Meerjarenprogrammabegroting 2022-2025 (2021-51095) GEWIJZIGDE VERSIE van 12 oktober 2021
Tekst van het document
De Provincie Gelderland is als subsidieverstrekker akkoord gegaan met verlenging van de subsidieregeling tot 2022.Daarom werkenwe in samenwerking met inwoners, verenigingen en organisaties uit de gemeente nogmaals aan een plan om de belangrijke bevrijdingsgebeurtenissen binnen de gemeente Voorst te beleven en te beseffen. Het gaat dan om Operatie Cannonshot en de terugkeer van de Prinsesjes op Vliegveld Teuge. Het beleefbaar maken van deze plekken draagt bij het besef van de waarde van vrijheid bij inwoners van de gemeente Voorst en stimuleert het herinneringstoerisme. Beoogd effect De lokale initiatieven en plannen van een uitgesteld herdenkingsjaar 75 +2 jaar vrijheid realiseren, waarmee de inwoners van de gemeente Voorst de waarde van vrijheid vieren, beleven en beseffen. Aanjagen van bewonersinitiatieven in Twello Inhoud Van de twaalf dorpen hebben twee dorpen geen dorpsbelangenorganisatie en ook geen dorpscontactpersoon. Dat zijn Twello en Steenenkamer. Met name Twello blijft in verhouding achter als het gaat om het aantal bewonersinitiatieven. Dit terwijl blijkt dat vrijwillige inzet en bewonersinitiatieven van grote waarde zijn voor de samenleving en een fijn woon- en leefklimaat.
Samen met netwerkpartners zoals IJsseldal Wonen, Mens en Welzijn en maatschappelijke organisaties, en een werkgroep van inwoners, willen we Twello op dit vlak beter laten aanhaken en in de doe-stand krijgen. Hiervoor onderzoeken we, naar voorbeeld van het onderzoek Duimen voor de Dorpen, op wijkniveau wat de wensen en behoeften zijn van inwoners van Twello. Er zijn verschillende mogelijkheden om bewonersinitiatieven aan te jagen (zoals de inzet van wijkcontactpersonen en een systeem waarmee inwoners via waardecheques initiatieven kunnen waarderen, etc). Aan de hand van het onderzoek kiezen we de meest effectieve aanpak voor het dorp Twello. Daar gaan we samen mee aan de slag. We zien dit als uitbreiding van het al bestaande beleid ten behoeve van de leefbaarheid in de dorpen. Beoogd effect Het verbeteren van de leefbaarheid en de saamhorigheid in de wijken van Twello. Dit heeft gunstige effecten op het voorkomen van problemen (preventie) en maakt ook dat we makkelijker in contact kunnen treden met inwoners als het gaat om thema's zoals de energietransititie en de omgevingswet.
56 |
Verbonden partijen
Bij de realisatie van de doelstellingen binnen dit programma zijn de volgende verbonden partijen betrokken: Verbonden partij Regio Stedendriehoek (Cleantech regio)
Doel De zorg voor een evenwichtige ontwikkeling op regionale schaal van de ruimtelijke ordening, landschapsontwikkeling, recreatie, volkshuisvesting, recreatie, verkeer en vervoer, sociaaleconomische ontwikkeling, arbeidsvoorziening, onderwijs, welzijn en volksgezondheid. In 2018 is de Agenda Cleantech Regio 2019-2023 gemaakt. De topthema’s zijn Energietransitie en Circulaire economie. Ook zet de regio in op innovatiekracht, Human capital en Schone mobiliteit. De basis is onze leefomgeving en het vestigingsklimaat. Zonder deze basis kan de Cleantech Regio de ambities niet realiseren. Het doel is dat de Cleantech Regio aantrekkelijk is en blijft voor (nieuwe) inwoners, toptalenten en ondernemers.
Beleidsindicatoren
Bij ministeriële regeling vastgestelde beleidsindicatoren. De volgende indicatoren hebben betrekking op dit programma: Taakveld Bestuur en ondersteuning Bestuur en ondersteuning
Naam indicator Formatie
Eenheid Fte per 1.000 inwoners
Indicator Voorst Bron 7,93 Eigen gegevens
Bezetting (personen)
Fte per 1.000 inwoners
8,77 Eigen gegevens
| 57
Wat mag het kosten Exploitatie Taakveld
0-1 Bestuur 0-2 Burgerzaken 0-3 Beheer overige gebouwen 6-12 Samenkracht + burgerparticipatie PR7 Totaal lasten 0-1 Bestuur 0-2 Burgerzaken 0-3 Beheer overige gebouwen 6-12 Samenkracht + burgerparticipatie PR7 Totaal baten Saldo
Werkelijk 2020
Begroting 2021 Incl. wijzigingen 1.795.277 1.745.602 776.124 992.614 948.275 973.470 226.707 191.790
2022
2023
2024
2025
1.904.256 1.061.524 875.784 212.747
1.916.324 1.043.709 629.306 212.747
1.930.424 1.043.709 615.684 212.744
1.943.986 1.043.718 614.631 212.744
3.746.383 44.982 266.462 313.950 22.657
3.903.475 19.617 288.883 242.378 -
4.054.311 19.617 335.707 270.638 -
3.802.087 19.617 335.707 139.443 -
3.802.561 19.617 335.707 105.714 -
3.815.079 19.617 335.707 105.714 -
648.051 -3.098.331
550.877 -3.352.598
625.962 -3.428.349
494.767 -3.307.320
461.038 -3.341.523
461.038 -3.354.042
Raming begroting
Toelichting ontwikkelingen begroting 2022 t.o.v. 2021: Algemeen De rentecomponent van de kapitaallasten is ten opzichte van 2021 lager door de lagere omslagrente in de begroting. Daarnaast zijn de sociale lasten van de salarissen ten opzichte van 2021 gestegen. 0-1 Bestuur De toename ten opzichte van 2021 wordt voornamelijk veroorzaakt door de verhoging van de raadsvergoedingen en de stelpost in het kader van de wet Open Overheid (Woo). Via de algemene uitkering van het gemeentefonds zijn gelden (structureel en incidenteel) toegekend aan de gemeenten. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het rijk de gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Woo. 0-2 Burgerzaken De toename in 2022 ten opzichte van 2021 is vooral het gevolg van de verschuiving van de salarislasten van de receptie (taakveld overhead) naar taakveld burgerzaken. Daarnaast wordt rekening gehouden met hogere lasten aanvraag rijbewijzen, waar tegenover hogere inkomsten van de leges rijbewijzen staan. 0-3 Beheer overige gebouwen Naast de hiervoor in algemeen genoemde oorzaken is in 2022 sprake van een hogere dotatie aan de Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen in vergelijking met 2021.
6-12 Samenkracht en participatie PR7 De verhoging betreft een verschuiving van het budget dorpsbelangenorganisaties van taakveld Bestuur naar taakveld Samenkracht en participatie PR7 en ten gevolge van de uitvoering van de raadsmotie inzake dorpscontactpersoon dorp Twello waarvoor een budget beschikbaar is gesteld.
58 |
Investeringen Jaar Meerjaren Investerings Programma Revitalisering gemeentehuis (totale kapitaallasten weergegeven, o.b.v. raadsbesluit over investering van € 15,3 miljoen) Meerjaren Onderhouds Programma Meerjaren onderhoud gemeentelijke gebouwen (o.b.v. beheerplan uit voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen) Totaal Dienstverlenend Voorst
Bedrag Begroting Begroting Begroting investering Begroting2022 2023 2024 2025
2022
4.800.000
200.000
382.200
850.000
850.000
2022 t/m 2025
5.150.727
0
0
0
0
9.950.727
200.000
382.200
850.000
850.000
Saldo 2021 0 0 210.045 210.045
Saldo 2022 0 0 190.428 190.428
Saldo 2023 0 0 170.812 170.812
Saldo 2024 0 0 151.195 151.195
Saldo 2025 0 0 131.579 131.579
Reserves en voorzieningen
Geen reserves. Totaal reserves Wethouderspensioenen Totaal voorzieningen Standen per 31 december
Toelichting: Voorzieningen: Wethouderspensioenen De toekomstige pensioenaanspraken van wethouders zijn ondergebracht in een kapitaalverzekering van Loyalis, het zogenoemde Appa plan. Voor een tweetal exwethouders verzorgen wij zelf de pensioenuitkeringen. Vanuit het beschikbare budget van deze voorziening worden jaarlijks bedragen toegevoegd aan de exploitatie ter compensatie van de uitkeringen.
| 59
3.8 Algemene dekkingsmiddelen en financieringen Algemeen De algemene dekkingsmiddelen zijn die inkomsten van de gemeente waar geen directe dienstverlening en/of bestedingsverplichtingen tegenover staan. Het zijn dan ook vrij besteedbare middelen die we jaarlijks inzetten ter dekking van de uitgaven in de diverse programma’s. Daarnaast betreft het ook de raming onvoorzien en uitgaaf- en inkomstenposten die nog niet aan de diverse programma’s zijn toegerekend. Het grootste gedeelte van de algemene dekkingsmiddelen bestaat uit de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de lokale heffingen die niet bestedingsgebonden zijn, zoals de onroerende-zaakbelasting. De onderstaande tabel geeft een weergave van alle geraamde algemene dekkingsmiddelen: Taakveld
0-5 Treasury 0-61 OZB Woningen 0-62 OZB- niet woningen 0-64 Belastingen overig 0-7 Algemene en ov. uitkeringen Gemfonds 0-8 Overige baten en lasten 0-9 Vennootschapsbelasting (VBP) Totaal lasten 0-5 Treasury 0-61 OZB Woningen 0-62 OZB- niet woningen 0-64 Belastingen overig 0-7 Algemene en ov. uitkeringen Gemfonds 0-8 Overige baten en lasten 0-9 Vennootschapsbelast (VBP) Totaal baten Saldo
Werkelijk 2020
Begroting 2021 Incl. wijzigingen -107.686 42.985 383.587 414.532 125.173 49.931 374.540
2022
2023
2024
2025
145.691 431.791 51.561 -
138.682 422.041 51.561 -
137.682 429.541 51.561 -
140.531 438.541 51.561 -
68.789 196.888
-333.148 -
201.140 -
389.934 -
394.664 -
452.356 -
666.752 254.982 3.680.797 2.109.151 1.411.614 41.247.174
548.840 244.900 3.746.300 2.222.600 1.404.250 40.153.950
830.183 159.400 4.245.616 2.536.360 1.404.250 38.746.339
1.002.218 159.400 4.524.328 2.686.200 110.000 37.637.478
1.013.448 159.400 4.803.040 2.836.100 110.000 37.521.260
1.082.989 159.400 4.831.653 2.836.100 110.000 37.672.409
122.793 48.826.511 48.159.759
47.772.000 47.223.160
47.091.965 46.261.782
45.117.406 44.115.188
45.429.800 44.416.352
45.609.562 44.526.573
Raming begroting
Verbonden partijen Verbonden partij Tribuut belastingsamenwerking
NV Bank Nederlandse Gemeenten
Waterbedrijf Vitens (dividend)
60 |
Doel Tribuut voert voor de gemeenten Apeldoorn, Epe, Lochem, Zutphen en Voorst alle gemeentelijke heffingen en belastingen uit. Een uitzondering geldt voor de heffing en invordering van de leges publiekszaken. Het aanwezig zijn van een bankiersbedrijf specifiek ten behoeve van overheden met het oog op het bijdragen aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Als aandeelhouder ontvangt de gemeente Voorst jaarlijks een dividend. Vitens houdt zich bezig met het winnen, zuiveren en leveren van drinkwater. Als aandeelhouder heeft de gemeente Voorst jaarlijks een dividend ontvangen. De komende jaren wordt vanwege wijzigingen in het financiële beleid bij Vitens geen dividend uitgekeerd.
Algemene uitkering gemeentefonds De algemene uitkering is vrij besteedbaar en wenden wij als zodanig ook aan ter dekking van de lasten van de gemeente. De algemene uitkering is dus primair een algemeen dekkingsmiddel. Dit betekent dat de gemeente autonoom is in het aanwenden van de algemene uitkering. Het rijk informeert de gemeenten over de algemene uitkering uit het gemeentefonds via circulaires. Voor deze begroting hebben wij de informatie uit de meicirculaire 2021 als uitgangspunt genomen. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Onderdeel Inkomstenmaatstaf OZB Uitgavenmaatstaven (x uitkeringsfactor) Uitgavenmaatstaven (geen uitkeringsfactor) Sub-totaal A Integratie-, decentralisatieuitkeringen (geen uitkeringsfactor) Stelpost plafond BCF Stelpost extra middelen Jeugdzorg Sub-totaal B Totaal A+B
2021 -3.600.526 37.081.914 121.395 33.602.783 551.208 115.000 666.208 34.268.991
2022 Verschil -3.490.238 110.288 37.183.564 101.650 -9.755 -131.150 33.683.571 80.788 375.279 -175.929 230.000 115.000 1.458.000 1.458.000 2.063.279 1.397.071 35.746.850 1.477.859
Integratieuitkering Participatie Integratieuitkering Voogdij/18+ Stelpost Voogdij/18+ Totaal C
2.144.997 4.500.706 6.645.703
2.124.341 525.148 350.000 2.999.489
-20.656 -3.975.558 350.000 -3.646.214
Raming algemene uitkering gemeentefonds (totaal A+B+C)
40.914.694
38.746.339
-2.168.355
De omvang van het gemeentefonds is gekoppeld aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Stijgen de rijksuitgaven, dan stijgt de uitkering uit het gemeentefonds evenredig. Dalen de rijksuitgaven, dan daalt de uitkering uit het gemeentefonds mee. Dit is de zogenaamde 'trap op-trap af'- systematiek. Inkomstenmaatstaf OZB Als gevolg van marktontwikkelingen met betrekking tot de WOZ-waarden van woningen en niet-woningen en de daaraan gekoppelde rekentarieven vindt een bijstelling plaats voor dit onderdeel. De uitkomst van de verdeelmaatstaf ozb wordt bepaald door de omvang van de WOZ-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief. Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde sterk fluctueren. De aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb is afgestemd op de WOZ-tijdvakken. Op 1 januari 2022 begint een nieuw WOZ-tijdvak met waardepeildatum 1 januari 2021. Uitgavenmaatstaven Accresontwikkeling/uitkeringsbasis Het Rijk voorziet de komende jaren in de eigen begroting een lagere loon- en prijsstijging dan waarmee aanvankelijk rekening werd gehouden. Het gemeentefonds daalt daarom evenredig mee. Deze daling bedraagt € 127 miljoen in 2022 en loopt op tot € 396 miljoen in 2025. Als gevolg van ontwikkelingen in het aantal inwoners, woonruimten, leerlingen, WOZ-waarde enzovoort (hoeveelheidsverschillen) wordt de algemene uitkering positief beïnvloed.
Als de gezamenlijke declaraties van gemeenten uit het BTW-compensatiefonds (BCF) onder het ingestelde plafond blijven wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding van het plafond volgt een uitname. Gemeenten hebben minder gedeclareerd bij het BCF dan eerder gedacht, de ruimte onder het plafond is groter geworden. Als gevolg van marktontwikkelingen met betrekking tot de WOZ-waarden van woningen en niet woningen en de daaraan gekoppelde rekentarieven vindt vanaf 2022 een bijstelling plaats voor dit onderdeel. | 61
Taakmutaties Met de meicirculaire 2021 is een aantal taakmutaties aan de algemene uitkering toegevoegd voor taken, waarvan de rijksoverheid verwacht dat gemeenten deze taken uitvoeren of zullen bijdragen aan de uitvoering. Het betreffen o.a. het Rijksvaccinatieprogramma Meningokokken, het prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg, de Wet Open Overheid, om zowel actief als passief overheidsinformatie transparanter en toegankelijker te maken en het voorzien van een gemeentelijke antidiscriminatievoorziening (ADV). Daarnaast ontvangt de gemeente voor medebewinds- en handhavingstaken vergoedingen voor de kosten. Uitgavenmaatstaven (geen uitkeringsfactor) en de integratie- en decentralisatieuitkeringen Het verschil tussen 2021 en 2022 wordt voornamelijk veroorzaakt door de voor 2021 eenmalig toegekende suppletie-uitkering in het kader van de bommenregeling. De korting in 2022 heeft te maken met de suppletie-uitkering integratie sociaal domein. Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie (Wsw, Nieuw begeleiding en Nieuw Wajong) wijzigt door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2021 (€ 39,78 mln. in 2021, aflopend naar € 34,52 mln. structureel). De verdeling van de bedragen per gemeente wijzigt in de eerste plaats door actualisatie van de verdeling van de Wsw-middelen.
Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden (SE) per betalende gemeente), zoals die bekend is uit het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de sociale werkplaats. Voogdij/18+ regeling Voor dit onderdeel wordt tot en met uitkeringsjaar 2021 een historisch verdeelmodel gehanteerd. In 2021 wordt de uitkering toegekend op basis van het aantal zorgdagen * gemiddelde dagprijzen (Q * P) van twee jaar daarvoor ofwel in 2019 (T-2 systematiek). Een historisch verdeelmodel geeft jaarlijks schommelingen in de bedragen. Per 2022 wordt overgegaan naar een nieuw woonplaatsbeginsel: de voogdijregeling wordt afgeschaft en gemeenten worden verantwoordelijk voor de kinderen die uit de eigen gemeente ter behandeling worden doorgezonden. Deze uitkering wordt daarom vanaf 2022 voor de gemeente Voorst fors verminderd. Maar dit betekent dat ook de uitvoeringslasten overeenkomstig verminderen.
De decentralisatie- en integratie-uitkeringen, die overigens budgettair neutraal in de begroting worden geraamd, zijn: Omschrijving Decentralisatieuitkeringen: Brede impuls combifuncties, buurtsportcoaches (DU) Provinciale taken vergunningverlening VTH - taken (DU) Gezond in de stad (DU) Voorschoolse voorziening peuters (DU) Armoedebestrijding kinderen (DU) Integratieuitkeringen Inburgering (IU) Participatie WSW (IU) Voogdij / 18+ (IU) Stelpost Voogdij Totaal
2022
2023
2024
2025
104.080 67.613 6.430 47.055 58.759
104.080 67.613 0 47.055 58.759
104.080 67.613 0 47.055 58.759
104.080 67.613 0 47.055 58.759
84.342 84.318 81.402 78.156 2.124.341 2.085.197 2.051.693 2.064.068 525.148 525.148 525.148 525.148 350.000 0 0 0 3.367.768 2.972.170 2.935.750 2.944.879
Bedragen x € 1.000
Extra middelen jeugdzorg Op 19 juli 2021 zijn er door het Rijk, het IPO en de VNG de afspraken bevestigd over hoe gemeenten kunnen omgaan met de onzekerheid over de hoogte van het 62 |
Gemeentefonds met betrekking tot compensatie voor de oplopende kosten van de jeugdzorg bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2022-2025. Tussen Rijk, IPO en VNG is afgesproken dat gemeenten in hun meerjarenraming voor de jaarschijven 2023 tot en met 2025 rekening mogen houden met 75% van de bedragen uit de Hervormingsagenda Jeugd. Dit resultaat komt in de plaats van de stelpost waarbij met structureel € 300 miljoen rekening mocht worden gehouden. Als onderdeel van de afspraken komt er voor het jaar 2022 een bedrag van € 1,3 miljard extra beschikbaar. Dit is bovenop de eerder toegezegd € 300 miljoen. Voor de gemeente Voorst betreft het in 2022 een bedrag van respectievelijk € 1.458.000 en het eerder toegezegde bedrag van € 350.000. De bekostiging vanaf 2023 is overgelaten aan het nieuwe kabinet en is afhankelijk van het coalitie-akkoord. Vanuit de koepels (IPO en VNG) is erop aangedrongen, dat gemeenten in hun meerjarenbegroting wel alvast rekening kunnen houden met extra structurele middelen vooruitlopend op de definitieve besluitvorming. In gezamenlijkheid hebben het Rijk, IPO en VNG hierover nu afspraken gemaakt.
OZB woningen en niet-woningen en overige belastingen OZB en overige belastingen OZB woningen OZB niet woningen Reclamebelasting Precariobelasting Totaal
Raming 2021 3.746.300 2.222.600 110.000 1.294.250 7.373.150
Raming 2022 4.206.703 2.536.360 110.000 1.294.250 8.147.313
Onder deze taakvelden verantwoorden wij de onroerende zaakbelastingen voor woningen en niet-woningen en de overige belastingen zoals de reclame- en precariobelasting. Deze belastingen lichtenwe verder toe in de paragraaf Lokale heffingen.
Treasury Tot dit taakveld behoren de activiteiten van de gemeente met betrekking tot de treasury-functie zoals financiering, beleggingen, dividenden etcetera waaronder dividend nutsbedrijven. Dividend De gemeente Voorst heeft 21.634 gewone en 14.322 preferente aandelen in het waterbedrijf Vitens. Vitens wil de solvabiliteit de aankomende jaren laten stijgen naar een minimumniveau van 35% en blijven voldoen aan de financiële ratio’s zoals gesteld door de kredietverstrekkers. Hiervoor zal de aankomende jaren het nettoresultaat moeten worden toegevoegd aan het eigen vermogen en voorlopig geen dividend worden uitgekeerd. De gemeente Voorst heeft 112.983 aandelen in het maatschappelijk kapitaal van de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). De ontvangsten aan dividend ramen we als volgt: Dividend Bank Nederlandse Gemeenten Vitens (inclusief rentevergoeding preferente aandelen) Totaal
Raming 2021 159.400 0 159.400
Raming 2022 159.400 0 159.400
Voor een nadere toelichting op de ontwikkelingen binnen het taakveld Treasury en het treasurybeleid verwijzen we u naar de paragraaf Financiering.
| 63
Overige baten en lasten De raming in het taakveld Overige baten en lasten bestaan uit de stelposten met betrekking tot lasten van de investeringen uit het Meerjareninvesteringsprogramma (MIP) en Meerjarenonderhoudsprogramma (MJOP) 2022-2025, voor zover deze niet zijn geraamd op de desbetreffende taakvelden.
Vennootschapsbelasting Op dit taakveld verantwoorden we het te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting. Met ingang van 1 januari 2016 is de vennootschapsbelasting voor overheidsondernemingen ingevoerd. Vennootschapsbelasting is verschuldigd vanwege fiscale winst die per saldo is gerealiseerd op ondernemingsactiviteiten in het begrotingsjaar na eventuele verrekening van fiscale verliezen uit eerdere begrotingsjaren. De eventueel verschuldigde vennootschapsbelasting voor 2022 is bij het opmaken van deze begroting nog niet bekend. In de loop van 2022 rapporten wij hierover via het Voortgangsbericht of de Bestuursrapportage.
64 |
Reserves en voorzieningen Reserves en voorzieningen
Algemene reserve vrij aanwendbaar Reclamebelasting Dekking kapitaallasten Eenmalige investeringen en incidentele raadsbesluiten Totaal reserves Onderhoud gemeentelijke gebouwen Totaal voorzieningen
Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo 2021 2022 2023 2024 2025 6.608.783 7.385.233 7.217.533 7.179.933 7.142.433 4.000 4.000 4.000 4.000 4.000 5.891.504 5.426.047 4.994.585 4.583.033 4.178.138 1.702.440 1.435.940 1.435.940 1.435.940 1.435.940 14.206.727 14.251.220 13.652.058 13.202.906 12.760.511 731.368 640.464 525.035 389.490 335.732 731.368 640.464 525.035 389.490 335.732
Standen per 31 december
Toelichting reserves en voorzieningen, die niet bij de programma´s zijn opgenomen. Reserves: Algemene reserve vrij aanwendbaar In 2022 storten we de inkomsten uit de precariobelasting voor de laatse keer in de algemene reserve. Reclamebelasting Deze bestemmingsreserve heeft de egalisatie van financiële overschotten en tekorten van reclamebelasting tot doel. Door een afroming ten gunste van Ondernemersvereniging Twello Centrum in 2021 komt de hoogte van de reserve uit op de aan te houden buffer van € 4.000. Dekking kapitaallasten Deze reserve zetten we in ter dekking van kapitaallasten van in het verleden gedane investeringen met als dekking een reserve. Eenmalige investeringen en incidentele raadsbesluiten Deze reserve biedt dekking voor de financiële gevolgen van alle bestaande en nieuwe raadsbesluiten met een eenmalig karakter, die niet op de exploitatie verantwoord kunnen worden of specifiek aan andere reserves toe te schrijven zijn. Voorzieningen: Onderhoud gemeentelijke gebouwen Het onderhoud van gemeentelijke gebouwen is gebaseerd op het geactualiseerd MOP 2022-2031. Tot en met 2031 is de dotatie en de stand van de voorziening voldoende om het onderhoud te bekostigen.
| 65
3.9 Overhead Algemeen In dit onderdeel zijn de kosten van de overhead opgenomen. Onder overheadkosten vallen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces (zgn. PIOFACH-kosten: Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Automatisering, Communicatie en Huisvesting). Ook de rente en afschrijvingskosten op investeringen op het terrein van de overhead vallen onder dit onderdeel. Conform de vernieuwing van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), worden de kosten niet meer toegerekend aan de programma's. In de programma's nemen we alleen de kosten op die betrekking hebben op het primaire proces. Taakveld
0-4 Overhead Totaal lasten 0-4 Overhead Totaal baten Saldo
Begroting 2021 Incl. wijzigingen 7.246.605 7.667.028 7.246.605 7.667.028 423.232 715.557 423.232 715.557 -6.823.373 -6.951.470 Werkelijk 2020
Raming begroting 2022
2023
2024
2025
7.181.701 7.181.701 535.312 535.312 -6.646.390
7.548.215 7.548.215 767.538 767.538 -6.780.677
7.524.611 7.524.611 764.761 764.761 -6.759.850
7.542.743 7.542.743 762.590 762.590 -6.780.153
Toelichting ontwikkelingen begroting 2022 t.o.v. 2021: Algemeen De rentecomponent van de kapitaallasten is ten opzichte van 2021 lager door de lagere omslagrente in de begroting. Daarnaast zijn de sociale lasten van de salarissen ten opzichte van 2021 gestegen. 0-4 Overhead De grootste verschillen betreffen de overheveling van de volgende budgetten: de salarislasten van de receptie naar taakveld burgerzaken, het budget subsidie belangverenigingen naar taakveld Samenkracht en participatie PR7 en de overheveling van het budget multifunctionele printers naar de post automatisering. Daarnaast betreft het de kapitaallasten van de investeringen van het gemeentehuis enautomatisering. Investeringen Jaar Meerjaren Investerings Programma Geen investeringen Meerjaren Onderhouds Programma ICT investeringen in hardware, software en diensten Tractie (onderhoudsmaterieel, dienst- en bestelauto´s, ebike) Totaal Dienstverlenend Voorst
66 |
2022 t/m 2025 2022 t/m 2025
Bedrag Begroting Begroting Begroting Begroting investering 2022 2023 2024 2025 0
0
0
0
0
1.200.000
100
60.400
120.600
180.800
95.675
0
6.700
6.700
11.400
1.295.675
100
67.100
127.300
192.200
Beleidsindicatoren Bij ministeriële regeling vastgestelde beleidsindicatoren. De volgende indicatoren hebben betrekking op dit programma: Taakveld Overhead Overhead
Naam indicator Apparaatskosten Externe inhuur
Overhead
Overhead
Eenheid Kosten per inwoner Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen % van totale lasten
Indicator Voorst Bron 705 Eigen begroting 0% Eigen begroting 11,08% Eigen begroting
| 67
Hoofdstuk 4 Paragrafen
68 |
4.1 Paragraaf Lokale heffingen Inleiding Naast de algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn de gemeentelijke heffingen (belastingen, rechten en retributies) de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente. De lokale heffingen zijn inkomstenbronnen waarop de raad invloed kan uitoefenen. De heffingen worden onderverdeeld in "zuivere of ongebonden heffingen" en “niet zuivere of de gebonden heffingen (retributies en rechten)”. Tegenover de ongebonden heffingen staat geen direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. In Voorst gaat het dan om: de onroerende-zaakbelastingen, de toeristenbelasting, de reclamebelasting en de precariobelasting. Tegenover de gebonden heffingen staat wel een directe aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. In Voorst gaat het dan om: de afvalstoffenheffing / reinigingsheffingen, de rioolheffing, het marktgeld, de lijkbezorgingsrechten en de leges. De opbrengst van de gebonden heffingen mag in totaliteit niet hoger zijn dan de toerekenbare kosten die de gemeente maakt om de diensten te verlenen. De opbrengsten van de gemeentelijke heffingen verantwoorden we in verschillende programma's. Het (meerjaren)beleid over de lokale belastingen, inclusief het kwijtscheldingsbeleid, ligt vast in de nota lokale heffingen, het coalitieprogramma en de belastingverordeningen.
Uitgangspunt van het beleid is om de lastendruk beperkt te houden en niet meer lasten bij de inwoners neer te leggen dan aantoonbaar noodzakelijk is. Voorzover toegestaan en wettelijk mogelijk indexeren we de opbrengsten jaarlijks. Ontwikkelingen zuivere, ongebonden heffingen Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet kunnen gemeenten onroerendezaakbelastingen (OZB) heffen. De OZB is een algemene belasting, er is geen relatie tussen de heffing en bepaalde taken van de gemeente. De opbrengst is onderdeel van de algemene middelen. De OZB is een tijdstipbelasting. Dit betekent dat voor het bepalen van de belastingplicht de situatie per 1 januari van het belastingjaar geldt. Veranderingen in de loop van het jaar, bijvoorbeeld de verkoop van een huis, worden pas meegenomen in het volgende belastingjaar.De OZB bestaat uit een eigenarenbelasting (voor woningen en bedrijven) en een gebruikers-belasting (voor bedrijven). De heffing wordt berekend naar een percentage van de (individuele) waarde van de onroerende zaak volgens de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Dit zogenaamde tariefpercentage is de geraamde gecorrigeerde opbrengst gedeeld door de vastgestelde totale WOZ-waarde van alle panden in die categorieën (eigenaren woningen, eigenaren niet-woningen of gebruikers niet woningen) in de gemeente.
Zo worden drie tarief-percentages berekend, één voor OZB-woningen en twee voor OZB niet-woningen. Alle onroerende zaken in Voorst waarderen we jaarlijks naar een waardepeildatum die één jaar voor het belastingjaar ligt. Voor het belastingjaar 2022 is de waardepeildatum 1 januari 2021. De uitkomsten van de jaarlijkse herwaardering bepalen, naast de inflatiecorrectie, de hoogte van de tarieven OZB voor 2022. Bij de berekening van de tariefpercentages passen we een correctie toe voor verwachte toegekende OZB bezwaarschriften, leegstand bedrijven, eventuele kwijtschelding en areaaluitbreiding (nieuwbouw en verbouw). Soort Woningen eigenaar Niet-woningen eigenaar gebruiker
2018
2019
2020
2021
0,1143%
0,1071%
0,1130%
0,1090%
0,1957% 0,1481%
0,1968% 0,1485%
0,2019% 0,1641%
0,2035% 0,1781%
| 69
Toeristenbelasting Op basis van artikel 224 van de Gemeentewet kunnen gemeenten toeristenbelasting heffen voor overnachtingen van personen binnen de gemeente die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisregistratie personen (BRP) zijn ingeschreven. Toeristenbelasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot verblijf biedt. De belastingplichtige is bevoegd de belasting te verhalen op de verblijfsgenieter. De tariefstructuur van onze toeristenbelasting kent 3 soorten verblijfsaccommodaties met ieder een afzonderlijk nachttarief. De opbrengst toeristenbelasting merken we in Voorst aan als een algemeen dekkingsmiddel. Tarief Overnachten in kampeermiddel Overnachten in hotel, ontbijthotel , vliegtuighotel , etctera Overige overnachtingen
2018 0,87 1,82 1,24
2019 0,89 1,86 1,27
2020 0,90 1,89 1,29
2021 0,92 1,92 1,31
Reclamebelasting Op basis van artikel 227 van de Gemeentewet kunnen gemeenten reclamebelasting heffen. Reclamebelasting kan worden geheven over openbare aankondigingen (reclame-uitingen) die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn. Het gaat om aankondigingen in letters, symbolen, voorwerpen kleuren of een combinatie daarvan. Voorbeelden zijn gevelreclame, bestickering op ramen, posters, vlaggen, uithangborden, luifels of spandoeken. In Voorst heffen we alleen reclamebelasting in het centrum van Twello. De reclamebelasting is in nauw overleg met de Ondernemersvereniging Twello Centrum ingevoerd. Als tegenprestatie voor de invoering is met de Ondernemersvereniging overeengekomen dat we gedurende 10 jaar geen parkeerbelasting invoeren in Twello centrum. Op 12 maart 2018 heeft de gemeenteraad besloten om die periode te verlengen tot 2029. Ondanks dat de reclamebelasting een algemeen dekkingsmiddel is, heeft de opbrengst in Voorst een vaste bestemming. Een deel van de opbrengst storten we in de kas van de Ondernemersvereniging. Een deel wenden we aan voor de exploitatie van de parkeergarage en een klein deel betreft perceptiekosten. De tariefstructuur van de reclamebelasting is met ingang van 2017 gewijzigd. Per 2017 is de tariefstructuur als volgt: a. een vast bedrag per vestiging van € 850 verhoogd met b.
een opslag van € 0,65 per € 1.000 van de WOZ waarde per vestiging (bedrijfsgedeelte). Het vaste bedrag per vestiging en het tarief wordt alleen aangepast als de opbrengst van de heffing achterblijft bij de in de begroting geraamde opbrengst die is vastgesteld op € 110.000 per jaar. De opbrengst indexeren we niet. Precariobelasting Op basis van artikel 228 van de Gemeentewet kunnen gemeenten precariobelasting heffen voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Voorbeelden zijn precariobelasting op terrassen, uithangborden maar ook op kabels en leidingen in of boven gemeentegrond. In Voorst heffen we alleenprecariobelasting op de kabels en leidingen in of boven de voor openbare dienst bestemde gemeentegrond. De precariobelasting heffen we van degene die de kabels of leidingen in of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft liggen of hangen. Per 1 juli 2017 is de precariobelasting op kabels en leidingen van nutsbedrijven afgeschaft. Echter voor gemeenten zoals Voorst, die op 10 februari 2016, de datum waarop het wetsvoorstel voor afschaffing van de precariobelasting is aangekondigd, een verordening met tarief hadden vastgesteld voor precariobelasting op kabels en leidingen geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022.
Dit betekent dat 2021 het laatste jaar is dat deze precariobelasting mag worden geheven. De opbrengst 2021 wordt geheven en ontvangen in 2022. 70 |
De tariefstructuur van de precariobelasting is een tarief per strekkende meter kabel of leiding. Het tarief bedraagt vanaf het belastingjaar 2016 € 2,27 per m1 kabel of leiding. Dat tarief mag vanaf 10 februari 2016 niet meer worden geïndexeerd. Ontwikkelingen onzuivere, gebonden heffingen Afvalstoffenheffing en reinigingsheffingen De wettelijke basis voor het heffen van afvalstoffenheffing is geregeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer. De wettelijke basis voor de reinigingsheffingen is artikel 229 van de Gemeentewet. Op basis van de Wet Milieubeheer heeft de gemeente de wettelijke taak om zorg te dragen voor de inzameling, transport en verwerking van afvalstoffen die afkomstig zijn van particuliere huishoudens. De inzameling en het transport van het afval wordt uitgevoerd door een private huisvuilinzamelaar. De kosten van de inzameling, het transport en de verwerking van afvalstoffen worden betaald uit de afvalstoffenheffing. Gelijktijdig met het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen wordt bij een klein aantal bedrijfspanden (scholen, kerken, etc.) ook bedrijfsafval (vergelijkbaar met huishoudelijk afval) ingezameld. Voor die inzameling heffen we een reinigingsheffing.
Belastingplichtig voor de afvalstoffenheffing is de gebruiker van een perceel waarvoor de gemeente een wettelijke plicht tot inzameling heeft en ten aanzien waarvan die inzamelverplichting ook wordt nagekomen. Belastingplichtigen die voldoen aan de voorwaarden zijn verplicht de afvalstoffenheffing te betalen, ook als zij geen afval ter inzameling aanbieden. Belastingplichtig voor de reinigingsheffing is degene die het bedrijfsafval aanbiedt. Niet aanbieden betekent geen heffing. De tariefstructuur voor de afvalstoffenheffing en voor de reinigingsheffingen is vanaf 2014 het beloningssysteem. Dit is een diftar variant, bestaande uit een jaarlijks vastrecht verhoogd met een jaarlijkse afrekening van het in het voorafgaande jaar geledigde aantal “grijze” containers. Voor hoogbouw geldt een afwijkende tariefstructuur, namelijk de structuur van de betaalde Voorster vuilniszak. Kenmerk van ons beloningssysteem is dat de belastingplichtige zelf grote invloed heeft op de hoogte van haar/zijn verschuldigde afvalstoffenheffing. De invoering van het beloningssysteem is uit het oogpunt van duurzaamheid een groot succes. Door de goede afvalscheiding is het aantal ter lediging aangeboden 'grijze' containers fors gedaald.
Omdat naast het vastrecht alleen de daadwerkelijk ter lediging aangeboden grijze containers worden belast, heeft de gemeenteraad, ingaande in 2019, tariefmaatregelen moeten nemen om de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing/reinigingsrecht weer op op 100% te brengen. Het vastrechttarief Afvalstoffenheffing 2021 bedraagt € 162,05 en dat voor het Reinigingsrecht € 196,05 (inclusief BTW). Het tarief Afvalstoffenheffing respectievelijk Reinigingsrecht per lediging van de grijze container bedraagt met ingang van 2021 € 5,30 respectievelijk € 6,40 (inclusief BTW). Voor 2022 is de verwachting dat de inkomsten en uitgaven met betrekking tot afval stabiliseren. We hebben geen grote veranderingen gepland in de inzamel- en verwerkingssystematiek. Gunstig is dat de opbrengst van een aantal recyclebare stromen lijkt toe te nemen. Dit geldt met name voor de opbrengst van papier.
| 71
Tarief per huishouden 1-persoonshuishouden vastrecht, verhoogt met: tarief per lediging grijze container Meerpersoonshuishouden vastrecht, verhoogt met: tarief per lediging grijze container Reinigingsrecht: basis vastrecht, verhoogt met: tarief per lediging grijze container
Omschrijving Afval
Directe lasten Overhead 1.954.383 33.780
2018 94,35 4,65 94,35 4,65 114,20 6,60
2019 109,20 5,30 109,20 5,30 132,10 6,40
2020 136,70 5,30 136,70 5,30 165,40 6,40
2021 162,05 5,30 162,05 5,30 196,05 6,40
Inkomst KostenTotale Andere Totale dekkenduit BTW lasten heffingen inkomsten baten heid 273.874 2.262.038 1.962.163 299.875 2.262.038 100,0%
Rioolheffing De wettelijke basis voor het heffen van rioolheffing ligt in artikel 228a van de Gemeentewet. In de rioolheffing berekenen we kosten door die verbonden zijn aan het in stand houden van het gemeentelijk rioleringsstelsel en het op orde houden van de grondwaterstand. Met de invoering in 2008 van de Wet gemeentelijke watertaken hebben we naast de zorgplicht voor het afvoeren van huishoudelijk afvalwater en regenwater ook de zorgplicht voor het grondwater. Daarmee is ook de mogelijkheid ontstaan om de kosten, die verbonden zijn aan de taken die voortvloeien uit de Wet gemeentelijke watertaken, toe te rekenen aan de rioolheffing. In 2019 is als vervanger van het Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP) het nieuwe Programma Water 2020-2025 aan u gepresenteerd. Hierin geven we meerjarig inzicht in de kosten die we makenvoor de instandhouding van het gemeentelijk rioolstelsel. Dit programma is opgesteld in de geest van de Omgevingswet. De opbouw van het programma ligt in de lijn van de Ruimtelijke Toekomstvisie en de Omgevingsagenda. Het programma vormt te zijner tijd één van de bouwstenen voor het Omgevingsplan. De kosten voor het instandhouden van het rioolstelsel en de grondwatertaken, verhalen we via de rioolheffing op gebruikers van woningen en niet-woningen. Belastingplichtig voor de rioolheffing is de gebruiker van een perceel.
Het tarief van de rioolheffing is in Voorst gebaseerd op het aantal geloosde m3 afvalwater, binnen de tariefgroepenstructuur. Het basistarief Rioolheffing 2021 bedraagt € 214,10. Tarief Rioolrecht: basistarief
Omschrijving Riolering
2018 274,55
Directe lasten Overhead 2.192.701 161.367
BTW 96.052
2019 277,00
2020 210,32
2021 214,10
Inkomst KostenTotale Andere Totale dekkenduit lasten heffingen inkomsten baten heid 2.450120 2.438.745 11.375 2.450.120 100,0%
Marktgeld De wettelijke basis voor het heffen van marktgeld is artikel 229 van de Gemeentewet. In het marktgeld heffen we de kosten die verbonden zijn aan onder andere het ter beschikking stellen van een standplaats op een deel van de openbare ruimte die gebruikt wordt voor de markt in Twello dan wel voor het innemen van een standplaats in de overige kernen. Belastingplichtig voor het marktgeld is degene voor wie wij de dienst verlenen of van degene die van bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Het marktgeld is voor bijna 100% kostendekkend en bedraagt € 2,31 per strekkende meter per dag of gedeelte daarvan met een minimum van € 9,24 per standplaats.
Omschrijving Markt
72 |
Directe lasten Overhead 41.260 10.091
BTW 0
Inkomst Totale Andere uit lasten heffingen inkomsten 51.351 41.877 9.335
KostenTotale dekkendbaten heid 51.212 99.7%
Lijkbezorgingsrechten / begraafrechten De wettelijke basis voor het heffen van lijkbezorgingsrechten is artikel 229 van de Gemeentewet. In de lijkbezorgingsrechten verhalen we de kosten, die verbonden zijn aan het gebruik van de begraafplaatsen en die voor de door of vanwege de gemeente verleende diensten. De afname van het aantal begrafenissen en minder langdurige verlengingen van grafrechten zorgen voor minder inkomsten. Daardoor neemt de kostendekkendheid af tot 78,3% en moet het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid losgelaten worden.
Omschrijving Lijkbezorging
Directe lasten Overhead 197.910 10.885
BTW 0
Inkomst Totale Andere uit lasten heffingen inkomsten 208.755 163.182 327
KostenTotale dekkendbaten heid 163.509 78,3%
Leges De wettelijke basis voor het heffen van leges is artikel 229, lid 1, letter b van de Gemeentewet. De gemeente levert op aanvraag van individuele burgers een uiteenlopend pakket aan diensten. Door het heffen van leges verhalen we de kosten die we hiervoor maken in principe op de burger die de dienst afneemt. Voorbeelden zijn het verstrekken van een paspoort of het verlenen van een vergunning. Degene die de dienst aanvraagt betaalt ook de leges. De heffingsmaatstaf is zeer divers en wordt vermeld in de tarieventabel die hoort bij de legesverordening. Kostendekkendheid De leges zijn in de tarieventabel van de legesverordening ingedeeld in drie titels: titel I, algemene dienstverlening; titel II, dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning; titel III, dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn. De Gemeentewet schrijft voor dat tarieven in Legesverordening zodanig moeten zijn vastgesteld, dat de geraamde baten van de rechten niet uitgaan boven de geraamde lasten ter zake. De vrijheid die gemeenten hebben bij het vaststellen van deze tarieven wordt daarmee begrensd door de eis van maximale kostendekking. De kostendekkendheid moet worden beoordeeld op het niveau van de gehele legesverordening. Voor diensten die vallen onder de Europese Dienstenrichtlijn (Titel 3 van de Legesverordening) geldt een kostendekkendheid per hoofdstuk.
De legesverordening voldoet aan de hiervoor geschetste vereisten. Het gewijzigde Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) stelt per 2017 nieuwe eisen aan de transparantie van de berekening van de kostendekking. Overeenkomstig dit besluit zijn directe, overheadkosten en de BTW-component afzonderlijk in beeld gebracht. De kostendekking is per hoofdstuk berekend. De huidige mate van kostendekkendheid, alsmede de eventuele tariefruimte wordt op die manier inzichtelijk. Een belangrijke eis is die van de herleidbaarheid. De ramingen van baten en lasten moeten te herleiden zijn tot de begroting. Niet alle in de begroting genoemde lasten zijn daarentegen verhaalbaar. Voorbeelden daarvan zijn kosten die verband houden met bezwaar en beroep tegen vergunningen, beleidskosten en handhavingskosten of bijvoorbeeld gratis huwelijken. De gemeente heeft hiervoor in 2014 onderzoek verricht en percentages verhaalbare kosten per afdeling bepaald. Voor belastingjaar 2021 is deze methode ook toegepast en daar waar nodig herijkt. Mutatis mutandis geldt dit ook voor de raming van de baten. Voornoemde systematiek is in een procedure tegen de gemeente Voorst (uitspraak Rechtbank 24 juni 2019) door de belastingrechter getoetst en geaccordeerd.
| 73
Uit onderstaand overzicht blijkt dat bij diverse rubrieken (vooralsnog) geen lasten en baten zijn of kunnen worden gevuld. Niet op alle genoemde posten worden baten en lasten verantwoord.Op basis van de beschikbare gegevens zijn de leges, zowel berekend op titel niveau van de tarieventabel van de Legesverordening alsook op basis van de gehele tarieventabel niet kostendekkend. Legesverorde- Titel I Algemene Lasten OverheadBTW Totale Leges Andere Totale Kosten- * ning Hoofdstuk dienstverlening taaklasten inkom- baten dekkendtarieventabel velden sten heid 1.1 1.1 Burgerlijke 167.916 87.541 3.684 259.141 55.564 - 55.564 21,4% stand (inclusief leges verstrekkingen uit BRP) 1.2 1.2 83.515 29.415 - 112.930 95.025 - 95.025 84,1% Reisdocumenten 1.3 1.3 Rijbewijzen 110.093 34.735 - 144.828 183.261 - 183.261 126,5% 1.4 1.4 27.840 17.624 - 45.464 0,0% Verstrekkingen uit BRP 1.5 1.5 Wet 276 175 451 117 328 445 25,9% openbaarheid van bestuur 1.6 1.6 Vervallen nvt 1.7 1.7 11.900 5.981 488 18.368 1.856 1.856 10,1% Vastgoedinformatie 1.8 1.8 Overige nvt publiekszaken 1.9 1.9 nvt Archiefbescheiden gemeente Voorst 1.10 1.10 Apv 2.222 1.407 3.629 1.363 1.363 37,6% 1.11 1.11 1.081 684 1.765 122 230 352 6,9% Leegstandswet (EDR dienst) 1.12 1.12 nvt Gemeentegarantie 1.13 1.13 Regeling nvt toezicht luchtvaart 1.14 1.14 Kansspelen nvt (EDR dienst) 1.15 1.15 Vervallen nvt 1.16 1.16 Kabels en nvt
leidingen 1.17 1.17 Verkeer en 79.505 538 10.200 90.242 54.484 22.760 77.243 60,4% vervoer 1.18 1.18 Diversen nvt totaal totaal 484.347 178.098 14.372 676.818 391.793 23.318 415.110 57,9%
74 |
2
1 1
1
2
2 2
2
Legesverorde- Titel II Lasten OverheadBTW Totale Leges Andere Totale Kosten- * ning Hoofdstuk Dienstverlening taaklasten inkom- baten dekkendtarieventabel vallende onder velden sten heid de fysieke leefomgevingsvergunning 2.2 tot en met 2.2 t/m 2.7 571.593 203.698 43.377 818.668 819.848 51.221 871.068 100,1% 2.7 en 2.12 en 2.12 Omgevingsvergunningen 2.9 en 2.10 2.9 en 2.10 139.501 80.761 2.504 222.766 94.285 - 94.285 42,3% Bestemmingsplannen 2.11 2.11 Niet nvt benoemde beschikkingen titel II totaal totaal 711.094 284.459 45.881 1.041.434 914.132 51.221 965.353 87,8%
3
3
Legesverorde- Titel III Lasten OverheadBTW Totale Leges Andere Totale Kosten- * ning Hoofdstuk Dienstverlening taaklasten inkom- baten dekkendtarieventabel vallende onder velden sten heid de Europese dienstenrichtlijn 3.1 3.1 Horeca 3.808 2.411 6.219 6.893 6.893 110,8% 3.2 3.2 Organiseren 61.776 30.754 778 93.309 13.817 1.335 15.153 14,8% evenementen of markten 3.3 3.3 nvt Prostitutiebedrijven (n.v.t.) 3.4 3.4 Vervallen nvt 3.5 3.5 Kinderopvang 6.777 4.290 - 11.067 1.049 1.049 9,5% 3.6 3.6 nvt Winkeltijdenwet (EDR dienst) 3.7 3.7 Diversen nvt totaal totaal 72.361 37.455 778 110.594 21.760 1.335 23.095 19,7% Totaal leges Totaal leges 1.267.803 500.012 61.031 1.828.8461.327.684 75.874 1.403.558 72,6%
1 2
2
* 1 = Wettelijk tarief, 2 = Trendmatige correctie, 3 = Trendmatige correctie en correctie i.v.m. Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging
Belastingen overig De uitvoering van de Wet WOZ, van de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen en de beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken is met ingang van 1 januari 2016 uitbesteed aan de regionale belastingsamenwerking Tribuut gevestigd te Epe. De verordenende bevoegdheid, waarvan ook de tariefstelling onderdeel uitmaakt, blijft berusten bij de gemeente. Tribuut is ingericht op digitale-, telefonische- en schriftelijke communicatie.Tribuut beschikt ook over een baliefunctie op afspraak. Onder meer de communicatie tussen de gemeente en Tribuut verloopt via de aangestelde regiefunctionaris. Aanduiding belastingdruk/woonlasten De hoogte van de gemeentelijke woonlasten, de "lokale lastendruk", krijgt regelmatig aandacht in de media. Onder gemeentelijke woonlasten scharen we de: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Dit zijn de belastingen en heffingen waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Daarin zijn de lokale lasten op basis van "appels met appels" met elkaar vergeleken. Bij die vergelijking hanteert het Coelo voor alle gemeenten dezelfde uitgangspunten. Ten behoeve van de onderlinge vergelijkbaarheid houdt het Coelo rekening met een gemiddelde WOZ -waarde en | 75
WOZ-waardestijging en ook met het feit dat gemeenten met dure woningen een naar verhouding lagere algemene uitkering uit het gemeentefonds ontvangen dan andere gemeenten. De woonlastendruk voor meerpersoonshuishoudens in Voorst, op basis van de Coelovergelijking 2021, is lager dan de gemiddelde woonlastendruk meerpersoonshuishoudens in Nederland. Voorst staat in de vergelijking op plaats 140 (plaats 1 heeft de laagste woonlastendruk) van de 369 gemeenten (in het overzicht in de Coelo atlas zijn meerdere gemeenten uitgesplitst op deelgebieden). De gemiddelde woonlastendruk in Nederland komt uit op € 818 per meerpersoonshuishouden. De woonlastendruk voor Voorst is door het Coelo, op basis van de gehanteerde uitgangspunten, berekend op € 797. Voorst scoort qua plaats en woonlastendruk veel beter dan in voorgaande jaren. Hieruit zou de conclusie getrokken kunnen worden dat veel gemeenten per 2021 al hun OZB tarieven meer dan trendmatig hebben geïndexeerd om noodzakelijke extra inkomsten te genereren. Omschrijving van het kwijtscheldingsbeleid De gemeente moet bij het vaststellen van kwijtschelding landelijke regels toepassen. De landelijke regels zijn op basis van de Invorderingswet opgenomen in de Leidraad invordering (en kwijtschelding) gemeentelijke belastingen.
Het bestuur van Tribuut heeft een Leidraad invordering ten behoeve van de deelnemende gemeenten in Tribuut vastgesteld. Binnen de leidraad regels heeft Voorst de volgende eigen beleidskeuzes gemaakt: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Voor de ozb, riool- en afvalstoffenheffing (voor de basisset containers) is kwijtschelding mogelijk, waardoor minima geen woonlasten betalen; Bij de normkosten van bestaan wordt uitgegaan van 100% van de bijstandsnorm; Ondernemers zijn voor de privé belastingen gelijkgesteld met particulieren; Als sprake is van (niet vrijgesteld) vermogen is kwijtschelding niet mogelijk. Voor het bezit van een auto wordt een vermogensvrijstellingsnorm in aanmerking genomen. Voor ouderen geldt een aparte vermogensvrijstellingsnorm; Kosten voor kinderopvang worden in aanmerking genomen als uitgaven bij de berekening van de betalingscapaciteit; Bij de normkosten van bestaan voor AOW’ers wordt uitgegaan van 100% van de netto AOW-norm; Belastingplichtigen met een minimum inkomen komen in aanmerking voor: automatische kwijtschelding, op basis van een screening bij het Inlichtingenbureau te Utrecht, of, rekening houdende met specifieke omstandigheden, voor de gemeentelijke meerjarige automatische kwijtschelding.
Voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is voor 2021 en 2022 respectievelijk een totaal bedrag geraamd van € 140.870 en € 143.124.
76 |
4.2 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding We realiseren geen ambities wanneer we geen risico’s nemen. Belangrijk is dat de gemeente zich bewust is van de risico’s die horen bij het beleid en hierop stuurt. Om een reëel inzicht te krijgen van de impact van deze risico's en het vermogen om deze risico's op te vangen gebruikt de gemeente een berekening van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen geeft de mate van financiële robuustheid van de gemeente aan. We bepalen het weerstandsvermogen door een relatie te leggen tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. Op vrijwel alle gemeentelijke beleidsterreinen zijn risico’s aanwezig die niet door maatregelen zijn afgedekt. Dat deze risico’s aanwezig zijn is geen punt, zolang deze in evenwicht zijn met de weerstandscapaciteit. Aanleiding In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn bepalingen opgenomen waaraan de paragraaf weerstandsvermogen moet voldoen: ▪ een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; ▪ een inventarisatie van de risico's; ▪ het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en het risicomanagement; ▪ de financiële kengetallen; ▪ een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen en de financiële positie. Hierna doen we verslag van de resultaten van de risico-inventarisatie.
Op basis van de geïnventariseerde risico's is tevens het weerstandsvermogen berekend.
| 77
Risicoprofiel Om de risico's in kaart te brengen hebben we een risicoprofiel opgesteld.Vanuit de organisatie zijn de risico's geïnventariseerd en in beeld gebracht. In het onderstaande overzicht wordt alleen het aantal risico's gepresenteerd met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Tabel 1: belangrijke financiële risico's Incidenteel/ Risico Gevolgen Kans Financieel gevolg structureel Programma 1: Bouwend Voorst Grondexploitatie algemeen: Het lager uitvallen van de 30% max. € 750.000 Incidenteel minder opbrengsten binnen de geraamde opbrengsten omdat we complexen de grondprijzen moeten bijstellen Grondexploitatie algemeen: Boekwaarde van grond moet 30% max. € 1.000.000 Incidenteel Nieuwe complexen komen worden afgewaardeerd, wat leidt niet tot ontwikkeling tot een financieel verlies Programma 2: Mooi Voorst Afwijken van de Tijdsverlies door tijdelijk stopzetten 60% max. € 300.000 Incidenteel aanbestedingsprocedure of aanbestedingsprocedure en foutief aanbesteden geldverlies doordat er een rechtszaak wordt aangespannen Programma 3: Bedrijvig Voorst Door uitstappen van één of Hoge onvoorziene kosten voor 50% max.
€ 400.000 Incidenteel meerdere partijen in regionale overige partijen, waaronder de samenwerkingsverbanden gemeente Voorst blijven de overige partijen met hoge kosten achter Programma 4: Gezond Voorst Onvoldoende budget om Hogere uitgaven 80% max. € 600.000 Structureel zorgaanbod te realiseren Onbeheersbaarheid Bijdrage gemeente voor 30% max. € 450.000 Structureel jeugdgezondheidszorg door restcategorie welke niet onder het nieuwe wetgeving in 2021 woonplaatsbeginsel geplaatst kan worden Programma 5: Sociaal Voorst Open einde regeling: Nieuwe inkoopafspraken, hogere 50% max. € 800.000 Structureel voorzieningen voor inkoopprijzen maar een maximale gehandicapten en eigen bijdrage waardoor het huishoudelijke verzorging resultaat onzeker is (WMO) De eigen bijdrage van de Een hoge eigen bijdrage van de 50% max. € 300.000 Structureel gemeente met betrekking tot gemeente de participatiewet is moeilijk in te schatten door de open einde regeling. Het inzicht ontbreekt in de hoeveelheid burgers welke gebruik (gaan) maken van een uitkering.
78 |
Incidenteel/ Risico Gevolgen Kans Financieel gevolg structureel Onbeheersbaarheid Een hogere bijdrag van de 30% max. € 450.000 Structureel jeugdgezondheidszorg gemeente, meer kosten. Programma 6: Veilig Voorst Er worden foutieve Vertraging in het proces en claims 50% max .€ 250.000 Incidenteel vergunningsbesluiten genomen Programma 7: Dienstverlenend Voorst Aanspraak maken op de Financieel verlies 20% max. € 3.000.000 Incidenteel garantie van de lening Beschikbaar budget voor Meer budget dan is begroot moet 50% max. € 500.000 Incidenteel verduurzaming gebouwen en ter beschikking worden gesteld installaties niet afdoende Begrotingstekorten in Financieel bijspringen 80% max. € 500.000 Incidenteel gemeenschappelijke door de gemeente aan regelingen gemeenschappelijke regelingen Ontstaan van een datalek bij Boete opgelegd krijgen of extra 10% max. € 1.000.000 Incidenteel de gemeente kosten door onderzoek / repareren datalek in systeem Langetermijngevolgen Hoger ziekteverzuim, hogere 50% max. € 500.000 Structureel Covid-19 zorgkosten, handhaving, etc. Algemene dekkingsmiddelen en financieringen Algemene Uitkering wordt Tekort aan inkomsten 50% max. € 600.000 Structureel lager door herverdeling gemeentefonds
Totaal grote risico's: € 7.950.000 Overige risico's: € 8.825.000 Totaal alle risico's: € 16.775.000 Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast, omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 16.775.000) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de berekening komt naar voren dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 4.180.396 (benodigde weerstandscapaciteit). Coronavirus (Covid-19) De uitbraak van het coronavirus Covid-19 eind februari 2020 heeft grote impact op de Nederlandse samenleving en dus ook op de gemeente. Het zwaartepunt van de epidemie ligt vermoedelijk achter ons en we bouwen veel maatregelen af. De jaarrekening 2020 liet zien dat dankzij de steunpakketten van het rijk de financiële gevolgen van corona voor de gemeente beperkt zijn gebleven.In deze begroting zijn de (incidentele) financiële gevolgen zo goed mogelijk verwerkt. We schatten de gevolgen steeds beter in, waardoor we het risico voor langetermijngevolgen Covid-19 hebben afgeschaald. We nemen de pandemie in het vervolg mee in het reguliere risicomanagement.
| 79
Weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit zijn de middelen die beschikbaar zijn om niet-begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, financieel af te kunnen dekken, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Deze middelen bestaan uit de algemene reserves, onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien. Beschikbare weerstandscapaciteit gemeente Voorst Weerstand (per 1 januari) Algemene reserves Onbenutte belastingcapaciteit * Onvoorzien incidenteel Totale weerstandscapaciteit
2022 7.385.233 1.634.619 25.000 9.044.852
2023 7.217.533 1.253.256 25.000 8.495.789
2024 7.179.933 871.894 25.000 8.076.827
2025 7.142.433 890.531 25.000 8.057.964
* de onbenutte belastingcapaciteit als weerstandscapaciteit is de ruimte tussen de fictieve OZB-opbrengst bij maximale tarieven conform de zgn. artikel 12-norm en de OZB-opbrengst bij de huidige tarieven binnen de gemeente Voorst.
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit zetten we af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. De risico's zijn niet voor verschillende jaarschijven gekwantificeerd. In de meerjarige ratio weerstandsvermogen is het bedrag voor risico's gelijk gehouden. Ratio weerstandsvermogen =
Ratio
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
2022 2,16
2023 2,03
Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6
Betekenis uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende
= 2024 1,93
€ 9.044.852 € 4.180.396
= 2,16 2025 1,93
Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F
De ratio laat een lichte daling zien in meerjarig perspectief, met name doordat de ruimte in de onbenutte belastingcapaciteit daalt als gevolg van de verhoging van de OZB. Financiële kengetallen In deze paragraaf is een basisset van vijf financiële kengetallen opgenomen: Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De hoogte van de schuldquote hangt af van onder andere afgesloten en doorgeleende gelden en de omvang van de voorraad gronden. Omdat bij leningen onzekerheid bestaat of deze allemaal worden terugbetaald maken we onderscheid bij de berekening van de netto schuldquote door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.
80 |
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Het is belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en waarderen we deze af dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat we kijken naar de structurele baten en structurele lasten en we deze vergelijken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.
Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht hoe de woonlasten in de gemeente zich verhouden ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Onder de woonlasten verstaan we de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. In onderstaande tabel zijn de voor de gemeente Voorst berekende kengetallen opgenomen. Financieel kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Rek. 2020 Begr. 2021 61% 82% 60% 81% 19% -3,23% 0% 102%
18% -3,81% 2% 103%
Mjr 2022 89% 88%
Mjr 2023 96% 96%
Mjr 2024 92% 91%
Mjr 2025 88% 88%
17% 0,66% -4% 103%
16% -0,06% 0% 106%
16% 0,59% 1% 109%
16% 0,59% 1% 109%
| 81
Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie Een individueel kengetal kan niet worden gebruikt voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld geven van de financiële positie. Volgens de laatste actualisatie van de grondexploitaties neemt onze voorraad gronden aanzienlijk af door verkopen van bouwgronden binnen de in exploitatie zijnde complexen. Deze afname komt tot uiting in de daling van het kengetal grondexploitatie. Deze gronden zijn (voor)gefinancierd met geldleningen. Door de verkoop van bouwgronden is er minder financiering nodig voor de grondexploitatie en dit heeft invloed op de ontwikkeling van de netto schuldquote. Daarentegen stijgt dit kengetal vanaf 2022, met name door de aanvullende financiering die aangetrokken is voor de verbouw van het gemeentehuis en benodigde financieringsmiddelen op basis van het Meerjaren InvesteringsPlan (MIP) en MeerJaren OnderhoudsPlan (MJOP). De solvabiliteitsratio neem af.