3. Raadsinformatiebrief Uitvoeringsprogramma VTH 2026
Tekst van het document
2.2.3 Afhandeling van meldingen, informatieplichten en vergunningen Voor aanmeldnotities m.e.r. wordt de systematiek gehanteerd die is opgesteld naar aanleiding van de maatregelen en aanbevelingen vanuit de Taskforce VTH en transitie veehouderij. Voor de afhandeling van meldingen en informatieplichten (gegevens en bescheiden) die betrekking hebben op veehouderijen is een checklist ontwikkeld. Via de checklist wordt bepaald of inhoudelijke toetsing nodig is. Zo niet, dan wordt de melding en/of informatieplicht direct afgewerkt. Voor de overige bedrijven is een risicogerichte afhandeling van toepassing. Industriële meldingen/ informatieplichten worden in principe enkel getoetst op de indieningsvereisten en of de melding gegrond is ingediend. Bij bedrijven waar klachten spelen of die bestuurlijk gevoelig zijn, worden de meldingen ook inhoudelijk beoordeeld. Een voorbeeld hiervan zijn informatieplichten van tennisverenigingen met padelbanen. Daarnaast wordt nog maar één keer verzocht om aanvullende stukken. Bij uitblijven hiervan wordt de procedure stopgezet.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Het aspect geluid is losgekoppeld van de melding en wordt voortaan risicogericht benaderd. Geluid is sinds de Omgevingswet geregeld in het omgevingsplan. Als aanvullende gegevens nodig zijn voor geluid of verdere beoordeling nodig is, wordt hiervoor een losse procedure gevolgd (informatieplicht). Vergunningen en OBM’s worden afgehandeld volgens de wettelijke kaders en de werkwijze die de afgelopen jaren zijn gehanteerd. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het instrument OBM verdwenen. Voor OBM’s ingediend voor in de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt dat deze worden afgehandeld volgens het geldende recht op moment van indienen.
2.2.4 Actualiseren van vergunningen Geprogrammeerd actualiseren Het is van belang dat vergunningen zoveel mogelijk actueel zijn. Dit werd onder meer benadrukt in het Rapport ‘Met recht balanceren’ van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli). In het rapport stelt de Rli dat van die actualiseringsplicht in de praktijk onvoldoende terecht komt. De Rli beveelt aan om actief en serieus invulling te geven aan de actualiseringsplicht van vergunningen en algemene regels. Ook uit de visitatie in 2022 blijkt dat ODBN te weinig aandacht geeft aan het geprogrammeerd actualiseren, naast de actualisaties op onderstaande gebieden. In 2025 is er vanuit het programma collectieve taken opdracht gegeven om dit te verbeteren. In 2026 zullen we in een pilotvorm uitvoering geven aan meer geprogrammeerd actualiseren. In de jaren die daarop volgen
Versie 2.5 november 2025
21
22
hopen we dat dit nog makkelijker kan door de investering op onze digitale datahuishouding, de verbeterde registratie van MBA's en het inzetten van AI. Actualiseren op basis van BBT-conclusies of een (andere) wijziging van wet- en regelgeving Deze actualisatie is noodzakelijk en hieraan zijn vaak wettelijke termijnen verbonden. Dit betreft over het algemeen meerdere vergunningen. De ODBN is aangesloten bij het Landelijk Netwerk BREF's. Wijzigingen met betrekking tot BBT-conclusies actief bijgehouden. Als er sprake is van een wijziging in BBT-conclusies, dan moet de vergunning vaak binnen 4 jaar geactualiseerd worden. Signalen vanuit toezicht Handhaving wordt bemoeilijkt door het feit dat een vergunning niet meer actueel is. Op basis van risicoprioritering zal worden beoordeeld in hoeverre direct een actualisatie nodig is, dan wel dat het in een vergunningprocedure op termijn kan worden meegenomen. Daarbij wordt intensief samengewerkt tussen toezicht en vergunningverlening doordat de toezichthouder tijdens de controle al nagaat of er wel aan de nieuwe, nog op te leggen, voorschriften kan worden voldaan.
Bij het intrekken van een vergunning moeten verschillende belangen afgewogen worden, zoals het milieubelang maar ook het financiële (bedrijfs)belang. Voordat daadwerkelijk tot intrekken wordt overgegaan, vindt altijd afstemming met de betreffende gemeente plaats (met uitzondering van intrekkingen op verzoek van de vergunninghouder).
2.2.6 U&HS en focusthema's vergunningverlening De doelstellingen van diverse expertisegebieden uit de U&HS zorgen voor efficiëntere en effectievere taakuitvoering. Een aantal thema's, zoals Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), oppervlaktewater in het kader van indirecte lozingen, scherp vergunnen op het gebied van luchtkwaliteit, geluid en het thema circulaire economie komen terug in onze taakuitvoering. Specifieke aandacht zal in 2026 worden verleend aan de onderwerpen zoals gekozen in de focusthema's door het RSP. Dit is het geprogrammeerd actualiseren op het thema afval/Circulair Materialenplan (CMP) en het actief intrekken van niet in gebruik zijnde ruimte in de vergunningen. De focusthema's worden hierna nader toegelicht. Focusthema 1: Afval/CMP Opgave: Eind 2025 treedt het CMP (naar verwachting) in werking. Wanneer het CMP in werking treedt, moeten bevoegde gezagen er rekening mee houden bij besluiten en afgegeven vergunningen indien van toepassing daarop actualiseren. Voor deze actualisatieplicht geldt een termijn van 1 jaar.
Tijdens een vergunningaanvraag Met het behandelen van een vergunningaanvraag wordt geconstateerd dat de vergunning niet meer op alle onderdelen actueel is. Het actualiseren gebeurt in de procedure van het afhandelen van de aanvraag.
2.2.5 Intrekken van vergunningen Vergunningen (incl. OBM’s) van bedrijven die gestopt zijn met hun activiteiten worden waar mogelijk actief ingetrokken. Niet alle deelnemers van de ODBN hebben hierover beleid vastgesteld. Als ODBN hebben we daarom kaders ontwikkeld waarin wordt beschreven hoe de ODBN, bij ontbreken van gemeentelijk beleid, met de bevoegdheid tot het intrekken van een vergunning bij niet-gebruik omgaat. Hoewel het juridisch dus mogelijk is om na één jaar een procedure tot intrekken te starten, hanteert de ODBN in de praktijk als uitgangspunt een periode van drie jaar. Ambtshalve intrekking van een vergunning gebeurt op basis van de volgende aanleidingen: 1. Door toezicht wordt geconstateerd dat er geen gebruik meer wordt gemaakt van een (deel van de) vergunning. 2. Tijdens het behandelen van een vergunningaanvraag of melding wordt geconstateerd dat er geen gebruik meer gemaakt wordt van een (deel van de) vergunning.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.5 november 2025
23
24
25
Relatie doelstellingen U&H-strategie: Zowel Afval als circulaire economie (CE) zijn als ‘expertisegebieden’ opgenomen in de U&H-strategie. De ODBN streeft samen met haar deelnemers naar het vergroten van het aandeel van de CE en het tegengaan van ongecontroleerde en milieuschadelijke afvalstromen en ongewenst gebruik. Daarbij zijn aandacht voor het verwerkingsbeleid en CE als beoordelingscriterium bij vergunningverlening beiden opgenomen als subdoelen.
2.2.7
Aanpak: In 2026 worden de bestaande vergunningen doorgelicht en wanneer noodzakelijk geactualiseerd zodat deze voldoen aan het CMP.
Verder worden aanvragen getoetst aan het in Brabant ontwikkelde Endotoxinetoetsingskader. Dit toetsingskader is opgesteld door het Ondersteuningsteam veehouderij en volksgezondheid.
Focusthema 2: Actief intrekken niet in gebruik zijnde ruimte vergunning Opgave: het komt regelmatig voor dat niet (volledig) gebruik wordt gemaakt van de rechten die onderdeel uitmaken van een vergunning. Niet-gebruik van vergunningen is om meerdere redenen ongewenst. Zo kunnen vergunde rechten die onbenut zijn, de ontwikkelingsruimte voor anderen beperken en zelfs onmogelijk maken. Dit speelt in het bijzonder in relatie tot complexe uitdagingen zoals de stikstofproblematiek.
2.2.7.2 Europese PRTR-verordening (E-PRTR) Voor bepaalde bedrijven, met activiteiten die nadelig zijn voor het milieu, geldt een verplichte jaarlijkse milieujaarrapportage via het elektronisch milieujaarverslag (e-MJV). Hierin rapporteren de industriële bedrijven over hun afval, energie- en waterverbruik en emissies naar lucht, water en bodem. Via de landbouwmodule van het e-MJV rapporteren de agrarische bedrijven de emissies van ammoniak, fijnstof, methaan en lachgas. Deze bedrijven zijn verplicht een Meet- en Registratiesysteem (MRS) te hebben waaruit de informatie gehaald kan worden.
Relatie doelstellingen U&H-strategie: Onder het expertisegebied ‘Natura 2000-gebieden’ is het actief intrekken van vergunningen om niet in gebruik zijnde ruimte te voorkomen expliciet opgenomen als doelstelling.
Overige werkzaamheden i.h.k.v. vergunningverlening
2.2.7.1 Veehouderij en volksgezondheid Voor vergunningaanvragen die betrekking hebben op de MBA Veehouderij wordt in een aantal gevallen een advies opgevraagd bij de GGD. Het wel of niet opvragen van een advies is afhankelijk van het risico voor de omgeving van het aangevraagde initiatief. Het GGD-advies wordt meegenomen in de beoordeling van de aanvraag.
Het integraal PRTR-verslag bestaat uit de rapportage in het kader van de E-PRTR aangevuld met noodzakelijke bevragingen. Van alle bedrijven wordt het PRTR-verslag beoordeeld. Waar nodig wordt een aanvullende controle uitgevoerd op het verifiëren van de ingevulde data en/of het MRS.
Aanpak: De ODBN ontwikkeld een werkwijze voor het intrekken van in aanmerking komende vergunningen. In 2026 wordt hier prioriteit aan gegeven, binnen de beleidskaders van de deelnemers.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.5 november 2025
26
2.2.8
27
Omgevingstafel
Bij complexe en/of meervoudige cases vindt participatie (door de ODBN) aan de omgevingstafel plaats en ligt het casemanagement bij het bevoegd gezag (rolbeschrijvingen vastgelegd bij Vereniging Nederlandse Gemeenten). In enkelvoudige cases (alleen milieu) ligt het casemanagement bij de ODBN. Een initiatief tot een omgevingstafel ligt echter bij het bevoegd gezag. De ODBN sluit namens het bevoegd gezag graag aan bij deze omgevingstafels.
2.3
Meldingen basistaken bodem en mobiel breken
Het beoordelen van verschillende typen meldingen en informatieplichten die betrekking hebben op de bodem en mobiel breken.
Taken: ➜ Het beoordelen van meldingen toepassen en (tijdelijk) opslaan van grond (zeven, ontwateren, samenvoegen van grond of baggerspecie/ toepassen van grond of baggerspecie/ toepassen van bouwstoffen en opslaan), risicogericht met behulp van een quick-scan. ➜ Het beoordelen van meldingen mobiel breken volgens een risicogerichte werkwijze. ➜ Het beoordelen van informatieplichten graafactiviteiten in schone grond (gelijk aan of onder interventiewaarde). ➜ Het beoordelen van meldingen en informatieplichten graafactiviteiten kleiner en groter dan 25 m³ in verontreinigde grond (boven interventiewaarde) > er is bij deze werkzaamheden geen sprake van daadwerkelijke sanering. ➜ Het beoordelen van meldingen in het kader van het uitvoeren van bodemsaneringen. ➜ Het beoordelen van meldingen gesloten bodemenergiesystemen. ➜ Het beoordelen van meldingen toepassen van grond of baggerspecie als bovenafdichting op een voormalige stortplaats in het kader van functionele toepassing/ in stand houden afdeklaag. ➜ Het beoordelen van informatieplichten voor de toepassing van immobilisaten. De aanpak, uitvoering en de wijze van prioriteren van bovenstaande taken worden uitgevoerd volgens ons risicomodel en het LHSO.
2.4
Meldingen sloop met asbest
Het beoordelen van verschillende typen meldingen en informatieplichten die betrekking hebben op asbestverwijdering en bouwkundige sloop
Taken: ➜ Het beoordelen van sloopmeldingen asbestverwijdering en gecombineerde meldingen asbestverwijdering/ bouwkundige sloop. Onderdeel van deze beoordelingen vormt het toetsen van asbestinventarisatierapporten. ➜ Het beoordelen van stukken met betrekking tot de informatieplicht bij meer dan 10 m³ sloopafval en/of asbestafval (risicomatrix, stikstofmaatregelen en een eventueel sloopveiligheidsplan). ➜ Het toetsen/ beoordelen van een sloopmelding voor particuliere asbestverwijdering (sloop van minder dan 35 m² asbest). Deze verzoektaak is bij dit onderdeel opgenomen omdat de omvang hiervan te gering is om dit apart in te regelen. De aanpak, uitvoering en de wijze van prioriteren van bovenstaande taken worden uitgevoerd volgens ons risicomodel het het LHSO.
2.5
Budgetten
In bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor vergunningverlening opgenomen.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.5 november 2025
28
3 Toezicht en handhaving
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
29
Versie 2.5 november 2025
30
3 Toezicht en handhaving
3.2
Doelstellingen en rapportage
31
Doelstelling
3.1
Inleiding
Binnen alle vormen van toezicht zoeken we continu naar manieren om slimmer, efficiënter en effectiever te werken. Data gedreven werken (DGW) is een belangrijk hulpmiddel om slimmer te werken. Het vergroot de effectiviteit, efficiëntie, transparantie en flexibiliteit. Dit is onmisbaar in een omgeving waarin steeds meer van de ODBN wordt gevraagd en de tijdsbesteding die hiervoor nodig is. Bij het geprogrammeerd toezicht zetten we het “Risicomodel milieutoezicht” in (zie bijlage 4 voor toelichting). Het doel hiervan is te focussen op locaties met de grootste (milieu)risico’s of waarbij het naleefgedrag laag is. Zo benutten we onze toezichtcapaciteit zo optimaal mogelijk. Het model is dynamisch: gegevens zoals gemelde afvalstromen, nieuwe milieubelastende activiteiten (MBA’s) of handhavingstrajecten kunnen in de loop van de tijd veranderen. De selectie van bedrijven is daardoor altijd een momentopname.
Artikel 13.5 lid 2 van het Omgevingsbesluit stelt dat de bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst zorgen voor een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid. Daarin moet gemotiveerd worden aangegeven welke doelen de omgevingsdienst moet behalen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten daartoe door de omgevingsdienst uitgevoerd worden. In de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025-2028 (zie paragraaf 1.3 Uitgangspunten, beleidskaders) zijn bovenstaande elementen geborgd en wordt invulling gegeven aan dit artikel. In de beschrijvingen van de focusthema's en overige onderdelen van het werkprogramma wordt de relatie met de te behalen doelstellingen gelegd.
Rapportage Op basis van artikel 13.11 lid 1 van het Omgevingsbesluit moet (minimaal) jaarlijks gerapporteerd worden over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen.
In 2024 is het risicomodel voor het eerst ingezet om industriële bedrijven te selecteren voor geprogrammeerd toezicht. In 2025 hebben we deze werkwijze voortgezet. We volgen en evalueren de effecten van het model nauwgezet om het verder te verbeteren. De verbeteringen worden meegenomen in de selectie van bedrijven voor 2026. Ook veehouderijen worden dan vanuit het risicomodel geselecteerd. Hoewel het model een belangrijke rol speelt in de selectie, blijft de menselijke check doorslaggevend. We richten ons niet alleen op de bedrijven met de hoogste risicoscores. Ook voor het toezicht is het belangrijk een goede dwarsdoorsnede van het bedrijvenbestand te hebben. Zo houden we ook zicht op bedrijven met (voor zover bekend) lagere (milieu)risico’s. Dit heeft verschillende redenen: ➜ Op dit moment is nog niet over elk bedrijf evenveel informatie beschikbaar. Om tunnelvisie te voorkomen worden er bewust ook bedrijven geselecteerd die een lagere risicoscore hebben om ‘het net op te halen’. Uitkomsten hiervan helpen ons om het model verder te voeden. ➜ W e stemmen de toezichtstaken af op de beschikbare capaciteit. Controles bij bedrijven met een hoge risicoscore zijn vaak complex en niet geschikt voor junior toezichthouders.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.5 november 2025
32
Deze werkwijze heeft ook tot gevolg dat de selectie van bedrijven met het risicomodel pas in de voorbereidingsfase plaatsvindt en het totaal aantal uit te voeren inspecties niet in dit werkprogramma is opgenomen. De selectie van bedrijven kan voorafgaand aan controle worden gepresenteerd aan de gemeenten, zodat zij in de gelegenheid zijn om bij hen bekende informatie over deze bedrijven te delen of om aan te haken bij de controle (bijv. in het kader van bouwen). Gezien de huidige systematiek betreft het een dynamische lijst die gedurende het jaar kan wijzigen.
3.3.2
Bedrijven met een vaste bezoekfrequentie
Een bepaalde categorie bedrijven wordt niet met het risicomodel geselecteerd maar kent een vaste bezoekfrequentie van 2x per jaar, jaarlijks of eenmaal per 2 jaar. Hiervoor kunnen uiteenlopende redenen zijn zoals, bestuurlijke gevoeligheid, complexiteit, IPPC-bedrijf (industrieel) of specifieke klachtsituatie. Deze bedrijven worden zowel door de ODBN als door de gemeenten aangedragen en jaarlijks onderling besproken.
3.3 Geprogrammeerd toezicht en handhaving In dit onderdeel worden de verschillende toezichttaken beschreven. Onder toezicht worden hier alle handelingen verstaan tot bestuursrechtelijke handhaving. Dat wil zeggen dat het voornemen dwangsom/ bestuursdwang (en eventuele zienswijzen) onder geprogrammeerd toezicht valt, maar vanaf de definitieve beschikking vallen de werkzaamheden onder repressieve bestuursrechtelijke handhaving (niet-geprogrammeerd toezicht). In dit hoofdstuk wordt aangegeven op welke wijze in 2026 invulling wordt gegeven aan geprogrammeerd toezicht. Dit wordt gedaan aan de hand van de volgende onderdelen: ➜ B edrijvenlijst ➜ B edrijven met een vaste bezoekfrequentie ➜ F ocusthema’s toezicht ➜ O nbekende (illegale) activiteiten
3.3.1
Bedrijvenlijst
Door de steeds grotere inbedding van het datagedreven werken (DGW) wordt meer tijd besteed aan de voorbereiding van toezicht. Dit wordt voornamelijk vormgegeven door voorafgaande aan het toezicht informatie te verzamelen en een data-analyse uit te voeren. DGW is het op gerichte wijze verzamelen en analyseren van data om de daaruit voortkomende informatie en inzichten te gebruiken bij het maken van keuzes en het verbeteren van de organisatie van het toezicht. Bij de totstandkoming van dit werkprogramma en de bedrijvenselectie voor 2026 speelt DGW een belangrijke rol. De selectie wordt ook afgestemd op het personeelsbestand.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Een aantal van de gehanteerde selectiecriteria zijn inmiddels opgenomen in het risicomodel en op termijn zal het risicomodel wellicht leidend worden in de selectie. Op dit moment komt dat nog te vroeg omdat zaken als bestuurlijke gevoeligheid, complexiteit bedrijf of gevoelig voor ondermijning nog niet (geautomatiseerd) ontsloten kunnen worden. Ook vallen controles in het kader van de Europese PRTR-verordening (E-PRTR) (zie paragraaf 2.2.7.2) onder deze categorie. Elk jaar worden alle bestaande bedrijven met een vaste bezoekfrequentie heroverwogen en wordt de lijst waar mogelijk opgeschoond.
Risicorelevante bedrijven (RRB) Omdat op de risicorelevante bedrijven specifieke criteria van toepassing zijn en deze een eigen aanpak kennen, vormt dit een subgroep binnen de categorie bedrijven met een vaste bezoekfrequentie. Net als in voorgaande jaren zal in 2026, waar mogelijk, de interventiemethodiek worden toegepast. Risicorelevante bedrijven worden in een aantal gevallen gezamenlijk met de Veiligheidsregio en/of een Waterschap bezocht. De methodiek is gericht op een proactieve houding en risicogericht toezicht, waarbij wordt gestuurd op eigen verantwoordelijkheid van de bedrijven.
3.3.3
Focusthema’s toezicht
Net als voor de vergunningverleningstaak zijn ook voor toezicht via de Uitvoeringsanalyse focusthema’s benoemd. Deze thema’s kunnen betrekking hebben op prioritaire bedrijven - en daarmee richting geven aan de wijze waarop het Risicomodel Milieutoezicht wordt toegepast op de branches en thema’s die in een jaar bijzondere aandacht krijgen, of op de gebiedsgerichte aanpak. Voor 2026 zijn de focusthema’s toezicht allemaal toegesneden op een specifieke aanpak (branche- en thematoezicht).
Versie 2.5 november 2025
33
34
Er zijn altijd wel ontwikkelingen in de omgeving– bijvoorbeeld rond bepaalde milieurisico’s – die vragen om een meer specifieke en planmatige aanpak. Het gaat dan bijvoorbeeld om specifieke thema’s of bepaalde branches waar zich een probleem of zekere risico’s voordoen. Bij de selectie van focusthema’s die zich lenen voor deze specifieke aanpak speelt de uitvoeringsanalyse een belangrijke rol. Focusthema’s waarvoor een specifiek plan wordt uitgewerkt volgen bijvoorbeeld uit de data vanuit het risicomodel, prioriteiten van deelnemers of de kennis en ervaring uit de uitvoeringspraktijk. Voor 2026 zijn de volgende focusthema’s die zich lenen voor de specifieke aanpak benoemd: ➜ L ithium-ion batterijen ➜ Indirecte lozingen (Kader Richtlijn Water) ➜ Z ZS ➜ L uchtwassers ➜ N acontroles asbest Daarmee is in afstemming met de deelnemers voor 2026 doelbewust gekozen voor een beperking in het aantal branches/thema’s voor de specifieke aanpak. Dit zodat er ruimte ontstaat om de focusthema’s projectmatig en integraal aan te pakken, zodat deze aanpak duidelijke meerwaarde heeft ten opzichte van de bedrijvenlijst.
Focusthema 3: Lithium-Ion batterijen (PGS 37 1 & 2) Opgave: Lithium-ion batterijen worden gebruikt in voertuigen, huishoudens, energiesopslagsystemen (EOS) of buurtbatterijen. De meesten hiervan zijn veilig. Echter kan door oververhitting een 'thermal runaway' ontstaan. Dit leidt tot een felle en lastig te bestrijden brand waarbij ook giftige stoffen vrijkomen. In 2023 zijn de richtlijnen PGS 37-1 (EOS) en PGS 37-2 (opslag lithiumbatterijen) vastgesteld. Deze PGS'en bieden voorschriften voor het veilig omgaan met energieopslagsystemen en de opslag van lithium-ion batterijen. De verwachting is dat deze in 2026 worden verankerd in de wet. Daarbij is nog niet duidelijk of sprake is van een meldplicht. Relatie doelstellingen U&H-strategie: Gelet op het veiligheidscomponent sluit dit aandachtsgebied aan op de strategische doelstelling van de ODBN om ‘het ontstaan van risicovolle situaties in ruimtelijke inrichting te voorkomen’ (expertisegebied ‘Omgevingsveiligheid en gevaarlijke stoffen’). Nieuwe energiedragers worden ook in de omgevingsanalyse benoemd als belangrijk nieuw onderwerp. Aanpak: In 2026 ligt de nadruk op de eerste plaats op het zoveel mogelijk in kaart brengen van revisiebedrijven (PGS 37-2). Door middel van controle worden de aanwezige risico’s ingeschat en worden de bedrijven hierover geïnformeerd. Het is mogelijk om via maatwerk nadere eisen te stellen.
Gelet op de naderende wetgeving zullen we hier – afhankelijke van de beoordeling van de risico’s – terughoudend mee omgaan. Ook voor bedrijven met EOS (PGS 37-1) onderzoeken we de mogelijkheden om in kaart te brengen waar deze zich bevinden. Ook hier kiezen we in beginsel voor informeren, maar zullen we niet nalaten op te treden bij risicovolle situaties. Focusthema 4: Indirecte lozingen (KRW) Opgave: Waterkwaliteit wordt een steeds belangrijker thema, niet in de laatste plaats gelet op de naderende deadline van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Veel wateren voldoen niet aan de eisen van de KRW doordat er schadelijk afvalwater wordt geloosd op rioolsystemen. Relatie doelstellingen U&H-strategie: Oppervlaktewater i.c.m. indirecte lozingen is een eigen expertisegebied met meerdere nevendoelen in de U&H-strategie. De ODBN streeft met haar deelnemers naar schoner oppervlaktewater door minder vervuilende indirecte lozingen. Hiervoor zoekt de ODBN o.a. actief de samenwerking op met de waterschappen en andere ketenpartners. Aanpak: Nog in 2025 wordt vanuit Waterschap Aa en Maas per gemeente een overzicht opgeleverd van ter zake doende schadelijke stoffen in het water. De inzet van de ODBN op dit onderwerp is mede afhankelijk van de uitkomsten van de inventarisatie van het waterschap en de mate waarin te herleiden is waar de stoffen vandaan komen.
Bezien wordt of de aanpak van het project bij de gemeente Oss verbreed kan worden naar andere locaties. Bij de aanpak van indirecte lozingen is ook een link met de aanpak ZZS.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.5 november 2025
35
36
Focusthema 5: ZZS Opgave: ZZS is een ingewikkeld thema. De lijst met ZZS is lang en veel bedrijven zijn onbekend met ZZS en/of mogelijke alternatieven. Het is belangrijk om in kaart te brengen waar welke ZZS te verwachten zijn, voor welke ZZS minder schadelijke alternatieven voorhanden zijn en om toezichthouders een handelingsperspectief te bieden bij het aantreffen van ZZS. Relatie doelstellingen U&H-strategie: ZZS is een eigen expertisegebied in de U&H-strategie. Daarin wordt o.a. het belang van aandacht voor ZZS bij vergunningverlening en toezicht benadrukt, en ook het belang van ‘experimenteren’. Aanpak: In 2026 maken we inzichtelijk welke ZZS we in ons gebied hebben of kunnen verwachten. Daarbij maken we waar mogelijk een koppeling tussen ZZS en minder schadelijke alternatieven. Als startpunt maken we zoveel mogelijk gebruik van vergelijkbare initiatieven vanuit andere omgevingsdiensten, gekoppeld aan eigen ervaring, om in beeld te brengen waar we welke ZZS kunnen verwachten. We bieden onze toezichthouders en vergunningverleners een handelingskader zodat toezichthouders weten waar ze op moeten letten en optreden bij ZZS.
Focusthema 7: Nacontroles asbestsaneringen Opgave: Er worden door de ODBN incidenteel eindinspecties gedaan na asbestsaneringen. Het komt voor dat na afronding van een sanering blijkt dat er nog asbest aanwezig is. Dit kan leiden tot blootstelling en emissie naar het milieu. We missen inzicht in hoe vaak dit zich in werkelijkheid voordoet, maar er is een breed gedeeld beeld binnen de vakgroep (ook bij andere od’s) dat het gaat om significante aantallen. Relatie doelstellingen U&H-strategie: Sloop en asbest is een eigen expertisegebied in de U&Hstrategie met het ‘toezien op het juist verwijderen van asbest’ als nevendoelstelling. Aanpak: Bij wijze van steekproef/pilot wordt een nader overeen te komen aantal nacontroles gedaan, om het signaal beter te kunnen staven en de meerwaarde van deze aanpak in kaart te brengen. Wanneer blijkt dat een locatie ten onrechte is vrijgegeven, wordt de situatie bevroren, de betrokkenen worden teruggeroepen en er wordt voor gezorgd dat het nog aanwezige asbest juist wordt gesaneerd. Eventuele handhaving kan via de zorgplicht, zeker bij bedrijven die regelmatig de fout in gaan. Hiervan wordt ook actief een lijst bijgehouden. Ook dienen we een melding in bij de certificerende instanties bij recidive. Het project "Nacontroles asbestsaneringen" komt ten laste van de opdracht “Toezicht sloop met asbest” in plaats van “Geprogrammeerd toezicht”.
En is voor de leesbaarheid van het programma hier onder gebracht.
Focusthema 6: Luchtwassers Opgave: Bij het uitvoeren van controles blijkt regelmatig dat de gebruikerseisen van luchtwassers niet goed worden nageleefd. We constateren dat luchtwassers soms bewust of onbewust worden uitgezet of dat databestanden worden gemanipuleerd. Als luchtwassers niet naar behoren werken, wordt meer ammoniak en fijnstof uitgestoten dan vergund. En bovendien ontstaat geuroverlast. Het is niet precies duidelijk om hoeveel luchtwassers het gaat in ons werkgebied. Relatie doelstellingen U&H-strategie: Luchtwassers worden niet expliciet benoemd in de U&Hstrategie en de bijbehorende doelstellingen, maar heeft indirect betrekking op verschillende expertisegebieden zoals luchtkwaliteit, geur en Natura 2000-gebieden en aanverwante nevendoelstellingen. Aanpak: Voor de luchtwassers is recent een landelijke werkwijze/handhavingsplan vastgesteld, opgesteld vanuit de ODBN in samenwerking met andere od’s. Deze aanpak wordt gevolgd. Daarnaast worden bedrijven met luchtwassers zoveel mogelijk in kaart gebracht, daarbij gebruikmakend van verschillende databronnen zoals de DC en KRD. Vervolgens worden bedrijven geprioriteerd op basis van naleefgedrag, omvang en klachten. Deze bedrijven worden aangeschreven om logdata te overleggen, welke wordt geanalyseerd aan de hand van de luchtwasserscheck.
Bij eventuele tekortkomingen of overtredingen wordt het bedrijf hierop aangeschreven of fysiek gecontroleerd, afhankelijk van de ernst van de bevindingen. De resultaten van deze aanpak worden geëvalueerd, waarna wordt bezien of en hoe deze geborgd moet worden in de reguliere taakuitvoering Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.5 november 2025
37
38
39
3.3.4 Onbekende (illegale) activiteiten In deze paragraaf staat beschreven hoe gezocht wordt naar milieubelastende activiteiten die onbekend zijn bij de ODBN. Dit gaat vaak gepaard met illegaliteit, omdat veel activiteiten vooraf vergund of gemeld moeten worden waardoor deze niet meer onbekend zouden zijn. Illegaliteit is een expertisegebied in de U&H-strategie. De ODBN streeft met haar deelnemers naar het voorkomen van milieuschade door illegaliteit. Voorbeelden zijn vroegtijdige signalering van riskante locaties en beter toezicht op ketens die gevoelig zijn voor illegaliteit en milieucriminaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt in de volgende onderdelen: ➜ Blinde vlekken ➜ Leegstand ➜ Gebiedsgericht aanpak
Blinde vlekken Blinde vlekken zijn milieurelevante bedrijven/locaties die wel in andere data (zoals KvK of LMA) staan maar niet in het bedrijven-/ MBA-bestand van de ODBN.
In 2025 is een selectie van blinde vlekken onderzocht. Die ervaringen nemen we mee voor een lijst in 2026. De lijst met mogelijk interessante bedrijven/locaties wordt opgesteld en deze wordt administratief nagelopen en geprioriteerd. Door gebruik te maken van beschikbare gegevens in onze systemen en luchtfoto’s uit de GIS-viewer, volgt een selectie aan bedrijven/locaties die in 2026 worden gecontroleerd. Als daadwerkelijk milieurelevante bedrijven/locaties worden aangetroffen, dan worden deze opgenomen in het bedrijven-/MBA-bestand. Hierop wordt dan ook toezicht gehouden.
Leegstand Onder leegstand worden locaties verstaan waar in het verleden een inrichting zat/ bedrijvigheid was maar waarvan later is vastgesteld dat er geen (milieubelastende) activiteiten meer plaatsvinden. Voorwaarde hierbij is dat de locatie nog wel geschikt moet zijn voor bedrijvigheid (leegstaande gebouwen, voorzieningen). Locaties waar geen bedrijvigheid meer mogelijk is (alle gebouwen gesloopt, nieuwe bestemming of woningbouw) worden namelijk uit het bedrijven-/MBA-bestand verwijderd. Voorafgaand aan controle vindt een administratieve actie plaats met behulp van luchtfoto’s zodat een schifting plaats vindt. Bij de controles zal ook gelet worden op ondermijning en (het intrekken van) oude vergunningsrechten.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.5 november 2025
40
41
Gebiedsgerichte aanpak Veehouderijen/buitengebied Naast risicogericht toezicht op basis van DGW is er ook een gebiedsgerichte aanpak voor veehouderijen/buitengebied. Hierbij wordt in een bepaald gebied en/of met een bepaald thema toezicht uitgevoerd zonder voorafgaande bedrijvenselectie. Er zal gekeken worden naar onbekende milieubelastende activiteiten en illegale praktijken. Voorbeelden hiervan zijn luchtwassers die niet in werking zijn of onbekende propaantanks (eveneens van belang voor risicokaart REV). De geïnventariseerde locaties met activiteiten worden vastgelegd in het bedrijven-/MBA-bestand. Indien nodig zal een locatie gecontroleerd worden. Industrie(terreinen) In 2023 is de eerste keer gestart met de gebiedsgerichte aanpak op verschillende industrieterreinen. Op basis van constateringen, meldingen of andere signalen zijn data-analyses uitgevoerd en enkele interessante industrieterreinen geselecteerd. Binnen deze terreinen is de nadruk van het toezicht met name gelegd op wisseling van bedrijven, (nieuwe) leegstand en illegale activiteiten. De resultaten hebben aangetoond dat er onbekende activiteiten zijn op deze terreinen en dat de aanpak zinvol is. Voor 2026 wordt deze aanpak voortgezet en uitgebreid. De aandachtsgebieden zullen niet alleen meer industrieterreinen zijn, ook de bebouwde kom en centra worden betrokken voor een steekproef.
Indien nodig zal een locatie gecontroleerd worden.
3.3.5 Toezicht energie De algemeen toegenomen urgentie voor klimaat in de laatste 10 jaar, heeft geleid tot een groeiende prioriteit voor energietoezicht. Sinds 2023 is energietoezicht een basistaak voor omgevingsdiensten en is de wetgeving uitgebreid. Voor de financiering voor de uitbreiding ontvangen omgevingsdiensten tot en met 2026 een specifieke uitkering (SPUK-THE) van het rijk. Deze uitkering is een aanvulling op de al bestaande financiering van de deelnemers vanuit het werkprogramma (energiebod) en de provinciale opdracht. Energietoezicht doorloopt een vierjarige cyclus. Elke vier jaar moeten informatie- en onderzoeksplichtige bedrijven een rapportage of onderzoek indienen over hun energieverbruik en nog te treffen besparende maatregelen. De laatste keer was dat op 1 december 2023. Het jaar daarna (2024) krijgt het toezicht op het indienen van rapportages en onderzoeken de eerste prioriteit. De drie opvolgende jaren 2025-2027 ligt de prioriteit bij het uitvoeren van energiecontroles bij informatieplichtige en onderzoeksplichtige bedrijven. Daarop ligt ook de nadruk in 2026.
Voor de periode na 2026 verwachten we een drietal grote wijzigingen waarop we ons in 2026 voorb reiden: 1. De huidige SPUK-THE regeling eindigt eind 2026 en krijgt daarna een vervolg in een andere vorm. Naar alle waarschijnlijkheid zal de financiering dan niet meer aan omgevingsdiensten wordt uitgekeerd, maar aan het bevoegd gezag; 2. De huidige energiebesparingsplicht in het Bal en Bbl is geëvalueerd en wordt aangepast. De terugverdientijd voor verplichte maatregelen wordt verscherpt van 5 naar 7 jaar en de informatieplicht en onderzoeksplicht zal worden gewijzigd; 3. De vernieuwde Europese Energy Performance of Building Directive (EPBD IV), Energie Efficiency Directive (EED) en Renewable Energy Directive (RED III) krijgen een vertaling naar landelijke wetgeving. Mogelijk wordt een deel van het toezicht daarop als basis- of verzoektaak bij de omgevingsdienst belegd. Naast toezicht en handhaving op wettelijke verplichtingen is in de U&H-strategie vastgelegd dat de ODBN: 1. doelgroepen informeert over kansen en verplichtingen. We informeren bedrijven op onze website en in het toezicht zelf, door bedrijven tijdens controles te informeren over verplichtingen en relevante stimuleringsregelingen. Als verzoektaak dragen wij indien gewenst bij aan informatiebijeenkomsten voor bedrijven; 2. deelnemers adviseert bij beleidsontwikkeling en omgevingsplannen.
Dit is onderdeel van een breder project ter versterking van de adviestaak van de ODBN. Het ontwikkelen van advisering op energie is voorzien na 2026.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.5 november 2025
42
43
Energielabel C kantoren
3.4 Niet geprogrammeerd toezicht en handhaving
Vanaf 2023 heeft de ODBN als verzoektaak voor een aantal gemeenten toegezien op de naleving van de energielabel C verplichting voor kantoren. Inmiddels voldoen alle bekende kantoren in die gemeenten aan de verplichting. Maar omdat energielabels 10 jaar geldig zijn en er steeds nieuwe kantoren bij kunnen komen vraagt het toezicht hierop blijvende aandacht.
Gedurende het jaar doen zich omstandigheden voor waardoor het noodzakelijk of gewenst is toezicht of andere taken uit te voeren op bedrijfsgebonden MBA’s die niet voorzien waren in dit programma.
Werkgebonden personenmobiliteit (WPM)
3.4.1
Sinds 2025 is het toezicht op de regeling werkgebonden personenmobiliteit (WPM) een basistaak voor Omgevingsdiensten. Werkgevers met meer dan 100 werknemers moeten jaarlijks een rapportage indienen over de CO2 uitstoot van hun woon-werk en werk-werk verkeer. Omgevingsdiensten zien er jaarlijks op toe dat die rapportages worden ingediend en dat deze inhoudelijk plausibel zijn. In 2026 wordt de uitvoering landelijk geëvalueerd en wordt bepaald hoe de regeling een vervolg krijgt na 2026.
Hiermee worden controles milieu bij bedrijfsgebonden MBA’s bedoeld, die niet onder het geprogrammeerde toezicht vallen maar gedurende het lopende jaar voor controle worden aangedragen. Deze controles kunnen op initiatief van zowel de deelnemer als de ODBN zijn.
Controles milieu (losse opdrachten)
Hieronder vallen ook oplevercontroles (na verlenen omgevingsvergunning/ beoordelen meldingsplicht) en controles na het buiten behandeling laten van een omgevingsvergunning of melding.
Energietransitie De energietransitie vraagt toenemende aandacht voor bijvoorbeeld de veiligheid van energieopslag systemen (EOS) en waterstof, energieopslag in de bodem en milieuaspecten rond de aanleg van wind- en zonneparken. In de U&H strategie is opgenomen dat de ODBN hier ook aan kan bijdragen. Deze onderwerpen komen aan bod bij overige vraagstukken (externe veiligheid) en vergunningverlening (onderdeel meldingen basistaken bodem).
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Ketengerichte aanpak Controles als gevolg van de ketengerichte aanpak (zie paragraaf 3.8), die niet ondergebracht zijn of kunnen worden onder het geprogrammeerde toezicht, asbest- of bodemtoezicht, worden onder dit gedeelte van het programma uitgevoerd.
Versie 2.5 november 2025
44
Mestfraude Het bovenstaande geldt ook voor controles op mestfraude die voortvloeien uit het project Gebiedsgerichte handhaving mestfraude. Hierin werkt de ODBN samen met onder meer de provincie Noord-Brabant, NVWA en RVO (samenwerking loopt door in 2026).
Ondermijning Vanuit het speerpunt Ondermijning kunnen verzoeken komen om inspecties milieu uit te voeren bij geselecteerde locaties, zoals gezamenlijke controles met het Maasland Interventie Team (MIT). Vaak is er voor deze inspecties aanvullend budget beschikbaar binnen de gemeenten, vanuit de portefeuille Openbare orde en Veiligheid.
3.4.2
Beoordelen voorgeschreven onderzoeken
Vanuit omgevingsvergunningen en het Besluit activiteiten leefomgeving kunnen er verplichtingen zijn voor het overleggen van onderzoekrapportages. Het gaat dan om bodem-, geluid-, luchten geuronderzoeken die dusdanig complex zijn dat de beoordeling door een specialist moet plaatsvinden. Deze werkzaamheden vallen onder dit deel van het werkprogramma.
3.4.3
Repressieve bestuursrechtelijke handhaving
Dit zijn alle werkzaamheden vanaf de handhavingsbeschikking, de werkzaamheden dus nadat een last onder dwangsom, of een last onder bestuursdwang is opgelegd. Het gaat dan om werkzaamheden die betrekking hebben op het tenuitvoerleggen van de handhavingsbeschikking, zoals de herinspecties na afloop van de begunstigingstermijn, het op verzoek verlengen van de begunstigingstermijn, het opstellen van een invorderingsbeschikking (van verbeurde dwangsommen) of kostenverhaalbeschikking of het intrekken van de handhavingsbeschikking.
3.4.4
De afgelopen jaren werkt de ODBN aan het steviger inbedden van strafrecht binnen de organisatie. Inmiddels zijn er 5 ‘grijze’ boa’s in dienst, waarvan één senior. Hiermee is de gewenste capaciteit op orde. Omdat deze extra capaciteit nog niet geland is in de 3-jaren gemiddelden (berekeningswijze van de budgetten) zijn voor 2026 aanvullende uren opgenomen binnen niet-geprogrammeerd toezicht. De grijze boa’s pakken strafrechtelijke handhavingszaken op voor het grijze kleurspoor. Dit zijn zaken die voortkomen uit agrarisch en industrieel toezicht (MBA gebonden). Daarnaast behandelen ze ook zaken op het gebied van asbest, sloop, bodem, omgevingszorg of de ketenaanpak. Zaken die strafrechtelijk opgepakt worden, worden opgevolgd met een proces-verbaal (verkort of uitgebreid) of een bestuurlijke-strafbeschikking milieu.
Versterken samenwerking strafrechtelijke handhavingspartners Strafrechtelijke handhaving vraagt om intensieve samenwerking tussen de diverse handhavingspartners. Gezamenlijk met o.a. de politie, het Openbaar Ministerie (OM) en diverse andere partners wordt zorggedragen voor de handhaving van het omgevingsrecht. De grijze boa’s hebben een vast afstemmingoverleg met het Functioneel Parket (FP), samen met o.a. de andere Brabantse omgevingsdiensten, het milieuteam van de politie de andere Brabantse omgevingsdiensten en de waterschappen. Tijdens dit overleg wordt overleg gevoerd over de meest effectieve insteek bij individuele strafzaken. In 2026 wordt de samenwerking van een volgende impuls voorzien. Het afgelopen jaar zijn nieuwe overlegvormen ontstaan waar meer beleidsmatige afstemming plaatsvindt. In samenspraak met de handhavingspartners wordt onderzocht hoe deze overleggen het beste geformaliseerd kunnen worden.
Verzoek om handhaving/advies gedoogbeschikkingen
Hieronder wordt verstaan het behandelen van een verzoek tot handhaving, inclusief het nemen van een beschikking tot afwijzing van het verzoek tot handhaving of juist het opleggen van een handhavingsbesluit aan een overtreder. Inspecties als gevolg van een verzoek tot handhaving worden eveneens onder dit gedeelte uitgevoerd. Ook het opstellen van en toezien op gedoogverklaringen behoort hiertoe.
3.4.5
Repressieve strafrechtelijke handhaving
Naast bestuursrechtelijke handhaving is strafrecht één van de instrumenten welke ingezet kan worden om bij te dragen aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving. Hoewel strafrechtelijke handhaving nooit een opzichtzelf staand doel mag zijn, is het wel een onmisbaar middel voor de handhaving van het omgevingsrecht. En hét repressieve sluitstuk wanneer (alleen) bestuursrechtelijke maatregelen onvoldoende blijken. Bestuurs- en strafrechtelijke handhaving zijn onderdeel van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De LHSO gaat uit van een evenwichtig afgestemd bestuurs- en strafrechtelijk interveniëren. De vraag welke interventie passend is, hangt af van de aard, zwaarte, oorzaken en de gevolgen van de overtreding plús het verwachte effect van de interventie. Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.5 november 2025
45
46
Toepassing LHSO In 2025 is geborgd dat de LHSO verplicht wordt ingevuld en bij een score van A4, B3, C2 en zwaarder altijd een strafrechtelijke toets plaats vindt. De verwachting is dat dit met de verhoogde capaciteit bij de BOA’s gaat resulteren in meer strafzaken aan het FP worden voorgelegd. Door intensievere samenwerking met onder ander het FP verwachten we meer zicht te krijgen op de prioriteiten en capaciteit bij het FP en daarmee nog efficiënter te zijn in de zaken die we wel of niet doorzetten.
3.4.6 Behandelen klachten- en incidentmeldingen Klachten en incidentmeldingen worden door burgers en bedrijven telefonisch of digitaal ingediend via de Milieuklachtencentrale en zijn inzichtelijk in de Milieuklachtenapplicatie (MKA). Alle meldingen worden beoordeeld door de ODBN. Sommige meldingen worden via het klantportaal doorgezet naar de gemeenten voor afhandeling. De meldingen die door de ODBN worden beoordeeld en afgehandeld zijn klachten over bedrijven met milieubelastende activiteiten, meldingen van ongewone voorvallen en meldingen afwijking reguliere bedrijfsvoering. Meldingen geluidsoverlast, afkomstig van evenementen worden niet door de ODBN afgehandeld. Deze worden rechtstreeks doorgezet naar de gemeente. Het is mogelijk dat er een meting wordt uitgevoerd tijdens een evenement, maar deze moet vooraf als verzoek worden ingediend bij de ODBN. Meldingen in het kader van omgevingszorg (niet bedrijfsgebonden), zoals drugsafval dumpingen, asbestbranden e.d. worden uitgevoerd door de consignatiedienst. Deze meldingen komen telefonisch binnen via de piketregeling. Als ook daadwerkelijk inspectie en handhaving noodzakelijk is naar aanleidingen van voornoemde werkzaamheden vallen deze ook onder dit gedeelte van het programma.
3.5
Toezicht basistaken bodem en mobiel breken
47
Het uitvoeren van toezicht op verschillende taken die betrekking hebben op de bodem.
Taken ➜ Het uitvoeren van toezicht op werkzaamheden die betrekking hebben op het toepassen en (tijdelijke) opslaan van grond (zeven, ontwateren, samenvoegen van grond of baggerspecie/ toepassen van grond of baggerspecie/ toepassen van bouwstoffen en opslaan) risicogericht met behulp van een quick-scan. ➜ Het toezicht op mobiel breken wordt volgens een risicogerichte werkwijze uitgevoerd. ➜ Het uitvoeren van toezicht op gesloten bodemenergiesystemen. ➜ Vrijeveld toezicht op illegale grondverplaatsingen en -opslag. ➜ Het uitvoeren van toezicht op graafactiviteiten in schone grond (gelijk aan of onder interventiewaarde). ➜ Het uitvoeren van toezicht op graafactiviteiten kleiner en groter dan 25 m³ in verontreinigde grond (boven interventiewaarde). Er is bij deze werkzaamheden geen sprake van daadwerkelijke sanering, daarom wordt toezicht niet in alle voorkomende gevallen uitgevoerd. ➜ Het uitvoeren van toezicht op bodemsaneringen. In 2026 wordt gewerkt met een quickscan om risicogerichte toezicht uit te voeren volgens de “Werkinstructie bodem 2025-2029”. ➜ Het uitvoeren van toezicht op het toepassen van grond op voormalige stortplaatsen. ➜ Het uitvoeren van toezicht op de toepassing van immobilisaten. ➜ Het uitvoeren van toezicht en eindbeoordelingen van saneringen op grond van de Wet bodembescherming (geldt alleen voor gemeente ’s-Hertogenbosch).
De aanpak, uitvoering en de wijze van prioriteren van bovenstaande taken worden uitgevoerd volgens ons risicomodel en de LHSO. Vanuit de Uitvoerings- en handhavingsstrategie wordt vanaf 2026 de focus gelegd op het meer zicht krijgen op illegale grondstromen en het indammen hiervan. Door de inzet van drones, gerichte inspecties, de inzet op ketenaanpak met onverwachte controles en data-analyses wordt hieraan een bijdrage geleverd. Daarnaast vallen sinds de Omgevingswet ook graafwerkzaamheden onder ‘milieubelastende activiteiten’, waardoor meer toezicht nodig zal zijn voor niet gemelde graafwerkzaamheden.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.5 november 2025
48
De aanpak, uitvoering en de wijze van prioriteren van bovenstaande taken worden uitgevoerd volgens ons risicomodel en de LHSO. Zoals al eerder in het programma is beschreven, is er voor asbest in 2026 een focusthema benoemd. Het gaat om de nacontroles bij asbestsaneringen. In paragraaf 3.3.3 wordt hier verder op in gegaan. Vanuit de U&HS verschuift de focus steeds meer naar het structureel inrichten van vrij veld toezicht. Dit is een bewuste keuze, aangezien hier de risico's op het vrijkomen van asbest het grootst zijn.
3.7
Ketenaanpak en milieucriminaliteit (gefinancierd uit budget collectieve taken)
De ketenaanpak is een belangrijke aanvulling op de risicogerichte bedrijfsgebonden benadering. De ketenaanpak richt zich niet specifiek op een bedrijf of locatie, maar volgt een grondstof-, productof afvalketen van begin tot eind. Dat is vaak complex: bij keten zijn vele bedrijven betrokken, ze overschrijden regelmatig regio-, provincie- of landsgrenzen en ze raken bevoegdheden van meerdere toezichthoudende en handhavende instanties. Het in beeld brengen van de risico’s in de keten vraagt specifieke competenties voor het analyseren, duiden en interpreteren van data en informatie. Juist vanwege die complexiteit zijn ketens extra gevoelig voor illegaliteit en milieucriminaliteit en is het belangrijk effectief toezicht te houden op ketens. Het is essentieel om in het toezicht samen te werken met andere instanties.
3.6
Toezicht sloop met asbest
Het uitvoeren van toezicht op verschillende taken die betrekking hebben op asbestverwijdering en bouwkundige sloop.
Taken: ➜ Het uitvoeren van toezicht op asbestverwijdering en op gecombineerde sloop (asbestverwijdering + bouwkundige sloop). ➜ Vrijeveld toezicht op illegale asbestsaneringen/ sloopactiviteiten. ➜ Het uitvoeren van toezicht op de risicomatrix, het sloopveiligheidsplan en stikstofmaatregelen (bij meer dan 10 m³ sloopafval en/of asbestafval). Er is een dashboard ontwikkeld waarin alle sloopmeldingen en startmeldingen op een kaart van het gebied geprojecteerd worden. Omdat deze meldingen eerder geprioriteerd zijn, valt in een oogopslag te zien welke locaties een hoge prioriteit hebben en waar de werkzaamheden inmiddels zijn gestart. Op deze wijze kan het toezicht effectief worden ingeregeld en kunnen eenvoudig slimme routes door het gebied bedacht worden.
De ODBN werkt in de ketenaanpak nauw samen met ODZOB en OMWB. Aan de hand van een risicoanalyse, selecteren de diensten gezamenlijk de ketenprojecten voor het volgende jaar. Net als in 2025, richt de ketenaanpak voor 2026 zich specifiek op de thema’s asbest, bodem en afval. De aard van die thema’s leent zich goed voor een ketenaanpak. De ketenprojecten voor 2026 worden eind 2025 vastgesteld. Naast de ketenprojecten werken ODZOB, OMWB en ODBN in 2026 samen aan een ketenplan om het ketentoezicht na 2026 te versterken en gezamenlijk te voldoen aan de kwaliteitscriteria 3.0.
3.8
Budgetten
In de bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor toezicht en handhaving opgenomen.
Daarnaast worden projectmatig zaken opgepakt die vanuit het reguliere toezicht aandacht vragen. Een voorbeeld hiervan is intensiever toezicht op asbestsaneringen van een specifieke asbestsaneerder, indien deze herhaaldelijk negatief gedrag laat zien.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.5 november 2025
49
50
4 Juridische ondersteuning (bezwaar en beroep) 5 Overige verzoektaken 6 Regionale dienstverlening
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
51
2
Versie 2.5 november 2025
51
52
4 Juridische ondersteuning (bezwaar en beroep)
5 Overige verzoektaken
4.1 Algemeen
5.1 Algemeen
Onder juridische ondersteuning wordt verstaan het behandelen van bezwaar, beroep, hoger beroep en verzoeken om voorlopige voorzieningen. Juridische ondersteuning maakt geen onderdeel uit van het budget voor vergunningverlening en toezicht en handhaving.
Binnen de ODBN vallen onder de overige verzoektaken alle werkzaamheden die op verzoek van gemeenten worden uitgevoerd en die buiten het basistakenpakket en bedrijfsgebonden milieubelastende activiteiten (MBA’s) vallen. Deze taken zijn divers van aard en worden afgestemd met de deelnemende gemeenten. Denk hierbij aan specialistisch advies bij omgevingsplannen, ruimtelijke initiatieven en juridische procedures.
Het gaat uitsluitend om werkzaamheden die tot een zelfstandig product leiden. Deze werkzaamheden zijn vaak moeilijk vooraf te ramen.
4.2 Budgetten In de bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor juridische ondersteuning (bezwaar en beroep) opgenomen.
53
De rol van ODBN-specialisten is daarbij steeds belangrijker geworden. Binnen disciplines zoals geluid, ETFAL, externe veiligheid, luchtkwaliteit, geur en natuurbescherming leveren de vakgroepen inhoudelijke bijdragen aan vergunningverlening, toezicht, handhaving en onze adviestaak (VTHA). Waarbij ook steeds meer ervaring wordt opgedaan met beleidsontwikkeling. Ook worden quickscans uitgevoerd, zienswijzen beoordeeld en gemeenten ondersteund bij rechtszaken. De inzet van deze specialistische kennis is cruciaal voor een zorgvuldige en toekomstbestendige inrichting van de leefomgeving.
5.2 Uitvoering Onder de overige verzoektaken zijn zeer verschillende taken opgenomen. Werkzaamheden die niet regulier zijn worden in overleg met de deelnemer uitgevoerd. In bijlage 1 is een tabel opgenomen waarin per gemeente is aangegeven welke overige verzoektaken bij de ODBN worden belegd. Bijlage 3 geeft vervolgens een gedetailleerde (inhoudelijke) beschrijving van alle voorkomende werkzaamheden die onder het betreffende opdrachtnummer uitgevoerd kunnen worden.
5.3 Specialistische taken (VTH) Buiten de (beknopte) informatie en beschrijvingen in bijlagen 1 en 3, voeren de specialistische teams van de ODBN ook de nodige taken uit binnen de basis- en VTHA-verzoektaken. Hieronder wordt per discipline een omschrijving van de belangrijkste werkzaamheden weergegeven. Dit kan een mengeling van overige verzoektaken én basis- en VTHA-verzoektaken zijn, maar om de werkzaamheden niet strikt te willen scheiden is ervoor gekozen om het geheel op deze plaats op te nemen.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.5 november 2025
54
55
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)
Externe Veiligheid
Op verzoek van gemeenten worden ruimtelijke voornemens (omgevingsplannen en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s)), geheel volgens het principe van ETFAL, beoordeeld op een twaalftal milieuaspecten:
De belangrijkste focus vanuit de U&HS is meer omgevingsveiligheid door het voorkomen van ontstaan van risicovolle situaties in ruimtelijke inrichting. Daar voeren wij de volgende taken voor uit.
➜ ➜ ➜ ➜ ➜ ➜ ➜
activiteiten en milieuzonering milieueffectrapportage (m.e.r.) lucht volksgezondheid spuitzones hoogspanningslijnen geur
➜ ➜ ➜ ➜ ➜
omgevingsveiligheid geluid soortenbescherming stikstofdepositie bodem
Vooruitlopend op een uitgewerkt ruimtelijk voornemen (principeverzoek en/of intake- of omgevingstafel) leveren de ETFAL-specialisten op verzoek tevens quickscans milieu aan waarin, op basis van kort en indicatief onderzoek, wordt aangegeven of -en in welke mate- een voornemen milieutechnisch haalbaar is. Daarnaast levert de vakgroep bijdragen aan het beantwoorden van milieu gerelateerde zienswijzen en beroepszaken en worden gemeenten bijgestaan in het geval van rechtszaken. Dit doen de ETFAL-specialisten in nauwe samenwerking met diverse milieuspecialisten.
Geluid Vanuit de U&HS ligt de focus sterk op het verminderen van het ontstaan van geluidshinder. Hiervoor voeren wij verschillende taken uit. De vakgroep geluid toetst initiatieven bij aanvragen voor omgevingsvergunningen en meldingen op akoestische aspecten. Rapporten van akoestisch onderzoek worden beoordeeld en waar nodig worden passende geluidvoorschriften voorgesteld. Ook bij ruimtelijke plannen, zoals woningbouw of bedrijfsontwikkeling, adviseert de vakgroep over het waarborgen van een aanvaardbaar woonen leefklimaat en het voorkomen van beperkingen voor bestaande bedrijven. Dit gebeurt binnen de geldende wettelijke kaders. Geluid kan leiden tot hinder. Bij bedrijfsmatige bronnen controleert de ODBN of de regels worden nageleefd, eventueel naar aanleiding van klachten. Bij overschrijdingen wordt handhavend opgetreden. Bij geluidsoverlast van andere bronnen – zoals airco’s, warmtepompen, evenementen of bromtonen – voert de ODBN op verzoek van gemeenten geluidmetingen uit. Deze worden uitgevoerd en gerapporteerd door het team van geluidsspecialisten.
De vakgroep voert de specialistische milieu(advies)taken uit ten aanzien van externe veiligheid. Hieronder valt de advisering voor vergunningverlening (bedrijfsgebonden MBA’s), advisering bij ruimtelijke plannen en werkzaamheden rondom de REV-registratieverplichtingen van risicovolle milieubelastende activiteiten. Verder ligt er een belangrijke focus op het Register Externe Veiligheid. Met de komst van de Omgevingswet is een nieuw register ingesteld voor externe veiligheid. Afgelopen twee jaar is gebruikt om de data op orde te krijgen dit vanwege de nieuwe aandachtsgebieden maar ook vanwege drempelwaarde verlagingen van bepaalde risicovolle activiteiten. Dit jaar gaat de focus liggen in het beheer ervan en het tot stand laten komen van een API-koppeling (application programming interface) tussen het ODBN-zaaksysteem en REV. Dit laatste is een vereisten vanuit het ministerie I&W. Deze registratieverplichting is een wettelijke taak en is de belangrijkste bron om goed te kunnen adviseren op dit milieuaspect Tot slot zijn er landelijk ontwikkelingen waarop de vakgroep moet anticiperen. In 2027 treedt het verzamelbesluit externe veiligheid in werking, hierin worden foutjes in huidige wetgeving gecorrigeerd en er worden een aantal nieuwe risicovolle activiteiten benoemd. In 2024 is voor een aantal bedrijven het gifwolkaandachtsgebied herrekend vanwege een nieuwe rekenwijze.
Dit kan in 2026 ook gaan spelen rondom het brandaandachtsgebied. Voor LPG-tankstations heeft de Raad van State een uitspraak gedaan dat de gehanteerde veiligheidsafstanden niet meer gehanteerd mogen worden (mogelijk worden deze vergroot). Op dit moment is nog niet duidelijk hoe en wanneer dit vastgelegd gaat worden in wetgeving.
Luchtkwaliteit en geur De vakgroep Luchtkwaliteit en geur adviseert overwegend intern bij het VTHA-proces. Zo worden luchtkwaliteitsrapporten, geurrapporten en onderbouwingen die horen bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning beoordeeld op de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Daarnaast worden op vergelijkbare wijze rapporten beoordeeld die in het kader van toezicht en handhaving zijn ingediend. Ook ondersteunt de vakgroep de ETFAL-specialisten op de lucht- en geuraspecten. Een aanzienlijk deel daarvan betreft van oudsher agrarische geur vraagstukken, maar we zien een verschuiving optreden naar andere lucht- en geuraspecten. Ook worden de juristen ondersteund bij het opstellen van verweerschriften en het deelnemen aan rechtszaken.
Daarnaast begeleidt de vakgroep saneringsprojecten voor wegverkeerslawaai en beheert zij het geluid van gezoneerde industrieterreinen. Tot slot ondersteunt de vakgroep juristen bij het opstellen van verweerschriften en het voeren van juridische procedures rondom geluid.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.5 november 2025
56
Daarnaast pakt de vakgroep vragen van deelnemers op die vooral betrekking hebben op lucht- en geuraspecten. Deze vragen zijn zeer divers en hebben veelal betrekking op het ruimtelijk spoor. Maar ook het weerleggen van een zienswijze, het coördineren van (geur-)metingen of een vorm van data-analyse of -levering behoort tot de mogelijkheid. Ook voert de vakgroep werkzaamheden uit voor het ‘Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK)’. Dit is onder de omgevingswet het instrument geworden voor de ondersteuning van monitoring van de luchtkwaliteit. CIMLK heeft als doel luchtkwaliteitsgegevens over Nederland voor iedereen op één plaats, uniform en laagdrempelig beschikbaar te stellen. En daarmee de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit (digitaal) te ondersteunen. Vanuit de U&HS wordt er voor luchtkwaliteit focus gelegd op het opstellen van werkbare normen in omgevingsplannen die de gezondheid beter beschermen. Hierover zullen wij actief het gesprek aangaan en adviseren wij graag.
6 Regionale dienstverlening en overige dienstverlening
De ODBN voert een aantal taken uit voor alle gemeenten waarvoor speciale afspraken zijn gemaakt voor wat betreft de uitvoering en financiering. Het betreft voor de regionale dienstverlening: ➜ Het budget Collectieve taken ➜ Regeling Omgevingszorg/ Klachtenregeling buiten kantoortijd ➜ Uitvoering taken Bodemloket Voor de overige dienstverlening betreft dit:
Natuurbescherming
➜ Samen sterk in Brabant (SSiB)
De vakgroep Natuurbescherming adviseert voornamelijk bij ruimtelijke plannen over gebiedsbescherming (zoals Natuurnetwerk Brabant en Natura 2000), soortenbescherming en houtopstanden. Dit geldt voor omgevingsplannen, BOPA’s, omgevingstafels, zienswijzen en beroepszaken.
De budgetten voor deze taken zijn in bijlage 2 opgenomen zodat er per gemeente één financieel overzicht beschikbaar is. De inhoudelijke uitvoering van deze taken is niet in dit werkprogramma opgenomen.
Sinds de invoering van de Omgevingswet ligt de verantwoordelijkheid voor het aanvragen van natuurbeschermingsvergunningen bij de initiatiefnemer. Gemeenten kunnen bij twijfel over bijvoorbeeld de onderzoeksplicht voor flora en fauna alsnog advies vragen aan de ODBN. Daarnaast beoordeelt de vakgroep losse adviesvragen en onderzoeken, zoals ecologische quickscans, NNB-toetsen, stikstofdepositieonderzoeken en verdiepende soortenonderzoeken. Het eerder signaleren van mogelijke bedreiging van instandhouding soorten, meer vragen afhandelen met minder capaciteit én het in stand houden en verbeteren van Natura 2000-gebieden terwijl er meer ontwikkelingen mogelijk worden zijn focuspunten vanuit de U&HS.
5.4 Budgetten In de bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor de overige verzoektaken opgenomen
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.5 november 2025
57
58
Bijlagen
59
2
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.5 november 2025
Bijlage 1: Overige verzoektaken per gemeente
60
61
Sint-Michielsgestel
Vught X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
OV01a
BZV-toets
X
X
X
X
X
X
X
OV60a
Toezicht BZV
X
X
X
X
X
X
OV36*
Behandelen sloopmeldingen (zonder asbest)
X
X
X
X
X
OV59*
Toezicht sloop (zonder asbest)
X
X
X
OV46
Specifieke opdracht groen
X
X
OV15*
Advies bodem
X
X
X
OV18
Advies en onderzoek geluid (excl. bedrijfsgebonden MBA’s en evenementen)