2. Raadsinformatiebrief 2e Tijdelijke ontsluitingsweg PI Vught
Tekst van het document
Veel soorten en vooral die soorten die ook relatief dicht op de vegetatie jagen, gebruiken daarbij verbindende landschapsstructuren of lijnvormige landschapselementen, zoals houtwallen, heggen, lanen en wateren, ter beschutting en geleiding. Soorten die losser van de vegetatie jagen verplaatsen zich ook losser van het landschap. Bomenrijen langs wegen en kanalen, maar ook de kanalen zelf, vervullen vaak een belangrijke rol als verbindingsroute voor vleermuizen. Het Drongelens kanaal en de aanwezige bomenrijen in het gebied zijn zeer geschikt als vliegroute. Foerageergebied Vanuit hun verblijfplaatsen in de zomer en ook tijdens verplaatsingen over grotere afstanden wordt een netwerk aan foerageergebieden gebruikt. Bij sommige soorten speelt dit zich af binnen één gebied van minder dan een vierkante kilometer. Bij andere vleermuissoorten kan de dagrustplaats en het foerageergebied meer dan 15 km van elkaar verwijderd zijn. Amfibieën en reptielen Uit de NDFF is één beschermde soort amfibie waargenomen, namelijk de Poelkikker. De Poelkikker is waargenomen in het poeltje rechts in het midden van Figuur 8-7. Het betreft het gebied tussen de twee Lunetten. Dit gebied wordt niet geraakt door één van de alternatieven. Op basis hiervan kan aangenomen worden dat de verbodsbepalingen niet worden overtreden.
Naar alle waarschijnlijkheid komen er ook algemene amfibieën voor in en rondom het tracé. Figuur 8-7: NDFF waarnemingen: amfibieën en reptielen
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
38
Projectgerelateerd
Er zijn geen waarnemingen gedaan wat betreft Reptielen in de NDFF. Echter kan op basis van enkel NDFFwaarnemingen de aanwezigheid van een soort niet worden uitgesloten. Vissen Er worden geen watergangen aangepast in het planvoornemen, dus er is geen effect op beschermde vissoorten. Broedvogels De Gement (kerngebied van de ecologische hoofdstructuur), het gebied ten noorden van de PI Vught is een beschermd gebied voor weidevogels, ganzen en zwanen. Onder weidevogels verstaan we de vogels die broeden in weilanden en op akkers. We onderscheiden primaire en secundaire weidevogels, waarbij de eerste categorie in hoofdzaak op grasland broedt, en de tweede dat in mindere mate doet. Tot de primaire weidevogels rekent men doorgaans de steltlopers; kievit, scholekster, grutto, tureluur, wulp, kemphaan en watersnip. Tot de secundaire weidevogels worden vogels gerekend die vaker in andere landschappen broeden dan in het weiland. Vogels met jaarrond beschermde nestplaats Figuur 8-8 laat de waarnemingen zien van vogels rondom het projectgebied. Hierin zijn enkele vogels waargenomen met jaarrond beschermde nesten, namelijk; Boomvalk, Buizers, Huismus, Kerkuil, Steenuil.
Figuur 8-8: NDFF waarnemingen: vogels rond het projectgebied
Daarnaast zijn er een aantal vogels waargenomen met een jaarrond beschermde nesten als er sprake is van ecologisch zwaarwegende regenen. Deze vogels zijn; Bonte vliegenvanger, Boomklever, Boomkruiper, Brilduiker, Ekster, Gekraagde Roodstaart, Grauwe vliegenvanger, Groene specht, Grote bonte specht, Kleine bonte specht, Koolmees, Pimpelmees, Spreeuw, Zwarte kraai, Zwarte mees, Zwarte roodstaart. Op basis van enkel NDFF-waarnemingen kan de aanwezigheid van een soort niet worden uitgesloten, hiervoor moet ook worden gekeken naar de habitatgeschiktheid (op basis van een veldbezoek). Vervolgonderzoek naar vogels met jaarrond beschermde nestplaats zal vereist zijn. Ongewervelden Op de oever en de taluds van het kanaal bevinden zich diverse sprinkhaansoorten. Uit de NDFF zijn echter geen waarnemingen gedaan van insect soorten. Op basis van enkel NDFF-waarnemingen de aanwezigheid van een soort niet worden uitgesloten. Pimpernelblauwtje Vanuit verschillende natuurorganisaties in de omgeving is uitgesproken dat langs het Drongelens kanaal de Grote Pimpernel voor komt. Dit is de waardplant van een bijzondere/zeldzame en kwetsbare vlinder, de Blauwe Pimpernel (het Pimpernelblauwtje en het Donker Pimpernelblauwtje). Het beheerdoel van deze soort is uitbereiding. Bij realisatie van een brug over het Drongelens kanaal zal hiermee nadrukkelijk rekening gehouden moeten worden.
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
39
Projectgerelateerd
Effectbeoordeling Tabel 8-3: Effectscores beschermde soorten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling Alternatief Criteria Beschermde soorten
1
2
3a
3b
-
-
-
-
Alle alternatieven scoren negatief op beschermde soorten omdat niet kan worden uitgesloten dat deze in het gebied voorkomen. Vervolgonderzoek zal dit aan moeten tonen. De alternatieven onderscheiden zich niet van elkaar omdat ze zich allemaal in hetzelfde gebied bevinden. Houtopstanden In Figuur 8-9 is aangegeven waar de alternatieven de houtopstanden doorsnijdt. De oppervlakte van het nieuw aan te leggen weg is een schatting, gebaseerd op het ontwerp per alternatief. In Tabel 8-4 is de schatting van de oppervlakte van de weg te zien. De nieuw aan te leggen weg doorkruist niet alleen gebieden met bos. Hierdoor zal het oppervlakteverlies Houtopstanden lager zijn dan de oppervlakte totaal van de alternatieven.
Figuur 8-9: Doorsnijding van de alternatieven voor houtopstanden
Tabel 8-4: Oppervlakteverlies houtopstanden Alternatieven
Oppervlakte nieuwe aanleg weg
Schatting oppervlakteverlies Houtopstanden
Alternatief 1
Ca. 16.000 m2
Ca. 10.100 m2
Alternatief 2
Ca. 6.900 m2
Ca. 1.000 m2
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
40
Projectgerelateerd
Alternatieven
Oppervlakte nieuwe aanleg weg
Schatting oppervlakteverlies Houtopstanden
Alternatief 3a
Ca. 8.300 m
2
Ca. 1.100 m2
Alternatief 3b
Ca. 8.000 m2
Ca. 1.400 m2
In het geval van een directe verbinding aan de noordzijde vanuit de PI Vught (de alternatieven 2, 3a en 3b) gaat het om een aantasting van circa 1000 m2 voor alternatief 2, ca. 1100 m2 voor alternatief 3a en ca. 1400 m2 voor alternatief 3b als gevolg van doorsnijding van het vochtig bos langs de kanaaldijk en kruisingen met bomenlaanstructuur langs het Drongelens kanaal. Alternatief 1 kent een afwijkend tracé. Dit alternatief raakt naast het vochtig bos aan de zuidzijde van het Drongelens kanaal en de bomenlaanstructuur langs het Drongelense pad (noordzijde Drongelens kanaal) ook de bosstrook langs de Broekleij. Het gaat hier om aantasting van circa 10.100 m2. Daarmee is het effect op houtopstanden voor alternatief 1 veel negatiever dan die voor alternatief 2, 3a en 3b. (NB: wens vanuit BOT transport is vrij uitzicht: circa 10 meter aan beide zijden van de weg geen beplanting, dit staat haaks op de eis vanuit het waterschap om juist de Broekleij te behouden als beschaduwde bosbeek: 10m opgaand groen moet de beek begeleiden). De noordelijke variant (alternatief 2 en 3) welke direct aansluit op de noordelijke muur van de PI zorgt ervoor dat de kap van bomen beperkt blijft. Aanleg van alternatief 1 zorgt ervoor dat een groot deel van de bosopstand langs de Broekleij vanaf de nieuwe ingang PI Vught tot aan het kanaal vrijwel in zijn geheel wordt gekapt.
De effectscores van de alternatieven wat betreft houtopstanden zijn te zien in Tabel 8-5. Tabel 8-5: Effectscores houtopstanden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling Alternatief Criteria Houtopstanden
1
2
3a
3b
--
-
-
-
Rekening moet worden gehouden met (beperkte) bomenkap (Bosgebied) binnen het Defensieterrein, waarvoor instemming van het Natuur Netwerk Brabant nodig is. Natuurnetwerk Brabant In Figuur 8-4 is de ligging van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) in de omgeving van het plangebied weergegeven. Het ruimtebeslag van de 2e ontsluitingsweg binnen het NNB is vinden in Tabel 8-6. Het natuurnetwerk is ouder dan 25 jaar, waardoor oppervlakte gecompenseerd moet worden. Het totale gecompenseerde oppervlak is afhankelijk van het natuurtype (zie paragraaf 8.4, huidige situatie). In Tabel 8-6 is een schatting van het oppervlakte verlies per alternatief te zien.
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
41
Projectgerelateerd
Figuur 8-10: Doorkruising Natuurnetwerk Brabant van de alternatieven
Tabel 8-6: NNB, oppervlakteverlies Alternatieven
Oppervlakte nieuwe aanleg weg
Schatting oppervlakteverlies NNB
Alternatief 1
Ca. 16.000 m2
Ca. 10.600 m2
Alternatief 2
Ca. 6.900 m2
Ca. 1.000 m2
Alternatief 3a
Ca. 8.300 m2
Ca. 860 m2
Alternatief 3b
Ca. 8.000 m2
Ca. 250 m2
De brugverbinding wordt zo ontworpen dat er langs de waterkant ruimte blijft voor groen en voor een verbindingsstrook (faunapassage). Ongewenste versnippering van de NNB/NNB-EVZ wordt hiermee voorkomen. In Tabel 8-7 staan de effectscores voor het Natuurnetwerk Brabant als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling weergegeven. Door de aanleg van de tijdelijke 2de ontsluitingsweg zal door alle alternatieven het Natuurnetwerk Brabant in meer of mindere mate worden aangetast. Aanleg van alternatief 1 zorgt ervoor dat ter hoogte van de PI Vught de aansluiting met de ecologische verbinding westelijk Den Bosch wordt onderbroken. Het gebied langs de Broekleij, welke onderdeel is van het NNB, verbindt de IJzeren Man met de ecologische verbindingszone en tevens het Natura 2000 gebied langs het Drongelens kanaal. Deze aansluiting is erg belangrijk. Het plaatsen van hekwerk, het toevoegen van (felle) verlichting en het verwijderen van ondergroei zijn activiteiten die hiermee in strijd zijn. De overige alternatieven kruisen de verbindingszone langs het Drongelens kanaal alleen op hoogte, en onderbreken deze dus niet. De impact op de Broekleij als
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
42
Projectgerelateerd
goed functionerende verbindingszone is in dat geval beperkt. De alternatieven 2, 3a en 3b zijn hierin niet onderscheidend. De effectscores van de alternatieven wat betreft Natuurnetwerk Brabant staan in Tabel 8-7. Tabel 8-7: Effectscores Natuurnetwerk Brabant als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Alternatief Criteria Natuurnetwerk Brabant
8.6
1
2
3a
3b
--
-
-
-
Mitigerende maatregelen
Onderstaande genoemde maatregelen zijn mogelijk mitigerende maatregelen. Mitigerende maatregelen kunnen niet concreet benoemd worden op basis van een bureaustudie. Een volledig natuuronderzoek zal de daadwerkelijke voorgestelde mitigerende maatregelen moeten vaststellen. Natura 2000-gebieden Vooralsnog is stikstofdepositie in de aanlegfase van het plan niet meegenomen op basis van de bouwvrijstelling in de Stikstofwet. Of de aanlegfase wordt meegenomen in de stikstofdepositie kan veranderen op basis van nieuwe informatie omtrent de bouwvrijstelling. De kans is reëel dat dan wel sprake is van een tijdelijke toenamen van stikstofdepositie Om een toename van stikstofdepositie te voorkomen, behoren bronmaatregelen en interne saldering tot de mogelijkheden. Als deze niet haalbaar blijken te zijn zal vervolgens gekeken moeten worden naar de mogelijkheden van externe saldering om de toename van stikstofdepositie op te heffen. Hiervoor is een de Passende beoordeling het juiste instrument. Beschermde soorten Natuuronderzoek, naast een aanvullend vleermuisonderzoek en onderzoek naar mogelijke jaarrond beschermde nesten, zal moeten vaststellen of beschermde soorten in het gebied voorkomen. Als dat het geval is dan zullen hier passende maatregelen voor moeten worden genomen. Deze maatregelen zijn afhankelijk van de soorten die worden aangetroffen.
Weidevogels De Gement is aangewezen als weidevogelgebied. Het is belangrijk, dat er tussen maart en juli, het broedseizoen van de vogels, zo weinig mogelijk verstoring komt in het gebied, zodat de weidevogels hun eieren kunnen uitbroeden en de jongen groot kunnen worden. Er is een aantal afspraken gemaakt met de gemeenten waaronder Vught, die grenzen aan het gebied, maar ook met het Waterschap, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer over de bescherming van deze weidevogels. Deze afspraken zijn vastgelegd in een convenant. Houtopstanden Voor het kappen van houtopstanden geldt een herplantplicht wanneer sprake is van het kappen van meer dan 20 bomen uit een bomenrij dan wel het verwijderen van meer dan 10 are bos. Deze herplant compenseert de te verwijderen bomen en de eventuele kap van een klein oppervlakte bos. De kap kan worden gecompenseerd op een perceel direct ten westen van het oefengebied van Defensie aansluiten aan het Drongelens kanaal, aansluitend op Natura 2000-gebied, de voormalige vuilstort of mogelijk bij Helvoirtse Broek. Dit zal uitvoeriger onderbouwt moeten worden in een compensatieplan.
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
43
Projectgerelateerd
Figuur 8-11: Potentiële compensatiegebieden zoals beschreven in de gebiedsvisie Kamp Vught
Aanleg van tijdelijke 2de ontsluitingsweg leidt tot kap van bomen die vallen onder de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden. Door het herplanten van bomen wordt ruimschoots voldaan aan de herplantplicht. De voorgenomen ingreep is daarom niet in strijd met de Wet natuurbescherming en dus uitvoerbaar. De alternatieven zijn hierin niet onderscheidend. Natuurnetwerk Brabant Alternatief 1 zorgt voor een doorbraak door de ecologische verbinding structuur, maar dit is oplosbaar met maatregelen voor zo min mogelijk ecologische schade aan de natuur. De compensatie van het NNB kan met de betrokken partijen worden besproken. Er kan gekozen worden voor compensatie door versterking van de ecologische verbindingszone. Zo lijkt het bijvoorbeeld of er ten noorden van het Drongelens kanaal een hap uit het natuur netwerk is genomen (bron: Gebiedsvisie voormalig Kamp Vught e.o. Bijlage IV). Compensatie kan helpen dit te herstellen of eventueel uit te breiden. Dit zal uitvoeriger onderbouwt moeten worden in een compensatieplan. Door het nemen van bovenstaande maatregelen is er geen sprake van negatieve effecten als gevolg van het voornemen op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB. De alternatieven zijn hierin niet onderscheidend.
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
44
Projectgerelateerd
9
Landschap, cultuurhistorie, archeologie en recreatie
9.1
Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft de effecten op het thema landschap, cultuurhistorie, archeologie en recreatie. Voor dit haalbaarheidsonderzoek volstaat bureauonderzoek.
9.2
Wettelijk kader en beleidskader
Deze paragraaf beschrijft het wettelijk kader en beleidskader voor het thema landschap, cultuurhistorie, archeologie en recreatie. Dit betreft beleidsstukken op verschillende niveaus. Nationaal niveau Erfgoedwet De Erfgoedwet heeft per juli 2016 de Monumentenwet vervangen. De Erfgoedwet heeft mede als doel het bieden van bescherming van karakteristieke monumenten (gebouwen zijnde), archeologische monumenten en stads- en dorpsgezichten en cultuurhistorie in Nederland. Provinciaal niveau Verordening ruimte In de Verordening Ruimte 2014 van de provincie Noord-Brabant is opgenomen dat in het buitengebied sprake is van cultuurhistorische en archeologisch waardevol landschap, waarbij dit gebied tevens onderdeel vormt van de Groenblauwe mantel, waarvan de landschappelijke waarden beschermd dienen te worden De ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied dienen gepaard te gaan met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving (artikel 3.2). Ook is in artikel 6.17 van de Verordening aangegeven dat de ontwikkeling gepaard dient te gaan met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken.
Cultuurhistorische waardenkaart 2010 (herziening in 2016) De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van een gebied worden in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. In combinatie met dorpen en buurtschappen en de plaatselijke kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Twee ander aspecten die het landschap van de Meijerij kenmerken zijn de landgoederen en buitenplaatsen en de populierenteelt. Het beleid is gericht op behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio. Daarnaast het verder ontwikkelen van de cultuurhistorische waarden van de Meijerij in hun samenhang en het beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten er van (in het bijzonder het “Groen Woud” en de “De Loonse en Drunense Duinen”). Tenslotte het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief van de aanwezige archeologische landschappen, waaronder het “Dommeldal Nuenen-Gestel”. Gemeentelijk niveau Gemeentelijk archeologiebeleid Vught De gemeente Vught heeft wettelijk gezien een belangrijke rol bij het behoud en het beheer van het ondergrondse cultureel erfgoed.
De gemeente is namelijk bij bodemingrepen van enige omvang (>100 m2) verplicht rekening te houden met zowel de bekende archeologische waarden als de te verwachten archeologische resten. In de huidige praktijk worden vergunningsaanvragen voor nieuwe planologische ontwikkelingen nog getoetst tijdens bestemmingsplanprocedures in het kader van de Wabo en de Wro. Dat is met name relevant als in de plankaarten van het bestemmingsplan of het omgevingsplan voor bepaalde
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
45
Projectgerelateerd
gebieden een archeologische dubbelbestemming is opgenomen (bron: Gemeente Vught Toelichting op de archeologische verwachtings- en beleidskaart).
9.3
Beoordelingskader
Het beoordelingskader voor het thema landschap, cultuurhistorie en archeologie bestaat uit twee beoordelingsaspecten die weergeven zijn in Tabel 9-1. Tabel 9-1: Beoordelingskader landschap, cultuurhistorie en archeologie Thema
Landschap, cultuurhistorie en archeologie & Recreatie
Beoordelingsaspecten
Beoordeling
Landschappelijke en cultuurhistorische waarden
Kwalitatief
Archeologische waarden
Kwalitatief
Recreatieve waarden
Kwalitatief
Vanwege de overlap in informatie die betrekking heeft op zowel landschappelijke als cultuurhistorische waarden is ervoor gekozen om deze aspecten samen te voegen tot één aspect, conform het beoordelingskader zoals deze gepresenteerd in hoofdstuk 4. Per aspect wordt bepaald hoe het alternatief scoort ten opzichte van de referentiesituatie en of de alternatieven onderscheidend zijn van elkaar. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een vijfpuntschaal. De schaal loopt van zeer positief ten opzichte van de referentiesituatie (++) tot zeer negatief (- -). Per beoordelingsaspect is in Tabel 9-2 de waarderingssystematiek nader gedefinieerd. Tabel 9-2: Classificatietabel Landschap, Cultuurhistorie, Archeologie & Recreatie Score
Oordeel ten opzichte van de referentiesituatie
Wanneer toegekend?
++
Zeer positief effect
Aanzienlijke verbetering ten opzichte van de referentiesituatie
+
Positief effect
Geringe verbetering ten opzichte van de referentiesituatie
0
Geen/ neutraal effect
Geen, of nagenoeg geen effect
-
Negatief effect
Geringe verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie
--
Zeer negatief effect
Aanzienlijke verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie, mitigerende maatregelen voorstellen
9.4
Huidige situatie
Landschappelijke en cultuurhistorische waarden De landschappelijke en cultuurhistorische waarden in het studiegebied worden gevormd door de aanwezigheid van Kamp Vught en het gebied ten noorden van Kamp Vught, de Gement. Binnen het studiegebied liggen een aantal herkenbare landschapselementen. Het zijn routes die oorspronkelijk over en langs de heide liepen, of zijn ontstaan vanuit waterstaatkundige ingrepen.
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
46
Projectgerelateerd
De beplante dijken van het Drongelens kanaal, een afwateringskanaal gegraven ter voorkoming van overstromingen van het gebied, en de met bos beplante Lunetten vormen beeldbepalende structuren, Het bos langs de dijken van het Drongelens kanaal vormt een harde overgang naar het open weidevogelgebied van de Gement aan de noordzijde. Een deel van de bosstrook langs het kanaal en het noordelijk deel van de Gement behoort tot het Natura 2000 gebied Vlijmense Ven – Moerputten. De Broekleij volgt de oude kadastrale grens tussen Cromvoirt en heeft in de Tweede Wereldoorlog de functie gehad van gracht voor Kamp Vught. Het gehele gebied rondom de PI Vught is aangewezen als “cultuurhistorisch waardevol gebied” (zie Figuur 9-1). Figuur 9-1: Cultuurhistorische waardenkaart rondom het Bebost gebied plangebied Het bos is de drager van het gebied en zorgt voor het decor. De Vughterheide is vanaf eind 19e eeuw bebost geraakt. Alle functies die na de Tweede Wereldoorlog op het Voormalig Kamp Vught zijn ontstaan, zijn ooit in dit bos geplaatst en/of worden omzoomd door bos. De locatie van Voormalig Kamp Vught en de IJzeren man zijn twee grote enclaves in het bos op de zandrug tussen de kernen Vught en Cromvoirt. Het bos is beeldbepalend en werkt daarnaast als een buffer tussen de functies, waardoor functies, die je niet snel naast elkaar verwacht, toch naast elkaar kunnen bestaan.
Een deel van het bos behoort tot het Natuur Netwerk Brabant.
Kamp Vught Het voormalig Kamp Vught bestaat in de huidige situatie uit een grote diversiteit aan functies liggend in een bosrijke omgeving. Het kent kazernes, een groot oefenterrein, een woonwijk (Woonoord Lunetten), diverse musea en de PI. In het studiegebied zijn verschillende herdenkingsplekken aanwezig zoals het Kindermonument (Het Monument der verloren kinderen) en Nationaal Monument Kamp Vught. Binnen de Penitentiaire Inrichting (PI) Vught zelf bevindt zich een monumentaal gebouw (status van rijksmonument): de Kampgevangenis ‘de Bunker’. Het crematorium van het voormalige kamp ligt ten westen van de PI. Ten noordwesten en westen van het studiegebied liggen Lunetten uit 1844. De monumenten bij het plangebied zijn weergegeven in Figuur 9-2. Hierin horen de blauwe stippen bij het monument Kamp Vught.
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
47
Projectgerelateerd
Figuur 9-2: Monumenten bij het plangebied (Bron: Gebiedsvisie Kamp Vught)
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
48
Projectgerelateerd
Aanwezige relicten Vanuit verschillende tijden zijn relicten bewaard gebleven. De militaire geschiedenis van het gebied is terug te vinden in de reeks lunetten, relicten van linie 1629, schietbanen en de aanwezigheid van de twee kazernes. Ook de rijksmonumenten op de kazernes getuigen gedeeltelijk van een militaire geschiedenis, omdat ze onderdeel waren van de SS-kazernes. Van het Voormalige concentratiekamp is de ontsluiting via de kaarsrechte Lunettenlaan (weg door het bos) en een deel van de grachten bewaard gebleven en goed zichtbaar. Daarnaast zijn delen van het hekwerk terug te vinden en zijn aan de westzijde een poort (penant) en aan de oostzijde het poortgebouw bewaard gebleven. Gebouwen van het voormalige kamp zijn onderdeel van de Lunettenkazerne, Van Brederodekazerne, de PI, het Geniemuseum of van het NMKV. Hier zijn ook na de Tweede Wereldoorlog gebouwen bijgekomen die bijzonder zijn, zoals twee garages op de Lunettenkazerne en het hoofdgebouw van museum NMKV. Ook zijn er relicten, die iets over de waterstaatkundige geschiedenis vertellen, zoals de dijk rond Cromvoirt, de Broekleij en het Drongelens kanaal tussen zijn dijken. (Bron: Gebiedsvisie kamp Vught) Gement Het gebied de Gement ligt tussen de dijk van het Afwateringskanaal 's-Hertogenbosch-Drongelen en de verlaten spoordijk van het Halve Zolenlijntje, de oude spoorlijn tussen 's-Hertogenbosch en Raamsdonk.
Het gebied werd in de middeleeuwen gebruikt als inundatiegebied van de Maas en Dommel. De bodem is gevarieerd en heeft een grote (potentiële) ecologische rijkdom. Het gebied wordt gebruikt voor (extensieve) akkerbouw en veeteelt. Nabij de Gement, in het gebied Rijskampen, bevinden zich twee eendenkooien: De "Oude Kooi" en de "Nieuwe Kooi". In het noorden sluit het gebied aan op de Moerputten, in het zuiden op het Afwateringskanaal 's-Hertogenbosch-Drongelen en de Vughtse Heide. Naar het oosten ligt het Bossche Broek.
Figuur 9-3: Vught en het gebied Gement
Eendenkooien In de Vughtse Gement liggen twee eeuwenoude bosjes met daarin verscholen twee eendenkooien, de Oude Kooi (uit 1608) en de Nieuwe Kooi (uit 1652). Deze werden in vroeger tijden gebruikt om eenden mee te vangen voor de adel ter consumptie. Sinds die tijd zijn ze niet voor publiek toegankelijk en zijn het oases van rust voor de natuur (Figuur 9-4). Stilte en rust rond de eendenkooi worden gewaarborgd door het zogenoemde afpalingsrecht. Voor het goed functioneren van de kooi is rust een voorwaarde. Verstoring is wettelijk verboden binnen een straal van 750 tot 1250 meter, gemeten uit het midden van de kooiplas (zie Figuur 9-5). Deze rust en afgelegen ligging zijn in het algemeen de reden voor de aanwezige natuurwaarden.
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
49
Projectgerelateerd
Figuur 9-4: Oude en Nieuwe Kooi vanuit de lucht (Foto Fons Mandigers)
Figuur 9-5: ligging van de eendenkooien ten opzichte van het projectgebied, inclusief bufferzones van 750 meter en 1250 meter
Archeologische waarden Op de archeologische beleidskaart (Figuur 9-6) valt het gebied met een middel tot hoge verwachtingswaarde in categorie 1, 3, 4, 5 en 6. Onder categorie 2 vallen gebieden met een hoge archeologische verwachting, In deze gebieden is bij eerdere onderzoeken aangetoond dat concentraties archeologische resten voorkomen
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
50
Projectgerelateerd
die als behoudenswaardig gekarakteriseerd kunnen worden. In deze gebieden is sprake van vastgestelde archeologische waarden. Onder categorie 3 vallen gebieden met hoge archeologische verwachting. Het gaat hier om de oude en de vermoedelijk nog oudere verschoven woonkernen en gehuchten, waar op basis van historische bronnen, oude kaarten en nog aanwezige bebouwing een hoge archeologische verwachting geldt. Dat wil zeggen dat in deze gebieden sprake is van een hoge concentratie archeologische vindplaatsen met goede conserveringsomstandigheden. Onder categorie 4 vallen gebieden met een hoge archeologische verwachting. Het gaat hier om de linies en forten, die in en rond Vught gelegen waren vanaf de 17e tot en met de 19e eeuw. In deze gebieden geldt op basis van geomorfologische en bodemkundige opbouw en aangetroffen archeologische vondsten en relicten een hoge archeologische verwachting. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten bij bodemingrepen is dus groot. Onder categorie 5 vallen gebieden met middelhoge archeologische verwachting. In deze gebieden geldt op basis van geomorfologische en bodemkundige opbouw, en aangetroffen archeologische vondsten en relicten een middelhoge archeologische verwachting. De kans op het aantreffen van vondsten is hier echter kleiner, doordat de dichtheid aan (Bron: Toelichting beleidskaart archeologie, gemeente Vught).
Onder categorie 6 vallen gebieden met een lage archeologische verwachting. In gebieden van beleidscategorie 6 gaat het om terreinen waar op archeologische, historische en landschappelijke gronden de kans op het aantreffen van behoudenswaardige archeologische relicten klein wordt geacht. Vooral de lager gelegen nattere gebieden hebben een lage verwachting. Om die reden is een 149 Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught archeologisch onderzoek alleen vereist bij bodemingrepen die groter zijn dan 10.000 m² (1 ha) én dieper gaan dan 0,3 m onder maaiveld.
Figuur 9-6: Archeologische beleidskaart
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
51
Projectgerelateerd
Recreatie Het plangebied ligt verankerd in een bestaand recreatief netwerk van fiets- en wandelpaden. Op de Lunettenlaan krijgen fietsers en voetgangers een eigen plek en wordt de bezoeker van informatie voorzien (cultuurhistorisch, toeristisch, netwerk), waardoor dit een volwaardige verbinding kan zijn in het recreatieve netwerk. De langzaam verkeerroute evenwijdig aan de functionele weg is geen onderdeel van het recreatief fiets- en wandelnetwerk (knooppuntenroutes e.d.) en zal worden bewegwijzerd als doodlopende route voor bezoekers, die de PI of OT de Kamp bezoeken. (Bron: Gebiedsvisie kamp Vught). Zoals te zien is in Figuur 9-7, lopen er twee recreatieve routes aan de oostkant van de PI Vught. De paarse lijn is een fietsroute genaamd Linie 1629. Deze route volgt de restanten van de aangelegde dijken en loopt langs de meest belangrijke plekken van het beleg van ’s-Hertogenbosch (Bron: https://www.bezoekvught.nl/wat-te-doen/fietsen-wandelen/fietsroutes/fietsroute-linie-1629). De route steekt het afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch-Drongelen over via de Lunettenbrug. De blauwe lijn maakt deel uit van een 11 kilometer rondwandeling rond Vught genaamd Isabella’s Ronde.
Deze historische wandeling voert onder andere over de aanvalsroute van Frederik hendrik richting ’sHertogenbosch en de weg die de geestelijken aflegden tijdens hun gedongen vertrek na de inname van de stad (Bron: https://www.degroenevesting.nl/producten/135/wandelroute-4-isabella-s-ronde.htm). Deze route steekt niet het kanaal over via de Lunettenbrug maar loopt over de zuidelijke oever van het kanaal.
Figuur 9-7: Recreatieve routes bij het plangebied
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
52
Projectgerelateerd
9.5
Effectbeschrijving en -beoordeling
Landschappelijke waarden In het gebied de Gement vindt tussen de PI Vught en de Gementweg nieuwe wegaanleg plaats. Het gaat afhankelijk van het alternatief om ca. 8000m2 tot ca. 16.000m2 nieuwe weg. De weg doorsnijdt in geval van alternatief 1, 2 en 3a de kenmerkende bomenrijen langs het Drongelens kanaal. De onderbreking van de bomenrijen blijft echter beperkt tot de breedte van de nieuw aan te leggen weg en een obstakelvrije ruimte langs de weg, in totaal maximaal 12 meter breed. Dit houdt in dat er waarschijnlijk minder dan 10 bomen uit de rij verwijderd hoeven te worden. De doorsnijding van percelen in de Gement behoeft aandacht, In geval van de alternatieven 1, 3a en 3b worden zoveel mogelijk de perceelgrenzen gevolgd. Bij alternatief 2 is dit niet mogelijk, hier wordt het perceel door de weg verdeeld in 2 percelen van ongeveer gelijke grootte. Doorsnijding van percelen zorgen echter niet voor een verandering in het landschap. De vormgeving van de brug en het straatmeubilair zullen zoveel als mogelijk op de al aanwezige objecten in het landschap worden afstand waardoor ze geen effect zullen hebben op de waarden van het landschap. Cultuurhistorie Nadrukkelijk aandacht behoeft de aanwezig van met name het Kindermonument in geval van alternatief 3a en 3b. Deze alternatieven liggen op relatief korte afstand van het monument.
In geval van alternatief 3b hebben de BOT transporten op deze locatie hoogstwaarschijnlijk met meer conflicterend verkeer te maken. De kans is groot dat dan gebruik gemaakt gaat worden van licht en geluidsignalen. Dit heeft een verstorende werking. De overige alternatieven zijn verder van het monument verwijderd en hebben te maken met minder potentieel conflicterend langzaam verkeer. Alternatief 3a scoort negatief en alternatief 3b zeer negatief. Gezien het beperkt aantal transporten en de afstand van de routes ten opzichte van de aanwezige eendenkooien, de dichtstbijzijnde route loopt via de Gementweg, is er geen sprake van verstoring. Uitgangspunt is wel dat gezien de beperkte hoeveelheid verkeer er zelden conflicterend verkeer zal zijn waardoor slechts sporadisch met licht- of geluidsignalen gewerkt hoeft te worden. Vanuit de Gementweg kan zowel links als rechtsom aangesloten worden op het hoofdwegennet. Van verstoringsoogpunt heeft rechtsom de voorkeur omdat niet binnen de bufferzone van 750 meter wordt gekomen. Archeologie In de toelichting op de archeologische verwachtings- en beleidskaart vanuit de gemeente Vught (bron Gemeente Vught, Toelichting op de archeologische verwachtings- en beleidskaart) zijn zeven beleid categorieën te onderscheiden (zie paragraaf 9.4). Deze categorieën hebben ook elk een andere grenswaarden voor onderzoeksplicht (zie Tabel 9-3).
Voor elk alternatief is gekeken onder welke categorie het valt, hierbij dient de vrijstellingsgrens Archeologisch vooronderzoek uitgevoerd te worden conform het beleid van de hoogste verwachtingszone van het alternatief. Binnen de PI Vught zullen geen aanpassingen gedaan worden. De beleidscategorie voor binnen de PI Vught is dus niet van toepassing. Tabel 9-3:Overzicht van de vrijstellingsgrenzen archeologie per alternatief (bron: toelichting archeologie beleidskaart, gem. Vught) Alternatieven
Categorie hoogste verwachtingszone
Wanneer onderzoeksplicht van toepassing
Alternatief 1
Cat. 3 –Hoge archeologische waarde
Indien dieper dan 30 cm en groter dan 50 m
Alternatief 2
Cat. 5 – Middelhoge archeologische verwachting
Indien dieper dan 30 cm en groter dan 250 m2
Alternatief 3a
Cat. 5 – Middelhoge archeologische verwachting
Indien dieper dan 30 cm en groter dan 250 m2
Alternatief 3b
Cat. 5 – Middelhoge archeologische verwachting
Indien dieper dan 30 cm en groter dan 250 m2
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
53
Projectgerelateerd
Alternatief 1 raakt een gebied met als hoogste verwachtingszone beleidscategorie 3, hoge archeologische waarde. Dit geeft het alternatief de effectscore zeer negatief wat betreft Archeologie. Alternatief 2, 3a en 3b raken een gebied met als hoogste verwachtingszone beleidscategorie 5, middelhoge archeologische verwachting. Dit geeft de alternatieven 2, 3a en 3b de effectscore negatief, wat betreft Archeologie. Elk van de alternatieven passeert de vrijstellingsgrens (zie Tabel 9-3) waardoor er een onderzoeksplicht voor Archeologisch vooronderzoek van kracht is. Recreatie Alle alternatieven kruisen aan de noordzijde van het kanaal het aanwezig fietspad. Alleen alternatief 3b maakt daadwerkelijk gebruik van een deel van de bestaande recreatieve wandel en fietsroute doordat de huidige fiets- voetbrug onderdeel wordt van het alternatief. Dit alternatief scoort hiermee negatief. In Tabel 9-4 is de effectbeoordeling voor van de alternatieven weergeven voor de aspecten landschap en cultuurhistorie, archeologie en recreatie. Tabel 9-4: Effectbeoordeling Landschap & Cultuurhistorie, Archeologie en Recreatie Alternatief Criteria 1
2
3a
3b
Landschappelijke en cultuurhistorische waarden
0
0
-
--
Archeologische waarden
--
-
-
-
Recreatieve waarden
0
0
0
-
9.6
Mitigerende maatregelen
Ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden kunnen maatregelen getroffen om de karakteristieken van het bestaande landschap niet aan te tasten. Er kan bij de uitwerking van het voorkeursalternatief rekening gehouden worden met de vormgeving van de geleiderail. De onderbreking/ verstoring van de bomenrij langs het kanaal kan niet worden gemitigeerd. De genoemde mitigerende maatregelen zijn voor alle alternatieven van toepassing.
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
54
Projectgerelateerd
10
Geluid en luchtkwaliteit
Dit hoofdstuk bevat de beoordeling van het aspect geluid en luchtkwaliteit. Hierin worden de effecten in beeld gebracht door de ingrepen van de verschillende alternatieven voor de tijdelijke 2e ontsluitingsweg voor de PI Vught. Geluid De afbakening van het studiegebied voor de geluidseffecten ten gevolge van wegverkeer is verricht aan de hand van het zogenoemde -20% / +30%-criterium, een gebruikelijk criterium bij studies. In het studiegebied voor geluid zijn de nieuwe en te wijzigen wegen betrokken en alle bestaande wegen (> 1.000 motorvoertuigen/uur per rijrichting) waar sprake is van een afname van de verkeersintensiteiten van 20% of meer en van alle bestaande wegen waar sprake is van een toename van de verkeersintensiteiten van 30% of meer. Een afname van 20% in verkeersintensiteit geeft een afname van het geluid met 1 dB. Een toename van 30% in verkeersintensiteit geeft een toename van het geluid met 1 dB. In het studiegebied zelf zijn geen wegen met meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal. Daar waar de routes aansluiten op het hoofdwegenet, wegen buiten het studiegebied is dit wel het geval. Hier is echter van sprake van het -20% / +30%-criterium. Om deze redenen scoren alle alternatieven neutraal (geen effect) op het beoordelingscriterium geluid.
Luchtkwaliteit De verbrandingsmotoren van wegverkeer emitteren luchtverontreinigende stoffen, zoals stikstofoxiden (NOx) en fijnstof (PM10 en PM2.5), waardoor de concentraties van deze stoffen in de lucht in de omgeving kunnen toenemen. De realisatie van een tijdelijke 2e ontsluitingsweg hebben door de gewijzigde verkeerssituatie invloed op de luchtkwaliteit in de omgeving. Het studiegebied voor luchtkwaliteit beperkt zich tot de zone van 100 meter rondom het projecttracé, plus de wegsegmenten waar sprake is van een verkeerstoename of een verkeersafname van meer dan 1.000 voertuigbewegingen per etmaal (per rijrichting) als gevolg van de gewijzigde verkeersstructuur. Aangezien het hier om slechts gemiddeld 3 à 4 voertuigbewegingen per etmaal gaat, is het effect op de luchtkwaliteit verwaarloosbaar en scoren alle alternatieven neutraal (geen effect) op dit beoordelingscriterium. Tabel 9-5: Effectbeoordeling geluid en luchtkwaliteit Alternatief Criteria 1
2
3a
3b
Geluid
0
0
0
0
Luchtkwaliteit
0
0
0
0
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
55
Projectgerelateerd
11
Bodem
11.1
Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft de effecten op het thema bodem. De effectbeoordeling heeft plaatsgevonden op basis van bureauonderzoek. Er is geen verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd.
11.2
Wettelijk kader en beleidskader
Deze paragraaf beschrijft het wettelijk kader en beleidskader voor het thema bodem. Nationaal niveau Wet bodembescherming De Wet Bodembescherming (Wbb) stelt regels om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en haar fysieke eigenschappen te beschermen. Enerzijds heeft de wet een preventief doel en worden regels beschreven om te voorkomen dat een nieuwe verontreiniging van de bodem ontstaat. Anderzijds heeft de Wbb een doel welke leidt tot verbetering van de situatie. Dit wordt bereikt door voorwaarden te geven voor het opruimen, saneren, van reeds bestaande bodemverontreinigingen. Binnen het plangebied zijn mogelijk historische verontreinigingen aanwezig. Volgens de Wbb moeten deze verontreinigingen gesaneerd worden indien er een onaanvaardbaar risico is voor mens of milieu of indien er een verspreidingsrisico is. Als dit niet het geval is, moeten verontreinigingen gesaneerd worden op een natuurlijk moment. Ook moet dan rekening worden gehouden met beperkte afvoermogelijkheden van de grond en de Arbowetgeving. Bij de aanleg van een tijdelijke 2de ontsluitingsweg zal in de grond worden gegraven ten behoeve van grondverbetering en voor de fundering van de aan te leggen weg. De aanleg van een tijdelijk 2de ontsluitingsweg kan dan zo’n natuurlijk moment zijn, om eventueel aanwezige verontreinigingen te saneren.
Vanaf 1 januari 2006 is de norm dat saneringen functiegericht en kosteneffectief worden uitgevoerd. Alle aanwezige saneringsplichtige verontreinigingen, die niet voldoen aan de voor de beoogde functie geldende milieuhygiënische bodemkwaliteitseisen, dienen gesaneerd te worden. Besluit en Regeling Bodemkwaliteit Op 1 januari 2008 zijn het Besluit en de Regeling Bodemkwaliteit in werking getreden. In het Besluit Bodemkwaliteit staan de kwaliteitseisen waaraan bouwstoffen, grond en baggerspecie moeten voldoen wanneer deze op of in de bodem of onder oppervlaktewater worden toegepast. De kwaliteit van de fundatie en verharding van alternatieven moeten voldoen aan dit Besluit. Het Besluit komt ook tegemoet aan de wens om maatwerk op gebiedsniveau beter mogelijk te maken. En het Besluit geeft de mogelijkheid om gericht toezicht te houden op de hele keten van bouwstoffen, grond en baggerspecie, van het moment van productie of ontgraving tot en met de toepassing. Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB) Indien er sprake is van bodembedreigende bedrijfsmatige activiteiten dienen er voorzieningen getroffen te worden om het risico op bodemverontreiniging weg te nemen. In de aanleg- en operationele fase vinden er geen bodembedreigende bedrijfsmatige activiteiten plaats, die voorziening in het kader van de NRB nodig maken.
Daarnaast is sprake van regionaal bodem beleid volgens de Nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaarten. Deze volgt de landelijk wet- en regelgeving. De varianten vallen hierbij in dezelfde bodemfunctieklasse en de verwachte klasse voor het ontgraven van boven- en ondergrond is tussen de varianten niet onderscheidend.
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
56
Projectgerelateerd
11.3
Beoordelingskader
Het beoordelingskader voor het thema bodem bestaat uit twee aspecten die weergeven zijn in Tabel 11-1. Tabel 11-1: Beoordelingskader bodem Thema
Bodem
Beoordelingsaspecten
Beoordeling
Bodemkwaliteit
Kwalitatief
Draagkracht
Kwalitatief
Niet gesprongen explosieven
Kwalitatief
Per aspect is bepaald hoe het alternatief scoort ten opzichte van de huidige situatie en of de alternatieven onderscheidend zijn van elkaar. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een vijfpuntschaal. De schaal loopt van zeer positief ten opzichte van de huidige situatie (++) tot zeer negatief (- -). Per beoordelingsaspect is in Tabel 11-2 de waarderingssystematiek nader gedefinieerd. Bij bodemkwaliteit kan er geen sprake zijn van een negatief dan wel zeer negatief effect omdat er een verplichting tot sanering geldt zodra gronden worden geroerd ten behoeve van bouwactiviteiten. Bij draagkracht geldt dat er geen sprake kan zijn van een positief tot zeer positief effect omdat vanwege het project geen verbetering is van de bestaande draagkracht. Vandaar dat hier gekozen is voor niet van toepassing (n.v.t.). Tabel 11-2: Effectwaardering bodem Oordeel ten opzichte van de Bodemkwaliteit referentiesituatie
Draagkracht
++
Zeer positief effect
Sanering van meerdere locaties
n.v.t.
+
Positief effect
Sanering van één of enkele locaties
n.v.t.
0
Geen/ neutraal effect
Weinig tot geen effect
Weinig tot geen effect
-
Negatief effect
n.v.t
Risico op negatief effect op de draagkracht van de bodem
--
Zeer negatief effect
n.v.t.
Negatief effect op de draagkracht van de bodem
Score
11.4
Huidige situatie
Het studiegebied is het gebied waar de effecten van de ontwikkelingen van de tijdelijke 2de ontsluitingsweg merkbaar zijn. Het studiegebied per alternatief is vastgesteld als het gebied waarin de huidige en toekomstige weg(en), die onderdeel uitmaken van de wegaanpassing, liggen plus de gebieden tot 50 meter aan weerszijden van én vóórbij het begin- en eindpunt van de weg. Gelaagd landschap De ligging op de overgang van hoog naar laag heeft een grote gelaagdheid opgeleverd in de bodem van het plangebied. Door overstromingen kent het gebied een grote variatie in bodemtypen vlak naast elkaar. Daarnaast liggen er beeldbepalende waterstaatkundige werken uit verschillende periodes, die het gebied een eigen karakter geven (Bron: Gebiedsvisie kamp Vught). Bodem Het plangebied ligt op de overgang van de polder Gement naar de hoger gelegen zandrug tussen Vught en Cromvoirt en hierdoor op de overgang van hoog naar laag, van zand naar rivierklei en van droog naar nat. Door overstromingen van de Gement bij hoog water op de Maas ontstond een variatie in bodems, o.a. klei op zand, klei, veen, zand op klei. De bodem is gevarieerd, waardoor het gebied een grote (potentiële) ecologische rijkdom heeft. Dit overgangsgebied behoort tot de 'Naad van Brabant', door het microreliëf en de overgangen tussen grondsoorten komen bijzondere plantensoorten voor.
Het dorp Vught is ontstaan op het hoogste deel
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
57
Projectgerelateerd
van de zandrug. De Vughterheide en het plangebied liggen op een lager deel van deze rug. De Vughterheide is eeuwen in militair gebruik geweest. Een groot deel van deze zandgronden is vanaf het eind van de 19e eeuw bebost geraakt. De lager gelegen, vochtigere gronden ten westen en noorden van het plangebied waren in gebruik voor akkerbouw en veeteelt (Bron: Gebiedsvisie Kamp Vught) Bodemkwaliteit Op basis van informatie van het bodemloket Noord-Brabant kan gesteld worden dat er geen locaties, in of rond het plangebied, bekend zijn waar saneringsactiviteiten of onderzoek heeft plaatsgevonden. Daarnaast geldt er gebiedspecifiek beleid ten aanzien met PFAS. Vuilstort Zoals te zien is in Figuur 11-1, zijn er rond het plangebied meerdere voormalige stortplaatsen bekend. Ten zuidwesten van het plangebied liggen twee voormalige stortplaatsen op circa 280 meter en 500 meter afstand van de zuidwestelijke hoek van de PI. Daarnaast is er één voormalige stortplaat op circa 140 meter afstand ten oosten van het PI. De voormalige vuilstort veroorzaakt mogelijk vervuiling van grondwater (uitloging). Er is tenminste een bodemonderzoek nodig. Sanering van de vuilstort is overwogen: in uitgebreide studies in 2019 naar mogelijkheden voor de vaste ontsluitingsweg is sanering wel onderzocht maar toen afgevallen.
Het vraagstuk verontreiniging grondwater (zie ook hoofdstuk 12) moet worden meegenomen in de afstemming. met het waterschap. In het volgende hoofdstuk (Water) wordt ook ingegaan op de voormalige vuilstort.
Figuur 11-1: Voormalige stortplaatsen rond het plangebied
Draagkracht Bij aanleg van infrastructuur (zoals wegen en bruggen) is de draagkracht van de bodem belangrijk. Zand is een stevige en betrouwbare bouwgrond, veen en klei kunnen door druk van de weg leiden tot ongewenste vervormingen en zettingen met risico’s tot gevolg op gebied van veilige beschikbaarheid en onderhoudskosten. De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit ca. 30cm veen, met daaronder een goede
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
58
Projectgerelateerd
draagkrachtige zandlaag. Deze zandlaag levert naar verwachting voldoende draagkracht in het plangebied voor aanleg van elk van de alternatieven. Niet gesprongen explosieven Het plangebied (zie Figuur 11-2) ten zuiden van het afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch - Drongelen is onderdeel van militair terrein wat betreft Niet Gesprongen Explosieven. In het plangebied geldt voor Niet Gesprongen Explosieven de status ‘Verdacht op Geschutmunitie KKM, Handgranaten en munitie van granaatwerpers’.
11.5
Effectbeschrijving en beoordeling
Bodemkwaliteit Voor alle alternatieven geldt dat op basis van aanwezige informatie over de bodemkwaliteit geconcludeerd kan worden dat er geen aanwijzingen zijn voor aanwezigheid van bodemverontreinigingen en er geen of nauwelijks effecten optreden. Geen van de alternatieven raken de een van drie voormalige stortplaatsen rondom de PI. Figuur 11-2: CE-bodembelastingkaart
Voor geen van de alternatieven is een Verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. Voor wat betreft het voorkeursalternatief wordt aangeraden aanvullend bodemonderzoek uit te voeren om eventuele verontreinigingen uit te sluiten. Draagkracht De aanleg van nieuwe infrastructuur parallel aan de Broekleij en in de Gementpolder vraagt om draagkracht van de bodem. Gezien de aanwezigheid van een ondiepe zandlaag is de draagkracht van de bodem voor aanleg van de beoogde infrastructuur voldoende. Bij alternatief 1, 2 en 3a wordt een nieuwe brug over het Drongelens kanaal aangelegd. Bij deze nieuwe brug zal er sprake zijn van steunpunten in de bestaande dijklichamen van het Drongelens kanaal. Dit brengt een geotechnisch risico met zich mee, waarin in de voorbereiding op de realisatie extra aandacht voor nodig is middels het uitvoeren van geotechnisch onderzoek en berekeningen. Bij alternatief 3b wordt gebruik gemaakt van de bestaande fietsbrug, waardoor er geen sprake is van dit risico. Niet gesprongen explosieven In het plangebied geldt voor Niet Gesprongen Explosieven de status ‘Verdacht op Geschutmunitie KKM, Handgranaten en munitie van granaatwerpers’. Dit houdt in dat er bij grondwerkzaamheden nader onderzoek zal moeten worden uitgevoerd. De alternatieven zijn hierin niet onderscheidend van elkaar.
In Tabel 11-3 is de effectbeoordeling voor bodem van de alternatieven weergeven voor de aspecten bodemkwaliteit, draagkracht en niet gesprongen explosieven.
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
59
Projectgerelateerd
Tabel 11-3: Effectbeoordeling bodem Alternatief Criteria 1
2
3a
3b
Bodemkwaliteit
0
0
0
0
Draagkracht
-
-
-
0
Niet gesprongen explosieven
0
0
0
0
11.6
Mitigerende maatregelen
Er is vanuit dit haalbaarheidsonderzoek geen sprake van mitigerende maatregelen ten aanzien van het thema bodem. Bij geen van de alternatieven worden bodemverontreinigingen verwacht. Bij wet is geregeld dat de bodemkwaliteit bij ingrepen in de bodem niet mag verslechteren ten opzichte van de huidige situatie. Als vanuit nader onderzoek naar voren komt dat de bodem alsnog verontreinigd blijkt te zijn, zullen de betreffende gronden gesaneerd moeten worden. Hetzelfde geldt voor niet gesprongen explosieven. Bij vervolgstappen zal nader onderzoek verricht moeten worden en zullen eventueel aangetroffen explosieven verwijderd moeten worden.
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
60
Projectgerelateerd
12
Water
12.1
Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft de effecten op het thema water. De effectbeoordeling heeft plaatsgevonden op basis van bureauonderzoek.
12.2
Wettelijk kader en beleidskader
Deze paragraaf beschrijft het wettelijk kader en beleidskader voor het thema water. Dit betreft beleidsstukken op verschillende niveaus. Europees niveau Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) In 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) in werking getreden, waarbij uitgegaan wordt van een stroomgebiedsbenadering. De in Nederland aanwezige stroomgebieden zijn de Rijn, Maas, Schelde en Eems. Het doel van de KRW is dat al het water in de Europese Unie vanaf 2015 een ‘goede chemische toestand’ en een ‘goede ecologische toestand’ moet hebben. De gemeenten leggen in samenwerking met de waterschappen de KRW-maatregelen vast in bestuurlijke besluiten. Nationaal niveau Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is opgesteld op basis van het rapport van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het kabinetsstandpunt ‘Anders omgaan met water’. Het Rijk, de provincies, gemeenten en Waterschappen hebben het NBW ondertekend. Het NBW is doorgevoerd in provinciale en regionale beleidsplannen. Deze werken onder meer de toekomstige wateropgave voor het stedelijk en landelijk gebied uit. Waterwet In 2009 is de Waterwet in werking getreden, waarmee zijn acht bestaande wetten zijn vervangen. Met de Waterwet hebben het rijk, waterschappen, provincies en gemeente moderne wetgeving in handen om integraal waterbeheer te realiseren.
Hiermee kan voor waterveiligheid gezorgd worden, maar ook kan watervervuiling, -overlast, en -tekorten tegengegaan worden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Provinciaal niveau Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 In 2015 is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 (PMPW) vastgesteld. Met het PMWP zijn kaderstellende beleidsdoelen en aanpakken weergeven. Voor het PMWP zijn dat de volgende doelen: • Voldoende water voor mens, plant en dier; • Schone en gezonde leefomgeving (bodem, lucht en water); • Bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; • Verduurzaming van grondstoffen, energie en voedselvoorziening voor het waterbeleid van NoordBrabant. Keur waterschap de Dommel & waterschap Aa en de Maas De keur van het waterschap is een verordening met wettelijke voorschriften die gelden voor alle oppervlaktewaterlichamen en keringen, op het gebied van zowel waterkwantiteit als -kwaliteit die in het beheer zijn van het waterschap. Beleidsregels worden door het waterschap gehanteerd bij de beoordeling van vergunningaanvragen ten aanzien van ontwikkelingen waarbij water betrokken is.
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
61
Projectgerelateerd
12.3
Beoordelingskader
Het beoordelingskader voor het thema water bestaat uit twee aspecten die weergeven zijn in Tabel 12-1. Tabel 12-1: Beoordelingskader water Thema
Beoordelingsaspecten
Beoordeling
Beïnvloeding EVZ Afwateringskanaal s’-Hertogenbosch – Drongelen
Kwalitatief
Reserveringsgebied waterberging
Kwalitatief
Water
Per aspect is bepaald hoe het alternatief scoort ten opzichte van de huidige situatie en of de alternatieven onderscheidend zijn van elkaar. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een vijfpuntschaal. De schaal loopt van zeer positief ten opzichte van de referentiesituatie (++) tot zeer negatief (- -). Per beoordelingsaspect is de waarderingssystematiek nader gedefinieerd. Bij zowel het beoordelingsaspect beïnvloeding EVZ Afwateringskanaal s’-Hertogenbosch - Drongelen als bij reserveringsgebied waterberging wordt er gekeken of de tracés ten koste gaan van de Ecologische Verbindingszone dan wel het reserveringsgebied. Verbetering van de EVZ Afwateringskanaal s’-Hertogenbosch - Drongelen en vergroting van het reserveringsgebied waterberging zijn niet direct onderdeel van het project maar kunnen in de vorm van mitigerende maatregelen wel onderdeel van het project worden. Er kan dus ook sprake zijn van een positief dan wel zeer positief effect. Tabel 12-2: Effectwaardering water Oordeel ten opzichte van de Beïnvloeding EVZ Afwateringskanaal referentiesituatie
Reserveringsgebied waterberging
++
Zeer positief effect
Zeer positief effect op EVZ Afwateringskanaal
Vergroting van reserveringsgebied waterberging
+
Positief effect
Een positief effect op EVZ Afwateringskanaal
Beperkte vergroting van reserveringsgebied waterberging
0
Geen/ neutraal effect
Weinig tot geen effect op doorsnijding van EVZ Afwateringskanaal
Weinig tot geen effect op reserveringsgebied waterberging
-
Negatief effect
Risico op negatief effect door doorsnijding van EVZ Risico op negatief effect op Afwateringskanaal reserveringsgebied waterberging
--
Zeer negatief effect
Negatief effect door doorsnijding van EVZ Afwateringskanaal
Score
12.4
Negatief effect op reserveringsgebied waterberging
Huidige situatie
Het studiegebied is het gebied waar de effecten van de ontwikkelingen van de tijdelijke 2e ontsluitingsweg PI Vught merkbaar zijn. Het studiegebied per alternatief is het gebied waarin de huidige en toekomstige weg(en), die onderdeel uitmaken van de wegaanpassing, liggen plus de gebieden tot 50 meter aan weerszijden van én vóórbij het begin- en eindpunt van de weg. In het studiegebied hebben verschillende zones de bestemming water (zie Figuur 12-2). Dit zijn met name het Drongelens kanaal de Broekleij en de verschillende afwateringsslootjes in de Gement.
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
62
Projectgerelateerd
Figuur 12-2: Zones met bestemming water, paars is kamp Vught
Figuur 12-1: Ecologische verbindingszones bij het projectgebied
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
63
Projectgerelateerd
Drongelens kanaal Het Afwateringskanaal ‘s-Hertogenbosch – Drongelen’ maakt onderdeel uit van een ecologische verbindingszone (zie Figuur 12-1). Hiervoor geldt een 25 meter brede zone voor herstel en behoud van het watersysteem. Daarnaast zijn er in het plangebied verschillende watergangen die in verbinding staan met het afwateringskanaal waaronder de Broekleij ten westen van de Penitentiaire Inrichting (PI) Vught. De Broekleij en bijbehorende de taluds vormt een ecologische verbinding tussen de IJzeren man en het Natura 2000gebied Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek aan beide zijden van het kanaal, maar het betreft geen officiële bestemming ‘Ecologische verbindingszone’. Wel maakt de Broekleij onderdeel uit van het Natuurnetwerk Brabant. Kunstmatige beken en verdedigingswerken Opvallend is dat rond het plangebied alleen kunstmatige beken voorkomen, gegraven om de afwatering te verbeteren, (zoals de Broekleij en het Drongelens kanaal) of ter verdediging, (zoals de grachten rond de Lunetten). De Broekleij volgt de kadastrale grens tussen de voormalige gemeenten Vught en Cromvoirt. De Gement werd rond de middeleeuwen ingezet als inundatiegebied van de Maas en Dommel. De Cromvoirtse dijk is aangelegd in de Middeleeuwen en beschermde het dorp Cromvoirt tegen overstromingen.
Rond 1900 is het Afwateringskanaal 's-Hertogenbosch - Drongelen gegraven om het wateroverschot van de Dommel sneller af te kunnen voeren richting de Bergse Maas en het gebied niet meer te belasten met overstromingen. Het kanaal heeft dijken aan weerszijden. De PI is een lager gelegen plek langs de dijken van het afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch-Drongelen. Dit betekent dat water vanuit het zuidelijker gelegen gebied hierop afwatert. Bij laag water kan de Broekleij afwateren op het Drongelens kanaal. Als het hoog water is op de Maas, zijn bovenstrooms kunstmatige ingrepen nodig om het gebied droog te houden. Het zuidelijker gelegen Helvoirts Broek wordt dan ingezet als waterberging om te zorgen dat met name de PI droge voeten houdt. Bij toekomstige ontwikkelingen is het de bedoeling om de waterberging in het plangebied zelf te voorzien. In het plangebied liggen ook nog militaire verdedigingswerken, zoals de Lunetten uit 1844. Deze zijn aangelegd als verdediging van de hoger gelegen gronden ten zuidwesten van de stad ’s-Hertogenbosch. In 1890 is de IJzeren Man gegraven, om te voorzien in de behoefte aan zand bij de bouw van een nieuwe wijk in ’s-Hertogenbosch (Bron: Gebiedsvisie kamp Vught). Waterwerken Parallel aan de westelijke zijde van de PI loopt een smal kanaal, de Broekleij.
Dit beekje mondt uit ten noordwesten van de PI in het afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch – Drongelen. Bij de uitmonding zijn een aantal waterwerken gelegen, namelijk een Vuilvang, Stuw en Duikers (zie Figuur 12-3).
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
64
Projectgerelateerd
Figuur 12-3: Waterwerken ten noordwesten van de PI
Vuilstort De voormalige vuilstort veroorzaakt mogelijk vervuiling van grondwater (uitloging) dat in de Broekleij terecht kan komen (zie Figuur 11-1). In de toekomst is er tenminste een bodemonderzoek nodig. Sanering van de vuilstort is overwogen: in uitgebreide studies in 2019 naar mogelijkheden voor de vaste ontsluitingsweg is sanering wel onderzocht maar toen afgevallen. Vraagstuk verontreiniging grondwater moet worden meegenomen in de afstemming met het waterschap. Autonome ontwikkeling Er zijn geen ruimtelijke ontwikkelingen voorzien in of nabij het studiegebied die van invloed zijn op grond- en oppervlaktewater. De PI moet gevrijwaard worden van hoogwater. Dit heeft in de toekomst mogelijk als gevolg het sneller onderwater zetten van natuurbeschermingsgebieden. Er zijn ideeën om, in het geval de ecologische functie van de Broekleij te veel wordt aangetast, de Zandleij ecologisch op te waarderen (bron: Gebiedsvisie voormalig Kamp Vught). Ook zijn er ideeën om het zuidelijk deel van de Gement in de toekomst te gaan gebruiken als waterbergingsgebied. Deze ideeën zijn echter nog in een prematuur stadium.
12.5
Effectbeschrijving en -beoordeling
Beïnvloeding EVZ Drongelens kanaal Alternatief 1 doorkruist de Broekleij en het Drongelens kanaal. Alternatief 2, 3a en 3b doorkruizen alleen het Drongelens kanaal, waarbij alternatief 3b gebruik maakt van de bestaande fietsbrug. In de alternatieven 1, 2 en 3a zal onder de nieuw aan te leggen brug ruimte behouden blijven voor het functioneren van het plaatselijke
8-6-2022
BI4929-MI-RP-220602-1202
65
Projectgerelateerd
faunasysteem waardoor de functie van de ecologische verbindingszone (EVZ) en het behoud van de waterfunctie van het Drongelens kanaal zo min mogelijk wordt beïnvloed. Bij alternatief 3b hoeft er geen nieuwe brug te worden aangelegd waardoor geen sprake is van mogelijke beïnvloeding van de EVZ langs het Drongelens kanaal. In geval van alternatief 1 wordt er een tijdelijke weg aangelegd door bestaand bos. Dit bos dient zo min mogelijk te worden aangetast. Door te kiezen voor centrale waterberging in plaats van de aanleg van een greppel langs de weg (verbreedt het profiel en tast het wortelpakket voor bomen onnodig aan) zijn de gevolgen voor het bos minder groot. Eventueel kan er voor gekozen worden om een ondergrondse goot aan te leggen in het midden van het profiel van de functionele weg, om het water tot dit punt te brengen. Het wegtracé zoals deze voorzien is voor de alternatieven 1, 2 en 3 doorkruist de afwateringssloten zoals deze in de huidige situatie in het plangebied aanwezig zijn. De in het gebied liggende afwateringssloten dienen op het bij de nieuw aan te leggen deel weg in de Gementpolder horende watersysteem aangesloten te worden. Vanwege een mogelijke minimale impact van het tracés van de alternatieven 1, 2 en 3a op het Drongelens kanaal is de beoordeling (-) toegekend.
Bij alternatief 3b is de beoordeling neutraal (0) omdat er gebruik gemaakt wordt van de bestaande brug. Reserveringsgebied waterberging De Gementpolder, is een gebied dat is aangemerkt als reservering waterberging. De doorkruising van dit potentiële waterbergingsgebied kan een risico vormen voor de toekomstige waterbergingsmogelijkheden. Door een verbindend watersysteem te behouden bij realisatie van de tijdelijke 2de ontsluitingsweg kan dit risico worden geminimaliseerd. Bij van het ontwerp van de voorkeursvariant dient dit verder uitgewerkt te worden. De plannen om het zuidelijke deel van de Gementpolder daadwerkelijk te bestemming als waterbergingsgebied zijn echter nog onzeker en zullen waarschijnlijk niet binnen 10 jaar worden gerealiseerd. Dit in combinatie met het feit dat de ruimtelijke gevolgen op basis van de beschikbare gegevens op voorhand niet zijn vast te stellen, zorgt e voor dat dit aspect voor alle alternatieven gelijk beoordeeld is met een (0) In Tabel 12-3 is de effectbeoordeling voor water van de alternatievenweergeven voor het aspect Beïnvloeding EVZ en Reserveringsgebied waterberging. Tabel 12-3: Effectbeoordeling water Alternatief Criteria 1