Zienswijzennotitie (2021-70487)
Tekst van het document
7.
8.
Een voormalig wethouder heeft in 2002 bekrachtigd dat in Twello-Noord niet gebouwd zou worden. In 2017 is nog eens bevestigd dat de gronden een agrarische bestemming hebben. De indieners voelen zich nu overvallen door de plannen. Ook omdat tot voor kort alles stil werd gehouden door de gemeente (onder andere inzet Wvg). Daarnaast is met de input vanuit de buurt tijdens de digitale inloopavond van maart 2021 niets gedaan. De onderzoeken op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, flora en fauna, bodem en geohydrologie, wonen en leefomgeving, de verkeerssituatie, archeologie- en explosievenonderzoek, de watertoets en de algehele veiligheid zijn deels onjuist dan wel incompleet. De indieners willen geen woningbouw in Twello-Noord en verwachten nieuwe studies en correcte participatie.
Verwezen wordt naar paragraaf 2.1. In het algemeen kan worden gesteld dat aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen (zie bijvoorbeeld de uitspraak Raad van State d.d. 9 mei 2018; ECLI:NL:RVS:2018:1545). De onderzoeken zijn uitgevoerd door gerespecteerde bureaus, die werken volgens de wettelijk vastgelegde procedures en normen. Zonder overlegging van deskundige contrarapportage kan in redelijkheid hiervan worden uitgegaan. Verder verwijzen wij naar paragraaf 2.1.
Zienswijze 20: d.d. 26 oktober 2021, kenmerk 2021-61136 Zienswijze
Reactie
1.
De indieners hebben met verbijstering en ontsteltenis kennis genomen van de plannen. Van participatie en overleg is geen sprake geweest en er wordt geen rekening gehouden met de belangen van de huidige bewoners.
Er is wel aandacht geweest voor participatie. Wij hadden namelijk ook de behoefte om voor de formele procedure van het ontwerpbestemmingsplan informatie te delen met belanghebbenden en geïnteresseerden. In maart 2021 is een globaal stedenbouwkundig plan te presenteren. Voor onze verdere reactie verwijzen wij naar paragraaf 2.1.
2.
De indieners spreken hun ongenoegen uit over uitbreiding van hun wijk van 140 naar 280 woningen en van een 13 m hoog
Voor onze reactie verwijzen wij naar paragraaf 2.2. - 38 -
appartementencomplex aan de Kruisweg en het feit dat hier 88 woningen op een relatief kleine oppervlakte worden gerealiseerd. 3.
Er heeft geen correcte afweging plaatsgevonden bij de keuze voor TwelloNoord. Heeft dat te maken met de grondposities die door de gemeente zijn ingenomen? Waarom uitbreiding, terwijl er in de kern nog legio mogelijkheden zijn? De gemeente noemt ‘het versterken van biodiversiteit en ecologie’ als belangrijke voorwaarde bij de locatiekeuze. Volgens de indieners had Twello-Noord daarom juist af moeten vallen als woningbouwlocatie.
De locatiestudie wordt gesteund door de provincie Gelderland. Voor onze verdere reactie verwijzen wij naar paragraaf 2.1. Met het plan wordt meervoudige waarde gecreëerd, de woningbouw levert meerwaarde voor de biodiversiteit en ecologie door het versterken van natuur en landschap.
4.
Natuur en landschap van Nieuw Basselt worden aangetast door de voorgenomen ontwikkelingen (onder andere dassenburcht en vleermuizenverblijf).
Een groot deel van het huidige gebruik is intensief agrarisch te noemen. Een fors deel van het te ontwikkelen plangebied wordt extensief agrarisch en natuurrijk ingevuld waardoor er meer en kwalitatief een beter leefgebied ontstaat voor een groot aantal dier- en plantsoorten. Voor de dassenburcht loopt een ontheffing bij de provincie Gelderland in het kader van de Wet Natuurbescherming. De provincie heeft aangegeven dat dit de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand niet in de weg staat. De uiteindelijke ontheffing wordt gepubliceerd en ligt 6 weken ter inzage. De toekomstige inrichtingstekening bij de aanvraag is toegevoegd aan de toelichting op het plan.
5.
6.
Er is onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat de extra stikstofdepositie geen gevolgen heeft voor de Natura 2000-gebieden. Door te kiezen voor een vormvrije m.e.r. ontloopt de gemeente haar zorgplicht. Een correcte m.e.r. zou plaats moeten vinden.
De indieners hebben sterke twijfels over de representativiteit van het verkeersonderzoek. Ook is geen rekening gehouden met het feit dat de Kruisvoorderweg veel door vrachtwagencombinaties en landbouwvoertuigen wordt gebruikt, die de hele breedte van de weg innemen. Zelfs al is het verkeersonderzoek representatief, komt het aantal verkeersbewegingen met een toename van 500 al gauw op het maximum van 2000. De enige oplossing zou dan een verbreding van de weg zijn. Hier zijn de indieners fel op tegen.
Voor de vleermuizen gaat het om verlies van niet-essentieel foerageergebied, er zijn voldoende alternatieven in de omgeving. Daarnaast is beoordeeld dat het foerageergebied in de Fliertlanden geschikter wordt. Het stikstofonderzoek is uitgevoerd conform de vereiste methode en de bijbehorende handleiding en de conclusie is dat de ontwikkeling niet leidt tot significante effecten voor nabijgelegen Natura 2000gebieden. Zie beantwoording over de vormvrije m.e.r. onder zienswijze 15, punt 5. Uit het onderzoek van Goudappel Coffeng blijkt dat de Kruisvoorderweg zonder aanpassingen de verkeerstoename prima kan opvangen. Toch wordt, mede op basis van dit onderzoek, samen met de provincie Gelderland (wegbeheerder N344 en N792) en met inwoners verder onderzoek gedaan naar hoe de verkeerstoename zo veilig en optimaal mogelijk kan worden verwerkt. Verder verwijzen wij naar paragraaf 2.3.
- 39 -
7.
Een voormalig wethouder heeft in 2002 bekrachtigd dat in Twello-Noord niet gebouwd zou worden. In 2017 is nog eens bevestigd dat de gronden een agrarische bestemming hebben. De indieners voelen zich nu overvallen door het plan. Ook omdat tot voor kort alles stil werd gehouden door de gemeente (onder andere inzet Wvg). Daarnaast is met de input vanuit de buurt tijdens de digitale inloopavond van maart 2021 niets gedaan.
8.
De onderzoeken op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, flora en fauna, bodem en geohydrologie, wonen en leefomgeving, de verkeerssituatie, archeologie- en explosievenonderzoek, de watertoets en de algehele veiligheid zijn deels onjuist dan wel incompleet. De indieners verwachten nieuwe studies en correcte participatie.
Het is vervelend dat er in het verleden verkeerde verwachtingen zijn gewekt. Echter, in het algemeen kan worden gesteld dat aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen (zie bijvoorbeeld de uitspraak Raad van State d.d. 9 mei 2018; ECLI:NL:RVS:2018:1545). Over het planproces en de input verwijzen wij naar paragraaf 2.1. De onderzoeken zijn uitgevoerd door gerespecteerde bureaus, die werken volgens de wettelijk vastgelegde procedures en normen. Zonder overlegging van deskundige contrarapportage kan in redelijkheid hiervan worden uitgegaan. Verder verwijzen wij naar paragraaf 2.1.
Zienswijze 21: d.d. 26 oktober 2021, kenmerk 2021-61251 Zienswijze
Reactie
De indiener geeft aan dat het verkeersonderzoek door Goudappel Coffeng is uitgevoerd in de Covid-periode. Het onderzoek is hiermee niet representatief, vanwege het lagere aantal verkeersbewegingen. Indiener verzoekt het onderzoek opnieuw uit te voeren, in representatieve omstandigheden. Daarnaast wordt de oplossing voor de verkeersafwikkeling in de buurt in het midden gelaten en doorgeschoven in de tijd. Indiener vindt het essentieel dat eerst een goed ontsluitingsplan voor de infrastructuur, in samenspraak met de buurt, wordt gevonden voordat de plannen voor de woningbouw doorgang vinden.
Tijdens de coronaperiode was de verkeersdrukte buiten de lock-downs op vele locaties vrij vlot weer op het niveau van voor de coronaperiode. Wel was de verdeling over de dag anders met een minder drukke ochtend- en avondspits.
2.
Tijdens de digitale inloopsessie op 25 en 27 maart zijn er door meerdere buurtbewoners uit Twello Noord zorgen geúit over de verkeersveiligheid, ontsluiting en infrastructuur. Deze punten kon men noteren op het prikbord en zouden worden meegenomen in de verdere uitwerking. Echter is in het plan geen van deze punten meegenomen en heeft dit op geen enkel punt tot een aanpassing van de plannen geleid.
Naar aanleiding van de zienswijzen hierover worden de tips en beoordeling toegevoegd aan de toelichting op het plan. Verder verwijzen wij naar paragraaf 2.1.
3.
De indiener heeft in augustus van dit jaar een stedenbouwkundig plan gezien gedateerd 'februari 2021'. Dit plan is 1 op 1 over het plan te leggen. De digitale inloop in maart dit jaar waarbij belanghebbenden input konden
Wij betreuren het dat een conceptversie naar buiten is gelekt. Dit heeft tot misverstanden geleid die juist voorkomen dienden te worden. Overigens zijn naderhand nog volop wijzigingen
1.
Mede op basis van het onderzoek van Goudappel wordt samen met de provincie Gelderland (wegbeheerder N344 en N792) en met inwoners verder onderzoek gedaan naar hoe de verkeerstoename zo veilig en optimaal mogelijk kan worden verwerkt, zoals voor de verkeersafwikkeling in de buurt. Voor onze verdere reactie verwijzen wij naar paragraaf 2.3.
- 40 -
leveren, was dus alleen voor de 'vorm', terwijl op de achtergrond de plannen al gereed waren. Opmerkingen vanuit omwonenden zouden dus op voorhand al niet worden meegenomen. Het gevoel bekruipt van ‘eenrichtingsverkeer' vanuit de gemeente richting de burgers en dit schaadt het vertrouwen ernstig.
doorgevoerd. Over het planproces verwijzen wij verder naar paragraaf 2.1.
Zienswijze 22: d.d. 26 oktober 2021, kenmerk 2021-61148
1.
2.
Zienswijze
Reactie
De keuze om buiten bestaand stedelijk gebied te bouwen wordt gemotiveerd door te verwijzen naar Twello.250. Een systematische studie naar woningbouwlocaties binnen bestaand stedelijk gebied ontbreekt. Dat er binnen bestaand stedelijk gebied wel degelijk mogelijkheden zijn, blijkt uit het feit dat er sinds het verschijnen van Twello.250 diverse woningbouwprojecten binnen de bebouwde kom zijn ontwikkeld. De indieners verwijst in dit kader ook naar de studie Ruimte Zat in de Stad van bureau KAW en de aanvulling hierop uit 2021 en verzoeken met klem de inzichten uit dit rapport mee te nemen in onderzoeken naar woningbouwlocaties binnen de bebouwde kom. De indieners vragen om verbreding van de groenbuffer tussen Fliertlanden-Zuid en Holthuizerstraat 12, 18 en 22 van 6 tot minimaal 15 m. Daarnaast vragen zij om het borgen van: - beplanting met streekeigen planten als meidoorn, sleedoorn en hondsroos; - verandering van de bestemming van groen naar natuur; - en behoud van bestaande bomen.
Zoals toegelicht in het plan, is er in Twello de komende jaren een aanzienlijke woningbehoefte (250 tot 2030, 100 voor de periode daarna). Om deze behoefte op te vangen zijn – naast kleinschalige binnenstedelijke locaties – ook grootschalige woningbouwlocaties noodzakelijk. Deze grootschalige locaties zijn binnenstedelijk niet voor handen. Hiermee is er noodzaak om buiten bestaand stedelijk gebied te bouwen. Dit is in het locatieonderzoek onderbouwd. Dit onderzoek wordt gesteund door de provincie Gelderland.
De 15 m afstandsmaat wordt bij dit plan gehanteerd voor de landschappelijke inpassing van een appartementengebouw. e Dit vanwege een balkon/terras op de 1 en e 2 verdieping. Dit is niet noodzakelijk bij grondgebonden woningen. Een afstandsmaat van 6 m volstaat. De groenstrook wordt aangeplant met streekeigen beplanting. De bestemming Groen is opgenomen voor de ontwikkeling van groensingels, houtwallen en kleine bosschages. Deze hebben een landschappelijke waarde in de vorm van een afschermende functie en zijn ook vaak waardevol voor de flora en fauna omdat ze leefgebied en schuilgelegenheid bieden voor vogels en andere dieren. De bestemming Natuur is opgenomen voor de zone rondom de ecologische verbindingszone De Fliert.
3.
De indieners vrezen voor negatieve invloed op hun privacy en vragen daarom binnen de bestemming Wonen – 1 voor de kavels 149(E) t/m 152(E) de maximale nokhoogte te beperken op 8 m en de goothoogte op 3,5 m. Voor de overige vrijstaande en twee-onder-
In de planvorming is behoud van bestaande, vitale bomen een uitgangspunt. De bouwhoogte wordt gewijzigd naar 10 m. Een afwijkingsmogelijkheid van 10% zorgt voor enige flexibiliteit, zodat maximaal 11 m hoog kan worden gebouwd. Vanwege de beeldkwaliteitseisen (forse kap) is een bouwhoogte van 10 m noodzakelijk om ook
- 41 -
4.
een-kapwoningen vragen zij de nokhoogte tot 10 m en de goothoogte tot 4 m te beperken. De geluidsbelasting is voor 25% van de percelen matig en voor 9% tamelijk slecht. Bovendien is de geluidsbelasting door vliegverkeer niet meegenomen. De indieners vragen daarom om de geluidsbelasting door vliegverkeer vast te stellen en deze mee te nemen in de gecumuleerde geluidsbelasting. Daarnaast vragen zij om te onderzoeken of brongerichte geluidsreductie bij de N344 en N792 mogelijk is.
aan de eisen van het Bouwbesluit te kunnen voldoen. Voor de ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat rondom luchthavens gebieden zijn vastgesteld waar beperkingen gelden om nieuwe woningen toe te laten. Dit is de zogenaamde 48 Lden-contour. Voor Luchthaven Teuge is nog geen 48 Ldencontour vastgesteld, hier is in 2010 tijdelijk een 47-Bkl contour vastgesteld (Omzettingsregeling. Momenteel loopt een procedure voor een Luchthavenbesluit met een 48 Lden-contour. De woningbouwlocatie Fliertlanden ligt buiten de 47-Bkl contour en buiten de 48 Lden contour. Daarom is geen afweging nodig en worden geen beperkingen gesteld voor het toelaten van nieuwe woningen. Verder ligt de locatie niet in de aanvliegroute van Luchthaven Teuge. De kern Twello, en woningbouwlocatie Fliertlanden, zijn aangeduid als een zone ‘te be avoided’. Het verlagen van de snelheid op de N344/N792 willen wij samen met het bevoegd gezag over deze wegen (de provincie Gelderland) verder verkennen als onderdeel van het verkeersonderzoek. Dit idee is met de provincie besproken. Er zijn echter meer aspecten van invloed op de beslissing om de snelheid op deze weg te verlagen. Verder verwijzen wij naar paragraaf 2.3.
5.
Het verkeerskundig onderzoek is volgens de indieners onvolledig: bij de kruising Holthuizerstraat-N2344 is de zichtlijn op het fietspad in zuidelijke richting slecht. Dit probleem wordt verergerd door het feit dat hier ook speed pedelecs en bromfietsers van het fietspad gebruik maken en dat het fietspad in twee richtingen gebruikt wordt. Daarnaast wordt er te hard gereden in de straat, ontbreekt het voetpad in het noordelijke en zuidelijke deel van de straat en is er veel sluipverkeer richting de Schaker en Deventer. Door de nieuwe woningen in deelgebied 4 en 5 en de voorgenomen sluiting van de spoorwegovergang aan de Dernhorstlaan neemt dit sluipverkeer nog verder toe. Dit is in het verkeersonderzoek niet meegenomen. De indieners vragen daarom om een nieuw verkeersonderzoek waarin bovenstaande punten worden meegenomen. Daarnaast zouden zij graag zien dat de Holthuizerstraat wordt heringericht tot 30 km-zone en de ontsluiting van woongebied 4 via de
Het aanleggen van geluidsschermen of wallen langs wegen past in beginsel niet binnen onze visie op ruimtelijke kwaliteit. Vrijwel nergens in de gemeente Voorst zijn geluidsschermen of -wallen omdat wij een landelijk en dorps karakter nastreven. Het verkeersonderzoek van Goudappel beoordeelt de aansluiting van de Holthuizerstraat op de Rijksstraatweg als voldoende veilig en toont aan dat de Holthuizerstraat voldoende capaciteit heeft om de verkeerstoename vlot en veilig af te wikkelen. Het rapport concludeert ook dat de Holthuizerstraat bij een toekomstige herinrichting smaller kan worden vormgegeven, passend bij een 30 km zone. Wij zijn voornemens om de Holthuizerstraat te herinrichten volgens de ontwerpprincipes die passen bij een 30 km zone. Uitvoering hiervan vindt volgens de huidige planning deels vóór en deels na realisatie van de woningen plaats. Een weg herinrichten wanneer er voor woningbouw nog veel zwaar verkeer overheen moet, betekent normaliter kapitaalvernietiging. Bij de herinrichting van wegen betrekken wij altijd de omgeving, waarbij deze wensen en suggesties kan aangeven zoals het ontbreken van voetpaden en de klachten
- 42 -
Parallelweg ook open te stellen voor autoverkeer. Ten slotte vragen de indieners het effect van het autoverkeer op geluidsbelasting en luchtkwaliteit voor de bestaande woningen aan de Holthuizerweg te onderzoeken.
5.
Het waterschap adviseert om boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen en een beeld te hebben van de heersende grondwaterstanden en GHG. Dit inzicht ontbreekt volgens de indieners. De indieners wijzen ook op de hoge grondwaterstanden in dit gebied in de winter (tot minder dan 10 cm onder het maaiveld). De indieners verzoeken de adviezen van het waterschap als bindende voorwaarden op te nemen in de planregels.
6.
In het dal van de Fliert bevindt zich volgens de indieners een keileemlaag die zeer bepalend is voor de hydrologie van het gebied en essentieel voor het bestaan van de Fliert. Het draagvermogen van deze gronden is beperkt waardoor er voor bouwactiviteiten maatregelen nodig zullen zijn. Door de geplande bouwactiviteiten kan een ´gatenkaas´ in de aanwezige keileemlaag ontstaan met potentieel zeer ernstige consequenties voor de grondwaterstand, zoals droogval van de Fliert, funderingsschade van de bestaande bebouwing en verdrogingsschade van de aanwezige flora.
over snelheid. De verkeerstoename als gevolg van een mogelijke sluiting van de Dernhorstlaan wordt nihil geacht, vanwege de alternatieve route via de Rijksstraatweg en de Domineestraat. Om deze reden is woongebied 4 enkel ontsloten via de rotonde N344, waarmee de verkeerstoename in de Holthuizerstraat beperkt blijft. Het openstellen van de Parallelweg voor autoverkeer als ontsluiting van woongebied 4, betekent een ongewenste verkeerstoename in het verharde deel van de Parallelweg en de Holthuizerstraat. In het voortraject van de planprocedure is een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd door een gerenommeerd bureau. Dit bureau heeft bij haar onderzoek grondboringen gedaan, grondwatermetingen en infiltratieonderzoeken uitgevoerd en peilbuizen geplaatst die nu onderdeel zijn van het gemeentelijk grondwatermeetnet. Daarnaast heeft dit bureau de langjarige reeksen van bestaande grondwaterpeilbuizen gebruikt. Hiermee is goed inzicht gekregen in de heersende grondwaterstanden, de GHG en geohydrologische toestand van de beide plangebieden. De grondwaterstanden geven weliswaar reden tot ophoging van de gronden, maar staan een haalbaarheid niet in de weg. De uitgangspunten om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te bouwen en om een goed inzicht te hebben in de heersende grondwaterstanden zijn ook de uitgangspunten van de gemeente.
Ook het grondwaterneutraal bouwen hoort hierbij. Slechts bij het bouwrijp maken en de bouw van de woningen kan sprake zijn van kortdurende drainage. In het gebied zijn geen keileemlagen aangetroffen. Wel zijn er nagenoeg overal leemlagen aanwezig, wat overeenkomt met de verwachting van een beekdal. Deze lagen variërend in dikte van 20 tot 80 cm. Deze leemlagen bevinden zich voornamelijk op een diepte van 0,5 tot 2,0 m beneden het huidige maaiveld. Ook bij de ontwikkelingen Achter ’t Holthuis, De Schaker en dergelijke zijn deze leemlagen aangetroffen. Het streven is niet om deze lagen te doorbreken, maar regenwater te infiltreren waar dit kan en verder collectief te verzamelen in de zone rond de Fliert. Door het ophogen in verband met de gemiddelde hoogste grondwaterstand wordt het merendeel van de leemlagen niet tot nauwelijks aangetast. De Fliert is een laaglandbeek die voornamelijk wordt gevoed door regenwater en lokale kwel (IJssel). Dergelijke beeksystemen vallen zomers soms droog. Het Waterschap heeft afgelopen jaar de
- 43 -
bodem verondiept zodat water minder snel wegloopt én dat omliggende landerijen minder snel verdrogen door het drainerende effect van de Fliert. Zoals hierboven gesteld, hebben de bouwactiviteiten hier niet of nauwelijks effect op. Het onderzoeken van de draagkracht van de bodem voor woningbouw, en de geschikte wijze van funderen, is de verantwoordelijkheid van de projectontwikkelaars en bouwbedrijven die de woningen gaan bouwen. Hier heeft de gemeente wettelijk geen rol in, behoudens de controle op de sterkteberekening. De keuze voor de fundering is aan de bouwer/architect.
7.
In het plandeel Fliertlanden bevinden zich de woningbouw locaties in het dal van de Fliert, een water van het ‘Hoogste Ecologische Niveau’ en met een ‘Specifiek Ecologische Doelstelling’.
8.
De indieners wijzen op fijnstof PM2,5 . In het milieutechnisch onderzoek wordt de verwachting uitgesproken dat in toekomst aan WHO-norm wordt voldaan. Houtstook geeft een belangrijke bijdrage aan zeer fijn stof. De laatste jaren neemt houtstook sterk toe. Om een goede luchtkwaliteit te borgen, vragen de indieners daarom om passende filtervoorschriften zodat fijnstof-emissie tot het minimum wordt gereduceerd.
9.
Uit de ecologische studies blijkt dat het leefgebied van de bunzing, steenmarter, hermelijn, wezel, eekhoorn, vleermuis,
Het al dan niet laten uitvoeren van een bouwkundige nulmeting van omliggende woningen, is in beginsel de verantwoordelijkheid van de projectontwikkelaars en bouwbedrijven die de woningen gaan bouwen. Hier hebben wij wettelijk geen rol in, wel zullen wij als grondeigenaar hier zorgvuldig mee omgaan. Het is niet correct dat de Fliert een water van het “Hoogst Ecologische Niveau” is. Wel is correct dat dit water is met een “Specifiek Ecologische Doelstelling”. Door de ruimtelijke invulling van een natuurzone met ruimte voor regenwaterberging rond de Fliert wordt de huidige situatie (begrenzing met steile oevers en overwegend intensieve graslanden) verbeterd. In het recente verleden viel de Fliert over grote delen droog, met de laatste herinrichting is dit verbeterd. Het is een blijvende inspanning van zowel ons als het waterschap om de watervoerendheid van deze beek te stimuleren. Dit plan is afgestemd met het waterschap. Dit plan overschrijdt de NIBM-drempel van 1.500 woningen niet, dus de Wet Luchtkwaliteit vormt formeel geen belemmering voor het plan, en een nadere afweging is formeel niet nodig. Het stellen van voorschriften over filters op houtkachels is een activiteit die niet in een bestemmingsplan worden geregeld (zie bijvoorbeeld Raad van State, 19-03-2008, 200702083/1, LJN: BD0564, “2.4.8.1).
Het kan een effect zijn dat de energietransitie leidt tot meer houtkachels, en dat dit kan leiden tot het ongewenste neveneffect dat de luchtkwaliteit verslechtert. Na invoering van de Omgevingswet (vermoedelijk 1 juli 2022) hebben wij meer mogelijkheden om dit te reguleren. Nauwgezet worden de landelijke ontwikkelingen hierin gevolgd. Voor dit plan is een quickscan ecologie uitgevoerd. Deze stelt dat binnen de omgeving (tot 5 km) van het plangebied
- 44 -
Alpenwatersalamander en das wordt aangetast. Alleen voor die laatste soort is een inrichtingsplan gemaakt, waarop stichting Das&Boom gereageerd heeft. De stichting heeft kritische kanttekening bij de foerageermogelijkheden, de noodzakelijke rust en de uitwisselingsmogelijkheden. De indieners vragen daarom om een aangepast inrichtingsplan voor de das conform de opmerkingen van de stichting en een inrichtingsplan voor de overige dieren die in de ecologische onderzoeken genoemd worden. Daarnaast missen de indieners de ooievaar, konijn en haas in de onderzoeken, terwijl deze soorten ook in het plangebied voorkomen.
voorkomende soorten zoals haas, konijn en ree een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling geldt. Daarnaast zijn bij de quick scan, voorinspectie en nader onderzoek vogels met een jaarrond beschermde nestplaats in de omgeving (straal van 5 km) in beeld gebracht, zoals de ooievaar. Binnen het plangebied, op het perceel aan de Holthuizerstraat (sectie B nr. 2195) staat een ooievaarsnest. Het ooievaarsnest is echter niet in gebruik. Voor de das, bunzing, steenmarter en eekhoorn loopt een ontheffing bij de provincie Gelderland in het kader van de Wet Natuurbescherming. Hierbij is vooral gericht op een goede inrichting voor de das, omdat hierbij meerdere soorten baat bij hebben. De provincie heeft aangegeven dat dit de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand niet in de weg staat. De toekomstige inrichtingstekening bij de aanvraag is toegevoegd aan de toelichting op het plan.
Zienswijze 23: d.d. 26 oktober 2021, kenmerk 2021-61150 Zienswijze
Reactie
1.
De indiener is van mening dat het plan niet voldoet aan de eisen in de ladder voor duurzame verstedelijking. In feite vormt de onderbouwing dat de gekozen locaties ruimtelijk gezien geschikt zijn voor woningbouw. Maar daarmee is niet gemotiveerd waarom het ook noodzakelijk is om in de behoefte aan woningbouw te voorzien op deze locaties, in plaats van op locaties binnen bestaand stedelijk gebied.
Zoals toegelicht in het plan, is er in Twello de komende jaren een aanzienlijke woningbehoefte (250 tot 2030, 100 voor de periode daarna). Dit is bovenop de woningbouw op kleinschalige binnenstedelijke locaties. Om de behoefte op te vangen is dan ook een grootschalige woningbouwlocatie noodzakelijk. Deze grootschalige locaties zijn binnenstedelijk niet voor handen. Hiermee is er noodzaak om buiten bestaand stedelijk gebied te bouwen.
2.
De indiener is van mening dat de locatie aan de Parkelerweg – een inbreidingslocatie – eerder in procedure zou moeten komen voor woningbouwontwikkeling dan onderhavige ontwikkeling.
De locatie Parkelerweg heeft op dit moment de bestemming Agrarisch en Recreatie Volkstuin. Binnen deze bestemming kan momenteel niet gebouwd worden. Hiermee geldt de locatie, volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet als bestaand stedelijk gebied. De locatie is daarmee in het kader van de Ladder geen relevant alternatief. Bovendien kan op deze locatie slechts een klein deel van de woningen in Nieuw Basselt en Fliertlanden gerealiseerd worden. Overigens is de locatie onderdeel van het besluit om woningbouw te plegen in Twello Noord. De gemeente is voornemens om hier begin 2022 vervolg aan te geven.
3.
Het locatieonderzoek Twello.250 stelt dat op de locatie Parkelerweg circa 40 woningen
Het is afhankelijk van landschapsbouw, woningbouwprogramma en de omgeving
- 45 -
kunnen worden gesitueerd. De indiener is van mening dat de gemeente een gemiddelde woningdichtheid heeft van 30 woningen per hectare. Daarmee zouden 80 woningen kunnen worden gerealiseerd.
welke dichtheid een locatie kan dragen. Dit plan heeft 22 woningen per hectare aan uitgeefbaar gebied. Het plangebied beslaat circa 34,5 hectare. Dit betekent 8,4 woningen per hectare.
Zienswijze 24: d.d. 26 oktober 2021, kenmerk 2021-61496 en zienswijze 25: d.d. 27 oktober 2021, kenmerk 2021-61215 Zienswijze
Reactie
De indieners voelen zich voorgelogen door de gemeente. Tijdens de digitale inloopavond in maart, 2021 is hen te kennen gegeven dat het plan nog gemaakt moest worden. Nu zou blijken dat het plan in februari al gepresenteerd is aan en goedgekeurd is door het college. De indieners vinden dat vergeleken met deze toelichting de plannen rigoureus zijn veranderd, met een verdubbeling van het aantal woningen in de wijk.
Wij betreuren het dat een conceptversie naar buiten is gelekt. Dit heeft tot misverstanden geleid die juist voorkomen dienden te worden. Overigens zijn naderhand nog volop wijzigingen doorgevoerd. Over het planproces verwijzen wij verder naar paragraaf 2.1.
2.
Met de ingebrachte punten tijdens de digitale inloopavond in maart is niets gebeurd.
Voor onze reactie verwijzen wij naar paragraaf 2.1.
3.
De plannen passen niet bij de huidige opzet van de wijk. Met name het grote aantal woningen bij de Kruisweg, met veel appartementen en rijwoningen. Tijdens de inloopavond op 30 september is de indieners verteld dat hiervoor gekozen is, vanwege de ligging nabij het treinstation. Volgens de indieners zijn er genoeg alternatieve locaties die dichter bij het station liggen.
Voor onze reactie verwijzen wij naar paragraaf 2.2.
4.
Het verkeersonderzoek van Goudappel is incompleet en biedt geen oplossingen voor de verkeersproblemen die gaan optreden. De indieners vrezen vooral voor de toekomstige situatie op de kruising KruiswegRijksstraatweg.
5.
De indieners vinden dat Twello Noord zich kenmerkt door een ruim opgezette bebouwing, natuur, bos en landbouw. Waar het groen de boventoon voert. Dit wordt door de nieuwe plannen tenietgedaan. Daarnaast zijn de effecten op de omgeving en flora en fauna zijn onvoldoende inzichtelijk gemaakt. Het leef- en foerageergebied van plant en dier is met het plan ondergeschikt gemaakt aan de realisatie van nieuwe woningen.
Mede op basis van het onderzoek van Goudapppel wordt samen met de provincie Gelderland (wegbeheerder N344 en N792) en met inwoners verder onderzoek gedaan naar hoe de verkeerstoename zo veilig en optimaal mogelijk kan worden verwerkt. De kruising Kruisweg-Rijksstraatweg wordt ook verkend. Verder verwijzen wij naar paragraaf 2.3. Dit plan sluit goed aan op de kenmerken van Twello Noord, met ruime opgezette bebouwing, met royale groenzones/buffers tussen de woningen. Daarbij wordt ook natuur herstelt en bos aangeplant. Het klopt dat een gedeelte van het agrarisch gebied wordt getransformeerd naar woningbouw. Door deskundige bureaus is de ecologie met een quick scan, voorinspectie en nader onderzoek in beeld gebracht. De conclusie is dat er voor het leef- en foerageergebied qua oppervlaktes wat afneemt, maar in kwaliteit toeneemt. De maatregelen geven voor de betreffende soorten voldoende toekomstmogelijkheden.
1.
Daarnaast zijn tijdens de digitale inloopsessies de aantallen ook toegelicht.
- 46 -
Zienswijze 26: d.d. 26 oktober 2021, kenmerk 2021-61256
1.
2.
3.
4.
Zienswijze
Reactie
De indieners schrijven deze zienswijze als toevoeging op de algemene zienswijze van de Kruisweg (zie zienswijze 17). De indieners zijn geschokt over de wijze waarop dit plan is gepresenteerd. In 2017 zou er nooit worden gebouwd op de landbouwgrond. In maart 2021 werd het plan toegelicht aan de wijk. De indieners vinden dat vergeleken met deze toelichting de plannen rigoureus zijn veranderd, met een verdubbeling van het aantal woningen in de wijk. De indieners voelen zich hierdoor misleid. Daarnaast vinden de indieners de invulling niet passend. Het compacte wonen bestaat uit een flatgebouw met rijtjeshuizen, terwijl de bestaande wijk bestaat uit lintbebouwing.
In het algemeen kan worden gesteld dat aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen (zie bijvoorbeeld uitspraak Raad van State d.d. 9 mei 2018;ECLI:NL:RVS:2018:1545). Overigens zijn tijdens de digitale inloopsessies de aantallen ook toegelicht.
De indieners hebben sinds de inloopsessies in september 2021 zorgen over de veiligheid van de kinderen. Met name het veilig fietsen, daarbij is Rijksstraatweg een zorgpunt. De indieners vinden de onverschilligheid schandelijk en vindt dat de gemeente er moet zijn voor de burgers. De indieners vragen om een motivatie waarom dit plan zo snel en ondoordacht gerealiseerd moet worden. De indieners hebben daarnaast geen speelplaatsen voor kinderen in de plannen gezien. Verder wordt afgevraagd waarom een flatgebouw aan de Kruisweg wordt geplaatst. De indieners vragen zich hierbij af wat voor invloed de bouw op hun gezondheid heeft, en aan welke gevaren de indieners en hun kinderen worden blootgesteld en hoe de gemeente de veiligheid waarborgt.
Voor onze reactie verwijzen wij naar paragraaf 2.3.
De indieners vragen zich af wat de consequenties van de bouw heeft op de waarde van hun huis. En of de bouw leidt tot scheuren in de muur of overstromingen vanwege het bouwen in beton. De indieners hopen dat de gemeente luistert naar de wijk en inziet dat dit een slecht plan is. Daarbij vragen zij om eerst de huidige problematiek (zoals verkeersveiligheid) op te lossen voordat er nieuwe problemen worden gecreëerd. De indieners zijn van mening dat er genoeg andere locaties in en rondom het dorp zijn waar veiliger kan worden gebouwd.
Verder verwijzen wij naar paragraaf 2.2.
Over het planproces verwijzen wij naar 2.1. In het plan zijn meerdere speelplaatsen ingetekend. In het stedenbouwkundig plan zijn aangeduid met een ‘ster’. Voor het appartementengebouw verwijzen wij naar paragraaf 2.2. Er is geen aanleiding om te verwachten dat de bouw van een appartementengebouw een negatieve invloed op de gezondheid van kinderen heeft. De verkeersveiligheid is een verantwoordelijk voor de aannemer, waar wij op toezien. De indieners kunnen binnen 5 jaar nadat het plan onherroepelijk is geworden een aanvraag tegemoetkoming in planschade indienen. Dit is geregeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Zoals uit paragraaf 2.3 blijkt, staat de verkeersafwikkeling de uitvoerbaarheid van het woningbouwplan niet in de weg. Wel wil de gemeente in overleg met de omgeving om ook bestaande verkeerssituatie te optimaliseren.
- 47 -
Zienswijze 27: d.d. 27 oktober 2021, kenmerk 2021-61407
1.
Zienswijze
Reactie
De indiener vindt de locatie van het appartementencomplex in deelgebied de Kruisakker niet logisch. Dit zou beter passen in een nieuwbouwgebied, waar op dit moment geen mensen wonen.
Voor onze reactie verwijzen wij naar paragraaf 2.2.
Vragen hierover beantwoordt de gemeente correct, maar onbevredigend. Zo geeft de gemeente aan de appartementen dichtbij centrum en station realiseren en een gemengde wijk te willen creëren. De gemeente maakt een aantal keer de vergelijking met de Stinzenhof, een appartementengebouw dat ook op een uitbreidingslocatie is gerealiseerd (Achter ’t Holthuis). Deze vergelijking gaat mank volgens de indiener, omdat hier geen rekening hoefde te worden gehouden met bestaande bewoners. Daarnaast toont de Stinzenhof volgens de indiener aan dat een appartementencomplex niet per definitie nabij centrum en station gerealiseerd hoeft te worden. 2.
3.
De indiener (woonachtig aan de Basseltlaan 1) heeft nu vrij uitzicht naar alle richtingen. Door de realisatie van deelgebied de Kruisakker, wordt dit uitzicht aan de westzijde geblokkeerd door een appartementencomplex en/of groenstrook. Tevens wordt de avondzon op het perceel deels weggenomen. Ook verdwijnt de privacy, omdat toekomstige bewoners van het appartementencomplex op het perceel van de indiener uitkijken. Dit laatste geldt ook voor de andere omwonenden aan de Basseltlaan.
Met de ontwikkeling die dit plan mogelijk maakt kan niet worden ontkend dat het uitzicht veranderd als gevolg van deze planologische ontwikkeling. Door veranderde maatschappelijke opvattingen en ontwikkelingen op het ruimtelijk gebied kan bij het verstrijken der jaren evenwel geen blijvende zekerheid op een onveranderde situatie worden ontleend. Zo ook in deze situatie. De behoefte aan woningen is onderbouwd.
De indiener vreest voor een sterke toename van gemotoriseerd verkeer op de Basseltlaan. Hierbij wordt verwezen naar de recente werkzaamheden aan de Rijksstraatweg, toen de Basseltlaan veel door sluipverkeer werd gebruikt. De indiener ziet dit als voorbode van de toekomstige situatie. Zij ziet graag dat de
Voor de Basseltlaan is een fysieke maatregel voorgesteld (knip), waardoor de Basseltlaan alleen geschikt is voor bestemmingsverkeer, fietsers en voetgangers. De definitieve vorm en locatie van de fysieke maatregel vindt plaats in afstemming met aanwonenden van de
Aan de privacy is tegemoetgekomen door de groenbuffer te vergroten naar 15 m. Voor het eventuele verlies van avondzon kan binnen 5 jaar na vaststelling van het plan een verzoek tot planschade worden ingediend. Dan wordt beoordeeld of de planologische ontwikkeling en deze zogenaamde indirecte schade buiten het normaal maatschappelijk risico valt. Hiervoor geldt altijd een minimumpercentage van twee procent.
- 48 -
4.
Basseltlaan autoluw wordt en wenst antwoord op de vraag: hoe wordt de Basseltlaan autoluw gemaakt en hoe wordt de verkeersveiligheid gegarandeerd in aansluiting op de rotonde Rijksstraatweg?
Basseltlaan.
Door toename van verkeer en bewoning, vreest de indiener voor geluidshinder.
Er wordt een fysieke afscheiding in de Basseltlaan geplaatst zodat het enkel gaat om een toename in fiets- en wandelverkeer. Dit type verkeer produceert weinig geluid.
Zienswijze 28: d.d. 27 oktober 2021, kenmerk 2021-61412 Zienswijze
Reactie
1.
De indieners kunnen zich niet vinden in het uitbreiden van de wijk van 140 naar 280 woningen. Vooral het grote aantal woningen in deelgebied de Kruisakker vinden zich hier niet passen. De plannen zijn bovendien niet goed uitgewerkt en onderbouwd.
Voor onze reactie verwijzen wij naar paragraaf 2.2.
2.
Er heeft geen participatie en overleg met de buurt plaatsgevonden. Tijdens de digitale inloopsessie op 25 en 27 maart 2021 is verteld dat de invulling nog niet vaststond. Nu blijkt dat er stukken zijn van 17 februari 2021 waarop de woningen al zijn ingetekend zoals nu voorzien.
Er is wel aandacht geweest voor participatie. Wij hadden namelijk ook de behoefte om voor de formele procedure van het ontwerpbestemmingsplan informatie te delen met belanghebbenden en geïnteresseerden. In maart 2021 is een globaal stedenbouwkundig plan te presenteren. Wij betreuren het dat een conceptversie naar buiten is gelekt. Voor onze verdere reactie verwijzen wij naar paragraaf 2.1.
3.
De indieners zijn bang voor aantasting van hun woongenot door verdwijnen van het uitzicht, lichtvervuiling en geluidsoverlast.
Niet kan worden ontkend dat het uitzicht verandert als gevolg van deze planologische ontwikkeling. Door veranderde maatschappelijke opvattingen en ontwikkelingen op het ruimtelijk gebied kan bij het verstrijken der jaren evenwel geen blijvende zekerheid op een onveranderde situatie worden ontleend. Zo ook in deze situatie. De behoefte aan woningen is onderbouwd. Door het toevoegen van woningen zal er sprake zijn van lichttoename. Met het realiseren van een groenbuffer van minimaal 15 m wordt de overlast zoveel mogelijk beperkt.
4.
Onderzoek van Goudappel toont volgens de indieners aan dat de verkeersdrukte na al maximaal is. Ook is de voorziene ontsluiting van deelgebied de Kruisakker niet logisch.
Geluidsoverlast tijdens de bouwfase is niet te vermijden. De geluidsoverlast tijdens de bouw is wel aan algemene regels gebonden, bijvoorbeeld regels over werktijden. Er is geen reden om te verwachten dat sprake zal zijn van extreme geluidsoverlast in dit plan. Mede op basis van het onderzoek van Goudapppel Coffeng wordt samen met de provincie Gelderland (wegbeheerder N344 en N792) en met inwoners verder onderzoek gedaan naar hoe de verkeerstoename zo veilig en optimaal mogelijk kan worden verwerkt. De ontsluiting van deelgebied de
- 49 -
5.
De indieners maken zich zorgen over schade aan hun woning door heiwerkzaamheden. Zij vragen daarom om een nulmeting en het maken van foto’s voorafgaand aan de werkzaamheden, zodat eventuele schade vastgesteld kan worden.
Kruisakker is daar onderdeel van. Wij verwijzen verder naar paragraaf 2.3. Het al dan niet laten uitvoeren van een bouwkundige nulmeting van omliggende woningen, is de verantwoordelijkheid van de projectontwikkelaars en bouwbedrijven die de woningen gaan bouwen. Hier heeft de gemeente wettelijk geen rol in. Wel zal de gemeente hier als grondeigenaar zorgvuldig mee omgaan.
Zienswijze 29: d.d. 27 oktober 2021, kenmerk 2021-61454
1.
2.
Zienswijze
Reactie
De indieners wijzen erop dat het plandeel Fliertlanden in de provinciale verordening is aangeduid als Groene Ontwikkelingszone. Hiervoor geldt dat in beginsel in dit gebied geen woningbouw is toegestaan. Grootschalige woningbouw is alleen toegestaan indien sprake is van een van de vier tenzijgronden. De belangrijkste daarvan is dat er geen reële alternatieven zijn. De indieners geven aan dat deze alternatieven niet/niet voldoende zijn onderzocht. Als kernkwaliteiten voor het gebied ApeldoornTwello worden daarbij de landgoederen genoemd en wordt het aangeduid als “parel”. Als ontwikkelingsdoel wordt gestreefd naar de ontwikkeling van cultuurhistorische patronen en waardevolle open gebieden en de ontwikkeling van de ecologische verbindingszone Fliert.
Het klopt dat het plandeel in de provinciale verordening is aangeduid als Groene Ontwikkelingszone en als Natuurnetwerk Gelderland. Hierover is overleg geweest met de provincie, zij ondersteunen deze woningbouwontwikkeling. Dit vanwege de natuurontwikkeling, die aansluit op de kernkwaliteiten van dit gebied (zie de toelichting op het plan).
De indieners zien voldoende reële alternatieven in de bouw van woningen in de overige kernen van gemeente Voorst. Die kernen hebben vaak te lijden onder vergrijzing, voorzieningen die onder druk staan en/of jeugd die graag in de kern wil blijven maar noodgedwongen vertrekt bij gebrek aan woningen. Indieners missen bij de planvorming de afweging om woningen in deze kernen te realiseren. Door de woningbouwopgave te verdelen, zou de kleinschalige opgaven minder waarden aantasten.
Het woningmarktonderzoek (2019) maakt inzichtelijk aan welke type woningen behoefte is voor de langere termijn tot 2035. In dit onderzoek is per kern gekeken naar de toekomstige woningbouwopgave. In Twello ligt de grootste vraag naar woningen in de gemeente. Dit heeft onder andere te maken met de gunstige ligging en het voorzieningenniveau. De primaire doelgroep zijn (terugkerende) gezinnen. Het onderzoek stelt dat zo’n 65% - 75% van de woningproductie nodig is voor Twello. Gelet op de woningbehoefte-prognoses en het doel om gemiddeld 80 woningen per jaar aan de voorraad toe te voegen is een grootschalige ontwikkeling in Twello (naast diverse inbreidingslocaties) noodzakelijk om deze opgave te halen.
De alternatieven zijn onderzocht in het locatiestudie Twello.250 woningbouwlocaties landschappelijk onderzoek. Dit wordt ondersteund door de provincie Gelderland. Verder verwijzen wij naar paragraaf 2.1.
Net als de indieners zijn wij van mening dat woningbouw in de overige kernen belangrijk is, onder andere om de leefbaarheid op peil te houden. Echter is de vraag en de behoefte in de verschillende kernen anders dan in Twello. Voor de overige kernen is het woningmarkt- 50 -
onderzoek leidend in samenhang met lokale behoefteonderzoeken die door de dorpsbelangenverenigingen zijn uitgevoerd. Voor woningbouw in Wilp (+43 woningen) is een plan in procedure gebracht en wordt dit ook voor de korte termijn verwacht in Posterenk (+28 woningen). In de kern Voorst loopt een vergelijkbaar traject en ook in de kernen Teuge en Terwolde is de afgelopen jaren gebouwd en op dit moment gebouwd. 3.
4.
De indieners vragen waarom niet op andere terreinen in Twello wordt gebouwd, in plaats van dit kwetsbare, in ecologisch en cultuurhistorisch opzicht waardevolle, plangebied? Als voorbeeld wordt de Zuiderlaan aangehaald vanwege de goede aansluiting op de A1, dichtbij de voorzieningen van Twello Centrum en minieme aantasting van ecologische of cultuurhistorische waarden. De indieners hebben bovendien de uitwerking van de aanbeveling in het locatieonderzoek Twello.250 om voor de hoofdontwikkeling een nadere schetsverkenning niet aangetroffen. Daarnaast is ook de locatie Beersen een goed alternatief; dicht bij het station en centrum. De indieners vermoeden dat het een rol speelt dat hier een ontwikkelaar de gronden in bezit heeft en de gemeente tot een overeenkomst moeten komen. De indieners vermoeden dat de huidige plannen een financieel voordeliger zijn voor de gemeente, dit is echter niet een uitzonderingsgrond om te bouwen in de Groene Ontwikkelingszone.
In het Addendum, zie hiervoor bijlage 2 bij de toelichting op dit plan, is de mogelijkheid tot woningbouw aan de Zuiderlaan nader onderzocht. Dit Addendum is daarenboven een uitwerking en onderbouwing van de keuze voor woningbouw in Twello Noord.
Los van bovengenoemde punten, vinden de indieners de verdeling van het aantal woningen binnen het plangebied (waarop Wvg rust) vreemd. Zo blijft in het plangebied Nieuw Basselt een groot stuk onbebouwd. De indieners hebben hierover eerder om opheldering gevraagd middels een brief aan het college van 8 april 2021. Hierover is geen antwoord gegeven. De indieners vinden de vervallen boerderij en de enk eromheen niet zo bijzonder, hier zou best een deel van de woningbouwopgave kunnen worden gerealiseerd. Hiermee zou een gedeelte van de geplande woningbouw in het kwetsbare en waardevolle Fliertdal kunnen vervallen.
Er is een verschil tussen een buitenplaats en een landgoed (zie ook onder punt 5). Onder een buitenplaats (zoals Beekwolde) wordt een landhuis verstaan, met bijgebouwen en toebehoren, gelegen in een tuin of park. Een landgoed omvat daarnaast ook agrarische grond en/of bos. Vanuit dit perspectief wordt de zone bij Nieuw Basselt bewust vrijgehouden van bebouwing en ingericht als agrarisch extensief. Dit gebied was onderdeel van het voormalige landgoed De Basselt. Daarnaast is het gebied ook een belangrijke ecologische schakel tussen de Veluwe en de IJssel.
Daarnaast valt het de indieners op dat een groot stuk grond onbebouwd blijft ter hoogte van een lokale ontwikkelaar. De indieners vragen zich af waarom daar wel gronden vrij van bebouwing blijven en bij Beekwolde – waar sprake is van een officieel landgoed-
De keuze is nu gevallen op Twello Noord vanwege de omvang van het gebied en daarmee de haalbaarheid om hier een landschappelijk en volkshuisvestelijk goed plan met een substantieel aantal woningen te realiseren. Naar de andere locaties in de locatiestudie, zoals de locatie Beersen, wordt serieus gekeken om ook hier woningbouw te realiseren. Op deze locatie rust geen Wvg, vanwege het grondeigendom van een ontwikkelaar. Hierdoor geldt voor deze locatie geen tijdsklem, en volgt deze spoedig. Het financiële aspect is voor de gemeente niet leidend geweest. Juist een hoge ruimtelijke kwaliteit, en het voorkomen van grondspeculatie, zijn de beweegredenen. Zoals een ontwikkelaar met een zienswijze ook suggereert, leent de ontwikkeling van dit plan voor veel meer woningen (390).
Het klopt dat de indiener op 8 april een brief heeft gestuurd. In reactie hierop heeft op 15 april 2021 een digitaal overleg plaatsgevonden. Als vervolg daarop - en op uitnodiging van de indiener - hebben adviseurs het perceel op 21 juni 2021 bezocht en de standpunten ter plekke
- 51 -
niet. Hier wordt pal aan de overkant van de weg gebouwd.
5.
bekeken. Afgesproken is deze te beoordelen in de verdere planontwikkeling, waarop met een zienswijze nader gereageerd kon worden. Op basis van deze met de indiener besproken lijn is het college in de veronderstelling dat een formele brief niet noodzakelijk was.
De indieners vinden dat vooral voor Fliertlanden de cultuurhistorische aspecten niet of onvoldoende zijn meegewogen. De indieners zijn van mening dat het meest prominente landgoed, de poort van Twello, B&W niet is opgevallen. De indieners geven aan dat Beekwolde een officieel landgoed is qua Natuurschoonwet. De indieners vinden dat de gemeente dit niet onderkend. Dit omdat Beekwolde ontbreekt op de lijst van landgoederen die de gemeente hanteert. De indieners vinden dit merkwaardig omdat de uitspraak van de Raad van State is toegezonden. Verder blijkt tijdens gesprekken met adviseurs en ambtenaren dat zij niet goed op de hoogte zijn van de landgoedstatus. De indieners vinden dan ook dat de gemeente niet tot een zorgvuldige afweging kon komen. De indieners missen de landschappelijke cultuurhistorische gevoeligheid bij de gekozen locaties, met name Fliertlanden. Verder merken de indieners op dat wel melding wordt gemaakt van de invloeden van de landgoederenzone. Maar dat het aangegeven blikveld vanaf Beekwolde geen rekening wordt gehouden met deze cultuurhistorische waarde. De indieners vinden dat het begrip buitenplaatsbiotoop en de bijbehorende aspecten als panorama, zichtlijnen en blikveld niet zijn onderzocht. Dit kan dan ook geen onderdeel zijn geweest van een integrale afweging. Uitgerekend tegenover Beekwolde is een massale woning 3 van 1000m geprojecteerd.
De indieners vragen zich af of met deze woning aan de bouwopgave worden voldaan. De indieners vinden dat door geen onderzoek te doen naar de landgoedbiotoop er onvoldoende rekening is gehouden met de kernkwaliteiten van het gebied en er onvoldoende wordt ingespeeld op de mogelijkheden van ontwikkeling.
Wij hebben geen afspraken met ontwikkelaars in deze fase van de planvorming. Het speelt dan ook geen rol dat een lokale ontwikkelaar nabij het plangebied woonachtig is, integendeel. Niet alle NSW-landgoederen zijn ook landgoederen in cultuurhistorische zin. Als NSW-landgoed kunnen zowel landgoederen als (delen van) historische buitenplaatsen aangemerkt worden. Beekwolde is een historische buitenplaats die als NSWlandgoed gerangschikt is. Wij hanteren een cultuurhistorische definitie van landgoederen in de lijst met landgoederen. Een historisch landgoed wordt gekarakteriseerd door economische grondgebonden functies, zoals landbouw en/of bosbouw, die vaak gecombineerd werden met recreatieve en residentiële functies. Een buitenplaats kan dus deel uit maken van een landgoed. Bij een buitenplaats staan de recreatieve en residentiële functies centraal: een landhuis/kasteel/versterkt huis met bijgebouwen en omringende tuinen en/of park die samen een onlosmakelijk, ontworpen ensemble vormen. De landgoederenzone van Twello omvat zowel landgoederen als buitenplaatsen. Dat Beekwolde als een buitenplaats gezien wordt, betekent niet dat het niet tot de landgoederenzone behoort. Bekend was de status van buitenplaats vanuit cultuurhistorie en minder met de meer fiscale status vanuit de NSW.
Op basis van door consultatie nader verkregen informatie over de status kon tot een zorgvuldige afweging worden gekomen. De indiener heeft gelijk in het feit dat enkele aspecten van de buitenplaatsbiotoop van toepassing zijn of waren op Beekwolde. Zoals de toelichting op het plan opmerkt heeft de locatie Fliertlanden een functie als blikveld, die wordt doorsneden door de basisstructuur (de Rijksstraatweg). Een belangrijke reden waarom de buitenplaats hier is gesticht. Ook de zichtlijnen waren van oudsher van belang. Helaas is de zichtlijn naar het historische gerelateerde landgoed Hunderen in de loop der jaren verstoord. Daarnaast zorgt de hoge begroeiing langs grote delen van het perceel dat interne en externe zichtlijnen grotendeels worden onderbroken.
- 52 -
Verder blijkt uit de toelichting dat het plandeel van oudsher agrarisch in gebruik was, met daarbij behorende singels en een bosgebied. Economisch grondgebonden functies – zoals landbouw en/of bosbouw – waren nauwelijks gerelateerd aan de buitenplaats. Om deze reden is hier woningbouw voorzien. Niet kan worden ontkend dat het uitzicht verandert als gevolg van deze planologische ontwikkeling. Door veranderde maatschappelijke opvattingen en ontwikkelingen op het ruimtelijk gebied kan bij het verstrijken der jaren evenwel geen blijvende zekerheid op een onveranderde situatie worden ontleend. Zo ook in deze situatie. De behoefte aan woningen is aangetoond.
6.
7.
8.
In het onderzoeksrapport Twello.250 wordt de opmerking gemaakt dat XL-kavels kansen kunnen benutten nabij beekdalen en landgoederen. De indieners denken dat met deze strategie een betere invulling kan worden gegeven aan de locaties waarbij de cultuurhistorische aspecten zoals open gebieden beter behouden blijven. Met een nieuw landgoed s het mogelijk om bestaande historische en typerende open landschapsvorm te behouden en daarmee bij te dragen aan de ontwikkeling van de Groene (ontwikkelings)zone. De indieners vinden dat ook dit alternatief onderzocht moest worden. Uit de Toelichting blijkt ook niet dat is onderzocht - om het zichtveld op (en vanuit') Beekwolde te behouden - het aantal woningen in Fliertlanden te verminderen en deze (gedeeltelijk) in Nieuw Basselt te realiseren. De indieners refereren naar het uitgangspunt om brede groene buffers worden voorzien tussen de bestaande wegen en de daaraan staande bebouwing. De indieners vinden dat de nieuwe bebouwing haaks staat op dit uitgangspunt, de bebouwing staat pal aan de Rijksstraatweg. Verder vinden de indieners dat een voortuin bij een massale woning iets anders is dan een royale groenbuffer bij een woning die verscholen ligt in het landschap en niet concurreert met Beekwolde. De 5 m brede bestemming Groen (tussen bouwkavel en de Rijksstraatweg) is mede bestemd als voet- en fietspad.
De indieners vinden dat onvoldoende is onderzocht, dan wel meegewogen, in hoeverre de natuur en beschermde soorten
Door een grote kavel met een duidelijke groenopgave (wonen is hier secundair aan het landschap) hier te plaatsen, zal dit gebouw minder concurreren met Beekwolde en wordt de groene entree van Twello benadrukt. Zo is de bouwhoogte beperkt (5,5 m). Deze strategie zou een goede impact op de landschappelijke kwaliteit kunnen hebben, echter voorziet deze strategie niet in de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte en is deze niet financieel haalbaar. Zoals aangetoond ligt de voornaamste behoefte in woningen voor gezinnen en kleine huishoudens. Over de suggestie om woningen te verplaatsen naar Nieuw Basselt, zie onze reactie onder punt 5.
Tussen de weg en de bestemming Wonen-2 is een groenbuffer opgenomen van 5 m breed. Verder geldt er een bouwhoogte van 5,5 m op het woonperceel en mag een groot deel van het perceel enkel onder een landschappelijke helling worden bebouwd. Hiermee blijft het groene karakter behouden. Een forsere groenbuffer zou de zichtlijnen naar Beekwolde ook kunnen blokkeren. Bij een 5 m maat accentueren subtiel ontworpen doorzichten/zichtlijnen de positie van Beekwolde.
In dit plan is de ecologie in diverse rapportages in beeld gebracht (zie in de toelichting 5.2 en de bijbehorende
- 53 -
(zoals de kamsalamander) voorkomen met de woningbouw worden aangetast. De indieners vragen zich af hoe de ontwikkeling van de ecologische verbinding Fliert zich verhoudt met de grote aantallen woningen er vlak naast. De grondverbetering voor de funderingen van de woningen maakt inbreuk op de laaggelegen, natte graslanden waar veel weidevogels nestelen en foerageren. 9.
De indieners vinden dat uit de toelichting niet blijkt wat het effect (stikstof) is van de bij de bouw en het gebruik van de woningen, inclusief de toename van autoverkeer, en de vrijkomende stikstof op de natuur in de omgeving, in het bijzonder op het op 1300 m vanuit de grens van het projectgebied gelegen Natura 2000 gebied: de uiterwaarden van de IJssel. Er is geen berekening gemaakt voor de bouwfase, terwijl alleen is ingegaan op de effecten voor het biotoop van de kwartelkoning. Die vogel is vooral gevoelig voor lichthinder en broedt ook niet in het gedeelte van IJsseltakken tussen de Wilhelminabrug en de Spoorbrug. De opmerkingen over de crex crex (kwartelkoning) suggereren slechts deskundigheid.
rapportages). De Fliert ligt voor een deel in intensief beheerde graslanden die ecologisch niet waardevol zijn. De bebouwing ligt voldoende ver van de Fliert waardoor negatieve effecten klein zijn. In de nieuwe situatie wordt ook natuur ontwikkeld rondom de beek. De verwachting is dat juist deze ontwikkeling een meerwaarde oplevert voor natuur en ecologische kwaliteiten vergeleken met de huidige situatie. Het plan overschrijdt niet de drempelwaarde van categorie D 11.2 ( Bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage). Om die reden is geen sprake van een m.e.r.-plicht, maar is het noodzakelijk om een vormvrije m.e.r-beoordeling op te stellen. Daarnaast is het verplicht een m.e.r. op te stellen als een passende beoordeling noodzakelijk is ten behoeve van een plan. Het stikstofonderzoek is uitgevoerd conform de vereiste methode en de bijbehorende handleiding. De conclusie is dat de ontwikkeling niet leidt tot significante effecten voor nabijgelegen Natura 2000gebieden. Aangezien significante effecten op voorhand uitgesloten kunnen worden, is het niet noodzakelijk een passende beoordeling op te stellen. Om deze reden is een verplichte m.e.r. dus ook niet noodzakelijk. De conclusie van de m.e.r. zou inhoudelijk hetzelfde zijn.
De locatie van stikstofgevoelige habitattypen in de natura 2000-gebieden en de op deze locatie aanwezige soorten is vastgelegd in de AERIUS Calculator. De beoordeling van de toename van de depositie als gevolg van de toename van het autoverkeer is uitgevoerd conform de Handreiking Voortoets Stikstof. Op basis van deze Handreiking moet alleen voor habitattypen met een naderende overbelasting door stikstof worden vastgesteld of significant negatieve effecten op voorhand uitgesloten kunnen worden. In de rekenpunten waar sprake is van een naderende overbelasting is alleen (potentieel) leefgebied voor de kwartelkoning aanwezig. Uit de gebiedsanalyse voor Rijntakken blijkt dat significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie zijn uitgesloten. Omdat significant negatieve effecten als gevolg van de gebruiksfase zijn uitgesloten kan gebruik worden gemaakt van de vrijstelling van de vergunningplicht die sinds 1 juli 2021 geldt voor bouwactiviteiten. Daarnaast is in het onderzoek wel aandacht besteed aan de bouwfase. Door middel van berekeningen is aangetoond hoeveel emissie mogelijk is zonder dat dit leidt tot een toename van de depositie als gevolg van de bouwfase. Vervolgens is inzichtelijk gemaakt hoeveel inzet van machines mogelijk is binnen deze emissie én is op basis van vergelijkbare
- 54 -
projecten vastgesteld dat het mogelijk is de woningen te realiseren binnen deze emissie. Zienswijze 30: d.d. 27 oktober 2021, kenmerk 2021-61419
1.
Zienswijze
Reactie
De indiener vindt dat nader onderzoek van de impact van de woningbouw in Twello Noord gewenst is. Of dat de besluitvorming wordt uitgesteld. Dit zodat in samenhang met de plannen rondom de westelijke randweg en eventuele aanpassingen/sluiten van spoorwegovergangen voor vracht- en autoverkeer het kan worden bekeken.
Het onderzoek van Goudappel Coffeng toont aan dat de huidige weginfrastructuur de verkeerstoename als gevolg van de woningbouw goed aan kan. De hoofdwegen rondom het plangebied zijn goed uitgebouwd. Daarom is de verwachting dat de relatief geringe verkeerstoename door de woningbouw niet leidt tot een verslechterde verkeersafwikkeling op het huidige hoofdwegennet. Wanneer de westelijke randweg om Twello wordt aangelegd zullen deze wegen nog beter het verkeer kunnen afwikkelen. Uitvoering van de plannen over de voltooiing van de randweg om Twello en de aanpassingen op enkele spoorwegovergangen dragen bij aan een betere bereikbaarheid en verkeersveiligheid van Twello in brede zin. Verwezen wordt naar paragraaf 2.3.
2.
Het plan veroorzaakt extra verkeersstromen (het getal van 1800+ per dag werd genoemd tijdens de inloopsessies). Dit zorgt voor een toename van de overlast en onveilige situaties op de Iordensweg, Domineestraat en Veilingstraat. Dit is vooral onwenselijk omdat heel veel schoolgaande kinderen uit de nieuwe wijken en de wijk De Schaker iedere keer gebruik moeten maken van de spoorwegovergang en genoemde onveilige straten en/of deze moeten oversteken op weg naar het Zone College, Veluws College, bijna alle basisscholen. Überhaupt is dit gevaarlijk voor alle bewoners van deze wijken, omdat ze continue gebruik moeten maken van deze wegen voor het bereiken van alle voorzieningen in het dorp: supermarkten, andere winkels, scholen, sportverenigingen, huisartsenpost, etc. die allemaal ten zuiden van de spoorlijn en ten westen van de H.W. Iordensweg liggen.
Als gevolg van de woningbouw wordt er extra verkeer gegenereerd dat vanaf het hoofdwegennet naar de nieuwe woonwijken rijdt en andersom. In het verkeersonderzoek van Goudappel Coffeng is kwalitatief omschreven waar de toename voornamelijk wordt verwacht. De H.W. Iordensweg, Domineestraat en Veilingstraat zijn vormgegeven om grotere hoeveelheden verkeer te verwerken. De verkeerstoename door de woningbouw is relatief beperkt, waardoor de oversteekbaarheid voor de fietsers en voetgangers niet wordt verslechterd.