Toelichting
Tekst van het document
De Wet geluidhinder (Wgh) is niet van toepassing, akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk. 4.2.3.2 Conclusie Het aspect geluid zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan. 4.2.4
Luchtkwaliteit
Met wet- en regelgeving wil de overheid zorgen voor een goede luchtkwaliteit en de burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. In de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan luchtverontreiniging zijn op grond van het Besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. De Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde of; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt of; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Bijlage 3A van de Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen nieuwe woningbouwlocaties in ieder geval NIBM bijdragen.
De NIBM-grens voor woningbouwlocaties (voorschrift 3A.2) luidt: 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; 3.000 woningen (netto) bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan 28
De Kar 9 Klarenbeek
weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.
4.2.4.1 Beoordeling Voorliggend plan beoogt de functieverandering van 'Wonen' naar 'Gemengd'. In ruil voor de toevoeging van anderhalve hectare bos en natuur, sloop van de niet karakteristieke voormalige bedrijfsgebouwen en de restauratie van de boerderij en stal, wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Gemengd’ en wordt de vestiging van twee bedrijven (Houtbouw Buitengoed de Heerlijkheid en Wasparfum Il Bucato di Adele Parfumwas) mogelijk gemaakt. Daarnaast worden in het plangebied 8 camperplaatsen gerealiseerd. Omdat de familie door persoonlijke omstandigheden genoodzaakt is om mantelzorg te verlenen op het perceel is hiervoor een mantelzorgwoning worden gebouwd. Na het vervallen van de mantelzorgsituatie kan deze in gebruik worden genomen als bijgebouw of B&B. Wasparfum Il Bucato di Adele Parfumwas is een klein distributiebedrijf met twee werknemers. Op moment van schrijven zijn de werknemers voor 1 hele dag en 4 halve dagen in de week werkzaam. Er komt eenmaal op een dag een wagen om de pakketjes op te halen. Aanleveren goederen circa. 1x per 2,5 maand-3 maanden. Opslag vindt plaats in de schuur / silo met een oppervlakte van 100 m2. Houtbouw Buitengoed de Heerlijkheid is een eenmansbedrijf voor de realisatie van overkappingen en buitenverblijven. In de werkschuur staan zaag- en schaafmachines voor houtbewerking en is er ruimte voor opslag van bouwmateriaal.
Dit heeft een ruimtebeslag van circa 100 m2.Transportbewegingen alleen door de eigenaar en incidenteel voor aanvoer van materialen. Verkeersgeneratie Volgens de CROW-publicatie ‘Kencijfers en verkeersgeneratie’ heeft een vrijstaande woning een verkeersgeneratie van 8,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal per woning. Een mantelzorgwoning (aanleunwoning, serviceflat) heeft een verkeersgeneratie van maximaal 3,0 motorvoertuigbewegingen per etmaal per woning. Een werkplaats (bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief) heeft een verkeersgeneratie van maximaal 10,9 motorvoertuigbewegingen per etmaal per 100 m2 bvo (buitengebied / weinig stedelijk) . De werkplaats voor Houtbouw Buitengoed heeft een oppervlakte van circa 100 m2. De verkeersgeneratie voor de werkplaats bedraagt in dat geval 10,9 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Houtbouw Buitengoed de Heerlijkheid is een eenmansbedrijf, transportbewegingen vinden alleen plaats door de eigenaar en incidenteel voor aanvoer van materialen. Een kleinschalig distributie centra (arbeidsextensief / bezoekersextensief) heeft een maximale verkeersgeneratie van 5,7 motorvoertuigbewegingen per etmaal per 100 m2 bvo (buitengebied / weinig stedelijk). Het bedrijfsgebouw voor Wasparfum Il Bucato di Adele Parfumwas heeft een oppervlakte van circa 100 m2. De verkeersgeneratie bedraagt 5,7 motorvoertuigbewegingen per etmaal.
Een kampeerterrein (weinig stedelijk, buitengebied) heeft volgens de CROW een gemiddelde verkeersgeneratie van maximaal 0,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal per standplaats. In het voorliggend plan worden er 8 standplaatsen gerealiseerd. De verkeersgeneratie voor de camperplaats bedraagt in dat geval 3,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De verkeersaantrekkende werking in het plangebied zal in de toekomstige situatie met 22,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal toenemen. De NIBM-tool is een rekentool waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen aan de luchtkwaliteit vastgesteld kan worden. De bijdrage van het extra verkeer is bij het voorliggend plan in 'niet betekende mate' en is het niet nodig luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren.
29
De Kar 9 Klarenbeek
Afbeelding 13 - Worst-case berek ening Nibm-tool versie 23-04-2022
De locatie ligt niet binnen 50 meter van rijkswegen of provinciale wegen. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is daarom niet noodzakelijk. Wat betreft de toets ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening worden bij woningen, op grond van de regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007, mensen blootgesteld aan luchtverontreiniging gedurende een significante periode ten opzichte van een etmaal. De Atlas Leefomgeving geeft een goede indicatie van de achtergrondconcentraties ter plekke. Uit de kaarten blijkt dat de achtergrondconcentraties luchtvervuilende stoffen ter plaatse van het plangebied relatief laag te zijn. Ook liggen ze ver onder de grenswaarden. De cijfers zijn van 2020. Achtergrondconcentratie 2020
Grenswaarde
Fijnstof PM 2,5
8-9 ug/m3
25 ug/m3
Fijnstof PM 10
14 - 15 ug/m3
40 ug/m3
Stikstofdioxide
10 - 12 ug/m3
40 ug/m3
Een algemene trend is evenwel dat de emissiefactoren van wegverkeer en de concentratie fijn stof al jaren afnemen. Het RIVM verwacht dat dit ook in de komende jaren het geval zal zijn. De blootstelling aan luchtverontreiniging in het plangebied is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. 4.2.4.2 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.
30
De Kar 9 Klarenbeek
4.2.5
Externe veiligheid
Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire (chemische fabriek, lpg-tankstation) en de mobiele (vervoer gevaarlijke stoffen) bronnen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen groepsrisico (GR) en plaatsgebonden risico (PR). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Het plaatsgebonden risico biedt burgers in hun woonomgeving een minimum beschermingsniveau tegen gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde en voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten. De gemeente Voorst wil haar burgers en bedrijven een veilige leef- en werkomgeving bieden. In die zin draagt zij een belangrijke verantwoordelijkheid als het gaat om externe veiligheid. Om die verantwoordelijkheid in te vullen is het externe veiligheidsbeleid geformuleerd. Doel hiervan is duidelijk te maken welke externe veiligheidsrisico's in de gemeente Voorst aanwezig zijn en hoe met deze en toekomstige risico's om dient te worden gegaan. Dit betekent dat onder meer invulling wordt gegeven aan de wettelijke verplichting om het groepsrisico en plaatsgebonden risico te overwegen bij het nemen van besluiten.
Bij nieuwe plannen wordt in de uitwerking rekening gehouden met rampenbestrijding en zelfredzaamheid, waarbij bijvoorbeeld nieuwe ontwikkelingen voor kwetsbare objecten met verminderd zelfredzame personen (zoals kinderopvang, basisscholen en ziekenhuizen) niet op korte afstand van het spoor worden gerealiseerd. Het plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt tengevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).
Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen dient op dit moment de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen te worden gehanteerd. Op dit moment wordt echter wel gewerkt aan nieuwe wet- en regelgeving te weten Wet Basisnet en Besluit transport gevaarlijke stoffen, met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
31
De Kar 9 Klarenbeek
4.2.5.1 Beoordeling Voorliggend plan beoogt de functieverandering van 'Wonen' naar 'Gemengd'. In ruil voor de toevoeging van anderhalve hectare bos en natuur, sloop van de niet karakteristieke voormalige bedrijfsgebouwen en de restauratie van de boerderij en stal, wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Gemengd’ en wordt de vestiging van twee bedrijven aan huis (Houtbouw Buitengoed de Heerlijkheid en Wasparfum Il Bucato di Adele Parfumwas) mogelijk gemaakt. Wasparfum Il Bucato di Adele Parfumwas is een klein distributiebedrijf met twee werknemers. Op moment van schrijven zijn de werknemers voor 1 hele dag en 4 halve dagen in de week werkzaam. Houtbouw Buitengoed de Heerlijkheid is een eenmansbedrijf voor de realisatie van overkappingen en buitenverblijven. . In het plangebied is er geen sprake van het toevoegen van gevaarlijke functies en er is geen sprake van de toevoeging van een kwetsbaar object. In het plangebied of in de nabije omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven met gevaarlijke stoffen of buisleidingen voor transport met gevaarlijke stoffen die een belemmering vormen voor dit plan. De dichtstbijzijnde transportroute van gevaarlijke stoffen is de rijksweg A1, deze ligt op een afstand van meer dan 800 meter van het plangebied. Over de Rijksweg A1 worden gevaarlijke stoffen vervoerd.
De Circulaire geeft een veiligheidszone aan rond de aangewezen rijkswegen waarbinnen de contour voor het plaatsgebonden risico dient te blijven. Deze moet gelijk aan het plaatsgebonden risico 10-6-contour worden gehanteerd. Voor het gedeelte van de Rijksweg A1 is een veiligheidszone vastgesteld van 15 meter. Binnen een afstand van 15 meter vanaf de A1 zijn geen (geprojecteerde) objecten gelegen. Uit de gegevens uit het bijlagenrapport bij het Basisnet Weg blijkt dat het groepsrisico voor het betreffende wegvak kleiner is dan 0,1 maal de orientatiewaarde. Verder geeft de Circulaire aan dat voor het gebied buiten de zone van 200 meter vanaf een route geen beperkingen hoeven worden opgelegd aan het ruimtegebruik. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk, en het plangebied ligt buiten de PR 10-6-contour. Het plangebied is gelegen op een afstand van meer dan 800 meter vanaf de A1. Gezien deze afstand en de toevoeging van een beperkt aantal personen op deze locatie zal er geen relevante toename van de personendichtheden in de zones langs de risicobron ontstaan. 4.2.5.2 Conclusie Het aspect externe veiligheid zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan. 4.2.6
Trillingen
Treinverkeer kan leiden tot trillingen in gebouwen. Deze trillingen kunnen vervolgens leiden tot verstoring van gevoelige apparatuur, hinder voor personen in de gebouwen of schade. In Nederland bestaat tot nu toe geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is het aspect trillingen niettemin een aandachtspunt in de afwegingen, omdat op grond van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening de zorg voor een goede ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Daarvoor is het nodig om mogelijke trillingshinder in kaart te brengen en deze te betrekken in de beoordeling. Vanwege het ontbreken van specifieke wetgeving, wordt voor trillingen veelal teruggevallen op de SBR-richtlijn Trillingen, deel B “Hinder voor personen in gebouwen” (SBR-B). 4.2.6.1 Beoordeling De planlocatie ligt niet in de nabijheid van een spoorlijn. Hierdoor is inachtneming van trillingen niet noodzakelijk. 4.2.6.2 Conclusie Het aspect trillingen zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.
32
De Kar 9 Klarenbeek
4.2.7
Milieueffectrapportage (MER)
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerpbestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt, moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. 4.2.7.1 Beoordeling Voorliggend plan beoogt de functieverandering van 'Wonen' naar 'Gemengd'. In ruil voor de toevoeging van anderhalve hectare bos en natuur, sloop van de niet karakteristieke voormalige bedrijfsgebouwen en de restauratie van de boerderij en stal, wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Gemengd’ en wordt de vestiging van twee bedrijven mogelijk gemaakt. Het plan omhelst de sloop van 530 m2 aan overtollige en vervallen bebouwing, hiervoor in plaats wordt circa 500 m2 aan nieuwe bebouwing gerealiseerd. Er wordt ten opzichte van de bestaande situatie (973,9 m2) geen bebouwing toegevoegd. Na realisatie is op het perceel in totaal 947 m2 aan bebouwing aanwezig. De verstening in het plangebied neemt daarmee per saldo af. Uit jurisprudentie blijkt dat wanneer de bebouwde oppervlakte als gevolg van de functiewijziging niet wordt vergroot er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het besluit m.e.r (ECLI:NL:RVS:2018:348).
Onderhavige ontwikkeling ziet op een functiewijziging waarbij het bebouwd oppervlak niet wordt vergroot. Zodoende is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoel in onderdeel D van besluit m.e.r. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de verwachte milieuhinder en cumulatie met andere projecten), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in dit hoofdstuk opgenomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Er geldt daarom geen m.e.r-plicht, geen m.e.r.-beoordelingsplicht en ook is het niet noodzakelijk een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren.
4.2.7.2 Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect milieu, nader onderzoek op het gebied van milieu is daarom ook niet nodig.
33
De Kar 9 Klarenbeek
4.3
Archeologie
Wettelijk kader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2024 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, ruimtelijke plannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld.
4.3.1
Beoordeling
Voorliggend plan beoogt de functieverandering van 'Wonen' naar 'Gemengd'. In ruil voor de toevoeging van anderhalve hectare bos en natuur, sloop van de niet karakteristieke voormalige bedrijfsgebouwen en de restauratie van de boerderij en stal, wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Gemengd’ en wordt de vestiging van twee bedrijven mogelijk gemaakt. Het plan omhelst de sloop van 530 m2 aan overtollige en vervallen bebouwing, hiervoor in plaats wordt crica 500 m2 aan nieuwe bebouwing gerealiseerd. Er wordt ten opzichte van de bestaande situatie (973,9 m2) geen bebouwing toegevoegd. Na realisatie is op het perceel in totaal 947 m2 aan bebouwing aanwezig. De verstening in het plangebied neemt daarmee per saldo af. Voor het plangebied is het bestemmingsplan 'Buitengebied' van toepassing. In het bestemmingsplan hebben de gronden in het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6'. Op deze gronden gelden er beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Bouwen is uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er een archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veiliggesteld. Dit is niet van toepassing indien het bouwplan een oppervlakte heeft kleiner dan 2500 m2 en de graafwerkzaamheden niet dieper gaan dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden plaatsvinden.
De nieuw te bouwen gebouwen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 500 m2 en de graafwerkzaamheden gaan niet dieper dan 30 cm, archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Op basis van de archeologische beleidskaart (zie afbeelding 14) van de gemeente Voorst ligt de locatie in een zone met een lage archeologische verwachtingswaarde. Voor gebieden met deze verwachtingswaarde geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen die groter zijn dan 2500 m2 én dieper dan 30 cm onder maaiveld plaatsvinden. Met deze ontwikkeling is daarvan geen sprake. Archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
34
De Kar 9 Klarenbeek
Afbeelding 14 Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Voorst
4.3.2
Conclusie
Het aspect archeologie zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.
4.4
Cultuurhistorie
Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen.
4.4.1
Beoordeling
Voorliggend plan beoogt de functieverandering van 'Wonen' naar 'Gemengd'. In ruil voor de toevoeging van anderhalve hectare bos en natuur, sloop van de niet karakteristieke voormalige bedrijfsgebouwen en de restauratie van de boerderij en stal, wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Gemengd’ en wordt de vestiging van twee bedrijven aan huis mogelijk gemaakt. Een voorwaarde aan medewerking aan de plannen is de renovatie en de bescherming van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing op het erf. Het gebouwensemble van boerderij en stal stammen uit 1911 en is door illegale bewoning en gebrek aan onderhoud sterk vervallen. Om de gebouwen te kunnen behouden voor de toekomst is het van belang dat deze op korte termijn worden gerenoveerd. Initiatiefnemers zijn in overeenstemming met de gemeente tot een renovatieplan gekomen en geven hier momenteel uitvoering aan om te voorkomen dat de situatie verder verslechterd. In het nieuwe bestemmingsplan krijgen de schuur en de boerderij een aanduiding 'karakteristiek', om daarmee de panden te beschermen voor de toekomst. Het plan draagt hiermee bij aan het behoud van de Voorster 35
De Kar 9 Klarenbeek
cultuurhistorie en de bescherming van de landelijke identiteit. Het plangebied omhelst bijna 5 hectare aan grond. Het gaat hier met uitzondering van het erf om grasland zonder begroeiing. Om landschappelijk een bijdrage te leveren is in onderhavig plan sprake van grote landschappelijke inpassing in de vorm van anderhalve hectare bos, struwelen en natuur. Hierbij is rekening gehouden met het halfopen karakter van de gronden in deze omgeving. Vanaf 1900 zijn in de omgeving van het plangebied veel bospercelen verdwenen. Dit plan draagt daarmee bij aan het terugbrengen van het halfopen karakter van deze gronden en levert daarnaast een bijdrage aan het groeien van de biodiversiteit. Het perceel zal na landschappelijke inpassing veel geschikter zijn als broed- of foerageergebied voor verschillende dieren.
De planlocatie bevat verder geen elementen die een hoge cultuurhistorische waarde hebben. Op of direct aansluitend op de locaties zijn geen Rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig die nadelige invloed ondervinden van de ontwikkeling.
4.4.2
Conclusie
Het aspect cultuurhistorie zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.
4.5
Natuuronderzoek
4.5.1
Flora en fauna
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient de natuurwetgeving beschouwd te worden. Deze wetgeving richt zich op twee hoofdthema's. Het gaat hierbij om de bescherming van natuurgebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van plant- en diersoorten (soortbescherming). De Wet natuurbescherming vervangt sinds 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland; 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden; 3. vereenvoudiging van de regels. In tegenstelling tot de Natuurbeschermingswet 1998 is de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten komen te vervallen in de nieuwe Wet natuurbescherming. De wet gaat in op gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden of Nationaal Natuurnetwerk) en op soortbescherming. De Wet natuurbescherming heeft de verbodsbepaling uit de Flora- en faunawet overgenomen dat activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten, verboden zijn. De verboden activiteiten zijn het op enige wijze verwijderen van beschermde inheemse planten van hun groeiplaats, een beschermde inheemse soort opzettelijk te verontrusten en/of nesten, holen of andere vaste rust- en verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren. Opzettelijk verstoren van vogels is in sommige situaties wel toegestaan.
Verstoren zonder dat er van tevoren een goed onderzoek naar beschermde soorten is uitgevoerd blijft strafbaar.
36
De Kar 9 Klarenbeek
4.5.1.1 Beoordeling Voorliggend plan beoogt de functieverandering van 'Wonen' naar 'Gemengd'. In ruil voor de toevoeging van anderhalve hectare bos en natuur, sloop van de niet karakteristieke voormalige bedrijfsgebouwen en de restauratie van de boerderij en stal, wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Gemengd’ en wordt de vestiging van twee bedrijven mogelijk gemaakt. In maart 2023 is er in kader van deze ontwikkeling een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (zie bijlage 2 van deze toelichting).
Gebiedsbescherming Op een afstand van circa 6780 meter ligt het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Ondanks dat de beoogde ontwikkeling buiten een beschermd gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Gezien de aard van de werkzaamheden, de projectlocatie en de (effect)afstanden tot de Natura 2000 gebieden wordt geen verstoring of negatieve effecten verwacht op het genoemde gebied. Externe werking kan worden uitgesloten Met het beheer en de aanleg van nieuwe natuur zorgt de provincie voor het versterken van bestaande natuur. Die nieuwe natuur verbindt verschillende bestaande natuurgebieden met elkaar. Het netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden noemen de provincie het Gelders Natuurnetwerk. De Groene Ontwikkelingszone (GO) bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan natuur die ruimtelijk vervlochten is met het Gelders Natuurnetwerk. Het gaat vooral om landbouwgrond, maar ook om terreinen voor verblijfs- en dagrecreatie, infrastructuur, woningen en bedrijven. Het plangebied ligt buiten het Gelders natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelzone (GO). Op basis van de ligging van het plangebied ten opzichte van de begrenzingen mag worden aangenomen dat er geen significante effecten zijn te verwachten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het GNN en de GO. Specifieke maatregelen of aanvullend onderzoek zijn niet nodig.
Bescherming houtopstanden Op de planlocatie worden geen bomen gekapt zoals bedoeld in de wet. Overtreding op dit onderdeel Wet natuurbescherming is niet aan de orde.
Soortbescherming Door middel van bureauonderzoek is onderzocht welke beschermde flora en fauna in de omgeving van het plangebied recentelijk zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op basis van het onderzoek in verspreidingsatlassen en overige beschikbare natuurinformatie is een inschatting gemaakt welke soorten er redelijkerwijs zijn te verwachten in het plangebied. Op 23 maart 2023 is het plangebied aan de Kar 9 te Klarenbeek bezocht. Daarbij werden de, in het plangebied aanwezige, natuurwaarden geïnventariseerd en beoordeeld. Tijdens dit veldbezoek was het winderig maar droog weer en ongeveer 7 graden Celsius. Er is gekeken naar mogelijke groeiplaatsen dan wel vaste rust- en verblijfplaatsen van de beschermde flora- en fauna. Het perceel en de te slopen opstal is nauwkeurig onderzocht op inheemse en uitheemse beschermde vegetatie. Er zijn geen (groeiplaatsen van) beschermde soorten aangetroffen. Ook de geraadpleegde databanken geven geen aanwijzingen naar beschermde soorten op de projectlocatie. Het perceel en de te slopen opstal is nauwkeurig onderzocht op vogels, vleermuizen en overige zoogdieren. Er worden geen nadere onderzoeken noodzakelijk geacht.
Algemene zorgplicht Om de risico’s op verstoring van beschermde soorten (bijv. vogels) op het werkterrein te minimaliseren, wordt aanbevolen om voorafgaand aan de werkzaamheden het terrein te controleren op de aanwezigheid van beschermde soorten. Voor alle beschermde soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt wel een zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te 37
De Kar 9 Klarenbeek
voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent onder meer dat een initiatiefnemer zich tijdig op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen van het plan. Bij de uitvoering moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het voorkómen van verontrusting of verstoring in de kwetsbare perioden zoals de broed-/voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden kan per soortgroep verschillen. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een plangebied in die periode bouwrijp wordt gemaakt, geeft realisatie gedurende het winterseizoen en het daaropvolgende voorjaar meestal geen problemen. Vaak is het voldoende om rekening te houden met de broedtijd (15 maart-15 juli). Als bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten.
Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, of kunnen bomen buiten het broedseizoen worden gekapt, zodat er geen vogels gaan broeden. Hierbij geldt overigens wel de algemene zorgplicht. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden onverhoopt beschermde soorten worden aangetroffen, dan moeten de werkzaamheden worden stilgelegd en dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen. Er is dan overleg nodig met het bevoegd gezag
4.5.1.2 Conclusie Het aspect natuur zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan. 4.5.2
Stikstofdepositie
Volgens de Wet natuurbescherming moet worden uitgesloten dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. Een verdere toename van de stikstofdepositie is alleen toegestaan met een vergunning Wet natuurbescherming (Wnb). Daarom dient voor nieuwe plannen en projecten onderzocht te worden of er sprake is van een significante depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden.
4.5.2.1 Beoordeling Voorliggend plan beoogt de functieverandering van 'Wonen' naar 'Gemengd'. In ruil voor de toevoeging van anderhalve hectare bos en natuur, sloop van de niet karakteristieke voormalige bedrijfsgebouwen en de restauratie van de boerderij en stal, wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Gemengd’ en wordt de vestiging van twee bedrijven mogelijk gemaakt. Het plangebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden en op ruime afstand (6780 meter) tot deze gebieden. Het betreft een kleinschalig bouwplan. Op basis van berekeningen en vergelijkbare plannen wordt geen stikstofdepositie verwacht. Stikstof vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan.
4.5.2.2 Conclusie Het aspect stikstof zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan. 38
De Kar 9 Klarenbeek
4.6
Verkeer en parkeren
Bij de aspecten verkeer en parkeren gaat erom dat het plangebied goed bereikbaar is, er geen onveilige verkeerskundige situaties ontstaan en er voldoende parkeergelegenheid in het plangebied aanwezig is. Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van parkeerkencijfers van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen 4.6.1
Beoordeling
Voorliggend plan beoogt de functieverandering van 'Wonen' naar 'Gemengd'. In ruil voor de toevoeging van anderhalve hectare bos en natuur, sloop van de niet karakteristieke voormalige bedrijfsgebouwen en de restauratie van de boerderij en stal, wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Gemengd’ en wordt de vestiging van twee bedrijven (Houtbouw Buitengoed de Heerlijkheid en Wasparfum Il Bucato di Adele Parfumwas) mogelijk gemaakt. Daarnaast worden in het plangebied 8 camperplaatsen gerealiseerd. Omdat de familie door persoonlijke omstandigheden genoodzaakt is om mantelzorg te verlenen op het perceel is hiervoor een mantelzorgwoning worden gebouwd. Na het vervallen van de mantelzorgsituatie kan deze in gebruik worden genomen als bijgebouw of B&B. Wasparfum Il Bucato di Adele Parfumwas is een klein distributiebedrijf met twee werknemers. Op moment van schrijven zijn de werknemers voor 1 hele dag en 4 halve dagen in de week werkzaam. Er komt eenmaal op een dag een wagen om de pakketjes op te halen. Aanleveren goederen circa. 1x per 2,5 maand-3 maanden. Opslag vindt plaats in de schuur / silo met een oppervlakte van 100 m2. Houtbouw Buitengoed de Heerlijkheid is een eenmansbedrijf voor de realisatie van overkappingen en buitenverblijven. In de werkschuur staan zaag- en schaafmachines voor houtbewerking en is er ruimte voor opslag van bouwmateriaal.
Dit heeft een ruimtebeslag van circa 100 m2.Transportbewegingen alleen door de eigenaar en incidenteel voor aanvoer van materialen. Verkeersgeneratie Volgens de CROW-publicatie ‘Kencijfers en verkeersgeneratie’ heeft een vrijstaande woning een verkeersgeneratie van 8,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal per woning. Een mantelzorgwoning (aanleunwoning, serviceflat) heeft een verkeersgeneratie van maximaal 3,0 motorvoertuigbewegingen per etmaal per woning. Een werkplaats (bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief) heeft een verkeersgeneratie van maximaal 10,9 motorvoertuigbewegingen per etmaal per 100 m2 bvo (buitengebied / weinig stedelijk) . De werkplaats voor Houtbouw Buitengoed heeft een oppervlakte van circa 100 m2. De verkeersgeneratie voor de werkplaats bedraagt in dat geval 10,9 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Houtbouw Buitengoed de Heerlijkheid is een eenmansbedrijf, transportbewegingen vinden alleen plaats door de eigenaar en incidenteel voor aanvoer van materialen. Een kleinschalig distributie centra (arbeidsextensief / bezoekersextensief) heeft een maximale verkeersgeneratie van 5,7 motorvoertuigbewegingen per etmaal per 100 m2 bvo (buitengebied / weinig stedelijk). Het bedrijfsgebouw voor Wasparfum Il Bucato di Adele Parfumwas heeft een oppervlakte van circa 100 m2. De verkeersgeneratie bedraagt 5,7 motorvoertuigbewegingen per etmaal.
Een kampeerterrein (weinig stedelijk, buitengebied) heeft volgens de CROW een gemiddelde verkeersgeneratie van maximaal 0,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal per standplaats. In het voorliggend plan worden er 8 standplaatsen gerealiseerd. De verkeersgeneratie voor de camperplaats bedraagt in dat geval 3,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De verkeersaantrekkende werking in het plangebied zal in de toekomstige situatie met 22,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal toenemen. 39
De Kar 9 Klarenbeek
Ontsluiting van het perceel vindt plaats op De Kar. Gelet op de huidige inrichting van de weg en de bestaande verkeersintensiteit zal deze beperkte toename van het aantal verkeersbewegingenrelatief eenvoudig worden verwerkt. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een onacceptabele verkeerstoename en daarmee voor problemen voor de doorstroming en veiligheid. Parkeren Het houtbewerkingsbedrijf (arbeidsintensief / bezoekersextensief) heeft een parkeernorm van maximaal 2,6 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo (buitengebied / weinig stedelijk). Het bedrijfsgebouw van het houtbouw bedrijf heeft een oppervlakte van circa 100 m2. Het aantal benodigde parkeerplaatsen bedraagt 2,6. Het kleinschalige distributie centra (arbeidsextensief / bezoekersextensief) heeft een parkeernorm van maximaal 1,3 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo (buitengebied / weinig stedelijk). Het bedrijfsgebouw voor de kleinschalige distributie parfumwas heeft een oppervlakte van circa 100 m2. Het aantal benodigde parkeerplaatsen bedraagt 1,3. Het parkeerkencijfer voor een vrijstaande woning (buitengebied / weinig stedelijk) is maximaal 2,8 parkeerplaats per woning. Het parkeercijfer voor een mantelzorgwoning / aanleunwoning / serviceflat is maximaal 1,4 parkeerplaats per woning. Voor een camperplaats zijn geen extra parkeerplaatsen benodigd.
In totaal zijn er 10 parkeerplaatsen benodigd, in het plangebied is ruimte voldoende aanwezig om te kunnen voldoen aan de parkeernormen.
Afbeelding 15 Overzicht parkeerplaatsen
40
De Kar 9 Klarenbeek
4.6.2
Conclusie
Het aspect verkeer en parkeren zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.
4.7
Water
Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) is beoordeeld welke waterthema's in het plan relevant zijn.
Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering en het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt.
Dit kan door nadere eisen/randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. De initiatiefnemer dient de beslisboom voor het afkoppelen van verhard oppervlak van het Waterschap Vallei en Veluwe toe te passen. 4.7.1
Watertoets
Voorliggend plan beoogt de functieverandering van 'Wonen' naar 'Gemengd'. In ruil voor de toevoeging van anderhalve hectare bos en natuur, sloop van de niet karakteristieke voormalige bedrijfsgebouwen en de restauratie van de boerderij en stal, wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Gemengd’ en wordt de vestiging van twee bedrijven aan huis mogelijk gemaakt. Op termijn worden op het perceel een achttal camperplaatsen toegevoegd. Het hemelwater wordt niet op de riolering geloosd, het hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem van het plangebied (infiltratiekratten, grindkoffers of een wadi of een combinatie van voornoemde systemen). In de nieuwe situatie blijft de bestaande woning voor vuilwater aangesloten op de riolering, ook het sanitair van het bedrijfsgebouw wordt hierop aangesloten. Langs het toegangspad, van De Kar tot aan de woning, ligt de drukriolering. De nieuwe beplanting wordt zodanig gesitueerd dat er geen belemmeringen zijn voor het aanwezige riool. Bomen worden minimaal 1,5 meter uit het hart van de 41
De Kar 9 Klarenbeek
leiding geplant. Het plangebied is door de provincie aangewezen als intrekgebied (Water). Deze gebieden mogen niet worden gebruikt ten behoeve van de winning van fossiele energie zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas. Dit is niet van toepassing op voorliggend plan. De watertoets is medio april 2023 voor het plangebied uitgevoerd, de normale procedure is van toepassing. Het resultaat hiervan is in bijlage 3 opgenomen. In het plangebied en in de nabijheid van het plangebied lopen diverse b-watergangen en c-watergangen. Langs de b-watergangen wordt een schouwpad van 5 meter aangehouden. Een oude waterloop (c-watergang) in het plangebied wordt hersteld. In het plangebied liggen geen waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. De initiatiefnemers hebben het plan in juli 2023 voorgelegd aan het Waterschap. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. 4.7.2
Conclusie
Het aspect water zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.
4.8
Kabels en leidingen
In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante leidingen (hoofd transportleidingen). Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. 4.8.1
Beoordeling
Aardgastransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen aardgastransportleidingen. Hoogspanningsleidingen In de nabijheid van het plangebied bevindt zich een hoogspanningsleiding. In het voorliggend bestemmingsplan is een dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning' opgenomen. De dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning' geldt voor de gronden waar hoogspanningsmasten en kabels mogen worden geplaatst. Op deze gronden mag niet worden gebouwd met uitzondering van terreinafscheidingen tot 1 meter hoog en bouwwerken die worden geplaatst ten behoeve van de verplaatsing van elektriciteit. Voor deze laatste geldt een bouwhoogte van maximaal 70 meter hoogte. Het is o.a. ook verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Hoogspanning zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning diepwortelende beplantingen en bomen aan te brengen. Rioolleidingen De riolering bevindt zich langs De Kar, en loopt via het toegangspad naar de woning. De nieuwe beplanting wordt zodanig gesitueerd dat er geen belemmeringen zijn voor het aanwezige riool. Watertransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen watertransportleidingen. Kabels en niet-planologisch relevante leidingen Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt de wettelijk verplichte KLIC-melding uitgevoerd.
Een dergelijke melding zorgt ervoor dat netbeheerders van kabels en leidingen een melding krijgen van geplande werkzaamheden in de ondergrond. Aan de hand van de melding sturen netbeheerders 42
De Kar 9 Klarenbeek
tekeningen naar de aanvrager. De tekeningen kunnen vervolgens gebruikt worden om na te gaan of er kabels en leidingen aanwezig zijn op de plaats waar gegraven gaat worden. Tijdens het bouwrijp maken van het plangebied worden deze bestaande kabels en leidingen verwijderd dan wel omgelegd.
Elektromagnetische velden De minister van VROM heeft bij brief van 3 oktober 2005 en 28 mei 2013 geadviseerd om bij de vaststelling van nieuwe plannen, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microTesla (µT). De aanleiding voor dit advies is een Engels onderzoek waarbij een licht statistisch verband naar voren is gekomen tussen het langdurig aanwezig zijn van kinderen binnen de 0,4 µT magneetveldzone van bovengrondse hoogspanningslijnen en leukemie bij kinderen tussen 0 en 15 jaar. Het is nog niet duidelijk wat de achterliggende oorzaak hiervan is. Gemeenten en provincies hebben een onderzoeksplicht om te bezien waar het betreffende magneetveld ligt. Het RIVM heeft daarvoor een netkaart opgesteld waarbij indicatieve magneetveldzones zichtbaar zijn. Gemeenten zijn dus niet gebonden aan een norm. Wel zijn zij verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening en aanspreekbaar op het door hen toepassen van het voorzorgbeleid. Er wordt daarom geadviseerd om in nieuwe situaties rekening te houden met deze 0,4 µT–magneetveldzone rondom hoogspanningslijnen.
Gelet op de maatschappelijke kosten-baten afweging en ook gezien de huidige onzekerheden over de mogelijke gezondheidsrisico's adviseert VROM dat er geen directe aanleiding is om maatregelen te nemen in bestaande situaties. Daaronder worden ook geldende maar nog niet gerealiseerde gevoelige bestemmingen begrepen. Nieuwe situaties zijn nieuwe bestemmingsplannen en/of wijziging van bestaande bestemmingsplannen en/of plaatsing van nieuwe hoogspanningslijnen dan wel wijzigingen aan bestaande hoogspanningslijnen. Gevoelige bestemmingen zijn locaties waar kinderen langdurig verblijven, zoals woningen, scholen en crèches. In de nabijheid van het plangebied bevindt zich een bovengrondse hoogspanningslijn met een magneetveldzone (rekenafstand) van 60 meter aan weerszijden van de hoogspanningslijn. Het plangebied ligt binnen de magneetveldzone van de hoogspanningslijn. In het voorliggend plan worden echter geen gevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt waar kinderen langdurig verblijven. De magneetveldzone van de hoogspanningslijn vormt geen belemmering voor de planvorming. 4.8.2
Conclusie
Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect kabels en leidingen, nader onderzoek op het gebied van kabels en leidingen is daarom ook niet nodig.
4.9
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In afwijking hiervan kan de raad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de betreffende gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak (waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden) of een fasering van de uitvoering (van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen) niet 43
De Kar 9 Klarenbeek
noodzakelijk is; het stellen van eisen (voor het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied), regels (omtrent het uitvoeren van het bouwrijp maken) of een uitwerking van regels (ten behoeve van de uitvoerbaarheid volgend uit een bestemmingsplan) niet noodzakelijk is. In dit geval wordt er bebouwing mogelijk gemaakt en is er dus sprake van een aangewezen bouwplan. De gemeenteraad moet daarom een exploitatieplan vaststellen, tenzij de kosten anderszins verzekerd zijn (artikel 6.12, lid 2 Wro). Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De kosten die gepaard gaan met de bestemmingsplan procedure en de kosten voor ontwikkeling en inrichting van het gebied zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Door middel van een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer is vastgelegd dat de gemeentelijke kosten, die verband houden met de ruimtelijke procedure en mogelijke planschade, op de initiatiefnemer worden verhaald. Het vaststellen van een exploitatieplan is daarmee niet noodzakelijk.
44
De Kar 9 Klarenbeek
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planopzet
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de regels van het plan nader toegelicht. Er wordt inzicht gegeven in de opbouw van de planregels, de gebruikte bestemmingen en de inzet van zogenaamde flexibiliteitinstrumenten.
5.2
Planregels
Een bestemmingsplan kent aan gronden een bestemming toe en verbindt regels aan deze bestemming. Deze regels betreffen het gebruik van de gronden, maar onder meer ook de bouwmogelijkheden. De regels zijn nader onder te verdelen in inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels. 5.2.1
Inleidende regels
In deze regels staan de begrippen verklaard, die in de planregels voorkomen en die om een nadere omschrijving vragen. Verder wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld een goot- of bouwhoogte te bepalen 5.2.2
Bestemmingsregels
Deze regels betreffen het hart van het bestemmingsplan. In de bestemmingsregels wordt aangegeven waarvoor en - zo nodig - hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Agrarisch met waarden - Landschap; Bos; Gemengd; Groen; Verkeer. Het komt regelmatig voor dat er twee functies op één perceel plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld een leiding. De aanwezigheid van deze leiding brengt de nodige beperkingen met zich mee. Deze beperkingen kunnen ook gelegen zijn onder het maaiveld. In het geval dat er twee functies tegelijk op één perceel geregeld moeten worden in een bestemmingsplan wordt er wel gesproken van een 'dubbelbestemming'. In dit bestemmingsplan komen de volgende dubbelbestemmingen voor: Leiding - Hoogspanning; Waarde – Archeologie 5; Waarde - Landschap. De bestemmingsregels kennen een vaste opbouw in bestemmingsomschrijving (toegestaan gebruik), bouwregels, nadere eisen, afwijking van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijking van de gebruiksregels, omgevingsvergunning en wijzigingsbevoegdheden.
Bestaande situatie In de bestemmingsregels, veelal de bouwregels, kan worden verwezen naar de bestaande situatie. Dit vindt veelal plaats om van het plan afwijkende maten en oppervlakten niet onder het overgangsrecht te plaatsen. De bestaande situatie is de situatie zoals deze naar voren komt uit de (digitale) gegevens van het gemeentelijk bouwdossier aangevuld met de BGT, het kadaster, de luchtfoto's en de cyclomedia, zoals deze bestaan op het moment van het in werking treden van het plan. 45
De Kar 9 Klarenbeek
5.2.3
Algemene regels
De algemene regels hebben betrekking op alle bestemmingen in het plan. In plaats van bij elke bestemming dezelfde regels te plaatsen, kan gebruik worden gemaakt van een algemene regel. Zo zijn er algemene bouwregels, gebruiksregels, aanduidingsregels, afwijkingsregels en wijzigingsregels. Anti-dubbeltelbepaling De anti-dubbeltelbepaling is ook onder de algemene regels opgenomen. Hiermee blijven gronden, die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, buiten beschouwing bij de beoordeling van latere bouwplannen. Strijdig gebruik In het verleden werd strijdig gebruik (gebruik in strijd met de bestemming) expliciet vermeld bij elke bestemming. Nu is dit strijdig gebruik bij wet (artikel 2.1 Wabo) verboden en wordt het niet langer vermeld in het bestemmingsplan. Al het gebruik dat niet past binnen de doeleindenomschrijving van de betreffende bestemming wordt daarom gezien als strijdig gebruik, uitgezonderd geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen en detailhandel in volumineuze goederen en/of grootschalige detailhandel. Deze worden expliciet genoemd als strijdig gebruik bij de desbetreffende bestemmingen. 5.2.4
Overgangs- en slotregels
Hieronder zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. De eerste regels beschermen een bestaand bouwwerk of gebruik dat afwijkt van de regels. De slotregels geven aan op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
5.3
Bestemmingen
5.3.1
Agrarisch met waarden - Landschap;
Deze bestemming geldt voor de agrarische gronden binnen het plangebied. Deze gronden zullen na de uitvoering van de landschappelijke maatregelen zoals genoemd in het functieveranderingsplan, landschappelijke en ecologische waarden hebben. De bestemmingsregeling is er op gericht om deze nieuwe waarden mogelijk te maken en in de toekomst te handhaven en eventueel te versterken. Op deze gronden zijn uitsluitend andere bouwwerken toegestaan in de vorm van terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 1 meter. Voor het handhaven is een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, en werkzaamheden opgenomen. 5.3.2
Bos
De bestemming 'Bos' wordt gebruikt ten behoeve van de aanleg, instandhouding en ontwikkeling van bosbeplanting en het behoud, beheer en/of herstel van de landschappelijke en bosbouwkundige waarden. In het oosten van het plangebied wordt een bosperceel aangeplant. Binnen de bestemming 'Bos' zijn alleen terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 1 meter toegestaan. Ter bescherming van de aanwezige landschappelijke en bosbouwkundige waarden is een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, opgenomen. 5.3.3
Gemengd
De bestemming Gemengd wordt gebruikt voor gebieden of gebouwen waarbinnen een breed scala aan functies mogelijk is. In dit geval gaat het om een de vestiging van de twee bedrijven (Houtbouw Buitengoed de Heerlijkheid en Wasparfum Il Bucato di Adele Parfumwas) en een camperplaats. Het houtbewerkingsbedrijf (100 m2) is een categorie 3.2 bedrijf, het kleinschalige distributie centra voor parfumwas (100 m2) is een categorie 3.1 bedrijf. Ten dienste van deze functies kan ook gewoond worden op het perceel. Daarnaast zijn 8 camperplaatsen en een bed & breakfast toegestaan. Behalve deze functies voorziet de bestemming in behoud en herstel van cultuurhistorische waarden ter 46
De Kar 9 Klarenbeek
plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'. Ten slotte staat de bestemming waterhuishoudkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen toe, evenals bij de bestemming horende voorzieningen zoals tuinen, groen, paden, verhardingen en parkeerplaatsen. Bebouwingsmogelijk heden Binnen de bestemming is een onderscheid gemaakt tussen bebouwing die binnen het bouwvlak is toegestaan en daarbuiten. Waar gebouwen mogen worden gebouwd is dat middels een bouwvlak aangegeven. Dit onderscheid maakt dat op de plankaart de grootte en ligging van het bouwvlak de bouwmogelijkheden bepalen. Binnen het bouwvlak zijn de toegestane goot- en bouwhoogte en een maximum bebouwd oppervlak vermeld. De bestemming kent twee specifieke aanduidingen, namelijk 'karakteristiek' en 'specifieke vorm van recreatie - campers toegestaan’. Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' gelden afwijkende bouwbepalingen en een omgevingsvergunningplicht voor het (gedeeltelijk) slopen van bouwwerken. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie campers toegestaan’ zijn 8 standplaatsen voor campers toegestaan. Binnen het bestemmingsvlak is maximaal één (bedrijfs)woning toegestaan. Buiten het bouwvlak zijn bij recht alleen andere bouwwerken toegestaan. Via een afwijkingsmogelijkheid kunnen hier onder voorwaarden ook gebouwen gerealiseerd worden.
De gezamenlijke oppervlakte aan andere bouwwerken bedraagt maximaal 20 m2. Specifiek e gebruiksregels De bestemming kent een voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing, de sloop van de bebouwing en voor het parkeren. Bouwwerken mogen, overeenkomstig de bestemmingsomschrijving, worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van de erfinrichtings- en landschapsmaatregelen en aan de sloop van de bebouwing. Bouwwerken mogen, overeenkomstig de bestemmingsomschrijving, worden gebruikt onder de voorwaarde dat is aangetoond dat binnen het bestemmingsvlak in voldoende mate wordt voorzien in de dagelijkse parkeerbehoefte. 5.3.4
Groen
De bestemming 'Groen' wordt gebruikt om het structurele groen zoals hagen, singels en bomenrijen te bestemmen. Binnen de bestemming zijn alleen terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 1 meter toegestaan. 5.3.5
Verkeer
In het plan is voor de wegen de bestemming Verkeer opgenomen. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen met een doorgaande functie voor zowel het verkeer met een doorgaand karakter als de ontsluiting van aanliggende gronden. Op deze gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte ten hoogste 3 meter bedraagt. 5.3.6
Leiding - Hoogspanning
De bestemming 'Leiding - Hoogspanning' geldt voor de gronden waar hoogspanningsmasten en kabels mogen worden geplaatst. Op deze gronden mag niet worden gebouwd met uitzondering van bouwwerken die worden geplaatst ten behoeve van de verplaatsing van elektriciteit. Voor deze laatste geldt een bouwhoogte van maximaal 70 meter hoogte. 5.3.7
Waarde - Archeologie 5
Om de archeologische waardevolle gebieden veilig te stellen, gelden er op deze gronden beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Bouwen is uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veiliggesteld. Een onderzoek is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 47
De Kar 9 Klarenbeek
een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 2500 m²; een bouwwerk waarbij graafwerkzaamheden niet dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden plaatsvinden. Daarnaast geldt er een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van bepaalde werken, geen bouwwerk zijnde, of van bepaalde werkzaamheden. Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, is niet noodzakelijk voor werken en werkzaamheden die betrekking hebben op normaal beheer en onderhoud overeenkomstig de toegekende bestemming.
5.4
Flexibiliteit in het bestemmingsplan
5.4.1
Flexibiliteit in het bestemmingsplan
Flexibiliteit in een bestemmingsplan is handig om ervoor te zorgen dat een bestemmingsplan voldoende beleidsruimte biedt om ontwikkelingen in de toekomst mogelijk te maken. Deze ontwikkelingen zullen ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan vaak niet bekend zijn. Een bestemmingsplan zonder flexibiliteit kan te star zijn. Indien gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteitbevoegdheden (art. 3.6, Wro), dienen in het bestemmingsplan zelf de grenzen te worden aangegeven door het stellen van nadere eisen, het verlenen van afwijkingen, het wijzigen van het plan of het uitwerken van een plan. 5.4.2