CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Raadsinformatiebrief 2e Tijdelijke ontsluitingsweg PI Vught

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente VughtBij agendapunt: Categorie I-B Schriftelijke mededelingen van college of griffie31.724 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bovengenoemde maatregelen zijn niet op de schetsontwerptekeningen verwerkt, maar zijn wel opgenomen in de investeringsramingen bij de alternatieven.

5.5

Security-maatregelen

Belangrijkste aspect voor het gebruik van de nieuwe tijdelijke toegangsweg is de beveiliging. Zowel binnen de muren van de PI als buiten de muren van de PI moet de veiligheid van het BOT-team en de veiligheid van de directe omgeving geborgd zijn. De maatregelen hiervoor zijn slechts zeer globaal in deze rapportage beschreven, omdat dit gevoelige c.q. vertrouwelijke informatie betreft. De kosten voor deze Securitymaatregelen zijn als één totaalpost in de investeringsraming opgenomen. De securitymaatregelen zijn per alternatief bepaald door Smits van Burgst Beveiliging (SvBB), de vaste adviseur van het Rijksvastgoedbedrijf voor dergelijke zaken. Op hoofdlijnen betreft het de volgende securitymaatregelen: • Aanpassen en aanleg van hekwerken binnen de PI; • Aanleg van nieuwe remise(s) binnen de PI; • Aanpassen en aanleg van kabels en leidingen binnen de PI; • Aanleg en aanpassen van camera-, aanmeld en detectiesystemen; • Aanpassen van bestaande terreinverlichting; • Aanbrengen road barrier en speedgates incl. aansturing.

5.6

Herstel na gebruiksperiode

Na de voorziene gebruiksperiode wordt de tijdelijke ontsluitingsweg verwijderd en worden de landschappelijke elementen zo veel als mogelijk teruggebracht naar de oorspronkelijke staat. Hier zal uiteraard rekening worden gehouden met kennis, inzichten en omstandigheden van die tijd. De brug over het Drongelens kanaal kan, vanwege de relatief lichtgewichte uitvoering, worden ingezet op een andere locatie voor een nieuwe overbrugging. Vrijkomende grondstoffen, zoals verhardingsmateriaal, wegfunderingen, zand, grond en veiligheidssystemen kunnen allemaal een nieuwe bestemming krijgen. Vrijkomende materialen kunnen dus duurzaam worden hergebruikt. Funderingen van bruggen en andere niet-herbruikbare materialen worden verwijderd, afgevoerd en gerecycled. Watergangen en wegcunet dienen met materialen te worden aangevuld overeenkomstig de materialen zoals die voorkomen in het gebied. Verdichting en afwerking van de gronden dienen dusdanig te gebeuren dat die weer gebruikt kunnen worden voor dezelfde doeleinden als in de referentiesituatie.

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

16

Projectgerelateerd

5.7

Investeringskosten

Voor de beschreven alternatieven zijn de investeringskosten inzichtelijk gemaakt. Nauwkeurigheid Gezien de fase waar het project zich in bevindt (haalbaarheidsonderzoek) en gezien het detailniveau van uitwerking (schetsontwerpen), hebben de investeringskosten een mogelijke onderen overschrijdingspercentage van ca. 40%. In vervolgfasen (Voorlopig ontwerp, Definitief ontwerp en aanbestedingsontwerp) zullen zaken nader onderzocht en uitgewerkt moeten worden, waardoor het onderen overschrijdingspercentage zal afnemen, de betrouwbaarheid van de raming toeneemt en uiteindelijk geschikt wordt voor budgettering. Investeringsraming Vaste onderdelen van de investeringsraming zijn Bouwkosten, Vastgoedkosten, Engineering, Overige bijkomende kosten en een Project Onvoorziene Risicoreservering. In onderstaande tabel staan de kosten van de beschouwde alternatieven uitgewerkt. In Bijlage 7 zijn de kostenramingen nader uitgewerkt en meer gespecificeerd. Vanwege afronding en kosten voor Verwijderen na 10 jaar kunnen onderstaande opgetelde bedragen ietwat afwijken van de bedragen in Bijlage 7. Kostensoort

Alternatief 1

Alternatief 2

Alternatief 3A

Alternatief 3B

Bouwkosten**

€ 6.075.194

€ 4.260.615

€ 3.739.574

€ 2.725.253

Vastgoedkosten*

€-

€-

€-

€-

Engineering

€ 1.518.799

€ 1.065.154

€ 934.894

€ 681.313

Bijkomende kosten

€ 303.760

€ 213.031

€ 186.979

€ 136.263

Risicoreservering onvoorzien

€ 789.775

€ 553.880

€ 486.145

€ 354.283

BTW (21%)

€ 1.824.381

€ 1.279.463

€ 1.122.994

€ 818.394

Herstel na gebruiksperiode

ca. € 600.000

ca. € 400.000

ca. € 400.000

ca. € 200.000

Totaal Investeringskosten**

€ 11.111.909

€ 7.772.143

€ 6.870.586

€ 4.915.506

* **

8-6-2022

Kosten voor grondaankoop van gemeentelijke percelen of compensatie van pachters zijn niet voorzien. Inclusief aanpassingen aan bestaande weginfrastructuur, kosten voor Security en inclusief BTW. NB. De eventuele restwaarde van vrijkomende materialen en grondstoffen zijn niet nader gekwantificeerd.

BI4929-MI-RP-220602-1202

17

Projectgerelateerd

6

Verkeer

6.1

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de effecten op het thema verkeer. De beoordeling van deze effecten vindt plaats op basis van de hoeveelheid en type verkeersbewegingen, die van en naar de PI Vught via de nieuwe ontsluitingsweg en de daaraan verbonden routes zal genereren.

6.2

Beoordelingskader

Hieronder is aangegeven welke beoordelingsmethode wordt gehanteerd om de verschillende alternatieven te beoordelen. Het studiegebied is het gebied waar de verkeerseffecten merkbaar zijn en kent daarom geen exacte begrenzing. Verkeersafwikkeling De nieuwe (tijdelijke) ontsluitingsroute is, zoals aangegeven in paragraaf 1.1, alleen bedoeld voor specifieke BOT-transporten. Naar verwachting zijn dit circa 270 transporten op jaarbasis, met een totaal aantal voertuigbewegingen van circa 1.000 (in- en uitgaande ritten samen). Relevant is of deze verkeersbewegingen passen bij de wegen waarop deze gaan rijden c.q. waar ze rijden in de referentiesituatie waarbij de nieuwe ontsluitingsweg er nog niet is. Past het in combinatie met de huidige functie van de wegen of zijn er aanpassingen nodig om deze voor dit specifiek gebruik geschikt te maken? Heeft het negatieve gevolgen voor de verkeersafwikkeling op de wegen? Verkeersveiligheid Ten aanzien van het criterium verkeersveiligheid gaat het vooral om de (mogelijke) effecten die de nieuwe weg en routes hebben op de verkeersveiligheid in combinatie met de overige weggebruikers.

Hierbij is specifiek gekeken naar de wijze waarop de Duurzaam Veilig principes geborgd (kunnen) worden: de functionaliteit van wegen (categorisering), de herkenbaarheid en voorspelbaarheid van wegen en daarmee het verkeersgedrag, homogeniteit van massa en/of snelheid en richting en de fysieke vergevingsgezindheid van wegen. Calamiteitenroutes De nieuwe ontsluitingsweg en -routes hebben mogelijk effect op calamiteitenroutes, alternatieve routes die mogelijk gebruikt kunnen worden voor nood- en hulpdiensten (politie, ambulance en brandweer). Classificatietabel Het beoordelingskader van de criteria verkeersbewegingen, verkeersveiligheid en calamiteitenroutes leidt tot de classificatietabel zoals te zien is in Tabel 6-1. Tabel 6-1: Classificatietabel Verkeer Score

Oordeel ten opzichte van de referentiesituatie

Wanneer toegekend?

++

Zeer positief effect

Aanzienlijke verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

+

Positief effect

Geringe verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

0

Geen/ neutraal effect

Geen, of nagenoeg geen effect

-

Negatief effect

Geringe verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie

--

Zeer negatief effect

Aanzienlijke verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie, mitigerende maatregelen voorstellen

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

18

Projectgerelateerd

6.3

Huidige situatie

In de huidige situatie en daarmee ook in de referentiesituatie maken de BOT-transporten gebruik van de bestaande entree van de PI aan de Lunettenlaan en gebruiken deze transporten als meest gebruikte route Lunettenlaan – Boslaan – N65 om vervolgens richting de autosnelweg te komen (vice versa). Om niet altijd dezelfde route te rijden, noodzakelijk vanuit veiligheidsoogpunt, worden af en toe ook andere routes gebruikt, waarbij de transporten altijd via de Lunettenlaan gaan, omdat er geen alternatief is voor dit deel, en vervolgens alternatieve routes door de bebouwde kom van Cromvoirt of van Vught. De problematiek van deze routes is in paragraaf 2.1 al belicht. Op langere termijn ontstaat met de realisatie van een nieuwe entree van de PI aan de zuidwestzijde een nieuwe permanente ontsluitingsroute naar de Boslaan met daarvandaan een andere routering en daarmee een andere verkeerssituatie. Voor de toetsing van de nieuwe tijdelijke ontsluitingsroute wordt deze nog niet als referentie beschouwd, vanwege de nog lange doorlooptijden voor procedures en de bouw.

6.4

Effectbeschrijving en -beoordeling

Verkeersafwikkeling Voor alle alternatieven geldt dat het aantal verkeersbewegingen hetzelfde blijft ten opzichte van de huidige situatie. In die zin wordt het totale verkeerssysteem (de weginfrastructuur) niet zwaarder belast en geeft dit geen effect. De verkeersbewegingen gaan wel over andere wegen en andere routes rijden ten opzichte van de huidige situatie. Echter, gezien de relatief beperkt aantal verkeersbewegingen en totaal aantal voertuigen dat jaarlijks de wegen belast (circa 1.000 personenauto’s, zie paragraaf 6.2), past dit bij de wegen waarover deze aantallen zullen rijden, deels ‘erftoegangswegen’ en deels ‘gebiedsontsluitingswegen’ en zal dit geen negatief effect hebben op de verkeersafwikkeling op die wegen. Hierbij is er geen onderscheid tussen de verschillende alternatieven en scoren zij allen op dit aspect een 0 (geen/ neutraal effect). Verkeersveiligheid Een positief effect treedt op voor alle alternatieven ten aanzien van de verkeersveiligheid, omdat er niet langer vermenging is met verkeer op de Lunettenlaan, zoals in de huidige situatie, waar diverse modaliteiten aanwezig zijn (personenauto’s, vrachtauto’s, fietsers, voetgangers) voor diverse daar aanwezige functies (woongebied, kazernes, werklocaties, recreatief verkeer). Deze vermenging is in mindere mate c.q. met minder vermenging aanwezig bij de nieuwe weg en routes.

Zo sluit één route bij Deuteren aan op een druk bereden fietsstraat en de andere route bij de Kampdijklaan op een wegvak dat zeer intensief gebruikt wordt door fietsers. Op deze wegvakken is wel meer ruimte en overzicht dan op de Lunettenlaan en dus minder verkeersveiligheidsrisico bij de BOT-transporten. Bij alternatief 3b is er ter plaatse van de brug over het Drongelens kanaal nog wel mening met het daar aanwezige recreatieve fietsverkeer. Om die reden is het positieve effect voor dit alternatief gering en scoort deze een +. Alle andere alternatieven geven ten aanzien van de verkeersveiligheid een aanzienlijke verbetering en scoren daarom een ++. Hierbij wordt meegenomen dat het (geringe) verkeersveiligheidsrisico bij het kruisen van het fietspad ten noorden van het kanaal ‘geregeld’ gaat worden, dat ten tijde van BOTtransporten hier mensen ter plaatse gaan posteren. Calamiteitenroutes Voor de calamiteitenroutes, de beschikbaarheid van routes voor nood- en hulpdiensten, is de nieuwe ontwikkeling voor alle alternatieven positief. Er ontstaat een nieuwe mogelijke calamiteitenroute, via de nieuwe ontsluitingsweg, van en naar de PI, die bovendien ook dichter bij het ziekenhuis is gesitueerd.

Een bijkomend positief effect is dat de nood- en hulpdiensten op deze nieuwe route ook minder hinder ondervinden van en hinder veroorzaken naar andere weggebruikers, waar dit op de Lunettenlaan wel speelde. Om deze redenen treedt voor dit aspect een gering positief effect op, voor alle alternatieven, resulterend in een score +.

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

19

Projectgerelateerd

Totaalbeoordeling In Tabel 6-2 is de effectbeoordeling van de alternatieven voor het thema verkeer weergegeven, voor de onderscheiden beoordelingscriteria verkeersbewegingen, verkeersveiligheid en calamiteitenroutes. Tabel 6-2: Effectbeoordeling thema verkeer Alternatief Criteria 1

2

3a

3b

Verkeersafwikkeling

0

0

0

0

Verkeersveiligheid

++

++

++

+

Calamiteitenroutes

+

+

+

+

6.5

Mitigerende maatregelen

Het treffen van aanvullende mitigerende maatregelen, anders dan reeds voorzien (en beschreven) in de alternatieven is voor het thema verkeer niet aan de orde, omdat er geen negatieve effecten resulteren.

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

20

Projectgerelateerd

7

Veiligheid

7.1

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de effecten op het thema veiligheid. De beoordeling van deze effecten heeft plaatsgevonden door beoordeling op de effecten voor de veiligheid voor de BOT-transporten enerzijds en de (mogelijke) effecten op de veiligheid voor omwonenden en recreanten anderzijds.

7.2

Beoordelingskader

Hieronder is aangegeven welke beoordelingsmethode is gehanteerd om de verschillende alternatieven te beoordelen. Veiligheid BOT-transporten De nieuwe (tijdelijke) ontsluitingsroute is alleen bedoeld voor specifieke BOT-transporten. Veiligheid van deze transporten, zodat gedetineerden met zo min mogelijk risico’s vervoerd kunnen worden, is essentieel en ook de directe aanleiding voor dit project. Vanuit het BOT zijn specifieke eisen en wensen aan de wegen en routes aangereikt. Veel van deze eisen zijn randvoorwaarde geweest voor de tracékeuze en (schets)ontwerp van de nieuwe weg (zie hoofdstuk 5). In de effectbeoordeling is getoetst of c.q. in hoeverre de BOT-eisen en wensen zijn ingewilligd. Ook de veiligheid van de transporten binnen de muren van de PI wordt in dit criterium meegenomen, waar het met name gaat om de mogelijke interactie met andere processen op het terrein van de PI en interactie met aanwezige gedetineerden. Benodigde technische beveiligingsvoorzieningen, met name ter plaatse van de remise en poort, zijn meegenomen in het ontwerp van de alternatieven en ook in de kosten daarvan (zie paragraaf 5.5 en 5.7). De eisen c.q. wensen van het BOT in verband met de veiligheid zijn de volgende: 1. Zo min mogelijk bochten om met voldoende snelheid te kunnen rijden 2. Weg is vrij van verkeersdrempels of beperkingen om met voldoende snelheid te kunnen rijden; 3.

Gesloten verklaring voor alle overige verkeer; 4. Minimaal twee of drie ontsluitingen, bij voorkeur één voor alleen ontheffingshouders (hulpdiensten, BOT); 5. Wegindeling dusdanig veilig realiseren met gescheiden fiets- en voetpaden met verhoogde rijbaanafscheidingen i.v.m. veiligheid medeweggebruikers, in verband met met spoed rijden; 6. Voorkeur minimaal tweebaansweg (twee rijrichtingen), noodzakelijk: rijbaan dusdanig breed zodat er voertuigen kunnen passeren; 7. Ontsluitingsweg door polder aan leggen in plaats van door bewoond gebied; 8. Actieve sensing omgeving (ANPR, camera’s, veiligheidsrisicogebied aanwijzing); 9. Vaste oversteekplaatsen voor fietsers en voetgangers; 10. Mogelijkheid tot kunnen keren (keerlus); 11. Toegangsweg vrij van verkeer en parkeerplaatsen; 12. Kwaliteit wegen, vrij van slipgevaar, geen grasbegroeiing of kans op modder e.d.; 13. Ontsluitingen uitkomend op meerdere uitvalswegen (N65, Randweg Den Bosch, A2 of A59); 14. Duidelijke belijning; 15. Road barrier voor een eventuele nieuwe poort, of begin van de weg; 16. Minimaliseren interactie met derden, die transport kunnen verstoren; 17. Zo veel mogelijk vrij zicht rondom wegtracé. Hiernaast zijn ook veiligheidseisen- en wensen, specifiek gericht op het binnenterrein van de PI aan de orde: 18. Toegangspoort naar de PI en de poort binnen moet een speedgate zijn; 19.

Minimaliseren interactie van transport met gedetineerden; 20. Minimaliseren interactie met overige processen binnen de PI; 21. Minimaliseren risico’s in verband met bouwactiviteiten op de PI.

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

21

Projectgerelateerd

Voor het criterium veiligheid BOT-transporten vormen bovenstaande eisen en wensen het beoordelingskader; de effectbeoordeling laat zien welke veiligheidsrisico’s aanwezig zijn bij ieder van de alternatieven, in vergelijking met de referentie, de huidige, bestaande situatie. Veiligheid voor omwonenden De BOT-transporten vinden plaats met substantiële snelheden en indien nodig voorzien van optische en geluidssignalen (zwaailichten, sirenes). In dit criterium gaat het om de mogelijke hinder die deze transporten oplevert voor omwonenden, bewoners langs (één van) de routes van het BOT-transport. Veiligheid voor recreanten De BOT-transporten vinden plaats met substantiële snelheden en indien nodig voorzien van optische en geluidssignalen (zwaailichten, sirenes). In dit criterium gaat het om de mogelijke hinder die deze transporten oplevert voor recreanten, op en direct nabij (één van) de routes van het BOT-transport. Classificatietabel Het beoordelingskader van de criteria verkeersbewegingen, verkeersveiligheid en calamiteitenroutes leidt tot de classificatietabel zoals te zien is in Tabel 7-1. Tabel 7-1: Classificatietabel Verkeer Score

Oordeel ten opzichte van de referentiesituatie

Wanneer toegekend?

++

Zeer positief effect

Aanzienlijke verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

+

Positief effect

Geringe verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

0

Geen/ neutraal effect

Geen, of nagenoeg geen effect

-

Negatief effect

Geringe verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie

--

Zeer negatief effect

Aanzienlijke verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie, mitigerende maatregelen voorstellen

7.3

Huidige situatie

In de huidige situatie en daarmee ook in de referentiesituatie maken de BOT-transporten gebruik van de bestaande entree van de PI aan de Lunettenlaan en rijden deze transporten als meest gebruikte route over de Lunettenlaan, via de Boslaan richting de N65 om vervolgens richting de autosnelweg te komen (vice versa), zie ook paragraaf 3.1. Om niet altijd dezelfde route te rijden, noodzakelijk vanuit veiligheidsoogpunt, worden af en toe ook andere routes gebruikt. In alle gevallen gaan de transporten via de Lunettenlaan, omdat er geen alternatief is voor dit deel. Vanaf de Boslaan worden vervolgens routes gekozen door de bebouwde kom van Cromvoirt of van Vught. In deze huidige situatie is regelmatig sprake van veiligheidsknelpunten: voor het BOTtransport, omdat zij veel ‘gehinderd’ worden door snelheidsremmende factoren, en voor omwonenden en recreanten, omdat zij geconfronteerd worden met BOT-transporten. Deze problematiek is in paragraaf 2.1 al belicht. Op langere termijn ontstaat met de realisatie van een nieuwe entree van de PI aan de zuidwestzijde en een nieuwe permanente ontsluitingsroute vandaar naar de Boslaan een andere routering en daarmee een nieuwe verkeerssituatie. Voor de toetsing van de nieuwe tijdelijke ontsluitingsroute in deze studie mag deze nog niet als referentie beschouwd worden.

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

22

Projectgerelateerd

7.4

Effectbeschrijving en -beoordeling

Veiligheid BOT-transporten Onderstaand is aangegeven op welke wijze en in welke mate tegemoet gekomen is aan de eisen en wensen ten aanzien van de veiligheid van de BOT-transporten, zoals genoemd in het beoordelingskader, voor de verschillende alternatieven. 1. Zo min mogelijk bochten om met voldoende snelheid te kunnen rijden Het BOT heeft een gewenste snelheid van 60 km/uur waarmee men wil rijden. Dit betekent dat bochten, zeker scherpe bochten, als ongewenst gezien worden. De nu voorziene alternatieven en kennen zo min mogelijk rechtstanden of hooguit flauwe bochten tracéontwerpen (zie ook hoofdstuk 5). In alternatief 1 is een bocht aanwezig direct bij de entree van de PI, maar deze kan nog met redelijke snelheid gereden worden en is bovendien nog direct bij de PI, waar de controle eenvoudiger te organiseren is. In alternatief 3b is een dubbele bocht (ene slinger) om vanuit de PI naar de locatie van de bestaande fietsbrug te komen. Op dit punt scoort dit alternatief een stevig nadeel, met name ten opzichte van de andere alternatieven, maar ook ten opzichte van de huidige situatie. Alternatief 1 scoort vergelijkbaar met de huidige situatie. De alternatieven 2 en 3a scoren duidelijk een verbetering hierin. 2.

Weg is vrij van verkeersdrempels of beperkingen om met voldoende snelheid te kunnen rijden Voor alle alternatieven geldt dat de nieuw te realiseren ontsluitingsweg vrij is van verkeersdrempels en verkeersheuvels, maar in de beoogde routes verderop zijn deze wel aanwezig. Enerzijds zijn er enkele drempels op de oostelijke route, bij de bebouwde kom van Vught. Deze zijn voor het BOT goed te nemen. Anderzijds zijn er een aantal drempels in de kern van Deuteren op de westelijke route. Deze zijn beperkend voor het BOT, maar niet onacceptabel (noodzaak om ter plaatse niet harder dan 30 km/uur te rijden). Mogelijk kunnen in overleg met de gemeente Den Bosch deze verkeersdrempels vervangen worden door verkeersplateaus, waardoor het BOT een hogere snelheid kan aanhouden hier (afstemming met de gemeente Den Bosch hierover heeft in het kader van dit onderzoek nog niet plaatsgevonden). Op de oostelijke route is daarnaast ter plaatse van de brug op de Kampdijklaan een breedtebeperking, zie onderstaande foto. In overleg met de gemeente Vught is bezien wat hier de mogelijkheden zijn, om het BOTtransport hier met ‘voldoende’ snelheid te kunnen passeren. Het is mogelijk de genomen maatregel fysiek iets te verplaatsen, zodat de daadwerkelijke doorrijdbreedte hier 2,50 meter wordt.

Daarmee kan het BOT met voldoende snelheid de brug passeren en blijft de beoogde doelstelling van de maatregel, het weren van zware (landbouw)voertuigen gewaarborgd. Met deze aanpassing is het knelpunt daarmee opgelost.

Figuur 7-1: Breedtebeperking op brug Kampdijklaan over Drongelens kanaal

Op dit aspect scoren alle alternatieven een verbetering ten opzichte van de huidige situatie.

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

23

Projectgerelateerd

3. Gesloten verklaring voor alle overige verkeer Is voorzien voor alle alternatieven, ter plaatse van de aansluiting bij de Gementweg. Voor alle alternatieven verbetering ten opzichte van de huidige situatie. 4. Minimaal twee of drie ontsluitingen, bij voorkeur één voor alleen ontheffingshouders (hulpdiensten, BOT) In alle alternatieven komt extra ontsluiting van en naar de PI, naast de bestaande entree (of eventueel de nieuwe permanente entree). Nieuwe ontsluiting is beoogd uitsluitend voor ontheffingshouders, BOT en hulpdiensten. Voor alle alternatieven verbetering ten opzichte van de huidige situatie. 5. Wegindeling dusdanig veilig realiseren met gescheiden fiets- en voetpaden met verhoogde rijbaanafscheidingen i.v.m. veiligheid medeweggebruikers, in verband met met spoed rijden De nieuw te realiseren weg krijgt, voor alle alternatieven, geen voorzieningen voor fietsers en voetgangers, omdat er een gesloten verklaring zal gelden op deze weg. Op de bestaande wegen van de routes van hier uit (Gementweg en verder) zijn deels fietsvoorzieningen en, binnen de bebouwde kom van Vught c.q. Deuteren, ook voetgangersvoorzieningen. Aanpassingen hieraan zijn niet voorzien, waarmee er met uitzondering van d bebouwde kom delen geen verhoogde rijbaanafscheidingen aanwezig zijn.

In die zin scoren alle alternatieven enigszins negatief ten opzichte van de huidige situatie, omdat op de huidige route vanaf de Boslaan wel verhoogde rijbaanafscheidingen aanwezig zijn. 6. Voorkeur minimaal tweebaansweg (twee rijrichtingen), noodzakelijk: rijbaan dusdanig breed zodat er voertuigen kunnen passeren De nieuw te realiseren weg is voorzien als enkelbaans, met een breedte van 6 meter, plus een strook halfverharding aan beide zijden en daarnaast halverwege een extra brede passeerstrook. De Gementweg krijgt, als onderdeel van het plan, ook een strook halfverharding aan de noordzijde, zodat de gehele route voldoende breedte heeft, voor alle alternatieven. Op dit aspect scoren de alternatieven daarmee gelijk aan de huidige situatie. 7. Ontsluitingsweg door polder aan leggen in plaats van door bewoond gebied Is voorzien voor alle alternatieven, door de Gementpolder. Voor alle alternatieven daarmee duidelijke verbetering ten opzichte van de huidige situatie. 8. Actieve sensing omgeving (ANPR, camera’s, veiligheidsrisicogebied aanwijzing) Is voorzien als onderdeel van het ontwerp en bijbehorende veiligheidsvoorzieningen voor alle alternatieven. 9. Vaste oversteekplaatsen voor fietsers en voetgangers Ter plaatse van het vrijliggend fietspad aan de noordzijde van het Drongelens kanaal is een oversteekgelegenheid voor langzaam verkeer, elders op de nieuwe weg niet.

Dit geldt voor alle alternatieven. Voor de veiligheid op deze plaatsen zullen mensen neergezet worden ten tijde van een BOT-transport. Verderop op de beoogde routes zijn in het buitengebied geen specifieke oversteekplaatsen voor fietsers en voetgangers, maar zijn de aantallen hier ook relatief gering. Voor alle alternatieven verbetering ten opzichte van de huidige situatie. 10. Mogelijkheid tot kunnen keren (keerlus) Gezien het korte traject van de nieuw aan te leggen weg is niet voorzien in een keerlus, maar wel voorzien in een extra brede passeerstrook halverwege. BOT-voertuigen kunnen verder op de route op meerdere locaties keren. Op dit aspect scoren de alternatieven gelijk aan de huidige situatie. 11. Toegangsweg vrij van verkeer en parkeerplaatsen Dit is het geval voor alle alternatieven, zowel de nieuw te realiseren ontsluitingsweg, als een groot deel van de routes van daar uit. Voor alle alternatieven verbetering ten opzichte van de huidige situatie.

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

24

Projectgerelateerd

12. Kwaliteit wegen, vrij van slipgevaar, geen grasbegroeiing of kans op modder e.d. In het ontwerp van de nieuwe ontsluitingsweg wordt voor alle alternatieven (uiteraard) rekening gehouden met de gewenste kwaliteit, onder meer door de hoogteligging, het dwarsprofiel en ook door afwateringssloten aan beide zijden van de weg te voorzien. Om ook de gewenste kwaliteit van de wegen op de beoogde routes te waarborgen is voorzien aan de noordzijde van de Gementweg een strook halfverharding aan te brengen. Adequaat onderhoud van de wegen dient verder de gewenste rijkwaliteit van de wegen te borgen. Op dit aspect scoren de alternatieven niet specifiek anders dan de huidige situatie. 13. Ontsluitingen uitkomend op meerdere uitvalswegen (N65, Randweg Den Bosch, A2 of A59) Alle alternatieven komen uit op de bestaande wegenstructuur met een aansluiting op de Gementweg. Van daar zijn primair twee verschillende routes beoogd (zie paragraaf 3.2). Deze routes komen uit de A2 of de A59, zowel de oostelijke als de westelijke route. De westelijke route doet dit via de Randweg Den Bosch, de oostelijke route via de Randweg in Vught. De nieuwe routes sluiten niet aan op de N65.

Doordat er twee primair beoogde routes ontstaan in de nieuwe situatie scoren alle alternatieven een verbetering ten opzichte van de huidige situatie, waar er maar één primaire route aanwezig is (via de Lunettenlaan – Boslaan – N65). 14. Duidelijke belijning Onderdeel van het ontwerp van de nieuwe weg, die nader vorm moet krijgen in een vervolgfase, betreft adequate, duidelijke belijning. Op dit aspect scoren de alternatieven daarmee gelijk aan de huidige situatie. 15. Road barrier voor een eventuele nieuwe poort, of begin van de weg Voor alle alternatieven is het aanbrengen van een road barrier voorzien voor de nieuwe poort naar het PI terrein. Op dit aspect scoren de alternatieven daarmee gelijk aan de huidige situatie. 16. Minimaliseren interactie met derden, die transport kunnen verstoren Bij twee alternatieven krijgt het BOT-transport op de nieuwe ontsluitingsweg mogelijk te maken met ander verkeer of activiteiten van derden die het transport kunnen verstoren. In alternatief 1 loopt het tracé direct een pad dat gebruikt wordt voor het oefenterrein van Defensie. In alternatief 3 loopt het tracé ter plaatse van de (fiets)brug samen op met de route voor het recreatief fietsverkeer. Deze interactie zijn veiligheidsrisico’s, die geborgd moeten worden in het proces, maar wel een nadeel zijn ten opzichte van de andere alternatieven.

Ten opzichte van de huidige situatie is deze interactie er ook, dus scoren met name de alternatieven 2 en 3a op dit deelaspect positief. 17. Zo veel mogelijk vrij zicht rondom wegtracé Voor alle alternatieven moeten bomen gekapt worden om de nieuwe ontsluitingsweg mogelijk te maken, aan weerszijden van het Drongelens kanaal en voor alternatief 1 ook in de strook va 1 km langs de Broekleij. In het ontwerp is nu uitgegaan van de breedte die nodig is voor de weg, berm en afwateringssloten, maar is om bomenkap en daarmee natuurhinder te minimaliseren niet verder gegaan dan daar. Dit betekent dat alternatief 1 op dit aspect minder scoort dan de overige alternatieven. Zodra de alternatieve tracés ten noorden van het Drongelens kanaal komen is er bij uitstek vrij zicht, in de Gementpolder, waar nauwelijks bebouwing en geen hoge begroeiing aanwezig is. Pas zodra de routes weer in de bebouwde kom komen (westelijke route in Deuteren en oostelijke route in Vught) treedt er enige beperking op van vrij zicht. Ten opzichte van de bestaande situatie treeft hiermee op dit aspect een verbetering op, zeker voor de alternatieven 2, 3a en 3b. Alternatief 1 scoort hier duidelijk minder.

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

25

Projectgerelateerd

18. Toegangspoort naar de PI en de poort binnen moet een speedgate zijn Is voorzien als onderdeel van het ontwerp en bijbehorende veiligheidsvoorzieningen voor alle alternatieven. 19. Minimaliseren interactie van transport met gedetineerden Afhankelijk van het alternatief rijden de BOT-transporten van en naar de EBI verschillende routes binnen de muren van de PI over het terrein. Figuur 7-2 laat dit zien. Op dit aspect is er verschil tussen de alternatieven. Alternatief 2 rijdt, door de perimeter, langs een aantal gebouwen waar gedetineerden zitten en werkzaam zijn, met vrij zicht naar buiten. Zonder nadere maatregelen zien zij dus mogelijk de BOT-transporten. Dit treedt niet of nauwelijks op bij de andere alternatieven 1, 3a en 3b. Mitigerende maatregelen zijn denkbaar om het ongewenste zicht bij alternatief 2 te verminderen of weg te nemen.

Figuur 7-2: Alternatieven voor tijdelijke 2e ontsluiting BOT-transporten PI Vught

Voor dit aspect scoort alternatief 2, zonder mitigerende maatregelen, wat slechter dan de overige alternatieven, die vergelijkbaar zijn met de huidige situatie. 20. Minimaliseren interactie met overige processen binnen de PI Zoals aangegeven in Figuur 7-2 verschilt de interne routering binnen de PI per alternatief. Op het moment de BOT-transporten van en naar de EBI plaatsvinden, worden alle processen op de route stopgezet. Alternatief 1 en 2 hebben in die zin beperkte interactie en scoren gunstiger op dit aspect dan de alternatieven 3a en 3b, met name omdat de interne routering hier leidt langs de bestaande entree, waar diverse activiteiten plaatsvinden en de invloed dus het grootste is. Ten opzichte van de huidige situatie scoren alternatief 3a en 3b identiek en bieden alternatief 1 en 2 op dit aspect dus enig voordeel.

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

26

Projectgerelateerd

21. Minimaliseren risico’s in verband met bouwactiviteiten op de PI Op het terrein van de PI zijn de aankomende jaren, ten tijde van het gebruik van de nieuwe, tijdelijke 2e ontsluitingsroute, bouwwerkzaamheden voorzien. De voornaamste bouwactiviteit betreft het realiseren van een nieuwe, permanente entree aan de zuidwestzijde van de PI. In deze hoek zullen gedurende langere tijd diverse bouwgerelateerde activiteiten en transporten plaatsvinden. Ondanks het feit dat deze activiteiten fysiek gescheiden zullen worden van de binnenruimte van de PI, geeft dit risico’s voor de veiligheid bij passerende BOT-transporten. Om deze reden scoren alternatief 1 en in mindere mate alternatief 2 minder goed op dit aspect. Dit geldt uiteraard ook in vergelijking ten opzichte van de huidige situatie. Totaalbeoordeling Op de meeste aspecten scoren de alternatieven ten opzichte van de huidige situatie gelijkwaardig of geven zij een verbetering op het gebied van veiligheid voor de BOT-transporten. Anders gezegd, op vele aspecten treedt een verbetering op van deze veiligheid met de nieuwe ontsluitingsweg. Onderscheid tussen de alternatieven is er beperkt; slechts bij een zestal deelaspecten treden verschillende scores op.

De score op het eerste deelaspect, het hebben van zo min mogelijk bochten, is duidelijk onderscheidend, met name omdat deze voor alternatief 3 een substantieel veiligheidsrisico geeft, ook ten opzichte van de huidige situatie. Alternatief 1 en alternatief 3b hebben het nadeel potentiële interactie met andere gebruikers te ondervinden (Defensie c.q. recreatief fietsverkeer). Hiernaast scoort alternatief 1 ook op het deelaspect vrij zicht en op de mogelijke interactie met bouwactiviteiten minder goed, waardoor dit alternatief extra veiligheidsrisico’s met zich mee brengt. Dit geheel overziend geven alternatief 2 en 3a een aanzienlijke verbetering op het aspect veiligheid voor BOTtransporten, waarmee deze een ++ scoren. Alternatief 1 biedt een beperkte verbetering, met een score van +, en alternatief 3b scoort een 0 op veiligheid voor BOT-transporten, met name omdat de slinger in het tracé een stevig nadeel is plus de interactie met recreatief verkeer, dat min of meer op weegt tegen de andere positieve deelaspecten. Veiligheid voor omwonenden Voor alle alternatieven geldt de nieuwe ontsluitingsweg en daaraan gekoppelde routes in eerste instantie door dun bebouwd gebied gaat (de Gementpolder). Vervolgens gaat de westelijke route door de kern Deuteren naar de Randweg Den Bosch, waar de oostelijke route door de noordkant van de kom van Vught gaat.

Figuur 3-3 in paragraaf 3.2 laat dit zien op kaart. Hierin is geen onderscheid tussen de alternatieven. Ten opzichte van de huidige situatie, waar de route langduriger door de bebouwde kom van Vught gaat, zoals getoond in Figuur 3-2 in paragraaf 3.1. Dit betekent dat er minder kans op interactie in de alternatieven bestaat met omwonenden en daarmee scoren alle alternatieven een +, een beperkte verbetering ten opzichte van de referentiesituatie voor de veiligheid voor omwonenden. Veiligheid voor recreanten Voor alle alternatieven treedt in de nieuwe situatie niet langer interactie op met het recreatieverkeer op de Lunettenlaan. Alternatief 3b houdt ter plaatse van de brug over het Drongelens kanaal echter wel een punt waar het BOT-transport gemengd wordt met recreatief fiets- en voetgangersverkeer. Door middel van aanwezige mankracht zal de veiligheid op deze locatie veilig gesteld moeten worden, maar hier is een veiligheidsrisico voor recreanten en daarmee een duidelijk nadeel ten opzichte van de overige alternatieven. Alle alternatieven kruisen het vrijliggende fietspad aan de noordzijde van het Drongelens kanaal. Dit is een belangrijke recreatieve fietsroute. Ook hier zal ten tijde van BOT-transporten de situatie veilig gesteld worden, door mensen ter plaatse, die de aankomende fietsers tegen houden.

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

27

Projectgerelateerd

Mede omdat dit kruisend verkeer, is dit risico goed beheersbaar. Ten opzichte van de huidige, bestaande situatie met frequent recreatieverkeer op en rond de Lunettenlaan, geven de alternatieven nog altijd een beperkte verbetering van de veiligheid voor recreanten, met score +, met uitzondering van alternatief 3b, dat over het totaal geen tot nauwelijks effect sorteert op dit aspect en een score van 0 krijgt. Totaalbeoordeling In Tabel 11-3 is de effectbeoordeling van de alternatieven voor het thema veiligheid weergegeven, voor de onderscheiden beoordelingscriteria veiligheid BOT-transporten, veiligheid voor omwonenden en veiligheid voor recreanten. Tabel 7-2: Effectbeoordeling thema veiligheid Alternatief Criteria 1

2

3a

3b

Veiligheid BOT-transporten

+

++

++

0

Veiligheid voor omwonenden

+

+

+

+

Veiligheid voor recreanten

+

+

+

0

7.5

Mitigerende maatregelen

Ten aanzien van het thema veiligheid zijn er voor een tweetal situaties aanvullende mitigerende maatregelen gewenst, om optredende negatieve effecten te verlichten dan wel weg te nemen: • Het aanpassen van de bestaande breedtebeperking op de brug over het Drongelens kanaal op de Kampdijklaan, tot een doorrijdbreedte van 2,50 meter. Deze maatregel kan relatief eenvoudig gerealiseerd worden, tegen beperkte kosten. De mogelijkheid deze maatregel te treffen is in het kader van dit onderzoek reeds besproken met de wegbeheerder, de gemeente Vught. Deze maatregel is van toepassing voor alle alternatieven. • Indien alternatief 2 de voorkeursvariant is het wenselijk te bezien welke mitigerende maatregelen getroffen kunnen worden om het zicht te beperken of weg te nemen op het BOT-transport in perimeter, langs de westelijke muur van de PI, vanuit de naastgelegen gebouwen waar gedetineerden werken en verblijven. Welke maatregelen dit (kunnen) zijn, is in het kader van dit haalbaarheidsonderzoek niet nader bekeken.

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

28

Projectgerelateerd

8

Natuur

8.1

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de effecten op het thema natuur. De beoordeling van deze effecten heeft plaatsgevonden aan de hand van de criteria Natura 2000, de beschermde soorten, houtopstanden en het Natuurnetwerk Brabant. De effectbeoordeling betreft geen natuurtoets noch quick scan. De effectbeoordeling heeft plaatsgevonden enkel op basis van een bureauonderzoek. Op basis van de resultaten is een globaal overzicht geschetst van de verwachte effecten op de natuurwaarden. Daarnaast zijn eventueel benodigde vervolgstappen of -onderzoeken aangeduid.

8.2

Wettelijk kader en beleidskader

Hieronder volgt een samenvatting van het wettelijk kader en beleidskader per criterium. Een volledig juridisch kader is opgenomen in Bijlage 8. Wet natuurbescherming (Wnb) In Nederland is de bescherming van bepaalde soorten planten en dieren geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet bevat regels voor de bescherming van natuurgebieden, in het wild levende dier- en plantensoorten en houtopstanden (zoals bijvoorbeeld bomenrijen of grienden) in Nederland. Het uitgangspunt van de wet is het beschermen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit zonder de lasten te verhogen. Deze wet is zowel van toepassing in tijdelijke als definitieve situaties. De Wet natuurbescherming kent naast de algemene zorgplicht (art 1.11) een tweetal hoofdstukken die relevant zijn voor voorliggend voornemen. Hoofdstuk 2 van de Wnb gaat over de Natura 2000-gebieden en hoofdstuk 3 over soorten. Natura 2000-gebieden Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn zijn aangewezen. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. Daarbij zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor natuurlijke habitats en/of soorten.

Dit kunnen behoudsdoelstellingen voor habitats en leefgebieden van soorten zijn die zich al op het gewenste niveau (kwalitatief en kwantitatief) bevinden, of uitbreidings- respectievelijk verbeterdoelstellingen voor habitats en leefgebieden van soorten die zich nog niet op het gewenste niveau bevinden. Projecten of handelingen die negatieve effecten kunnen hebben op Natura 2000-gebieden en bijbehorende instandhoudingsdoelen zijn conform artikel 2.7 van de Wnb in beginsel niet toegestaan. In geval van een toenemende stikstofdepositie wordt in een voortoets gekeken of negatieve effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten. Als dit niet het geval is, dan zal er een passende beoordeling uitgevoerd moeten worden. Het uitvoeren van een passende beoordeling behoord niet tot scoop van deze haalbaarheidsstudie. Beschermde soorten De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de bescherming van verschillende in het wild levende planten- en diersoorten is gewaarborgd. Elk van de beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van deze verboden.

Bij de toetsing aan het soortbeschermingsdeel van de Wnb wordt bepaald of beschermde plant- en diersoorten kunnen voorkomen in het onderzoeksgebied en of de functionaliteit van het leefgebied van deze soorten aangetast wordt als gevolg van het project, waardoor de gunstige staat van instandhouding in gevaar komt. Daarnaast geldt voor alle in het wild levende planten en dieren (dus ook voor soorten die niet zijn opgenomen in de Wnb) de

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

29

Projectgerelateerd

algemene zorgplicht volgens Wnb artikel 1.11. Deze plicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen voor alle in het wild levende planten en dieren en hun leefomgeving. Houtopstanden Houtopstanden zijn ook beschermd onder de Wet natuurbescherming. Het is verboden om een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder een melding te doen bij gedeputeerde staten. Indien een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld moet er herplant plaatsvinden van de gevelde houtopstand. De provincie hebben regels opgesteld over de herplant buiten de bebouwde kom. Herplantingsplicht De grond waarop gekapte bomen hebben gestaan, moet opnieuw ingeplant worden (herplantplicht). De Omgevingsdienst kan, als het nodig is een kapverbod opleggen voor bijzondere beplantingen In uitzonderlijke gevallen kan uitstel of ontheffing van de herplantplicht aangevraagd worden. Ook is het in bepaalde gevallen mogelijk om ontheffing te vragen de herbeplanting op een andere locatie te doen. Natuurnetwerk Brabant (NNB) Naast de nationale regelgeving (Wnb) is er ook regionale regelgeving waarbij de provincie binnen haar grondgebied zorgt voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend ecologisch netwerk, het Natuurnetwerk Brabant (NNB), zoals de Interim Omgevingsverordening (IOV) en de beleidsregel natuurcompensatie.

Aanleg van een weg binnen of in de nabijheid van het NNB betekent dat de directe aantasting conform de regels van de IOV moet worden gecompenseerd. Op basis van artikel 3.16 Externe werking NNB moet de mogelijke verstoring van de ecologische waarden en kenmerken eveneens gecompenseerd worden. De IOV geeft aan dat de omvang hiervan per geval via maatwerk wordt bepaald. Een bestemmingsplan stelt regels, om te voorkomen dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone, die in ieder geval: • het oprichten van bebouwing beperken; • het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten beperken.

8.3

Beoordelingskader

Hieronder is aangegeven welke beoordelingsmethode wordt gehanteerd om de verschillende alternatieven te beoordelen. Daarbij krijgen criteria die van belang zijn voor de onderbouwing van de uitvoerbaarheid van het plan extra aandacht. Natura 2000 Voor Natura 2000-gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor een aantal (vogel)soorten en habitattypen. Verstoring (door bijvoorbeeld geluid- of lichthinder), stikstofdepositie, vernietiging of verdroging zijn voorbeelden van effecten die een negatief effect kunnen veroorzaken en gevolgen kunnen hebben voor de instandhoudingsdoelen van de omliggende Natura 2000-gebieden. In dit onderzoek wordt aandacht geschonken aan deze verstoringen en de kans of dit leidt tot significante aantasting van de huidige staat van instandhouding, echter de alternatieven in deze studie worden alleen beoordeeld op stikstofdepositie. De habitattypen en doelstelling zijn te vinden in Error! Reference source not found.Bijlage 8. De volgende scoringsmethodiek wordt toegepast: een alternatief scoort positief als het in belangrijke mate bijdraagt aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen; een negatieve score wordt toegekend aan een alternatief als re sprake is van een significant negatieve aantasting van de huidige staat van instandhouding.

In juridische termen spreken we in dat geval dan van een verslechtering van habitats óf van een significante verstoring van soorten waarvoor in de Natura 2000-gebieden doelstellingen zijn geformuleerd.

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

30

Projectgerelateerd

Beschermde soorten In het plangebied is leefgebied aanwezig voor een aantal soorten die door de Wet natuurbescherming beschermd zijn. De ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt, kunnen van invloed zijn op deze beschermde soorten of hun leefgebieden. In deze studie is verkend wat de gevolgen van deze ontwikkelingen kunnen zijn op basis van bureauonderzoek. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en op eerder uitgevoerde onderzoeken in het kader van de Gebiedsvisie Voormalig Kamp Vught. Een positieve score wordt toegekend als één van de alternatieven een bijdrage levert aan het vergroten van leefgebieden en het verbeteren van de kwaliteit. Een negatieve score wordt toegekend aan een alternatief wanneer er nadelige effecten zullen optreden voor Beschermde Soorten door het planvoornemen. Rode Lijsten Naast bovengenoemde beschermingsregimes is Nederland op grond van internationale regelgeving tevens verplicht om aandacht te besteden aan soorten die met uitsterven worden bedreigd of kwetsbaar zijn, ook als die niet specifiek worden beschermd door de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn of de Wet natuurbescherming. Dit betreffen soorten die zijn opgenomen in de Rode Lijsten en omvatten verdwenen, ernstig bedreigde, bedreigde, kwetsbare en gevoelige planten en dieren in Nederland die zijn verdeeld over achttien soortgroepen.

De Rode Lijsten hebben op zichzelf géén juridische status. In die zin dat het voorkomen van een soort op de Rode Lijst niet betekent dat er speciale beschermende bepalingen van kracht zijn. Wél hebben de Rode Lijsten een belangrijke signaleringsfunctie voor het beleid. De Rode Lijsten worden gebruikt als indicatie voor de staat van de natuur en kunnen voor specifieke soorten op deze lijst van invloed zijn op het ten aanzien van die soorten te voeren beschermingsbeleid. Zoals aangegeven, worden de gevolgen van de ontwikkelingen op basis van bureauonderzoek verkend middels de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Er is aandacht gegeven aan de soorten op de Rode Lijsten, echter is er geen veldonderzoek uitgevoerd dus zijn de aanwezigheid van, en daarmee de effecten op deze soorten niet uit te sluiten. Houtopstanden In het plangebied zijn houtopstanden aanwezig die beschermd zijn in het kader van de Wet natuurbescherming. De ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt, kunnen van invloed zijn op deze houtopstanden. Er is verkend wat de gevolgen van deze ontwikkelingen kunnen zijn. Een zeer positieve score wordt toegekend als één van de alternatieven een grote bijdrage levert aan de versterking van de houtstanden. Een alternatief waarbij houtopstanden in ernstige mate worden aangetast, of op grote schaal verdwijnen, scoort zeer negatief.

Natuurnetwerk Brabant Het plangebied kruist het Natuurnetwerk Brabant. Een positieve score wordt toegekend aan een alternatief die bijdraagt aan het versterken van de wezenlijke kenmerken en waarden. Een negatieve score wordt toegekend aan een alternatief die negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden. Classificatietabel: Het beoordelingskader van de criteria Natura2000, beschermde soorten, houtopstanden en Natuurnetwerk Brabant leidt tot de classificatietabel zoals te zien is in Tabel 8-1.

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

31

Projectgerelateerd

Tabel 8-1: Classificatietabel Natuur Score

Oordeel ten opzichte van de referentiesituatie

Wanneer toegekend?

++

Zeer positief effect

Aanzienlijke verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

+

Positief effect

Geringe verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

0

Geen/ neutraal effect

Geen, of nagenoeg geen effect

-

Negatief effect

Geringe verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie

--

Zeer negatief effect

Aanzienlijke verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie, mitigerende maatregelen voorstellen

8.4

Huidige situatie

Het studiegebied is het gebied waar de effecten van de ontwikkelingen van de tijdelijke ontsluitingsweg merkbaar zijn. Natura 2000-gebieden: In Figuur 8-1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.

Figuur 8-1: Ligging projectgebied met Natura 2000-gebieden

Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek Het Vlijmens Ven, de Moerputten en het Bossche Broek vormen samen één gebied ten zuidwesten van ’sHertogenbosch. Het Natura2000-gebied maakt onderdeel uit van het plangebied (zie Figuur 8-2). Het gebied

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

32

Projectgerelateerd

wat deel uitmaakt van het plangebied is het Afwateringskanaal ‘s-Hertogenbosch – Drongelen. Hier gaat het beekdal van de Dommel over in het laagveengebied van de “Naad van Brabant”. Door de ligging in deze overgangszone zijn in het gebied basenminnende water- moeras- en graslandvegetaties aanwezig. Het Vlijmens Ven is een kwelgebied waar kranswiervegetaties wordt aangetroffen in sloten. De Moerputten is een natuurreservaat met een groot areaal aan blauwgrasland en elzenbroekbos. Het Bossche Broek is een moerassig gebied in de benedenloop van de Dommel, waar blauwgraslanden aanwezig zijn. (Bron: Besluit Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek). In het zuiden van het Natura 2000-gebied is een lint dat ook het plangebied doorkruist. Dit lint is het Afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch - Drongelen. Dit deel van het Natura 2000-gebied heeft weinig robuustheid, en de ligging op zichzelf zorgt voor weinig verbinding met de rest van het Natura 2000-gebied.

Figuur 8-2: Ligging Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek in het plangebied

Loonse en Drunense Duinen De Loonse en Drunense Duinen is een groot stuifzandgebied en ligt ongeveer drie kilometer ten westen van het plangebied. In dit gebied zijn dikke pakketten dekzand afgezet. Deze dekzanden zijn in de loop der tijd begroeid geraakt met bos, maar door houtkap en overbeweiding kon het zand weer gaan stuiven en ontstonden de huidige Loonse en Drunense duinen. Het stuifzandgebied wordt omringd door uitgestrekte naald- en eikenbossen die aan de zuidkant aansluiten op de Brand, een beekdal met alluviale bossen, moeras en vennen. Enkele kilometers ten zuiden van het gebied liggen – geïsoleerd – de Leemkuilen. Dit gebied bevat vele gegraven plassen, omgeven door moerasbos (Bron: Besluit Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen).

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

33

Projectgerelateerd

Houtopstanden In Figuur 8-3 is aangegeven waar houtopstanden aanwezig zijn die vallen onder de Wet natuurbescherming onderdeel houtopstanden (vroegere Boswet). Tegen de kanaaldijk van het Drongelens kanaal ligt vochtig bos met soorten zoals de populier, es, esdoorn, beuk, haagbeuk, eik, iep en eis. De bosstrook langs de Broekleij betreffen met name eiken en beuken. De laanstructuur aan de noordzijde van het Drongelens kanaal bestaat vooral uit iepen, essen of eiken.

Figuur 8-3: Gebieden rond het plangebied met enkelbestemming Bos

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

34

Projectgerelateerd

Natuurnetwerk Brabant (NNB)

Figuur 8-4: Natuurnetwerk Brabant rond het plangebied

Het Natuurnetwerk Brabant (NNB) vormt een belangrijk onderdeel van het natuurbeleid. De provincie NoordBrabant is verantwoordelijk voor het behoud van het NNB. In Noord-Brabant bestaat 90 procent van het NNB uit bestaande natuurgebieden. De provincie Noord-Brabant zet ook in op de aanleg van natuurbruggen om deze natuurgebieden met elkaar te verbinden. Hierdoor kunnen dieren vrij door het gebied bewegen. De noord-, west- en oostzijde van de PI Vught maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Brabant (zie Figuur 8-4). Aan de oost- en westzijde van de PI Vught is het beheertype van het NNB gebied; ‘N 16.03 Droog bos met productie’. Dit natuurtype bestaat uit verschillende, veelal van oorsprong aangeplante, bosopstanden van den, (winter)eik, beuk, Douglas, lariks of fijnspar (Bron: Natuurbeheerplan NNB). Aan de noordzijde van de PI Vught, langs het kanaal, is het beheertype van het NNB gebied; ‘N 16.04 Vochtig bos met productie’. Dit natuurtype bestaat uit loofbossen die gedomineerd worden door diverse boomsoorten zoals populier, es, esdoorn, beuk, haagbeuk, eik, iep en els (Bron: Natuurbeheerplan NNB). In de kaart (Figuur 8-4) is te zien dat het afwateringskanaal ‘s-Hertogenbosch – Drongelen geldt als ecologische verbindingszone. De oevers van het kanaal zijn tevens onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant.

In 1989 werd de Gement opgenomen als kerngebied in de ecologische hoofdstructuur van Nederland.

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

35

Projectgerelateerd

8.5

Effectbeschrijving en -beoordeling

In deze paragraaf zijn de effecten van de tijdelijke nieuwe ontsluitingsweg op natuur beschreven en beoordeeld. Tijdelijke aanpassingen aan de bestaande infrastructuur zijnde aanbrengen halfverharding in de noordelijke berm van de Gementweg, aanbrengen geleiderail aan de zuidzijde van de Gementweg, aanpassen drempels naar plateau’s Deutersestraat en aanpassen van de wegversmalling Kampdijkbrug zijn gering, locatie gebonden en kunnen op verantwoorde wijze worden uitgevoerd. Deze aanpassingen hebben geen significant effect op natuur. Natura 2000-gebieden Gelet op de afstand tussen de verschillende alternatieven en het Natura 2000-gebied Loonse en Drunense duinen zijn hier vanuit vernietiging, verstoring en verdroging geen effecten te verwachten. Ook voor de Natura 2000-gebieden Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek is de verwachting dat negatieve effecten zoals vernietiging, verdroging en verstoring (door licht en optische effecten) niet zullen optreden. Daar waar het Natura 2000 gebied aan weerzijde van het Drongelens kanaal wordt doorsneden door de nieuwe weg zullen de effecten gezien de vormgeving van de brug en weg en de beperkte hoeveelheid transporten, beperkt zijn. De habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en de doelstelling van de twee Natura 2000-gebieden zijn te vinden in Bijlage 8.

Over het algemeen zullen de effecten van stikstofdepositie als gevolg van de tijdelijke ontsluitingsweg het verst reiken, tot enkele kilometers vanaf het plangebied. Dit aspect is voor gebruiksfase middels AERIUSberekeningen nader beschouwd (zie Bijlage 9). Geluidverstoring is veelal merkbaar tot één kilometer vanaf het plangebied. Ook de impact van verlichting in de gebruiksfase op fauna wordt in beschouwing genomen. Bij het in beeld brengen van geluidverstoring gaat het om de verandering van geluid als gevolg van het project ten opzichte van de huidige situatie. Negatieve effecten als gevolg van geluid zijn niet te verwachten omdat het gaat om 270 transporten per jaar (135 heen, 135 terug), met een maximum van 4 transporten per dag, er van uitgaande dat niet met sirenes wordt gereden, niet zullen leiden tot verstoring in de Natura 2000-gebieden. Binnen de genoemde Natura-2000 gebieden is sprake van een hoge depositie (neerslag van deeltjes uit de lucht) van stikstof op stikgevoelige vegetaties. Op verschillende plekken in dit natuurgebied wordt de kritische depositiewaarde (KDW) al overschreden, waardoor elke toename leidt tot een significant negatief effect. Omdat er bij alle alternatieven nauwelijks sprake is van een toename van het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de huidige situatie zijn deze hierin niet onderscheidend.

Uit de AERIUS-berekeningen van alternatief 1 (zie Bijlage 9) blijkt dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie binnen de beide Natura 2000-gebieden. Gezien het feit dat het aantal verkeersbewegingen tussen de alternatieven niet verschilt is deze conclusie ook voor alternatief 2, 3a en 3b van toepassing. Er is geen sprake van een toename waardoor een significant negatief effect op voorhand is uitgesloten. Het uitvoeren van een passende beoordeling is daarom niet nodig. Een belangrijke notie is dat er alleen gekeken is naar de gebruiksfase. De aanlegfase is in de AERIUS-berekeningen (nog) niet meegenomen omdat daar (nog) geen juridische grond voor is. Van lichthinder is nauwelijks sprake. De meeste transporten vinden overdag plaats. Bij de tijdelijk nieuw aan te leggen weg wordt geen permanente verlichting geplaats. Daarmee is lichthinder minimaal en is er dus geen negatief effect te verwachten op de instandhoudingsdoelstellingen. Bij alternatief 1, 2, 3a en 3b in minder mate, is er wel sprake van direct ruimtebeslag. Uit vervolgonderzoek zal moeten blijken wat de functie is van dit deel van het Natura 2000 gebied (dit deel is weinig robuust en de ligging op zichzelf zorgt voor weinig verbinding is met van de rest van het gebied) in relatie tot de instandshoudingsdoelen van het gebied.

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

36

Projectgerelateerd

Er is geen sprake van een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de huidige situatie. Hierdoor scoren alle alternatieven neutraal (zie Tabel 8-2). Andere effecten zijn minimaal, nog te onzeker of niet aan de orde. Tabel 8-2: Effectscores op Natura 2000-gebieden als gevolg van de stikstofdepositie door de voorgenomen ontwikkeling Alternatief Criteria Natura2000-gebieden

1

2

3a

3b

0

0

0

0

Beschermde soorten In deze paragraaf worden de in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten beschreven. De inventarisatie is onder andere gebaseerd op eerder uitgevoerde onderzoeken in het kader van de Gebiedsvisie Voormalig Kamp Vught. De resultaten van de reeds uitgevoerde onderzoeken zijn slechts deels bruikbaar voor de beoordeling van alternatieven. Op basis van data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is aanvullend bepaald of er waarnemingen zijn van nieuw beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming, en die mogelijk buiten beschouwing zijn gebleven in de eerdere studies. Ook deze informatie is betrokken bij de effectbeoordeling van de alternatieven. Bijzondere planten en diersoorten (rode lijst soorten) Door verschillende gronden in de Gement en door vele overstromingen vindt men er bijzondere planten en dieren. Door overstromingen van de Gement bij hoog water op de Maas ontstond een variatie in bodems, o.a. klei op zand, klei, veen, zand op klei. De bodem is gevarieerd, waardoor het gebied een grote (potentiële) ecologische rijkdom heeft. Bij het in beeld brengen van soorten is gebruik gemaakt van NDFF-data. Er is geen specifiek onder uitgevoerd naar rode lijst soorten. Uit veldinventarisatie zal moeten blijken of deze daadwerkelijk in het gebied voorkomen.

Het advies is dan ook om nader onderzoek naar uit te voeren naar Rode lijst soorten. Grondgebonden zoogdieren De NDFF wijst op het voorkomen van de das ten noorden van het studiegebied. Het foerageergebied ligt tot ongeveer 1,5 tot 12 kilometer van de burcht. Derhalve komt de das mogelijk foeragerend voor in het studiegebied. De NDFF laat dan ook twee waarnemingen van dassen zien in het plangebied. Daarnaast zijn uit het NDFF waarnemingen, zie Figuur 8-5 gedaan van bevers en eekhoorns. De bever is opgenomen als beschermde soort conform art 3.5, lid 1 en lid 5 Wnb. Naar alle waarschijnlijkheid komen er ook algemene grondgebonden zoogdieren voor, zoals de egel, haas, konijn, ree, kleine verschillende muizensoorten en vos. Er is geen onderscheid in de effecten op Grondgebonden zoogdieren tussen de alternatieven. Vleermuizen Figuur 8-6 laat de waarnemingen van vleermuizen zien afkomstig uit de Nationale Databank Flora & Fauna. De waargenomen vleermuissoorten Figuur 8-5: NDFF waarnemingen: grondgebonden zoogdieren zijn: Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Laatvlieger, Rosse Vleermuis en de Ruige dwergvleermuis. Dit zijn allen beschermde soorten conform art 3.5, lid 1 en lid 5 Wnb.

8-6-2022

BI4929-MI-RP-220602-1202

37

Projectgerelateerd

Op basis van de NDFF-waarnemingen kan de aanwezigheid van vleermuizen niet worden uitgesloten. Ook is het, middels het NDFF, duidelijk dat het gebied geschikt is voor vleermuizen. Op basis hiervan is aan het onderzoeksbureau BRO opdracht gegeven om een veldonderzoek te doen en aanvullend vleermuisonderzoek Verblijfplaatsen Vleermuizen gebruiken alleen bestaande ruimten als verblijfplaats en maken (in Europa) nooit zelf een schuilplaats. De aanwezigheid en beschikbaarheid van verblijfplaatsen is voor alle vleermuissoorten dan ook van wezenlijk belang. Het kan gaan om spleten en ruimtes in gebouwen, om bomen, of om onderaardse ruimten zoals kelders en bunkers. Gezien het type bomen rondom het projectgebied is het niet uit te sluiten dat er geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Aangezien er geen huizen of ander gebouwen in het kader van de aanleg van de tijdelijke 2de ontsluitingsweg PI Vught worden gesloopt worden deze buiten beschouwing gelaten. Vliegroutes Op weg van en naar hun jachtgebieden vliegen ze via (een netwerk van) Figuur 8-6: NDFF waarnemingen: vleermuizen rond het regelmatig gebruikte traditionele vliegroutes naar hun projectgebied foerageergebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=50300dd7-d22a-458e-b311-e549075e57a0