23. ODBN – Gewijzigde begroting 2023, programmabegroting 2024 en reactienota
Tekst van het document
Omgevingsdienst Brabant Noord Begrotingswijziging 2023
INHOUD Aanleiding
3
Effecten Cao akkoord 2023
3
Prijsontwikkelingen
4
Definitieve opdracht 2023
4
Programma’s
5
Financiële Samenvatting
5
1. Individuele dienstverlening
5
2. Regionale dienstverlening
6
3. Bedrijfsvoering
7
4. Reserves
8
Financiële begroting
9
Urenraming
9
Declarabiliteit
9
Formatieomvang
10
Totaal lasten verdeeld naar programma’s en overhead
10
Gemiddeld begrotingstarief
11
Functionele tarieven
11
Incidentele baten en lasten
11
Investeringskredieten
12
Deelnemersbijdrage
13
Aanleiding De begroting 2023 is opgesteld aan het begin van 2022. In deze periode waren veel ontwikkelingen nog niet duidelijk. In deze begroting is gebruik gemaakt van de CPB-cijfers uit de macro-economische verkenningen van september 2021 en van de concept gemeentelijke werkprogramma’s 2023 en de provinciale opdracht 2022. Inmiddels zijn er diverse ontwikkelingen geweest. De oorlog in de Oekraïne en de energiecrisis hebben geleid tot stijging van de lonen en prijzen. In 2022 hebben we deze ontwikkelingen binnen de begroting weten op te vangen. In 2023 zien we dat er diverse ontwikkelingen zijn die niet meer binnen de begroting op te vangen zijn. Daarmee stellen we voor om de begroting 2023 aan te passen. De aanleiding om de begroting aan te passen ligt in een aantal oorzaken: a. De effecten van het nieuwe Cao-akkoord kunnen niet binnen de opgenomen loonindex van 2,3% opgevangen worden. b. De prijsontwikkelingen kunnen niet meer opgevangen worden binnen de opgenomen prijsindex van 1,6%. c. De primitieve begroting is gebaseerd op de concept werkprogramma’s en provinciale opdracht 2023. Deze zijn inmiddels definitief en in omvang toegenomen.
EFFECTEN CAO-AKKOORD 2023
Bij het opstellen van de begroting 2023 in het voorjaar van 2022 was er nog geen duidelijkheid over de Cao voor 2023. Daarom hebben we, conform bestaand beleid, de loongevoelige uitgaven van de begroting 2023 geïndexeerd met de index zoals het CPB deze in de Macro Economische verkenning presenteert. Voor de jaarschrijf 2023 kwam dit percentage uit op 2,3%. In 2022 is er lang onderhandeld over een nieuwe cao. Het bod van de werkgevers en de eis van de bonden heeft een lange tijd ver uit elkaar gelegen. Eind februari 2023 is er een onderhandelingsakkoord bereikt voor een cao voor het jaar 2023. Dit akkoord is nog niet definitief en moet nog officieel aan de achterban voorgelegd worden. Dit gebeurt eind maart / begin april. Vooruitlopend op dit akkoord stellen we voor om het onderhandelingsakkoord te verwerken in deze begroting. Belangrijkste componenten uit dit akkoord zijn: - Alle loonschalen worden verhoogd met € 240,- netto per maand - Alle lonen worden vervolgens geïndexeerd met 2% - Er komt een extra verlofdag per 01-01-2023 waardoor het totaal aan bovenwettelijk verlof op 7 werkdagen komt. - Per 01-01-2024 wordt 5 mei een officiële vrije feestdag. Aanpassing loonschalen en indexering van 2% De aanpassing van de loonschalen met € 240,- in de maand plus de indexering van 2% leidt ertoe dat vooral de mensen in de lagere loonschalen meer profiteren van deze nieuwe cao.
In de lagere loonschalen en -tredes kan de indexering oplopen tot ruim 10%. In de hoogste loonschalen beperkt de indexering zich tot maximaal 4%.
Het leidt er ook toe dat de verwerking van de cao niet identiek is voor alle loonschalen. Daardoor ontstaat de noodzaak om de functionele tarieven te herzien. Dat is in dit voorstel tot wijziging dan ook opgenomen. Extra verlofdag & feestdag In de cao 2021-2022 zijn afspraken gemaakt over de harmonisatie van het bovenwettelijk verlof. Dit heeft ertoe geleid dat er 6 bovenwettelijke verlofdagen bij gekomen zijn, waarna alle lokale afspraken vervallen. De ODBN kende een zeer beperkte bovenwettelijk verlofregeling. Hierdoor zijn deze 6 extra verlofdagen (vertaald zich in 43,2 uur op jaarbasis) grotendeels ten laste gekomen van de declarabiliteit in 2023. De declarabiliteit is in de vastgestelde begroting 2023 verlaagd naar 1.316 uur. De extra verlofdag (7,2 uur) die nu in de cao 2023 is overeengekomen verlaagd de declarabiliteit verder naar 1.308,8. Tevens is in de cao 2023 overeengekomen dat Bevrijdingsdag (5 mei) een officiële feestdag wordt waarbij alle medewerkers een vrije dag krijgen. Deze gaat in per 01-01-2024. Dat betekent dat in 2024 de declarabiliteit verder verlaagd wordt naar 1.301,6 uren op jaarbasis. Dit effect zit niet in deze begrotingswijziging, maar is meegenomen in de ontwerpbegroting 2024.
PRIJSONTWIKKELINGEN
Bij het opstellen van de begroting 2023 hebben we gebruik gemaakt van de prijsindexeringen volgens de CPB-ramingen uit september 2021. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Macro Economische Verkenning van het CPB. Voor 2022 hebben we gewerkt met een index van 1,5% en voor 2023 met een index van 1,6%. In het jaarverslag 2022 hebben we al aangegeven dat we zien dat de prijzen stijgen als gevolg van de oorlog in Oekraïne, de energiecrisis en duurdere arbeid. In 2022 hebben we dit nog deels weten op te vangen door middel van goed contractmanagement, maar we verwachten hier een inhaalslag. Er zijn leveranciers die hun prijzen met ruim 10% verhogen Dit is ook terug te zien in de cijfers van het CPB. Waar bij het opstellen van de begroting 2023 de prijsindex voor 2022 nog op 1,5% stond, is dat in de meest recente MEV 7,8%. Voor 2023 zien we dat de opgenomen 1,6% inmiddels door het CPB aangepast is naar 5,9%. Deze begrotingswijziging voorziet in de aanpassingen van de prijsindexeringen over 2022 en 2023 naar het niveau van de laatste cijfers uit de laatste MEV.
DEFINITIEVE OPDRACHT 2023
Bij het opstellen van de begroting 2023 waren de definitieve opdrachten nog niet bekend. De opstelling van de begroting is gebeurd op basis van de concept gemeentelijke werkprogramma’s 2023 en de provinciale opdracht 2022. De definitieve opdracht laat een groei van ruim 13.500 uren zien ten opzichte van de vastgestelde begroting 2023. Nu de begrotingswijziging voorligt, willen we van dit moment gebruik maken om de begroting aan te laten sluiten bij de definitieve opdrachten van onze deelnemers.
Programma’s FINANCIËLE SAMENVATTING
In deze begrotingswijziging zijn 3 effecten verwerkt. Hierdoor stijgt de omvang van de begroting 2023 naar een omvang van ruim € 33,8 miljoen euro. Nadat alle effecten verwerkt zijn, resteert een begrotingsresultaat van € 39.400 euro, in de vastgestelde begroting 2023 was dit € 42.300. Meerjarenperspectief baten en lasten
Begroting
Begroting 2023 na wijziging
Bedragen x €1.000,-
2023
LASTEN Individuele dienstverlening Regionale dienstverlening Bedrijfsvoering Reserves Onvoorzien TOTAAL LASTEN
16.972 2.521 11.621 0 100 31.214
18.219 2.569 12.912 0 100 33.800
BATEN Individuele dienstverlening Regionale dienstverlening Bedrijfsvoering Reserves TOTAAL BATEN
27.771 3.485 0 0 31.256
30.279 3.518 0 43 33.840
42
39
SALDO VAN BATEN EN LASTEN
1. INDIVIDUELE DIENSTVERLENING Individuele dienstverlening bedragen x € 1.000,Personeel Bedrijfsmiddelen Totaal lasten Basis- en VTH-verzoektaken (Overige) Verzoektaken Aanvullende verzoektaken Totaal baten Saldo
Begroting 2023
Begroting 2023 na wijziging
16.842 130 16.972 15.397 11.518 857
18.089 130 18.219 15.865 13.521 893
27.771 10.800
30.279 12.060
Personeel De stijging van de personele lasten zijn te verklaren doordat er meer mensen nodig zijn om het werk binnen individuele dienstverlening te verrichten doordat de omvang van de definitieve opdrachten
zijn toegenomen en doordat de declarabiliteit per fte afneemt. Daarnaast speelt de verwerking van de cao in deze begrotingswijziging ook een rol in de toename van de lasten. Bedrijfsmiddelen In deze post zit de raming voor out-of-pocketkosten die voor diverse opdrachten gemaakt worden. Deze kosten worden één op één door gefactureerd naar de deelnemers. De raming is hier niet aangepast. Baten basis- en (overige) verzoektaken De raming is gebaseerd op het aantal afgenomen uren in de definitieve opdrachten vermenigvuldigd met het gemiddelde begrotingstarief. De raming neemt toe doordat zowel het aantal uren toeneemt als een toename van het gemiddelde uurtarief. Baten aanvullende verzoektaken De raming is gebaseerd op een inschatting van het aantal uren voor werkzaamheden buiten de definitieve opdracht om vermenigvuldigd met het gemiddelde begrotingstarief. De raming neemt toe doordat het gemiddelde uurtarief toeneemt. De uren zijn hier gelijk gehouden aan de raming van de vastgestelde begroting 2023.
2. REGIONALE DIENSTVERLENING Regionale dienstverlening bedragen x € 1.000,Personeel Bedrijfsmiddelen Totaal lasten Collectieve taken Samen Sterk in Brabant Overige regionale programma's Totaal baten Saldo
Begroting 2023
Begroting 2023 na wijziging
1.913 608 2.521 815 2.502 168
1.927 643 2.569 853 2.520 146
3.485 964
3.518 949
Personeel De stijging van de personele lasten zijn te verklaren doordat er meer mensen nodig zijn om het werk binnen regionale dienstverlening te verrichten doordat de declarabiliteit per fte afneemt. Daarnaast speelt de verwerking van de Cao in deze begrotingswijziging ook een rol in de toename van de lasten. Bedrijfsmiddelen Door het aanpassen van de indexeringen voor 2022 en 2023 nemen de lasten voor bedrijfsmiddelen toe. Het gaat hier voornamelijk om de werkbudgetten van Collectieve Taken, Samen Sterk in Brabant, bodeminformatiesysteem en de milieuklachtencentrale. Baten collectieve taken De aanpassing van de raming komt door de aanpassingen in de loonkosten en werkbudget voor de collectieve taken als gevolg van de cao en de indexeringen. De kosten voor collectieve taken zijn vervolgens gedeeld door het aantal inwoners van onze deelnemers per 1 januari 2022 conform het CPB. Hierdoor is het nieuwe tarief per inwoner ontstaan. In de begroting 2023 was nog gewerkt met
het inwoneraantal 2021. Doordat het inwoneraantal tussen 2021 en 2022 toeneemt met bijna 4.400 inwoners wordt het effect van de stijgende kosten wat gedempt voor de deelnemers. Baten SSiB Voor SSiB zijn de lasten ook geïndexeerd. Dit leidt tot een stijging van de bijdragen voor alle deelnemers. In de vastgestelde begroting 2023 was daarnaast nog een incidentele subsidie voor SSiB 3.0, ook wel de impulsgelden genoemd, opgenomen. Door het verwerken van de cao en de prijsindexen is deze subsidie op begrotingsbasis niet meer kostendekkend. De incidentele subsidie 2023 is niet aangepast. Om toch alles te kunnen uitvoeren conform plan, wordt voor 2023 incidenteel een bedrag uit de egalisatiereserve onttrokken om het geheel sluitend te maken. In deze begroting is nog geen rekening gehouden met de rijkssubsidie, deze is nog niet vrijgegeven. Zodra de mogelijkheid bestaat, zullen we deze aanvragen. Wanneer deze toegekend wordt, zal in overleg met de deelnemers bepaald worden hoe deze ingezet zal worden.
3. BEDRIJFSVOERING Bedrijfsvoering bedragen x € 1.000,-
Begroting 2023
Begroting 2023 na wijziging
Personeel en inhuur Opleidingen en loopbaanbegeleiding Dienstreizen / woon-werk Overige personele kosten Organisatie Huisvesting Kantoorkosten Informatisering / automatisering Vervoermiddelen Externe deskundigheid Overige lasten
6.658 841 587 295 197 709 149 1.767 82 232 104
6.699 917 649 328 218 792 165 1.966 92 259 828
Subtotaal bedrijfsvoering Onvoorzien Totaal lasten Personeel en inhuur Overige baten Totaal baten Saldo
11.621 100 11.721 0 0
12.912 100
0 -11.721
0 -13.012
13.012 0 0
Personeel De stijging van de personele lasten zijn te verklaren doordat de overhead meegroeit met de groei in het primaire proces en door de Cao-effecten. Diverse budgetten De budgetten stijgen doordat deze gecorrigeerd zijn voor de nieuwe indexeringen. Daarnaast groeien de budgetten mee met de groei in het primair proces. Onvoorzien De afgelopen jaren is de stelpost onvoorzien beperkt ingezet. Daarom is in deze begroting deze stelpost niet aangepast.
4. RESERVES Regionale dienstverlening bedragen x € 1.000,-
Begroting 0
Storting in de reserves Totaal lasten Onttrekking aan de reserves Totaal baten Saldo
0 0 0 0 0
Begroting 0 0 0 43 43 43
Onttrekking reserves Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2023 is er een onttrekking aan de reserve toegevoegd. Het betreft hier een onttrekking aan de egalisatiereserve SSiB voor het deel van de gestegen kosten voor SSiB impuls dat niet binnen de afgegeven subsidie gedekt kon worden.
Financiële begroting URENRAMING
Doordat de definitieve opdracht 2023 verwerkt is in deze begrotingswijziging, veranderen ook de uren op de onderdelen. In de eerste bestuursrapportage 2022 is een andere indeling van het aantal uren voorgesteld. Deze indeling is nu ook in deze begrotingswijziging verwerkt. Uren begroting 2023 56.250
Uren 2023 na wijziging 53.896
toezicht & handhaving
72.656
73.140
totaal basistaken
128.906
127.036
vergunningverlening
62.209
73.609
toezicht & handhaving
19.990
21.585
overige verzoektaken
21.504
23.643
totaal verzoektaken
103.703
118.837
Algemene werkzaamheden
21.898
22.334
Juridische dienstverlening
1.921
1.852
totaal basistaken
23.819
24.186
aanvullende opdrachten
8.200
8.200
264.628
278.259
collectieve taken
7.316
7.316
samen sterk in Brabant
Programma's 2022 vergunningverlening
totaal individuele dienstverlening
23.227
23.227
klachten / crisispiket
34
34
bodeminformatiesystemen
154
154
beheer en nazorg stortplaatsen
85
85
totaal regionale dienstverlening
30.816
30.816
TOTAAL ODBN
295.444
309.075
DECLARABILITEIT
In de afgelopen periode zijn er diverse ontwikkelingen geweest op het gebied van de declarabiliteit. In onderstaande tabel zijn de ontwikkelingen op een rijtje gezet. Declarabiliteit
Aantal uren gemiddeld per fte
Begroting 2022
1.350,0
- Cao 2021-2022: 6 extra verlofdagen per 1 januari 2023
-/- 43,2
- Vervallen lokale verlofregeling
9,2
Vastgestelde begroting 2023
1.316,0
- Cao 2023: 1 extra verlofdag per 1 januari 2023
-/- 7,2
Begroting 2023 na wijziging
1.308,8
- Cao 2023: Bevrijdingsdag als officiële feestdag per 1 januari 2024
-/- 7,2
Begroting 2024
1.301,6
FORMATIEOMVANG
De aanpassing van de opdrachtomvang en het Cao-akkoord brengen ook veranderingen in de benodigde formatie met zich mee. In onderstaand overzicht is de benodigde formatieomvang opgenomen voor het realiseren van de definitieve opdrachten. Vastgestelde begroting 2023 Jaarrekening Arbeidsmix 2021 219,0 Primair proces 63,0 Overhead
Begroting 2022 198,3
Begroting 2023 221,8
58,9
66,2
23,0%
282,0
257,2
288,0
100%
Begroting 2023 na wijziging Begroting Arbeidsmix 2023 na wijziging Primair proces 233,1
FTE in %
Totaal
77,0%
Overhead
69,0
23,0%
Totaal
302,1
100%
TOTAAL LASTEN VERDEELD NAAR PROGRAMMA’S EN OVERHEAD Totaal lasten bedragen x € 1.000,-
Begroting 2023 na wijziging Totaal Primair Overhead
Personeel en inhuur Opleidingen en loopbaanbegeleiding Dienstreizen / woon-werk Overige personele kosten Organisatie Huisvesting Kantoorkosten Informatisering / automatisering Vervoermiddelen Externe deskundigheid Overige lasten Subtotaal Onvoorzien Totaal lasten
26.714 987 649 356 218 792 165 1.966 239 259 1.356 33.700 100 33.800
20.016 776 500 207 0 0 0 0 192 0 483 22.174 0 22.174
6.699 211 149 149 218 792 165 1.966 47 259 873 11.527 100 11.627
FTE in % 77,0%
GEMIDDELD BEGROTINGSTARIEF
In onderstaande tabel is de berekening van het gemiddelde begrotingstarief weergegeven. Hierbij worden de totale lasten verdeeld over het primaire proces en overhead. Vervolgens worden de lasten die gedekt worden uit een vaste bijdrage uit de berekening weggehaald. Vervolgens worden de overige lasten gedeeld door het aantal uren uit de begroting. Daarmee komt het gemiddelde tarief uit deze begroting 2023 na wijziging uit op € 108,87. Berekening uurtarief 2023 Totaal lasten Begrotingsresultaat Lasten gedekt door vaste bijdrage Totaal lasten te dekken via tarieven Geraamde declarabele uren Gemiddeld tarief 2023 H
Primair proces 22.173.607 25.610 1.893.843 20.305.374 285.8481 € 71,04
Overhead 11.626.729 13.790 824.875 10.815.644 285.8481 € 37,84
Totaal 33.800.336 39.400 2.718.718 31.121.018 € 108,87
1 Voor de berekening van het gemiddelde uurtarief, worden de uren van SSiB buiten beschouwing gelaten.
FUNCTIONELE TARIEVEN Functieschaal
Begroting 2023
Begroting 2023 na wijziging
Niveau 5
€ 65,72
€ 71,08
Niveau 6
€ 69,68
€ 74,56
Niveau 7
€ 76,28
€ 81,44
Niveau 8
€ 85,32
€ 91,88
Niveau 9
€ 97,28
€ 103,40
Niveau 10
€ 107,80
€ 114,64
Niveau 11
€ 123,36
€ 129,92
Niveau 12
€ 140,56
€ 145,76
Niveau 13
€ 153,68
€ 156,84
INCIDENTELE BATEN EN LASTEN Incidentele baten en lasten
Lasten /
Begroting
Begroting 2023
Bedragen x € 1.000,-
Baten
2023
na wijziging
N.v.t.
Baten en lasten
Programma: Individuele dienstverlening Impulsgelden SSIB 3.0 Lasten SSiB 3.0 incl. extracomptabele overhead
Baten Lasten
Programma: Regionale dienstverlening N.v.t. Programma: Bedrijfsvoering
Baten
0
0
0
0
- 1.490 1.490
43 0
0
43
0
0
0
0
Onttrekking egalisatiereserve SSiB
Baten
0
- 43
Reserves
0
-43
Saldo incidentele baten en lasten
0
0
Baten worden negatief weergegeven.
In 2023 wordt een incidentele subsidie ontvangen voor SSiB 3.0, ook wel de impulsgelden genoemd. Door het verwerken van de Cao en de prijsindexen is deze subsidie op begrotingsbasis niet meer kostendekkend. Om toch alles te kunnen uitvoeren conform plan, wordt voor 2023 incidenteel een bedrag uit de egalisatiereserve onttrokken om het geheel sluitend te maken. Voor de jaren 2024 zijn toezeggingen gedaan om de bijdrage voor SSiB structureel te maken. In deze gewijzigde begroting is dit verwerkt.
INVESTERINGSKREDIETEN
In de vastgestelde begroting 2023 zijn 2 investeringskredieten opgenomen die gevoteerd zijn door het algemeen bestuur. Door groei van de organisatie en een grotere vervangingsvraag dan verwacht, zien we dat deze gevoteerde kredieten niet genoeg zijn om de vraag in 2023 op te vangen. Daarom stellen we voor de bestaande kredieten in 2023 op te hogen. De hogere kapitaallasten die dit met zich meeneemt, kan opgevangen worden binnen de bestaande budgetten. Dit kan doordat de budgetten groeien door het groeiend aantal uren en de daarmee stijgende omzet.
Berekening uurtarief 2023 Aanschaf laptops Aanschaf mobiele telefoons
Bedrag in begroting 2023 € 25.000 € 12.000
Bedrag in aangepaste begroting 2023 € 35.000 € 40.000
Termijn afschrijving 3 3
Nu de Coronacrisis voorbij is, zien we dat het aantal hybride vergaderingen toeneemt. Niet alle vergaderruimtes zijn op dit moment ingericht voor deze hybride vorm van vergaderen. Daarnaast zien we dat de systemen van een aantal vergaderruimtes aan vervanging toe zijn. Voor de uitbreiding en de vervanging van de huidig systemen vragen we voor 2023 een extra investeringskrediet van € 40.000,- aan. Conform de financiële verordening zal dit bedrag in 5 jaar afgeschreven worden. Berekening uurtarief 2023 Mobiele vergadersystemen
Bedrag in Afschrijvingstermijn begroting 2023 in jaren € 40.000 5
Deelnemersbijdrage
Deelnemer
Gemeente Bernheze Gemeente Boekel Gemeente Boxtel Gemeente Land van Cuijk Gemeente Maashorst Gemeente Meierijstad Gemeente Oss Gemeente 's-Hertogenbosch Gemeente Sint-Michielsgestel Gemeente Vught Provincie Noord-Brabant Diversen TOTAAL
Programma 1 Basis- en VTHverzoektaken gemeenten en Basistaken provincie
1.127.675 395.633 578.098 3.215.149 1.482.266 2.259.486 2.149.309 1.539.640 473.367 391.823 2.252.421 0 15.864.867
Programma 1 Overige Verzoektaken gemeenten, verzoektaken + bufferopdrachten provincie en aanvullende opdrachten
Programma 2 Collectieve taken
Programma 2 Klachtenregeling
443.428 110.176 76.318 632.100 578.753 767.643 367.436 183.120 67.934 76.754 10.217.340 892.700 14.413.702
32.484 11.298 33.932 92.907 59.777 84.617 95.570 160.335 30.452 32.554 218.708 0 852.634
4.700 1.600 4.900 13.500 8.700 12.300 13.900 23.300 4.400 4.700 14.700 0 106.700
Programma 2 Bodemloket
2.664 927 2.783 7.619 4.902 6.939 7.838 0 2.497 2.670 0 0 38.839
Programma 2 SSiB
13.253 8.315 10.743 37.023 17.036 20.849 19.294 12.829 10.291 7.681 1.553.030 809.949 2.520.293
Totaal 2023
1.624.204 527.949 706.774 3.998.298 2.151.434 3.151.834 2.653.347 1.919.224 588.941 516.182 14.256.199 1.702.649 33.797.035
1
Programmabegroting 2024
April 2023, 's-Hertogenbosch
ODBN Programmabegroting 2024
2
Voorwoord
Geachte bestuurders, raads- en statenleden, Hierbij delen we met u de begroting 2024 van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Deze begroting is een vertaling van de Kadernota 2024 die in december 2022 door het Algemeen Bestuur van de ODBN is vastgesteld. Op het moment van het opstellen van deze begroting begin 2023 is het lastig om een voorspelling te doen van wat het jaar 2024 gaat brengen. Ons werkveld kenmerkt zich door veranderingen die de afgelopen jaren alleen maar in omvang en frequentie zijn toegenomen. Jurisprudentie, beleidswijzigingen en uitstel van wetgeving maken het voor onze medewerkers en deelnemers lastig om exact te bepalen wat er in 2024 gaat gebeuren. Op dit moment is de verwachting dat de Omgevingswet per 1-1-2024 in werking treedt waardoor 2024 het eerste jaar wordt waarin we gaan werken onder deze nieuwe wetgeving. Op dat moment zal ook blijken of de systemen en de betreffende organisaties klaar zijn voor deze wijziging. We verwachten dat dit nog tot de nodige uitdagingen gaat leiden. Ook onze omgeving, burgers en bedrijven, zullen met deze nieuwe wetgeving aan de slag gaan. De maatschappelijke dossiers; de Wet natuurbescherming (soorten en gebieden), stikstof, energie, water en bodem zullen van grote invloed zijn op ons werk in 2024. Het zijn tijden met veel dynamiek.
Dat betekent voor onze medewerkers dat ze flexibel moeten zijn, maar ook veel veerkracht moeten tonen. Anderzijds mogen ze meewerken aan grote transities die op ons afkomen waarin de uitvoering een steeds belangrijkere stem krijgt. Immers zonder uitvoering geen beleidseffecten. Naast de uitvoering van beleid zijn we steeds beter in staat om invulling te geven
3
aan de rol van signaleren en agenderen van zaken waar we in de praktijk tegenaan lopen. Deze veranderingen betekenen dat we voortdurend met de deelnemers in gesprek moeten zijn om hier goed mee om te gaan. Op het gebied van financiën is het voor de ODBN lastig om een voorspelling te doen voor 2024. De hoge inflatie en de hogere loonkosten als gevolg van een nieuwe cao betekenen hogere kosten. Deze zijn nauwelijks beïnvloedbaar. We hebben de afgelopen jaren de kostenstijging weten te beperken tot de gevolgen van autonome ontwikkelingen. Onze insteek is om de komende jaren de kostenstijging te blijven beperken tot autonome ontwikkelingen. Daarnaast blijven we werken aan efficiëntere en effectievere methoden. De inzet van informatiegestuurd werken (IGW) en de robotisering van administratieve processen gaan daarbij helpen. Als gevolg van de inflatie en de cao-ontwikkelingen in 2022/2023 hebben we onze kostenstructuur en tarieven opnieuw opgebouwd. Hierdoor hebben we de kostenstijging van het begrote gemiddelde tarief voor 2024 kunnen beperken. Ook 2024 zal een jaar worden met uitdagingen waarin onze medewerkers elke dag hun deskundigheid inzetten om te werken aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving.
Jan Lenssen, Directeur Omgevingsdienst Brabant Noord
ODBN Programmabegroting 2024
4
Inhoud
5
Voorwoord
2
Inleiding
6
I
Beleidsbegroting
8
Programma’s
10
Programma Regionale Dienstverlening en Collectieve Ontwikkelingen
10
1.1
12
1.
Werken onder de omgevingswet
1.2 Regionaal operationeel kader vergunningverlening, toezicht en handhaving
15
(ROK-VTH)
2.
3.
1.3
Transitie zorgvuldige veehouderij
16
1.4
Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS)
17
1.5
Energie
19
1.6
Water
21
1.7
Samen Sterk in Brabant (SSiB)
22
1.8
Milieuklachtencentrale (MKC)
24
Programma Individuele Dienstverlening
26
2.1
Uitvoering VTH-taken
27
2.2
Vergunningverlening
29
2.3
Toezicht
31
2.4
Handhaving
32
2.5
Specialistische dienstverlening
33
2.6
Natuurbescherming
35
2.7
Bodemtaken
36
Programma Bedrijfsvoering
39
3.1
Declarabiliteit
42
3.2
Organisatie
43
3.3
Prijsontwikkeling
44
Paragrafen
47
Paragraaf Weerstandsvermogen & risicobeheersing
47
Paragraaf Financiering
52
Paragraaf Bedrijfsvoering
55
Paragraaf Verbonden partijen
59
Niet van toepassing zijnde paragrafen
61
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
II
Financiële begroting 2024
62
Financiële samenvatting
64
Algemeen
68
Algemene financiële kaders
68
Financieel technische uitgangspunten
69
Baten en lasten begroting 2024-2027
70
Overzicht van baten en lasten 2024
70
Overzicht meerjarenperspectief lasten 2024-2026
71
Totaal lasten verdeeld naar programma’s en overhead
72
Overzicht meerjarenperspectief baten 2024-2027
73
Toelichting op baten en lasten 2024
74
Programma Regionale Dienstverlening
74
Programma Individuele Dienstverlening
75
Programma Bedrijfsvoering
77
Declarabiliteit
78
Tariefontwikkeling
81
Overzicht incidentele baten en lasten 2024
83
Uiteenzetting financiële positie
85
Bijlagen
90
Overzicht bijdragen per deelnemer 2024
92
Overzicht baten en lasten per taakveld
94
Geactualiseerde risicoanalyse
96
Afkortingenlijst
98
ODBN Programmabegroting 2024
6
Inleiding
7
De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) is een gemeenschappelijke regeling van 11 overheden: 10 gemeenten in Noordoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant (onze deelnemers). Samen dragen we een gedeelde verantwoordelijkheid voor een schone, duurzame en veilige leefomgeving voor mensen, dieren en planten. Als verlengstuk van het lokale en provinciale bestuur voert de ODBN een deel van de wettelijke overheidstaken op dit gebied uit. Bij de ODBN werken uitvoeringsexperts op het gebied van vergunningen, toezicht, handhaving en diverse specialismen zoals geluid, bodem, asbest, natuur, omgevingsveiligheid, luchtkwaliteit, geur en mest. De ODBN heeft op de genoemde terreinen een adviserende taak en werkt aan innovatie en ontwikkeling. De taak rondom de groene wetten voert de ODBN voor heel Brabant uit. Vanuit het kantoor in ’s-Hertogenbosch werken meer dan 300 collega's dagelijks aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst. Dat is onze missie.
Oss
's-Hertogenbosch Bernheze Vught
SintMichielsgestel
Boxtel
Meierijstad
Maashorst
Land van Cuijk
Boekel
Onze leefomgeving is divers en een actueel thema voor elke inwoner en ondernemer. Als deskundige uitvoeringsorganisatie signaleren en agenderen we de voortdurende veranderingen in onze leefomgeving. Dit betekent doorlopende ontwikkeling en vernieuwing van ons werk. Onze deskundige medewerkers op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) werken binnen de kaders van de wetten van milieu, natuurbescherming, bouwen en wonen. Zo kunnen we de gemeenten in Noordoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant professioneel en met kennis van zaken adviseren. De ODBN richt zich op samenwerking; binnen de eigen organisatie, met gemeenten, de Provincie en andere relevante organisaties. Gemeenten en de Provincie voelen zich als eigenaar en als opdrachtgever betrokken. Dat is onze visie. Als ODBN zijn we primair een uitvoeringsorganisatie van VTH-taken. We streven naar continue verbetering van de kwaliteit en investeren in de deskundigheid van onze medewerkers, ons belangrijkste kapitaal. Naast de uitvoering van VTH-taken adviseren wij steeds meer over de effecten van beleid in de praktijk. Door ons werk zien we wat er in de leefomgeving gebeurt. Ook Brabantbreed en landelijk dragen we onze expertise uit en staat onze leefomgeving in Brabant Noord centraal. Kortom onze ambitie is: Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
“De ODBN is dé deskundige uitvoerder op het terrein van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Vanuit onze kennis van de praktijk adviseren wij over milieu en natuur en de uitvoerbaarheid en effecten van beleid.“
Leeswijzer De begroting bestaat uit twee onderdelen: de beleidsbegroting en de financiële begroting. In de begroting schetsen wij onze verwachtingen voor 2024: zowel financieel als beleidsinhoudelijk. Als eerste leest u de beleidsbegroting. In dit deel beschrijven we onze beleidsvoornemens voor 2024, mede aan de hand van de ontwikkelingen die op ons afkomen. In het tweede gedeelte van de beleidsbegroting wordt ingegaan op de verplicht voorgeschreven paragrafen, uiteraard voor zover deze van toepassing zijn op de ODBN. In het tweede deel vindt u de financiële begroting. Deze start met de financiële samenvatting waarin de hoofdlijnen van de financiële ontwikkelingen verwoord zijn. In de delen daarna worden de (meerjaren)ramingen gepresenteerd en wordt er getoond waar de afwijkingen zitten. Ook de staat van incidentele baten en lasten en de geprognosticeerde balans zijn in dit deel terug te vinden. P&C cyclus De P&C-cyclus van de ODBN kent drie programma's die leidend zijn voor de indeling van de beleidsbegroting. De volgorde van de programma’s is ten opzichte van eerdere P&C-documenten gewijzigd om de leesbaarheid te vergroten. 1. Het eerste programma heet nu Regionale Dienstverlening en collectieve ontwikkelingen. Dit programma gaat over de taken die de ODBN voor de regio uitvoert, zoals de collectieve taken en Samen Sterk in Brabant (SSiB).
Hierin worden de overkoepelende thema’s beschreven die op diverse punten in deze begroting zijn effect gaan vinden. Denk bijvoorbeeld aan de thema’s als Omgevingswet en het stikstofdossier. 2. Het programma Individuele Dienstverlening gaat over de dienstsverlening aan een deelnemer van zowel de wettelijke basistaken als de verzoektaken die een deelnemer bij de ODBN heeft belegd. Ook zijn hierin de aanvullende verzoektaken opgenomen die buiten de werkprogramma's vallen. 3. Het laatste onderdeel betreft het programma Bedrijfsvoering. De begroting is de nadere concretisering van de Kadernota 2024, waarin wij de ontwikkelingen hebben geschetst die op ons afkomen. In de begroting gaat het om de beleidsinhoudelijke en financiële voornemens van de ODBN als geheel. Daarbij gaan we niet in op de situatie per deelnemer. De concrete werkzaamheden die wij voor elk van onze deelnemers uitvoeren, worden uitgewerkt in de gemeentelijke werkprogramma's en de provinciale opdracht.
ODBN Programmabegroting 2024
8
I. Beleidsbegroting
9
2
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
10
1 Programma’s
11
1 Programma Regionale Dienstverlening en Collectieve Ontwikkelingen Inhoud Programma De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) voert het programma Regionale Dienstverlening en Collectieve Ontwikkelingen uit. Hierin zijn werkzaamheden opgenomen die worden uitgevoerd voor het collectief aan deelnemers. De volgende onderwerpen maken onderdeel uit van dit programma: ➜ Het Ontwikkelprogramma (waaronder het budget Collectieve Taken) waarin de ontwikkelopgaven voor de ODBN worden toegelicht en zijn begroot ➜ Samen Sterk in Brabant (SSiB) ➜ Overige regionale werkzaamheden (voormalig RMB) - Sanering verkeerslawaai (ISV) - Beheer en nazorg (voormalige) stortplaatsen ➜ Diverse ontwikkelingen die van invloed zijn op diverse onderdelen in deze begroting. Beleidskaders/richtlijnen OMSCHRIJVING
DATUM
EXPIRATIEDATUM
HUIDIGE WET TEN VOOR OMGEVINGSWET Wet milieubeheer
1 maart 1993
Activiteitenbesluit
1 januari 2008
1 januari 2024*
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
1 oktober 2010
1 januari 2024*
Wet natuurbescherming
1 januari 2017
1 januari 2024*
Draaiboek deelproces milieubeheer
25 september 2017
NA INVOERING VAN OMGEVINGSWET Omgevingswet
1 januari 2024*
In ontwikkeling
Nadere regelgeving
1 januari 2024*
In ontwikkeling
Een belangrijk onderdeel van de Regionale Dienstverlening is het jaarlijks op te stellen Ontwikkelprogramma. In het Ontwikkelprogramma bundelen we de meerjarige ontwikkelopgaven van de ODBN. Het Ontwikkelprogramma 2024 wordt opgesteld op basis van de Kadernota, deze begroting en de dan actuele ontwikkelingen. Het Ontwikkelprogramma richt zich op productinnovatie en -ontwikkeling, kwaliteitsverbetering en het efficiënter uitvoeren van de primaire taken. Het Ontwikkelprogramma en de daaruit volgende projecten vormen daarmee een vliegwiel voor noodzakelijke ontwikkelingen op het programma Individuele Dienstverlening. De activiteiten uit Ontwikkelprogramma worden gedekt uit het budget Collectieve Taken, Regionaal Operationeel Kader, indirecte uren en vanuit verschillende opdrachten van de Provincie en gemeenten die bij de ODBN zijn neergelegd. En – indien beschikbaar – financieren we activiteiten door middel van een subsidie of een uitkering. Denk daarbij aan de specifieke uitkering (SPUK) energie.
* Uitgaande van besluit invoering Omgevingswet per 1 januari 2024.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
12
Wat willen we bereiken? In het programma Regionale Dienstverlening werkt de ODBN samen met haar deelnemers aan de regionale ontwikkelingen en de voorbereiding en vertaling van beleidsmatige en maatschappelijke ontwikkelingen, zodat deze in de taakuitvoering binnen het programma Individuele Dienstverlening kunnen worden uitgevoerd.
Wat gaan we daarvoor doen in 2024? De huidige samenleving verandert steeds sneller. Daarnaast is wet- en regelgeving soms strijdig of zijn er lacunes in beleid. Dit alles maakt het komen tot een antwoord op de nu relevante en toekomstige vraagstukken ingewikkeld. Dit toont het belang aan voor een robuuste en sterke omgevingsdienst. Daarom zet de ODBN in 2024 de reeds ingezette koers van ontwikkeling door. De ODBN blijft haar deelnemers ondersteunen, adviseren en voorbereiden op de vraagstukken van nu en in de toekomst. In dit hoofdstuk worden diverse thema’s beschreven die we in 2024 oppakken. Op voorhand maakt de ODBN de kanttekening dat de kans bestaat dat als gevolg van (maatschappelijke) ontwikkelingen of nieuwe vraagstukken andere keuzes moeten worden gemaakt en er afgeweken zal worden van de begroting 2024. Als dat het geval is wordt u daarover geïnformeerd en gaan we met elkaar in overleg.
1.1 Werken onder de Omgevingswet Het jaar 2024 zal in het teken staan van het in werking treden van de Omgevingswet. Tijdens het opstellen van dit document is de vastgestelde datum van in werking treden van de Omgevingswet 1 januari 2024. Het in werking treden van de Omgevingswet heeft een grote impact op de uitvoering van de werkzaamheden bij de ODBN. De Omgevingswet raakt werkzaamheden van alle medewerkers van de ODBN. De implementatie van de Omgevingswet is een grote opgave die niet budgetneutraal uitgevoerd kan worden. Zowel de aanloop ernaartoe als de eerste jaren van het in werking zijn van de Omgevingswet zal er extra budget benodigd zijn om de werkzaamheden goed te laten verlopen.
13
Het fundament van het VTH –werk (vergunningverlening, toezicht en handhaving) verandert onder de Omgevingswet. Waar nu door de ODBN vooral inrichtinggebonden werk wordt verricht, wordt onder de Omgevingswet werk verricht op basis van milieubelastende activiteiten (mba's). Ook vindt er een verschuiving in bevoegd gezag en in de vergunnings- en meldingsplicht plaats. Hierdoor is de verwachting dat het werk intern ook deels verschuift van vergunningverlening naar toezicht. Het veranderende fundament heeft een effect op de werkvoorraad en op de doorlooptijd van de verschillende werkzaamheden. Hoe groot deze impact zal zijn is op dit moment nog niet te vast te stellen. We krijgen te maken met omgevingsplannen van de deelnemende gemeenten en de Omgevingsverordening van de Provincie. Onder de Omgevingswet wordt een deel van de rijksregels gedecentraliseerd in het omgevingsplan en de omgevingsverordening. Tot op zekere hoogte wordt het mogelijk om zelf invulling aan deze regels te geven. Daardoor kunnen alle 10 de gemeenten binnen het werkgebied van de ODBN andere regels in het omgevingsplan opnemen en de Provincie andere regels in de omgevingsverordening. Dit maakt het werken met de Omgevingswet complex. Ook zal de ODBN gevraagd worden om mee te denken over de invulling van het omgevingsplan. Specialistische kennis is veelal niet (meer) in voldoende mate bij gemeenten aanwezig.
Vergunningverleners zullen ook steeds meer worden gevraagd om mee te denken over hoe een initiatief mogelijk gemaakt kan worden in plaats van te toetsen of een aangevraagde situatie mogelijk is. Een belangrijke uitdaging schuilt in het voorzien in voldoende (specialistische) kennis die nodig is om te werken met de Omgevingswet en capaciteit. De druk op de arbeidsmarkt raakt ons ook als organisatie. Met de komst van de Omgevingswet wordt het thema gezondheid nog belangrijker, omdat dit nu opgenomen is in de wet zelf. Hierbij moeten we nauw samenwerken met de GGD als kennisdrager en adviseur.
We voorzien dat het speelveld voor de ODBN door de komst van de Omgevingswet complexer wordt. De soms tegenstrijdige belangen van alle partijen komen samen binnen de Omgevingswet. Adviseren hierover wordt een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden. Zowel voor specialisten als voor vergunningverleners, toezichthouders, handhavers en juristen.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
14
Wat gaan we doen in 2024? O ngeacht de daadwerkelijke inwerkingtredingsdatum, doen we er alles aan om tijdig voorbereid te zijn op het in werking treden van de Omgevingswet. V oor de implementatie van de Omgevingswet blazen we de focusgroep Omgevingswet nieuw leven in. De focusgroep is het intern Quick Response Team Omgevingswet die als kennisbank fungeert. W e gaan de deelnemers adviseren en helpen met het maken van de verschillende keuzes die de Omgevingswet biedt. Te denken valt aan het adviseren bij het vormgeven van het omgevingsplan. Daarnaast worden knelpunten in bijvoorbeeld de omgevingsplannen gesignaleerd en teruggekoppeld aan de deelnemers. H et omzetten van inrichting naar mba zal waarschijnlijk op natuurlijke momenten plaats vinden. Dit betekent dat gedurende 2024 en de jaren daarna naast de reguliere werkzaamheden van toezichthouders en vergunningverleners deze ook, op een natuurlijk moment, de inrichting omzetten naar de verschillende mba's. W e werken onder de nieuwe Omgevingswet en zullen zo snel als mogelijk inspelen op eventuele problemen die zich zullen voordoen bij ons of onze deelnemers. W e verwachten een toename van de inzet van onze specialisten omdat deze kennis steeds minder bij de deelnemers aanwezig is. W e verwachten dat het werkaanbod gaat veranderen.
Werkzaamheden zullen deels van uitvoering naar advisering gaan en van vergunningverlening naar toezicht. Welke onzekerheden kennen we? W e verwachten dat de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt. Er wordt wel rekening gehouden met de mogelijkheid dat de wet opnieuw wordt uitgesteld. D e effecten van de Omgevingswet, waaronder de overgangsperiode, zijn op het moment van schrijven nog niet goed te omvatten. Daardoor kunnen we nog niet aangeven welke budgettaire gevolgen dit heeft voor onze deelnemers.Ook zijn er nog geen (landelijke) ervaringscijfers. Samen met onze deelnemers blijven we evalueren tijdens deze periode over het verloop van onder andere de overgangsperiode.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
1.2 Regionaal operationeel kader vergunningverlening, toezicht en handhaving (ROK-VTH) In het Regionaal Operationeel Kader Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (ROK-VTH) dat in de loop van 2023 door onze deelnemers wordt vastgesteld, wordt het beleid van onze deelnemers op het terrein van vergunningverlening, toezicht en handhaving verwoord. Een onderdeel hiervan is de wijze waarop verdere invulling wordt gegeven aan deze onderdelen. Op basis van kwalitatieve en kwantitatieve data worden risicovolle bedrijven in kaart gebracht en wordt er invulling gegeven aan de branches en thema's. Dit zal er mogelijk ook toe leiden dat de wijze waarop wij onze opdracht uitvoeren verandert. De mogelijkheden als gevolg van meer informatiegestuurd werken zullen hierin steeds meer ondersteunend zijn. Daarnaast zullen er in 2023 nog nadere keuzes worden gemaakt in het ROK-VTH die zijn uitwerking zullen hebben op onze werkzaamheden in 2024.
Wat gaan we doen in 2024? W e voeren onze milieutaken uit in overeenstemming met het ROK-VTH en in lijn met de werkprogramma's van onze deelnemers. Welke onzekerheden kennen we? H et ROK VTH 2023 moet nog worden vastgesteld. Op basis daarvan kunnen veranderingen plaatsvinden in de wijze waarop de opdracht vanaf 2024 wordt ingevuld. Hierover blijven we spreken met onze deelnemers om alle ontwikkelingen te volgen.
ODBN Programmabegroting 2024
15
16
1.3 Transitie Zorgvuldige Veehouderij
17
De transitie naar een zorgvuldige veehouderij blijft een actueel onderwerp dat hoog op de maatschappelijke agenda staat. De ODBN focust zich op de uitvoeringsconsequenties van het veranderende beleid. VTH-taken moeten namelijk goed en efficiënt worden uitgevoerd, ondanks de onzekerheid die dit dossier kent. De datum voor de aanpassing van de verouderde stallen is op dit moment verschoven naar 1 juli 2024. Met de ontwikkelingen in het politieke landschap waarin wij acteren, blijft de inhoud van dit dossier zich transformeren en uitbreiden. Door deze grote dynamiek blijft het voorspellen van wat dit betekent voor ons werk en de werkvoorraad lastig. Als ODBN blijven we ons actief op de hoogte stellen van de ontwikkelingen die zich binnen de veehouderij en op aanpalende onderwerpen afspelen, zoals stikstof, stoppers en saldering. We blijven het belang van een tijdige vertaling naar het VTH-instrumentarium benadrukken. Hierover stemmen we ook Brabantbreed af met de andere Brabantse omgevingsdiensten en partners in het (ambtelijke) Agrarisch Platform Brabant. Ten slotte zien we ook het belang van het onderwerp gezondheidsrisico’s rond veehouderijen toenemen. Door de inwerking treding van de Omgevingswet wordt het thema gezondheid nog meer benadrukt, met de opname van dit thema in de wet. We blijven de ontwikkelingen volgen met de GGD als kennisdrager en adviseur.
Wat gaan we doen in 2024? N aast het capaciteitsvraagstuk proberen we ook de gevolgen voor het VTH-beleid en de strategie in kaart te brengen. Dit pakken we Brabantbreed op in het Agrarisch Platform Brabant met de ODZOB, OMWB en andere partners. We benadrukken het belang van een tijdige vertaling naar het VTH-instrumentarium. Welke onzekerheden kennen we? H et is niet precies te voorspellen wanneer ondernemers een vergunningaanvraag gaan doen, of een verzoek voor een intrekking als het een stopper betreft. Er is op dit moment nog veel onduidelijk, vooral omdat een concreet landelijk beleid ontbreekt. Daarnaast zorgt de recente jurisprudentie met gevolgen voor de WTH-uitvoering voor grote onzekerheid. Niet alleen bij ons, maar ook in de samenleving. De actualiteiten worden gevolgd en gedeeld met onze deelnemers.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
1.4 Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) De aanwezigheid van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) is een actueel thema dat de afgelopen jaren steeds meer aandacht krijgt. De aanwezigheid van ZZS speelt breed: in lucht, water en bodem. Deze stoffen zijn geclassificeerd als de gevaarlijkste stoffen voor mens en milieu, en het streven is om deze stoffen uit de leefomgeving te weren. De drie Brabantse omgevingsdiensten zijn in opdracht van de Provincie bezig met het vormen van een beeld over emissies van ZZS in Noord-Brabant. Vanwege de aanwezigheid van grote industrie in Midden-West Brabant is de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) trekker hiervan. Het vergroten van de kennis van ZZS bij onze toezichthouders (ook voor gemeentelijke taken) is een belangrijke stap om ZZS mee te nemen in onze taakuitvoering. Maar ook in de risicoanalyse bij de herijking van het Regionaal Operationeel Kader krijgt ZZS een plaats. Zo zoomen we in op branches met een hoog risiconiveau, door projectmatig en themagericht toezicht. Landelijk lopen verschillende pilots die betrekking hebben op ZZS. Als ODBN volgen we de ontwikkelingen op de voet. Inzichten die we opdoen – onder meer op basis van de resultaten van de pilots – kunnen invloed hebben op de inrichting van het werkprogramma 2024 en het Ontwikkelprogramma 2024 en deze worden tijdig gecommuniceerd met de deelnemers.
ODBN Programmabegroting 2024
1.5 Energie
18
19
Energiebesparing is een belangrijke maatschappelijke opgave met steeds meer urgentie. De ODBN heeft in 2021 een ‘Energiebod’ aan gemeenten gedaan om met energietoezicht bij te dragen aan de realisatie van de besparingsambitie in de RES-NOB 1.0. Sinds 2022 nemen vijf gemeenten deel aan dit Energiebod. De verwachting is dat dit aantal in 2024 groeit en dat de inzet van de ODBN op energietaken zal toenemen. In 2024 wordt de energiewetgeving op verschillende punten aangepast en uitgebreid. De energiebesparingsplicht wordt verbreed naar vergunningplichtige bedrijven (deze komen voor energie onder algemene regels te vallen) en CO2-besparende maatregelen. Er komt een energielabel C verplichting voor kantoren en de Omgevingswet splitst energietoezicht op in toezicht op activiteiten en gebouwen. In de Omgevingswet komen veel activiteiten onder lokale regels te vallen. De verwachting is nu dat de Omgevingswet leidt tot versnippering van de uitvoering en een grotere inzet van de ODBN om hetzelfde resultaat te bereiken. Omdat wetgeving nog niet definitief is, zijn de precieze implicaties op voorhand moeilijk in te schatten. Deze zijn ook afhankelijk van de eigendomssituaties bij bedrijven en de wijze waarop gemeenten invulling geven met lokale regels.
In 2024 verhuist ook het energietoezicht bij ETS-bedrijven (grote bedrijven die deelnemen aan het Europees handelssysteem voor broeikasgassen) van het Rijk naar omgevingsdiensten. Het Rijk stelt budget beschikbaar voor het opleiden van onze medewerkers. Wat gaan we doen in 2024? W e vergroten de kennis van onze toezichthouders over ZZS, zodat zij deze mee kunnen nemen in hun taakuitvoering. H et volgen van ontwikkelingen rondom ZZS en het adviseren daarover wordt in 2024 bekostigd vanuit het budget Collectieve Taken. De omvang van deze uren wordt bepaald in het Ontwikkelprogramma 2024. W e volgen de landelijke ontwikkelingen op de voet en mengen ons actief in projecten op landelijk en regionaal niveau.
Naast de wettelijke ontwikkelingen is er ook sprake van een meerjarige Rijksfinanciering van Omgevingsdiensten voor het uitvoeren van energietoezicht. Hiervoor is voor de 29 omgevingsdiensten een bedrag van EUR 9,5 miljoen per jaar begroot voor de periode 2022-2027. De ODBN heeft de intentie om, vanuit de uitvoering van het Energiebod, gemeenten te informeren over deze nieuwe ontwikkelingen en de uitvoering zoveel mogelijk te integreren in de lopende uitvoering van het Energiebod. Wanneer dat leidt tot extra inzet en een wijziging in de financiering doet de ODBN daarvoor een voorstel.
Welke onzekerheden kennen we? O p dit moment weten we nog niet welke impact ZZS gaat hebben op het werkprogramma 2024 en het Ontwikkelprogramma 2024. Zodra we meer zicht hebben op ontwikkelingen met impact op de genoemde programma's, communiceren wij daar actief over met onze deelnemers.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
1.6 Water
20
21
Een steeds actueler thema in de leefomgeving is water. Zowel de kwaliteit als de hoeveelheid van water wordt een steeds groter probleem. Slechts 1% van de wateren in Nederland voldoet aan de Europese Kaderrichtlijn Water, waarin eisen zijn gesteld aan de waterkwaliteit. Daarnaast krijgen we steeds vaker te maken met extreme neerslag en droogte. Alhoewel binnen het thema water vaak wordt gedacht aan de Waterschappen, heeft ook de omgevingsdienst een rol in het bewaken van de waterkwaliteit en -kwantiteit. Middels vergunningverlening, toezicht en handhaving voeren wij controles uit naar de waterkwaliteit als het gaat om indirecte lozingen. Denk hierbij ook aan het lozen van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) in water.
Wat gaan we doen in 2024? I n 2024 draagt de ODBN met het Energiebod bij aan de energiebesparingsambities van de deelnemende gemeenten. De inzet van de ODBN wordt door monitoring direct gekoppeld aan het energiebesparingsdoel van de RES-NOB 1.0. Regionaal hangt de bereikte energiebesparing mede af van de opdracht aan de ODBN. I n de uitvoering van het Energiebod kan de ODBN – in afstemming met de gemeenten – de nieuwe wet- en regelgeving implementeren, waaronder de verbrede energiebesparingsplicht, de energielabel C-verplichting kantoren, de Omgevingswet en het toezicht ETS-bedrijven. W e integreren (eventuele) subsidie voor omgevingsdiensten met de opdracht van gemeenten. W ettelijke ontwikkelingen worden besproken met de accountmanagers en de leden van het RSP. De resultaten van het energietoezicht worden gedeeld met het programmateam en de stuurgroep RES.
Wat gaan we doen in 2024? W e zetten in op kennisontwikkeling op het gebied van water van onze vergunningverleners en toezichthouders, zodat zij voldoende zijn uitgerust om hun taken uit te voeren. D aarnaast verkennen wij onze rol binnen het thema water en circulaire economie. We onderzoeken in eerste instantie samen met waterschap Aa en Maas hoe bedrijven kunnen worden gestimuleerd om hun afvalwater te hergebruiken. Welke onzekerheden kennen we? H et thema water staat binnen de ODBN nog in de kinderschoenen. In 2023 is een start gemaakt om dit thema te agenderen bij gemeenten en de Provincie, en is een verkenning gedaan naar de rol van de ODBN binnen dit thema. In 2024 moet dit verder worden geconcretiseerd. M ogelijk komen er subsidies beschikbaar voor bijvoorbeeld kennisverwerving op het thema indirecte lozingen. Wij volgen het verloopvan dergelijke subsidies en programma's, maar de volledige uitwerking ervan is nog niet bekend.
Welke onzekerheden kennen we? O ok op het onderwerp energie zijn de concrete implicaties van de Omgevingswet nog onduidelijk. De precieze implicaties van de wet op energietoezicht zullen pas in de uitvoering blijken. Afhankelijk van de rol die de gemeente opdraagt aan de ODBN kan er een toename van uren zijn. Deze opdracht wordt verwerkt in het werkprogramma 2024. H et is nog niet duidelijk of en welke gemeenten ons opdracht geven voor toezicht en handhaving op de energielabel C-verplichting bij kantoren. De gesprekken worden nog gevoerd met onze deelnemers en zullen hierover meer opheldering geven. O f de aangekondigde subsidie voor energietoezicht van de omgevingsdiensten er komt in 2024 – en hoe hoog deze subsidie dan zal zijn – is op dit moment onduidelijk. De actuele ontwikkelingen worden gevolgd door onze medewerkers en indien nodig gedeeld met onze deelnemers.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
22
1.7 Samen Sterk in Brabant (SSiB) Samen Sterk in Brabant (SSiB) is een provinciebrede samenwerkingsvorm – onder formeel werkgeverschap van de ODBN. Hierin participeren gemeenten, Provincie, terreinbeherende organisaties, particuliere grondeigenaren, waterschappen en waterwinbedrijven. Samen met het netwerk wordt gewerkt aan een schoon, veilig en groen buitengebied. SSiB handhaaft op zaken als stroperij, wildcrossen, afvaldumpingen en het overtreden van de toegangsbepalingen. In 2023 heeft er een brede discussie plaats gevonden wat heeft geresulteerd in een nieuwe visie 2024-2030. De Provincie is voornemens om in 2023 de incidentele bijdrage om te zetten naar een structurele bijdrage. Dat biedt SSiB meer zekerheid voor het voortbestaan van de organisatie. SSiB is binnen de ODBN ondergebracht bij het Team Handhaving. Net als voor het gehele team geldt voor SSiB dat het informatiegestuurd handhaven een belangrijke ontwikkelrichting is, waarvan we in 2024 nog meer de vruchten moeten gaan plukken. Met de juiste informatie krijgen we meer grip op de brede problematiek waarmee we te maken hebben in de Brabantse natuuren buitengebieden. Een belangrijke ontwikkeling is daarbij de Digitale Briefing Buitengebied. De Digitale Briefing Buitengebied stelt de handhavingspartners in het buitengebied van Brabant in staat om informatie actief met elkaar te delen.
In 2021 is voor het eerst geëxperimenteerd met de briefing en inmiddels zijn steeds meer partners op de briefing aangesloten. In 2024 zullen we de dit verder door ontwikkelen.
Wat gaan we doen in 2024? I n 2024 is de incidentele provinciale bijdrage waarschijnlijk omgezet naar een structurele financieringsvorm. We blijven onze werkwijze aanscherpen en benutten daarbij het Informatiegestuurd werken (IGW) en innovaties zoals de Digitale Briefing Buitengebied en de GEO-app. H et ministerie van Justitie en Veiligheid investeert jaarlijks 5,5 miljoen in groene boa's. Ieder jaar maken we gebruik van deze subsidie voor capaciteit behoud c.q. uitbreiding. Welke onzekerheden kennen we? D e overgang naar een structurele financieringsvorm is een voornemen van het huidige provinciebestuur. Het effect van de provinciale verkiezingen in 2024 op de te varen koers is op dit moment niet te voorzien. H et ministerie werkt aan een visie op de boa-functie. Hoewel een grote verschuiving in de functie van boa's op dit moment niet aan de orde lijkt, is nog onduidelijk welke consequentie deze visie zal hebben voor de groene boa's van SSiB. Dit zal blijvend worden gemonitord door SSiB en geagendeerd worden bij onze deelnemers wanneer dit beleid is ontwikkeld.
SSiB legt jaarlijks verantwoording af in het jaarverslag. Zie hiervoor www.ssibbrabant.nl.
l
nt.n www.ssibbraba
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
23
24
1.8 Milieuklachtencentrale (MKC) Namens onze deelnemers voeren wij als ODBN de klachtenregeling uit. Burgers moeten hun beklag kunnen doen wanneer zij overlast ervaren van bedrijven, zoals geluidsoverlast, geuroverlast of bodemverontreiniging. Burgers kunnen hun klacht kwijt bij de MilieuKlachtenCentrale (MKC), een samenwerkingsconstructie van de drie Brabantse omgevingsdiensten. De MKC zet de klacht vervolgens door richting de betrokken omgevingsdienst. In 2022 is het aantal klachten gestabiliseerd en wordt de huidige werkwijze voortgezet. In 2024 werken we met een nieuw milieuklachtenregistratiesysteem. S@men, het huidige registratiesysteem, wordt vanaf dan niet meer ondersteund.
Wat gaan we doen in 2024? W e consolideren de nieuwe werkwijze. I n 2024 werken we met een nieuw milieuklachtenregistratiesysteem. I n 2024 vindt evaluatie plaats van het nieuwe milieuklachtenregistratiesysteem. Welke onzekerheden kennen we? De werking van het nieuwe milieuklachtenregistratiesysteem op onze werkwijze. De invloed van het nieuwe systeem zal in 2024 blijken en later in 2024 geëvalueerd worden. Belangrijke conclusies worden hierna gedeeld met onze deelnemers indien nodig.
Wat mag het kosten? REKENING 2022
BEGROTING 2023 NA WIJZIGING
BEGROTING 2024
Personeel
1.929
1.927
2.129
Bedrijfsmiddelen
578
643
680
TOTAAL LASTEN
2.506
2.569
2.809
Collectieve Taken
659
853
882
Samen Sterk in Brabant
2.484
2.520
2.758
Overige regionale programma's
191
146
151
3.334
3.518
3.792
828
949
984
PROGRAMMA REGIONALE DIENST VERLENINGG BEDRAGEN X € 1.000,-
TOTAAL BATEN SALDO
Toelichting Voor de uitvoering van het programma Regionale Dienstverlening zijn in deze begroting 31.165 uren opgenomen. Het grootste deel hiervan (22.615 uren) heeft betrekking op Samen Sterk in Brabant. Daarnaast zijn er 7.316 uren voor Collectieve Taken, 1.000 uren voor sanering verkeerslawaai en 234 uren voor overige regionale taken. Taakvelden Om op landelijk niveau begrotingen van overheidsorganisaties te kunnen aggregeren is door het Rijk een uniforme set van taakvelden vastgesteld. De activiteiten uit het programma Regionale Dienstverlening hebben betrekking op: Taakveld 1.1 Taakveld 7.3 Taakveld 7.4
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
25
➜ Crisisbeheersing ➜ Beheer stortplaatsen ➜ Milieubeheer
ODBN Programmabegroting 2024
26
2. Programma Individuele Dienstverlening
Wat gaan we daarvoor doen in 2024?
Inhoud programma
2.1 Uitvoering VTH-Taken
Het programma Individuele Dienstverlening sluit aan op de individuele werkprogramma's die we met onze deelnemers vaststellen. Het gaat om onze kerntaken: vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu, natuurbescherming, bouwen, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en omgevingsrecht (advies). Voor de basistaken geldt dat gemeenten deze bij de ODBN neer dienen te leggen. Voor de (overige) verzoektaken geldt dat de gemeente zelf de afweging maakt of deze taken in eigen beheer uitgevoerd worden, of en in welke omvang dat deze belegd worden bij de ODBN. Beleidskader/richtlijnen OMSCHRIJVING
DATUM
EXPIRATIEDATUM
HUIDIGE WET TEN VOOR OMGEVINGSWET Wet milieubeheer
1 maart 1993
Activiteitenbesluit
1 januari 2008
1 januari 2024*
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
1 oktober 2010
1 januari 2024*
Wet natuurbescherming
1 januari 2017
1 januari 2024*
Draaiboek deelproces milieubeheer
veranderingen in onze omgeving. In een snel veranderende wereld kunnen we alleen beter worden door nauw samen te werken met onze partners en deelnemers. Zo kunnen we de lokale situatie optimaal koppelen aan onze kennis en deskundigheid over de fysieke leefomgeving.
Ook in 2024 gaat de aandacht weer primair uit naar de uitvoering van de VTH-taken, die bestaan uit de wettelijk bij ons belegde taken, de zogenoemde basistaken, de VTH-verzoektaken en verzoektaken die buiten de werkprogramma's vallen. Een kanttekening daarbij is dat we naar verwachting niet meer zullen werken onder de wetgevingsregimes van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet natuurbescherming (Wnb), maar onder de brede paraplu van de Omgevingswet die 1 januari 2024 in werking treedt. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is zonder meer de belangrijkste ontwikkeling die wij voorzien voor 2024. De wet brengt onzekerheden met zich mee zoals de ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De effecten van de overgangsperiode, waarin we oude zaken nog volgens oud-recht moeten afhandelen maar tegelijkertijd werken met het nieuwe wettelijke stelsel, en bijvoorbeeld van de omzetting van het inrichtingenbestand naar milieubelastende activiteiten, laten zich op dit moment echter nog niet kwantificeren. In deze begroting is daar dan ook nog geen rekening mee gehouden.
25 september 2017
NA INVOERING VAN OMGEVINGSWET Omgevingswet
1 januari 2024*
In ontwikkeling
Nadere regelgeving
1 januari 2024*
In ontwikkeling
* Uitgaande van besluit invoering Omgevingswet per 1 januari 2024.
Wat willen we bereiken? Als ODBN werken we samen met onze deelnemers en ketenpartners aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving. Binnen dit programma voeren wij voor onze deelnemers de werkprogramma's uit die in december 2023 worden vastgesteld. Binnen de uitvoering van deze VTH- en specialistische milieutaken zijn er een aantal ontwikkelingen die van invloed zijn op de uitvoering. Deze lichten we onder dit programma toe. We moeten onze VTH-taken voortdurend blijven ontwikkelen. Veranderingen in wet- en regelgeving, maatschappelijke ontwikkelingen en wensen vanuit onze deelnemers zorgen voor een continue bijstelling van ons takenpakket. Als ODBN moeten we aandacht hebben voor
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2024
27
28
Daar waar de rechter voorheen voornamelijk toetste aan bestaande wet- en regelgeving, kijkt de rechter steeds meer naar de effecten van het beleid en de regelgeving in de praktijk. Dit geeft ook voor burgers meer ruimte om bepaalde overlastsituaties ter discussie te stellen. Dit zorgt voor veel onduidelijkheid en onzekerheid voor de aanvragers van vergunningen, maar ook voor de ODBN. Moet je situaties vergunnen die voldoen aan de wetgeving maar niet de gewenste milieueffecten hebben? We zien een ontwikkeling waarbij vergunningen steeds meer doelvoorschriften dan middelvoorschriften zullen bevatten. Dit zal ook zijn effecten hebben voor toezicht en handhaving. Tenslotte zien we dat de mondiale crisis een grote impact heeft op de economie en dus ook op de financiën van onze deelnemers en de bedrijven. De energiemarkt is geraakt en samen met het tekort aan materialen zorgt dit ervoor dat bedrijven hun uitbreidingsplannen (tijdelijk) stil moeten zetten. Hierdoor kunnen noodzakelijke maatschappelijke veranderingen langer duren dan gepland en gehoopt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de energietransitie. Dit vraagt meer geduld van de samenleving. Deze ontwikkelingen hebben niet alleen impact op de samenleving, maar mogelijk ook op de VTH-taakuitvoering in 2024.
Wat gaan we doen in 2024? We voeren onze werkzaamheden uit volgens de kaders van het ROK VTH en conform hetgeen dat we afspreken in de werkprogramma's van onze deelnemers. Ongeacht de daadwerkelijke inwerkingtredingsdatum, zorgen wij ervoor tijdig klaar te zijn voor de Omgevingswet. Voor de implementatie van de Omgevingswet is een focusgroep ingericht. Deze krijgt de ruimte om moeilijkheden bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet snel op te lossen: als ware een Quick Response Team Omgevingswet. In 2023 verkennen we hoe we dit team verder vorm en body gaan geven. Ook onderzoeken we welke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd om het inrichtingenbestand om te zetten naar een mba-bestand. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet willen we daar zo ver mogelijk mee zijn, maar een ‘volledig’ mba-bestand is – voor zover dat überhaupt haalbaar of wenselijk is - dan nog niet mogelijk en ook geen vereiste. Naar verwachting zullen we het mba-bestand geleidelijk aanvullen tijdens het werken met de Omgevingswet en zal de omzetting een doorloop kennen in de jaren na 2024. We investeren in het Informatiegestuurd werken (IGW), wat in 2024 een grotere rol zal spelen in het VTH-proces en van grote waarde zal zijn bij de overgang naar het nieuwe wettelijke stelsel.