2021-66.3 Bijlage Programmabegroting 2022 definitief
Tekst van het document
64
Eind 2022 bedraagt het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen (de solvabiliteitsratio) 28%. Het grootste deel van ons vermogen is dus extern gefinancierd. Eind 2022 is er ruim € 42 miljoen aan reserves beschikbaar. Hiervan betreft circa € 22 miljoen bestemmingsreserves. De toename van de reserves ten opzichte van de vorige begroting is veroorzaakt door de uitgestelde betalingen aan PHS, een meerjarig positief begrotingssaldo en de inbreng van de reserves Helvoirt. Dit heeft een direct gevolg voor de ontwikkeling van de solvabiliteitspositie. Eigen vermogen x €1.000 Algemene reserve Reserve grondexploitatie Bestemmingsreserves Exploitatieresultaat Totaal
2019 2021 2022 2023 2024 2025 12.483 13.229 13.779 13.855 14.455 15.055 3.127 5.386 5.408 5.628 6.018 6.124 33.278 29.060 21.848 16.788 15.806 14.499 483 797 1.241 1.228 1.434 1.767 49.371 48.472 42.276 37.498 37.713 37.445
Het totale eigen vermogen neemt uiteindelijk als gevolg van investeringen in de Rijksinfra. Door de bijdrage N65 is deze ultimo 2020 gedaald en daalt deze verder door de bijdrage PHS die nog volgt. De verkoop van vastgoed is grotendeels bestemd voor de bestemmingsreserve Rijksinfra. Een ander deel is op basis van eerder raadsbesluiten gereserveerd voor de bestemmingsreserve Accommodatiebeleid, de bestemmingsreserve Moleneindplein en de Algemene reserve. Weerstandsvermogen In het kader van het weerstandsvermogen vormt vooral de algemene reserve de buffer voor het opvangen van de (toekomstige) risico’s. De verwachte ontwikkeling van de algemene reserve ziet er als volgt uit:
65
Algemene reserve (bedragen x € 1.000) Saldo 31-12-2020 Bestemming jaarresultaat 2020 Mutaties begroot 2021 Verkoop Dr. Landmanschool Bijdrage reserve Rijksinfra Mobiliteitsvisie Lening de Speeldoos Budgetruimte lening Speeldoos Bijdrage turborotonde Inbreng balans Helvoirt
11.768 79
Algemene reserve Vrijval bestemmingsreserves Vrijval voorzieningen Verwacht saldo eind 2021 Mutaties begroot na 2021
1.917 321 229
397 -1.000 -50 -387 155 -200
13.229
Rekeningsaldo 2021 (excl.budgetoverheveling) Verhuiskosten Zuiderbos Mobiliteitsvisie 2022 Verbetering financiële positie Pepereind Verwachte saldi 2022-2025 Nog besteedbaar
797 -50 -50 1.800 126 pm 15.852
Aan te houden buffer (bedragen x 1.000) Buffer 20% uitkeringen gemeentefonds 20 % Algemene, decentralisatie en integratie uitkeringen
9.900
Totaal aan te houden buffer
9.900
Vrije ruimte
5.952
De algemene reserve en bestemmingsreserves zijn geen geld. Voor het betalen van investeringen of het doen van exploitatie uitgaven moet er geld op de bankrekening staan of worden geleend. Ook als deze uitgaven worden gedekt uit reserves. Aanwending van de reserves heeft dan ook negatieve gevolgen voor de rentelasten. Wel is het mogelijk om investeringen ten laste van de reserves af te schrijven zodat de toekomstige exploitatie niet met afschrijvingslasten wordt belast. Ook (incidentele) exploitatielasten kunnen met een bijdrage uit de reserves worden gedekt waardoor ze per saldo niet ten laste van het jaarresultaat komen. De algemene reserve kan dus dienen om incidentele tegenvallers te dekken. In dit kader wordt een minimum niveau aangehouden voor de algemene reserve voor de dekking van onverwachte tegenvallers. Hoe hoog dit niveau moet zijn is onderdeel van bestuurlijke afweging. 66
Voor 2021 hanteren we de Ratio-exploitatie voor deze afweging: Bij de ratio exploitatie wordt de benodigde weerstandscapaciteit gerelateerd aan de (te) ontvangen uitkeringen uit het gemeentefonds. De omvang van de exploitatie is mede bepalend voor de risico's die we lopen. Om dit in beeld te brengen hanteren we als norm voor de benodigde weerstandscapaciteit 20% van de te ontvangen uitkeringen uit het gemeentefonds. Voor deze ratio willen we minimaal een voldoende scoren op basis van onderstaande tabel. Ratio
Betekenis
> 1,2
ruim voldoende
1 – 1,2
voldoende
< 1,0
onvoldoende
Beschikbare weerstandsvermogen Het beschikbare weerstandsvermogen bestaande uit het niet bestemde saldo van de algemene reserve is berekend op € 15,8 miljoen. (Dit is ± € 497 per inwoner). Uitkomst risicoratio op basis van de exploitatie In de begroting 2022 is een bedrag van € 49,499 miljoen aan uitkeringen uit het gemeentefonds opgenomen 20% hiervan is € 9,9 miljoen. De ratio exploitatie-omvang komt daarmee uit op 1,59 en wordt als ruim voldoende aangemerkt. Normering van de ratio vormt een goed hulpmiddel om de inzet van de algemene middelen te begrenzen.
3.2.4 Kengetallen Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) geeft richtlijnen ten aanzien van het opnemen van kengetallen. De kengetallen stellen de gemeenteraad in staat om de financiële positie van de gemeente te beoordelen. Met behulp van kengetallen kan het verloop van de financiële positie van de gemeente Vught over meerdere jaren worden beoordeeld. De wijze van het berekenen van de kengetallen is uniform waardoor de financiële positie van de gemeente Vught kan worden vergeleken met die van vergelijkbare gemeenten. De kengetallen stellen de gemeenteraad in staat om de normen vast te stellen voor de sturing van de financiële positie via de meerjarenbegroting. De normen in hun onderlinge samenhang bepalen hoe risicovol het financieel beleid is dat gevoerd wordt. Een afweging die is voorbehouden aan de raad. Met de kengetallen wordt de raad in staat gesteld het beleid te sturen en te monitoren ten aanzien van: - De reservepositie - De schuldpositie - De wendbaarheid en de resterende belastingcapaciteit - Het risicobeleid Deze aandachtsgebieden vormen met de reëel en structureel sluitende meerjarenbegroting en de planning en control cyclus de pijlers voor de sturing van onze financiële positie.
67
Solvabiliteit
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin het bezit van de gemeente is afbetaald en in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het betreft het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal. Algemene normwaarden bruto schuld
Ratio Solvabiliteit Weinig tot geen schuld > 80 % Normaal 30% - 80% Voorzichtigheid geboden 20% - 30% Bezit zeer zwaar belast met schuld 0% - 20% Als normaal wordt een ratio tussen de 30% en 80% beschouwd. Voorzichtigheid is geboden bij een ratio tussen de 20% en 30%. De solvabiliteitsratio voor 2022 bedraagt 28% hetgeen betekent dat de gemeente haar bezit met relatief veel vreemd vermogen heeft gefinancierd. De solvabiliteitsratio wordt met name beïnvloedt door de betalingen aan het project Rijksinfra, de inbreng van de splitsingsbalans Helvoirt en het meerjarige begrotingssaldo. Een nadere toelichting is opgenomen onder paragraaf 1.4. Schuldquote
68
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoeveel geleend kan worden is een politieke afweging. Als algemene norm geven we de volgende richtgetallen. Algemene normwaarden schuldquote Schuldquote Normaal 0% -100% Voorzichtigheid geboden > 100% Zeer hoge schuld > 130% Omdat bij verstrekte leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt ook de netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen bepaald. Deze wijkt voor onze gemeente nauwelijks af van de netto schuldquote omdat we beperkt geld hebben doorgeleend. De nettoschuld positie neemt toe als gevolg van met name de betalingen aan het project Rijksinfra en de investeringen in de onderwijsgebouwen Zuiderbos en de Lichtstraat. Grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de in exploitatie genomen gronden zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.
69
Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten en baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Op basis van het kengetal blijkt dat er nauwelijks structurele ruimte is om tekorten of extra lasten binnen de huidige begroting op te vangen. Dit past binnen ons beleid om strak te begroten. Indien nodig is er wel ruimte om het eigen beleid aan te passen en via ombuigingen ruimte vrij te maken. Belastingcapaciteit
De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsrechten voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Deze cijfers worden voortaan ook in de jaarlijkse meicirculaire bekend gemaakt voor het jaar t-1.
70
Het kengetal belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar te vergelijken met het landelijke gemiddelde in het jaar daarvoor. Conclusie: de lokale lasten liggen in Vught op een relatief hoog niveau. Voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing hanteren we 100% kostendekkendheid. Algemene conclusie financiële positie In de meerjarenbegroting 2022 zijn er een aantal ontwikkelingen die onze financiële positie nadrukkelijk beïnvloeden: De grote bijdragen van Vught aan de projecten Rijksinfra, Zuiderbos en de Lichtstraat blijven maar verschuiven in de tijd. De ontwikkelingen in de uitkering van het gemeentefonds zorgen vooralsnog voor een positieve invloed door de extra middelen voor de jeugdzorg. Tegelijkertijd is er nog geen besluit genomen over de herverdeling van het gemeentefonds en ook niet over de omvang van de uitkeringsbasis. Inmiddels is de splitsingsbalans van de voormalige gemeente Haaren opgemaakt. Hierdoor ontstaan forse mutaties in onze activa, onderhanden werk grondexploitatie, reserves, voorzieningen en leningen. De rente blijft structureel laag waardoor over te sluiten en nieuw aan te trekken leningen tegen lagere rentetarieven plaatsvinden.
Mede door bovenstaande ontwikkelingen zien we een positieve bijstelling in onze meerjarenbegroting en een verbetering van de financiële kengetallen solvabiliteit en de schuldpositie. Ook de reserveposities zijn voldoende. Wij blijven de totale financiële positie kritisch volgen. De beperkte wendbaarheid van de begroting, de eerdere inzet van onze stille reserves en ontwikkelingen in het gemeentefonds vragen hierom. Als we onze kengetallen afzetten tegen de normen zoals die gehanteerd worden in het kader van de “Houdbaarheidstest gemeentefinanciën” ontwikkelen de schuldpositie en de solvabiliteit zich naar een niveau waarbij voorzichtigheid is geboden.
3.3 Financiering 3.3.1 EMU-saldo (EMU = Economisch en Monetaire Unie) (bedragen x € 1.000) EMU- saldo
2021 primitief -23.547
2021 prognose -13.349
2022 -13.981
2023 -11.714
Gemeenten moeten in hun begroting een berekening opnemen van het zogenoemde EMU-saldo, en wel voor drie jaren: een raming voor het begrotingsjaar zelf (2022), een prognose voor het vorig begrotingsjaar (2021) en een raming voor het jaar volgend op het begrotingsjaar (2023). De EMU-systematiek werkt op een andere manier dan het baten-lastenstelsel dat gemeenten moeten hanteren. Investeringen en uitgaven die worden gedekt uit reserves tellen bijvoorbeeld niet mee in de uitkomst in het baten-lastenstelsel, maar tellen wel door in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMUsaldo voor Vught voor 2022 komt uit op -13,9 miljoen euro. Het betekent dat in EMU-termen de uitgaven 13,9 miljoen euro hoger zijn dan de inkomsten.
71
Door investeringen en uitgaven ten laste van de reserves, met name als gevolg van de projecten Rijksinfra, Zuiderbos en de Lichtstraat, stijgt onze schuldpositie de komende jaren. Ons aandeel in het EMU-saldo is daardoor relatief gezien groot.
3.3.2 Financiering en de wet Fido
De richtlijnen en doelstellingen met betrekking tot de financieringsactiviteiten zijn vastgelegd in het treasurystatuut. Het wettelijke kader hiervoor vormt de Wet Fido (Wet Financiering Decentrale Overheden). Treasury omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Doelstellingen treasurybeleid (mede uitgevoerd door NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)): De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: - het zorgdragen van een tijdige beschikbaarheid van middelen door het verkrijgen en handhaven van toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; - het beschermen van gemeentelijke vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; - het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; - het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de gemeentelijke kaders vastgelegd in het treasurystatuut. Rentevisie De verwachting is dat de rentetarieven laag blijven en slechts licht stijgen. Dit geld zowel voor de korte termijn rente als de lange termijn rente.
Wij houden de renteontwikkelingen nauwlettend in de gaten. De gemeente Vught staat voor een grote financieringsopgave in het kader van komende investeringsprogramma’s in onder andere het project PHS en scholen. Om een optimaal renteresultaat te behalen streven we door liquiditeitenbeheersing naar zo min mogelijk overtollige middelen. In 2022 en verder ontstaan voornamelijk tekorten. De tekorten financieren we zoveel mogelijk kort. Op kasgeldleningen gelden lage tot zelfs negatieve rentes. Hierdoor maken we optimaal gebruik van de lage rentestanden. Zodra wettelijke grenzen overschreden dreigen te worden of zodra verwacht wordt dat de rente een structurele stijgende lijn zal vertonen, zal een langlopende lening aangetrokken worden. Liquiditeitsplanning Om geen ongewenste risico's te lopen en om een optimaal renteresultaat te behalen worden alle treasury activiteiten gebaseerd op een liquiditeitsplanning. De liquiditeitsplanning is onderverdeeld in kasstromen uit operationele, investering en financieringsactiviteiten en laat meerjarig het volgende beeld zien:
72
Kasstroomoverzicht Bedragen x € 1.000 2021 2022 2023 exploitatiesaldo 797 1.241 1.228 overige liquiditeitsmutaties reserves/voorzieningen 10.238 -6.624 -5.834 bij: afschrijvingen 6.653 5.286 6.218 bij:mutaties werkkapitaal -1.016 -175 3.096 kasstroom uit operationele activiteiten 16.672 -271 4.708 investeringen materiële vaste activa -9.971 -13.710 -16.422 desinvesteringen materiële vaste activa 0 0 0 mutatie financiële vaste activa 562 9 9 kasstroom uit investeringsactiviteiten -9.409 -13.701 -16.413 aflossing langlopende lening -3.733 -3.737 -3.740 kasstroom uit financieringsactiviteiten -3.733 -3.737 -3.740 Saldo 1 januari 500 500 500 mutaties in boekjaar 3.530 -17.709 -15.445 saldo 31 december 4.030 -17.209 -14.945 liquiditeitsbehoefte(langlopende lening) 11.730 17.709 15.445 saldo na aantrekken langlopende lening* 15.760 500 500 cumulatieve liquiditeitsbehoefte 11.730 29.439 44.884 De langlopende leningen worden op de kapitaalmarkt gefinancierd.
2024 2025 1.434 1.767 -328 -1.672 6.948 6.382 2.468 -735 10.523 5.742 -8.078 -11.438 0 0 0 0 -8.078 -11.438 -4.894 -3.744 -4.894 -3.744 501 502 -2.450 -9.440 -1.949 -8.938 2.450 9.441 501 503 47.334 56.775
Rentetoerekening De rentelasten worden door middel van een rente omslagpercentage toegerekend aan de verschillende taakvelden. Schema rentetoerekening Begrotingsjaar 2022 2022 2023 2024 2025 bedragen x € 1.000 a. Externe rentelasten (korte en lange financiering) b. Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten Toegerekende rente grexen/projecten c2. Rente projectfinanciering c3. Rentebaat doorverstrekte leningen Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) f. Renteresultaat taakveld treasury 73
1.276 -2 1.274
1.368 -2 1.366
1.316 -2 1.314
1.503 -2 1.501
-204 0 0
-240 0 0
-189 0 0
-231 0 0
1.069
1.126
1.125
1.270
0 0
0 0
0 0
0 0
1.069
1.126
1.125
1.270
1.528 459
1.634 508
1.757 632
1.770 500
Risicobeheer In de wet Fido is een begrenzing opgenomen van kortlopende middelen die gemeente mogen opnemen, de zogenaamde kasgeldlimiet. De minister heeft de limiet vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Voor de gemeente Vught wordt de kasgeldlimiet geraamd op: (Bedragen x € 1.000) 2022 2023 2024 2025 Begrote lasten 86.261 92.706 82.421 81.943 Kasgeldlimiet 7.332 7.880 7.006 6.965 De renterisico-norm begrenst de rentegevoeligheid van de vaste schuldpositie van de gemeente. Het renterisico wordt bepaald door de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld. Het percentage is door de minister vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Maximaal mag dus 20% van het begrotingstotaal in enig jaar aan rentegevoeligheid onderhevig zijn. De gemeente Vught heeft 12 lineaire leningen uitstaan tegen vaste renten. Het totaal geleende bedrag bedraagt op 1 januari 2022 € 68,7 miljoen. Doordat er in gelijke delen wordt afgelost lopen we een beperkt renterisico. Berekening renterisiconorm (x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
10 Begrote lasten 11 Het bij ministeriële regeling vastgesteld % 12 Renterisiconorm Berekening rente risico (x € 1.000) 1a Renteherziening op vaste schuld o/g 1b renteherziening op vaste schuld u/g 2 renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
86.261 20% 17.252
92.706 20% 18.541
82.421 20% 16.484
81.943 20% 16.389
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
3a Nieuw aangetrokken vaste schuld 3b Nieuw uitgezette vaste geldleningen Netto nieuw aangetrokken vaste schuld 4 (3a-3b) 5 Betaalde aflossingen 6 Herfinanciering (laagste van 4 en 5) 7 Renterisico op de vaste schuld (2+6) 8 Renterisiconorm 9a Ruimte onder renterisiconorm (8-7) 9b Overschrijding renterisiconorm (7-8)
17.709 0
15.445 0
2.450 0
9.441 0
17.709
15.445
2.450
9.441
3.737 3.737 3.737 17.252 13.516 0
3.740 3.740 3.740 18.541 14.801 0
3.744 2.450 2.450 16.484 14.034 0
3.747 3.747 3.747 16.389 12.642 0
Uit bovenstaande berekening blijkt dat ons renterisico onder de renterisiconorm blijft. Schatkistbankieren Alle decentrale overheden zijn verplicht hun overtollige middelen (middelen die niet onmiddellijk nodig zijn voor de publieke taak) in de schatkist aan te houden. Om het dagelijks kasverkeer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is een gemiddeld saldo per kwartaal. Voor de komende jaren wordt dit voor onze gemeente geraamd op: 74
Berekening drempelbedrag schatkistbankieren (* € 1.000) Begrote lasten Drempelbedrag
2022
2023
2024
2025
86.261 647
92.706 695
82.421 618
81.943 615
3.4 Lokale heffingen Inleiding De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de totale inkomsten binnen de gemeentelijke begroting. De paragraaf lokale heffingen, conform artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording voor gemeenten en provincies (BBV), biedt een overzicht van het beleid voor de lokale lasten. Deze paragraaf lokale heffingen bestaat uit: 3.4.1. Geraamde opbrengsten; 3.4.2. Beleid ten aanzien van de lokale heffingen; 3.4.3. Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen; 3.4.4. De lokale lastendruk; 3.4.5. Kwijtscheldingsbeleid. De lokale heffingen zijn onder te verdelen in twee categorieën, namelijk belastingen en rechten. Belastingen zijn heffingen waar geen aanwijsbare tegenprestatie van de overheid tegenover staat. De lokale belastingen, o.a. de OZB en toeristenbelasting, zijn bijdragen in de algemene kosten van de gemeente en hebben een budgettaire functie. Heffingen zijn rechten, tarieven en leges. De gemeente krijgt (maximaal) de kosten vergoed die ze zelf maakt. De totale opbrengst van deze heffingen mag niet meer zijn dan de totale kosten. De gemeenteraad bepaalt, door het vaststellen van de belastingverordeningen, welke belastingen de gemeente heft en welke heffingsmaatstaven en tarieven we hanteren.
De belangrijkste belastingen en heffingen in de gemeente Vught zijn: - onroerende zaakbelasting (OZB); - afvalstoffenheffing en reinigingsrechten; - rioolheffing; - toeristenbelasting; - leges; - reclameheffing. Daarnaast heffen we rechten zoals o.a. marktgelden en lijkbezorgingsrechten.
3.4.1 Geraamde opbrengsten
Totaaloverzicht opbrengsten belastingen, heffingen en retributies. 2020 2021 realisatie begroot* Jaar x € 1.000
2022
2023
Onroerende zaakbelasting 7.793 9.299 9.558 9.799 Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten 2.866 3.200 3.396 3.437 Rioolheffing 3.699 4.312 4.421 4.533 Toeristenbelasting 210 449 449 449 Totaal 14.568 17.260 17.824 18.217 *inclusief wijziging De opbrengsten zijn tot en met 2020 exclusief Helvoirt en vanaf 2021 inclusief Helvoirt.
75
2024
2025
10.048 10.304 3.538 3.559 4.603 4.603 449 449 18.637 18.915
3.4.2 Beleid t.a.v. lokale heffingen Uitgangspunt van het coalitieakkoord “Vernieuwd en vertrouwd” is dat de lastendruk niet onnodig toeneemt. De opbrengsten van lokale heffingen worden beïnvloed door drie factoren: autonome ontwikkelingen, areaal (uitbreiding of krimp) en indexatie. Het uitgangspunt is dat wijzigingen in areaal leiden tot meer- of minderopbrengsten. Indexatie leidt tot meeropbrengsten. De te realiseren OZB-opbrengst voor het jaar t+1 wordt bepaald door de begrote opbrengsten in het jaar t te verhogen met de verwachte areaaluitbreiding én het inflatiepercentage. Deze laatste 2 kunnen afwijken van het voorgaande begrotingsjaar. Door het te delen door de actuele WOZwaarden ontstaat het tarief. Het is vigerend beleid om autonome ontwikkelingen te compenseren. Voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, leges en lijkbezorgingsrechten wordt maximaal 100% kostendekking toegepast. De kosten bestaan uit de directe kosten en een opslag voor de overhead. De opslag voor overhead wordt meegenomen bij de tariefbepaling van de diverse heffingen. Hiervoor wordt binnen de Programmabegroting een consistente gedragslijn gehanteerd. Overhead wordt toegerekend volgens de volgende formule: ((directe personele kosten taakveld (inclusief eventuele inhuur))/(totale personeelslasten alle taakvelden excl.
Overhead)) x overhead = opslag Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn de gebruikers belastingplichtig en is het tarief onder meer afhankelijk van inhoudelijke beleidskeuzes en het gewenste voorzieningenniveau. De legesopbrengsten over het totaal van de verordening zijn, conform artikel 229b van de Gemeentewet, op basis van voorcalculatie niet hoger dan de lasten. Het totaal van de legesopbrengsten is wettelijk beperkt tot maximaal 100% kostendekkend. Kruissubsidiëring tussen de titels is niet verboden maar ook niet wenselijk omdat het dienstverlening betreft van verschillende aard. In principe wordt momenteel geen kruissubsidiëring tussen titels toegepast. De indexering van de leges is gekoppeld aan de stijging van de personele lasten. Jaar
2021
2022
2023
2024
2025
Indexatie OZB inflatie
1.5%
1.5%
1.5%
1.5%
1,5%
3.4.3 Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen
Onroerende Zaak Belastingen De heffingsgrondslag voor de onroerendezaakbelastingen is de waarde zoals die in het kader van de Wet Waardering Onroerende Zaken jaarlijks wordt vastgesteld. Er zijn twee onroerendezaakbelastingen, de gebruikersbelasting voor niet-woningen en de eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen. Daarbij passen we de drie onderstaande uitgangspunten toe: Autonome ontwikkelingen Conform bestaand beleid worden autonome ontwikkelingen gecompenseerd bij de tariefbepaling. Areaal Areaalontwikkelingen leiden in het geval van uitbreiding tot meeropbrengsten en in het geval van krimp tot minderopbrengsten. Areaal heeft derhalve geen effect op de lastendruk. 76
Indexatie Het meerjarig begrotingsperspectief leidt ertoe dat met ingang van 2022 de inflatiecorrectie van 1,9% wordt toegepast. Verwacht wordt dat de WOZ-waarden voor woningen naar waardepeildatum 1-1-2021 een stijging laten zien. Voor niet-woningen verwachten we een marktontwikkeling rond de nullijn. De marktontwikkeling heeft geen effect op de uiteindelijk te realiseren OZB-opbrengsten omdat waardestijging of -daling wordt verdisconteerd in de tarieven en daarmee heeft dit ook geen effect op de lastendruk. Toeristenbelasting De toeristenbelasting maakt onderdeel uit van de algemene dekkingsmiddelen. Er zijn op dit moment 8 belastingplichtigen van professioneel geëxploiteerde accommodaties. Door de coronapandemie is het aantal overnachtingen in 2020 fors gedaald. Deze scherpe daling van het zal afhankelijk van het verloop van de pandemie weer snel kunnen opveren. Het is de verwachting dat na afloop van de pandemie de overnachtingen zoals in 2018 en 2019 weer in beeld zullen komen. Dit gelet op de structurele aard van de stijging in de jaren vóór de pandemie. M.i.v. 2020 zijn nieuwe tarieven voor de toeristenbelasting vastgesteld. Het tarief is € 2,00 voor hotels en € 1,75 voor overige accommodaties. Toeristenbelasting aantal overnachtingen hotels aantal overnachtingen overige totaal
2017 98.932 45.450 144.382
2018 104.612 33.181 137.793
2019 104.068 54.909 158.977
2020 77.861 35.711 113.572
2021 * 77.000 35.000 112.000
* Vanwege de ondersteuning aan ondernemers in de coronacrisis zijn de aanslagen toeristenbelasting later opgelegd. Conform de besluitvorming wordt de gebruikelijke cyclus in 2022 hervat. Om deze reden zijn er nog geen cijfers over het jaar 2021 beschikbaar. Het aantal overnachtingen is vanwege de aanhoudende coronacrisis ingeschat op het niveau van 2020. Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing voor het verhalen van de kosten van de afvalinzameling en –verwerking. De afvalinzameling is in 2016 aanbesteed, op grond van de resultaten van de brede afvaldiscussie. In 2017 is de huis- aan huisinzameling gewijzigd. Het uitgangspunt voor de afvalstoffenheffing is maximaal 100% kostendekkende tarieven. De kosten van de milieustraat worden gedeeltelijk gedekt door tarieven aan de poort. We hanteren de principes “de vervuiler betaalt” en “afval is grondstof”. We bieden het door de burgers gewenste serviceniveau tegen zo laag mogelijke kosten. Het tarief bestaat uit een vastrecht en een variabel deel, op basis van volume en het aantal ledigingen. In 2020 zijn de tarieven gestegen om de dienstverlening kostendekkend aan te bieden. Het stijgen van de kosten en beleidsmatige keuzes liggen hieraan ten grondslag. De verzwaring van de lastendruk is evenredig over de belastingplichtigen worden verdeeld.
Voor 2022 worden de tarieven aangepast om de heffing kostendekkend te laten blijven.
77
Kostendekkendheid x € 1.000
Afvalstoffenheffing
Kosten taakveld(en) incl. (omslag) rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Directe kosten en inkomsten Overhead BTW Toe te rekenen kosten Totale kosten Opbrengst heffingen Mutatie egalisatievoorziening afval Totale inkomsten Dekkingspercentage
3.248 641 2.607 229 560 789 3.396 3.396 0 3.396 100,0%
Rioolheffing Rioolheffing is een bestemmingsheffing om kosten voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van hemelwater en grondwater te verhalen. Artikel 228a Gemeentewet maakt een onderscheid tussen de waterketen (afvoer afvalwater) en het watersysteem (hemelwater en grondwater). Voor 2018 e.v. is een nieuw gemeentelijk rioleringsplan (GRP) opgesteld. In dit GRP zijn de volgende uitgangspunten voor de rioolheffing opgenomen: - kostendekkende tarieven (maximaal 100%) - heffingsgrondslag drinkwaterverbruik - tarief voor bronnering - principe “de vervuiler betaalt” Eventuele risico’s en tekorten worden opgevangen door de voorziening riolering.
Kostendekkendheid x € 1.000
Rioolheffing
Kosten taakveld(en) incl. (omslag) rente Inkomsten taakveld(en), excl.. heffingen Directe kosten en inkomsten Overhead BTW Toe te rekenen kosten Totale kosten Opbrengst heffingen Mutatie egalisatievoorziening riolering Totaal inkomsten Dekkingspercentage
3.834 41 3.792 217 191 408 4.201 4.421 -220 4.201 100,0% 78
Leges Bij de leges wordt onderscheid gemaakt tussen de leges algemene dienstverlening, dienstverlening fysieke leefomgeving (omgevingsvergunning) en overige dienstverlening. De legesverordening is opgebouwd uit deze drie titels. Kruissubsidiëring binnen de diverse titels van de Legesverordening wordt op beperkte schaal toegepast, o.a. bij het tarief voor bouw gerelateerde omgevingsvergunningen. Kruissubsidiëring wordt o.a. toegepast om legesopbrengsten te maximaliseren en financiële prikkels positief dan wel negatief in te zetten. De kostendekking blijft op totaalniveau onder de 100%. Titel 1, Titel 2, dienst Titel 3, Totaal leges algemene verlening fysieke dienstverlening verordening dienst leefomgeving/ onder Europese Kostendekkendheid x € 1.000 verlening omgevings diensten richtlijn vergunning Kosten taakveld(en) incl. (omslag) rente Opbrengsten taakveld(en), excl. heffingen Directe kosten en opbrengsten
788
687
96
1571
157
0
0
157
631
687
96
1.414
Overhead incl. (omslag) rente BTW Toe te rekenen kosten Totaal kosten en opbrengsten
489 8 496 1.128
582 8 590 1.277
49 8 153 250
1.120 23 2558 3.972
Opbrengst heffingen Dekkingspercentage
304 27%
1.327 104%
19 7%
1.650 42%
Begraafplaatsen / grafrechten De gemeente Vught exploiteert één algemene begraafplaats. Er wordt gestreefd naar een kostendekkende exploitatie van deze begraafplaats. Om te komen tot kostendekkende tarieven zijn de grafrechten de afgelopen drie jaar verhoogd. De kostendekking zoals opgenomen in de tabel is gebaseerd op een 100% kostendekkende exploitatie inclusief overhead. De geraamde opbrengsten zijn gebaseerd op 5 begravingen per jaar en 12 verlengingen.
Kostendekkendheid x € 1.000
Begraafplaatsen
Kosten taakveld(en) incl. (omslag) rente Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen Directe kosten Overhead incl. (omslag) rente BTW Toe te rekenen kosten Totale kosten
15 0 15 3 0 3 18 79
Opbrengst grafrechten Dekkingspercentage
19 107%
Reclameheffing In 2013 is voor het centrum van Vught een reclameheffing ingevoerd. De opbrengsten van deze reclameheffing (na aftrek van perceptiekosten en oninbaar) worden afgedragen aan het centrummanagement. Het centrummanagement gebruikt deze middelen voor investeringen en activiteiten die positief bijdragen aan de leefbaarheid en aantrekkingskracht van het centrum. Het tarief voor de reclameheffing is sinds 2013 € 1,26 per € 1.000 WOZ-waarde. Om onevenredigheid in belastingheffing te beperken is een minimum van € 126 en een maximum van € 1.250 ingevoerd.
3.4.4 De lokale lastendruk De lokale lastendruk is gebaseerd op OZB, riool- en afvalstoffenheffing. Ten gevolge van inflatiecorrectie zullen de OZB-tarieven met 1,5% stijgen. De tarieven voor afvalstoffenheffing en riolering zijn (maximaal) 100% kostendekkend en daarmee gerelateerd aan het ambitieniveau ten aanzien van kwaliteit en dienstverlening. Met ingang van 2020 wordt er geen belasting geheven per lediging van de gft-container. In vergelijking met andere gemeenten is de lokale lastendruk in Vught bovengemiddeld. De lokale lastendruk hangt samen met het voorzieningenniveau dat een gemeente biedt. Vught heeft afgelopen jaren het (hoge) voorzieningenniveau kunnen handhaven en de lastenverzwaring kunnen beperken. Het streven is en blijft beperking van de lastenverzwaring. Ontwikkeling lokale lastendruk (meerpersoonshuishouden) OZB WOZ-waarde woning Tarief OZB Afvalstoffenheffing Vastrecht Ledigingen rest, 140l *) Ledigingen gft, 140l *) Heffing Rioolheffing Basistarief
2020 t.o.v. 2021
2020
2021
€ 369.185 0,1120% € 413
€ 392.813 0,1068% € 420
1,5%
€ € € €
189 89 278
€ € € €
183 89 271
-2,4%
€
240
€
228
-5,0%
€
918
-1,3%
Totaal € 931 *) Op basis van 9 ledigingen restafval en 6 ledigingen GFT
3.4.5 Kwijtscheldingsbeleid
Het kwijtscheldingsbeleid is vastgelegd in een verordening. Kwijtschelding kan worden verkregen voor OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Mensen met een inkomen tot 100% van de bijstandsnorm komen hiervoor in aanmerking. Voor de doelgroep 100% tot 110% is er een bijdrageregeling in het leven geroepen. Een regeling in het kader van het armoedebeleid die buiten het gemeentelijk belasting/invorderingsterrein valt. Voor de afvalstoffenheffing is het aantal ledigingen waarvoor kwijtschelding wordt verleend beperkt (de vervuiler betaalt). De 80
kwijtschelding is niet opgenomen in de tariefstelling voor de afvalstoffenheffing respectievelijk riolering maar wordt gedekt uit de algemene middelen via het budget armoedebeleid. realisatie Jaar Aantal toekenningen Derving x € 1.000
2020 173 83
begroting 2021 200 95
2022 200 95
2023 200 95
2024 200 95
2025 200 95
3.5 Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente Vught heeft een buitengebied wat in de verre omgeving bekendheid heeft door haar landgoederen en de recreatieplas de IJzeren Man. In het bebouwd gebied zijn veel gemeentelijke en andere voorzieningen te vinden die van belang zijn voor de manier waarop bewoners en bezoekers de omgeving beleven. In die omgeving wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd waarbij de beleving voor een groot deel wordt bepaald door de kwaliteit van de kapitaalgoederen. Een goed beheer ervan is van groot belang.
3.5.1 Beheer en onderhoud openbare ruimte Inleiding In deze paragraaf wordt aangegeven op welke wijze de kapitaalgoederen in de openbare ruimte worden onderhouden. Hiervoor zijn beleids- en beheerplannen vastgesteld en voor de uitvoering zijn de benodigde financiële middelen beschikbaar gesteld. We onderscheiden de volgende beheersdisciplines: - Wegen - Openbare verlichting - Civieltechnische kunstwerken - Riolering (incl. water) - Groen en bomen - Speelvoorzieningen - Verkeers- en Vervoersplan (incl. parkeren) Per beheerdiscipline gaan we nader in op de beleidskaders en ontwikkelingen, de prestaties en kwaliteit en de financiën. Er wordt afgesloten met een meerjarenoverzicht van de projecten in de openbare ruimte. Wegen Beleidskader Het groot onderhoud van wegen vindt plaats volgens de systematiek van het wegbeheer van het CROW. Hierdoor wordt op een rationele manier kennis verkregen over waar, wanneer, welke maatregelen moeten worden getroffen om volgens de vooraf gestelde norm het afgesproken onderhoudsniveau te bereiken. De systematiek geeft daarbij aan welke middelen hiervoor noodzakelijk zijn. Prestaties en kwaliteit Aan het beheer van verharde wegen ligt de beleidskeuze vast die door de gemeenteraad op 24 april 2003 is gemaakt, waarbij de prioritering binnen de kwaliteitscriteria zijn vastgelegd.
Daarin is de doelstelling van het beheer vastgelegd om het Vughtse wegennet te laten voldoen aan wat als 'normaal' mag worden beschouwd. Het jaarlijks onderhoud is gekoppeld aan een tweejaarlijkse globale inspectie van het wegenbestand, wat begin 2021 plaatsvond. Onderstaande kwaliteit cijfers zijn gebaseerd op de tweejaarlijkse globale inspectie van 2021. 81
Kwaliteit asfalt verharding A+
Even 2017 2019 2021 wichtig wegennet 59% 55% 53% 20%
Kwaliteit Even elementen 2017 2019 2021 wichtig verharding wegennet A+ 54% 54% 61% 10%
A
21%
19%
8%
60%
A
29%
22%
15%
77%
B
8%
16%
29%
12%
B
2%
18%
20%
8%
C
1%
4%
1%
8%
C
0%
1%
0%
5%
D
11%
7%
9%
0%
D
15%
6%
4%
0%
Kwaliteitsniveau volgens CROW richtlijnen: A+: geen schade A: enige schade, maar de waarschuwingsgrens is nog niet overschreden B: waarschuwingsgrens is overschreden: binnen vijf jaar is onderhoud nodig C: richtlijn is overschreden: binnen twee jaar is groot onderhoud nodig D: richtlijn is meer dan één klasse overschreden: er is direct groot onderhoud nodig Voor onverharde wegen wordt in 2022 een beleidskader aan de raad voorgelegd, inclusief bijbehorende meerjarenonderhoudsplanning (MJOP). Extra aandacht gaat er gegeven worden aan het asfalt areaal welke het kwaliteitsniveau D heeft. Omdat diverse wegen die dit kwaliteitsniveau hebben in het buitengebied gelegen zijn gaat afgewogen worden of deze een onverharde status zouden kunnen krijgen. Financiën Voor het onderhoud van de wegen zijn jaar gebonden budgetten beschikbaar. Voor de investeringen zijn jaarlijks investeringskredieten beschikbaar. Wegen x € 1.000 2022 2023 2024 2025 Onderhoud wegen 366 370 375 379 Investering wegen 816 828 841 853 Openbare verlichting Beleidskader en ontwikkelingen Het beheerplan openbare verlichting geeft kaders voor de openbare verlichting, binnen en buiten de bebouwde kom, die aansluiten op landelijke wetgeving. Met het beheerplan wordt aangegeven waar de openbare verlichting aan moet voldoen om zo goed mogelijk te functioneren.
Prestaties en kwaliteit De kwaliteit van de verlichting laat zich uitdrukken in een percentage in dienst (brandt wel/ brandt niet). Hierop wordt jaarlijks gemeten en gerapporteerd, de huidige score ligt hoger dan 99%. De doelstelling is deze score de komende jaren te handhaven. Invulling gaat er gegeven worden aan het verledden van het areaal om de doelstelling om in 2030 volledig verled te kunnen zijn. Financiën Er is er investeringskrediet beschikbaar voor de openbare verlichting en daarnaast is er ook een investeringskrediet voor het verledden van de openbare verlichting. Openbare verlichting x € 1.000 2022 2023 2024 2025 Investering openbare verlichting 236 239 243 247 Investering verledden openbare verlichting 63 64 65 66 82
Civieltechnische kunstwerken Beleidskader en ontwikkelingen Periodiek wordt aan de hand van een visueel uitgevoerde inspectie de meerjaren onderhoudsplanning geactualiseerd. Een beleidsplan waarin inzicht geven wordt in de samenhang tussen de grootte van het areaal, de kwaliteit en financiën voor het beheren van de civieltechnische kunstwerken ontbreekt. Gestuurd wordt op een veilig gebruik met een doelmatige uitstraling. Een beleidsplan hiervoor gaat in 2022 opgesteld worden. Prestaties en kwaliteit De kwaliteit en veiligheid van het areaal is beneden het basisniveau geraakt waardoor op diverse plaatsen, een veilig gebruik van de oeververbindingen in het geding is. In 2022 dient verder invulling gegeven te gaan worden aan het uitvoeren van verificatieberekeningen van de verkeersbruggen zodat vastgesteld kan worden hoe het gesteld is met de constructieve veiligheid. Naar gelang de uitkomsten van het onderzoek gaan maatregelen getroffen worden. Financiën Onderhoud civieltechnische kunstwerken In onderstaande tabel in de stand van de voorziening en de stortingen en ontrekkingen voor de komende jaren opgenomen. De onttrekkingen zijn opgesteld op basis van het meest actuele onderhoudsprogramma.
Civieltechnische kunstwerken x € 1.000 2022 2023 2024 2025 Beginsaldo voorziening 112 184 263 341 Storting 160 160 161 161 Onttrekking 87 82 82 82 Eindsaldo voorziening 184 263 341 420 Vervanging civieltechnische kunstwerken Voor de vervanging van civieltechische kunstwerken de volgende investeringen begroot voor de komende jaren.
Civieltechnische kunstwerken
x € 1.000
2022 27
Investeringen civieltechnische kunstwerken
2023 33
2024 836
2025 167
Riolering (incl. water) Beleidskader en ontwikkelingen In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2023 is de zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwater van de Wet milieubeheer en de Waterwet vertaald in visie en beleid voor de Vughtse riolering en wateren. De samenvoeging met Helvoirt en nieuwe landelijke- en lokale ontwikkelingen op het gebied van water en riolering zijn redenen om het vGRP te actualiseren. De opvolger van het vGRP wordt het Programma Water en Riolering (PWR). In een PWR zet de gemeente uiteen hoe zij de komende jaren invulling geeft aan haar hemelwaterzorgplicht, afvalwaterzorgplicht, en grondwaterzorgplicht. Om invulling te geven aan de duurzaamheidsambities is de Nota Vught Klimaatadaptief opgesteld. Deze is in 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. Prestaties en kwaliteit. - Volledige scheiding van afvalwater en hemelwater op lange termijn. We streven ernaar om de overlast door foutieve aansluitingen in de komende circa 20 jaar te minimaliseren, daarvoor 83
-
-
hebben we een subsidieregeling. Het kost meer tijd dan eerder voorzien, omdat uit onderzoek is gebleken dat de hoeveelheid foutieve aansluitingen groter is. We vervangen en onderhouden rioolgemalen en riolering die in slechte staat verkeert. We vervangen 2 % per jaar, zodat de gemiddelde kwaliteit toeneemt. We doen de werkzaamheden zoveel mogelijk gebiedsgericht, met verbetering voor weginrichting, verlichting en groen. We zorgen ervoor dat bij die theoretische bui, die eenmaal per twee jaar optreedt, geen water op straat voorkomt. We voorkomen schade door hevige regenval, door bij vervanging van riolering te beoordelen of extra grote riolering nodig is. We meten de grondwaterstanden en analyseren de gegevens, met het oog op de plannen met de Rijksinfrastructuur en de andere (woningbouw) ontwikkelingen.
Water - We vervangen de hemelwaterriolering zodanig dat de waterkwaliteit verbetert. We nemen extra verbindingen en berging in vijvers mee in projecten. We vervangen de beschoeiing ongeveer elke 20 jaar en baggeren regelmatig, elke 10 jaar. Financiën Voor de riolering zijn jaarlijks investeringskredieten beschikbaar voor riolering, pompen en gemalen. Voor de wateren zijn voor beschoeiingen jaarlijks investeringskredieten beschikbaar en voor baggeren een jaar gebonden budget. We hebben afgelopen jaren bijna alle grotere watergangen gebaggerd, daarom is er komende jaren minder budget nodig. Riolering en water x € 1.000 2022 2023 2024 2025 Riolering Investering riolering 2.793 2.823 2.866 2.909 Investering pompen en gemalen 321 325 343 348 Water Investering beschoeiingen 124 126 127 129 Onderhoudsbudget baggeren 46 48 37 37 Groen en bomen Beleidskader en ontwikkelingen Nota Groen ‘Groen verbindt’ 2016 en de waardevolle bomenlijst 2016 vormen een adequaat sturingsmechanisme voor het product openbaar groen. Om het groenonderhoud in de openbare ruimte zo efficiënt mogelijk uit te voeren, vindt het onderhoud en beheer van het groen plaats op basis van deze Nota Groen, de monumentale en waardevolle bomenlijst, het beheersysteem en de vastgestelde beeldkwaliteitsnormen. De Nota Groen wordt in 2022 geactualiseerd. Het onderwerp groenbeheer wordt hierin meegenomen.
Om de ecologische kwaliteit (biodiversiteit) van het groen te versterken is de Nota biodiversiteit opgesteld. Deze is in 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. Prestaties en kwaliteit Gebied
Kwaliteitsniveau
Centra
A - kwaliteit
Wijken
B - kwaliteit
Buitengebied en overgang buitengebied
C - kwaliteit
Financiën Voor investeringen in het groenareaal zijn de onderstaande kredieten beschikbaar. 84
Groen Investering groen
x € 1.000
2022 250
2023 254
2024 258
2025 262
Speelvoorzieningen Beleidskader en ontwikkelingen Eigenaren en beheerders van speelvoorzieningen zijn verplicht alle speelvoorzieningen, die openbaar toegankelijk zijn, aantoonbaar te laten voldoen aan het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS). De wet verplicht daarom de eigenaar en/of de beheerder een logboek bij te houden van elk speeltoestel. Prestaties en kwaliteit In het beheerplan speelvoorzieningen is weergegeven welke speelvoorzieningen gedurende deze periode worden vervangen. De huidige gemiddelde kwaliteit van de speelvoorzieningen is hieronder weergegeven. Uitstekend Goed Kwaliteit speelvoorzieningen
Voldoende Onvoldoende Slecht X
Financiën Voor de investeringen in speelvoorzieningen zijn de onderstaande kredieten beschikbaar. Spelen x € 1.000 2022 2023 2024 2025 Investering speelvoorzieningen 58 59 60 61 Verkeer- en vervoersplan (incl. parkeren) Beleidskader en ontwikkelingen Verkeer In het VVP 2014 – 2018 is het beleid vastgelegd. Kernbegrippen in het plan zijn bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid. Aanpassingen voor de afwikkeling van het verkeer tussen VughtNoord en het centrum ten gevolge van intensivering van het railverkeer zijn noodzakelijk. In het plan zijn de modaliteiten op elkaar afgestemd en zijn duidelijke keuzes betreffende de verschillende modaliteiten in relatie tot gebieden/trajecten binnen de gemeentegrenzen gemaakt. Prestaties en kwaliteit In het VVP is bepaald dat de gemeente aansluit bij het landelijke beleid en de daarin gestelde doelstellingen qua verkeersveiligheid. De landelijke doelstelling geldt voor 2020 en gaat uit van 45% minder doden en 34% minder ziekenhuisgewonden ten opzichte van het driejaarlijks gemiddelde over de jaren 2001, 2002 en 2003. Beleidskader en ontwikkelingen Parkeren In 2013 is het nieuwe parkeerbeleid 2013-2022 vastgesteld.
Goed parkeerbeleid is van essentieel belang voor onder andere het functioneren van het centrum, de kwaliteit van de woonomgeving, het economisch functioneren van werkgebieden en het stimuleren van het gebruik van fiets en openbaar vervoer. Het parkeerbeleid draagt bij aan het versterken van de stedelijke vitaliteit en zorgt voor een optimale benutting van de infrastructuur. In de ‘parkeernota’ zijn de parkeernormen opgenomen. Prestaties en kwaliteit De nota Parkeerbeleid stelt dat minimaal 95% van de parkeerders in de parkeerschijfzone op een juiste wijze parkeert (korter dan de maximum toegestane parkeerduur) bij een maximale handhavingsinzet van gemiddeld 2 uur per parkeerplaats per jaar. 85
Verder geldt bij besluitvorming als toetsingskader dat uitbreiding van de maximaal toegestane parkeerschijfduur wordt overwogen als 10% langer parkeert dan 70 min (op basis van de huidige situatie). Financiën Voor investeringen in verkeer en parkeren zijn de onderstaande kredieten beschikbaar. Verkeer en parkeren x € 1.000 2022 2023 2024 2025 Investering verkeer (incl. parkeren) 258 262 266 270 Meerjarenoverzicht projecten in de openbare ruimte In onderstaande tabel zijn alle projecten in de openbare ruimte voor de komende jaren opgenomen. Hierbij is aangegeven in welke jaren de (resterende) werkzaamheden gepland staan en wat het totale krediet is van het project. De uitgaven op deze projecten worden bekostigd vanuit de investeringskredieten MOR voor wegen, riolering, verlichting, groen etc. Onder de tabel wordt een toelichting gegeven op de projecten. Project 2022 2023 2024 2025 *) Totaal krediet Dorpsstraat Boslaan Martinilaan De Bréautélaan Kampdijklaan Loonsebaan Pepereind Vondelstraat-Sniedersstraat Emmasingel eo Baron van Hövellplein en Dr Hillenlaan Ruidigerdreef asfaltvervanging Fietspad Drongelens pad Baggeren Buitengracht Fort Isabella Aanleg brug fort Isabella Vervangen brug Deutersestraat Vervangen houten brug St.
Lambertusstr Vervangen houten brug Pieter Vreedesingel Vervangen houten brug Oude Loonsebaan Vervangen houten brug Karel Kuperbrug Vervangen houten brug Pepereind Vervangen houten brug St.Lambertusstraat Vervangen houten brug Klein Brabant Vervangen houten brug Driesedam
342.500 1.055.800 983.900 1.743.500 1.408.700 1.558.200 1.266.000 1.069.000 3.702.200 1.427.000 450.000 1.680.000 450.000 458.000 836.000 30.000 50.000 27.000 33.000 64.000 35.000 14.000 54.000
*voor 2025 zijn de projecten nog onvoldoende in beeld cq geprioriteerd, de relatief lage investering voor 2025 betreft hierdoor een vertekend beeld, bij de volgende programmabegroting 2022-2026 wordt hierdoor voor 2025 een ‘normaler’ niveau verwacht.
86
Toelichting op de projecten Dorpsstraat Het project Dorpsstraat betreft de renovatie van het parkeerterrein achter de voormalige bibliotheek. Samen met de omwonenden is hier in 2018 en 2019 een ontwerp gemaakt. Nadat de inmiddels gestarte verbouwing van de bibliotheek gereed is, wordt het parkeerterrein van de nieuwe inrichting voorzien. Naar verwachting is dit in 2022 het geval. Boslaan Het integrale project Boslaan voorziet in rioolvervanging en bovengrondse herinrichting als 50 km/u weg. Het project is gekoppeld aan de werkzaamheden aan de N65. Het project is op te knippen in twee delen: het gedeelte ten noordwesten van de overweg / aansluiting met de Loonsebaan, en het gedeelte tussen de overweg en het Snippenlaantje. Bijkomend aandachtspunt is bereikbaarheid PI. Martinilaan Het integrale project Martinilaan kent eveneens een koppeling met de ombouw van de N65. De Martinilaan wordt mogelijk deels ingericht als fietsstraat. Het traject loopt van de N65 tot aan de ovonde. De ombouw van de Martinilaan staat gepland om aansluitend op de realisatie van de N65 te doen. De Bréautélaan Het integrale project de Bréautélaan omvat meer dan enkel de Bréautélaan, ook een deel van de Middenweg en de Heiweg. De de Bréautélaan wordt ingericht als fietsstraat.
Evenals bij de Zonneweilaan moet er een klimaat adaptieve hemelwaterverbinding gerealiseerd worden tussen de verdiepte kuip van de N65 en de Vughtse Heide. Realisatie voorafgaand aan de N65. Kampdijklaan Het integrale project Kampdijklaan is een project in de invloedsfeer van de werkzaamheden PHS. Structuurbepalend groen vergt hier een slimme oplossing. De Kampdijklaan wordt waarschijnlijk ingericht als fietsstraat. Qua planning is dit project redelijk autonoom. Sluit wel aan op conditioneringswerkzaamheden ten behoeve van PHS aan zowel de Willem III-laan als de verlengde Kampdijklaan. Wortelopdruk en rioolstoringen geven dit project een hoge prioriteit. Loonsebaan Integraal project Loonsebaan betreft twee trajecten, te weten: rotonde Postweg-Loyolalaan en Aert Heymlaan-Kampdijklaan. Ook dit project ligt onder de invloedsfeer van PHS, is daarnaast redelijk autonoom. Logisch moment van realisatie is vanaf het moment dat de overweg Loonsebaan komt te vervallen. Pepereind Cromvoirt Ook Pepereind is een integraal project. Ook hier een markante bomenrij, beperkte profielbreedte enz. Met bewoners uit Cromvoirt is een ontwerp uitgedacht wat voorziet in scheiding van voet fiets en autoverkeer. Voor deze optie is grondaankoop noodzakelijk. Binnen de invloedsfeer van N65 en brug Deutersestraat. Bijkomend aandachtspunt is bereikbaarheid PI.
Vondelstraat-Sniedersstraat Integraal project, veel rioolstoringen, geen relatie met Rijksinfra, dit project is autonoom in te plannen. Emmasingel en omgeving Integraal project, onderhoudsniveau wegen en riolering matig, minimale relatie met Rijksinfra, autonoom in te plannen. 87
Baron van Hövellplein en Dr Hillenlaan Werkzaamheden aan de openbare ruimte volgen bouwactiviteiten. Ruidigerdreef Sectoraal wegenwerk (asfalt) project vergt nadrukkelijke afstemming in relatie tot natuurwaarden. In 2021 door de omgevingsdienst on hold gezet, uitvoering doorgeschoven naar 2022. Fietspad Drongelenspad Sectoraal wegenwerk, de fietspaden op de dijk langs het Drongelens kanaal vergen groot onderhoud. Gezien de lengte van het traject vergt dit een grote sectorale investering. Baggeren Buitengracht Fort Isabella Samen met de waterschappen Aa en Maas en De Dommel worden klimaat adaptieve maatregelen genomen. Het Baggeren van de Buitengracht Fort Isabella zorgt voor een vertraagde afvoer van Vughts regenwater naar het Drongelens Afwateringskanaal. Het project wordt gefinancierd door zowel de waterschappen als de gemeente Vught. Aanleg brug Fort Isabella In samenwerking met de Provincie, Gemeente Den Bosch, de Isabella Groep en het Waterschap wordt gewerkt aan de realisatie van een recreatieve fiets/voetgangersbrug. Aansluitend op de ruimtelijke procedure kan dit project vermarkt worden. Vervangen brug Deutersestraat De brug Deutersestraat is aan vervanging toe, nadat het ontwerptraject doorlopen is, wordt de vervanging gerealiseerd. Gezien het aanmerkelijke belang van deze verbinding heeft deze vervanging een hoge prioriteit.
Diverse vervanging houten bruggen De vervanging van diverse houten bruggen staat gepland voor de komende jaren.
3.5.2 Onderhoud gebouwen Het onderhoud aan de gebouwen wordt uitgevoerd conform meerjarenonderhoudsplannen. Onderhoud coördineren we centraal. We kiezen ervoor om het conditieniveaus van alle gebouwen op een eenduidige manier te bepalen. De gehanteerde conditieniveaus zijn: Conditie- Omschrijving niveau 1 Uitstekend 2 Goed 3 4 5 6
Redelijk Matig Slecht Zeer slecht
Toelichting Incidenteel geringe gebreken Incidenteel beginnende veroudering plaatselijk zichtbare veroudering Functievervuiling van bouw- en installatiedelen niet in gevaar Functievervuiling van bouw- en installatiedelen in gevaar De veroudering is onomkeerbaar Technisch rijp voor sloop
Deze conditieniveaus gebruiken we voor alle gebouwen: - primair, speciaal en voortgezet onderwijs (voor zover de verantwoordelijkheid strekt); - gemeentelijke gebouwen; - sociaal-culturele gebouwen en sportaccommodaties.
88
Primair, speciaal en voortgezet onderwijs Voor het basisonderwijs en speciaal onderwijs geldt dat gemeenten geen verantwoordelijkheid hebben voor het planmatig en groot onderhoud. Uitzondering op deze situatie vormt gebouw het Kwartier waar basisschool Het Molenven is gehuisvest en de Koningslinde en de Dr. Landmanschool. Het Kwartier, omdat dit twee scholen betreft van twee verschillende schoolbesturen en het gebouw nog meer functies huisvest. Afgesproken is dat de gemeente eigenaar is en blijft van dit gebouw. De gemeente is ook eigenaar van het Helvoirthuis, waarin de Dr. Landmanschool is gevestigd. Dit betreft ook een pand met meerdere functies. Het Helvoirthuis (inclusief school) wordt verderop in deze paragraaf verantwoord. Gemiddelde conditie van de gemeentelijke gebouwen Gewenste Huidige conditie conditie 1 2 3 4 5 Het Kwartier 1 X
6
Financiën
(x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Begin saldo
291
226
182
207
Stortingen
45
45
45
45
Onttrekkingen
109
90
20
20
Eindsaldo
226
182
207
232
Clustervoorziening Vught-Noord
Gemeentelijke gebouwen Gemiddelde conditie van de gemeentelijke gebouwen Gewenste Huidige conditie conditie 1 2 3 4 5 Gemeentekantoor (Secr. van Rooijstraat ) 2 X Raadhuis (Leeuwensteinplein) 2 X Koetshuis (fietsenstalling raadhuis) 2 X BOR/Brandweer (Kettingweg) 2 X Fusilladeplaats 2 X Lambertustoren 2 X Oude toren Helvoirt 2 X
6
De gemeentelijke gebouwen verkeren momenteel in een redelijke tot goede conditie. De renovatie van het Raadhuis is in september 2020 opgeleverd. Deze ziet er weer stralend uit. Voor het raadhuis, het koetshuis en het gemeentekantoor zijn er nieuwe meerjaren onderhoudsplannen opgesteld. Op basis van deze nieuwe plannen zijn de onttrekkingen en jaarlijkse dotaties geactualiseerd. De oude Toren in Helvoirt is per 1-1-2021 overgekomen vanuit Helvoirt. Dit geldt ook voor de reeds opgebouwde voorziening. Deze voorziening, de geplande onttrekkingen en de jaarlijkse dotatie zijn één-op-één overgenomen vanuit Haaren. Op basis van een nieuw, nog op te stellen meerjarig onderhoudsplan, moet deze voorziening nog in lijn worden gebracht met de overige Vughtse voorzieningen. 89
Financiën
(x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Begin saldo
805
989
1.243
1.176
Stortingen
337
337
333
325
Onttrekkingen
153
83
400
64
Eindsaldo
989
1.243
1.176
1.437
(x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Begin saldo
83
87
90
88
Stortingen
4
4
4
4
Onttrekkingen
1
2
6
2
Eindsaldo
87
89
87
89
Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen
Voorziening onderhoud oude Toren Helvoirt
Sociaal-culturele gebouwen en sportaccommodaties
Vanuit het accommodatiebeleid in Vught stoten we sommige gebouwen af en sommige hebben niet langer een sociaal-culturele functie. Voor andere gebouwen wijzigt hun functie en/of het gebruik. Bij de gemeentelijke accommodaties maken we onderscheid in: - binnensportaccommodaties; - buitensportaccommodaties; - sociaal-culturele gebouwen (inclusief activiteiten voor jongeren); - overige accommodaties. Binnensportaccommodaties De binnensportaccommodaties hebben allemaal een relatie met het geven van bewegingsonderwijs voor het primair en/of voortgezet onderwijs. Bij de nieuw(ver)bouw van scholen wordt gekeken naar het handhaven en/of vernieuwen van gymzalen. Gemiddelde conditie van de Binnensportaccommodaties Gewenste Huidige conditie conditie 1 2 3 4 5 6 Sporthal Martinihal 2 X Gymzaal Vught Noord 2 X Gymzaal Hertog van Brabant 2 X 2 Atletiekaccommodatie PH X 3 Gymzaal Cromvoirt (is gerenoveerd) X Sportzaal Lidwina* 3 X Gymzaal De Kwebben* 3 X Sporthal Elzenburg 1 X Beweegzaal De Springplank 1 X Sportzaal HelvoirThuis 1 X *Objecten worden afgestoten binnen termijn van 3 jaar / wordt een verkoopadvies op voorbereid. Het beheer van de sporthal Elzenburg is overgegaan van Stichting Elzenburg naar de gemeente Vught i.v.m. efficiëntie exploitatiebeheer. 90
Beweegzaal de Springplank is in 2019 gerealiseerd. Hiervoor is eveneens een meerjarig onderhoudsplan opgesteld en maakt dit object ook onderdeel uit van de voorziening. Op basis van de meest recente plannen zijn de onttrekkingen en jaarlijkse dotaties geactualiseerd. De Sportzaal Helvoirthuis is per 1-1-2021 overgekomen vanuit Helvoirt. Het groot onderhoud van deze sportzaal maakt (vooralsnog) geen onderdeel uit van de voorziening sportzalen/gymzalen, maar wordt verantwoord bij de voorziening Helvoirthuis. Financiën
(x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Begin saldo
445
411
416
324
Stortingen
30
30
30
30
Onttrekkingen
64
25
123
15
Eindsaldo
411
416
324
339
Voorziening onderhoud sportzalen/gymzalen
Buitensportaccommodaties (incl. volkstuinen) De buitensportaccommodaties (inclusief de volkstuinen) behouden hun functie. Nieuwbouw accommodatie voor voetbalvereniging Zwaluw VFC wordt in voorbereiding genomen. Realisatie is in eigen beheer van de voetbalvereniging, onder toezicht van de gemeente Vught. Gemiddelde kwaliteit van de Sociaal-culturele gebouwen en sportaccommodaties Gewenste Huidige conditie conditie 1 2 3 4 5 Sportpark Bergenshuizen 3 X Volkstuinencomplex Piacenza – Gement – 3 X Bergenshuizen
6
De jaarlijkse dotatie en de geplande onttrekkingen van Sportpark Bergenshuizen zijn nog gebaseerd op verouderde meerjaren onderhoudsplannen. Omdat er nieuwbouw wordt gerealiseerd zal een nieuw meerjaren onderhoudsplanning opgesteld worden na realisatie van de nieuwbouw. Op basis hiervan zullen onderstaande, verouderde, onttrekkingen en stortingen geactualiseerd worden. Financiën
(x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Begin saldo
240
258
262
10
Stortingen
18
18
18
18
Onttrekkingen
0
26
270
7
258
262
10
21
Voorziening onderhoud sportparken
Eindsaldo
91
Sociaal-culturele gebouwen Gemiddelde kwaliteit van de sociaal-culturele gebouwen Gewenste conditie Elzenburg 2 SCC Lunetten 2 HelvoirThuis 1
Huidige conditie 2 3 4 5 X X
1
6
X
Op basis van de huidige meerjarenplanning zijn er geen aanvullende stortingen nodig om voor de komende 10 jaar de kosten voor groot onderhoud van de sociaal-culturele accommodaties te dekken. Het Helvoirthuis (inclusief school en sportzaal) is per 1-1-2021 overgekomen vanuit Helvoirt. Dit geldt ook voor de reeds opgebouwde voorzieningen. Deze voorzieningen, de geplande onttrekkingen en de jaarlijkse dotatie zijn één-op-één overgenomen vanuit Haaren. Op basis van een nieuw, nog op te stellen meerjarig onderhoudsplan, moet deze voorziening nog in lijn worden gebracht met de overige Vughtse voorzieningen. Financiën
(x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Voorziening onderhoud Sociaal Culturele Accommodaties Begin saldo
361
361
361
361
Stortingen
0
0
0
0
Onttrekkingen
0
0
0
0
Eindsaldo
361
361
361
361
(x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Begin saldo
192
229
266
304
Stortingen
37
37
37
37
Onttrekkingen
0
0
0
2
229
266
304
339
Voorziening Helvoirthuis
Eindsaldo
Overige gebouwen Voor de accommodaties die worden afgestoten en waar sprake is van leegstandsbeheer wordt alleen noodzakelijke onderhoud uitgevoerd om het gebouw veilig en heel te houden. Voor de locaties die in stand blijven, wordt het onderhoud op verantwoorde wijze aan de hand van meerjarenonderhoudsplannen uitgevoerd. Het gebouw Mariaplein wordt verhuurd ten behoeve van kinderopvang. Het ligt in de verwachting dat de Gouden Zonne in 2021 is gesloopt.
92
Gemiddelde kwaliteit van overige accommodaties Gewenste conditie Brandweerpost Cromvoirt (St. 3 Lambertusstraat 56) Gymzaal Molenven 3 10 appartementen HelvoirThuis 1 Theresialaan 3 Mariaplein 3 Gouden Zonne 5
1
Huidige conditie 2 3 4 5
6
X X X X X
3.6 Bedrijfsvoering 3.6.1 Planning & Control
Samen met het normen- en toetsingskader van de raad, waarmee de rechtmatige uitvoering van ons beleid wordt geborgd, is de programmabegroting de basis voor de Planning & control cyclus. Vanuit het coalitieakkoord, Een nieuwe start, is het college uitvoeringsprogramma opgesteld. Dit uitvoeringsprogramma is gebaseerd op de grote thema's uit het coalitieakkoord. De presentatie is in lijn met de structuur van de P&C cyclus: Wat willen we bereiken?, Wat gaan we ervoor doen? en Wanneer? Hiermee is een solide basis gelegd voor de komende P&C cycli. De activiteiten die we in 2022 doorzetten en/of oppakken zijn opgenomen in deze Programmabegroting. Aangevuld met andere actuele onderwerpen. In de programmabegroting zijn daarmee de activiteiten vastgelegd waarmee het college het komende jaar, in opdracht van de raad, aan de slag gaat. De uitvoering van beleid en bedrijfsvoering is gedelegeerd aan het managementteam van de gemeente Vught. Door middel van de bestuursrapportages en de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over de voortgang van de geformuleerde doelstellingen en de hiervan afgeleide actiepunten. In 2022 werken we aan een verbetering van de indicatoren en het gebruik ervan. Ook kijken we naar de mogelijkheden en wensen ten aanzien van de presentatie van de P&C-producten. Dit doen we in samenwerking met de auditcommissie.