27. Bijlage - Jaarstukken 2021
Tekst van het document
Bij afwijkende signalen kunnen we als omgevingsdiensten in de toekomst sneller en gerichter interveniëren. ➜ Binnen het project ‘gebiedsgerichte handhaving mest’ werken we onder andere samen met de NVWA en de waterschappen. Als ODBN leveren we relevante informatie aan, waardoor gericht toezicht kan worden uitgevoerd tegen mestfraude. In 2021 hebben we gezamenlijk toezicht uitgevoerd bij een tiental mest-verwerkende bedrijven binnen onze regio. Hoewel dit nog niet heeft geleid tot handhavend optreden door de ODBN, leveren we met het project een bijdrage aan de aanpak van mestfraude en het voorkomen van onnodige vervuiling van grond- en oppervlaktewater. Vanuit onze signalerende rol hadden we meer overtredingen verwacht. Dit signaal is ook richting ons bestuur gegeven, met het advies om de aanpak te verbeteren.
ODBN Jaarstukken 2021
37
38
Informatiegestuurd werken Zoals gezegd is de impuls voor het informatiegestuurd werken een ontwikkeling met grote impact op onze organisatie, waar we nu al de vruchten van plukken. Halverwege 2021 is gestart met de impuls IGW door een kwartiermaker IGW aan te trekken, die de specifieke expertise kan leveren die nodig is om onze organisatie te begeleiden in het traject richting een meer informatie gestuurde organisatie. Hoewel we pas het afgelopen jaar zijn begonnen met de impuls IGW, zijn er al grote stappen gezet. Zo is gestart met de ontwikkeling van een (mobiele) geografische applicatie waarmee handhavers – en in de toekomst ook toezichthouders en vergunningverleners – op basis van hun fysieke locatie alle actuele en relevante bedrijfs- en omgevingsinformatie in het veld snel tot hun beschikking hebben. Daarnaast is een systematiek voor risicogerichte prioritering van veehouderijen opgeleverd, waarbij bedrijvenlijsten zijn samengesteld op basis van een analyse van de geregistreerde data uit het project Intensivering Toezicht Veehouderijen. Andere belangrijke wapenfeiten betreffen de opgeleverde analyses ten behoeve van het primaire proces, zoals de analyse van overtredingen en LHS-scores en een analyse van Digitale Checklists.
Ook heeft het IGW bijgedragen aan de beschikbaarheid van relevante managementinformatie – in de vorm van een digitaal dashboard – waarmee IGW de mogelijkheden om te sturen op data versterkt.
Wat heeft het in 2021 gekost? PROGRAMMA REGIONALE DIENST VERLENING
39
BEGROTING NA WIJZIGING 2021
REKENING 2021
REKENING 2020
BEGROTING 2021
Inzet personeel
1.547
1.728
1.848
1.701
Inzet bedrijfsmiddelen
614
543
2.628
625
0
0
6
6
TOTAAL LASTEN
2.161
2.271
4.482
2.332
Collectieve taken
997
667
667
649
Samen Sterk in Brabant (regulier)
850
973
982
986
Samen Sterk in Brabant (impuls)
1.385
1.385
1.400
1.400
Overige regionale programma's
133
120
120
97
TOTAAL BATEN
3.365
3.145
3.170
3.132
SALDO
1.204
874
-1.312
800
BEDRAGEN X €1.000
Afschrijvingen
ROK-VTH In het Regionaal Operationeel Kader Verlening, Toezicht en Handhaving (ROK-VTH) leggen we ons uitvoeringsbeleid uniform vast. Het ROK-VTH vormt daarmee de basis van hoe wij onze taken uitvoeren. Tot voor kort was er alleen een ROK voor toezicht en handhaving (ROK-T&H) dat stamt uit 2016. Het afgelopen jaar hebben we het ROK-Vergunningverlening vastgesteld. Op de planning stond ook de herziening van het ROK-TH en dit te integreren met het ROK voor vergunningverlening: het ROK-VTH. Als gevolg van de eerdergenoemde uitval bij de realisatie van het Ontwikkelprogramma – is nog niet gestart met de herijking en integratie van het gehele ROKVTH. De regionale projectgroep is geformeerd, maar de eerste concrete stappen moeten in 2022 gezet gaan worden.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
40
1.3 Bedrijfsvoering
Wat hebben we bereikt?
41
Indicatoren Bedrijfsresultaat Om een beeld te kunnen vormen over het bedrijfsmatig functioneren van de ODBN worden in onderstaande tabel de meest essentiële indicatoren gepresenteerd.
Inhoud programma
KPI'S ODBN (ALS BEDRIJF)
De directie, staf en alle overige ondersteunende activiteiten ten behoeve van het primaire proces maken onderdeel uit van het programma bedrijfsvoering. Het betreft taken met betrekking tot: personeel en inhuur van de ondersteunende processen en kosten gerelateerd aan het personeel, informatievoorziening, facilitaire en bestuurlijke kosten, financiën, administratie, organisatieontwikkeling en deskundigheid en huisvesting. In dit programma worden tevens de baten en lasten van de interne financiering en de algemene dekkingsmiddelen verantwoord. Hiermee is het een atypisch onderdeel van deze beleidsbegroting en het programmaplan.
KPI
Beleidskaders/richtlijnen OMSCHRIJVING
DATUM
EXPIRATIEDATUM
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
01-07-2019
Open
Gemeenschappelijke regeling ODBN
01-01-2020
Open
Nota weerstandsvermogen en risicomanagement
16-12-2020
Open
Financiële verordening ODBN
24-02-2021
Open
1
2
3
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
NORM
REALISATIE
TOELICHTING
2021
2019
2020
2021
Productiviteit
1.350
1.3461
1.3981
1.3831
4.8. Declarabiliteit
Gemiddeld uurtarief
€ 101,21
€ 90.99
€ 88,45
€ 96,82
1.3 Tarief
Ziekteverzuim
5,5%
5,75%
5,7%
5,8%
2.3.1. HRM
Formatie overhead
22-24%
21%
23%
23%
4.8. Declarabiliteit
Aandeel kosten overhead personeel
25%
22%
24,5%
24,4%2
3.4. Overhead
Aandeel kosten overhead totaal
Max 37%
31%
33%
33,2%3
3.4. Overhead
Weerstandsratio
1,0-1,5
0,82
0,93
1,47
Flexschil
15-20%
20%
19,3%
17,6%
2.1. Weerstandvermogen 2.3.1. HRM
Het aantal declarabele uren per persoon voor ODBN is in 2021 1.412. Wanneer we corrigeren voor het hoge aantal declarabele uren van SSiB dan komen we op een declarabiliteit van 1.383. In 2020 kwam de declarabiliteit inclusief SSiB uit op 1.419, gecorrigeerd voor het hoge aantal uren van SSiB was de declarabiliteit 1.398. In 2019 kwam de declarabiliteit inclusief SSiB uit op 1.382, exclusief SSiB was dit 1.346. Geschoond vallen de personeelslasten in 2021 binnen het normpercentage. Voor deze berekening hebben we de dotatie aan de voorzieningen ww-gelden en de verplichting verlofuren buiten beschouwing gelaten. Zouden we niet corrigeren voor de dotaties in de dotatie en verplichting dan zou het percentage op 28,9% staan. Dit komt omdat deze kosten niet mee gaan in de doorbelasting naar het primaire proces. In 2021 komt het overheadpercentage geschoond uit op € 33,2%. Dit percentage is geschoond voor de dotatie aan de voorzieningen ww-gelden en de verplichting verlofuren, maar ook voor de terugbetaling van het resultaat over 2020. Deze zaken vinden allen plaats in programma 3. Zonder deze correctie zou het percentage uitgekomen zijn op 38,2%.
ODBN Jaarstukken 2021
42
43
Tarief De drie Brabantse omgevingsdiensten worden regelmatig met elkaar vergeleken op basis van het gemiddelde tarief wat in de begroting wordt gepresenteerd. Het feitelijke verschil in de tarieven manifesteert zich bij de gerealiseerde kostprijs oftewel in de na-calculatorische kostprijstarieven. Bij het vaststellen van de begroting 2021 is een tarief bepaald van € 101,21. Op basis van nacalculatie is feitelijk sprake van een kostprijstarief van € 96,82. Het verschil wordt enerzijds veroorzaakt door een hoeveelheidsverschil doordat meer uren zijn gerealiseerd dan begroot. Daarnaast is er sprake van een prijsverschil. Dit wordt veroorzaakt door enkele incidentele voordelen in de kosten. Tegenover het lagere kostprijstarief is gemiddeld genomen ook een lager tarief in rekening gebracht aan de deelnemers. Gemiddeld genomen is een tarief van € 99,49 in rekening gebracht bij onze deelnemers. Corona Het maatschappelijk effect van de pandemie als gevolg van Corona-virus was in 2021 nog steeds groot. Ook in 2021 werkten onze collega's veelal vanuit huis. Uit een interne enquête is gebleken dat het thuiswerken in zekere mate ook meerwaarde heeft mits er een goede balans bestaat. We hebben dan ook besloten om thuiswerken blijvend te faciliteren en het kantoorgebouw meer als ontmoetingsruimte te gaan gebruiken. We hebben hiertoe minimale aanpassingen gedaan.
Zo zijn er meer 'loungeplekken’ ingericht en hebben ruimten andere functies gekregen. In het laatste kwartaal zagen we een relatief kleine stijging van het corona gerelateerd verzuim.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Wat hebben we daarvoor gedaan in 2021? Arbeidsmarkt De arbeidsmarkt blijft krap en de verwachting is dat dit nog wel enige jaren zo blijft. We merken dat het steeds lastiger wordt om voldoende en gekwalificeerde mensen te werven en aan ons te binden. Ook het aanbod van bureaus wordt steeds krapper. Dit maakt dat we meer kosten moeten maken om talenten te werven. De krapte op de arbeidsmarkt is op zich al spannend en er is geen adequate opleiding voor de profielen waar de ODBN behoefte aan heeft. Dat vergt dus eigen opleidingscapaciteit. De productiviteit komt hierdoor nog meer onder druk te staan. Dit alles maakt dat de ODBN drie dominante thema’s voor het HR-beleid heeft benoemd; 1. Pro-actieve arbeidsmarktbenadering (Aantrekkelijk zijn) 2. Permanente educatie (Investeren in kwaliteit) 3. Duurzame inzetbaarheid (Terugdringen verloop) Het Algemeen Bestuur heeft op 10 november 2021 ingestemd met de besteding van de reserve ‘HR-instrumentarium’ aan deze drie thema's. Inhoudelijk zullen deze thema's in 2022 verder worden uitgewerkt.
ODBN Jaarstukken 2021
44
Wat heeft het in 2021 gekost?
45
REKENING 2020
BEGROTING 2021
BEGROTING NA WIJZIGING 2021
Inzet personeel (bedrijfsvoering)
5.056
6.123
5.451
6.592
Opleiding en loopbaanbegeleiding
424
767
424
267
Dienstreizen / woon-werk
346
569
377
293
Overig (personeel)
325
118
405
370
Organisatie
121
275
121
130
Huisvesting en archief
517
681
437
430
Herhuisvesting
108
0
12
23
Kantoor
134
115
125
64
Informatisering / automatisering
1.450
1.660
1.594
1.571
Vervoermiddelen
26
81
32
31
Extern onderzoek / advies
111
265
118
128
Afschrijvingen
1.089
0
336
311
Reguliere organisatieontwikkeling
46
0
44
1
Meerjarenontwikkelplan (MJOP)
122
0
0
0
Corona
43
0
0
11
Overige kosten
127
0
409
380
10.045
10.652
9.884
10.598
0
100
0
0
10.045
10.752
9.884
10.598
Bijdrage personeel
48
0
0
67
Diversen
976
0
0
2
Organisatieontwikkeling
300
0
0
1
TOTAAL BATEN
1.324
0
0
70
SALDO
-8.720
-10.752
-9.884
-10.528
BEDRIJFSVOERING BEDRAGEN X €1.000
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING Onvoorzien TOTAAL LASTEN
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
REKENING 2021
ODBN Jaarstukken 2021
46
2 Paragrafen
47
2.1 Paragraaf Weerstandsvermogen & Risicobeheersing 2.1.1 Risicomanagement De paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ geeft inzicht in de robuustheid van de financiële positie van de omgevingsdienst. In deze paragraaf wordt weergegeven in welke mate de dienst in staat is om onvoorziene, financiële tegenvallers op te vangen zonder dat daarvoor het bestaande beleid veranderd hoeft te worden. Om dit te kunnen beoordelen, is inzicht nodig in het beschikbare weerstandsvermogen en in de omvang en de achtergronden van de aanwezige risico’s. Zowel bij de jaarrekening als bij de begroting wordt een actualisatie gepresenteerd van het beschikbare weerstandsvermogen en de aanwezige risico’s. Er zijn geen uniforme antwoorden te geven op de vraag hoe groot het weerstandsvermogen van een dienst moet zijn. Dit is sterk afhankelijk van de eigenheid van de dienst, de stabiliteit van de omgeving, het risicoprofiel dat de organisatie heeft en de risicobereidheid van het bestuur van de organisatie. In 2020 heeft de ODBN het beleid voor Risicomanagement en weerstandsvermogen herijkt. In deze herijking heeft de ODBN haar visie voor risicomanagement uiteengezet. Kern van deze visie is dat de ODBN een financieel gezonde organisatie wil zijn die zelf in staat is om de risico’s die de organisatie loopt op te vangen, zonder daarvoor te veel middelen in kas te houden.
Hierbij streeft de ODBN naar een gezonde, minimale weerstandsratio van 1,0, maar kan de ratio door omstandigheden fluctueren tussen 0,75 en 1,5 zonder dat hier concrete besluiten aan het Algemeen Bestuur hoeven voorgelegd te worden. Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de dienst beschikt om de onverwachte financiële tegenvallers te dekken zonder het bestaande beleid aan te moeten passen. Voor de ODBN geldt dat de beschikbare weerstandscapaciteit gevormd wordt door de Algemene reserve. Andere reserves worden hierin niet meegenomen omdat deze door het Algemeen bestuur voorzien zijn van een specifieke bestemming. Risicobeheersing De ODBN streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te ondervangen door het treffen van beheersmaatregelen, de benodigde verzekeringen af te sluiten en/of buffers te vormen voor niet voorzienbare financiële tegenvallers. In het overzicht Reserves en Voorzieningen kunt u de diverse posten en hoogte van de bedragen lezen.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Inventarisatie risico’s Voor deze jaarrekening 2021 is het risicoprofiel van de ODBN herijkt. Hierbij zijn alle financiële risico’s meegenomen die, na het nemen van beheersmaatregelen, nog steeds een mogelijke financiële impact hebben die niet uit de reguliere exploitatie gedekt kan worden. Eventuele risico’s die afgedekt zijn door middel van een verzekering, een getroffen voorziening of een specifiek aangewezen bestemmingsreserve, zijn buiten beschouwing gehouden. Bij het bepalen van de impact van het risico is rekening gehouden met de kans van optreden van het risico. De impact van het risico wordt daardoor bepaald door de ingeschatte financiële jaaromvang te vermenigvuldigen met de kans van optreden. Daar waar een risico mogelijk een meerjarig effect heeft, is uitgegaan van het principe dat de financiële impact vermenigvuldigd is met 2, vanuit het principe dat 2 jaar doorgaans voldoende is om maatregelen te nemen om de financiële impact van het risico te beperken of de effecten er van te verwerken in de begroting. In de bijlage ‘Geactualiseerde risicoanalyse’ is het geactualiseerde risicoprofiel van de ODBN opgenomen. Per risico zijn de genomen beheersmaatregelen opgenomen en is inzicht gegeven in de financiële omvang, kans van optreden en impact van het risico. Ten opzichte van de vorige presentatie bij de begroting 2021 is de totaalwaarde van de risico’s iets afgenomen.
Hieronder wordt nader ingegaan op de ontwikkelingen van de risico’s.
ODBN Jaarstukken 2021
48
Toegenomen risico’s Externe ontwikkelingen De ODBN opereert in dynamische omgeving, waarin door politieke besluitvorming, juridische uitspraken, maatschappelijke ontwikkelingen veel veranderingen zijn. Door deze wijzigingen lopen we als organisatie het risico dat op opdrachten uren gemaakt worden die niet of in beperkte mate gefactureerd kunnen worden aan één van onze opdrachtgevers. In 2021 zijn er diverse onderzoeksrapporten verschenen over het functioneren van de omgevingsdiensten in Nederland. Hoe deze onderzoeksrapporten invloed gaan hebben op de rol- en taakuitvoering van de ODBN is op dit moment nog onduidelijk. Ook de lange kabinetsformatie en de nog grote onduidelijkheid welke effecten de kabinetsplannen op het werkgebied van de omgevingsdiensten gaan hebben geven een grotere onzekerheid. Mede hierdoor schatten we de kans dat dit risico zich gaat voordoen groter in. Niet realiseren opdrachtvolume Door de krapte op de arbeidsmarkt zien we op diverse plekken dat de aanlevering van opdrachten soms stagneert. Diezelfde krapte in de arbeidsmarkt maakt dat we soms meer risico nemen in het aannemen van collega’s vooruitlopend op het krijgen van een opdracht. Wanneer we wel de capaciteit hebben zitten, maar de opdrachten niet doorkomen ontstaan er kosten die niet door de bijbehorende omzet afgedekt worden.
Tegenovergesteld risico is er ook wanneer de opdrachten wel afkomen en de capaciteit bij de ODBN (nog) niet beschikbaar is. Onevenredige stijgende inhuur tarieven Door de krapte op de arbeidsmarkt en de stijgende indexeringen in diverse CAO’s zien we ons met enige regelmaat geconfronteerd met dienstverleners die hun tarieven met een groter percentage indexeren waar wij in de begroting rekening mee houden. Bovendien is in de begroting 2023 de risico-opslag die we hanteren voor onze flexibele schil uit het tarief gehaald. Daarmee neemt het risico iets toe dat we een hogere indexering niet uit onze middelen kunnen afdekken.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
49
Afgenomen risico’s Uitstel Omgevingswet De invoerdatum van de Omgevingswet is wederom uitgesteld. Echter omdat de invoeringsdatum nu in de directe toekomst is, in combinatie met de kamerbrief die de Minister eind 2021 naar de Tweede Kamer gestuurd heeft, schatten we het risico op veel verdere uitstel van de Omgevingswet weer wat kleiner in. Krapte op de arbeidsmarkt We zien de omstandigheden op de arbeidsmarkt deels veranderen. Het blijft onverminderd lastig om goede (seniore) medewerkers te vinden voor het primaire proces. Door de structurele invulling in de begroting om extra in te zetten op de drie HR-pijlers kunnen we de kans van optreden van dit risico verlagen. Verdwenen risico’s Gemeentelijk werkprogramma wordt lager vastgesteld. Nu de definitieve werkprogramma’s 2022 beschikbaar zijn, zien we juist een toename in het werkprogramma ten opzichte van de concepten. Daarmee kunnen we dit risico als zeer beperkt categoriseren en verdwijnt het risico uit de lijst. Weerstandsratio De weerstandsratio wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. In het nieuwe risicomanagementbeleid van de ODBN is vastgelegd dat we streven naar een ratio van 1,0, maar dat door specifieke omstandigheden de ratio zou kunnen fluctueren tussen een bandbreedte van 0,75 en 1,5.
In de bijlage ‘Geactualiseerde risicoanalyse’ is het geactualiseerde risicoprofiel van de ODBN opgenomen. Het actuele risicoprofiel bedraagt € 1.259.000. Afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit komt de weerstandsratio uit op 1,47. Hiermee zit de weerstandsratio aan de bovenkant van de vastgestelde bandbreedte van 0,75 en 1,5.
ODBN Jaarstukken 2021
2.2 Paragraaf Financiering
50
51
Algemeen Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (FIDO) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening voorgeschreven. Met deze paragraaf wordt beoogd de transparantie van het treasurybeleid en -beheer te vergroten en meer inzicht te geven in de (financierings-)risico’s en de beheersing daarvan. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover ter zake valutarisico’s.
Renterisico
2.1.2 Financiële kengetallen In onderstaande paragraaf zijn de financiële kengetallen opgenomen die op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording moeten worden opgenomen. Kengetallen die voor de ODBN niet van toepassing zijn, zijn achterwege gelaten.t
Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. De ODBN heeft op dit moment geen leningen met een looptijd van één jaar of langer. Hiermee voldoen wij automatisch aan de deze renterisico-norm. Ook geeft de huidige financieringspositie geen aanleiding om in de komende jaren langlopende geldleningen af te sluiten, zodat we in dat kader ook geen renterisico lopen.
VERLOOP FINANCIËLE KENGETALLEN FINANCIËLE KENGETALLEN
REKENING 2020
BEGROTING 2021
REKENING 2021
Netto schuldquote
-48%
-32%
-50%
Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen
-48%
-32%
-50%
Solvabiliteitsratio in %
54%
42%
47%
Structurele exploitatieruimte
4,4%
0,3%
1,2%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
52
Kasgeldlimiet
Renteresultaat treasury
Bij de financiering van de activiteiten van de ODBN worden alle activiteiten als één geheel beschouwd. Dit houdt in dat bij het bepalen van de financieringsbehoefte alle inkomsten en uitgaven betrokken worden. De achterliggende gedachte daarbij is dat tijdelijke overschotten van de ene activiteit een andere activiteit kunnen financieren. Deze wijze van financieren wordt ook wel aangeduid als ‘totaalfinanciering’. Hierdoor worden de rentekosten beperkt.
In de gewijzigde BBV is opgenomen dat in deze paragraaf ook inzicht gegeven moet worden in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop de rente wordt toegerekend aan investeringen. De ODBN heeft op dit moment geen leningen afgesloten waarover rente wordt betaald en gedurende 2021 zijn geen rente baten ontvangen. Dit betekent dat ook geen rente kan worden toegerekend aan de investeringen en daarmee is er geen renteresultaat.
Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,2%, te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de ODBN bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van deze limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. Hieronder is deze staat volgens de laatst bekende gegevens ingevuld. UIT VOERINGSREGELING FINANCIERING DECENTRALE OVERHEDEN
VLOT TENDE SCHULD
VLOT TENDE MIDDELEN
NET TO VLOT TENDE SCHULD OF OVERSCHOT
A. Gemiddeld vlottend overschot
-
4.342.385
4.342.385
Ultimo 1e kwartaal
-
17.195.836
17.195.836
Ultimo 2e kwartaal
-
1.862.733
1.862.733
Ultimo 3e kwartaal
-
-2.073.604
-2.073.604
Ultimo 4e kwartaal
-
384.576
384.576
B. Berekening kasgeldlimiet
2.567.473
Begrotingstotaal
31.310.650
Percentage regeling
OMSCHRIJVING
53
BEDRAG
a
Externe rentelasten over korte en lange financiering
0
b
Externe rentebaten
0
SALDO EXTERNE RENTELASTEN
0
d
Interne eigen rente
0
e
Toerekening rente via renteomslag
0
RENTERESULTAAT OP TAAKVELD TREASURY
0
8,20%
C. Ruimte onder kasgeldlimiet
6.909.859
Gemiddeld vlottend overschot (A)
4.342.385
KASGELDLIMIET (B)
2.567.473
Volgens deze berekening bedraagt de kasgeldlimiet in 2021 totaal € 2.567.473 voor de ODBN. Het gemiddelde vlottend financieringsoverschot bedraagt gemiddeld over 2021 € 4.342.385. Het aantrekken van kasgeld is niet aan de orde.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
54
2.3 Paragraaf Bedrijfsvoering
Ziekteverzuim In de maanden maart, april, mei, juli en augustus blijft ons verzuimpercentage onder de vastgestelde norm van 5,5%. In overige maanden zien we een stijging van het verzuimpercentage. Gemiddelde verzuimpercentage voor 2021 is 5,8% en is 0,1 % gestegen t.o.v. het gemiddelde verzuimpercentage van 2020, dit was 5,7%.
2.3.1 HRM De krapte op de arbeidsmarkt is op zichzelf al spannend en er is geen adequate opleiding voor de profielen waar de ODBN behoefte aan heeft. Dat vergt dus eigen opleidingscapaciteit. Dit alles maakt dat de ODBN drie dominante thema’s voor het HR-beleid heeft benoemd;
Percentage
1. Pro-actieve arbeidsmarktbenadering (Aantrekkelijk zijn) 2. Permanente educatie (Investeren in kwaliteit) 3. Duurzame inzetbaarheid (Terugdringen verloop) Deze thema's worden in 2022 uitgewerkt. Ter voorbereiding op deze thema's zijn we in het laatste kwartaal gestart om de personele bezetting binnen het HR cluster te versterken. In het eerste kwartaal 2022 starten vier nieuwe medewerkers. Een HR adviseur en een HR medewerker ter vervanging van vertrekkende medewerkers, een ARBO en verzuimcoördinator die ook vitaliteit in het pakket krijgt, een organisatieadviseur en een Projectleider HR. Vanaf april is het team ingericht m.u.v. projectondersteuning. De aard en omvang daarvan stellen we vast nadat de concept uitwerking van de drie thema's heeft plaatsgevonden. Formatieomvang De gemiddelde bezetting in 2021 bedroef 269,3 fte, waarvan 47,6 fte werd ingehuurd. Daarmee was de flexschil 17,6%.
In het laatste kwartaal was er naast het reguliere verzuim ook sprake van toenemend Corona gerelateerd verzuim. Opleidingen en loopbaanbeleid In 2021 is niet het volledige opleidingsbudget benut. Dit heeft voornamelijk te maken met de Corona-maatregelen, waardoor veel opleidingen en trainingen niet zijn doorgegaan of vooruitgeschoven zijn. In 2022 zou dit tot een inhaalslag kunnen leiden, mede doordat we grote groepen medewerkers gaan opleiden op het gebied van CLO en de nieuwe Omgevingswet. Daarnaast gaan we vanuit de strategische pijler ‘Permanente educatie’ nog meer aandacht leggen op ontwikkeling, waardoor ook extra opleidingsacties te verwachten zijn. Arbo In 2021 is de RI&E uitgevoerd. Dit heeft geleid tot een bijstelling van het Arbo-jaarplan. Hieruit zijn bijvoorbeeld de toolboxen ontstaan en de herijking van het agressieprotocol. Voor agressiehantering zijn weerbaarheidstrainingen georganiseerd. In het najaar heeft de Arbo- & Verzuimcoördinator onze organisatie verlaten, waardoor verdere vervolgacties nog niet uitgevoerd zijn. De nieuwe Arbo- & Verzuimcoördinator start op 1 april 2022 en zal dit verder oppakken. Op 1 juli 2021 is Coverz Consultancy gestart als nieuwe arbodienst voor de ODBN. Het contract is initieel afgesproken voor een periode van twee jaar.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
55
56
Informatiebeveiliging –veiligheid en privacy: In 2021 is er vooral aandacht geweest voor het compliant worden aan de BIO. Er is een ICT Security Systeem (ISMS) aangeschaft. Dit systeem heeft ons geholpen een GAP-Analyse uit te voeren. Het resultaat van de GAP-Analyse met daarnaast een veiligheidsscan van onze beheerpartner Ictivity is omgezet in uit te voeren acties. Een aantal daarvan waren al in het IV-Uitvoeringsplan opgenomen en inmiddels met succes uitgevoerd zoals het anonimiseren van documenten zoals Bodemrapporten en het inrichten van de bijbehorende processen. Ook hebben we dit jaar onderzoek gedaan naar een juiste manier van “Veilig Mailen". In 2022 zal dit verder worden uitgewerkt.
2.3.3 Communicatie In 2021 is de communicatie van de ODBN doelgroepgerichter geworden. Zo kan een nieuwsbriefontvanger aangeven naar welke thema's de interesse uitgaat, en het nieuws op maat over die thema's worden ontvangen. Onze social media-activiteiten zijn uitgebreid in de kanalen en in de abonnees. De ODBN heeft een tool in gebruik genomen waarmee realtime wordt gemonitord wat er in het nieuws gebeurt rondom de thema's die ons aangaan. Dat maakt het mogelijk daar adequaat op in te spelen. Ook planmatiger communiceren is hierdoor beter mogelijk.
2.3.2 Informatiemanagement In 2021 zijn de acties uit het IV-Uitvoeringsplan gerealiseerd of gestart. Dit jaar heeft vooral in het teken gestaan van 3 grote thema's. In de eerste plaats de Omgevingswet (OW) en de systeemtechnische eisen die gesteld worden om te kunnen voldoen aan de uitvoering van de wet. Naast het koppelen aan het DSO (Digitaal Stelsel OW) zijn de voorbereidingen gestart om de huidige VTH-software aan te passen aan de nieuwe wetgeving. In Q1-2022 zullen deze applicaties worden opgeleverd. In de tweede plaats het Informatie Gestuurd Werken (IGW). Een voorwaarde om IGW goed te kunnen ondersteunen is om over voldoende data sciëntisten/analisten te beschikken en een technische omgeving ter beschikking te hebben om alle beschikbare data (databases) te kunnen ontsluiten. Hiertoe is er een Datawarehouse gerealiseerd en zijn een aantal essentiële dashboards opgeleverd die het management van informatie voorzien. Alle beschikbare databases zijn gekoppeld aan dit DWH.
2.3.4 Planning & Control In 2021 hebben we gewerkt aan de verder doorontwikkeling van de Planning & Controlstukken. Een belangrijk voorbeeld is het pilot-traject van de Kadernota 2023. Bij het opstellen van de Kadernota 2023 zijn we met alle deelnemers in gesprek gegaan om ontwikkelingen op te halen en verder te duiden. De Kadernota 2023 is vastgesteld door het Algemeen Bestuur in december 2021, waarna deze voor reactie en gesprek is verspreid onder alle deelnemers. De reacties van de deelnemers worden niet meer verwerkt in de Kadernota 2023, maar worden meegenomen bij het opstellen van de begroting 2023 die in april 2022 aangeboden zal worden ter zienswijze. Ook hebben we in 2021 verder gewerkt aan het opstellen van gedifferentieerde tarieven voor het gemeentelijk werkprogramma. Met deze gedifferentieerde tarieven willen we meer inzicht geven in de financiële impact van de gemeentelijke werkprogramma’s.
Als derde belangrijk thema is het brengen van belangrijke applicaties naar de Cloud. De HRM applicatie en het DMS (DECOS/JOIN) zijn volledig naar de Cloud gebracht.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
57
58
2.4 Paragraaf Verbonden Partijen
PROGRAMMA 3 | BEDRIJFSVOERING 1. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BUREAU INKOOP EN AANBESTEDING ZUIDOOST-BRABANT
Verbonden partijen zijn gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, verenigingen en vennootschappen waarin de ODBN een bestuurlijk en financieel belang heeft. Bestuurlijk belang Betreft zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Financieel belang Betreft een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld gedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichting niet nakomt. Bij deelname in een vennootschap betreft het financiële belang het bezit van aandelen en het ontvangen van bijbehorend dividend. De ODBN is per 1 juli 2019 aangesloten bij het Bureau Inkoop en Aanbesteding Zuidoost-Brabant (Bizob). Daarmee is Bizob, volgens de letter van de wet, de enige officiële verbonden partij van de ODBN. In onderstaande overzicht wordt nader ingegaan op de verbonden partij “Bizob”.
59
Publiek Belang
Inkoopuitgaven maken een zeer groot deel uit van de jaarlijkse begroting. Door samenwerking kunnen organisaties hun inkoop professionaliseren. Daarnaast vertaalt de kwaliteit van inkoop zich direct in de kwaliteit van producten, diensten en werken. Goed ingerichte inkoopprocessen vergroten het vertrouwen van de samenleving in de manier waarop gemeenschapsgeld wordt besteed.
Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij
De gewijzigde Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) laat voldoende ruimte over om eigen beleid te voeren op het gebied van inkopen en aanbesteden. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid waarborgt de naleving van wet- en regelgeving, een doelmatige inkoop en bestuurlijke integriteit. Het inkoopbeleid gaat uit van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: openheid, objectiviteit en zorgvuldigheid. Door gebruik te maken van objectieve voorwaarden, kunnen gemeenten de keuze voor een leverancier verantwoorden. Deze helderheid biedt ook voordelen voor ondernemers, die weten waar ze aan toe zijn.
Partijen
Diverse gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen
Bestuurlijk belang
Een bestuurslid van de ODBN wordt aangewezen om ODBN te vertegenwoordigen in het bestuur van Bizob.
Financieel belang
De ODBN draagt jaarlijks bij aan de exploitatie van Bizob via een bedrag per afgenomen dag. De bijdrage voor 2022 is geraamd op € 77.800. Dit is gebaseerd op het aantal afgenomen dagen. In 2022 zijn 110 dagen begroot. Eigen vermogen: per 1-1-2020 € 868.000
Financiële informatie
per 31-12-2020 € 975.000 (inclusief resultaat 2020) Vreemd vermogen: per 1-1-2020: € 957.000 per 31-12-2020: € 1.009.000 Resultaat 2020: € 569.000
Eventuele risico's
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Niet van toepassing
ODBN Jaarstukken 2021
60
61
Daarnaast kent de ODBN de volgende organisaties waarmee een intensieve samenwerkingsrelatie wordt onderhouden: ➜ De deelnemers van ODBN zijnde de 101 gemeenten in de regio Noordoost-Brabant en de provincie Brabant. ➜ De twee collega-omgevingsdiensten die actief zijn binnen Noord-Brabant; de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) en de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). ➜ De samenwerkingspartners in het kader van Samen Sterk in Brabant (SSiB); te weten Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabant Landschap, Brabant Water, Evides, Waterschap Aa en Maas, Waterschap De Dommel, Waterschap Brabantse Delta en Waterschap Rivierenland. 1
2.5 Niet van toepassing zijnde paragrafen Voor de ODBN zijn de onderstaande, in de het BBV voorgeschreven, paragrafen niet van toepassing: ➜ Paragraaf Lokale Heffingen ➜ Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ➜ Paragraaf Grondbeleid.
Per 01-01-2022 vinden er 2 gemeentelijke herindelingen plaats, waardoor het aantal van 15 deelnemers is gedaald naar 10 deelnemers.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
62
II Jaarrekening 2021
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
63
ODBN Jaarstukken 2021
64
3 Overzicht
65
3.1 Balans per 31 december 2021 ACTIVA | BEDRAGEN IN € 1.000
31-12-2020
31-12-2021
VASTE ACTIVA
PASSIVA | BEDRAGEN IN € 1.000
31-12-2021
31-12-2020
VASTE PASSIVA
Materiële vaste activa
1.677
1.842
Eigen vermogen
10.127
9.844
Investeringen met economisch nut
1.677
1.842
Algemene reserves
1.852
1.153
Bestemmingsreserves
6.706
6.891
Rekening resultaat
1.569
1.799
Voorzieningen
5.333
5.401
0
0
15.460
15.245
TOTAAL VASTE ACTIVA
1.677
1.842
VLOT TENDE ACTIVA
Langlopende schulden
19.433
16.527
Vorderingen op openbare lichamen
2.064
1.320
Rekening-courant verhoudingen met niet-financiële instellingen
17.370
14.265
Overige vorderingen
0
942
Liquide middelen
304
0
Schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar
3.190
1.600
Banksaldi
304
0
Overige schulden (Crediteuren)
2.510
1.437
Overlopende activa
6
103
Overige schulden (rekening couranten)
601
149
Nog te ontvangen bedragen
6
18
Tussenrekeningen Salarissen
79
14
Vooruitbetaalde bedragen
86
86
Overlopende passiva
2.856
1.627
Verplichtingen
2.779
1.434
77
193
TOTAAL VLOT TENDE PASSIVA
6.046
3.227
TOTAAL GENERAAL
21.507
18.472
Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan een jaar
TOTAAL VLOT TENDE ACTIVA
19.830
16.630
TOTAAL GENERAAL
21.507
18.472
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
TOTAAL VASTE PASSIVA
VLOT TENDE PASSIVA
Vooruit ontvangen bedragen EU en NL overheidslichamen
ODBN Jaarstukken 2021
66
67
3.2 Baten en lasten OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
3.3 Recapitulatie resultaat REKENING 2020
BIJGESTELDE BEGROTING 2021
BEGROTING 2021
REKENING 2021
LASTEN
REKENING 2020
BEGROTING 2021
BEGROTING NA WIJZIGING 2021
REKENING 2021
VERSCHIL
Totale lasten
26.609
29.923
29.147
27.737
1.410
V N
OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
Individuele dienstverlening
14.402
16.900
14.781
14.806
Totale baten
28.056
30.030
27.082
28.020
938
Regionale dienstverlening
2.161
2.271
4.482
2.332
SALDO VAN BATEN EN LASTEN
1.448
106
-2.065
283
2.348
SUBTOTAAL PROGRAMMA’S
16.563
19.171
19.263
17.139
Storting in reserves
586
0
1.449
1.449
0
Overhead
10.045
10.652
9.884
10.598
Onttrekking uit reserves
937
0
4.229
2.735
-1494
0
100
0
0
1.799
106
715
1.569
854
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING
10.045
10.752
9.884
10.598
Vennootschapsbelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0
TOTAAL LASTEN EXPLOITATIE
26.609
29.923
29.147
27.737
RESULTAAT NA BELASTING
1.799
106
715
1.569
854
OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2020
BEGROTING 2021
HERZIENE BEGROTING 2021
REKENING 2021
Individuele dienstverlening
23.368
26.884
23.912
24.818
Regionale dienstverlening
3.365
3.145
3.170
3.132
26.733
30.030
27.082
27.951
Overhead
1.323
0
0
70
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING
1.323
0
0
70
TOTAAL BATEN EXPLOITATIE
28.056
30.030
27.082
28.020
REKENING 2020
BEGROTING 2021
HERZIENE BEGROTING 2021
REKENING 2021
Totale lasten exploitatie
26.609
29.923
29.147
27.737
Totale baten exploitatie
28.056
30.030
27.082
28.020
RESULTAAT VOOR BESTEMMING
1.448
106
-2.065
283
Onttrekkingen aan reserves
937
0
4.229
2.735
Stortingen in reserves
586
0
1.449
1.449
1.799
106
715
1.569
Onvoorzien
RESULTAAT VÓÓR BELASTING
BATEN
SUBTOTAAL PROGRAMMA’S
OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
RESULTAAT NA BESTEMMING
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
N
68
69
3.4 Onderverdeling lasten naar overhead en programma’s
Om het algemeen bestuur meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie is vanaf 2017 in het BBV voorgeschreven om de overhead apart te verantwoorden en niet meer als integrale kostprijs op te nemen in de programma’s.
REKENING 2020
BEGROTING 2021
HERZIENE BEGROTING 2021
TOTAAL
PROGRAMMA’S
OVERHEAD
Inzet personeel
20.594
24.751
21.951
22.829
16.237
6.592
Opleidingen
518
767
660
513
0
513
Dienstreizen / woon-werk
346
569
377
293
0
293
Overig (personeel)
349
118
170
112
0
112
Organisatie
121
275
131
130
0
130
Huisvesting en archief
625
681
448
452
0
452
Kantoor
134
115
125
64
0
64
Informatisering / automatisering
1.450
1.660
1.594
1.571
0
1.571
Vervoermiddelen
151
81
104
91
61
31
Extern onderzoek / advies
111
265
118
128
0
128
Afschrijvingen
1.089
0
342
317
6
311
Reguliere organisatieontwikkeling
46
0
44
1
0
1
Meerjarenontwikkelplan (MJOP)
122
0
0
0
0
0
Corona
43
0
0
11
0
11
Overige kosten
910
543
3.084
1.227
835
392
SUBTOTAAL
26.609
29.823
29.147
27.737
17.139
10.598
Treasury
0
0
0
0
0
0
Onvoorzien
0
100
0
0
0
0
26.609
29.923
29.147
27.737
17.139
10.598
TOTAAL LASTEN BEDRAGEN X €1.000
TOTAAL LASTEN
REKENING 2021
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Uit deze tabel is op te maken dat de verhouding overhead/primair proces in 2021 is uitgekomen op 38,2%. Dit hoge percentage wordt veroorzaakt door de terugbetaling van het resultaat 2020 aan deelnemers (te vinden onder de post ‘Overige kosten’. Maar ook door de dotatie aan de voorziening ww-gelden en de opgenomen verplichtingen voor verlofuren en spaaruren. Deze vinden allen plaats in programma 3 en worden niet toegerekend aan de 2 primaire programma’s. Wanneer deze onderdelen buiten beschouwing gelaten zouden worden, is het overhead percentage voor 2021 33,2% en valt het binnen de gestelde normen voor deze KPI.
ODBN Jaarstukken 2021
70
4 Toelichting
71
4.1 Waarderingsgrondslagen jaarrekening Algemeen De jaarrekening is opgemaakt in overeenstemming met het ‘Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten’ (BBV).
Vaste Activa De activa zijn onder te verdelen in immateriële, materiële en financiële vaste activa Immateriële vaste activa De ODBN bezit geen immateriële vaste activa.
Waardering van activa en passiva De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend volgens de lineaire afschrijvingsmethode. Er wordt afgeschreven vanaf het boekjaar na het boekjaar van ingebruikneming, met uitzondering van materiële vaste activa die deel uitmaken van een groter geheel, daar wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming.
Materiële vaste Activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de van derden ontvangen investeringsbijdragen en afschrijvingen. De verkrijgingprijs bestaat uit de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van het product of dienst en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegekend. Afschrijving vindt lineair plaats op basis van de geschatte economische levensduur. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht.
De volgende afschrijvingstermijnen zijn gehanteerd:
Financiële vaste activa De ODBN bezit geen financiële vaste activa.
TYPE ACTIVA
AFSCHRIJVINGSTERMIJN
Parkeerterrein (inrichting)
15 jaar
Kantoormeubilair
10 jaar
Straalverbinding
10 jaar
ICT hardware
5 jaar
ICT software
3 jaar
Bedrijfsauto’s
5 jaar
Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa Voor vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroom genererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Indien sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies van een kasstroom genererende eenheid, wordt het verlies allereerst toegerekend aan goodwill die is toegerekend aan de kasstroom genererende eenheid. Een eventueel restant verlies wordt toegerekend aan de andere activa van de eenheid naar rato van hun boekwaarden. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd.
Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroom genererende eenheid) geschat.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
72
73
Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroom genererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroom genererende eenheid) zou zijn verantwoord.’ Vlottende activa De vlottende activa zijn onder te verdelen in, uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar, liquide middelen en overlopende activa. De vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Uitzettingen met een looptijd < 1jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Vaste passiva De vaste passiva zijn eigen vermogen, voorzieningen, en langlopende schulden (met een rente typische looptijd van 1 jaar of langer). Vaste passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Voor zover het Algemeen Bestuur gedurende het jaar besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Uit het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de effecten van de besluiten van het Algemeen Bestuur volgt een resultaat na bestemming. Dit wordt als een separate post van het eigen vermogen gepresenteerd (rekening resultaat). Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen en verliezen die niet exact bekend zijn, maar redelijkerwijs geschat kunnen worden en worden gevormd voor risico's die hierop van toepassing zijn. Daarnaast kunnen voorzieningen worden gevormd ter egalisatie van lasten. Langlopende schulden Langlopende schulden hebben een rente typische looptijd van een jaar of langer. Langlopende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met de gedane aflossingen.
De ODBN heeft geen “eigen” langlopende schulden. Vanuit de uitvoering van taken van het voormalig RMB zijn hier de onderhandse leningen, i.v.m. het Besluit Woninggebonden Subsidies (BWS), opgenomen. Per ultimo boekjaar 2017 bestaan deze schulden niet meer.
ODBN Jaarstukken 2021
74
75
Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar en overlopende passiva opgenomen. Schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar Hieronder worden overige schulden verantwoord, gewaardeerd tegen nominale waarde. Schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar Hieronder worden overige schulden verantwoord, gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Baten en lasten algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden verwerkt indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. In de presentatie van de baten en lasten wordt voldaan aan de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording. Door gewijzigde regelgeving wordt de overhead vanaf 2017 apart in beeld gebracht onder hoofdstuk bedrijfsvoering. De overhead is bepaald op basis van de notitie overhead van het BBV.
4.2 Toelichting op de balans per 31 december 2020 4.2.1 Activa Materiële vaste activa € 1.677.000 In onderstaande tabel is het verloop van de materiële vaste activa weergegeven, onderverdeeld naar de verplicht voorgeschreven hoofdgroepen. Binnen de administratie is een gedetailleerde specificatie van de betreffende materiële activa aanwezig. OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
STAND PER 31-12-2020
VERMINDERING
VERMEERDERING
AFSCHRIJVING IN 2021
BOEKWAARDE 31-12-2021
Bedrijfsgebouwen
638
14
0
64
588
Inrichting en inventaris kantoorgebouwen
619
63
0
62
620
Automatisering
585
75
0
191
470
Vervoermiddelen
0
0
0
0
0
1.842
152
0
317
1.677
TOTAAL MATERIËLE VASTE ACTIVA
Personeelslasten Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Een uitzondering vormen overlopende posten uit hoofde van de aan de jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Deze worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Een voorbeeld daarvan is de verplichting wegens verlofdagen. Indien echter de verplichting sterk fluctueert, zal de last (of bate) die gerelateerd is aan deze fluctuatie in het jaar van ontstaan opgevoerd worden en zal de toename van de verplichting op de balans opgevoerd worden.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
76
77
Uitzettingen korter dan één jaar € 19.433.000 De in de balans opgenomen post uitzettingen korter dan een jaar is als volgt te specificeren. Omschrijving OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2020
VOORZIENING ONINBAAR
STAND PER 31-12-2021
Vorderingen op openbare lichamen
1.320
2.114
Overige vorderingen
942
0
Rekening-courant verhoudingen met het Rijk TOTAAL UITZET TINGEN
14.265
17.370
16.527
19.483
BOEKWAARDE 31-12-2021
50
BEREKENING BENUT TING DREMPELBEDRAG SCHATKISTBANKIEREN, VERSLAGJAAR 2021
2.064 0 17.370
50
19.433
Schatkistbankieren Onder rekening-courant verhouding met het Rijk wordt begrepen het saldo als gevolg van het schatkistbankieren. Op grond van de regeling ‘schatkistbankieren decentrale overheden’ is de ODBN verplicht hieraan deel te nemen. Dit heeft tot gevolg dat alle saldi van de ODBN geregistreerde bankrekeningen worden afgeroomd tot een vastgesteld drempelbedrag. Drempelbedrag Alle overtollige middelen dienen in de schatkist te worden aangehouden. Er zijn echter een aantal uitzonderingen. Een daarvan is het drempelbedrag. Dat is het maximumbedrag dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Dit drempelbedrag is afhankelijk van de omvang van de decentrale overheid en bedroeg in de eerste helft van 2021 voor de ODBN € 250.000. Medio 2021 is er een wijziging geweest in de wet waardoor het drempelbedrag over 2021 is verhoogd naar € 1.000.000. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren In principe hoeven dus alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. In 2021 zijn er een aantal dagen geweest dat het saldo van de lopende rekening hoger was dan het drempelbedrag. Deze hebben niet geleid tot een overschrijding van het gemiddelde drempelbedrag..
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
In kwartaal 3 en 4 is een toename te zien van de middelen die buiten de schatkist gehouden zijn. Dit komt door een wijziging van de interne procedure. In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkist bankieren gedurende de vier kwartalen 2021 is geweest.
BEREKENING DREMPELBEDRAG ( X € 1.000)
1/1 30/06
1/7 31/121
a
Begrotingstotaal verslagjaar
29.000
b
Deel van begrotingstotaal onder € 500 miljoen
29.000
c
Drempel is 7,5% van begrotingstotaal onder sub b
1
DREMPELBEDRAG (MINIMAAL € 250,000)
250
250
1.000
1.000
BEREKENING KWARTAALCIJFERS BUITEN RIJKSSCHATKIST
KWART 1
KWART 2
KWART 3
KWART 4
d
Som van de buiten Rijksschatkist aangehouden middelen
261
68
14.934
36.783
e
Dagen in het kwartaal
90
91
92
92
2
KWARTAALCIJFERS OP DAGBASIS BUITEN SCHATKIST = D/E
3
1
162
400
KWART 1
KWART 2
KWART 3
KWART 4
250
250
1000
1000
BEREKENING BENUT TING DREMPELBEDRAG SCHATKISTBANKIEREN =1
Drempelbedrag voor de ODBN
=2
Kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijksschatkist
3
1
162
92
3
RUIMTE ONDER HET DREMPELBEDRAG
247
249
838
600
4
OVERSCHRIJDING VAN HET DREMPELBEDRAG
0
0
0
0
1
Per 1 juli is het wettelijke drempelbedrag verhoogd naar € 1.000.000.
ODBN Jaarstukken 2021
78
79
Vorderingen De totale omvang van de nog te vorderen bedragen is € 2.064.000. Van de nog openstaande vorderingen is een bedrag van € 49.500 als dubieus te beschouwen. Deze voorziening is vergelijkbaar met 2020. Binnen de administratie is een specificatie van het bedrag van de openstaande vorderingen aanwezig. Liquide middelen De post liquide middelen is als volgt samengesteld: OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
€
BOEKWAARDE 31-12-2020
STAND PER 31-12-2021
0
304
TOTAAL UITZET TINGEN
0
304
Overlopende activa € De in de balans opgenomen post overlopende activa is op het eind van 2021 als volgt te specificeren: BOEKWAARDE 31-12-2020
STAND PER 31-12-2021
Nog te ontvangen bedragen
18
6
Vooruitbetaalde bedragen
86
86
Ter verrekenen bedragen
0
0
103
92
TOTAAL OVERLOPENDE ACTIVA
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2020
TOEVOEGINGEN
ONT VANGEN BEDRAGEN
BOEKWAARDE 31-12-2021
Diverse opbrengsten ODBN
18
0
12
6
Rekeningcourant Vereniging van contractanten
0
0
0
0
TOTAAL NOG TE ONT VANGEN BEDRAGEN
18
0
12
6
4.2.2 Passiva
Banksaldi Rabobank
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
304.000
Nog te ontvangen bedragen Onderstaande tabel betreft het verloopoverzicht 2021 van de nog te ontvangen bedragen:
Eigen vermogen € 10.127.000 De in de balans opgenomen post eigen vermogen is op het eind van 2021 als volgt te specificeren:
92.000
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2020
BOEKWAARDE 31-12-2021
Algemene reserve
1.153
1.852
Bestemmingsreserves
6.891
6.706
Rekeningresultaat
1.799
1.569
TOTAAL EIGEN VERMOGEN
9.844
10.127
ODBN Jaarstukken 2021
80
81
Reserves Alle reserves samen geven het totale eigen vermogen van de dienst weer en zijn onder te verdelen in algemene reserves en bestemmingsreserves. Een bestemmingsreserve kan geen negatieve stand kennen. Als een reserve geen concrete bestemming heeft wordt het beschouwd als een algemene reserve.
Algemene reserves De reserve betreft het weerstandscapaciteit van de ODBN. Dit is de enige reserve van de organisatie die niet met een specifieke beleidsdoelstelling beklemd is. Voor het bepalen van de omvang van deze algemene reserve is het zoeken naar een goede balans. Een balans tussen enerzijds voldoende omvang om risico’s zelf te kunnen opvangen en anderzijds te voorkomen dat algemene middelen van deelnemers ‘opgepot’ raken. In basis moet de beschikbare weerstandscapaciteit even groot zijn als de benodigde weerstandscapaciteit. Daarmee wordt de weerstandsratio bepaalt op een streven van 1,0.
Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de reserves gedurende het jaar 2021.
STAND 31-12-2020
RESULTAAT 2020
TOEVOEGING
ONTTREKKING
STAND 31-12-2021
Algemene reserve ODBN
1.153
1.049
299
649
1.852
TOTAAL ALGEMENE RESERVE
1.153
1.049
299
649
1.852
Bestemmingsreserve vakantiedagen
249
0
0
249
0
Bestemmingsreserve organisatieontwikkeling
178
0
0
178
0
Bestemmingsreserve ISV
6.154
0
0
210
5.944
Bestemmingsreserve huisvesting
311
0
0
299
12
VERLOOP RESERVES BEDRAGEN IN € 1.000 Reserves
Bestemmingsreserve implementatie omgevingswet
0
150
0
0
150
0
200
0
0
200
Bestemmingsreserve HR-instrumentarium
0
400
0
0
400
TOTAAL BESTEMMINGSRESERVES
6.891
750
0
936
6.706
TOTAAL RESERVES
8.045
1.799
299
1.585
8.558
Bestemmingsreserve informatiegestuurd werken
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Het risicoprofiel van de ODBN kan door de vele ontwikkelingen per jaar fluctueren. Vanuit het principe zelf financieel duurzaam, zonder onnodig ‘oppotten’ van overheidsgelden, wordt een bandbreedte gehanteerd waarin de weerstansratio van de ODBN kan fluctueren. Deze bandbreedte voor de weerstandsratio bedraagt tussen de 0,75 en 1,5. Binnen deze bandbreedte is niet direct noodzakelijk om mutaties door te voeren om de algemene reserve op hetzelfde niveau te krijgen als de streefwaarde. Wanneer de weerstandsratio boven de bandbreedte uit komt, wordt aan het Algemeen Bestuur een besluit voorgelegd wat met de middelen in de algemene reserve moet gebeuren. Onder deze bandbreedte worden concrete maatregelen aan het Algemeen Bestuur ter besluitvorming voorgelegd hoe te groeien naar de streefwaarde van 1,0 en wat dit betekent voor de algemene reserve. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves zijn in het leven geroepen met een bestedingsfunctie, waarbij de middelen zijn weggezet voor toekomstige uitgaven of investeringen. Het staat het Algemeen bestuur vrij om voor een bestemmingsreserve een heroverweging van de besteding te doen. Binnen de ODBN zijn verschillende soorten bestemmingsreserves gevormd. Onderstaand is per bestemmingsreserve een korte toelichting gegeven over de noodzaak, de mutaties en de omvang en van de bestemmingsreserves.
Reserve vakantiedagen De reserve heeft ten doel om eventuele tegenvallende opbrengsten te egaliseren die ontstaan door fluctuaties in de opname van vakantiedagen door de medewerkers die werkzaam zijn in het primaire proces. Het HR-beleid van de ODBN is erop gericht om de ‘verlofberg’ binnen de organisatie verder terug te brengen tot reguliere proporties. Echter in de nieuwe CAO is opgenomen dat verlofsparen gedurende een langere periode en tot een groter saldo toegestaan wordt. Vooruitlopend op de besluitvorming van de jaarrekening door het Algemeen Bestuur is deze reserve in het rekeningresultaat vrijgevallen. Hier tegenover staat een verplichting opgenomen voor het restant verlofsaldo 2021.
ODBN Jaarstukken 2021
82
83
Reserve Organisatieontwikkeling Om uitvoering te geven aan de destijds vastgestelde notitie “Samenwerken aan een schone en veilige werkomgeving, nu en in de toekomst” is een bestemmingsreserve gevormd. Voor de verdere doorontwikkeling van de organisatie was deze reserve nodig. De financiering van het Meer Jaren Ontwikkel Plan (MJOP) ging via deze reserve. In 2020 is het MJOP volledig afgerond en bij het vaststellen van de jaarrekening 2020 is door het Algemeen Bestuur besloten om het resterende bedrag ad € 178.000 uit te keren aan de deelnemers. Deze onttrekking is in 2021 geëffectueerd en de terugbetaling heeft plaatsgevonden. Daarmee is het saldo van de reserve op 31-12-2021 op 0. Bestemmingsreserve ISV De middelen zijn bestemd voor de uitvoering van saneringswerkzaamheden ten behoeve van geluidswerende maatregelen. Bij de jaarrekening 2018 is bij bestemming van het resultaat voorgesteld de vrijval voorziening om te zetten naar een bestemmingsreserve. Het grootste deel van de te saneren woningen is de afgelopen jaren daadwerkelijk aangepakt. Er resteert echter nog een aantal woningen waar eveneens geluidsanering dient plaats te vinden. In de 2019 is besloten om 2,5 miljoen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van de sanering van de restant van de A-lijst woningen en voor de opzet van een projectorganisatie.
Tot dusver is van de € 2,5 miljoen € 782.178 onttrokken, daarvan is € 209.689 in 2021 onttrokken. Reserve huisvesting In de besluitvorming van de jaarrekening 2018 is bij bestemming van het resultaat besloten om een reserve huisvesting te vormen ter dekking van de incidentele kosten als gevolg van de verhuizing. Daarbij is een bedrag van € 299.000 voor een eventueel boekverlies bij de verkoop van het pand Cuijk. Het pand Cuijk is in 2020 verkocht en daarmee is het risico vervallen. Bij besluitvorming van de jaarrekening 2020 is besloten om een bedrag van € 299.000 te onttrekken aan deze reserve en het restant van € 11.517 in te zetten voor nog te verwachten kosten in 2021. In 2021 zijn nog kosten gemaakt voor het project herhuisvesting en is het project afgerond. Bij de besluitvorming over de jaarrekening wordt voorgesteld om het restant vrij te laten vallen.
Reserve Informatiegestuurd werken Voor de verdere ontwikkeling van het informatiegestuurd werken, vooral de technische achtergrond, is uit het jaarrekeningsaldo 2020 een bestemmingsreserve gevormd voor het informatiegestuurd werken. In 2021 heeft er besluitvorming plaatsgevonden voor de inzet van een deel van deze middelen. Door personele issues is vertraging op het dossier opgetreden. Daardoor worden de uitgaven doorgeschoven naar 2022. Reserve HR-instrumentarium Uit het jaarrekeningresultaat 2020 is een bestemmingsreserve gevormd voor het verder (door-) ontwikkelen van het HR-instrumentarium ad € 400.000. Deze reserve zal, conform besluitvorming op 10 november 2021 door het Algemeen Bestuur, in 2022 ingezet worden voor de 3 pijlers die in het strategische HR-beleid genoemd zijn. Structurele toevoegingen en onttrekkingen uit reserves In 2021 vonden er geen structurele toevoegingen en onttrekkingen aan of van de reserves plaats. De onttrekkingen en toevoegingen waren incidenteel van aard. Rekeningresultaat € 1.569.000 Als gevolg van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (art. 42) wordt het resultaat van het lopende jaar afzonderlijk opgenomen in de balans als onderdeel van het eigen vermogen. Over de besteding van dit resultaat dient door uw Algemeen Bestuur een afzonderlijk besluit te worden genomen.
De jaarrekening 2021 van de ODBN sluit met een voordelig resultaat van € 1.569.000. Voor een nadere toelichting van de totstandkoming van dit resultaat wordt kortheidshalve verwezen naar de toelichting op de baten en lasten over 2021 (onderdeel II 2 van deze jaarstukken).
Reserve implementatie omgevingswet Voor de implementatie van de omgevingswet in alle onderliggende systemen op de landelijke voorzieningen is uit het jaarrekeningresultaat van 2020 een bestemmingsreserve gevormd van € 150.000. Deze middelen worden gebruikt om de eigen systemen en gekoppelde systemen aan te passen. In 2021 heeft besluitvorming plaats gevonden voor de inzet van een deel van deze middelen. Door verder uitstel van de omgevingswet en technische problemen bij de ontwikkeling van het DSO hebben deze uitgaven nog niet plaats gevonden en worden deze doorgeschoven naar 2022.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
84
85
Voorzieningen € 5.333.000 De in de balans opgenomen post voorzieningen op het eind van 2021 is als volgt te specificeren: VERLOOP VOORZIENINGEN BEDRAGEN IN € 1.000
STAND 31-12-2020
ONTTREKKING
TOEVOEGING
STAND 31-12-2021
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Voorziening nazorg Voorste Heide