CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van bevindingen - Rekenkameronderzoek toegankelijkheid preventieve hulp jeugdigen Voorst

gemeenteraad 18 september 2023, gemeente VoorstBij agendapunt: Rekenkamerrapport 'Een volwassen jeugdbeleid'19.491 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Nota van bevindingen | januari 2023

Partners in verbetering

Toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Nota van bevindingen Rekenkamercommissie Voorst

Inhoudsopgave Leeswijzer

1

DEEL I

2

DE ESSENTIE VAN HET ONDERZOEK

2

H1 | Inleiding en aanleiding

3

1.1 Uitvoering van de Jeugdwet 1.2 Doelstelling onderzoek

3 4

H2 | Conclusies

5

DEEL II

9

NOTA VAN BEVINDINGEN

9

H3 | Onderzoeksverantwoording

10

3.1 Hoofd- en deelvragen 3.2 Onderzoeksmethoden

10 11

H4 | Inrichting van het voorveld

13

4.1 De sociale basis 4.2 Juridisch kader 4.3 Landelijke ontwikkelingen en onderzoek 4.4 Het voorliggende veld voor jeugdigen in Voorst 4.5 (Beleids)documenten voorliggende voorzieningen jeugdigen H5 | Beleid en doelstellingen 5.1 Op welke wijze wordt door de gemeente gewerkt aan de doelstelling om meer in te zetten op preventie? 5.2 Wat wordt verstaan onder universele en selectieve preventieve zorg? 5.3 Welke doelen voor preventie zijn benoemd? H6 | Organisatie

13 14 15 16 17 25 25 26 27 29

6.1 Hoe is de toegang geregeld en hoe ziet dat er in de toekomst uit? 29 6.2 Welke doelen en ambities zijn daarvoor geformuleerd en welke afwegingen zijn daarin gemaakt? En is hiervoor al een ontwikkeling in gang gezet? 33 H7 | Uitvoering

35

7.1 Welke activiteiten worden ingezet om de doelstellingen te realiseren? 35 7.2 Hoe verloopt de samenwerking tussen de zorgverleners in de eerste lijn (huisartsen, CJG en voorveld)? 37 7.3 In hoeverre is het duidelijk dat de jeugd ook hulp zoekt als dat nodig is? 38 H8 | Resultaten en ervaren effecten 8.1 Op welke wijze wordt de voortgang gemonitord en welke effecten zijn behaald? 8.2 Welke ervaring hebben jongeren met het gevoerde beleid en de uitvoering? Zijn de voorzieningen op hun behoefte afgestemd?

40 40 42

H9 | Evaluatie en verantwoording

44

9.1 Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang geïnformeerd en op welke wijze wordt informatie behandeld? 44 9.2 Op welke wijze kan de gemeenteraad grip krijgen en regie voeren op het gebied van jeugdbeleid? 46 Bijlage 1 | Normenkader

48

Bijlage 2 | Bestudeerde documenten

51

Bijlage 3 | Respondentenlijst

52

Colofon

53

Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.

Leeswijzer Het onderzoek is opgebouwd uit twee delen. Deel I is te beschouwen als een zelfstandig leesbaar onderzoeksrapport. In dit deel zijn de hoofdlijnen van het onderzoek en de belangrijkste uitkomsten op hoofdlijnen beschreven. In dit deel leest u: De aanleiding voor het onderzoek. ● De doelstelling van het onderzoek. ● De conclusies uit het onderzoek. ● In Deel II is het integrale onderzoek opgenomen met daarin de beantwoording van de onderzoeksvragen en de onderbouwing van de conclusies. Ook wordt hierin kort uiteengezet wat de Jeugdwet behelst, welke taken de gemeente toebedeeld heeft gekregen en waar de gemeenteraad een rol in kan spelen.

| 1 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

DEEL I DE ESSENTIE VAN HET ONDERZOEK

| 2 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

H1 | Inleiding en aanleiding 1.1 Uitvoering van de Jeugdwet Gemeenten in Nederland zijn verantwoordelijk voor de hulp aan jeugdigen. Het gaat daarbij over geïndiceerde zorg, zoals begeleiding en behandeling, en over voorliggende hulp en ondersteuning, zoals jeugd- en jongerenwerk, jeugdgezondheidszorg en de peuteropvang. Gemeenten zijn de meest passende overheidslaag om deze taken uit te voeren, omdat zij het dichtst bij de jeugdigen en gezinnen staan. Gemeenten kunnen dus beter inschatten welke (hulp)behoefte jeugdigen hebben en hoe de voorzieningen hierbij aansluiten. Verreweg het meeste geld dat gemeenten ontvangen voor de jeugdhulp gaat op aan geïndiceerde jeugdhulp. In de gemeente Voorst is dit niet anders. Ook de meeste aandacht gaat naar deze geïndiceerde jeugdhulp. Hoewel dit goed te verklaren is, verdienen preventieve en voorliggende voorzieningen óók aandacht. Eén van de ideeën achter de decentralisaties is immers dat een stevig netwerk aan preventieve en voorliggende voorzieningen een alternatief kan bieden voor geïndiceerde hulp. Kinderen en gezinnen kunnen daarmee laagdrempelig en dichtbij huis terecht voor hulp en ondersteuning. Voorliggende voorzieningen kunnen namelijk een mooi alternatief bieden voor geïndiceerde hulp.

Tegelijkertijd is het vaak onvoldoende duidelijk hoe effectief voorliggende voorzieningen zijn én in hoeverre het ook een passend alternatief is voor geïndiceerde hulp. De coronacrisis De maatregelen om het coronavirus te bestrijden hebben verregaande gevolgen gehad voor veel inwoners van Nederland. Ook jongeren hebben deze gevolgen ervaren.1 Vooral in de eerste maanden van de coronacrisis werden jongeren hard getroffen. Dit werd zichtbaar door een stijging van de werkloosheid, een stijging van het aantal uitkeringen, stagnerende studievoortgang en afnemende leerprestaties. De mentale gezondheid van de kinderen en jongeren staat eveneens onder druk. Zo is landelijk het aantal jongeren tot 30 jaar dat door zelfdoding om het leven kwam met 15% gestegen ten opzichte van vorige jaren. De kindertelefoon merkte dat ook aan het aantal gesprekken over zelfdoding, depressie en angsten.2 Aanleiding onderzoek Landelijk zijn de gevolgen van de coronamaatregelen op jongeren al onderzocht. Ook de komende jaren zullen deze onderzoeken doorlopen. In de media komt het thema ook veel terug. De gemeenteraadsleden van de gemeente Voorst willen weten in hoeverre dit speelt in hun eigen gemeente en of de voorliggende voorzieningen zijn toegerust om hierop in te spelen.

De Rekenkamercommissie Voorst is vanuit de oriëntatie op doelmatigheid en doeltreffendheid benieuwd naar de toegankelijkheid van preventieve hulp en voorliggende voorzieningen voor de jeugd (het gaat hier om de doelgroep 0 t/m 27 jaar) in de gemeente Voorst. Daarom heeft ze besloten een onderzoek te doen naar dit type jeugdbeleid.

1

https://www.nji.nl/coronavirus/onderzoek-gevolgen-coronatijd

2

‘Kindertelefoon voert meer gesprekken over emotionele problemen en huiselijk geweld’, 27 januari 2021.

| 3 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

1.2 Doelstelling onderzoek De Rekenkamercommissie van Voorst wil met dit onderzoek inzicht krijgen ‘in de uitgangspunten en opzet van de toegankelijkheid van de voorliggende voorzieningen voor de jeugd in de betreffende gemeente.’ Hier hoort eveneens de vraag bij in hoeverre de voorliggende voorzieningen daadwerkelijk dienen als alternatief voor geïndiceerde zorg. Met andere woorden, hoe effectief zijn de voorliggende voorzieningen? Met de resultaten uit dit onderzoek kunnen de leden van de gemeenteraad (bij)sturen op het jeugdbeleid in het algemeen en de voorliggende voorzieningen in het bijzonder. De Rekenkamercommissie van Voorst heeft, gekoppeld aan bovenstaande doelstelling, de volgende centrale onderzoeksvraag geformuleerd: Hoe doeltreffend en doelmatig is het voorliggend veld van universele en selectieve preventieve zorg voor de jeugd in de gemeente georganiseerd? De centrale onderzoeksvraag is verder geoperationaliseerd door middel van twaalf deelvragen die zijn terug te vinden in de onderzoeksverantwoording.

| 4 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

H2 | Conclusies In deel II van dit rapport zijn alle bevindingen uitvoerig beschreven. In dit deel gaan we in op de belangrijkste conclusies. Algemene conclusie In de gemeente Voorst wordt hard gewerkt aan het goed inrichten en toegankelijk maken van het voorveld met preventieve voorzieningen. Zowel beleidsmatig als uitvoerend (in de toegang) zien we een bevlogen organisatie die er alles aan doet om ondersteuning vanuit de gemeente en ketenpartners zo laagdrempelig mogelijk te maken. Er zijn veel vindplaatsen in de gemeente (plekken waar jongeren zich melden of worden opgemerkt) en er is een breed aanbod van voorliggende voorzieningen. De gemeente staat - zo blijkt eigenlijk uit alle gesprekken - te boek als een laagdrempelige en informele organisatie. Dat alles neemt niet weg dat er in Voorst ook nog wel verbeterpunten zijn. Die punten richten zich met name op beleid en sturing en het optreden als regisseur van het veld. Er is een actueel en integraal beleidskader Sociaal Domein dat goed is uitgewerkt in concrete doelen en indicatoren middels een uitvoeringsprogramma. De input hiervoor is grotendeels opgehaald via het brede project ‘Voorst onder de loep’. Hoewel dit alles een goed kader biedt, heeft de raad niet het idee echt kaderstellend te zijn (geweest) op het gebied van jeugd(preventie) en de voorliggende voorzieningen.

Raadsleden geven aan het totaalbeeld op het voorveld en preventie te missen, waardoor het voor hen ook lastig is om echt de rol van kadersteller te pakken. Ook als het gaat om controleren, dan is de raad nog niet tevreden. Dit komt omdat ze informatievoorziening hierover als onvoldoende beschouwen. Er mist op dit moment voor de raad een soort instrument/document waarin alle resultaten en effecten van dit beleidsterrein bij elkaar komen.Tegelijkertijd geven de raadsleden aan dat ze hier zelf onvoldoende een rol in hebben gepakt. Daarbij is er niet alleen behoefte aan betere informatie op papier, maar ook aan contact met de (uitvoerings)praktijk, wat overigens ook andersom geldt; maatschappelijke organisaties vanuit het voorveld zouden graag vaker toelichten waar zij mee bezig zijn, dan wel raadsleden willen uitnodigen om langs te komen. Vanwege de grote complexiteit van het veld, voelt de gemeenteraad zich op dit moment nog onvoldoende geëquipeerd om (bij) te sturen. Ten slotte moeten we vaststellen dat hoewel de samenwerking tussen organisaties in het voorveld goed verloopt, dat er ook veel samenwerking nog geen gestalte heeft gekregen, omdat verschillende partijen elkaar niet goed kennen. Er is onlangs een heldere sociale kaart gelanceerd, maar hier moet nog wel opvolging aan worden gegeven.

Hiermee doelen we vooral op opvolging door de gemeente om op te treden als regisseur van het voorveld. Hoewel Voorst jaarlijks verschillende netwerkbijeenkomsten organiseert, treedt de gemeente nog niet genoeg op als regisseur van het veld, menen veel maatschappelijke partijen. Verschillende partijen hebben de afgelopen jaren de netwerkbijeenkomsten gemist; door corona, maar ook omdat ze niet waren uitgenodigd. Daarbij is vaak opgemerkt dat de regie van de netwerkfunctie zoveel mogelijk bij de partijen in het voorveld wordt gelegd door de gemeente. Omdat niemand zich daarover echt verantwoordelijk voelt, komt het gezamenlijke niet altijd goed van de grond. Op dat vlak moet de gemeente echt meer haar rol gaan pakken, wil zij regisseur worden van het veld.

| 5 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Deelconclusies 1. De gemeente Voorst heeft een actueel beleidskader sociaal domein dat goed is uitgewerkt met concrete doelen en indicatoren in het uitvoeringsprogramma. De gemeente Voorst heeft via ‘Voorst onder de loep’ op een brede en diepgravende wijze de input van inwoners en maatschappelijke partijen opgehaald. De kadernota is breed ingestoken met ambities en doelstellingen op het gebied van gezondheid, leefbaarheid, meedoen, leren en ontwikkelen en zorg en zelfredzaamheid. Relaties met andere beleidsterreinen zijn expliciet en duidelijk. Er is met andere woorden dus sprake van goede samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen en -documenten. Niet alleen binnen de kadernota sociaal domein, maar ook met aanpalende nota’s, zoals het sport- en beweegakkoord, is er een goede verbinding gelegd. De raad heeft de kadernota sociaal domein vastgesteld en is daarmee kaderstellend geweest voor het sociaal domein, met daarbinnen de jeugdzorg. 2. De gemeenteraad heeft niet het idee dat ze kaderstellend zijn (geweest) ten aanzien van het voorveld en de preventieve voorzieningen. De bovenstaande conclusie betekent echter niet dat de raad ook kaderstellend is geweest ten aanzien van het preventieve beleid, meer specifiek ten aanzien van het voorliggende veld met voorzieningen voor de jeugd.

In het gesprek met de raad is gevraagd in hoeverre raadsleden het idee hebben dat ze kaderstellend zijn geweest ten aanzien van het voorliggend veld en preventie. Aangegeven is dat ze vooral indirect kaders hebben gesteld voor (een deel van de) voorliggende voorzieningen. Raadsleden geven aan het totaalbeeld op het voorveld en preventie te missen, waardoor het voor hen ook lastig is om echt de rol van kadersteller te pakken. 3. Er is laagdrempelige toegang in de gemeente Voorst en de gemeente is goed aangehaakt bij de vele vindplaatsen. Vragen van jeugdigen, ouders en/of verzorgers komen op allerlei plekken in de gemeente Voorst naar boven. Zo komen veel vragen binnen bij het consultatiebureau, op school, bij de huisarts of bij het CJG, maar ook het Jongerenwerk (Younger at Heart) is een belangrijke vindplaats. Respondenten merken verder op dat de toegang (CJG) in Voorst heel laagdrempelig is. Mensen worden snel gezien en gehoord, bovendien staat het CJG te boek als herkenbaar en toegankelijk. Als positief punt is ook genoemd dat oude cliënten in principe vaak weer de oude consulent krijgen, mochten ze terugkomen voor een hulpvraag. Een belangrijk onderdeel van vroegsignalering is het aanwezig zijn op de vindplekken.

De gemeente Voorst heeft dit op een goede wijze georganiseerd, bijvoorbeeld door te werken met vooruitgeschoven posten binnen het onderwijs (via onderwijscoaches en schoolmaatschappelijk werk), maar ook door het CJG in te richten als een netwerkorganisatie weten de consulenten van dit team goed verbindingen te leggen binnen het brede voorveld. 4. Het jongerenwerk (Younger at Heart) speelt een belangrijke rol in de gemeente. YAH richt zich juist op de jongeren die zich tussen wal en schip bevinden. Voorst is een plattelandsgemeente met veel kleine kernen en veel verenigingsleven en toch komt uit gesprekken naar voren dat er (potentieel) veel jongeren op straat hangen (hierover zijn overigens geen cijfers bekend). Omdat YAH al vijftien jaar in de gemeente zit, hebben ze de unieke positie dat ze met generaties zijn meegegroeid en goed bekend zijn binnen de gemeente. Er zijn nu ouders die zelf eerst als jongere kwamen en nu met hun kleine kinderen komen. Uit verschillende gesprekken komt naar voren dat ze heel efficiënt zijn in het bereiken van de jongeren die anders op straat zouden hangen.

| 6 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

5. De samenwerking tussen organisaties in het voorliggend veld verloopt over het algemeen goed. De samenwerking tussen organisaties onderling én met de gemeente verloopt over het algemeen goed. De gemeente Voorst wordt beschreven als een prettige en informele organisatie die goed benaderbaar is. Wel is er bij het CJG nog ruimte voor verbetering als het gaat om rolbepaling en samenwerking. De taakverdeling en de afspraken in de toegang zijn niet altijd even helder voor alle betrokkenen. Daarbij merken sommige partners op dat ze soms wel onderdeel van het CJG zijn en soms ook weer niet. Over het algemeen werkt de gemeente Voorst op basis van behoefte en ‘wat nodig is’ en wordt niet alles in procedures, processen of andere uitvoeringsdocumenten vastgelegd. In een relatief kleine gemeente kent men de partners goed en kan er snel gehandeld worden, zeker als de partners op een lijn zitten en hetzelfde probleem ervaren, bemerken veel respondenten. 6. De gemeente treedt nog niet voldoende op als regisseur van het voorveld. Waar net geconstateerd werd dat de samenwerking in de basis goed is, moet ook vastgesteld worden dat er ook veel samenwerking nog geen gestalte heeft gekregen omdat verschillende partijen elkaar niet goed kennen. Er is een heldere sociale kaart, maar deze is pas net gelanceerd, waardoor veel partijen elkaar nog niet goed kennen.

Hoewel de gemeente Voorst jaarlijks verschillende netwerkbijeenkomsten organiseert, treedt de gemeente nog niet genoeg op als regisseur van het veld, menen veel maatschappelijke partijen. Verschillende partijen hebben de afgelopen jaren netwerkbijeenkomsten gemist. Uit gesprekken komt naar voren dat de regie van het netwerk zoveel mogelijk bij de partijen in het voorveld wordt neergelegd, waardoor het gezamenlijke niet altijd van de grond komt omdat niemand zich echt verantwoordelijk voelt hiervoor. 7. Er is in de basis voldoende voorliggend aanbod. Uit gesprekken komt duidelijk naar voren dat er al uitgebreid aanbod van voorliggende voorzieningen voor jeugdigen is. Op basis van actuele vragen die leven wordt het veld nog regelmatig uitgebreid met nieuwe initiatieven. Sommige respondenten geven aan dat er nog wel eens te snel overgegaan wordt tot het opzetten van een nieuwe voorziening (vooral op het gebied van ondersteuning/hulpverlening) terwijl dit dan in de praktijk helemaal niet nodig blijkt. Naast het aanbod op (mentaal) welbevinden kent Voorst ook initiatieven op het fysieke vlak; zoals de NIX18-campagne en JOGG. Daarnaast is er geld voor het jeugdsportfonds en stichting leergeld. Wat ten slotte opvallend is in het aanbod, is het geringe aantal voorzieningen/organisaties dat zich bezighoudt met activiteiten voor ontspanning voor jongeren. 8.

De informatievoorziening naar de gemeenteraad over voorliggende voorzieningen jeugd is onvoldoende. Er mist op dit moment voor de raad een soort instrument/document waarin alle resultaten en effecten van dit beleidsterrein bij elkaar komen. De doelen en indicatoren uit de kadernota en het uitvoeringsprogramma sociaal domein komen niet overeen met de (verplichte BBV-)indicatoren die de gemeente in de jaarrekening en begroting heeft opgenomen. Met andere woorden, de jaarrekening van Voorst laat niet een coherent beeld zien van de voortgang op jeugdzorg, laat staan op het gebied van preventie. Er zijn wel activiteiten benoemd en er is een overzicht van beleidsindicatoren, maar daar zijn geen doelstellingen aan gekoppeld.

| 7 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Het is nu niet duidelijk of de streefwaarden worden behaald (wanneer is de gemeente tevreden?). Het valt dus niet vast te stellen of de presentaties in lijn zijn met wat de gemeente beoogt, omdat de gemeentelijke doelen niet worden teruggekoppeld aan de raad. Er worden verder wel ‘halfjaarrapportages uitvoering sociaal domein’ met de raad gedeeld, maar dit is echt op hoofdlijnen. Hiermee is de voortgang op dit moment niet te monitoren, geven raadsleden aan. De raadsleden beschrijven de informatievoorziening over voorliggende voorzieningen dan ook als onvoldoende. Tegelijkertijd geven de raadsleden aan dat ze hier zelf onvoldoende een rol in hebben gepakt. 9. Er is behoefte aan meer verbinding tussen de raad en de uitvoeringspraktijk. Het gaat hier bijvoorbeeld om de verbinding tussen de maatschappelijke partners, het CJG en de gemeenteraad. Mede door corona hebben er de afgelopen tijd weinig werkbezoeken of raadsinformatiebijeenkomsten plaatsgevonden, waardoor de afstand met de uitvoering en de praktijk is gegroeid. Partijen in de uitvoering geven zelf ook aan dat zij weinig contact hebben met de raad. Uitvoeringsorganisaties hebben behoefte aan meer verbinding met de politiek om hen meer gevoel te geven bij de werkzaamheden, maar ook vice versa verwachten zij duidelijke kaders vanuit de politiek om binnen te werken. 10.

Vanwege de grote complexiteit van het veld, voelt de gemeenteraad zich nog onvoldoende geëquipeerd om (bij) te sturen. Het voorliggende veld is breed en jeugdbeleid en preventie zijn een complex en majeur thema. Hoewel gemeenteraadsleden erg betrokken zijn bij het thema en het veld maakt de complexiteit daadwerkelijk (bij)sturen ingewikkeld. Dit is onder andere terug te zien in de moties en amendementen, maar ook in raadsvragen die de raad heeft ingediend als het gaat om jeugdbeleid.

| 8 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

DEEL II NOTA VAN BEVINDINGEN

| 9 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

H3 | Onderzoeksverantwoording Deel II van het rapport gaat gedetailleerder in op de bevindingen waarop de conclusies in Deel I zijn gebaseerd. Deel II kent de volgende hoofdstukindeling: ● ● ● ● ● ● ●

Hoofdstuk 3: Onderzoeksverantwoording Hoofdstuk 4: Inrichting van het voorveld Hoofdstuk 5: Beleid en doelstellingen Hoofdstuk 6: Organisatie Hoofdstuk 7: Uitvoering Hoofdstuk 8: Resultaten en ervaren effecten Hoofdstuk 9: Evaluatie en monitoring

In de bijlagen is de informatie opgenomen waarnaar in de tekst wordt verwezen. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe het onderzoek is uitgevoerd.

3.1 Hoofd- en deelvragen De Rekenkamercommissie heeft de volgende centrale onderzoeksvraag geformuleerd: Hoe doeltreffend en doelmatig is het voorliggend veld van universele en selectieve preventieve zorg voor de jeugd in de gemeente georganiseerd? De centrale onderzoeksvraag valt uiteen in vijf thema’s waaronder de verschillende deelvragen vallen. Beleid 1. Op welke wijze wordt door de gemeente gewerkt aan de doelstelling om meer in te zetten op preventie? 2. Wat wordt verstaan onder universele en selectieve preventieve zorg? 3. Welke doelen voor preventie zijn benoemd? Organisatie 4. Hoe is de toegang nu geregeld en hoe ziet dat er in de toekomst uit? 5. Welke doelen en ambities zijn daarvoor geformuleerd en welke afwegingen zijn daarin gemaakt? En is hiervoor al een ontwikkeling in gang gezet en zo ja, welke? Uitvoering 6. Welke activiteiten worden ingezet om de doelstellingen te realiseren? 7. Hoe verloopt de samenwerking tussen de zorgverleners in de eerste lijn (huisartsen, CJG, voorveld)? 8. In hoeverre is het duidelijk dat de jeugd ook hulp zoekt als dat nodig is? Resultaten en ervaren effecten 9. Op welke wijze wordt de voortgang gemonitord en welke effecten zijn al behaald? 10. Welke ervaring hebben jongeren met het gevoerde beleid en de uitvoering? Zijn de voorzieningen op hun behoefte afgestemd?

| 10 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Evaluatie en verantwoording 11. Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang (van het beleid) geïnformeerd en op welke wijze wordt de informatie behandeld? 12. Op welke wijze kan de gemeenteraad grip krijgen en regie voeren op het gebied van jeugdbeleid? Welke instrumenten zijn er, aan welke knoppen kan gedraaid worden en heeft de raad dit ook gedaan? Scope van het onderzoek Het onderzoek richt zich op de breedte van de doelgroep jeugd. Dit betekent alle kinderen en jongeren in de leeftijd van 0 tot 27 jaar. Binnen deze leeftijdscategorie focust het onderzoek zich op het welzijn van het kind, de jongere of jongvolwassene. Het betreft nadrukkelijk een onderzoek naar de toegankelijkheid van voorliggende voorzieningen, vrije toegankelijke zorg en/of integrale toegang en niet een onderzoek naar geïndiceerde jeugdhulp of kostenbeheersing. Hoewel het onderzoek niet gericht is op geïndiceerde jeugdhulp, raakt dit thema de effectiviteit van voorliggende voorzieningen. Effectieve voorliggende voorzieningen zorgen voor laagdrempelige hulp en ondersteuning dichtbij huis, waardoor de vraag naar geïndiceerde jeugdhulp als het goed is afneemt. Daarnaast staat een sterk voorliggend veld klaar om jongeren op te vangen nadat ze jeugdhulp hebben ontvangen, bijvoorbeeld door goed jeugd- en jongerenwerk.

Om meer inzicht te krijgen in de beleving van de leeftijdsgroep 0-27 jaar zijn we middels participerende observatie in gesprek gegaan/contact gekomen met deze doelgroep. Zij kunnen, naast de feitelijke organisatie van het aanbod van voorliggende voorzieningen, aangeven in hoeverre ze de voorliggende voorzieningen als laagdrempelig ervaren en hier ook gebruik van maken.

3.2 Onderzoeksmethoden Voor het verzamelen van de benodigde informatie en het beantwoorden van de onderzoeksvragen zijn verschillende onderzoeksmethoden gebruikt. Documentenstudie Op basis van de documentenstudie is een topiclijst opgesteld voor de interviews met betrokkenen. Een complete lijst van de bestudeerde documenten vindt u in bijlage 2. Interviews met stakeholders Voor verdieping en nadere duiding zijn interviews gehouden. Er zijn intern gesprekken gevoerd met medewerkers van de ambtelijke organisatie, medewerkers van het CJG, de verantwoordelijke portefeuillehouder en de gemeenteraad. Maar er is ook gesproken met maatschappelijke partners zoals Younger at Heart (jongerenwerk), Stichting MEE Veluwe, Stimenz (maatschappelijk werk), onderwijscoaches, et cetera. De complete lijst van geïnterviewde personen is te vinden in bijlage 3. Voor de interviews met intern en extern betrokkenen hebben we topiclijsten gehanteerd.

| 11 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Participerende observatie De derde onderzoeksmethode betreft het daadwerkelijk zelf observeren hoe doelmatig en doeltreffend de voorliggende voorzieningen in de praktijk zijn georganiseerd. Participerende observatie is een methode waarin de onderzoekers meedoen met de onderzoeksgroep in hun deelname aan voorliggende voorzieningen. Het gaat hier bijvoorbeeld over activiteiten van het jeugd- en jongerenwerk, meelopen op een (sport)vereniging of aanwezig zijn in het buurthuis. Observeren geeft inzicht in bepaalde patronen van het gedrag die normaal gesproken niet uit interviews of een documentenstudie naar voren komen. Participerende observatie verschilt van reguliere observatie doordat de onderzoekers ook daadwerkelijk mee hebben gedaan met de activiteiten van de doelgroep. BMC heeft voor dit onderzoek meegelopen met Younger at Heart die het jongerenwerk in de gemeente Voorst verricht. Daarnaast hebben de onderzoekers een zogenaamde ‘Teenage party’ van Stichting Pampus bijgewoond. Van beide observaties zijn geen verslagen gemaakt, maar wel aantekeningen die als input zijn verwerkt in dit rapport.

| 12 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

H4 | Inrichting van het voorveld In dit hoofdstuk zetten we uiteen wat de verantwoordelijkheid is van de gemeente bij het inrichten van het voorliggende veld voor jeugdigen. Ook wordt de landelijke context besproken op basis van een aantal recente onderzoeken. Verder wordt kort de doelgroep jeugdigen tussen de 0 en 27 jaar in cijfers besproken. Ten slotte gaan we in op het lokale beleid dat in Voorst ten grondslag ligt aan preventie en het voorliggende veld.

4.1 De sociale basis Gemeenten in Nederland zijn verantwoordelijk voor de hulp aan jeugdigen. Het gaat daarbij over geïndiceerde zorg, zoals begeleiding en behandeling, en over voorliggende hulp en ondersteuning, zoals jeugd- en jongerenwerk, jeugdgezondheidszorg en de peuteropvang. Gemeenten zijn de meest passende overheidslaag om deze taken uit te voeren, omdat zij het dichtst bij de jeugdigen en gezinnen staan. Gemeenten kunnen dus beter inschatten welke (hulp)behoefte jeugdigen hebben en hoe de voorzieningen hierbij aansluiten. Verschillende niveaus van ondersteuning komen naar voren in onderstaande piramide over de sociale basis. Figuur 1

De sociale basis

In de top van de piramide bevindt zich de geïndiceerde jeugdhulp. Het gaat hier over maatwerkvoorzieningen. Jeugdigen, ouders of verzorgers kunnen hier alleen aanspraak op maken na een verwijzing door één van de wettelijke verwijzers. Het gaat hier bijvoorbeeld over de huisarts, jeugdarts, kinderarts of gemeentelijke toegang (het CJG in Voorst). Dit onderzoek richt zich specifiek op de sociale basis lagen “georganiseerd formeel”, “georganiseerd informeel” en “informeel”. Het grootste gedeelte van de sociale basis organiseert zichzelf. Inwoners komen vanuit een bepaalde overtuiging of hobby bij elkaar en vormen een vereniging of voorziening. Inmenging van de lokale overheid, bijvoorbeeld door een subsidie, is hier vaak niet aan de orde. Het betreft hier de lagen “georganiseerd informeel” en “informeel”. In de laag “georganiseerd formeel” zijn vaak partijen actief waar de gemeente een directe relatie mee heeft. Het gaat bijvoorbeeld over een subsidierelatie met de welzijnsorganisatie of een overeenkomst met de GGD.

| 13 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Ook met het onderwijs wordt regelmatig overleg gevoerd en worden afspraken gemaakt. Bij de “georganiseerd formeel” laag zit ook de meeste invloed van de gemeenteraad. Zo stelt de gemeenteraad de begroting vast voor de subsidies aan voorliggende voorzieningen en bepalen zij op hoofdlijnen waar de gemeente wel en geen geld voor over heeft. Indirect kan de gemeenteraad sturen op “georganiseerd informeel” en “informeel”, bijvoorbeeld door de formeel georganiseerde organisaties de opdracht te geven de informele laag te versterken.

4.2 Juridisch kader In tegenstelling tot de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet is voor voorliggende voorzieningen Jeugd geen scherp juridisch kader. Preventie komt in veel wetten voor als thema en vooral op gezondheid zijn duidelijke kaders meegegeven vanuit het Rijk. Preventief jeugdbeleid komt in vier verschillende wetten aan bod3: ● Wet Publieke Gezondheid (Wpg): de Wpg regelt de taken van gemeenten op het gebied van publieke gezondheidszorg. In hoofdstuk 24 staan deze taken opgesomd. Het gaat bijvoorbeeld over het vormgeven van de jeugdgezondheidszorg en verslavingspreventie. Wat precies onder jeugdgezondheidszorg valt, is ook grotendeels gespecificeerd met concrete taken, waaronder prenatale voorlichting van aanstaande ouders, het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding. ● Wmo 2015 (Wmo): een belangrijk doel uit de Wmo is het voorkomen van zwaardere vormen van ondersteuning. Gemeenten hebben veel vrijheid om dit vorm te geven. ● Jeugdwet: één van de doelen van de Jeugdwet is om meer in te zetten op voorliggende preventieve voorzieningen. Op verschillende plekken in de Jeugdwet wordt verwezen naar “het voorkomen en de vroege signalering van en vroege interventie bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen”.

Ook dienen de gemeenten in te zetten op het versterken van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, wijken en scholen en dienen opvoedvaardigheden van ouders te worden verhoogd5. De Jeugdwet specificeert niet hoe gemeenten deze doelen dienen te realiseren. Gemeenten hebben een hoge mate van beleidsvrijheid om dit in te vullen. ● Zorgverzekeringswet (Zvw): in de Zvw worden individuele preventieve activiteiten geregeld. De verzekerde heeft recht op bepaalde preventieve activiteiten, zoals het consult bij de huisarts. Ook preventieve tandartscontroles, de anticonceptiepil en dieetadvisering vallen onder het basispakket voor jongeren. Over het algemeen geldt dat het hier gaat over individuele preventieactiviteiten. Wanneer het over een groepsaanbod gaat, dan valt dit onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Preventieve activiteiten en voorzieningen die raken aan het thema gezondheid zijn duidelijk gespecificeerd vanuit de wet. Het gaat bijvoorbeeld over bepaalde medicijnen, tandartszorg, het bezoek aan de huisarts of de jeugdgezondheidszorg. Wanneer het gaat over het voorkomen van sociaal-emotionele problematiek hebben gemeenten meer ruimte om keuzes te maken waar ze wel en niet op inzetten. Vanuit de wettelijke kaders staat benoemd dat gemeenten het moeten regelen, maar niet hoe ze het moeten regelen. Per definitie kan dit leiden tot grote verschillen tussen gemeenten.

3

Zie ook: https://www.nji.nl/preventief-jeugdbeleid/wet-en-regelgeving. https://wetten.overheid.nl/BWBR0024705/2022-10-10#HoofdstukII. 5 Zie hoofdstuk 2 van de Jeugdwet: https://wetten.overheid.nl/BWBR0034925/2022-08-01#Hoofdstuk2. 4

| 14 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

4.3 Landelijke ontwikkelingen en onderzoek Het versterken van de sociale basis staat hoog op de politieke agenda. Dit geldt ook voor preventieve voorzieningen voor jongeren, ouders of verzorgers. Een belangrijke belofte van de decentralisatie van de jeugdzorg in het sociaal domein was de mogelijkheid om lokaal allerlei preventieve voorzieningen te organiseren die het gebruik van maatwerkvoorzieningen zouden doen afnemen. Tot nu toe is deze belofte nog niet uitgekomen. Adviesbureau AEF(Andersson Elffers Felix) heeft in 2020 een rapport gepubliceerd waarin bleek dat de uitgaven landelijk zowel op preventieve voorzieningen als op maatwerkvoorzieningen in de jeugdzorg zijn gestegen sinds 2015. Ook in Voorst is dit het geval, al lijken de kosten zich nu te stabiliseren (meer hierover in hoofdstuk 8). De stijgende kosten in de jeugdhulp leiden eveneens tot een grote financiële druk. Gemeenten zijn de afgelopen jaren geconfronteerd met grote tekorten in de jeugdhulp. Dit onderstreept het belang van effectieve preventieve voorzieningen voor jeugdigen, omdat deze voorzieningen laagdrempeliger, dichterbij huis en vaak goedkoper zijn dan maatwerkvoorzieningen. Sturen en leren in de sociale basis In september 2022 heeft het Hilda Verwey-Jonker6 instituut een onderzoek gepubliceerd naar de sociale basis in twaalf gemeenten.

Welke keuzes hebben zij gemaakt in de sociale basis ten aanzien van sturen en verantwoorden? Uit hun rapport blijkt onder andere dat de sociale basis een diffuus begrip is en niet altijd wordt voorzien van een heldere definitie. Hierdoor ontstaan verschillende beelden en verwachtingen over de sociale basis tussen gemeenten en maatschappelijke partners. Daarnaast wordt gesteld dat er nog veel gewerkt wordt met aannames en veronderstellingen over de effectiviteit van de sociale basis. Het gaat bijvoorbeeld over aannames over de effectiviteit, maar ook over de kosten ten opzichte van maatwerkvoorzieningen. Er valt nog veel te winnen door hier steviger gebruik te maken van een wetenschappelijke ondersteuning voor de beleidsuitgangspunten. Het rapport behandelt tevens vier modellen om de sociale basis in te richten. Ieder model heeft voor- en nadelen. De uitdaging is om te onderzoeken welk van de vier modellen het beste past bij de lokale situatie en waarom. Het gaat over: ● Gecentraliseerd model ● Hiërarchisch model ● Consortiummodel ● Waaiermodel Informatievoorziening en het stellen van kaders Uit een onderzoek van Divosa naar rekenkameronderzoek in het sociaal domein komt duidelijk naar voren dat de informatievoorziening richting de raad vaak niet optimaal is7: ● Gemeenteraden formuleren onvoldoende concrete en meetbare doelstellingen en kaders.

Dit komt door de complexiteit van het stelsel. Daarmee is er echter ook geen eenduidig zicht op de informatiebehoefte. Wanneer niet duidelijk is wat bereikt moet worden, is niet duidelijk wat er gemonitord moet worden en waarover het college van B&W moet rapporteren aan de raad.

6

https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2022/09/121500_Leren-sturen-en-verantwoordenin-de-sociale-basis_WEB.pdf 7 Rekenkamers over het sociaal domein.

| 15 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

●

Veel gegevens die worden verzameld en gerapporteerd aan de raad zijn nog niet vertaald naar bruikbare informatie. Het ontbreekt veelal aan analyses en duiding om de geleverde informatie op waarde te kunnen schatten en te gebruiken voor de controlerende en kaderstellende rol.

4.4 Het voorliggende veld voor jeugdigen in Voorst De gemeente Voorst heeft een uitgebreid netwerk aan voorliggende voorzieningen voor jeugdigen tussen de 0 en de 27 jaar. Hieronder volgt een korte opsomming van (een selectie uit) het aanbod van voorliggende voorzieningen. Dit is niet volledig, maar geeft wel een beeld van de aanwezige voorzieningen: ● Jeugdgezondheidszorg (0-18 jaar) onderverdeeld naar Vérian Jeugdgezondheidszorg voor 0 - 4 jaar; consultatiebureau en jeugdgezondheidszorg GGD voor 4-18 jaar. De jeugdgezondheidszorg bestaat onder andere uit het consultatiebureau voor medische, verpleegkundige en pedagogische zorg. Voor kinderen vanaf de basisschoolleeftijd wordt een divers pakket aan voorliggende voorzieningen en activiteiten georganiseerd, zoals leefstijllessen op school of de verzuimspreekuren. ● Jongerenwerk (Younger at heart): Het jongerenwerk richt zich met name op de leeftijdsgroep 12-23 jaar. De afbakening van de leeftijdsgroep is natuurlijk arbitrair waarbij afhankelijk van de behoefte en vraag ook kinderen onder de 12 jaar en jongvolwassenen boven de 23 jaar bij het jongerenwerk terechtkunnen (de onderzoekers zijn in het kader van participerend onderzoek op een inloopavond geweest). ● Kinderopvang en vroeg- en voorschoolse educatie (VVE): De gemeente is verantwoordelijk voor voorschoolse educatie.

Het onderwijsveld is verantwoordelijk voor vroegschoolse educatie. Voor de jongste kinderen zijn er verschillende locaties voor kinder- en peuteropvang in de gemeente Voorst. Ook wordt VVE aangeboden aan kinderen met (een verhoogd risico op) een achterstand. ● CJG Voorst: Het CJG is aanwezig voor alle vragen over hulp en ondersteuning van inwoners van de gemeente Voorst. Het toegangsteam CJG werkt als objectief orgaan bij het inzetten van hulp en ondersteuning aan jeugdigen en gezinnen. Ook bieden ze procesregie. Dit betekent dat het CJG soms voor een lange tijd betrokken is bij casuïstiek. Het verschilt per casus hoeveel tijd de procesregie in beslag neemt. ● Samenwerkingsverband Passend Onderwijs IJssel Berkel: Het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs (één voor PO en één voor VO) is geen gemeentelijk orgaan, maar een onderwijsorgaan. De onderwijscoaches vanuit het Samenwerkingsverband zijn belangrijke samenwerkingspartners voor de gemeente en het CJG in de samenwerking rondom kind-ouders-school. Zowel het CJG (in de vorm van schoolmaatschappelijk werkers of CJG-jeugdconsulenten (indien al betrokken in gezin)) als het Samenwerkingsverband kunnen deelnemen aan een overleg van het ondersteuningsteam in de school. ● Dit samenwerkingsverband heeft in Voorst onderwijscoaches. Zij hebben contact met scholen als er problemen zijn.

De problemen zijn nogal uiteenlopend maar het gaat in de basis om kinderen die op school en thuis leer- en/of gedragsproblemen laten zien. Dat doen ze middels een ondersteuningsteam waar vanuit de gemeente iemand aansluit (schoolmaatschappelijk werk). In een breed overleg proberen ze het onderwijs en de thuissituatie voor het voetlicht te brengen. ● Stimenz: Stimenz verricht in Voorst het schoolmaatschappelijk werk. Er zijn vaste schoolmaatschappelijk werkers voor het basis- en voortgezet onderwijs op de scholen in Voorst. Het schoolmaatschappelijk werk is de vooruitgeschoven post van het CJG op het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs binnen de gemeente Voorst en maakt deel uit van het ondersteuningsteam van school. De schoolmaatschappelijk werker kan aansluiten bij (kind)overleggen van school. Vaak gebeurt dit op uitnodiging vanuit school of ouders. Samen met ouders wordt de hulpvraag en ondersteuningsbehoefte onderzocht.

| 16 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

●

Stichting Pampus: Stichting Pampus is een uitgaansgelegenheid voor jongeren uit de gemeente Voorst (en bestaat al sinds 1968). Regelmatig wordt er in Pampus een TeenageParty georganiseerd. Gemiddeld 250 jongeren vanaf groep 6 tot 14 jaar bezoeken deze TeenageParty’s (de onderzoekers hebben een van deze party’s bezocht in het kader van participerend onderzoek).

Zoals gezegd gaat het hier alleen om een selectie van het aanbod. Deze selectie is gemaakt, omdat deze in de gesprekken en de bestudeerde documenten veelvuldig aan bod zijn gekomen. Tegelijkertijd zijn er nog allerlei andere voorzieningen te noemen die laagdrempelig bereikbaar zijn voor jeugdigen en ouders. Denk bijvoorbeeld aan de bibliotheek en (sport)verenigingen. Het is goed te beseffen dat de gemeente Voorst een bloeiend verenigingsleven heeft (zo blijkt uit stukken en cijfers) en dat veel jongeren aangesloten zijn bij een vereniging.

4.5 (Beleids)documenten voorliggende voorzieningen jeugdigen In deze paragraaf komen de verschillende beleidsdocumenten aan bod die de gemeente Voorst heeft vastgesteld op het gebied van voorliggende voorzieningen voor jeugdigen. Het gaat om een selectie van de meest relevante (beleids)documenten voor de jeugdigen tussen 0 en 27 jaar. Coalitieakkoord 2022-2026 In het coalitieakkoord komen verschillende facetten aan bod die raken aan preventie en voorliggende voorzieningen op jeugd. Zo komen de thema’s leefstijl, preventie, sport en cultuur aan bod, maar ook verenigingen in het kader van jongeren. Verder staat er genoemd dat de gemeente specifiek wil inzetten op ‘het betrekken en enthousiasmeren van de jeugd bij de lokale politiek en democratie, onder meer door het instellen van een jongerenraad.’ Ten tijde van dit onderzoek was deze jongerenraad nog niet ingesteld. In het vorige coalitieakkoord stond de jongerenraad ook al als aandachtspunt: ‘Initiatieven voortkomend uit de jongeren, bijvoorbeeld om een jongerenraad in te stellen en een jongerenlintje te ontwikkelen, zouden kunnen worden ondersteund.’ Als het gaat om preventie wordt aangegeven dat het belangrijk is om te investeren in gezondheid om dure zorg te voorkomen. Preventie begint volgens het college bij het terugdringen van de kansenongelijkheid en zorgen voor een samenleving waarin iedereen mee kan doen.

Een samenleving waarbij de gemeente een voorbeeldfunctie heeft. Naast het samenwerken met ketenpartners wil de gemeente daarom met de bestaande netwerken zoals verenigingen, belangenorganisaties van de dorpen, kerken en vele andere maatschappelijke organisaties de samenwerking intensiveren. De mensen uit deze netwerken zien vaak ook al snel wanneer het niet goed gaat met iemand. Het college wil er daarom voor zorgen dat deze sociale structuren intact blijven en waar nodig worden ondersteund. De gemeente Voorst helpt vrijwilligers hierbij met kennis en kunde. Voorst onder de Loep De gemeente Voorst is in 2017 gestart met een grootschalig project genaamd ‘Voorst onder de Loep’. De hoofdvraag van het project is: ‘Hoe kunnen we als Voorster gemeenschap de kans verkleinen dat inwoners van onze gemeente in problemen raken?’ Hiermee beoogt de gemeente een beweging in de samenleving tot stand te brengen. Het project is opgedeeld in twee fases: de onderzoeksfase (2017-2019) en de uitvoeringsfase (2019-heden). In de onderzoeksfase is door de samenleving onderzocht welke problemen er zijn en hoe mensen denken dat deze voorkomen kunnen worden.

| 17 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Met deze informatie kon de samenleving aan de slag met het daadwerkelijk voorkomen van (meer) problemen. Dit vroeg om een omslag in denken en werken van een groot aantal professionals, organisaties en vrijwilligers. Voorst onder de Loep leverde verschillende resultaten op: van het visie- en doelenboek tot bijeenkomsten voor bewustwording en van meer verbinding tot de campagne #Zodus. Daarnaast ontstonden nieuwe preventieve voorzieningen en activiteiten in de samenleving tijdens het project. Het project Voorst onder de Loep werkt volgens de methode van Samenlevingsbeleid. De aanpak kenmerkt zich door: ● Werken van onderop en van buiten naar binnen: alle kennis, emotie en wijsheid uit de samenleving benutten voor je beleid. ● Werken volgens principes van processturing: de samenleving bepaalt de inhoud, de overheid stuurt op proces. ● Werken vanuit de analyse: beleid maken op basis van oorzakelijke analyse, weten aan welke knoppen je als samenleving kunt draaien om een gewenste verandering te bewerkstelligen.

| 18 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Figuur 2

Visie en doelen ten aanzien van kinderen in Voorst (afbeelding uit: Voorst onder de loep)

Voorst onder de Loep heeft een jaar lang deskundigheid en ervaringen verzameld en verwerkt van vele vrijwilligers, experts, ervaringsdeskundigen en professionals vanuit alle mogelijke invalshoeken. De analyse van ‘Voorst onder de Loep’ is opgebouwd met de input van 411 interviews met sleutelfiguren woonachtig en/of werkzaam in de gemeente Voorst. Ruim 90 enthousiaste vrijwilligers interviewden de 411 sleutelfiguren. De analyse is aangevuld en aangescherpt in expertmeetings met meer dan 50 experts, vele sessies met ervaringsdeskundigen, talloze loepsessies met lokale deskundigen en onderbouwd onderzoek.

| 19 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Met de analyse zijn de ontwikkelingen die bijdragen aan het ontstaan van maatschappelijke problemen blootgelegd. Het beïnvloeden van deze oorzaken draagt bij aan het vaker voorkomen van problemen in onze samenleving. Begin 2022 is er een evaluatie gehouden van ‘Voorst onder de Loep’. Hieruit kwam een aantal zaken naar voren die goed gingen en die minder goed gingen. Wat ging goed: ● Preventief werken en de noodzaak ervan staat op de kaart en op het netvlies. Professionals kennen de preventieve mogelijkheden en hun rol daarin beter. Zo verwijzen ze bijvoorbeeld meer door en kennen ze elkaar beter. ● De afgelopen jaren zijn er veel nieuwe verbindingen gelegd en samenwerkingen tot stand gekomen. ● Professionals hebben nu meer tijd om te werken aan preventie. Soms is er, door subsidies of slimme keuzes, ook meer geld beschikbaar voor preventie dan bij de start van het project. De visie en doelen zijn in de samenleving goed omarmd. Wat ging minder goed: ● Nog niet bij iedereen zit preventie logisch verweven in de dagelijkse werkzaamheden. De intrinsieke motivatie om met preventie aan de slag te gaan was minder aanwezig dan verwacht. De gekozen methode, die dit eigenaarschap op preventie vanuit het gelopen proces logischerwijs zou aanzetten, bleek dit effect onvoldoende te bewerkstelligen. ● Er zijn nog steeds drempels om met verschillende organisaties een opgave aan te pakken.

Samenwerking opzoeken is soms lastiger dan het lijkt. Daarnaast is het nog niet overal gelukt om de houding die het vraagt om een sterk netwerk te ontwikkelen, over te dragen van Voorst onder de Loep aan de verschillende partijen. ● Niet overal is tijd vrijgemaakt om aan preventie te werken. De visie en doelen werden niet door alle betrokken organisaties goed omarmd. Kadernota sociaal domein 2020 t/m 2024 Middels het project ‘Voorst onder de Loep’ heeft de samenleving volgens de gemeente een visie geformuleerd die de basis vormt voor de kadernota sociaal domein. De visie is geformuleerd als: “We leven gezond en ontspannen samen en de kwaliteit van leven is in alle kernen goed. Onze kinderen groeien veilig op. We staan voor elkaar klaar en iedereen mag er zijn.” De doelen die in ‘Voorst onder de Loep’ zijn onderzocht en opgezet, zijn verweven in de kadernota en vormen de basis voor de opgaven van de komende jaren. De komende jaren staan deze thema’s centraal: Gezondheid, Leefbaarheid, Meedoen, Leren en Ontwikkelen en Zorg en Zelfredzaamheid. Voor elk thema zijn opgaven bepaald die nodig zijn om de doorontwikkeling te maken. De gemeente wil toegankelijk zijn voor inwoners, zodat zij nog minder drempels zien om naar ons toe te komen als ze hulp nodig hebben.

Daarom wil de gemeente dichter bij de inwoners en organisaties in de dorpen staan zodat ze zelf sneller kunnen signaleren waar ondersteuning nodig is en de gemeente ziet welke mooie initiatieven er al lopen. De gemeente wil dat organisaties en inwoners hen beschouwen als samenwerkingspartner. Als het gaat om de specifieke opgaven die raken aan het jongeren, zijn de volgende ambities en doelen genoemd: Opgave Gezond Opgroeien 1. De professionals sluiten op een goede en veilige wijze aan bij de vragen en behoeften van ouders. 2. Er is een goede communicatie tussen ouders en professionals en tussen de professionals onderling. Men weet elkaar op een laagdrempelige manier te vinden.

| 20 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Opgave Ouderschap en Opvoeden We willen dat onze kinderen en jongeren (tot en met 27 jaar) naar vermogen participeren in onze maatschappij. Hiervoor is het nodig dat we kinderen een kansrijke en veilige ontwikkeling bieden en ouders ondersteunen bij de uitdagingen van het opvoeden en opgroeien. 1. De hulp van professionals sluit aan bij de wensen en behoeften van ouders. 2. We werken samen met ouders en professionals aan het normaliseren van vragen gedurende de opvoeding en ontwikkeling van kinderen. 3. Professionals die met jeugd werken, weten elkaar beter te vinden. 4. Intensieve jeugdzorg verlenen we meer in de woonomgeving van het kind vanuit de gedachte ’één gezin, één plan’. Opgave onderwijs 1. We optimaliseren de aansluiting tussen kinderopvang, onderwijs en (jeugd)zorg. 2. Alle kinderen op de juiste plek in het onderwijs. 3. We signaleren samen opvoedproblemen op school en handelen daarnaar. Opgave Toegang en Dienstverlening 1. We realiseren één integrale toegang voor het sociaal domein. 2. We vergroten de rol van de toegang en cliëntondersteuning in de preventie. 3. Vanuit onze toegang willen we inwoners in een kwetsbare positie eerder bereiken. 4. We versterken de eigen kracht en regie van inwoners. 5. We willen de regie bij zowel kwetsbare als minder kwetsbare mensen verder doorontwikkelen, zowel tijdens als na de ondersteuningsfase.

Kadernota sociaal domein uitvoeringsprogramma Bovenstaande ambities zijn tot in detail uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma met voor iedere ambitie een uitwerking in een duidelijk resultaat, stand van zaken, activiteiten 2022, partners, kosten/investering en indicator. In de volgende afbeelding is een voorbeeld gegeven van de opgave ‘Ouderschap en Opvoeden’. Maar ook voor de andere ‘jeugdopgaven’ zijn dergelijke concrete uitwerkingen gemaakt. Dit geldt overigens ook voor de onderwerpen die gerelateerd zijn aan jeugd, zoals gezonde levensstijl en armoede en schulden.

| 21 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Figuur 3

Opgave Ouderschap en opvoeden uit kadernota uitvoeringsprogramma

Gezondheidsbeleid Vitaal Voorst 2017-2020 Tot 2020 kende Voorst een aparte nota voor het gezondheidsbeleid. De raad heeft na een evaluatie in 2020 besloten de nota niet te verlengen, omdat het thema ook breed aan bod komt in de kadernota sociaal domein. Sport- en beweegakkoord 2020-2023 Sport wordt in de gemeente Voorst ingezet als instrument om gezondheid en (sociaal) welbevinden te bevorderen. Het heeft een prominente plaats in het project Voorst onder de Loep en er zijn vele organisaties die zich bezighouden met het opzetten, promoten en uitvoeren van sport- en beweegactiviteiten. Het is de ambitie om meer jongeren te laten voldoen aan de (landelijke) beweegnorm. Daarnaast krijgt de aansluiting tussen sport en het onderwijs nadrukkelijk aandacht. Verder wordt er ingezet op meer samenwerking tussen de dorpskernen, oog voor kwetsbare doelgroepen en verbeteren van de zichtbaarheid van de buurtsportcoaches. De centrale missie van het sport- en beweegakkoord is: ‘iedereen moet kunnen sporten, nu en in de toekomst. Jong en oud, met of zonder beperking, dichtbij en veilig. En juist de samenwerking die volgt uit dit sporten beweegakkoord waarborgt dat. Zoveel mogelijk mensen in de gemeente Voorst met plezier te laten sporten en bewegen is onze gezamenlijke uitdaging.’ In het akkoord komen onder de verschillende acties en ambities de doelgroep jongeren veelvuldig aan bod.

Beleidsnota Kinderopvang gemeente Voorst 2018-2022 Op 5 juni 2018 heeft de raad de beleidsnota Kinderopvang gemeente Voorst 2018-2022 vastgesteld. De gemeentelijke werkwijze, de uitgangspunten van het beleid en het financiële kader zijn eind 2021 uitgebreid geëvalueerd. Vanuit de evaluatie is gebleken dat er tevredenheid is over de opzet en uitgangspunten van het huidige beleid. Kinderopvang is een thema in de Kadernota Sociaal Domein en integraal onderdeel van het uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2022.

| 22 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Daarom is door de raad besloten om niet langer specifiek beleid te formuleren op het thema kinderopvang. Lokaal Preventieakkoord In navolging van het landelijk preventieakkoord worden gemeenten aangemoedigd om op lokaal niveau preventieakkoorden te sluiten. Voorst heeft deze intentie ook. Het akkoord in Voorst richt zich met name op het terugdringen van gezondheidsschade als gevolg van roken, problematisch alcoholgebruik en overgewicht. In de gemeente Voorst wordt verder al veel gedaan aan preventie op het gebied van gezonde leefstijl, zoals het Actieplan Rookvrij, het lokale Drankakkoord, het lokale Sport- en Beweegakkoord. Al deze initiatieven zijn erop gericht om een gezonde en actieve leefstijl van de inwoners te bevorderen. Om tot een lokaal preventieakkoord te komen is er vanuit VWS ondersteuningsbudget beschikbaar gesteld. Juridisch kader De gemeente Voorst heeft in verschillende documenten het juridisch kader geregeld ten aanzien van voorliggende jeugdvoorzieningen. Voor individuen (jeugdigen en volwassenen) regelen de verordeningen Jeugdhulp Voorst (2019) en Maatschappelijke Ondersteuning Voorst (2020) hun rechten wanneer ze aankloppen voor hulp of ondersteuning. Deze documenten zijn gericht op jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning en gaan met name over (de inzet van) maatwerkvoorzieningen.

Ook zijn processtappen vastgelegd, bijvoorbeeld over de inhoud van de beschikking of de regels ten aanzien van persoonsgebonden budget. Voorliggende voorzieningen komen aan bod als één van de mogelijke oplossingen voor een hulpvraag. Dit wordt in deze documenten niet verder geconcretiseerd of toegelicht. Verordeningen komen tot stand op basis van wetgeving, daar waar mogelijk aangevuld met lokale Voorster input zodat de verordening passend is bij de lokale situatie. De verordening is het document waarop teruggevallen wordt, het toetsdocument. De Jeugdwet zelf vormt een juridische basis voor voorliggende voorzieningen. Voor de rest zijn er veel zaken via subsidies geregeld. Er staat weinig concreets in de Jeugdwet over voorliggende voorzieningen en preventie behalve dat de gemeente een plan moet maken.8 Organisaties die via een subsidie een bijdrage willen leveren vinden de vereisten voor een aanvraag in de subsidieverordening9 en in de algemene subsidieregelingen. Hierin staan de (procedurele) vereisten beschreven om aanspraak te kunnen maken op publieke middelen via een subsidie. Op grond van deze verordening kunnen subsidies verstrekt worden voor activiteiten die vallen onder jeugd en jongeren. Op inhoudelijk vlak is niet gespecificeerd waar organisaties aan moeten voldoen.

Het is bijvoorbeeld niet duidelijk aan welke resultaten ze moeten bijdragen om aanspraak te maken op een subsidie. Het enige benoemde doel is: ‘Het in stand houden van jongerenverenigingen en het stimuleren van activiteiten voor jeugd en jongeren tot 23 jaar’. De subsidievoorwaarden zijn: ● De subsidie is uitsluitend bedoeld voor rechtspersonen. ● De leiding bestaat uit vrijwilligers. ● De vereniging heeft ten minste tien leden in de leeftijd tot 23 jaar. ● Er wordt ten minste één activiteit per jaar georganiseerd.

8

https://wetten.overheid.nl/BWBR0034925/2022-08-01#Hoofdstuk 2 Artikel 2.1 Algemene subsidieverordening 2004 gemeente Voorst. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR22824/2 9

| 23 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

Om de subsidiegelden te verdelen is het document ‘subsidieplafonds en verdeelregels’ opgesteld. Hier staan de bedragen in voor verschillende thema’s/doelgroepen. Daarnaast kunnen kleine organisaties die activiteiten voor jeugd en jongeren organiseren € 25.832 aanvragen. Ter vergelijking: voor het ouderenwerk wordt maximaal € 5.015 beschikbaar gesteld, terwijl voor kunst en cultuur € 40.000 wordt vrijgemaakt.

| 24 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

H5 | Beleid en doelstellingen In dit hoofdstuk wordt beschreven welke doelstellingen zijn vastgesteld ten aanzien van voorliggende voorzieningen voor jeugdigen en preventie. Er wordt getoetst of deze doelstellingen voldoende zijn geoperationaliseerd in bijvoorbeeld indicatoren en meetinstrumenten. Ook wordt gekeken wat wordt verstaan onder universele en selectieve preventieve zorg. In dit hoofdstuk komen de volgende deelvragen aan bod. Deelvragen

Norm

1.

●

Op welke wijze wordt door de gemeente gewerkt aan de doelstelling om meer in te zetten op preventie?

● ● ●

Het beleidskader jeugd (en preventie) is vastgesteld en actueel. De beoogde maatschappelijke effecten zijn expliciet benoemd. Relaties met andere beleidsterreinen zijn expliciet benoemd en duidelijk gemaakt. De raad heeft mee kunnen denken en beslissen in het kader van hun kaderstellende rol.

2.

Wat wordt verstaan onder universele en selectieve preventieve zorg?

Hiervoor bestaat in beginsel geen norm, dit moet blijken uit het onderzoek.

3.

Welke doelen voor preventie zijn benoemd?

● ● ●

●

De doelen zijn benoemd en SMART geformuleerd (of SMT). Er is in kaart gebracht welke streefwaarden gerealiseerd dienen te worden. Maatschappelijke instellingen en ketenpartners hebben mee kunnen denken vanuit hun adviseursrol in de totstandkoming van het beleid. De doelen zijn vertaald naar concrete eisen voor voorliggende voorzieningen, bijvoorbeeld in een subsidieregeling of een programma van eisen.

5.1 Op welke wijze wordt door de gemeente gewerkt aan de doelstelling om meer in te zetten op preventie? Samenvatting antwoord deelvraag 1 ● De gemeente Voorst kent een actueel beleidskader sociaal domein dat goed verbonden is met andere terreinen ● Raadsleden geven aan het totaalbeeld te missen op het voorveld en preventie, waardoor het voor hen lastig is om echt de rol van kadersteller te pakken. Als het gaat om de werkwijze waarmee de gemeente werkt aan preventie is het in dit kader vooral belangrijk om Voorst onder de loep te noemen. Met deze analyse zijn de ontwikkelingen die bijdragen aan het ontstaan van maatschappelijke problemen blootgelegd en is tevens nagedacht over preventieve oplossingen. Voorst onder de Loep heeft dan ook aan de basis gelegen voor de integrale kadernota sociaal domein.

| 25 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Voorst

De gemeente Voorst kent een actueel beleidskader sociaal domein dat goed verbonden is met andere terreinen Het beleid op preventie krijgt in verschillende (beleids)documenten vorm. Het coalitieakkoord en de integrale kadernota sociaal domein geven de overkoepelende ambities en doelstellingen weer voor voorliggende voorzieningen jeugd, terwijl het uitvoeringsprogramma sociaal domein concreter invulling geeft aan preventie in de gemeente Voorst. De gemeente Voorst heeft het beleid op papier goed op orde. Er is een actuele kadernota sociaal domein (2020-2024) met heldere doelstellingen en uitgangspunten zoals ook al in het vorige hoofdstuk benoemd. De kadernota is breed ingestoken met ambities en doelstellingen op het gebied van gezondheid, leefbaarheid, meedoen, leren en ontwikkelen en zorg en zelfredzaamheid. Relaties met andere beleidsterreinen zijn expliciet en duidelijk. Er is met andere woorden dus sprake van goede samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen en -documenten. Niet alleen binnen de kadernota sociaal domein, maar ook met aanpalende nota’s zoals het sport- en beweegakkoord is er een goede verbinding gelegd. De raad heeft de kadernota sociaal domein vastgesteld en is daarmee kaderstellend geweest. Dat betekent echter niet dat zij ook het gevoel hebben echt kaderstellend te zijn geweest.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12652219/1