CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzennotitie (2021-70487)

gemeenteraad 31 januari 2022, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello’34.244 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

moment gebouwd. In de locatiestudie Twello.250 woningbouwlocaties landschappelijk onderzoek is landschapsbouw als uitgangspunt genomen. Hierbij is geanalyseerd in hoeverre woningbouw ook meerwaarde kan leveren in het herstel van (deels) verdwenen landschapsstructuren. Hiervoor zijn de verschillende locaties geprojecteerd op historisch kaartmateriaal. Uiteindelijk is afgewogen in welke ruwe volkshuisvestelijke behoefte een locatie kan voorzien en hierbij meerwaarde kan bieden zoals hierboven genoemd. Hierbij is rekening gehouden met het landschap en de cultuurhistorie door in de ruwe inschatting een minder groot programma te voorzien. Deze nadere onderbouwing is opgenomen in een addendum, deze is samengevoegd met de locatiestudie Twello.250 woningbouwlocaties landschappelijk onderzoek en is als één bijlage bij het plan gevoegd (bijlage 1).

3.

Verder is in het locatieonderzoek aangegeven dat de landschapsstructuren worden versterkt, inclusief de landgoederen. Slechts bij enkele locaties is (beperkt) ingegaan op de landschappelijke cultuurhistorische gevoeligheid. Indiener mist deze afweging bij de uiteindelijk gekozen locaties Nieuw Basselt en met name Fliertlanden.

4.

Uit het landschappelijk onderzoek komt een 9tal voorkeurslocaties voort. In de aanbevelingen staat “voor de definitieve keuze om de hoofdontwikkeling ten noorden i.p.v. ten zuiden van het dorp te situeren, is een nadere schetsverkenning voor de locatie Zuiderlaan aan te bevelen”. De indiener heeft uit de stukken de onderbouwing van de nu gekozen hoofdontwikkeling niet aangetroffen. De Zuiderlaan lijkt bijvoorbeeld een zeer geschikte woonlocatie met goede infrastructuur zonder inbreuk op cultuurhistorische waarden.

5.

Het onderzoeksrapport Locatieonderzoek Twello.250 stelt dat voor XL kavels het benutten van kansen die zich voordoen nabij de beekdalen en landgoederen de beste strategie lijkt. Deze kavels kunnen structureel bijdragen aan het verbeteren van de beekdalen, de biodiversiteit en het versterken van de landgoederen.” De indiener denkt dat met gebruikmaking van deze strategie een betere invulling kan worden gegeven aan de locaties waarbij met de cultuurhistorische aspecten zoals open gebieden beter behouden blijven. De indiener geeft in overweging om te bezien in hoeverre binnen het plangebied Fliertlanden een nieuw landgoed mogelijk is.

Deze ééndimensionale strategie zou een goede impact op de landschappelijke kwaliteit kunnen hebben, echter voorziet deze strategie niet in de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte en is deze niet financieel haalbaar. Zoals aangetoond ligt de focus op woningen voor gezinnen en kleine huishoudens.

6.

In de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland liggen beide woningbouwlocaties binnen de Groene Ontwikkelingszone. In beginsel gaat het bijbehorende beschermingsregiem er van uit dat geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt die leiden tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het gebied. Slechts in bijzondere gevallen kan hiervan worden afgeweken, bijvoorbeeld als er geen reële alternatieven zijn. Als kernkwaliteiten voor het gebied ApeldoornTwello worden daarbij de landgoederen genoemd en wordt het aangeduid als “parel”.

Het klopt dat de locaties in de provinciale verordening zijn aangeduid als Groene Ontwikkelingszone en als Gelders Natuurnetwerk. Hierover is overleg geweest met de provincie, zij ondersteunen dit plan. Dit vanwege de landschaps- en natuurontwikkeling, die aansluit op de kernkwaliteiten van dit gebied (zie paragraaf 4.2 in de toelichting op het plan).

- 19 -

7.

Als ontwikkelingsdoel wordt gezien de ontwikkeling van cultuurhistorische patronen en waardevolle open gebieden en de ontwikkeling van de ecologische verbindingszone Fliert. De indiener is ervan overtuigd dat het daarom nodig is alle mogelijke alternatieven te onderzoeken en vervolgens te bezien of deze al dan niet reëel zijn. De indiener vindt dat dit onvoldoende is aangetoond. In hoofdstuk 2 van de toelichting op het plan wordt in de cultuurhistorische context voor het plandeel Nieuw Basselt met name de nog aanwezige Basseltse Enk als waardevol aangemerkt. En wordt aan de Kruisakker weinig historische waarde toegekend. Mede om deze redenen wordt dit plangebied extensief ingericht. Ten aanzien van de Fliertlanden wordt wel melding gemaakt van de invloeden van de landgoederenzone. Het blikveld, met name van Beekwolde/ De Witte Brug, wordt genoemd. In tegenstelling tot het plandeel Nieuw Basselt wordt verder totaal geen rekening gehouden met deze cultuurhistorische waarde. Meerdere provincies hanteren in dit kader het begrip “buitenplaatsbiotoop”. Van belang hierbij zijn aspecten als het panorama, zichtlijnen en het blikveld. Voor het buitenverblijf Beekwolde zijn deze aspecten zeker van toepassing. Helaas zijn deze aspecten niet verder onderzocht en kunnen daarom geen onderdeel uit van de integrale afweging zijn geweest.

Door geen onderzoek te doen naar deze aspecten, is onvoldoende rekening gehouden met de kernkwaliteiten van het gebied en onvoldoende wordt ingespeeld op de mogelijkheden van ontwikkeling. Om het zichtveld op Beekwolde te behouden, stelt de indiener voor het aantal woningen in Fliertlanden te verminderen en dat deze (gedeeltelijk) in Nieuw Basselt worden gerealiseerd.

Er is rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden. Bijvoorbeeld door de verstoring van de cultuurhistorische waarden te verzachten middels landschappelijke inpassing, zoals bij de twee noordelijke kavels tegenover Beekwolde/De Witte Brug en door het bebouwingslint pas echt na de Fliert te laten beginnen. In de toelichting op het plan wordt opgemerkt dat de locatie Fliertlanden een functie heeft als blikveld, die wordt doorsneden door de basisstructuur (de Rijksstraatweg). Een belangrijke reden waarom de buitenplaats hier is gesticht. Ook de zichtlijnen waren van oudsher van belang. Helaas is de zichtlijn naar het historische gerelateerde landgoed Hunderen in de loop der jaren verstoord. Verder blijkt uit de toelichting dat het plandeel van oudsher agrarisch in gebruik was, met daarbijbehorende singels en een bosgebied. Een duidelijke landschappelijke relatie – anders dan agrarisch gebruik, zoals een tuin, laanbeplanting – bestond niet met de buitenplaats. Om deze reden is hier woningbouw voorzien. De gemeente hanteert een verschil tussen een buitenplaats en een landgoed. Onder een buitenplaats wordt een landhuis verstaan, met bijgebouwen en toebehoren, gelegen in een tuin of park zoals Beekwolde. Een landgoed omvat daarnaast ook agrarische grond en/of bos.

Vanuit dit perspectief wordt de zone bij Nieuw Basselt bewust vrijgehouden van bebouwing en ingericht als agrarisch extensief. Dit gebied was onderdeel van het voormalige landgoed De Basselt. Daarnaast is het gebied ook een belangrijke ecologische schakel tussen de Veluwe en de IJssel.

Zienswijze 8: d.d. 21 oktober 2021, kenmerk 2021-60624

1.

Zienswijze

Reactie

Het is voor de indiener niet duidelijk waar en welke geluidschermen er worden geplaatst. En of de geluidschermen deel gaan uitmaken van het plan.

De mogelijkheid van het plaatsen van het scherm is opgenomen in het plan. De exacte plaatsing van het geluidsscherm is nog niet vastgesteld. Wij willen graag met de indiener afspraken maken.

- 20 -

Het geluidsscherm kan zorgen voor een beter woon- en leefklimaat. Niet alleen voor de nieuwe woningen, maar ook voor de bestaande woningen. Zoals de toelichting stelt, is het uitgangspunt om een geluidsscherm te plaatsen. Mocht het om spoortechnische redenen of door onvoorziene hogere kosten niet haalbaar zijn, dan ziet de gemeente ervan af omdat het scherm niet strikt noodzakelijk is voor de woningbouw vanwege de afstand tot de spoorlijn zoals uit het akoestisch rapport naar voren kwam. 2.

De indiener verzoekt in artikel 9 Wonen-1 en Woongebied-6 de voorwaardelijke verplichting voor trillingen op te nemen. Deze liggen respectievelijk 70 en 80 m vanaf het spoor.

Conform de handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen wordt dit op de verbeelding aangepast.

Zienswijze 9: d.d. 22 oktober 2021, kenmerk 2021-60592, 2021-60591

1.

Zienswijze

Reactie

De indiener stelt vast dat het grootste aandeel van de sociale huur midden op zijn perceel is geprojecteerd. De indiener ziet alle in het plan opgenomen sociale huurwoningen en vrijwel alle bereikbare en middeldure koopwoningen op zijn perceel geprojecteerd, en op het perceel van de andere particuliere eigenaren die een grondpositie hebben in het plangebied.

In het stedenbouwkundig plan zijn op het eigendom van de indiener zowel kavels voor sociale huurwoningen als kavels voor woningen in het dure koopsegment opgenomen.

Voor de sociale huur geldt dat weliswaar op Bijlage 2b bij het exploitatieplan een aantal sociale huurwoningen op de noordelijker gelegen plandelen met de bestemming Wonen-1 is geprojecteerd, maar in de planregels of op de verbeelding van het plan is geen minimum aantal of percentage sociale huurwoningen opgenomen. Bovendien kan de bijlage bij de eerstvolgende herziening van het exploitatieplan worden herzien. Dat is wat anders dan in het geval van het perceel van de indiener, waar de woningbouwcategorie en het minimumpercentage echt op de verbeelding en in de planregels zijn opgenomen.

Het sociale programma is op de verbeelding vastgelegd zodat de realisatie van deze woningen ook is geborgd. Na aanleiding van deze zienswijze wordt dit ook gedaan in de andere plandelen op de verbeelding. Dit was abusievelijk niet gedaan voor de sociale huurwoningen in het plandeel Fliertlanden Noord. Naar aanleiding van deze zienswijze wordt dit gecorrigeerd. De situering van kavels voor sociale woningbouw en particulier opdrachtgeverschap wordt niet bepaald door eigendomspositie, maar door een stedenbouwkundig plan en door volkshuisvestelijke overwegingen ten aanzien van woningbouwcategorieën. De Wvg is gevestigd vanwege de wens om grondeigenaar te worden. Dit is inmiddels ook gebeurd voor gronden in het plangebied waar sociale huur- en koopwoningen zijn

- 21 -

voorzien.

2.

De indiener heeft ongeveer anderhalf jaar geleden aan de gemeente kenbaar gemaakt dat hij serieuze plannen heeft om het plan op zijn gronden zelf te realiseren, in samenwerking met een deskundige en ervaren partij. De gemeente heeft, na een eerste gesprek, alle gesprekken over de planinvulling en de mogelijke rol van de indiener daarbij afgehouden. De indiener vindt dat de gemeente, door niet met hem het gesprek aan te gaan over zelfrealisatie en door te kiezen voor een planinvulling waarbij nagenoeg alle sociale huurwoningen en de goedkope koopwoningen midden op particuliere gronden zijn geprojecteerd, zeer onzorgvuldig omspringt met de belangen van de indiener. De indiener wijst erop dat het op grond van de Wet voorkeursrecht rustende voorkeursrecht níet het instrument is om een serieuze ambitie tot zelfrealisatie onmogelijk te maken. De indieners zijn zich ervan bewust dat de raad beleidsruimte heeft, maar ook de belangen, zoals de wens tot zelfrealisatie, dient af te wegen. Het gecalculeerd onmogelijk maken dan wel ernstig beperken van dit belang is volgens de indieners verboden als daarmee geen ruimtelijk doel wordt gediend. De indiener is van mening dat hier sprake is van ‘pestplanologie’, te weten het doelbewust de mogelijkheid van zelfrealisatie te bemoeilijken door de minst rendabele percelen op de gronden van de particuliere eigenaren te leggen.

Dat blijkt ook uit het feit dat van het meest westelijke bouwblok voor “dure koopwoningen” de geprojecteerde tweekappers precies worden doorsneden door de grens van het perceel van de indiener.

De indiener heeft in juni 2020 gevraagd om van gedachten te wisselen over een gezamenlijke ontwikkeling met de gemeente. Gezien de fase waarin de planvorming zich toen bevond, is aangegeven een dergelijk gesprek niet aan te gaan. Hierna heeft de indiener in juli 2020 schriftelijk aangegeven in beginsel bereid te zijn om zijn eigendom te vervreemden. De minnelijke verwervingsgesprekken hebben niet geleid tot een overeenkomst. De Wvg is een instrument voor de gemeente om via minnelijke grondverwerving de regierol van een (woningbouw)ontwikkeling op zich te nemen. Het is inderdaad geen instrument om zelfrealisatie onmogelijk te maken en dat is hier ook niet aan de orde. Wij gaan met de indiener in gesprek over de aangegeven wens tot zelfrealisatie van dit plan. De indiener noemt alleen de minst rendabele percelen (kavels) op gronden van particuliere eigenaren, maar op zijn eigendom zijn ook 14 kavels in het dure koopsegment opgenomen. Overigens vindt binnen het exploitatieplan een interne saldering plaats doordat de eigenaren van percelen waar sprake is van veel winstpotentie (dure kavels/woningen) ook een hogere exploitatiebijdrage dienen te voldoen in het kader van het verplichte kostenverhaal. Eigenaren van minder rendabele percelen dragen ook minder bij aan dit kostenverhaal.

Verder betekent het niet dat als de geprojecteerde tweekappers doorsneden worden door een perceelsgrens (eigendomsgrens) er hier geen woningen gebouwd kunnen worden. De bestemming e Wonen-1 (artikel 9.2 lid a ten 4 ) bepaalt dat hier uitsluitend vrijstaande woningen met een maximale diepte van 15 m en aaneengebouwde woningen met een maximale diepte van 12 m mogen worden gebouwd. Er mogen daarom ook vrijstaande woningen worden gebouwd. Voor realisatie binnen die categorie kan binnen de eigendomsgrenzen worden gebouwd. In het exploitatieplan wordt gerekend met de grondprijs van tweekappers, maar geldt er

- 22 -

geen locatie-eis dat alleen tweekappers gebouwd mogen worden. Zo’n locatie-eis is er alleen voor sociale huurwoningen (art. 6 Regels exploitatieplan). Van ’pestplanologie’ is geen sprake. De indiener heeft een citaat overgenomen uit hoofdstuk 3 van de toelichting van het exploitatieplan. Als de kaarten Woningbouwcategorieën en inrichting Fliertlanden en de Eigendommenkaart Fliertlanden met elkaar worden vergeleken dan is te zien dat de voorziene wegenstructuur de eigendommen van de eigenaren 5, 6 en 7 doorsnijdt. Deze eigendommen vallen in deelgebied 5 ‘Zuidelijk van de Fliert’ (artikel 5 van de Regels exploitatieplan). Dat deelgebied mag, qua faseringsregel, als geheel worden ontwikkeld. Het zou – vanuit kostenoogpunt - inefficiënt zijn als afzonderlijk een stuk van de weg wordt aangelegd. De indiener stopt met het citeren uit de toelichting van het exploitatieplan waar het vervolg juist van belang is: "Daar komt bij dat in sommige deelgebieden sprake is van versnipperd eigendom waardoor eigenaren niet beschikken over voldoende aaneengesloten grond om de openbare voorzieningen in een deelgebied te kunnen aanleggen.

Wanneer één partij opdracht verleend voor de uitvoering van de werkzaamheden komt dat ten goede aan de afstemming van de momenten van aanleg in het geheel van het proces van woonrijp maken.” Van zulk een versnippering is in dit deelgebied sprake, van belang is een integrale ontwikkeling. De indiener geeft niets aan over verwerving van de gemeente van de uitgeefbare delen van de eigendommen van de indiener. Wel is in hoofdstuk 3 van de toelichting expliciet ingegaan op het recht op zelfrealisatie. Het exploitatieplan geeft daar wel een kader voor. Uit artikel 5 Regels exploitatieplan en uit paragraaf 5.5 van de toelichting op de faserings- en koppelingsregels blijkt dat in de jaren 2026 en 2027 wordt voorzien in het aanvragen van omgevingsvergunningen voor het bouwen. De indiener heeft derhalve de tijd om de realisatie voor te bereiden en uit te voeren. Mocht hij niet akkoord gaan met verwerving door de gemeente dan zal hij ook zelf uiterlijk in die periode de vergunningen moeten aanvragen. Als hij daartoe niet bereid is (of niet in staat) dan is er geen sprake van zelfrealisatie en zullen - 23 -

wij vanwege het volkshuisvestelijke belang overgaan tot onteigening. 3.

De indiener stelt verder dat de kosten voor bouw- en woonrijp maken bijzonder hoog zijn geraamd en de onderbouwing hiertoe te mager is. De plankostenscan in de bijlage strookt niet met de tabel in het exploitatieplan. De indiener voegt ter onderbouwing hiertoe een notitie van Twynstra Gudde bij: conclusie is dat de kosten voor grondwerken en bouwen woonrijp maken niet tot slecht zijn onderbouwd. Daar waar eenheidsprijzen worden beschreven zijn deze te hoog voor het bijbehorende ruimtelijke plan. De voorbereidings- en de toezicht op de uitvoerings- en plankosten zijn te hoog en niet passend bij dit plan dat voor 63% uit groenaanleg bestaat. De indiener verzoekt om de toedeling van de woningbouwcategorieën te heroverwegen en te zorgen voor een evenwichtigere verdeling over het gehele plangebied, onder gelijktijdige neerwaartse bijstelling van de kosten van bouwrijp- en woonrijp maken en de plankosten.

De kosten voor bouw- en woonrijp maken zijn door gemeentelijke kostendeskundigen opgesteld. De geraamde kosten passen bij de hoge kwaliteit waar wij in dit gebied voor gaan. Om die reden achten wij de kosten niet te hoog geraamd. Waar nodig zijn de onderbouwingen nader gespecificeerd. Bijlage 11 heeft hiervoor een uitbreiding gekregen. Als er een inrichtingsplan is vastgesteld of er in andere opzichten meer bekend is over de invulling zal, via een herziening van het exploitatieplan, een daarop aangepaste, meer precieze raming worden verwerkt in het exploitatieplan. De opgenomen plankosten komen voort uit de Rekensheet ontwerpregeling plankosten exploitatieplan (hierna plankostenscan). De uitkomsten van de plankostenscan (bijlage 12) zijn in de tabel in paragraaf 4.5.5 plankosten van het exploitatieplan opgenomen. De eindbedragen van de tabel in paragraaf 4.5.5 zijn terug te vinden in de exploitatieopzet. Voor de gekozen toedeling van woningbouwcategorieën en eerder vastgesteld beleid, verwijzen wij naar paragraaf 2.2.

Zienswijze 10: d.d. 22 oktober 2021, kenmerk 2021-60628

1.

Zienswijze

Reactie

De indiener vindt dat er geen rekening is gehouden met de cultuurhistorische aspecten van de Witte Brug/Beekwolde. Zoals de open ruimte tegenover het huis en zichtlijnen vanuit de Belvédère.

Er is rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden. Bijvoorbeeld door het cultuurhistorische belang te behouden door landschappelijke inpassing, zoals bij de twee noordelijke kavels tegenover Beekwolde/De Witte Brug en door het bebouwingslint pas na de Fliert te laten beginnen. In de toelichting op het plan wordt opgemerkt dat de locatie Fliertlanden een functie heeft als blikveld, die wordt doorsneden door de basisstructuur (de Rijksstraatweg). Een belangrijke reden waarom de buitenplaats hier is gesticht. Ook de zichtlijnen waren van oudsher van belang. Helaas is de zichtlijn naar het historische gerelateerde landgoed Hunderen in de loop der jaren verstoord. Verder blijkt uit de toelichting dat het plandeel van oudsher agrarisch in gebruik was, met daarbij behorende singels en een bosgebied. Een duidelijke landschappelijke relatie – anders dan agrarisch gebruik, zoals een tuin, laanbeplanting – bestond niet met

- 24 -

de buitenplaats. Om deze reden is hier woningbouw voorzien. 2.

De indiener is van mening dat er alternatieven binnen het plangebied aanwezig zijn om hiermee de gronden tegenover Beekwolde vrij te houden. Meerdere hectares grond blijven in het gebied onbebouwd, terwijl hier geen sprake is van cultuurhistorisch erfgoed. Het beschermen van cultuurhistorisch erfgoed is een algemeen publiek belang. Met ongewijzigd realiseren van de plannen wordt dit met voeten getreden.

Het stedenbouwkundig plan is integraal opgesteld en komt voort uit een zorgvuldige landschapsanalyse, waaruit de woonvelden zijn ontstaan. Bij de volkshuisvestelijke opgave is zoveel als mogelijk rekening gehouden met aspecten zoals milieu (geluid), natuurcompensatie, ecologie, cultuurhistorie en financiële haalbaarheid. Wij hebben de wettelijke taak om belangen te wegen. Dat betekent dat we weliswaar proberen om zo veel mogelijk aan ieders belang tegemoet te komen, maar daarbij het algemene belang niet uit het oog mogen verliezen. De gemeente heeft de Wvg gevestigd om in de volkshuisvestelijke behoefte te voorzien. Hiermee is een duidelijke keuze gemaakt in het kader van het algemeen belang. Een dergelijke ruimtelijke ontwikkeling vraagt om afwegingen en keuzes om tot een passende ontwikkeling te kunnen komen.

Zienswijze 11: d.d. 22 oktober 2021, kenmerk 2021-60678

1.

Zienswijze

Reactie

De indieners geven aan dat de Basseltse Enk een waardevol (cultuur)historische gebied is dat door de provincie Gelderland is aangewezen als onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelzone. Gezien de omvang van het plan (289 woningen, waarvan 141 in Nieuw Basselt), zijn de effecten op verkeer, landschap, ecologie en geluid in dit gebied zodanig, dat geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Het klopt dat de locaties in de provinciale verordening zijn aangeduid als Groene Ontwikkelingszone en als Gelders Natuurnetwerk. Hierover is overleg geweest met de provincie; zij ondersteunen dit plan. Dit vanwege de landschaps- en natuurontwikkeling, die aansluit op de kernkwaliteiten van dit gebied (zie paragraaf 4.2 in de toelichting op het plan). De uitgevoerde onderzoeken stuiten niet tot onoverkomelijke belemmeringen. Geconcludeerd wordt dat onderliggend plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.

2.

De locatiekeuze (buiten bestaand stedelijk gebied) is onvoldoende onderbouwd. In het locatieonderzoek Twello.250 van 9 oktober 2018 worden negen locaties in beeld gebracht. Op 13 november 2019 is vervolgens het voorkeursrecht gevestigd op percelen in Nieuw Basselt en Fliertlanden en op 7 oktober 2020 zijn diverse percelen in eigendom verkregen door de gemeente. Het addendum bij Twello.250 dateert volgens indieners van na deze verwerving. Er is volgens de indieners een doelredenering toegepast: andere locaties zijn afgevallen op nietruimtelijke motieven en zonder een objectief

De locatiestudie wordt ondersteund door de provincie Gelderland. Vanuit het algemeen belang zijn op ruimtelijke motieven verschillende locaties (vooralsnog) niet in beeld voor woningbouw. Het addendum onderbouwt - op basis van objectieve criteria - de vestiging van de Wvg.

- 25 -

en gedegen onderzoek naar de alternatieven. 3.

De milieuonderzoeken zijn onvolledig en onjuist. Deze zorg geldt voor alle milieuaspecten (stikstof, licht, lucht, geluid, verkeer, landschappelijke inpassing, flora en fauna, water en verharding). Als voorbeeld wordt de dassenburcht genoemd. Het is onduidelijk welke maatregelen worden getroffen om het verdwijnen van een deel van het foerageergebied van de dassen te compenseren.

De onderzoeken zijn uitgevoerd door gerespecteerde bureaus, die werken volgens de wettelijk vastgelegde procedures en normen. Zonder overlegging van deskundige contrarapportage kan in redelijkheid hiervan worden uitgegaan. Voor de dassenburcht hebben meerdere onderzoeken plaatsgevonden. Hiervoor loopt een ontheffingsprocedure bij de provincie Gelderland in het kader van de Wet Natuurbescherming. De provincie heeft aangegeven dat dit de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand niet in de weg staat. De uiteindelijke ontheffing wordt gepubliceerd en ligt 6 weken ter inzage. De toekomstige inrichtingstekening bij de aanvraag is toegevoegd aan de toelichting op het plan.

4.

Voor stikstof is uitgegaan van verkeerde uitgangspunten (144 i.p.v. bijna 290 woningen). Ook wordt het effect van wegverkeer ten onrechte niet doorgerekend tot 25 km afstand. Bij het m.e.r.beoordelingsbesluit is uitgegaan van dit stikstofonderzoek. Dit besluit is hiermee ook gebaseerd op onjuiste uitgangspunten.

De twee deelgebieden zijn beide in een afzonderlijk stikstofrapport in kaart gebracht. Vermoedelijk heeft de indiener maar één rapport gezien, ze zijn beide opgenomen als bijlage 19 bij de toelichting op het plan. Hierbij zijn 290 woningen onderzocht. Het stikstofonderzoek is uitgevoerd volgens de vereiste methode en de bijbehorende handleiding. De conclusie is dat de ontwikkeling niet leidt tot significante effecten voor de nabijgelegen Natura 2000gebieden.

5.

De verkeerseffecten op de smalle wegen (Kruisvoorderweg, Kruisweg, Basseltlaan) zijn ernstig onderschat. Het kruispunt KruiswegRijksstraatweg zou aangepast moeten worden, maar dit is fysiek niet mogelijk.

Mede op basis van het onderzoek van Goudapppel wordt samen met de provincie Gelderland (wegbeheerder N344 en N792) en met inwoners verder onderzoek gedaan naar hoe de verkeerstoename zo veilig en optimaal mogelijk kan worden verwerkt. Bestaande knelpunten en de ervaren verkeersonveiligheid maken deel uit van dit onderzoek, zo ook het kruispunt KruiswegRijksstraatweg. Wij verwijzen verder naar paragraaf 2.3.

6.

Het plan staat in het plangebied Nieuw Basselt, deelgebied De Basseltse Enk, een grotere bouwhoogte van 10 m en een maximale goothoogte van 6 m toe. Voor deelgebied De Kruisakker is zelfs een bouwhoogte van 13 m toegestaan voor de geplande appartementen-complexen. Het bijzondere landschap wordt door deze architectuur en het grote bouwvolume in onredelijke mate aangetast. In de toelichting staan diverse maatregelen die ten onrechte niet zijn opgenomen in de planregels. Dit geldt onder meer voor de oppervlaktewatergreppels en wadi's. Een ander voorbeeld ziet op het natuurinclusief bouwen. Dit zou als verplichting zijn

Voor onze reactie verwijzen wij naar paragraaf 2.2.

7.

De oppervlaktegreppels en wadi’s worden nader uitgewerkt in het inrichtingsplan en kunnen worden aangelegd binnen diverse bestemmingen, zoals de bestemming Groen, Woongebied-1 etc. Natuurinclusief bouwen is als voorwaardelijke verplichting - 26 -

opgenomen in het plan, maar is niet in de planregels geborgd.

opgenomen bij de algemene gebruiksregels.

Zienswijze 12: d.d. 22 oktober 2021, kenmerk 2021-61209 Zienswijze

Reactie

1.

De indieners vinden een appartementencomplex niet passen in de omgeving van de Kruisweg. Aan de Kruisweg staan enkel 2^1-kapwoningen en vrijstaande woningen. De indieners gaan met deze invulling wel akkoord. Daarnaast wordt in de toelichting de Kruisakker omschreven als een woonbuurt met een dorps karakter, in een groene setting. Een appartementencomplex staat hier haaks op. De indieners zullen tegen een relatief hoog gebouw aankijken. Zij vragen zich af waarom aan de achterkant het complex twee bouwlagen heeft en de voorkant 3 bouwlagen. Aan de voorzijde, aan de Kruisweg, is het dichter gelegen op woningen.

Verwezen wordt naar paragraaf 2.2. Aan de achterzijde van het gebouw zijn twee bouwlagen voorzien vanwege de privacy in de achtertuinen. Vanaf de Kruisweg gezien ligt het appartementengebouw op ruime afstand van de weg.

2.

Indieners geven aan dat tussen de Kruisweg en de woonbuurt een groenstrook komt van 15 m. In de planvoorschriften (art. 5.1) wordt echter niet geborgd dat de groenstrook er ook daadwerkelijk komt. Ook verhardingen, voetpaden, verkeersvoorzieningen zijn mogelijk.

3.

In de locatiestudie Twello.250 valt een gedeelte van de Kruisakker buiten de rode contour.

4.

De indieners geven aan dat uit het woningmarktonderzoek blijkt dat het tekort aan appartementen maar bescheiden is (20 tot 2035). Dit bescheiden tekort heeft te maken met de voorkeur voor grondgebonden woningen. Alleen al in het plandeel Kruisakker komen 46 wooneenheden. In de toelichting is onvoldoende gemotiveerd dat er voldoende vraag is naar dit soort appartementen. Waarop is de stelling gebaseerd dat er voldoende belangstelling is voor de appartementen? De voorkeur voor grondgebonden woningen komt overeen met het woningmarktonderzoek.

De groenstroken hebben doelbewust de bestemming Groen. Binnen deze bestemming zijn verhardingen en verkeersvoorzieningen ten behoeve van de bestemming toegestaan om een passende bereikbaarheid en ontsluiting van het woongebied te kunnen realiseren. De voetpaden zijn hierbij half verhard. Het genoemde perceel valt inderdaad buiten de genoemde rode contour. Op het perceel is echter wel de Wvg gevestigd. Het is daarna ook opgenomen in de verdere planontwikkeling. Het gemeentelijk woningmarktonderzoek (2019) maakt inzichtelijk aan welke type woningen behoefte is voor de langere termijn tot 2035. Naast het benoemde tekort van 20 koopappartementen tot 2035 geeft het onderzoek ook aan dat de vraag naar appartementen zich vooral in Twello manifesteert en dat er zeker belangstelling is voor een appartementencomplex op een goede locatie in Twello. Zoals in de beantwoording van zienswijze 3, onder 2 is benoemd blijkt dat op basis van de Primos woningbehoefteprognoses de woningbehoefte in de Cleantech Regio ten opzichte van 2018 sterk is toegenomen. Dit betekent voor de gemeente Voorst een opgave van zo’n 800 – 975 woningen in de periode tot 2030. De huidige druk op de woningmarkt, de actuele woningbehoeftecijfers op basis van de Primos behoefteprognoses én de situering van het appartementengebouw maakt dat ook voor de koopappartementen in het plan voldoende belangstelling bestaat. Het

- 27 -

5.

In de planregels wordt aangegeven dat aan de parkeernorm moet worden voldaan. Een berekening die normaliter wel aanwezig is bij dit soort plannen ontbreekt. De indieners vinden het plan niet uitvoerbaar en vrezen dat massaal in de straat van de indieners wordt geparkeerd.

6.

Tegenover de Kruisakkerweg is een ontsluiting voorzien. De koplampen van linksafslaand verkeer (komend vanaf het plangebied) zullen in de woning van de indieners schijnen. Dit is voor de indieners geen optie.

7.

Het Goudappel rapport geeft aan dat de Kruisweg niet geschikt is om het extra verkeer te verwerken. Het verbreden van de weg is niet mogelijk. Het rapport adviseert alternatieve mogelijkheden te onderzoeken. Uit het plan blijkt niet hoe dit probleem wordt opgelost. Als het plan wordt vastgesteld zonder duidelijk oplossing, dan is er geen sprake van een goede ruimtelijke onderbouwing. In de toelichting is geen aandacht besteed aan de ligging van het plangebied Kruisakker in het Nationaal Landschap. Van toepassing is dan artikel 2.56 van de omgevingsverordening Gelderland.

8.

aandeel appartementen in het gehele plan is overigens relatief beperkt en sluit dan ook aan bij het woningmarktonderzoek waarin geconcludeerd wordt dat de omvang van de vraag naar koopappartementen niet overschat moet worden. In het plan is daarom het grootste deel van het woningbouwprogramma grondgebonden. Het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan bevat voor het noordelijke deel (het hof) een interne parkeeroplossing (50 parkeerplaatsen). Voor het appartementengebouw is voldoende parkeerruimte in beginsel eronder (half)verdiept mogelijk. Toetsende schetsen door een architect tonen de mogelijkheid van 69 (half)verdiepte parkeerplaatsen. Deze schetsen zijn niet voor openbaar gebruik, daarmee is de onduidelijkheid begrijpelijk. Met de parkeernormen uit het plan (zie artikel 27.2) zijn er 112 parkeerplaatsen voor de bewoners nodig en 24 parkeerplaatsen voor bezoekers. Hiervoor is voldoende plaats binnen de bestemming Woongebied-1. Een marktuitvraag moet leiden tot een creatief ontwerp, waarbij het parkeeraspect goed moet worden opgelost. Eventueel resterend benodigde parkeerplaatsen kunnen worden opgelost in de buitenruimte, bijvoorbeeld met parkeren op de weg. Daarnaast is binnen de bestemming Woongebied-1 nog ruimte voor andere oplossingen. De door indieners gevreesde parkeeroverlast voor de bestaande wijk wordt niet gedeeld.

Er zijn drie opties in het plan opgenomen, het is aan de markt om via maximaal twee ontsluitingen de nieuwbouw te ontsluiten. Dit is naar aanleiding van zienswijzen aan de regels in het plan toegevoegd. Verkeerstechnisch is een ontsluiting tegenover de Kruisakkerweg een wenselijke optie. Zo is het centrale punt niet precies tegenover een voorgevel van een woning. Zie ook onder paragraaf 2.3. Voor onze reactie verwijzen wij naar paragraaf 2.3.

De indiener heeft gelijk. Dit is gecorrigeerd in de toelichting op het plan.

- 28 -

Zienswijze 13: d.d. 25 oktober 2021, kenmerk 2021-60959 Zienswijze

Reactie

1.

De indiener uit zijn zorgen over uitzicht vanuit hun woning en de tuin. De zorgen zitten vooral in het appartementencomplex met een bouwhoogte van 10 m (twee bouwlagen en garage). Door de inkijk vanuit de appartementen wordt veel privacy van de tuin ingeleverd.

Wij verwijzen voor onze reactie naar paragraaf 2.2: de groenbuffer wordt vergroot naar 15 m.

2.

De groenstrook is een goede invulling. Echter duurt het een aantal jaar voordat de groenstrook een hoogte krijgt om de inkijk te beperken. De indiener pleit ervoor om eerst aan te planten, voor over te gaan tot bouw.

Wanneer het plan onherroepelijk is, wordt overgegaan tot de ontwikkeling van het gebied. Het is hierbij niet bezwaarlijk om te starten met de aanplant van deze groenstrook. Hierbij wordt een forsere maat bomen en struiken aangeplant. Deze werkwijze is vaker toegepast zoals in de wijk Achter ’t Holthuis.

3.

Daarnaast worden zorgen geuit over de verkeersafwikkeling, met name bij de Basseltlaan. De motorvoertuigen vanaf de Basseltse Enk ontsluiten op de Kruisvoorderweg. Wanneer het verkeer de kortste weg naar Twello centrum neemt, is de Basseltlaan kortste weg. De indiener wil weten hoe dit verkeersluw blijft en of overleg met bewoners mogelijk is.

Voor de Basseltlaan is een fysieke maatregel voorgesteld (knip), waardoor de Basseltlaan alleen geschikt is voor bestemmingsverkeer, fietsers en voetgangers. De definitieve vorm en locatie van de fysieke maatregel vindt plaats in afstemming met aanwonenden van de Basseltlaan.

Zienswijze 14: d.d. 25 oktober 2021, kenmerk 2021-61186

1.

Zienswijze

Reactie

De indiener is van mening dat er zonder enig overleg of participatie met buurtbewoners de wijk wordt aangepast. Daarbij vindt de indiener het vreemd dat de gronden (ooit tot de familie behorend) tot dusverre nimmer in beeld waren voor woningbouw.

Er is wel aandacht geweest voor participatie. Wij hadden namelijk ook de behoefte om voor de formele procedure van het ontwerpbestemmingsplan informatie te delen met belanghebbenden en geïnteresseerden. In maart 2021 is een globaal stedenbouwkundig plan te presenteren. Voor meer informatie verwijzen wij naar paragraaf 2.1. Daarnaast kan in het algemeen worden gesteld dat aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen (zie bijvoorbeeld de uitspraak Raad van State d.d. 9 mei 2018; ECLI:NL:RVS:2018:1545) Voor participatie wordt verwezen naar paragraaf 2.1.

2.

De nieuwe wijk aan de Kruisweg is buiten alle proporties. Vanaf de Rijksstraatweg tot aan de Kruisdwarsweg staan nu 17 woningen. Het plan zorgt voor een toename van 88 woningen

Voor de woningbouw aan de Kruisweg verwijzen wij naar paragraaf 2.2. Mede op basis van het onderzoek van Goudapppel Coffeng wordt samen met de provincie

- 29 -

(42 appartementen, 46 woningen). Deze woningen ontsluiten op de smalle en drukke Kruisweg.

Gelderland (wegbeheerder N344 en N792) en met inwoners verder onderzoek gedaan naar hoe de verkeerstoename zo veilig en optimaal mogelijk kan worden verwerkt. Bestaande knelpunten en de ervaren verkeersonveiligheid maken deel uit van dit onderzoek, zo ook de huidige situatie op de Kruisweg. Voor onze verdere reactie op het verkeersaspect verwijzen wij naar paragraaf 2.3.

3.

De indiener vindt de bouw van het appartementengebouw bezwaarlijk vanwege het verstoren van de privacy en het woongenot. Met daarbij horende licht en (geluids)overlast.

Het appartementengebouw komt op een minimale afstand van 15 m ten opzichte van het perceel van de indiener, hierbinnen wordt ook aangeplant. Hiermee is in redelijkheid weinig lichtoverlast te verwachten. Het geluid neemt ten opzichte van huidige situatie toe, echter zijn dit geluiden die bij een woonwijk in Twello horen.

4.

In de planvorming wordt geen rekening gehouden met fietsers, wandelaars en spelende kinderen. De uitweg aan de Rijksstraatweg is nu al niet erg overzichtelijk en zal meer moeilijkheden veroorzaken.

Het plan bevat openbare ruimte voor speelmogelijkheden voor kinderen. Voor fietsers en voetgangers zijn directe, comfortabele en fijnmazige routes aanwezig richting het centrum en richting het buitengebied voorzien. Daarnaast wordt, zoals al eerder gesteld, mede op basis van het onderzoek van Goudapppel samen met de provincie Gelderland (wegbeheerder N344 en N792) en met inwoners verder onderzoek gedaan naar hoe de verkeerstoename zo veilig en optimaal mogelijk kan worden verwerkt. Bestaande knelpunten en de ervaren verkeersonveiligheid maken deel uit van dit onderzoek, zo ook de huidige aansluiting met de Rijksstraatweg. Voor onze verdere reactie op het verkeersaspect verwijzen wij naar paragraaf 2.3.

5.

De indiener vreest voor schade en (geluids)overlast bij eventuele bouwplannen. Daarnaast ook voor waardevermindering van de woning.

Geluidsoverlast tijdens de bouwfase is niet te vermijden. De geluidsoverlast tijdens de bouw is wel aan algemene regels gebonden, bijvoorbeeld regels over werktijden. Er is geen reden om te verwachten dat sprake zal zijn van extreme geluidsoverlast in dit plan. Ook over eventuele schade is er geen reden om aan te nemen dat daar sprake van zal zijn met dit plan. Projectontwikkelaars en bouwbedrijven zijn te zijner tijd verantwoordelijk voor het onderzoeken van de draagkracht van de bodem voor woningbouw, en de geschikte wijze van funderen. Als grondeigenaar zullen wij hier zorgvuldig mee omgaan. Vermeende waardevermindering van een onroerende zaak wordt niet als een bezwaar gezien tegen een plan. Maar het staat indiener vrij om binnen 5 jaar na het

- 30 -

onherroepelijk worden van het plan een verzoek om planschade in te dienen, evenals om een aansprakelijkstelling voor eventuele schade aan de woning in te voeren.

Zienswijze 15: d.d. 25 oktober 2021, kenmerk 2021-61185 Zienswijze

Reactie

1.

De indiener heeft met verbijstering en ontsteltenis kennis genomen van de plannen. Van participatie en overleg is geen sprake geweest en er wordt geen rekening gehouden met de belangen van de huidige bewoners.

2.

De indiener spreekt zijn ongenoegen uit over een 13 m hoog appartementencomplex dat mogelijk gemaakt wordt aan de Kruisweg en het feit dat hier 88 woningen op een relatief kleine oppervlakte worden gerealiseerd.

Er is wel aandacht geweest voor participatie. Wij hadden namelijk ook de behoefte om voor de formele procedure van het ontwerpbestemmingsplan informatie te delen met belanghebbenden en geïnteresseerden. In maart 2021 is een globaal stedenbouwkundig plan gepresenteerd. Voor meer informatie verwijzen wij naar paragraaf 2.1. Wij verwijzen naar onze reactie in paragraaf 2.2.

3.

Er heeft geen correcte afweging plaatsgevonden bij de keuze voor TwelloNoord. Waarom uitbreiding, terwijl er in de kern nog legio mogelijkheden zijn? De gemeente noemt ‘het versterken van biodiversiteit en ecologie’ als belangrijke voorwaarde bij de locatiekeuze. Twello-Noord had daarom af moeten vallen als woningbouwlocatie.

Het locatieonderzoek heeft verschillende mogelijkheden onderzocht, door de omvang van de woningbouwopgave vielen inbreidingslocaties grotendeels af. Locaties zoals de 4 Erven, het voormalig Veluws College terrein en omgeving en de locatie Beersen zijn in beeld voor woningbouw. Met de woningbouwontwikkeling wordt meervoudige waarde gecreëerd, de woningbouw levert meerwaarde voor de biodiversiteit en ecologie door het versterken van natuur en landschap.

4.

Natuur en landschap van Nieuw Basselt worden aangetast door de voorgenomen ontwikkelingen (onder andere dassenburcht en vleermuizenverblijf).

Een groot deel van het huidige gebruik is intensief agrarisch te noemen. Een fors deel van het te ontwikkelen plangebied wordt extensief agrarisch, landschappelijk en natuurrijk ingevuld waardoor er een meer en kwalitatief beter leefgebied ontstaat voor een groot aantal dier- en plantsoorten. Voor de dassenburcht loopt een ontheffing bij de provincie Gelderland in het kader van de Wet Natuurbescherming. De provincie heeft aangegeven dat dit de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand niet in de weg staat. De uiteindelijke ontheffing wordt gepubliceerd en ligt 6 weken ter inzage. De toekomstige inrichtingstekening bij de aanvraag is toegevoegd aan de toelichting op het plan. Voor de vleermuizen gaat het om verlies van niet-essentieel foerageergebied, er zijn voldoende alternatieven in de omgeving. Daarnaast is beoordeeld dat het foerageergebied in de Fliertlanden

- 31 -

5.

6.

Er is onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat de extra stikstofdepositie geen gevolgen heeft voor de Natura 2000-gebieden. Door te kiezen voor een vormvrije m.e.r. ontloopt de gemeente haar zorgplicht. Een correcte m.e.r. zou plaats moeten vinden.

De indiener heeft sterke twijfels over de representativiteit van het verkeersonderzoek. Ook is geen rekening gehouden met het feit dat de Kruisvoorderweg veel door vrachtwagencombinaties en landbouwvoertuigen wordt gebruikt, die de - 32 -

geschikter wordt. Het plan overschrijdt niet de drempelwaarde van categorie D 11.2 (Bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage). Om die reden is geen sprake van een m.e.r.-plicht maar is het noodzakelijk om een vormvrije m.e.r-beoordeling op te stellen. Daarnaast is het verplicht een m.e.r. op te stellen indien een passende beoordeling noodzakelijk is ten behoeve van een plan. Het stikstofonderzoek is uitgevoerd conform de vereiste methode en de bijbehorende handleiding. De conclusie is dat de ontwikkeling niet leidt tot significante effecten voor de nabijgelegen Natura 2000gebieden. Aangezien significante effecten op voorhand uitgesloten kunnen worden, is het niet noodzakelijk een passende beoordeling op te stellen. Om deze reden is een verplichte m.e.r. niet noodzakelijk, de conclusie zou inhoudelijk hetzelfde zijn. De locatie van stikstofgevoelige habitattypen in natura 2000-gebieden en de op deze locatie aanwezige soorten is vastgelegd in de AERIUS Calculator. De beoordeling van de toename van de depositie als gevolg van de toename van het autoverkeer is uitgevoerd conform de Handreiking Voortoets Stikstof. Op basis van deze Handreiking moet alleen voor habitattypen met een naderende overbelasting door stikstof worden vastgesteld of significant negatieve effecten op voorhand uitgesloten kunnen worden.

In de rekenpunten waar sprake is van een naderende overbelasting is alleen (potentieel) leefgebied voor de kwartelkoning aanwezig. Uit de gebiedsanalyse voor Rijntakken blijkt dat significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie zijn uitgesloten. Omdat significant negatieve effecten als gevolg van de gebruiksfase zijn uitgesloten kan gebruik worden gemaakt van de vrijstelling van de vergunningplicht die sinds 1 juli 2021 geldt voor bouwactiviteiten. Daarnaast is in het onderzoek ook aandacht besteed aan de bouwfase. Door middel van berekeningen is aangetoond hoeveel emissie mogelijk is zonder dat dit leidt tot een toename van de depositie als gevolg van de bouwfase. Vervolgens is inzichtelijk gemaakt hoeveel inzet van machines mogelijk is binnen deze emissie én is op basis van vergelijkbare projecten vastgesteld dat het mogelijk is de woningen te realiseren binnen deze emissie. Mede op basis van het onderzoek van Goudapppel Coffeng wordt samen met de provincie Gelderland (wegbeheerder N344 en N792) en met inwoners verder onderzoek gedaan naar hoe de

hele breedte van de weg innemen. Zelfs al is het verkeersonderzoek representatief, komt het aantal verkeersbewegingen met een toename van 500 al gauw op het maximum van 2000. De enige oplossing zou dan een verbreding van de weg zijn. Hier is de indiener fel op tegen.

verkeerstoename zo veilig en optimaal mogelijk kan worden verwerkt. Bestaande knelpunten en de ervaren verkeersonveiligheid maken deel uit van dit onderzoek, zo ook de Kruisvoorderweg. Voor meer informatie verwijzen wij naar paragraaf 2.3.

7.

Een voormalig wethouder heeft in 2002 bekrachtigd dat in Twello-Noord niet gebouwd zou worden. In 2017 is nog eens bevestigd dat de gronden een agrarische bestemming hebben. Indiener voelt zich nu overvallen door de plannen. Ook omdat tot voor kort alles stil werd gehouden door de gemeente (o.a. inzet wvg). Daarnaast is met de input vanuit de buurt tijdens de digitale inloopavond van maart 2021 niets gedaan.

8.

De onderzoeken op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, flora en fauna, bodem en geohydrologie, wonen en leefomgeving, de verkeerssituatie, archeologie- en explosievenonderzoek, de watertoets en de algehele veiligheid zijn deels onjuist dan wel incompleet. De wijze waarop de nieuwe woningen (via een omweg) ontsloten worden, leidt volgens berekeningen van de indiener tot een extra CO2-uitstoot van 57.000 kilo (over een periode van 4 jaar).

Het is vervelend dat er in het verleden verkeerde verwachtingen zijn gewekt. Echter, in het algemeen kan worden gesteld dat aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen (zie bijvoorbeeld de uitspraak Raad van State d.d. 9 mei 2018; ECLI:NL:RVS:2018:1545). Over het planproces en de input verwijzen wij naar paragraaf 2.1. De onderzoeken zijn uitgevoerd door gerespecteerde bureaus, die werken volgens de wettelijk vastgelegde procedures en normen. Zonder overlegging van deskundige contrarapportage kan in redelijkheid hiervan worden uitgegaan.

9.

10.

11.

Nu al wordt er vaak te hard gereden op de Kruisvoorderweg. Door aparte fietspaden door de groenstrook aan te leggen, wordt te hard rijden volgens de indiener nog verder gestimuleerd. Deze stelt daarom voor om in plaats daarvan fietsstroken aan beide zijden van de Kruisvoorderweg te realiseren. Ontsluiting via de Kruisweg en Parkelerweg is geen optie. De verkeerstellingen die dit besluit ondersteunen, zijn niet representatief doordat deze in coronatijd hebben plaatsgevonden. Enige optie is volgens de indiener een rotonde.

12.

De indiener vreest dat bomenaanplant aan de Kruisvoorderweg het uitzicht belemmert en voor minder opbrengst van zonnepanelen zorgt.

13.

De indiener eist dat de huidige begrenzing van de bebouwde kom gehandhaafd blijft. Dit betekent onder meer dat er geen - 33 -

De indiener is niet geheel duidelijk op dit punt. Wij vermoeden dat het betrekking heeft op de ‘aanbeveling/mogelijkheid’ om van de Kruisweg een eenrichtingsweg te maken. In dat geval heeft de indiener een punt. Echter, verkeersveiligheid heeft voor de gemeente ook een hoge prioriteit. Met de aanplant van bomen compenseren wij de CO2-uitstoot. Voor onze reactie verwijzen wij naar paragraaf 2.3.

Onze reactie is opgenomen in paragraaf 2.3. Overigens was tijdens de coronaperiode de verkeersdrukte buiten de lock-downs op vele locaties vrij vlot weer op het niveau van voor de coronaperiode. Wel was de verdeling over de dag anders met een minder drukke ochtend- en avondspits. Over het algemeen wordt het uitzicht nauwelijks belemmert door de aanplant van bomen. Bij het inrichtingsplan wordt zoveel als mogelijk met dergelijke aspecten rekening gehouden. Echter zullen er wel bomen worden geplant. Wij zijn niet voornemens om de verkeerskundige bebouwde kom in dit gebied te wijzigen. Hierbij willen wij ook de

14.

15.

16.

17.

straatverlichting wordt geplaatst langs de Kruisvoorderweg en langs eventuele voetpaden in de groenstrook langs de Kruisvoorderweg. De indiener vraagt om een visuele versmalling van de Kruisvoorderweg, bijvoorbeeld door eerder genoemde fietssuggestiestroken, zodat de huidige snelheidslimieten van 30 en 60 km/u beter nageleefd worden. De indiener vreest dat aanplant aan de Kruisvoorderweg de groei van de fruitbomen van hun bedrijf aan de Kruisvoorderweg 4 belemmert, doordat zonlicht wordt weggenomen. De indiener wil niet dat er sprake is van overlast (o.a. geluid) tijdens de bouwfase die de bedrijfsvoering belemmert.

landschappelijke inrichting van het gebied overeind houden, door enkel noodzakelijke verlichting te plaatsen, rekening houdend met de omgeving en ecologie. Voor onze reactie verwijzen wij naar paragraaf 2.3.

Wij houden rekening met de bestaande kersenboomgaard. Te denken valt aan aanpassing van de soortensamenstelling of beheer van de bomen. Geluidsoverlast tijdens de bouwfase is niet te vermijden. De geluidsoverlast tijdens de bouw is wel aan algemene regels gebonden, bijvoorbeeld regels over werktijden. Er is geen reden om te verwachten dat sprake zal zijn van extreme geluidsoverlast in dit plan. Deze afstand is al geborgd in het plan. De afstand tot ‘De Kleine Basselt’ is 66 m.

De indiener vraagt om een minimale afstand van 50 m tussen nieuwe bebouwing en bijbehorende percelen en hun fruitteeltbedrijf. Hierbij verwijst de indiener naar een juridisch advies dat gegeven is aan de Tweede Kamer, waarin wordt aangeraden de minimale afstand van 50 m vast te leggen in de Omgevingswet.

Zienswijze 16: d.d. 26 oktober 2021, kenmerk 2021-61188 en zienswijze 17: d.d. 26 oktober 2021, kenmerk 2021-61465 Zienswijze

Reactie

1.

Met de ontwikkeling van Twello-Noord acteert de gemeente als projectontwikkelaar en doet aan grondspeculatie. De gemeente neemt zo onverantwoorde risico’s.

De gemeente wil juist grondspeculatie voorkomen en heeft daarom gekozen om de Wvg te vestigen voor een actief grondbeleid. En hiermee regie op de woningbouw te hebben. Grondeigenaren zijn daarbij gehouden om hun gronden bij een voorgenomen verkoop eerst aan de gemeente aan te bieden, waardoor de gemeente niet direct hoeft te concurreren met bijvoorbeeld projectontwikkelaars.

2.

De ontwikkeling van Twello Noord doet afbreuk aan de waarde van de gemeente als groene parel tussen de stedelijke agglomeraties Deventer en Apeldoorn.

De gemeente heeft zich in 2018 gecommitteerd aan de regionale Woonagenda met als gezamenlijk doel kwalitatieve groei. Daarnaast houden wij bij deze ontwikkeling net als voorheen rekening met de kwaliteiten en kenmerken van het landschap en de omgeving.

- 34 -

3.

De participatie is onvoldoende geweest. De bewoners van de huidige wijk en de Rijkstraatweg zijn niet betrokken en vragen worden niet of onvolledig beantwoord.

Er is wel aandacht geweest voor participatie. Wij hadden namelijk ook de behoefte om voor de formele procedure van het ontwerpbestemmingsplan informatie te delen met belanghebbenden en geïnteresseerden. In maart 2021 is een globaal stedenbouwkundig plan te presenteren. Voor meer informatie verwijzen wij naar paragraaf 2.1.

4.

De gemeente kiest voor uitbreiding, terwijl er in de kern nog voldoende kleinere locaties beschikbaar zijn. De indiener noemt als voorbeelden het terrein van ‘De Baar Trucks’ aan de Rijksstraatweg 34 en de locatie van ‘Leerkes Moto Fun’ aan de Rijksstraatweg 97.

5.

De verkeersonderzoeken van Royal HaskoningDHV en Goudappel zijn onvolledig en gedateerd. Actuele tellingen zijn er niet, of hebben in de Covid-periode plaatsgevonden. De plannen voorzien niet in een correcte verkeersafhandeling in de wijk en aan voetgangers, fietsers en spelende kinderen wordt geen aandacht besteedt. Ook leiden de plannen tot een onaanvaardbare verkeersdruk op de Rijkstraatweg.

In het locatieonderzoek zijn de verschillende mogelijkheden geanalyseerd. Waar mogelijk worden inbreidingslocaties ontwikkeld naar woningbouw. De genoemde voorbeelden zijn bedrijfslocaties. Los van de eventuele aantallen en in hoeverre ze daarmee bijdragen aan de woningbehoefte, is er ook veel vraag naar bedrijfslocaties. Per geval wordt beoordeeld of herontwikkeling van bedrijfslocaties naar woningbouw past binnen de gemeentelijke beleidskaders en het maatschappelijk draagvlak. Het plan bevat openbare ruimte voor speelmogelijkheden voor kinderen. Voor fietsers en voetgangers zijn directe, comfortabele en fijnmazige routes aanwezig richting het centrum en richting het buitengebied. Tijdens de coronaperiode was de verkeersdrukte buiten de lock-downs op vele locaties vrij vlot weer op het niveau van voor de coronaperiode. Wel was de verdeling over de dag anders met een minder drukke ochtend- en avondspits. Goudappel heeft onderzoek gedaan naar de verkeersafhandeling in de wijk en op de hoofdwegen rondom het plangebied. Uit het rapport blijkt dat de Rijksstraatweg de relatief kleine verkeerstoename prima kan verwerken. Zie ook onder paragraaf 2.3.

6.

Er is onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat de extra stikstofdepositie geen gevolgen heeft voor de Natura 2000-gebieden. Daarnaast is de keuze voor een vormvrije m.e.r. incorrect.

Het stikstofonderzoek is uitgevoerd volgens de vereiste methode en de bijbehorende handleiding en de conclusie is dat de ontwikkeling niet leidt tot significante effecten voor de nabijgelegen Natura 2000gebieden. Zie beantwoording over de vormvrije m.e.r. onder zienswijze 15, punt 5.

Zienswijze 18: d.d. 26 oktober 2021, kenmerk 2021-61276

1.

Zienswijze

Reactie

De participatie is onvoldoende geweest. Bewoners hebben geen brief of uitnodiging om mee te denken ontvangen en de gemeente heeft geen bezoek aan de wijk gebracht. Enige participatie is de digitale

Er is wel aandacht geweest voor participatie. Wij hadden namelijk ook de behoefte om voor de formele procedure van het ontwerpbestemmingsplan informatie te delen met belanghebbenden en geïnteresseerden. - 35 -

inloopavond geweest. Met de input van bewoners tijdens deze avond is niets gedaan. 2.

3.

Het verkeersonderzoek van Goudappel is onvolledig en gebaseerd op aannames. Zo zijn de Reuvekampsweg, Parkelerweg en Koningin Wilhelminaweg niet meegenomen. Over de Reuvekampsweg is door de indieners al eens gesproken met de verkeerskundige van de gemeente. Hier is door de gemeente geen vervolg aangegeven, omdat de situatie op andere straten urgenter was. De Reuvekampsweg en Koningin Wilhelminaweg waren bovendien tijdens de recente werkzaamheden aan de Rijkstraatweg zeer druk door sluipverkeer. De indieners zijn bang dat dit een voorbode is van de toekomstige situatie. Natuur en landschap van Nieuw Basselt worden aangetast door de voorgenomen ontwikkelingen (onder andere dassenburcht en vleermuizenverblijf).

In maart 2021 is een globaal stedenbouwkundig plan te presenteren. Voor onze verdere reactie verwijzen wij naar paragraaf 2.1. Mede op basis van het onderzoek van Goudapppel wordt samen met de provincie Gelderland (wegbeheerder N344 en N792) en met inwoners verder onderzoek gedaan naar hoe de verkeerstoename zo veilig en optimaal mogelijk kan worden verwerkt. Bestaande knelpunten en de ervaren verkeersonveiligheid maken deel uit van dit onderzoek, zo ook de huidige situatie op de Reuvekampsweg, Parkelerweg en Koningin Wilhelminaweg. Verwezen wordt naar 2.3. Het sluipverkeer tijdens de werkzaamheden staat op zichzelf en houdt geen verband met het voorliggend plan. Een groot deel van het huidige gebruik is intensief agrarisch te noemen. Een fors deel van het te ontwikkelen plangebied wordt extensief agrarisch, landschappelijk en natuurrijk ingevuld waardoor er meer en kwalitatief een beter leefgebied ontstaat voor een groot aantal dier- en plantsoorten. Voor de dassenburcht loopt een ontheffing bij de provincie Gelderland in het kader van de Wet Natuurbescherming. De provincie heeft aangegeven dat dit de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand niet in de weg staat. De uiteindelijke ontheffing wordt gepubliceerd en ligt 6 weken ter inzage. De toekomstige inrichtingstekening bij de aanvraag is toegevoegd aan de toelichting op het plan.

Voor de vleermuizen gaat het om verlies van niet-essentieel foerageergebied, er zijn voldoende alternatieven in de omgeving. Daarnaast is beoordeeld dat het foerageergebied in de Fliertlanden geschikter wordt.

4.

Er is onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat de extra stikstofdepositie geen gevolgen heeft voor de Natura 2000-gebieden. Door te kiezen voor een vormvrije m.e.r. ontloopt de gemeente haar zorgplicht. Een correcte m.e.r. zou plaats moeten vinden.

5.

De indieners voelen zich voorgelogen door de gemeente. Tijdens de digitale inloopavond in maart 2021, is hen te kennen gegeven dat het plan nog gemaakt moest worden. De indieners stellen stukken te hebben waaruit blijkt dat het plan op 17 februari al gereed was en op 28 februari door de raad bevestigd. Het vertrouwen in de gemeente is hiermee geschaad.

Het stikstofonderzoek is uitgevoerd volgens de vereiste methode en de bijbehorende handleiding en de conclusie is dat de ontwikkeling niet leidt tot significante effecten voor de nabijgelegen Natura 2000gebieden. Zie beantwoording over de vormvrije m.e.r. onder zienswijze 15, punt 5. Wij verwijzen naar paragraaf 2.1. Wij betreuren het dat een conceptversie naar buiten is gelekt. Dit heeft tot misverstanden geleid die juist voorkomen dienden te worden.

- 36 -

Zienswijze 19: d.d. 26 oktober 2021, kenmerk 2021-61265 Zienswijze

Reactie

1.

De indieners hebben met verbijstering en ontsteltenis kennis genomen van de plannen. Van participatie en overleg is geen sprake geweest en er wordt geen rekening gehouden met de belangen van de huidige bewoners.

Er is wel aandacht geweest voor participatie. Wij hadden namelijk ook de behoefte om voor de formele procedure van het ontwerpbestemmingsplan informatie te delen met belanghebbenden en geïnteresseerden. In maart 2021 is een globaal stedenbouwkundig plan gepresenteerd. Voor onze verdere reactie verwijzen wij naar paragraaf 2.1.

2.

De indieners spreken hun ongenoegen uit over een 13 m hoog appartementencomplex dat mogelijk gemaakt zou worden aan de Kruisweg en het feit dat hier 88 woningen op een relatief kleine oppervlakte worden gerealiseerd.

Voor onze reactie verwijzen wij naar paragraaf 2.2.

3.

Er heeft geen correcte afweging plaatsgevonden bij de keuze voor TwelloNoord. Waarom uitbreiding, terwijl er in de kern nog legio mogelijkheden zijn? De gemeente noemt ‘het versterken van biodiversiteit en ecologie’ als belangrijke voorwaarde bij de locatiekeuze. Twello-Noord had daarom af moeten vallen als woningbouwlocatie

De locatiestudie wordt gesteund door de provincie Gelderland. Voor onze verdere reactie verwijzen wij naar paragraaf 2.1. Met het plan wordt meervoudige waarde gecreëerd, de woningbouw levert meerwaarde voor de biodiversiteit en ecologie door het versterken van natuur en landschap.

4.

Natuur en landschap van Nieuw Basselt worden aangetast door de voorgenomen ontwikkelingen (onder andere dassenburcht en vleermuizenverblijf).

Een groot deel van het huidige gebruik is intensief agrarisch te noemen. Een fors deel van het te ontwikkelen plangebied wordt extensief agrarisch, landschappelijk en natuurrijk ingevuld waardoor er meer en kwalitatief een beter leefgebied ontstaat voor een groot aantal dier- en plantsoorten. Voor de dassenburcht loopt een ontheffing bij de provincie Gelderland in het kader van de Wet Natuurbescherming. De provincie heeft aangegeven dat dit de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand niet in de weg staat. De uiteindelijke ontheffing wordt gepubliceerd en ligt 6 weken ter inzage. De toekomstige inrichtingstekening bij de aanvraag is toegevoegd aan de toelichting op het plan.

5.

Er is onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat de extra stikstofdepositie geen gevolgen heeft voor de Natura 2000-gebieden. Door te kiezen voor een vormvrije m.e.r. ontloopt de gemeente haar zorgplicht. Een correcte m.e.r.

Voor de vleermuizen gaat het om verlies van niet-essentieel foerageergebied, er zijn voldoende alternatieven in de omgeving. Daarnaast is beoordeeld dat het foerageergebied in de Fliertlanden geschikter wordt. Het stikstofonderzoek is uitgevoerd conform de vereiste methode en de bijbehorende handleiding en de conclusie is dat de ontwikkeling niet leidt tot significante effecten voor nabijgelegen Natura 2000-

- 37 -

6.

zou plaats moeten vinden.

gebieden.

Het verkeersonderzoek van Goudappel is incompleet. Vooral over de situatie op de Kruisweg hebben de indieners grote zorgen. Op deze 4,20 m brede weg verdubbelt het aantal motorvoertuigen. Indieners zijn bang voor een verkeersinfarct bij de uitrit Kruisweg en Parkelerweg. Ten slotte worden voetgangers, fietsers en spelende kinderen in het geheel niet genoemd.

Zie beantwoording over de vormvrije m.e.r. onder zienswijze 15, punt 5. De zorgen over de Kruisweg zijn ook benoemd in het onderzoek van Goudappel Coffeng. Mede op basis van het onderzoek van Goudapppel wordt samen met de provincie Gelderland (wegbeheerder N344 en N792) en met inwoners verder onderzoek gedaan naar hoe de verkeerstoename zo veilig en optimaal mogelijk kan worden verwerkt. Verwezen wordt naar paragraaf 2.3. Het plan bevat in de openbare ruimte speelmogelijkheden voor kinderen. Voor fietsers en voetgangers zijn directe, comfortabele en fijnmazige routes aanwezig richting het centrum en richting het buitengebied. Zie hiervoor paragraaf 3.3.1 in de toelichting op het plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10946951/2