27. Bijlage - Jaarstukken 2021
Tekst van het document
4.334
0
51
4.283
Voorziening ww-gelden
1.053
248
262
1.039
Voorziening transitievergoeding
14
0
3
12
TOTAAL EIGEN VERMOGEN
5.401
248
315
5.333
Voorziening nazorg Voorste Heide De voorziening dient ter financiering van de kosten van de eeuwigdurende nazorg van de voormalige stortplaats Voorste Heide in Oss. De omvang van deze voorziening is gebaseerd op een zogenaamde ‘Rinas’ berekening. De omvang van de voorziening is gebaseerd op inzichten van de geactualiseerde calculatie en de daarbij behorende inschatting van uitgangspunten, parameters en risico’s. Uiteraard betreft dit een inschatting die omgeven is door onzekerheden, die periodiek wordt herzien en waarbij de omvang in de komende jaren zowel positief als negatief kan afwijken. Het bestuur is van mening dat op basis van de huidige informatie en inzichten de beste schatting is gemaakt voor de omvang van de voorziening. Voorziening ww-gelden Als gevolg van de reorganisatie van 2016 lopen in 2019 de ‘Van Werk naar Werk’ Trajecten af. Dit heeft voor een aantal medewerkers niet het gewenste resultaat gehad en is afscheid van hen genomen. Deze medewerkers hebben recht op een WW uitkering. Conform de BBV voorschriften is deze voorziening in 2019 getroffen en wordt jaarlijks geactualiseerd. In 2021 zijn er diverse mutaties geweest. Per saldo leidt dit in de jaarrekening van 2021 nog tot een bijstorting van 248.000 om de voorziening weer op peil te brengen.
In de tweede bestuursrapportage was hiervoor al een aankondiging gedaan met een inschatting van € 450.000 en € 550.000. De uiteindelijke dotatie valt lager uit doordat er meer mensen dan verwacht een baan gevonden hebben.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Voorziening transitievergoeding Als gevolg van nieuwe wetgeving per 2020 is een nieuwe voorziening gevormd. Per 2020 is de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking getreden. Dit heeft als gevolg dat ODBN een transitievergoeding moet betalen indien tijdelijke contracten van medewerkers niet wordt verlengd. Voor alle tijdelijke contracten is een transitievergoeding in beeld gebracht en op grond hiervan is een inschatting gemaakt hoe groot de omvang van de voorziening moet zijn. Voor 2021 zijn er geen wijzigingen ten opzichte van 2020. Langlopende schulden
€
0
De ODBN heeft geen langlopende leningen afgesloten. VERLOOP LANGLOPENDE SCHULDEN BEDRAGEN IN € 1.000
STAND 31-12-2020
TOEVOEGING
ONTTREKKING
STAND 31-12-2021
Onderhandse lening van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
0
0
0
0
Waarborgsommen
0
0
0
0
TOTAAL LANGLOPENDE SCHULDEN
0
0
0
0
Kortlopende schulden € 3.190.000 De in de balans opgenomen post kortlopende schulden eind 2021 is als volgt te specificeren: OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2020
BOEKWAARDE 31-12-2021
Overige schulden (Crediteuren)
1.437
2.510
Overige schulden (Vereniging van contractanten)
149
601
Tussenrekening salarissen
14
79
1.600
3.190
TOTAAL KORTLOPENDE SCHULDEN
ODBN Jaarstukken 2021
86
87
Overlopende passiva € 2.856.000 De in de balans opgenomen post overlopende passiva op het eind van 2021 is als volgt te specificeren:
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2020
BOEKWAARDE 31-12-2021
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde Verplichtingen van vergelijkbaar volume
1.434
2.779
De van De Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschot-bedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
193
77
0
0
1.627
2.856
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen TOTAAL OVERLOPENDE PASSIVA
Vooruitontvangen bedragen EU en NL overheidslichamen De post vooruitontvangen bedragen op het eind van 2021 is als volgt te specificeren:
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1
BOEK-WAARDE 31-12-2020
Bijdrage provinciale opdracht
0
0
Vooruitontvangen SSIB 3.0
176.700
77.416
176.700
77.416
Vooruitontvangst ontvlechting gemeente Haaren
16.300
0
16.300
0
0
1.400.000
1.400.000
0
193.000
1.477.416
1.593.000
77.416
Vooruitontvangen versterking SSIB 2021-2023 TOTAAL VOORUITONT VANGEN BEDRAGEN
TOEVOEGINGEN
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
AFNAME
BOEK-WAARDE 31-12-2021 0
4.3. Niet in de balans opgenomen rechten/verplichtingen De niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen kunnen betrekking hebben op langlopende overeenkomsten alsook op verplichtingen die slechts voor een jaar of korter zijn aangegaan en ultimo jaar nog voortduren. In verband met de relevantie zijn in dit overzicht uitsluitend de belangrijkste contracten opgenomen, waarbij de verplichting een totale waarde van € 25.000 overstijgt. Het gaat daarbij om de volgende posten: Huisvesting Voor de huisvesting Victorialaan 1b-g te ’s-Hertogenbosch is een meerjarig huurovereenkomst afgesloten. De resterende looptijd is 31 maanden en daarmee bedraagt de verplichting voor de komende periode per einde balansdatum 2021 betreft € 519.210. Leaseauto´s De ODBN heeft de beschikking over 9 leaseauto’s. De resterende looptijd is 3 maanden en daarmee bedraagt de verplichting per einde balansdatum 2021 € 16.800. Vennootschapsbelasting In 2020 heeft nadere afstemming plaatsgevonden met de belastingdienst over een eventuele VPB plicht van de ODBN. De belastingdienst is tot de volgende conclusie gekomen:
“Op grond van de geschetste feiten en omstandigheden ziet de Belastingdienst geen reden om een aangiftebiljet Vpb uit te reiken, met dien verstande dat als de situatie wijzigt waardoor Vpb-plicht ontstaat de ODBN zelf moet verzoeken om een aangiftebiljet uitgereikt te krijgen.”
Deze conclusie van De Belastingdienst biedt de ODBN voldoende comfort om te stellen dat bij een ongewijzigde situatie de ODBN de komende jaren niet VPB-plichtig is. Indien de situatie of feiten veranderen, ontstaat een nieuwe situatie en moet opnieuw aangetoond worden dat VPB-plicht wel of niet van toepassing is voor de ODBN. Aangezien de situatie in 2021 niet veranderd is, zijn we van mening dat we ook voor 2021 niet VPB-plichtig zijn.
ODBN Jaarstukken 2021
88
89
4.4 Toelichting op baten en lasten 2021 In dit onderdeel van de financiële jaarverantwoording wordt op hoofdlijnen aangegeven wat de belangrijkste verschillen zijn in de programma’s tussen de bijgestelde begroting en de realisatie in 2021.
4.4.1. Programma Individuele dienstverlening PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING BEDRAGEN IN € 1.000
Opbrengsten programma individuele dienstverlening BEGROTING NA WIJZIGING 2021
BEGROTING 2021
REKENING 2021
VERSCHIL
16.900
14.652
14.536
116
0
130
270
-141
TOTAAL LASTEN
16.900
14.781
14.806
-25
Basistaken (werkprogramma)
13.823
12.946
13.974
1.029
Verzoektaken (werkprogramma)
9.688
9.868
9.717
-151
Aanvullende verzoektaken
3.374
1.099
1.127
28
TOTAAL BATEN
26.884
23.912
24.818
906
SALDO
9.984
9.131
10.012
881
Inzet personeel Inzet bedrijfsmiddelen
Inzet bedrijfsmiddelen € 141.000 (N) Het nadelig saldo op de inzet van bedrijfsmiddelen in dit programma wordt veroorzaakt door de gemaakte projectkosten voor de uitvoering van de werkprogramma’s, de provinciale opdracht en de aanvullende verzoektaken. Deze projectkosten zijn door gefactureerd naar de deelnemers en vallen dus weg tegen de inkomsten. Deze projectkosten zijn vooraf slechts deels begroot aan zowel de lasten als baten kant, maar per saldo neutraal.
Het programma individuele dienstverlening laat in de jaarrekening 2021 een positief resultaat zien van ruim € 10 miljoen. Dit is € 881.000 hoger dan de actuele begroting. Dit bestaat voornamelijk uit extra omzet ten opzichte van de geactualiseerde begroting. Hieronder worden de grootste verschillen toegelicht ten opzichte van de geactualiseerde begroting 2021. Inzet personeel € 116.000 (V) Organisatie breed is een nadeel ontstaan op de inzet van personeel. Daarnaast is er een voordeel op de stelpost CAO. Gezamenlijk leidt dit tot een voordeel voor de inzet personeel binnen het programma individuele dienstverlening. De totale ontwikkeling op het totale personeelsbudget wordt nader toegelicht binnen het programma bedrijfsvoering.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
€
906.000 (V)
Doorbelasting projectkosten € 141.000 (V) Het nadeel op de gemaakte projectkosten, zoals toegelicht in bovenstaande alinea, leidt tot een voordeel van € 141.000 op de opbrengsten kant. Per saldo is deze dus budgettair neutraal met de extra inzet van bedrijfsmiddelen aan de lasten kant. Deze opbrengsten zijn verspreid over basistaken, verzoektaken en aanvullende verzoektaken. Dit betekent dat het voordelig saldo op de urenopbrengst voor de uitvoering van de werkprogramma’s, de provinciale opdracht en aanvullende verzoektaken in totaal € 765.000 bedraagt en dit als volgt te verklaren is. Basistaken € 972.000 (V) Voor de basistaken komt de gerealiseerde omzet € 1.029.000 hoger uit dan begroot, exclusief gefactureerd projectkosten is dit € 972.000. Voor de activiteiten voor vergunningverlening binnen het gemeentelijke programma is er € 107.000 meer omzet gerealiseerd, met name veroorzaakt door het aantal intrekkingen van agrarische vergunningen door een toename van het aantal stoppers. Voor toezicht en handhaving is er € 380.000 meer omzet gerealiseerd. Dit jaar is het programmeerde toezicht voor het eerst uitgevoerd volgens afspraken. Daarnaast zien we ook dat het vraag gestuurde toezicht t.o.v. 2020 verder is toegenomen. Verder zijn de algemene werkzaamheden voor de basistaken- en verzoektaken gerealiseerd in de basistaken, hierdoor is er een voordeel op de omzet van € 467.000.
Verzoektaken € 208.000 (N) Voor de verzoektaken komt de gerealiseerde omzet € 151.000 lager uit dan begroot, exclusief gefactureerd projectkosten is dit € 208.000 lager. Het voordeel in de omzet voor de algemene werkzaamheden voor de basistaken is een nadeel in de verzoektaken (- € 467.000). Bij de gemeentelijke deelnemers is er een hogere omzet gerealiseerd voor de verzoektaken (€ 282.000). Binnen het gemeentelijke werkprogramma zien we dat deelnemers moeite hebben om over voldoende capaciteit en kwaliteit rondom milieutaken te beschikken. Dit leidt tot extra verzoektaken op het gebied van RO. Doordat de RO verzoeken uit diverse specialistische deelvragen bestaan op de gebieden geur, lucht, geluid, externe veiligheid, RO en juridische ondersteuning heeft deze overschrijding impact op de specialistische organisatie.
ODBN Jaarstukken 2021
90
91
Aanvullende verzoektaken Neutraal De realisatie van de aanvullende verzoektaken, dit zijn alle opdrachten buiten de reguliere opdrachten op, komt uit op het niveau van de geactualiseerde begroting.
4.4.2. Programma Regionale dienstverlening BEGROTING 2021
BEGROTING NA WIJZIGING 2021
REKENING 2021
Inzet personeel
1.728
1.848
1.701
147
Inzet bedrijfsmiddelen
543
2.628
625
2.002
0
6
6
0
TOTAAL LASTEN
2.271
4.482
2.332
2.149
Collectieve taken
667
667
649
-18
Samen Sterk in Brabant (regulier)
973
982
986
4
Samen Sterk in Brabant (impuls)
1.385
1.400
1.400
0
Overige regionale programma's
120
120
97
-24
3.145
3.170
3.132
-37
874
-1.312
800
2.112
PROGRAMMA REGIONALE DIENST VERLENING BEDRAGEN IN € 1.000
Afschrijvingen
TOTAAL BATEN SALDO
VERSCHIL
Het programma regionale dienstverlening laat in de jaarrekening 2021 een positief resultaat zien van ruim € 800.000. Dit is ruim € 2,1 mln hoger dan begroot. Hieronder worden de grootste verschillen toegelicht ten opzichte van de geactualiseerde begroting 2021.
Inzet bedrijfsmiddelen
€
2.002.000 (V)
➜ Sanering Verkeerslawaai: op het ODBN-project Sanering Verkeerslawaai is een voordeel van € 1.710.000 ontstaan. Dit komt doordat gemeenten individueel subsidie hebben kunnen aanvragen voor de nog te saneren woningen. Daardoor zijn veel kosten die gemaakt zijn voor het saneren van de woningen onder de subsidieregeling gebracht. Alle kosten die onder deze regeling niet subsidiabel zijn, zijn onder dit project gebracht. Doordat vooraf geen rekening gehouden was met het verkrijgen van de subsidies door de gemeenten is het voordeel ontstaan. Hier staat ook een lagere onttrekking uit de reserve ISV tegenover, zie ook paragraaf 4.4.3. Per saldo is dit budgettaire neutraal. ➜ Klachtenregeling & Crisisbeheersing: Ten opzichte van de begroting zien we een klein nadeel van € 27.000 aan de lasten kant voor het onderdeel Klachtenregeling & Crisisbeheersing. Dit wordt veroorzaakt door de gestegen kosten voor het registreren en afhandelen van de toegenomen meldingen. ➜ Beheer gesloten stortplaatsen: Ten opzichte van de begroting is hier een voordeel van € 31.000 aan de lasten kant. Hier staat een nadeel aan de baten kant van € 23.000 tegen over. ➜ Omgevingswet: Voor het implementeren van de Omgevingswet is vanuit de jaarrekening 2020 een bedrag van € 327.000 incidenteel overgeheveld naar 2021.
Doordat in 2021 de Omgevingswet weer uitgesteld werd, zijn diverse activiteiten zoals bijvoorbeeld scholingen van personeel uitgesteld naar 2022. Hierdoor blijft er van het incidentele budget € 195.000 over in de jaarrekening 2021. Aan het Algemeen Bestuur zal voorgesteld worden om dit bedrag over te hevelen naar 2022. ➜ Collectieve taken: Doordat we in 2021 problemen hebben gehad met de bezetting voor de Collectieve Taken zijn er in 2021 minder uren gerealiseerd dan we vooraf geraamd hebben. Per saldo levert dit een voordeel op de Collectieve Taken van € 89.000. ➜ Samen Sterk in Brabant werkbudgetten: Het totale voordeel op SSiB bedraagt in 2021 € 48.000, een groot deel hiervan bestaat uit personeel (circa € 19.000 en al verantwoord onder 'Inzet personeel') en een voordeel op de werkbudgetten van € 24.000 vooral door lagere vervoerslasten.
Inzet personeel € 147.000 (V) Organisatiebreed is een nadeel ontstaan op de inzet van personeel. Daarnaast is er een voordeel op de stelpost CAO. Gezamenlijk leidt dit tot een voordeel voor de inzet personeel binnen het programma regionale dienstverlening. De totale ontwikkeling op het totale personeelsbudget wordt nader toegelicht binnen het programma bedrijfsvoering.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
92
93
Opbrengsten programma regionale dienstverlening € 37.000 (N) Het nadeel op de opbrengsten in het programma regionale dienstverlening bestaat uit diverse kleine onderdelen. ➜ Collectieve taken: Ten opzichte van de begroting zien we een klein nadeel van € 18.000 aan de baten kant voor de Collectieve Taken. Een klein deel van de Collectieve Taken werd bekostigd door een bijdrage van een niet-deelnemer. Deze partij heeft aangegeven geen bijdrage meer te willen leveren aan de Collectieve Taken. Dit is een klein structureel nadeel, wat bij de eerste bestuursrapportage in 2022 structureel verwerkt zal worden. ➜ Overige regionale dienstverlening: Voor het beheer gesloten stortplaatsen was een onttrekking aan de reserve geraamd. Deze is lager uitgevallen dan verwacht, hierdoor ontstaat een klein nadeel op de baten kant van € 24.000. Bij SSiB is een klein voordeel van € 4.000 ontstaan door een hogere bijdrage van de andere omgevingsdiensten.
4.4.3. Programma Bedrijfsvoering BEDRIJFSVOERING BEDRAGEN IN € 1.000
BEGROTING 2021
BEGROTING NA WIJZIGING 2021
REKENING 2021
VERSCHIL
Inzet personeel (bedrijfsvoering)
6.123
5.451
6.592
-1.142
Opleiding en loopbaanbegeleiding
767
424
267
157
Dienstreizen / woon-werk
569
377
293
84
Overig (personeel)
118
405
370
35
Organisatie
275
121
130
-8
Huisvesting en archief
681
437
430
7
0
12
23
-11
Kantoor
115
125
64
61
Informatisering / automatisering
1.660
1.594
1.571
23
Vervoermiddelen
81
32
31
1
Extern onderzoek / advies
265
118
128
-10
Afschrijvingen
0
336
311
25
Reguliere organisatieontwikkeling
0
44
1
43
Corona
0
0
11
-11
Overige kosten
0
409
380
29
10.652
9.884
10.598
-715
100
0
0
0
10.752
9.884
10.598
-715
Bijdrage personeel
0
0
67
67
Diversen
0
0
2
2
Organisatieontwikkeling
0
0
1
1
TOTAAL BATEN
0
0
70
69
-10.752
-9.884
-10.528
-645
herhuisvesting
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING Onvoorzien TOTAAL LASTEN
SALDO
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
94
95
Het programma bedrijfsvoering heeft een negatief resultaat van ruim € 10,5 mln. Hieronder worden de grootste verschillen toegelicht ten opzichte van de geactualiseerde begroting 2021. Inzet personeel € 1.142.000 (N) Voor de totale personeelskosten is er een nadeel van € 877.000 gerealiseerd, waarvan € 1.142.000 nadeel binnen het programma bedrijfsvoering. Het resultaat op inzet personeel laat zich verklaren door 4 grote ontwikkelingen ontwikkelingen: ➜ Loonsom & Externe inhuur Op het geheel van loonsom en externe inhuur is een nadeel ontstaan ten opzichte van de tweede bestuursrapportage van € 460.000. Hiervan is € 67.000 gerelateerd aan eenmalige kosten waarvoor geen voorziening was opgenomen. Het saldo spaaruren is in vergelijking met 2020 toegenomen en hier is een nog te betalen post van € 175.000 opgenomen ter compensatie. De overige kosten komen voort uit de hogere realisatie van loon- en inhuurkosten. ➜ Stelpost CAO Voor 2021 is gerekend met een indexering van 2,8% conform de Macro Economische Verkenning van het CPB. Een deel van deze indexering is ingezet om het werkgeversdeel van de gestegen pensioenpremies op te vangen. Er resteerde nog 2,1% voor het opvangen van de ontwikkelingen in de nieuwe CAO. Voor 2021 hebben we gezien dat dit percentage niet volledig nodig was om de effecten voor 2021 op te vangen. Dit levert per saldo een voordeel op van € 174.000.
➜ Aanvulling in de voorziening WW-gelden Zoals het BBV vereist is bij het opmaken van de jaarrekening ook gekeken naar de actualiteit van de voorziening ww-gelden. Als gevolg van een in 2019 toegekend reorganisatieontslag moet de voorziening aangevuld worden. Hiervoor wordt per dossier gekeken wat de totale verplichting aan ww-gelden is en wat de kans is dat iemand weer een baan zal vinden. Op basis van die individuele berekening wordt de totale voorziening gevormd. Bij de actualisatie is gezien dat een aantal oud-collega’s een andere baan gevonden heeft, waardoor dit deel van de voorziening (deels) kon vrijvallen. In de tweede bestuursrapportage is aangegeven dat het verwachte bijstorting uit zou komen tussen de € 450.000 en € 550.000. In de realisatie bedraagt de bijstorting € 248.000. ➜ Verplichting verlofuren In 2021 hebben we gezien dat het restant verlofsaldo flink is opgelopen. Mede hierdoor is de productiviteit in 2021 hoger geweest dan de gestelde norm. Voor dit verlofsaldo is een verplichting opgenomen van € 605.700. Dit is een nadeel in dit programma. Tegenover dit nadeel staat de vrijval van de reserve vakantiedagen van € 249.000.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Opleiding en loopbaanbegeleiding € 157.000 (V) In 2021 is niet het volledige opleidingsbudget benut. Dit heeft voornamelijk te maken met de Corona-maatregelen, waardoor veel opleidingen en trainingen niet zijn doorgegaan of vooruitgeschoven zijn. Dit heeft tot een voordeel van € 157.000 geleid. Dienstreizen/ Woon-werk verkeer € 84.000 (V) Bij het opstellen van de 2e burap was de verwachting dat het aantal reisbewegingen in het najaar weer zou toenemen. Door nieuwe beperkingen in relatie tot Corona is niet dit gebeurd en is er een voor deel van € 84.000 ten opzichte van de begroting. Overig personeel € 35.000 (V) Voor de overige personeelskosten is een voordeel gerealiseerd van € 35.000 ten opzichte van de begroting. Er is onder andere minder uitgegeven aan bedrijfssporten (€ 15.000) en er is minder gebruik gemaakt van de thuiswerkfaciliteiten dan verwacht (€ 13.000). Ook is er een voordeel ontstaan op het budget van de ondernemingsraad. De voordelen worden gecompenseerd door een nadeel op de kosten voor in- door- en uitstroom van personeel, hier is een nadeel van €10.000 ontstaan. Organisatie € 8.000 (N) Op het totale budget van facilitaire zaken is een nadeel gerealiseerd van € 8.000 ten opzichte van de begroting. Het nadeel is veroorzaakt doordat er meer is uitgegeven aan kosten voor ontspanning van personeel.
Dit zijn representatiekosten voor bijvoorbeeld cadeau-/ boekenbonnen. Daarentegen is er minder uitgegeven aan voorlichting en promotie wat het nadeel voor een deel heeft gecompenseerd. Kantoor € 61.000 (V) Naar aanleiding van de realisatie in 2020 is er in 2021 extra budget geraamd voor vakliteratuur. In 2021 is geen gebruik gemaakt van de abonnementen en de vakliteratuur. Mede door Corona zijn er minder voedingsmiddelen en dranken besteld.
ODBN Jaarstukken 2021
96
97
Informatisering/ automatisering € 23.000 (V) Op het totaal van informatiseringsbudgetten is een voordeel ontstaan van € 23.000. Dit voordeel bestaat uit de nog onbenutte post voor ‘Noise cancelling’ en minder kosten voor data en telefonie. De kosten voor licenties zijn ook in 2021 weer gestegen en zorgen voor een fors nadeel. In de tweede bestuursrapportage is € 75.000 gereserveerd voor de aanschaf van ‘Noise cancelling apparatuur’. We zien dat steeds meer vergaderingen hybride zijn. In het huidige kantoorconcept hebben we geen ruimte om iedereen in aparte ruimtes deze vergaderingen te laten voeren. Om het werken in het pand te veraangenamen, wordt de standaarduitrusting voor elke medewerker uitgebreid met een koptelefoon met noise cancelling. De opdracht voor aanschaf van deze koptelefoons is in de tweede helft van het jaar gegeven, echter door de wereldwijde leveringsproblemen op elektronica is de uitlevering van deze apparatuur verschoven naar 2022. Bij het vaststellen van de jaarrekening zullen we voorstellen om dit bedrag over te hevelen naar 2022. Reguliere organisatieontwikkeling € 43.000 (V) Op de post reguliere organisatieontwikkeling is een bedrag van 43.000 euro overgebleven. Diversen
€
4.4.4. Reserves en voorzieningen PROGRAMMA RESERVE MUTATIES BEDRAGEN IN € 1.000
BEGROTING 31-12-2021
BEGROTING NA WIJZIGING 2021
REKENING 2021
VERSCHIL
Storting in reserves
0
1.449
1.449
0
onttrekking uit reserves
0
4.229
2.735
-1.494
SALDO
0
2.780
1.286
-1.494
Onttrekking uit reserves € 1.494.000 (N) Er is dit jaar minder uit de reserves onttrokken dan geraamd. Grootste verschillen komen voort uit de lagere onttrekking uit de reserve ISV ad € 1.683.300 (N). Daarnaast is de reserve vakantiedagen ad € 249.000 (V) vooruitlopend op de vaststelling van de begroting vrij gevallen.
96.000 (V)
➜ Corona maatregelen: Voor 2021 was er geen rekening meer gehouden met extra kosten als gevolg van coronamaatregelen en is er een nadeel van € 11.000. Er zijn kosten gemaakt voor materialen zoals mondkapjes en het aanschaffen van zelftesten zodat medewerkers veilig op kantoor konden werken. ➜ Extern onderzoek/advies: In 2020 en 2021 heeft de accountant een IT-audit uitgevoerd. Een deel van deze kosten zijn in 2021 betaald en dit leidt per saldo tot een nadeel van € 10.000. ➜ Afschrijvingen: De totale afschrijvingslasten vielen in 2021 uiteindelijk € 25.000 lager uit dan begroot. ➜ Overige kosten: In 2021 hebben we op Jong ODBN, portikosten en diverse andere kleine posten een bedrag van € 29.000 over gehouden ➜ Bijdrage Personeel: In 2021 hebben we van het UWV voor diverse medewerkers een ziekteuitkering ontvangen. Dit levert per saldo een voordeel op van € 67.000. ➜ Huisvesting en archief: Door de corona-maatregelen zijn er minder medewerkers in het pand en is de derde verdieping op vrijdag niet toegankelijk om te werken. Dit heeft geleid tot minder energie- en waterverbruik. Daarnaast hebben er energie-afrekeningen plaatsgevonden uit 2019 wat heeft geleid een klein voordeel in 2021. Per saldo een voordeel van € 7.000 ➜ Herhuisvesting: De verwachting was dat er nog € 11.500 zou worden uitgegeven aan de herhuisvesting in 2021.
Mede door inhuur van de projectmanager en de hogere kosten van de punten die nog afgerond moesten worden, is er een nadeel ontstaan van € 11.000.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
98
99
4.5 Incidentele baten en lasten Hieronder treft u de grootste verschillen aan in de incidentele baten en lasten. Deze zijn verdeeld naar de programma’s. INCIDENTELE LASTEN BEDRAGEN IN € 1.000
LASTEN / BATEN
PROGRAMMA: REGIONALE DIENST VERLENING
BEGROTING 2021
REALISATIE 2021
INCIDENTELE BATEN BEDRAGEN IN € 1.000
VERSCHIL
3.668
1.742
1.926
V
PROGRAMMA: REGIONALE DIENST VERLENING
V
SSIB 3.0
ONT TREKKINGEN RESERVES
Omgevingswet
Lasten
327
132
195
SSiB 3.0
Lasten
1.400
1.400
0
Sanering verkeerslawaai
Lasten
1.893
210
1.683
V
IGW
Lasten
10
0
10
V
Technische implementatie omgevingswet
Lasten
38
0
38
V
PROGRAMMA: BEDRIJFSVOERING
464
648
-184
N
Corona
Lasten
0
11
-11
N
Noise cancelling
Lasten
75
0
75
V
Actualiseren voorzieningen
Lasten
0
248
-248
N
Herhuisvesting
Lasten
11
11
0
Terugbetaling resultaat 2020
Lasten
378
378
0
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
2.390
1.742
V
Baten
BEGROTING 2021
REALISATIE 2021
VERSCHIL
1.400
1.400
0
1.400
1.400
0
2.429
936
-1.493
N
Organisatieontwikkeling
Baten
178
178
0
Sanering verkeerslawaai
Baten
1.893
210
-1.683
Herhuivesting
Baten
11
0
-11
Huisvesting
Baten
299
299
0
Vakantiedagen
Baten
0
249
249
V
Informatiegestuurd werken
Baten
10
0
-10
N
Tehnische implemenatie omgevingswet
Baten
38
0
-38
N
3.829
2.336
-1.493
N
BEGROTING 2021
REALISATIE 2021
VERSCHIL
INCIDENTELE BATEN 4.132
LASTEN / BATEN
LASTEN / BATEN
N
INCIDENTELE LASTEN
Lasten
4.132
2.390
1.742
V
INCIDENTELE BATEN
Baten
3.829
2.336
-1.493
N
303
54
249
N
ODBN Jaarstukken 2021
100
101
4.6 Financieel overzicht per taakbeeld BBV OVERZICHT PER TAAKVELD BEDRAGEN IN € 1.000 TAAKVELD
4.8 Declarabiliteit
REKENING UITGAVEN 2021
REKENING INKOMSTEN 2021
In de 2e burap is de begroting geactualiseerd op basis van de te verwachte urenrealisatie op dat moment. In onderstaande tabel staan de geprognotiseerde uren van de 2e burap in vergelijking met de daadwerkelijk gerealiseerde uren in 2021.
REKENING SALDO 2021
OMSCHRIJVING TAAKVELD
0.1
Bestuur
0.10
PROGRAMMA'S 2021
UREN GEACTUALISEERDE BEGROTING NA 2E BURAP
VERSCHIL 2021 MET GEACTUALISEERDE BEGROTING IN %
REALISATIE 2021
61
0
-61
Mutaties reserves
1.449
2.735
1.286
0.4
Overhead
10.164
67
-10.097
Vergunningverlening
56.007
57.620
103%
0.8
Overige baten en lasten
374
2
-372
Toezicht & handhaving
76.987
80.686
105%
1.1
Crisisbeheersing en brandweer
121
97
-24
TOTAAL BASISTAKEN
132.994
138.306
104%
7.3
Afval
-9
0
9
Vergunningverlening
56.820
57.470
101%
7.4
Milieubeheer
17.026
27.854
10.828
Toezicht & handhaving
18.991
18.166
96%
TOTAAL
29.186
30.755
1.569
Overige verzoektaken
24.784
27.680
112%
100.596
103.316
103%
Aanvullende opdrachten
9.779
9.677
99%
TOTAAL AANVULLENDE OPDRACHTEN
9.779
9.677
99%
TOTAAL INDIVIDUELE DIENST VERLENING
243.369
251.298
103%
Collectieve taken
6.000
6.188*
103%
SSiB
23.227
23.783
102%
70
34
49%
1.500
1.700
113%
0
107
TOTAAL REGIONALE DIENST VERLENING
30.797
31.812
103%
TOTAAL ODBN
274.166
283.110
103%
TOTAAL VERZOEKTAKEN
De programmabegroting 2021 heeft naast een programma’s Individuele dienstverlening, Regionale dienstverlening de posten Bedrijfsvoering (Overhead) en Onvoorzien. De programma’s zijn onderverdeeld in meerdere budgetten uitgesplitst in unieke grootboeknummers. Deze unieke grootboeknummers zijn vervolgens toebedeeld aan de taakvelden, conform de regeling van Ministerie van BZK en Iv3- informatievoorschrift 2017. De uitvoeringsinformatie is een overzicht van toedeling van de gerealiseerde baten en lasten van programma’s naar de betreffende taakvelden. Op basis van de indeling in deze structuur in het financiële informatiesysteem worden de rapportages ten behoeve van regeling Iv3 gevuld.
Klachtenregeling
4.7 Overzicht aanwending post onvoorzien
Sanering verkeerslawaai
In de primitieve begroting 2021 is er een post onvoorzien geraamd van € 100.000,-. In de tweede bestuursrapportage is gemeld dat deze post naar verwachting niet benut zou worden en is deze afgeraamd en in het rekeningresultaat opgenomen. In de actuele begroting is daarmee de post teruggeraamd naar 0. Ook in de resterende maanden is er geen noodzaak geweest tot aanwending van de post onvoorzien.
Beheer en Nazorg stortplaatsen
*
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Let op realisatie van uren in het kader van de omgevingswet zijn onderdeel van deze realisatie. De overheveling van het omgevingswetbudget uit de jaarrekening 2020 is echter niet vertaald in een urenraming.
ODBN Jaarstukken 2021
102
103
In bovenstaande tabel is te zien dat er voor de individuele dienstverlening meer uren zijn gemaakt dan de begrote uren die zijn opgenomen in de 2e burap. Het algemene beeld is dat in de maanden september t/m december er nog een behoorlijke inhaalslag is gemaakt en zien we een toename in de productiviteit t.o.v. de voorgaande maanden. Voor de basistaken zijn er ruim 5.000 meer uren gerealiseerd. Binnen de vergunningverlening van het gemeentelijke programma zijn er ruim 1.300 meer uren gemaakt, met name veroorzaakt door het aantal intrekkingen van agrarische vergunningen door een toename van het aantal stoppers. Voor toezicht en handhaving zijn er bijna 4.000 meer uren gemaakt. Dit jaar is het programmeerde toezicht voor het eerst gerealiseerd volgens afspraken. Daarnaast zien we ook dat het vraaggestuurde toezicht t.o.v. 2020 verder is toegenomen. Voor de provincie komt de realisatie in uren op de basistaken vrijwel uit op de prognose bij de tweede burap. Binnen de verzoektaken zijn er 2.720 meer uren gerealiseerd. Binnen het gemeentelijke werkprogramma zien we dat deelnemers moeite hebben om over voldoende capaciteit en kwaliteit rondom milieutaken te beschikken. Dit leidt tot extra verzoektaken op het gebied van RO.
Doordat de RO verzoeken uit diverse specialistische deelvragen bestaan op de gebieden geur, lucht, geluid, externe veiligheid, RO en juridische ondersteuning heeft deze overschrijding impact op de specialistische organisatie. Het resultaat is dat er bijna 3.500 meer uren zijn gerealiseerd. Voor de provincie geldt dat het totaal aantal uren in de verzoektaken iets lager (-175 uren) uit komt dan bij de tweede bestuursrapportage verwacht werd. Bij alle vergunningverleningsopdrachten zijn iets meer uren gerealiseerd, bij de toezicht & handhavingsopdrachten zijn iets minder uren gemaakt. De realisatie van de aanvullende opdrachten is in lijn met de begrote uren van de 2e burap. Beschikbare declarabele uren Gemiddeld over het jaar 2021 is er een bezetting geweest van 269,3 FTE (2020 253,4 FTE), waarvan 206,4 FTE ingezet is geweest voor het primaire proces (2020 195,0 FTE). De formatie voor het primaire proces is declarabel inzetbaar. De overige 62,9 fte betreft medewerkers die ondersteunend zijn aan het primaire proces (2020 58,4 FTE). Deze formatie bestaat uit de directie, management, medewerkers bedrijfsvoering en ondersteuning. Hiermee bedroeg de personele overhead 23% van de totale formatie (2020 23%). De declarabele uren per FTE over 2021 geven het volgende beeld: DECLARABELE UREN PER MEDEWERKER
GEMIDDELDE REALISATIE INCL. SSIB
GEMIDDELDE REALISATIE EXCL. SSIB
Aantal fte primair proces*
200,5
187,4
Aantal declarabele uren
283.110
259.327
1.412
1.383
Aantal declarabele uren per FTE
*
In de tabel is te zien dat de declarabele uren per persoon voor ODBN 1.412 uur is (2020 1.419). Bovenstaand beeld wordt enigszins vertroebeld door het hoge aantal declarabele uren van SSiB en SSiB Impuls. Deze twee onderdelen worden middels een vaste bijdrage in rekening gebracht en daarom worden deze uren buiten de tariefsbepaling gehouden. Wanneer de formatie en de uren die betrekking hebben op SSiB en SSiB Impuls buiten de vergelijking gehouden worden, dan is het gemiddeld aantal declarabele uren per medewerker 1.383 (2020 1.398). Bij dit resultaat is een belangrijke kanttekening te plaatsen. We zien dat in 2021 de hoeveelheid verlof dat meegenomen wordt naar het volgende jaar behoorlijk toegenomen is. Mede door Corona is er minder verlof opgenomen. Ook zien we dat door het thuiswerken het minder vaak nodig is om verlof op te nemen. Afspraken waar voorheen verlof voor opgenomen werd, zijn nu makkelijker tussendoor te plannen. Wanneer dit verlof in de komende jaren opgenomen wordt, dan leidt dit dan tot een verlies aan omzet. Tevens zien we dat er meer overuren gemaakt zijn in 2021. Ook dit heeft effect gehad op het productiviteitscijfer en de extra gerealiseerde omzet. In 2022 wordt bekeken of deze extra uren voor uitbetaling in aanmerking komen, zodat hier geen productiviteitsverlies door geleden wordt in 2022.
Ook zien we dat er in 2021 minder tijd besteed is aan opleidingen. In het opleidingsplan 2021 was vooral veel tijd gereserveerd voor het opleiden in het kader van de Omgevingswet. Door het uitstel van de invoeringsdatum zijn veel van deze opleidingen ook doorgeschoven naar 2022. Daar zijn beperkt andere opleidingen voor uitgevoerd. Wanneer de productiviteit voor 2021 gecorrigeerd wordt voor beide effecten dan komt deze in 2021 rondom de norm van 1.350 uit. De gemiddeld hogere declarabiliteit ten opzichte van de norm van 1.350 is in lijn met 2020. Doordat in 2021 Corona ook een grote invloed gehad heeft op de samenleving is, net als in 2020, ons vermoeden dat de hoge productiviteit deels veroorzaakt wordt door Corona. Dit is een incidenteel effect wat zich niet/minder moet gaan voordoen nu de samenleving steeds meer in het ‘oude normaal’ terugkeert. Facturabiliteit Naast de gemiddelde declarabiliteit wordt er ook een analyse gemaakt in hoeverre de declarabele uren in rekening zijn gebracht. Voor een deel van de declarabele uren wordt namelijk een vaste bijdrage ontvangen. Dit betekent dat de uren die méér worden gemaakt dan begroot niet in rekening worden gebracht bij de deelnemers, maar ook dat hier voor de ODBN geen dekking tegenover staat. Dit is vooral aan de orde voor een aantal opdrachten binnen de regionale dienstverlening.
In 2021 zijn bijna 32.000 uren gemaakt voor opdrachten met een vaste bijdrage tegenover 30.800 uren begroot. Met name voor SSiB zijn meer uren gerealiseerd dan begroot. Voor de collectieve taken zijn er minder gerealiseerd dan begroot door problemen met de bezetting. Exclusief de omgevingswet zijn dit ruim 1.500 uur minder.
Bij het berekenen van de declarabiliteit is gekeken naar de werkelijke gewerkte uren van de externe inhuur in plaats van de gecontracteerde uren. Dit resulteert in een lager aantal FTE dan in het bezettingsoverzicht.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
104
105
In de Collectieve Taken zien we dat we in 2021 uitdagingen hebben gehad om de bezetting op peil te houden. Dit heeft geleid tot minder gerealiseerd uren dan begroot. Daartegenover staat dat er voor de implementatie van de Omgevingswet ook uren gemaakt zijn die niet specifiek geraamd waren. Van de 6.188 uren die zijn gerealiseerd zijn er 1.677 uren ten behoeve van de omgevingswet gemaakt.
BEDRAGEN X € 1
J.A.J. LENSSEN ALGEMEEN DIRECTEUR
FUNCTIEGEGEVENS 5 Aanvang6 en einde functievervulling in 2021
1 jan t/m 31dec
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)7
1,0 fte
Dienstbetrekking?8
4.9 EMU-saldo OMSCHRIJVING
BEGROTING 2021
REKENING 2021
Exploitatiesaldo voor mutatie reserves
106
283
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
561
317
Dotaties aan voorzieningen
0
248
In- en des-investeringen
177
152
Onttrekkingen aan voorzieningen
22
315
EMU SALDO
866
381
Totale lasten
29.923
27.737
EMU SALDO ALS % TOTALE LASTEN
2,89%
1,37%
ja
BEZOLDIGING 9 Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€ 117.836
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 21.696
Subtotaal
€ 139.535
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum10
€ 209.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag11 TOTALE BEZOLDIGING
€0 € 139.535
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan12
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling13
N.v.t.
GEGEVENS 2020
4.10 Wet Normering Topinkomens (WNT) Beloningen van bestuurders en overige topfunctionarissen in de (semi) publieke sector dienen wettelijke genormeerd, respectievelijk gemaximeerd te worden. Dit heeft geresulteerd in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De WNT voorziet in een democratisch gelegitimeerd instrument waarmee normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd over de bezoldiging van bestuurders en andere topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. De ODBN is verplicht om jaarlijks in het financieel jaarverslag de bezoldiging van iedere topfunctionarissen op persoonsnaam op te nemen, ongeacht een eventuele overschrijding van het bezoldigingsmaximum. 1. Bezoldiging topfunctionaris 1a. L eidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevend topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling. De WNT is van toepassing op J.A.J. Lenssen. Het voor de Omgevingsdienst Brabant Noord toepasselijk bezoldigingsmaximum is in 2021 € 209.000 (voor 2020 was dit € 201.000. Naast de vermelde topfunctionaris zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2021 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen). Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
BEDRAGEN X € 1 FUNCTIEGEGEVENS 5 Aanvang6 en einde functievervulling in 2020 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)7 Dienstbetrekking?8
J.A.J. LENSSEN ALGEMEEN DIRECTEUR 01/01-31/12 1,0 fte ja
BEZOLDIGING 9 Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€ 116.089
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 27.239
Subtotaal
€ 143.328
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum10
€ 201.000
TOTALE BEZOLDIGING
€ 143.328
ODBN Jaarstukken 2021
106
107
1b L eidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12 De WNT normen gelden ook voor ingehuurde topfunctionarissen. De ODBN kende in 2021 en 2020 geen interim bestuurder welke onder de WNT dient te worden verantwoord. 1c Toezichthoudende topfunctionarissen Voor ODBN is deze tabel niet van toepassing. 1d Topfunctionaris met een bezoldiging van € 1.700 of minder Topfunctionarissen inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder. In onderstaande tabel zijn de leden van het Dagelijks en Algemeen bestuur weergegeven. De DB en AB leden van de ODBN ontvangen geen bezoldiging c.q. vergoeding. 1e Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700 De totale bezoldiging van een topfunctionaris inclusief degene die op grond van zijn/haar voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris wordt aangemerkt, voor al zijn/haar functies bij één WNT-instelling en eventuele aan deze WNT-instelling gelieerde rechtspersonen (uitsluitend te verantwoorden indien en voor zover er sprake is bij een topfunctionaris van bezoldiging voor andere werkzaamheden dan die als topfunctionaris bij de WNT-instelling en/ of bezoldiging uit hoofde van werkzaamheden bij gelieerde rechtspersonen. Voor ODBN is deze tabel niet van toepassing.
1g T opfunctionarissen met een totale bezoldiging van minder dan € 1.700 waarop de anticumulatie bepaling van toepassing is In het geval een leidinggevende topfunctionaris met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder, op of na 1-1-2018 met een WNT-instelling een dienstbetrekking aangaat en hij/zij bij een of meer andere WNT-instellingen reeds een dienstbetrekking heeft als topfunctionaris, niet zijnde een toezichthoudende topfunctionaris, zijn bepaalde of alle onderdelen van deze tabel van toepassing. Indien van toepassing kan het betreffende tabelonderdeel dienen als aanvulling op tabel 1d, Dit geldt in voorkomende gevallen ook voor diegene die op grond van zijn/haar voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris wordt aangemerkt met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder. Voor ODBN is deze tabel niet van toepassing. 2 U itkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt. Voor 2021 is dit voor de ODBN niet van toepassing.
3 Overige rapportage verplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2021 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
1f T opfunctionarissen met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700 waarop de anticumulatie bepaling van toepassing is In het geval een leidinggevende topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700, op of na 1-1-2018 met een WNT-instelling een dienstbetrekking aangaat en hij/zij bij een of meer andere WNT-instellingen reeds een dienstbetrekking heeft als topfunctionaris, niet zijnde een toezichthoudende topfunctionaris, zijn bepaalde of alle onderdelen van deze tabel van toepassing. Indien van toepassing kan het betreffende tabelonderdeel dienen als aanvulling op tabel 1a. Dit geldt in voorkomende gevallen ook voor diegene die op grond van zijn/haar voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris wordt aangemerkt met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700. Voor ODBN is deze tabel niet van toepassing
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
108
109
Tabel vergoedingen leden Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur
FUNCTIE
NAAM
DIENST VERBAND
DUUR FUNCTIE IN BOEK JAAR
➔
OMVANG DIENST VERBAND
BELONING
VASTE EN VARIABELE ONKOSTEN VERGOEDING
VOORZIENING BETALING
BEZOLDIGING 2021
BEZOLDIGING 2020
Bestuurslid DB+AB, tevens voorzitter
Dhr. M.C. Bakermans
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. P.F.W.M. Pennings
Nee
1 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. A.J.F. Potters
Nee
11 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. H. van Wanrooij
Nee
2 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. W. van der Zanden
Nee
10 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid DB+AB
Dhr. P. Smit
Nee
5 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid DB+AB
Dhr. W. van Pinxteren
Nee
2 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid DB+AB
Mw. H. Roijackers
Nee
5 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid DB+AB
Dhr. J.L.E.M.H. van der Schoot
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid DB+AB
Dhr. G.W. Bollen
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. C.H.C. van Rooij
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. J.W.F. Hoskam
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. M.R.G. Buijsse
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. J.G.M. van den Boogaart
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. E.H.J.M. Mathijssen
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid DB+AB
Dhr. F.J.H. van Lankvelt
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. P.I.M.H. Stevens
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. M.A.W.J.M. Wijdeven
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. D. Solez
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. T. Lemmen
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
110
111
4.11 Bijdrage deelnemers
DEELNEMER
PROGRAMMA 1 BASISTAKEN
PROGRAMMA 1 VERZOEKTAKEN
PROGRAMMA 1 AANVULLENDE VERZOEKTAKEN
➔
PROGRAMMA 2 COLLECTIEVE TAKEN
PROGRAMMA 2 KLACHTENREGELING
PROGRAMMA 2 SSiB
PROGRAMMA 2 SSiB 3.0
TOTAAL BIJDRAGE 2021
Provincie Noord Brabant
2.217.530
7.492.081
802.393
166.500
13.500
60.100
1.400.000
12.152.103
Gemeente Bernheze
1.014.903
218.366
23.654
24.300
4.311
10.000
0
1.295.534
Gemeente Boekel
401.426
41.076
2.515
8.300
1.488
10.000
0
464.805
Gemeente Boxmeer
736.138
76.593
16.731
23.100
4.052
10.000
0
866.614
Gemeente Boxtel
488.709
65.853
5.758
26.300
4.251
10.000
0
600.870
Gemeente Cuijk
677.807
51.782
4.838
19.900
3.468
10.000
0
767.795
Gemeente Grave
265.364
22.861
2.825
10.000
1.716
10.000
0
312.767
Gemeente Landerd
569.164
163.070
11.403
12.300
2.171
10.000
0
768.108
Gemeente Meierijstad
1.983.622
645.984
15.301
64.100
11.205
10.000
0
2.730.211
Gemeente Mill & Sint Hubert
386.191
27.140
2.711
8.600
1.510
10.000
0
436.152
Gemeente Oss
1.818.982
324.239
48.262
72.700
12.684
10.000
0
2.286.867
Gemeente ’s-Hertogenbosch
1.359.384
74.263
72.546
122.500
21.405
10.000
0
1.660.097
Gemeente Sint Anthonis
624.396
111.133
3.624
9.400
1.610
10.000
0
760.163
Gemeente Sint Michielsgestel
402.406
50.773
5.520
23.000
4.031
10.000
0
495.731
Gemeente Uden
772.121
302.178
4.129
33.300
5.812
10.000
0
1.127.541
Gemeente Vught
240.649
48.675
748
24.800
3.665
10.000
0
328.538
Diversen
15.640
948
104.435
0
0
776.338
0
897.361
TOTAAL
13.974.429
9.717.016
1.127.394
649.100
96.879
986.438
1.400.000
27.951.256
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
112
5 Overige gegevens
5.1 Controleverklaring accountant Aan:
het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)
A. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2020 Ons oordeel Wij hebben de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2020 van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) te 's-Hertogenbosch gecontroleerd. Naar ons oordeel: ➜ geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2020 als van de activa en passiva van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) op 31 december 2020 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV); ➜ zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het normenkader dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 16 december 2020. De jaarrekening bestaat uit: 1. de balans per 31 december 2020; 2. het overzicht van baten en lasten over 2020; 3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
113
De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 16 december 2020 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2020 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende geschikt is als basis voor ons oordeel. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2020 hebben wij de anticumulatie-bepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub j Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd.
Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 271.950. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 Bado. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2020. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan het algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 50.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwantitatieve of WNT-redenen relevant zijn.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
114
115
B. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie
C. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening
Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvatten de jaarstukken andere informatie, die bestaat uit:
Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur en algemeen bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV. Het dagelijks bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, opgenomen bepalingen zoals opgenomen in het normenkader dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 16 december 2020.
➜ het jaarverslag, waaronder de programmaverantwoording en de paragrafen; ➜ de bijlagen. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV.
In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur afwegen of de financiële positie voldoende is om de gemeenschappelijke regeling in staat te stellen de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen. Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de risico’s kunnen worden opgevangen toelichten in de jaarrekening. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
116
117
Onze verantwoordelijkheid voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid, waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 16 december 2020 en het Controleprotocol WNT 2020, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen.
Onze controle bestond onder andere uit: ➜ het identificeren en inschatten van de risico’s - dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, - dat baten en lasten alsmede de balansmutaties als gevolg van fouten of fraude niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; ➜ het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling.
➜ het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
➜ het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde afweging dat de gemeenschappelijke regeling in staat is de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de gemeenschappelijke regeling haar financiële risico’s kan opvangen. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de gemeenschappelijke regeling de financiële risico’s niet kan opvangen; ➜ het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen. ➜ Het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.
Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. Zoetermeer, 18 maart 2021 Astrium Overheidsaccountants BV Was getekend, drs. R.A.D. Knoester RA
ODBN Jaarstukken 2021
118
III Bijlage
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
119
ODBN Jaarstukken 2021
120
Geactualiseerde risicoanalyse per 31 december
OMSCHRIJVING
BEHEERSMAATREGELEN
121
➔
KARAKTER
RISICO BEDRAG
KANS
IMPACT
Onevenredige stijgende inhuur tarieven
Goede afspraken maken met onze leveranciers van externe krachten over de indexering van tarieven etc.
structureel
€ 100.000
25%
€
50.000
Externe ontwikkelingen
– Intensieve monitoring van externe ontwikkelingen zodat hier tijdig op geacteerd kan worden. – Tijdig gebruik maken van de flexibele schil van de organisatie waar mogelijk – Duidelijke afspraken maken met opdrachtgevers bij externe ontwikkelingen
structureel
€ 273.000
75%
€
410.000
Hoger ziekteverzuim dan begroot
Monitoring en sturing op ziekteverzuim
incidenteel
€ 273.000
50%
€
136.500
Uitstel van invoerdatum Omgevingswet
Monitoring van ontwikkelingen op de ontwikkelingen
incidenteel
€ 150.000
25%
€
37.500
Niet realiseren van opdrachtvolume
Monitoring en sturing op uitvoering van de opdracht
structureel
€ 300.000
50%
€
300.000
Krappe arbeidsmarkt
– Extra inzet op wervingsactiviteiten – Actieve arbeidsmarktcommunicatie
structureel
€ 300.000
25%
€
150.000
Niet-toegankelijke ICT-omgeving
– Outsourcing bij professionele partij – Intensieve inzet en scholing op databeveiliging/ informatiebeveiliging zodat kans op beveiligingsprobleem beperkt wordt. – Plan opstellen ter beveiliging systemen tegen hacks, virusaanvallen en datalekken
incidenteel
€ 100.000
50%
€
50.000
Eigen risicodrager personeel
Het toepassen van een goed werving en selectiebeleid, het blijven investeren in het opleiden en ontwikkelen van medewerkers en daarnaast werkt de ODBN met een flexibele schil.
incidenteel
€ 500.000
0%
€
125.000
incidenteel
€ 500.000
0%
€
0
Effecten van Omgevingswet op de omvang van de opdrachten van onze deelnemers niet duidelijk.
Omgevingswet heeft impact op. Overleg met deelnemers, monitoren landelijke ontwikkelingen
TOTAAL RISICOPROFIEL ODBN OP PEILDATUM
JAARREKENING 2020
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
€ 1.259.000
ODBN Jaarstukken 2021
Overzicht investeringen
122
123
In onderstaand overzicht worden de investeringen over 2021 weergeven. In het overzicht wordt de stand van zaken per 31 december 2021 gepresenteerd ,waarbij wordt aangegeven of het gewenst is dat de investering overgeheveld wordt naar 2021 of afgesloten kan worden per 31 december 2021. OORSPRONKELIJK KREDIET
OPENSTAAND KREDIET 2021
WERKELIJK 2021
RESTANT 2021
AFSLUITEN OF OVERHEVELEN?
Aanschaf laptops 2021
40.000
40.000
37.465
2.535
afsluiten
Aanschaf telefoon 2021
9.000
9.000
8.119
881
afsluiten
Aanschaf universal Docking station 2021
26.000
26.000
25.314
686
afsluiten
Herhuisvesting
1.300.000
45.086
32.227
12.859
overhevelen
Nieuwe website
45.000
45.000
45.000
0
afsluiten
Aanschaf systemen 2021 t.b.v. consignatiedienst
30.000
30.000
0
30.000
overhevelen
TOTAAL INVESTERINGEN
1.450.000
195.086
148.125
46.961
NAAM KREDIET
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2021
124
Vragen over de jaarstukken 2021? Neem gerust contact op met de ODBN
www.ODBN.nl Victorialaan 1 5213 JG ‘s-Hertogenbosch Telefoon: 088 7430 000 E-mail: info@odbn.nl
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst