CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

27. Bijlage - Jaarstukken 2021

Raadsvergadering 19 mei 2022, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-A Externen28.241 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving Nu en in de toekomst

Jaarstukken 2021

’s-Hertogenbosch, 23 maart 2022

ODBN Jaarstukken 2021

1

2

Voorwoord

3

Geachte collegeleden, raadsleden en Statenleden, Het jaar 2021 ligt achter ons. Het was wederom een bijzonder jaar: een voortzetting van de coronapandemie en daarmee ook van de werkwijze die we in het eerste coronajaar hebben ingericht. De samenwerking tussen onze medewerkers en de uitvoering van onze VTH-taken zijn goed te noemen, al heeft het thuiswerken en de afstand ten opzichte van elkaar een duidelijke impact gehad op onze medewerkers. Het afgelopen jaar is er veel gebeurd in onze leefomgeving. Nederland staat voor vele uitdagingen, die ook steeds meer bij elkaar komen in de leefomgeving. Daar moet het uiteindelijk allemaal gebeuren: de transitie van de veehouderij, het opwekken van zonne- en windenergie, de bouw van voldoende woningen en tal van andere ingrijpende opgaven. Al deze uitdagingen kennen verschillende - vaak tegenstrijdige - belangen, leiden tot zorgen in de samenleving en kunnen in bepaalde gevallen ook maatschappelijke onrust veroorzaken. In deze dynamische omgeving proberen wij ons werk zo goed mogelijk te doen. Wij pakken onze rol als deskundige uitvoerder bij al deze opgaven. We delen onze kennis en informatie met ons bevoegd gezag en andere overheidspartners. Zo zijn we actief betrokken bij de RES Noordoost Brabant en de Kopgroep Transitie Landbouw, en geven we onze inbreng op diverse tafels.

Dit doen we altijd vanuit onze uitvoeringstaak en onze specifieke deskundigheid. In 2021 zagen we de krapte op de arbeidsmarkt steeds verder toenemen. Ons aantal medewerkers is stabiel gebleven, maar het vinden en behouden van voldoende gekwalificeerde medewerkers voor onze taakuitvoering blijft ook de komende jaren een belangrijke uitdaging. We hebben veel ervaring met het zelf opleiden van mensen, maar daaraan kleeft ook een kostenplaatje. Het zelf opleiden van onze medewerkers is iets waar we ook de komende jaren op in zullen zetten. Daarnaast starten we een gezamenlijke aanpak in samenwerking met vier gemeenten. Ook zullen we anders naar ons werk moeten gaan kijken. Hoe kunnen we onze taken fundamenteel anders inrichten, zodat we onze taken doelmatiger kunnen uitvoeren? Het afgelopen jaar hebben we hierin grote stappen gezet, bijvoorbeeld met een pilot voor de afhandeling van milieuklachten. Door onze klachtenafhandelingsprocessen te herzien konden we een doelmatigere en doeltreffendere werkwijze realiseren. In 2021 hebben we stevig gebouwd aan onze organisatie. Onze bedrijfsvoering is verder geprofessionaliseerd en op sterkte. Belangrijke inhoudelijke ontwikkelingen zien we terug in de voorbereidingen op de Omgevingswet en de Impuls voor het Informatiegestuurd Werken.

Daarnaast hebben we het strafrechtelijke spoor van onze organisatie versterkt, hetgeen zich meteen heeft uitbetaald. Met de impuls voor onze (strafrechtelijke) handhaving spelen we in op de ontwikkelingen binnen ons werkveld. Ook acteren we steeds vaker op het landelijke toneel. Zo trekken we een landelijk project rond de asfaltcentrales en zijn we namens de omgevingsdiensten de portefeuillehouder stikstof.

We kunnen onze organisatie gerust financieel gezond noemen. Onze medewerkers doen hun werk goed. Ook de declarabiliteit komt over 2021 boven de norm. Dat vertaalt zich uit in een positief resultaat en een gezonde start voor het jaar 2022. Dit alles was niet mogelijk geweest zonder onze medewerkers die zich elke dag inzetten voor een schone, gezonde en veilige leefomgeving. In lastige omstandigheden en met een inhoudelijk complex en afwisselend takenpakket werken onze deskundige medewerkers stevig door. Daar ben ik trots op! De goede samenwerking met u en uw medewerkers zijn eveneens een belangrijke schakel in de sturing en inzet van de Omgevingsdienst Brabant Noord in de uitvoering van onze wettelijke taken. In 2022 wachten ons ongetwijfeld weer nieuwe uitdagingen, maar met het afsluiten van 2021 hebben we hier een stevige basis voor gelegd.

Jan Lenssen, Directeur Omgevingsdienst Brabant Noord

ODBN Jaarstukken 2021

Inhoud

4

Voorwoord

2

Inleiding

6

Financiële samenvatting

8

I.

Jaarverslag 2021

12

1.

Programmaverantwoording

14

1.1

Individuele Dienstverlening

15

1.2

Regionale dienstverlening

30

1.3

Bedrijfsvoering

40

2.

Paragrafen

46

2.1

Paragraaf Weerstandsvermogen & Risicobeheersing

46

2.2

Paragraaf Financiering

51

2.3

Paragraaf Bedrijfsvoering

54

2.4

Paragraaf Verbonden Partijen

58

2.5

Niet van toepassing zijnde paragrafen

61

II.

Jaarrekening 2021

62

3.

Overzicht

64

3.1

Balans per 31 december 2021

64

3.2

Baten en lasten

66

3.3

Recapitulatie resultaat

67

3.4

Onderverdeling lasten naar overhead en programma’s

68

4.

5. III.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

5

Toelichting

68

4.1

Waarderingsgrondslagen jaarrekening

70

4.2

Toelichting op de balans per 31 december 2021

75

4.3.

Niet in de balans opgenomen rechten/verplichtingen

87

4.4

Toelichting op baten en lasten 2021

88

4.5

Incidentele baten en lasten

98

4.6

Financieel overzicht per taakbeeld BBV

100

4.7

Overzicht aanwending post onvoorzien

100

4.8

Declarabiliteit

101

4.9

EMU-saldo

104

4.10 Wet Normering Topinkomens (WNT)

104

4.11 Bijdrage deelnemers

110

Overige gegevens

112

5.1

112

Controleverklaring accountant

Bijlage

118

Geactualiseerde risicoanalyse per 31 december 2021

120

Overzicht investeringen

122

ODBN Jaarstukken 2021

6

Inleiding

7

De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) is een gemeenschappelijke regeling van 10 gemeenten per 01-01-2022 en de provincie Noord-Brabant. In de periode waarop deze jaarrekening betrekking heeft, bestond de gemeenschappelijke regeling nog uit 15 gemeenten. NoordoostBrabant is het belangrijkste werkgebied van de ODBN. Vanuit het kantoor in ’s-Hertogenbosch werken bijna 300 collega's dagelijks aan een schone, veilige en gezonde leefomgeving, nu en in de toekomst. Dat is onze missie. Bij de ODBN werken uitvoeringsexperts op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving en diverse specialismen zoals geluid, bodem, asbest, natuur, omgevingsveiligheid, luchtkwaliteit, geur en mest. De ODBN voert haar taken uit voor 11 overheden: 10 gemeenten en de provincie Noord-Brabant (onze deelnemers). Ook heeft de ODBN op de genoemde terreinen een adviserende taak en wordt gewerkt aan innovatie en ontwikkeling. De taak rondom de groene wetten voert de ODBN voor heel Brabant uit.

Vught

Boxtel

Meierijstad

toezicht en handhaving. Vanuit onze kennis van de praktijk adviseren wij over milieu en natuur en de uitvoerbaarheid en effecten van beleid.“

Als eerste leest u de financiële samenvatting van de jaarstukken 2021. Hierin wordt een korte toelichting opgenomen op het gerealiseerde resultaat, een verklaring van het resultaat met de belangrijkste afwijkingen en de eventuele voorstellen voor budgetoverhevelingen.

's-Hertogenbosch Bernheze

“De ODBN is dé deskundige uitvoerder op het terrein van vergunningverlening,

Leeswijzer De jaarstukken bestaan uit een jaarverslag (de programmaverantwoording) en uit een jaarrekening (de financiële verantwoording). Met de jaarstukken legt het bestuur verantwoording af over het gevoerde beleid en beheer in het afgelopen jaar.

Oss

SintMichielsgestel

Als ODBN zijn we primair een uitvoeringsorganisatie van VTH-taken. We streven naar continue verbetering van de kwaliteit en investeren in de deskundigheid van onze medewerkers, ons belangrijkste kapitaal. Naast de uitvoering van VTH-taken adviseren wij steeds meer over de effecten van beleid in de praktijk. Door ons werk zien we wat er in de leefomgeving gebeurt. Ook Brabantbreed en landelijk dragen we onze expertise uit en staat onze leefomgeving in Brabant Noord centraal. Kortom, onze ambitie is:

Maashorst

Land van Cuijk

Boekel

Onze leefomgeving is divers en een actueel thema voor elke inwoner en ondernemer. Als deskundige uitvoeringsorganisatie signaleren en agenderen we de voortdurende veranderingen in onze leefomgeving. Dit betekent doorlopende ontwikkeling en vernieuwing van ons werk. Onze deskundige medewerkers op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) werken binnen de kaders van de wetten van milieu, natuurbescherming, bouwen en wonen. Zo kunnen we de gemeenten in Noordoost Brabant en de provincie Brabant professioneel en met kennis van zaken adviseren. De ODBN richt zich op samenwerking; binnen de eigen organisatie, met gemeenten, de provincie en andere relevante organisaties. Gemeenten en de provincie voelen zich als eigenaar en als opdrachtgever betrokken. Dat is onze visie.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

In hoofdstuk I treft u het jaarverslag aan. Dit jaarverslag bestaat uit de programmaverantwoording waarbij wordt toegelicht of de destijds in de (primaire) begroting opgenomen beleidsvoornemens al dan niet zijn gerealiseerd. In het tweede gedeelte van het jaarverslag wordt ingegaan op de verplicht voorgeschreven paragrafen, uiteraard voor zover deze van toepassing zijn op de ODBN. In hoofdstuk II vindt u de financiële jaarrekening. Deze omvat een totaaloverzicht van de balans per 31 december 2021 en de baten en lasten over 2021. Beide onderdelen zijn daarbij voorzien van een toelichting en de daarbij voorgeschreven bijlagen.

ODBN Jaarstukken 2021

8

Financiele samenvatting

9

Het jaar 2021 is door de ODBN afgesloten met een positief resultaat van € 1.569.000. Hiervan was € 715.000 bij de laatste bestuursrapportage al aangekondigd. Het resultaat is op hoofdlijnen als volgt te verklaren: OMSCHRIJVING | BEDRAGEN X €1.000

Na het opnemen van de verplichting verlofuren en spaaruren hebben we vooruitlopend op het besluit van het Algemeen Bestuur, de reserve Vakantiedagen resultaatbepalend laten vrij vallen.

RESULTAAT

Begrotingsresultaat

715

V

Extra omzet individuele dienstverlening

764

V

Personeel

-877

N

Omgevingswet

195

V

Klachtenregeling

-27

N

Collectieve taken

89

V

Samen Sterk in Brabant werkbudget

24

V

Opleidingen

157

V

Dienstreizen / woon- werkverkeer

84

V

Noise cancelling

75

V

Vrijval reserve vakantiedagen

249

V

Overige kleine afwijkingen

121

V

1.569

V

TOTAAL VOORDELIG SALDO

In de jaarrekening 2021 dan ook de verplichting verlofuren opgenomen om het nog op te nemen verlof in de komende jaren financieel op te kunnen vangen.

Daarnaast zien we dat in 2021 er veel minder uren aan opleidingen zijn besteed. Dit heeft te maken met het uitstel van de invoerdatum van de Omgevingswet. Veel opleidingsuren waren gereserveerd voor het voorbereiden op de Omgevingswet, door het uitstel van de Omgevingswet zijn ook deze opleidingen doorgeschoven naar 2022. Hiervoor zijn beperkt andere opleidingen in de plaats gekomen. Wanneer deze twee effecten zich niet hadden voorgedaan dan was de declarabiliteit over 2021 uitgekomen rond de norm van 1.350. In de jaarrekening 2020 is besloten om een groot deel van de reserve huisvesting te laten vrijvallen. Er bleef nog een bedrag van ongeveer € 11.000 over om resterende kosten voor het project herhuisvesting in 2021 af te dekken. Deze kosten zijn gemaakt, dus de reserve kan opgeheven worden en het restant kan vrijvallen. Op het onderdeel Samen Sterk in Brabant ontstaat in totaal een voordeel van € 48.000, bestaande uit werkbudget, personeel en een klein voordeel aan de baten. Aangezien Samen Sterk in Brabant een samenwerkingsverband is van meerdere partijen, klinkt het niet logisch om het totale voordeel in de jaarrekening van de ODBN te laten lopen. Daarom wordt voorgesteld om een egalisatiereserve Samen Sterk in Brabant in te stellen waar steeds het resultaat op SSiB in gestort wordt. Deze reserve kan ingezet worden voor incidentele projecten tbv SSiB.

Voor een uitgebreidere toelichting op de verschillende onderdelen verwijzen wij u graag naar de toelichting op de baten en lasten in Paragraaf 4.4. In de tweede bestuursrapportage hebben we een geprognosticeerd rekeningresultaat van €715.000 gepresenteerd. Het resultaat van de jaarrekening 2021 ziet er uiteindelijk nog positiever uit. Dit komt voornamelijk door de hogere omzet die vooral in een heel productief najaar tot stand is gekomen. Door een toegenomen vraag in de overige verzoektaken en extra inzet op toezicht, is voor de omzet in het gemeentelijk werkprogramma fors hoger uitgekomen dan bij de tweede bestuursrapportage was voorzien. Uiteindelijk leidt dit tot een hogere omzet op de individuele dienstverlening van € 764.000. Ook zien we dat we in 2021 een hogere productiviteit hebben gerealiseerd dan de norm van 1.350. De productiviteit kwam uiteindelijk uit op gemiddeld 1.383 per fte. Hier zijn wel een tweetal belangrijke kanttekeningen bij te plaatsen. Een groot deel van deze hoge productiviteit is het gevolg van het beperkt opnemen van verlof in 2021 en het (extra) overwerken door medewerkers. Hierdoor zijn het restant verlof en de overwerkuren in 2021 behoorlijk gegroeid. Bij de tweede bestuursrapportage waren we nog uitgegaan van het volledig benutten van het verlofrecht van 2021. Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2021

10

11

Daarnaast zijn er 2 incidentele budgetten in 2021 niet (volledig) benut. Het gaat om het budget voor de Omgevingswet en het budget voor de aanschaf van Noise Cancelling apparatuur. Door het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn diverse activiteiten, zoals het opleiden van onze medewerkers, uitgesteld naar 2022. Hierdoor blijft er € 195.000 van het budget over. In de tweede bestuursrapportage van 2021 is er incidenteel geld beschikbaar gesteld voor de aanschaf van Noise Cancelling apparatuur mogelijk te maken. Door de wereldwijde leveringsproblemen van elektronica wordt deze apparatuur pas in 2022 geleverd. Bij de vaststelling van de jaarstukken zal dan ook worden voorgesteld om beide budgetten over te hevelen naar het jaar 2022. Het resultaat van de ODBN over 2021 komt er dan als volgt uit te zien: BESTEMMINGSVOORSTELLEN RESULTAAT ODBN

BEDRAG 1.569

V

MUTATIES RESERVES 1.

Vrijval van reserve huisvesting

12

V

2.

Instellen egalisatiereserve SSiB

-48

N

-36

N

TOTAAL VOORGESTELDE MUTATIES RESERVES

OVERHEVELINGSVOORSTELLEN 1.

Omgevingswet

-195

N

2.

Noise Cancelling

-75

N

TOTAAL VOORGENOMEN OVERHEVELINGSVOORSTELLEN

-270

N

RESULTAAT ODBN NA BESTEMMING

1.263

V

Voorgesteld wordt om het resultaat ODBN na bestemming aan alle deelnemers in 2021 uit te keren naar rato van de omzet op individuele dienstverlening 2021.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2021

12

I Jaarverslag 2021

13

2

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2021

14

1 Programmaverantwoording

1.1 Individuele Dienstverlening

De programmabegroting van de ODBN voor 2021 onderscheidt 3 programma’s die in de jaarstukken verantwoord worden. Dezelfde volgorde wordt aangehouden in het voorliggende jaarverslag. Het gaat hierbij om de volgende indeling:

Inhoud programma

1. Individuele dienstverlening 2. Regionale dienstverlening 3. Bedrijfsvoering Gedurende het jaar stellen wij diverse uitgebreide rapportages op waarin we verantwoording afleggen aan de individuele deelnemers over de voortgang van onze opdrachten. Daarom gaan we in de jaarstukken niet in op de situatie per deelnemer, maar zoomen we uit op de resultaten van de organisatie als geheel over het afgelopen jaar. We blikken terug op de belangrijkste ontwikkelingen uit 2021 en de realisatie ten opzichte van de begroting.

15

Het programma individuele dienstverlening sluit aan op de individuele werkprogramma's die we met onze deelnemers vaststellen. Het gaat om onze kerntaken: vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu, natuurbescherming, bouwen, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en omgevingsrecht (advies). Beleidskaders/richtlijnen OMSCHRIJVING

DATUM

EXPIRATIEDATUM

HUIDIGE WET TEN VOOR OMGEVINGSWET Wet milieubeheer

1 maart 1993

1 januari 2023*

Activiteitenbesluit

1 januari 2008

1 januari 2023*

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

1 oktober 2010

1 januari 2023*

Wet Natuurbescherming

1 januari 2017

1 januari 2023*

Draaiboek deelproces milieubeheer

25 september 2017

NA INVOERING VAN OMGEVINGSWET Omgevingswet 2022

1 januari 2023*

In ontwikkeling

Nadere regelgeving

1 januari 2023*

In ontwikkeling

* Uitgaande van besluit Rijk invoering Omgevingswet per 1 januari 2023.

Wat willen we bereiken? Als ODBN werken we samen met onze deelnemers en ketenpartners aan een schone, veilige en gezonde leefomgeving, nu en in de toekomst. De ODBN is de uitvoeringsexpert voor onze regio op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. In het programma individuele dienstverlening voeren we hoofdzakelijk de taken uit die onze deelnemers aan ons hebben opgedragen. De werkprogramma's en de provinciale opdracht zijn hierbij leidend. We moeten onze VTH-taken voortdurend blijven ontwikkelen. Veranderingen in wet- en regelgeving, maatschappelijke ontwikkelingen en wensen vanuit onze deelnemers zorgen voor een continue bijstelling van ons takenpakket. Als ODBN moeten we aandacht hebben voor veranderingen in onze omgeving. In een snel veranderende wereld kunnen we alleen beter worden door nauw samen te werken met onze partners en deelnemers. Zo kunnen we de lokale situatie optimaal koppelen aan onze kennis en deskundigheid over de fysieke leefomgeving.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2021

16

Wat hebben we daarvoor gedaan in 2021? Uitvoering VTH-taken De VTH-taken op het gebied van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet natuurbescherming (Wnb) vormen de kern van de werkzaamheden van de ODBN. Onze taken bestaan uit de wettelijk bij ons belegde taken – de zogenoemde basistaken –, de VTH-verzoektaken en verzoektaken die buiten de werkprogramma's vallen. VTH-verzoektaken zijn taken die weliswaar wettelijk uitgevoerd moeten worden, maar waarvan de deelnemers zelf mogen bepalen of zij deze taken bij de ODBN beleggen. Overige verzoektaken zijn niet-wettelijke taken die onze opdrachtgevers niettemin graag bij ons beleggen. Tot slot voeren we de aanvullende verzoektaken uit. Dit zijn opdrachten die niet in de reguliere werkprogramma's of opdracht opgenomen zijn, of opdrachten van niet-deelnemers. Maar de gemeentelijke werkprogramma's en de provinciale opdracht vormen de basis van ons werk. In 2020 werd de uitvoering van onze primaire taken nog gekenmerkt door het continue moeten aanpassen van onze werkwijze aan de omstandigheden van de coronapandemie. In 2021 hebben we het gehele jaar te maken gehad met de gevolgen van de pandemie, maar over de breedte zien we dat dit ons nauwelijks beperkt heeft in de uitvoering van ons takenpakket.

Waar nodig hebben we nieuwe methodes ontwikkeld, geïmplementeerd en/of aangepast waardoor de uitvoering kon worden voortgezet. Wel merken we dat de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt druk uitoefent op onze organisatie, hetgeen wordt versterkt door het verdwijnen van vakinhoudelijke kennis bij onze deelnemers. Door ons HR-beleid op deze krapte in te richten, zelf personeel op te leiden en nieuwe medewerkers ervaring op te laten doen op complexe dossiers hebben wij hier afgelopen jaar op ingespeeld. Dit neemt niet weg dat het omgaan met de krapte voorlopig een blijvende uitdaging zal vormen voor onze organisatie. Verder heeft het afgelopen jaar in het teken gestaan van tal van belangrijke ontwikkelingen, die verderop in het jaarverslag nader toegelicht worden. Zo hebben wij ons voorbereid op de Omgevingswet die onlangs wederom is uitgesteld, hebben wij grote stappen gemaakt met de doorontwikkeling van het informatiegestuurd werken binnen de ODBN - wat ons in staat gaat stellen om effectiever en efficiënter vorm te geven aan de uitvoering van de VTH-taken - en hebben wij een trekkende rol gepakt in een landelijk project op het gebied van asfaltcentrales.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

17

Vergunningverlening Als ODBN verzorgen we de vergunningverlening op het gebied van milieu voor onze deelnemers. Onder vergunningverlening verstaan we ‘het voorbereiden van beschikkingen tot het verlenen, wijzigen, intrekken of weigeren van omgevingsvergunningen voor het onderdeel milieu’ en ‘het beoordelen van meldingen en omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM), het voorbereiden van beschikkingen (toestemming om andere gelijkwaardige maatregelen te treffen) en het opstellen van (maatwerk)voorschriften’. De wijze waarop we invulling geven aan de vergunningverleningstaak is vastgelegd in het Regionaal Operationeel Kader Vergunningverlening (ROK-VV). Dit kader is begin 2021 vastgesteld. Voor wat betreft de vergunningverlening in het kader van de gemeentelijke opdracht zien we een toename in het aantal intrekkingen van agrarische vergunningen. We hebben het afgelopen jaar 146 vergunningen ingetrokken – circa 50 meer dan het jaar daarvoor – waarvan 79 in het kader van het fokken en houden van varkens en 33 voor andersoortige fokkerijen. Op deze toename en andere ontwikkelingen in het kader van de transitie veehouderij hebben we geanticipeerd door de maatregelen over te nemen uit de adviesnota ‘meer dan de som der delen’ van de Taskforce Veehouderij (daarover meer onder het programma regionale dienstverlening).

Deze maatregelen hebben geleid tot een efficiënter proces van vergunningverlening. Met name bij de afhandeling van meldingen activiteitenbesluit agrarisch is dit effect zichtbaar. Voor de provinciale opdracht is het aantal ingediende Wabo-initiatieven in 2021 op een vergelijkbaar niveau gebleven als in 2020. Als we naar de ontwikkeling over een aantal jaren kijken zien we dat in 2020 en 2021 aanzienlijk minder aanvragen zijn ingediend dan in de voorafgaande jaren. Dit is enerzijds een gevolg van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (29 mei 2019) over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), en anderzijds het resultaat van de onzekere economische vooruitzichten die voortvloeien uit de coronacrisis. De werkvoorraad is gestabiliseerd met een gemiddelde van circa 35 procedures. In 2021 is veel aandacht gegaan naar enkele complexe en (bestuurlijk) gevoelige dossiers. Daarnaast is geïnvesteerd in het aantrekken (en behouden) van adequaat personeel, wat ertoe geleid heeft dat we als ODBN minder afhankelijk zijn geworden van de inhuur van externe kennis en capaciteit.

ODBN Jaarstukken 2021

18 Binnengekomen nieuwe vergunningszaken

Afgeronde vergunningszaken

1.226

1.657

In totaal zijn er in 2021 1.226 nieuwe vergunningszaken binnengekomen. Daarmee bedoelen we zaken de betrekking hebben op het werk van vergunningverleners. Het betreft 701 nieuwe zaken voor de provinciale opdracht en 525 voor de gemeentelijke. Verder zijn er het afgelopen jaar 1.657 vergunningszaken afgerond. Het betreft 1.141 zaken in het kader van de provinciale opdracht, waaronder 116 Wabo-zaken (vergunningverlening grijs) en 1025 zaken volgend uit de Wnb (vergunningverlening groen), waarvan weer 215 bestonden uit vergunningszaken op het gebied van soortenbescherming (voornamelijk ontheffingen). In het kader van de gemeentelijke opdracht zijn in 2021 516 vergunningszaken afgerond, waarvan 156 betrekking hebben op Wabo-vergunningverlening.

Voor het toezicht in het kader van de gemeentelijk taken is het aantal uren geprogrammeerden vraaggestuurd toezicht toegenomen. Deze toename is afgestemd met de desbetreffende deelnemers. Het afgelopen jaar hebben we volledig kunnen voldoen aan de vraag naar toezicht vanuit de gemeentelijke deelnemers. Voor wat betreft de provinciale opdracht is er voor toezicht – alsook voor vergunningverlening en handhaving – fors meer capaciteit ingezet naar aanleiding van enkele calamiteiten. Daarbij gaat de aandacht met name uit naar enkele calamiteiten die de uitvoering van onze reguliere taken onder druk zetten. Desondanks heeft dit met extra investeringen, juridische inzet en een herverdeling van de werkzaamheden nauwelijks invloed gehad op de realisatie van onze reguliere VTH-taken. In totaal zijn in 2021 6.337 inspectiezaken afgerond. Met ‘inspectiezaken’ bedoelen we zaken die betrekking hebben op het werk van toezichthouders. Binnen het provinciale team zijn in totaal 1.504 zaken afgerond. De meeste daarvan hadden betrekking op het ‘groene’ toezicht in het kader van de Wnb (1.316 zaken), waarvan de houtopstanden de grootste categorie vormt met 699 zaken. 188 zaken hadden betrekking op het grijze toezicht (oftewel inrichtinggebondenzaken). Voor de gemeentelijke opdracht zijn 4.833 inspectiezaken afgerond. 2.725 van die zaken betrof milieucontroles.

2.281 zaken hadden betrekking op het toezicht van asbestsloop en 140 toezichtzaken hadden betrekking op het Besluit bodemkwaliteit/Besluit mobiele puinbrekers. Naast reguliere inspecties zijn in 2021 1.627 herinspecties uitgevoerd in het kader van de gemeentelijke opdracht, waarvan 392 zijn uitgevoerd na een handhavingsvoornemen en 101 na een handhavingsbesluit. Voor de provinciale opdracht zijn 332 herinspecties uitgevoerd, waarvoor 84 inrichtinggebonden en 248 in het kader van de Wnb. In totaal zijn er in 2021 daarmee 1.959 herinspecties uitgevoerd.

Meldingen In 2021 zijn er in totaal 2664 meldingen afgehandeld voor de gemeenten. Deze zijn als volgt verdeeld: ➜ ➜ ➜ ➜

742 meldingen Activiteitenbesluit 402 meldingen Besluit bodemkwaliteit 1074 sloopmeldingen asbest/asbestinventarisatierapporten 446 meldingen overige werkzaamheden

Toezicht Naast vergunningverlening verzorgt de ODBN het toezicht op naleving van de milieuregels. De kaders voor de wijze waarop wij toezicht houden (en handhaven) zijn vastgelegd in het Regionaal Operationeel Kader Toezicht en Handhaving (ROK-T&H). Het geprogrammeerde en nietgeprogrammeerde toezicht op het gebied van milieu heeft in 2021 niet stilgelegen. Als gevolg van de coronamaatregelen hebben we nieuwe werkmethoden ontwikkeld, geïmplementeerd en/of aangepast, waardoor de uitvoering kon worden voortgezet.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2021

19

20 De complexiteit van onze omgeving In 2021 worden we geconfronteerd met twee branden bij een schrootverwerkingsbedrijf. Eén van deze branden is van dusdanige aard dat er een blushelikopter aan te pas moet komen. De casus legt een groot beslag op onze capaciteit en illustreert de gevoeligheden en complexiteit van de zaken waarmee wij binnen de uitvoering van onze taken te maken kunnen krijgen. Na de branden gaan binnen de gemeente waar het bedrijf is gevestigd stemmen op om de vergunning van het desbetreffende bedrijf in te trekken en het bedrijf te weren uit de gemeente. Het schrootverwerkingsbedrijf zou immers vaker overtredingen begaan en bovendien (te) dicht op een woonwijk gevestigd zijn. De provincie is in casu het bevoegd gezag, namens wie wij als ODBN de vergunningverlening en het toezicht verzorgen. De ogen zijn aanvankelijk dan ook op de provincie gericht. Vanuit de provincie wordt echter aangegeven dat het bedrijf weliswaar overtredingen heeft begaan, maar dat het intrekken van de vergunning een te zwaar middel is. Het bedrijf voldoet bovendien aan het bestemmingsplan van de gemeente. Hoewel de belangen van provincie en gemeente– de bescherming van het milieu – overeenkomen, zorgen de verschillende rollen en bevoegdheden aanvankelijk wel voor frictie. Wie is waarvoor aan zet en wat is er mogelijk? De casus legt een groot beslag op de capaciteit van de ODBN.

De toezichthouder heeft zijn handen vol aan het bedrijf. Mede om tegemoet te komen aan de wensen van verschillende betrokken partijen wordt het toezicht geïntensiveerd. Elke stap die we zetten wordt zorgvuldig afgestemd, intern tussen de betrokken medewerkers vanuit verschillende disciplines, en extern met de diverse betrokken instanties. Andere werkzaamheden dreigen daardoor in de verdrukking te komen. Ook van de juristen wordt een grote inzet gevraagd. Er wordt strak gehandhaafd, hetgeen ook verschillende juridische procedures met zich meebrengt. Daarnaast kijkt de buitenwereld mee en zit ook de media dicht boven op de gebeurtenissen. Om de druk op de betrokken medewerkers te verlichten en om het overzicht te bewaren zetten we een casemanager op de zaak. Daarmee kunnen we als ODBN onze inzet op de betreffende casus efficiënter organiseren, de diverse betrokken disciplines met elkaar verbinden en tegemoetkomen aan de vraag vanuit de provincie en gemeente. Na de initiële frictie komen de provincie en de gemeente nader tot elkaar, en wordt ook de samenwerking gezocht met de brandweer, de politie en het waterschap. De casus maakt duidelijk dat we binnen een complexe omgeving werken. We hebben niet zelden te maken met verschillende organisaties, met eigen taken, bevoegdheden, rollen en belangen. Dit maakt ons werk mooi, maar ook complex.

Een duidelijk positieve uitkomst van de betreffende casus is dat we door de gebeurtenissen de samenwerking met de brandweer en de veiligheidsregio van een impuls hebben kunnen voorzien.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

21

Handhaving Handhaving in het omgevingsrecht staat steeds steviger op de bestuurlijke en maatschappelijke agenda. Dat zien we mede terug in het verschijnen van verschillende publicaties die onder meer ingaan op de leemtes in het landelijke handhavingsbeeld op het gebied van milieuovertredingen en –criminaliteit. Te denken valt aan publicaties als die van de Algemene Rekenkamer (Handhaven in het Duister), de Commissie van Aartsen en het Dreigingsbeeld Milieucriminaliteit. Als ODBN hebben we voor het verschijnen van de genoemde publicaties al geconstateerd dat het zaak was onze handhavingsaanpak te verbeteren. De conclusies uit de diverse publicaties over de landelijke staat van milieuhandhaving sterken ons in deze gedachte. Het afgelopen jaar hebben we daarom ingezet op het uitbouwen van het Team Handhaving, waarbinnen inmiddels twee grijze en vijftien groene boa's actief diverse milieuzaken oppakken. Zij werken daarbij nauw samen met het Openbaar Ministerie. Daarnaast zochten we de samenwerking met de twee andere Brabantse omgevingsdiensten. Ook binnen handhaving heeft het afgelopen jaar het informatiegestuurd werken haar intrede gedaan. Daarvan hebben we in 2021 al voorzichtig de eerste vruchten geplukt.

Naar aanleiding van een analyse van de interne informatiebronnen hebben we enkele veelvoudige milieuovertreders kunnen selecteren die ‘extra aandacht’ krijgen van het handhavingsteam. In totaal zijn in 2021 69 zaken strafrechtelijk opgepakt. Daarvan betreft het 21 zaken volgend uit de Wnbg (groen), waarvan ongeveer 25% soortenbescherming en 75% houtopstanden. Daarnaast zijn 48 zaken opgepakt die betrekking hebben op milieu-inrichtingen (grijs). Voor deze zaken zijn in 2021 onder andere 13 complete strafdossiers opgemaakt, alsmede 3 bestuurlijke strafbeschikkingen milieu (BSBm) en 1 SAM-procedure (snelle afhandeling milieu). Zaken in behandeling met een doorloop naar 2022 zijn hierbij niet meegeteld. Specialistische dienstverlening Binnen de specialistische dienstverlening van de ODBN zien we de krapte op de arbeidsmarkt duidelijk terug. Deelnemers hebben moeite met het voorzien in voldoende capaciteit en kwaliteit op het gebied van de milieutaken. Als gevolg daarvan zien we een toename in het aantal verzoektaken – ruim 11% meer dan overeengekomen in het werkprogramma en met name ROgerelateerd – en daarmee een toename van de druk op de specialistische dienstverlening.

Doordat de RO-verzoeken diverse specialistische onderdelen bevatten – bijvoorbeeld op het gebied van geur, lucht, geluid, externe veiligheid en juridische dienstverlening – vraagt dat veel van de bij ons beschikbare kennis en capaciteit. Deze toename in de verzoektaken, in combinatie met de krappe arbeidsmarkt, verhoogt de werkdruk en doorlooptijden van adviesaanvragen.

ODBN Jaarstukken 2021

22

Daarnaast zien we dat het afgelopen jaar dat deelnemers de specialisten in toenemende mate betrekken bij beleidsvorming rond de milieutaken. De verwachtingen van de deelnemers staan daarbij soms op gespannen voet met onze basistaken als uitvoeringsdienst. Op dit moment is beleidsvorming geen kernactiviteit van de ODBN. In 2021 zijn in totaal 1.401 nieuwe advieszaken binnengekomen. Een advieszaak is een verzoektaak en divers van aard. Advieszaken hebben betrekking op onze specialistische werkgebieden, zoals ruimtelijke ordening. In totaal zijn 1.305 zaken afgerond en 65 zaken uiteindelijk ingetrokken.

Landelijke projectgroep asfaltcentrales In 2021 zien wij ons geconfronteerd met problemen rond de uitstoot van een asfaltcentrale in een van onze deelnemende gemeenten. Asfaltcentrales hebben een belangrijke rol in het hergebruik van asfalt, maar er zijn ook zorgen rond de uitstoot van benzeen en Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK's). In dit geval leidt de uitstoot bij ophef bij de omwonenden. Naar aanleiding van de zorgen wordt een gesprek gevoerd tussen de betrokken gemeente en het ministerie. Uit een inventarisatie blijkt dat er over heel Nederland 29 asfaltcentrales zijn die verschillen qua omvang en werkwijze. De centrales beslaan het werkgebied van 23 omgevingsdiensten. De centrales spelen zoals gezegd een belangrijke rol voor de herbestemming van het asfalt, en kunnen dan ook niet zomaar gesloten worden. Er is behoefte aan eenduidige strategie, onder meer op het gebied van toezicht en handhaving op deze bedrijven. Daarom dringen twee van onze deelnemers aan op een gezamenlijke aanpak.

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa, de bescherming van planten en dieren en van bossen en andere houtopstanden. De ODBN verzorgt namens de provincie Noord-Brabant de vergunningverlening en de ontheffingen op het gebied van de Wnb. Daarnaast wordt ook de gemeentelijke opgave op het onderdeel natuur steeds meer ingevuld door de ODBN, kijkend naar het stijgende aantal groene verzoektaken op het gebied van flora en fauna. Ook voert de ODBN hierop het toezicht uit. Waar nodig treden we handhavend op. Het afgelopen jaar werd – voor wat betreft onze taken op het gebied van de Wnb – getekend door gerechtelijke uitspraken met impact op de wijze waarop wij deze taken uitvoeren. Zo is de uitspraak van de rechter van begin 2021 over intern salderen van grote invloed geweest op de taakuitvoering voor gebiedsbescherming. Omwille van deze uitspraak hebben wij onze werkwijze voor toezicht moeten aanpassen. Deze werkwijze is daarmee arbeidsintensiever geworden dan voorheen. Daarnaast heeft de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State in de eerste helft van 2021 een tweetal uitspraken gedaan die weer van grote invloed zijn op het beoordelingskader van ontheffingsaanvragen voor soortenbescherming.

Uiteindelijk heeft dit geleid tot een noodzakelijke aanpassing in de werkwijze van zowel reguliere ontheffingen als gebiedsgerichte procedures. Net als vorig jaar zien we bij zowel gebiedsbescherming als soortenbescherming dat verschillende ontwikkelingen leiden tot een grotere gevraagde inzet voor de implementatie van beleid dan vooraf gepland, hetgeen eveneens leidt tot een toename in de juridische inzet.

Onder de vlag van de ODNL – de koepelorganisatie van de 29 omgevingsdiensten – wordt vervolgens landelijk afstemming gezocht. Daarbij wordt besloten tot het opzetten van een landelijk project. Doel van het project is om te toetsen in hoeverre wettelijke richtlijnen en gehanteerde werkwijzen voldoende bescherming bieden aan de leefomgeving, en in het verlengde daarvan om nieuwe VTH-richtlijnen voor asfaltcentrales te formuleren. Als ODBN pakken we onze verantwoordelijkheid op dit dossier en leveren we de projectleider die dit landelijke project met zijn projectgroep vorm gaat geven. Het is goed mogelijk dat bij het project rond de asfaltcentrales spanning ontstaat tussen de bestaande wettelijke kaders en de gewenste VTH-werkwijze die wij als omgevingsdiensten voorstaan. De projectgroep zal dit wanneer nodig bestuurlijk agenderen en aanbevelingen doen.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2021

23

24

25

Over de breedte zien we daarnaast een toename in het aantal handhavingszaken, waarmee over de afgelopen jaren een duidelijke trend zichtbaar wordt. Projecten komen stil te liggen omdat tijdens het voorbereidings- en realisatieproces onvoldoende rekening wordt gehouden met de van toepassing zijnde wetgeving volgend uit de Wnb. Dit gegeven wordt onder meer veroorzaak onder invloed van landelijke opgaven zoals de energietransitie, woningbouwopgave en het stikstofdossier. Achter deze opgaven zit de nodige tijdsdruk, wat ertoe leidt dat de naleving van de natuurbeschermingsregels onder druk komt te staan.

Ten slotte is het afgelopen jaar fors geïnvesteerd in kennisontwikkeling. Dit is noodzakelijk gegeven de complexiteit en dynamiek van de natuurwetgeving die met alle gerechtelijke uitspraken ook alleen maar complexer wordt. Ongewenst neveneffect is de toenemende kenniskloof tussen bevoegd gezag en aanvrager, wat de (positieve) besluitvorming onder druk zet.

Ontheffingsperikelen In het voorjaar van 2021 komt bij ons een ontheffingsaanvraag soortenbescherming binnen. De aanvragers zijn voornemens een oud schoolgebouw te slopen en om daarvoor in de plaats een nieuwe school te bouwen. De maatregelen die in de aanvraag worden voorgesteld om de soortenbescherming te waarborgen blijken echter onvoldoende. In lijn met de werkafspraken die wij hierover hebben gemaakt met de provincie, verzenden wij een verzoek om aanvullende gegevens. Desondanks blijft de beantwoording van de aanvrager onvoldoende. Het realiseren van een nieuwe school heeft een duidelijk maatschappelijk belang, wat maakt dat we de aanvraag niet zonder meer willen weigeren. Het is niet ons doel om dergelijk ontwikkelingen tegen te houden, maar om te toetsen of die op een verantwoorde wijze worden gerealiseerd, in lijn met de bestaande wettelijke en beleidsmatige kaders. Daarom besluiten we een tweede verzoek tot aanvullende gegevens in te dienen. Ook de beantwoording van dit tweede verzoek blijkt echter onvoldoende. Dit noopt ons tot een voornemen tot weigeren. Daarin onderbouwen we met argumenten waarom we niet akkoord kunnen gaan met de aanvraag en dat we daarom voornemens zijn de aanvraag te verwijderen. In het geval van een dergelijk voornemen krijgt de aanvrager de gelegenheid nog één keer te reageren.

Omgevingswet

Omgevingswet In 2021 hebben we hard gewerkt om onze organisatie klaar te stomen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, die inmiddels wéér is uitgesteld. Op het moment van schrijven wordt uitgegaan van de nieuwe datum voor inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023. . Het herhaaldelijk uitstellen van de Omgevingswet neemt niet weg dat we al het nodige hebben ondernomen hebben om tijdig klaar te zijn voor de wet. Zo hebben we samen met de regio een set interbestuurlijke werkafspraken opgesteld ten behoeve van de uitvoering van met name vergunningsverlening onder de Omgevingswet. De nieuwe wet kent immers korte wettelijke behandeltermijnen, nieuwe vormen van samenwerking tussen de verschillende betrokken overheden en vraagt om het strak inregelen van het vergunningverleningsproces. Als ODBN leveren we hier natuurlijk een actieve bijdrage aan. Ook voerden we in de tweede helft van het jaar gesprekken met elk van onze deelnemers om tot goede afspraken te komen, bijvoorbeeld over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) of over de gewenste rol van de ODBN in de lokaalgeorganiseerde omgevingstafels. We oefenen inmiddels regionaal volop om te testen of de bedachte processen en werkwijzen in de praktijk werken.

In reactie hierop initieert de betrokken gemeente een gesprek met onze directeur, om ons toch te bewegen tot het nemen van een positief besluit. Dit overleg blijkt naderhand overbodig te zijn, wanneer blijkt dat de aanvrager toch aan de slag is gegaan met de punten die wij aangedragen hebben in het voornemen tot weigeren. Op basis van de laatste mogelijkheid tot een reactie op dat voornemen kunnen wij in oktober toch nog overgaan tot het verlenen van de ontheffing.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2021

26

27

In anticipatie op de Omgevingswet en om klaar te zijn voor het DSO werken we bij de ODBN sinds 2021 aan een nieuw VTH-zaaksysteem. Naar verwachting zal dit systeem halverwege 2022 in gebruik genomen worden, waarmee we er ruim voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ervaring op kunnen gaan doen. Naast het klaarstomen van het nieuwe zaaksysteem hebben we vorig jaar gewerkt aan de actualiseren van de werkprocessen. Een belangrijke verandering in de Omgevingswet is het nieuwe begrip ‘Milieubelastende Activiteit’ (MBA), dat in de plaats komt voor het begrip ‘inrichting'. Het afgelopen jaar hebben we onderzocht of we de omzetting van het inrichtingenbestand naar een MBA-bestand geautomatiseerd kunnen laten plaatsvinden. Deze pilot heeft echter onvoldoende betrouwbare omzettingen opgeleverd. In 2021 zijn de provinciale inrichtingen wel al handmatig omgezet. Ten slotte is het zaak dat wij onze medewerkers goed opleiden in het werken met en onder de Omgevingswet. Daarom is in 2021 een opleidingstraject ingekocht. Dit traject zal starten in de eerste helft van 2022, zodat onze medewerkers tijdig klaargestoomd zijn voor de Omgevingswet en hun nieuwverworven kennis zo snel mogelijk ook daadwerkelijk in de praktijk kunnen brengen.

Bodemtaken Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt bevoegdheid die nu bij de provincie ligt voor de Wet bodembescherming (Wbb) overgeheveld naar de gemeenten. Gemeenten worden dan de primaire beheerder van de bodemkwaliteit voor hun grondgebied. Door deze overdracht komen alle basistaken voor de bodem(sanering) bij de gemeenten te liggen. Reeds beschikte en lopende saneringen blijven onder de bevoegdheid van de provincie. Doordat de Omgevingswet is uitgesteld, is ook de overdracht van de bodemtaken van provincie naar gemeenten uitgesteld. In samenwerking met de provincie en de andere twee Brabantse omgevingsdiensten hebben is een ‘transitiedocument overdracht bodemtaken’ opgesteld. Daarmee hebben we nu inzicht in de verwachte taken voor de omgevingsdiensten en de omvang hiervan. Door de energietransitie ontstaat een toename van verzoeken voor het beoordelen van bodemenergiesystemen. Inmiddels hebben wij ervaring opgedaan met deze beoordelingen. De werkprogramma's zijn hier voor de komende jaren op ingericht.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

Transitie zorgvuldige veehouderij In 2021 is de Taskforce Veehouderij 2.0 afgerond. Deze ambtelijke taskforce kreeg de opdracht advies uit te brengen over hoe de drie Brabantse omgevingsdiensten het capaciteitsvraagstuk voor de agrarische vergunningverlening moeten aanpakken, dat was ontstaan met de versnelling van de transitie van de veehouderij in Brabant. De taskforce 1.0 heeft in het rapport Meer dan de som der delen een advies uitgebracht met maatregelen om de verhoogde capaciteitsvraag op te vangen, terwijl het geldende beleid – onder andere volgend uit het coalitieakkoord – gehandhaafd blijft. Vervolgens is aan de taskforce 2.0 gevraagd om toe te zien op de implementatie van dit advies. Met de taskforce 2.0 hebben we Brabantbreed - met de drie diensten en de Provincie maatregelen geïmplementeerd die ervoor zorgen dat we efficiënter werken en tegelijkertijd de beleidsdoelstellingen halen. Hiermee dringen we de vraag naar extra capaciteit terug. In 2022 wordt door de drie diensten gezamenlijk onderzocht hoe we de samenwerking op het agrarische vlak kunnen voortzetten. Het tempo waarin maatschappelijke, juridische en beleidsmatige ontwikkelingen elkaar opvolgen nopen ons om onze werkwijze waar mogelijk te blijven herijken. Met het afronden van de taskforce is de transitie zorgvuldige veehouderij natuurlijk niet ‘af’.

Het is een onderwerp dat van grote invloed is en blijft op de uitvoering van de VTH-taken.

ODBN Jaarstukken 2021

28

De rapportages voor de Informatieplicht geven het volgende beeld: 62% van de bedrijven geeft zelf aan nog niet alle verplichte maatregelen te hebben uitgevoerd, 25% heeft alternatieve maatregelen getroffen en slechts 13% meldt alle verplichte energiebesparende maatregelen te hebben getroffen. In de wetenschap dat ook bij controles van de laatste categorie overtredingen worden geconstateerd, is duidelijk dat met energietoezicht nog veel energiewinst te halen is. De ODBN heeft een aanbod aan gemeenten gedaan om met energietoezicht een bijdrage van 20% te leveren aan de besparingsdoelen in de RES. Vijf van de tien gemeenten heeft het Energiebod opgenomen in het werkprogramma 2022. Een aantal gemeenten heeft aangegeven in 2022 nog een besluit te nemen over deelname.

Wat heeft het in 2021 gekost? PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING

REKENING 2021

REKENING 2020

BEGROTING 2021

13.991

16.900

14.652

14.536

411

0

130

270

TOTAAL LASTEN

14.402

16.900

14.781

14.806

Basistaken (werkprogramma)

12.270

13.823

12.946

13.974

Verzoektaken (werkprogramma)

9.152

9.688

9.868

9.717

Aanvullende verzoektaken

1.946

3.374

1.099

1.127

TOTAAL BATEN

23.368

26.884

23.912

24.818

SALDO

8.966

9.984

9.131

10.012

BEDRAGEN X €1.000 Inzet personeel Inzet bedrijfsmiddelen

Energietoezicht In 2021 is uitvoering gegeven aan meerdere energie-opdrachten: het themaplan energie in het gemeentelijk werkprogramma, begeleiding van de uitvoering van de VUE-subsidieregeling, de afronding van de provinciale subsidieregeling kantoren en de uitvoering van verzoektaken voor de gemeente Oss en de provincie. Ook heeft de ODBN actief aan gemeentelijke deelnemers aangeboden om met energietoezicht een bijdrage te leveren aan de besparingsdoelen volgend uit de Regionale Energiestrategie (de RES): het ‘Energiebod’ van de ODBN.

BEGROTING NA WIJZIGING 2021

Vanuit de hiervoor genoemde energie-opdrachten hebben we het afgelopen jaar toezicht gehouden op de naleving van de informatie- en energiebesparingsplicht. Het toezicht op de energiebesparingsplicht heeft een bijdrage geleverd aan het aantal ingediende rapporteringen door ondernemers in het kader van de informatieplicht energiebesparingen in het e-loket van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. In totaal zijn voor de energiebesparingsplicht 251 controles uitgevoerd, waarbij in 87% van de gevallen één of meer overtredingen zijn geconstateerd. De meeste controles zijn uitgevoerd bij bedrijfshallen (33), kantoren (31) en agrarische bedrijven (30). De geschatte CO2 besparing wordt nog in beeld gebracht en met de deelnemers gedeeld in de T3-rapportage.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2021

29

30

1.2 Regionale dienstverlening

Wat willen we bereiken?

31

In het programma Regionale Dienstverlening werkt de ODBN samen met haar deelnemers aan de regionale ontwikkelingen en de voorbereiding en vertaling van beleidsmatige en maatschappelijke ontwikkelingen zodat deze in de taakuitvoering binnen het programma Individuele Dienstverlening kan worden uitgevoerd.

Inhoud programma Naast individuele werkprogramma’s voert de ODBN ook regionale programma’s uit. Hierbij gaat het om meer dan één opdrachtgever. De volgende onderwerpen maken onderdeel uit van het regionale programma: ➜ Collectieve taken ➜ Samen Sterk in Brabant ➜ Overige regionale werkzaamheden (voormalig RMB) - Sanering verkeerslawaai (ISV) - Klachtenregeling / crisispiket - Beheer en nazorg (voormalige) stortplaatsen

Wat hebben we daarvoor in 2021 gedaan? Ontwikkelprogramma 2021 Sinds 2020 stelt de ODBN een ontwikkelprogramma op, met daarin de inhoudelijke ontwikkelopgaven die vertaald moeten worden naar de kerntaken van de ODBN. Het Ontwikkelprogramma 2021 bestond uit een drietal ontwikkelopgaven: de invoering Omgevingswet en de transitie veehouderij (nader toegelicht onder het programma individuele dienstverlening) en de opgave ‘doorontwikkeling VTH’. Deze laatste ontwikkelopgave kent een aantal deelprojecten – veelal meer operationeel van aard – waarin vaak ook samengewerkt wordt met de andere Brabantse Omgevingsdiensten. Daarnaast is halverwege 2021 gestart met de Impuls Informatiegestuurd Werken.

Beleidskaders/richtlijnen OMSCHRIJVING

DATUM

EXPIRATIEDATUM

HUIDIGE WET TEN VOOR OMGEVINGSWET Wet milieubeheer

1 maart 1993

januari 2023*

Activiteitenbesluit

1 januari 2008

januari 2023*

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

1 oktober 2010

januari 2023*

Wet Natuurbescherming

1 januari 2017

januari 2023*

Draaiboek deelproces milieubeheer

25 september 2017

NA INVOERING VAN OMGEVINGSWET Omgevingswet 2022

1 januari 2023

In ontwikkeling

Nadere regelgeving

2023*

In ontwikkeling

* Uitgaande van besluit Rijk invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2023.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2021

32

Samenvattend op opgaveniveau: ➜ De ontwikkelopgave Invoering Omgevingswet kent vanwege het uitstel van de invoeringsdatum een doorloop in 2022. De niet gebruikte budgetruimte van 2021 wordt om die reden in 2022 benut en in dit jaarverslag wordt een voorstel voor overheveling van deze gelden voorgesteld. ➜ De ontwikkelopgave Transitie Veehouderij is eind 2021 afgerond, parallel met het afronden van de Taskforce 2.0. De transitie blijft niettemin een belangrijk aandachtsgebied voor de ODBN. ➜ De ontwikkelopgave Doorontwikkeling VTH 2021 ronden we af, maar kent op projectniveau een aantal doorlopende taken en vertraging. In 2022 richten we deze opgave gerichter in, rondom concrete inhoudelijke speerpunten en doelstellingen. In 2021 zijn we gestart met de Impuls Informatiegestuurd Werken (IGW). Deze impuls heeft een onmiddellijke impact gehad. Zo heeft het IGW een groot aandeel in de totstandkoming van onze bedrijvenlijsten die wij aan de hand van data-analyse hebben samengesteld. Daarnaast zien we het effect van IGW ook terug binnen het Team Handhaving (zie ook het kopje ‘handhaving’ onder het programma individuele dienstverlening). IGW helpt ons om daar te zijn waar het milieurisico het grootst is en om onze capaciteit optimaal in te zetten.

Daarnaast zullen de producten van IGW – die onder andere in 2022 een vervolg zullen krijgen – ook een bijdrage leveren aan de beschikbaarheid van informatie, wat ons zal helpen om onze resultaten in de toekomst nog beter te gaan duiden. De uitvoering van het ontwikkelprogramma kende het afgelopen jaar de nodige uitvoeringsproblemen. Dit onder andere onder invloed van corona en het thuiswerken, waardoor de samenwerking en implementatie van projecten meer tijd vergde dan geraamd. Er was echter ook sprake van een substantiële uitval van projectleiders die belast zijn met de uitvoering van de ontwikkelopgaven en bijbehorende projecten, hetgeen op een aantal onderdelen heeft geleid tot vertraging. Ook externe inhuur heeft dit gat niet volledig kunnen dichten, waardoor niet het gehele programma is gerealiseerd zoals beoogd. Dit alles leidt tot een onderbesteding van het budget Collectieve Taken, wat deels door de beperkte bezetting komt, maar deels ook vanwege het bewuste sturen op budgetuitgaven door het uitstel van de Omgevingswet naar 1 januari 2023. De vertraging is het meest zichtbaar bij het project Regionaal Kader (ROK-VTH). In 2021 is het ROKVergunningverlening vastgesteld. Sinds 2021 wordt deze ook geïmplementeerd in de uitvoering. De evaluatie en herijking van het ROK-Toezicht & Handhaving moet nog plaatsvinden.

De regionale projectgroep bestaande uit de ODBN en deelnemers is op dit moment geformeerd. Dit krijgt een vervolg in 2022 en de planning zal op de realistische mogelijkheden worden aangepast.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

Klachtenregeling Voor de gemeenten en de provincie voert de ODBN de klachtenregeling uit. Burgers moeten hun beklag kunnen doen wanneer zij overlast ervaren van bedrijven, bijvoorbeeld wanneer sprake is van geluidsoverlast, geuroverlast of bodemverontreiniging. Burgers kunnen hun klacht kwijt bij de MilieuKlachtenCentrale (MKC), een samenwerkingsconstructie van de Brabantse omgevingsdiensten. De MKC zet de klacht vervolgens door richting de betrokken omgevingsdienst. De afgelopen jaren zien we een duidelijke trend waarbij het aantal milieuklachten blijft toenemen. In elk geval sinds 2017 is het aantal klachten elk jaar fors gestegen. Kwamen er in 2018 nog 3429 klachten binnen in de MKC, in 2021 waren dat er maar liefst 6844. Het aantal klachten is daarmee in een relatief korte periode verdubbeld.

Ontwikkeling Incidenten regio BN

Voor de toename in de klachten kunnen allerlei verschillende verklaringen gezocht worden. Mogelijk zijn burgers geneigd eerder melding te doen nu zij meer aan huis gebonden zijn gegeven de coronacrisis. De toegenomen maatschappelijke aandacht voor onder meer luchtverontreiniging kan ook een rol spelen. Men heeft meer oog voor de gevolgen voor de eigen gezondheid van bijvoorbeeld schadelijke uitstoot door bedrijven. Te denken valt aan de ophef rond Tata-Steel. Wanneer we de aard van de klachten over de afgelopen jaren analyseren, valt op dat vooral het aantal klachten waarbij men iets hoort, ruikt of voelt is toegenomen. Een alternatieve verklaring voor de toename in de klachten is gelegen in de mogelijkheid dat toenemende bekendheid van melders met het MKC – dat bestaat sinds 2016 – (mede) ten grondslag ligt aan de stijging. Duidelijk is in elk geval dat het aantal klachten ieder jaar weer toeneemt. In lijn met de ontwikkelingen op het gebied van IGW zullen we op basis van de informatie die we verzamelen over de klachten een verdiepende analyse uitvoeren.

ODBN Jaarstukken 2021

33

34

Crisispiket De ODBN verzorgt namens haar deelnemende gemeenten het crisispiket, in lijn met het ‘draaiboek deelproces milieubeheer’ van de Veiligheidsregio Brabant-Noord. Medewerkers van de ODBN zijn 24/7 bereikbaar om in het geval van een ramp of crisis de benodigde milieu-expertise te leveren. Voor het merendeel van onze gemeenten leveren we ook de teamleiders milieu. Voor het crisispiket werd 2021 vooral getekend door een tweetal branden bij een schrootverwerkingsbedrijf in onze regio. De eerste brand hebben we geëvalueerd en op basis van deze evaluatie een aantal wijzigingen doorgevoerd in de wijze waarop wij omspringen met een dergelijk incident. Het geleerde hebben we bij de tweede brand meteen in praktijk kunnen brengen. In 2021 hebben de laatste gemeenten besloten om het proces milieubeheer bij de ODBN neer te leggen. Dit betekent dat wij voor alle gemeenten nu aan de lat staan in het kader van de Omgevingszorg.

Van de 6844 klachten in 2021 zijn er 2324 in behandeling genomen door toezichthouders. Dat is ongeveer een derde van het aantal klachten. 2098 van die klachten vielen onder de categorie overlast- en incidentmeldingen. De overige klachten zijn niet behandeld door een toezichthouder omwille van uiteenlopende redenen: van het intrekken van de klacht tot het doorzetten van de klacht naar een ander bevoegd gezag. Van het aantal zaken dat wel in behandeling is genomen door een toezichthouder betreft het leeuwendeel klachten over bedrijven die vallen onder gemeentelijk toezicht (1772 klachten). 398 klachten hadden betrekking op de provinciale opdracht. 226 keer werd er melding gedaan van een ongewoon voorval. We zien – net als vorig jaar - dat een kwart van de ongewone voorvallen provinciale inrichtingen betreft en drie kwart gemeentelijke inrichtingen.

Pilot milieuklachtenafhandeling De grote toename in het aantal milieuklachten was in 2021 aanleiding om het milieuklachtenafhandelingsproces te herzien. Deze (mogelijk) efficiëntere werkwijze hebben we getoetst in een pilot. Deze pilot hield in dat de administratieve medewerkers een aantal klachten zelfstandig afhandelen, waardoor de toezichthouders worden ontzien. De eerste resultaten van de pilot zijn positief: waar normaliter 33% van de klachten afgehandeld worden door toezichthouders, geldt dat met de nieuwe werkwijze nog maar voor 13% van de klachten. Ook geven de indieners van klachten aan zich met de werkwijze meer gehoord te voelen. Begin 2022 worden de resultaten van de pilot grondig geëvalueerd.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

SSIB Samen Sterk in Brabant (SSiB) is een provinciebrede samenwerkingsvorm – onder formeel werkgeverschap van de ODBN – waarin gemeenten, provincie, terreinbeherende organisaties, particuliere grondeigenaren, waterschappen en waterwinbedrijven participeren. Door de inzet van professionals op het gebied van toezicht en handhaving en door actieve netwerkopbouw wordt gepoogd de kwaliteit van het buitengebied in Noord-Brabant te bewaken en te verbeteren. Gestreefd wordt naar een schoner en veiliger buitengebied waarin de biodiversiteit wordt gewaarborgd. Daarbij wordt uitgegaan van een drietal speerpunten: afvaldumpingen, stroperij en wildcrossen. Om de naleving van de regels in het buitengebied te bevorderen werkt SSiB nauw samen met haar deelnemers, overige handhavingspartners, bewoners en bezoekers van het buitengebied. Het netwerk is de spil: samen sterk door gerichte handhaving! Het afgelopen jaar vroegen zaken als de komst van de wolf in Brabant en de aanpak van de coronacrisis om onvoorziene inspanningen en een flexibele inzetbaarheid van de medewerkers van SSiB. Desondanks is de opdracht voor 2021 binnen budget gerealiseerd. Opvallend was dit jaar de extra inzet voor ondersteuning bij zoekacties in het kader van vermissingen. Belangrijke ontwikkelingen over het afgelopen jaar zijn ook de diverse innovaties die opgestart zijn.

Een goed voorbeeld daarvan is de digitale briefing. In de digitale briefing kunnen de handhavingspartners relevante informatie met elkaar uitwisselen. Zo delen we actuele informatie met elkaar over het buitengebied en kunnen we informatiestromen aan elkaar koppelen.

ODBN Jaarstukken 2021

35

36

Afgelopen jaar is de provinciale subsidie 2019-2020 definitief vastgesteld. Daarnaast is ook het meerjarenprogramma 2021-2023 vastgesteld en daarmee de opdracht voor de komende periode. Gegeven haar status als zelfstandig opererende organisatie onder formeel werkgeverschap van de ODBN levert SSIB jaarlijks een eigen jaarverslag op. Hierin wordt uitgebreid verantwoording afgelegd over het afgelopen kalenderjaar. Het jaarverslag zal uiterlijk in april gepubliceerd worden op:

l

nt.n a b a r b b i s .s w w w

Ketenaanpak De ODBN voert de zogenoemde ketenaanpak uit voor de thema's asbest, bodem, mest en overige afvalstromen. Een keten is een reeks van opeenvolgende partijen die handelingen verrichten met dezelfde risicovolle stof. Ketenproblematiek heeft de eigenschap dat overtreding en de schadelijke effecten daarvan voor de leefomgeving in plaats en tijd ver uit elkaar kunnen liggen. Daardoor is zowel de schade als de oorzaak daarvan niet altijd direct zichtbaar. Daarbij bestaat het risico dat partijen problemen en risico's doorschuiven naar andere partijen of deze proberen te maskeren binnen de keten.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

Met onze ketenaanpak plaatsen we de risicovolle stof en de bijhorende partijen centraal in onze toezichtsaanpak. Hierbij kijken we grens en bevoegdheid overschrijdend. Vanuit samenwerking en informatieoverdracht met onze toezichtpartners krijgen we de ‘risicomomenten’ binnen de totale keten in beeld. Als omgevingsdienst kunnen we hierdoor gerichte interventies uitvoeren. Zowel preventief als repressief. In 2021 hebben we verschillende ketenactiviteiten opgepakt: ➜ Samen met de OMWB, ODZOB en ODZHZ hebben we een barrièremiddel opgezet rondom de restauratie van kunstgrasvelden en de bijhorende afvalstromen. Dit model geeft ons inzicht in de belangrijkste partijen binnen de keten en welke barrières er door de omgevingsdiensten in de toekomst kunnen worden opgeworpen. ➜ Samen met de OMWB is aan de hand van LMA-gegevens gezocht naar ‘zwakke schakels’ binnen de asbestketen. Bij een asbestverwijderingsbedrijf is een diepgravend administratief onderzoek gestart. Het niet voeren van de juiste administratie zorgt voor problemen verderop in de keten en kan ook een signaal zijn van fraude. ➜ In samenwerking met het Brabants Omgeving Datalab (BOD) is een bodem-dashboard ontwikkelt. Hierdoor hebben de Brabantse OD's voortaan up-to-date inzichtelijk waar grond wordt opgeslagen en welke bijhorende grondverplaatsing er binnen Brabant plaatsvinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=14da3ee0-944b-43bd-959d-44b2be69268b