Zienswijzennotitie (2021-70487)
Tekst van het document
De plannen voor de aanleg van de westelijk randweg worden op dit moment ook ontwikkeld. In deze plannen wordt gesproken over het opheffen en/of sluiten van spoorwegovergangen voor vracht- en autoverkeer. Hierdoor gaan verkeerstromen wijzigen en zal verkeer nog meer via de Domineestraat, Iordensweg en Veilingstraat geleid worden. Doordat al deze verkeerstromen samen komen op de
Het onderzoek van Goudappel Coffeng toont aan dat de huidige weginfrastructuur de verkeerstoename als gevolg van de woningbouw prima aan kan. Uitvoering van de plannen over de voltooiing van de randweg om Twello en de aanpassingen op spoorwegovergangen optimaliseren de bereikbaarheid en verkeersveiligheid van Twello in brede zin. Met de voltooiing van de westelijke randweg met tunnel wordt een
- 55 -
Domineestraat en Iordensweg voorziet de indiener trechtervorming, toename van het aantal onveilige situaties en nog meer overlast voor de bewoners langs deze wegen. Nu al is de overlast groot tijdens de spits tussen de spoorwegovergang Domineestraat en de Rijkstraatweg: vele minuten wachten voordat de weg overgestoken kan worden of een auto de oprit af kan, is geen uitzondering. De overlast zal ook nog verder toenemen als de frequentie waarmee treinen gaan rijden toeneemt, omdat de spoorwegovergang dan nog vaker en hoogstwaarschijnlijk langer achtereen gesloten is. Daarbij werd tijdens de informatiesessie over de westelijke randweg door ProRail al aangegeven dat de overweg Domineestraat nu al in de top 100 van meest onveilige overwegen staat. Deze overweg wordt op basis van het huidige ontwerpbestemmingsplan, de wijze waarop de wijken ontsloten worden, wijziging in de verkeerstromen door afsluiting van overwegen en omdat er überhaupt geen plan ligt om te gaan investeren in de veiligheid van deze overweg, alleen maar onveiliger. Dat kan de gemeenteraad op basis van de huidige plannen en voorhanden informatie onmogelijk steunen.
route gerealiseerd die veilig is en waarop doorstroming belangrijk is. Deze aantrekkelijke route, zonder wachttijden bij het spoor, zorgt ervoor dat een aanzienlijk deel van het huidige verkeer op de Molenstraat en de H.W. Iordensweg verschuift naar de randweg. De verkeersdruk op de overweg Domineestraat neemt daarmee af. Daarnaast dragen maatregelen op andere spoorwegovergangen en aanpassingen op het wegennet in de kern Twello bij aan een aantrekkelijk netwerk voor fietser en voetganger conform het Voorster verkeersbeleid (Programma Mobiliteit 2020 t/m 2030).
Vanwege de keuze voor de wijze waarop “Nieuw Basselt” ontsloten gaat worden, gaat extra verkeer gebruik maken van de wegen Kruisvoorderweg, Reuvekampsweg en Kruisweg. Op deze wegen is het nu al lastig om elkaar met auto’s te passeren zonder dat een auto de berm moeten gebruiken. Tijdens het onderhoud aan de Rijksstraatweg is door al het sluipverkeer al ervaren hoe gevaarlijk dit is voor wandelaars (de wegen zijn onderdeel van verschillende wandelroutes, bijv. klompenpaden). Tijdens de inloopmomenten is weliswaar aangegeven dat berekeningen en modellen aantonen dat de wegen qua type weg de verkeersdruk aan kunnen. Maar in de praktijk hebben modellen het te vaak mis en staan ze te ver van de werkelijkheid. Verkeerstromen worden onderschat, overlast zoals die nu ook al ervaren wordt, worden er niet in meegenomen; er wordt uitsluitend gerekend met de capaciteit van de weg. Ongetwijfeld is aanpassing van deze wegen noodzakelijk en deze aanpassingen gaan vervolgens weer ten koste van het landelijke sfeer en landschappelijke landgoederen karakter zoals ook door de gemeenteraad in de december 2008 is nagestreefd en vastgelegd in “Leidraad Spoorzone 2030+”. De gemeenteraad hoort niet lichtzinnig terug te komen op eerder vastgestelde visie documenten. Tijdens de gehouden inloopsessies zijn door burgers veel goede vragen gesteld en
Mede op basis van het onderzoek van Goudapppel Coffeng wordt samen met de inwoners en de provincie Gelderland (wegbeheerder N344 en N792) de komende periode in overleg gegaan en onderzocht hoe de verkeersafwikkeling in de huidige situatie en met de nieuwbouw zo veilig en optimaal mogelijk kan worden verwerkt. De situatie op de Reuvekampsweg, Kruisweg en Kruisvoorderweg worden hierbij ook verkend. Verwezen wordt naar paragraaf 2.3.
Verwezen wordt naar paragraaf 2.1.
- 56 -
verbetersuggesties aangedragen, maar deze zijn niet terug te vinden. Op papier is er sprake van zogenaamde burgerparticipatie, maar in de praktijk is er niets met de inbreng gedaan. Zienswijze 31: d.d. 27 oktober 2021, kenmerk 2021-61426
1.
Zienswijze
Reactie
Er is voorafgaand aan de terinzagelegging van het plan geen inspraak verleend aan de direct belanghebbenden conform de procedure van de afdeling 3.4 van de Algemene wet Bestuursrecht en er is niets gedaan met de, als bijlage bijgevoegde, zienswijze over de ontwikkelingen aan de Holthuizerstraat. De indieners vragen daarom om opnieuw inspraak te krijgen op: De locatiekeuze voor de Holthuizerstraat in Twello.250. Het voorontwerp van het plan, hiervoor was voldoende aanleiding voor gezien de vragen en opmerkingen op de informatieavond in maart 2021. Het verhogen van het aantal woningen aan de Holthuizerstraat van 57 woningen in Twello.250 naar 150 in het plan.
Verwezen wordt naar paragraaf 2.1. De aanname is onjuist, dit is wel gebeurd bij onderliggend plan. Niet in het kader van de Wvg, vanwege vereiste spoed en het doel is dit ook niet wettelijk noodzakelijk. Inspraak op de locatiekeuze wordt dan ook niet heroverwogen.
Van deze alsnog geboden inspraak, moet de gemeente een eindverslag opstellen met een reactie op de zienswijzen.
De achtergelaten suggesties op het prikbord zijn waar mogelijk verwerkt in het plan. Op de bijgevoegde bijlage is gereageerd, spijtig genoeg vond de indiener het niet nodig om deze reactie bij te voegen. In de locatiestudie Twello.250 woningbouwlocaties landschappelijk onderzoek is een schetsmatig aantal woningen gepresenteerd. Hierbij is het voorbehoud gemaakt dat het daadwerkelijke aantal woningen pas inzichtelijk wordt bij een nadere schetsen. Dit aantal is nu opgenomen in het plan. Dit is de inspraakprocedure, reacties op zienswijze worden hierin vastgelegd.
2.
3.
De percelen aan de Holthuizerstraat hebben de dubbelbestemmingen Waarde-Archeologie 4, Waarde-Ecologie – Groene Ontwikkelzone (GO) en Waarde-Landschap. Volgens de indieners houdt dit onder meer in dat het gebied onder een provinciaal beschermingsregime valt en dat bestemmingsverandering naar wonen niet is toegestaan. Dit gegeven is niet meegenomen in Twello.250. Er zou dus een nieuw, aanvullend locatieonderzoek plaats moeten vinden waarin verschillende locaties afgewogen worden.
Dit gegeven is niet meegenomen in de locatiestudie, maar wel in dit plan. Zie ook onder punt 4.
De indieners menen dat het locatieonderzoek Twello.250 onrechtmatig gewijzigd is ten opzichte van de versie die ten tijde van de informatieavond beschikbaar was, door het toevoegen van een addendum. Daarnaast hebben de indieners de volgende vragen:
Het advies uit de locatiestudie Twello.250 woningbouwlocaties landschappelijk onderzoek is opgevolgd door de mogelijkheden aan de Zuiderlaan verder in beeld te brengen in het Addendum. Het Addendum is door de gemeente opgesteld, en bij dit plan toegevoegd. Het Wvg-besluit is openbaar, evenals het rapport (bovengenoemd) dat hieraan ten grondslag heeft gelegen.
Wie is de auteur van het addendum? Wanneer is het addendum toegevoegd aan Twello.250? Met welke reden is het addendum toegevoegd? - 57 -
Indieners stellen dat dit gebied onder het GNN valt. Dit klopt niet, wel staat beschreven dat het doel is deze gebieden met dubbelbestemming Waarde-ecologie – GO toe te voegen aan het GNN. Deze maken er nu nog geen deel van uit.
Wij willen de regierol in de
De beoordelingscriteria zijn opgesteld nadat de bestuurlijke keuze voor de locatie Holthuizerstraat is gemaakt. Graag ontvangen de indieners informatie over de manier waarop deze keuze tot stand is gekomen. De gemeente geeft in het addendum aan een regierol te willen pakken door via de Wvg eigenaar van de gronden te worden. De indieners geven aan dat er al meerdere locaties beschikbaar waren die in handen waren van projectontwikkelaars. De gemeente kan eisen stellen over het programma, zonder eigenaar te zijn van de gronden. Waarom wil de gemeente eigenaar worden van de gronden? Waarom is niet eerder geschakeld met marktpartijen? Dan waren er nu minder woningen nodig. In het addendum staat, onder 2.1.1, dat minstens een grotere ontwikkellocatie noodzakelijk is. De indieners twijfelen aan de juistheid van deze stelling. Deze vraag is tijdens de eerder kenbaar gemaakte zienswijze onbeantwoord gebleven. Daarnaast zijn er meerdere alternatieve locaties beschikbaar in Twello.250. 4.
5.
Uit het ontwikkelingsplan Fliertdal blijkt dat woningbouw op de percelen aan de Holthuizerstraat niet samengaat met de ontwikkelingsdoelen van de GO en GNN. Kleinschalige ontwikkelingen kunnen hier alleen als de kernkwaliteiten worden behouden of versterkt. Het woningbouw-plan moeten daarom worden verkleind tot de aantallen die zijn genoemd in het locatieonderzoek Twello.250 uit 2018. In het verkeersonderzoek van Goudappel staat dat de huidige verkeersbelasting voor de Holthuizerstraat 1264 per etmaal bedraagt. Dit komt niet overeen met de ervaring van de indieners en ook de kruispuntanalyse Holthuizerstraat-Rijksstraatweg maakt dit aantal onaannemelijk. Daarnaast zou het toevoegen van 24 woningen aan de Holthuizerstraat leiden tot een te hoge belasting met gevolgen voor verkeersveiligheid, het inschijnen van licht van voertuigen in de woningen van de indieners en geluidsoverlast. De indieners stellen daarom voor om in deelgebied 3 geen woningen te projecteren zodat er geen in- en uitritten uitkomen op de Holthuizerstraat.
6.
De onderzoeken van Lievense en WSP tonen aan dat het gebied Holthuizerstraat een hoge ecologische waarde heeft. Er moet daarom een masterplan opgesteld worden waarin alle ecologische waarden gewaarborgd wordt en - 58 -
woningbouwontwikkeling om grondspeculatie tegen te gaan en een plan te ontwikkelen met een hoge ruimtelijke kwaliteit. De stelling dat er minder woningen zouden worden gerealiseerd is onjuist, integendeel. Zoals uit een zienswijze van een ontwikkelaar blijkt, zou een projectontwikkelaar met onderliggend uitgeefbaar gebied een aantal van 390 woningen passend vinden. De vraag over de noodzaak van een grotere locatie is niet eerder aan ons gesteld (dat blijkt ook uit de bijlagen van de indiener), anders was daarop gereageerd. Deze grotere locatie is noodzakelijk vanwege de behoefte en om de continuïteit in de bouwproductie te waarborgen. Zoals uit het locatieonderzoek blijkt, zijn de alternatieven niet beschikbaar, of kunnen niet in de behoefte voorzien. Verwezen wordt naar paragraaf 2.1.
De provincie Gelderland is het bevoegd gezag voor het GO en GNN. Zij hebben beoordeeld dat onderliggend plan de kernkwaliteiten in het gebied behoud en/of versterkt. Minder aantallen zouden niet voorzien in de volkshuisvestelijke behoefte die als uitgangspunt gold voor Twello.250. De verkeersgegevens zijn betrouwbaar en er is geen reden om deze te herzien. De toevoeging van 24 woningen is relatief kleinschalig, die qua verkeersbeweging veilig via de Holthuizerstraat en de Rijksstraatweg zijn af te wikkelen. Dit blijkt ook uit het onderzoek van Goudappel Coffeng. In dit deelgebied zijn twee ontsluitingswegen voorzien. De zuidelijke ontsluitingsweg is gepositioneerd tegenover de in- en uitrit van Holthuizerstraat 21, zodat de lichtoverlast van koplampen minimaal is. Bij de noordelijke ontsluiting speelt het inschijnen van licht niet gezien de situering van de Rijksstraatweg 39 en de ontsluitingsweg, alsook door de bestaande beplanting. Over geluidsoverlast, verwezen wordt naar punt 7. Zie de reactie onder punt 4. Daarbij laten de verschillende ecologische rapporten en de ‘nee, tenzij-beoordelingen’ zien dat onderliggend plan de ecologische waarden verbeteren. Het ‘masterplan’
dit moet worden toegevoegd aan het plan.
7.
Het perceel aan de Holthuizerstraat is een EVZ-natgebied. Woningbouw is hierdoor niet mogelijk. De gegevens uit het akoestisch onderzoek van WSP komen niet overeen met het verkeersonderzoek van Goudappel. Er is niet gekeken naar de invloed van geluid door het toevoegen van nieuwe woningen op de bestaande woningen aan de Holthuizerstraat. Dit maakt het akoestisch onderzoek onjuist. De indieners stellen een nieuw akoestisch onderzoek voor.
Ontwikkelingsplan Fliertdal is te vinden als bijlage 3 bij het plan. Het inrichtingsplan wordt te zijner tijd opgesteld.
Beide rapporten zijn niet met elkaar te vergelijken. In het akoestisch onderzoek is beschreven dat de Holthuizerstraat een nietzoneplichtige weg is. De geluidbelasting op de nieuw te bouwen woningen hoeft niet berekend te worden. Verder is er geen wettelijke verplichting tot het uitvoeren van akoestisch onderzoek naar de invloed op bestaande woningen, tenzij sprake is van aanleg of reconstructie van een weg. Er vindt met dit plan geen reconstructie plaats, er geldt dan ook geen wettelijke verplichting tot het uitvoeren van akoestisch onderzoek naar het effect op bestaande woningen langs de Holthuizerstraat. Uit het verkeersonderzoek blijkt dat de nieuwe woningen extra verkeer genereren van 200 motorvoertuigen op de Holthuizerstraat. Dit is een toename van de verkeersintensiteit met 16%. Er is geen reden om aan te nemen dat de extra woningen zullen leiden tot een significant andere samenstelling van de verkeersstroom. Om die reden zal de toename van de verkeersintensiteit niet leiden tot een relevante toename van de geluidbelasting op de bestaande woningen. Wel moet er sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening, waarin alle belangen, zoals verkeersveiligheid en overlast, afgewogen worden. Dit plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.
8.
9.
10.
De stikstofuitstoot tijdens de bouwfase van de woningen aan de Holthuizerstraat is niet meegenomen in het stikstofonderzoek. De indieners stellen een nieuw stikstofdepositie rapport voor. De naast het GNN gelegen wadi is niet meegenomen in de watertoets. Ditzelfde geldt voor de invloed van het EVZ-natgebied. De indieners stellen een nieuwe watertoets voor.
Ten aanzien van het beeldkwaliteitsplan (3.2 Holthuizerstraat), hebben indieners de volgend opmerkingen: - 59 -
Sinds 1 juli 2021 geldt een vrijstelling van de vergunningplicht voor stikstof in de bouwfase.
De watertoets voor dit plangebied en de inrichting van het grond- en regenwatersysteem is en wordt in nauw overleg met Waterschap Vallei en Veluwe uitgevoerd, mede op basis van geohydrologische onderzoeken van een gerenommeerd bureau. Het hoofddoel van de watertoets is het bewaken van de bestaande waterbelangen en het stimuleren van een duurzame omgang met water in het plangebied. Dit plan houdt rekening met de waterbelangen en voorziet in een duurzame omgang met regenwater gebaseerd op het principe, vasthouden, bergen en (zo min mogelijk) afvoeren. Een nieuwe watertoets geeft geen ander resultaat. Met de bomenrij is rekening gehouden door een groenbuffer van circa 13 m breed. Hier vallen de boomkruinen en het wortelgestel
De locatie is langwerpig en gelegen tussen monumentale eiken aan de Holthuizerstraat en het GNN-bosperceel en heeft een breedte van slechts circa 50 m. Als rekening wordt gehouden met de afstand die moet worden gehouden van de eiken en het bosperceel, blijft er geen ruimte voor 16 woningen over. De woningen zijn te dicht op het GNNbosperceel gesitueerd. In deelgebied 3 wordt gesproken over een woonhof. Dit is niet passend in de beperkte ruimte. 16 woningen op 4000 m² is onverantwoord en geeft geen gebruikskwaliteit. Het beeldkwaliteitsplan is een kader en richting en biedt dus te weinig aanknopingspunten om bezwaar te maken. Indieners vragen daarom om meer te borgen in het bestemmingsplan, met name de stedenbouwkundige opzet en een bouwvlak per woning. De stedenbouwkundige uitwerking heeft landschappelijk geen relatie met de Holthuizerstraat. Het plan is te massaal, met te weinig ruimte tussen de woningen op de begane grond waardoor de bebouwing vanuit de Holthuizerstraat één massief houten wand lijkt. De bebouwing is ‘verloren’ gesitueerd en doet af aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. De tuinen zijn naar de Holthuizerstraat gericht, wat voor een rommelig straatbeeld zorgt. De kavelafmetingen zijn te klein voor het woningprogramma. Dit programma (patio met slaapkamer en badkamer) past niet in de begane grond zoals deze nu is ingetekend.
De zonnepanelen zijn gericht op de Holthuizerstraat en geven een reflectie op de bestaande woningen. Daarnaast worden warmtepompunits op de begane grond gesitueerd. Indieners zijn bang dat deze in de achtertuinen worden geplaatst en ziet hierover graag regels opgenomen worden in het bestemmingsplan. De in- en uitrit zijn recht tegenover Holthuizerstraat 21 en 22 voorzien. Op deze plek zijn eerder twee eiken gekapt, die zouden worden herplant. Dit maakt dat de voorziene positie van de in- en uitrit niet mogelijk is. Het verkeer zou afgewikkeld worden op de rotonde aan de Rijksstraatweg. Nu is er toch een in- en uitrit aan de Holthuizerstraat voorzien. - 60 -
in. Het bosperceel is bestemd als Bos, de bestemming Groen vergroot dit deel. Hiermee blijft een woongebied van circa 54 m breed en circa 115 m lang over. Dit is voldoende ruimte voor de beoogde levensloopbestendige 16 woningen, deze doelgroep heeft geen behoefte aan een grote tuin. De stedenbouwkundige hoofdopzet (globaal bouwvlak, groenbuffers, bouwhoogte, gevellijn) ligt vast in het plan. Om de creativiteit van de markt te benutten is een flexibel plan opgesteld, dit wordt niet verder gereguleerd. Het beeldkwaliteitsplan is een toetsingskader voor welstand. Bij een omgevingsvergunning kan bij niet juiste toepassing, door belanghebbenden een bezwaar worden gemaakt. Stedenbouwkundig wordt een vernieuwende woonvorm toegevoegd aan de bestaande voorraad. Het stedenbouwkundige plan toont de haalbaarheid van het gewenste woningprogramma. De nadere uitwerking, situering en architectuur moet nog worden gemaakt, vandaar de flexibele opzet. Op de verbeelding is een gevellijn aangegeven. Dit houdt in dat de voorgevels van woningen georiënteerd worden richting de Holthuizerstraat. Dit voorkomt juist een rommelig beeld. Zonnepanelen zijn nog niet mee-ontworpen. Evenals andere technische voorzieningen moet dit te zijner tijd mee ontworpen zijn in de architectuur. Dit is als voorwaarde opgenomen in het beeldkwaliteitsplan.
In het plan is vergunningsvrij bouwen uitgesloten vanwege de landschapswaarden. Een eerder plan in Twello heeft bij het dure segment patiowoning (3 slaapkamers + badkamer op de begane grond) een 2 gebruiksoppervlakte van circa 150 m . Onderliggend programma (8 duur, 8 middelduur) kan met een gemiddeld 2 oppervlakte van 385 m met overige voorzieningen (weg, parkeren, carport/berging, tuin) uit. Het klopt dat er twee kapvergunningen voor eiken zijn verleend; één in 2015 en één in 2016. Voor beide vergunningen is geen herplantplicht opgegeven aan de Holthuizerstraat, deze zijn op andere locaties gecompenseerd. Het merendeel van het verkeer van de Fliertlanden wordt via de rotonde afgewikkeld. De ontwikkeling aan de Holthuizerstraat is altijd beoogd te ontsluiten
De indieners zouden graag strikte regels in het plan opgenomen zien, die gedetailleerd ingaan op de boomsoorten, de kruiden, het soort verharding en de verlichting.
11.
via deze straat. Het inrichtingsplan wordt de komende periode (2022/2023) opgesteld, want het voert te ver om dat gedurende deze ruimtelijke procedure (juridisch bindend) vorm te geven. Het exploitatieplan is voor het kostenverhaal bij zelfrealisatie van de grondeigenaren. Wanneer zij de locatie gaan ontwikkelen, hebben zij te voldoen aan de verplichtingen in het beeldkwaliteitsplan of bestemmingsplan. Het is daarmee niet nodig dit ook in het exploitatieplan op te nemen.
De indieners zien graag de kwalitatieve verplichtingen uit het beeldkwaliteitsplan ook opgenomen in het exploitatieplan en de verplichtingen uit het exploitatieplan gedetailleerd per woongebied opgenomen in de koopakten met particulieren en ontwikkelaars.
In het vervolg worden deze verplichtingen, maar ook om andere aspecten te stimuleren, in kavelpaspoorten en marktuitvragen opgenomen. Zienswijze 32: d.d. 27 oktober 2021, kenmerk 2021-61443 Zienswijze
Reactie
1.
De indiener heeft bewust gekozen voor een woning met ruime opzet, met veel oog voor een landschappelijk karakter. De woningbouwopgave is begrijpelijk, enkel leidt dit tot teleurstelling bij de indiener.
In het algemeen kan worden gesteld dat aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen (zie bijvoorbeeld uitspraak Raad van State d.d. 9 mei 2018; ECLI:NL:RVS:2018:1545).
2.
Eerdere plannen van het bedrijf Schoneveld werden afgekeurd vanwege teveel woningen, moesten passen in het landschap, type schuurwoning was geadviseerd. In de huidige stukken mist de indiener deze elementen. Geen schuurwoning te zien, geen agrarische begrenzing. Daarbij hebben de woningen een hoogte van 12 m. De indiener vindt dit niet passen in de landschappelijke omgeving waar Bloemerf wel aan moest voldoen.
De indiener heeft een stuk uit het beeldkwaliteitsplan over het hoofd gezien. Het deelgebied Fliertlanden Zuid gaat in op de agrarische woontypologie (zie pagina 57 en 58).
3.
De indiener mist in de plannen de sociale huurwoningen, daar waar wel veel behoefte aan is. De indiener vindt dat er dan ook veel verschil is met de eisen richting het bedrijf Schoneveld Breeding.
4.
De indiener doet de suggestie om inwoners mee te laten denken over het plan, ook gezien de spoorwegafsluitingen. Daarnaast wordt de suggestie gedaan om in de huid van een
In het plan worden 111 woningen in het bereikbare segment voorzien. Hiervan zijn er 56 sociale huurwoningen. Hiermee wordt circa 40% van het plan aan sociale woningbouw ontwikkeld en wordt voldaan aan het uitgangspunt voor deze woningcategorie voor de kern Twello. Wij verwijzen naar paragraaf 2.1. De eventuele spoorwegafsluitingen horen bij een ander plan, genaamd het WoonWerkLeef-plan gemeente Voorst.
De indiener plaatst een terechte opmerking over de maximale hoogte van de woningen. Uit landschappelijk oogpunt wordt deze aangepast. Vanwege de beeldkwaliteitseisen (forse kap) is een bouwhoogte van 10 m noodzakelijk om ook aan de eisen van het Bouwbesluit te kunnen voldoen.
- 61 -
ander te kruipen als wonende aan de Dernhorstlaan.
Beide plannen houden onderling rekening met elkaar. De gemeente probeert om zo veel mogelijk aan ieders individueel belang tegemoet te komen, maar mag daarbij het algemene belang nooit uit het oog verliezen. Dit kan met elkaar conflicteren.
Zienswijze 33: d.d. 27 oktober 2021, kenmerk 2021-61437
1.
Zienswijze
Reactie
De indiener heeft zijn woning gekocht in 2005 vanwege de ligging in het landelijke gebied en op loopafstand van het centrum. De tuin en de unieke fauna (reeën) zorgen voor veel woonkwaliteit. De nieuwbouw gaat dit veranderen. De privacy wordt ook verminderd door het aantal fietsers en voetgangers die vanaf de Basseltse Enk naar het centrum over de Basseltlaan zullen gaan.
In het algemeen kan worden gesteld dat aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen (zie bijvoorbeeld uitspraak Raad van State d.d. 9 mei 2018; ECLI:NL:RVS:2018:1545). De Basseltlaan is een openbare weg en daarmee vrij toegankelijk. Dit houdt in dat bij een openbare weg alle verkeer over de weg mag voor zover dit niet door de aard van de weg (bijvoorbeeld een voetpad) of wetgeving (bijvoorbeeld ´verboden voor motorvoertuigen´) wordt beperkt. De Basseltlaan voldoet goed voor langzaam verkeer. Hiermee blijft de gemeente binnen de huidige mogelijkheden van de weg.
2.
In het plan is achter de tuin van de indiener de bestemming Woongebied-1 op 5 m van de perceelsgrens gepland. Het plan geeft aan dat hier gestapelde bouw van 10 m hoog op 5 m van de perceelsgrens van de indiener en op 22 m mag 13 m hoog zonder beperking van goothoogte worden gerealiseerd. Een groenstrook van 5 m is volgens de indiener geen royale groenstrook. Als uitgangspunt hanteert de gemeente een groenstrook van minimaal 15 m, gelijk aan de bebouwing van Achter ’t Holthuis. De woningbouwplannen doet een grote inbreuk op de privacy van de indiener. De indiener verzoekt om minimaal de groenstrook achter zijn perceel te vergroten naar 15 m.
Wij verwijzen naar paragraaf 2.2: aan het verzoek om de groenstrook te verbreden naar 15 m wordt tegemoet gekomen.
3.
Door twee compacte bouwblokken en een wat forser appartementenhuis verdwijnt het vrije uitzicht van de indiener richting ‘Kasteel Kruisvoorde’.
Niet wordt ontkend dat het uitzicht verandert als gevolg van deze planologische ontwikkeling. Door veranderde maatschappelijke opvattingen en ontwikkelingen op het ruimtelijk gebied kan bij het verstrijken der jaren evenwel geen blijvende zekerheid aan een onveranderde situatie worden ontleend. Zo ook in deze situatie. De behoefte aan woningen is onderbouwd.
- 62 -
Zienswijze 34: d.d. 27 oktober 2021, kenmerk 2021-61704 Zienswijze
Reactie
1.
De indiener maakt zich zorgen om de ontsluiting van de wijk Nieuw Basselt en in het bijzonder de sluiproute via de Basseltlaan. De indiener ziet regelmatig verkeersonveilige situaties. Dit kwam tot uiting tijdens het onderhoud aan de Rijksstraatweg. Het stemt gerust dat gedacht wordt om het sluipverkeer te voorkomen door een fysieke maatregel in de vorm van een handmatig te openen landhek. De indiener doet het verzoek om de praktische uitwerking van de fysieke maatregel op te nemen in het plan.
Het is een prettige bevestiging dat de indiener de fysieke maatregel wenselijk vindt. Omdat de Basseltlaan ons eigendom is, kan dit voorgenomen verkeersbesluit relatief eenvoudig worden genomen. Hiervoor hoeft geen verplichting in het plan te worden opgenomen. De definitieve vorm en locatie van de fysieke maatregel vindt plaats in afstemming met aanwonenden van de Basseltlaan.
2.
De breedte van de groenstrook aan de achterzijde van het perceel van de indiener is smaller dan wenselijk voor een groene buffer. Hiermee is onvoldoende rekening gehouden met de huidige bewoners. Dit gaat ten koste van de rustige ligging en het vrije uitzicht. Het plan heft invloed op het groene uitzicht en leidt tot meer geluidsoverlast. Een bredere groene buffer met voldoende hoogte in groenvoorziening tussen ons perceel en de wijk de Basseltse Enk maakt verschil. De positieve aspecten van bredere groenstroken voor milieu, plant en dier spreken voor zich.
Wij hanteren als uitgangspunt een 15 m brede groenzone bij een appartementengebouw. Voor reguliere woningbouw volstaat, vanwege de lagere bouwhoogte, een groenzone van minimaal 6 m breed voor een goede landschappelijke inpassing. Dit ook vanuit de overweging dat hier geen openbaar pad wordt aangelegd.
Zienswijze 35: d.d. 27 oktober 2021, kenmerk 2021-61699
1.
Zienswijze
Reactie
De indiener ziet met het plan Fliertlanden het landelijke uitzicht vanuit hun woning verdwijnen. In het hart van hun zichtlijn komt bebouwing tot wel 12 m hoogte.
Niet wordt ontkend dat het uitzicht verandert als gevolg van deze planologische ontwikkeling. Door veranderde maatschappelijke opvattingen en ontwikkelingen op het ruimtelijk gebied kan bij het verstrijken der jaren evenwel geen blijvende zekerheid op een onveranderde situatie worden ontleend. Zo ook in deze situatie. De behoefte aan woningen is onderbouwd. De bouwhoogte wordt vanuit landschappelijk oogpunt aangepast en gewijzigd naar 10 m. Vanwege de beeldkwaliteitseisen (forse kap) is een bouwhoogte van 10 m noodzakelijk om ook aan de eisen van het Bouwbesluit te kunnen voldoen.
2.
Schoneveld Breeding wilde destijds een woonwijk met zo’n twintig woningen realiseren. De gemeente heeft dit toen afgewezen vanwege het unieke karakter van het gebied; de ecologische verbindingszone en het landschappelijke karakter. Dit heeft
Het is prettig dat de indiener het belang van het landschappelijke karakter benadrukt. In de planvorming is hier zeer zorgvuldig naar gekeken. Zo wordt slechts een derde van het totale plangebied ingezet voor woningbouw en zodoende is de
- 63 -
geleid tot de huidige opzet, met veel aandacht voor het ‘terugbrengen' van oorspronkelijke landschapselementen en het creëren van landschappelijke zichtlijnen. Deze waarden zijn tot uiting gekomen in het plan. De aanplant van de singels (natuur) en het onderhoud daarvan zijn voor rekening van de eigenaren van de betreffende kavels. De mandelige natuurpaden worden onderhouden door de elf huizen die onder het Bloemerf vallen. De indiener is van mening dat bij de ontwikkeling van de nieuwbouw de visie van behoud van het landschappelijk karakter en terugbrengen van natuur gecombineerd met kleinschalige nieuwbouw volledig loslaat.
woningdichtheid relatief laag. De overige gronden binnen het plangebied worden aangewend voor onder andere natuurontwikkeling (zoals versterking van de Fliert, aanleg van bos en extensief beheerde agrarische gronden). Ook binnen de woonvelden is veel aandacht voor groenstructuren en het dorpse karakter.
3.
De indiener constateert dat er op de verbeelding een kavel staat geprojecteerd in het natuurdeel langs de Fliert. Dit strookt niet met de landschappelijke onderlegger met woonvelden, die leidend zouden zijn in de planvorming. De kavel komt niet voor in verschillende beeldvormende situatieschetsen. De indiener vindt een kavel met nokhoogte van 12 m en goothoogte van 4 m niet passen in de landelijke en natuurvisie. Indiener wil dat deze kavel vervalt en dat er een andere bestemming wordt gezocht. Door het daadwerkelijk als natuur te benaderen en verder te optimaliseren. Dit gedeelte is in feite het smalste stuk van de ecologische hoofdstructuur tussen Twello Zuid en Twello Noord.
In de stedenbouwkundige uitwerking van het plan is de landschappelijke onderlegger leidend geweest. De kavel die de indiener aanhaalt is uiteindelijk enkele meters dichter op de Fliert gepositioneerd dan de landschappelijke onderlegger aangeeft. De verkaveling is gebaseerd op een integrale afweging van verschillende beleidskaders en de belangen vanuit volkshuisvesting, landschap, cultuurhistorie, natuur en financiële uitvoerbaarheid. Op basis hiervan zijn wij van mening dat de verkaveling past binnen de omgeving en geen afbreuk doet aan de hoofdstructuur.
4.
Er is een discrepantie tussen het beeldkwaliteitsplan en het ontwerp bestemmingsplan. De indiener vindt dat bij stoere zadeldaken en relatief lage goten een maatvoering met een nokhoogte van 8,5 m en goothoogte van 3 m hoort in plaats van respectievelijk 11 m en 4 m. In het beeldkwaliteitsplan (p.52) wordt een wandelpad voorzien. Dit sluit aan op privéeigendom. Daarna gaat dit over in het mandelige pad. In het nader onderzoek ecologie wordt expliciet gewezen op de lichtverstoring die een woonwijk met zich meebrengt. Indiener
De bouwhoogte wordt gewijzigd naar 10 m. Vanwege de beeldkwaliteitseisen (forse kap) is een bouwhoogte van 10 m noodzakelijk om ook aan de eisen van het Bouwbesluit te kunnen voldoen.
5.
6.
Op 2 ha staan in het gebied aan de Dernhorstlaan een totaal van 12 woningen in combinatie met natuurontwikkeling. Dit is zowel nieuwbouw als bestaande bouw. Dit betekent 6 woningen per ha. Onderliggend plangebied bedraag circa 34,5 ha. Dit betekent circa 8,4 woningen per ha. Dit verschil is verklaarbaar vanwege de hogere dichtheid op de percelen die op relatief korte afstand van Twello Centrum liggen. Daarbij speelt ook dat sinds de planvorming rondom Schoneveld Breeding de situatie op de woningmarkt aanzienlijk is gewijzigd en de druk sterk is toegenomen. Dit speelt niet alleen in de gemeente Voorst, maar ook regionaal en landelijk. De gemeente is van mening dat het gaat om relatief kleinschalige nieuwbouw op een landschappelijk verantwoorde wijze.
De indiener wordt op dit punt tegemoet gekomen, het wandelpad wordt aangepast in het beeldkwaliteitsplan en sluit direct aan op het openbare mandelige pad. In het inrichtingsplan wordt rekening gehouden met de ecologische waarden van de Fliert. Hierbij zal ook aandacht zijn voor
- 64 -
7.
maakt zich hier zorgen over. Het is s’avonds en s’nachts donker en daarmee goed voor de ecologie. De indiener verzoekt aan de gemeente om maximaal in te zetten op het beperken van lichtverstoring. De indiener wil dat het natuurgebied tussen de Fliert en de Dernhorstlaan als zodanig wordt bestemd. Dit heeft nu de bestemming Agrarisch met waarden – Landschap. Door dit te ontwikkelen als natuur, sluit dit aan op het nabijgelegen Natura-2000 gebied.
lichtverstoring, met name langs de bestaande groenelementen.
De bestemming Agrarisch met waarden – Landschap draagt bij aan de ecologie en is in die zin ook natuur. Hier hoort echter wel een ander ruimtelijk beeld bij. Het nabijgelegen Natura-2000 gebied zijn de uiterwaarden van de IJssel. Wij vermoeden dat de indiener dit niet bedoeld. Wellicht dat de nabijgelegen bomenpartij wordt bedoeld. Voor de afwisseling van het landschap wordt gekozen om dit gebied extensief agrarisch in te richten. Deze afwisseling in landschap is goed voor de soortenrijkdom in het gebied.
Zienswijze 36: d.d. 27 oktober 2021, kenmerk 2021-61702 Zienswijze
Reactie
1.
De indiener heeft geconstateerd dat enkele wandelpaden zijn getekend op mandelige eigendommen van het project Bloemerf aan de Dernhorstlaan. Het verzoek luidt om eerst in gesprek te gaan met de beheerders, alvorens verdere uitwerking in de stukken op te nemen, of mogelijk te maken in het plan.
Met de wens voor wandelpaden is rekening gehouden in het plan. Dit om duidelijkheid te scheppen richting bestaande en toekomstige bewoners. Over de exacte situering van de paden wordt tijdens de uitvoering graag met de eigenaren en naaste bewoners in overleg treden. Overigens vervalt het pad evenwijdig aan de Fliert.
2.
De ontsluiting van het Hof Dernhorstlaan is beoogd nagenoeg tegenover de mandelige weg van het Bloemerf aan de westzijde van de Dernhorstlaan. Verkeerskundig is een kruising – conform 30 km/h richtlijn ingericht – een logische. Dit blijkt echter niet uit de tekeningen. Daarbij ook de vraag of wordt aangesloten op het riool? Waar de beheerders van het Bloemerf in de huidige situatie verantwoordelijk voor zijn. Hierover ook het verzoek om in overleg te gaan, voordat verdere uitwerking in de stukken worden opgenomen.
Het ontwerp van deze locatie moet – binnen de kaders van het bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan – door een architect en landschapsarchitect verder worden vormgegeven. De inrichting van de kruising is hierbij ook nadere uitwerking. Het vuilwaterriool van Hof Dernhorstlaan wordt niet aangesloten op de riolering van het Bloemerf waarover het mandelig eigendom geldt. Het wordt aangesloten op de riolering van het waterschap dat gelegen is in de Dernhorstlaan. Een aanvullend overleg is niet nodig omdat niet op het mandelig riool wordt aangesloten. Uiteraard bestaat bereidheid tot een overleg, maar dit vindt plaats los van deze planprocedure.
3.
4.
Aan de oostzijde van de Dernhorstlaan is de bestemming Verkeer opgenomen. Gezien het groene karakter van de Dernhorstlaan, het belang van groen in de woonomgeving graag aanpassing naar de bestemming Groen.
De bestemming Verkeer is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan Buitengebied. Deze komt overeen met de huidige ligging van de Dernhorstlaan. Langsparkeren of wegverbreding is niet beoogd voor deze locatie.
Het is namelijk niet wenselijk om de weg te verbreden, dan wel hiermee langsparkeren mogelijk te maken.
Het parkeren voor de nieuwbouw wordt opgelost op het eigen terrein.
De paden aan de westzijde van het Bloemerf zijn gepland op de mandelige eigendommen
De wandelpadenstructuur in dit gebied is enigszins aangepast. De beoogde paden
- 65 -
en op eigendom van enkele bewoners. Hierdoor wordt de rustige woonomgeving veranderd, de recreatieve routes worden gebruikt door de wijk Fliertlanden. Dit vraagt daarnaast om een toenemende verantwoordelijkheid qua beheer en onderhoud en daarmee samenhangende kosten. De indiener verzoekt de aansluiting te laten vervallen.
zijn niet verbonden met privé percelen, maar wel met het openbare mandelige perceel om verbinding met de Dernhorstlaan te kunnen maken. Wij gaan graag in overleg over deze aansluiting. De aantakking op de wandelpadenstructuur levert ook meerwaarde op voor de bestaande bewoners.
Zienswijze 37: d.d. 28 oktober 2021, kenmerk 2021-62304
1.
Zienswijze
Reactie
De indiener constateert in het ontwerpbeeldkwaliteitsplan dat de Dernhorstlaan is gelegen op hoge rug die zowel aan de westzijde (Fliertdal) als aan de oostzijde wordt begrensd door een geulachtige natte laagte. De locatie waar nu natte natuur wordt voorzien, ligt op een hoge landschappelijke rug en is hiermee niet geschikt voor de ontwikkeling van natte natuur. Rondom de geplande nieuwe bebouwing wordt voorzien in een grachtstructuur. Om deze blauwe elementen jaarrond watervoerend te maken, moet veel grond worden afgegraven. Wat een verdrogend effect op de omgeving zal hebben.
De genoemde blauwe elementen betreffen wadi’s. Deze zijn bedoeld om het regenwater op te vangen en te infiltreren in de ondergrond, waarna deze weer droog vallen. Het is zeker niet de bedoeling om deze jaar rond watervoerend te houden.
4 Aanpassingen naar aanleiding van de zienswijzen Enkele van de zienswijzen geven aanleiding wijzigingen door te voeren in het plan. Daarnaast bestaat er ook aanleiding om ambtshalve wijzigingen door te voeren. Het gaat om de volgende punten: 4.1 Bestemmingsplan In de regels is het volgende toegevoegd:
In artikel 11.2 onder sub 10 is een maximale frontbreedte van 60 m opgenomen voor het appartementencomplex bij Woongebied-1; In artikel 11.2 onder sub 11 is opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - sociale huur' uitsluitend hoofdgebouwen zijn toegestaan die als sociale huurwoning worden gebouwd; Vanwege de toevoeging ‘specifieke bouwaanduiding – voorwaardelijke verplichting trillingen’ op de verbeelding, zijn hierop de regels in de bestemmingen Wonen-1 (artikel 11.2) en Woongebied-6 (artikel 16.2) aangevuld; In artikel 11.4.2 is het aantal toegestane ontsluitingen bij Woongebied-1 maximaal twee. In de verbeelding is het volgende gewijzigd:
Bij de bestemming Woongebied-1 aan de Kruisweg, in plandeel Nieuw Basselt, wordt aan de oostzijde de bestemming Groen vergroot naar een breedte van 15 m; De functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - sociale huur’ (sw-sh) is opgenomen voor enkele percelen in het plandeel Fliertlanden Noord; Op enkele percelen in Fliertlanden Zuid is bij de bestemming Wonen-1 en de bestemming Woongebied-6 de voorwaardelijke verplichting ‘specifieke bouwaanduiding –
- 66 -
voorwaardelijke verplichting trillingen’ opgenomen voor onderzoek naar en voorkomen van trillingshinder; De bouwhoogte van een viertal bouwvlakken onder de bestemming Wonen-1 in het plandeel Fliertlanden Zuid wordt aangepast van 11 m naar 10 m. Daarnaast bestaat aanleiding de verbeelding op enkele ondergeschikte punten ambtshalve te wijzigen. Het gaat hier bijvoorbeeld om kleine verschillen tussen de verbeelding en de kaart Woningcategorieën en inrichting waardoor het uitgeefbaar gebied niet overeenkwam. Dit is gewijzigd, maar wordt niet afzonderlijk toegelicht.
Voor
Na
Voor
Na
Voor
Na
- 67 -
In de toelichting is het volgende gewijzigd: -
Nationaal landschap Veluwe is nader gemotiveerd; De inrichtingstekening behorend bij de ontheffingsprocedure van Wet natuurbescherming is toegevoegd; Het overzicht van de achtergelaten tips/suggesties uit de digitale inloop – met daarbij een korte reactie – is toegevoegd als bijlage; Naast deze aanpassingen, vinden enkele ondergeschikte ambtshalve tekstuele aanpassingen plaats.
4.2 Beeldkwaliteitsplan De volgende (ambtshalve) wijzigingen zijn doorgevoerd in het beeldkwaliteitsplan: -
Aanpassingen in het landschapsplan hebben tot een actualisering geleid van het beeldmateriaal op pagina 8, 10, 18, 23, 33, 44, 52, 61; Aanpassingen in het stedenbouwkundige plan hebben tot een actualisering geleid van het beeldmateriaal op pagina 12, 15, 57, 59; Op pagina 18 zijn tekstuele wijzigingen doorgevoerd. Hierbij is toegevoegd dat behoud van de karakteristieke boerderij een meerwaarde vormt voor de omgeving; De kavel met een vrijstaande woning is gewijzigd en hoort nu bij de beeldkwaliteit van ‘vrijstaande en dubbele woonhuizen’; De kaarten Ontwikkelingswijze en Woningtypologieën zijn vernieuwd op pagina 70 en 71.
4.3 Exploitatieplan De volgende (ambtshalve) wijzigingen zijn doorgevoerd in het exploitatieplan: -
-
-
-
In het zuidelijk gelegen deelgebied van plandeel Nieuw Basselt (fase 1.2 volgens de Faseringskaart bij het exploitatieplan) is in het bestemmingsplan gekozen voor een wat bredere bestemming Groen aan de zuidoostkant van dit deelgebied. Het uitgeefbare deel bedoeld voor het appartementencomplex is als gevolg daarvan iets opgeschoven in noordwestelijke richting. De nieuwe ligging is aangegeven op de aangepaste kaart Woningcategorieën en inrichting. Door het uitgeefbare deel loopt een eigendomsgrens. Gevolg van de verschuiving is dat de verdeling van programma en grondopbrengsten van deze kavel over de beide eigenaren ook enigszins verandert. Daarmee verandert de berekende exploitatiebijdrage voor de beide eigenaren ook. De oppervlakte van deze kavel (kavel 37) verandert enigszins (van 6.177 m2 naar 6.176 m2). Daardoor verandert de berekende bijdrage per kavel ook enigszins. Als gevolg van enkele ondergeschikte wijzigingen door een discrepantie tussen de verbeelding van het bestemmingsplan en de kaart Woningcategorieën en inrichting, zijn de oppervlakten van tabel 1 in par. 4.1 veranderd. De oppervlakte van het bruto plangebied in tabel 1 is met 1 m2 verminderd (afrondingskwestie), hetgeen doorwerkt in tabel 2 bij de oppervlakte van eigenaar 4 (eveneens 1 m2 minder). Dit heeft voor eigenaar 4 verder geen financiële gevolgen.
Vanwege deze wijzigingen zijn de Kaart woningcategorieën en inrichting Nieuw Basselt en kaart woningcategorieën en inrichting Fliertlanden (bijlage 2a en 2b), Faseringskaart Nieuw Basselt en Faseringskaart Fliertlanden (bijlage 3a en 3b) en de Kaart uitgeefbare delen Nieuw Basselt en Kaart uitgeefbare delen Fliertlanden (bijlage 9a en 9b) aangepast. De begrotingspost Grondwerken is met ruim € 5.111 toegenomen doordat niet het volledige plangebied was meegenomen (ca. 1.700 m2) bij het egaliseren en grondwerk ten behoeve van bouwrijp maken. Dit werkt ook door in het percentage onvoorzien. Het woonrijp maken is ruim € 85.468 lager begroot. Hier liggen de volgende oorzaken aan ten grondslag: o Door aanpassingen in metrage openbaar gebied zijn de posten ‘opschonen terrein na bouw’ en grondwerk ten behoeve van woonrijp maken naar boven bijgesteld met bijna € 27.814; - 68 -
Door aanpassingen in de ramingen zijn de posten verkeersmaatregelen en aanpassingen / verplaatsen lichtmasten en armatuur per saldo met € 10.100 afgenomen; o In de berekening van de kosten voor aanleg groenvoorzieningen zat een dubbeltelling in het gehanteerde metrage. Dit is hersteld en leidt tot € 96.851 lagere kosten; o Door aanpassingen a t/m c is het bedrag voor onvoorzien met € 6.331 naar beneden bijgesteld. Par. 4.5.4 handelt over de toerekening van de kosten van het geluidscherm. Bij het aantal profiterende woningen blijkt een cluster nieuwbouwwoningen binnen het plangebied niet te zijn meegenomen. Daardoor worden niet 55 maar 65 profiterende woningen meegerekend in het plangebied. Van de adressen buiten het plangebied valt er één af, namelijk Parallelweg 11B. Dit is geen woning. Het aantal profiterende woningen buiten het plangebied komt zo op 13. Hiermee komt de verhouding in plaats van 55/69 op 65/78 te liggen. Het percentage toe te rekenen kosten is verhoogd van 79% naar 83,33%. Hierdoor zijn de kosten gestegen met € 64.003. De uitkomst van de plankostenscan (zie bijlage 12) is met € 9 afgenomen als gevolg van marginale aanpassingen in de verhouding uitgeefbaar / openbaar gebied. Hiervan wordt € 2 veroorzaakt door de plankosten en € 7 door V&T. De kosten voor V&T zijn naast bovengenoemd bedrag toegenomen met € 9.600.
Dit betreft de V&T over de buitenplanse investering in het geluidscherm vanwege de hogere opgenomen kosten van dat scherm. In par. 4.6.1, tweede zin, werd in de ontwerptekst voor sociale huurwoningen abusievelijk gesproken over een bedrag per m2 in plaats van een bedrag per kavel. Dat is gecorrigeerd. In totaal zijn de kosten verhoogd ten opzichte van het ontwerp van het exploitatieplan. De opbrengsten zijn echter niet gewijzigd. Omdat de opbrengsten lager zijn dan de geraamde kosten, is het verhaalbare bedrag aan kosten niet hoger dan in het ontwerp. Wel is de verdeling iets anders bij de eigenaren 3 en 4. Dit is gevolg van de onder punt 1 genoemde wijziging. Bijlage 5, Overzicht met bruto-exploitatiebijdragen per kavel, is om dezelfde reden iets gewijzigd. Kostenraming, bijlage 11, is uitgebreid qua onderbouwing. Verder is er een onderdeel aan toegevoegd met een raming van de kosten voor het bergbezinkbassin. o
-
-
-
-
-
-
- 69 -