23. ODBN – Gewijzigde begroting 2023, programmabegroting 2024 en reactienota
Tekst van het document
Met de komst van de Omgevingswet zal voor een aantal inrichtingen/mba’s het bevoegde gezag gaan verschuiven van de Provincie naar de gemeente en andersom. De ODBN heeft deze verschuivingen in beeld gebracht en de eventuele gevolgen in het definitieve werkprogramma 2024 opgenomen worden.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Welke onzekerheden kennen we? De Omgevingswet zou in werking moeten treden op 1 januari 2024, maar het is mogelijk dat de wet opnieuw wordt uitgesteld. Met betrekking tot de invoering van de Omgevingswet zal rekening gehouden moeten worden met een toename in de uren en daarmee de kosten voor wat betreft de daadwerkelijke implementatie. De effecten van de Omgevingswet – waaronder de overgangsperiode – zijn op het moment van schrijven nog niet goed te kwantificeren. Wanneer meer informatie beschikbaar en er aanleiding is tot bijstellingen communiceren wij daar actief over, onder meer in de bestuursrapportages en via het RSP en DB/AB. We zijn afhankelijk van het Rijk voor de ontwikkeling van het DSO-LV. De ontwikkeling van het DSO kent echter de nodige obstakels, waaronder de stabiliteit van het systeem. Ook ligt er nog een opgave bij onze deelnemers om toepasbare regels op te stellen en te publiceren die nu via het OLO of de AIM worden gevraagd, om zo de dienstverlening op peil te houden. Door de omgevingsplannen kunnen lokale verschillen in de regelgeving ontstaan. We verzoeken deelnemers oog te houden voor de uitvoerbaarheid en de ODBN en de regio hierbij te betrekken.
2.2 Vergunningverlening Als ODBN verzorgen we de vergunningverlening op het gebied van milieu voor onze deelnemers. Onder vergunningverlening verstaan we: het voorbereiden van beschikkingen tot het verlenen, wijzigen, intrekken of weigeren van omgevingsvergunningen voor het onderdeel milieu en het beoordelen van meldingen, het voorbereiden van beschikkingen (toestemming om andere gelijkwaardige maatregelen te treffen) en het opstellen van (maatwerk)voorschriften. De wijze waarop we invulling geven aan de vergunningverleningstaak is vastgelegd in het Regionaal Operationeel Kader Vergunningverlening (ROK-VV). In 2024 zullen we onze taken voor wat betreft vergunningverlening uitvoeren in overeenstemming met dit kader. De Omgevingswet zal een grote impact hebben op de uitvoering van vergunningverlening. Met de komst van deze wet zal voor bepaalde activiteiten de vergunningsplicht komen te vervallen. Deze activiteiten worden meldingsplichtig. Andersom gaat dit ook op. Bepaalde milieubelastende activiteiten kunnen onder de Omgevingswet meldings- of zelfs vergunningplichtig worden. Dit heeft gevolgen voor de omvang van de opdracht, waar de grootte van de gevolgen nog niet in te schattenzijn op dit moment.
ODBN Programmabegroting 2024
29
30
We voorzien dat het speelveld op het gebied van vergunningverlening complexer wordt. De soms tegenstrijdige belangen van alle partijen komen samen in een aanvraag. Binnen het stelsel van de Omgevingswet adviseert de vergunningverlener over de (on)mogelijkheden bij vergunningsaanvragen en meldingen. Onze vergunningverleners zullen steeds meer gevraagd worden om mee te denken over hoe een initiatief mogelijk gemaakt kan worden. Een goede overdracht van vergunningverlening naar toezicht en handhaving is van belang om het toezicht effectief in te richten. Vergunningen zullen geactualiseerd moeten worden en er moet vastgelegd worden hoe om te gaan met overgangsrecht. Samen met onze partners zullen we ons werk en onze processen steeds beter afstemmen op de gewijzigde regelgeving. Het is ongewis wat de veranderende regelgeving, zowel landelijk als provinciaal, gaat betekenen voor het aantal vergunningaanvragen en meldingen in het kader van de Intensieve veehouderij. We blijven de ontwikkelingen volgen en proberen in te spelen op de veranderende omstandigheden. Als effect van de Omgevingswet zullen er meer ‘robuuste’ altijd actuele vergunningen afgegeven worden. Een minder gedetailleerde omgevingsvergunning die meer uitgaat van vertrouwen, hoeft minder vaak te worden aangepast bij wijzigingen in de bedrijfsvoering.
Hierdoor zien we in de uitvoering mogelijk een verschuiving van vergunningverlening naar toezicht en handhaving.
Wat gaan we doen in 2024? We voeren vergunningverlening uit volgens het ROK-Vergunningverlening en in lijn met de werkprogramma's van onze deelnemers. We bereiden onze vergunningverleners zo goed mogelijk voor op de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet en op hun mogelijke plaats aan de omgevingstafels. Daarvoor zoeken we ook de samenwerking en afstemming met onze deelnemers. Welke onzekerheden kennen we? Het is op dit moment nog niet duidelijk welke impact de Omgevingswet gaat hebben op het aantal vergunningsaanvragen. Dit zal naar verwachting ook per type aanvraag variëren. We blijven de ontwikkelingen volgen bij de inwerking treding en evalueren dit met onze deelnemers. De impact van de Omgevingswet op onder andere de werkvoorraad voor vergunningverlening is onzeker. We onderzoeken daartoe onder andere wat de invloed is van de provinciale Omgevingsverordening op de werkvoorraad en communiceren tijdig met onze deelnemers over de resultaten.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
2.3 Toezicht
31
Naast vergunningverlening verzorgt de ODBN het toezicht op naleving van de milieuregels. De kaders voor de wijze waarop wij toezicht houden en handhaven zijn vastgelegd in het Regionaal Operationeel Kader Toezicht en Handhaving (ROK-T&H). Ook voor toezicht geldt dat we verwachten dat het werk complexer wordt onder de Omgevingswet. Er zal meer getoetst moeten worden op algemene- en minder op specifieke regels, omdat niet alles meer in detail vastgelegd zal worden in de omgevingsvergunning. Toezichthouders kunnen daardoor aan de voorkant over minder informatie beschikken. Dit doet straks mogelijk een beroep op andere competenties van onze toezichthouders, maar de praktijk onder de Omgevingswet blijft op dit moment moeilijk in te schatten. We verwachten dat de toename in vergunningszaken door de Omgevingsverordening ook een impact gaat hebben op het werk van de toezichthouders, vanwege de mogelijk regionale verschillen in regelgeving. Het informatiegestuurd werken maakt het mogelijk om het toezicht meer te concentreren op die plekken waar het milieurisico hoog is en/of het naleefgedrag laag is. Door meer gericht in te zetten vergroten we de kans dat we overtredingen tijdig constateren en ongedaan kunnen laten maken. Indien nodig wordt ons bestuursrechtelijk en- en strafrechtelijk instrumentarium ingezet. Een dergelijke aanpak kan agressie opleveren.
Om de veiligheid van onze medewerkers te waarborgen verwachten we vaker controles met twee personen uit te voeren. Dit heeft een kosten opdrijvend effect. Daarnaast dwingt de komst van de Omgevingswet ons om te blijven investeren in onze informatievoorziening. Dat zien we onder meer terug bij de omzetting van het inrichtingenbestand naar milieubelastende activiteiten. Mogelijk vraagt de overgangsperiode door de noodzakelijke mutaties van inrichting naar mba meer inzet van de toezichthouders.
Wat gaan we doen in 2024? We voeren onze toezichtstaak uit in overeenstemming met het ROK T&H (of het geïntegreerde ROK-VTH) en in lijn met de werkprogramma's van onze deelnemers. Ook voor toezicht investeren we in Informatiegestuurd werken (IGW). Door slimmer om te gaan met de data en informatie die wij tot onze beschikking hebben, kunnen we effectiever optreden en ons toezicht toespitsen op de grootste milieurisico's en het naleefgedrag. Welke onzekerheden kennen we? Door het ontbreken van ervaringscijfers is niet bekend welke impact de Omgevingswet heeft op de omvang van de opdracht voor de toezichthouders. Dit zal na het inwerking treden blijken uit de ervaring van onze medewerkers. Deze ervaringen communiceren wij ook met onze deelnemers, om de impact op ons werk te blijven delen. Ook het effect van de toename in het aantal bedrijfsbeëindigingen en bedrijfsomzettingen is nog niet te kwantificeren.
ODBN Programmabegroting 2024
32
2.4 Handhaving
33
Handhaving staat stevig op de maatschappelijke en de bestuurlijke agenda, en we verwachten niet dat dit in 2024 anders zal zijn. Wat voor toezicht op gaat, geldt ook voor handhaving. De complexiteit van het werk zal onder de Omgevingswet waarschijnlijk toenemen, als gevolg van de afname in specificiteit van de vergunningen. Dit vraagt om een goede overdracht en afstemming tussen vergunningverlening aan de ene kant, en toezicht en handhaving aan de andere kant. In 2024 zal de rol van strafrechtelijke handhaving binnen de ODBN toenemen. De ODBN streeft naar een geharmoniseerde inzet van bestuurs- en strafrecht, in het verlengde van de uitgangspunten van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Hoewel handhaving nooit een doel op zich mag vormen, vormt het wel een cruciaal sluitstuk wanneer een waarschuwing niet het gewenste effect oplevert. Zeker gegeven de toegenomen maatschappelijke aandacht voor ons werk, is het zaak om wanneer nodig een vuist te kunnen maken tegen veelplegers en milieucriminaliteit. Ook voor onze handhavende werkzaamheden geldt het groeiende belang van data- en informatie. Met de doorontwikkeling van het informatiegestuurd werken (IGW), gekoppeld aan de verbeterde toepassing van de LHS, krijgen wij een steeds beter beeld van de aard en omvang van de milieuovertredingen en criminaliteit in onze regio.
Door informatiegericht te handhaven kunnen we ook efficiënt handhavend optreden en toezicht houden op zogenoemde ‘hotspots’. Daarbij maken we onder meer gebruik van digitale middelen, zoals camera’s en drones.
Wat gaan we doen in 2024? Doordat we meer inzicht krijgen in onze handhavende werkzaamheden op basis van de beschikbare data proberen we in 2024 een beter beeld van de aard en omvang van milieuovertredingen- en criminaliteit in ons werkgebied te krijgen. In 2024 verwachten we een toename van de inzet van strafrecht, mede met een verbeterde toepassing van de Landelijke Handhavingsstrategie. Welke onzekerheden kennen we? De doorontwikkeling van strafrechtelijke handhaving binnen onze organisatie kan leiden tot meer zaken, en in het verlengde daarvan tot meer gemaakte uren. Wanneer daar sprake van is wordt daar tijdig over gecommuniceerd binnen het RSP en worden de benodigde uren vertaald naar het werkprogramma en de provinciale opdracht. De rol van onze handhavers wordt ingewikkelder met de komst van de Omgevingswet, gegeven de afname van het aantal middelvoorschriften en gezien de (mogelijke) regionale verschillen in regelgeving en vergunningen.
2.5 Specialistische dienstverlening De ODBN voert voor haar deelnemers ook specialistische milieu(advies)taken uit. Daaronder vallen taken op het gebied van ruimtelijke ordening, geluid, externe veiligheid en lucht. De afgelopen jaren hebben we de inzet van onze specialisten en juristen zien toenemen, en we verwachten dat deze trend ook in 2024 door zal zetten. De grotere inzet van onze specialisten is een gevolg van ontwikkelingen op complexe dossiers zoals stikstof, maar in het bijzonder ook een gevolg van de afnemende beschikbare kennis bij onze deelnemers. Dat zien we onder meer terug in toename in het aantal verzoektaken, waarvan met name het aantal Ruimtelijke Ordening (RO)-verzoeken blijft toenemen. Onder invloed van de Omgevingswet zal de rol van de specialisten nog belangrijker worden. Het aan de voorkant betrekken van specialistische kennis vergroot immers de haalbaarheid van een initiatief. Ook in de totstandkoming van de omgevingsplannen van onze gemeentelijke deelnemers is het ontsluiten van onze kennis over de verschillende milieuaspecten noodzakelijk. Het stikstofdossier zal in 2024 actueel blijven en om inzet van onze specialisten en juristen vragen. Daarnaast is de inzet van onze specialisten in grote mate afhankelijk van de vraag vanuit onze deelnemers. Een belangrijke uitdaging schuilt in het voorzien van voldoende specialistische kennis en capaciteit.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
34
Wat gaan we doen in 2024? We voeren onze (verzoek)taken op het gebied van milieuspecialismen uit voor onze deelnemers. We verwachten een toename in de inzet van onze specialisten, onder andere onder invloed van de komst van de Omgevingswet en met het oog op het wegvallen van kennis bij onze deelnemers. Daarmee is deze toename mede afhankelijk van de vraag van onze deelnemers, en ramen we deze in het werkprogramma. Welke onzekerheden kennen we? We zien dat er steeds vaker rechterlijke uitspraken worden gedaan met consequenties voor onze VTH-uitvoering. Ook daarom wordt de inzet van onze specialisten en juristen steeds belangrijker. Dit zien we met name terug op het stikstofdossier.
2.6 Natuurbescherming
35
De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa en de bescherming van planten, dieren, bossen en andere houtopstanden. De ODBN verzorgt namens de provincie Noord-Brabant de vergunningverlening en de ontheffingen op het gebied van de Wnb. Daarnaast wordt ook de gemeentelijke opgave op het onderdeel natuur steeds meer ingevuld door de ODBN. In 2024 zal de Wnb opgaan in de Omgevingswet. De afgelopen jaren zien we dat de maatschappelijke bewustwording en betrokkenheid bij de natuur wordt versterkt, hetgeen dat ook wordt gestimuleerd vanuit het Rijk. Dit leidt mede tot een grotere vraag vanuit onze gemeentelijke deelnemers voor het bieden van ondersteuning op het gebied van de toepassing en uitvoering van de Wnb. Deze vraag zal in 2024 naar verwachting verder toenemen. In 2024 zal met name het stikstofdossier veel inspanning blijven vragen. We verwachten een toename aan handhavings- en intrekkingsverzoeken. Daarnaast wordt intern salderen vergunningplichtig waardoor ook hier een toename in het werk wordt voorzien. Als ODBN zullen we ook in 2024 weer de VTH-taken op het gebied van soortenbescherming uitvoeren. Met de komst van Omgevingswet is er steeds meer aandacht voor soortenbescherming.
Anders dan in het algemeen opgaat voor de Omgevingswet, gaat de wet voor wat betreft natuurbescherming nog altijd uit van ‘nee-tenzij wetgeving'. De Omgevingswet heeft daarmee duidelijk niet alleen als doel om balans tussen een veilige en gezonde fysieke leefomgeving te bereiken, maar ook om deze goed te beschermen.
Wat gaan we doen in 2024? We verzorgen de VTH-taken namens de Provincie, en komen daarnaast ook steeds meer tegemoet aan de vraag vanuit de gemeentelijke deelnemers. Ook met de komst van de Omgevingswet blijven we ons hard maken voor de bescherming van de Brabantse natuur. Welke onzekerheden kennen we? We blijven de ontwikkelingen op het gebied van het stikstofdossier ook in 2024 nauwlettend in de gaten houden. We verwachten een grote inzet van onze medewerkers, maar kunnen deze op moment nog niet exact ramen. Wanneer hier meer duidelijk over is, wordt dit meegenomen in de gesprekken met onze deelnemers.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
36
2.7 Bodemtaken Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 gaat een groot gedeelte van de bevoegdheid die nu bij de Provincie ligt voor de Wet bodembescherming (Wbb) over naar de gemeenten. De gemeenten zijn dan de primaire beheerder van de bodemkwaliteit voor hun grondgebied. Het gemeentelijke bodemtakenpakket wordt dus aanmerkelijk groter met de komst van de Omgevingswet. Alle provinciale bodemtaken komen bij de gemeenten te liggen. Reeds beschikte en lopende saneringen blijven onder de bevoegdheid van de Provincie. Toezicht en handhaving bij saneringen is onder de Omgevingswet een basistaak. De vergunningverlening onder de Wet bodembescherming is nu nog een verzoektaak. Het is mogelijk dat vergunningverlening bodem onder Omgevingswet ook een basistaak wordt. Het landelijke beleid voor bodembeheer blijft op hoofdlijnen hetzelfde. Het Rijk stelt afhankelijk van het bodemgebruik omgevingswaarden vast. Binnen deze waarden krijgen gemeenten wel bestuurlijke afwegingsruimte of bijvoorbeeld sanering nodig is afhankelijk van het bodemgebruik, of wanneer een bodemonderzoek vereist is bij bouwen en bestemmen. De vertaling van deze afwegingsruimte dient in het Omgevingsplan plaats te vinden.
Wat gaan we doen in 2024? In 2024 verwachten we een toename van de bodemtaken door de overdracht van de provinciale taken en de komst van nieuwe basistaken bodem, zoals graafactiviteiten. Desgewenst kunnen wij namens de gemeentelijke deelnemers verzoektaken op het gebied van bodem uitvoeren, ook gelet op onze kennispositie. Welke onzekerheden kennen we? Hoewel we meer zicht hebben gecreëerd op de verwachte omvang van de bodemtaken voor de gemeente onder de Omgevingswet, is er toch nog behoefte aan nadere concretisering. Zodra we meer informatie hebben en dat leidt tot bijstellingen, communiceren we daar actief over en verwerken we dat in het werkprogramma. Van sommige nieuwe taken hebben we geen ervaringscijfers, ook niet landelijk. Op dit moment is nog niet duidelijk wat onze gemeentelijke deelnemers gaan doen met de afwegingsruimte die de Omgevingswet aan gemeenten laat in de omgevingsplannen.
Voor de transitie van de provinciale bodemtaken richting de gemeenten hebben we in samenwerking met de andere twee Brabantse omgevingsdiensten een transitiedocument opgesteld. Daarin hebben we de procesmatige, personele en financiële gevolgen per gemeente inzichtelijk gemaakt. Per gemeente verschillen de verwachte uren sterk. Maar voor de meeste gemeenten geldt dat het aantal verwachte uren laag is voor wat betreft de voormalig provinciale bodemtaken. De komende periode zullen we nog meer gegevens verzamelen over de overheveling van de bodemtaken, om tot een nadere concretisering te komen. We constateren dat er nog maar bij een beperkt aantal deelnemers voldoende bodemkennis is. Voor de basistaken zorgt de ODBN dat die goed geborgd worden binnen onze organisatie. De deelnemers moeten zelf afwegen of ze de verzoektaken zelf gaan uitvoeren of aan de ODBN willen uitbesteden. In het werkprogramma wordt opgenomen welke verzoektaken wij kunnen uitvoeren, waaronder de beoordeling van de bodemonderzoeken.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
37
38
3 Programma Bedrijfsvoering
Wat mag het kosten? REKENING 20221
BEGROTING 2023 NA WIJZIGING
BEGROTING 2024
15.355
18.089
19.803
1.573
130
130
TOTAAL LASTEN
16.929
18.219
19.933
Basis- en VTH verzoektaken
13.757
15.865
17.813
(Overige) Verzoektaken
9.938
13.521
14.092
Aanvullende verzoektaken
724
893
717
TOTAAL BATEN
24.419
30.279
32.622
SALDO
7.490
12.060
12.689
PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING BEDRAGEN X € 1.000,Personeel Bedrijfsmiddelen
39
Inhoud programma Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is in deze begroting een paragraaf gewijd aan de PIOFACH taken; de paragraaf Bedrijfsvoering. Een programma met betrekking tot de bedrijfsvoering is relevant maar het accent zal gericht zijn op de verantwoording aan u als eigenaar. Waar mogelijk vertaald in kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s). De algemene trends worden toegelicht in dit programma. De technische onderbouwingen worden elders in de begroting gegeven. In dit programma zijn ook de begrote baten en lasten van de interne financiering en de algemene dekkingsmiddelen opgenomen. Beleidskaders/richtlijnen
Toelichting Voor de uitvoering van het programma Individuele Dienstverlening zijn 289.906 uren geraamd. Ten opzichte van de gewijzigde begroting 2023 is er een groei van bijna 12.000 uren. Deze toename in uren heeft zowel effect op de hoogte van de lasten als de inkomsten voor dit programma. Een verdere financiële toelichting is te vinden in hoofdstuk 3 van de financiële begroting. Taakvelden Om op landelijk niveau begrotingen van overheidsorganisaties te kunnen aggregeren is door het Rijk een uniforme set van taakvelden vastgesteld. De activiteiten uit het programma Individuele Dienstverlening hebben betrekking op: Taakveld 7.4
➜
OMSCHRIJVING
DATUM
EXPIRATIEDATUM
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
1 juli 1993
Open
1 januari 2020
Open
Nota weerstandsvermogen en risicomanagement
16 december 2020
Open
Financiële verordening ODBN
24 februari 2021
Open
Gemeenschappelijke regeling ODBN
Milieubeheer
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
40
Indicatoren bedrijfsvoering Om een beeld te kunnen vormen over het bedrijfsmatig functioneren van de ODBN worden in onderstaande tabel de meest essentiële indicatoren gepresenteerd. KPI'S ODBN (ALS BEDRIJF)
Wat willen we bereiken? De ODBN wil een goede bedrijfsvoering, betrouwbare managementinformatie en kostenbeheersing. Uitgangspunt is dat we zodanig in controle zijn dat de tussentijdse rapportages actueel en betrouwbaar zijn en dat deze een reëel beeld geven van de te verwachten resultaten op jaarbasis. Door de tijd heen zijn er diverse KPI’s vastgesteld als kader voor een gezonde bedrijfshuishouding. Voor u als eigenaar zijn deze relevant om in één oogopslag een eerste gevoel te hebben bij de bedrijfsmatige en financiële situatie van de ODBN als organisatie.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
1
KPI'S 1
NORM
REALISATIE 2022
BEGROTING 2023 NA WIJZIGING
BEGROTING 2024
Productiviteit
Nog niet vastgesteld
1.432
Nog niet vastgesteld
Nog niet vastgesteld
§ Declarabiliteit
Declarabiliteit
1.302 uur per fte op jaarbasis
1.3232
1.309
1.302
§ Declarabiliteit
Gemiddeld uurtarief
€ 112,60
€ 97,67
€ 108,87
€ 112,60
§ Tariefontwikkeling
Ziekteverzuim
5.5%
6,3%
5.5%
5.5%
§ HRM - ziekteverzuim
Formatie overhead
23%
22,5%
23%
23%
§ Formatieomvang
Aandeel kosten overhead personeel
25%
23,9%
25%
25%
§ Formatieomvang
Aandeel kosten overhead totaal
34%-36%
29,6%
Weerstandsratio
1,5
0.83
0.83
1,1
Flexschil
20%
22,5%
Max. 20%
Max. 20%
TOELICHTING
§ Tariefontwikkeling § Weerstandsvermogen § Formatieomvang
In deze begroting 2024 maken we voor het eerst duidelijk onderscheid tussen uren die productief zijn en uren die we daadwerkelijk kunnen declareren. Voor deze eerste moet de norm nog bepaald worden.
2
De declarabiliteit was in 2022 zonder SSiB 1.323. Dit is boven de norm die we nu voor deze begroting hanteren. Echter in 2023 is er structureel 7 dagen extra verlof gekregen. Deze zitten nu in de nieuwe normen verwerkt.
ODBN Programmabegroting 2024
41
42
Wat gaan we doen in 2024? 3.1 Declarabiliteit Voor het eerst hebben we een KPI toegevoegd, namelijk declarabiliteit. Voorheen hanteerde we het begrip productiviteit als synoniem aan declarabiliteit. Gezien alle ontwikkelingen in ons werkveld zien we dat werkzaamheden in ons primair proces steeds minder vaak direct te relateren zijn aan een zaak of individuele deelnemer maar van belang zijn voor het collectief en ook niet volledig als overhead zijn aan te merken. Denk aan deelname aan landelijke en regionale werkgroepen, implementatie wet- en regelgeving zoals WOO. Maar ook deelname aan interne werkgroepen ter verbetering van processen, sjablonen, analyses van data. Dat zijn allemaal werkzaamheden die de kwaliteit of effectiviteit van ons werk ten goede komen maar niet zaak gerelateerd zijn en dus niet declarabel maar wel productief. In de presentatie willen we dit onderscheid voortaan gaan maken. We onderzoeken nog of overige ontwikkelingen ten behoeve van het primair proces anders gepresenteerd moeten worden. Nu maken deze nog onderdeel uit van de overhead. Opties zijn bijvoorbeeld om deKPI overhead te verlagen en daarvoor in de plaats de bijdrage Collectieve Taken te verhogen of deze niet declarabele uren mee te nemen in het tarief waardoor de declarabiliteit lager wordt en het uurtarief hoger.
Per saldo hebben beide geen effect op de individuele bijdragen maar dragen ze wel bij aan de transparantie. Beide aanpakken doen meer recht aan de inhoud.
Een ander voorbeeld is de robotisering, de zogenaamde softbods. Softbods kunnen het menselijk handelen in het gebruik van applicaties overnemen. Dat kan bij routinematige acties zoals het invoeren van zaken op basis van het geprogrammeerd toezicht. Hierin is efficiency behaald waardoor er minder administratieve uren hoeven worden gedeclareerd. Zo onderzoeken we in 2023 of we met de inzet van softbods uren algemene werkzaamheden intake en verzending vanaf 2024 kunnen terugdringen.
3.2 Organisatie Net als in 2023 verwachten we in 2024 wederom groei in de omvang van onze opdracht. Dat bevestigt het vertrouwen dat onze deelnemers in de ODBN hebben. Tegelijkertijd doemt steeds vaker de vraag op of we het tempo van groei kunnen volhouden. Dan doelen we niet alleen op de arbeidsmarkt maar ook het tempo waarin we aanpassingen moeten doen in onze organisatie. De dynamiek en druk die dat met zich meebrengt schuurt soms. Een belangrijk issue is dus om de groei van de organisatie beheersbaar te houden.
Bijvoorbeeld de investering die we gedaan hebben in Business Intelligence (BI). BI is het team dat het informatiegestuurd werken technisch mogelijk maakt. Hier hebben we 6 fte voor vrijgemaakt die we nu rekenen tot de overhead. Zij verhogen de KPI overhead maar worden ingezet in het primair proces. Willen we ook de overhead in het belang van een gezonde bedrijfsvoering overeind houden zou dat weer leiden tot een tariefsverhoging. Dat kunnen we opvangen door de groei in omzet en dus groei in de overhead. Echter een groei van de omzet zou moeten kunnen leiden tot lagere kosten in de overhead. De ruimte die ontstaat wordt nu ingezet om het primair proces effectiever en efficiënter te laten werken. De inzet van BI draagt zo bij aan kostenbeheersing en een effectievere VTH-aanpak.
Een mooi resultaat hiervan is de in 2022 gemaakte kwantitatieve data-analyse en een kwalitatieve omgevingsscan waarmee invulling is gegeven aan de branche-enthema-selectie voor 2023. Hierbij is per branche met behulp van beschikbare data geanalyseerd hoe vaak bedrijven zijn gecontroleerd, hoeveel overtredingen per controle en per overtreder zijn geconstateerd en wat het effect van deze overtredingen is op de leefomgeving. Daarnaast is op basis van een risicomodel bepaald bij welke veehouderijen in 2023 toezicht moet worden gehouden.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
43
44
De arbeidsmarkt blijft naar verwachting krap in 2024. Toch is de ODBN er tot nu toe in geslaagd om geschikte mensen te vinden. Of organisatie brede wervingsacties en/of permanente werving in 2024 noodzakelijk zullen zijn valt nog lastig in te schatten. Daar waar processen nu (medio 2023) dreigen stil te vallen kan dat zomaar tot een enorme inhaalslag leiden in 2024. Wat er ook gebeurt, we ontkomen er niet aan om zelf medewerkers te blijven opleiden. De mate waarin is afhankelijk van de ontwikkelingen komende tijd.
Wat mag het kosten?
45 REKENING 2022
BEGROTING 2023 NA WIJZIGING
BEGROTING 2024
Personeel en inhuur
5.136
6.699
6.028
Opleidingen en loopbaanbegeleiding
524
917
1.001
Dienstreizen / woon-werk
329
649
688
Overige personele kosten
339
328
347
Organisatie
172
218
230
Huisvesting
682
792
839
3.3 Prijsontwikkeling
Kantoorkosten
108
165
174
Voor 2023 is er ten tijde van het opstellen van deze begroting een concept onderhandelingsakkoord voor het jaar 2023. Als gevolg van de inflatie en cao-ontwikkelingen in 2022/2023 hebben we onze kostenstructuur en tarieven opnieuw opgebouwd. Hierdoor hebben we de kostenstijging van het begrote tarief 2024 kunnen beperken.
Informatisering / automatisering
2.097
1.966
2.082
Vervoermiddelen
24
92
98
Externe deskundigheid
177
259
274
Overige lasten
38
828
1.890
9.627
12.912
13.651
0
100
100
TOTAAL LASTEN
9.627
13.012
13.751
Personeel en inhuur
203
0
0
Overige baten
19
0
0
TOTAAL BATEN
222
0
0
-9.405
-13.012
-13.751
Een derde thema is het InterBestuurlijk Programma verbeteren VTH-stelsel (IBP). Wij zijn ervan overtuigd dat we een robuuste dienst zijn die financieel gezond is en de noodzakelijke ruimte krijgt van haar bestuur om te investeren in innovatie. Echter kan landelijke besluitvorming naar aanleiding van het IBP leiden tot noodzakelijke aanpassingen die de organisatie of ons financieringsmodel gaat raken.
Voor 2024 is er nog geen zicht op een nieuwe cao. In deze begroting zijn de lonen daarom geïndexeerd op basis van de cijfers uit de macro-economische verkenningen van het CPB. Of dat toereikend zal zijn, zal later blijken. Misschien is de aanname met betrekking tot de prijsontwikkeling voor 2024 nog wel onzekerder dan de index voor de lonen. In de voorgaande jaren worden we geconfronteerd met grote Inflatiecijfers van 10% tot 15% per maand. Door middel van het inzetten van contractmanagement hebben we op een aantal onderdelen de indexeringen vooralsnog beperkt weten te houden. In 2024 kennen we de inhaaleffecten op de lopende contracten en zullen we de inflatiecijfers van 2023 inmiddels kennen.
PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING BEDRAGEN X € 1.000,-
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING Onvoorzien
SALDO
Wat gaan we doen in 2024? Ontwikkeling van Softbods Zelf opleiden van (zij-)instromers Validatie en borging kwaliteitscriteria Facilitering optimalisatie VTH-aanpak middels BI Beheerste groei/ontwikkeling van de organisatie Welke onzekerheden kennen we? Ontwikkelingen in de omvang van de opdracht als gevolg beleidsontwikkelingen Inflatie Cao 2024
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
46
Toelichting De lasten van het programma Bedrijfsvoering hebben betrekking op de uren van de medewerkers die ondersteunend zijn aan het primaire proces. Daarnaast gaat het om de organisatie brede kosten zoals deze in bovenstaande tabel zijn opgenomen. Taakvelden Om op landelijk niveau begrotingen van overheidsorganisaties te kunnen aggregeren is door het Rijk een uniforme set van taakvelden vastgesteld. De activiteiten uit het programma Bedrijfsvoering hebben betrekking op: Taakveld 0.01 Taakveld 0.04 Taakveld 0.08
➜ ➜ ➜
Bestuurskosten Overhead Overige baten en lasten
Paragrafen
47
Paragraaf Weerstandsvermogen & risicobeheersing Algemeen De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de robuustheid van de financiële positie van de omgevingsdienst. In deze paragraaf wordt weergegeven in welke mate de dienst in staat is om onvoorziene, financiële tegenvallers op te vangen zonder dat daarvoor het bestaande beleid veranderd hoeft te worden. Om dit te kunnen beoordelen, is inzicht nodig in het beschikbare weerstandsvermogen en in de omvang en de achtergronden van de aanwezige risico’s. Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de dienst beschikt om de onverwachte financiële tegenvallers te dekken zonder het bestaande beleid aan te moeten passen. Voor de ODBN geldt dat de beschikbare weerstandscapaciteit gevormd wordt door de Algemene reserve. Andere reserves worden niet meegenomen omdat deze door het Algemeen Bestuur voorzien zijn van een specifieke bestemming. Risicobeheersing De ODBN streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te ondervangen door het treffen van beheersmaatregelen, de benodigde verzekeringen af te sluiten en/of buffers te vormen voor niet voorzienbare financiële tegenvallers. In het overzicht Reserves en Voorzieningen kunt u de diverse posten en hoogten van de bedragen lezen.
Inventarisatie risico’s Aan het begin van 2023 is een nieuwe actualisatie van het risicoprofiel van de ODBN uitgevoerd. Hierbij zijn alle financiële risico’s meegenomen die, na het nemen van beheersmaatregelen, nog steeds een mogelijke financiële impact hebben die niet uit de reguliere exploitatie gedekt kan worden. Risico’s die afgedekt worden door bijvoorbeeld een verzekering, een voorziening of een bestemmingsreserve, zijn in dit overzicht buiten beschouwing gelaten. Immers door het treffen van deze maatregelen wordt de financiële impact gemitigeerd. Voor een geactualiseerd overzicht van alle risico’s wordt verwezen naar bijlage 1 van deze jaarrekening. Bij het bepalen van de impact van het risico is rekening gehouden met de kans van optreden van het risico. De impact van het risico wordt daardoor bepaald door de ingeschatte financiële jaaromvang te vermenigvuldigen met de kans van optreden.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
48
Daar waar een risico mogelijk een meerjarig effect heeft, is uitgegaan van het principe dat de financiële impact in één jaar vermenigvuldigd is met 2. Dit hebben we gedaan vanuit het principe dat 2 jaar doorgaans voldoende is om maatregelen te nemen om de financiële impact van het risico te beperken of te verwerken in de begroting. Dit principe is ook opgenomen in de “Nota weerstandsvermogen en risicomanagement” die in december 2020 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld. Nieuw risico Risico ontbreken definitief cao-onderhandelingsakkoord 2023 Op dit moment ligt er een voorlopig onderhandelingsresultaat voor een nieuwe cao 2023. Dit conceptakkoord zal vertaald worden in de begroting 2023. Echter moet de achterban van de onderhandelende partijen nog instemmen met het akkoord. Wanneer er geen instemming bereikt wordt, zal er opnieuw onderhandeld moeten worden voor een nieuw akkoord. De kans bestaat dat de aanpassingen in de begroting 2023 dan onvoldoende zijn om de financiële gevolgen van dat akkoord op te vangen. De financiële impact van dit risico kan vrij fors zijn. De kans wordt laag ingeschat, conform ons risicomanagement beleid is de laagste inschatting 25%. Ontbreken cao 2024 Over 2024 zijn nog geen afspraken gemaakt rondom de cao. Conform bestaand beleid hebben we de begroting 2024 daarom de loongevoelige uitgaven geïndexeerd met de indexering die het CPB presenteert.
Het risico bestaat dat deze indexering van 3,3% onvoldoende zal zijn om het effect van de cao op te vangen.
Onevenredige stijgende tarieven op de arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt houdt aan. We zien steeds vaker dat het lastig is om de juiste mensen op diverse plekken te vinden. Het komt steeds meer voor dat er op de vacatures geen of slechts zeer beperkt reactie komt. Het maakt dat de keuzevrijheid om een indexering van tarieven niet te accepteren beperkter wordt. Om ons heen zien we de eerste bureaus al die de tarieven met meer indexeren dan in de begroting 2023 rekening was gehouden. Daarom zijn zowel de kans als het bedrag voor begrotingsjaar 2024 verhoogd. Onevenredige prijsstijgingen De onrust in de wereld leidt op diverse fronten tot het flink stijgen van de prijzen. Door goed contractmanagement hebben we de effecten in 2022 nog weten te beperken en zijn de meeste stijgingen binnen de lopende begroting opgevangen. Aangezien de inflatie hoog blijft, en fors hoger ligt dan het indexeringspercentage dat we in de begroting 2023 hebben opgenomen, hebben we voor dit punt de berekening aangepast. Het aandeel van de begroting van de ODBN dat prijsgevoelig is, is ongeveer € 5.500.000. Verdwenen en verminderde risico’s Ten opzichte van het risicoprofiel zoals dit gepresenteerd is bij de begroting 2023 zijn er geen risico’s die van omvang/kans verminderd zijn of dit geheel van de lijst verdwenen zijn.
Weerstandsratio De weerstandsratio wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit.
Totale omvang Netto-risico's
Weerstandsratio
NAAM
Beschikbare weerstandscapaciteit
Benodigde weerstandscapaciteit
BEGROTING 2024
Algemene reserve op 01-01
2.689.9761
Risicoprofiel
2.472.300
WEERSTANDSRATIO
1,1
Uitgaande van de storting van het jaarrekening resultaat 2022 in de Algemene reserve en de onttrekking van € 150.000 voor uitgaven Omgevingswet, conform voorstel jaarstukken 2022.
1
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Gestegen risico’s
ODBN Programmabegroting 2024
49
50
Netto schuldquote: De netto schuldquote geeft aan of de ODBN in staat is de schulden terug te betalen waarvoor zij volledig zelf aan de lat staat. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de ODBN ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe lager dit percentage is, hoe minder de schuldenlast op een organisatie drukt. De ODBN heeft geen langlopende leningen, alleen kortlopende openstaande crediteuren. Daarmee is er weinig druk op de exploitatieruimte voor het voldoen aan de schuldenverplichting en geeft het een indruk van de goede financiële uitgangspositie voor de ODBN. Solvabiliteitsratio: Deze ratio geeft weer in welke mate de ODBN in staat is op ‘langere’ termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de ODBN. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de ODBN. Voor de ODBN geldt dat er geen langlopende schulden zijn. Bedrijfsmatig wordt een bedrijf als financieel gezond gezien, wanneer de solvabiliteit tussen de 25% en 40% ligt. De ODBN valt met een solvabiliteit van 42% ruimschoots boven deze richtlijn. In het gemeenschappelijke toezichtskader van de Provincie wordt voor gemeenten het percentage van 50% gehanteerd voor de meest gezonde organisaties.
Met 42% solvabiliteit scoren we hoog in de 2e categorie van bedrijven. Vooral de bestemmingsreserve ISV en voorzieningenpositie stortplaats Voortse Heide heeft invloed op dit percentage. Financiële kengetallen In onderstaande paragraaf zijn de financiële kengetallen opgenomen die op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording moeten worden opgenomen. Kengetallen die voor de ODBN niet van toepassing zijn, zijn achterwege gelaten. VERLOOP FINANCIËLE KENGETALLEN FINANCIËLE KENGETALLEN REKENING 2022
BEGROTING 2023
BEGROTING 2024
Netto schuldquote
-27%
-24%
-22%
Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen
-27%
-24%
-22%
Solvabiliteitsratio in %
45%
42%
42%
Structurele exploitatieruimte
2,4%
0,0%
0,1%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, door de structurele baten en structurele lasten te vergelijken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. In 2022 was de realisatie ruim 2%, dit komt deels voort vanuit het rekeningresultaat, deels vanuit de structurele korting op het tarief die vanaf de begroting 2023 verwerkt is. De structurele exploitatieruimte in 2024 van 0,1% geeft aan dat de verhouding tussen structurele lasten en de structurele dekking hiervoor goed geregeld is. Conclusie Op basis van de financiële kengetallen is te stellen dat de financiële uitgangspositie van de ODBN als goed en stabiel te kwalificeren is.
ODBN Programmabegroting 2024
51
52
53
Paragraaf Financiering Algemeen Bij de inwerkingtreding van de Wet financiering decentrale overheden (fido) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening voorgeschreven. Met deze paragraaf wordt beoogd de transparantie van het treasurybeleid en -beheer te vergroten en meer inzicht te geven in de (financierings-)risico’s en de beheersing daarvan. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover ter zake valutarisico’s. Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wetfido is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
De ODBN heeft op dit moment geen leningen met een looptijd van één jaar of langer. Hiermee voldoen wij automatisch aan de deze renterisico-norm. Ook geeft de huidige financieringspositie geen aanleiding om in de komende jaren langlopende geldleningen af te sluiten, zodat we in dat kader ook geen renterisico lopen. Kasgeldlimiet Bij de financiering van de activiteiten van de ODBN worden alle activiteiten als één geheel beschouwd. Dit houdt in dat bij het bepalen van de financieringsbehoefte alle inkomsten en uitgaven betrokken worden. De achterliggende gedachte daarbij is dat tijdelijke overschotten van de ene activiteit een andere activiteit kunnen financieren. Deze wijze van financieren wordt ook wel aangeduid als ‘totaalfinanciering’. Hierdoor worden de rentekosten beperkt. Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,2%, te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de ODBN bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van deze limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven.
Hieronder is deze staat volgens de laatst bekende gegevens ingevuld.
ODBN Programmabegroting 2024
54
Paragraaf Bedrijfsvoering
UIT VOERINGSREGELING FIDO
VLOT TENDE SCHULD
VLOT TENDE MIDDELEN
NET TO VLOT TENDE SCHULD OF OVERSCHOT
A. Gemiddeld vlottend overschot
€ 3.079.400
€ 17.699.400
€ 14.620.000
B. Berekening kasgeldlimiet
€ 2.992.384
Begrotingstotaal
€ 36.492.493
Percentage regeling
8,20%
C. Ruimte onder kasgeldlimiet
17.612.384
Gemiddeld vlottend overschot (A) KASGELDLIMIET (B)
€ 2.992.384
Volgens bovenstaande berekening bedraagt de kasgeldlimiet voor 2024 totaal € 2.992.384 voor de ODBN. Het gemiddelde vlottend financieringsoverschot bedraagt gemiddeld € 17.612.384. Het aantrekken van kasgeld is niet aan de orde. Renteresultaat Treasury In de gewijzigde BBV is opgenomen dat in deze paragraaf ook inzicht gegeven moet worden in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop de rente wordt toegerekend aan investeringen. De ODBN heeft op dit moment geen leningen afgesloten waarover rente wordt betaald. Voor 2024 hebben we uit voorzichtigheidsprincipe geen rentebaten geraamd. Dit betekent dat ook geen rente kan worden toegerekend aan de investeringen en daarmee is er geen renteresultaat. OMSCHRIJVING
In het programma Bedrijfsvoering is al aangegeven dat we enkele grote transities te verwerken krijgen in 2024. Mens & Organisatie De sector waarbinnen we werken is volop in ontwikkeling. De regelgeving wordt steeds complexer en in de maatschappij neemt men een kritischere houding aan ten opzichte van de leefomgeving. Dit doet een groot beroep op de kennis en vaardigheden van onze medewerkers. Niets wijst erop dat de uitvoeringstaken van de omgevingsdiensten de komende jaren terug zullen lopen. Tegelijkertijd verwachten we wel dat er steeds meer een beroep gedaan zal worden op de kennis en expertise van omgevingsdiensten als het gaat om advisering over de uitvoering van beleid. We zien dat het voor de deelnemers steeds moeilijker wordt om de kennis binnen de eigen organisatie te borgen. Dit is mede een gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Het wordt steeds moeilijker om gekwalificeerd personeel in huis te halen en te houden. Tegen deze achtergrond heeft de ODBN drie thema’s voor het M&O-beleid benoemd; 1. Proactieve arbeidsmarktbenadering (Aantrekkelijk zijn) 2. Permanente educatie (Investeren in kwaliteit) 3. Duurzame inzetbaarheid (Terugdringen verloop) Deze thema's blijven de primaire focus van team Mens & Organisatie (voorheen HRM) houden.
De prioritering binnen deze thema's is de afgelopen jaren verschoven van arbeidsmarkt in 2022 naar permanente educatie in 2023 en in 2024 gaan acties op het gebied van duurzame inzetbaarheid de boventoon voeren.
BEDRAG
a
Externe rentelasten over korte en lange financiering
0
b
Externe rentebaten
0
SALDO EXTERNE RENTELASTEN
0
d
Interne eigen rente
0
e
Toerekening rente via renteomslag
0
RENTERESULTAAT OP TAAKVELD TREASURY
0
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
55
ODBN Programmabegroting 2024
56
In 2024 moet het nieuwe Learning Management System (LMS) operationeel zijn. Dit systeem gaat ons helpen om opleidingsinterventies makkelijker te ontsluiten naar medewerkers. Opleiden wordt hierdoor toegankelijker en gemeengoed binnen de organisatie. Opleiden draagt uiteraard bij aan de vakbekwaamheid van medewerkers, maar ook aan motivatie en waardering waardoor medewerkers langer bij de ODBN blijven werken en onze uitstroom daalt. In 2024 hebben we ook resultaten geboekt op het gebied van de ‘kwaliteitscriteria 2.0’. De validatie van onze medewerkers is dan afgerond en acties zijn genomen om aanwezige hiaten op te lossen. Verdere voortgang van de kwaliteitscriteria wordt dan gemonitord in een borgingsysteem. Ziekteverzuim Sinds enkele jaren wordt intensiever werk gemaakt van verzuimbegeleiding. In de eerste jaren na deze intensivering zagen we vrij snel de positieve impact op de aard van het verzuim. Een lage frequentie en weinig kort verzuim waren het resultaat. Echter, is er momenteel een maatschappij brede stijging van ziekteverzuim waar te nemen. De ODBN is hier niet immuun voor, dus ook ons verzuimpercentage is gestegen. Samen met onze arbodienst continueren we de intensieve begeleiding en nemen we ook preventieve acties, waarbij we blijven streven naar een maximaal verzuimpercentage van 5,5%. In het sociaal jaarverslag zal hier verder op worden ingegaan.
Formatieomvang De aanpassing van de opdrachtomvang en het cao-akkoord 2023 hebben ook gevolgen voor de benodigde formatie. In onderstaand overzicht is de benodigde formatieomvang opgenomen voor het realiseren van de definitieve opdrachten.
ARBEIDSMIX
JAARREKENING 2022
BEGROTING 2023 NA WIJZIGING
BEGROTING 2024
Planning & Control Voor de planning & control in 2024 zetten we in op verdere doorontwikkeling van de bestaande methodiek. In 2023 worden voor een aantal koppelingen tussen systemen nieuwe versies in gebruik genomen. Dit moet het uitwisselen van gegevens tussen verschillende systemen vergemakkelijken. Met de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2024 zullen mogelijk deze koppelingen verder ge-update moeten worden. Voor het financiële systeem is door de leverancier de update naar een Cloud-oplossing uitgesteld naar in ieder geval 2024. Informatisering en automatisering (I&A) In vervolg op de IV-Visie en het IV-Uitvoeringsplan 2021-2022 is een nieuw I&A-uitvoeringsplan 2023-2024 in werking gesteld en wordt daar intussen uitvoering aan gegeven. Wat we zien is dat de effecten van het uitstellen van de Omgevingswet ook op I&A doorwerkt door het langer in stand houden van bestaande, deels achterhaalde, applicatie inrichtingen en het
FTE IN %
Primair proces
230,0
233,1
245,1
77%
Overhead
66,7
69,0
73,2
23%
TOTAAL
296,7
302,1
318,3
100%
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Communicatie HCorporate communicatie blijft een van de speerpunten op het gebied van communicatie voor de ODBN, in diverse middelen zoals de website, nieuwsbrieven en social media. Ook ziet team communicatie dat de maatschappij steeds vaker transparantie vraagt van overheidsinstanties, dus ook van de omgevingsdiensten. Dit is te zien in het aantal persvragen die zij ontvangen en het soort vragen die zij krijgen. Afstemming met onze deelnemers blijft in de beantwoording van deze steeds kritischere vragen enorm belangrijk. Zo vormen we een eenduidige boodschap vanuit alle partijen. Ook interne communicatie blijft een belangrijk onderdeel van het werk van team communicatie. De medewerkers worden van alle actualiteiten en ontwikkelingen op de hoogte gebracht, en grote interne veranderingen worden in communicatie begeleid. Andere speerpunten in 2024 zijn onder andere arbeidsmarktcommunicatie en de communicatie rondom de Omgevingswet.
ODBN Programmabegroting 2024
57
58
parallel migreren naar de nieuwe, op de Omgevingswet gerichte, applicatie. We zullen per 1-1-2024 zeker klaar zijn om conform de Omgevingswet onze werkzaamheden te kunnen ondersteunen. Intussen is ook de Wet open overheid (Woo) in werking getreden en hebben we de nodige maatregelen genomen om te effecten hiervan te borgen in onze processen. In combinatie met de Wet elektronische publicaties (Wep) zullen we ook in 2024 zorgen voor een juiste verwerking van de documenten die voor publicatie in aanmerking komen. Business Intelligence (BI) We constateren dat de vraag naar informatie met een hoogkwalitatief karakter steeds groter wordt, en de verwachting is dat de vraag alleen maar gaat groeien in de komende jaren. Dit is de reden waarom er ook in 2024 extra wordt geïnvesteerd in het BI-Cluster. Het IGW (informatiegestuurd werken) vormt een steeds belangrijker fundament onder al onze werkzaamheden. Door datastromen aan elkaar te koppelen en te transformeren tot waardevolle informatie en inzichten kunnen we onze VTH-werkzaamheden slimmer inrichten. De drie pijlers binnen IGW zijn: 1. Verbeteren datakwaliteit. 2. Waardecreatie door middel van dataproducten. 3. Investeren in datacultuur;. In 2024 wordt ingezet op deze drie pijlers. Jaarlijks wordt bezien of nieuwe aanvullende projecten worden opgestart.
Daarbij wordt het uitgangspunt gehanteerd dat projecten bijdragen aan het efficiënter en effectiever uitvoeren van het werk in het primaire proces.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Informatieveiligheid In een zich steeds verder digitaliserende wereld neemt de cybercriminaliteit hand over hand toe en bovendien steeds zwaardere vormen aan. Deze ongewenste ontwikkeling betekent dat het belang van informatieveiligheid en privacybescherming alleen maar toeneemt. De ODBN volgt de stand der techniek bij het nemen van maatregelen om onze data zo goed mogelijk te beschermen. Daarnaast wordt ruim aandacht besteed aan het scholen en voorlichten van onze collega’s op het gebied van informatieveiligheid en privacybescherming.
Paragraaf Verbonden partijen Verbonden partijen zijn gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, verenigingen en vennootschappen waarin de ODBN een bestuurlijk en financieel belang heeft. Bestuurlijk belang Betreft zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Financieel belang Betreft een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Bij deelname in een vennootschap betreft het financiële belang het bezit van aandelen en het ontvangen van bijbehorend dividend.
ODBN Programmabegroting 2024
59
60
De ODBN is per 1 juli 2019 aangesloten bij het Bureau Inkoop en Aanbesteding Zuidoost-Brabant (Bizob). Daarmee is Bizob, volgens de letter van de wet, de enige officiële verbonden partij van de ODBN. In onderstaande overzicht wordt nader ingegaan op de verbonden partij “Bizob”. PROGRAMMA 3 BEDRIJFSVOERING 1. G EMEENSCHAPPELIJKE REGELING BUREAU INKOOP EN AANBESTEDING ZUIDOOST-BRABANT Publiek Belang
Inkoopuitgaven maken een zeer groot deel uit van de jaarlijkse begroting. Door samenwerking kunnen organisaties hun inkoop professionaliseren. Daarnaast vertaalt de kwaliteit van inkoop zich direct in de kwaliteit van producten, diensten en werken. Goed ingerichte inkoopprocessen vergroten het vertrouwen van de samenleving in de manier waarop gemeenschapsgeld wordt besteed.
Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij
De gewijzigde Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) laat voldoende ruimte over om eigen beleid te voeren op het gebied van inkopen en aanbesteden. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid waarborgt de naleving van wet- en regelgeving, een doelmatige inkoop en bestuurlijke integriteit. Het inkoopbeleid gaat uit van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: openheid, objectiviteit en zorgvuldigheid. Door gebruik te maken van objectieve voorwaarden, kunnen gemeenten de keuze voor een leverancier verantwoorden. Deze helderheid biedt ook voordelen voor ondernemers, die weten waar ze aan toe zijn.
Partijen
Diverse gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen.
Bestuurlijk belang
Een bestuurslid van de ODBN wordt aangewezen om de ODBN te vertegenwoordigen in het bestuur van Bizob.
Financieel belang
De ODBN draagt jaarlijks bij aan de exploitatie van Bizob via een bedrag per afgenomen dag. De bijdrage voor 2022 was geraamd op € 77.851,-.
Financiële informatie
Eigen vermogen: per 1-1-2021 € 974.598 per 31-12-2021 € 1.405.076 (inclusief resultaat 2021)
Daarnaast kent de ODBN de volgende organisaties waarmee een intensieve samenwerkingsrelatie wordt onderhouden: ➜ De deelnemers van ODBN: de 10 gemeenten (Gemeente Bernheze, Gemeente Boekel, Gemeente Boxtel, Gemeente Maashorst, Gemeente Meierijstad, Gemeente Land van Cuijk, Gemeente Oss, Gemeente ’s-Hertogenbosch, Gemeente Sint-Michielsgestel en Gemeente Vught) in de regio Noordoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant. ➜ De twee collega-omgevingsdiensten die actief zijn binnen Noord-Brabant; de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) en de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). ➜ De samenwerkingspartners in het kader van Samen Sterk in Brabant (SSiB); te weten Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabant Landschap, Brabant Water, Evides, Waterschap Aa en Maas, Brabants Particulier Grondbezit, Waterschap De Dommel, Waterschap Brabantse Delta en Waterschap Rivierenland.
Niet van toepassing zijnde paragrafen Voor de ODBN zijn de onderstaande, in de het BBV voorgeschreven, paragrafen niet van toepassing: ➜ Paragraaf Lokale Heffingen ➜ Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ➜ Paragraaf Grondbeleid.
Vreemd vermogen: per 1-1-2021: € 1.008.732 per 31-12-2021: € 1.139.796 Resultaat 2021: € 568.702
Eventuele risico's
Niet van toepassing
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
61
62
ll Financiele Begroting 2024
63
4
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Programmabegroting 2024
64
Financiële samenvatting
Op 21 december 2022 is de Kadernota 2024 vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Deze vormt de basis voor het de begroting 2024. Het meerjarenperspectief van deze begroting is sluitend en bovendien kunnen we in deze begroting een structureel positief resultaat presenteren van bijna 35.000 euro. In deze begroting zijn de kaders vertaald uit de Kadernota 2024. De begroting 2024 kent beperkt aanpassingen op het beleid. De bestaande budgetten zijn geïndexeerd met de index conform het CPB. De urenraming, met de daarbij horende formatie, is bijgesteld op basis van de gewijzigde productiviteit, gemeentelijke conceptwerkprogramma’s 2024 en de herziene provinciale opdracht 2023.
65
een flexibele schil van maximaal 20%. Hiermee blijven we in staat om in te spelen op actuele ontwikkelingen en het bedrijfsrisico bij minder opdrachten af te dekken. Voor deze flexibele schil wordt vanaf de begroting 2023 geen extra toeslag meer begroot. De afname in de declarabiliteit en de stijging van het aantal uren leidt tot een grotere vraag naar mensen. In de huidige krappe arbeidsmarkt is en blijft het een uitdaging om genoeg geschoolde mensen te vinden en te behouden. Vanuit de ODBN zetten we op vele zaken in om een aantrekkelijke werkgever te zijn en te blijven om zo ons personele bestand op peil te houden. Als de ontwikkeling van het moeten werven van veel nieuwe medewerkers in 2022 zich voort blijft zetten in 2024 , dan zal de druk op de declarabiliteit toenemen.
In de Kadernota 2024 hebben we de ontwikkelingen rondom de cao 2023 geschetst. Op het moment van vaststellen van de Kadernota was er nog geen zicht op een akkoord tussen de werkgeversorganisatie en de vakbonden. Inmiddels ligt er een onderhandelingsakkoord, deze is verwerkt in deze begroting. Voor 2024 is er nog geen cao, daarom is voor de lonen nog gewerkt met de indexering conform het CPB. Een onderdeel van het nieuwe cao-akkoord is de toekenning van 1 extra verlof- en 1 extra feestdag ten opzichte van de 6 bovenwettelijke dagen die de vorige cao toekende. Dit heeft tot gevolg dat we de productiviteit verder neerwaarts hebben moeten bijstellen met als gevolg dat declarabiliteitsnorm daalt naar afgerond 1.302 in 2024. Dit leidt niet alleen tot een (beperkte) verhoging van het tarief, maar ook tot een hogere benodigde formatie omdat hetzelfde werk met meer mensen uitgevoerd moet worden. In deze begroting is gerekend met ruim 321.000 uren. Dit is een stijging van ruim 11.000 uren ten opzichte van de begroting 2023 na wijziging. Zowel de gemeentelijke werkprogramma’s als de herziene provinciale opdracht laten een stijging zien. De toename in uren vertaalt zich, conform bestaande systematiek, door in een bijstelling van het aantal benodigde fte’s in het primaire proces. We laten daarbij ook de formatie van de overhead meestijgen, maar blijft binnen de norm van 23% blijft.
De totale kosten van de overhead blijven ook binnen de afgesproken KPI van 35% van de omzet. Om in te kunnen blijven spelen op de ontwikkelingen en eventuele wijzigingen hanteren we
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
66
67
MEERJARENPERSPECTIEF BATEN EN LASTEN BEDRAGEN X € 1000
In het meerjarenperspectief, zoals hierboven gepresenteerd, zijn de ramingen 2024 structureel doorgetrokken naar 2027. In deze begroting is, anders dan bij de vastgestelde begroting 2024, ervan uitgegaan dat de inzet op Samen Sterk in Brabant (SSiB) impuls structureel voortgezet gaat worden. Dit op basis van de gesprekken die de afgelopen tijd gevoerd zijn.
BEGROTING 2023
BEGROTING 2024
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
BEGROTING 2027
Individuele dienstverlening
18.219
19.933
19.933
19.933
19.933
Regionale dienstverlening
2.569
2.809
2.809
2.809
2.809
Bedrijfsvoering
13.012
13.751
13.751
13.751
13.751
0
0
0
0
0
33.800
36.492
36.492
36.492
36.492
De financiële vertaling van de individuele werkprogramma’s vormt de basis van het budget dat in de afzonderlijke begrotingen van de deelnemers moet worden gereserveerd.
Individuele dienstverlening
30.279
32.622
32.622
32.622
32.622
Regionale dienstverlening
3.518
3.792
3.792
3.792
3.792
Voor de basistaken geldt dat gemeenten deze bij de ODBN neer dienen te leggen. Voor de (overige) verzoektaken geldt dat de gemeente zelf de afweging maakt of deze taken in eigen beheer uitgevoerd worden, of en in welke omvang dat deze belegd worden bij de ODBN.
Bedrijfsvoering
0
0
0
0
0
Reserves
43
113
113
113
113
33.840
36.527
36.527
36.527
36.527
LASTEN
Reserves TOTAAL LASTEN
BATEN
TOTAAL BATEN
SALDO VAN BATEN EN LASTEN
39
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
35
35
35
35
De gemeentelijke concept-werkprogramma’s 2024 zijn vertaald naar deze begroting. Voor deze vertaling is gebruik gemaakt van het gemiddelde tarief uit deze begroting van € 112,60. Op basis van de ontwikkelingen die gemeenten voor 2024 verwachten, worden de werkprogramma’s in de loop van 2024 gezamenlijk verder aangescherpt zodat de definitieve werkprogramma’s voor 1 december 2023 kunnen worden vastgesteld
In deze begroting is de provinciale opdracht opgenomen op basis van de herziene opdracht 2023. In de komende periode wordt samengewerkt met de provincie Noord-Brabant en de 2 andere Brabantse omgevingsdiensten om de provinciale opdracht 2023 verder vorm te geven. Deze begroting van de ODBN gaat over de verwachte ontwikkelingen die de ODBN als organisatie in zijn totaliteit voorziet voor 2024 in aansluiting op de Kadernota 2024. De effecten van de definitieve opdrachten 2024 zullen bij de eerste bestuursrapportage in 2024 verwerkt worden in de begroting.
ODBN Programmabegroting 2024
68
Algemeen
Inleiding De financiële begroting geeft inzicht in de algemene uitgangspunten waarop de geraamde baten en lasten van de verschillende programma’s tot stand zijn gekomen. Verder zijn, conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), deze geraamde baten en lasten voor het jaar 2024 en voor het meerjarenperspectief 2025-2027 inzichtelijk gemaakt. In de toelichting op de baten en lasten zijn niet alleen de verschillen ten opzichte van de begrotingscijfers aangegeven, maar ook de incidentele baten en lasten in een overzicht weergeven. Tenslotte is op hoofdlijnen de financiële positie van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) uiteengezet.