CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van bevindingen - Rekenkameronderzoek toegankelijkheid preventieve hulp jeugdigen Voorst

gemeenteraad 18 september 2023, gemeente VoorstBij agendapunt: Rekenkamerrapport 'Een volwassen jeugdbeleid'19.491 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In het gesprek met de raad is gevraagd in hoeverre raadsleden het idee hebben dat ze kaderstellend zijn geweest ten aanzien van het voorliggend veld en preventie. Aangegeven is dat ze vooral indirect kaders hebben gesteld voor (een deel van de) voorliggende voorzieningen. Raadsleden geven aan het totaalbeeld te missen op het voorveld en preventie, waardoor het voor hen lastig is om echt de rol van kadersteller te pakken (waarover meer in hoofdstuk 9).

5.2 Wat wordt verstaan onder universele en selectieve preventieve zorg? Samenvatting antwoord deelvraag 2 ● De termen universele en selectieve preventie worden in de beleidsdocumenten niet expliciet teruggevonden. ● In de gemeente Voorst zijn desondanks veel voorbeelden van universele en selectieve preventie te vinden. Universele en selectieve preventie zijn geen bekende termen, maar er is een breed aanbod aan vrij toegankelijke voorzieningen De Rekenkamercommissie is benieuwd naar de definitie van universele en selectieve preventie in de gemeente Voorst en in hoeverre dit wordt toegepast in het beleid. Universele preventie gaat over voorzieningen met een universele doelgroep. Het gaat bijvoorbeeld over voorlichting over leefstijl op scholen of het bezoek aan de jeugdverpleegkundige bij het consultatiebureau. Voor universele preventie geldt dat het een brede doelgroep betreft en wordt gegeven zonder dat hier een specifiek probleem of risico in het spel is. Bij selectieve preventie is er verhoogd risico bij een bepaalde doelgroep waar de preventieve voorziening zich op richt. Het gaat bijvoorbeeld over vroeg- en voorschoolse educatie voor peuters, maar ook over onderdelen van verslavingspreventie of het jongerenwerk. Een andere bekende vorm van selectieve preventie is de griepprik voor ouderen.

| 26 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Hoewel het geen onderdeel is van de onderzoeksvraag is het goed om geïndiceerde en zorggerelateerde preventie te benoemen. Het gaat hier over problemen die al bestaan en waar interventies worden ingezet om te voorkomen dat het probleem verergert. De activiteit is hierin gericht op het individu, terwijl het bij universele en selectieve preventie gaat over collectieve preventie. Figuur 4

Overzichten van de verschillende vormen van preventie

De termen uit figuur 4 worden niet direct teruggevonden in de beleidsdocumenten van de gemeente Voorst. Ook in gesprekken met medewerkers van de gemeente en maatschappelijke partners worden deze verschillende definities van preventie niet herkend. Tegelijkertijd zijn in Voorst de verschillende vormen van hulp wel degelijk te onderscheiden. Zo biedt de GGD allerlei vormen van universele preventie, bijvoorbeeld in leefstijllessen op school of het consultatiebureau. Diverse initiatieven richten zich specifiek op kinderen met een verhoogd risico op een bepaald probleem of achterstand, zoals kinderen met een VVE-indicatie. Ook zijn er onderwijscoaches namens IJssel Berkel in de gemeente actief.

5.3 Welke doelen voor preventie zijn benoemd? Samenvatting antwoord deelvraag 3 ● Er zijn heldere doelen voor preventie, maar een overkoepelende visie ontbreekt. ● Raadsleden missen een overkoepelende visie op (selectieve) preventie en het voorliggende veld voor jeugd. ● De gemeente Voorst ketenpartners nadrukkelijk heeft betrokken bij de totstandkoming van beleid

| 27 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Er zijn heldere doelen voor preventie, maar een overkoepelende visie ontbreekt In de gemeente Voorst komt het preventieve beleid op verschillende manieren tot stand. Een belangrijke bron hiervoor is de opbrengst geweest vanuit ‘Voorst onder de Loep’ waarbij honderden inwoners en vele organisaties breed hun input hebben gegeven op mogelijke preventie van problemen en zorgvragen. De opbrengst was een belangrijk uitgangspunt voor de kadernota sociaal domein. De kadernota is vervolgens voor de uitvoering uitgewerkt in een zogenaamd uitvoeringsprogramma met voor iedere ambitie een uitwerking in een duidelijk resultaat, stand van zaken, activiteiten 2022, partners, kosten/investering en indicator. Naast het uitvoeringsprogramma sociaal domein staan er in ‘Visie en doelenboek van Voorst onder de Loep’ ook 101 doelen genoemd (grotendeels) in het kader van preventie. Deze zijn soms heel concreet, zoals ‘1.4.7 Consultatiebureau, kinderopvang en basisscholen hebben een warme overdracht van informatie over kinderen ’maar soms ook nog wat abstract zoals ‘1.2.4 Kinderen zijn communicatief vaardig’. Sommige doelen zijn haast zo concreet dat ze ook als werkinstructies gezien kunnen worden voor samenwerkingspartners. Vastgesteld kan worden dat de doelstellingen en indicatoren op veel vlakken concreet, dan wel SMART zijn geformuleerd.

Belangrijk hierbij is wel te benoemen dat de doelen in het uitvoeringsprogramma niet louter op preventie zijn gericht, maar eerder op de verschillende opgaven die er zijn op het gebied van jeugd. Dit is dan ook hetgeen waar gemeenteraadsleden tegenaan lopen. Tijdens dit onderzoek is aan de raad een aantal stellingen voorgelegd in een groepsgesprek. Op de stelling ‘De raad heeft heldere en concrete doelstellingen gesteld t.a.v. preventie en de organisatie van het voorliggende veld’, antwoordden tien raadsleden met ‘oneens’ en nul met ‘eens’. Zoals in paragraaf 5.1 al is omschreven, missen raadsleden een overkoepelende visie op (selectieve) preventie en het voorliggende veld voor jeugd. Uit gesprekken en de documentenstudie komt naar voren dat de gemeente Voorst ketenpartners nadrukkelijk heeft betrokken bij de totstandkoming van beleid, bijvoorbeeld via ‘Voorst onder de Loep’ waarbij zowel ketenpartners als inwoners nadrukkelijk zijn afgetapt op hun input. Daar waar het gaat om de operationalisering van het beleid naar de uitvoering, zijn bij sommige ketenpartners wel wat kritische kanttekeningen gemaakt, waarop we in hoofdstuk 7 uitvoerig nader in gaan.

| 28 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

H6 | Organisatie In dit hoofdstuk gaan we in op de manier waarop de gemeente Voorst de taken vanuit de Jeugdwet heeft georganiseerd. Daarbij geven we weer hoe de gemeente Voorst de toegang tot jeugdhulp heeft georganiseerd en welke rol het CJG Voorst hierin vervult. Het gaat ook over andere plekken waar kinderen of ouders vragen kunnen stellen, bijvoorbeeld bij de huisarts, het consultatiebureau of op school. In dit hoofdstuk komen de volgende deelvragen aan bod. Deelvragen

Normen

4.

●

Hoe is de toegang geregeld en hoe ziet dat er in de toekomst uit?

●

●

5.

Welke doelen en ambities zijn daarvoor geformuleerd en welke afwegingen zijn daarin gemaakt? En is hiervoor al een ontwikkeling in gang gezet?

●

●

In de beleidsregels en beleidskaders staat duidelijk uitgewerkt hoe de toegang georganiseerd is en welke ontwikkeling de toegang gaat doormaken. Er zijn stukken (op de website) die jongeren en ouders informeren over het jeugdbeleid en de voorliggende voorzieningen. Er is vanuit de toegangsteams actief informatie gedeeld met inwoners over jeugdhulp, de voorliggende voorzieningen, hoe men daarvoor een aanvraag kan doen, waar dit kan en wanneer men hiervoor in aanmerking komt. Het jeugd- en preventiebeleid is vertaald naar uitvoeringsprogramma’s of werkinstructies waarmee de toegang kan werken. De doelen en ambities voor de toegang zijn tot stand gekomen met de betrokken medewerkers en ketenpartners.

6.1 Hoe is de toegang geregeld en hoe ziet dat er in de toekomst uit? Samenvatting antwoord deelvraag 4 ● Er is sprake van een heldere gemeentelijke toegang via het CJG. ● Er is geen POH-GGZ-J in Voorst, maar het contact met huisartsen is goed. ● De gemeente Voorst heeft via de schoolmaatschappelijke werkers en de onderwijscoaches goede vooruitgeschoven posten in het onderwijs. ● Jongerenwerk (Younger at Heart) speelt een belangrijke rol in de gemeente, maar heeft in het verleden veel discussie opgeleverd. In de gemeente Voorst kunnen jeugdigen via verschillende kanalen toegang krijgen tot jeugdhulp of worden doorverwezen (specialistisch en voorliggend). In deze rapportage maken we onderscheid tussen de gemeentelijke toegang, andere wettelijke verwijzers naar jeugdhulp én andere belangrijke vindplekken. Er is sprake van een heldere gemeentelijke toegang via het CJG Het CJG Voorst vormt de gemeentelijke toegang van de gemeente. Het CJG is beschikbaar voor alle vragen van en over jeugdigen tussen de 0-23 jaar (voor de jongvolwassenen is er vanaf 18 jaar Wmo-ondersteuning mogelijk). Het kernteam bestaat uit een coördinator, jeugdarts, GZ-psycholoog en consulenten jeugd.

| 29 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Er is een nauwe samenwerking tussen de GGD, Vérian en de gemeente. Sinds juni 2022 zit maatschappelijke ondersteuning, het CJG en het consultatiebureau samen in het gerenoveerde gemeentehuis in Twello. Het CJG opereert als netwerkorganisatie. Het CJG bestaat uit met daarin een coördinator CJG, jeugdarts, GZ psycholoog en consulenten Jeugd. Daarnaast werken Verian Jeugdgezondheidszorg, MEE Veluwe, Stimenz en de GGD als ketenpartner binnen het CJG. De essentie van de werkwijze van het CJG is dat kinderen/jongeren of hun ouders met een hulpvraag worden toegeleid naar passende hulp. Deze passende hulp kan gevonden worden in de voorliggende/preventieve voorzieningen, maar kan ook, indien dat nodig is, uitgevoerd worden door jeugdhulpaanbieders. Belangrijk daarbij is de laagdrempeligheid/bereikbaarheid van het CJG en tevens het aanbod van hulp. Als inwoners bij het CJG aankloppen met een vraag volgen gesprekken voor vraagverheldering en -analyse. Op basis hiervan kiezen de consulenten samen met de inwoner een passend vervolgtraject. Dit kan een maatwerkvoorziening zijn, maar ook een verwijzing naar het voorliggend veld of een combinatie van beide. Het CJG biedt zelf geen begeleiding of hulp. Ze werken als objectief orgaan bij het inzetten van hulp en ondersteuning aan jeugdigen en gezinnen. Ook bieden ze procesregie.

Dit betekent dat het CJG soms voor een lange tijd betrokken is bij casuïstiek. Het verschilt per casus hoeveel tijd de procesregie in beslag neemt. Ten tijde van het onderzoek was er geen wachtlijst bij het CJG. De caseload is echter stevig en de werkdruk is hoog, komt uit gesprekken naar voren. Dit heeft meerdere oorzaken, zo neemt de complexiteit van de problematiek toe, maar hebben ze ook te maken gehad met de uitval van collega’s. Opvallend is dat steeds meer van de casuïstiek te maken heeft met (complexe) echtscheidingsproblematiek. Er wordt een schatting gedaan dat ongeveer drie op de vijf nieuwe casussen te maken hebben met echtscheidingen. Daarbij wordt opgemerkt dat de drukte bij het CJG wellicht ook te maken heeft met de visie van de maatschappij op (jeugd)hulp. Zo mag er niets meer mis zijn en moeten problemen gelijk weggenomen worden. Dit leidt dus ook tot meer hulpvragen bij het CJG. Respondenten merken verder op dat de toegang (CJG) in Voorst heel laagdrempelig is; ook in vergelijking met andere buurgemeenten. Inwoners worden snel gezien en gehoord, het CJG staat te boek als herkenbaar en toegankelijk. Als positief punt is ook genoemd dat oude cliënten in principe vaak weer de oude consulent krijgen, mochten ze terugkomen voor een hulpvraag.

Er is geen POH-GGZ-J in Voorst, maar het contact met huisartsen is wel verbeterd Veel inwoners kiezen ervoor om hun hulpvraag te stellen bij de huisarts. Huisartsen hebben vanuit de Jeugdwet eveneens de mogelijkheid om te verwijzen naar jeugdhulp. Uiteraard hebben ze ook de mogelijkheid om ouders, verzorgers en/of kinderen te verwijzen naar voorliggende voorzieningen. In veel gemeenten zijn er de afgelopen jaren Praktijkondersteuners GGZ Jeugd gekomen. In Voorst zijn die er echter niet. Uit gesprekken komt naar voren dat huisartsen het niet zien zitten om de risico’s van het werkgeverschap op zich te nemen. Het is erg afhankelijk van de huisarts hoe de samenwerking loopt. Als pilot is er bij één huisarts wel een jeugdconsulent en een wijkverpleegkundige gezet. Het contact met de huisartsen is de afgelopen jaren verbeterd. In Voorst verwijzen huisartsen vaak direct door naar het CJG. Dit is terug te zien in het percentage verwijzingen. Naar schatting wordt ongeveer 70% van de verwijzingen afgehandeld door het CJG. Verder liggen er plannen om de aansluiting tussen huisartsen, het onderwijs en het opvoedsteunpunt verder te versterken, zodat signalen vanuit het onderwijs vroegtijdig opgepakt kunnen worden.

| 30 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Er is een brede en goed functionerende jeugdgezondheidszorg in Voorst Bijna alle kinderen in de gemeente Voorst komen in contact met jeugdgezondheidszorg. Voor kinderen tot 4 jaar is het consultatiebureau op meerdere momenten in het leven van kinderen betrokken. Vérian voert deze hulp tot 4 jaar uit. Vanaf 4 jaar biedt de GGD gezondheidszorg aan jeugdigen. Jeugdartsen hebben wettelijk de mogelijkheid om te verwijzen naar jeugdhulp. Dit maakt de jeugdgezondheidszorg naast een belangrijke vindplek ook een plek waar wordt verwezen naar jeugdhulp (de meeste doorverwijzingen lopen via het CJG). De jeugdgezondheidszorg bestaat onder andere uit het consultatiebureau voor medische, verpleegkundige en pedagogische zorg. Voor kinderen vanaf de basisschoolleeftijd wordt een divers pakket aan voorliggende voorzieningen en activiteiten georganiseerd, zoals leefstijllessen op school of de verzuimspreekuren. De jeugdverpleegkundige ziet alle kinderen uit Voorst op school. Daarbij worden onder andere alle ogen, oren, lengte en gewicht gemeten. Daarnaast zijn ze beschikbaar voor vragen van ouders. Al deze gegevens worden verwerkt in een systeem. Binnen de GGD zijn ze in het werkgebied voor 22 gemeenten. Er wordt ook altijd een spreekuur gehouden op scholen; vaak zijn ze drie of vier keer per jaar aanwezig op een school.

De GGD-jeugdarts voert verder allerlei gezondheidsonderzoeken uit, kijkt naar motoriek, zindelijkheid met verdenking medische oorzaak en op de middelbare school ziet de jeugdarts ook de bijzonderheden na een gezondheidsonderzoek. Verder kijkt de jeugdarts ook naar verzuim op de middelbare scholen. De GGD zit daarbij ook in de kernteamoverleggen van het VO waarbij de jeugdarts, de zorgcoördinator van school, schoolmaatschappelijk werk en leerplichtambtenaren zijn aangesloten. Daarin hebben ze een adviserende rol. De jeugdgezondheidszorg ziet in principe alle jongeren uit Voorst. Als kinderen op school zitten en ze komen niet opdagen voor een onderzoek, dan bellen ze daar altijd achteraan. Het kan een signaal zijn dat de leerling/ouders het niet op de rit hebben. De gemeente Voorst heeft via de schoolmaatschappelijke werkers en de onderwijscoaches goede vooruitgeschoven posten in het onderwijs De meeste kinderen gaan naar school. School is dan ook vaak een plek waar (hulp)vragen als eerste aan het licht komen. Het vormt daarom een belangrijke vindplaats voor (jeugd)hulp. In de gemeente Voorst is de GGD zoals hierboven beschreven regelmatig op alle scholen (basis en voortgezet) aanwezig. Ook kent de gemeente onderwijscoaches van samenwerkingsverband IJssel-Berkel die contact met scholen hebben op het moment dat er problemen zijn.

Het gaat in de basis om kinderen die op school en thuis leer- en/of gedragsproblemen laten zien. Dat doen ze middels een ondersteuningsteam waar vanuit de gemeente iemand aansluit (schoolmaatschappelijk werk). In een breed overleg proberen ze het onderwijs en de thuissituatie voor het voetlicht te brengen. Vanuit het schoolmaatschappelijk werk zijn er vaste schoolmaatschappelijke werkers in het basis- en voortgezet onderwijs. Het schoolmaatschappelijk werk is de vooruitgeschoven post van het CJG op de basisscholen binnen de gemeente Voorst en maakt deel uit van het ondersteuningsteam van school. De schoolmaatschappelijk werker kan aansluiten bij (kind)overleggen van school. Vaak gebeurt dit op uitnodiging vanuit school of ouders. Samen met ouders wordt de hulpvraag en ondersteuningsbehoefte onderzocht. Jongerenwerk (Younger at Heart) speelt een belangrijke rol in de gemeente, maar heeft veel discussie opgeleverd In Voorst wordt het jongerenwerk door Younger at Heart (YAH) uitgevoerd. Dit doen ze al ruim vijftien jaar. Het jongerenwerk is naast de ondersteuning die zij bieden aan jongeren, ook een belangrijke vindplaats, omdat veel jongeren terug blijven komen naar deze laagdrempelige voorziening. YAH voert tussen 2021-2024 via een overeenkomst het jongerenwerk uit. Het jongerenwerk richt zich met name op de leeftijdsgroep 12-23 jaar.

| 31 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

De afbakening van de leeftijdsgroep is arbitrair waarbij afhankelijk van de behoefte en vraag ook kinderen onder de 12 jaar en jongvolwassenen boven de 23 jaar bij het jongerenwerk terechtkunnen. In het aanbestedingsdocument dat ten grondslag ligt aan de overeenkomst staan vijf doelstellingen genoemd (die per punt nog nader zijn gespecificeerd): 1. Het versterken van eigen kracht van jongeren 2. Grotere participatie van jongeren in de samenleving 3. Snel en dichtbij passende hulp en ondersteuning 4. Normaliseren en de-medicaliseren 5. Het stimuleren van meer samenwerking en hanteren van één Gezin, één Plan en één Regisseur. Hiervoor werd gewerkt met een subsidierelatie. Het aanbesteden van het jongerenwerk zorgde begin 2021 voor (politieke) reuring in de raad. Uit gesprekken komt naar voren dat er een verschil van inzicht bestaat tussen de ambtelijke organisatie en YAH over welke doelgroepen bediend moeten worden en met welk aanbod. Vanuit die hoedanigheid werd dan ook besloten om voorafgaand aan de nieuwe concessie een ‘Uitgangspuntennotitie ten behoeve van de aanbesteding Jongerenwerk Voorst 2021-2024’ op te stellen. Voor deze uitgangspuntennotitie was ook onderzoek gedaan onder jongeren en hun behoeften. Tijdens het debat hierover op 1 maart 2021 vond de raad dat het college niet onder de juiste doelgroep onderzoek had gedaan.

De kritiek was dat vooral hoogopgeleide jongeren hadden gereageerd op het onderzoek, jongeren uit dorpen en kernen buiten Twello onderbelicht waren en dat noch jongeren met wat voorheen Lbo-niveau werd genoemd, noch vroegtijdige schoolverlaters voorkwamen in dit rapport. Hierop werd dan ook een de motie ‘Nu even niet’ ingediend waarin werd aangeven dat: ● het onderzoeksrapport een eenzijdig beeld geeft van de jongeren in de gemeente Voorst; ● de uitgangspuntennotitie gebaseerd is op een niet representatieve groep jongeren en een gesprek met dertien jongeren een smalle basis vormt om een uitgangspuntennotitie op te baseren; ● dit onderzoeksrapport en deze notitie niet als uitgangspunt kunnen dienen voor een aanbesteding voor het jongerenwerk. Ook de Cliëntenraad Maatschappelijke Ondersteuning (CMO) heeft op 23 maart 2021 met het college hierover van gedachten gewisseld. Door dit alles werd uiteindelijk het onderzoek ingetrokken en niet gebruikt voor de aanbesteding. Inmiddels lijken de gemoederen weer te zijn bedaard. Zo is YAH zelf erg tevreden over hun relatie met de gemeente. De gemeente Voorst laat heel veel over aan YAH om op basis van hun expertise te blijven vernieuwen. Bij YAH zijn ze vooral bezig met normaliseren en proberen zo veel mogelijk en zo snel mogelijk jongeren die YAH niet nodig hebben te laten vertrekken.

YAH richt zich juist op de jongeren die zich tussen wal en schip bevinden. Voorst is een plattelandsgemeente met veel kleine kernen en veel verenigingsleven en toch zijn er in potentie veel jongeren die op straat hangen (cijfers hierover zijn niet bekend geworden in dit onderzoek). Het gaat vooral om jongeren die in de kleine kernen niet hun draai kunnen vinden. Ze hebben een inloop bij het jongerencentrum in Twello en ze ze zijn ook op straat aanwezig. Er wordt ingezet om jongeren zo vroeg mogelijk te bereiken op laagdrempelige wijze. Bij het jongerencentrum hebben ze bijvoorbeeld een skatepark op locatie. Op woensdag is er een inloop die heel anders is dan de inloop op donderdagavond; woensdag komen vooral ouders met jonge kinderen en donderdagavond is vooral voor de wat oudere jongeren.

| 32 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Omdat YAH al vijftien jaar in de gemeente zit, zijn ze met generaties meegegroeid. Er zijn nu ouders die zelf eerst als jongere kwamen en nu met hun kinderen komen, dit hebben de onderzoekers ook zelf geobserveerd tijdens participerend onderzoek op locatie. De wijze waarop ze werken is gestoeld op de preventieve kant van werken met subculturen. De gedachte is dat YAH er is als soort vangnet om op terug te vallen. De jongeren blijven vaak lang onder de vlag van jongerenwerk opereren; en blijven ook vaak terugkomen tijdens de inloopavonden. Het jongerencentrum dat nu bestaat, gaat weg. Daarom zijn de gemeente en YAH aan het denken over de invulling van een nieuwe locatie, met jonge bedrijven en werkruimten.

6.2 Welke doelen en ambities zijn daarvoor geformuleerd en welke afwegingen zijn daarin gemaakt? En is hiervoor al een ontwikkeling in gang gezet? Samenvatting antwoord deelvraag 5 ● Over het algemeen werkt de gemeente Voorst op basis van behoefte en ‘wat nodig is’ en wordt niet alles in procedures, processen of andere uitvoeringsdocumenten vastgelegd. ● De taakverdeling en afspraken zijn niet in procedures vastgelegd. In deze paragraaf gaan we kort in op de doorvertaling van het (preventie)beleid naar de uitvoering middels werkinstructies en processen. Er zijn geen werkinstructies en/of procedures in de toegang Zoals al in het vorige hoofdstuk uitvoerig is beschreven, kent de gemeente Voorst een uitvoeringsprogramma waarin resultaten, doelen, activiteiten en indicatoren zijn benoemd. In hoeverre die ook weer zijn doorvertaald naar operationele documenten is niet duidelijk geworden in het onderzoek. Het is op basis van de documenten niet vast te stellen in hoeverre het CJG werkt met vastgestelde werkprocessen en -instructies. Uit gesprekken met de gemeente is naar voren gekomen dat wanneer een inwoner belt met de frontoffice, samen met de inwoner wordt gekeken naar zijn of haar (hulp)vraag. Deze eerste uitvraag bepaalt welk advies er wordt gegeven. Op dit moment wordt er wel gewerkt aan een beslisboom op dit vlak voor het hele sociale domein.

Het CJG kent op dit moment geen uitvoerings- of jaarplan. De gemeente maakt met de verschillende partijen die opereren binnen het CJG, afspraken die in het kader van de subsidiegesprekken worden besproken en geëvalueerd. Hierin komt ook aan de orde welke wensen er zijn op het gebied van uitvoering. In dit gesprek komen trends en ontwikkelingen aan de orde en maken ze gezamenlijk bijvoorbeeld afspraken over het collectieve aanbod. De taakverdeling en afspraken zijn niet in procedures vastgelegd Over het algemeen werkt de gemeente Voorst op basis van behoefte en ‘wat nodig is’ en wordt niet alles in procedures, processen of andere uitvoeringsdocumenten vastgelegd. In een relatief kleine gemeente kent men de partners goed en kan er snel gehandeld worden, zeker als de partners op een lijn zitten en hetzelfde probleem ervaren, bemerken veel respondenten. Zo wordt er intensief samengewerkt met scholen rondom de behoefte die er is ontstaan vanuit de coronacrisis om het welzijn van kinderen op scholen te verbeteren. Dit ligt niet vast in beleidsdocumenten, omdat de problematiek ook pas sinds corona is ontstaan, maar ze brengen het wel al in de praktijk. Zo zijn er leerplichtambtenaren die preventief op scholen aanwezig zijn om gesprekken te voeren. Dat is een gevolg van de vragen die scholen daar nu om vragen en niet iets wat in het begin vanuit het beleid is vormgegeven.

Als het gaat om onderwijs en de samenwerking hiermee heeft de gemeente op het gebied van preventie echt slagen gemaakt.

| 33 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

De samenwerking met andere partijen zoals Stimenz, Halt en Humanitas verloopt goed. De laatste partij is vooral gesubsidieerd met gemeentelijke middelen. Met Halt hebben ze een aantal projecten lopen en wordt jaarlijks een gesprek gevoerd hoe het geld wordt ingezet. Gezien het werkveld sluiten ze goed aan bij wat de gemeente wil. Op dit moment is de gemeente bezig met een overzicht van preventieve voorzieningen maar waar nu geen middelen voor zijn. Het idee is wel dat er in de toekomst een stevig aanbod is aan voorliggende voorzieningen. Als het gaat om capaciteit voor algemeen maatschappelijk werk dan is die vrij laag in vergelijking met andere gemeenten. De ambtelijke organisatie is druk bezig om daar meer uren voor te regelen, dat ligt ook vast in de kadernota. De gemeente wil ook steungezinnen gaan inzetten vanuit Humanitas. Stimenz (schoolmaatschappelijk werk) heeft aangegeven dat ze op dit moment te druk zijn met moeilijke casuïstiek en dat ze er niet aan toekomen om meer gezinnen te bereiken. Uit gesprekken komt naar voren dat schoolmaatschappelijk werkers lange tijd als procesregisseur hebben geopereerd (de facto als CJG-consulent), maar nu langzaam weer terug gaan naar hun oorspronkelijk takenpakket en daardoor meer zichtbaar worden op scholen en in de buurt.

| 34 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

H7 | Uitvoering In dit hoofdstuk gaan we in op de uitvoering van voorliggende voorzieningen in de gemeente Voorst. Daarnaast komt de samenwerking tussen de gemeente Voorst, het CJG en voorliggende voorzieningen aan bod. Ook komt de route naar hulp voor jeugdigen aan bod. In dit hoofdstuk worden de volgende deelvragen behandeld. Deelvragen

Normen

6.

●

Welke activiteiten worden ingezet om de doelstellingen te realiseren?

●

7.

Hoe verloopt de samenwerking tussen de zorgverleners in de eerste lijn (huisartsen, CJG, voorveld)?

●

●

8.

In hoeverre is het duidelijk dat de jeugd ook hulp zoekt als dat nodig is?

●

●

●

●

Er is een overzicht van alle activiteiten waarbij de gemeente betrokken is binnen het jeugdveld. Er is een duidelijke sociale kaart waarop alle voorliggende voorzieningen zijn benoemd. Deze kaart is ook bekend bij alle partijen in het voorveld. Er is nauwe samenwerking tussen de gemeentelijke toegang, huisartsen, jeugdartsen en voorliggende voorzieningen jeugd. Er is sprake van een effectieve samenwerking tussen de gemeenten en de maatschappelijke partners en professionals. Uit interviews met professionals blijkt dat zij de juiste zorg hebben geboden/ontvangen die aansluit bij de behoefte van jongeren. De gemeente heeft onderzoeken uitgevoerd dan wel geïnventariseerd waar de behoeften van de jeugd naar uitgaan. De gemeente is bekend met de vindplaatsen (zoals op scholen en jeugdhonken) waar jongeren zich kunnen melden. Professionals zijn aanwezig op vindplaatsen dichtbij de jongeren, bijvoorbeeld op school of in de wijk.

7.1 Welke activiteiten worden ingezet om de doelstellingen te realiseren? Samenvatting deelvraag 6 ● Er is een heldere sociale kaart, maar deze is pas net gelanceerd, waardoor veel partijen elkaar nog niet goed kennen. ● Er is in de basis voldoende voorliggend aanbod in de gemeente Voorst; wel is er relatief weinig aanbod in de categorie ‘ontspanning’. Er is een heldere sociale kaart, maar deze is pas net gelanceerd, waardoor veel partijen elkaar nog niet goed kennen De gemeente Voorst heeft een uitgebreid aanbod van voorliggende voorzieningen. Zie voor een beschrijving van (een groot deel van) deze activiteiten ook paragraaf 4.4. Uit veel van de gesprekken blijkt echter dat het overzicht van voorliggende voorzieningen jeugd nog niet bij iedereen voldoende duidelijk is.

| 35 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Er is daarom onlangs een digitale sociale kaart10 gelanceerd op een door de gemeente georganiseerde netwerkbijeenkomst. De lancering van de sociale kaart was ook de aftrap voor nieuwe netwerkbijeenkomsten. Er wordt door de gemeente actief aan organisaties gevraagd om deze bij te houden. De digitale sociale kaart laat alle activiteiten in de dorpskernen zien. Voorheen stond er op de website van het CJG een overzicht van voorliggende voorzieningen, maar deze was niet volledig. Uit de gesprekken komt naar voren dat wanneer medewerkers van het CJG, maar ook andersom vaak verwijzen naar dezelfde bekende voorliggende voorzieningen of zorgaanbieders. Als voorbeeld wordt “Kr8kidzz” benoemd (sociale vaardigheidstraining). Als medewerker van het CJG moet je het maar net weten dat er een groep is gestart om kinderen hiernaar te verwijzen. Sinds kort is er daarom een coördinator transformatie gestart. Deze functionaris werkt onder andere als schakel tussen voorliggende voorzieningen, het CJG en de gemeente Voorst en werkt aan het opzetten/uitbreiden van een netwerkstructuur. Er is in de basis voldoende voorliggend aanbod Uit gesprekken komt duidelijk naar voren dat er al een uitgebreid aanbod van voorliggende voorzieningen voor jeugdigen is. Op basis van actuele vragen die leven wordt het veld nog regelmatig uitgebreid met nieuwe initiatieven.

Zo is regelmatig het organiseren van een KIES-training (Kinderen In Een Scheiding) genoemd als een ontbrekende voorziening; deze training ging als gevolg van corona enige tijd niet door. Op het gebied van faalangst en druk die er op kinderen staat, is er nog geen aanbod, dat zou wel interessant kunnen zijn om iets op te ontwikkelen. Uit het ambtelijk wederhoor is naar voren gekomen dat er inmiddels Kr8Kids is als aanbod op het vlak van faalangst, maar ook ruime mogelijkheden voor de scholen om hier gelden voor aan te vragen. Signaal is dus wel dat nog niet alle ketenpartners op de hoogte zijn van het volledige aanbod. Sommige respondenten geven aan dat er nog wel eens te snel overgegaan wordt tot het opzetten van een nieuwe voorziening (vooral op het gebied van ondersteuning/hulpverlening) terwijl dit dan in de praktijk helemaal niet nodig blijkt. Zo is in het verleden een KIES-training opgezet die vervolgens niet voldoende gebruikt werd. Het is een aandachtspunt voor de gemeente Voorst om eerst goed inzichtelijk te maken wat de behoefte is aan een bepaalde voorziening voordat deze daadwerkelijk wordt opgezet. De schaal van Voorst wordt hier ook regelmatig benoemd als onderliggende oorzaak dat voorzieningen niet voldoende gevuld worden. Als het gaat om BSO-plekken zijn er op dit moment wachtlijsten bij de aanbieders.

De gemeente heeft onlangs een inventarisatie gedaan om de wachtlijsten bij de BSO’s in kaart te brengen. Naast het aanbod op (mentaal) welbevinden kent Voorst ook initiatieven op het fysieke vlak; zoals de NIX18-campagne en JOGG. Daarnaast is er geld voor het jeugdsportfonds en stichting leergeld. Wat ten slotte opvallend is in het aanbod, is het geringe aantal voorzieningen/organisaties dat zich bezighoudt met activiteiten voor ontspanning voor jongeren. Voor dit onderzoek hebben de onderzoekers participerend onderzoek gedaan bij ‘teenage party’ die regelmatig door Stichting Pampus wordt georganiseerd. Uit gesprekken met de aanwezige vrijwilligers bij Pampus en de jongeren zelf, komt naar voren dat zij het aanbod aan die kant als mager ervaren.

10

https://kijkindekernen.nl/g/11/sociale-kaart.

| 36 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

7.2 Hoe verloopt de samenwerking tussen de zorgverleners in de eerste lijn (huisartsen, CJG en voorveld)? Samenvatting deelvraag 7 ● De gemeente treedt niet voldoende op als regisseur van het veld ● De samenwerking met huisartsen verloopt goed ● Samenwerking binnen de gemeentelijke toegang is doorgaans goed, maar rolafbakening kan beter ● Samenwerking met het CJG verloopt goed, ontmoeting met andere stakeholders vinden nog te weinig plaats. In deze paragraaf gaan we in op de samenwerking tussen de toegang, huisartsen en voorveld. De gemeente treedt niet voldoende op als regisseur van het veld Het CJG is voor veel partijen het eerste aanspreekpunt op het moment dat ze vragen hebben over opgroeien en opvoeding. Tegelijkertijd merken veel respondenten dat ze wellicht nog te weinig contact hebben met andere partijen uit het jeugdveld. Het (voorliggende) jeugdveld is niet heel overzichtelijk, een goede sociale kaart ontbrak tot voor kort in Voorst. Hoewel de gemeente Voorst jaarlijks verschillende netwerkbijeenkomsten organiseert, treedt de gemeente nog niet genoeg op als regisseur van het veld, menen veel maatschappelijke partijen. Verschillende partijen hebben de afgelopen jaren netwerkbijeenkomsten gemist. Een deel is niet doorgegaan door corona, maar ook daarvoor en daarna is er te weinig ontmoeting geweest van maatschappelijke partners onderling en met de toegang (CJG).

De lancering van de sociale kaart is bij veel partijen goed geland. Er waren daar veel partijen aanwezigen, waardoor veel nieuwe ontmoetingen ontstonden. In verschillende gesprekken is geopperd dat de gemeente vaker bijeenkomsten kan organiseren, vooral met smallere doelgroepen zoals alleen jeugd. In gesprekken is aangegeven dat de netwerkbijeenkomsten voor een deel toch vrijwilligerswerk betreft, waartoe niemand van de maatschappelijke partners zich echt geroepen voelt. De regie hiervoor zou eigenlijk bij de gemeente moeten liggen vinden veel partners, maar uit gesprekken komt naar voren dat de gemeente de regie juist weer heeft teruggelegd bij de organisaties zelf, waardoor het gezamenlijke niet altijd van de grond komt. De samenwerking met huisartsen verloopt goed Als het gaat om het contact met de huisartsen is er een halfjaarlijks overleg. De lijntjes zijn in de praktijk ook kort, bemerken responden. De doorverwijzingen van de huisarts naar het CJG zijn de afgelopen jaren toegenomen (zoals ook al in het vorige hoofdstuk gemeld). Vorig jaar heeft de gemeente ook een bijeenkomst met de huisartsen georganiseerd om door te praten over de kosten van jeugdzorg en de mogelijkheden van de gemeente. Samenwerking binnen de gemeentelijke toegang is doorgaans goed, maar rolafbakening kan beter De lijnen binnen het CJG en de samenwerkingspartners in de toegang zijn kort.

Opvallend is dat in veel gesprekken door ketenpartners is genoemd dat de samenwerking sinds corona eigenlijk is verbeterd. Wat meespeelt, is dat ze in Voorst al een aantal jaar samenwerken met dezelfde mensen, waardoor de samenwerking steeds natuurlijker gaat. Uit de gesprekken is echter wel naar voren gekomen dat sommige partners die feitelijk binnen het CJG opereren (denk aan Stimenz, schoolmaatschappelijk werk, Stichting MEE), het soms als lastig ervaren dat ze aan de ene kant van het CJG zijn, maar aan de andere kant ook weer niet.

| 37 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Het zou voor bepaalde partners prettig zijn als er een nadere definitie en/of rolbepaling zou komen, maar vooral ook dat het duidelijk is dat ze tezamen het CJG vormen. Samenwerking met het CJG verloopt goed, ontmoeting met andere stakeholders vinden nog te weinig plaats De lijnen zijn kort in de gemeente Voorst, de meeste maatschappelijke partners ervaren het samenwerken met het CJG als prettig en informeel. Het CJG doet er alles aan om de samenwerking te verbeteren en het CJG is altijd benaderbaar voor vragen. Wat sommige ketenpartners nog wel missen in de gemeente is een duidelijke visie op het gebied van preventie, waarbij het vooral gaat om een concrete doorvertaling naar de uitvoering. Ook hebben meerdere medewerkers vanuit de uitvoering bij maatschappelijke partners bemerkt dat de werkvloer soms ver weg staat van het beleid. Ontmoetingen met de stakeholders waar beleid, bestuur en uitvoering bij elkaar komen, vinden nog te weinig plaats. Daarbij wordt er in de praktijk te weinig geëvalueerd wat de maatschappelijke partners precies doen en in hoeverre dit overeenkomt met hun oorspronkelijke taken en werkzaamheden, wat ook al in paragraaf 6.2 is geduid.

7.3 In hoeverre is het duidelijk dat de jeugd ook hulp zoekt als dat nodig is? Samenvatting antwoord deelvraag 8 ● De mogelijkheden om op en af te schalen zijn niet structureel in beeld. ● Professionals sluiten aan bij de hulpvraag van jongeren. ● De gemeente Voorst is goed aangesloten op de vindplaatsen. Bij het beantwoorden van deze deelvraag is vooral gekeken naar een aantal criteria die de kans vergroten dat er zoveel mogelijk jeugdigen goed in beeld zijn, zodat de juiste hulp geboden kan worden. Dit wordt opgebouwd aan de hand van het inzicht in op- en afschalen, het aansluiten bij de behoefte van jongeren op het gebied van hulp en ondersteuning en de aansluiting met de vindplaatsen. Op- en afschalen is voor verbetering vatbaar Als voorliggende voorzieningen voor jeugdigen goed zijn ingericht, zijn er voldoende mogelijkheden om af te schalen. Afschalen betekent dat een lichtere voorziening wordt ingezet als hulp aan een inwoner. Het kan bijvoorbeeld zijn dat na enige tijd een maatwerkvoorziening niet langer nodig is, maar een passende voorliggende voorziening een uitkomst biedt. Uit gesprekken met professionals blijkt dat jongeren uit Voorst doorgaans de hulp krijgen die ze nodig hebben. Respondenten geven aan dat maatwerkvoorzieningen worden ingezet als ze nodig zijn en dat er voldoende aanbod is in het voorliggende veld.

Wel kan er nog een slag geslagen worden in het afschalen van maatwerkvoorzieningen naar het voorliggend veld. Door het ontbreken van een duidelijke sociale kaart, zijn veel partijen niet op de hoogte van het grote aanbod. Wat hierbij ook een rol speelt, is het feit dat de jeugdconsulenten van het CJG procesregisseur zijn geworden, waardoor ze vooral zijn gericht op het bieden van procesregie en minder op het afschalen naar het voorliggend veld. Binnen het werkveld worden er weinig evaluaties of terugkoppelgesprekken gevoerd over de inzet van (voorliggende) hulp. Als het wel gebeurt, dan doen de partijen in het voorveld het op eigen initiatief richting de gemeente of binnen het netwerk, bemerken verschillende respondenten. Op dit punt is - gezien de scope van dit onderzoek - geen uitgebreide cijfermatige analyse gedaan, maar dit zou reden kunnen zijn voor een vervolgonderzoek.

| 38 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

De belangrijkste vindplaatsen zijn in beeld, maar er is vervolgonderzoek nodig over de doorverwijzing vanuit de eerste twee lagen van de sociale basis In hoofdstuk 6 is al een uitvoerig overzicht gegeven van de belangrijkste doorverwijzers en vindplaatsen in de gemeente. De gemeente lijkt deze plekken goed in kaart te hebben. In hoeverre de gemeente ook afspraken heeft over doorverwijzing met de eerste twee lagen van de piramide van de sociale basis, te weten “georganiseerd informeel” en “informeel”, is niet duidelijk geworden in het onderzoek. Het gaat hier met name om de vele (sport)verenigingen die Voorst rijk is en in hoeverre zij ook doorverwijzen naar de gemeente op het moment dat jongeren ondersteuning nodig hebben. Middels het project Voorst onder de Loep heeft de gemeente in brede zin wel ervaringen en behoeften opgehaald uit de eerste twee lagen, dus echt bij de inwoners en de verenigingen. De verenigingsdichtheid is heel hoog met een grote diversiteit aan voorzieningen. Het is wel de vraag of jongeren (en ouders) de weg weten te vinden. Als een jongere zich depressief voelt, dan is het de vraag of de voetbalvereniging een goede plek kan zijn om je (hulp)vraag te stellen. Het doorverwijzen van verenigingen vanuit de tweede laag van de sociale basis zou een interessant onderwerp kunnen zijn voor vervolgonderzoek.

| 39 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

H8 | Resultaten en ervaren effecten In dit hoofdstuk beschrijven we welke resultaten door de gemeente worden behaald en hoeverre deze in beeld zijn gebracht. Ook gaan we kort in op de ervaring van jongeren en ervaringsdeskundigen met het gevoerde beleid. Hiervoor hebben we onder andere participerend onderzoek gedaan. In dit hoofdstuk gaan we in op de volgende deelvragen. Deelvragen

Normen

9.

●

Op welke wijze wordt de voortgang gemonitord en welke effecten zijn al behaald?

●

10. Welke ervaring hebben jongeren met het gevoerde beleid en de uitvoering? Zijn de voorzieningen op hun behoefte afgestemd?

De prestaties van de gemeente zijn inzichtelijk gemaakt en in lijn met de geformuleerde streefwaarden en doelen. Er is sprake van een monitoringssystematiek.

●

Er wordt passende zorg geboden en de tevredenheid hierover wordt gemonitord.

●

Er zijn cliëntervarings-/of behoefteonderzoeken gehouden zoals bepaald is door VWS.

●

Er worden gericht voorzieningen of preventie ingezet om recidive te voorkomen, met gebruikmaking van verschillende zorgproducten.

8.1 Op welke wijze wordt de voortgang gemonitord en welke effecten zijn behaald? Samenvatting antwoord deelvraag 9 ● De resultaten en effecten worden intern gemonitord, maar er is nog weinig aansluiting met de P&C-documenten ● Er wordt nog te weinig verbinding gelegd tussen de monitoringsgegevens en de doelstellingen van de gemeente Voorst voor voorliggende voorzieningen jeugd. ● Maatschappelijke partners reflecteren uitgebreid op hun activiteiten, maar de koppeling met doelstellingen ontbreekt. De resultaten en effecten worden intern gemonitord, maar er is nog weinig aansluiting met de P&C-documenten Voor de beantwoording van deze deelvraag is in de eerste plaats gekeken naar de beschikbare informatie in de P&C-documenten, waar in de kadernota sociaal domein scherpe doelen, indicatoren, resultaten, et cetera zijn genoemd. Uit gesprekken met de organisatie begrijpen wij dat er intern ieder kwartaal gerapporteerd wordt op deze doelen en indicatoren. De gemeenteraad ontvangt hiervan een beknopte weergave in de vorm van een raadsmededeling waarin enkele behaalde resultaten in het eerste helft van 2022 worden toegelicht. In diezelfde ‘halfjaarrapportage uitvoering sociaal domein’ valt verder te lezen dat in de jaarrapportage (die in januari 2023 wordt opgestuurd), de organisatie nader ingaat op de stand van zaken van de uitvoering ten aanzien van alle ambities uit de kadernota.

| 40 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Als we kijken naar de verantwoording bij de P&C-documenten, zoals de jaarrekening en de begroting, dan is deze vrij summier (de verplichte BBV-indicatoren11), waardoor deze informatie niet één-op-één te vergelijken is met de doelen, resultaten en indicatoren uit de kadernota en het uitvoeringsprogramma sociaal domein. Aangezien hier ook geen streefwaarden aan zijn gekoppeld, is het voor een raadslid lastig hierop te sturen, want het is niet duidelijk wanneer de gemeente Voorst tevreden is. Een overkoepelend jaarverslag van de gemeentelijke toegang in de vorm van het CJG is er niet, omdat het CJG een samenwerking is tussen meerdere partijen. De jaarverslagen van de partijen waarmee het CJG samenwerkt (Stimenz, MEE Veluwe, GGD/Verian) kunnen door de raad wel worden ingezien. Verantwoording vanuit de subsidiepartners is degelijk, maar sluit niet altijd aan op de gemeentelijke doelen Organisaties die middelen ontvangen voor het organiseren van voorliggenden voorzieningen, bijvoorbeeld via een overeenkomst of subsidie, leveren een verantwoording aan hoe deze middelen zijn besteed. Voor subsidies geldt dat na het indienen van de verantwoording de subsidie wordt vastgesteld. Afhankelijk van de resultaten wordt de subsidie vastgesteld op het gesubsidieerde bedrag of lager dan het gesubsidieerde bedrag.

De gesubsidieerde instellingen in het voorveld leggen via het jaarverslag verantwoording af over de gedane activiteiten. De verantwoording ziet er in de meeste gevallen degelijk uit op basis van een korte dossieranalyse.12 De koppeling met de beoogde gemeentelijke doelen en effecten is niet altijd goed vast te stellen (bij sommige partijen zoals MEE wordt er wel duidelijk een link gelegd in de verantwoording met de gemeentelijke doelen). Bij weer andere partijen worden alleen aantallen, deelnemers of activiteiten benoemd. Met de subsidiepartners worden er wel kwartaal- en jaargesprekken gevoerd. Dat zijn gesprekken over aantallen maar ook over het verhaal achter de getallen. Op basis van deze gesprekken kan bijsturing plaatsvinden, bemerken respondenten uit de gemeentelijke organisatie. We zien echter dat de monitoring en verantwoording (ook in het proces van vaststellen van subsidies) nog onvoldoende is vastgelegd en gekoppeld aan de doelstellingen. Tegelijkertijd blijft het binnen het sociaal domein lastig om effect te meten omdat het gaat om het welbevinden van mensen, zeker waar het preventie betreft. Het is vanuit dat oogpunt goed om te beseffen dat niet alles direct meetbaar is, maar op termijn wel merkbaar zou moeten zijn.

In hoeverre raadsleden ook van de individuele gesubsidieerde partners de verantwoording ontvangen, en of ze hiermee ook daadwerkelijk kunnen sturen, is niet onderzocht in dit onderzoek. De uitgaven ten aanzien van preventie en voorveld zijn nog op een hoog abstractieniveau Hoewel het geen separate deelvraag was, is doelmatigheid wel onderdeel van de hoofdvraag. Daarom is er een uitvraag gedaan bij de organisatie naar de uitgaven van de afgelopen jaren op het gebied van preventie en voorliggende voorzieningen. Uit onderstaand overzicht valt op te maken dat de uitgaven alleen op een hoog abstractieniveau inzichtelijk zijn. Vanuit gemeentelijk perspectief heeft het CJG als brede toegang en netwerkorganisatie verschillende taken. De uitgaven van het CJG zijn daarmee ook ondergebracht onder verschillende kostenposten zoals wijkteams en geëscaleerde zorg 18-. Deze spreiding is te verklaren omdat het CJG taken verricht die zijn verspreid over het hele voorveld. De gedachte erachter is dat de zorg en ondersteuning zo integraal mogelijk gebeurd. Hiermee is het op dit moment lastig om te controleren, dan wel om (bij) te sturen als raadslid.

11

Bij ministeriële regeling vastgestelde beleidsindicatoren (Besluit Begroting en Verantwoording): https://wetten.overheid.nl/BWBR0037783/2018-12-29. 12 Voor dit onderzoek is er een geen uitgebreid onderzoek gedaan naar het subsidiebeleid, dan wel de subsidiedossiers. Er is alleen gekeken naar de verantwoording van een aantal organisaties uit het voorveld en de gemeentelijke doelen binnen hetzelfde veld en op het gebied van preventie.

| 41 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Wel valt er via de verschillende subsidies bij te sturen op de individuele organisaties, maar een overkoepelend beeld op preventie ontbreekt. Daarmee is het leggen van een correlatie tussen de inzet van voorliggende voorzieningen en de afname van het aantal maatwerkvoorzieningen lastig te leggen. Tabel 1

Uitgaven

Uitgave

2019

(Bedragen x 1.000)

Begroot

Werkelijk

Begroot

Werkelijk

Begroot

Werkelijk

Begroot

Samenkracht en burgerparticipatie

388

362

523

360

463

378

486

52

154

148

16

19

189

8.879

9.012

9.066

9.547

9.764

9.848

4.418

470

614

608

557

637

668

638

Wijkteams

Maatwerkdienstverlening 18-

2020

2021

2022

64

Geëscaleerde zorg 18* Alle genoemde bedragen zijn verantwoord onder het raadsprogramma 'Gezond Voorst' in de begroting en/of jaarrekeningen van de betreffende jaren.Een nadere specificatie op deze posten is niet beschikbaar.

8.2 Welke ervaring hebben jongeren met het gevoerde beleid en de uitvoering? Zijn de voorzieningen op hun behoefte afgestemd? Samenvatting antwoord deelvraag 10 ● De gemeente Voorst probeert de ervaring van jongeren via verschillende wegen (hoewel niet altijd even succesvol) in kaart te brengen. Zo worden er in Voorst regelmatig cliëntervaringonderzoeken gehouden, waarin ook vragen worden gesteld over het voorveld en de inzet van het sociale netwerk. ● De gemeente Voorst kan de behoefte van jongeren in het voorliggend veld nog beter in kaart brengen. ● Er zijn nauwelijks klachten en bezwaren ingediend de afgelopen jaren. De gemeente monitort de tevredenheid van jongeren vooral via landelijk verplichte cliëntervaringsonderzoeken. Deze worden gehouden onder de doelgroep die een maatwerkvoorziening heeft. Hoewel het onder een doelgroep is uitgezet met een maatwerkvoorziening, zijn er in deze schriftelijke CEO’s wel vragen opgenomen over de inzet van voorliggende voorzieningen en het sociale netwerk. Verder heeft de gemeente via het project ‘Voorst onder de Loep’ uitgebreid onderzoek gedaan onder inwoners, hetzij breder dan alleen jeugd.

Het onderzoek dat de gemeente zelf heeft gedaan naar de behoefte aan jongerenwerk in 2021 is uiteindelijk door de gemeenteraad middels een motie de wacht aangezet, maar was wel een (al dan niet succesvolle) poging om de behoeften van deze specifieke doelgroep in kaart te brengen.

| 42 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Er worden in Voorst regelmatig cliëntervaringonderzoeken gehouden, waarin ook vragen worden gesteld over het voorveld In de gemeente Voorst zijn jaarlijks verschillende clientervaringsonderzoeken uitgevoerd, zowel kwantitatief en kwalitatief. De laatste jaren heeft Voorst middels een vragenlijst de cliëntervaring gepeild (gerapporteerd in de vorm van factsheets). Uit de onderzoeken blijkt dat de toegankelijkheid van voorzieningen erg goed is (80% is daarover tevreden). 67% van de respondenten geeft aan snel geholpen te zijn. Ten slotte geeft 82% aan de benodigde hulp te kunnen krijgen. In het onderzoek is ook gekeken naar de inzet van het voorveld in plaats van professionele hulp. De conclusie was dat respondenten in toenemende mate behoefte hebben aan professionele ondersteuning. De mogelijkheden van ondersteuning door het netwerk lijken zich te hebben gestabiliseerd of iets te zijn verbeterd, al is het aandeel respondenten dat buren heeft die kunnen ondersteunen gedaald. Het aandeel respondenten dat vooral maatwerkvoorzieningen nodig heeft, is gestegen naar 76%, de hoogste score sinds de start van de meting in 2015. Naast cliëntervaringsonderzoeken zijn er ook andere indicatoren die inzicht kunnen geven in cliënttevredenheid, zoals de ingediende klachten en bezwaarschriften.

Uit de overzichten van de gemeente blijkt dat er over de afgelopen vier jaar slechts drie bezwaarschriften zijn ingediend. Uit dat aantal valt uiteraard geen analyse te maken. Verder blijkt dat er géén klachten zijn ingediend de afgelopen vier jaar. Het is niet duidelijk of het aantal bezwaarschriften en klachten zo laag is omdat men geen reden ziet om ze in te dienen of omdat men niet weet dat die mogelijkheid bestaat. Dit zou een onderwerp kunnen zijn om op te nemen in een cliëntervaringsonderzoek. Of er gericht voorzieningen of preventie ingezet worden om recidive te voorkomen, met gebruikmaking van verschillende zorgproducten, om zo onnodige stapeling te voorkomen, hebben we niet kunnen vaststellen in het onderzoek. Daarvoor is de informatie niet aanwezig in de organisatie en is ook aanvullend onderzoek nodig.

| 43 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

H9 | Evaluatie en verantwoording In dit hoofdstuk beschrijven we op welke manier de evaluatie en de verantwoording worden afgelegd en in hoeverre daarover wordt teruggekoppeld aan de raad. Daarbij gaan we ook in op de vraag of de raad met de huidige informatievoorziening heeft kunnen sturen en ook heeft gestuurd. In dit hoofdstuk gaan we in op de volgende deelvragen. Deelvragen 11. Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang (van het beleid) geïnformeerd en op welke wijze wordt de informatie behandeld?

●

●

● ●

●

●

12. Op welke wijze kan de gemeenteraad grip krijgen en regie voeren op het gebied van jeugdbeleid? Welke instrumenten zijn er, aan welke knoppen kan gedraaid worden en heeft de raad dit ook gedaan?

Er is sprake van eenduidige en structurele monitoringssystematiek die ook informatie kan opleveren voor de raad. De informatievoorziening aan de gemeenteraad is tijdig (er kan nog iets met de informatie worden gedaan). De informatievoorziening aan de gemeenteraad is juist (de informatie kent geen fouten en is betrouwbaar). De informatievoorziening aan de gemeenteraad is volledig. De informatievoorziening aan de gemeenteraad is begrijpelijk (de informatie is geen verzameling van losse data, maar voorzien van analyses en duiding). De informatie wordt op een toepasselijke wijze behandeld (in lijn met de behoefte van de raad). Er worden regelmatig werkbezoeken of raadsinformatiebijeenkomsten georganiseerd met partijen uit het voorveld.

Hiervoor bestaat in beginsel geen norm, dit moet uit het onderzoek blijken.

9.1 Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang geïnformeerd en op welke wijze wordt informatie behandeld? Samenvatting antwoord deelvraag 11 ● Raadsleden ervaren de informatievoorziening als onvoldoende. Tegelijkertijd hebben raadsleden hier zelf nog onvoldoende een rol in gepakt. ● Er is geen goede weerspiegeling van de resultaten en effecten te zien in de P&C-documenten. ● De raad mist een goed monitoringsinstrument. In deze paragraaf wordt beschreven welke informatie wordt gedeeld met de gemeenteraad en in hoeverre er een systematiek is om de gemeenteraad te informeren over ontwikkelingen in het voorliggend veld en ten aanzien van preventie.

| 44 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Raadsleden ervaren de informatievoorziening als onvoldoende In het vorige hoofdstuk is beschreven dat de gemeente de resultaten ten aanzien van het jeugdbeleid intern bijhoudt middels kwartaalrapportages, maar dat deze niet worden gedeeld met de raad. Daarmee mist er op dit moment voor de raad een soort instrument/document waar alle resultaten en effecten van dit beleidsterrein bij elkaar komen. Het valt dus niet vast te stellen of de prestaties in lijn zijn met wat de gemeente beoogt, omdat de gemeentelijke doelen niet worden teruggekoppeld aan de raad. Hiermee is de voortgang op dit moment niet te monitoren, geven raadsleden aan. Er is ook geen goede weerspiegeling van de resultaten en effecten te zien in de P&C-documenten. De doelen en indicatoren uit de kadernota en het uitvoeringsprogramma sociaal domein komen niet overeen met de (verplichte BBV-)indicatoren die de gemeente in de jaarrekening en begroting heeft opgenomen. Met andere woorden, de jaarrekening van Voorst laat niet een coherent beeld zien van de voortgang op jeugdzorg, laat staan op het gebied van preventie. Er zijn wel activiteiten benoemd en er is een overzicht van beleidsindicatoren, maar daar zijn geen doelstellingen aan gekoppeld. Het is nu niet duidelijk of de streefwaarden worden behaald (wanneer is de gemeente tevreden?). In het onderzoek is ook een groepsgesprek gevoerd met raadsleden.

Hierin werd de stelling ‘Ik ben tevreden over de informatievoorziening rondom preventie en de voorliggende voorzieningen voor jongeren’, voorgelegd waarop tien raadsleden met ‘oneens’ antwoorden en nul met ‘eens’. De informatievoorziening op het gebied van preventie en voorliggende voorzieningen wordt door gemeenteraadsleden dus als onvoldoende ervaren. Specifiek over voorliggende voorzieningen en preventie is weinig informatie voorhanden, bemerken raadsleden. Uiteraard ligt hier ook een rol voor de gemeenteraadsleden om actief om informatie te vragen op specifieke onderwerpen. Vorig jaar heeft de gemeenteraad een presentatie gekregen over jeugdhulp, maar dit had vooral betrekking op maatwerkvoorzieningen en niet zozeer het voorliggende veld. De vertaling tussen deze onderwerpen is belangrijk. De raad heeft aangegeven vooral meer inzicht te willen hebben in de hulpbehoefte van gezinnen. Waarom lopen ze nou vast en weten ze de voorliggende voorzieningen wel te vinden? Er is ook aangegeven dat ze graag meer cijfers ontvangen over het gebruik van voorzieningen in het voorveld zodat ook een beeld gevormd kan worden van de noodzakelijke voorzieningen en waar mogelijk nog aanbod mist. Het is in dit onderzoek niet duidelijk geworden of de gemeente een dergelijk overzicht zelf wel heeft.

Er worden op dit moment weinig werkbezoeken georganiseerd voor raadsleden bij voorliggende voorzieningen. Kanttekening hierbij is dat door corona een aantal geplande momenten zijn afgelast. De behoefte om meer in contact te komen met uitvoerende organisaties is er in ieder geval wel, bijvoorbeeld tijdens netwerkbijeenkomsten. Jeugdbeleid is een complex en majeur onderwerp waarvoor het als lekenbestuur ondanks alles lastig blijft om goed te kunnen controleren en kader te stellen. Hierin is de raad van Voorst echter niet uniek, dit geldt nagenoeg in alle gemeenten.

| 45 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

9.2 Op welke wijze kan de gemeenteraad grip krijgen en regie voeren op het gebied van jeugdbeleid? Samenvatting antwoord deelvraag 2 ● De gemeenteraad ervaart momenteel weinig grip op het jeugdbeleid en daarom dus ook niet op preventie en de voorliggende voorzieningen. ● Vanwege de grote complexiteit van de jeugdhulp voelt de gemeenteraad zich nog onvoldoende geëquipeerd om (bij) te sturen. ● De gemeenteraad heeft dan ook weinig gebruikgemaakt van de (bij)sturingsinstrumenten. De gemeenteraad heeft momenteel weinig grip op het jeugdbeleid en daarom dus ook niet op preventie en de voorliggende voorzieningen Het thema heeft de afgelopen paar jaar te weinig aandacht gehad. Een aantal raadsleden gaf in het gesprek aan dat het soms al een uitdaging is om bepaalde thema’s binnen het sociaal domein geagendeerd te krijgen. Het jeugdbeleid heeft überhaupt te weinig aandacht gehad van de raad. Zoals in paragraaf 5.1 al is omschreven, missen raadsleden een overkoepelende visie op preventie en het voorliggende veld. Hoewel de streefwaarden voor een deel wel zijn vastgesteld in het uitvoeringsprogramma sociaal domein, is er op dit moment nog geen overzichtelijk monitoringsinstrument voor de raad. Om als gemeenteraad te kunnen sturen op preventie en het voorliggende veld is het noodzakelijk dat hiervoor ook een monitoringsinstrument of rapportage komt.

Alleen het ontvangen van informatie is niet voldoende om ook daadwerkelijk te kunnen sturen. De informatie moet ook goed behandeld worden. Op dit punt is de raad nog niet tevreden. Er is in het gesprek met de raad aangegeven dat ze vaker een raadsinformatiebijeenkomst of wellicht een werkbezoek zouden willen (dan wel vice versa dat partijen langskomen in de raad). Andersom bestaat die wens tot meer binding en aansluiting er ook bij de maatschappelijke partijen. Vanwege de grote complexiteit van de jeugdhulp voelt de gemeenteraad zich nog onvoldoende geëquipeerd om (bij) te sturen. Een belangrijk onderdeel van grip en regie is het stellen van scherpe kaders voor voorliggende voorzieningen aan jeugdigen. Scherpe kaders bevatten in ieder geval doelstellingen die zijn voorzien van indicatoren en streefwaarden. Hiermee geeft de gemeenteraad mee welke fenomenen weergeven of een doelstelling bereikt wordt (indicatoren) en wanneer ze tevreden zijn (streefwaarden). Tegelijkertijd bemerken raadsleden dat het lastig is om aan te tonen of preventie resultaat oplevert, waardoor het formuleren van doelstellingen en indicatoren soms lastig is, zeker voor een lekenbestuur.

De gemeenteraad heeft weinig gebruikgemaakt van de (bij)sturingsinstrumenten Raadsleden hebben diverse instrumenten waarmee ze opdrachten kunnen geven (motie) of wijzigingen kunnen aanbrengen in het ontwerpbesluit (amendement). Uit de documentenstudie komt naar voren dat er op het gebied van jeugdhulp de afgelopen jaren zeer beperkt moties (vier keer) en geen amendementen zijn ingediend (tabel 2). De raad heeft de afgelopen jaren dus weinig bijgestuurd (of hoeven sturen). Uit diverse gesprekken komt echter naar voren dat de raad erg betrokken is op het thema, maar als gevolg van de complexiteit van het onderwerp, worden de geijkte controle- en sturingsinstrumenten niet snel inzet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12652219/1