CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

gemeenteraad 4 maart 2024, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan De Kar 9, Klarenbeek18.803 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan De Kar 9 Klarenbeek Planfase vastgesteld

De Kar 9 Klarenbeek

Voorst

bestemmingsplan

De Kar 9 Klarenbeek

2

De Kar 9 Klarenbeek

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Het plangebied 1.3 Doel 1.4 Geldende bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer

5 5 5 7 7 8

Hoofdstuk 2 Planomschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

10 10 12

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid

16 16 16 18 20 22

Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid 4.1 Inleiding 4.2 Milieuaspecten 4.3 Archeologie 4.4 Cultuurhistorie 4.5 Natuuronderzoek 4.6 Verkeer en parkeren 4.7 Water 4.8 Kabels en leidingen 4.9 Economische uitvoerbaarheid

26 26 26 34 35 36 39 41 42 43

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Inleiding 5.2 Planregels 5.3 Bestemmingen 5.4 Flexibiliteit in het bestemmingsplan

45 45 45 46 48

Hoofdstuk 6 Overleg en inspraak 6.1 Inspraak 6.2 Vooroverleg 6.3 Zienswijzen

50 50 50 51

3

De Kar 9 Klarenbeek

4

De Kar 9 Klarenbeek

T oelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De initiatiefnemers zijn eigenaar van de percelen behorend bij De Kar 9 in Klarenbeek. De gebouwen op het erf verkeren in zeer slechte staat en de karakteristieke waarde wordt daarmee bedreigd. De uit 1911 stammende boerderij en stal zijn de afgelopen jaren bewoond geweest door krakers. Doordat er geen onderhoud heeft plaatsgevonden is de situatie hier flink verslechterd. Dit geldt niet alleen voor de karakteristieke woning en stal, maar ook voor de algehele staat van het perceel. In 2022 is de locatie gekocht door de initiatiefnemers met het idee deze op te knappen, er te gaan wonen en hier hun bedrijven te vestigen (Houtbouw Buitengoed de Heerlijkheid en Wasparfum Il Bucato di Adele Parfumwas). Naast de vestiging van de kleine bedrijfjes wordt het karakteristieke ensemble gerenoveerd, wordt er een camperplaats gerealiseerd en en vindt er op het hele perceel landschappelijke inpassing plaats, waaronder de aanplant van anderhalve hectare bos. Voor de betreffende locatie is het bestemmingsplan 'Buitengebied' van toepassing, vastgesteld door de gemeenteraad van Voorst op 28 januari 2013. De percelen hebben hierin de bestemming 'Agrarisch' en de bestemming 'Wonen'. Binnen deze bestemmingen is het niet mogelijk om het gewenste plan te realiseren, een afwijking of wijziging van het bestemmingsplan is hierbij noodzakelijk.

De initiatiefnemers hebben hiervoor een principeverzoek ingediend bij de gemeente om met toepassing van functieverandering de gewenste plannen mogelijk te maken. Hiervoor dient de bestemming ‘Wonen’ gewijzigd te worden in de bestemming ‘Gemengd’. De gemeente heeft hierop positief gereageerd en aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief. Het voorliggende bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt.

1.2

Het plangebied

Het plangebied is gelegen in het buurtschap De Kar, ten noorden van Klarenbeek en ten zuiden van de provinciale weg N345. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 4,3 hectare en bestaat uit de kadastrale percelen 1210, 2068 en 1825. Het plangebied wordt aan de westzijde begrenst door De Kar en aan de noordzijde, oostzijde en zuidzijde door agrarische weidegronden.

5

De Kar 9 Klarenbeek

Afbeelding 1 - Situering van het plangebied

Afbeelding 2 - Begrenzing van het plangebied

6

De Kar 9 Klarenbeek

1.3

Doel

Het belangrijkste doel van het op te stellen bestemmingsplan De Kar 9 in Klarenbeek is het scheppen van een ruimtelijk kader voor het vestigen van twee bedrijven, het realiseren van de camperplaatsen en het realiseren van de landschappelijke inpassing. Het bestemmingsplan De Kar 9 in Klarenbeek vervangt bij inwerkingtreding het bestemmingsplan 'Buitengebied' ter plaatse van de in het plangebied betrokken kadastrale percelen.

1.4

Geldende bestemmingsplan

Op 28 januari 2013 heeft de gemeenteraad van de gemeente Voorst het bestemmingsplan 'Buitengebied' (NL.IMRO.0285.20100-Vs00) vastgesteld. In het bestemmingsplan hebben de gronden in het plangebied de enkelbestemmingen ‘Wonen’, 'Agrarisch' en 'Verkeer', de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 5', 'Waarde - Landschap' en 'Leiding - Hoogspanning' en de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied'. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis (welke zijn genoemd in categorie 1 en 2 van de 'standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten', maximaal 100 m2 aan bebouwing), bed & breakfast, nevenfuncties alsmede voor tuinen en erven. Gebouwen moeten binnen het bouwvlak gebouwd worden, de maximale oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt 100 m2. Per bouwvlak is ten hoogste 1 woning toegestaan. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, beroepen en bedrijven aan huis (welke zijn genoemd in categorie 1 en 2 van de 'standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten', bed & breakfast, nevenfuncties alsmede recreatief medegebruik, ondergeschikt agrarisch natuurbeheer, hobbymatig agrarisch gebruik en bij de bestemming behorende voorzieningen zoals tuinen, erven en verhardingen.

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, alsmede opstelstroken, busstroken en voet- en fietspaden. Binnen de bestemming Verkeer zijn tevens bijbehorende voorzieningen toegestaan. Om de archeologische waardevolle gebieden veilig te stellen is de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 5' opgenomen in het bestemmingsplan. Op deze gronden gelden er beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Bouwen is uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er een archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veiliggesteld. Dit is niet van toepassing indien het bouwplan een oppervlakte heeft kleiner dan 2500 m2 en de graafwerkzaamheden niet dieper gaan dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden plaatsvinden. De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor een bovengrondse hoogspanningsleiding. Op deze gronden mogen ten behoeve van de genoemde bestemming uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 2,5 meter. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Hoogspanning zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning o.a.

diepwortelende beplantingen en bomen aan te brengen en grondbewerkingen uit te voeren, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage. De voor 'Waarde - Landschap' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor het behoud, de bescherming, het herstel en/of de versterking van de in het gebied aanwezige landschappelijke waarden. Het verwevingsgebied is het ruimtelijk begrensde gedeelte van een reconstructiegebied gericht op verweving van landbouw, wonen en natuur, waar hervestiging of uitbreiding van de intensieve veehouderij mogelijk is mits de ruimtelijke kwaliteit of functies van het gebied zich daar niet tegen verzetten.

7

De Kar 9 Klarenbeek

Afbeelding 3 - Uitsnede geldende bestemmingsplan

Toets aan het geldend bestemmingsplan Initiatiefnemers hebben de wens om op het perceel De Kar 9 twee bedrijven (Houtbouw Buitengoed de Heerlijkheid,categorie 3.2 en Wasparfum Il Bucato di Adele Parfumwas, categorie 3.1) te vestigen, het realiseren van de camperplaatsen en het realiseren van de landschappelijke inpassing. De percelen hebben in het geldende bestemmingsplan de bestemming 'Agrarisch' en de bestemming 'Wonen'. Binnen deze bestemmingen is het niet mogelijk om het gewenste plan te realiseren, categorie 3.1 en 3.2 bedrijven zijn niet toegestaan binnen de bestemming 'Wonen'. Een aanpassing of buitenplans afwijken van het bestemmingsplan is noodzakelijk om de gewenste woning mogelijk te maken. Het voorliggende bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan "De Kar 9 Klarenbeek" bestaat uit de volgende hoofdstukken: in hoofdstuk 2 wordt de huidige en toekomstige situatie beschreven. in hoofdstuk 3 wordt een schets gegeven van het beleidskader dat van belang is voor het functioneren en de ontwikkeling van het plangebied; in hoofdstuk 4 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. Aan de orde komen zaken als archeologie, ecologie, water en milieu; in hoofdstuk 5 worden kort de verschillende neergelegde bestemmingen, de juridische planopzet, behandeld; In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid; de toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk 7 waarin wordt ingegaan op het proces van inspraak en overleg in relatie tot dit bestemmingsplan.

8

De Kar 9 Klarenbeek

9

De Kar 9 Klarenbeek

Hoofdstuk 2 2.1

Planomschrijving

Bestaande situatie

Initiatiefnemer is eigenaar van de kadastrale percelen 1210, 2068 en 1825 aan De Kar 9 in Klarenbeek. Deze percelen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 4,3 hectare. Het betreft een solitair gelegen boerenerf in een open landschap. Op het erf staat een boerderij uit 1911 met diverse agrarische opstallen. De gronden rondom het erf zijn vooral in gebruik als agrarisch weidegebied. Doordat er geen onderhoud heeft plaatsgevonden is de situatie hier flink verslechterd. Dit geldt niet alleen voor de karakteristieke boerderij en bijgebouwen, maar ook voor de algehele staat van het perceel. De boerderij in het plangebied heeft een oppervlakte van circa 144 m2, de agrarische opstallen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 830 m2. De bebouwing is geconcentreerd rondom de boerderij. De ruimte rondom de boerderij bestaat uit erf omgeven door hoog opgaand groen. Ontsluiting van het plangebied vindt plaats aan de westzijde op De Kar. Het parkeren vindt plaats op het erf. Er is voldoende ruimte voor het parkeren. Omgeving De omgeving van het perceel kenmerkt zich als landelijke omgeving met verspreid liggende bebouwing. Het gebouwenensemble aan De Kar 9 ligt op ruim 200 meter van De Kar. De bebouwing rondom het plangebied ligt op een afstand van meer dan 130 meter van het bestaande gebouwenensemble aan De Kar 9.

In de omgeving van het plangebied liggen zowel woonpercelen, bedrijfspercelen als agrarische bouwpercelen.

Afbeelding 5 Overzicht bestaande bebouwing

10

De Kar 9 Klarenbeek

Afbeelding 6 - Luchtfoto erfensemble

Afbeelding 7 - Oblique foto erfensemble

11

De Kar 9 Klarenbeek

2.2

Toekomstige situatie

In 2022 is de locatie gekocht door de initiatiefnemer met het idee deze op te knappen, hier te wonen en hier hun bedrijven te vestigen (Houtbouw Buitengoed de Heerlijkheid en Wasparfum Il Bucato di Adele Parfumwas). Naast de vestiging van de kleine bedrijfjes wordt het karakteristieke ensemble gerenoveerd en vindt er op het hele perceel landschappelijke inpassing plaats, waaronder de aanplant van anderhalve hectare bos. Omdat de familie door persoonlijke omstandigheden genoodzaakt is om mantelzorg te verlenen op het perceel is hiervoor een mantelzorgwoning worden gebouwd. Na het vervallen van de mantelzorgsituatie kan deze in gebruik worden genomen als bijgebouw of B&B. Een dergelijke recreatieve functie sluit goed aan bij het plan van de initiatiefnemers om een beperkt aantal camperplaatsen (8) toe te voegen.

Bedrijven Wasparfum Il Bucato di Adele Parfumwas is een klein distributiebedrijf met twee werknemers. Op moment van schrijven zijn de werknemers voor 1 hele dag en 4 halve dagen in de week werkzaam. Er komt eenmaal op een dag een wagen om de pakketjes op te halen. Aanleveren goederen circa. 1x per 2,5 maand-3 maanden. Opslag vindt plaats in de schuur / silo met een oppervlakte van 100 m2. Houtbouw Buitengoed de Heerlijkheid is een eenmansbedrijf voor de realisatie van overkappingen en buitenverblijven. In de werkschuur staan zaag- en schaafmachines voor houtbewerking en is er ruimte voor opslag van bouwmateriaal. Dit heeft een ruimtebeslag van circa 100 m2. Transportbewegingen alleen door de eigenaar en incidenteel voor aanvoer van materialen.

Stedenbouwkundige inpassing In het plangebied is sprake van 830 m2 voormalige agrarische bebouwing, hiervan wordt 530 m2 aan overtollige en vervallen bebouwing gesloopt. Dit zijn alle gebouwen in het plangebied met uitzondering van het karakteristieke ensemble en de langgerekte schuur, deze worden gerenoveerd. Naast deze sloop wordt ook de verspreide erfverharding op rondom het erf verwijderd. In totaal wordt er circa 500 m2 aan nieuwe bebouwing toegevoegd op het perceel. Dit betreft een berging, een werkplaats voor houtbewerking, een mantelzorgwoning (t.z.t. B&B) en een schuur met silo en faciliteit voor de camperplaatsen. Er wordt ten opzichte van de bestaande situatie (973,9 m2) geen bebouwing toegevoegd. Na realisatie is op het perceel in totaal 947 m2 aan bebouwing aanwezig. In het plan wordt ongeveer 200 m2 aan gebouwen gebruikt voor de werkfunctie. Door de sloop van de verschillende schuren (en overblijfselen hiervan) ontstaat ruimte voor de initiatiefnemers om het erf te herontwikkelen. Voor de werkfunctie wordt een passende schuur met lage goten en een lage nokhoogte gerealiseerd achter op het erf. Door de sloop van de verspreid gelegen niet karakteristieke bebouwing en de herbouw aan het erf, wordt het erf daarnaast compacter.

Vanaf De Kar is zal het bebouwingsbeeld afnemen en de verschillende gebouwen zijn beter geconcentreerd achter het hoofdgebouw (de karakteristieke boerderij). Het erfensemble als geheel ondervind daarmee als gevolg van het plan een gewenste herontwikkeling waarmee het totaal aan bebouwing meer zal gaan aandoen als een traditioneel boerenerf. De nieuw te bouwen berging (D) heeft een oppervlakte van circa 50 m2 en een goot- en bouwhoogte van maximaal 3 meter en 5 meter. De nieuw te bouwen schuur met werkplaats (E) voor Houtbouw Buitengoed de Heerlijkheid heeft een oppervlakte van circa 294 m2 en een goot- en bouwhoogte van maximaal 3 meter en 7,5 meter. De nieuw te bouwen schuur / silo voor de Wasparfum Il Bucato di Adele Parfumwas heeft een oppervlakte van circa 105 m2 en een goot- en bouwhoogte van maximaal 4,5 meter en 6 meter. mantelzorgwoning (F, t.z.t. B&B) heeft een oppervlakte van circa 50 m2 en een goot- en bouwhoogte van maximaal 3 meter en 5 meter. In het plangebied, ten zuiden van het bebouwingsensemble, worden 8 camperplaatsen gerealiseerd. De camperplaatsen zijn bereikbaar via een eigen oprit. De camperplaatsen hebben een oppervlakte van circa 75 m2 per plaats (waarvan 35m2 half-verhard met grasklinkers) en worden gescheiden door hagen. Voor de campers wordt in de 'silo' een kleine sanitaire unit voorzien met douche, toilet en mogelijkheid 12

De Kar 9 Klarenbeek

om het chemisch toilet te legen en te spoelen.

Afbeelding 8 - Toekomstige situatie bebouwing

Afbeelding 9 - Impressie toekomstige bebouwing

13

De Kar 9 Klarenbeek

Afbeelding 10 - Te realiseren camperplaatsen

Beeldkwaliteit De nieuw te bouwen berging, schuur met de werkplaats voor houtbouw en de schuur met silo en faciliteit voor de camperplaatsen worden voorzien van houten gepotdekselde gevels in de kleur antraciet. De daken worden uitgevoerd in metalen dakplaten in de kleur antraciet. De boeidelen en de kozijnen krijgen de kleur gebroken wit.

Water Het hemelwater wordt niet op de riolering geloosd, het hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem van het plangebied (infiltratiekratten, grindkoffers of een wadi of een combinatie van voornoemde systemen). In de nieuwe situatie blijft de bestaande woning voor vuilwater aangesloten op de riolering. Langs het toegangspad ligt de drukriolering. Een oude waterloop (c-watergang) in het plangebied wordt hersteld.

Verkeer en parkeren Ontsluiting van het perceel vindt plaats via de bestaande in- en uitrit op De Kar. Er is ruimte voor tien parkeerplaatsen in het plangebied.

Landschappelijke inpassing Het plangebied omhelst bijna 5 hectare aan grond. Het gaat hier met uitzondering van het erf om grasland zonder begroeiing. Om landschappelijk een bijdrage te leveren is er sprake van een grote landschappelijke inpassing in de vorm van anderhalve hectare bos, struwelen en natuur. Hierbij is rekening gehouden met het halfopen karakter van de gronden in deze omgeving. Vanaf 1900 zijn in de omgeving van het plangebied veel bospercelen verdwenen. Dit plan draagt daarmee bij aan het terugbrengen van het halfopen karakter van deze gronden en levert daarnaast een bijdrage aan het groeien van de biodiversiteit. Het perceel zal na landschappelijke inpassing veel geschikter zijn als broed- of foerageergebied voor verschillende dieren (zie bijlage 1 van deze toelichting, landschappelijk 14

De Kar 9 Klarenbeek

inpassingsplan).

Afbeelding 11 - Landschappelijk inpassingsplan

15

De Kar 9 Klarenbeek

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan de belangrijkste ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 3.2.1.1 Toetsing aan Nationale Omgevingsvisie In het voorgenomen plan is er sprake van een kleinschalige lokale ontwikkeling waarmee geen rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het rijksbeleid zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere pkb's met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. In de SVIR is vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet door de Rijksoverheid. Het gaat onder meer om de volgende nationale belangen: 'Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nederlands Natuurnetwerk, Erfgoederen van 16

De Kar 9 Klarenbeek

uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied'. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. 3.2.2.1 Toetsing aan Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die juridisch zijn verankerd in het Barro. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan. 3.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Een schematische weergave hiervan is opgenomen in afbeelding 6.

Afbeelding 12 - Ladder voor duurzame verstedelijking Met ingang van 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder in werking getreden. Ongewijzigd hierin is dat in de toelichting op bestemmingsplannen de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden beschreven. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling zijn bepalend voor de afbakening van het gebied waarbinnen de behoefte moet worden onderzocht. In de wet is bovendien toegevoegd dat bij een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied goed gemotiveerd moet worden waarom deze niet in bestaand stedelijk gebied te realiseren is. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, 17

De Kar 9 Klarenbeek

woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Bij woningbouwontwikkelingen geldt dat in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als sprake is van de bouw van meer dan 11 woningen (uitspraak Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State 201608869/1/R3).

3.2.3.1 Toetsing Ladder voor duurzame verstedelijking Voorliggend plan beoogt de functieverandering van 'Wonen' naar 'Gemengd'. In ruil voor de toevoeging van anderhalve hectare bos en natuur, sloop van de niet karakteristieke voormalige bedrijfsgebouwen en de restauratie van de boerderij en stal, wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Gemengd’ en wordt de vestiging van twee bedrijven mogelijk gemaakt. Er worden geen extra woningen gerealiseerd met dit plan, er wordt geen extra bebouwing toegevoegd in het plangebied. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling zijn de SVIR en de Ladder voor duurzame verstedelijking op onderliggend plan niet van toepassing. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Gelderland

De Gelderse Omgevingsvisie is een integrale visie, niet alleen op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook voor waterkwaliteit en veiligheid, bereikbaarheid, economische ontwikkeling, natuur en milieu, inclusief de sociale gevolgen daarvan. De Omgevingsvisie is de vervanger van het streekplan en enkele andere structuurvisies. De titel van de Gelderse Omgevingsvisie is Gaaf Gelderland. Gaaf kent twee betekenissen. Enerzijds gaat gaaf in op de schoonheid van het landschap en de historie. Anderzijds heeft gaaf betrekking op de vernieuwing binnen Gelderland. De ambitie van Gelderland is het in standhouden van het landschap en de cultuurhistorische waarde. In de Omgevingsvisie staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. - Gezond en veilig. Dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. - Schoon en welvarend. Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen.

Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En, dat is het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Apeldoorn - Deventer - Zutphen Het plangebied is gelegen in de stedendriehoek Apeldoorn - Deventer - Zutphen. In paragraaf 3.1 Krachtige steden en vitale dorpen staat hierover het volgende: De provincie en haar partners streven samen naar: behoud en ontwikkeling van een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving, waarin het prettig wonen en werken is; het stimuleren van economische ontwikkelingen en dynamiek; kwalitatief hoogwaardige en bereikbare maatschappelijke voorzieningen; respect en aandacht voor cultuur en cultuurhistorie, ruimte voor (sportieve) vrijetijdsbesteding. 18

De Kar 9 Klarenbeek

3.3.1.1 Toetsing aan de Omgevingsvisie Gelderland Voorliggend plan beoogt de functieverandering van 'Wonen' naar 'Gemengd'. In ruil voor de toevoeging van anderhalve hectare bos en natuur, sloop van de niet karakteristieke voormalige bedrijfsgebouwen en de restauratie van de boerderij en stal, wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Gemengd’ en wordt de vestiging van twee bedrijven mogelijk gemaakt. Er worden geen extra woningen gerealiseerd met dit plan, er wordt geen extra bebouwing toegevoegd in het plangebied. De bestaande cultuurhistorische waarde van het landschap blijft behouden en wordt door de nieuwe ontwikkeling versterkt. Het landschap krijgt een impuls zowel op als rondom het erf en de karakteristieke boerderij wordt gerestaureerd. Er wordt passende vegetatie aangeplant. Dit is passend binnen de ambities van de provincie Gelderland. 3.3.2

Omgevingsverordening Gelderland

In de Omgevingsverordening Gelderland staan regels beschreven die ervoor zorgen dat de Omgevingsvisie Gelderland ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. De Omgevingsverordening dient dan ook als een juridisch instrument en beperkt zich tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Daarmee dient de Omgevingsverordening als een toetsingskader bij het opstellen van nieuwe ruimtelijke plannen zoals een bestemmingsplan of een uitgebreide afwijkingsprocedure in het kader van de omgevingsvergunning. De Omgevingsverordening Gelderland bestaat uit de volgende thema's waaraan regels zijn verbonden: Windenergie, Landbouw, Glastuinbouw, Natuur, Landschap, Water en milieu en Erfgoed. Solitaire bedrijvigheid in het buitengebied Solitaire bedrijvigheid die volgens de huidige planologische inzichten op een bedrijventerrein thuishoort, sluit de provincie uit in het buitengebied. Het verbod op nieuwvestiging geldt niet als er sprake is van functieverandering bij een bestaand bedrijf of als de ontwikkeling past binnen de afspraken over solitaire bedrijvigheid in het Regionaal programma werklocaties.

Onder functieverandering verstaat de provincie een ontwikkeling die leidt tot hergebruik van bestaande bebouwing, zorgt voor een kwaliteitsverbetering in het gebied en daar qua aard, schaal en functie past. De regionale afspraken over functieverandering passen in elk geval binnen deze definitie. Artikel 2.12 (solitaire bedrijvigheid) 1. Een bestemmingsplan maakt geen vestiging mogelijk in het buitengebied van vormen van bedrijvigheid die naar huidige planologische inzichten wat betreft de ruimtelijke aanvaarbaarheid thuishoren op een bedrijventerrein. 2. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingplan nieuwvestiging toch mogelijk maken als: a. sprake is van functieverandering, of b. het vigerende Regionaal programma werklocaties hierover afspraken bevat. 3. Een bestemmingsplan maakt in het buitengebied uitbreiding van solitaire bedrijvigheid die leidt tot bedrijfsbebouwing groter dan 1.000 vierkante meter en waarbij de uitbreiding zelf groter is dan 250 vierkante meter bedrijfsbebouwing niet mogelijk, tenzij in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat: a. verplaatsing naar een bedrijventerrein in redelijkheid niet mogelijk is; b. de uitbreiding regionaal is afgestemd; c. de uitbreiding landschappelijk goed wordt ingepast; d. de uitbreiding mogelijk wordt gemaakt met een maatbestemming.

3.3.2.1 Toetsing aan Omgevingsverordening Gelderland Voorliggend plan beoogt de functieverandering van 'Wonen' naar 'Gemengd'. In ruil voor de toevoeging van anderhalve hectare bos en natuur, sloop van de niet karakteristieke voormalige bedrijfsgebouwen en de restauratie van de boerderij en stal, wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Gemengd’ en wordt de vestiging van twee bedrijven mogelijk gemaakt. Er worden geen extra woningen gerealiseerd met dit plan, er wordt geen extra bebouwing toegevoegd in het plangebied. 19

De Kar 9 Klarenbeek

Het functieveranderingsbeleid van de gemeente is van toepassing op vrijkomende agrarische bebouwing. In dit plan is sprake van 830 m2 voormalige agrarische bebouwing. Uitgangspunt van het functieveranderingsbeleid is functieverandering naar wonen of werken. In onderliggend plan is sprake van functieverandering naar werken. Met toepassing van functieverandering naar werken wordt ingespeeld op de ruimtelijke potentie die het perceel heeft om zo een hoge maatschappelijke meerwaarde te creëren. Zo omhelst het plan de sloop van 530 m2 aan overtollige en vervallen bebouwing, de aanplant van anderhalve hectare bos en andere landschapselementen, de renovatie en bescherming van een karakteristiek ensemble én het toevoegen van een nieuwe recreatieve functie. In onderliggend plan wordt ongeveer 200 m2 aan gebouwen gebruikt voor de werkfunctie. Het plan voldoet hiermee aan de oppervlakte-eis in het functieveranderingsbeleid. Er wordt daarnaast ten opzichte van de bestaande situatie (973,9 m2) geen bebouwing toegevoegd. Na realisatie is op het perceel in totaal 947 m2 aan bebouwing aanwezig. De verstening in het plangebied neemt daarmee per saldo af. De gewenste ontwikkeling heeft een positief effect op de kernkwaliteiten van het landschap.

Het perceel wordt op een juiste manier landschappelijk ingepast en de beoogde nieuwbouw wordt qua situering en uitstraling zoveel mogelijk afgestemd op de omgeving. Met gebruik van passende beplanting wordt het half open landschap geaccentueerd. De planlocatie valt niet binnen de Groene ontwikkelingszone, Geldersnatuurnetwerk, Natura 2000-gebieden of Nationaal landschap. Het plangebied is wel aangewezen als intrekgebied (Water). Deze gebieden mogen niet worden gebruikt ten behoeve van de winning van fossiele energie zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas. Dit is niet van toepassing op voorliggend plan. Op de visiekaarten en kaarten van de verordening heeft het plangebied geen aanduidingen die belemmerend kunnen zijn voor de uitvoering van voorliggend plan. Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland. 3.3.3

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in het provinciaal beleid.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030

De Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 (RSV) (vastgesteld 2007) en de Regionale Structuurvisie De Voorlanden (vastgesteld 2009) geven de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling op langere termijn, tot 2030. De RSV gaat over het zogenaamde bundelingsgebied van de drie steden Apeldoorn, Deventer en Zutphen en het daarbinnen gelegen middengebied (grote delen van het grondgebied van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Lochem, Voorst en Zutphen). De basis voor de inhoudelijke keuzes in de structuurvisie is de bestuurlijke doelstelling die door alle partners wordt gedragen als leidend beginsel voor het ruimtelijk beleid van de Stedendriehoek. De doelstelling die hierbij luidt is het behoud en versterking van de samenhang en variatie in woon-, werken recreatiegebieden, met het gelijktijdig ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten in water, natuur, landschap en landbouw. De Regionale Structuurvisie heeft de formele status van Intergemeentelijk Structuurplan. Dit betekent dat de structuurvisie richtinggevend is voor de ruimtelijke ontwikkeling.

3.4.1.1 Toetsing aan de Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 Voorliggend plan beoogt de functieverandering van 'Wonen' naar 'Gemengd'. De gewenste ontwikkeling heeft een positief effect op de kernkwaliteiten van het landschap. Het perceel wordt op een juiste manier landschappelijk ingepast en de beoogde nieuwbouw wordt qua situering en uitstraling zoveel mogelijk afgestemd op de omgeving. Met gebruik van passende beplanting wordt het half open landschap geaccentueerd. Op het gebied van functieverandering doet de Regionale Structuurvisie geen uitspraak. Wel past het versterken van de landschappelijke kwaliteiten als compensatie voor de functieverandering binnen de uitgangspunten van de regionale visie. 20

De Kar 9 Klarenbeek

3.4.2

Waar de stallen verdwijnen: Oude erven, nieuwe functies

In het eerdere Provinciale Streekplan 2005 kregen de regio's de mogelijkheid een eigen invulling te geven aan het beleidskader voor functieverandering van agrarische gebouwen. De gemeente Voorst heeft toen samen met de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Lochem en Zutphen het regionaal beleidskader 'Waar de stallen verdwijnen: Oude erven, nieuwe functies' opgesteld. Inmiddels legt de provincie de verantwoordelijkheid volledig bij de regio en gemeenten en vraagt geen apart beleidskader meer om door de provincie vast te stellen. De notitie 'Waar de stallen verdwijnen: Oude erven, nieuwe functies' vormt nog steeds het regionaal beleidskader. Dit beleidskader is in 2014 is op het onderdeel maximaal toegestane maatvoering aangepast. Wel is het zo dat iedere gemeente in de regio haar eigen invulling geeft aan het regionale beleidskader. Diverse gemeenten, zo ook de gemeente Voorst, hebben aanvullend eigen beleid vastgesteld. Het beleidskader stelt primair als doel bij functieverandering een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De regeling voor functieverandering geldt niet alleen voor vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen (met een agrarische bestemming) maar ook voor eerder vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen waarvan de bestemming reeds is omgezet (bijvoorbeeld Wonen).

Functieverandering zorgt per saldo voor minder steen in het buitengebied door het slopen van overbodige stallen en schuren, en voor een aantrekkelijke vormgeving door (groene) inpassing van nieuwe functies op de plaats van die stallen en schuren.

In het regionale beleidskader zijn de voorwaarden opgenomen waaronder mee gewerkt kan worden aan functieverandering. Deze zijn onder meer: het betreft legale agrarische bedrijfsbebouwing; sloop van alle niet te gebruiken bebouwing. Monumentale en karakteristieke bebouwing mag niet gesloopt worden; minimaal 500 m2 te slopen (voormalige) agrarische bedrijfsbebouwing; glastuinbouw: 100% bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, kunnen van functie veranderen tot max. 1500 m2, alle kassen slopen. Financieel niet haalbaar, dan maatwerk mogelijk; mestsilo's, kuilplaten, erfverharding tellen niet mee als vrijkomende bebouwing; buitenopslag van goederen en buitenstalling niet toegestaan; parkeren, laden en lossen binnen het nieuwe bestemmingsvlak; geen detailhandel anders dan verkoop van lokaal geproduceerde producten van grondstoffen die grotendeels uit de streek afkomstig zijn. 3.4.2.1 Toetsing aan 'Waar de stallen verdwijnen' Voorliggend plan beoogt de functieverandering van 'Wonen' naar 'Gemengd'. De gewenste ontwikkeling heeft een positief effect op de kernkwaliteiten van het landschap. Het perceel wordt op een juiste manier landschappelijk ingepast en de beoogde nieuwbouw wordt qua situering en uitstraling zoveel mogelijk afgestemd op de omgeving. Met gebruik van passende beplanting wordt het half open landschap geaccentueerd.

Het plan omhelst de sloop van 530 m2 aan overtollige en vervallen bebouwing, hiervoor in plaats wordt circa 500 m2 aan nieuwe bebouwing gerealiseerd. Er wordt ten opzichte van de bestaande situatie (973,9 m2) geen bebouwing toegevoegd. Na realisatie is op het perceel in totaal 947 m2 aan bebouwing aanwezig. De verstening in het plangebied neemt daarmee per saldo af. Het plan voldoet hiermee aan het beleidskader 'Waar de stallen verdwijnen: Oude erven, nieuwe functies'. 3.4.3

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in het regionaal beleid.

21

De Kar 9 Klarenbeek

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst

Op 18 december 2017 heeft de gemeente Voorst de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst (RTV) 'Kwaliteit, Verbinding en Duurzaamheid' vastgesteld. Deze Ruimtelijke Toekomstvisie is vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet (treedt in 2024 in werking) opgesteld. Met de Omgevingswet wordt het ruimtelijke beleid dynamischer opgesteld, meer ontwikkelingsgericht. Participatie speelt hierbij een belangrijke rol. De rol van de overheid is aan het veranderen. Inwoners en ondernemers krijgen een grotere rol in het ruimtelijk beleid. Met de nieuwe Omgevingswet krijgen initiatieven vanuit de samenleving waar mogelijk meer ruimte. De taak van de gemeente richt zich voornamelijk op het afwegen van alle belangen. De RTV 'Kwaliteit, Verbinding en Duurzaamheid' heeft een dubbele doelstelling. Enerzijds zijn bij de totstandkoming van de RTV-doelen bepaald met de samenleving en hoe deze behaald moeten worden. Aan de andere kant dient de visie ook als toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Centraal in het ruimtelijk beleid van de gemeente Voorst staat dan ook onze eigen identiteit. Nieuwe ontwikkelingen moeten hierbij aansluiten en waar mogelijk versterken.

Onder identiteit wordt verstaan: diversiteit en kwaliteit van de landschappen in de gemeente, de bijzondere monumenten en rijke cultuurhistorie, de dorpse schaal van de kernen, de menselijke maat en de krachtige sociale samenhang in de gemeente. Ook duurzaamheid maakt een onderdeel uit van de identiteit. Het gaat dan om de wens en de noodzaak om de ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten toekomst bestendig te maken. Op basis van de identiteit zijn in de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst de volgende thema's geformuleerd: Wonen, leefbaarheid en sociale cohesie; Werken, innovatie en recreatie; Omgeving en landschap; Energie en klimaat. Wonen, leefbaarheid en sociale cohesie Naar verwachting neemt het aantal woningen in de gemeente Voorst toe tot iets meer dan 10.000 in 2025. Geheel in overeenstemming met de ‘Ladder voor Duurzame Verstedelijking’ concentreren wij ons allereerst op inbreiding om te voorzien in de woningbehoefte. Dat wil zeggen: nieuwe woningen komen vooral binnen de bestaande kernen, door “kleinschalige toevoegingen van kwalitatief goede woningen en gewenste woonmilieus.” Energie en Klimaat Het aandeel van duurzame energiebronnen (wind, zon, aardwarmte, waterkracht) in onze gemeente ligt rond het landelijk gemiddelde.

Het wordt een forse inspanning om het bovengemiddelde doel te halen dat we met de regio hebben geformuleerd: de regio energie-neutraal in 2030. In de gebouwde omgeving liggen er op korte termijn kansen om de energieprestatie van woningen sterk te verbeteren. Op de lange termijn zullen alle woningen verwarmd worden door andere bronnen dan aardgas. Daarvoor in de plaats komen bronnen als de restwarmte van bedrijven, aardwarmte en elektrische verwarmingssystemen. Een onderwerp waarin de gemeente Voorst zich kan onderscheiden is het verduurzamen van monumentale gebouwen. Bij het inpassen van woningen in de kernen is er qua energieprestatie veel te winnen door een goede oriëntatie van de woningen op zon en wind. Werken, innovatie en recreatie Voor een kleinschalige, landelijk gelegen gemeenschap heeft onze gemeente veel werkgelegenheid te bieden. Het gaat nu om ruim 13.000 banen, met als grootste werkgevers de zorg, handel, zakelijke dienstverlening en de agrarische sector. Werken en wonen zijn altijd samengegaan in de kernen van de gemeente. Wij beschikken over ruim opgezette bedrijventerreinen in Twello en bij luchthaven Teuge, naast de kleinere werklocaties bij de andere kernen. Bij onze gemeente past in eerste instantie 22

De Kar 9 Klarenbeek

kleinschalige bedrijvigheid die goed is in te passen in de kernen en in het landelijke gebied. Om toekomstige vraag naar bedrijfsruimte op te kunnen vangen kiezen wij in eerste instantie voor inbreiding/herschikking op de bestaande bedrijventerreinen in plaats van grootschalige uitbreiding van bestaande terreinen. Dit betekent dat op termijn herstructurering van bestaande bedrijventerreinen plaats zal moeten vinden om ruimte te vinden voor nieuwe activiteiten. Dat biedt ook kansen om de inpassing van de bedrijventerreinen in het landschap te verbeteren, vooral door entrees tot de kernen en beeldbepalende locaties te verfraaien. Omgeving en landschap Mensen wonen graag in de gemeente Voorst vanwege het groen, de rust, de ruimte, de cultuurhistorie en de afwisselende landschappen. Om dezelfde reden komen elk jaar miljoenen dagjesmensen de gemeente bezoeken. Een belangrijk deel van de lokale economie is direct verbonden met het landelijk gebied (veeteelt, land- en tuinbouw, landgoederen, recreatie en horeca). Het Voorster landschap is letterlijk en figuurlijk de drager van onze gemeenschap. De karakteristieke verhouding tussen de verdichting in de kernen en de ruimte in het buitengebied, met verspreid boerenerven en hier en daar een losstaande woning, is typisch voor de gemeente Voorst en willen wij zo houden en versterken.

In de kernen kan desgewenst verdichting plaatsvinden door woningen toe te voegen, wij staan ook open voor experimenten op dat gebied (zoals combinaties van wonen en zorg). Tegelijkertijd zijn wij terughoudend met nieuwe bedrijvigheid in het buitengebied, bijvoorbeeld wanneer agrarische bebouwing vrijkomt. Het karakter van de plek en omgeving moet behouden blijven.

3.5.1.1 Toetsing aan de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst Voorliggend plan beoogt de functieverandering van 'Wonen' naar 'Gemengd'. De gewenste ontwikkeling heeft een positief effect op de kernkwaliteiten van het landschap. Het perceel wordt op een juiste manier landschappelijk ingepast en de beoogde nieuwbouw wordt qua situering en uitstraling zoveel mogelijk afgestemd op de omgeving. Met gebruik van passende beplanting wordt het half open landschap geaccentueerd. De bestaande cultuurhistorische waarde van het landschap blijft behouden en wordt door de nieuwe ontwikkeling versterkt. De identiteit van de plek en de omgeving wordt daarbij behouden en versterkt. Het plan draagt daarmee bij aan het behalen van de gestelde doelen in de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst. 3.5.2

Beleid functieverandering

Het beleid functieverandering biedt de mogelijkheid aan gestopte of stoppende agrariërs om de kwaliteit van hun eigen erf en aanliggende gronden te verbeteren. Die verbetering bestaat uit de sloop van overtollige, veelal niet al te fraaie gebouwen en het terugbrengen van de identiteit van het erf en de omgeving die in de loop van de tijd door efficiëntere agrarische bedrijfsvoering is verdwenen. De verbetering wordt gefinancierd door de mogelijkheid te bieden om een woningbouwkavel te verkopen of een werkfunctie op het erf te realiseren. Het algemeen belang waar wij voor staan, is het realiseren van een maatschappelijke meerwaarde. Die maatschappelijke meerwaarde bestaat bij functieverandering vooral uit het herstel van de teloor gegane landschappelijke identiteit, een directe of indirecte bijdrage aan de recreatieve aantrekkelijkheid van de gemeente, een bijdrage aan een opgave van natuur- of waterbeleid en het behoud of herstel van cultuurhistorische waarden. Dit draagt vanzelfsprekend bij aan de economische vitaliteit en leefbaarheid van het buitengebied. Voor nieuwe werkfuncties geldt in de hele gemeente de maximale oppervlakte van 750 m2 (bij voorkeur in bestaande bebouwing).

23

De Kar 9 Klarenbeek

3.5.2.1 Toetsing aan het Beleid functieverandering Het functieveranderingsbeleid is van toepassing op vrijkomende agrarische bebouwing. In dit plan is sprake van 830 m2 voormalige agrarische bebouwing. Uitgangspunt van het functieveranderingsbeleid is functieverandering naar wonen of werken. In onderliggend plan is sprake van functieverandering naar werken. Met toepassing van functieverandering naar werken wordt ingespeeld op de ruimtelijke potentie die het perceel heeft om zo een hoge maatschappelijke meerwaarde te creëren. Zo omhelst het plan de sloop van 530 m2 aan overtollige en vervallen bebouwing, de aanplant van anderhalve hectare bos en andere landschapselementen, de renovatie en bescherming van een karakteristiek ensemble én het toevoegen van een nieuwe recreatieve functie. a. Voor de werkfunctie wordt niet meer dan 750 m2 aan gebouwen gebruikt en verstening neemt af. Het functieveranderingsbeleid stelt aan functieverandering naar werken een aantal voorwaarden met betrekking tot het totaaloppervlak van te herbruiken of te bouwen bijgebouwen. Het totaaloppervlakte gebouwen voor ‘werken’ is voor onderliggende locatie bepaald op 750 m2. In onderliggend plan wordt ongeveer 200 m2 aan gebouwen gebruikt voor de werkfunctie. Het plan voldoet hiermee aan de oppervlakte-eis in het functieveranderingsbeleid.

Er wordt daarnaast ten opzichte van de bestaande situatie (973,9 m2) geen bebouwing toegevoegd. Na realisatie is op het perceel in totaal 947 m2 aan bebouwing aanwezig. De verstening in het plangebied neemt daarmee per saldo af. b. Niet karakteristieke bijgebouwen worden gesloopt Onderdeel van het plan is de sloop van ongeveer 530 m2 aan verspreide voormalige agrarische bebouwing (kapschuren, stallen en overblijfselen hiervan). Dit zijn alle gebouwen in het plangebied met uitzondering van het karakteristieke ensemble en de langgerekte schuur. Naast deze sloop wordt ook de verspreide erfverharding op rondom het erf verwijderd. Het totaalplan zorgt daarmee voor een vermindering van verstening in het buitengebied. c. De nieuwe functie zorgt voor behoud en herstel van het karakteristieke ensemble Voorwaarde aan medewerking aan de plannen is de renovatie en de bescherming van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing op het erf. Het gebouwensemble van boerderij en stal stammen uit 1911 en is door illegale bewoning en gebrek aan onderhoud sterk vervallen. Om de gebouwen te kunnen behouden voor de toekomst is het van belang dat deze op korte termijn worden gerenoveerd. Initiatiefnemers zijn in overeenstemming met de gemeente tot een renovatieplan gekomen en geven hier momenteel uitvoering aan om te voorkomen dat de situatie verder verslechterd.

In het nieuwe bestemmingsplan krijgen de schuur en de boerderij de aanduiding 'karakteristiek', om daarmee de panden te beschermen voor de toekomst. Het plan draagt hiermee bij aan het behoud van de Voorster cultuurhistorie en de bescherming van de landelijke identiteit. d. Er vindt landschappelijke inpassing en versterking plaats. Het plangebied omhelst bijna 5 hectare aan grond. Het gaat hier met uitzondering van het erf om grasland zonder begroeiing. Om landschappelijk een bijdrage te leveren is in onderhavig plan sprake van grote landschappelijke inpassing in de vorm van anderhalve hectare bos, struwelen en natuur. Hierbij is rekening gehouden met het halfopen karakter van de gronden in deze omgeving. Vanaf 1900 zijn in de omgeving van het plangebied veel bospercelen verdwenen. Dit plan draagt daarmee bij aan het terugbrengen van het halfopen karakter van deze gronden en levert daarnaast een bijdrage aan het groeien van de biodiversiteit. Het perceel zal na landschappelijke inpassing veel geschikter zijn als broedof foerageergebied voor verschillende dieren. e. Er is sprak van versterking van het erfensemble. Door de sloop van de verschillende schuren (en overblijfselen hiervan) ontstaat ruimte voor de initiatiefnemers om het erf te herontwikkelen. Voor de werkfunctie wordt een passende schuur met lage goten en een lage nokhoogte gerealiseerd achter op het erf.

Door de sloop van de verspreid gelegen niet karakteristieke bebouwing en de herbouw aan het erf, wordt het erf daarnaast compacter. Vanaf De Kar is zal het bebouwingsbeeld afnemen en de verschillende gebouwen zijn beter geconcentreerd achter het hoofdgebouw (de karakteristieke boerderij). Het erfensemble als geheel ondervind daarmee als gevolg van het 24

De Kar 9 Klarenbeek

plan een gewenste herontwikkeling waarmee het totaal aan bebouwing meer zal gaan aandoen als een traditioneel boerenerf. Het plan is daarmee passend binnen het functieveranderingsbeleid.

3.5.3

Welstandsnota

Om de ruimtelijke kwaliteit van de woon- en leefomgeving te bewaken, heeft de gemeente enkele mogelijkheden tot haar beschikking om de kwaliteit van de omgeving te stimuleren. De Welstandsnota is hiervoor een belangrijk kader. In de Welstandsnota worden randvoorwaarden omschreven waaraan bouwplannen moeten voldoen. De randvoorwaarden zijn zodanig geformuleerd dat er wel enige beleidsvrijheid voor de ontwikkelaar is en de regels niet té sturend zijn. Naast de kaders is er ook een motivatie voor de ruimtelijke kwaliteit in de nota opgenomen met kwaliteitsnormen per deelgebied in de gemeente. In de Welstandsnota geldt in algemene zin dat de bestaande gebouwde omgeving het kwalitatieve referentiepunt is voor nieuwe bouwwerken. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en detaillering, kleur en materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen. Een plan dient te voldoen aan de 'redelijke eisen van welstand'.

3.5.3.1 Toetsing aan de Welstandsnota In aanloop naar deze bestemmingsplanprocedure heeft overleg plaatsgevonden met initiatiefnemer over de stedenbouwkundige uitwerking en beeldkwaliteit van het bouwplan. Dat heeft geleid tot het ontwerp dat als Bijlage 1 is opgenomen bij deze toelichting. Naast toetsing aan de Welstandsnota vormen de in deze bijlage opgenomen impressies het referentiekader voor de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteitstoets van de uiteindelijke aanvraag om omgevingsvergunning.

25

De Kar 9 Klarenbeek

Hoofdstuk 4 4.1

Uitvoerbaarheid

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Daarnaast wordt ingegaan op de thema's als archeologie, natuuronderzoek, verkeersaspecten, water en de economische uitvoerbaarheid.

4.2

Milieuaspecten

4.2.1

Bodem

Als gevolg van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet onderzocht worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. 4.2.1.1 Beoordeling Voorliggend plan beoogt de functieverandering van 'Wonen' naar 'Gemengd'. In ruil voor de toevoeging van anderhalve hectare bos en natuur, sloop van de niet karakteristieke voormalige bedrijfsgebouwen en de restauratie van de boerderij en stal, wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Gemengd’ en wordt de vestiging van twee bedrijven mogelijk gemaakt. Het plan omhelst de sloop van 530 m2 aan overtollige en vervallen bebouwing, hiervoor in plaats wordt circa 500 m2 aan nieuwe bebouwing gerealiseerd. De wijziging van de bestemming 'Wonen' naar de bestemming 'Gemengd' heeft geen gevolgen voor de bodemkwaliteitseisen. Het is geen wijziging naar een 'gevoelige' functie. De milieuhygiënische bodemkwaliteit is geschikt voor de gewenste bestemming.

Op 21 september 2021 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde beleidsnota Nota bodembeheer en bodemfunctieklassenkaart/bodemkwaliteitskaart vastgesteld. In deze Nota Bodembeheer is opgenomen dat wanneer er een ontwikkeling plaatsvindt op een 'onverdachte locatie', deze niet onderzocht hoeft te worden. Het plangebied aan De Kar 9 is geen verdachte locatie. Een verkennend bodemonderzoek is niet noodzakelijk.

4.2.1.2 Conclusie Het aspect bodem zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan. 4.2.2

Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Hieronder wordt verstaan het aanbrengen van voldoende ruimte tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies, zoals woningen, anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen de milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. De milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam en onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten als geur, 26

De Kar 9 Klarenbeek

stof, geluid en gevaar. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen het type rustige woonwijk en gemengd gebied. 4.2.2.1 Beoordeling Voorliggend plan beoogt de functieverandering van 'Wonen' naar 'Gemengd'. In ruil voor de toevoeging van anderhalve hectare bos en natuur, sloop van de niet karakteristieke voormalige bedrijfsgebouwen en de restauratie van de boerderij en stal, wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Gemengd’ en wordt de vestiging van twee bedrijven (Houtbouw Buitengoed de Heerlijkheid, categorie 3.2 en Wasparfum Il Bucato di Adele Parfumwas, categorie 3.1) mogelijk gemaakt. Daarnaast worden in het plangebied 8 camperplaatsen gerealiseerd. Omdat de familie door persoonlijke omstandigheden genoodzaakt is om mantelzorg te verlenen op het perceel is hiervoor een mantelzorgwoning worden gebouwd. Na het vervallen van de mantelzorgsituatie kan deze in gebruik worden genomen als bijgebouw of B&B. Wasparfum Il Bucato di Adele Parfumwas is een klein distributiebedrijf met twee werknemers. Op moment van schrijven zijn de werknemers voor 1 hele dag en 4 halve dagen in de week werkzaam. Er komt eenmaal op een dag een wagen om de pakketjes op te halen. Aanleveren goederen circa. 1x per 2,5 maand-3 maanden.

Houtbouw Buitengoed de Heerlijkheid is een eenmansbedrijf voor de realisatie van overkappingen en buitenverblijven. In de werkschuur staan zaag- en schaafmachines voor houtbewerking en is er ruimte voor opslag van bouwmateriaal. Transportbewegingen alleen door de eigenaar en incidenteel voor aanvoer van materialen. Op meer dan 280 meter zijn verschillende bedrijfsbestemmingen gelegen. Het gaat hier om een bedrijf dat handelt in landbouwmachines (Zutphensestraat 6A; 280 meter), een hovenier (Zutphensestraat 6B; 370 meter) en BBA Pumps (Zutphensestraat 242; 290 meter). Het plan houdt rekening met de hiervoor bepaalde milieurichtlijnen (conform VNG bepaling). Aan de richtlijnen wordt ruimschoots voldaan. De bedrijven worden niet belemmerd in hun bedrijfsvoering. Het functieveranderingsplan is daarnaast afgestemd met de bedrijfscontactpersoon en de projectleiders voor BBA pumps en de Ecofactorij om te voorkomen dat onderliggend plan eventuele ontwikkelingen op deze locaties in de weg zit. Het plan heeft ook geen negatieve impact op de ontwikkelmogelijkheden en de bedrijfsvoering van de verschillende agrarische bedrijven in de directe omgeving van het plangebied. Zowel het agrarisch bedrijf aan De Kar 11, als het agrarische bedrijf aan De Kar 5 is op meer dan 200 meter afstand gelegen. Aan de VNG richtlijnen ‘bedrijven en milieuzonering’ wordt daarmee voldaan.

De bedrijven worden niet beperkt in hun bedrijfsvoering door onderliggend plan. Tot slot worden ook omliggende woningen niet belemmerd door het plan. De dichtstbijzijnde woning is gelegen aan de Broekstraat 16 op 145 meter afstand. Met toepassing van functieverandering naar werken ontstaat er een woon/werk combinatie op het perceel. Voor de toe te voegen functies (houtbewerkingsbedrijf & kleinschalig distributie centra) gelden richtafstanden van 100 meter (houtzagerij of timmerwerkfabriek, categorie 3.2) en 50 meter (postorderbedrijven, distributiecentra, categorie 3.1) conform de VNG-uitgave. Een kampeerterrein of vakantiepark wordt in de VNG- uitgave aangemerkt als een categorie 3.1 inrichting (SBI-code 553). Hierdoor is ook sprake van een maximale hindercontour van 50 meter. Voorliggend plan voldoet daarmee aan de VNG richtlijnen en zal niet resulteren in een verslechtering van het woon- en leefklimaat van bestaande woningen van omwonenden. Deze woningen liggen een op een grotere afstand dan 100 meter van het plangebied. Er is dan ook sprake van een goede ruimtelijke ordening. Uit oogpunt van milieuzonering bestaan geen bezwaren voor de ontwikkeling van het plan.

4.2.2.2 Conclusie Het aspect milieuzonering zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.

27

De Kar 9 Klarenbeek

4.2.3

Geluid

Het aspect 'geluid' gaat over de geluidbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen vanwege wegverkeer, railverkeer of gezoneerd industrieterreinen. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als er woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst aan de Wgh. 4.2.3.1 Beoordeling Voorliggend plan beoogt de functieverandering van 'Wonen' naar 'Gemengd'. In ruil voor de toevoeging van anderhalve hectare bos en natuur, sloop van de niet karakteristieke voormalige bedrijfsgebouwen en de restauratie van de boerderij en stal, wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Gemengd’ en wordt de vestiging van twee bedrijven mogelijk gemaakt. Daarnaast worden in het plangebied 8 camperplaatsen gerealiseerd. Omdat de familie door persoonlijke omstandigheden genoodzaakt is om mantelzorg te verlenen op het perceel is hiervoor een mantelzorgwoning worden gebouwd. Na het vervallen van de mantelzorgsituatie kan deze in gebruik worden genomen als bijgebouw of B&B. Een camperplaats of mantelzorgwoning zijn geen geluidsgevoelige objecten. Er wordt geen geluidsgevoelig object toegevoegd in het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13795846/2