de ODBN richting de bedrijven en de wijze waarop de samenwerking met de veiligheidsregio Brabant Noord en de Waterschappen Aa en Maas en de Dommel in het jaar zal verlopen. ➜ Een jaarverantwoording; jaarlijks worden de inspanningen rondom de RRB gezamenlijk met de Waterschappen en de veiligheidsregio Brabant Noord vertaald naar de behaalde resultaten. Zowel output als outcome.
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
Versie 5.2, december 2022
32
33
Afvalverwerkingsbedrijven
Toelichting brancheprojecten 2023
Zie paragraaf 3.4.4.1 branche aanpak.
1. Afvalverwerkingsbedrijven Afvalverwerking is een actueel onderwerp. Steeds vaker zien we in de media berichten over calamiteiten bij afvalverwerkingsbedrijven, zoals felle en langdurige branden. Ook de problematiek die ontstaat rondom de opslag van te veel afvalstoffen bij dit soort bedrijven komt steeds vaker voor. Relevante onderwerpen daarbij zijn: ➜ inname van vergunde afvalstoffen, ➜ het scheiden en opslaan van afval met de juiste veiligheidsprotocollen en ➜ het goed registreren van afvalstromen.
E-PRTR Het Integraal Pollutant Release and Transfer Register (PRTR)-verslag is een jaarlijkse milieujaarrapportage voor bepaalde industriële bedrijven. Hierin moeten deze bedrijven rapporteren over hun afval, energie- en watergebruik en emissies naar lucht, water en bodem. Het integraal PRTR-verslag bestaat uit de rapportage in het kader van de Europese PRTR-verordening, aangevuld met noodzakelijke bevragingen. Binnen de ODBN regio gaat het om 12 bedrijven. Alle bedrijven worden gecontroleerd op het juist en op tijd invullen van het PRTR-verslag inclusief een controle op het verifiëren van de ingevulde data.
Bodem Geprogrammeerde inspecties waarbij bodem een groot controleaspect betreft, worden gezamenlijk met een toezichthouder bodem uitgevoerd. Indien een inspectie overwegend gaat over bodem en bouwstoffen, dan wordt de inspectie in het geheel en alleen door de toezichthouder bodem uitgevoerd.
Uit de data-analyse blijkt in absolute zin er veel overtredingen zijn bij deze bedrijven. Wat daarbij opvalt is dat: ➜ een relatief klein aantal bedrijven verantwoordelijk is voor een groot deel van de overtredingen ➜ drie activiteiten van afvalwerkingsbedrijven een hoger overtredingspercentage laat zien.
3.4.4 Branche en thema aanpak De branches en thema’s zijn in 2023 geselecteerd op basis van een analyse. Hierbij is een kwantitatieve data-analyse gecombineerd met een kwalitatieve omgevingsscan. Bij de kwantitatieve analyse is op basis van cijfermatige data per branche geïnventariseerd hoe vaak bedrijven zijn gecontroleerd, hoeveel overtredingen er per controle en per overtreder zijn geconstateerd en het effect ervan op de leefomgeving op basis van LHS-scores. De kwalitatieve analyse bestond uit het voeren van gesprekken met diverse medewerkers van de ODBN en met gemeentelijke bestuurders en ambtenaren om ervaringen en expertise op te halen. Daarnaast zijn diverse (literatuur)bronnen bekeken. Vervolgens zijn de inhoudelijke resultaten van de kwantitatieve en de kwalitatieve analyse met elkaar vergeleken. Op basis van de totaaluitkomsten hiervan zijn keuzes gemaakt. 3.4.4.1 Branche aanpak Bij de branche aanpak wordt doelgroep gericht en risico gestuurd gewerkt waarbij gekeken wordt naar milieurisicovolle onderwerpen binnen deze specifieke doelgroepen. In 2023 vallen de geselecteerde branches, m.u.v. van de afvalverwerkingsbedrijven (risicoklasse hoog), binnen de risicoklasse gemiddeld. De volgende branches zijn geselecteerd: 1. Afvalverwerkingsbedrijven 2. Autodemontage bedrijven 3. (LPG)Tankstations 4. Dienstverlening landbouw (loonwerkers) 5.
Horeca – restaurant en overige horecabedrijven (zacht) 6. Jachthavens en scheepswerven
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
Versie 5.2, december 2022
34
In 2023 ligt de focus van het toezicht daarom op: ➜ de bedrijven die stelselmatig in overtreding zijn en ➜ op de drie activiteiten met een hoger overtredingspercentage. 2. Autodemontage bedrijven Binnen deze branche komen verschillende milieuaspecten aan bod zoals bodem (opslag/ verwerken van wrakken) en afval (opslag/ afvoer van afvalstoffen uit wrakken). Uit eerdere brancheprojecten en landelijke analyses blijkt dat veel bedrijven binnen deze doelgroep hier nog steeds ‘laconiek’ mee omgaan. Daarom ziet de ODBN ook in 2023 de noodzaak om het toezicht binnen de branche voort te zetten. Met de bevindingen uit voorgaande jaren is vanaf 2021 gestart met een nieuwe opzet waarbij maatwerk per bedrijf wordt geleverd voor de fysieke controle. Er wordt o.a. rekening gehouden met: 1. De hoeveelheid demontagewerkzaamheden binnen een bedrijf; 2. De bezoekfrequentie in de afgelopen jaren; 3. Specifieke werkafspraken met gemeenten over een bedrijf; 4. ‘Illegale’ activiteiten. 5. Nieuwe bedrijven. 3. (LPG)Tankstations Tankstations met een afleverzuil voor LPG en/of een afleverzuil voor vloeibare brandstoffen, op minder dan 20 m van derden, leveren een verhoogd veiligheidsrisico op voor de omgeving.
Uit de data-analyse blijkt bovendien dat: ➜ Het overtredingspercentage voor deze branche hoog is, ➜ Er gemiddeld veel overtredingen per overtreder worden geconstateerd en ➜ dat het aantal gecontroleerde inrichtingen dat in overtreding hoog is. Toezicht vanuit de ODBN is ook in 2023 gewenst om risico’s voor de omgeving te beheersen. 4. Dienstverlening landbouw (loonwerkers) De regio Brabant Noord is een agrarische regio. De agrarische sector is in transitie waardoor de rol van loonwerkbedrijven binnen de sector aan het veranderen is. Loonwerkbedrijven bieden steeds meer diensten aan zoals grondverzet/ -opslag of bijvoorbeeld inname van afvalstoffen zoals afgewerkte olie. Veel loonwerkbedrijven zijn hierdoor aan het groeien maar zijn zich niet bewust van de bijhorende milieuwetgeving.
De ODBN ziet loonwerkbedrijven, gezien de aard van de uitgevoerde activiteiten en het ontbreken van vee, als industriële bedrijven opererend binnen de agrarische sector. Deze bedrijven worden daarom op dit moment niet meegenomen in het risicogericht toezicht veehouderijen (zie paragraaf 3.4.3). Gezien de noodzaak voor inspecties binnen deze doelgroep, wordt in 2023 een brancheproject opgezet. 5. Horeca – restaurant en overige horecabedrijven (zacht) De corona pandemie en de bijhorende maatregelen hebben er voor gezorgd dat veel horeca bedrijven lange tijd dicht moesten. Nu de maatregelen zijn weggevallen en binnen de branche een te kort aan personeel is, is de verwachting dat veel van deze bedrijven op dit moment vooral gericht zijn op de economische kant van de bedrijfsvoering. Hierdoor kan het naleefgedrag rond milieuwetgeving wel eens een lagere prioriteit krijgen. In 2023 kiest de ODBN er voor om deze branche te controleren op milieurelevante onderwerpen zoals de lozingen van vet/oliën op het riool, afvoer van afgezogen bak/kookdampen, omgang met afvalstoffen en de opslag van gasflessen. 6. Jachthavens en scheepswerven Jachthavens en kleine scheepswerven zijn de afgelopen jaren niet door de ODBN gecontroleerd. Reden hiervoor was de wijze van prioriteren: de inmiddels losgelaten meerjaren brancheplanning.
Dat kan deze locaties interessant maken voor criminelen en daarmee mogelijke broedplaatsen voor ondermijning. In het land zijn in de afgelopen jaren diverse acties uitgevoerd zoals het creëren van een app specifiek voor toezicht op jachthavens. Er zijn ook milieurelevante wijzigingen op komst. Voorheen hoefde een jachthaven bepaalde afvalstoffen alleen in te nemen indien bepaalde activiteiten ter plaatse werden uitgevoerd. Nu moet de jachthaven de verschillende afvalstoffen innemen, ongeacht uitvoering van deze activiteiten. Dit kan onder meer gaan om bilgewater, huishoudelijk afvalwater of de inhoud van chemische toiletten. Hiervoor geldt een overgangsrecht van 2 jaar. Daardoor kunnen jachthavens tijdig hierop anticiperen. De grote scheepswerven worden reeds jaarlijks bezocht vanwege hun activiteiten. Daarom ligt de andere focus in dit brancheplan op de kleine scheepswerven. Uit onderzoek zal moeten blijken hoeveel van dit soort bedrijven in het gebied zijn en of daar dezelfde milieurisico’s spelen. 3.4.4.2 Thema aanpak Bij de thema aanpak wordt themagericht en locatie gestuurd gewerkt waarbij er gericht gekeken wordt naar milieurelevante locaties binnen het thema. De geselecteerde thema’s kunnen binnen alle risicoklassen voorkomen (laag, gemiddeld, hoog). De volgende thema’s zijn geselecteerd: 1. CO2 koelingen 2. Indirecte lozingen 3. Energie 4.
Oplosmiddelen(installaties) 5. ZZS (Zeer zorgwekkende stoffen) 6. Mestverwerking 7. Emissies bij intensieve veehouderijen
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
Versie 5.2, december 2022
35
36
37
Toelichting themaprojecten 2023 1. CO2 koelingen In 2021 en 2022 heeft de ODBN branchegericht toezicht uitgevoerd bij supermarkten. De aanwezigheid van een koelinstallatie was vanwege het veiligheidsaspect een van de belangrijkste risico-indicatoren. Uit het toezicht kwam naar voren dat bij veel bedrijven de veilige borging rondom de koelinstallaties niet op orde is. Hierdoor is de ODBN het gesprek aangegaan met de NVKL en erkende bedrijven. Ook een recent voorval met een koelinstallatie bij een supermarkt in Noord-Brabant benadrukt het belang. Gezien het veiligheidsrisico en de eerder vastgestelde slechte naleving komt dit thema terug in 2023. In ieder geval worden de supermarkten nogmaals bezocht om vast te stellen of de bedrijfsvoering er inmiddels op gericht is hoe juist moet worden omgegaan met deze installaties. Afhankelijk van de uitkomsten volgen mogelijk nog aanvullende acties. 2. Indirecte lozingen Schoon water wordt steeds minder vanzelfsprekend in Nederland. De Nederlandse waterschappen waarschuwen voor de problematiek rondom de waterkwaliteit en in de media is steeds vaker te lezen dat ons watergebruik, mede door klimaatverandering, op verschillende vlakken moet veranderen. Niet alleen bij particulieren of in de agrarische sector maar ook vanuit de industrie.
De ODBN zet zich daarom vanaf 2023 extra in om de indirecte lozingen, het lozen van schadelijk afvalwater op het gemeentelijke rioolsysteem, door industriële bedrijven grondiger te controleren. Door aangescherpt toezicht op dit thema wordt bij de betreffende bedrijven een kwaliteitsverbetering verwacht rondom deze lozingen waardoor we als ODBN een mooie bijdrage leveren aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving. Ook op het gebied van water. 3. Energie Energiebod De Regionale Energiestrategie (RES) stelt zich als doel 11% energie te besparen in 2030 ten opzichte van 2017. Vanuit het ‘Energiebod’ heeft de ODBN becijferd dat een maximale inzet van toezicht bij bedrijven leidt tot 20% realisatie van het RES-energiebesparingsdoel (uitgaande van deelname van alle gemeenten). Bij deelname aan het Energiebod bezoekt de ODBN in de periode 2022 t/m 2030 alle energierelevante bedrijven, waar de gemeente een wettelijke toezichttaak heeft, gemiddeld één keer. Themaplan Binnen geprogrammeerd toezicht wordt 1200 uur gereserveerd voor het themaplan energie. Bij gemeenten die niet deelnemen aan het Energiebod wordt alleen thematisch toezicht uitgevoerd. Hierbij wordt slechts een gedeelte van alle energierelevante bedrijven gecontroleerd (in de periode 2022 t/m 2030), wat niet voldoende is om de doelstelling van het Energiebod te realiseren.
Subsidieregelingen Specifieke Uitkering (SPUK) van het Rijk Inmiddels heeft de ODBN de aanvraag voor subsidiegelden voor het uitvoeren van energietoezicht ingediend. Pas na toekenning van de subsidie is duidelijk wat de gevolgen zijn voor dit werkprogramma. Toezicht op basis van deze subsidiegelden zal geen onderdeel uit gaan maken van dit werkprogramma.
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
VUE-regeling Al enige jaren wordt er op basis van de VUE-regeling energietoezicht uitgevoerd. Dit toezicht maakt geen onderdeel uit van dit werkprogramma (wordt uitgevoerd door een derde partij). ETS bedrijven In 2023 verhuist het energietoezicht bij deelnemers aan de Europese emissiehandel (ETS) van het Rijk naar gemeenten/ omgevingsdiensten. Voor uitvoering van deze basistaken ontvangen omgevingsdiensten een nog nader te bepalen Specifieke Uitkering (SPUK) van het Rijk. De gemeente blijft bevoegd gezag en opdrachtgever. Deze inspecties maken geen onderdeel uit van dit werkprogramma maar zijn alleen voor de volledigheid opgenomen. Energielabel C voor kantoren Vanaf 1 januari 2023 geldt voor kantoren de verplichting energielabel C of beter te hebben. Deze verplichting staat in het Bouwbesluit en gaat later naar het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het toezicht op deze verplichting valt administratief in te richten. Eventuele handhaving is intensiever maar goed te combineren met het reguliere energietoezicht als onderdeel van het themaplan en/of Energiebod. Gemeenten kunnen de uitvoering van toezicht en handhaving als overige verzoektaak beleggen bij de ODBN.
Versie 5.2, december 2022
38
39
4. Oplosmiddelen(installaties) Het is verplicht om elke 3 jaar Europees te rapporteren over emissies van oplosmiddeleninstallaties. In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft Rijkswaterstaat in 2022 de omgevingsdiensten gevraagd gegevens aan te leveren voor het opstellen van de EU-rapportage over oplosmiddeleninstallaties. De ODBN heeft enkel gegevens kunnen aanleveren aan de hand van gebiedskennis en wil hier nu meer inzicht in krijgen.
te geven aan het reduceren van ZZS. Dit naast de inspanning vanuit de vergunningverlening. Toezichthouders gaan met verschillende bedrijven zoals coatingbedrijven en scheepswerven in gesprek om te kijken welke veranderingen nu al wettelijk verplicht zijn om geen/minder ZZS uit te stoten maar ook wat er aanvullend gedaan kan worden. Zodoende wordt er meer ervaring met dit thema opgedaan, zowel door de bedrijven als de toezichthouders. In 2023 zetten we deze aanpak dan ook voort.
Oplosmiddelen zijn niet alleen ongezond, maar ook milieubelastend doordat ze het broeikaseffect kunnen versnellen. De stoffen vallen in de categorie 'vluchtige organische stoffen' (VOS). Wetgeving stelt rondom oplosmiddeleninstallaties eisen aan de emissie van VOS bij twintig verschillende industriële activiteiten. Deze installaties zijn altijd een onderdeel van een bedrijf en kunnen heel divers zijn. De ODBN is voornemens om gerichte controles uit te voeren op deze oplosmiddeleninstallaties zodat juist gerapporteerd kan worden aan Europa over de hoeveelheden geëmitteerde oplosmiddelen. Binnen het werkgebied betreft het in ieder geval 8 bedrijven, maar mogelijk meer.
6. Mestverwerking Mestfraude wordt aangepakt door middel van een ketengerichte aanpak. Zie paragraaf 3.8. Inspecties bij mestverwerkende bedrijven kunnen binnen verschillende onderdelen van het geprogrammeerd toezicht uitgevoerd worden. Zo vallen de bedrijven die naast mestverwerking ook dieren houden onder het risicogericht toezicht veehouderijen. Bedrijven worden mogelijk bezocht in het kader van: ➜ de risicogerichte aanpak veehouderijen, ➜ de lijst met aandachtbedrijven of ➜ als gevolg van de ketengerichte aanpak mestfraude.
5. Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) In heel Nederland werken de bevoegde gezagen en omgevingsdiensten aan de ontwikkeling en implementatie van beleid inzake ZZS. De ODBN zet zich vanaf 2022 in om vanuit toezicht uitvoering
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
Voor mestverwerkende bedrijven die niet in het kader van deze onderdelen geselecteerd zijn voor toezicht in 2023, wordt beoordeeld of ze alsnog geïnspecteerd moeten worden.
Versie 5.2, december 2022
40
41
7. Emissies bij intensieve veehouderijen Bij de intensieve veehouderijen zijn regelmatig nog veel problemen bij het gebruik van luchtwassers (onjuist gebruik, geheel niet in werking etc.). Er wordt een plan van aanpak opgesteld om het naleefgedrag te verbeteren.
3.4.5.4 Focus op veiligheid en volksgezondheid
3.4.5 Regionale prioriteiten en focus
3.4.5.5 Aanpak illegaliteit Aanpak van illegaliteit vindt op verschillende momenten bij verschillende onderdelen van de uitvoering plaats.
In het ROK-TH zijn de volgende Regionale prioriteiten opgenomen: ➜ Verbod op asbest daken per 2024 (niet meer van toepassing) ➜ Veehouderij en volksgezondheid ➜ Transitie zorgvuldige veehouderij ➜ Terugdringen van milieuklachten ➜ Energiebesparing bij bedrijven (energieakkoord 2013) In het ROK-TH is verder opgenomen dat bij het uitvoeren van toezicht de focus licht op: ➜ Veiligheid en gezondheid ➜ Aanpak illegaliteit Onderstaand wordt aangegeven op welke wijze invulling wordt gegeven aan bovenstaande regionale prioriteiten en focus.
Particuliere verkooppunten vuurwerk De particuliere verkooppunten voor vuurwerk worden jaarlijks gecontroleerd. Jaarlijks wordt de aanpak op de actuele ontwikkelingen afgestemd en wordt de werkwijze bepaald.
Aanpak illegaliteit tijdens toezicht milieubelastende activiteiten Bij de bedrijven waar een controle wordt uitgevoerd wordt ook gekeken naar niet vergunde of gemelde activiteiten.
Aanpak illegaliteit bij branche aanpak Bij de branche aanpak (zie paragraaf 3.4.4.1) wordt begonnen met het in beeld brengen van mogelijke illegaliteit binnen de branche. Hierbij wordt het Activiteitenbestand vergeleken met andere informatiebronnen zoals het handelsregister. Aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek worden onbekende bedrijven geselecteerd die binnen de brancheaanpak meegenomen worden voor controle.
3.4.5.1 Veehouderij en volksgezondheid en Transitie zorgvuldige veehouderij Deze regionale prioriteiten worden meegenomen in de risicoprioritering die opgesteld wordt in het kader van het risicogericht toezicht veehouderijen (zie paragraaf 3.4.3). 3.4.5.2 Terugdringen van milieuklachten Met de nieuwe werkwijze rond de behandeling van milieuklachten (zie paragraaf 3.5.5) komt er steeds meer inzicht over het typen klachten (trends) en de melders. Nu de informatiepositie op dit onderwerp sterk in de lift zit, kan als volgende stap gekeken worden naar de preventie van klachten. De beschikbare informatie wordt gebruikt bij de kwantitatieve informatieanalyse voor het identificeren van aandachtsbedrijven. Nadat een bedrijf als aandachtsbedrijf geïdentificeerd is, wordt beoordeeld of dat het bedrijf middels een op maat gemaakte aanpak geïnspecteerd moeten worden (zie paragraaf 3.4.2. Aandachtbedrijven). 3.4.5.3 Energie (activiteit: toezicht op energiebesparing) Deze regionale prioriteit wordt meegenomen in de uitvoering van onder andere het Energiebod, zoals beschreven onder de thema aanpak (zie paragraaf 3.4.3.2).
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
Versie 5.2, december 2022
42
Projectmatige aanpak illegaliteit Veehouderijen In 2023 wordt gestart met innovatief toezicht bij veehouderijen waarbij er ook aandacht is voor het opsporen van illegaliteit (zie paragraaf 3.4.3). Gebiedsgerichte aanpak industrieterreinen In 2023 wordt gestart met het opsporen van illegaliteit bij verschillende industrieterreinen. Op basis van constateringen, meldingen of andere signalen worden informatieanalyses uitgevoerd en enkele milieu risicovolle industrieterreinen geselecteerd. Binnen deze terreinen zal de nadruk van het toezicht met name liggen op illegale activiteiten en op voor de ODBN onbekende bedrijven.
3.5.1.1 Controles milieu (losse opdrachten) Hiermee worden controles milieu bij bedrijfsgebonden MBA’s bedoeld, die niet onder het geprogrammeerde toezicht vallen maar gedurende het lopende jaar voor controle worden aangedragen. Deze controles kunnen op initiatief van zowel de deelnemer als de ODBN zijn. Hieronder vallen ook oplevercontroles (na verlenen omgevingsvergunning/ beoordelen meldingsplicht) en controles na het buiten behandeling laten van een omgevingsvergunning of melding.
Ketengerichte aanpak
3.5 Niet geprogrammeerd toezicht en handhaving
Controles als gevolg van de ketengerichte aanpak, die niet ondergebracht zijn of kunnen worden onder het geprogrammeerde toezicht, asbest- of bodemtoezicht (zoals bijvoorbeeld controles op mestfraude), worden onder dit gedeelte van het programma uitgevoerd.
3.5.1 Niet geprogrammeerd toezicht bij bedrijfsgebonden MBA’s
Ondermijning
Gedurende het jaar doen zich omstandigheden voor waardoor het noodzakelijk of gewenst is toezicht of andere taken uit te voeren op bedrijfsgebonden MBA’s die niet voorzien waren in dit programma.
Vanuit het speerpunt Ondermijning kunnen verzoeken komen om inspecties milieu uit te voeren bij door dit speerpunt geselecteerde locaties/ branches. Vaak is er voor deze inspecties aanvullend budget beschikbaar binnen de gemeenten, vanuit de portefeuille Openbare orde en Veiligheid. Inspecties uitgevoerd in het kader van ondermijning maken daarom onderdeel uit van nietgeprogrammeerd toezicht.
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
Versie 5.2, december 2022
43
44
3.5.1.2 Beoordelen voorgeschreven onderzoeken Het beoordelen van onderzoekrapportages, waarvan het opstellen en aanleveren ervan is voorgeschreven vanuit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), de omgevingsvergunning (onderdeel milieu) of het omgevingsplan. Voorgaande geldt nadrukkelijk voor onderzoekrapportages die zijn ingediend nadat de meldings- of vergunningsprocedure is afgerond. Onderzoekrapportages die tijdens de lopende procedure worden ingediend, worden afgehandeld onder het gedeelte ‘Vergunningverlening bij bedrijfsgebonden MBA’s’ van dit programma.
3.5.2 Repressieve bestuursrechtelijke handhaving De werkzaamheden die betrekking hebben op het ten uitvoer brengen van bestuursdwang of een last onder dwangsom, zoals het effectueren van bestuursdwang. Dit zijn de werkzaamheden die volgen na het besluit tot een definitieve beschikking. De (vervolg)inspecties in het kader van bestuurlijke handhaving worden uitgevoerd binnen het opdrachtnummer waarin de eerste inspectie oorspronkelijk werd uitgevoerd (zoals asbest, bodem, geprogrammeerd toezicht etc.).
3.5.3 Advies verzoek om handhaving/advies gedoogbeschikkingen Het, bij een verzoek om handhaving, opstellen van een voornemen dwangsom, beschikking voor afwijzing dan wel het opleggen last onder dwangsom/bestuursdwang. Inspecties als gevolg van een verzoek om handhaving worden eveneens onder dit gedeelte uitgevoerd. En het in overleg met de gemeente opstellen van gedoogbeschikkingen bij illegale situaties die volgens het landelijk gedoogbeleid in aanmerking komen voor tijdelijk gedogen.
45
3.5.4 Repressieve strafrechtelijke handhaving In 2021 is met de komst van het Team Handhaving gestart met het steviger inbedden van strafrechtelijke handhaving binnen de ODBN. Daarmee wordt een betere koppeling gemaakt tussen het bestuurs- en strafrecht, in lijn met de uitgangspunten van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Binnen het Team Handhaving zijn momenteel 2 ‘grijze boa’s’ actief die structureel strafrechtelijke zaken oppakken en afhandelen. Daarmee voldoet de ODBN aan de kwaliteitscriteria. Zaken die strafrechtelijk opgepakt worden, worden opgevolgd met een proces-verbaal (verkort of uitgebreid) of een bestuurlijke-strafbeschikking milieu. De boa’s treden ook in overleg en zoeken afstemming met het Openbaar Ministerie over individuele zaken. In 2021 zijn er zo’n 60 processen-verbaal uitgeschreven. Deze lijn heeft zich in 2022 voortgezet en als gevolg van de hernieuwde implementatie van de LHS zal deze taak naar verwachting verder uitbreiden. In het werkprogramma 2023 is voor 1,58 fte uren opgenomen, waarmee de uitvoering van dit onderdeel geborgd is. Indien uitbreiding nodig blijkt, zal worden opgeschaald.
3.5.5 Behandelen klachten- en incidentmeldingen Behandeling van klachten en incidenten, meldingen ongewone voorvallen en meldingen voorgenomen activiteit. Het betreffen meldingen over bedrijven, zoals geluids- of geuroverlast, maar ook meldingen in het kader van omgevingszorg (niet bedrijfsgebonden), zoals drugsafval dumpingen, asbestbranden e.d. Inspecties als gevolg van klachten, incidenten, ongewone voorvallen of omgevingszorg, vallen ook onder dit gedeelte van het programma. In 2021 is het afhandelingsproces voor de klachten- en incidentenmeldingen herzien met het doel om burgers en bedrijven sneller en voorspelbaarder reactie te geven op ingediende meldingen.
Om deze doelstelling te bereiken, is de werkwijze als volgt aangepast: ➜ de melding in S@men is binnen 24 uur afgehandeld; ➜ administratieve handelingen (administratieve afhandeling/voorsortering/facilitering) gaan verricht worden door de administratieve medewerker klachtenafhandeling (jobcarving); ➜ toezichthouders ontvangen alleen meldingen die ook daadwerkelijk door hen inhoudelijk behandeld moeten worden; ➜ toezichthouders met een verbeterde informatiepositie (zoals plaats, tijdstip, foto’s) kunnen de zaak oppakken (facilitering door administratief medewerker); ➜ patronen in milieuklachten kunnen worden herkend en daarop kan worden geanticipeerd; ➜ managementinformatie ten behoeve van verantwoording en sturing kan efficiënter worden gegenereerd. In mei 2022 is de nieuwe werkwijze geëvalueerd. Er is gebleken dat de nieuwe werkwijze veel voordelen oplevert. Door de komst van een aantal administratieve medewerkers klachtenafhandeling ligt er minder druk op de toezichthouders en gaan zij beter voorbereid op pad in de gevallen waarbij toch een controle nodig blijft. Daarnaast worden klachten beter afgehandeld en geregistreerd.
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
Versie 5.2, december 2022
46
Het resultaat hiervan is dat klachten en meldingen een effectievere en efficiëntere wijze afgehandeld worden. Het vernieuwde proces leidt daarnaast ook tot een verbeterde informatiepositie. De nieuwe werkwijze wordt in 2023 verder ingebed en er zal 1,5 tot 2 fte beschikbaar zijn van administratieve medewerkers klachtenafhandeling. De totale inzit voor klachten- en incidentenmeldingen blijft hetzelfde, maar zoals gezegd ligt er minder druk bij de toezichthouder en kan deze efficiënter worden ingezet voor inspecties.
3.6 Toezicht basistaken bodem en mobiel breken Het uitvoeren van toezicht op verschillende taken die betrekking hebben op de bodem. Er wordt onderscheid gemaakt in reeds bestaande taken en nieuwe taken onder de Omgevingswet.
➜ Het toezicht op mobiel breken wordt volgens een risicogerichte werkwijze uitgevoerd. ➜ Het uitvoeren van toezicht op gesloten bodemenergiesystemen (in de aanlegfase). In 2022 is uitgegaan van toezicht op 50% van de systemen. Deze lijn wordt in 2023 voortgezet.
Nieuwe taken onder Omgevingswet: ➜ Het uitvoeren van toezicht op graafactiviteiten in schone grond. ➜ Het uitvoeren van toezicht op graafactiviteiten in verontreinigde grond kleiner en groter dan 25 m³. Er is bij deze werkzaamheden geen sprake van daadwerkelijke sanering, daarom wordt toezicht niet in alle voorkomende gevallen uitgevoerd. ➜ Het uitvoeren van toezicht op bodemsaneringen. Vooralsnog wordt uitgegaan van toezicht op 100% van de ingediende meldingen. Hierdoor wordt ervaring opgedaan met deze taak waarna een meer risicogerichte werkwijze ontwikkeld wordt.
Bestaande taken: ➜ Het uitvoeren van toezicht op werkzaamheden die betrekking hebben op de bodemkwaliteit (opslaan, zeven, ontwateren en samenvoegen van grond of baggerspecie/ toepassen van grond of baggerspecie/ toepassen van bouwstoffen), risicogericht met behulp van een quick-scan. In overleg met de betreffende gemeenten worden tijdens de voorbereiding van het werkprogramma de grote (infrastructurele) projecten geïnventariseerd. Dit kunnen zowel projecten zijn binnen de eigen gemeentegrenzen als projecten die de gemeentegrenzen overschrijden.
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
In januari 2023 wordt een start gemaakt met de ontwikkeling van een risicogerichte werkwijze per taak die moet leiden tot een efficiënte taakuitvoering en bovenstaande werkwijzen vervangt. De werkwijzen en de omschrijving worden vervolgens vastgelegd in de notitie Basistaken bodem Omgevingswet en mobiel breken, welke de huidige notitie Overdracht reguliere taken Besluit bodemkwaliteit vervangt. De nieuwe notitie zal na gereed komen aan de deelnemers worden voorgelegd.
Versie 5.2, december 2022
47
48
3.7 Toezicht asbestsloop In 2019 is gestart met meer risico gericht (informatie gestuurd) toezicht. Locaties waar lage risico’s aanwezig zijn worden minder diepgaand gecontroleerd. Locaties waar meer risico bestaat worden uitgebreider geïnspecteerd. Deze werkwijze is vastgelegd in de geactualiseerde Notitie Asbesttaken. Deze notitie moet nog worden aangepast op de Omgevingswet en de wijzigingen in de asbest weten regelgeving en wordt op een later tijdstip met de gemeenten gedeeld. Daarnaast worden projectmatig zaken opgepakt die vanuit het reguliere toezicht aandacht vragen. Vanuit de keten gerichte aanpak is in 2022 een pilotproject gestart “vrijeveld toezicht asbest”. Vanaf 1 januari tot 1 juni 2022 zijn er 22 locaties bezocht waar illegale asbestsanering en/of sloop plaats vond. Hieruit blijkt dat het project mooie resultaten geeft. Door gerichter (informatie gestuurd) te werken, is de verwachting dat in 2023 10% van de productieve tijd besteed wordt aan vrijeveld toezicht asbest. Doordat er informatie- en risicogericht gewerkt wordt, zal het vrije veld toezicht niet leiden tot verhoging van het aantal benodigde uren.
3.8 Ketenaanpak en milieucriminaliteit (gefinancierd uit budget collectieve taken) De ODBN voert in 2023 ketengericht toezicht uit voor de thema's asbest, bodem, mest en overige afvalstromen. Een keten is een reeks van opeenvolgende partijen die handelingen verrichten met dezelfde risicovolle stof. Ketenproblematiek heeft de eigenschap dat overtreding en de mogelijke schadelijke effecten daarvan voor de leefomgeving in plaats en tijd ver uit elkaar kunnen liggen. Daardoor is zowel de schade als de oorzaak daarvan niet altijd direct zichtbaar. Het risico bestaat dat partijen problemen doorschuiven naar andere partijen en deze zo bewust proberen te maskeren binnen de keten.
49
Ketengericht toezicht bodem en asbest Binnen de teams asbest en bodem wordt vanaf 2023 het ketengerichte toezicht de gangbare manier van toezicht en zal deze aanpak verder doorontwikkeld worden.
Ketengericht toezicht afval Omgaan met afval wordt een steeds belangrijk onderwerp. In 2023 wordt hier uitvoering aan gegeven door toezicht op gemeentelijke afvalverwerkingsbedrijven (vanuit het geprogrammeerd toezicht, paragraaf 3.4.4.1). Hierbij worden onze ketenpartners zoals IL&T, LMA en de andere twee Brabantse omgevingsdiensten betrokken. Er wordt onder meer ingezet op E-waste, shredderafval en gevaarlijke stoffen.
Ketengericht toezicht mestfraude Mestfraude is een actueel thema als het gaat om milieu. Door niet verantwoord om te gaan met mest kan dit gevolgen hebben voor de grond- en waterkwaliteit. Vanuit Europa en vanuit verschillende landelijke partijen is er een nadrukkelijke vraag om meer inzet te realiseren op mestfraude in Nederland. De ODBN heeft een minimale rol in de uitvoering van toezicht rondom mestfraude maar voert wel toezicht uit op mest verwerkende bedrijven binnen de regio. Hierdoor heeft de omgevingsdienst een signalerende toezichtfunctie richting ketenpartners. De afgelopen jaren is hier vorm aan gegeven door inspecties uit te voeren in het kader van het Brabant brede project Gebiedsgerichte handhaving mestfraude, waarin samengewerkt wordt met de provincie Noord-Brabant, NVWA, RVO en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Deze werkwijze wordt in 2023 voortgezet.
3.9 Budgetten In de bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor toezicht en handhaving opgenomen.
Met de ketenaanpak wordt niet een bedrijf centraal gesteld in het toezicht, maar de risicovolle stof(fen) waar het mee werkt en de verschillende bijhorende partijen. Leveranciers en afnamepunten krijgen hierdoor ook meer aandacht in het toezicht. Hierbij wordt grens en bevoegdheid overschrijdend te werk gegaan door nauw samen te werken met alle toezichtpartners. Gezien de maatschappelijke ontwikkelingen wordt deze manier van toezicht steeds belangrijker voor een effectieve bijdrage aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving. Vanuit samenwerking en informatieoverdracht met alle toezichtpartners wordt inzicht verkregen in de ‘risicomomenten’ binnen de totale keten. De omgevingsdienst kan hierdoor gerichte interventies uitvoeren. Zowel preventief als repressief. Aan de hand van deze inzichten wordt in 2023 samen met de OMWB en de ODZOB een Brabant breed ketenjaarplan opgezet waarin onderstaande ketenthema’s worden meegenomen.
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
Versie 5.2, december 2022
50
4 Juridische ondersteuning 5 Overige verzoektaken 6 Regionale dienstverlening
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
51
2
Versie 5.2, december 2022
51
52
4 Juridische ondersteuning
5 Overige verzoektaken
Onder juridische ondersteuning worden onderstaande taken verstaan (maken geen onderdeel uit van het budget voor vergunningverlening en Toezicht en handhaving):
5.1 Algemeen
➜ Bezwaar en beroep behandelen (ondersteuning juridische) ➜ Ondersteunen bij/uitvoeren van bezwaarschriftprocedures ➜ (hoger) beroepsprocedures en verzoeken voorlopige voorziening i.h.k.v. vergunning- en handhavingsprocedures ➜ Inningsprocedures Het gaat uitsluitend om werkzaamheden die tot een zelfstandig product leiden. Deze werkzaamheden zijn vaak moeilijk vooraf te ramen.
4.1 Budgetten In de bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor juridische ondersteuning opgenomen.
53
Onder overige verzoektaken vallen alle door de ODBN op verzoek van de gemeenten uitgevoerde taken die: ➜ Niet onder het basistakenpakket vallen of; ➜ Geen betrekking hebben op bedrijfsgebonden MBA’s.
5.2 Uitvoering Onder de overige verzoektaken zijn zeer verschillende taken opgenomen. Werkzaamheden worden in overleg met de deelnemer uitgevoerd. In de tabel opgenomen in bijlage 1 is per gemeente aangegeven welke overige verzoektaken bij de ODBN worden belegd. Bijlage 3 geeft vervolgens een gedetailleerde (inhoudelijke) beschrijving van alle voorkomende werkzaamheden die onder het betreffende opdrachtnummer uitgevoerd kunnen worden.
5.3 Budgetten In de bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor de overige verzoektaken opgenomen. In 2023 zijn voor de 5 grootste deelopdrachten individuele budgetten geraamd. Zodoende kan er beter op deze deelopdrachten gestuurd worden en kan gerichter verantwoord worden.
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
Versie 5.2, december 2022
54
6. Regionale dienstverlening
55
De ODBN voert een aantal taken uit voor alle gemeenten waarvoor speciale afspraken zijn gemaakt voor wat betreft de uitvoering en financiering. Het betreft: ➜ ➜ ➜ ➜
Het budget Collectieve taken Samen sterk in Brabant Regeling Omgevingszorg/Klachtenregeling buiten kantoortijd Uitvoering taken Bodemloket
De budgetten voor deze taken zijn in bijlage 2 opgenomen zodat er per gemeente één financieel overzicht beschikbaar is. De inhoudelijke uitvoering van deze taken is niet in dit werkprogramma opgenomen.
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
Versie 5.2, december 2022
56
Bijlagen
57
2
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
Versie 5.2, december 2022
Bijlage 1
58
59
Overzicht uit te voeren verzoektaken per gemeente
Bernheze
Boekel
Boxtel
Land van Cuijk
Maashorst
Meierijstad
Oss
s-Hertogenbosch
Sint-Michielsgestel
Vught
02*
Advies ruimtelijke ordening (RO)
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
01a
BZV-toets
X
X
X
X
X
X
X
X
X
60a
Toezicht BZV
X
X
X
X
X
X
X
X
36*
Behandelen sloopmeldingen (zonder asbest)
X
X
X
59
Toezicht bouwen en sloopvergunningen/ sloopmeldingen (zonder asbest)
26
Advies en onderzoek overig
46
Specifieke opdracht groen
X
X
04
Advies m.b.t. gemeentelijk milieubeleid/ omgevingsplan
X
X
X
05
Opstellen milieuplan of -jaarverslag (excl. werkprogramma)
15*
Advies bodem
X
X
X
18*
Advies en onderzoek geluid (excl. bedrijfsgebonden MBA’s en evenementen)
X
99
Evenementen
X
20
Zonebeheer Industrielawaai
21
Advies en onderzoek luchtkwaliteit en geur (excl. bedrijfsgebonden MBA’s)
22
Advies en onderzoek externe veiligheid (excl. bedrijfsgebonden MBA’s)
23
Advies gemeente asbest
24
Advies Juridisch
TAAK/GEMEENTE
X X
X X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X X
X
X X
X
X
* afzonderlijk gebudgetteerd voor 2023 (zie bijlage 2) ** nieuw toegevoegd voor 2023
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
Versie 5.2, december 2022
X
Bijlage 1 (vervolg)
60
61
Overzicht uit te voeren verzoektaken per gemeente
Bernheze
Boekel
Boxtel
Land van Cuijk
Maashorst
Meierijstad
Oss
s-Hertogenbosch
Sint-Michielsgestel
Vught
Gegevensbeheer en milieukartering; Atlas leefomgeving (natte koeltorens)
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Gegevensbeheer en milieukartering; RIS/RRGS/risicokaart (REV)
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Gegevensbeheer en milieukartering; Geluidemissiekaart**
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
TAAK/GEMEENTE 35*
Gegevensbeheer en milieukartering; Luchtkwaliteitskaart (SLA)
X
Gegevensbeheer inrichtingenbestand/Activiteitenbestand (S4O)
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Gegevensbeheer Web-BVB
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Gegevensbeheer invoeren BZV-vergunningen in webapplicatie
X
X
X
X
X
X
X
X
X
33
Ambtelijke ondersteuning
X
X
X
X
X
X
X
X
X
34
Informatieverstrekking
X
X
X
X
* afzonderlijk gebudgetteerd voor 2023 (zie bijlage 2) ** nieuw toegevoegd voor 2023
Gemeentelijk werkprogramma 2023 ODBN
Versie 5.2, december 2022
X
62
Bijlage 2
63
Overzicht budgetten per gemeente Budgeturen per gemeente per onderdeel
Totaal
Gemeente Bernheze
Gemeente Boekel
Gemeente Boxtel
Gemeente Land van Cuijk
Gemeente Maashorst
Gemeente Meierijstad
Gemeente Oss
Gemeente s-Hertogenbosch
Gemeente SintMichielsgestel
Gemeente Vught
Algemene werkzaamheden (paragraaf 1.6)
2379
226
116
131
459
276
375
323
241
120
112
Intake en verzending (15% van totaal)
19955
1853
591
767
4549
2433
3578
2973
2033
633
547
TOTAAL ALGEMENE WERKZAAMHEDEN 2023
22334
2078
707
898
5008
2709
3953
3296
2274
753
659
Bedrijfsgebonden milieubelastende activiteiten (MBA’s) (paragraaf 2.2)
29058
2740
813
1097
7500
2800
4604
4822
3230
960
492
Meldingen basistaken bodem en mobiel breken (paragraaf 2.3)
5308
480
126
312
1448
464
767
631
655
213
212
Toetsen asbestinventarisatierapporten (paragraaf 2.4)
6919
399
158
258
1550
550
813
1350
1380
241
220
TOTAAL VERGUNNINGVERLENING 2023
41285
3619
1097
1667
10498
3814
6184
6803
5265
1414
924
Geprogrammeerd toezicht en handhaving (paragraaf 3.4)
38514
3114
1433
1592
9036
4558
7589
5860
2755
1403
1174
Niet-geprogrammeerd toezicht en handhaving (paragraaf 3.5)
14919
1026
291
860
2967
1843
2389
2752
1570
521
700
Toezicht basistaken bodem en mobiel breken (paragraaf 3.6)
6247
514
153
262
1339
421
776
766
1635
207
174
Toezicht asbestsloop (paragraaf 3.7)
6576
404
116
220
1511
631
837
1214
1300
178
165
TOTAAL TOEZICHT EN HANDHAVING 2023
66256
5058
1993
2934
14853
7453
11591
10592
7260
2309
2213
Juridische ondersteuning
1852
225
50
79
673
452
212
39
25
97
0
TOTAAL JURIDISCHE ONDERSTEUNING 2023
1852
225
50
79
673
452
212
39
25
97
0
TOTAAL BASISTAKEN EN V TH-VERZOEKTAKEN 2023
109393
8902
3140
4680
26024
11719
17987
17434
12550
3820
3137
Advies ruimtelijke ordening (RO)
10326
2150
587
55
650
2985
3400
354
25
20
100
Advies bodem
1134
92
18
78
68
208
441
65
25
69
70
Advies en onderzoek geluid (excl. evenementen)
843
67
0
0
125
90
233
133
100
55
40
Gegevensbeheer en milieukartering
887
87
85
69
125
108
161
77
75
60
40
Behandelen sloopmeldingen (zonder asbest)
1580
200
0
0
600
0
245
535
0
0
0
Overig deel verzoektaken
8873
853
110
230
2735
1112
1385
1222
775
194
257
TOTAAL OVERIGE VERZOEKTAKEN 2023