Meerjarenprogrammabegroting 2026-2029
Tekst van het document
Werkelijk 2024
Begroting 2025 Incl. wijzigingen 350.334 253.666 375.300 427.658 6.065 78.885 231.109 2.887 -45.695 -
Raming begroting 2026
2027
2028
2029
244.372 443.492 80.694 2.423 -
305.535 443.492 81.904 22.893 -
296.797 443.492 81.904 43.089 -
288.897 443.492 81.904 63.038 -
917.113 330.366 5.158.739 2.990.113 111.931 49.140.169
763.096 327.600 5.263.815 3.037.191 110.000 49.724.516
770.981 203.400 5.963.120 3.422.953 110.000 53.162.108
853.824 203.400 6.485.240 3.726.710 110.000 52.267.206
865.282 203.400 6.485.240 3.726.710 110.000 50.994.600
877.331 203.400 6.485.240 3.726.710 165.000 51.455.385
413.208 58.144.526 57.227.414
58.463.122 57.700.026
62.861.581 62.090.600
62.792.556 61.938.732
61.519.950 60.654.668
62.035.735 61.158.404
89.867 278.192 188.325
918.535 918.535
106.704 106.704
106.704 106.704
106.704 106.704
106.704 106.704
57.415.738
58.618.561
62.197.304
62.045.436
60.761.372
61.265.108
Verbonden partijen Verbonden partij Tribuut belastingsamenwerking
NV Bank Nederlandse Gemeenten
Waterbedrijf Vitens (dividend)
Doel Tribuut voert voor de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Lochem, Zutphen en Voorst alle gemeentelijke heffingen en belastingen uit. Een uitzondering geldt voor de heffing en invordering van de leges publiekszaken. Het aanwezig zijn van een bankiersbedrijf specifiek ten behoeve van overheden met het oog op het bijdragen aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Als aandeelhouder ontvangt de gemeente Voorst jaarlijks een dividend. Vitens houdt zich bezig met het winnen, zuiveren en leveren van drinkwater. Als aandeelhouder heeft de gemeente Voorst jaarlijks een dividend ontvangen. De komende jaren wordt vanwege wijzigingen in het financiële beleid bij Vitens geen dividend uitgekeerd.
| 55
Algemene uitkering gemeentefonds Algemeen Gemeenten ontvangen meer dan de helft van hun inkomsten via de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Deze uitkering is vrij besteedbaar en dient primair als algemeen dekkingsmiddel voor de gemeentelijke lasten. Dit betekent dat gemeenten zelf bepalen hoe zij deze middelen inzetten. Het Rijk informeert gemeenten over de omvang en wijzigingen van de algemene uitkering via circulaires. Jaarlijks verschijnen doorgaans drie circulaires: ▪ Meicirculaire – gebaseerd op de Voorjaarsnota van het Rijk. ▪ Septembercirculaire – sluit aan bij de Miljoenennota van het Rijk. ▪ Decembercirculaire – verwerkt de Najaarsnota van het Rijk en sluit het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. In deze begroting zijn de effecten uit de Mei- en Septembercirculaire 2025 verwerkt. Ontwikkelingen Meicirculaire 2025 Over de effecten van de Meicirculaire 2025 is de gemeenteraad met een raadsmededeling geïnformeerd. Het fonds is gestegen naar circa € 41 miljard, mede door een hogere inflatievergoeding, wat gemeenten extra financiële ruimte biedt. Het Rijk heeft daarnaast compensaties opgenomen, waaronder € 414 miljoen voor jeugdzorg en € 400 miljoen om de scherpe daling in 2026 (het zogenoemde ravijnjaar) te dempen.
Deze toevoegingen verlichten de druk op gemeentelijke begrotingen op korte termijn, maar vanaf 2028 nemen de besparingsopgaven weer toe, vooral door hervormingen in de jeugdzorg. Septembercirculaire 2025 De Septembercirculaire 2025 actualiseert de omvang van de algemene uitkering uit het gemeentefonds ten opzichte van de Meicirculaire 2025. De jaarlijkse groei van het gemeentefonds wordt het accres genoemd en hangt samen met de ontwikkeling van de economie (ontwikkeling bruto binnenlands product (bbp)). Het bestaat uit een volumedeel, bedoeld voor bevolkingsgroei en nieuw beleid, en een prijsdeel, bedoeld om loon- en prijsstijgingen te compenseren. Op dit moment blijft de prijsontwikkeling van het bbp achter bij de werkelijke inflatie, waardoor gemeenten het volumedeel moeten gebruiken om hogere kosten te dekken. Deze situatie zien we ook terug in de effecten van de septembercirculaire 2025 voor onze gemeente. Naast de accresontwikkelingen zijn er nog wijzigingen doorgevoerd binnen de zogenaamde decentralisatie- en integratieuitkeringen. De van belang zijnde effecten voor 2026 en verdere jaren zijn: ▪ accresontwikkelingen door mutaties in het volume- en prijsdeel. Voor 2026 een bedrag van € 108.900 oplopend naar € 230.500 in 2029 ▪ de decentralisatie-uitkering Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) vervangt de specifieke uitkering (SPUK) CDOKE.
In 2026 wordt een totaalbedrag van ruim € 666 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. In onze begroting is al rekening gehouden met een structurele bate van € 459.170 conform provinciale afspraken. Dit bedrag is voor 2026 gecorrigeerd op de toegekende bijdrage. Dit betekent voor 2026 een hogere bijdrage van € 369.532. ▪ de SPUK Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) wordt vanaf 2026 omgezet naar de decentralisatie-uitkering Overheidsbrede Dienstverlening. Via deze decentralisatie-uitkering worden gemeenten gefaciliteerd om laagdrempelig ondersteuning te bieden bij regelzaken met de (digitale) overheid. Vanuit hun regierol kunnen gemeenten lokaal bepalen waar en welke vorm van ondersteuning het meest passend is. Een jaarlijkse bijdrage van € 22.500. 56 |
▪
op grond van de afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTWcompensatiefonds kan vanaf 2026 met een hogere bijdrage rekening worden gehouden (€ 150.000)
OZB woningen en niet-woningen en overige belastingen OZB en overige belastingen OZB woningen OZB niet woningen Reclamebelasting Totaal
Raming 2025 5.221.584 3.037.191 110.000 8.371.305
Raming 2026 5.919.749 3.422.953 110.000 9.452.702
Onder deze taakvelden verantwoorden wij de onroerende zaakbelastingen voor woningen en niet-woningen en de reclamebelasting. Deze belastingen lichtenwe verder toe in de paragraaf Lokale heffingen.
Treasury Tot dit taakveld behoren de activiteiten van de gemeente met betrekking tot de treasury-functie zoals financiering, beleggingen, dividenden etcetera waaronder dividend nutsbedrijven. Dividend De gemeente Voorst heeft 21.634 gewone en 14.322 preferente aandelen in het waterbedrijf Vitens. Vitens wil de solvabiliteit de aankomende jaren laten stijgen naar een minimumniveau van 35% en blijven voldoen aan de financiële ratio’s zoals gesteld door de kredietverstrekkers. Hiervoor zal de aankomende jaren het nettoresultaat moeten worden toegevoegd aan het eigen vermogen en wordt er voorlopig geen dividend uitgekeerd. De gemeente Voorst heeft 112.983 aandelen in het maatschappelijk kapitaal van de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). In 2025 is eenmalig een hoger dividend over 2024 uitgekeerd in verband met een hoger gerealiseerd resultaat. De ontvangsten aan dividend ramen we als volgt: Dividend Bank Nederlandse Gemeenten Vitens (inclusief rentevergoeding preferente aandelen) Totaal
Raming 2025 283.600 0 283.600
Raming 2026 159.400 0 159.400
Voor een nadere toelichting op de ontwikkelingen binnen het taakveld Treasury en het treasurybeleid verwijzen we u naar de paragraaf Financiering.
Overige baten en lasten De raming in het taakveld Overige baten en lasten bestaan uit de stelposten met betrekking tot lasten van de investeringen uit het Meerjareninvesteringsprogramma (MIP) en Meerjarenonderhoudsprogramma (MJOP) 2026-2029, voor zover deze niet zijn geraamd op de desbetreffende taakvelden.
Vennootschapsbelasting Op dit taakveld verantwoorden we het te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting. Met ingang van 1 januari 2016 is de vennootschapsbelasting voor overheidsondernemingen ingevoerd. Vennootschapsbelasting is verschuldigd vanwege fiscale winst die per saldo is gerealiseerd op ondernemingsactiviteiten in het begrotingsjaar na eventuele verrekening van fiscale verliezen uit eerdere begrotingsjaren. De eventueel verschuldigde vennootschapsbelasting voor 2026 is bij | 57
het opmaken van deze begroting nog niet bekend. In de loop van 2026 rapporteren wij hierover via de voorjaars- of najaarsrapportage of wordt de aangifte verwerkt in de jaarrekening.
Reserves en voorzieningen Reserves en voorzieningen
Algemene reserve vrij aanwendbaar Reclamebelasting Dekking kapitaallasten Eenmalige investeringen en incidentele raadsbesluiten Totaal reserves Onderhoud gemeentelijke gebouwen Verlofsparen Totaal voorzieningen
Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo 2025 2026 2027 2028 2029 10.743.150 10.583.150 10.558.150 10.533.150 10.508.150 4.000 4.000 4.000 4.000 4.000 12.308.467 11.880.438 11.323.892 10.767.365 10.210.839 146.797 146.797 146.797 146.797 146.797 23.202.414 22.614.385 22.032.839 21.451.312 20.869.786 1.295.521 1.188.856 1.154.778 1.370.405 1.352.800 475.574 475.574 475.574 475.574 475.574 1.771.095 1.664.430 1.630.352 1.845.979 1.828.374
Standen per 31 december
Toelichting reserves en voorzieningen, die niet bij de programma´s zijn opgenomen. Reserves: Algemene reserve vrij aanwendbaar Deze reserve is bestemd voor het dekken van lasten waar op geen andere wijze rekening mee gehouden is. Financiële mee- en tegenvallers worden ten gunste c.q. ten laste van deze reserve gebracht. Reclamebelasting Deze bestemmingsreserve heeft de egalisatie van financiële overschotten en tekorten van reclamebelasting tot doel. Dekking kapitaallasten Deze reserve zetten we in ter dekking van kapitaallasten van in het verleden gedane investeringen met als dekking een reserve. Eenmalige investeringen en incidentele raadsbesluiten Deze reserve biedt dekking voor de financiële gevolgen van alle bestaande en nieuwe raadsbesluiten met een eenmalig karakter, die niet op de exploitatie verantwoord kunnen worden of specifiek aan andere reserves toe te schrijven zijn. Voorzieningen: Onderhoud gemeentelijke gebouwen Herinspecties van alle gemeentelijke gebouwen (conform NEN 2767) in 2024 heeft geleid tot een nieuw beheerplan onderhoud gemeentelijke gebouwen 2025-2034. De krapte aan materiaal en personeel in de bouw- en installatiewereld hebben een sterk prijsopdrijvend effect op het uit te voeren onderhoud. Bij de Voorjaarsrapportage 2025 is de toevoeging aan de voorziening fors verhoogd.
Dit zorgt ervoor dat over de periode 2026-2035 voldoende financiële middelen in de voorziening beschikbaar zijn om alle gemeentelijke gebouwen te onderhouden. Verlofsparen Voorziening voor de verlofspaarregeling van medewerkers. Door een CAO wijziging bestaat de mogelijkheid voor medewerkers om verlofuren te sparen.
58 |
3.9 Overhead Algemeen In dit onderdeel zijn de kosten van de overhead opgenomen. Onder overheadkosten vallen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces (zgn. PIOFACH-kosten: Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Automatisering, Communicatie en Huisvesting). Ook de rente en afschrijvingskosten op investeringen op het terrein van de overhead vallen onder dit onderdeel. Conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)worden de kosten niet toegerekend aan de programma's. In de programma's nemen we alleen de kosten op die betrekking hebben op het primaire proces. Taakveld
0.4 - Overhead Totaal lasten 0.4 - Overhead Totaal baten Totaal saldo baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo mutaties reserves Geraamde resultaat
Begroting 2025 Incl. wijzigingen 10.628.513 10.706.985 10.628.513 10.706.985 1.123.579 924.271 1.123.579 924.271 -9.504.934 -9.782.714 Werkelijk 2024
Raming begroting 2026
2027
2028
2029
10.932.323 10.932.323 880.192 880.192 -10.052.131
10.742.782 10.742.782 869.106 869.106 -9.873.676
10.855.051 10.855.051 875.672 875.672 -9.979.379
10.854.488 10.854.488 875.639 875.639 -9.978.849
25.000 166.082 141.082
90.850 90.850
-
-
-
-
-9.363.852
-9.691.864
-10.052.131
-9.873.676
-9.979.379
-9.978.849
Toelichting ontwikkelingen begroting 2026 t.o.v. 2025: Algemeen De overhead bestaat uit diverse verschillende indirecte kosten die niet toe te rekenen zijn aan één product. Dit betreffen diverse personeelskosten, automatiseringskosten, facilitaire kosten en huisvestingskosten. 0-4 Overhead Lasten: de stijging van de overhead in 2026 ten opzichte van 2025 wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere personeelslasten, toegenomen kosten voor huisvesting en ICT. Baten: de daling van de totale baten wordt voornamelijk veroorzaakt door een lagere doorbelasting van de overhead. Investeringen
Meerjaren Investerings Programma Geen investeringen. Meerjaren Onderhouds Programma ICT investeringen in hardware, software en diensten*) Tractie (onderhoudsmaterieel, dienst- en bestelauto´s, ebike) Gemeentelijke gebouwen (geen kapitaallasten, via voorziening) Totaal Overhead
Jaar 2026-2029
Bedrag Begroting Begroting Begroting Begroting investering 2026 2027 2028 2029 0
0
0
0
0
2026-2029 2026-2029
1.200.000
2.250
71.250
138.450
203.850
2026-2028
162.240
6.027
17.399
31.442
25.579
2026-2029
7.920.718
0
0
0
0
2025-2028
9.282.958
8.277
88.649
169.892
229.429
| 59
Beleidsindicatoren In dit overzicht staan de bij ministeriële regeling vastgestelde beleidsindicatoren die betrekking hebben op dit begrotingsprogramma. Via de link: www.waarstaatjegemeente.nl kunnen vergelijkingen worden gemaakt met andere gemeenten en landelijke gemiddelden. Taakveld Overhead Overhead
Naam indicator Apparaatskosten Externe inhuur
Overhead
Overhead
60 |
Eenheid Kosten per inwoner Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen % van totale lasten
Indicator Voorst Bron € 992 Eigen begroting 1,58% Eigen begroting 10,2% Eigen begroting
Hoofdstuk 4 Paragrafen
| 61
4.1 Paragraaf Lokale heffingen Inleiding De lokale heffingen zijn naast de algemene uitkering van het gemeentefonds de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. Dit zijn ook inkomstenbronnen waarop de gemeenteraad invloed kan uitoefenen. Binnen de paragraaf lokale heffingen zijn drie soorten opbrengsten te onderscheiden, namelijk belastingen, heffingen en rechten (gebruiks- of genotsrechten). De belastingen worden gebruikt als algemeen dekkingsmiddel, de heffingen en rechten worden ingezet ter bestrijding van gemaakte kosten. Voor de heffingen en rechten geldt als uitgangspunt een kostendekking op begrotingsbasis van maximaal 100%. Het streven is een volledige dekking van de gemaakte kosten door middel van heffingen en rechten. Thema
Belastingen Algemene middelen
Maximaal kostendekkend Marktgelden
Heffingen Specifieke lasten, verband houdend met collectieve voorzieningen Maximaal kostendekkend Rioolheffing
Toeristenbelasting
Begraafplaatsrechten
Afvalstoffenheffing
Reclamebelasting
Leges
Besteding Opbrengst Vrij Onroerende-zaakbelasting (OZB)
Soort
Rechten/retributies Specifieke lasten, verband houdend met individuele diensten
De opbrengsten van de lokale heffingen verantwoorden we in verschillende programma’s. Uitgangspunt van het beleid bij alle soorten is het beperken van de lastendruk. De lasten die gemoeid zijn bij de uitvoering van diverse taken worden alleen verhaald op de inwoners indien dit noodzakelijk is. Geraamde inkomsten Soort (bedragen in €) OZB Afvalstoffenheffing en reinigingsheffing Rioolheffing Toeristenbelasting Forensenbelasting Reclamebelasting Marktgelden Begraafplaatsrechten Leges Totaal
2024 2025 (jaarrekening)(begroting) 8.105.055 8.258.775 2.317.290 2.251.999 2.602.854 2.631.569 266.933 206.904 n.v.t. n.v.t. 110.867 112.530 42.351 45.508 164.280 174.171 1.400.857 1.713.841 15.010.487 15.395.297
2026 9.342.702 2.487.393 2.802.764 295.252 34.500 110.000 52.780 223.874 2.524.188 17.873.453
Beleidsuitgangspunt Het algemene uitgangspunt in de begroting is het indexeren van de lasten met het bruto binnenlands product (bbp) percentage uit de meicirculaire welke is vastgesteld op 2,7% voor 2026. Om de stijging van de lasten te kunnen dekken worden de inkomsten met hetzelfde percentage geïndexeerd. De indexatie is het algemene uitgangspunt. In de paragraaf wordt per belastingsoort onder het thema beleid verder beschreven hoe de geraamde inkomsten tot stand komen. Prioriteitennota 2026-2029 Met de vaststelling van de prioriteitennota 2026-2029 zijn een aantal besluiten genomen die effect hebben op de belastingen en rechten. Hieronder is een opsomming gegeven van de diverse soorten belastingen en rechten inclusief de procentuele verhoging: 62 |
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Onroerende zaakbelasting: in 2026 wordt de opbrengst verhoogd met 10%. Toeristenbelasting: in 2026 (e.v.) wordt de opbrengst verhoogd met 40%. Forensenbelasting: nieuwe belastingsoort in 2026, inkomsten geraamd op € 34.500. Marktgelden: kostendekking van 100%. Begraafplaatsrechten: kostendekking van 100%. Leges: in 2026 worden de opbrengsten vanuit diverse leges verhoogd met 40%.
Ontwikkelingen belastingen Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Met de onroerende-zaakbelasting zorgt de gemeente voor haar eigen inkomstenbron, gemiddeld 9-10% van de totale inkomsten. De gegenereerde inkomsten zijn algemene middelen en worden aangewend om een gedeelte van de gemeentelijke verantwoordelijkheden of voorzieningen te financieren. Beleid De geraamde inkomsten vanuit de onroerende-zaakbelasting (OZB) worden in 2026verhoogd volgens het beleidsuitgangspunt (2,7%) en het besluit uit de prioriteitennota (10%). De geraamde inkomsten voor 2026 komen uit op € 9.342.702 en de opbrengsten vanuit de onroerende-zaakbelasting zijn algemene dekkingsmiddelen. Heffingsmaatstaf De onroerendezaakbelasting wordt opgelegd aan eigenaren van woningen en bedrijven. Voor bedrijven geldt bovendien naast het eigendomsdeel ook een gebruikersbelasting. In alle drie de categorieën wordt de totale som van de WOZwaarden gedeeld door de geschatte inkomsten. Deze berekening resulteert in het tarief dat wordt toegepast op individuele onroerende zaken. Indien de gemeenteraad besluit om geen indexering of verhoging door te voeren en de WOZ-waarden desondanks stijgen, zal het tarief dalen. Aan de andere kant zal het tarief stijgen bij een afname van de WOZ-waarden. Dit betekent dat de totale WOZwaarden fungeren als verdeelsleutel om de geschatte inkomsten te realiseren.
In onderstaande tabel is de systematiek uiteengezet. In 2021 en 2025 was geen sprake van extra verhogingen naast de begrotingsindex. Het belastingbedrag in 2025 steeg dat jaar met 2,73% terwijl de gemiddelde WOZ-waarde steeg met 2,76%. In 2022 tot en met 2024 zijn naast de indexatie ook de door de raad vastgestelde verhogingen verwerkt in het tarief, wat procentueel leidt tot hogere stijgingen van het belastingbedrag. Jaar 2021 2022 2023 2024 2025
Gemiddelde WOZwaarde € 336.000 € 361.000 € 431.000 € 455.000 € 467.566
Stijging t.o.v. jaar ervoor 5,33% 7,44% 19,39% 5,56% 2,76%
Tarief 0,1090% 0,1126% 0,1018% 0,1069% 0,1065%
Belastingbedrag € 366,24 € 406,49 € 438,76 € 486,40 € 497,96
Stijging bedrag t.o.v. jaar ervoor 1,6% 10,98% 7,94% 10,86% 2,37%
Toeristenbelasting Voor overnachtingen in de toeristische sector betalen mensen die niet zijn ingeschreven in de gemeente Voorst toeristenbelasting. De exploitant die de overnachtingen aanbiedt doet jaarlijks een aangifte van het aantal overnachtingen aan Tribuut. Beleid De geraamde inkomsten voor de toeristenbelasting zijn met 2,7% geïndexeerd en conform de prioriteitennota met 40% verhoogd, waardoor het bedrag voor het jaar 2026 uitkomt op € 295.252. In Voorst wordt de toeristenbelasting geïnd met als doel de eigen | 63
inkomsten te versterken. Deze opbrengsten worden vervolgens aangewend voor het handhaven en verbeteren van voorzieningen binnen de gemeente. De opbrengst van de toeristenbelasting wordt in Voorst beschouwd als een algemeen dekkingsmiddel. Heffingsmaatstaf De belasting wordt vervolgens vastgesteld aan de hand van het vastgestelde tarief en het aantal overnachtingen. De tariefstructuur van onze toeristenbelasting kent 3 soorten verblijfsaccommodaties met ieder een afzonderlijk nachttarief. Tarief Overnachten in kampeermiddel Overnachten in hotel, ontbijthotel , vliegtuighotel , etctera Overige overnachtingen
2022 0,94 1,95 1,33
2023 0,97 2,01 1,37
2024 1,00 2,07 1,41
2025 1,02 2,12 1,44
Reclamebelasting In de gemeente Voorst wordt een reclamebelasting geheven in het centrum van Twello. De belasting wordt geheven van openbare aankondigingen (reclame-uitingen)die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Bijvoorbeeld: gevelreclame, stickers, posters en.of vlaggen. Beleid Binnen Voorst wordt reclamebelasting geheven in het centrum van Twello. Deze vorm van belasting is tot stand gekomen door een overeenkomst met de Ondernemersvereniging Twello Centrum, waarbij een publiek-private samenwerking is aangegaan. Als tegemoetkoming voor de introductie van deze belasting is afgesproken dat de gemeente Voorst geen parkeerbelasting zal invoeren in het centrum van Twello voor een bepaalde periode. In een besluit van de gemeenteraad is besloten tot 2029 geen parkeerbelasting in te voeren. De raad heeft met de prioriteitennota 2026-2029 wel besloten de opbrengsten vanaf 2029 te verhogen met € 55.000. Naast eerder genoemde afspraak is overeengekomen dat de jaarlijkse opbrengst van de reclamebelasting een vastgestelde bestemming heeft. De Ondernemingsvereniging Twello Centrum ontvangt een vast bedrag van de opbrengst. Vervolgens wordt een vast deel gereserveerd voor de exploitatie van de parkeergarage en vast klein deel als tegemoetkoming in de perceptiekosten.
De geraamde inkomsten worden niet jaarlijks geïndexeerd en eventuele overschotten worden na dotatie aan de voorziening (max € 4.000) uitgekeerd aan de Ondernemingsvereniging. Deze werkwijze is door de gemeenteraad vastgesteld. Heffingsmaatstaf De belasting wordt geheven van de gebruikers van WOZ-objecten (bedrijfspanden) in het centrum van Twello waarbij reclame-uitingen zijn geplaatst of aangebracht. Om het belastingbedrag vast te stellen geldt een vast tarief van € 850, verhoogd met € 0,65 per € 1.000 van de WOZ-waarde van het betreffende object. Deze tarieven worden slechts aangepast in het geval dat de geraamde opbrengst niet wordt gerealiseerd. Ontwikkelingenheffingen Afvalstoffenheffing en reinigingsheffingen Elke gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling van het afval van huishoudens. Middels de afvalstoffenheffing kunnen gemeenten de kosten van het ophalen van huishoudelijk afval dekken. Het is echter niet toegestaan om de opbrengst van deze heffing te gebruiken voor andere doeleinden. Tegelijkertijd met het verzamelen van huishoudelijk afval wordt bij enkele bedrijfspanden (zoals scholen, kerken, etc.) ook bedrijfsafval opgehaald. Voor deze inzameling wordt een reinigingsheffing geheven.
64 |
Beleid De jaarlijkse bijdrage aan Circulus wordt bepaald door twee componenten: een bedrag voor de geleverde diensten en een bedrag voor de afvalverwerking. Circulus maakt elk jaar de bedragen voor deze componenten bekend aan de deelnemende gemeenten. De geschatte kosten voor afvalverwerking zijn gebaseerd op de dan geldende marktprijzen en kunnen daarom bij de jaarafrekening zowel positief als negatief uitvallen. Naast de bijdrage aan Circulus worden de bijdrage aan Tribuut (inclusief kwijtschelding), de interne personeelskosten inclusief overhead en BTW toegerekend als lasten. Bij de in december 2024 vastgestelde Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Voorst is het vastrecht van de afvalstoffenheffing en reinigingsrecht voor vier jaar verhoogd met € 7,75 per jaar. Deze stijging is noodzakelijk om de stijgende kosten te dekken. Zowel voor 2026 als 2027 is nog een onttrekking uit de voorziening afval voorzien; vanaf 2028 is de kostendekkendheid weer 100%. Heffingsmaatstaf Het belastingbedrag wordt in de gemeente Voorst bepaald door een vast en variabel (Diftar) bedrag. Elk huishouden heeft hierdoor zelf invloed op de hoogte van het belastingbedrag door de afvalstromen zoveel mogelijk te scheiden. Hiermee sluit de heffing volledig aan bij het grondstoffenplan.
Tarief per huishouden 1- of meerpersoonshuishouden vastrecht, verhoogd met tarief per lediging grijze container 140l of verhoogd met tarief per lediding grijze container 240l
2022 164,65 5,40 N.v.t.
2023 169,60 5,55 N.v.t.
2024 174,70 4,45 7,60
2025 186,65 4,55 7,77
Tarief reinigingsrecht (bedrijfsafval) Reinigingsrecht: basis vastrecht, verhoogd met tarief per lediging grijze container 140l of verhoogd met tarief per lediging grijze container 240l
2022 199,25 6,55 N.v.t.
2023 205,20 6,75 N.v.t.
2024 211,36 5,40 9,25
2025 216,22 5,52 9,46
Omschrijving Afval
Directe lasten Overhead 2.827.054 18.661
Inkomst KostenTotale Andere Totale dekkenduit BTW lasten heffingen inkomsten baten heid 273.874 3.119.589 2.590.873 306.538 2.897.411 92,9%
Rioolheffing Elke gemeente heeft een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater, een zorgplicht voor het afvoeren van hemelwater en een zorgplicht voor het beperken van nadelige gevolgen van de grondwaterstand. Samengevat zijn dit de drie gemeentelijke watertaken waarbij de gemaakte kosten gedekt kunnen worden vanuit de rioolheffing. Beleid De financiële weergave van het beleid met betrekking tot de eerder genoemde zorgplichten is opgenomen in het programma Water 2020 t/m 2025. Binnen dit programma is een meerjarig overzicht opgenomen van diverse investeringen die zich over een periode van 40 jaar uitstrekken. Om de toekomstige investeringen te kunnen realiseren is een voorziening ingesteld. In 2024 is tegelijkertijd met de verordening riool- en waterzorgheffing de notitie herijking rioolheffing vastgesteld door de raad. De stijging van € 4,23 per jaar (exclusief begrotingsindex) op het vaste tarief van de rioolheffing wordt ook in 2026 doorgevoerd conform het raadsbesluit uit 2024. Heffingsmaatstaf De kosten voor het uitvoeren van de watertaken wordt in Voorst verhaald op de gebruikers van woningen en niet-woningen. Vervolgens is het belastingbedrag 3 afhankelijk van het aantal afgevoerde m afvalwater. Het tarief van de rioolheffing 2026 wordt voorgesteld aan de raad in december gelijktijdig met de andere belastingverordeningen. | 65
Tarief Rioolrecht: basistarief
Omschrijving Riolering
2022 217,55
Directe lasten Overhead 1.924.917 267.136
2023 224,10
2024 224,10
2025 € 233,58
Inkomst KostenTotale Andere Totale dekkenduit BTW lasten heffingen inkomsten baten heid 621.188 2.813.241 2.802.764 10.477 2.813.241 100,0%
Marktgeld In de gemeente Voorst wordt marktgeld geheven bij de markt in Twello en andere dorpskernen. Met het marktgeld worden de kosten gedekt die voor het organiseren en onderhouden van de markt worden gemaakt. Beleid Door stijgende loonkosten vanuit de CAO, gecombineerd met een stijging in de overhead en stijgende materiaalkosten werd de 100% kostendekking niet meer behaald. Om de kostendekking wel te halen is bij de prioriteitennota 2026 een extra stijging van de tarieven toegepast naast de normale indexeringvan 2,7%. Om dit onderdeel weer kostendekkend te maken stijgt het basistarief van € 2,44 naar € 3,00 per strekkende meter. Heffingsmaatstaf Het marktgeld wordt geheven over de gebruikers van de standplaatsen en kent een tarief van € 3,00 per strekkende meter (minimumbedrag €9,74) per dag.
Omschrijving Markt
Directe lasten Overhead 47.430 15.451
BTW 0
Inkomst Totale Andere uit lasten heffingen inkomsten 62.881 52.780 9.995
KostenTotale dekkendbaten heid 62.775 99,8%
Lijkbezorgingsrechten / begraafrechten Met de lijkbezorigingsrechten worden kosten verhaald die verbonden zijn aan het gebruik van de begraafplaatsen en voor de door de gemeente verleende diensten. De afname van het aantal begrafenissen en minder langdurige verlengingen van grafrechten zorgen voor minder inkomsten. Het geheel kostendekkend maken van deze dienst is niet haalbaar gebleken. De vraag blijft afnemen en de kosten voor het onderhoud nemen toe. Naast de toegepaste index is de inkomst uit heffingen (begraafplaatsrechten) verhoogd met € 45.000 uit de Prioriteitennota 2026.
Omschrijving Lijkbezorging
Directe lasten Overhead 228.070 14.870
BTW 0
Inkomst Totale Andere uit lasten heffingen inkomsten 242.940 223.874 365
KostenTotale dekkendbaten heid 224.239 92,3%
Leges Elke gemeente is belast met het aanbieden van een gevarieerd aantal diensten. Deze diensten worden vervolgens op verzoek van de inwoners aangevraagd. Middels het innen van leges worden de kosten gedekt die voor de uitvoering van deze diensten worden gemaakt. Voorbeelden van deze diensten zijn het verstrekken van paspoorten of het verlenen van vergunningen. De aanvrager van deze dienst betaalt leges, met als gevolg dat het verzoek in behandeling wordt genomen. De leges zijn in de tarieventabel van de legesverordening ingedeeld in drie titels: Hoofdstuk1, algemene dienstverlening; Hoofdstuk 2, dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet; Hoofdstuk 3, dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn. 66 |
Najaarsrapportage 2025 In de najaarsrapportage is een bijstellingsvoorstel opgenomen omdat de opbrengsten uit de leges omgevingsvergunningen en ruimtelijke ontwikkelingen achterblijven. De oorzaak van dit gebrek aan opbrengsten wordt nog steeds gewijd aan de overgang van de Wabo naar de omgevingswet. De stortvloed aan bestemmingsplannen is nu opgedroogd waardoor ontwikkelaars even tijd nodig hebben om te wennen aan de nieuwe situatie. De verwachting is dat het aantal projecten de tweede helft van 2025 en in 2026 weer zal toenemen. Kostendekkendheid Dit jaar is eveneens onderzoek gedaan naar de kostendekkendheid van alle hoofdstukken. Hierbij zijn alle lasten en opbrengsten opnieuw geïnventariseerd aan de hand van interviews en ervaringscijfers (t/m 2024). In de gemeente Voorst wordt over alle hoofdstukken heen een kostendekkingspercentage van 58,29% behaald. Toelichting/verklaring In de laatste kolom van de onderstaande tabellen is gecodeerd aangegeven waar het tarief voor 2025 (en dus ook de opbrengst) op is gebaseerd. Voor de tarieven kennen we de volgende indeling: 1. 2. 3. 4.
Wettelijk tarief Vergelijkbaar tarief buurgemeenten Historisch gegroeid en indexeren met 2,7% (t.o.v. 2025) Herijking n.a.v. evaluatie
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening
1.1 Burgerlijke stand 1.2 Reisdocumenten 1.3 Rijbewijzen 1.4 Verstrekkingen uit BRP 1.5 Wet open overheid 1.6 Vastgoedinformatie 1.7 Overige publiekszaken 1.8 Archiefbescheiden gemeente Voorst 1.9 Bijzondere wetten 1.10 Telecommunicatie 1.11 Verkeer en vervoer 1.12 Diversen totaal Hoofdstuk 2 Dienstverlening vallende onder de fysieke leefomgevings/ omgevingsvergunning 2.2 Voorfase algemene bepalingen 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed 2.5 Milieubelastende activiteiten 2.6 Lozingsactiviteiten 2.7 Aanlegactiviteiten 2.8 Overige activiteiten 2.9 Maatwerkvoorschriften 2.10 Gelijkwaardigheid 2.11 Overige tarieven 2.12 Modaliteiten totaal
Loon- en Overhead BTW Totale OpbrengstKosten- Toelichting/ directe lasten leges dekkend- verklaring kosten heid 122.032 75.178 6.725 203.936 112.114 54,97% 2 en 3 136.262 59.501 7.410 203.173 330.171 162,51% 1 156.370 57.299 7.300 220.969 95.264 43,11% 1 70.032 31.373 9.154 110.559 7.232 6,54% 1 en 3 nvt 1 8.598 5.287 474 14.351 0% 3 36.090 18.541 5.387 60.018 3.814 21,47% 1 en 3 6.456 4.498 225 11.178 2.400 18,62% 3 12.126 8.448 422 20.997 3.910 18,62% 1 en 3 26.596 18.530 926 46.052 59.251 128,66% 3 40.913 12.689 5.401 59.003 17.869 30,28% 3 nvt 3 615.465 291.344 43.427 950.236 632.735 66,59% Loon- en Overhead BTW Totale OpbrengstKosten- Toelichting/ directe lasten leges dekkend- verklaring kosten heid 346.249 241.232 12.062 599.542 31.234 5,21% 3 en 4 864.278 444.119 74.718 1.383.115 1.713.268 123,87% 3 74.519
51.918
109.064 75.985 26.810 18.679 28.105 19.581 162.234 113.029 44.359 30.905 9.160 6.382 148.967 103.785 5.752 4.007 1.819.498 1.109.620
4.662
131.099
-
0%
3
3.799 188.848 2.381 1,26% 934 46.422 0 0% 979 48.665 89.794 184,51% 5.651 280.914 9.547 3,4% 1.545 76.809 0 0% 319 15.861 0 0% 5.189 257.941 1.400 0,54% 200 9.960 12.826 128,77% 110.060 3.039.177 1.860.450 61,22%
3 3 3 3 en 4 3 3 3 3 -
| 67
Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Europees Dienstenrichtlijn 3.1 Horeca 3.2 Prostitutiebedrijven 3.3 Winkeltijdenwet 3.4 Organiseren evenementen of markten 3.5 Marktstandplaatsen 3.6Gereserveerd 3.7 Kinderopvang totaal Totaal leges
Loon- en Overhead BTW Totale OpbrengstKosten- Toelichting/ directe lasten leges dekkend- verklaring kosten heid 22.635 15.770 788 39.193 2.031 5,18% 3 25.460 17.738 887 44.085 1.377 3,12% 3 5.319 3.706 185 9.210 39 0,43% 3 104.658 72.915 3.646 181.219 22.632 12,49% 3 3.018 2.103 105 5.226 809 12,49% 2 en 3 N.v.t. N.v.t. 46.400 7.942 7.747 62.089 4.114 6,63% 3 207.490 120.174 13.359 341.022 31.002 9,09% 2.642.453 1.521.137 166.845 4.330.435 2.524.188 58,29% -
Aanduiding belastingdruk/woonlasten De hoogte van de gemeentelijke woonlasten, de "lokale lastendruk", krijgt regelmatig aandacht in de media. Onder gemeentelijke woonlasten scharen we de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Dit zijn de belastingen en heffingen waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt. De Coelovergelijking 2025 laat zien dat Voorst in vergelijking tot die in andere gemeenten een gemiddelde woonlastendruk meerpersoonshuishoudens heeft. Voorst staat in de vergelijking op plaats 183 (plaats 1 heeft de laagste woonlastendruk) van de 346 gemeenten. De gemiddelde woonlastendruk in Nederland komt uit op € 1.053 per meerpersoonshuishouden. De woonlastendruk voor Voorst is door het Coelo, op basis van de gehanteerde uitgangspunten, berekend op € 1.042. Omschrijving van het kwijtscheldingsbeleid De gemeente moet bij het vaststellen van kwijtschelding landelijke regels toepassen. De landelijke regels zijn op basis van de Invorderingswet opgenomen in de Leidraad invordering (en kwijtschelding) gemeentelijke belastingen. Het bestuur van Tribuut heeft een Leidraad invordering ten behoeve van de deelnemende gemeenten in Tribuut vastgesteld. Naast de Leidraad heeft de gemeente Voorst haar eigen regels opgesteld in de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Voorst.
Hierin zijn alle mogelijkheden rondom kwijtschelding binnen de wettelijke kaders maximaal benut. Voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is voor 2026 een totaal bedrag geraamd van € 148.416.
68 |
4.2 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding We realiseren geen ambities wanneer we geen risico’s nemen. Belangrijk is dat de gemeente zich bewust is van de risico’s die horen bij het beleid en hierop stuurt. Om een reëel inzicht te krijgen van de impact van deze risico's en het vermogen om deze risico's op te vangen gebruikt de gemeente een berekening van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen geeft de mate van financiële robuustheid van de gemeente aan. We bepalen het weerstandsvermogen door een relatie te leggen tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. Op vrijwel alle gemeentelijke beleidsterreinen zijn risico’s aanwezig die niet door maatregelen zijn afgedekt. Dat deze risico’s aanwezig zijn is geen punt, zolang deze in evenwicht zijn met de weerstandscapaciteit. Aanleiding In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn bepalingen opgenomen waaraan de paragraaf weerstandsvermogen moet voldoen: ▪ een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; ▪ een inventarisatie van de risico's; ▪ het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en het risicomanagement; ▪ de financiële kengetallen; ▪ een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen en de financiële positie. Hierna doen we verslag van de resultaten van de risico-inventarisatie.
Op basis van de geïnventariseerde risico's is tevens het weerstandsvermogen berekend. Risicoprofiel Om de risico's in kaart te brengen hebben we een risicoprofiel opgesteld.Vanuit de organisatie zijn de risico's geïnventariseerd en de grootste risico's (kans/impact) worden in onderstaande overzicht gepresenteerd. Dit zijn alleen het aantal risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Tabel 1: belangrijke financiële risico's Risico Programma 1: Bouwend Voorst Grondexploitatie algemeen: minder opbrengsten binnen de complexen.
Grondexploitatie algemeen: nieuwe complexen komen niet tot ontwikkeling.
Bouwmateriaal: hoge inflatie op de kosten en ontstaan schaarste (o.a. door oorlog Oekraïne). Als gevolg van externe effecten (rente, inflatie en tariefstelling) in relatie tot de invoering van de Omgevingswet bestaat het risico dat de legesopbrengsten dalen. Programma 2: Mooi Voorst
Gevolgen
Het lager uitvallen van de geraamde opbrengsten omdat we de grondprijzen moeten bijstellen Boekwaarde van grond moet worden afgewaardeerd, wat leidt tot financieel verlies Hogere investeringen leiden tot een structurele toename in de kapitaallasten. Lagere legesopbrengsten.
Financieel gevolg (x € 1,00)
Incidenteel/ structureel
50%
750.000 max
Incidenteel
10%
6.000.000 max
Incidenteel
50%
400.000 max
Structureel
80%
750.000 max
Structureel
Kans
| 69
Risico
Gevolgen
Als gevolg van het niet (of niet tijdig) Reparaties leiden tot een realiseren van de maatregelen uit het tekort in het budget. programma Water bestaat het risico dat schade ontstaat in de openbare ruimte. Als gevolg van stijgende energie- en Hogere investeringen materiaalkosten bestaat het risico dat de leiden tot een structurele investeringen m.b.t. de infrastructurele toename in de projecten hoger uitvallen. kapitaallasten. Als gevolg van het versnellen van de Budget wordt verduurzaming van gebouwen en installaties overschreden en wordt het budget overschreden. kapitaallasten nemen toe. Programma 3: Bedrijvig Voorst Door uitstappen van één of Hoge onvoorziene meerdere partijen in regionale kosten voor overige samenwerkingsverbanden blijven de overige partijen, waaronder de partijen met hoge kosten achter gemeente Programma 4: Gezond Voorst Als gevolg van toenemende vraag naar Hogere uitgaven. jeugdzorg bestaat het risico dat budgetten worden overschreden, waardoor er een tekort ontstaat. Programma 5: Sociaal Voorst Als gevolg van een toename van aanvragen Nieuwe inkoopafspraken, WMO (vergrijzing en open einde regeling) hogere inkoopprijzen bestaat het risico dat budgetten worden maar een maximale overschreden, waardoor er een tekort eigen bijdrage waardoor ontstaat. het resultaat onzeker is Als gevolg van een toenemende vraag Hogere uitgaven.
om maatschappelijke dienstverlening / schuldhulpverlening / bijzondere bijstand bestaat het risico dat budgetten worden overschreven, waardoor er een tekort ontstaat. Programma 6: Veilig Voorst Ondermijning – Misbruik van gemeentelijke Er bestaat een processen door criminele partijen, leidend risico dat criminele tot financieel verlies en reputatieschade partijen gemeentelijke processen, zoals vergunningverlening, inkoop, subsidies of vastgoedtransacties, misbruiken voor eigen gewin. Dit kan leiden tot financieel verlies, aantasting van de bestuurlijke integriteit en reputatieschade. Programma 7: Dienstverlenend Voorst Aanspraak maken op de garantie van Financieel verlies. leningen Als gevolg van stijgende energiekosten Hogere uitgaven. bestaat het risico dat bij aflopende energiecontracten de lasten toenemen. Begrotingstekorten in gemeenschappelijke Financieel bijspringen regelingen. door de gemeente aan gemeenschappelijke regelingen. Als gevolg van het overtreden van de AVG Boete opgelegd krijgen of een Datalek kan de gemeente Voorst of extra kosten door beboet worden. onderzoek / repareren datalek in systeem Als gevolg van een (nieuwe) pandemie Extra kosten voor wordt de gemeente geconfronteerd met crisisorganisatie, extra kosten en werkzaamheden. zorg en handhaving; 70 |
10%
Financieel gevolg (x € 1,00) 500.000 max
Incidenteel/ structureel Incidenteel
80%
300.000 max
Structureel
50%
500.000 max
Structureel
20%
400.000 max
Incidenteel
50%
600.000 max
Structureel
50%
800.000 max
Structureel
30%
100.000 max
Structureel
10%
500.000 max
Incidenteel
20%
3.000.000 max
Incidenteel
60%
1.000.000 max
Structureel
50%
500.000 max
Incidenteel
10%
1.000.000 max
Incidenteel
10%
750.000 max
Structureel
Kans
Risico
Als gevolg van een Hack of gijzelsoftware kan de digitale infrastructuur lange tijd niet bereikbaar zijn en schade oplopen (dataverlies). Algemene risico's Lagere algemene uitkering als gevolg van een nieuwe financierings-systematiek van het rijk Vergrijzing personeel gemeente Voorst. Kans op ontbreken specifieke kennis, opvullen van vacatures is problematisch vanwege krapte op de arbeidsmarkt. Algemene post kleine risico's.
Financieel gevolg (x € 1,00)
Incidenteel/ structureel
10%
1.500.000 max
Incidenteel
Tekort aan inkomsten.
60%
2.000.000 max
Structureel
Hogere uitgaven inhuur personeel.
60%
500.000 max
Structureel
Hogere uitgaven.
25%
2.500.000 max
Structureel
Gevolgen
Kans
inkomstenderving bij gemeentelijke heffingen; vertraging projecten. Mogelijke (gedeeltelijke) compensatie door het Rijk. Het herstellen van de infrastructuur en data kent grote financiële gevolgen.
Totaal alle risico's: € 23.450.000 Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast, omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 24.350.000) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de berekening komt naar voren dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 7.075.000 (benodigde weerstandscapaciteit). Externe effecten De afgelopen jaren worden gekenmerkt door een aantal crisissen en onzekerheden. Zo heeft de oorlog in Oekraïne geleid tot hoge inflatie en stijgende rentepercentages en aansluitend op de (inter)nationale effecten worden gemeenten ook geconfronteerd met een onzekerheid over de hoogte van de algemene uitkering. Alle externe effecten kennen een hoge mate van onzekerheid, wat vervolgens leidt tot een hoger kanspercentage van alle beschreven risico's. De financiële gevolgen van de stijgende kanspercentages zijn zo goed mogelijk verwerkt in deze begroting. Weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit zijn de middelen die beschikbaar zijn om niet-begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, financieel af te kunnen dekken, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Deze middelen bestaan uit de algemene reserve, onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien.
Door de voorgenomen extra verhoging van de onroerende zaakbelastingen (Prioriteitennota 2026-2029) is er vanaf 2027 geen onbenutte belastingcapaciteit meer aanwezig als weerstandscapaciteit. Meer belasting heffen blijft wel mogelijk. Beschikbare weerstandscapaciteit gemeente Voorst Weerstand (per 1 januari) Algemene reserve Onbenutte belastingcapaciteit* Onvoorzien incidenteel Totale weerstandscapaciteit
2026 10.743.150 652.800 25.000 11.420.950
2027 10.583.150 25.000 10.608.150
2028 10.558.150 25.000 10.583.150
2029 10.533.150 25.000 10.558.150
* de onbenutte belastingcapaciteit als weerstandscapaciteit is de ruimte tussen de fictieve OZB-opbrengst bij maximale tarieven conform de zgn. artikel 12-norm en de OZB-opbrengst bij de huidige tarieven binnen de gemeente Voorst.
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit zetten we af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. De risico's zijn niet voor verschillende jaarschijven | 71
gekwantificeerd. In de meerjarige ratio weerstandsvermogen is het bedrag voor risico's gelijk gehouden. Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
Ratio meerjarig Ratio weerstandsvermogen
= 2026 1,61
€ 11.420.950 € 7.075.000 2027 1,50
= 1,61 2028 1,50
2029 1,49
Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6
Betekenis uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende
Financiële kengetallen In deze paragraaf is een basisset van vijf financiële kengetallen opgenomen: Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De hoogte van de schuldquote hangt af van onder andere afgesloten en doorgeleende gelden en de omvang van de voorraad gronden. Omdat bij leningen onzekerheid bestaat of deze allemaal worden terugbetaald maken we onderscheid bij de berekening van de netto schuldquote door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Het is belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld.
Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en waarderen we deze af dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat we kijken naar de structurele baten en structurele lasten en we deze vergelijken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht hoe de woonlasten in de gemeente zich verhouden ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Onder de woonlasten verstaan we de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. 72 |
In onderstaande tabel zijn de voor de gemeente Voorst berekende kengetallen opgenomen. Financieel kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Rek. 2024 Begr. 2025 70,6% 65% 70,2% 65% 24,5% 0,5% 11,8% 102,0%
19% 0,08% 2% 102%
Mjr 2026 62% 62%
Mjr 2027 69% 68%
Mjr 2028 83% 83%
Mjr 2029 74% 74%
20% 1,06% -1% 99%
20% 2,02% -1% 99%
17% 0,36% 2% 99%
18% 1,19% -3% 99%
Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie Ter informatie: de financiële kengetallen zijn berekend op basis van de cijfers volgens de primitieve begroting (stap 1 van de Ontwikkeling financiële positie in deel 2: Financiële begroting). Een individueel kengetal kan niet worden gebruikt voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld geven van de financiële positie. De netto schuldquote laat vanaf 2027 een stijging zien. Dit wordt veroorzaakt door een toename van langlopende geldleningen voor de financiering van de voorgenomen investeringen in brandweerkazernes en onderwijshuisvesting. De solvabiliteitsratio neemt de komende jaren af. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de geraamde onttrekkingen aan reserves voor dekking van investeringen vastgelegd in eerdere raadsbesluiten. Daarnaast daalt deze ratio als gevolg van een toename van het vreemd vermogen. Hierdoor verandert het aandeel van het eigen vermogen in het totaal vermogen. Het kengetal structurele exploitatieruimte laat in alle jaarschijven nog een positieve waarde zien.
Zoals hiervoor aangegeven is deze ratio nog berekend op basis van de cijfers volgens de primitieve begroting volgens stap 1 van de Ontwikkeling financiële positie. In het kengetal Grondexploitatie is de ontwikkeling van de grondcomplexen Nieuw Basselt en Fliertlanden, Hietweideweg en Winkler Prins verwerkt. Door de geplande verkoop van bouwgronden daalt dit kengetal de komende jaren. Op basis van het landelijk gemiddelde volgens de atlas lokale lasten van het Coelo bedraagt het kengetal belastingcapaciteit 99%. Dit betekent dat de lasten voor de belastingsoorten OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing in de gemeente Voorst iets lager liggen dan het landelijk gemiddelde. De komende jaren wordt in de meerjarenprogrammabegroting een verhoging doorgevoerd van de onroerende zaakbelasting. De ontwikkeling van de woonlasten is echter landelijk gezien niet bekend, zodat een meerjarig beeld van dit kengetal moeilijk kan worden aangegeven.
| 73
4.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen In deze paragraaf gaan we in op de beleidskaders en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de kapitaalgoederen van de gemeente Voorst. De belangrijkste kapitaalgoederen zijn wegen, riolering, groen, gebouwen en openbare verlichting. Daarnaast behoort materieel als dienstauto’s tot de kapitaalgoederen. Per kapitaalgoed gaan we in op de beleidskaders, de financiële consequenties en de vertaling daarvan in de begroting en de mate van kwaliteit en risico’s. Voor de onderdelen wegen, riolering, mobiliteit en groen heeft u de beleidskaders herzien door de vaststelling van het Programma Wegen 2025-2030, het Programma Water 2020-2025, het Programma Groen 2020-2025 en het Programma Mobiliteit 2020-2030. De financiële gevolgen hiervan zijn meegenomen in deze begroting. Volgens de Financiële verordening worden de beleidskaders zoals opgenomen in de diverse vastgestelde programma's opgenomen in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen. Wegen Beleidskader De algemene beleidsuitgangspunten voor het wegenonderhoud zijn: ▪ veiligheid: de veiligheid moet voldoen aan wettelijke eisen en moet zodanig zijn dat de kans op ongevallen klein is. De veiligheid wordt met name bepaald door ernstige oneffenheden en het schadebeeld dwarsonvlakheid; ▪ duurzaamheid: de technische instandhouding mag niet in het geding zijn.
Het schadebeeld scheurvorming op asfalt is hierop van invloed; ▪ comfort: comfortabel gebruik moet mogelijk zijn. Comfort wordt bepaald door de mate waarin de weggebruiker hinder ondervindt van de onderhoudstoestand van de weg. Met name het onderdeel vlakheid heeft invloed op het comfort; ▪ aanzien: het aanzien moet redelijk zijn. Het aanzien wordt in hoge mate bepaald door de algehele onderhoudstoestand van de weg. Met name scheurvorming, oneffenheden en randschade zijn bepalend voor het aanzien. Kwaliteit en risico’s Periodiek toetsen we onze wegen aan de normering van de Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond, Weg- en Waterbouw en Verkeerstechniek (CROW). Dit is een landelijke normering die het mogelijk maakt verhardingen objectief te beoordelen en daardoor de kwaliteit eenduidig vast te leggen. Het systeem richt zich er op om de juiste maatregel op het juiste moment te nemen. Binnen deze systematiek bereiken we dat instandhouding duurzaam plaats vindt tegen de laagste kosten. De inspectie van de verhardingen vindt jaarlijks plaats. Uit de inspectie van 2024 blijkt dat de kwaliteit van onze wegen achteruit is gegaan. De huidige budgetten zijn niet voldoende om de kwaliteit op peil te houden. De gestegen kosten voor het wegonderhoud zorgen ervoor dat het huidige budget niet voldoende is en enkele wegen worden doorgeschoven in de planning.
Om binnen het beleidskader van de CROW te blijven en de kwaliteit van de wegen niet verder achteruit te laten gaan moeten de budgetten voor onderhoud verhoogd worden. In de benodigde situatie wordt het noodzakelijk onderhoud op het meest optimale moment uitgevoerd. Hiermee voorkomen we dat uitgesteld noodzakelijk onderhoud leidt tot hogere kosten. Wij voeren in de meeste gevallen het reguliere onderhoud uit binnen de daarvoor door het CROW aangegeven termijnen (onvoldoende binnen 0 tot 2 jaar, matig binnen 3 tot 5 jaar).
74 |
Asfaltonderhoud is in verband met kapitaalsvernietiging prioritair boven het onderhoud aan elementenverhardingen. Bij vervanging en grootonderhoud kijken we integraal naar de andere werkterreinen zoals riolering en verkeer en waar mogelijk worden werkzaamheden gecombineerd uitgevoerd Voor vier bruggen loopt momenteel een nader onderzoek, omdat uit de inspectie is gebleken dat de staat van deze bruggen onvoldoende is. Voor groot onderhoud van deze bruggen wordt separaat budget aangevraagd. De financiële gevolgen van het programma wegen 2025-2030 worden nog verwerkt in de meerjarenprogrammabegroting 2026-2029. Financiële consequenties en vertaling Exploitatie Onderhoud lasten Investeringen Integraal Wegen Plan (IWP) Onderhoud/vervanging (bermschade langs wegen buiten bebouwde kom)
2025
2026
2027
2028
2029
1.675.465 1.720.703 1.720.703 1.720.703 1.720.703 750.000 25.000
750.000 25.000
750.000 25.000
750.000 25.000
800.000 25.000
Zie ook de ramingen in programma 2 Mooi Voorst
Riolering Beleidskader Het beleidskader staat verwoord in het Programma Water 2020-2025. Dit programma is opgesteld in de geest van de Omgevingswet. Het omvat naast de visie op water al de onderdelen die een Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) ook bevat, omdat dit nog een verplicht document is. De looptijd van het programma water wordt verlengd tot aan de vaststelling van de Omgevingsvisie t/m 2026. Kwaliteit en risico’s De uitvoering van de beheerswerkzaamheden is vastgelegd in het Programma Water 2020-2025. Periodiek onderzoeken we hoe wij de zorgtaken voor afvalwater, hemelwater en grondwater zoveel mogelijk integraal met onderhoud en reconstructie van groen en verhardingen kunnen uitvoeren. Binnen het Programma Water 2020-2025 is de instandhouding van de riolering geborgd en is er ruimte voor nog te nemen maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie. Financiële consequenties en vertaling Exploitatie Onderhoud lasten Reservering Investeringen Onderhoud/vervanging
2025
2026
2027
2028
2029
352.122 582.484
361.629 179.792
361.629 169.573
361.629 175.163
361.629 159.590
1.520.000 1.648.500 1.781.000 1.875.000 1.611.000
Zie ook de ramingen in programma 2 Mooi Voorst
Openbaar groen Beleidskader De algemene beleidsuitgangspunten voor groenbeheer zijn vastgelegd in het Programma Groen 2020-2025 en richten zich op drie thema’s: Leefbaarheid, Duurzaamheid en Biodiversiteit. Bij al deze thema’s speelt een integrale, doelmatige aanpak een rol, naast het behoud, herstel en ontwikkeling van cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische kwaliteiten. Kwaliteit en risico's In het Programma Groen is vastgelegd dat de structuur en inrichting van het groenbeheer nader wordt vastgelegd. Onlangs is hiermee gestart voor de kern Twello. | 75
Alle overige kernen volgen de komende jaren. Het groen is hiertoe ingedeeld in een ruimtelijke groenstructuur met drie bijbehorende beheerniveau's: ▪ met een hoge representatieve functie en een hoge gebruiksintensiviteit en intensief beheer (intensief onderhoud); ▪ wijk- en buurtgroen met een normaal goed beheer (basis onderhoud) met soms een extensivering, gericht op natuurlijke ontwikkeling; ▪ overig groen met een functie in de woonomgeving veelal met normaal goed beheer met daar waar mogelijk een extensivering gericht op een natuurlijke ontwikkeling (extensief beheer). Er is druk op de personele bezetting als het gaat om de diverse uitvoeringsonderdelen van het programma Groen. De verwachting is dat de onderdelen uit het uitvoeringsprogramma niet allemaal binnen de gestelde termijnen afgerond kunnen worden. Daarom willen we het traject van uitvoering met een jaar te verlengen. Dit betekent dat het uitvoeringsprogramma doorloopt tot en met 2027 (2022-2027) in plaats van tot 2026. Kosten voor het groenonderhoud zijn de afgelopen jaren flink gestegen. Mede door de beschikbaarheid van personeel en de eisen waaraan voldaan moet worden. Deze extra kosten zijn opgenomen in de Najaarsrapportage 2025. Financiële consequenties en vertaling Exploitatie Onderhoud lasten Investeringen Geen investeringen
2025
2026
2027
2028
2029
1.621.217 1.664.990 1.664.990 1.664.990 1.664.990 0
0
0
0
0
Zie ook de ramingen in programma 2 Mooi Voorst
Openbare verlichting Beleidskader De algemene beleidsuitgangspunten voor verlichting zijn: ▪ de nieuw te plaatsen en te vervangen verlichting bestaat uit LED-verlichting; ▪ afschrijving van de armaturen en masten is respectievelijk 20 en 40 jaren; ▪ nieuw te plaatsen verlichting wordt uitgevoerd met een dim regime; ▪ duurzaamheid en milieu maken deel uit van de beleidskeuzes. Het beleid voor openbare verlichting wordt opgenomen in Programma Wegen 2025-2030. Dit leidt niet tot grote aanpassingen in onze beleidsuitgangspunten. Kwaliteit en risico’s De activiteiten richten zich op onderhoud, storingsdienst, vervanging en verduurzaming. Bij vervanging van armaturen zoeken we steeds naar de meest energiezuinige oplossing. De middelen in de begroting staan onder druk. Afgelopen jaren zijn de prijzen voor het onderhoud meer dan verdubbeld. In 2024 is het onderhoud en vervangen opnieuw aanbesteed. De gestegen prijzen voor grondstoffen, energiekosten en beschikbaarheid van personeel hebben gevolgen voor de uit te voeren werkzaamheden. Financiële consequenties en vertaling Exploitatie Onderhoud lasten Investeringen Onderhoud/vervanging Versneld vervangen openbare verlichting door LED
76 |
2025
2026
2027
2028
2029
108.269
111.192
111.192
111.192
111.192
87.500 35.000
87.500 35.000
87.500 0
87.500 0
87.500 0
Gebouwen Beleidskader De gemeente is eigenaar van 36 gebouwen met bijbehorende installaties. Het technisch beheer en onderhoud vindt plaats op basis van een meerjaren onderhoudsprogramma dat we jaarlijks actualiseren en vertalen in een uitvoeringsplan. Vastgoedportefeuille De gemeente Voorst is eigenaar, verhuurder, huurder en gebruiker van een diverse vastgoedportefeuille. Dit vastgoed wordt gebruikt voor de gemeentelijke organisatie en voor maatschappelijke functies als sport, welzijn, brandweer en cultuur. Het vastgoed van de gemeente is dan ook een middel die het mogelijk maakt om wettelijke taken uit te voeren en om maatschappelijk waarde te creëren. Op dit moment wordt gemeentelijk vastgoed ook ingezet als opvanglocatie voor de opvang van diverse doelgroepen. Onderhoud Onze gebouwen moeten door gebruikers en huurders veilig en optimaal gebruikt kunnen worden. Om dit te garanderen is correctief, preventief en planmatig onderhoud noodzakelijk. Dit beheer en onderhoud wordt uitgevoerd op basis van een 10jarig Meer Jaren Onderhoud Plan (MJOP) waar de onderhoudskosten in beeld zijn gebracht. Omdat de kosten per jaar nogal kunnen fluctueren maken we gebruik van een onderhoudsvoorziening om deze kosten te egaliseren. Voor het bepalen van het onderhoudsniveau van de gebouwen en de daarbij behorende financiële middelen hanteren wij de NEN 2767 methodiek.
Deze methodiek gaat uit van een conditiescore van 1 tot 6 waarbij 1 uitstekend is en 6 zeer slecht. Uitgangspunt voor het kernbezit is een minimale conditiescore van 3. Dat betekent een redelijk onderhoudsniveau dat over het algemeen door vastgoedeigenaren als voldoende wordt aangemerkt. Functionele verbeteringen (herinvesteringen) zoals renovaties en verbouwingen worden op voorhand niet meegenomen in het MJOP. Deze meestal levensduur verlengende investeringen worden pas op het moment dat ze zich voordoen in beeld gebracht en krediet voor aangevraagd. Verduurzaming Verduurzaming en gasloos maken van gemeentelijk vastgoed is niet vrijblijvend. De uitdaging om de uitstoot van broeikasgassen terug te brengen is vertaald in de Klimaatwet. Hoofddoel is het bereiken van 95% broeikasgasreductie ten opzichte van 1990, tussendoel is 49% broeikasgasreductie in 2030 ten opzichte van 1990. De gemeente Voorst hanteert als uitgangspunt voor verduurzaming dat ze dit doet op natuurlijke vervangingsmomenten (planmatig) binnen het onderhoudsproces. Op deze momenten wordt geïnvesteerd in energiezuinige en duurzame alternatieven. Huisvesting nieuwkomers De opvang en huisvesting van nieuwkomers (Oekraïners, statushouders en asielzoekers) zal een blijvende vraag naar geschikte huisvesting creëren. Ook binnen de gemeente Voorst.